De foto hierboven is van Info Escola.
Een gids voor iedereen die omgaat met onvoorspelbare mensen
HIJ HAAT ME !!!
Ik zie toch dat hij me haat...
Hij heeft nog nooit van me gehouden.
Zo alleen als met hem heb ik me nog
NOOIT gevoeld!
Och lieverd, ik weet dat je dat denkt
ik houd van je
Dit is de gids waarover ik wilde beschikken toen ik nog
dagelijks omging met iemand die onvoorspelbaar was.
Gerardus Horlings
Concept manuscript
Gerardus Horlings
19 februari 2020
Zeggen mensen met een gezond sociaal leven tegen u dat ze niet begrijpen waarom u het gedrag van iemand in uw leven nog steeds accepteert?
Probeert u contact met mensen, die zulke dingen zeggen, te vermijden?
Vergoelijkt u voor anderen het doen en laten van iemand?
Raakt u steeds verder geïsoleerd?
Krijgt u buikpijn of andere lichamelijke klachten wanneer u een afspraak heeft met of denkt aan samenzijn met een bepaalde persoon?
Heeft u stressklachten, die met iemand anders samenhangen?
Heeft iemand ooit gedreigd om u financiële, juridische of sociale moeilijkheden te bezorgen?
Bent u mede door invloed van iemand ander depressief aan het worden?
Heeft u door een ander mens wel eens dingen gedaan die indruisen tegen uw waarden?
Maakt u zich er zorgen over dat het gedrag van een ander dat volgens u uw kinderen beschadigt?
Heeft u ooit in een privé-situatie ingegrepen om mishandeling (van kinderen) te voorkomen?
Hebben u en iemand anders elkaar ooit fysiek in gevaar gebracht?
Neemt u beslissingen op basis van angst, van plichtsbesef of schuldgevoelens?
Lijken ‘macht’ en ‘overheersing’ een grotere rol te spelen in een van uw relaties dan ‘liefde’ en ‘zorgzaamheid’?
Voor mensen, die op dergelijke vragen bevestigend antwoorden, is dit boek geschreven.
Denkt u dat vrienden en familie beter af zouden zijn zonder u?
Zo ja, zoek dan snel hulp en maak daarbij eventueel gebruik van de tips op pagina 154.
Denk u er tegenwoordig wel eens aan uit het leven te stappen?
Zo ja, zoek dan onmiddellijk hulp.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
Voorwoord
Inleiding
Herkenning?
Iedereen is anders
Wie zijn de onvoorspelbare mensen waarover deze gids gaat?
Doelgroep
Twee ervaringsverhalen
Hoofdstuk 1 Wie gaan om met deze onvoorspelbare mensen
Alle mensen
Mensen die af en toe met onvoorspelbare mensen omgaan
Mensen die een intensieve relatie met onvoorspelbare mensen onderhouden
Hoofdstuk 2 Herkenning van onvoorspelbare mensen?
Inleiding
Over de eerste indrukken
Na de eerste indrukken
Typische symptomen bij het omgaan met onvoorspelbare mensen
Over intuïtie, gevoelens en emoties
Over cognitieve storingen van onvoorspelbare mensen
Van gewone tot onvoorspelbare kinderen
Onvoorspelbare volwassenen
Onvoorspelbare mannen
Onvoorspelbare vrouwen
De belangrijkste kenmerken van de mensen waarover deze gids gaat
Samenvatting van de hoofdstukken 1 en 2
Hoofdstuk 3 Achtergronden bij onvoorspelbaarheid
Achtergronden vanuit een ontwikkeling-psychologisch kader
Overeenkomstige ervaringen in het gezin van herkomst
Angst, angststoornis, stress en psychotrauma
Gevolgen van langdurige stress
Het dier in de mens
Over rationele en emotionele werkelijkheid; realiteit en gevoelsleven
Conclusies
Samenvatting van de hoofdstukken 1, 2 en 3
Hoofdstuk 4 Problemen in relaties met onvoorspelbare mensen
Inleiding
Bevrijding van wat knelt
Ego-posities
Redders
De dramadriehoek
Overdracht en tegenoverdracht
Relationele problemen
De kern van problemen met onvoorspelbare mensen samengevat
Hoofdstuk 5 Uitgangspunten voor elke relatie
Inleiding
Een bedenksel van John O’Mill
Over jou en jouw zelfinzicht
Ieder mens is behoeftig en iedereen voelt…
Over behoeftigheid en kwetsbaarheid
Over grip als basale behoefte
Over luisteren naar een ander
Over luisteren naar jezelf
Het opnemen van gesprekken om herhaalde misverstanden uit te pluizen
Over grenzen stellen
Wat te doen wanneer gestelde grenzen overschreden worden
Problemen in het bijzijn van kinderen
Kort overzicht over hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6 Relationele problemen met onvoorspelbare mensen
Inleiding
Een fado
Leef een eigen leven
Kijken naar anderen
Praten met anderen
Zorgvuldige communicatie
Het bijhouden van een dagboek
Erkenning van onvoorspelbaar gedrag
Helden worden oefenpartners
Balans zoeken bij het ondersteunen van onvoorspelbare mensen
Planmatig te werk gaan om teleurstelling te voorkomen
Randvoorwaarden om onvoorspelbare mensen te ondersteunen
Kort overzicht over hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7 Extra inzichten vanuit de praktijk
Inleiding
Zelfreflectievragen
Relaties met onvoorspelbare mensen
Wat als uw mogelijkheden uitgeput zijn?
Wat wanneer u bedreigd wordt
Samenvatting van hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8 Specifieke relaties met onvoorspelbare mensen
Een gedicht
Inleiding en leeswijzer
Jouw onvoorspelbare kind
Jouw onvoorspelbare broer of zus
Jouw onvoorspelbare ouder
Jouw onvoorspelbare cliënt
Jouw onvoorspelbare collega
Jouw onvoorspelbare vriend(in)
Jouw onvoorspelbare partner
Kinderen met een onvoorspelbare ex van jouw ex-partner
Wat als u zelf zo’n onvoorspelbaar mens bent?
Yoga en meditatie/stil zitten
Yoga
Soto
Ervaren wat een onvoorspelbaar iemand dagelijks beleeft
Vragenlijsten
Gaat u om met een OP?
U gaat (waarschijnlijk om met een OP; wat zegt dit over u?
Vertoont u ontwijkend gedrag
Wat te doen bij een laag zelfbeeld
Aandachtspunten voor het inroepen van hulp door een professionele hulpverlener
Samengevat uit de Borderlinegids van Randi Kreger
Nawoord
Geraadpleegde bronnen
Voetnoten
Voorwoord
Deze gids had ik nooit kunnen schrijven zonder ervaringen te hebben opgedaan met onvoorspelbare mensen in mijn omgeving en zonder de vele gesprekken over dit onderwerp. Ook uit ervaringen van anderen begreep ik dat omgaan met mensen die onvoorspelbaar zijn knap lastig kan zijn. De onvoorspelbaarheid van mensen in mijn omgeving werd iets negatiefs voor mij. Sommige mensen kostten me zoveel energie dat ik alleen nog maar met hen bezig was en bijna vergat zelf door te leven. Relaties met onvoorspelbare mensen putte me langzaam maar zeker uit tot ik zo’n beetje op was. Die relaties eindigden, waarna ik weer op verhaal kwam. Later werd het mijn wens om mijn negatieve ervaringen om te zetten in iets opbouwends. Iets waar andere mensen hun voordeel mee zouden kunnen doen.
Met “onvoorspelbaar” bedoel ik doen en laten dat niet of haast niet te voorspellen is. Je zegt iets aardigs en er wordt op gereageerd alsof je kritiek had. Je zegt iets om te helpen en er wordt op gereageerd alsof je de ander kleineert. Je zegt iets vervelends en er wordt op gereageerd alsof je iets vriendelijks zei. Je wilt de ander verrassen met iets waarvan je weet dat die ander dat op prijs stelt en je krijgt de wind van voren. Elke keer wordt er heel anders op je gereageerd dan jouw intenties waren. Wanneer je goed naar de ander zou kunnen luisteren zegt hij twee dingen: jij maakt hem ongelukkig en je moet blijven omdat hij niet zonder je kan.
Voorspelbare mensen zijn misschien saai; de onvoorspelbare mensen, waarover dit boek gaat, zijn dat zeker niet. Ze zorgen voor een hoop levendigheid, maar hun gebruiksaanwijzing is moeilijk te doorgronden, omdat je nooit weet wat je van hen kunt verwachten.
Hoewel net zo veel mannen als vrouwen onvoorspelbare mensen kunnen zijn, duid ik hen in deze handleiding zo consequent mogelijk aan met het mannelijk ‘hij’ en het bijbehorend ‘hem’.
Toen ik mijzelf afvroeg wat ik van mijn levenservaringen geleerd had, begon mij te dagen dat ik bepaalde negatieve levenservaringen zou kunnen omzetten in een handleiding of een gids voor wie ook met onvoorspelbare mensen omgaat. Het is deze gids geworden. In deze uitgave noemen we onvoorspelbare mensen ‘OPs’ of een ‘OP’; ‘onvoorspelbare personen’ of een ‘onvoorspelbaar persoon’.
Zodoende is deze gids bedoeld voor mensen die ervaren dat zij aan relaties met sommige mensen meer energie verliezen dan dat zij ervan krijgen. Voor mensen die niet sterk zijn in begrenzen, mensen die graag andere mensen ter wille zijn of die moeilijk “Nee” kunnen zeggen. Tot slot en niet in de laatste plaats is deze gids bedoeld voor zulke betrokken mensen, dat ze oprecht in verwarring raken door onrecht dat bekenden of dierbaren van hen wordt aangedaan.
De titel van deze gids is ontleend aan een regel in de “Pastorale” van Ramses Shaffy, die hij in 1969 samen met Liesbest List zong. Dat is natuurlijk geen toeval: van Ramses Shaffy wordt gezegd dat hij iedereen in zijn omgeving betoverde. Shireen Strooker vertelt in de documentaire over Ramses Shaffy dat hij oog had voor muzikaal talent en dat hij mensen zo in zichzelf liet geloven dat zij zichzelf overtroffen. Hij maakte mensen mooier. Dit is het omgekeerd positieve van wat ik als negatief ervaren had: mensen die me vaak onverwachte verwijten maakten, hetgeen mij ongemerkt bergen aan energie kostte.
Ik schreef deze gids zo dat dit een overzichtelijk verhaal werd waarover ik had willen beschikken toen ik nog dagelijks omging met OPs. Over mijn aantekeningen ben ik in gesprek gegaan. Ik vroeg om commentaar op mijn ervaringsschetsen. Ontvangen adviezen verwerkte ik in mijn concepten. Zo ontstond langzaam maar zeker deze gids, die nu af is en voor u ligt.
Inleiding
Verwarde mensen halen regelmatig het nieuws. Waar vaak niet aan gedacht wordt bij dergelijke actualiteiten zijn de mensen in de omgeving van deze verward geraakte mensen: degenen die vanzelf omstander zijn omdat het hun vader, moeder, broer, zus, kind, collega, buurman of buurvrouw betreft en degenen die met hen bevriend zijn, die een liefdesrelatie met hen hebben of de mensen die verwarde mensen op hun consult treffen.
Met deze gids wil ik twee doelen te dienen:
- Het helpen van omstanders van onvoorspelbare mensen hun problemen in het leven effectiever aan te pakken, ongebruikte mogelijkheden te ontdekken en het verminderen van gemiste kansen bij het omgaan met hun eigen problemen.
- Een zetje geven aan omstanders van onvoorspelbare mensen om zichzelf te helpen in hun dagelijks leven, zodat zij zich ondanks een aantal ongemakken beter staande kunnen houden en de kwaliteit van hun leven verbeteren.
In deze gids beperk ik mij tot die verwarde mensen, die ‘onvoorspelbaar’ zijn; niet aanspreekbaar (meer) om te handelen naar gemaakte afspraken, zoals we ‘gewoon zijn met elkaar om te gaan’. Hoewel delen van deze gids misschien ook gebruikt kunnen worden door omstanders van mensen met dementie, met depressie, paranoia en wat al niet meer, richt ik me alleen op onvoorspelbaarheid, zoals die van mensen met een al dan niet gediagnosticeerde emotieregulatiestoornis, voorheen borderline. De gemeenschappelijke kenmerken en achtergronden van deze onvoorspelbare mensen, zogenaamde ‘Ops’, wordt in dit hoofdstuk besproken.
Herkenning?
Gaat u om met iemand, die af en toe zegt teleurgesteld in u te zijn? Kent u iemand die, als u een vraag eerlijk beantwoordt helemaal uit zijn dak kan gaan en wel zo erg dat u aan uzelf gaat twijfelen? Is er iemand aan wie u iets over uzelf kunt vertellen, waarna hij onverwacht in de war raakt? Bent u bevriend met iemand die van u verwachtingen heeft, die eigenlijk overdreven zijn? En dat die verwachtingen dan ook nog steeds extremer worden? Aanvaardt u gedrag van iemand in uw nabijheid terwijl u zich helemaal nooit had kunnen voorstellen ooit dergelijk gedrag van wie dan ook te accepteren? Lukt het die ander steeds weer u te verleiden zich intensief met zijn problemen bezig te houden en uw eigen strubbelingen met het leven steevast op zij te zetten? En doet u dat zelfs ook nog zonder dat die ander daar nadrukkelijk om vraagt?
Minstens 2% van de bevolking kan bij velen van ons ‘onder de huid’ kruipen, waarbij hun leven door hun onvoorspelbaarheid ontwricht wordt. Veel mensen laten die ander met zijn extreme gedrag toe omdat dat gedrag nu eenmaal ‘bij hem hoort’. Voor deze mensen, die misschien zelfs al zover zijn dat ze het extreme gedrag van die ander normaal zijn gaan vinden, is deze gids geschreven.
Iedereen is anders
Op de wereld wonen zo’n 7,5 miljard mensen. Daarvan wonen er in Nederland zo’n 17 miljoen en in België ruim 11 miljoen. Hoe onvoorstelbaar ook, al die 7,5 miljard mensen zijn onderling verschillend. Eeneiige tweelingen weinig, en dat is een uitzondering op de regel van onderlinge variatie; de spreekwoordelijke uitzondering die de regel ‘dat iedereen uniek is’ bevestigt.
Van die 28 miljoen mensen in België en Nederland zijn er heel wat op een bepaalde manier onvoorspelbaar voor andere mensen en voor zichzelf. Zeker 500.000, maar waarschijnlijk nog veel meer. Niet omdat die mensen een andere culturele of sociale achtergrond hebben. Niet omdat die mensen ergens opgegroeid zijn waar men nu eenmaal anders met elkaar omgaat. Nee, mensen die zich, ondanks de overeenkomsten in cultuur, achtergrond en andere sociale overeenkomsten, volgens ingewikkelde maar herkenbare patronen gedragen en door hun onvoorspelbaarheid specifieke problemen tegenkomen. Ik gebruik hiervoor in deze gids de term ‘onvoorspelbaar mens’ en ik kort die term af door te schrijven over ‘OP’ en ‘OPs’, een onvoorspelbaar persoon of onvoorspelbare personen. De term ‘onvoorspelbaar mens’ zou kunnen doen vermoeden dat er daarnaast ook ‘voorspelbare mensen’ zijn. Helaas, dat is niet het geval. Niemand zal door en door voorspelbaar zijn. Iedereen doet anderen wel eens verbazen, maar deze gids gaat over de sommige mensen die steeds weer onvoorspelbaar zijn voor anderen en zelf ook voor zichzelf. Dit zijn mensen waarop men niet kàn anticiperen. Willen ze friet en koop je friet, dan wilden ze er het sausje bij, dat jij niet hebt gekocht, waarbij ze het vanzelfsprekend vinden dat je dat had moeten weten. Daarvoor ken je elkaar nu toch lang genoeg? Bovendien vinden ze dat je hen met je vette frieten ongezonde voeding opdringt.
Deze gids gaat over het omgaan met mensen, waarbij hun onvoorspelbaarheid ook voor henzelf haast niet hanteerbaar is. Het gaat om de mensen die vaak extreem op situaties reageren en daarbij voor zichzelf en anderen onvoorspelbaar zijn.
“Ik houd van je”, zei de jongeman tegen zijn vrouw. Ze waren inmiddels ruim 3 jaar samen.
De vrouw zag aan zijn houding en neerbuigendheid dat hij haar haatte. De leugen die hij zojuist had uitgesproken deed haar vreselijk verdriet. Nooit in haar leven had zij zich zo alleen gevoeld als nu met deze man. Man? Een lapzwans was het, waarbij je moet uitkijken voor al zijn verbale geweld. Wie weet zou hij haar wel fysiek in elkaar slaan als ze verkeert reageert. Bang voor zijn reactie, beantwoordde zij zijn liefdesverklaring naar eer en geweten: “Och lieverd, ik weet dat jij dan denkt”.
Het is juist met deze mensen in de omgang net zo belangrijk te weten wat u niet moet doen om schade te voorkomen, als wat u wel zou moeten doen om er voor iedereen het beste van te maken. Voor alles wat in deze gids gezegd wordt over OPs en de vrouwen en mannen, die met OPs omgaan, geldt dat zij stuk voor stuk van elkaar verschillen. Tegelijk hebben zowel OPs als de mensen, die met deze mensen omgaan, ook heel wat overeenkomsten met elkaar. Daarover gaat het in wat volgt.
In deze gids worden mijn theoretische zienswijzen beschreven om een kader te schetsen. Dat helpt bij het verkrijgen van inzicht in wat te doen en wat na te laten. Uiteraard is dit het verhaal van de schrijver. Bovendien, voor alles in deze gids geldt, om met Krisnamurtie te spreken : “Belangrijk is dat ieder mens er zelf achter komt of wat gezegd wordt de waarheid is. Dat doet men door het te onderzoeken en te ontdekken of het werkt in het dagelijks leven”.
Wie zijn de onvoorspelbare mensen waarover deze gids gaat?
De psychoanalytische opvattingen over de achtergronden van OPs verschillen . Hun achtergronden kunnen samenhangen met een ontwikkelingsstoornis waarbij OPs hun leven lang verlangen naar hechting aan een ideale ouderfiguur. Dit is dan iemand die ze niet gekend hebben, en die ook niet bestaat aangezien op ieder mens natuurlijk wel eens wat aan te merken is. OPs kunnen ook gezien worden als een persoonlijkheidsstructuur waarbij sommige algemeen kenmerkende eigenschappen over- en andere onderontwikkeld zijn. Hun persoonskenmerken kunnen daarom opgevat worden als een permanent wankel evenwicht, dat ook nog eens regelmatig verstoord wordt.
Hoe het ook zij, menig maker van talkshows zal ingenomen zijn met de OPs als hun gast, waarover deze gids gaat. Ze zijn impulsief en lijken verzot op aandacht, nemen risico’s, hebben een voorkeur voor gedragsextremen en onderhouden hectische interpersoonlijke contacten. Iedereen kan te maken krijgen met deze mensen, die vaak ook nog eens heftig van stemmingen wisselingen. Mensen die plotseling van gedachten kunnen veranderen of gedrag vertonen dat vanwege omslagen op zijn zachts gezegd ‘niet alledaags’ of strelend ‘kleurrijk’ is. Het gaat om mensen die in werkelijkheid impulsief reageren op de wereld om hen heen, die op haast alle levensgebieden problemen ervaren of voor wie iets of iemand fantastisch is en even later ergerniswekkend. Ze kunnen er zelf vaak ook geen touw aan vastknopen.
Wat heeft hij voor me te verbergen?
Hij koopt anders nooit iets voor mij.
Wat een prachtig cadeau! Hij MOET wel
iets in zijn schild voeren om mij dit te
geven.
Och lieverd, wat mooi
Kijk eens wat ik voor je gekocht heb
Al zijn OPs vaak teleurgesteld in hun levensverwachtingen en hoewel al vroeg de ontwikkeling van een fundamentele relatie tot anderen tot stilstand is gekomen; OPs zijn gewone mensen met gewone en bijzondere talenten en gewone en bijzondere beperkingen en veel OPs zijn bovendien in staat hun gemis aan andere mensen met wie zij zich verbonden voelen te compenseren door een intensieve relatie te onderhouden tot kunst, cultuur, voorwerpen, intellectuele kennis, natuur of dieren.
OPs zijn vaak overgevoelig voor emoties. Als kind reageerde de OP overgevoelig op emoties en was het niet in staat hiermee om te gaan. Ook als volwassene is de OP regelmatig niet bij machte om zijn emoties te reguleren en te voorkomen om in haast grenzenloze liefde of haat te vervallen. Vaak is niet geleerd veranderingen te verdragen. In plaats daarvan is het een patroon geworden angstig voor het onverwachte en teleurstellende weg te vluchten. Het gevolg is een gebrekkig interpersoonlijk functioneren, een gebrekkige waarneming van de eigen rol, het niet kunnen omgaan met crisis en een gebrekkige emotieregulatie. Er zijn therapieën ontwikkeld die zich richten op het zelf ontdekken van belastende situaties, het voorkomen daarvan en/of ermee leren omgaan.
De meest in het oog springende eigenschap van deze mensen vind ik instabiliteit, die zich uit binnen onderlinge relaties tussen personen, het zelfbeeld, de ervaren akelige gevoelens en een aan de dag gelegde impulsiviteit. Het zijn mensen die extreem reageren op voor anderen ogenschijnlijk alledaagse, maar voor hen bijzonder lastige situaties.
Heel veel mensen hebben wel eens met OPs te maken gehad. Er zijn er dan ook nogal wat, maar hoeveel is onbekend. Dat is ook moeilijk om te onderzoeken omdat deze OPs in het algemeen goed functioneren, een gewone carrière maken waarin zij zeer succesvol kunnen zijn en een zeker charisma hebben. Zij hebben ook iets in hun persoonlijkheid dat plotseling de macht van dat andere ‘gewone’ overneemt en alleen wanneer dat het geval is, zijn zij als OPs te herkennen. Heftige beschuldigingen en aantijgingen kunnen de mensen, die deze OPs dierbaar zijn, in die stemming ten deel vallen. Alles (echt alles) wat ooit was, is uit beeld wanneer zij hun onbeheersbare en impulsieve woede botvieren op degenen die hen lief zijn. En zij zullen zich slechts bij uitzondering verantwoordelijk voelen voor de schade die zij met dit gedrag aangericht hebben. Snel daarna kan dat ‘gewone’ deel van hun persoonlijkheid weer de macht overnemen, waardoor de persoon in kwestie alles weer onder controle lijkt te hebben. Met een ongekende verbale en sociale behendigheid weten zij de zojuist gekwetste dierbaren op hun gemak te stellen. En dat gaat uitstekend tot dat andere deel van hun persoonlijkheid de macht weer overneemt en vaak met nog meer (verbale) agressie hun impulsieve woede op hun dierbaren botvieren.
Degenen die al eens eerder in hun leven te maken hebben gehad met OPs, herkennen andere OPs pas wanneer zij tegen hun gewoonte in dwangmatig en veeleisend worden, of wanneer ze ineens hun pols in het verband hebben als gevolg van zelfverwonding of wanneer ze om twee uur ’s nachts opbellen met problemen die volgens anderen best tot de volgende dag hadden kunnen wachten om besproken te worden. Dit zijn de mensen, die in deze gids aangeduid worden met onvoorspelbare mensen ofwel ‘OPs’. Over deze mensen heb ik mijn verhaal geschreven hoe daarmee om te gaan.
Meestal zijn het mensen bij wie hun emoties ‘op de voorgrond staan’ en die op basis daarvan beslissingen nemen, in plaats ervan dat zij zich mede laten leiden door rationele overwegingen. Het leven van OPs verloopt veelal tot na hun 30ste levensjaar chaotisch en turbulent. Zij hebben een grote kans op één of meer ingrijpende depressieve tijden en ook is het suïcidepercentage onder deze mensen relatief hoog. Zij zijn bijzonder gevoelig voor afwijzing en hebben hun leven erop ingericht niet afgewezen te worden. Daarin slagen zij meestal maar zeer gedeeltelijk en in hun beleving slechts zelden. Trouwens, iedereen wordt wel eens afgewezen. Naar mijn idee hoort dat net zo goed bij ons leven als verwelkomt te worden. Echter, in hun beleving kunnen zij zelfs het gevoel hebben zichzelf volkomen kwijt te zijn. Dan weten zij niet meer wie zij zijn, omdat zij in de ene situatie heel iemand anders lijken te zijn dan in een andere situatie. Alsof zij steeds weer een rol spelen en alles ‘nep’ is. Dat moet wel een beangstigend gevoel zijn, lijkt me. Zijn zij op dit moment tevreden, dan zijn degenen die met hen zijn ‘top’. Voelen zij zich even later alleen, dan ervaren zij sterk in de steek gelaten te zijn door die ‘toppe’ persoon. Levend vanuit emoties, zijn zij niet goed in staat naar bedoelingen en verhalen van anderen te luisteren, laat staan hun gedrag daarop aan te passen. Van tevoren valt niet te bedenken hoe zij zullen reageren op een vraag of mededeling, omdat hun reacties afhankelijk zijn van hun emoties in het moment. Nu is voor OPs nu zonder verleden en zonder toekomt.
OPs hebben een talent voor het blootleggen van die verschillen en voor het uitlokken van sterke emotionele reacties. Bovendien gaan OPs met hun emoties om alsof het op het moment van spreken vaststaande waarheden zijn. Als zij zich in de steek gelaten voelen, beschikken ze niet over het vermogen zich af te vragen waardoor zij dat voelen, te onderscheiden wat er feitelijk gebeurd is en wat zij hebben ervaren. Als zij zich in de steek gelaten voelen, wòrden zij in de steek gelaten. Door alles en iedereen en daarop is geen uitzondering. Voor zover hun werkelijkheid negatief is, ligt volgens hen de oorzaak van die negativiteit steevast bij andere mensen. Dat ervaren zij zo zonder enig gevoel voor humor of zonder de mogelijkheid die gedachten te kunnen relatieveren. Daar komt nog bij dat deze mensen geneigd zijn zich in de steek gelaten te voelen. Echter, wanneer hun werkelijkheid positief ervaren wordt, voelen zij zich meer verbonden met de mensen in hun omgeving dan op dat moment voor de andere mensen kloppend is.
Alsof het leven met bovengenoemde problemen al niet ingewikkeld genoeg is, zijn de OPs, waarover ik deze gids geschreven heb, vaak eveneens behept met een depressie, een eetstoornis, een sociale fobie, een posttraumatische stressstoornis, relatieproblemen en/of narcistische, theatrale, antisociale of paranoïde trekjes. Deze immense problemen, die zij boven op hun onvoorspelbaarheid ervaren, brengen hun er toe om meer dan anderen met hun uitspraken over zichzelf de waarheid geweld aan te doen. Men kan het te moeilijk hebben om nog de waarheid te spreken. Bovendien, wat is de waarheid? Is er één gevoel dat we ervaren? Nee toch zeker. We ervaren allemaal wel tegenstrijdige gevoelens: fijn dat iemand op bezoek is, maar daardoor kom ik niet toe aan iets wat ik graag had gewild. OPs met daarnaast nog een andere psychische ziekte gaan daar net zo mee om als niet-OPs: schaamte, angst voor afwijzing, zich niet durven of willen te laten kennen, zich beter willen voordoen dan zij zijn; iedereen maakt zich er wel eens schuldig aan. Voor OPs is het echter min of meer gebruikelijk de waarheid anders voor te stellen dan zij is al is het maar om hun eigen emoties de baas te blijven. Daarom zou ik hen niet huichelachtig noemen. Wat zij willen, willen ze direct en zonder afwegingen te maken doen ze wat zij doen. Soms wordt het gezien als manipuleren, maar ik geloof niet meer dat het om manipulatief gedrag gaat. Zij liegen zonder intentie om dat te doen. Gevolg voor anderen is helaas wel dat zij gemanipuleerd worden, hetgeen hun relatie met OPs vaak ongemakkelijk maakt. Het grootste probleem dat OPs veroorzaken komt voort uit het verbale en soms ook het fysieke geweld.
In een afscheidsbrief schreef Chris:
Jij denkt dat je het recht hebt om vijandig te zijn tegen andere mensen en hen slecht te behandelen. Maar als zij dan allesbehalve lief reageren, overstuur raken of kwaad worden, zie jij dat als een extra bewijs dat je sowieso niet aardig tegen hen had hoeven zijn. Dat heb je tegenover mij herhaaldelijk gedaan – plotseling tegen me uitvallen om onduidelijke of onterechte redenen, en vervolgens iedere verantwoordelijkheid afwijzen als ik daardoor overstuur raakte.
Ik vermoed dat alle mensen het potentieel bezitten om een OP te worden. Niemand heeft namelijk in zijn vroegste jeugd een zo complete separatie en individuatie meegemaakt en niemand heeft zijn zelfbeeld zo goed eigen gemaakt dat hij niet in bijzondere situaties dezelfde mechanismen zou gaan gebruiken die OPs regelmatig gebruiken.
OPs onderscheiden zich als groep niet van een andere groep mensen die bestaat uit mensen die bij uitstek voorspelbaar zijn. Ieder mens verrast andere mensen wel eens. Wat een kenmerk is van OPs, is dat anderen nooit kunnen anticiperen of zij iets wel of niet zullen gaan waarderen. Zelfs het nakomen van een met hen gemaakte afspraak kan hen dermate verontrusten dat ze in woede uitbarsten.
Overigens lijkt literatuuronderzoek uit te wijzen dat de onvoorspelbaarheid van deze mensen een hoogtepunt heeft tussen de adolescentie en het vierde decennium van hun leven.
Doelgroep
Mij bleek dat voor het omgaan met mensen, zoals ik OPs hierboven beschreef, een handleiding of handzame maar min of meer complete gids ontbreekt. Om met hen om te gaan is een hele kunst en om dat te doen zonder de regie over het eigen leven te verliezen is een nog groter uitdaging, zeker wanneer die kontakten tussen OPs en omstanders intensief zijn. De omgang met deze mensen kan wel eens achteraf een ongewenste inpakt op het leven hebben, want relaties met deze mensen zijn echt moeilijk te onderhouden.
Het eerste deel van deze gids tot en met hoofdstuk 4 gaat over overeenkomstige eigenschappen van de mensen, die omgaan met uitermate onvoorspelbare mensen met een Nederlandse, Vlaamse of in elk geval Westerse achtergrond. Niet-Westerse mensen hebben soms zo’n andere culturele bagage, andere karakters en andere temperamenten, dat ik dit toch maar even noem. Ik heb alleen boeken, onderzoeksrapporten en artikelen geraadpleegd, die gericht waren op Westerse mensen.
Het tweede deel vanaf hoofdstuk 5 van deze gids is geschreven voor iedereen die te maken heeft met mensen, die hij ervaart als zo uitermate onvoorspelbaar dat hij daar last van heeft.
Aan het eind van deze gids is informatie opgenomen over yoga en meditatie/stil zitten, en zijn vragenlijsten opgenomen over OPs, de mensen die omgaan met OPs en over ontwijkend gedrag. Daarna zijn tips opgenomen over wat te kunnen doen bij een laag zelfbeeld en aandachtspunten bij het inroepen van professionele hulp. Tenslotte is nog voor het nawoord, de bronvermelding en voetnoten heel kort en bondig deze gids samengevat aan de hand van een ander boek.
Twee ervaringsverhalen
Karin
“Ik ben erg bang om verlaten te worden door de mensen die belangrijk voor mij zijn”, vertelt Karin van 21 jaar oud. “Ik ben vroeger misbruikt van mijn zevende tot mijn zestiende en kon in die tijd nergens heen. Ik was heel erg bang, kon er niets tegen doen en mocht het tegen niemand zeggen. Ook zijn er veel mensen in mijn leven overleden, zoals mijn twee zusjes en mijn oma, bij wie ik me juist zo prettig voelde. Ook ben ik mensen kwijtgeraakt die ik vertrouwde: ik hoor of zie niets meer van ze nu. Dat heeft mij veel pijn gedaan en ik ben bang om nog meer mensen kwijt te raken.”
“Ik heb er heel veel moeite mee mensen te vertrouwen. Eigenlijk ga ik er van tevoren al vanuit dat wanneer ik iemand ontmoet bij wie ik mij prettig voel, ik deze persoon toch wel weer kwijtraak. Voor ik iets tegen iemand zeg, denk ik wel twee keer na, uit angst iets verkeerds te zeggen en diegene kwijt te raken. (…) Ik geef mezelf er de schuld van als ik verlaten word: ik denk dan dat ik niet goed genoeg ben en dat ik lelijk ben. Vaak krijg ik ook gedachten over zelfmoord of ik ga mezelf snijden. Ik heb last van een stem in mijn hoofd die mijn verleden terughaalt en me bang maakt. Als ik deze stem hoor, dan kruip ik doodsbang in een hoekje, wachtend tot iemand het merkt.”
Anne
“Ik heb sinds drie jaar een vriend van wie ik heel veel hou”, vertelt Anne van 27. “In het begin was hij erg lief en zorgzaam. Maar de laatste tijd hebben we veel problemen. Als een blad aan een boom slaat zijn stemming soms om. Zijn woedeaanvallen zijn dan echt beangstigend. Vorige week heeft hij mij midden in de nacht het huis uitgezet.
Ik probeer er met hem over te praten. Het ene moment lijkt hij zich wel bewust van zijn probleem en wil hij eigenlijk wel hulp, maar het volgende moment ontkent hij alles en krijg ik de schuld. Dan ben ik bang voor hem, want hij wordt dan erg agressief. Wat moet ik doen? Wat kan ik van hem verwachten? Heeft hij een persoonlijkheidsstoornis? Gaat dit nog over?”
Hoofdstuk 1 Wie gaan om met deze onvoorspelbare mensen
Alle mensen
Indien mensen al rechten hebben, alsof die in de natuur ingebakken zouden zijn, dan zouden alle mensen ‘recht’ hebben op gezonde sociale relaties. Bent u ervan overtuigd recht te hebben:
- Op als persoon gerespecteerd te worden?
- Op vervulling van uw emotionele en fysieke behoeften?
- Op niet als vanzelfsprekend te worden beschouwd, maar gewaardeerd te worden?
- Op effectief met uw dierbaren te kunnen communiceren?
- Op uw privacy?
- Op niet voortdurend te hoeven vechten om de macht?
- Op u goed te voelen over uzelf en al uw relaties?
- Op in contacten over en weer te worden vertrouwd, bevestigd en te worden ondersteund?
- Op zich binnen en buiten uw relatie verder te kunnen ontwikkelen?
- Op er eigen opvattingen en gedachten op na te houden?
- Op de keuze uw sociale relaties in stand te houden of te beëindigen?
In contacten, waarbinnen iemand maanden of jaren overstelpt wordt met aantijgingen, kritiek, verwijten en woede-aanvallen van een ander kunnen mensen het zicht verliezen op wat een ‘gezonde relatie’ is. Ze kunnen ook gaan denken dat zij geen ‘gezonde relatie’ verdienen.
Mensen die af en toe met onvoorspelbare mensen omgaan
OPs kunnen ‘natuurlijk’ op iemands pad komen, doordat zij bijvoorbeeld deel uitmaken van de familie als (groot-)moeder, (groot-)vader, zus, broer, tante of oom. Familie kiest men niet, maar kan wel belangrijk zijn en een grote invloed uitoefenen op een leven. Men kan ook OPs tegenkomen in schoonfamilie of bijvoorbeeld als stiefouder. Ook daarbij zijn de keuzevrijheden beperkt.
OPs kunnen ook ontmoet worden als collega, kennis, vriend(in) of partner. Naarmate de relatie met iemand die onvoorspelbaar is dieper gevoeld wordt, zullen deze OPs het leven van de ander meer beïnvloeden. De gevolgen van deze invloed zijn veelal ‘een gevoel continu in een proeftijd te zitten’. Naarmate zij wennen aan het onvoorspelbare gedrag krijgen zij zelf soms last van schuldgevoelens, schaamte, depressie, uitputting, sociale isolatie en hulpeloosheid.
Naast hun instelling een dierbare te helpen, hun opgebrachte geduld en het brengen van stabiliteit zijn mensen die met OPs omgaan vaak kwaad op zichzelf, hun dierbare, het lot, mensen in de omgeving van hun dierbare en de geestelijke gezondheidszorg. Misschien hebben zij weinig emotionele energie over. Misschien zijn zij verdrietig door hun verloren illusies. Misschien twijfelen zij aan zichzelf of zijn zij bang voor fysiek of verbaal geweld. Misschien maken zij zich ernstige zorgen om hun dierbare. Vaak leven zij onder een hogere spanning dan mensen die niet met een OP omgaan.
Wanneer minder mensen een bepaalde prestatie kunnen leveren, wordt duidelijker wat er nodig is om gewoon te functioneren. We kunnen allemaal wel even vriendelijk zijn voor andere mensen, dus wat daarvoor nodig is weten we niet zo goed. Omdat relaties met OPs moeilijk te onderhouden zijn, kan gemakkelijker iets gezegd worden over de kenmerken van degenen die daarin slagen. Sterker nog, het zou best zo kunnen zijn dat juist mensen met specifieke kenmerken omgaan met OPs. De ‘emotionele huishouding’ van deze omstanders en hun organisatorische talenten zouden hen wel geschikt kunnen maken met een OP om te gaan, terwijl mensen die emotioneel minder stabiel zijn of die zonder veel vooruitdenken altijd maar wat doen zichzelf eerder uitsluiten voor een geregelde omgang met OPs. Van nature zouden mensen die met OPs kunnen omgaan zich tot op zekere hoogte herkennen in de volgende uitspraken:
· “Houd altijd lol in wat je doet”
· “Vat dreigende conflicten niet persoonlijk op; ga geen strijd aan, maar stel je flexibel op”
· “Wees open, ontwapend eerlijk, respectvol en consequent”
· “Ga met heftige emoties, die geuit worden door gevoelens van afhankelijkheid, afwijzing, agressie, minachting of suïcidedreiging, om alsof het dagelijkse kost is”
· “Laat je niet onder druk zetten, ook niet onder tijdsdruk”
· “Waarborg voor jezelf voldoende veiligheid, bepaal je grenzen en bewaak die; scherm bijvoorbeeld je persoonlijke leven af”
Ik vermoed dat mensen die omgaan met OPs allereerst goed in staat zullen zijn onderscheid te maken tussen wat voor iemand anders belangrijk is en wat voor henzelf van cruciaal belang is. En zij zullen op de een of andere manier geleerd hebben om te gaan met wispelturig gedrag. Verder zullen zij rustig kunnen blijven met emotionele spanning. Grievende opmerkingen zullen zij ‘buiten’ zich kunnen houden, door ze niet zwaar op te nemen, te relatieveren of door die opmerkingen doodeenvoudig niet persoonlijk op te vatten ook al zitten ze vol met gejij en gejou. Misschien bedenken deze omstanders wel verzachtende omstandigheden waarom de beledigende of pijnlijke opmerkingen door hun OP gemaakt zijn. Mensen die de OPs in hun omgeving serieus nemen en die hun grieven kunnen aanhoren zonder van slag te raken zijn in elk geval niet doorsnee. Zij hebben een klein ego of zij zijn eraan gewend geraakt dat hun ego gekwetst wordt. Om zichzelf te beschermen, begrenzen zij anderen niet snel. Hooguit begrenzen zij anderen als het al te laat is.
Mensen die een intensieve relatie met onvoorspelbare mensen onderhouden
Degenen die langdurig een relatie kunnen onderhouden met OPs bezitten op sommige vlakken bij benadering de tegenovergestelde eigenschappen als de OPs: zij hebben zichzelf meestal onder controle, zijn koersvast, volgen een soort van strategie en zij zijn geneigd zich aan te passen aan mensen en situaties. Zij overdenken de consequenties van hun beslissingen voordat zij een besluit nemen, denken genuanceerd en zij kunnen zich meestal goed staande houden in allerlei verschillende situaties. Het zijn doorgaans emotioneel stabiele mensen die in hun verleden volgens mij vaak waarschijnlijk de nodige onvrede, verwaarlozing of emotionele beschadigingen voor hun kiezen hebben gekregen. Ze hebben in elk geval een liefdevol hart en zijn begaan met hun medemensen.
Mensen, die zij later betichten van onvoorspelbaarheid en van een grillig gedrag, kunnen hen eerst betoveren, doordat deze latere OPs gedrag laten zien, dat deze omstanders zelf moeilijker vertonen. OPs kunnen dan ook juist goed vanuit hun gevoel leven. Daardoor kunnen deze omstanders een relatie met een OP als het ware worden ingezogen. Geleidelijk kan de relatie met zo’n kleurrijke, aantrekkelijke persoonlijkheid veranderen. Dat wat aantrekt gaat tenslotte altijd ook wel eens tegenstaan. Dat wat kleurrijk was, wordt oogverblindend. Dat wat aantrekkelijk was irritant. Soms hebben deze omstanders te weinig zicht op hun eigen behoeften en motieven. Pas laat zullen zij zich realiseren dat ze niet aan hun trekken komen. Soms te laat. Daarom is het voor deze omstanders net zo goed belangrijk hun eigen behoeften te leren kennen. Deze mensen zou volgens mij geleerd moeten worden vrijheid te bereiken door af en toe wat venijn in te zetten of op zijn minst regelmatig grenzen te stellen. Gewoon voor zichzelf opkomen zonder eerst van alles te bedenken, zou ook kunnen helpen. Relaties kunnen ‘duister’ worden, als deze omstanders alles steeds maar op hun beloop laten. Zij worden daardoor zelf teveel onzichtbaar binnen de relatie. Wat kalme, lang onverstoorbare persoon moet leren in relatie met een veel grilliger OP is ‘grenzen stellen’. Het toongespreide begrip en geduld van de omstander werkt verstikkend voor beiden. Deze mensen zouden moeten leren dat gezegd kan worden, zonder uitgebreid de redelijkheid ervan te onderzoeken: “Ik tolereer dit niet” of iets van die strekking.
Mensen, die intensief omgaan met OPs, lopen de kans hun zelfbeeld te beschadigen. Deze mensen doen , wanneer zij in de rol van slechterik gezet worden, vaak extra hun best om aan te tonen dat ze wèl betrouwbaar zijn. Vaak tevergeefs, doordat de gevoelens van wantrouwen niets te maken hebben met hoe de omstander zich gedraagt. Zeker degenen die bij aanvang van hun relatie al bescheiden waren en bewust of onbewust naar bevestiging zoeken kunnen in de relatie met een OP beschadigd raken. Zonder het in de gaten te hebben kunnen verwijten en woede-uitbarstingen het zelfbeeld van degenen die met OPs omgaan steeds verder afbreken.
Mensen die intensief omgaan met OPs lopen de kans sociaal geïsoleerd te raken. Onvoorspelbare mensen willen er nog wel eens op aandringen banden met anderen te verbreken. Daar vinden zij dan altijd gegronde redenen voor. En dringt de OP niet aan op het verbreken van banden met anderen, dan kunnen deze omstanders zich door hun vrienden slecht begrepen voelen als het over de omgang met hun OP gaat. Of zij kunnen zich aangevallen voelen of genoodzaakt het gedrag van de OP te vergoelijken of te verdoezelen. Ook dat kan zoveel verkeerde energie kosten, dat vriendschappen extensiever worden ingevuld. Het verbreken van vriendschapsbanden of extensiveren van de omgang met anderen door het gedrag van een derde levert uiteindelijk voor niemand iets goeds op; voor de OP niet en voor de omstander niet.
Het meest bijzondere aan mensen die een intensieve relatie hebben met een OP vind ik dat zij lang kunnen denken dat hun verhaal uniek is. Zelfs wanneer zij in hun leven enkele keren relaties aanknopen met OPs, dringt bij hen nog niet door dat er gewoon best veel OPs zijn. En dat hun verhaal helemaal niet zo uitzonderlijk is als zij denken, maar dat er weinig informatie is over het omgaan met deze bijzondere categorie mensen. Bovendien is een zekere vertrouwenband nodig om dergelijke complexe verhalen te vertellen. Er zijn voor omstanders volgens mij geen lotgenotengroepen. Zo zoekt iedereen een eigen modus om met hun OP om te gaan, zonder er weet van te hebben dat hun verhaal helemaal niet uniek is, maar dat ‘lotgenoten’ elkaar gewoon nauwelijks of niet weten te vinden.
Mensen, die met OPs omgaan, lopen een goede kans vast te komen te zitten in hun leven. Zo kunnen ze angstgevoelens ontwikkelen over praktische zaken, zoals ‘of hun OP het zal redden zonder hen’. Ook kunnen ze angstgevoelens koesteren voor conflicten en voor het onbekende. Vanuit plichtsbesef of rolverdeling kunnen ze geen mogelijkheden zien goed voor zichzelf te zorgen. Ook kunnen schuldgevoelens het hun verhinderen ‘juiste inschattingen’ te maken. Soms is bij mensen, die omgaan met OPs, sprake van weinig zelfrespect; zij proberen hun schaamte te verbergen door ‘fantastisch goed’ te zijn. Dat wil zeggen, door zichzelf uit te vlakken en op te offeren voor de ander. De ‘Redders’ onder de mensen die met OPs omgaan beginnen altijd met de beste bedoelingen: ze willen helpen. Ze doen er vaak alles aan om de vrede te bewaren en conflicten te vermijden. Ze kunnen zelfs de ‘schuld’ op zich nemen over gebeurtenissen waarvoor zij niet verantwoordelijk waren. Uiteindelijk voelen deze redders zich gemanipuleerd, boos en gefrustreerd. Bovendien kan het OP-gedrag, dat resulteert in de ander te overheersen, te intimideren, te straffen en/of te isoleren, leiden tot lusteloosheid, verwarring en besluiteloosheid waardoor omstanders gaan vastlopen.
Hoofdstuk 2 Herkenning van onvoorspelbare mensen?
Inleiding
Ik betreed op maandag 1 oktober 2007 een leegstaand huis aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht. Niemand mag weten dat ik hier ben, want ik heb hier officieel niets te zoeken. Een vriend van mij gaf mij de sleutel. Hij heeft van zijn woningcorporatie dit huis als vluchtwoning toegewezen gekregen. Zijn eigen huis wordt gerenoveerd en als de werklieden en rommel hem te veel worden, kan hij in dit huis schuilen. Van mijn vriend mag ik als zijn gast gebruik maken van dit leegstaande huis. Het is een kaal huis dat te zijner tijd gerenoveerd zal gaan worden. Het is kaal en koud, maar het water stroomt er desgewenst uit de kraan en douchekop en er is elektriciteit. Ik ben blij met deze plek en overnacht er alsof ik kampeer.
De ochtend van deze eerste oktoberdag wist ik nog niet dat ik die dag per direct nieuw onderdak nodig had. De avond tevoren waren de problemen met mijn partner zozeer uit de hand gelopen, dat ik ’s nachts niet met haar kon zijn. Ik had in de woonkamer geslapen en hoopte op een goed gesprek de volgende dag. Omdat dat goede gesprek niet mogelijk was, heb ik dadelijk ander onderdak nodig. Misschien voor een of twee nachten, misschien voor langer.
De volgende dag haal ik wat kampeerspullen uit wat officieel mijn woonadres is: twee kampeertafels en acht campingstoelen. Verder een campinggasstel, kampeerpannen, campingbestek en plastic boorden, kommen, bekers, matjes en slaapzakken. Van een andere vriend krijg ik zijn voorraad huisraad voor zover die in zijn schuurtje is opgeborgen en een fles wijn. Ik krijg van hem zelfs een matras en beddengoed.
Mijn drie kinderen van 18, 15 en 15 jaar haal ik aan het eind van de middag op. Ook zij worden overvallen door het nieuws dat ze mij niet zullen treffen in het huis waar zij nu bijna twee jaar voor de helft van de week wonen. Tijdens het avondeten leg ik hen uit wat er gaande is. Na het eten zitten we met elkaar op campingstoelen rond een van de kampeertafels. Er is geen afleiding van internetverbindingen of televisie dus we praten met elkaar. Zij doen wat aan hun huiswerk en we lezen wat. ’s Nachts liggen we berengezellig met elkaar op matjes en eentje op een matras in een te kleine kamer. We praten met elkaar. Steeds valt een van ons in slaap totdat ik met nog slechts een van mijn kinderen praat. Dan vallen wij ook in slaap.
De volgende avond wanneer we weer na het eten met elkaar rond de tafel zitten voel ik vanuit mijn kinderen een contact terugstromen tussen hen en mij. Een contact, dat kennelijk opgedroogd was, wordt in mijn beleving beetje bij beetje hersteld. Ik voel voor het eerst sinds lang weer warmte tussen ons. Nu ik het weer voel, de intensiteit van het contact zoals ik dat vroeger met mijn kinderen had, voel ik ook verdriet. Verdriet en zorg. Ik had niet gemerkt dat ik mijn kinderen langzaam aan het kwijtraken was, zoals je niet merkt dat je ogen geleidelijk achteruitgaan of je gehoor langzaam maar zeker afneemt. Pas als het flinke vormen aangenomen heeft, bemerk je dat een geleidelijke proces gaande geweest is. Ik had niet gemerkt dat mijn kinderen van mij vervreemden, maar het is wel gebeurd. Pas nu, in dat lege, kale, koude huis merk ik dat. De afgelopen twee jaar was al mijn energie erin gaan zitten om het leven van mijn partner leefbaar te houden. Zonder enig succes overigens.
Ik was doorgegaan met het steunen van mijn partner en met proberen een goede partner voor haar te zijn totdat ik niet meer kon. Dat ik mijn relatie met mijn kinderen op het spel zette, had ik tot mijn grote schrik niet bemerkt. Dat merkte ik nu pas, nu de warmte tussen ons weer begon te stromen, terwijl de woonkamer waarin we zitten haast niet te verwarmen is.
Zo eindigde mijn laatste liefdesrelatie met een voor mij onvoorspelbare vrouw. Wilde ik eerst tijdelijk even tot rust komen, al snel werd mij duidelijk dat mijn stap een definitieve zou zijn. Deze eerste oktoberdag markeerde daardoor een begin van een nieuw leven. Inmiddels ligt deze affaire tien jaar achter me.
In dit hoofdstuk geef ik een meer gedetailleerde algemene beschrijving over OPs; de eerste indruk die zij achter kunnen laten, welke indruk zij kunnen maken wanneer men elkaar beter kent, de typische manieren van omgaan – over en weer – tussen OPs en hun omstanders, over gevoel en verstand. Daarna beschrijf ik in dit hoofdstuk wat ik kenmerkende eigenschappen vind van onvoorspelbare kinderen, mannen en vrouwen.
Over de eerste indrukken
Op het gedrag van de OPs, waarover deze gids gaat, kunnen andere mensen niet anticiperen. Dat werd hiervoor duidelijk gemaakt. Maar zij voldoen aan meer kenmerken, die kennelijk samenhangen met hun onvoorspelbare gedrag.
Zo kleden zij zich bijvoorbeeld vaak smaakvol, artistiek of modieus. Ze nemen in gezelschap daarmee net wat meer verbale ruimte in dan de anderen. Het lijkt alsof zij zich graag onderscheiden, maar dat is het niet. Zij overschreeuwen hun angst voor gezelschappen op zo’n manier dat een dergelijke angst niet vermoed kan worden. Vindt iedereen iets mooi, dan vinden zij er niets aan. Wil iedereen naar links dan gaan zij wel mee, maar ze hebben er bezwaar tegen. Zij raken zichtbaar geroerd door zaken waar anderen aan voorbij gaan en hun beroering steken ze vaak niet onder stoelen of banken. Theatraal en onvermijdbaar kunnen ze er een persoonlijk verhaal bij vertellen. Kortom, zij zijn duidelijk aanwezig.
Hun optreden kan als ‘aantrekkelijk’ ervaren worden of als ‘afstotend’. Een tussenweg is er eigenlijk niet. Het zijn ogenschijnlijk hartstochtelijk gedreven mensen die ook nog eens nadrukkelijk kleur geven aan hun omgeving en hun eigen leven. Dat kan in hun kleding zitten, met felle, mooie, contrastrijke kleuren, maar ook grauwe, sombere kleuren die met zorg vloeiend in elkaar overgaan. Zijn ze met andere mensen, dan zijn ze vaak nadrukkelijk aanwezig. Door hun onconventionele manier van doen gaan ze niet onopgemerkt aan anderen voorbij. Veel mensen zullen zich intuïtief afsluiten voor deze nadrukkelijk aanwezige types. Bij anderen, zoals ik, wekken zij juist belangstelling. Zij geven kleur, die ik niet makkelijk aan mijn omgeving geef. Mij fascineert het ook steeds weer wanneer iemand met een mening als de hunne zich zo als een vis in het water kan bewegen tussen andere mensen. Ik zou het niet kunnen zonder binnen de kortste keren hooglopende conflicten te krijgen.
De OPs, waarover deze gids gaat, zijn meestal uitzonderlijk intelligent en kunstzinnig. Die kunstzinnigheid uit zich in hun kleding en de inrichting van hun woonkamer en woning. Een OP vertrouwde mij eens toe dat haar woonkamer, volgens een vriendin van haar, aanvoelde als een baarmoeder. Dit past typisch bij OPs. Aan de inrichting van de woon- en slaapkamer en heel hun omgeving zullen OPs meer aandacht besteden dan mensen gemiddeld doen. Dat heeft een functie. Deze ruimten moeten volgens mij passen bij de verschillende emoties die hen overkomen. Ook de kleding, die zij dragen, mag ‘schreeuwen’ en moet passen bij hun wisselende emoties.
Vaak hebben zij in hun levensritme ook uitdrukkelijk tijd voor zichzelf nodig. Zij maken op een gewone dag heel wat mee en dat vraagt om verwerking. Daarom zijn gewoontes belangrijk voor hen, net als tijd waarin even niets gevoeld hoeft te worden. Daarnaast is tijd nodig waarin zij zelf kunnen bepalen wat te doen en hoe dat te doen. ‘Ongeziene tijd’ omdat zij tot rust moeten komen en dan even geen invloed van anderen kunnen velen.
Na de eerste indrukken
OPs worden gekenmerkt door snelle en frequente stemmingswisselingen en impulsief handelen. Zij kunnen doorgaans alleen met andere mensen omgaan wanneer zij de relatie tussen hen en die ander continu in de hand kunnen houden. Zij kunnen omstanders ervan beschuldigen ‘koud en wreed’ te zijn, terwijl zij bang zijn dat deze ‘onmensen’ hen verlaten. Omgaan met OPs vereist van omstanders hun OP een vast kader te bieden en naast goed te luisteren, alert te zijn op lichaamstaal en tegenoverdracht (waarover meer in de paragraaf “Overdracht en tegenoverdracht van hoofdstuk 4).
Ja, ja, tot je me verlaat.
Maar ze bedoelt het vast goed.
Wat zal het vreselijk veel pijn doen
als zij mij ook weer in de steek laat.
Ik laat dat NOOIT gebeuren.
Ik heb het ook fijn met jou,
Ik heb het fijn met je wat gaan we eten?
OPs kunnen vervuld zijn van zelfhaat en kunnen om die reden:
- anderen ervan beschuldigen hen te haten
- zo kritisch en opvliegend worden dat anderen hen uiteindelijk willen verlaten
- anderen als dader aanwijzen en zichzelf de rol van slachtoffer aanmeten.
Die anderen kunnen dan denken dat zij inderdaad problemen hebben veroorzaakt. Dat kan een objectief feit zijn. Tegelijk kunnen zij gaan denken dat juist zij daardoor verantwoordelijk zijn voor alle problemen in deze relatie, maar daarvoor zijn natuurlijk beiden deels verantwoordelijk. Ze kunnen gaan denken dat het gedrag van de OP voortkomt uit zijn gedrag, terwijl de OP lijdt aan een complex ervarings- en gevoelsleven, waar elk ander juist buiten staat. Doordat de omstanders zich dat niet kunnen voorstellen, komt het niet in hun op dat hun OPs zich zo in de steek gelaten voelen dat het een grondtoon in hun leven geworden is. Omstanders kunnen denken dat zij verantwoordelijk zijn voor de problemen van hun OP omdat niemand anders hem zal helpen. Feit is natuurlijk dat daarmee de boodschap aan de OP gegeven wordt dat hij niet voor zichzelf kan zorgen en hun OP zich niet op zichzelf hoeft te concentreren om de relatie te verbeteren. Omstanders kunnen ook denken dat de problemen verminderen indien beiden het met elkaar eens zijn geworden. Ook dat is een illusie, net als de gedachte de vrede terugkeert wanneer de OP overtuigd wordt dat zijn beschuldigingen onterecht waren. Waar het allemaal om gaat is dat de OP en hun omstander elkaars belevingswerelden totaal niet begrijpen.
Mensen willen nog wel eens denken dat ze alles voor lief moeten nemen van iemand van wie zij houden. Of dat de ander er niets aan kan doen onredelijk of gevaarlijk te zijn. Of dat de ander niet met grenzen kan omgaan. En tenslotte kunnen mensen denken dat wat de ander ook doet, zij onvoorwaardelijk hun liefde, begrip en steun moeten blijven geven en de ander onvoorwaardelijk helemaal moeten accepteren en zijn gedrag respecteren. Ik vind dat een illusie; wel een romantische, maar niettemin een mooie fantasie. Er bestaat een groot verschil tussen een persoon liefhebben, steunen en accepteren en diens gedrag liefhebben, steunen en accepteren. Onze kinderen, waarvan we zielsveel kunnen houden, kunnen soms toch gecorrigeerd moeten worden. Door ongezond gedrag van een OP toe te staan houden deze mensen hun eigen gedrag en het lijden van zichzelf en omstanders in stand.
Kijken we goed naar de OPs, waarover deze gids gaat, dan vallen enkele primitieve verdedigingsmechanismen op. Manieren om het bewustzijn te beschermen tegen akelige gedachten of vervelende gevoelens. Zoals een kind die gewoonlijk ontwikkelt: aandacht voor de omgeving verliezen door in zichzelf gekeerd te raken, het akelige en onhanteerbare onbewust te ‘maken’ of domweg ontkennen. We kunnen, wanneer we onze OPs goed kennen, vijf typen mensen in hen onderscheiden. Elk type bestaat uit een herkenbaar en terugkerend gedragspatroon met een kenmerkende houding, een patroon van gevoelens of emoties en gedachten. Elk type bepaalt in gegeven omstandigheden het denken, doen en voelen van de OP. De ene keer dit type, even later een ander type en zo voorts. We onderscheiden :
- De beschermer. In dit type is hij afstandelijk en gereserveerd. Dit type geeft aan niets bijzonders te voelen en doet alles wat gedaan moet worden. Het laat geen emoties toe en handelt adequaat, maar voelt zich leeg.
- De straffende ouder. Zelfkritiek, zelfontkenning, zelfhaat en zelfbeschadiging kenmerken het gedrag van dit type. De OP walgt van zichzelf en is boos, omdat hij behoeften heeft. Of omdat hij behoeften toont.
- Het woedende kind. Dit type is furieus en ventileert zijn gevoelens op een buitengewoon heftige manier. Het handelt impulsief en eist daarmee zijn behoeften op. Het manipuleert en dwingt op een inadequate, maar trefzekere manier om dingen gedaan te krijgen. Dit type kan dreigen met suïcide en deze dreiging ten uitvoer brengen.
- Het verlaten en misbruikte kind. Dit type heeft door opgedane ervaringen een negatief beeld van zichzelf ontwikkeld, en ook van anderen en de wereld om zich heen. Dit type voelt zich hopeloos, angstig, depressief, behoeftig, waardeloos en vreselijk alleen. In deze toestand hebben OPs een geïdealiseerd beeld van degenen die hen dierbaar zijn of die hen helpen. Dit type doet wanhopige pogingen om verlating door hun geïdealiseerde omstanders te voorkomen.
- De volwassene. Dit type ten slotte verkeert in een toestand waarin vertrouwen in zichzelf en anderen bestaat. Het kan op een evenwichtige gezonde manier denken en het kan gebruik maken van hulpbronnen buiten hem. Problemen kunnen opgelost worden, beperkingen worden geaccepteerd.
Een OP kan zich het ene moment koel opstellen in een neutrale situatie (type 1; de beschermer) en plotseling ziedend van woede raken (type 3; het woedende kind), bijvoorbeeld nadat iemand iets heeft gezegd wat gevoelens van afwijzing oproept. De persoon is daarop nauwelijks aan te spreken. Het lijkt voor OPs onmogelijk om gelaagd meer dan één type tegelijk te laten zien. Juist deze verschillende typen, die de OP in zich bergt en waartussen hij snel kan switchen, maken hem voor anderen en zichzelf onvoorspelbaar. Zo ben je met een evenwichtig sprekende volwassene aan het praten, en zo door een verlaten en misbruikt kind en even later met een beschermer. Geen touw is er voor een omstander, die dit niet weet, aan vast te knopen.
Typische symptomen bij het omgaan met onvoorspelbare mensen
Iemand kan bij zichzelf constateren dat hij aan stress lijdt. Daarnaast kan hij bijzonder veel tijd en energie besteden aan het herkauwen van of proberen te anticiperen op discussies met een OP. Zodra beide aan de orde zijn ligt de ontwikkeling van andere, nieuwe stresssymptomen op de loer, want het omgaan met een OP kan op zichzelf al een stressbron zijn.
De stress, die de omgang met OPs met zich meebrengt, heeft soms tegelijk invloed op allerlei vlakken, zoals op drank- en eetgewoonten, op financieel gebied, in familie- en vriendschapsrelaties, op het vlak van gezondheid en op het werk. Gesteld kan worden dat het algemeen functioneren buiten de omgang met een OP kan lijden onder de omgang met een OP. Het sociaal netwerk kan bijvoorbeeld door schaamte en verlies afbrokkelen, waardoor de nodige sociale steun achterwege blijft. Ook kan de omgang met OPs leiden tot een aantal fysieke en psychische problemen, die zich duidelijk manifesteren of onduidelijk:
· Concentratieproblemen
· Depressie
· Emotionele vervlakking en onverschilligheid
· Futloosheid en vermoeidheid
· Gewichtsverandering
· Huilbuien
· Nervositeit of overgevoeligheid
· Onverklaarbare fysieke problemen zoals hoofdpijn of maagklachten zonder aanwijsbare oorzaak
· Paniekaanvallen
· Prikkelbaarheid of woede-uitbarstingen
· Schaamte of wanhoop
· Slaapstoornissen of slapeloosheid
· Verlies van belangstelling voor activiteiten en/of gebeurtenissen
· Verlies van seksuele interesse
Van het een komt het ander. Wanneer stress leidt tot symptomen als hierboven beschreven, bemoeilijkt dit de omgang met de OP en het bemoeilijkt het eigen functioneren. En dat levert weer nieuwe stress op, die zich op een of andere manier uit. Voor men het weet zit men in een vicieuze cirkel. Toch blijkt dat degenen die met OPs omgaan de effecten die dat op hen en hun eventuele kinderen heeft heel vaak onderschatten. Gewenning aan onvoorspelbaar gedrag, maakt kennelijk ook blind voor de heftige invloed die onvoorspelbaarheid op iemand kan hebben. Na verloop van tijd kan ook de wens aan het uitwisselen van gedachten of ondersteuning vervlakken. Gebeurde het allemaal in een keer, dan zou het opvallen, maar het gebeurt gaandeweg en valt daardoor niemand op; noch degene die langzaam maar zeker minder gaat functioneren, noch de mensen in hun of zijn sociale omgeving.
In de kern wordt stress volgens mij veroorzaakt door het ervaren van een onveilige omgeving. Wanneer een man een mijnenveld oversteekt moet hij bedacht zijn op elk detail dat kan verwijzen naar een mijn en tegelijk zal hij zich ervan bewust zijn dat hij elk moment de dood kan vinden. Levensbedreigend zal een OP zich niet opstellen, maar onvoorspelbaar gedrag dwingt met een soortgelijke concentratie als de man in het mijnenveld rekening te houden met alles wat iemand niet verwacht. Dat is niet te doen. Het maakt mensen alert op eventuele aanleidingen voor woede-uitbarstingen van de OP. En omdat het eigen aandeel onbekend blijft, levert het probleemgedrag van de OP, zoals plotselinge woede-uitbarstingen en langdurige afstandelijkheid, ook fysische en emotionele reacties op die getypeerd worden als stress. Gebeurt het eens een enkele keer dan bouwt de stress zich niet op; gebeurt het herhaald dan wordt stress opgebouwd. Eerst langzaam, beetje bij beetje en naarmate de emmer voller loopt steeds eerder tot er in de emmer geen plaats meer is voor de laatste druppel.
Stress kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door zich verwijten van de OP persoonlijk aan te trekken. Bij een woede-uitbarsting van een ander is de gedachte iets gedaan te hebben waardoor de ander boos wordt voor de hand liggend. “Communicatie komt van twee kanten”, denken we. Wanneer iemand geconfronteerd wordt met afstandelijk gedrag, zou het goed kunnen dat voor dat onaangename gedrag aanleiding is gegeven. Ook denken we meestal dat in hetgeen iemand zegt wel een kern van waarheid zal zitten. Om te bedenken dat woede, afstandelijkheid en verwijten een primaire reactie kunnen zijn op uitingen van een zich hevig onaangenaam voelen van de ander, zonder dat dit een werkelijk verband houdt met degene waarnaar die ander zich uit, valt niet mee. Toch kan bij een OP de emotionele snelkookpan ontploffen zonder duidelijk verband met wat er is gebeurd. In het innerlijk van de OP kan van alles in het verborgene gaande zijn. Onschuldige gebeurtenissen in het heden kunnen aanleiding geven voor onverwacht e emoties in het heden. Juist degenen die in de buurt zijn en waarbij de OP zich vertrouwt voelt moeten het dan ontgelden. Onvoorspelbare mensen zijn er vaak volledig van overtuigd dat hun vertekende gevoelens en overtuigingen – of die nu positief of negatief zijn – helemaal kloppen. Daarom is het de taak van omstanders een consequent, evenwichtig zelfbeeld te behouden, los van hun ups, downs en zijsprongen. Hoewel het soms welbeschouwd geen zin heeft zich de woorden aan te trekken, veroorzaken verwijten en beschuldigingen wel vaak stress.
Indien mensen zich sterk gebeurtenissen aantrekken, die ver weg in de wereld plaatsvinden, kan dit een teken zijn van opgekropte woede. In combinatie met een hoge bloeddruk, depressie, hartkwalen, hoofdpijn, maagzweren, rugpijnen of vermoeidheid kan dit ‘zich druk maken’ stressverhogend zijn. Het zou beter zijn zich alleen druk te maken over de dingen waar deze mensen direct last of hinder van ondervinden, zodat daarvoor oplossingen gevonden worden. Te overwegen is de wereld even te laten wachten totdat men zich goed in balans voelt en strijdvaardig genoeg om onrecht elders te gaan bestrijden.
Mensen die, zonder direct betrokkene te zijn, zich over zaken, die ver weg gebeuren, ernstig druk maken, zouden er goed aan doen bij zichzelf na te gaan waar die zaken, die hun levensgeluk niet bedreigen, voor staan. Persoonlijk trek ik mij zaken aan die machteloze mensen aan narigheid door hun overheden aangedaan worden. Natuurlijk vind ik het ook naar wanneer mensen door enkelingen narigheid aangedaan wordt, maar dat beschouw ik als nare incidenten die gepleegd worden door mensen met opgelopen trauma’s. Voor overheden geldt dit excuus zelden of nooit. Wanneer overheden zich schuldig maken aan misdrijven en overtredingen van het (humanitair) recht, kan ik daar slecht tegen. De link die ik leg is die met mijn thuissituatie als kind. Ellende die overheden plegen maakt mijn machteloze gevoel uit mijn kindertijd weer voelbaar. Ik maak mij druk over het lot van mensen ver weg, maar eigenlijk ben ik bezig mijn eigen verleden te her-ervaren, waarmee ik onbewust mijn stress verlaag.
Over intuïtie, gevoelens en emoties
Emeritus hoogleraar psychologie Albert Mehrabian en assistent-professor in de psychologie Henry Reed ontwierpen in 1969 een formule om de ernst van problemen weer te geven:
e = v x o x f
Ofwel de ernst van problemen (e) is gelijk de mate van verstoring (v), vermenigvuldigd met de mate van onbeheersbaarheid (o) en de frequentie (f) van soortgelijke problemen. Aansprekend in deze formule is dat de mate van verstoring, de mate van onbeheersbaarheid en frequentie niet bij elkaar opgeteld moeten worden, maar dat zij elkaar sterker versterken: een matige angst kan, wanneer deze onbeheersbaar is en vaak voorkomt van grote invloed zijn op de beleefde kwaliteit van leven.
Op de formule van Mehrabian en Reed is volgens mij wel een en ander af te dingen. Sommige problemen wennen, waardoor de mate van verstoring naar gelang de frequentie toeneemt juist vermindert. Daarnaast maakt het uit of problemen situatie- of persoonsgebonden zijn; hoe onbeheersbaar in die situatie of met die persoon ook. Verder maakt het uit of problemen ervaren worden als onlosmakelijk verbonden met ons bestaan zoals het weer, tradities en gewoontes, of dat zij ervaren worden als onnodig zoals een problematisch ervaren omgang met een ander of een groep andere mensen. Toch heb ik deze formule hier opgenomen, omdat Mehrabian en Reed ermee zeggen willen dat verstoring, onbeheersbaarheid en frequentie niet bij elkaar opgeteld moeten worden omdat ze elkaar ook vaak krachtig versterken.
OPs hebben soms de behoefte controle uit te oefenen over anderen, omdat ze voor hun gevoel zo weinig controle over zichzelf hebben. De controle over anderen maakt hun eigen wereld voorspelbaarder en daarmee hanteerbaar. Ze kunnen, terwijl zij zich dat niet bewust zijn, zelfs zover gaan anderen in onmogelijke situaties te plaatsen, een chaos te creëren waar niemand meer uitkomt. Of juist anderen te verwijten dat zij controle over hen proberen uit te oefenen.
Andere onvoorspelbare mensen kunnen juist hun macht uit handen geven, omdat zij zichzelf niet onder controle hebben. Zo kunnen ze plaats nemen in het leger of een sekte of zich aansluiten bij mensen die hen slecht behandelen, mensen die hen onder controle houden door hen angst in te boezemen.
De vaardigheid het eigen en andermans gedrag in termen van interne mentale toestanden te zien is het belangrijkste sociaalcognitieve vermogen dat mensen in staat stelt om effectieve sociale groepen te vormen. Deze vaardigheid wordt verworven in een sociale omgeving, hoewel de aanleg er toe aangeboren moet zijn. Volgens de hechtingstheorie van John Bowlby vindt de ontwikkeling van ‘het zelf’ plaats in de context van leren omgaan met heftige prille reacties. Om een normale zelfervaring te verwerven, moeten de emotionele signalen van het kind accuraat en juist gedoseerd worden gespiegeld door een hechtingsfiguur. De spiegeling moet ‘duidelijk herkenbaar’ zijn (bijvoorbeeld door overdrijving). Met andere woorden de spiegeling moet enigszins vervormd worden, omdat het kind anders het gedrag van zijn hechtingsfiguur niet als deel van zijn eigen emotionele ervaring gaat zien, maar als deel van zijn emotionele ervaring. Het is essentieel voor een kind om zijn eigen gedrag en dat van anderen te leren begrijpen in termen van gevoelens, gedachten, bedoelingen en verlangens. Wanneer een kind leert daarop zicht te krijgen bevordert dat de communicatie met anderen. Voor OPs is het vaak een probleem om het eigen en andermans gedrag in termen van interne mentale toestanden te zien. Dit probleem uit zich bijvoorbeeld in het onvermogen om bij anderen meerdere motieven te onderscheiden en om onderscheid te maken tussen eigen gedachten en realiteit. Wanneer bijvoorbeeld iemand chagrijnig kijkt, betrekken OPs dit op henzelf zonder zich te bedenken dat iemand meerdere redenen kan hebben voor hun – overigens ook nog eens vermeende – humeurigheid.
De ontwikkeling van het begrip van anderen is afhankelijk van zorgzaam en niet-bedreigend ervaren volwassenen, die de mentale toestand(en) van het kind goed begrijpen. Dit begrip voltrekt zich het best binnen een door het kind als veilig en speels ervaren kind-hechtingsfiguur-relatie. Zeker wanneer daarbinnen met een ontspannen houding de gevoelens, gedachten, overtuigingen en verlangens van het kind worden verwelkomd.
Veronderstelt wordt dat wanneer de vaardigheid om eigen en andermans gedrag in termen van interne mentale toestanden te zien niet juist is aangeleerd, dit niet alleen ernstige relatieproblemen veroorzaakt, maar ook leidt tot aantoonbaar lijden met soms zeer kwalijke gevolgen voor de persoon in kwestie. OPs hebben deze vaardigheid meestal niet juist aangeleerd en neigen er daardoor toe direct te reageren op wat zij menen waar te nemen: vermoeden zij dat iemand boos is, dan ìs voor hen die persoon boos op hen en reageren zij aanvallend. Dat doet onderlinge verhoudingen nooit goed.
Algemeen bekend is de invloed van lichaamstaal op de communicatie tussen mensen. Ook bij onderlinge afstemming van gesprekspartners is lichaamstaal van grote invloed. De uitwisseling van blikken is daarbij wellicht misschien wel het belangrijkste hulpmiddel. Met lichaamstaal worden over en weer een belangrijk deel van het contact tussen gesprekspartners, hun rolverdeling, hun respectievelijke gevoelens, hun emoties en hun band duidelijk gemaakt.
· Het woord ‘emoties’, zoals hier gebruikt, zijn de gevoelsreacties/het affectieve antwoord op de buitenwereld. Ze worden gereguleerd door het limbisch systeem, een evolutionair oude groep structuren in onze hersenen. Men kan zich bewust zijn van zijn emoties, maar ze kunnen ook onbewust optreden. Emoties, ontstaan in het limbisch systeem, blijken een sterke invloed te hebben op ons denken en gedachten in de hersenschors. Overigens geldt dit voor volwassenen. Adolescenten en jongeren maken hun emoties bewust via de amygdala in het limbisch systeem. Dat duurt ongeveer tot 25-jarige leeftijd.
· Het woord ‘gevoelens’ duidt op de bewuste weerspiegelingen van een emotie. Vermoedelijk treden gevoelens op bij mensen en mensachtigen, omdat zij beschikken over een relatief sterk ontwikkeld en evolutionair nieuwe structuur in onze hersenen, de hersenschors. Dit gebied in de hersenen lijkt vooral een rol te spelen bij de bewuste beleving van prikkels uit de omgeving, waaronder dus ook affectieve prikkels. Vermoedelijk wordt hierbij een circuit in de hersenen betrokken dat loopt van het limbisch systeem naar de hersenschors.
Hoe zit dat nu met onderlinge communicatie? Het Latijnse woord communicare betekent “iets gemeenschappelijk maken”. Meestal wordt inhoud met woorden ‘verbaal gemeenschappelijk’ gemaakt. Maar het kan ook zijn dat genegenheid uitgewisseld wordt door aanraking, knuffelen of omhelzen. Zoals eerder naar voren kwam spelen blikken een belangrijke rol in elke vice à vice-communicatie.
In ieder contact tussen mensen kunnen vier niveaus in de communicatie worden onderscheiden:
q Niveau 1: het gevoel / de emoties / de intuïtie stuurt niveau 2 aan en krijgt ook een terugkoppeling van niveau 2.
q Niveau 2: interpretatie van het proces / de rol / de bijdrage / de interactie stuurt niveau 3 aan en ontvangt daarvan terugkoppeling.
q Niveau 3: de eigen regels / de verwachtte procedure stuurt niveau 4 aan en ontvangt daar terugkoppeling van
q Niveau 4: de interpretatie van de inhoud. De vraag is: “Is de interpretatie van de inhoud van niveau 4 van de ene gesprekspartner dezelfde als die van de andere gesprekspartner?” Als het goed is komen ze enigszins met elkaar overeen; in de praktijk kunnen we met het idee van een zelfde inhoudsinterpretatie van niveau 4 uit de voeten, maar soms is dat niet haalbaar. Ongeacht wat we dan proberen: de interpretatie van de inhoud van het 4de niveau van de een blijft verschillen met die van de ander.
De ene gesprekspartner De andere gesprekspartner
Niveau 1 2 3 4 3 2 Niveau 1
Figuur 1 Beïnvloeding van de verschillende communicatieniveaus op de gevolgen van communicatie
Bovenstaand figuur 1 laat zien op welke manier twee gesprekspartners hun eigen gevoelens overhouden aan een uitwisseling. Niveau 1 omvat de basis die elk mens in de allereerste jaren van zijn leven heeft meegekregen. Daaraan valt slechts met veel moeite en uiterste inspanningen iets aan te veranderen. Op niveau zijn we niet makkelijk leerbaar. Binnen beide kaders van de gespreksdeelnemers bestaande uit hun eigen regels en verwachtte procedures, procesinterpretaties, rolverdelingen, bijdragen en interactie houden de twee gesprekspartners hun eigen gevoelens, emoties over aan hetgeen gedeeld is en gaan daar beiden uiteindelijk intuïtief mee om. De niveaus 2, 3 en 4 hebben we als kinderen en in ons verdere leven bijgeleerd en blijft ons leven lang in ontwikkeling. Met vallen en opstaan leren we daarin dagelijks bij.
Alle communicatie vergt een duidelijke boodschap van de ander en goed luisteren en nagaan van hetgeen verstaan en begrepen is juist ontvangen is. In de figuur wordt duidelijk gemaakt dat de niveaus geen gedeelde ervaringen zijn; alleen de aan interpretatie onderhavige beelden, bijvoorbeeld de gebruikte zinnen kunnen inhoudelijk gemeenschappelijk gemaakt worden. In hoeverre de geïnterpreteerde inhoud overeenkomt met eigen regels en verwachtte procedures heeft gevolgen voor de beleving van het proces, de rolverdelingen, de respectievelijke bijdragen en zodoende op de interactie. Iedereen kent wel voorbeelden van mensen die zij makkelijk begrijpen en mensen die zij haast niet begrepen krijgen.
Ook alles op niveau 1, 2 en 3 kan ‘inhoud’ worden: “Wanneer zij dat zegt, krijg ik het gevoel…” (niveau 1). “Jij moet je helemaal niet met mijn zaken bemoeien” (niveau 2). “Wil je me nou eindelijk eens uit laten spreken?” (niveau 3). Als zaken op niveau 1, 2 of 3 besproken gaan worden, spreken we van metacommunicatie: de uitwisseling van ideeën over de te voeren communicatie.
Over OPs kan gezegd worden dat voor hen deze schematisering van communicatie hen belemmert in hun communicatie. Voor hen geldt dat hun intuïtie hun emoties en gevoelens zo sterk beïnvloedt dat hun interpretatie van het proces, de rolverdeling, de brijrage en interactie voor hen niet meer van belang is. Je zou kunnen zeggen dat zij ‘hun intuïtie zijn’. Metacommunicatie, die soms nodig is om ontsporingen te herstelen, is met hen daardoor haast niet mogelijk. Wat de communicatie extra bemoeilijkt, is dat zij hun intuïtie, emoties en gevoelens alleen kunnen bespreken als zij zich bijzonder veilig voelen. Voor nu is belangrijk te beseffen dat de communicatie met OPs niet volgens schema’s verloopt zoals bijvoorbeeld in figuur 1 is voorgesteld. Zij handelen in de regel sterk intuïtief.
Alle mensen (en chimpansees, gorilla’s, langstaartapen, halfapen en spookdieren) zijn in de communicatie gevoelig voor lichaamstaal. Hoe we iets zeggen is daardoor soms haast belangrijker dan wat we zeggen. De ruimte die we geven aan gesprekspartners en het hele spel van ruimte geven en ruimte innemen hangt samen met lichaamstaal in het algemeen en kijken en stemgebruik in het bijzonder. Kijken is ons belangrijkste non-verbale communicatiemiddel. Ik herinner mij van enkele OPs, die ik ooit ontmoette, eerste blikken die zo’n indruk op mij maakten, dat zij mij geruime tijd beïnvloedden.
Bij binnenkomst in het Utrechtse café wist ik direct met wie ik had afgesproken. Hoewel zij op de datingsite geen foto van zichzelf had gepubliceerd, zag ik aan haar reactie op mijn binnenkomst dat ik met haar had afgesproken. Zij sloeg haar ogen op naar het plafond alsof zij zeggen wilde: “Nu kan ik niet meer weg”. In een gesprek dat ik later met haar voerde, bleek dat zij dit ook gevoeld had toen ik dat café binnenkwam.
Doordat we geleerd hebben alle facetten van mensen te interpreteren, zijn ook uitstraling (enthousiasme), kleding (klasse), tatoeages (niveau) en postuur (leefstijl) in de communicatie van enige betekenis. Hoe we worden toegesproken en aangekeken heeft invloed op het opbouwen en onderhouden van een bestaande relatie. Gezien hun bijzondere gevoeligheid voor afwijzing zullen OPs doorgaans aandacht eraan besteden zich zo goed mogelijk aan te passen aan hun eigen stemming en de oordelen van anderen.
Na een praatje onder een cappuccino aan de Oudegracht besloten we ons programma voor onze eerste date voort te zetten. We gingen naar het Catharijneconvent voor een tentoonstelling van Russische iconen. Daarin zouden we beiden geïnteresseerd zijn.
Na de aanschaf van een toegangskaartje werden we naar kluisjes gestuurd om onze rugzakken daarin achter te laten. Bij het afdoen van haar rugzak vertrouwde zij mij toe: ‘Niemand heeft het ooit klaargespeeld dat ik mijn rugzak af doe, maar bij jou doe ik dat al tijdens onze eerste ontmoeting’.
OPs zijn gevoelig en vaak zelfs overgevoelig. Hun intuïtieve gevoeligheid maakt substantieel deel uit van de inhoud in de communicatie. OPs worden makkelijk in het diepst van hun ziel geraakt, alsof dat voor hen een open zenuw is. Een ogenschijnlijk onschuldige opmerking kan bij OPs jaren blijven hangen en verhoudingen onherstelbaar beschadigen. Niet alleen met degene die de opmerking maakte, maar ook met degenen die hem op dat moment waardeerden. Je kunt rustig zeggen dat OPs zelfs door onschuldige opmerkingen een nieuw psychotrauma kunnen oplopen. Daarnaast voelen OPs intuïtief meestal haarfijn aan wat hun gesprekspartner nodig heeft om de onderlinge band in stand te houden. Bewust of onbewust tonen OPs zich als buitengewoon competente strategen, die bepaald worden door beschadigingen in hun vroege verleden en daarom alles in het werk stellen, van kleding tot leefstijl en van empathie tot resultaatgerichtheid om goed voor zichzelf te zorgen zonder zich te echt te hoeven verbinden met anderen.
Over cognitieve storingen van onvoorspelbare mensen
Bij veel OPs is het lerend vermogen verstoord. Voor hen staan gevoelens gelijk aan feiten. Daarbij kleuren hun veelvuldig heftige emoties hun vaak sombere interpretaties van wat mensen en situaties hen brengen. Hun emoties ervaren zij vaak heftiger dan andere mensen zich kunnen voorstellen. Schaamte zou je hun grondtoon kunnen noemen.
Veelal vertonen hun veronderstellingen en conclusies weinig overeenkomsten met de werkelijkheid. Daar komen zij niet gemakkelijk achter, omdat zij gewoon zijn feiten te verwerpen als die het tegendeel bewijzen van hun ervaringen of hun gevoel in het nu. Ook al waren eerdere ervaringen met dezelfde persoon of situatie nog zo positief.
OPs denken vaak dat anderen slecht over hen denken. Ook denken ze vaak dat het slechts denkbare scenario zal plaatsvinden en dat hun situatie hopeloos is. Dit doemdenken kan leiden tot verkeerde, overhaaste beslissingen of gevaarlijke reacties zoals zelfverminking of (denken aan) zelfmoord.
Nagenoeg altijd zullen OPs anderen verantwoordelijk houden voor de problematische situaties waarin zij zich wanen. Zij zijn niet gewoon zelf verantwoordelijkheid te nemen voor beslissingen die zij nemen of genomen hebben. Zij verwerpen niet alleen feiten die hun negatief gestelde veronderstellingen tegenspreken, maar vernietigen, verminken en verdraaien alles totdat hun oordeel overeenstemt met hun gevoelens van het moment en past in hun zwaarmoedige veronderstellingen.
Zij blijven hangen in zelfkritiek. Alles dringt bij OPs dieper door dan bij ander mensen. Complimenten worden heftig en direct van de hand gewezen.
Andere OPs, doorgaans degenen die therapie hebben of hebben gehad, kunnen een uitstekend inzicht hebben in hun problematiek. Wanneer ze niet worden overspoeld door emoties begrijpen ze misschien dat hun gevoelens niet altijd een weerspiegeling zijn van de werkelijkheid zoals anderen die beleven. Die kennis zal helaas vaak niet hun pijnlijke innerlijke leegte vullen. Dat ze inzicht hebben in de oorzaken van hun lijden, wil nog niet zeggen dat ze zich daardoor beter voelen of dat zij hun gedrag kunnen aanpassen. Het voorkomt evenmin dat ze zich hopeloos onbegrepen voelen als ze van een geërgerde omstander horen dat ze zich niet aan moeten stellen.
Van gewone tot onvoorspelbare kinderen
Kinderen zijn kinderen, omdat zij zich nog volop ontwikkelen. Hun lichaam en hun hersenen zijn tot na de puberteit immens aan het veranderen. Toch kunnen ook kinderen ‘OPs in de dop’ zijn. Volwassen OPs waren als kind vaak overgevoelig voor emoties. Als kind reageerden waren zij niet of nauwelijks in staat hiermee om te gaan. Meer dan gemiddeld leden deze kinderen aan zelfhaat en aan hun eigen destructieve gedrag. Zelfs gedachten aan zelfdoding konden deze kinderen beheersen. Opmerkelijk is dat zij anders dan kinderen met gedragsstoornissen na agressief gedrag schaamte voelden of berouw toonden.
Potentieel onvoorspelbare kinderen hebben fantasieën en afwijkende ideeën over de werkelijkheid. Zij blijken bij een goede observatie teruggetrokken te leven in een eigen wereld. Natuurlijk zullen zij vriendjes, vriendinnetjes, en later vrienden en vriendinnen hebben, maar hun rol in die vriendschappen is niet wederkerig, niet delend, maar eisend. Ze kunnen net als andere kinderen helemaal opgaan in hun hobby’s en van een zich later ontwikkelde karakteristieke onvoorspelbaarheid is dan nog niet veel merkbaar. Een gevarieerde inzet van vaardigheden met het kennelijke onbewuste doel linksom of rechtsom hun eenzaamheid te camoufleren zal pas achteraf zichtbaar zijn. Oplettende waarnemers uit de omgeving van het kind kunnen echter zien dat deze kinderen zich moeilijk hechten. Hechtingsproblematiek blijkt een van de bases voor de ontwikkeling van een OP.
Nagenoeg altijd heeft zo’n hechtingsproblematiek een oorzaak in de ervaringswereld van het jonge kind. Het kind ervaart dat het te maken heeft met kwaadaardige bedoelingen van zijn ouders in combinatie met zijn eigen door hem ervaren kwetsbaarheid, de al eerder opgelopen buitensporige stress of een door het jonge kind ervaren falen van het vinden van bescherming in omstandigheden, waarin het risico gelopen werd een trauma op te lopen. Wanneer het jonge kind kwaadwillendheid ervaart bij zijn ouders of andere zogenaamde hechtingsfiguren kan hij zich – als verdediging – identificeren met de ervaren agressie maar dat heeft later in zijn leven soms zelfhaat tot gevolg. Alsof het kind zich eigen maakt de steun of bescherming niet waard te zijn geweest. Alle hechtingsproblematiek kan aanleiding geven tot de ontwikkeling van een onvoorspelbaar kind.
De eerste duidelijke verschijnselen, die kunnen wijzen op de ontwikkeling tot een OP, doen zich vaak pas voor tijdens of na de adolescentie. Indien zijn onvoorspelbaarheid niet voortkomt uit een ziektebeeld, zal het kind voor zijn adolescentie te lijden hebben gehad van communicatie-problemen met leeftijdgenoten. Dat kan zijn doordat het zich buitengesloten voelde, door het vertonen van pestgedrag of door langere tijd slachtoffer te zijn geweest van pesterijen. De communicatie-problemen zijn vooral kenmerkend voor onvoorspelbare kinderen als de pesterijen te maken hebben gehad met de eigen werkelijkheid van het kind die toentertijd moeizaam aansloot bij de werkelijkheid van andere kinderen.
Ook wijzen heftige angsten en/of een sterk impulsief gedrag als reactie op een probleem op het risico dat het kind zich kan ontwikkelen tot een OP. Hierbij wordt gedacht aan bijvoorbeeld onaangepaste, intense woede of een gebrek aan beheersing van agressie, een gering vermogen om de eigen gevoelens, stemming en/of gemoed onder controle te houden waardoor de persoonlijke stemming van het kind al door een ogenschijnlijk minieme gebeurtenis kan omslaan of aan fysiek schadelijke handelingen zoals automutilatie.
Eenzaamheid, zelfpijniging of zelfverminking kunnen daarvan zowel oorzaak als gevolg zijn. Of een gevoel van eenzaamheid met daaruit voortvloeiend misplaatste woede en vijandigheid naar andere kinderen kan op de ontwikkeling richting een OP wijzen. Maar deze woede en vijandigheid moet niet verward worden met de driftbuien die kinderen in de prepuberteit heel vaak hebben als eerste stappen in hun separatieproces. Wanneer kinderen in de prepuberteit of hun pubertijd ineens boos worden en afstand nemen, zie ik dat eerder als een gewoon, normaal oefenen in op eigen benen te leren staan. De woede bij OPs in de dop hangt samen met diep ervaren eenzaamheid, zelfhaat en te weinig geborgenheid ervaren. Het is een alomvattende woede op heel de wereld en niet alleen op ouders en verzorgers.
De OPs, die ik heb meegemaakt, hadden als kind last gehad van eetstoornissen, zelfpijniging en/of zelfverminking. Bij eetstoornissen moet met name gedacht worden aan anorexia nervosa (dwangmatig niet eten), boulimia nervosa of boulimie (vraatzucht in combinatie met braken). Kinderen die eetstoornissen ontwikkelen hebben de pech daarbij ook nog eens een negatief zelfbeeld op te bouwen. Bovendien ontwikkelen zij schaamte over wie zij zijn en voeden zij ongemerkt door hun eetstoornissen hun gevoelens van machteloosheid.
Bij eetstoornissen gaat het om een ongelimiteerd toegeven de wens controle op het eigen lichaam uit te oefenen. Wellicht vloeit deze wens voort uit het besef de omgeving niet onder controle te hebben. Het uitoefenen van macht over het eigen lichaam kan als gevolg van dit gebrek aan controle over de omgeving een ‘normaal’ verlangen zijn, maar is natuurlijk op den duur ondermijnend. Bij anorexia nervosa overheerst vaak ook een verlangen naar extra slankheid. Anorexia nervosa komt tien à twintig keer vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Bekend is dat bij meisjes met anorexia nervosa de menstruatie niet of later op gang komt dan anders. Bij boulimia nervosa houdt het kind een schuldgevoel of gevoel van schaamte of falen over na het kortstondig (vaak ongezien) ongelimiteerd eten. Een verband tussen boulimia nervosa met anorexia nervosa wordt verondersteld en ook ik hoorde van enkele OPs dat zij als kind beide typen eetstoornis hadden gehad. Na het overeten verwijdert het kind het eten uit zijn lichaam door zelfopgewekt braken of door gebruik te maken van laxeermiddelen.
Erfelijkheid speelt ook een rol bij de ontwikkeling tot een OP. Er zijn aanwijzingen dat de hersenstructuren van veel OPs afwijken van die van niet-OPs. Daarnaast spelen vaak (gevoelens van) emotionele of fysieke mishandeling, emotionele verwaarlozing en seksueel misbruik vaak een rol bij de ontwikkeling van onvoorspelbaar gedrag. En ook deze stelling heb ik ervaren bij de OPs waarmee ik te maken heb gehad. Stuk voor stuk hadden zij als kind emotionele verwaarlozing ervaren. Vaak zelfs naast emotionele mishandeling en seksueel misbruik. Bij emotionele verwaarlozing kan gedacht worden aan het gevoel genegeerd te worden of minder belangrijk te zijn dan broertjes of zusjes, beledigend ervaren opmerkingen van de ouders over hun uiterlijk, mislukken op school en/of conflicten met ouders. Overigens is hier van belang dat ‘een verband met’ iets anders is dan ‘mede door’. Misbruik, mishandeling, verwaarlozing en elke andere traumatische gebeurtenis kunnen niet gezien worden als oorzaak van de ontwikkeling tot een OP; wel als gebeurtenissen die verband houden met die ontwikkeling. En dan gaat het ook nog om door de OP beleefde trauma’s, dus ongeacht of de gebeurtenissen feitelijk gebeurd zijn of alleen in de beleving of fantasie van het kind. Een kind dat verwaarlozing heeft ervaren, is misschien weldegelijk met respect en aandacht verzorgd. Een herinnering aan misbruik kan veroorzaakt zijn door op jonge leeftijd een gehoord verhaal daarover, waarbij het kind zich meent te herinneren hetzelfde beleefd te hebben, terwijl dat niet zo is.
Stress kan ook voortkomen uit angst voor grote veranderingen in de puberteit, zeker wanneer kinderen hun emoties moeilijk uiten. Negatieve emoties zoals verveling, eenzaamheid, zich leeg, angstig, boos of depressief voelen zijn vaak uitlokkende factoren voor een vreetbui. Soms wenst het kind dan overmatige controle over zijn lichaam uit te oefenen. Soms wenst het kind fysieke pijn te voelen als het ware om psychisch leed fysiek voelbaar te maken waardoor het beter hanteerbaar wordt. Soms ook wordt het kind geobsedeerd om te voldoen aan schoonheidsidealen. Soms kent een kind de behoeften van zijn lichaam helemaal niet. In alle gevallen is er sprake van een mentale onbalans of een onbalans tussen geest en lichaam met stress tot gevolg.
Onvoorspelbare volwassenen
Kenmerkende overeenkomsten tussen onvoorspelbare mannen en vrouwen is hun hechtingsproblematiek, die in de kindertijd tot ontwikkeling kwam. Hechting is een wisselwerking tussen een kind en een of meer van zijn opvoeders die leidt tot een duurzame genegenheidsrelatie. Het is een fundamenteel onderdeel van de psychische staat van ieder mens. Leren gezond te hechten is medebepalend voor een gezonde identiteitsvorming.
De Amerikaanse psychologe Mary Ainsworth (1913 – 1999), die onder andere bij de Britse psychiater John Bowlby (1907 – 1990) studeerde, heeft onderzoek gedaan naar de verschillende vormen of patronen van de interactie tussen opvoeders en hun kinderen. Zij werkte het idee uit dat verstoord gehechtheidsgedrag wordt opgeroepen in stressvolle situaties. Met deze gedachte ontwikkelde zij ‘de vreemde situatietest’ waarmee de hechtingstypen op een gestandaardiseerde wijze voor Westerse mensen te classificeren is. Naar de wijze van verstoring heeft zij vier typen gehechtheid beschreven:
· Type A: onveilig-vermijdend gehechte kinderen. Deze kinderen hebben hun gehechtheid geminimaliseerd, omdat zij ervaren hebben dat de ouder relatief vaak afwijzend, zakelijk of weinig sensitief is. Ze negeren of vermijden de opvoeder en gedragen zich vanaf een te jonge leeftijd zelfstandig.
· Type B: veilig gehechte kinderen. Bij deze kinderen is er een goede balans tussen de wereld onderzoeken en hun gehechtheid. Kinderen durven nieuwe taken aan te gaan. Zij zijn angstig wanneer de ouder uit het zicht is en zoeken toenadering bij terugkomst, waarna ze hun wereld weer durven te onderzoeken. Ouders zijn sensitief, coöperatief en toegankelijk.
· Type C: onveilig-afwerend gehechte kinderen. Deze kinderen zoeken juist heel veel toenadering bij de opvoeder en zijn weinig geneigd om zelfstandig activiteiten uit te voeren. De afwezigheid van de opvoeder leidt tot angst terwijl de terugkeer van de ouder begroet wordt met boosheid en verontwaardiging. De opvoeder is vaak inconsequent sensitief, onvoorspelbaar voor het kind en afwezig op cruciale momenten.
· Type D: gedesorganiseerd gehechte kinderen. Bij deze kinderen is sprake van wisselend gedrag met de kenmerken van hechtingstypen A en C. Zij zoeken toenadering tot de ouder, terwijl dat voor het kind tegelijkertijd stress en angst oplevert. De omgang met de ouder is vaak inconsequent geweest en onvoorspelbaar terwijl ook vaak sprake is van psychotrauma’s of andere ingrijpende gebeurtenissen.
De hechtingsproblematiek van onvoorspelbare volwassenen heeft vaak zijn wortels in de hier beschreven typen A, C en/of D. Voor een veilige hechting van Westerse kinderen is nodig dat de opvoeder gevoelig is voor de signalen van het kind, bijvoorbeeld door passend te reageren wanneer het blij of verdrietig is, door met de andere ouder en het kind geneigd zijn samen te werken en doordat de ouder(s) voor het kind benaderbaar is (zijn). Verder respecteren de opvoeders de autonomie van het kind en bieden het steun en structuur.
Informatie over de hechting valt voor Westerse mensen af te leiden uit de verhalen die mensen zich over hun jeugd herinneren en die zij het eerst of herhaaldelijk vertellen. En natuurlijk door argeloos ‘de vreemde situatietest’ van Mary Ainsworth te doen zonder zichzelf daarover eerst te laten informeren. Voor elke volwassene met een hechtingsproblematiek zal het onderhouden van duurzame relaties meer problematisch zijn dan voor volwassenen die als kind veilig gehecht zijn.
Onvoorspelbare mannen
Onvoorspelbare mannen zijn volgens mij het gemakkelijkst te herkennen aan hun te nadrukkelijke aanwezigheid. Een harde stem, niet luisterend, maar meer vertellend. Het zijn mannen, vaak met narcistische trekjes, die ruimte in durven nemen. Zij hebben een overdreven gevoel van eigenwaarde, of overschreeuwen hun twijfels daarover. En onvoorspelbare mannen hebben een even overdreven behoefte aan bewondering zonder dat zij in staat zijn zich in anderen om hen heen in te leven. Bij nadere beschouwing vallen bij onvoorspelbare mannen naast hun artistieke (creatieve) talenten vooral hun neiging tot verslaving op: seksuele uitspattingen, alcohol en/of drugs. Roekeloos rijden past ook in het beeld van onvoorspelbare mannen. In een periode van hun leven zullen zij lijden aan een ernstige depressie. Ze kunnen ook buitensporig gericht zijn op hun werk of op het bijhouden van een verzameling.
Zij hebben een charismatische uitstraling en kunnen zich regelmatig ambitieus in een nieuw avontuur storten. In een uiterste vorm kunnen zij voor een fantastisch plan om het ‘helemaal te maken’ hun werk opzeggen. Voor hun plannen zijn ze bereid alles achter zich te laten. Doorgaans zijn ze goedgeefs en in staat om met veel mensen een innig maar steeds kortstondig contact te onderhouden. Niet zelden houden deze mannen er een originele levenswijze op na. Als ze al niet beschikken over een atelier, dan zou hun woning hun atelier of werkkamer kunnen zijn.
Plotselinge woede-aanvallen waarbij harde klappen vallen zijn ook kenmerkend voor onvoorspelbare mannen. Een ogenschijnlijk onschuldige opmerking kan tot een woede-uitbarsting leiden. Bij deze mannen wordt de wereld als gevolg van een vertekening in de informatieverwerking opgedeeld in uitersten: zwart en wit, goed en slecht, mooi en lelijk, alles of niets. Volgens OP-mannen is iemand razend interessant of onuitstaanbaar. Dit denken in tegenstellingen komt voort uit een neiging om ervaringen te waarderen in elkaar uitsluitende, in plaats van langzaam in elkaar overgaande categorieën. Hun mening over één en dezelfde persoon kan ook nog eens in korte tijd helemaal omslaan in een ander uiterste. Hun vermogen om bij zulke veranderende opvattingen vragen aan zichzelf te stellen is beperkt. Eerder zal een OP-man zich laten leiden door zijn angst of boosheid op mensen in de buitenwereld. Tot zelfreflectie zijn zij niet in staat, al kunnen zij dit camoufleren door een soort van zelfkritiek, die ik eerder interpreteer als afweer, dan als zelfinzicht. Het is voor deze mannen moeilijk – zo niet onmogelijk – zichzelf in de hand te houden. Plotselinge woede kan met het grootste gemak gevolgd worden door een vrolijke bui, alsof er niets gebeurd is, zoals ook vrolijkheid snel kan uitmonden in een kwalijke vechtpartij.
Hun mannelijke energie, kracht en lage zelfbeeld kan als agressief gedrag geuit worden. Ondanks dat zullen deze mannen op overmatig veel aandacht van vrouwen kunnen rekenen. Dat heeft er mee te maken dat deze mannen voor veel vrouwen op grote hulpeloze kinderen lijken, waarover een moederhart zich graag ontfermt. Emotioneel zijn het dan ook kinderen, maar wel kinderen die alle (fysieke) bescherming zullen bieden aan hun partner bij bedreigingen van buitenaf. Zij lijken te praten over hun emoties en gevoel en zich daarmee kwetsbaar op te stellen. In werkelijkheid weten ze bewust of onbewust mensen op die manier aan zich te binden, zonder dat ze invoelen wat zij over zichzelf of anderen zeggen. Door hun gedrag zijn deze mannen in werkelijkheid een bedreiging voor hun omgeving. In geval van mishandeling zullen deze vrouwen vaak de oorzaak van de boosheid van hun partners bij zichzelf zoeken. Zo overtuigend hulpeloos weten deze mannen over zichzelf te vertellen. Om de relatie met hun man te herstellen, misschien wel met het kind in hun partner, zullen vrouwen soms zover gaan dat zij hun, in de relatie opgelopen psychotrauma’s, bagatelliseren of trachten te vergeten.
Onvoorspelbare mannen kunnen een ziekelijk gevoel hebben in de gaten te worden gehouden, achtervolgd te worden of bedreigd te worden zonder dat zoiets het geval is. Zij verkeren bijvoorbeeld in de waan dat mensen ’s nachts door hun huis lopen, dat er giftige gassen in hun huis worden gepompt, dat apparaten in hun huis informatie over hen verzamelen of dat de politie voor de deur de wacht houdt. Ook houden zij er vaak complottheorieën op na. Ten slotte zullen onvoorspelbare mannen vaak pogingen tot suïcide doen of daarmee dreigen.
Hun onvoorspelbaarheid hoeft bij mannen en jongens natuurlijk niet per sé agressief geuit te worden. Ze functioneren het best in een omgeving die zij geheel zelf kunnen controleren. Zij gedijen slecht in formele en structurele werkverbanden. Dan is de kans groter dat hun gedrag ontspoort in agressiviteit, dan wanneer zij vrijgelaten worden of een zelfstandige beroep uitoefenen. Het contact met deze mannen zal afwisselend lijken te getuigen van een groot onderling vertrouwen en van vijandigheid.
Onvoorspelbare vrouwen
Ook de uitgesproken mening van onvoorspelbare vrouwen is opvallend. Zij maken er geen geheim van hoe zij tegen bepaalde mensen en zaken aankijken. Daarmee suggereren zij bewust of onbewust een sterke persoonlijkheid te zijn. De werkelijkheid is dat zij onvoorstelbaar onzeker over zichzelf zijn; een gevoel dat zij – net als onvoorspelbare mannen – meestal overschreeuwen. Gesprekken daarover zullen zij overigens vermijden. Als zij het vermogen hebben hun mening met een zeker charisma over te brengen zullen zij in gezelschappen een leidende rol op zich nemen. Niet leidend in de zin van delegerend, want daarin zijn zij meestal niet sterk, maar wel door het middelpunt van de belangstelling te zijn en zo hun stempel op een samenzijn te drukken.
Doordat onvoorspelbare vrouwen vaak een goed ontwikkelde intuïtie hebben, kunnen ze zich in groepen lang handhaven, ondanks hun afwijkende, uiterlijk onwankelbare opvattingen. Net als onvoorspelbare mannen zullen deze vrouwen in een periode van hun leven lijden aan een ernstige depressie. En net als onvoorspelbare mannen zullen zij een zeker artistiek talent hebben en ogenschijnlijk hun kwetsbare kanten laten zien. In werkelijkheid is sprake ook bij hen sprake van een laag gevoel van eigenwaarde dat gecamoufleerd wordt door opmerkingen waarmee zij doelgericht mensen voor zich weten te winnen.
Onvoorspelbare vrouwen zullen geneigd zijn regelmatig geld te verkwisten, zich seksueel te buiten gaan, winkels te bestelen en/of overmatig veel te eten soms gevolgd door het uitbraken daarvan. Of door af te vallen met behulp van klysma’s, laxeermiddelen of door heel intensief te sporten. Vaak lopen zij rond met levensvragen als “Wie ben ik?” en “Waarin geloof ik?” Hun stemmingen wisselen snel tussen intense droefheid, kribbigheid, kwaadheid, angst en wanhoop. In feite is sprake van een intens gevoel van leegheid. Net als bij onvoorspelbare mannen ligt de neiging tot wanen en tot het plegen van suïcide op de loer.
In gezinssituaties zullen deze vrouwen als moeder vaak veel liefde van hun partner en kinderen nodig hebben. Anders gezegd ‘overmatig gevoelig zijn voor alles wat neigt naar zelfs de minste afwijzing’. In samenleefsituaties zonder kinderen zullen deze vrouwen graag samen zijn met hun partner, waarbij het vooral belangrijk is dat hun partner altijd voor hen beschikbaar is. In elke relatie zullen onvoorspelbare vrouwen veel behoefte hebben aan tijd voor zichzelf. Die tijd kunnen ze scheppen door zich lang en regelmatig met taken in of buitenshuis bezig te houden. Om tot rust te komen van alle confrontaties met mensen overdag, kan ook tijd voor zichzelf gevonden worden door het dag en nachtritme deels te verschuiven. ’s Nachts als de meeste mensen slapen wordt men immers doorgaans minder lastig gevallen. Het op orde hebben van zaken en inzicht in hoe zaken er voor staan zijn belangrijk voor hen. Het hebben geld en van materiële zaken lijkt deze vrouwen emotionele zekerheid te bieden.
Stemmingswisselingen zijn, net als bij OP-mannen, kenmerkend voor OP-vrouwen. De stemming kan gemakkelijk omslaan van ‘prettig en open’ in ‘somberheid, paniek en angst’. Ook bij deze vrouwen wordt de wereld opgedeeld in uitersten: zwart en wit, goed en slecht, mooi en lelijk, alles of niets. Onschuldige uitspraken of trouwhartig gedrag kan door hen moeiteloos uitgelegd worden als een persoonlijke aanval of afwijzing. OP-vrouwen reageren vaak overgevoelig op onverwachte gebeurtenissen en uitspraken. Soms lijkt er zelfs geen enkele aanleiding nodig te zijn om in een andere stemming terecht te komen. Het is dan alsof bij deze vrouwen de angst ineens toeslaat dat ‘het nooit meer goed komt’.
Het zal niet eenvoudig zijn afspraken met deze vrouwen te maken, die zij kunnen nakomen. Gezamenlijke afspraken worden door hen sowieso vaak niet of onvolledig nagekomen. Daarvoor brengen zij altijd ogenschijnlijk steekhoudende argumenten naar voren die van geen enkele empathie getuigen: hun wereld is voor hen de wereld. Belangrijke oorzaken hiervan zijn haar impulsiviteit en het gegeven dat het onderhouden van sociale netwerken deze vrouwen veel energie kost. Ook in vriendschappen doemen voor deze vrouwen meestal veel problemen rondom verraad en vertrouwen op.
De belangrijkste kenmerken van de mensen waarover deze gids gaat
Deze gids is vanuit eigen ervaring, literatuuronderzoek en interviews geschreven om mensen te ondersteunen die met een bepaald soort relationeel probleem te maken hebben. Het probleem is dat zij met andere mensen omgaan, waarmee zij ongewild en onverwacht steeds weer in conflict komen. Die conflicten kunnen heftig zijn en het kan erop lijken alsof ze niet te voorkomen zijn.
Enkele bijzondere karaktereigenschappen van OPs zijn dat zij nogal eens een onjuist idee van de werkelijkheid hebben in die zin dat OPs niet weten wat van binnenuit en wat van buiten aan prikkels op hen afkomt. En dat zij geen inzicht hebben in wat tot iemand behoort en wat tot voorwerpen behoort. OPs hebben vaak een gebrekkig beeld van zichzelf en van zijn naasten. Ze gebruiken nogal eens primitieve afweermechanismen die tegenstrijdig gedrag veroorzaken en zij hebben om te gaan met een tegenstrijdige identiteitsbeleving en een zwakke psychologische basisopbouw van het ‘ik’. Daardoor kunnen angsten niet gebonden worden door hun afweermechanismen. Ze ondervinden hinder van alle impulsen die ‘doorgelaten’ worden waardoor hun angstbeleving en sociale druk steeds weer niet te verminderen is. Daarnaast hebben OPs vaak een onvermogen driftimpulsen om te zetten in sociaal geaccepteerde activiteiten. Ze kunnen heftiger dan veel andere mensen last hebben van fobieën, dwanggedachten en dwanghandelingen, of van zorgen over de staat waarin hun gevoelloze organen verkeren zoals de hersenen, lever, beenmerg, ruggemerg. Soms lijden zij aan een ziekelijke achterdocht en/of koesteren zichtbaar aanwezige soms perverse, een andere keer primitieve of infantiele seksuele wensen. Ze hebben soms last van vormen van agressiviteit en met name in geval van stress van overmatig eten, drugsgebruik, alcoholmisbruik en seksuele uitspattingen of van een volstrekt afzien van eten, middelen of seks.
De vroege fantasiewereld van OPs ligt soms open of is slecht verhuld voor iemand die goed naar de OP luistert. Degenen die zich echt openstellen voor de vroege fantasiewereld van een OP kunnen daarvan vaak gemakkelijk inzicht in krijgen. In hoofdstuk 5 komt dergelijk luisteren uitgebreid aanbod.
Men kan zeggen dat de afweermechanismen van de OP ontoereikend zijn, waardoor zij overvloedig slachtoffer zijn van hun (vroege en latere daarop voortgebouwde) fantasiewerelden. Dus hoewel hun idee van de werkelijkheid juist kan zijn, leven voor hen allerlei werkelijkheden en fantasieën uit hun verleden als ‘waar gebeurd’ voort in het heden. Dat geldt overigens net zo goed voor niet-OPs, maar voor OPs zijn het vaak beangstigende ‘waarheden’.
Contacten met OPs verlopen vaak broos en beladen. De contacten met naasten verlopen instabiel en worden overschat of onderschat. Dit wordt in de hand gewerkt doordat OPs goed kunnen vertellen wat hun gevoel of werkelijkheid in het nu is, maar dat een algemeen gevoel van de werkelijkheid voor henzelf ook mistig is. Zo ook hun gevoel over de mensen met wie zij relaties onderhouden, zelfs al zijn die relaties intensief. Alleen over het nu kunnen OPs laten weten wat zijn aan heftige sympathie of antipathie voelen, maar hun gevoelens kunnen zij zelden relativeren.
Op OPs is niet te anticiperen, daarom speek ik hier steeds van ‘onvoorspelbare mensen’. Enkele kenmerken van OPs, waarover deze gids gaat, zijn: een laag gevoel van eigenwaarde, provocerend gedrag, extreme (voor)oordelen en de angst om verlaten te worden. Zij koesteren sombere interpretaties, veronderstellingen en conclusies. Hun beelden van de werkelijkheid verhouden zich slecht tot de die van andere mensen. Hun conclusies zijn vaak voorbarig en zij kunnen feiten, die haaks staan op hun gevoelens met gemak verwerpen. Hun oordeel is voor hen op dat moment dé eeuwige werkelijkheid. Zij ontkomen er niet aan daarbij alles wat goed was glashard te ontkennen wanneer het op enig moment niet goed voelt. Hun doemdenken kan leiden tot verkeerde, overhaaste beslissingen of zelfs gevaarlijke acties; kleine oneffenheden worden zo onbedwingbare bergen. Zij nemen geen verantwoordelijkheid voor hun gedrag en terwijl zij complimenten gemakkelijk van de hand wijzen dringen negatieve ervaringen bij hen door tot op het bot. Er kan een groot risico zijn voor zelfmoord.
OPs kunnen innemende, aardige, artistieke, kwetsbare en andere interessante eigenschappen hebben en toch ook vanuit hun verwarring over wat zij meemaken hun omgeving voor grote problemen stellen. OPs krijgen regelmatig conflicten en heftige problemen met zichzelf en ook met mensen in hun omgeving, dus ook met de mensen die hen met alle liefde en welwillendheid proberen te ondersteunen.
Overigens, zoals geen twee mensen hetzelfde zijn, verschillen ook twee OPs van elkaar. Voor sommige OPs is het leven goed leefbaar en voor anderen is het leven heftig. En net zoals bij andere mensen vindt men ook tussen OPs extraverte en introverte types.
OPs kunnen – wanneer hun gedrag oprecht en eerlijk bekeken wordt – meerdere kenmerken hebben die genoemd worden als de negen mogelijke klachten van mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis, borderline-stoornis of passender een ‘emotieregulatiestoornis’. Nu moeten we uitkijken met dit soort termen. Lang niet iedereen, die lijdt aan zo’n stoornis is daarmee bekend. En in verschillende culturen gelden verschillende omgangsvormen. Zeker in deze tijd, waarin volgens mij mensen zich het recht toegeëigend hebben zonder te weten toch te oordelen, kunnen we er snel naast zitten met zo’n term. We kunnen het maar beter aan de deskundigen overlaten wie wel of niet aan een dergelijke stoornis lijdt. Maar toch, mensen met een diagnose van zo’n persoonlijkheidsstoornis zijn ‘voorspelbaar onvoorspelbaar’. Misschien tonen zij niet de variant met het hoofdzakelijk problematisch functionerende conventionele borderlinegedrag, maar het hoofdzakelijk goed functionerende onzichtbare borderlinegedrag.
Waarschijnlijk zijn er ook een hoop mensen met structureel onvoorspelbaar gedrag, dat toe te schrijven aan andere culturele opvattingen, zonder stoornis.
Bij OPs is in elk geval vaak geen diagnose voor een stoornis gesteld. Zij functioneren goed in de samenleving, maken carrière en hebben vaak charisma. Omdat zij als geen ander verschillende rollen in verschillende situaties kunnen spelen, lijken zij iemand die zichzelf volledig onder controle heeft. In die rollen bestaat dat andere deel van hun persoonlijkheid niet. Iets zorgt ervoor dat dat andere deel van hun persoonlijkheid zich toch plotseling manifesteert. Op dat moment verliest de OP zijn zelfcontrole. Vandaar dat hun belangrijkste probleemkenmerk een heftig en onvoorspelbaar gedrag is. Andere probleemkenmerken zijn naar buiten gerichte impulsieve en onbeheerste woede-uitbarstingen, kritiek en beschuldigingen en het categorisch afwijzen van elke verantwoordelijkheid voor problemen die zij in de ogen van anderen veroorzaken.
Ook zijn OPs bekend die aan bepaalde mensen bovenstaand gedrag laten zien en aan anderen onderstaand gedrag.
De ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’ (DSM) wordt gepubliceerd door de American Psychiatric Association (APA). Het is een Westers model en dus niet zomaar van toepassing op alle mensen, die hier wonen en leven, maar vooral en juist op mensen met een Westerse achtergrond. De 9 kenmerken van deze gediagnosticeerde mensen, de hoofdzakelijk problematisch functionerende conventionele borderline persoonlijkheidsstoornissen zijn de volgende, waarvan er volgens de DSM IV systematiek 5 als regelmatig voorkomend vastgesteld moeten kunnen worden:
- Krampachtig proberen te voorkomen om feitelijk of vermeend in de steek gelaten te worden.
- Een patroon van instabiele en tegelijk intensieve relaties met anderen, gekenmerkt door wisselingen tussen overmatig idealiseren en kleineren (extreem zwart-witdenken).
- Identiteitsstoornis: aanhoudend wisselend zelfbeeld of zelfgevoel.
- Impulsiviteit met negatieve gevolgen voor zichzelf op minstens twee gebieden van bijvoorbeeld geldverspilling, veel wisselende seksuele contacten, middelenmisbruik, roekeloos rijgedrag, vreetbuien.
- Terugkerende pogingen tot zelfverwonding of zelfdoding, verwijzingen daarnaar of dreigingen daarmee.
- Sterk wisselende stemmingen als reactie op gebeurtenissen. Dit kan leiden tot periodes van intense somberheid, prikkelbaarheid of angst, meestal enkele uren durend en slechts zelden langer dan een paar dagen.
- Een chronisch gevoel van leegte.
- Inadequate, intense woede of moeite om boosheid te beheersen. Dit uit zich in driftbuien, aanhoudende woede of herhaaldelijke vechtpartijen.
- Voorbijgaande, aan stress gebonden paranoïde ideeën of ernstige dissociatieve verschijnselen.
Daarnaast dient ook voldaan te zijn aan de algemene diagnostische criteria uit de DSM-IV voor een persoonlijkheidsstoornis:
q Een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen die duidelijk afwijken van de verwachtingen binnen de cultuur van de betrokkene.
q Het duurzame patroon is star en uit zich op een breed terrein van persoonlijke sociale situaties.
q Het leidt in behoorlijke mate tot lijden of beperkingen in het sociaal en beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.
q Het is stabiel en van lange duur en het begin kan worden teruggevoerd naar de vroege volwassenheid of een nog eerdere levensfase.
q Het patroon is niet toe te schrijven aan een andere psychische stoornis of de gevolgen daarvan.
q Het patroon is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (zoals drugs of een geneesmiddel) of een lichamelijke aandoening (zoals een schedeltrauma).
Voor mensen met een door diagnose vastgestelde borderline-stoornis of emotieregulatiestoornis is het van belang te weten dat er tegenwoordige in Nederland en België succesvolle behandelingen en medicatie voor hen mogelijk is. Daaraan moet helaas wel toegevoegd worden dat het vinden van de juiste behandeling of medicatie een moeizaam proces kan blijken te zijn; bij het uitputtende af; zeker wanneer de vastgestelde diagnose niet helemaal klopt.
Over het omgaan met mensen met een borderline-stoornis waarschuwt het hoofd van de afdeling Anthony Walker voor een patiënte. Deze Anthony is later de schrijver geworden van het boek “De Borline-dans”. Bij de vrouw is na een suïcidepoging Borderline gediagnosticeerd. Zijn afdelingshoofd zegt hem:
“Ik begrijp dat je haar wilt helpen, maar het is een bijzonder destructief ziektebeeld. Ze heeft je zelf verteld dat mannen haar altijd in de steek laten. Dat zie je gemakkelijk over het hoofd, want borderline-patiënten kunnen buitengewoon charmant en manipulatief zijn. Ze zal steeds meer van je eisen, als een parasiet, maar je zult haar nooit genoeg kunnen geven. Ze zal je leegzuigen en geestelijk kapotmaken.”
En jaargenoot Howard geeft Anthony niet veel later een artikel waarin staat dat
“…onervaren therapeuten denken dat ze hun borderline-patiënten kunnen genezen door simpelweg hun uiterste best te doen en door genoeg aandacht te geven. Deze beginnende therapeuten bemoeien zich aanvankelijk met alle aspecten van het leven van hun patiënt, zodat deze steeds afhankelijker van de therapeut wordt. De therapeut ontleent grote narcistische bevrediging aan zijn onmisbaarheid, maar raakt ook teleurgesteld omdat alle inspanning nauwelijks verandering brengt. In de loop van de tijd raakt de therapeut opgebrand, hij krijgt langzamerhand een hekel aan de patiënt en beschuldigt die van onwil. Ten slotte kan de therapeut niet meer voldoen aan de volgens hem irreële eisen van de patiënt en breekt hij de therapie af. Door die verlating raakt de patiënt uiteindelijk nog meer gekwetst.”
Samenvatting van de hoofdstukken 1 en 2
Hiervoor heb ik beschreven hoe omstanders niet kunnen anticiperen op de onvoorspelbare mensen met wie zij omgaan; hun OPs. Het gaat om mensen uit een zelfde sociaal milieu waarvan bekend verondersteld wordt wat hun gewoonten zijn en toch blijken deze OPs telkens weer in de war te raken door, uitzinnig boos te worden over, of hopeloos teleurgesteld in hun omstanders. De OPs èn hun omstanders voelen zich in hun relatie beiden onbegrepen en te kort gedaan.
OPs worden gekenmerkt door snelle en frequente stemmingswisselingen en impulsief handelen. Deels komen deze stemmingswisselingen voort uit een onveilige hechting, waarvan naast een gezonde hechting voor Westerse mensen drie verschillende typen onveilige hechtingen te onderscheiden zijn: vermijdend, afwerend en gedesorganiseerd. Anderdeels komen deze veranderende stemmingen voort uit het switchen tussen beschermer, straffende ouder, het woedende kind, het verlaten en misbruikte kind en de volwassene. Dat zijn de wisselende persoonlijkheden, die hun innerlijke leegte vullen.
Net als de OPs, bleken omstanders ook bepaalde eigenschappen te bezitten, zoals een grondhouding van kalmte, organisatievermogen en zelfinzicht. Hun kwaliteiten kunnen hun valkuil worden wanneer zij in de hand werken dat zij stress oplopen.
Hoofdstuk 3 Achtergronden bij onvoorspelbaarheid
Achtergronden vanuit een ontwikkeling-psychologisch kader
Wanneer we worden geboren, beschikken we over een genenpakket waarmee we het moeten doen. En we hebben al ervaringen met de buitenwereld opgedaan: geluiden, druk van buitenaf en schokken en de chemische reacties daarop, naast het voedsel en de zuurstof in het bloed van onze moeder. Het genenpakket kunnen we zien al een plantenzaadje. Alle erfelijke eigenschappen zijn aanwezig, de beschikbaarheid van aarde, water, warmte en licht bepaalt de verdere ontwikkeling van de plant in wording. Zo bepaalt de omgeving de verdere ontwikkeling van een pasgeboren mens. Hoewel het pakket met erfelijke eigenschappen vastligt, kunnen zich toch afhankelijk van wat er verder gebeurt uit een zelfde genenpakket verschillende persoonlijkheden ontwikkelen. Ontwikkelen tot een OP behoort ook tot de mogelijkheden.
OPs worden dus niet als een OP geboren. Wel hebben zij in de huidige inzichten modelmatig bij geboorte de aanleg meegekregen voor emotionaliteit en een activiteitenniveau dat bij OPs past en een neiging om sommige gedachten, emoties, waarnemingen of herinneringen buiten het bewustzijn te plaatsten en/of tijdelijk niet ‘oproepbaar’ maken. Niet dat dit sterk verschilt met de meeste andere pasgeboren mensjes, maar wel van belang te noemen. In de vroege ontwikkeling spelen langdurig of herhaalde psychologische en sociale factoren een rol om deze in aanleg aanwezige eigenschappen al dan niet tot persoonseigenheid te maken. Bij psychologische factoren kan gedacht worden aan verlies, trauma en/of ouderlijk falen. Bij sociale factoren aan verbrokkeling van gezinsstructuren, de omgang van de ouders met hun sociale omgeving en de moderne vluchtige omgangsvormen. De psychologische en sociale risicofactoren kunnen de genetische aanleg ‘activeren’ om tot uiting te komen in de impulsiviteit, affectieve instabiliteit en identiteitsdiffusie, waar OPs vaak mee behept zijn.
Een pasgeborene kan nog geen onderscheid maken tussen het beleven van zichzelf en de wereld om hem heen, ontdekte psychoanalyticus en hoogleraar psychiatrie Otto Kernberg aan het Weill Cornell Medical College. Wanneer het kind ouder wordt, gaat het alle plezierige ervaringen ‘internaliseren’; die gaan tot het ‘Zelf’ horen. Alle onplezierige ervaringen worden door het kind beleefd als het ‘niet-Zelf’. Later worden de nare ervaringen in de buitenwereld geprojecteerd. Zo ontstaat een hechte zwart-witscheiding tussen alles wat goed is binnen en alles wat slecht is buiten hemzelf.
De volgende stap in de ontwikkeling van het kind bestaat er uit dat het op een meer realistische manier gaat leren differentiëren tussen het ‘Zelf’ en het ‘niet-Zelf’. Het kind ervaart dat wat het binnen hemzelf ervaart zowel plezierig als onplezierig kan zijn. Dat wordt een ‘goede’ en ‘slechte’ zelf-representatie genoemd. Een zelfde onderscheid gaat het kind maken over de buitenwereld. Het komt tot de ontdekking dat er een goede en een slechte wereld buiten hemzelf bestaan; een goede en slechte object-representaties. In dit stadium houdt het kind deze twee werelden nog strikt van elkaar gescheiden, hetgeen de beleving van de werkelijkheid nog sterk verstoort.
Wanneer het kind verder groeit komt het tot een integratie van de goede en slechte zelf-representaties en van de goede en slechte object-representaties. Daardoor krijgt het kind een steeds realistischer zelfbeeld en leert het de buitenwereld reëler ervaren. Wanneer het kind dit ontwikkelingsstadium heeft bereikt, heeft het dat splitsen tussen òf goed òf slecht niet meer nodig. Het kind is al doende in toenemende mate in staat om te leven met realistische beelden van zichzelf, zijn ouders en van andere mensen. Het leert te verdragen dat iedereen goede en slechte eigenschappen heeft. Zo ontstaat een blijvend en stabiel beeld van zichzelf en de mensen in zijn omgeving; object-constantheid.
De onvoorspelbaarheid van OPs heeft alles te maken met de persoonlijkheidsstructuur, zoals die in hun ontwikkelingspsychologisch verleden ontwikkeld is. Om het scherper te stellen, zoals het niet-ontwikkeld is. Het is alsof een feedback structuur tussen voelen en denken niet tot stand is gekomen. Voelen wordt door OPs verward met de werkelijkheid. De OP heeft niet geleerd zijn gevoel te toetsen aan feiten en wat werkelijk gebeurd is. Of wat in de ogen van anderen is gepasseerd. Erkennen dat anderen anders tegen de beleefde wereld aankijken voelt voor OPs vaak niet vertrouwd genoeg om dat toe te laten. Bovendien laten OPs zich sterk leiden door hun impulsen. Althans, in het leren beheersen van hun impulsen hebben zij als kind weinig ervaring opgedaan. Dit zet heel hun verdere leven de communicatie met anderen onder druk. Ook gaat dit om het samenspel tussen ego, afweer en realiteitsbesef. Binnen hun ego blijven bij OPs verschillende aspecten van hun ‘Zelf’ en van hun ‘niet-Zelf’ los van elkaar bestaan. ‘De ander’ kan daardoor door OPs, afhankelijk van het moment en zijn gevoel, als extreem goed of extreem slecht worden ervaren.
Lang is gedacht dat ‘onvoorspelbaar gedrag’ alleen voortkwam uit kwalijke jeugdervaringen die betrokkene niet te boven is gekomen. OPs vertonen deels hetzelfde gedrag als mensen met een borderline-stoornis (of een emotie-regulatiestoornis). Gedetailleerd hersenonderzoek bij mensen met deze diagnoses toonde aan dat de hersenen van deze mensen op duidelijke punten anders zijn dan van mensen zonder zo’n diagnose. De resultaten van dit onderzoek maakten zoveel indruk dat dit heeft geleid tot allerlei nieuwe ontwikkelingen. Zoals de oprichting van not-for-profit-organisaties die zich zijn gaan inzetten om patiënten en hun familie en partners te ondersteunen, om voorlichting te geven en onderzoeksfondsen bijeen te brengen. Het hersenonderzoek heeft er ook toe geleid dat behandelmethoden voor mensen met een borderline-stoornis en die met een emotie-regulatiestoornis opgezet zijn. Ook in boeken en media wordt nu regelmatig aandacht aan mensen met zo’n stoornis besteed.
John Gedo, ooit trainer en begeleidinganalist bij het Chicago Instituut voor Psychoanalyse en klinisch professor in de psychiatrie aan de School of Medicine van de Universiteit van Illinois, kwam in lijn met de ontdekkingen van Otto Kernberg tot de conclusie dat er tijdens de psychologische ontwikkeling sprake is niet sprake is van één, maar van meerdere ‘organisatieprincipes’. De overgangspunten tussen verschillende ontwikkelingsstadia worden gevormd door het tot stand komen van essentiële psychologische structuren in de hersenen zoals het tot stand komen van het geweten, het kunnen onderscheiden van de lichaamsgrenzen, het beschermen van het bewustzijn tegen gedachten en impulsen die angst kunnen oproepen of die op een andere manier onaanvaardbaar zijn en de samenhang binnen de zogenaamde Zelf-organisatie.
Hieronder wordt iets dieper op dit zogenaamde ‘Metamodel van Gedo’ uit Gedo’s “Beyond Interpretation: Toward a Revised Theory for Psychoanalysis” (1993) ingegaan om het onvoorspelbare gedrag vanuit de ontwikkelingspsychologie te verklaren. Alle vijf onderscheiden ontwikkelingsstadia worden elk een ‘modus’ genoemd.
Modus 1 De sensomotorische organisatie
Dit ontwikkelingsstadium duurt vanaf de geboorte tot de specialisatie van hersencellen waarmee de lichaamsgrenzen ervaren worden. Dit is een zogenaamde pre-psychologische fase waarin de sensomotorische organisatie op de voorgrond staat. Dit is de werkwijze van het kind gebaseerd op bewegingsimpulsen met een zintuiglijke oorsprong. Een voorbeeld daarvan is het geven van een vinger, waarna een baby met zijn hand die vinger gaat vasthouden. In deze periode wordt het gedrag van het kind bepaald door dit soort reflexmechanismen. Het kind reageert op signalen van de buitenwereld met een beperkt aantal ‘automatische gedragspatronen’. Het doel van dit stadium is om de verzorgers van het kind te laten inspelen op de basale behoeften van het kind.
Modus 2 Een samenhangende Zelf-organisatie
In dit ontwikkelingsstadium komen op grond van het sensomotorische patroon allerlei los van elkaar bestaande cognitief-affectieve kernen tot stand; verstandelijke vermogens om genegenheid en/of begeerte te ervaren. Deze kernen, die tot stand zijn gekomen in reactie op ervaringen met de omgeving, vormen de bouwstenen van het toekomstig gedrag zoals het zoeken naar specifieke lust-ervaringen. Tijdens dit stadium gaat het erom dat alle losstaande cognitief-affectieve kernen met bijbehorende motorische patronen in de hersenen met elkaar ‘samenvloeien’ tot een scala aan mogelijk te volgen patronen. Deze ordening zorgt ervoor dat de losstaande cognitief-affectieve kernen met de daaraan gekoppelde strevingen een samenhangende Zelf-organisatie gaan vormen.
Tevens is dit het stadium waar onder invloed van de taalontwikkeling de overgang plaatsvindt van biologische, prepsychologische strevingen naar symbolische, ‘bedachte’ strevingen. De biologische, prepsychologische strevingen zijn vooral gericht op spanningsregulatie; de symbolische, ‘bedachte’ strevingen vooral op lustbevrediging.
Daarnaast zal in de tweede helft van dit ontwikkelingsstadium een voorstelling van allerlei gemoedstoestanden worden ontwikkeld. Dit betekent dat ‘gevoel’ nu zelfstandig kan worden beleefd en wordt losgekoppeld van waarneming en gedrag. Anders gezegd: het kind leert in dit deel van het 2de stadium een gevoel over een persoon te hebben. De kenmerkende angst in deze fase is dan ook separatieangst; de angst om zich af te scheiden. Daarbij dreigt het gevaar dat de zojuist tot stand gekomen samenhang van de Zelf-organisatie uiteenvalt. Dat zou gepaard gaan met een terugkeer naar ongecoördineerde gedragspatronen.
Modus 3 De organisatie van verlangens
Na de totstandkoming en versteviging van een samenhangende Zelf-organisatie zijn het in dit ontwikkelingsstadium de persoonlijke strevingen, die zich voornamelijk manifesteren als verlangens, die het kind nu leert te hanteren. Deze verlangens leert het kind nu doelbewust na te streven. Anders geformuleerd: het kind leert nu te kiezen. Het gedrag wordt nog door lusten bepaald. Het geweten gaat zich ontwikkelen en de kenmerkende angst in deze periode is die voor sancties van ouders of verzorgers.
Modus 4 De organisatie van een toenemende autonomie
In dit ontwikkelingsstadium wordt onder invloed van het geweten de hiërarchie van strevingen verder gestabiliseerd, zodat er sprake is van een toenemende autonomie ten opzichte van de omgeving. Tijdens dit stadium komt de verdringingsbarrière tot stand; het beschermen van het bewustzijn tegen gedachten en impulsen die angst kunnen oproepen of die op een andere manier niet of moeilijk hanteerbaar zijn. Het gedrag wordt nu gereguleerd door lusten en door een realiteitsprincipe. Kenmerkende angst is in dit stadium is gewetensangst.
Modus 5 De organisatie zich te handhaven en manifesteren
In dit laatste ontwikkelingsstadium van Gedo worden de innerlijke strevingen meer en meer optimaal op elkaar en op de omgeving afgestemd. Er wordt geleerd frustraties te verdragen en er komt ruimte voor creativiteit.
Kenmerkend aan de 2de modus is dat er bij aanvang nog geen samenhangende Zelf-organisatie bestaat, maar los van elkaar staande cognitief-affectieve kernen met bijbehorende motorische patronen. Bij OPs blijven in dit ontwikkelingsstadium de verstandelijke vermogens genegenheid en/of begeerte te ervaren sterk afhankelijk van prikkels uit de omgeving. Voor deze kinderen (en volwassenen) blijft ‘zien’ hetzelfde als ‘voelen’. ‘Zien’ leidt tot actie. Hierbij wordt het kind vaak ook nog overweldigd door allerlei emoties en een sombere (grond-)stemming of door woede.
Door het ontbreken van bewuste voorstellingen van gemoedstoestanden zijn deze kinderen niet in staat te reflecteren op hun gedachten en gevoelens; ze hebben er geen woorden voor. Deze kinderen kunnen niet vertellen over wat zij voelen en ervaren. Dat samenhangende Zelf van modus 2 is, doordat modus 2 niet voltooid is, niet tot stand gekomen, laat staan de organisatie van verlangens in modus 3, de verdringingsbarrière van modus 4 en de optimalisering van afstemming op elkaar en op de omgeving van modus 5. Voor onvoorspelbare kinderen blijft alleen van betekenis wat zich afspeelt op concreet gedragsniveau.
Samenhangend met het ego zijn de psychologische afweerstrategieën verdringing, overdracht en secondaire ziektewinst, herhalingsdwang en onbewuste behoefte aan straf. OPs lijden in deze indeling vooral aan
- onbewuste strafbehoefte en
- overdracht.
Volgens een andere indeling zijn er tien afweerstrategieën, waarvan OPs zich toeleggen op
- eigen gedrag en emoties toeschrijven aan een ander,
- onder- of overcompensatie van gevoelens,
- omzetten van oergevoelens in sociaal en maatschappelijk geaccepteerde gevoelsvormen,
- ontkennen van de realiteit,
- rationaliseren of anders gezegd ‘weg-redeneren’ en
- verdringen.
De andere vier overige afweerstrategieën zijn in deze indeling dissociëren, identificeren met boosdoeners, een terugval in gedrag uit een eerder ontwikkelingsstadium en verplaatsen van frustratiebronnen. Genoemde afweerstrategieën beïnvloeden en versterken op den duur steeds weer het ontwikkelde realiteitsbesef. Dit geldt dus zeker ook bij OPs.
Voor zover de gesignaleerde onvoorspelbaarheid samenhangt met de psychologische afweermechanismen van de OP, zal het vallen onder de blijvende, zeer ernstige en langdurige (persoonlijkheids-)stoornissen met een mentale achterstand op anderen. In de DSM, waarin alle bekende diagnoses en classificatie van psychische stoornissen bij Westerse mensen zijn opgenomen, wordt dan verwezen naar ‘As II’, de as van blijvende specifieke ontwikkelingsstoornissen. Het komt nogal eens voor dat zo’n psychisch fenomeen gepaard gaat met diagnoses van ‘As I’, de as van behandelbare ‘psychische ziekten’ zoals een bipolaire stoornis, een eetstoornis, klinische depressie, een leerstoornis of een ontwikkelingsstoornis. De assen III, IV en V verwijzen naar respectievelijk lichamelijke ziekten die psychische problemen geven, de leefomgeving en leef-omstandigheden die van invloed zijn op het gevoelsleven en de maat waarin iemand zich weet aan te passen aan zijn omgeving inclusief een eventuele therapie. Over OPs zijn geen algemeenheden te melden ten aanzien van deze laatste drie assen.
Overeenkomstige ervaringen in het gezin van herkomst
Binnen het gezin van herkomst maken de meeste mensen voor het eerst kennis met de wereld waarin zij opgroeien. Ervaringen tijdens de zwangerschap, bevalling, babytijd, peuter– en kleutertijd hebben grote invloed op de ontwikkeling van de persoon, die we op latere leeftijd worden. De eerste periode is een fase waarin en kind nog geen woorden kan geven aan wat hij meemaakt. Daarna blijft een kind nog lang afhankelijk van de zorg die door andere gezinsleden gegeven wordt; meestal door de moeder, door beide ouders en/of door meerdere ‘hechtingsfiguren’. In deze perioden van persoonlijke groei wordt, zoals we in de vorige paragraaf lazen, het ontwikkelde in de verschillende stadia, modi of patronen versterkt en worden nieuwe ontwikkeld. Langzaam maar zeker begint ook het geheugen langduriger op te slaan wat we beleven; de herinnering wordt geboren.
OPs worden geboren als alledaagse mensen met een aantal biogenetische risicofactoren, te weten hun emotionaliteit, hun activiteitsniveau en hun optie tot een ontkoppeling in het bewustzijn waardoor bepaalde acties of ervaring optreden buiten het normale bewustzijn. Met namen onder invloed van (vermeend) verlies, trauma of ouderlijk falen, en/of (een gevoel) van sociale uitsluiting kunnen zich uit deze gewone mensen met risicofactoren OPs ontwikkelen. Ieder kind maakt een en ander aan negatiefs mee tijdens zijn ontwikkeling, maar voor OPs geldt dat dit negatiefs een flinke impact kan hebben op de rest van zijn leven. Daarbij gaat het om het gevoel van het kind dat het emotioneel of fysiek, misschien zelfs seksueel kwalijk bejegend is. Of dat sprake was van een verlies, dat door het kind als heftig is ervaren, terwijl het daarover nog niet kon praten. Prettige relaties met leeftijdgenoten lijken essentieel te zijn voor het voorkomen van de ontwikkeling tot een OP. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat bij veruit de meeste kinderen negatieve ervaringen niet ‘helpen’ onvoorspelbaarheid te ontwikkelen. Door hun verlatingsangst zijn OPs als kind al sociaal minder in staat vriendschappen goed vorm te geven, hebben zij in aanleg meer trouw nodig in hun vriendschappen en verwachten ze meer van anderen dan hun leeftijdgenoten. Vergeleken met anderen hebben zij de neiging om sociale wisselwerkingen niet juist te interpreteren en op een negatieve manier te onthouden. Dit wordt wel gezien als emotionele kwetsbaarheid.
Wat OPs zich van de eerste ervaringen binnen het gezin van herkomst weten te herinneren is vaak in grote lijnen negatief.
“Mijn moeder heeft vreselijk onder mijn vader geleden”, tekende ik op uit de mond van een vrouw, “Mijn vader was dan ook een potentaat. Mijn moeder speelde bijvoorbeeld erg graag piano. Elke zondag als de familie in ons huis bij elkaar was, speelde zij voor hen. Dat deed ze graag. En opeens heeft mijn vader zonder overleg ineens de piano de deur uit gedaan. Mijn moeder had daar veel verdriet van.”
Overigens bleek in bovenstaand voorbeeld de negatieve ervaring op een misverstand te berusten: de vader had de piano weggedaan, omdat de moeder een broertje dood had aan het ’s zondagse verplichte voorspelen. Uit zorg voor de moeder had de vader de piano weggedaan. Zo kunnen allerlei interpretaties van een kind negatieve herinneringen opleveren. Er kan voor een onvoorspelbaar kind best sprake geweest zijn van liefhebbende ouders. Achteraf kan desalniettemin toch bij het kind het gevoel overheersen dat hij in cruciale situaties in de steek is gelaten. En misschien is hij dat ook. Of dat hij niet gekend is en als kind geleden heeft onder de negatieve eigenschappen van een van beide ouders; al was het indirect zoals in bovenstaande ervaring, omdat de ene ouder onder de andere te lijden zou hebben gehad.
Voorbeelden van negatieve jeugdervaringen zijn verder:
q Als kind falend ouderschap of vermeend falend ouderschap ervaren hebben
q Ongepaste dwang ervaren hebben
q Het gevoel gekregen hebben door ouders belachelijk gemaakt te zijn
q Andere als kwaadaardig opgevatte bedoelingen van hechtingsfiguren ervaren hebben
q Wanneer een van de ouders met kinderlijke driften reageerde
q Verbale of fysieke ouderlijke ruzies meegemaakt hebben
q Onveilige en/of chaotische thuisomstandigheden ervaren hebben
q Plotselinge ingrijpende veranderingen in het gezin/gezinsleven ervaren hebben
q Stress of trauma veroorzakende gebeurtenissen meegemaakt hebben zonder bescherming daartegen te hebben ervaren
q Verlating of aandachtverlies ervaren hebben door privé-problemen van een ouder of door de geboorte van een ander kind
q Emotionele verwaarlozing
q Fysieke verwaarlozing
q Daarnaast spelen vaak (gevoelens van) emotionele of fysieke mishandeling en seksueel misbruik nog al eens een rol.
De omgang met leeftijdgenoten is in heel deze ervaringsgeschiedenis van groot belang. Kinderen met een flink vriendennetwerk hebben een geringere kans dat negatieve thuiservaringen hun persoonlijkheidsontwikkeling beïnvloeden dan kinderen die sterk op hun thuissituatie waren aangewezen. De thuiservaringen die op jonge leeftijd hebben postgevat, zijn van invloed op de verdere ontwikkeling; negatieve op een afbrekende manier en positieve op een zichzelf bevestigende manier. Indien op een of andere wijze ernstig negatieve ervaringen op jonge leeftijd deel gaan uitmaken van de persoonlijkheid van het kind heeft dat gevolgen voor zijn angsten en stressverwerking op latere leeftijd. Is iemand al doende op jonge leeftijd emotioneel kwetsbaar geworden, dan zal hij later extra gevoelig worden voor psychisch beschadigend gedrag van hechtingsfiguren, zoals een ouder die gedrag afkeurt of gevoelens van het kind niet serieus neemt, maar ook van anderen.
Iedereen heeft wel naast positieve herinneringen ook negatieve over zijn jeugd. Hoeveel goeds of lelijks ouders ook – in de herinneringen – gedaan hebben, altijd zijn er ook kantekeningen te plaatsen. Maar het gaat er niet om of de ouders achteraf perfect geweest zijn; dat zal geen enkele ouder zijn. Het gaat er wèl om hoe de jeugdervaringen van het kind op de latere psychologische ontwikkelingen van invloed zijn. Aan de belevenissen in de kindertijd kunnen kinderen herinneringen overhouden van gebeurtenissen die voor het kind gebeurd zijn, maar in werkelijkheid anders gegaan zijn. Het kan nogal wat uitmaken. Ook kunnen bepaald-soortige herinneringen wel onthouden zijn en andersoortige niet. Zo ontstaat een ervaring van kinderen die bepaalt of de ouders en andere hechtingsfiguren ‘goed genoeg ouders’ geweest zijn . Ouders en andere hechtingsfiguren die ‘goed genoeg’ zijn geweest voor hun kind uitten in de beleving van het kind voldoende inleving en gevoel in hun reacties op dat kind, gaven prioriteit aan de behoeftes van het kind en organiseerden een voorspelbare omgeving voor het kind. En dat alles nadrukkelijk ‘in de beleving van het kind’. Wat bij OPs opvalt, is dat bij hen altijd een jeugdig slachtofferschap overheerst. Hun ervaringen, zoals zij hun belevenissen terecht of niet geheel terecht hebben opgeslagen, hebben geleid tot de ontwikkeling van levensangst, verlatingsangst, een voortdurende stress en misschien zelfs een angststoornis.
Angst, angststoornis, stress en psychotrauma
Angst is niet alleen vervelend, het heeft ook een belangrijke positieve functie: angst (vrees) helpt mensen en dieren gevaarlijke situaties te herkennen en kan van doorslaggevende betekenis zijn om zo’n situatie te overleven. Angst kan dus een vriend zijn die voor een bedreiging waarschuwt, die alert maakt, die aanmoedigt om overlevingsstrategieën te bedenken en die de fysieke kracht doet toenemen om benodigde acties te ondernemen. Het overwinnen van angst kan voor het zelfvertrouwen louterend zijn. Wanneer de angst van iemand verband houdt met de werkelijke wereld helpt zij beangstigende situaties te overleven. Angst kan uitdagen om te handelen en te leren. Spreekwoordelijk is angst echter een slecht raadgever en al helemaal wanneer in werkelijkheid geen of veel minder gevaar dreigt dan wordt ervaren.
De OPs, waarover deze gids gaat, leven in een haast voortdurende staat van angst. Angst begint bij een gevoel van dreiging met lichamelijke, cognitieve, emotionele en gedragscomponenten. We voelen, als we bang zijn, angst in ons lijf, we weten dan dat we bang zijn, ons denken wordt dan door die angst beheerst en we handelen naar onze angst.
Angst kent verschillende gradaties. Voorbeelden van mildere vormen zijn: ‘je niet op je gemak voelen’, ‘onrust’ en ‘bezorgdheid’. Deze milde vormen van angst ondermijnen de ontwikkeling van zelfvertrouwen. Voorbeelden van extreme vormen zijn ‘radeloosheid’ of ‘paniek’. De extreme vormen kunnen ontaarden in langdurende extreme angstgevoelens of een paniekstoornis. Dat is een gemoedstoestand waarbij het leven beheerst wordt door de angst en voor de ‘angst voor een angst’, zoals om een paniekaanval te krijgen. De mechanismen in de hersenen, die angst reguleren, zijn evolutionair oud. Verstoring van deze mechanismen ligt ten grondslag aan alle mogelijke angststoornissen.
In psychologische zin is een angststoornis een aandoening met een ziekelijk angst. Deze ontstaat als iemand het idee heeft dat zijn welzijn bedreigd wordt. OPs kenmerken zich door het als bedreigend ervaren van veel situaties, terwijl de toestand waarin zij zich bevinden in werkelijkheid vaak niet bedreigend is. Wanneer langdurig of regelmatig angst ervaren wordt, wordt een stressstoornis opgebouwd. Dat betekent dat het lichaam onvoldoende tijd krijgt zich te herstellen van een eerdere overprikkeling, waardoor fysiologische lichaamsmechanismen die we tezamen het stresssyteem noemen, ontregeld raken. Een algemeen geaccepteerde vuistregel is dat volledig herstel van een angst tussen de zes en twaalf weken duurt.
Het stresssysteem stelt ons in staat een tijdelijke stroom fysieke en psychische angstprikkels nagenoeg probleemloos te verwerken. Wanneer binnen de herstelperiode van 6 tot 12 weken nieuwe angsten beleefd worden of paniekaanvallen plaatsvinden, doorkruist dat het herstel van het stresssysteem. Gebeurt dat doorkruisen van het herstel regelmatig dan verliest het stresssysteem zijn beschermende functie. Een proces van neuro-hormonale ontregeling, waarop het individu geen invloed meer heeft, veroorzaakt dan juist een toenemend disfunctioneren op cognitief, emotioneel en lichamelijk gebied. Dit leidt doorgaans niet alleen tot uiteenlopende lichamelijke en psychische klachten, dus tot een opeenstapeling van andere aandoeningen, en eveneens tot een grotere kans op nieuwe stress. Leefgewoontes als te veel eten, roken, slaaptekort en weinig bewegen bekrachtigen deze vicieuze cirkel van toenemende lichamelijke en/of psychische belasting. Deze ontregeling houdt zichzelf bovendien in stand, waardoor ‘een paar weekjes rust nemen’ niet meer tot verbetering leidt en in veel gevallen zelfs een tot verslechtering.
Stressvolle gebeurtenissen activeren, na een primaire waardeschatting in de hersenen, via de hypothalamus allerlei endocriene reacties. De vrijkomende stresshormonen en neurotransmitters hebben invloed op lichamelijke processen en koppelen terug naar de hersenen die hierdoor geactiveerd worden. Door deze verhoogde activiteit worden snelle reacties op gebeurtenissen in de omgeving mogelijk. Tegelijkertijd gaat deze snelle overdracht uiteraard ten koste van het nadenken over hoe te handelen, zeg maar ‘het nagaan of de reacties adequaat zijn’. Andere gevolgen zijn een aanscherping van de zintuigfuncties en het verbeteren van het geheugen voor gebeurtenissen die de stressreactie hebben uitgelokt. Stress leidt in de hersenen zelfs tot de aanleg van nieuwe grootschalige netwerken. Dat laatste komt tot uiting in een betere informatie-uitwisseling tussen hersengebieden die de autonome endocriene reacties aansturen en gebieden die de aandacht en oriëntatiefuncties reguleren. Dit zijn respectievelijk gebieden zoals het limbisch systeem en bepaalde gebieden binnen de hersenschors. Het limbisch systeem is een groep hersenstructuren die betrokken is bij emotie, motivatie, genot en het emotioneel geheugen. Evolutionair gezien is het een van de oudste delen van de hersenen, maar het bevat bij mensen ook enkele nieuwere structuren.
Wanneer deze nieuwe grootschalige netwerken in de hersenen aangelegd zijn kan gesproken worden van een psychotrauma of psychisch trauma. Een psychotraumatische reactie kan bestaan uit hyperactivering, dwangmatige herbeleving, dissociatie, verdringing, angstreacties en vervlakking. Blijven de klachten voortleven ondanks behandeling of herstel, dan wordt gesproken van een acute of posttraumatische stressstoornis (PTST): het individu kan angsten niet meer reguleren en ervaart vaak een beschadigd zelfbeeld.
OPs hebben bewust of onbewust vaak te doen met een posttraumatische stressstoornis. Hun zelfbeeld wordt beïnvloed door de aard van de daaraan voorafgaande psychotraumatische gebeurtenis(sen), hun weerbaarheid, de steun die ze (hebben) ervaren van hun sociale omgeving en het handelen van de groep mensen waarbinnen zij verkeren. OPs hebben gemeenschappelijk dat hun bewustzijnstoestand chronisch is veranderd. Zij lijden aan een vertekende werkelijkheid en hun kijk op de toekomst bevat meestal maar weinig lichtpuntjes. Communicatie over deze gevolgen wordt bemoeilijkt doordat OPs communiceren vanuit hun emoties. Van dit alles zijn OPs zich zelden bewust wat het extra lastig voor hen maakt om te vertellen wat zij nodig hebben. Mede daardoor ontvangen zij vaak niet wat zij nodig hebben om wèl tot herstel te komen. Hun chronische angst maakt het bovendien moeilijk, zo niet onmogelijk, bij zichzelf te doorvoelen van welke psychische beschadigingen zij te lijden hebben.
Gevolgen van langdurige stress
In de kindertijd van OPs is zelden een veilige hechting ontstaan, zoals het type B in ‘de vreemde situatietest’ van Mary. Er werden die periode heftige teleurstellingen ervaren. En de ontwikkeling van vertrouwen in (een van) de ouders of anderen bleef op de een of andere manier onderontwikkeld. Logisch dat dan (onbewust) het leven ingericht wordt op onveilige hechtingen en teleurstellingen. Leven in constante stress houdt ons, zoals ik in de vorige paragraaf schreef, weg van een leven zonder angst terwijl de stress ‘objectief bezien’ ongegrond is. De stressbronnen, waaronder OPs lijden, kunnen door anderen soms maar moeilijk herkend worden. Hoe werkt stress in op het lichaam wanneer stress lang aanhoudt?
Gewenning
Wanneer ik weer eens voor een langere periode de bergen in trek heb ik altijd last van mijn rugzak. De eerste kilometers gaan prima, maar daarna. Hij is te groot, te log en vooral te zwaar. Bij elke stap krijg ik er steeds meer last van. Daar komt nog bij dat ik meestal begin met een urenlange beklimming om op hoogte te komen. Vaak neem ik mij de eerste beklimming van een vakantie voor om bij de eerstvolgende nederzetting spullen achter te laten. Het komt nooit bij me op om spullen in de natuur achter te laten. Maar wanneer ik die nederzetting na een aantal dagen bereik, dan ben ik dat voornemen altijd vergeten. Ik ben in een paar dagen aan alle rugzakongemakken gewend geraakt. Het gedoe van het afdoen van mijn rugzak weegt aan het eind van de vakantie soms zelfs niet meer op tegen het zonder rugzak zijn. Met gemak houdt ik hem dan op mijn rug, ook als dat niet noodzakelijk is.
Stress ontregelt en naarmate stress lang aanhoudt of telkens weer ervaren wordt gaat de omgang met stress meer en meer deel uitmaken van onze persoonlijkheid. Net als in het stukje over gewenning hierboven is een van de neveneffecten van het leven inrichten op onveilige hechtingen en teleurstellingen dat men onveilige hechtingen en teleurstellingen ervaart. En wie steeds met stress te maken heeft kan zoveel stress ‘oplopen’, dat hij aan de stress gewend raakt. In een zin in de paragraaf hiervoor schreef ik dat neuro-hormonale ontregeling ook zichzelf in stand houdt, waardoor ‘een paar weekjes rust nemen’ niet meer tot verbetering leidt en in veel gevallen zelfs een tot verslechtering. Die ‘verslechtering’ heeft te maken met gewenning. Het nieuwe comfort, zoals voor mij na een bergtocht lopen met een zware rugzak, is dagelijkse spanning voor iemand wiens neuro-hormonale systeem ontregeld is.
Ik vergelijk mijn rugzakgedrag ook met de overbelasting door stress die OPs kunnen ervaren. Ik kan na verloop van tijd de ongemakken van mijn rugzak goed dragen. Precies zo worden stressvolle situaties door OPs ervaren als ‘gewoon akelige dingen’ die nu eenmaal bij het, haar of zijn leven horen. De stress, die steeds weer opgelopen wordt, wordt ervaren als een gewoon onderdeel van het leven. In hun gewone leven past dan geen ontspanning meer. Geen schuilen bij een ander. Geen troost. Als onderdeel van de ontwikkelde persoonlijkheid is aangeleerd dat men (haast) niet op anderen kan vertrouwen en dat men altijd alert moet zijn, omdat alles toch eindigt in teleurstelling en heftige onaangename emoties. En zo kan stress uiteindelijk verslavend worden. “Met mij heb je never a dull moment”, zegt een OP opgewekt.
GEK WORD Ik VAN HEM
Zijn stomme gezwijg maakt me dol
Waar heb ik dit aan verdiend?
Kon ik me maar voor hem afsluiten,
Maar dat kan ik niet.
Doe niet zo achterlijk!!!
Hmmm Wat zit je daar nou stom te zwijgen?
In de vorige paragraaf is besproken dat aanhoudende stress een psychotrauma kan veroorzaken; een psychisch letsel dat, zoals een litteken op de huid, deel is geworden van de persoonlijkheid. Uit dieronderzoek is bekend dat langdurige stress kan leiden tot permanente veranderingen in bepaalde hersenstructuren.
Hersenonderzoeker Guido van Wingen onderzocht in 2011 de hersenen van uitgezonden militairen. Bijzonder aan zijn onderzoek was dat hij de hersenen voor en na het oplopen van stress kon onderzoeken. Nadat de acute stress geweken is, blijken de twee amygdala bij de uitgezonden militairen nog enige tijd actief te blijven. Beide amygdala maken deel uit van het limbische systeem en spelen een centrale rol bij de verwerking van weerzinwekkende prikkels en de regulatie van angst. De communicatie tussen de amygdala en de hersenschors (prefrontaal cortex; evolutionair het modernste deel van de hersenen) bleek langdurig te zijn veranderd. De veranderingen bleken merkwaardig genoeg tweeledig:
- Bij militairen die hun eerste uitzending naar Uruzgan niet als erg bedreigend hebben ervaren, is de communicatie tussen die twee hersengebieden sterker geworden. Dat zal als gevolg hebben dat zij in een volgende oorlogssituatie waarschijnlijk minder stress zullen ervaren.
- Bij militairen die zich tijdens hun eerste uitzending wel ernstig bedreigd hebben gevoeld, is de band tussen de hersenschors en amygdala juist verzwakt. Daardoor zullen deze militairen een volgende keer mogelijk nog meer stress ervaren.
Ik vermoed dat OPs door hun herhaalde ervaringen ook zo’n psychotrauma van de tweede categorie kunnen oplopen; die van de militairen die zich tijdens de eerste uitzending ernstig bedreigd hebben gevoeld, waarbij de band tussen de amygdala en de hersenschors is verzwakt. Zij ervaren in dat geval steeds meer stress.
Het dier in de mens
Het brein van zoogdieren, waartoe in de biologie mensen ook worden gerekend, bestaat grofweg uit drie delen: de hersenstam, daaromheen ligt het limbisch systeem en als uitvergrote walnoot is er de hersenschors (of neo-cortex). Om de biologie van het mechanisme “stress geeft meer stress” te begrijpen, gaan we even terug in de tijd.
De hersenstam is evolutionair het oudste deel van de hersenen en reguleert de levensfuncties. Zij is gelegen onder in de hersenen. De hersenstam regelt bij alle amfibieën, reptielen, vissen, vogels en zoogdieren al honderden miljoenen jaren basale functies als ademhalen, hartslag, de spijsvertering en de speekselvorming.
Op de hersenstam ligt bij alle zoogdieren het limbisch systeem. Dit voelende hersendeel speelt een cruciale rol bij gemotiveerde en emotionele gedragingen zoals eten, drinken, agressie en seks. In feite is het limbisch systeem een concentratie van onderling communicerende structuren die elk hun eigen functies hebben: de hippocampus speelt een belangrijke rol bij het opslaan van informatie, de twee amygdala bij emoties en motivatie, en de basale ganglia bij het plannen van gedrag.
Om het limbisch systeem ligt bij mensachtigen, apen en mensen de relatief goed ontwikkelde denkende hersenschors. Dit deel van de hersenen kan gekarakteriseerd worden als ‘een zeer geavanceerd hulpmiddel voor complexe informatieverwerking’. De hersenschors wordt vaak gezien als de zetel van de hogere cognitieve vermogens, zoals denken, taal en problemen oplossen. Ook wie wij zijn, onze persoonlijkheid, wordt bepaald door de structuren in de hersenschors. Bij primaten, met name bij mensapen, is de hersenschors aanzienlijk groter en beter ontwikkeld dan bij andere zoogdieren.
Zodoende bezitten mensen als het ware drie breinen: een ‘reptielenbrein’ van 500 miljoen jaar oud, een ‘zoogdierenbrein’ van 200 miljoen jaar oud en een ‘menselijk brein’ van zo’n 200 duizend jaar oud.
Tussen de 4 en 2,5 miljoen jaar geleden leefde op de Oost-Afrikaanse savanne een ruim één meter lange mensaap. Deze voorouder van ons, de Autralopithecus afarensis, had een hersenvolume van ongeveer 450 cm3. Wij, Homo sapiens sapiens, hebben een hersenvolume van gemiddeld 1.350 cm3. Dit betekent dat het hersenvolume van de mensachtigen in de afgelopen 3 tot 4 miljoen jaar is verdrievoudigd en dat de hersenschors, het menselijk brein, meer dan verdubbeld is.
Moderne mensen kunnen door die toename van de hersenschors hun gedrag strategisch en rationeel afstemmen op de verschillende situaties waarin zij verkeren. Zij kunnen leren zich gepast te gedragen. Mensen kunnen als enige in het dierenrijk ook kennis opslaan en overdragen via opleidingen, internet, boeken, kranten en tijdschriften. Bijzonder in de natuur is dat mensen daardoor zelfs nog kunnen leren van andere mensen als die al overleden zijn. Mensen kunnen, ook bijzonder in de natuur, via technische hulpmiddelen met andere mensen op afstand gedachten uitwisselen. We kunnen afwegingen maken en ingewikkelde problemen oplossen. Onze prehistorische voorouders leken daarentegen in hun gedrag meer op dieren dan de moderne mensen van nu. De zojuist benoemde mogelijkheden van de moderne mens zijn allemaal terug te voeren op de rol die de hersenschors in ons leven speelt.
De hippocampus maakt deel uit van het limbische systeem samen met onder andere de hypothalamus en de amygdala. Het is een deel van de hersenen aan de binnenzijde van de slaapkwab. In beide hersenhelften is er één hippocampus aanwezig en de structuur is vernoemd naar ‘het zeepaardje’, vanwege de gekromde vorm van deze hersendelen. Dit orgaan heeft alles te maken met het functioneren van het geheugen en de emotionele gevoeligheid. Binnen de hersenstructuren kunnen problemen ontstaan wanneer de structuren zelf niet goed werken, bijvoorbeeld doordat zij niet optimaal ontwikkeld zijn, en wanneer de neurotransmitters onvoldoende of in ongewenste verhoudingen voor handen zijn. Zo kan een verstoring van de hippocampus, bijvoorbeeld door een erfelijke aanleg, herinneringen onbetrouwbaar maken. Zo’n verstoring kan ook veroorzaken dat onschuldige gebeurtenissen tot enorm heftige emoties leiden.
De ongeveer vijftig verschillende soorten neurotransmitters in ons zenuwstelsel worden verantwoordelijk gehouden voor het doorgeven van informatie tussen de verschillende hersenstructuren. Storingen in de neurotransmittersystemen kunnen bijdragen aan onvoorspelbaar gedrag op de vlakken van aangeleerde vaardigheden, impulsiviteit en voelen.
De Amerikaanse onderzoeker Dr. Seung-Schik Yoo vergrootte in 2007 het inzicht op de werking van overigens deugdelijke neurotransmittersystemen tussen de hersenschors en de beide amygdala. Hij deed met andere radiologen en neurologen onderzoek naar effecten van slaaptekort op de verwerking van onaangename prikkels. Onaangename prikkels, zoals het zien van een ziek kind, activeren het limbisch systeem; het zoogdierenbrein dat het primitieve, evolutionair oudere emotionele systeem in de hersenen is. Opvallende negatieve emotionele informatie wordt in de twee amygdala verwerkt. In hoeverre de amygdala reageren op een prikkel wordt beïnvloed door andere hersensystemen. Een ‘hoger’ hersendeel, de prefrontale hersenschors, vlak achter het voorhoofd, remt indien nodig de amygdala-activiteit. Dit verfijnd systeem in de hersenschors stelt dus de primaire reactie van de twee amygdala bij. Daardoor barst een mens niet om de haverklap in huilen of woede uit, maar kan hij vaak reageren op een manier die sociaal geaccepteerd is. Precies deze regulatie blijkt af te nemen nadat iemand een langere periode weinig of niet geslapen heeft.
Bij langdurig slaaptekort vallen mensen kennelijk terug op hun evolutionair oudere delen van de hersenen. Dit zou ook bij andere vormen van stress dan slaaptekort kunnen gebeuren: de laatst ontwikkelde, menselijke hersenschors zou bij langdurige stress ophouden het evolutionair veel oudere ‘zoogdierenbrein’ te reguleren. Zo verworden ‘beschaafde’ mensen bij langdurige of herhaalde stress tot mensen die gedrag vertonen dat meer bij dieren hoort dan bij mensen. Ze reageren primair op prikkels, zonder afwegingen te maken. Hieruit trek ik de conclusie dat mensen, die langdurig stress hebben ervaren, terug kunnen vallen op hun primitieve hersenstructuren; het dier in de mens. Dan lukt hen het rationeel denken en het maken van afwegingen niet meer. Ook reacties van ‘normaal functionerende’ mensen op langdurig slaaptekort blijken vergelijkbaar met die van uitgeruste mensen met alcohol in hun bloed. De beschrijving van Primo Levi in ‘Is dit een mens?’ (1947 & 1958) onderschrijft dergelijke onderzoeksresultaten. Hij schrijft:
“Wie doodt, is een mens, wie onrecht doet of lijdt, is een mens; geen mens is hij die elk gevoel van grenzen verloren heeft en zijn bed deelt met een lijk. Wie heeft afgewacht tot zijn bedgenoot klaar was met sterven om hem een stuk brood af te nemen, is, ook al heeft hij daar geen schuld aan, verder verwijderd van het model van een de denkende mens dan de primitiefste Pygmee of de gruwelijkste sadist.”
In de reacties van OPs op hun steeds opnieuw beleefde angsten en stress is volgens mijn dit mechanisme eveneens zichtbaar. Het bij herhaling denken in de steek gelaten te worden en het steeds terugkerende indringende eenzaamheidsgevoel staan na verloop van tijd het maken van rationele afwegingen in de weg. Het gedrag wordt uit primitief lijfsbehoud afgestemd op het onaangename gevoel van verlating zelfs wanneer er van verlating geen sprake is. Alleen het hoogst nodige sociale gedrag wordt nog in de paniekaanvallen aangewend, zoals de gevangenen in concentratiekampen, waartoe Primo Levi behoorde, zich wel konden gedragen zoals hun kampbewaarders van hen eisten. De hersenschors reguleert niet meer intensief naar sociaal gepast gedrag of gedrag dat past in de situaties waarin de OP verkeert. Het evolutionair veel oudere limbische systeem reguleert zonder bijsturing van de modernere hersenschors het gedrag om te overleven in een onaangename wereld.
Over rationele en emotionele werkelijkheid; realiteit en gevoelsleven
Lambik uit de Vlaamse stripreeks Suske en Wiske wil het nog wel eens overkomen dat hij na een vliegtuigcrash als een vogel door de lucht vliegt of na een schipbreuk in zee zwemt. Dat lukt hem totdat hij zich realiseert dat hij niet kan vliegen of zwemmen. Dan plots valt hij naar beneden of gaat hij kopje onder. Mijn vraag is in hoeverre dit in het werkelijke leven ook kan.
We nemen allemaal selectief waar. Iedereen leeft in een eigen werkelijkheid of zijn eigen bubble, zoals we dat tegenwoordig zeggen. Mensen zijn geneigd hun werkelijkheid aan hun gevoelsleven aan te passen. De hersenschors helpt niet alleen bij het bedenken van handige strategieën, maar ook bij het onszelf voor de gek houden kan de hersenschors behulpzaam zijn. Bijvoorbeeld bij het rationaliseren van de werkelijkheid, bij het spiritualiseren van onze waarnemingen en bij het voorrang geven aan ons gevoelsleven boven onze feitelijke waarnemingen. Dat laatste wordt mooi geïllustreerd bij hevige verliefdheid: de ander en de wereld worden dan soms door ‘een roze bril’ ervaren.
Voor OPs is het leven vaak gevuld met angsten en stress of in het beste geval met een ondraaglijke lichtheid . Zij herkennen hun emoties niet als angst en stress, maar als onbetwistbare zuivere waarnemingen. Eerder bespraken we hun herinneringen aan onveiligheid in het gezin van herkomst, hun onveilige gehechtheid, hun mogelijke psychotrauma’s en de gevolgen van herhaalde en langdurige stress. Volgens de Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow zijn het gevoel ‘gezien te worden, waardering en begrip te krijgen’ een van onze basisbehoeftes. OPs blijven vaak verstoken van deze basisbehoefte. In de motivatiepiramide van Maslow komt de behoefte aan erkenning en waardering direct na behoeften als eten en drinken, bestaanszekerheid en sociaal contact. Wanneer iemand zich bij voorbeeld gewaardeerd voelt, ervaart hij het krijgen van betekenis binnen een groter geheel. Dat is essentieel voor zijn welbevinden.
Deze basisbehoefte ‘gezien’ te worden, ‘waardering’ en ‘begrip’ geldt natuurlijk ook voor OPs. Wanneer hij de erkenning of waardering als werkelijk gemeend ervaart, zal hij daarmee blij zijn. Echter, doordat OPs vaak basaal ervaren dat zij er in het leven alleen voorstaan, komen er problemen van als hij ‘gezien’ wordt of ‘waardering’ en ‘begrip’ krijgt. Betekenis krijgen in een groter geheel voelt alleen goed wanneer daar niet de gedachte bijkomt dat men op elk volgend moment verstoten kan worden. OPs leven met het idee dat na waardering ‘in de steek gelaten worden’ volgt. Vanuit dat besef zullen zij zich bewust of onbewust moeten voorbereiden op het incasseren van grote teleurstelling. Ondanks het blije gevoel over de ontvangen waardering zal hij daarom meestal onbewust op een specifieke manier reageren. Hij zal de positieve boodschap negeren of de situatie ontwrichten. Zo herkrijgt hij, nog voordat hij door anderen teleurgesteld wordt, controle over deze fijne, maar als ‘onveilig’ ervaren situatie. Tegelijk wordt het gevoel in de steek gelaten te worden zodoende steeds weer bekrachtigd. Zoals Lambik even vliegt of zwemt, kan een OP slechts even genieten van ‘waardering’, ‘begrip’ of ‘gezien’ te worden.
Dieper in de psychologie zie ik dat op deze manier de vaak ooit als klein kind ervaren teleurstelling zo immens groot was, dat die koste wat kost niet herhaalt mag worden. Dat zou voelen als doodgaan. Bij de self-fulfilling prophecy om het positieve gevoel met negatief handelen onder controle te krijgen heeft ‘dit kleine kind’ de regie. Hij ontregelt niet uit behoefte maar uit lijfsbehoud; om te overleven.
Iemand die gesteld is op een OP, of nauwer bij hem betrokken, zal geneigd zijn de door hem beschreven relaties tussen oorzaak en gevolg te onderschrijven. Daarmee bekrachtigt hij dan ongewild de eenzaamheidsgevoelens van de OP. Hij zal doorgaans niet in staat zijn de psyche van de onvoorspelbare mens te helen. Echter, door de basale eenzaamheid te bekrachtigen komen beide te leven in de werkelijkheid van het gevoelsleven van de een, te weten de OP. Het gevolg hiervan is disharmonie en vaak ook aandacht voor het slachtofferschap van de onvoorspelbare mens. Beter en moeilijker zou het zijn respectvol vragen te stellen bij de relaties die de OP legt tussen oorzaak en gevolg.
De omstanders van OPs zouden moeten beseffen dat ‘gezien’ worden of ‘waardering’ en ‘begrip’ krijgen bij OPs niet makkelijk leidt tot een versterkt zelfvertrouwen of positieve energie. OPs lijken in dit opzicht op vaten zonder bodem; al beleven zij nog zoveel moois en prettigs, juist daardoor ervaren zij paniek en reageren er uiteindelijk vijandig op. En daar kunnen zij zelf ook niets aan veranderen. Na veel moois vrezen zij voor een onherroepelijk angst of stress, ook al zijn zij daar zelf ongewild de oorzaak van.
Bij aanvang van hun volwassen leven is de groef waarin OPs zitten meestal al aardig diep. En die groef wordt steeds dieper. Ander gedrag ‘uitproberen’ is niet aan de orde, want daarvoor heeft een OP doodsverachting nodig. Dat is voor omstanders moeilijk voor te stellen, maar dit is de werkelijkheid van veel OPs. Al doende worden OPs steeds behendiger in het ontregelen van situaties (vanuit lijfsbehoud! om te overleven). Tegelijk wordt het gevoel van eenzaamheid en steeds weer afgewezen worden daardoor telkens herbevestigd. Zo komt hun werkelijkheid steeds verder af te staan van de werkelijkheid zoals anderen die ervaren. Omdat zij de basisbehoeftes van Maslow niet bevredigt krijgen is zo te leven mijns inziens een voorbeeld van vliegen of zwemmen zonder het te kunnen, zoals Lambik dat doet.
Conclusies
De oorsprong van de onvoorspelbaarheid, waarover deze gids gaat, ligt in beschadigingen die ooit op de een of andere manier in het gezin van herkomst zijn opgelopen. In de eerste levensfasen heeft gaandeweg een opstapeling plaatsgevonden van negatieve ervaringen. Het zijn ervaringen die soms buiten het zicht van andere gezinsleden opgedaan zijn. In elk geval herinneren OPs zich vaak meerdere psychotraumatische belevenissen, die in hun gezin van herkomst hebben plaatsgevonden, waaronder zij als kind geleden hebben. Vaak hadden deze ervaringen te maken met hun ouders of andere hechtingsfiguren en liggen ze in de sfeer van niet ‘gezien’ worden of een gebrek aan ‘waardering’ en ‘begrip’. Ook kunnen OPs slachtoffers zijn geweest van daadwerkelijke kindermishandeling, emotionele verwaarlozing of incest. Dergelijke ervaringen hebben bij OPs geleid tot een gebrekkige hechting en zodoende tot een onveilig beleven van de wereld. Gaandeweg is bij OPs een basisgevoel van angst en eenzaamheid ontwikkeld dat zij zelf niet als onveilig herkennen, omdat zij niet anders weten. Hun onveilig beleven is hun gewone manier van beleven.
De problemen van en met OPs zijn vervolgens het gevolg van een levenswijze die ingericht is op het overleven van de veel stress-veroorzakende situaties waarmee zij – in elk geval in hun beleving – te maken krijgen. De sociale problemen met andere mensen – hoewel ervaren als op zichzelf staand – worden door OPs chronisch herhaald en het mislukken van de omgang ermee wordt even vaak bekrachtigd. Het is allemaal geen kwestie van keuze, maar een gevolg van niet anders kunnen.
Hun langdurige en herhaalde negatieve emotionele ervaringen brengen fysieke aanpassingen van het zenuwstelsel op gang. Daardoor wordt het denken ingesteld op de primitieve hersenstructuren die helpen om te gaan met stress en angst. De modernere hersenstructuren corrigeren die primitievere hersenstructuren niet meer, zoals doorgaans het geval is met andere mensen. Zo wordt steeds weer stress ervaren en wordt door OPs een manier van omgang ontwikkeld die effectief lijkt, maar het niet is. De relaties die OPs onderhouden, worden vorm gegeven vanuit een bijzondere en ongekende achtergrond. Zo ontstaat er bij OPs in het volwassen leven een onbalans tussen feitelijke gebeurtenissen en de ervaring van die voorvallen.
Samenvatting van de hoofdstukken 1, 2 en 3
De onvoorspelbare mensen (OPs) raken telkens weer in de war, uitzinnig boos of hopeloos teleurgesteld in hun omstanders. OPs en hun omstanders voelen zich in hun relatie beiden onbegrepen en te kort gedaan. De stemmingswisselingen, die snel en frequent zijn, komen voort uit een onveilige hechting en de persoonlijkheden van beschermer, straffende ouder, het woedende kind, het verlaten en misbruikte kind en de volwassene die hun innerlijke leegte vullen.
Zowel OPs als hun omstanders blijken bepaalde, tegengestelde persoonlijke eigenschappen te hebben. Omstanders worden vaan gekenmerkt door kalmte, organisatievermogen en zelfinzicht. OPs zijn behept met impulsiviteit, affectieve instabiliteit en identiteitsdiffusie, die na hun geboorte tot ontwikkeling is gekomen. Het is alsof een feedback structuur tussen voelen en denken niet tot stand is gekomen, net zo min als een samenhangend Zelf: voelen wordt door ook door volwassen OPs verward met de werkelijkheid, zoals heel jonge kinderen dat onderscheid evenmin kunnen maken en de geleerde stukjes cognitief-affectieve gevoelsbelevenissen niet tot een eenheid hebben weten te smeden. Bovendien hebben zij als kind in het leren beheersen van hun impulsen weinig ervaring opgedaan. Deze twee storingen in hun vroege ontwikkeling zetten heel hun verdere leven de communicatie met anderen onder druk. Voor onvoorspelbare kinderen en later de volwassenen die zij worden blijft alleen of vooral van betekenis wat zich afspeelt op concreet gedragsniveau.
Wanneer de ervaringen in het gezin van herkomst positief zijn, zal de ontwikkeling tot een OP niet zo’n grote kans maken. Echter, geen enkel kind groeit op zonder frustraties. Bij ‘goed genoeg-ouders’ lopen kinderen een kleinere kans zich tot een OP te ontwikkelen dan bij duidelijk falende ouders. Het gaat daarbij steeds om de beleving van het kind en niet om een objectief oordeel. Bij ervaringen van dreiging en angst weren mensen zich af. Bekende afweermechanismen bij OPs zijn onbewuste strafbehoefte en overdracht of eigen gedrag en emoties toeschrijven aan een ander, onder- of overcompensatie van gevoelens, omzetten van oergevoelens in sociaal en maatschappelijk geaccepteerde gevoelsvormen, ontkennen van de realiteit, rationaliseren of anders gezegd ‘weg-redeneren’ en verdringen. Dit zijn vaak blijvende, zeer ernstige en langdurige gehanteerde afweermechanismen die kunnen leiden tot stoornissen welke OPs een mentale achterstand op anderen bezorgen. Besproken is de samenhang tussen angsten, angststoornissen, psychotrauma’s en eventueel voorkomende post traumatische stressstoornissen (PTST). OPs leiden vaak aan bewuste of onbewuste PTST. Door hun negatieve jeugdherinneringen en hun angstbelevingen daarna zijn de specifieke problemen van OPs deels behandelbaar en deels zal ermee geleefd moeten worden. OPs hebben gemeenschappelijk dat hun bewustzijnstoestand door hun stressgeschiedenis chronisch is veranderd. Zij lijden aan een vertekende werkelijkheid en hun kijk op de toekomst bevat meestal maar weinig lichtpuntjes. Communicatie over deze gevolgen wordt bemoeilijkt doordat OPs communiceren vanuit hun emoties, waarbij de kans bestaat dat stress verslavend wordt.
Stress brengt veranderingen te weeg in het functioneren van de hersenen. Door meer of vaker stress te ervaren wordt de interactie tussen het oudere en nieuwere deel van onze hersenen verzwakt. Daardoor gaan mensen meer primair reageren op onbekende of vervelende situaties. Voor OPs geldt deze verzwakte communicatie tussen de rationele delen van onze hersenen en de meer primitieve delen. Daardoor worden hun stress en angsten versterkt en zo worden zij mensen, die niet goed meer in staat zijn conform sociale verwachtingen van hun omgeving te handelen. Of zoals zij waarschijnlijk geweest zouden zijn zonder hun beangstigende en stressvolle voorgeschiedenis. De relaties die OPs onderhouden, worden vorm gegeven vanuit een bijzondere en ongekende achtergrond. Zo ontstaat er bij OPs in het volwassen leven een onbalans tussen feitelijke gebeurtenissen en de ervaring van die voorvallen.
Hoofdstuk 4 Problemen in relaties met onvoorspelbare mensen
Inleiding
De OPs, waarover deze gids gaat, zijn steeds bezig situatie na situatie te overleven en krijgen daardoor onvoldoende rust of tijd voor ontspanning. Doordat zij (in hun beleving!) niet gezien worden zoals zij door anderen gezien zouden willen worden, lijden zij en lopen zij steeds meer stress op. Het verbinding krijgen met anderen wordt voor hen bemoeilijkt doordat zij in de basis van hun persoonlijkheid dikwijls onveilig gehecht zijn.
Voor OPs en hun omgeving levert dit alles een veelheid aan communicatieproblemen. In dit hoofdstuk bekijken we vanuit verschillende invalshoeken die problemen voor OPs en hun omstanders.
Bevrijding van wat knelt
Leerling: “Meester, wilt u mij helpen mijzelf te bevrijden?”
Meester: “Toon mij uw boeien.”
Leerling: “Boeien? Ik heb geen boeien.”
Meester: “Waarom zal ik u dan helpen u te bevrijden?”
Het is belangrijk om te beseffen dat haast iedereen wel degelijk over het vermogen beschikt zijn relaties en leven te veranderen, ook al kan dat ongemakkelijk en zelfs beangstigend zijn. Angst is iets anders dan hulpeloosheid. Het alternatief voor het aanpassen van uw leefstijl aan uw behoeften is een nogal ongelukkig en onbevredigend leven waarin uw keuzes en leven bepaald worden door angst voor verandering. Voor degenen die knel zitten is het belangrijk zaken op een andere manier te benaderen dan zij gewoon zijn te doen. Richt u eens niet op anderen, maar op uzelf. Werk eraan vooral uzelf te zijn.
Randi Kreger schrijft in de Borderline-gids: ‘Sta achter uw keuzes. Bedenk dat alleen u beslist hoe u reageert op mensen, op hun doen en laten en op de gebeurtenissen in uw leven. U kunt echt kiezen. Dat is niet altijd prettig, maar u kunt wel kiezen. Ban uitspraken als “Hij maakte dat ik…”, of “Zij dwong mij te…” uit uw vocabulaire, tenzij het werkelijk zo is. Zeg liever: “Op dit moment kies ik ervoor om…”, dan “Ik moet…” En stel u vervolgens open voor nieuwe ideeën.’ Wanneer uw huidige strategie niet werkt, verzin dan een andere. Maak de volgende richtlijnen u eigen:
- Wordt meer jezelf en vul uw leven in volgens uw eigen normen en waarden.
- Leer van wat u heeft meegemaakt: Komen onprettige gevoelens u bekend voor? Welke gevoelens zijn dat dan precies en hoe bent u daarmee toen omgegaan? Heeft u al eens eerder in een soortgelijke situatie gezeten? Wat was dat voor een situatie en hoe bent u daar toentertijd uitgekomen?
- Help anderen zonder ze te willen redden. Spreek uw vertrouwen uit in het vermogen van uw OP om zelf oplossingen te vinden voor zijn problemen.
- Laat mensen zijn wie ze werkelijk zijn, in plaats van hoe u vindt dat zij beter zouden zijn dan zij zijn. Steun anderen met gezonde uitspraken als: “Ik ben er als je me nodig hebt, maar jouw keuzes en de consequenties daarvan zijn voor jou.”
Oefening 1 Ik en de ander
a. Help anderen zonder ze te willen redden; zet die anderen daarentegen juist in hun eigen kracht door uw welgemeend vertrouwen in hen uit te spreken.
b. Laat anderen zichzelf zijn en probeer zelf ook zoveel mogelijk uzelf te zijn.
c. Bedenk daarom wat u op dit moment het meest belangrijk vind in uw leven en schrijf dat op met een datum en uw naam erbij.
d. Steek het bij u in uw portemonnee, cardhouder, brillenkoker of wat ook, zodat u het af en toe kunt herlezen en probeer naar uw eigen tekst te leven.
e. Pas uw tekst zonodig aan, wanneer u iets anders op dat moment belangrijker vindt.
Ego-posities
De Canadese psychiater Eric Berne (1910 – 1970) streefde ernaar mensen te genezen in plaats van vooruitgang te boeken in de behandeling. Hij ontwikkelde een theorie, waarover hij in 1958 voor het eerst in “Transactional Analysis, A New and Effective Method of Group Therapy” publiceerde. De beschrijving van ego-posities komt voort uit deze transactionele analyse.
In de transactionele analyse wordt ervan uitgegaan dat een opgroeiend kind terwijl het de wereld en zijn plaats erin probeert te begrijpen een script ‘schrijft’, een soort plan voor zijn toekomstige leven inclusief de haalbaarheid van dat plan. Voor het kind invloedrijke mensen, met name ouders, verzorgers en familieleden, hebben een belangrijke invloed op de inhoud van dit script.
Gedurende de verdere levensloop wordt het script wel steeds aangepast, maar de uitgangspunten en de essentie ervan veranderen in het latere leven nagenoeg niet meer. Door de ervaringen in de vroege levensjaren neemt elk mens al in zijn jeugd besluiten over zijn verdere leven. Met name over hoe hij in zijn verdere leven met zichzelf en zijn omgeving om zal gaan. De transactionele analyse gaat ervan uit dat mensen steeds opnieuw de strategieën uit hun kindertijd toepassen. Dat doen volwassen mensen ook, zelfs als dat steeds weer tot pijn of mislukking leidt.
Om dat laatste te begrijpen is van belang dat binnen alle verschillende scripts grofweg drie soorten worden onderscheiden:
· die van de winnaar
· die van de niet-winnaar
· die van de verliezer
Het is overigens, om het helemaal ingewikkeld te maken, niet uitgesloten dat deze drie typen scripts zich kunnen afspelen binnen één en dezelfde persoon. De scripts van OPs zijn disfunctioneel; zij ontwikkelen bijzonder vaak een verliezersscript. Zij wennen er aan de door hen gestelde doelen niet te bereiken. Ze beklagen zich over de effectiviteit van hun doen en laten. De klacht betreft meestal ‘niet gezien worden’, ‘niet gewaardeerd worden’ en het ‘moeten omgaan met veel onprettiger omstandigheden dan anderen om tot resultaat te komen’. Deze benadering geeft binnen de transactionele analyse inzicht in de reden waarom het soms zo moeilijk is bepaald gedrag te wijzigen, immers wat zou een gedragswijziging helpen als je plattegrond van het leven sowieso uit doodlopende wegen bestaat?
Genoemde drie soorten scripts hangen samen met een andere onderverdeling binnen de transactionele analyse, te weten die in ego-posities van Kind, Volwassene en Ouder:
· In de kindpositie wordt gehandeld overeenkomstig het gedrag dat we vertoonden in onze kinderperiode. Het gaat om feitelijke geheugenregistraties uit de eerste vijf levensjaren van belangrijke ervaringen.
· In de volwassene-positie worden gegevens verzameld, mogelijkheden overwogen en beslissingen min of meer op basis van rationeel denken genomen.
· In de ouderpositie wordt gedaan zoals onze ouders en andere hechtingsfiguren voor het kind vroeger deden. Dit is dan gebaseerd op de registratie van in de kindertijd binnen gekomen en onberedeneerde indrukken en uitspraken.
Mensen zullen veelal hun reactie onbewust afstemmen op de positie waar vanuit de ander ageerde: kind, volwassene of ouder. Soms zullen ze zonder duidelijke aanleidingen overspringen van de ene ego-positie naar een andere. OPs zullen bijvoorbeeld op hun onvoorspelbare momenten meestal vanuit de kindpositie en soms vanuit de ouderpositie communiceren. In de communicatie met anderen lopen zij en hun gesprekspartners hier regelmatig tegenaan. Bijvoorbeeld omdat door hun omstanders verwacht wordt dat zij vanuit de positie van Volwassene communiceren; juist wanneer zij even nalaten mogelijkheden te overwegen nemen zij overspringen van Kind naar Ouder hun beslissingen. Voor omstanders is dat moeilijk of niet te volgen.
De communicatie verloopt optimaal als gesprekspartners op dezelfde posities communiceren.
Gekruiste communicatie wordt in de transactionele analyse beschouwd als ongeschikt. Concreet: iemand spreek vanuit de volwassene-positie een ander aan, en de ander reageert bijvoorbeeld vanuit de kindpositie. Zo ontstaan al snel mogelijkheden van een mismatch. Optimaal is een uitwisseling waarbij beiden vanuit dezelfde positie communiceren.
OPs reageren vaak vanuit de kind- of de ouderpositie. Voor iemand die ageert vanuit de volwasse-positie is dit een mismatch, een onhandige communicatie. Omgekeerd is ook voor iemand die ageert vanuit de kindpositie een reactie vanuit de ouderpositie een mismatch!
Oefening 2 Wat is mijn script?
- Bedenk wat wellicht uw basisscript zou kunnen zijn: beschrijf dit.
- Is dat volgens u het script van
q Winnaar
q Niet-winnaar
q Verliezer - En communiceert u daarbij meestal vanuit een
q Kindpositie
q Volwassen-positie
q Ouderposistie
Redders
Waar OPs zijn, zijn redders. OPs blijken nu eenmaal vaak een handigheid te bezitten om mensen tot hun redder te maken. Dat is de ene kant van de medaille. De andere is dat redders met OPs omgaan omdat zij hen nodig hebben. Juist de toekomstige beloning van bijzondere en positieve betekenis verwerven in het leven van hun OPs is hun heel wat waard. En over redders is nog een en ander te zeggen.
Redders zijn meestal mensen die meer dan gemiddeld begaan zijn met hun medemensen. Zij kunnen in het nemen van verantwoordelijkheid voor hun OP zelfs zo ver gaan dat zij ervan overtuigd zijn een van de weinigen te zijn die hun OP niet en nooit in de steek laat. Daarvoor zijn zij bereid flinke offers te brengen, bijvoorbeeld door zichzelf leuke belevenissen te ontzeggen, omdat hun OP anders ongelukkig wordt. Zelfs grenzeloos gedrag van hun OP kunnen zij accepteren en dat doen zij met argumenten als dat hun OP best anders zou willen maar er niets aan kan doen jaloers, boos of verdrietig te worden wanneer ze wel zouden ingaan op – bijvoorbeeld – die uitnodiging. Om het ongelukkig voelen van hun OP te voorkomen willen redders hun gedrag best drastisch aanpassen. Zodoende kunnen ook de mensen die met OPs omgaan grenzeloos worden in het door de vingers zien van kwalijk gedrag van hun OP.
Het nare hiervan is dat al dat redden niets helpt. Ook het brengen van offers lost niets op. Dat moeilijke gedrag van OPs vervelende gevolgen kan hebben voor hen als omstander merken andere mensen niet, omdat redders die consequenties vergoelijken of voorkomen. Daarmee corrigeren redders onredelijk en lastig gedrag niet, maar maken zij het juist voor hun OPS mogelijk. Dat doen redders niet voor niets. Zij maken – hoogstwaarschijnlijk onbewust – op deze manier hun OP afhankelijk van hen door te doen wat zij zelf behoren te doen.
De meeste mensen hebben de intentie om mensen in hun omgeving te willen helpen. Sommige van deze goedbedoelende mensen zijn echter ook onwetend als het erom gaat hun intentie een juiste vorm te geven. Zij begrijpen de angst niet voor verandering waar een ander mee kan zitten. Of de angst voor verwarring. Of zij hebben er geen benul van dat aandacht besteden aan problemen van OPs door hen ervaren kan worden alsof zij klem gezet worden. En nog wel door hun eigen woorden. Argwaan en schaamte kunnen ook een rol spelen waarvan de goedbedoelende helper niet altijd op voorbereid is. Daardoor begrijpt hij niet dat de goedbedoelde adviezen in de wind geslagen worden. Toch zijn deze vijf reacties van angst voor verandering, verwarring of klem gezet worden, argwaan en schaamte heel gewone weerstanden waardoor mensen in nood, ook al is die nog zo hoog, het nalaten om iets aan hun problemen te doen. Haast ieder (Westers) mens heeft een weerstand tegen dwang. Daarom kan men in het algemeen zeggen dat een rustige benadering waarbij degenen met problemen gegund wordt alles op zijn tijd aan te pakken (voor Westerlingen) beter werkt dan te verwachten dat de ander met de inzichten en het energieniveau van de helpende aan de slag gaat.
Redders zijn meestal gevoelige, aardige mensen die graag het leed van anderen verzachten. Uiteraard voelen mensen, die ten einde raad zijn, zich veilig bij zo’n invoelend leedverzachtend mens dat zich om hen bekommert. Hun troef bij hun moeilijke gedrag is de liefde. OPs tonen hun liefde en zeggen hun redders te beminnen wanneer zij zien welke schade zij aanrichten bij hun redders. Waarschijnlijk doet het hen ook verdriet te zien wat ze bij hun omstander aanrichten. Zij tonen hen hun afhankelijkheid, (on)bewust wetend dat hun redder hen dan niet in de steek zal laten. Uiteraard totdat dat toch gebeurt. OPs kunnen uiteindelijk moeilijk anders dan leven naar hun gevoelens van angst en stress. Redders zijn geneigd ook bij een zoveelste offer hun wonden te likken. Zij zijn vaak te overreden door hun OP om voor hem te blijven zorgen (ook al gaat dat ten koste van henzelf).
Redders hebben verder vaak de volgende eigenschappen:
· Het zijn mannen of vrouwen die bang zijn conflicten aan te gaan en eerder geneigd zijn ‘de’ schuld op zich te nemen dan dat zij een harde grens trekken.
· Zij kunnen zich goed op problemen van andere mensen concentreren en proberen die problemen ook daadwerkelijk met inlevingsvermogen op te lossen.
· Ze proberen hun gevoel voor eigenwaarde te vergroten door nodig te zijn en zijn bereid daarvoor offers te brengen. Aan hun ‘nodig zijn’ ontlenen zij een deel van hun identiteit of zelfrespect.
· Ze hechten er veel waarde aan door anderen ‘goed’ gevonden te worden en hebben die bevestiging regelmatig nodig. Anders blijven ze er hard voor werken die erkenning alsnog te krijgen.
· Ze denken ook dat zij relaties naar hun hand kunnen zetten, als ze maar ‘goed hun best doen’.
· Ze kunnen sterke persoonlijkheden lijken, maar zijn in hun hart onzeker zijn. Ze twijfelen aan hun ideeën en hebben weinig zicht op hun eigen behoeften.
· Ze nemen verantwoordelijkheid op zich voor het gevoelsleven van andere mensen. Misschien hebben ze weinig contact met hun eigen gevoelens. In elk geval zien zij slechts met moeite in dat zij op andermans gevoelsleven slechts zeer beperkt invloed kunnen uitoefenen.
· Ze kunnen zich volledig in relaties storten en gaan daarbij meer af op hun intuïtie dan op objectief waargenomen gedeelde interesses, waarden of doelen.
· Nog voordat zij zich afvragen of de wensen van anderen redelijk zijn, zullen zij hun best doen aan die verwachtingen van andere mensen te voldoen en vooral niet tegen te vallen. Eenmaal ‘ja’ gezegd, komen ze niet op hun gegeven woord terug, ook niet als dat bij nader inzien slecht voor hen is.
Interessant is dat redders zich vaak gemanipuleerd voelen, geïntimideerd, machteloos, geprikkeld, boos en gefrustreerd door het gedrag van degene die zij redden. Hun redenering is dat zij alles geven wat zij hebben, en niet naar behoren beloond worden. Ze doen hun best om aardig gevonden te worden en krijgen kritiek en vernedering te verwerken. Ook twijfelen zij dikwijls over de situatie waarin zij terechtgekomen zijn. Redders kunnen dat lang volhouden voordat zij uit een onaangename of voor hen schadelijke situatie stappen. Hun aandacht gaat simpelweg naar anderen uit. Ook al gaat dat ten koste van hun eigen carrière of ontwikkeling. Vaak worden ook redders gedreven door angst, emotionele onzekerheid of schuldgevoelens.
In de loop van tijd ontwikkelen de redder en zijn slachtoffer een diep verankerde manier van omgaan met zichzelf en anderen. Het effect van het ‘levenswerk’ van redders is dat andere mensen niet leren dat positief gedrag tot prettige gevoelens kan leiden, zoals een voldaan gevoel of trots. Andere mensen kunnen door het reddergedrag ook niet met vallen en opstaan leren. Sterker nog, redders beletten andere mensen te achterhalen wat zij zouden doen als ze alleen hun problemen moesten oplossen. Daarentegen versterken redders het onvermogen van andere mensen om met problemen om te gaan en hun impulsiviteit. Hun redder neemt het immers wel over voordat het echt verkeerd gaat. Overigens levert dat ‘overnemen’ vaak relationele problemen: de redder grijpt te snel in of de gevolgen van zijn ingrijpen worden als nadelig ervaren; de OP heeft het gevoel het er zelf beter vanaf te hebben gebracht als de redder zich erbuiten gehouden had. Wanneer een redder veel te laat dan toch een grens trekt en boos wordt, krijgen hun OPs tegenstrijdige signalen die door anderen als oneerlijk ervaren worden. Zo draagt de redder zelf bij aan de ingewikkelde situatie waarin hij uiteindelijk zelf verkeert. Zowel de redder houdt – ongetwijfeld met goede bedoelingen – zijn slachtoffer gegijzeld als het slachtoffer zijn redder.
De dramadriehoek
OPs en hun omstanders komen vaak terecht in de zogenaamde drama- of helpersdriehoek; ook een communicatiestructuur met zijn wortels in de transactionele analyse. Stephen Karpman, een leerling van de Zwitsers psychiater en psycholoog Carl Jung (1875 – 1961), stelde daarvoor in 1968 het basisschema op. In de dramadriehoek worden tussen twee mensen (of partijen) drie posities verdeeld, te weten die van het Slachtoffer, de Redder en de Aanklager:
1) het slachtoffer ontkent zijn eigen verantwoordelijkheid en wordt gekenmerkt door klagen, hulpeloosheid en zelfmedelijden. Hij vindt iedereen slecht; ook zichzelf. Anderen ziet hij als veroorzaker van zijn negatieve gevoelens. Hij vraagt insinuerend of manipulerend steun en aandacht.
2) de redder stapt in de positie van degene die weet hoe problemen aan te pakken of ze voor de ander gaat oplossen. Hij kenmerkt zich door zich boven anderen te plaatsen. Hij is ongrijpbaarheid en betweterig. Hij neemt verantwoordelijkheden over en maakt de ander daarmee klein. Redders hebben slachtoffers nodig, terwijl slachtoffers niet persé redders nodig hebben.
3) de aanklager verwijt de ander dat hij het niet goed doet en kenmerkt zich door ergernis, afkeuring van de ander, rancune en gaat prat op zijn eigen gelijk. Hij zegt dat de ander niet naar goede raad luistert of dat de ander de oorzaak is van allerlei tegenslag.
Een voorbeeld van rolwisselingen
Man: “Ik heb zo’n slechte dag gehad. Niemand luisterde naar mijn goede raad en mijn leidinggevende maakte aan het eind van de dag ook nog een grievende opmerking” (slachtoffer).
Vrouw: “Hadden degenen die jij raad gaf wel om jouw advies gevraagd? Soms kun je beter je mond houden ook al bedoel je het natuurlijk goed” (redder).
Man: “Jij zegt altijd dat het aan mij ligt; je bent al net zo erg als mijn leidinggevende” (aanklager).
Vrouw: “Ik zeg niets, ik vraag je alleen iets. Om je te helpen, begrijp je? Of je niet beter je mond had kunnen houden” (andere redder). “Ik doe het ook nooit goed” (en tegelijk andere aanklager).
Man: “Ik voel me nu nog rotter dan toen ik thuis kwam” (slachtoffer).
Vrouw: “Anders ik wel” (tweede slachtoffer) “en dat komt door jou.” (en tegelijk andere aanklager).
Binnen de dramadriehoek heeft ieder winst bij de ingenomen rollen. Als slachtoffer hoeft men voor zijn handelen geen verantwoordelijkheid te nemen of af te leggen. Zeker wanneer de redder het werk heeft overgenomen treft het slachtoffer geen enkele blaam. De redder wordt door zichzelf en derden sympathiek gevonden en voelt dat hij nodig is. Daarin zit zijn winst. Tegenover de gegeven hulp vindt de redder dat hij recht heeft op genegenheid en dankbaarheid van het slachtoffer, terwijl het slachtoffer de redder kwalijk neemt dat succes uitblijft. Beide aanklagers zijn oordelend en boos en kunnen zich in deze rol onbeperkt en ongeremd uiten zonder naar zichzelf te kijken. Beide aanklagers hebben een vertekend beeld van andermans kunnen en intenties. Het drama van de driehoek bestaat uit de hieruit voortvloeiende circulaire conflicten, wederzijdse teleurstellingen en frustraties. Beide gesprekspartners krijgen het terechte gevoel door de ander niet werkelijk gehoord en gezien te worden. De winst, die uit hun rol voortvloeit, wordt echter niet ‘uitbetaald’. Zij voelen zich beiden niet serieus genomen of op waarde geschat en zij zullen haast niet anders kunnen dan hun verlies te nemen.
OPs, die geconfronteerd worden met een competente redder, vertonen vaak ook een specifiek gedrag. De competentie van de helpende omstander maakt dat de hulpeloze OP zich juist angstiger en/of hulpelozer voelt, want er ontstaat een gevoel elke controle over de situatie kwijt te raken. Vanuit dit gevoel zal de OP proberen de controle te herwinnen. In deze situatie zullen veel OPs voor een – op het eerste gezicht – niet zo voor de hand liggende reactie kiezen: hij gaat zich nog meer als slachtoffer gedragen. De winst hiervan is dat dit bij de reddende omstander de meest voorspelbare reactie oproept: extra zijn best doen om te helpen. Als deze vervolgens op het punt staat om tot actie over te gaan, wordt hij echter door de aanklagende OP geneutraliseerd. Naarmate de reddende omstander harder werkt om de hulpeloze OP te redden ontstaat zodoende grip voor de OP op de eerst benarde situatie doordat de omstander een competente helper is: er is immers steeds meer boosheid in de relatie tussen de twee gesprekspartners. Zo ontstaan ook steeds meer oordelen over de ander en gaat het beiden steeds meer ontbreken aan zelfreflectie. In deze pijnlijke verwarring heeft de OP (helaas) vaak al heel wat ervaring opgedaan. Voor de OP is de grip op de situatie is haast terug, ondanks de competenties van de omstander.
Overdracht en tegenoverdracht
Hoe goed mensen elkaar ook denken te kennen, we leven allemaal in onze eigen wereld; onze eigen bubble, zouden we tegenwoordig zeggen. Ieder beziet de wereld in relatie tot zijn met persoonlijke ervaringen opgebouwde werkelijkheid. Jezelf door en door kennen is niet mogelijk, laat staan een ander. ‘Door en door’ zou misschien interessant zijn (al is er daarna niet veel meer te ontdekken), maar voor het dagelijks leven is het helemaal niet nodig elkaar door en door te kennen. Een zekere mate van zelfkennis en goed kunnen anticiperen op mensen waarmee je te maken krijgt, volstaat volgens mij ruimschoots in de dagelijkse praktijk.
Voor iemand met een veilige hechting is het moeilijk zich te verplaatsen in de belevingswereld van iemand die onveilig gehecht is. En andersom is het voor iemand die onveilig gehecht is moeilijk zich in een veilig gehecht iemand te verplaatsen. Voor iemand die terugkijkt op een fijne jeugd en die zich gemeten naar de maatstaven van de transactionele analyse als ‘volwassene’ opstelt met een winnaresscript is het moeilijk zich voor te stellen wat een problematisch beleefde kindertijd voor impact heeft, zeker wanneer iemand ook nog behept is met de opstelling in de kindpositie en een verliezers-script in zijn jeugd geschreven heeft. Voor de laatste leeft de eerste ook in een heel andere wereld waar onbekende regels schijnen te gelden.
We kunnen anderen aanhoren en ons best doen om te luisteren, maar we kunnen er niet omheen dat we met name dat kunnen beluisteren waarvoor we minstens een begin van een referentiekader hebben ontwikkeld.
Wanneer iemand zijn eigen ‘vroeger’ in het heden op een ander projecteert spreken we van ‘overdracht’. In het dagelijkse leven gebeurt dit regelmatig in allerlei situaties thuis, met vrienden en op het werk. Projectie of overdracht komt veelvuldig voor wanneer de communicatie er op gericht is eigen onaangename gevoelens te vermijden en daarom maar aan anderen toe te schrijven. Overdracht wordt ook ingezet om anderen te ondersteunen. We gaan er dan invoelend vanuit dat de ander in zijn situatie ongeveer hetzelfde zal ervaren als wijzelf, wanneer wij in zijn situatie zouden verkeren. We voelen onszelf, maar denken in te voelen wat de ander voelt. Kortom, overdracht is iets heel gewoons.
Wanneer vervolgens de gesprekspartner op overdracht reageert vanuit zijn onverwerkte verleden spreekt men van ‘tegenoverdracht’. Het gesprek gaat niet over de een en niet over de ander; beiden ondersteunen elkaar op grond van elk hun eigen onverwerkte verleden en niet zozeer op grond van wat er over het heden besproken wordt. Ook dit is iets heel gewoons. Gesprekspartners geven de ander nu eenmaal vaak wat zij zelf nodig hebben. Het is wel belangrijk om voor jezelf duidelijk te hebben waarmee je bezig bent. Is, wat goed voor jezelf zou zijn, ook goed voor de ander?
Binnen de communicatie met OPs zal ‘traumatische overdracht’ en ‘traumatische tegenoverdracht’ voorkomen. Dit is overdracht waarop ook angst vanuit het verleden invloed heeft. Judith Lewis Herman geeft een voorbeeld hiervan waarbij zij een psychiater met de naam Eric Lister aan het woord laat:
“De angst is van dien aard dat het lijkt of de patiënt en de therapeut in het gezelschap zijn van nog een andere persoon. Deze derde persoon is de dader, die geheimhouding eiste en wiens gebod nu wordt overtreden.”
Naast angstervaringen kan ook hulpeloosheid, die sommigen als kind hebben ervaren, een grote rol in de communicatie spelen. Onbewuste herinnering aan dergelijke weerloosheid en angsten werkt in alles door. In de communicatie en in huidige relaties. Een voorbeeld hiervan: hoe sterker de een emotioneel overtuigd is van zijn hulpeloosheid en verlatenheid, des te harder zoekt hij een redder met onbegrensde liefde. Vaak wordt bijvoorbeeld een therapeut in deze rol geplaatst en dan sterk geïdealiseerd.
Een treffende dialoog:
Therapeut: “Het is beangstigend als je iemand zo hard nodig hebt en die persoon ontrekt zich aan je controle.”
Cliënt: “Het is beangstigend omdat u me kunt doden met wat u zegt, of door onverschillig te blijven of door weg te gaan.”
Therapeut: “We begrijpen nu waarom u er behoefte aan hebt dat ik er voor u ben en volmaakt ben.”
Bij een traumatische overdracht zet een van de twee gesprekspartners zich in een ‘slachtofferrol’. Hij voelt zich degene die lijdt onder de gedragingen van anderen en vaak ook van de ander. Los van de vraag of de gesprekspartners hierbij passende voorstellingen van de werkelijkheid maken, ontstaat zo een hiërarchieke verhouding: beknellend voor de een en voor zo lang als het duurt egostrelend voor de ander.
In de omgang met OPs is een valkuil het talent van relatieve voorspelbaarheid in te zetten om zaken voor OPs geregeld te krijgen. Daarmee wordt de toch al hiërarchieke verhouding scherper: nog benauwder voor degene om wie het draait.
Juist vanwege hun onvoorspelbaarheid is het zaak OPs juist macht en controle te laten houden over hun proces van handelen. Bovendien is kans minimaal dat zaken door een ander naar wens van de OP geregeld worden. Vandaar dat mensen, die het voor OPs opnemen, vaak na enige tijd geconfronteerd worden met steeds terugkerende en voor hen onverwachte conflicten. Zelfs hun eventuele succes in de communicatie met anderen voelt benauwend voor de OP alsof hij gestraft wordt, niet deugt of op zijn minst de les wordt gelezen.
Omgaan met OPs levert vrijwel altijd vanwege hun onvoorspelbaarheid teleurstellingen en frustraties. Teleurstellingen, omdat van gemaakte afspraken weinig terechtkomt en omdat er steeds geen ‘samen’ blijkt te zijn. Frustraties, omdat de teleurstellingen leren dat spontaniteit net zo min als bedachtzaamheid werkt en dat beide de ander juist eerder in de war brengt dan dat het iets oplost. Deze teleurstelling en frustraties kunnen ingezet worden om het inzicht te vergroten dat beiden hun eigen boontjes moeten doppen en dat in een prettige relatie hooguit een vrijblijvend advies op zijn plaats is. Iedereen leeft nu eenmaal alleen als heer en meester of als dame en opperprinses in zijn eigen wereld.
Relationele problemen
In elke relatie gaat wel eens wat mis. Daarover praat men dan samen of met anderen of men doet er het zwijgen toe. Sommigen praten het misverstand uit. Zo niet de OPs en hun omstanders bij relationele problemen. Het kan er de schijn van hebben dat een relationeel probleem wel goed besproken is zodat het misverstand uit de wereld is. Echter, achteraf zal telkens blijken dat in werkelijkheid de problemen ‘in de koelkast gezet zijn’. Bij gelegenheid op een later moment worden de problemen daar weer uitgehaald en toegevoegd aan nieuwe. Zo groeit de problemenberg steeds verder uit tot een onontwarbare problemenkluwen is ontstaan.
Voor de verdere invulling van de relatie lijkt mij dit een cruciale fase. De OPs lijken overzicht te hebben over wat hen is aangedaan door te presenteren wat er aan onopgeloste problemen in de koelkast was gezet. De omstanders kunnen door het bos aan misverstanden misschien de bomen niet meer zien. De reactie van omstanders, die vaak beschikken over een grondhouding van kalmte, over organisatievermogen en zelfinzicht, hangt in deze fase van de relatie ervan af in hoeverre zij zich inlaten met de standpunten van hun OP of op ontspannen wijze trouw blijven aan hun eigen visies.
Wat het omgaan met relationele problemen met OPs bijzonder bemoeilijkt is hun reactie op spanningen:
· Zij reageren vaak op problemen zoals een kind reageert: open, maar vanuit een eigen beperkte werkelijkheid die door anderen slechts met moeite te begrijpen is. De verdedigingsmechanismen, die zij gebruiken, lijken ook op die van kinderen.
· Zij verliezen, als zij gespannen zijn, hun inschattingsvermogen van emoties en gevoelens van anderen èn die van zichzelf. In vakjargon heet het ‘een lage emotionele intelligentie’, hetgeen volgens mij de lading niet goed dekt. Een ‘gebrekkig emotioneel overzicht’ zou volgens mij een juistere term zijn. OPs zetten vaak hun intuïtie in om verbaal juist wel intelligent en behendig te reageren. Zij doen dit echter als gezegd zonder de gevoelens en emoties van zichzelf en anderen nog goed in te kunnen schatten.
· Afgewezen worden ligt voor OPs altijd op de loer en zij koesteren daarvoor een buitensporige angst. Zij merken het direct wanneer zij afgewezen worden, en ervaren het helaas vaak ook wanneer het niet gebeurt. Zij reageren op elk vermoeden van afwijzing heftig. Elk beetje (vermeende) kritiek kan daardoor makkelijk tot exploderende taferelen leiden.
· Tenslotte draagt ook de impulsieve razernij van de OP niet bij aan het omzichtig of verstandig omgaan met problemen. Hun blinde, tomeloze woede komt bij spanningen al snel los en kan naar binnen slaan (verlaging van zelfbeeld, zelfbeschadiging, zelfdoding) of naar buiten (verbaal, fysiek of huiselijk geweld).
Sommige omstanders reageren op woede-aanvallen van een OP met terugvechten. Dat is als olie op het vuur gooien om het te doven. Terugvechten richting een OP lijkt mij altijd een verkeerde reactie omdat het voor de OP voelt als een bekrachtiging van zijn negatieve inschattingen. Echter, door de beperkingen waarmee we allemaal in meerdere of mindere mate behept zijn, kan er soms bij een confrontatie geen andere uitweg gevonden worden. Niet slim, wel menselijk. Gevoelens van verdriet, woede, schuld, verwarring, vijandigheid, ergernis en frustratie kunnen normale reacties zijn op abnormale gebeurtenissen. Vertonen van inadequaat gedrag lijkt op enig moment soms beter dan niets doen, maar is het niet. Ook al is het nog zo logisch dat ook omstanders hun gevoelens mogen ervaren en uiten. Natuurlijk is dat logisch. Echter, het heeft bij OPs alleen zin het in alle rust daarover te hebben en met als enig doel zijn gevoelens aan de omstander te laten weten.
Gedrag is uiterlijk vertoon. Gedrag bestaat uit handelingen en uitstraling en is een groot deel van wat anderen van iemand zien en meemaken. Het zegt, wanneer iemand niet toneel speelt, iets over wat iemand denkt, ervaart en voelt. Gedrag geeft soms zelfinzicht. Wanneer iemand plots lelijk tegen een ander uitvalt of zenuwtrekjes vertoont, kan dat voor diegene een teken zijn dat de stress te hoog is opgelopen. Merkt iemand van zichzelf dat hij stressgedrag vertoont, zoals nagelbijten, onrustige bewegen of hoger ademhalen dan anders, dan geeft hem dat inzicht in een innerlijke onrust. Echter, ondanks de mogelijkheid aan gedrag zelfinzicht te ontlenen, richten mensen zich meestal op de gemoedstoestand van anderen in hun omgeving. Mensen merken snel gedragsveranderingen van anderen op en trekken daarover vaak snel conclusies. Voor het overleven van situaties is het dan ook essentieel om veranderingen van de gemoedstoestand van mensen in de directe omgeving snel waar te nemen; belangrijker dan zelfinzicht.
Ook binnen sociale netwerken, zoals onder collega’s, een familie- of vriendenkring, wanneer we ons niet in dezelfde ruimte bevinden, is niet alleen sprake van enige betrokkenheid op elkaar, maar zelfs tot op zekere hoogte een gedeelde verantwoordelijkheid. Deelnemers aan een sociaal netwerk houden zich vaak aan onbesproken codes. De verschillende deelnemers vervullen ook verschillende en elkaar aanvullende rollen. Sommigen gedragen zich als groepsleiders, sommigen als degenen met kennis van zaken, anderen zijn de sfeermakers en weer anderen als geïnteresseerden. Wanneer iedereen zich prettig voelt bij zijn rol en zijn plaats binnen de orde en de hiërarchie, functioneert de groep optimaal.
Voor OPs en voor iedereen die niet volgens de boekjes op calamiteiten reageert, is het van belang met hun dierbare omstanders te bespreken hoe zij geholpen kunnen worden als het mis gaat. Hoe korter de gevolgen van een ontsporing duren des te beter dat voor iedereen is.
Specifiek een OP kan een Red-mezelf-plan opstellen; een plan wat te doen bij calamiteiten. Daarin staat wat voor de OP werkt en wat hij van anderen nodig heeft. Ook beschrijft de OP daarin de ervaren symptomen van naderend problematisch gedrag of ziekte-aanvallen zoals een psychose, woede-aanval of manische depressiviteit. Het verdient aanbeveling het Red-mezelf-plan in huis op een vaste plek op te hangen, zoals in de meterkast, en te overhandigen aan mensen en instanties waar de OP regelmatig mee te krijgen heeft, zoals de huisarts, vertrouwde familieleden of vriend(inn)en.
De OP kan ook een ‘Crisiskaart ’ maken. Dat is een beschrijving hoe buitenstaanders hem in een crisis het best kunnen benaderen. Er staat in wat de OP wil dat iemand voor hem doet, zoals het bellen naar een instelling of bepaalde mensen en hoe hij het best aangesproken kan worden. Ook hierin heeft de OP de symptomen beschreven van naderend problematisch gedrag of, voor zover van toepassing, ziekte-aanvallen zoals een psychose, woede-aanval, zelfbeschadiging of manische depressiviteit. Er staan eventueel ook alle behandelmethodes in, die eerder met succes op de OP zijn toegepast door professionele hulpverleners.
De OPs, waarover deze gids gaat, vertonen hun gedrag gewoonlijk op basis van hun onverwerkte ervaringen van genegeerd of afgewezen worden en van hun verliezers-script. Daarmee vervullen zij hun rol binnen de sociale netwerken waarvan zij deel uitmaken. Zoals in het eerste hoofdstuk al naar voren kwam, kunnen zij hun vaak boeiende karaktereigenschappen inzetten om het contact goed te onderhouden. Vaak zullen zij met hun rol in het netwerk niet helemaal tevreden zijn. Hun verliezers-script zal hun aandacht vestigen op de voorvallen waarin zij onvoldoende tot hun recht komen. De onverwerkte gebeurtenissen uit hun verleden zullen hen ook in hun netwerken telkens weer parten spelen. Zo wordt versterkt wat er al aan onbehagen is. Meer en meer wordt hun negatieve beleving van andere mensen bevestigd en tot onderdeel van hun wereldbeeld gemaakt. Een wereldbeeld dat zodoende hun persoonlijkheid vormt in een ingewikkelde wereld waarin zij zich staande proberen te houden.
Binnen sociale netwerken vraagt hun gedrag van de anderen een min of meer bewuste en planmatige afstemming. Deze afstemming bestaat vaak uit ruimte geven omdat verzet tegen hun manier van doen vruchteloos lijkt. Bij periodes zal het zijn alsof mensen in het netwerk van OPs overspoeld worden door hoge golven waartegen niets gedaan kan worden maar die wel vanzelf overgaan. Het gedrag van OPs bestaat ook in hun netwerken soms uit een heftig, soms grensoverschrijdend aanspreken van hun gesprekspartners. Vaak zullen zij daarbij in hun netwerk genomen worden zoals zij zijn. Zij schoppen niet zozeer tegen de schenen van anderen, maar tonen slechts hun (over-)gevoeligheid voor zaken waarover anderen hun schouders ophalen.
In haast alle een-op-een-relaties lopen relatiepartners vroeg of laat tegen een relatie-pijn-patroon op: verdriet en teleurstelling uit het verleden, met name uit de kindertijd, van de een grijpt in in het verdriet en de teleurstelling uit het verleden van de ander (en andersom). Wat de ander verweten wordt, heeft meer te maken met het onverwerkte verleden van de een en omgekeerd. We zijn ons daarvan meestal maar weinig bewust. Relaties met een OP hebben door die relatie-pijn-patronen last van specifieke ongemakken, waarbij het tekort schieten van degene die met een OP omgaat een vaste factor is. Ogenschijnlijk zal het misschien eerst lijken dat OPs geen hinder ervaren van eventuele problemen in hun verleden. Vaak zullen zij met verbale kracht duidelijk maken dat wat hen dwars zit juist te maken heeft met wat onlangs is voorgevallen. Echter naarmate de tijd vordert, wordt een patroon in de gebeurtenissen steeds duidelijker: bepaalde tegenvallers herhalen zich steeds, en meestal met steeds meer intensiteit. Er is binnen de relatie steeds meer ruimte nodig voor de zienswijzen of problemen van de OP.
Hulp bieden lijkt gaandeweg steeds dringender nodig, bijvoorbeeld doordat positieve ervaringen niet gestapeld worden en teleurstellingen wel. Of het blijkt doordat langzaam maar zeker een vijandigheid of een wantrouwen de relatie binnensluipt. Achteraf zullen degenen die een relatie hebben opgebouwd met een OP zich misschien realiseren dat er direct al signalen waren van iets dat slechts moeilijk onoplosbaar lijkt en dat hij deze signalen op de een of andere manier genegeerd heeft.
Een kennis vertelt uit eigen ervaring:
Mensen die later beticht worden van grillig gedrag en van onvoorspelbaarheid kunnen de ander eerst betoveren. Het zijn immers vaak kleurrijke mensen. Geleidelijk kan de relatie met zo’n kleurrijke, aantrekkelijke man of vrouw veranderen. Echter, dat wat aantrekt gaat ook wel eens tegenstaan. Dat is normaal en dat wat kleurrijk was, wordt ook wel eens oogverblindend. Hoewel het kleurrijke aantrekkelijk kan blijven, word ik er ook door uit mijn comfortzone gehaald. De kleur die de ander aan ons leven geeft, moet daarbij niet te overheersend worden. Het moet allemaal wel binnen grenzen blijven. Zo kan een relatie geleidelijk wat moeilijker, wat ingewikkelder worden. Ondanks dergelijke zichtbare en ingewikkelde ‘afstemmingsproblemen’ kunnen mensen toch een relatie worden ingezogen. Dat is meer iets dat iemand dan lijkt te overkomen, dan iets waarvoor doelbewust voor gekozen wordt. Binnen zo’n jonge relatie worden de partners gaandeweg geconfronteerd met de extreme inbreng van de een of van elkaar. De een voelt zich vergeleken met de ander vlak, flegmatisch en ‘luisterend’. De ander mist bij de een meer en meer uitdaging en gaat zich irriteren aan die luisterende houding. Na de nodige botsingen en conflicten daarover betichten ze elkaar na verloop van tijd zelfs van manipulatief gedrag of dwingelandij. Het gedrag dat de een eerder kleurrijk en aantrekkelijk vond, ervaart hij nu als onvoorspelbaar en grillig. Waarschijnlijk gaat het om hetzelfde gedrag, dat eerder in de tijd aantrekkelijk gevonden werd. Het verschil is: eerder werd dit ervaren met distantie en nu als onderdeel van de relatie.
Hoezo kunnen mensen een relatie ‘ingezogen’ worden?
Het mag duidelijk zijn dat schijn hier bedriegt. Natuurlijk hebben we stuk voor stuk weinig inzicht in onze eigen motieven, omdat we geneigd zijn om onze omgeving te projecteren. Het lijkt alsof de een de ander de relatie inzuigt, doordat we te weinig zicht hebben op onze eigen behoeften en motieven. We kijken naar buiten, terwijl er juist binnen iets gebeurt.
Is het niet raar dat wat eerst als kleurrijk en aantrekkelijk gezien werd later gezien wordt als onvoorspelbaar en grillig?
Nee, hoor, ook hier geldt dat beiden weinig zicht hebben op hun eigen inbreng. Wat er aan de een en aan de ander mankeert wordt binnen de relatie een terugkerend gespreksonderwerp.
Wanneer een liefdesrelatie hechter wordt en men elkaar dagelijks meemaakt, heeft de omgang met elkaar een flinke impact op alles. Daar doe je het uiteindelijk voor. Door een dagelijkse omgang ziet men uiteraard ook veel van elkaar; prettige en minder gewaardeerde eigenschappen. OPs hebben doorgaans al te veel aan hun hoofd en een partnerrelatie zal hen meestal – naast de genoegens – vanwege de beklemming door de nabijheid van de ander soms zwaar vallen. Voor het sociale netwerk van de ander zal meestal weinig ruimte zijn. En van wederkerigheid bij het oplossen van dagelijkse problemen zal ook nagenoeg geen sprake zijn. Daarnaast hebben OPs meestal een naar mijn mening juist gevoel dat men zich niet te veel met andermans problemen moet vereenzelvigen. De ander zal daarentegen geconfronteerd worden met de noden van hun OP. Hij zal vaak trachten het ongunstige tij te keren, omdat het hem anders zal schaden.
Daarbij komt nog iets geheel anders. Wisselende bekrachtiging kan verslavend werken. Bij voorspelbare mensen weet men doorgaans wat men aan hen heeft. Zij zijn redelijk consequent in het nakomen van afspraken en bij andere dingen en er is redelijk met hen te communiceren. Bij OPs daarentegen is het vaak onzeker hoe zij zullen reageren. De omstander weet dat de OP in een goede stemming is wanneer hij bekrachtigd wordt. Hij zal er alles aan doen de OP in een goede stemming te houden en is daartoe bereid concessies te doen. Alle aandacht gaat daarmee naar de stemming van de OP. De OP wordt op zijn beurt wisselend bekrachtigd wanneer een omstander zo nu en dan voor zijn eisen zwicht. Daarmee wordt het negatieve wereldbeeld en het lage zelfbeeld van de OP bevestigd. Toch zal de OP verwoed proberen zijn wensen linksom of rechtsom vervuld te krijgen. Zo kunnen beiden zichzelf in de steek laten om als een verslaafde op zoek te gaan naar bekrachtiging door de ander. Het is een bekende valkuil.
Wanneer OPs hun frustraties delen, zal men zelden in de gelegenheid gesteld worden hun beeld van de werkelijkheid te verifiëren. OPs hebben het nodig alleen en zonder ruggespraak controle over hun leven uit te oefenen. Zouden hun vriend(inn)en of partners gaan onderzoeken hoe de vork precies in de steel zit, dan zouden zij de regie over hun leven een beetje uit handen geven. Omstanders zullen het daarom haast altijd moeten doen met ‘een versie’ van de werkelijkheid en vermoeden hiermee een redelijk overzicht over een geheel te hebben. Daarbij kunnen omstanders net relevante details missen, waardoor zij bedrogen uitkomen.
Gedragingen en de communicatie over het innerlijke moeten zich tot elkaar verhouden omdat anders verwarring ontstaat. Zodra we in gesprek met elkaar zijn en zelfs wanneer we ons met anderen in dezelfde ruimte bevinden, is voor veel mensen sprake van een zekere betrokkenheid op en gevoelde verantwoordelijkheid voor elkaar. Om uiting te geven aan die betrokkenheid is het nodig dat we elkaar een beetje kunnen lezen. Wanneer iemand zegt dat hij vrolijk is en zich verdrietig gedraagt, zal hij niet op veel begrip vanuit zijn omgeving hoeven te rekenen. Zo iemand ‘schept onduidelijkheid’. Wanneer ‘zeggen’ en ‘doen’ teveel uiteenlopen, lukt het nog moeilijk vorm te geven aan een betrokkenheid.
Oefening 3 Mijn Red-mezelf-plan
Ø Schrijf uw eigen Red-mijzelf-plan en bewaar dit.
De kern van problemen met onvoorspelbare mensen samengevat
De OPs, waarover deze gids gaat, hebben een achtergrond en logica die voor anderen moeilijk te doorgronden is. Daarin schuilt echter volgens mij wel de kern van hun onvoorspelbaarheid: een eigen logica waarbij verbeten pijn en onderdrukt verdriet zo’n grote omvang hebben gekregen dat zij voor een ander niet meer te begrijpen zijn. Dit is voor niet-OPs een onvoorstelbaar eenzame beleving van hun plaats tussen anderen.
Het is een eigen logica die samenhangt met langdurige belevingen van angst en stress en van herhaalde belevingen van psychotrauma die neerkomen op varianten van ‘niet gezien’ of ‘in de steek gelaten’ worden. Doordat OPs zelf doorgaans niet weten waardoor hun gevoelens hen zoveel onrust bezorgen, kunnen zij hierover niet communiceren. Hun niet-weten komt voort uit een pijnlijke eigen werkelijkheid die traumatisch en complex is en waarvoor – als het al kan – veel moed nodig is die onder ogen te zien. Het ontrafelen van die werkelijkheid tot feitelijke gebeurtenissen en hun waarnemingen daarvan zou een onmenselijke onverschrokkenheid vragen, omdat het bij OPs ontbreekt aan een referentiekader zonder angst en zonder stress. Een werkelijkheidsbeleving zonder voor hen noodlottige voorvallen kunnen zij zich niet voorstellen. Voor degenen die bij hen betrokken zijn, lijken OPs ‘vaten zonder bodem’. Wat zij hun geven aan aanmoediging, waardering of liefde beklijft niet en vergelijkingen met ‘Rupsje Nooitgenoeg’ (“The Very Hungry Caterpillar” van Eric Carle) dringen zich op.
Ze haten me stuk voor stuk.
Waarom zegt hier niemand wat ze echt van me denken?
Dit wordt niks vanavond, met dit tuig.
Was ik maar thuis gebleven, bij de TV.
Wat fijn dat jij er ook bent! Kijk ze daar staan, die leugenaars!
Wat zie je er goed uit.
Ik ben eerst even aan iets te drinken toe.
Dat is lang geleden,
Hoe gaat het met jou?
OPs en hun omstanders zijn als de verschillende kanten van een munt of medaille: zij hebben eigenschappen die elkaar mooi aanvullen; tegenover de impulsiviteit, affectieve instabiliteit en identiteitsdiffusie van de een staan de kalmte, het organisatievermogen en het zelfinzicht van de ander. Over de ontwikkeling tot een OP heb ik duidelijk proberen te maken dat daarvoor niet gekozen wordt en er ook geen schuldige is aan te wijzen. Ervaringen-in-de-beleving-van-het-kind lijken van grote invloed. In de belevings-werelden van OPs zijn een aantal patronen te ontdekken die hiervoor besproken zijn.
In de transactionele analyse wordt uitgegaan van in de kindertijd geschreven scripts van winnaar, niet-winnaar en verliezer en van een communicatie vanuit de posities kind, volwassene en ouder. OPs zijn vaak behept met een verliezers-script en communiceren veelvuldig vanuit de kind-positie, afgewisseld met die van de ouder. De scripts zijn slechts moeilijk te herschrijven en bepalen veel van de effectiviteit van handelen in het latere leven. De communicatie kan verbeteren wanneer gesprekspartners zich bewust zijn van de ego-positie van de ander en zichzelf.
Redders, zoals veel omstanders van OPs, en de OPs als gereddene houden elkaar met de beste bedoelingen gevangen in een ongezonde hoog-laag-relatie. Daarnaast komen OPs en hun omstanders vaak in een dramadriehoek terecht. Teleurstellingen en frustraties zouden het inzicht kunnen geven dat iedereen zijn eigen boontjes moet doppen en dat in een prettige relatie hooguit een vrijblijvend advies op zijn plaats is.
Op een woede-aanval van een OP werkt ‘lelijk reageren’ zeker niet, al staat men volgens eigen inzicht volledig in het recht. Bij een OP geldt nog sterker dan bij andere mensen dat alleen in een vertrouwelijke sfeer een goede gedachte-uitwisseling plaats kan vinden.
Het zou handig zijn wanneer OPs inventariseren wat zijzelf en wat anderen het best kunnen doen op momenten dat voor hen de wereld te groot en te vijandig is. Eventueel kan de OP een Red-mijzelf-plan of een Crisiskaart samenstellen en onder direct-betrokkenen van hem verspreiden.
Naarmate de omgang met OPs intensiever wordt, zullen OPs steeds scherper verantwoording vragen over het in hun ogen nalatig gedrag van de ander dat er volgens hen in resulteert dat zij zich niet veilig of gelukkig voelen. Op de keper beschouwd zal de OP voor degenen die met hem omgaan in een niet te doorgronden belevingswereld leven.
Zoek, in geval u veel energie en tijd steekt in bepaalde mensen, naar een gezonde manier van omgang met die mensen, waarbij u die mensen in hun en uzelf in uw eigen kracht laat staan.
Hoofdstuk 5 Uitgangspunten voor elke relatie
Inleiding
In de voorgaande 4 hoofdstukken hebben we gekeken naar de eigenschappen van OPs en hun omstanders, de achtergronden daarvan, patronen die OPs en omstanders vaak creëren en is een aanzet gegeven voor een gemakkelijker omgang met de lastige aspecten aan die kenmerkende patronen. In de volgende drie hoofdstukken worden op basis van bovenstaande praktische oplossingen aangeboden. Dit hoofdstuk behandelt een aantal meer algemene uitgangspunten voor positieve communicatie waarmee relaties onderling prettig gehouden kunnen worden.
Vijf ontzettend effectieve manieren om een vriendschap of liefdesrelatie onmogelijk te maken zijn de volgende:
- Het tegelijk geven van de dubbele boodschappen als bijvoorbeeld “Je bent slecht voor mij” en “Laat me niet alleen”,
- Het uiten van tegenstrijdige wensen om vervolgens de ander de les te lezen over zijn keuzes.
- Het grensverleggend op de proef stellen van de ander om na te gaan hoe hij zal reageren,
- De ander schulden laten maken: “Ik deed dat (allemaal) voor jou”,
- De ander aanklagen: “Het is jouw schuld dat…” en
Vijf verstandige manieren om hierop te reageren zijn bij alles contact te houden met je gevoel van eigenwaarde en je niet van de wijs te laten brengen, het met gepaste trots scherp houden van je eigen intenties, niet meegaan in deze destructieve ‘aanvallen’ zelfs niet door je stem enigszins te verheffen en de ander op zijn aantijgingen geen aandacht te gunnen. Zo puur mogelijk, maar zonder heftigheid, te reageren vanuit wie jij bent, wat het jou doet ongeacht de gevolgen van jouw handelen en het destructieve gedrag van de ander te benoemen.
In de hoofdstukken hierna worden respectievelijk meer specifieke ideeën gegeven voor het omgaan met OPs en wordt nog dieper ingegaan op specifieke problemen in de relaties tussen OPs en hun omstanders. Tenslotte wordt ingegaan op het vormgeven van een aantal specifieke relaties tussen omstanders en OPs.
Een bedenksel van John O’Mill
“Instinct of verstand”
Het is het dier dat aan de rand
van het gevaar terugspringt
terwijl de mens met zijn verstand
er elke keer weer instinct.
door John O’Mill
pseudoniem van Johan van der Meulen .
Over jou en jouw zelfinzicht
Om te overleven hebben peuters en kleuters naast fysieke middelen zoals voedsel, kleding en onderdak ook emotionele basisbehoeften. Warmte, liefde, steun, respect, veiligheid, liefdevolle aanraking en zorg zijn onontbeerlijk voor een klein kind. In de eerste levensfase vallen mensen nog samen met hun behoeften. Er is voor een baby geen onderscheid in zijn honger en wie hij is; hij is zijn honger, hij is zijn eenzaamheid en zijn angst. Ingeborch Bosch laat op pagina 27 in de uitgave februari 2004 van haar boek “Illusies” weten dat ‘het levensbelang van deze emotionele behoeften niet genoeg benadrukt kan worden’. Elk kind ervaart in deze fase pijn en loopt in deze fase trauma’s op en moet daarmee omgaan. Daarom moet voor een gezonde persoonsontwikkeling aan deze emotionele basisbehoeften worden voldaan C. Pas later in zijn ontwikkeling wordt het voor een kind mogelijk te onderscheiden wie hij is en wat hij ervaart.
Ook volwassenen hebben zowel emotionele als fysieke basisbehoeften. Misschien zou elk mens, nadat in fysieke basisbehoeften en waardering, zelfrespect en erkenning voorzien is, zichzelf wel willen ontwikkelen tot een uniek mens met een unieke persoonlijkheid. Voor waardering en erkenning zijn andere mensen nodig, waardoor na bevrediging van lichamelijke behoeftes en de benodigde lichamelijke veiligheid en zekerheid ook behoefte is aan saamhorigheid, vriendschap, liefde en positieve relaties.
Een lastig gegeven bij dit alles is dat zelfacceptatie nodig is om zelfinzicht te verwerven of om gedragsveranderingen te bewerkstelligen. Wanneer iemand zichzelf onvoorwaardelijk geaccepteerd weet door een ander helpt dat bij het verkrijgen van zelfinzicht. Iemand moet kunnen zeggen “Zo ben ik nu eenmaal”, voordat hij zich open kan stellen voor het overdenken van zijn kwetsbaarheden, zoals zijn persoonlijke behoeften. En pas met inzicht in persoonlijke behoeften kan geprobeerd worden in die behoeften te voorzien. Zelfacceptatie is maar moeilijk te realiseren wanneer iemand geen gevoelens van geborgenheid en onvoorwaardelijke erkenning kent. Voor het verkrijgen van gevoelens van geborgenheid en onvoorwaardelijke erkenning vervullen ouders een belangrijke rol. Echter, ook andere familieleden, partners, vrienden en professionele begeleiders kunnen hierin van doorslaggevende betekenis zijn.
De emotionele basisbehoeften van volwassenen zijn minder onmisbaar dan dat ze waren in hun kindertijd. Volwassenen vallen niet meer samen met hun behoeften en gevoelens; zij kunnen woorden geven aan hun gemis en erover nadenken. Voor een deel kunnen zij er zelfs vaak voor zorgen dat, naarmate zij meer zelfinzicht hebben, hun behoeften linksom of rechtsom voldoende bevredigd worden.
De Piramide van Maslov toont een hiërarchie van de verschillende soorten behoeften. Duidelijk wordt daaruit dat de bovenste etage(’s) alleen bereikt kan (kunnen) worden wanneer in die van de onderliggende voorzien is, te beginnen met
voldoende eten, drinken en middelen om zich tegen de buitenwereld te
Behoeftenhiërarchie van Maslov
5 5 … (?)
4 4 Erkenning (zelf-)
3 3 Sociale behoeften
2 2 Bestaanszekerheid
1 1 Primaire biologische behoeften, die ik in de tekst ‘fysieke basisbehoeften’ noem.
De bovenste etage heb ik in de figuur opengelaten. De andere basis-behoeften staan hiërarchiek in de lagen daaronder. Wanneer de basisbehoeften van de onderste vier lagen bevredigd zijn, kunnen mensen toekomen aan hun doel. Maslov zou hier in die tijd als vijfde laag waarschijnlijk ‘de behoefte om God te dienen’ neergezet hebben. In de zoektocht van mensen naar zingeving werd anno 1943 ‘zelfverwerkelijking’ of ‘zelfactualisatie’ door hem gezien als doel van een mensenleven. Volgens ‘Idee 136’ van Multatuli was de roeping van de mens ‘om mensch te zijn’. Later heeft Maslov de nadruk op zelfactualisatie verlegd naar zelftranscendentie: de uiteindelijke behoefte van mensen zichzelf te overstijgen door in de wereld van betekenis te zijn.
beschermen, het kunnen waarborgen van een gevoel van veiligheid en vrij te zijn van stressveroorzakende ziekten en kwalen. Wanneer in dat alles voorzien is, dringt zich een gevoel van bestaanszekerheid op. Wanneer ook daarin voorzien is, treden sociale behoeften op de voorgrond, vervolgens erkenning door anderen en vooral ook zelferkenning. Pas als in al deze behoeften voldoende voorzien is, zouden mensen volgens Maslov toekomen aan hun behoefte een levensdoel te bereiken.
Oefening 4 Inzicht in uw behoeften
q In oefening 1 heeft u beschreven wat voor u op dit moment het meest belangrijk is. Vul dit zo gedetailleerd als mogelijk aan met uw behoeften aan
1. Het soort ontbijt, lunch, avondeten, tussendoortjes (eten en drinken),
2. Benoem ook de veiligheid, zoals die voor u belangrijk is,
3. Beschrijf ook uw behoefte aan contacten met andere mensen (welke op dit moment) en hoe u zou willen dat zij u tegemoet treden en
4. Benoem op welke wijze u zichzelf over het algemeen waardeert.
5. Heeft u nog andere belangrijke behoeften? Zo ja, beschrijf ze.
q Klopt het nog steeds, wanneer u uw bovenstaande algemeen menselijke behoeften ingevuld heeft, wat u op dit moment het meest belangrijk vindt (oefening 1) en klopt uw beschrijving van uw basisscript nog steeds (oefening 2)?
Zo niet, pas het aan.
Waar ik graag de aandacht op vestig dat volgens Maslov niemand sociaal onafhankelijk is. Haast iedereen heeft behoefte aan een gevoel van verbondenheid met een gemeenschap.
Ieder mens is behoeftig en iedereen voelt…
Gedurende ons hele leven ‘stroomt’ onze omgeving door ons lichaam. We ademen in en we ademen uit. De lucht, die we inademen, komt met alles wat erin zit in onze longen en deels in ons bloed en we ademen uit wat vanuit ons bloed aan de longen afgestaan wordt en wat niet door ons bloed opgenomen werd. We nemen eten en drinken tot ons, nemen een deel daarvan in onze darmen op in ons bloed en de rest scheiden we later weer uit. Al deze innamen en uitgiftes zijn erop gericht te blijven functioneren. Daarmee begonnen we als foetus in de baarmoeder en we gaan hiermee door tot onze laatste ademtocht. We kunnen niet lang zonder zuurstof, drinken, eten en de verwijdering uit ons lichaam van kooldioxide, voedselresten, urine en zweet. Onze omgeving stroomt zodoende dagelijks door ons lichaam.
Het verschil tussen lichamelijke behoeften zoals hierboven beschreven en sociale behoeften ligt in de manier waarop we er op reageren wanneer we er een tekort aan hebben. Lichamelijke tekorten bemerken we snel en er zijn op korte termijn oplossingen voor nodig. Sociale gebreken veranderen het functioneren van volwassenen geleidelijk.
Ieder lichaam is anders; heeft veel van dezelfde maar ook net andere behoeften. Ieder mens denkt anders; heeft veel van dezelfde behoeften, maar ook net weer andere. Voor iedereen is het volgens mij van belang enig inzicht te hebben in de eigen persoonlijke sociale behoeften en deze te erkennen. Vandaar dat de vorige paragraaf afsloot met oefening 4 “Inzicht in uw behoeften”. Alleen door bevrediging van een zeker gevoel van veiligheid, benodigde waardering, saamhorigheid, liefde, vriendschappen en van positieve relaties kunnen mensen volgens Maslov immers tot (zelf)ontwikkeling komen. Bevrediging begint vaak met erkenning van deze afhankelijkheid. Met het inzicht in de persoonlijke behoeften kan eraan gewerkt worden ideale omstandigheden te scheppen om optimaal te functioneren. Inzicht in persoonlijke behoeften zie ik als één deel van een tweedelig kompas; zeg maar het huis van het kompas waarop te zien is waar zich wat bevindt.
Wanneer iemand zich lekker voelt en het leven als stabiel gekenmerkt kan worden, kan men zich in de buitenwereld verdiepen. Indien iemand zich onprettig voelt en mensen in de directe omgeving niet de nodige veiligheid bieden, wordt inzicht in de persoonlijke voorwaarden om de omgeving zo mogelijk veiliger te maken urgent.
Het inzicht in basisbehoeften is te verwerven door ‘diep’ na te denken: wat biedt de omgeving mij en wat heb ik nodig om me prettig te voelen? Om diep na te denken zou u het best met vertrouwde mensen van gedachten kunnen wisselen over wat u bezighoudt. Voor veel mensen geldt dat samen of alleen wandelen helpt om bij dit soort gedachten te komen. Opschrijven wat u denkt, kan ook behulpzaam zijn, omdat bij schrijven – anders dan bij denken – het formuleren belangrijk wordt. Uiteindelijk is nadenken een specifieke vorm van redeneren.
Ook kan een prikkelvrije omgeving ideaal zijn om achter onbekende gevoelens, beelden of ideeën te komen. Door in een rustige omgeving, liefst in gemakkelijk zittende kleding de ogen te sluiten kunnen veel prikkels buiten gehouden worden. Door prikkels buiten te sluiten kunnen sommige mensen zich goed ontspannen. Door zich in ontspanning terug te trekken uit het alledaagse, kan dikwijls gevoeld en doorvoeld worden wat minder aan de oppervlakte ligt. Nagenoeg overal is het mogelijk in de directe nabijheid een geschikte plaats te vinden om na te denken. In ieder huis is bijvoorbeeld wel een toilet waar men zich even kan terugtrekken om ‘een pas op de plaats te maken’.
Ontspanning helpt niet iedereen om diepere gevoelens voelbaar te krijgen. Wanneer dit wel helpt, maar het ontspannen lastig gaat, brengt men in een rustige omgeving eerst de spanning uit het lichaam omlaag door zich op het onderlichaam te concentreren. Dat kan bereikt worden door bewust van kruin tot voeten alle spieren te ontspannen en ‘laag’ te ademen. Ervaar van de kruin boven op uw achterhoofd tot in uw tenen de ontspanning van alle spieren en ontspan de spieren die nog gespannen zijn. Voel de zitbotjes waarop u zit en adem vanuit de buik. Zo komt het lichaam in een ruststand. Eenmaal in rust, dus met ontspannen spieren en toch een actieve houding, kunnen beelden, voorstellingen en ideeën gevormd worden.
‘Schenken van mentale aandacht aan een bepaald onderwerp of probleem’, ‘overwegen’ en ‘zich te binnen roepen’ zijn verwante begrippen van nadenken. Nadenken wordt gedaan door de gedachten te concentreren op het te onderzoeken onderwerp, zoals de vraag “Hoe is dit voor mij?” of “Waaraan heb ik behoefte?” en zo zijn er veel variaties om uw aandacht te concentreren. Bij mij werkt het zo dat ik mij geen vragen hoef te stellen, maar dat vanuit stilte en ontspanning de antwoorden over wat voor mij belangrijk is naar mij toekomen.
Voor veel (Westerse) mensen is gebruikelijk dat voor ontspanning of nadenken eerst allerlei sturende gedachten en oordelen ‘uitgezet’ moeten worden. Sturende gedachten belemmeren het vrije denken, het vrije voelen en het vrij zijn. Dat is de reden dat een prikkelloze omgeving en een innerlijke rust bij het nadenken kunnen helpen.
Om ontspanning te kunnen bereiken, is haast voor iedereen het bevredigen van basale behoeften aan nachtrust, beweging, voldoende vocht en (gezond) voedsel nodig. Zoet voedsel, medicijnen, drugs waaronder koffie en alcohol kunnen de innerlijke onrust doen toenemen en daardoor een goed doorvoelen of nadenken moeilijker maken dan nodig is. De onbalans van te veel en ongezond voedsel en een overmaat aan prikkels waaraan we binnen de Westerse wereld ‘gewend zijn’, werkt niet mee om tot nadenken te komen.
Oefening 5 Even voor uzelf
- Houd een dagdeel in de week vrij om zonder verplichtingen alleen te zijn. Benut dit alleen zijn met bedenken wat uw (sociale) omgeving u zoal aan moois en aan lelijks biedt. U kunt natuurlijk thuis blijven, maar een vrijblijvende wandeling maken of een fietstochtje kan natuurlijk ook.
- Blijkt dat bepaalde vervelende gesprekken u dwarszitten en wellicht meermaals in uw leven plaatsvinden; wat zou u nodig hebben om zich prettig te voelen; wat zou u nodig hebben om zich prettig te voelen?
- Bespreek uw inzichten vervolgens met een vertrouwd familielid of vriend(in).
Helaas kennen we ons lichaam en de wereld waarin we leven slechts zoals zij zich sinds onze geboorte aan ons voordoen. Een ‘natuurlijke oriëntatie’ of een ‘herijking van ons gevoels- of gedachtenleven’ is niet eenvoudig. We kennen ons lichaam en de wereld zoals we ze meemaken in de situaties waarin we terechtgekomen zijn. Zicht op onze diepste behoeften hebben we vaak niet; we kennen meestal slechts onze oppervlakkige behoeften, we zien wat we willen (en kunnen!) zien en we hebben de verhalen van andere mensen in onze sociale en fysieke omgeving als referentie. Gelukkig zijn we echter ook uitgerust met de mogelijkheid kennis op te doen en ons de inzichten van heel andere mensen te verschaffen. Ik ben bijvoorbeeld altijd geïnspireerd geweest door oud-Indiaanse culturen en opvattingen. Anderen juist in Oosterse inzichten of die van hun verre voorouders. Het is in de natuur uitzonderlijk dat wij mensen door onze taal en schrijfvaardigheid gebruik kunnen maken van de kennis en inzichten die door andere mensen ver weg of lang geleden zijn opgedaan. Internet, boeken en tijdschriften verschaffen ons bergen aan informatie, waar veel waardevols voor ieder mens tussen zit. Waar u voor open staat is aan u.
Aangezien we in een tijdsgewricht leven waarin de mens en zijn sociale verbanden niet centraal staan, maar materialisme en efficiëntie; waarin we verregaand beïnvloed en verantwoordelijk gehouden worden voor ons ‘lot’ helpt het afkijken hoe anderen zich staande gehouden hebben lang niet altijd. Onvrede of ziekteverschijnselen door de dagelijkse stress maken het vinden van evenwicht en stabiliteit soms tot een complex project.
Degenen met een volle agenda, veel verplichte activiteiten aan werk, opvoeding, huishouden of hobby’s adviseer ik te beginnen met een virtuele hond in huis te halen. Het hoeft geen echte hond te zijn. Aan zo’n huisgenoot kleven weer nieuwe verplichtingen. Het mag ook een fantasiehond zijn, als hij maar ’s ochtends een half uurtje en ’s avonds voor het slapen een uurtje uitgelaten moet worden. Een ochtend- en avondwandeling in de buitenlucht zonder TV- of internetprikkels is volgens mij een eerste stap voor het hervinden van balans in drukke perioden van het leven.
Oefening 6 Het uitlaten van uw virtuele hond
- Maak vanaf vandaag gedurende een kalendermaand elke avond vlak voordat u naar bed gaat een wandeling van minimaal ongeveer een half uur; bij regen of guur weer wat korter. Tijdens deze wandeling hoeft u eerst niets anders te doen dan te wandelen/even buiten zijn.
- Concentreer op het verste punt van uw wandeling, dus ongeveer na een kwartier wanneer u een half uur gaat wandelen, u bewust te worden wat u voelt; grofweg: bent u boos, bang, blij of verdrietig? Oordeel er niet over, maar benoem uw gevoelens in gedachten.
- Herlees na een maand wat u opgeschreven heeft bij oefening 4 “Inzicht in uw behoeften”. Pas uw inzichten eventueel aan aan uw inzichten na een maand uw (virtuele) hond uitgelaten te hebben.
- Indien dit wandelen aan het eind van de oefenmaand u goed bevalt, maak hier dan een gewoonte van.
Sociaal en maatschappelijk kunnen we uitstekend functioneren zonder echt te voelen en zonder bekend te zijn met onze behoeften. Een onbalans wordt pas opgemerkt wanneer we last ervaren. Wanneer we er last van krijgen dat overdag onze gedachten niet stil komen te staan, wanneer we bij veel conflicten betrokken worden en bij slaapproblemen. De huisarts zal dan doorgaans medicijnen voorschrijven. De (fantasie-)hond kan met zijn twee dagelijkse wandelingen helpen een eerste stap te zetten in de richting van herstel van balans zonder medicijnen.
Was inzicht in persoonlijke behoeften één deel van een tweedelig innerlijk kompas; inzicht in ons gevoel is naar mijn mening het tweede deel van dat kompas. Dat is als het ware de wijzer in het kompashuis. Zonder inzicht in onze behoeften en in onze gevoelens kunnen we geen bewust-juiste beslissingen over ons leven nemen.
Mocht het beteugelen van onrust, ongeordende gedachten en oordelen moeilijk lukken dan is er een ondersteunende route van onrust naar het onderkennen van behoeften. Men kan de tijd nemen achtereenvolgens de volgende vragen beantwoorden:
- Wat heb ik feitelijk en concreet gehoord en/of gezien van waaruit mijn onrust verklaard kan worden? Formuleer dit zo helder en ondubbelzinnig mogelijk.
- Wat voel ik daarbij? Basisgevoelens zijn ‘boos’, ‘bang’, ‘bedroefd’ en ‘blij’. Hierop zijn 1.001 varianten.
- Past dit gevoel bij wat ik precies gehoord of gezien heb? Bepaal of de relatie tussen feitelijke waarnemingen en gevoelens logisch lijkt.
4a. Zo niet, welke gevoelens heb ik dan nog meer die wel bij mijn feitelijke waarnemingen passen?
4b. Zo ja; welke behoefte vloeit voort uit mijn gevoel bij wat ik feitelijk heb waargenomen?
Neem bovenstaande vragen eventueel over op de achterkant van het papier waarop u oefening 4 “Inzicht in uw behoeften” heeft gedaan. Dan kunt u zichzelf deze vragen altijd stellen, zodra u zich onrustig voelt door wat u aangedaan is.
Een feitelijke waarneming van wanneer gezegd en gehoord wordt “Ik houd van jou” heeft een logische relatie met een blij gevoel.
Dezelfde mededeling heeft geen logische relatie met een boos gevoel, maar de opmerking “Ik houd van jou” kan wel onrust veroorzaken wanneer het gevoel overheerst dat niet de waarheid gesproken is. Of wanneer op de liefdesverklaring een afwijzing zou moeten volgen. In het eerste geval is het gevoel dan wantrouwen. De behoefte bij wantrouwen kan zijn te onderzoeken waar dat wantrouwen op gebaseerd is. Bijvoorbeeld door na te gaan of degene die zei dat hij van je houdt vaker dingen gezegd heeft die later niet juist bleken te zijn. De behoefte kan dan zijn te vragen of die persoon zijn opmerking meende. Of wanneer het vertrouwen in de ander heel erg geschaad is, kan een heel andere behoefte, de behoefte aan een kopje thee groot zijn.
Bovenstaande illustreert hoe onrust door een systematische analyse tot een actie getransformeerd kan worden. Het fijne van zo’n zelfonderzoek is dat ook de grond van bestaan van de onrust aan het licht komt.
Blijkt de onrust uiteindelijk geen grond van bestaan te hebben gehad, maar blijft ze toch aanwezig, dan kunnen de vragen 1 tot en met 4 herhaald worden totdat glashelder is waar zij dan wel vandaan komt.
Als het al kan, vereist het voor iedereen oefening om zonder interpretaties te luisteren en te kijken. Het stellen van goede vragen om een ander te begrijpen is een vaardigheid die geleerd kan en vervolgens blijvend beoefend moet worden. En dan, zelfs als onze waarnemingen juist zijn, past ons gevoel lang niet altijd bij onze waarnemingen. Ons gevoel zal bijvoorbeeld vaak gebaseerd zijn op andere ervaringen in het verleden. De neiging “gewoon te doen wat iedereen zou doen”, bemoeilijkt ook nog eens het in contact komen of blijven met onze behoeften en gevoelens. Oordeelvrije observatie en het ontwaren van daarbij passende gevoelens zijn altijd moeilijk scherp te krijgen.
Wanneer het passend gevoel bij haast oordeelloze observaties is opgehelderd, zijn meestal de daarop gebaseerde behoeften eenvoudig te vinden. En die behoeften kunnen, zoals in het voorbeeld hierboven ‘de behoefte aan een kopje thee’, heel anders zijn dan de behoefte aan een oplossing voor een probleem. De behoefte kan daarentegen juist bestaan uit ‘even rust’, ‘vriendschappelijk contact’ of ‘afleiding’ om wat voorbeelden te noemen.
Iedereen voelt van alles en iedereen heeft behoeften die samenhangen met die gevoelens. Echter, inzicht in behoeften hoeft niet persé direct tot actie te dwingen. Wanneer behoeften duidelijk zijn, hoeft het voor een volwassene zelfs helemaal niet verkeerd te zijn de bevrediging ervan uit te stellen. Het kan voor het moment voldoende zijn te weten waaraan behoefte is. Alleen al het inzicht in eerlijke gevoelens en werkelijke behoeften kan voor enige tijd voldoende zijn om zichzelf te hervinden en zich weer ‘goed’ te voelen.
Over behoeftigheid en kwetsbaarheid
Een belangrijk inzicht, en nog belangrijker in een niet zo veilige omgeving, is het inzicht in de eigen kwetsbaarheid. Wanneer we weten waar onze kwetsbaarheden zitten, kunnen we proberen daar niet geraakt te worden.
Kwetsbaarheid wordt nog wel eens verward met falen of met onvermogen. Op de keper beschouwd gaat het ook om onvermogen, maar een onvermogen dat samenhangt met kwaliteiten. We kunnen niet allemaal het hardst lopen of het hoogst springen. Door onze onderlinge verschillen is de een hierin het best en de ander in weer iets anders. Het strekt tot wederzijds voordeel wanneer de een het hardst kan lopen als dan een ander uitblinkt in denken, communicatie of logistiek. Verschillende talenten in een team maken een team sterk. Vooral wanneer iedereen binnen dat team weet wat de talenten en zwaktes van hun teamgenoten zijn; en tegelijk die teamgenoten accepteert en respecteert zoals ze zijn. Het kan onaangenaam voelen eigen kwetsbaarheden te onderzoeken of te benoemen. Toch is het inzicht in eigen kwetsbaarheden, zeker in de omgang met OPs, een broodnodig zelfinzicht.
Voor iedereen is het hebben van inzicht in de eigen kwetsbaarheden nodig om persoonlijke basisbehoeften te ontdekken. Stel: iemand heeft minstens acht uur slaap per nacht nodig. Hij ‘neemt’ daarentegen een lange periode per etmaal genoegen met zeven uur slaap. Dan riskeert hij een chronisch slaaptekort op te lopen. Het slaaptekort zal hem heel lang niet beperken in zijn functioneren, maar ongemerkt kan hij wel steeds eerder uit zijn mentale evenwicht worden gebracht. Pas als zijn slaappatroon hem opbreekt, zal blijken welke schade hem door zijn dagelijks uurtje nachtrusttekort is toegebracht.
Nu is nachtrustbehoefte een min of meer meetbare behoefte. Moeilijker te meten zijn behoeften aan erkenning, gezien worden, erbij (bij een groep) horen, belangrijk voor anderen zijn en succes. Het zijn wel vaak basisbehoeften, maar als zodanig en wat betreft de mate van kwetsbaarheid moeilijk meetbaar te maken. In de omgang met OPs is daarentegen juist ook op deze vlakken zelfinzicht nodig om ze afdoend te voeden of geen tekorten op te lopen.
Om inzicht in de eigen kwetsbaarheden te verkrijgen is een positief gevoel bij elk ontdekt persoonlijk talent een eerste stap. Elk talent heeft namelijk ook een keerzijde: de gevolgen van het benutten van dat talent maar ook de consequenties van het niet kunnen benutten ervan. Helaas is het bij ons in het Westen niet gebruikelijk kwetsbaarheden en talenten vrijelijk te bespreken. Daar vinden anderen al snel iets van.
Ik praat vrij gemakkelijk over wat mij bezighoudt. Daarom verwachtte ik onbewust dat mijn vrienden me wel zouden waarschuwen als ik iets onverantwoords ondernam. Toch ben ik meermaals door een gebrek aan inzicht in mijn kwetsbaarheden in ernstige problemen gekomen zonder dat mijn vrienden mij waarschuwden. Zij konden mij niet waarschuwen, realiseer ik mij achteraf. Ik gaf zelf de signalen niet, die hen zouden alarmeren. Zelfs bij mijzelf gingen in mij-bedreigende situaties niet altijd de ‘alarmbellen rinkelen’. Sterker nog, soms bleek ik achteraf gefascineerd te zijn geweest door de bedreiging die voor mij voelbaar was. Ik had daarbij ook achteraf een misplaatst gevoel gehad dat mij niets zou kunnen overkomen. Juist dat misplaatste gevoel maakte dat ik mij vaker regelrecht in een sociaal onveilige situatie begeven had: een boze klant of werknemer, een vriend die ernstige problemen had, noem maar op.
In mijn geval ging het niet kennen van mijn kwetsbaarheden achteraf hand in hand met zelfoverschatting. Heel wat sessies ademhalingstechniek en haptonomie heb ik nodig gehad om een juiste balans in mijn leven te hervinden, zodat ik op alle vlakken weer goed kon functioneren. Pas vanuit die hervonden balans kon ik erkennen kwetsbaar te zijn. Wat had het mij een hoop problemen bespaard wanneer ik al veel eerder, bijvoorbeeld al tijdens mijn opvoeding geleerd had dat kwetsbaar zijn niet iets negatiefs is. Echter, of het nu vroeg komt of later in mijn leven: inzicht in mijn grenzen heeft me uiteindelijk sterker gemaakt.
Inzicht krijgen in eigen kwetsbaarheden kan volgens mij door ze te beschouwen als individuele eigenschappen zoals iedereen die heeft:
· Ieder mens heeft behoefte aan beoordeling, gezien worden en erkenning.
· Ieder mens heeft behoefte aan sociale contacten en ‘erbij’ horen.
· Ieder mens heeft behoefte aan aanraking, tederheid en veiligheid.
· Ieder mens heeft er behoefte aan serieus genomen te worden en aan waardering.
· Ieder mens heeft tot op zekere hoogte behoefte aan uitdagingen, grenzen verkennen en zekerheid.
· Ieder mens heeft behoefte aan persoonlijke groei, ontspanning en rust.
Door erover na te denken en gedachten vertrouwelijk te bespreken of op te schrijven kan inzicht verkregen worden in de eigen grenzen. Kwetsbaarheden zijn niets anders dan dat: de grenzen van ons kunnen. Op hun beurt kan inzicht in kwetsbaarheden eenvoudig vertaald worden naar basisbehoeften. Onze basisbehoeften zijn onze wensen die vervuld zouden moeten worden om te kunnen leven binnen de grenzen van ons kunnen zonder teveel van onszelf te moeten eisen. Zonder onszelf te beschadigen.
Vragen die men zichzelf kan stellen om persoonlijke kwetsbaarheden te achterhalen, zijn:
· Wat zijn mijn sterke kanten en waarin schuilt mijn kracht? Hierover hoeven we niet hoogdravend te doen. Iedereen kan een bepaalde tijd zonder eten; de een dagen en een ander uren. Een sterke kant is een tijdje zonder eten te kunnen en de beperking ervan is de hoeveelheid tijd. Zo geldt dit ook voor gezien worden, erkenning, erbij horen en al die wensen die elk mens in meerdere of mindere mate heeft. Wat zijn uw sterke kanten en waarin schuilt uw kracht?
· Hoe reageert u erop wanneer er teveel en te vaak een beroep gedaan wordt op die talenten?
Oefening 7 Inzicht in uw kwetsbaarheden
- Beschrijf uw talenten en waarin u uitzonderlijk goed bent.
- Beschrijf hoe u er in het verleden op reageerde wanneer er teveel en te vaak een beroep gedaan werd op uw talenten.
- Beschrijf hoe u wilt dat anderen u zien en tegemoet treden.
- Indien u hiermee klaar bent, overdenk dan nog eens uw ideeën bij oefening 2 “Wat is mijn script?”
Over grip als basale behoefte
Behoefte aan veiligheid is een basisbehoefte. Maslov plaats deze behoefte in de onderste helft van zijn piramide. Hierbij wordt meestal gedacht aan fysieke en sociale veiligheid. Echter, bij de basisbehoefte veiligheid hoort ook het hebben van enig grip op de situaties waarin we ons bevinden. Als we geen invloed kunnen uitoefenen in de loop der dingen, voelen we ons onveilig omdat we overgeleverd zijn aan degenen die er wel invloed op hebben.
Wanneer iemand zich ervan bewust wordt onvoldoende grip op zijn leven te hebben, kan hij daar vaak vrij eenvoudig iets tegen doen. Grip op het leven kan verkregen worden door te beginnen bewuste tradities en gewoonten in het leven van alledag in te bouwen. Zonder dat het leven daarmee saai wordt, kunnen dag- en weekpatronen bijdragen aan het gevoel grip op het levensverloop te houden. Een volkswijsheid spreekt niet voor niets van “Rust, reinheid en regelmaat”.
Wanneer spanning ons begint op te breken, adviseer ik te streven naar deze rust, reinheid en regelmaat. Begin, voor zover dat al geen gewoonte is, met op vaste momenten te ontbijten, te lunchen en te dineren. Bedenk rituelen bij het opstaan en bij het naar bed gaan. Verzin gezonde gewoonten na activiteiten buitenshuis ondernomen te hebben en rondom de maaltijden. Ook het doen van bepaalde (huishoudelijke) klussen op regelmatige momenten in de week of maand kunnen helpen in elk geval de grip in de privé-sfeer terug te krijgen.
Met name samenwonenden adviseer ik, wanneer het samenwonen spanningen geeft, onderlinge afspraken vast te leggen en ernaar te streven ze zoveel als mogelijk wederkerig te maken. Wat de een mag, mag de ander ook. Tegenover dat de een dit doet, staat de zorg van de ander voor dat. Waar de een toestemming van de ander voor nodig heeft, heeft de ander ook toestemming van de een nodig. Onderlinge wederkerigheid van afspraken tussen koppels blijkt vaak minder vanzelfsprekend dan ik zou verwachten. Vaak sluipt er binnen relaties onbewust een grotere verantwoordelijkheid voor de een in, dan voor de ander. Gender-gelijkheid is ook hier in het Westen nog niet gerealiseerd, maar ook tussen koppels van hetzelfde geslacht ontstaan vaak niet-wederkerige patronen. Indien er binnen de relatie spanningen ontstaan, kijk dan ook naar de wederkerigheid van gemaakte afspraken. Een manier van afspraken maken, waarbij in elk geval uitgegaan wordt van wederzijds welbevinden, voelt meestal voor beiden eerlijk, veilig en het geeft grip.
Grip kan ook verkregen worden door dagelijks een herinneringsmoment in het levenspatroon in te bouwen. Een vriend van mij heeft met zichzelf afgesproken elke dag om 16 uur zijn horloge even vast te houden. Door dit dagelijks te doen herinnert hij zichzelf eraan dat hij elk moment vrij kan kiezen. Dat is voor hem de betekenis van dit ritueel.
Grip kan ook verkregen worden door buitenshuis in- of ontspannende activiteiten te ondernemen. Zo kan iemand bijvoorbeeld een sport beoefenen, bepaalde mensen ontmoeten, de (fantasie-)hond uitlaten of werken aan iets dat bijzondere aandacht vereist. Inspanning door te sporten stimuleert de aanmaak van endorfine. Deze overdrachtsstof, die in de hersenen (hypofyse en hypothalamus) aangemaakt wordt, werkt pijnonderdrukkend en wordt medeverantwoordelijk geacht voor het ontstaan van een geluksgevoel. Endorfines zijn zodoende betrokken bij beloningssystemen in de hersenen, die voor veel soorten gedrag sturend werken. Overigens stimuleren opwinding, pijn, scherp voedsel, liefde en orgasmen ook aanmaak van endorfine. Om via inspanning of ontspanning grip op omstandigheden te krijgen is wat zelfdiscipline nodig. Men moet zich ertoe zetten. Voor de een zal het makkelijker zijn discipline op te brengen dan voor een ander. Wanneer men niet toekomt aan het organiseren van ontspanning of inspanning kunnen afspraken met anderen helpen om samen iets te ondernemen. Ook kan het handig zijn om dergelijke activiteiten op vaste dagen in de week of dagdelen te ondernemen.
Bij regelmatige omgang met OPs zijn wandelingen, rust, reinheid, regelmaat en regelmatige in- en ontspanning aanbevelingswaardig. Ook is het onderhoud van sociale contacten in de omgang met OPs een aandachtspunt. Het onderhouden van sociale contacten kan in het gedrang komen, omdat OPs veel energie vragen en omdat zij andere sociale kontakten kunnen ervaren als bedreigend voor hun sociale contact.
Oefening 8 Optimaliseren van grip op uw leven
q Bedenk welke rituelen en welke ‘rust, reinheid en regelmaat’ bij u passen. Daarbij kan ook gedacht worden aan zo’n ogenschijnlijk nutteloze handeling als ‘om 16 uur uw horloge vasthouden om zich te realiseren vrij te zijn om keuzes te maken’.
q Richt uw leven in naar de door u passende patronen.
Uiteraard geldt voor OPs net zo goed dat het vergroten van grip op bovengenoemde manieren behulpzaam kan zijn hun leven te veraangenamen. Voor sommige OPs kunnen vaste momenten en rituelen echter juist ook als een ongewenst keurslijf van verplichtingen voelen. Daarmee kunnen zij zichzelf overvragen.
Een laatste aandachtspunt om in de omgang met OPs grip op het dagelijks leven te houden, dat ik hier wil bespreken, gaat over onverwachte verwijten.
Opvallend is dat sommige OPs een extreem goed geheugen hebben voor de beschuldigingen die zij hebben moeten incasseren. Verwijten, vermeende verwijten en vooral de beschuldigingen, met name die zij over zichzelf koesteren. Het bespreken van eerder gemaakte verwijten onthouden OPs meestal minder goed; zelfs al lijkt het daar wel eens op.
Bij een volgend conflict, na verloop van tijd, blijken alle verwijten en vermeende verwijten van weleer nog steeds levend en de onderlinge verhoudingen negatief te beïnvloeden.
Zowel voor OPs als hun omstanders is het van belang aan spanningreductie te werken; het onderhouden van een gevoel van veiligheid. Het ligt voor de hand dat OPs af en toe of vaak hun gestapelde verwijten uiten. Daar zit veel pijn. Ik adviseer tot tien te tellen en rustig maar consequent onterechte verwijten te weerleggen. Gebruik geen verbaal of fysiek geweld. Getoonde emoties leiden OPs meestal alleen maar af. Juist het zonder emotioneel te worden of nadruk weerleggen van onterechte opmerkingen vestigt de aandacht op de inhoud. Het kan veel geduld vragen steeds weer dezelfde verwijten te weerleggen. En naast geduld vraagt het ook veel van het geheugen en van de verbale vermogens. Toch wordt de wereld van OPs alleen maar onveiliger wanneer zij onterechte verwijten onweersproken kunnen blijven uiten. Door verwijten onderling goed en eventueel steeds weer te bespreken houden beiden grip op hun gezamenlijke geschiedenis. Neem die gezamenlijke geschiedenis voortdurend serieus door onduidelijkheden (steeds weer) te bespreken.
Over luisteren naar een ander
In elke relatie draait het om contact. Contact in de zin van verbinding, het wisselen van gedachten, samenwerking en van aanraking. Luisteren is de helft van dit contact. In de uitdrukking “Nou moet je eens even goed naar mij luisteren”, zit misschien niet het luisteren waarover het hier gaat. Maar wat is luisteren dan wel?
Luisteren gaat verder dan horen. Zelfs verder dan het gehoorde laten doordringen. Luisteren is aandacht schenken. Luisteren moet geleerd worden. Luisteren gaat ook over horen wat niet gezegd is, maar misschien wel van belang is. Om te luisteren is niet alleen concentratie van belang maar ook aandacht, openstellen en – wat nogal eens vergeten wordt – een contact houden met de eigen behoeften. Alleen als men zichzelf voelt en zonder een bepaald idee en zonder te denken luistert, kan men rechtstreeks in verbinding met een ander komen te staan. Om te luisteren is het nodig onze zintuigen en intuïtie te gebruiken zonder in te grijpen en zonder te oordelen. Luisteren doet men door zich open te stellen voor zichzelf en de ander zonder voorkeur of afkeer.
Luisteren vraagt van de verteller de voorwaarden te scheppen dat goed geluisterd kàn worden. Geen afleidende omgeving, geen haast of tijdsdruk. Voor zowel luisteraar als verteller is luisteren ‘kwaliteitstijd’ die aan elkaar wordt besteed.
Om te luisteren naar een ander moeten eventuele stemmetjes, als die oordelend zijn of een interessante reactie influisteren om het eigen ego te bevestigen, de mond gesnoerd worden. Om te luisteren moet de aandacht van de luisteraar volledig gericht zijn op de lichaamstaal, de presentatie en de woorden van de ander. De luisteraar doet weinig meer dan ‘aanmoedigen’ door te gaan met vertellen. Dat kan door te hummen (‘hmm’ te zeggen) of te bekrachtigen door ‘ja’ te zeggen. Dat is af en toe nodig om het contact te bevestigen, net als wanneer men telefoneert; laten weten dat u er nog bij bent.
Wanneer de lijnen van het verhaal van de verteller voor de luisteraar onduidelijk worden, kan uiteraard zonder het gesprek te sturen gevraagd worden naar verduidelijking. Wanneer de verteller klaar is met zijn verhaal resten vaak nog vragen om het beeld van de luisteraar completer te maken.
In dat wat de verteller vooraf zegt, schuilt soms de vaak onbewuste behoefte van de verteller. Wordt een verhaal vertelt met als openingszin “Ik zit met een probleem” dan zal de luisteraar naderhand anders op het verhaal ingaan dan wanneer de verteller begon met “Er is me zoiets raars gebeurd” of “Moet je nou eens horen”. Het vraagt oefening om de terugkoppeling naar waarmee de verteller begon te maken. In de praktijk zal de luisteraar geneigd zijn op het laatst vertelde door te gaan, maar om aan de diepere behoefte van de verteller in te gaan is juist de inleiding essentieel; belangrijker nog dan het verhaal dat hij verteld heeft. Zo werkt dat eenmaal; we doen een beroep op een ander, maar zijn vaak zo vol van verhalen dat we zelf kunnen vergeten welk beroep we op de ander gedaan hebben.
Het kan gebeuren dat de lichaamstaal het verbale niet ondersteunt. Iemand die lachend iets vervelends vertelt of een ander die met een verontrust gezicht vertelt dat er niets aan de hand is, is niet één met zijn verhaal. Wanneer dat gebeurt vraagt luisteren dit slechts te registreren. Wanneer de verteller ruimte gehad heeft zijn verhaal te vertellen kan eventueel iets met het vertelde gedaan worden. Meestal is het niet handig bij aanvang aan iemand te gaan trekken: “Jouw vrolijkheid kan ik me niet voorstellen!” of “Je kijkt anders helemaal niet ontspannen!” Na verloop van tijd, als er contact is, kunnen wel voorzichtige vragen gesteld worden als: “Klopt mijn waarneming dat …” of “Mij viel een verschil op tussen wat je vertelde over … en de emoties die ik bij je zag; heb ik dat goed gezien?”
Het is overigens ook volgens mij een mythe dat non-verbale communicatie het grootste gedeelte van de communicatie tussen mensen bepaalt. Hoewel de meest non-verbale gedragingen bij alle mensen aangeboren zijn, verschillen de non-verbale signalen bovendien van mens tot mens. Daarbij kan hetzelfde gedrag verschillende betekenissen hebben zoals dat bij veel woorden ook opgaat.
Oefening 9 Luisteren naar anderen
q Oefen eens in een klein gezelschap als spelletje om te luisteren onder het motto ‘Voor iedereen is het van belang gehoord te worden’:
Speler 1 Bedenkt een gebeurtenis en een daarbij passende emotie voor speler 2.
Speler 2 Krijgt van speler 1 de opdracht in de gegeven emotie de gebeurtenis aan speler 3 te vertellen, zonder dat speler 3 die opdracht te weten krijgt.
Speler 3 Luistert naar speler 2, nodigt uit verder te vertellen en stelt aanvullende open vragen totdat hij samenvattende conclusies kan trekken.
Speler 1 Bepaalt of de getrokken conclusies juist zijn.
q Oefen dit ook door bewust te luisteren wanneer iemand anders in het werkelijke leven een beroep op u doet.
Bovendien weet iedereen tegenwoordig genoeg van non-verbale communicatie dat we bewust non-verbaal kunnen communiceren, waardoor ons gedrag juist de innerlijke drijfveren verbloemt.
Soms is het praktisch om het beluisterde samen te vatten en te vragen of de samenvatting juist was. Dat kan wanneer de verteller uitverteld is, maar soms ook tussendoor om verhaallijnen vast te houden wanneer de verteller warrig op de luisteraar overkomt. Sommige vertellers zullen altijd de samenvatting van een ander corrigeren. Ik adviseer dan het ego niet te laten meespelen door de aanvullingen op te vatten als kritiek, maar het doel voor ogen te houden dat luisteraar de verteller volgt. Idealiter kan dat pas wanneer de verteller het eens is met de samenvatting en wanneer eventueel aanvullende vragen gesteld kunnen worden. Maar in de praktijk is dit volgens mij een onrealistische methodiek waarbij het zuiver methodisch te werk gaan ten onrechte voorrang krijgt boven het doel van het gesprek: verbinding, het wisselen van gedachten en een eventuele samenwerking.
Het is een hele kunst om onderscheid te maken tussen getoonde en benoemde gevoelens. Haast niemand is in staat altijd zijn of haar emoties helemaal goed onder woorden te brengen of om oorzaak en gevolg op een strikt-formele manier te onderscheiden. Mensen tonen emoties die zij voelen en zij praten over gevoelens die ze bij gebeurtenissen gehad hebben. Het kan voor het goede contact belangrijk zijn onderscheid te maken tussen dergelijk benoemde en getoonde emoties. Hier volgen twee voorbeelden uit een gesprek:
Een door haar echtgenoot beschuldigde moeder vertelde tijdens haar scheiding: “Ik wordt woedend op hem wanneer hij dingen zegt, kleine sarcastische dingen, die suggereren dat ik niet goed voor de kinderen zorg.”
Vaak zal de reactie hierop zijn: “Die woede begrijp ik maar al te goed…”
De goede luisteraar zou daarentegen als volgt kunnen reageren: “Ik hoor u zeggen dat u zich vooral kwaad voelt wanneer hij net doet alsof hij u geen goede moeder vindt.”
Maar zij had aangepakt. Ze vertelde naderhand enthousiast: “Ik sloeg alle waarschuwingen in de wind en confronteerde hem met zijn sarcasme. Dat hielp echt. Hij maakte niet alleen zijn verontschuldigingen, maar gedroeg zich de rest van de dag veel beter.”
“Wat super!”, zullen de meeste mensen hierop zeggen.
De goede luisteraar zou hierop kunnen antwoorden: “U voelt zich volgens mij heel goed omdat het risico dat u nam goed heeft uitgepakt.”
Het wisselen van gedachten gaat door strikt te luisteren niet heel snel. Alleen al iemand ‘uit laten praten’ is in Westerse samenlevingen geen gemeengoed meer. Velen zijn geneigd zinnen van een ander af te maken. Daarop betrap ik mijzelf ook wel eens. Velen stellen zich tevreden met interpretaties, die voortkomen uit tegenoverdracht of wachten beleefd om zelf iets te kunnen vertellen. Veel communicatie wordt vlug en even tussendoor gedaan. Iemand gewoon uit laten praten vraagt soms al uitersten. Echter, wanneer het belangrijk gevonden contact te maken en de ander te begrijpen is er volgens mij geen andere middel zo effectief als goed luisteren.
Uiteraard is lichaamstaal belangrijk, maar reageer vooral, liefst vragenderwijs, zo veel als mogelijk op de context van de verhalen. Zeker op de verhalen van een OP, en vestig niet steeds aandacht op de exacte woorden die hij bezigt. Waar het gaat om luisteren is alles wat zich rondom het verhaal van de ander afspeelt van belang, net als alles wat erin doorklinkt. Bezigt een OP krachtige termen, dan is het enkel vragenderwijs benoemen van de term vaak voldoende om een goed begrip over de ander te krijgen:
“Haat?”
“Nou ja, ik ben ontzettend kwaad!” of “Ja, ik haat hem echt!”
Voor iedereen is het van belang gehoord te worden. OPs zullen zich door hun mentale butsen vaak moeilijker gehoord weten dan iemand met minder psychische schade. Tegelijkertijd zullen zij meer dan gemiddeld aanvoelen hoe belangrijk het een zuiver contact is. Daaraan zullen OPs meer dan gemiddeld behoefte hebben. Echter, hoe noodlottig ook, door hun psychische beschadigingen zijn zij juist emotioneel vaak snel geraakt en ze zullen geneigd zijn op gesignaleerde emoties resoneren. Deze gesignaleerde emoties kunnen ook vermeende emoties zijn; emoties die zij waarnemen maar die de verteller niet bij zijn verhaal ervaart.
“Empathie, de accepterende, bevestigende en begripvolle menselijke weerklank vanuit het zelf, is voedsel voor de geest”, zegt de Oostenrijks-Amerikaanse psycho-analist Heinz Kohut, “Zonder empathie kan het menselijk leven, zoals wij dat kennen en waarderen, niet in stand gehouden worden.” Voor hem is empathie een waarde, een filosofie en een doel met een bijna-religieuze betekenis. Het is een manier van openstellen voor de ander dat de boodschap achter de boodschap gehoord wordt. Echter, omdat empathie niet ruim voorhanden is, kunnen we er waarschijnlijk veiliger vanuit gaan dat het leven waardevoller wordt met ‘wederkerige empathie’; een gelijke ‘hoeveelheid’ empathie naar elkaar. Daarbij is niet onbelangrijk te vermelden dat juist Westerse benaderingen traditioneel meer belang hechten aan zelfontplooiing dan aan interpersoonlijke verhoudingen zoals empathie. Juist Westerse mensen benadrukken de ontwikkeling van autonomie, onafhankelijkheid en identiteit als centrale begrippen van een volwassen mens. Daarentegen zijn er ook ontelbaar veel andere mensen die voor volwassenen meer waarde hechten aan het vorm geven van intermenselijke relaties.
De Amerikaanse psycholoog en psychotherapeut Carl Rogers noemde fundamenteel empathisch luisteren een voor ons ‘ondergewaardeerde manier van zijn’. Het woord ‘ondergewaardeerd’ gebruikte hij omdat volgens hem slechts weinig mensen de vaardigheid tot ‘diep-luisteren’ bezitten. ‘Empathisch luisteren’ is volgens hem ‘binnentreden in de private waarnemingswereld van de ander en daarin door en door thuis raken’. Zelfs door open te staan voor de steeds veranderende gevoelsbetekenissen die in de ander opkomen, zoals angst, woede, tederheid, verwarring of welke ervaring ook. Het is ‘tijdelijk te gast zijn in het leven van de ander en daarin voorzichtig rondkijken zonder te oordelen’.
Zelfs al mondt een verhaal uit in onverwachte (of als onterecht ervaren) verwijten, de luisteraar kan de verteller aandacht blijven schenken. Daaraan doet een luisteraar ook het beste. Voor OPs is dit een belangrijk moment, omdat de (onbewuste) verwachting van de OP bij het uitkomen op een verwijt is afgewezen te worden. Wanneer die afwijzing uitblijft, kan dat wellicht een leerervaring zijn. Het zal echter voor de luisteraar veel geduld of oefening vragen om zo constructief een gesprek te voeren. En om de rollen van verteller en luisteraar zo strikt gescheiden te houden. Het kan veel positiefs opleveren om in gesprek, ook met OPs, periodiek de rollen tussen luisteraar en verteller toch strikt te verdelen. In elke relatie is aandacht van belang en de vraag aan de ander zich open te stellen; in de relatie met OPs is het schenken van ruimte zonder verlies van aandacht volgens mij extra belangrijk omdat het een nieuwe ervaring kan zijn; een ongekende veiligheid biedt.
Ingewikkelder wordt het wanneer de verteller niet naar zichzelf luistert. Ook dat maak ik veelvuldig mee. Wanneer het luisteren daardoor lastig wordt kan de luisteraar zijn rol verlichten door te vragen wat hij voor de verteller kan doen.
Om een relatie te onderhouden is het nodig elkaar minstens op enkele vlakken te begrijpen. Om dat te bereiken is van belang op gezette tijden naar elkaar te luisteren. Problemen kunnen altijd ontstaan en zeker waar de een bedenkt wat de ander bedoelt, maar het nalaat die ander te vragen of zijn idee eigenlijk wel klopt. In de paragraaf over overdracht en tegenoverdracht in hoofdstuk 4 kwam dit al aan de orde. Door in te vullen in plaats van door te vragen ontstaan vaak wrijvingen en misverstanden. In mijn ogen zijn wrijvingen en misverstanden overigens soms niet te voorkomen en komen ze in de ene relatie meer voor dan in een andere. Toch zijn er verschillende ezelsbruggetjes die behulpzaam zijn om die misverstanden zo beperkt moegelijk te houden. Met elkaar kunnen dit spelregels worden om gesprekken te voeren:
· ANNA is in dit verband “Altijd navragen, nooit aannemen.”
· LSD staat hier voor “luisteren, samenvatten, doorvragen.”
· NIVEA betekent in dit verband: “Niet invullen voor een ander”; dus vragen blijven stellen tot je alles weet.
· ‘OMA thuislaten’ betekent hier “Laat oordelen, meningen en adviezen achterwege.”
Over luisteren naar jezelf
Mensen zijn over het algemeen meer geneigd af te stemmen op anderen dan op ‘luisteren naar zichzelf’. Om te overleven is het afstemmen op mensen in de omgeving dan ook vaak belangrijker dan afstemmen op eigen behoeften. Echter, langdurig niet naar jezelf luisteren kan vroeg of laat tot problemen leiden.
Wanneer niet in basisbehoeften voorzien wordt zal dat het functioneren van iemand belemmeren. Degene die dit overkomt zal zijn energie erin steken om te overleven ondanks wat hij aan basisbehoeften tekort komt. Wellicht zelfs zonder zich daarvan echt bewust te zijn. Meestal verlopen processen, waarbij basisbehoeften niet bevredigd worden, geleidelijk. En net als wanneer het gezichtsvermogen of gehoor langzaam achteruit gaat, merkt degene die dit overkomt er zelf niets van. Op een gegeven moment wordt het gemis plotseling voelbaar: “Wat staat daar?”, “Wat zeg je?”. Uiteindelijk gaat behoeftebevrediging bewust of onbewust allemaal om het vervullen van tijdelijke wensen. Wanneer niet tegemoet gekomen wordt aan andere dan basisbehoeften vereist dat net zo goed aandacht en wellicht actie. Mensen hebben een perspectief nodig dat hun tijdelijke of duurzame lijden beëindigd kan worden. Anders stompen zij af.
Hierbij is ingewikkeld dat behoeften, gevoeligheden en kwetsbaarheid in het spraakgebruik nogal eens onderling verward worden. Ik bepleit een uit elkaar houden van deze begrippen.
· Behoeften zijn onze wensen en randvoorwaarden om ons in evenwicht te voelen. Soms kunnen we best even zonder behoeftebevrediging, maar we voelen ons fijner als onze behoeften wel bevredigd worden. Op de keper beschouwd is er haast altijd nog wel wat te wensen…
· Gevoeligheden zijn de signalen uit buitenwereld die ons emotioneel raken. Dat kan in het positieve (een mooi muziekstuk) en in het negatieve (lelijke kritiek).
· Kwetsbaarheden zijn onze fysieke en emotionele beperkingen. Wanneer we daar teveel mee geconfronteerd worden raken we uitgeput en gedesoriënteerd.
Er is een samenhang. Kwetsbaarheid legt gevoeligheden en basisbehoeften bloot en gevoeligheden zijn vaak grote behoeften. Sommige behoeften gelden, zoals de Piramide van Maslov liet zien, voor ieder mens. Wanneer behoeften, en zeker basisbehoeften, niet af en toe bevredigd worden, wordt leven een vorm van overleven.
Soms zullen behoeften echter uitgesteld kunnen en soms ook moeten worden. Om te eten moet eerst voedsel beschikbaar zijn. Iemand, die bijvoorbeeld voor het voorzien in een behoefte aan aandacht nodig is, kan even niet beschikbaar zijn. Van uitstel hoeft geen afstel te komen en er is geen enkele reden aan te nemen dat behoeften altijd direct moeten worden bevredigd. In onze Westerse en daarmee jachtige samenleving zouden we haast vergeten dat behoeften soms helemaal niet bevredigd hoeven te worden. Dat geldt met name voor de behoeften die ons worden aangepraat, en die we niet van binnenuit voelen. Bovendien kan het volgens mij vaak helemaal geen kwaad een oponthoud in het bevredigen van behoeften te nemen voor wat het is. Het kan zelfs verrijkend zijn tegenslagen en vertraging in de bevrediging van behoeften te accepteren.
Een bekende valkuil is om angst raadgever te laten zijn en werkelijke behoeften te camoufleren door een ‘ontkenning van behoeften’ (te denken niets nodig te hebben), door ‘valse hoop’ te koesteren (te denken dat behoeften vervuld worden door beter je best te doen) of ‘valse macht’ uit te oefenen (te denken dat een ander, die weigert behoeften te bevredigen, niet deugt). Ingeborg Bosch wijdt aan deze begrippen ‘Ontkenning van behoeften’, “Valse hoop” en “Valse macht” haar gehele boek “Illusies”.
Inzicht in de eigen kwetsbaarheden, persoonlijke gevoeligheden en in individuele behoeften vormen samen volgens mij een innerlijke kompas. Dat vertelde ik eerder onder het kopje “
Waar ik graag de aandacht op vestig dat volgens Maslov niemand sociaal onafhankelijk is. Haast iedereen heeft behoefte aan een gevoel van verbondenheid met een gemeenschap.
Ieder mens is behoeftig en iedereen voelt…” van hoofdstuk 5.
Oefening 10 Luisteren naar uzelf
q Bekijk nog eens uw antwoorden op de oefeningen 1, 4 (6) en 7.
q Overdenk situaties waarbij een ander over uw in deze antwoorden besloten grenzen heen ging. Vraag u af of uw Red-mezelf-plan uit oefening 3 nog steeds klopt? Herschrijf het eventueel.
q Vul het Red-mijzelf-plan aan met een of meer antwoorden op de vraag wat het best voor u is.
Wanneer dat kompas aanduidt dat er iets mis is, geeft dat een onbehagelijk gevoel of erger. Bij zo’n gevoel van onbehagen start vaak een onderzoek met vragen als: “wat wil ik?” De belangrijke vraag of het gevoel van onbehagen past bij de situatie waarin men verkeert, wordt meestal niet gesteld. Toch kan ook het gevoel, het innerlijke kompas, bedriegen. Vragen die ik u daarom adviseer zichzelf te stellen in geval van onbehagen zijn:
· Wat zegt mijn onbehaaglijke gevoel over mij?
· Waarvoor blijk ik door dat onbehagelijke gevoel gevoelig?
· Accepteer ik die gevoeligheid van mijzelf of vind ik mijzelf overgevoelig?
· Blijven een of meer behoeften misschien onvervuld?
· Zo ja, wat is nu nodig om met deze onvervulde behoefte(n) om te gaan?
De antwoorden op deze vragen kunnen helpen naar jezelf te luisteren.
Lastig kan het worden om deze vragen te beantwoorden wanneer het gevoel van onbehagen uitblijft, terwijl behoeften onbevredigd blijven. Dat kan gebeuren wanneer iemand geleidelijk went aan het uitblijven van bevrediging van zijn behoeften. Daarom zou men zich eigenlijk regelmatig moeten afvragen:
· Ben ik gelukkig?
· Zo niet, wanneer zou ik wel gelukkig zijn?
· Heb ik wellicht te maken met een onbehaaglijk gevoel, waarvan ik me nog geen hinder bewust ben?
Het opnemen van gesprekken om herhaalde misverstanden uit te pluizen
Indien gesprekken vaak uitlopen op conflicten, is er een mogelijkheid om in overleg gesprekken op te nemen en later af te luisteren. In overleg kan bijvoorbeeld voor een gezamenlijke maaltijd besloten kunnen worden om het gesprek tijdens de maaltijd op te nemen. Zeker wanneer bij een van de gesprekspartners een onbevredigend gevoel resteert, kan het terugluisteren van het maaltijdgesprek nieuw licht werpen op de gevoerde communicatie.
Wanneer bijvoorbeeld de OP zich bestraffend toegesproken voelt, kan uit de opgenomen conversatie blijken dat hij bestraffend toegesproken werd en dat voelt, of dat hij helemaal niet bestraffend werd toegesproken, maar zich toch gecorrigeerd voelde. In de schemagerichte therapie wordt gebruik gemaakt van opgenomen gesprekken om de therapie te versterken. Hier wordt het opnemen van gesprekken aanbevolen om de toon, de boodschap en het verloop van het gesprek op een rustig moment nog eens te kunnen terughoren, zodat beide ervan kunnen leren.
In het terug te beluisteren gesprek kunnen beiden nagaan hoe zij naar de ander luisteren en ingaan op zijn opmerkingen en vragen, en of zij feitelijk ook wel goed naar zichzelf luisterden.
Geen mens communiceert zoals de schoolvoorbeelden van een goede communicatie ons voorhouden. We verliezen ons allemaal wel eens in een gesprek of blijven onze stokpaarden te lang berijden. Juist daarom kan het voor iedereen wel eens nuttig zijn om gesprekken in overleg met gesprekspartners gedurende langere tijd op te nemen en later eventueel nog eens terug te luisteren.
Uiteraard heeft het bij het terugluisteren geen zin de ander met een “Zie je wel” van repliek te dienen. Om het terugluisteren optimaal te benutten vraagt dit een hand te steken in eigen boezem. Ideaal zou zijn wanneer beiden zich afvragen hoe hun eigen communicatie te verbeteren, zodat er geen misverstanden ontstaan.
Ook voor OPs kan het terugluisteren inzicht geven in een verschil tussen hoe een gesprek is blijven hangen en hoe het gesprek in werkelijkheid gevoerd is: “Hoewel de boodschap van het gesprek onaangenaam was, blijkt uit de toon van het gesprek een aangename betrokkenheid”. Of “Hoewel de toon van het gesprek op mij als afstotend over kwam, blijkt dat de inhoud van wat gezegd werd getuigde van liefde voor mij”. “Heel anders dan ik het gesprek onthouden heb, bleef de ander mij met respect toespreken en deed hij alle moeite om mij gerust te stellen”. Of “Als ik dit gesprek terughoor begrijp ik helemaal niet waarom ik er eerst van slag van was”.
Dit zouden mooie reacties zijn. De werkelijkheid zal vaak minder mooi zijn. Bij het terugluisteren zal het nogal eens voorkomen dat een van beiden alsnog zijn gelijk wil halen op basis van dit ‘bewijsmateriaal’. Om dat ‘gelijk halen’ zoveel als mogelijk te beteugelen en het terugluisteren goed te gebruiken ter verbetering van de communicatie, zijn de volgende vragen hierbij te stellen voordat u weer met elkaar in gesprek gaat:
· Als ik dit terug hoor, wat heb ik willen zeggen
· Heb ik dat gezegd?
· Hoe heeft de ander mij begrepen?
· Heeft hij in dit gesprek aanleiding gehad mij verkeerd te begrijpen?
· Hoe zou ik een volgende keer beter kunnen zeggen wat ik wilde zeggen, zonder dat de ander aanleiding heeft om mij onjuist te begrijpen?
· Wat neem ik mij hierover voor?
Voor beiden is belangrijk zich met de ander veilig te voelen. Door een gesprek op te nemen en op een later moment terug te luisteren wordt onderzocht hoe de veiligheid onderling te verbeteren. Het doel moet zijn in gesprek met elkaar te blijven en de kwaliteit van het gesprek te verbeteren, waardoor voor zover dat beïnvloedbaar is minder onaangenaamheden tijdens gesprekken plaatsvinden.
Over grenzen stellen
We onderscheiden sponsgedrag en spiegelgedrag. Bij sponsgedrag mag de een veel en incasseert de ander zijn gedrag. Bij spiegelgedrag wordt de een er door de ander op gewezen wat hij doet, wat door hem als ‘goed’ ervaren wordt en waar de grens ligt. Over het algemeen zullen vrouwen eerder geneigd zijn sponsgedrag te vertonen en mannen spiegelgedrag.
Maar spons of spiegel; wanneer een ander de oorzaak is van een onbehaaglijk gevoel dwingt dat soms om tot actie over te gaan. Die ander kan iemand ten onrechte beperken, kwetsen of domweg op een of andere manier grenzen overschrijden. Dan moeten er wel eens grenzen gesteld worden, bijvoorbeeld door duidelijk te maken dat het getoonde gedrag niet getolereerd wordt. Voorkeur heeft het stellen van grenzen direct en consequent te doen en niet gepaard te laten gaan met verbaal of fysiek geweld; het best zou zijn rustig maar nadrukkelijk iets te zeggen in de trant van: “Dit wens ik niet.” of “Dit tolereer ik niet.”
Naarmate mensen meer ‘sponsgedrag’ vertonen zullen zij slechter in staat zijn hun grenzen te bewaken; zij zullen grensoverschrijdingen – soms voor beide partijen ongemerkt – langer toestaan dan goed voor hen is. Zij stellen onbewust hun emoties uit. Zulke mensen kunnen, als zij zich in het nauw gedreven voelen, niet meer rustig en nadrukkelijk grenzen stellen. Daardoor komt het dat sociale, vriendelijke mensen wel eens plotseling onredelijk boos kunnen reageren. Zij zijn er dan niet in geslaagd op het gepaste moment te reageren en doordat zij dit later doen dan goed voor hen is, reageren ze overmatig verhit.
Voor de meeste OPs zijn grenzen belangrijk omdat zij helpen hun emoties of gedrag te reguleren. Hoewel de meeste OPs dit als onaangenaam zullen ervaren, zullen zij vaak ook merken dat het hen goed doet een beetje begrensd te worden. En dat ‘beetje’ staat erbij omdat niemand in de Westerse Wereld en OPs zeker niet teveel in een keurslijf gedrukt wensen te worden.
Wanneer het nodig is aan OPs een grens te stellen, kan dat meestal goed door een “Ik kan niet”-boodschap te geven. OPs kunnen met aan hen gestelde grenzen vaak slechts met grote moeite omgaan. Een gestelde grens kan leiden tot paniekgevoelens; een gevoel van persoonlijke afwijzing kan bij hen enorm op de voorgrond komen. Het maakt onderdeel uit van hun onvoorspelbaarheid. Dat is nu eenmaal zo.
Het is van belang te weten wat bij het stellen van grenzen voor beiden het verstandigst is te doen en na te laten. Om bij dat laatste te beginnen, laat ongevraagde toelichtingen na. Die maken de onaangename boodschap nodeloos ingewikkeld. Het is belangrijk de boodschap kloppend èn zo eenduidig als mogelijk te houden. Degene die een grens stelt doet er ook goed aan zich open op te stellen voor de ander en de ander nadrukkelijk aandacht te schenken. Geef geen uitvoerige toelichtingen; ook niet wanneer daarom gevraagd wordt. Houd de boodschap zo simpel mogelijk. Bedenk dat iemand die van een verdrinkingsdood gered wordt, niet in staat is tijdens de redding uitvoerige uitleg of veelomvattende instructies te krijgen. De paniek die OPs kunnen ondergaan als er grenzen gesteld worden is vergelijkbaar met die paniek van een drenkeling. Wanneer iemand angstig is moet je geen appèl doen op redelijkheid. De angst staat tussen elk redelijkheid en handelen in en verdient het er te mogen zijn. Hoewel het herkennen van de paniek of angst nog het moeilijkst is, is de omgang ermee simpeler dan we kunnen vermoeden: erkennen en rustig blijven. Iemand die vanuit zijn angst opstandig gedrag vertoont en ander verwijten maakt, is op zo’n moment niet aanspreekbaar op zijn gedrag. Dat kan later. Indien dus bij het (her-)stellen van een grens de aangesprokene overspannen reageert, is het verstandig zich open te stellen voor de boodschap van de ander zonder op de precieze woorden in te gaan. Die kunnen slechts ongelukkig gekozen zijn. Aandacht verdient vooral de emoties achter de woorden. Daaraan kan aandacht gegeven worden met bijvoorbeeld de vraag: “Wat heb je nu van mij nodig?”
Om grenzen aan een OP te stellen kan men het best planmatig te werk gaan. Beroepen op ‘abstracte principes’ of ‘omdat het beter voor de OP zou zijn’ werkt haast nooit.
- Beter is het bij grensoverschrijding de begrenzende omgangsregel uit te leggen met een persoonlijke motivatie: “Ik heb niet graag dat je … doet, omdat ik daar last van heb.”
- Wanneer dat niet werkt, herhaal dan bij een volgende grensoverschrijding de regel, laat ook uw gevoelens bij deze grensoverschrijding in lichte mate blijken en herhaal uw persoonlijke motivatie.
- Bij een volgende grensoverschrijding: herhaal de regel nogmaals, laat uw gevoelens bij deze grensoverschrijding weer in lichte mate blijken en herhaal uw persoonlijke motivatie. Kondig daarnaast een lichte en bij de regeloverschrijding passend voor de OP vervelend gevolg aan; een ‘natuurlijke consequentie’.
- Bij een volgende grensoverschrijding: blijf in goed contact en voer de aangekondigde natuurlijke consequentie uit.
- Bij een volgende grensoverschrijding: blijf in goed contact en voer de consequentie nogmaals uit en kondig een zwaardere, passende consequentie aan.
En zo voorts, totdat u bereid bent en de mogelijkheid heeft om uw relatie met de OP tijdelijk aangekondigd te extensiveren of, indien dat beter voor u is, op een zeker moment helemaal te verbreken.
Introverte mensen, vriendelijke mensen en mensen die aardig gevonden willen worden zullen vaak moeilijker in staat zijn om hun grenzen te bewaken, dan extraverte mensen en mensen die zich niet bezighouden met hoe zij op anderen overkomen.
Behoeften, basisbehoeften en kwetsbaarheden heeft iedereen. Toch vraagt het bij veel mensen een zekere moed om grenzen te benoemen. Het opeisen van ruimte of het beperken van een ander gaat samen met een zich kwetsbaar opstellen. Het is gemakkelijker iemand zijn zin te geven of meer dan dat, dan om de confrontatie aan te gaan. Bij grenzen stellen hoort het risico om afgewezen te worden en zo lang iemand niet van zich laat horen, lijkt het risico afgewezen te worden kleiner.
Ook OPs kunnen, net als hun omstanders, zwakke grenzen hebben. Die grenzen komen tot verschillende manieren tot uiting. OPs zullen eerder geneigd zijn geen verantwoordelijkheid te nemen voor hun gedrag en gevoelens. Hun omstanders zijn daarentegen geneigd teveel verantwoordelijkheid te nemen voor hun gedrag en de reactie van anderen daarop. Het zou kunnen dat ‘sponsgedrag’ en ‘spiegelgedrag’ voortkomt uit jeugdervaringen. Misschien werd aan mensen met ‘zwakke grenzen’ als kind geleerd hun behoeften opzij te zetten en verantwoordelijkheid te nemen voor de gevoelens, gedachten en problemen van anderen.
Ik heb pas binnen mijn relatie geleerd om grenzen te (her-)stellen, vertelde mij een kennis. Ik zeg dan “Dit gedrag tolereer ik niet van je.” Ik durf bij mijn partner het risico te nemen dat ik ongelijk heb, als ik haar begrens. Ik heb er het vertrouwen in gekregen dat zij mij wel begrijpt.
Wanneer mensen niet over ‘gezonde grenzen’ beschikken, hebben ze afweermechanismen nodig die nadelig zijn voor de intimiteit. Dergelijke mechanismen zijn:
- Alles onder controle willen houden
- Anderen de schuld geven
- Dreigen
- Rationaliseren
- Schelden
- Perfectionisme
- Ruzie maken (om niets)
- Zich terugtrekken
- Zwart-witdenken
- maar ook de valkuil: Buitensporige zorg voor de ander.
Dit zijn allemaal ‘handige manieren’ om gevoelens en communicatie uit de weg te gaan. Het gezonde alternatief op deze reacties is:
- Je ware gevoelens uiten. Wat daarvoor uiteraard wel nodig is, is een contact met die ware gevoelens.
Met ‘low profile’-handelen is de kans op conflicten voor veel mensen kleiner dan wanneer men er voor uitkomt waar men staat. Een low profile aanpak roept doorgaans weinig weerstand op en heeft soms meer succes, maar zo’n aanpak werkt op een langere termijn niet wanneer grenzen langdurig en/of ernstig overschreden worden. Het stellen van grenzen vraagt om oefening. Zoals hierboven als ervaringsverhaal aangehaald, is bij introverte, vriendelijke mensen en bij mensen die aardig gevonden willen worden voor dit oefenen een sterk gevoel van acceptatie vanuit de omgeving nodig.
Het is vaak makkelijker om ‘de wil’ onder woorden te brengen dan kwetsbaarheden, behoeften of gevoelens. Naarmate iemand ouder is en zijn functioneren binnen zijn leven beter kan overzien zal het makkelijker zijn beperkingen te erkennen. Voor sommige jonge mensen en zeker jongemannen is het ontdekken waar hun basisbehoeften, andere behoeften en kwetsbaarheden liggen meestal nog een zoektocht. Ik vermoed dat sociale media, waarin we van elkaar lezen hoe geweldig iedereen het heeft, het niet gemakkelijker maken dit soort persoonlijk als pijnlijk ervaren zelfinzicht te krijgen, maar dat zal de toekomst uitwijzen.
In de omgang met OPs ligt op het vlak van grenzen (her-)stellen een specifiek aandachtspunt. Voor veel OPs voelt een boodschap die begint met “Ik tolereer niet” of “Ik wil (niet)” vaak een hen ondermijnende boodschap die onder hun huid kruipt. Zij kunnen hierin al snel de afwijzing van hun hele persoon in horen, hoe duidelijk ook gezegd wordt dat het om bepaalde gedragingen gaat. OPs hebben bovendien een beperktere hoeveelheid reactiemogelijkheden dan niet-OPs. OPs zullen meestal subtiel verleidend of dwingend inzetten op een verandering van de mening van iemand die hun gedrag begrenst. Een boodschap die begint met “Ik kan niet” wordt door OPs makkelijker geaccepteerd. Er valt niet te onderhandelen over iets dat iemand niet kan. Als iemand iets niet wil of tolereert is hij nog te beïnvloeden. Daarom is zeker ook bij het stellen van grenzen aan OPs de woordkeus belangrijk.
Begrenzen kan OPs overvragen. Dat hangt samen met hun beperktere reactiemogelijkheden. Ook daarom is het raadzaam de “Ik kan niet”-boodschap te geven. Indien uit de “Ik kan niet”-boodschap conflicten voortkomen is het zaak vooral te luisteren naar de boodschap van de OP. Luisteren en doorvragen zijn naar mijn mening belangrijk om voor OPs hun gevoel van veiligheid te doen herstellen. Al kan teveel doorvragen hen ook een gevoel van teveel ‘op de huid gezeten worden’ geven. Met luisteren en doorvragen wordt niet bedoeld toegeven aan de wensen van de ander, maar met de erkenning van hun behoeften. “Ik kan niet” moet ook nog eens slaan op een werkelijk ‘ononderhandelbaar niet kunnen’.
Oefening 11 Grenzen ervaren en stellen
- Wanneer u zich in gezelschap wat onbehaaglijk voelt, zoek dan een plek op waar u even alleen kunt zijn. De meest voor de hand liggende plaats lijkt mij een toilet. Adem op die eenzame plek rustig in en uit en probeer zodoende te doorvoelen hoe onbehaaglijk u zich voelt.
- Probeer te achterhalen waardoor u zich onbehaaglijk voelt, waarbij u uw waarnemingen checkt: wat heeft u precies gezien, wat heeft u precies gehoord of wat is er precies gedaan?
- Raadpleeg uw Red-mijzelf-plan (oefening 3 en 10).
- Bespreek achteraf wat u ervaren heeft met een vertrouweling.
- Kijk, ongeacht of u wel of niet goed heeft kunnen achterhalen waardoor u zich onbehaaglijk voelt, of het voor u passend is terug te komen op het gebeurde; bijvoorbeeld door aan te geven wat u van de ander(en) nodig heeft.
- Kom er op een veel later, rustig moment nog eens op terug op dat u zich onbehaaglijk gevoeld hebt en waardoor dat kwam. Vertel dat in een ik-verhaal: ik heb gezien of gehoord …, ik voelde me daardoor … en ik denk in zo’n situatie van de ander(en) … nodig te hebben.
- Respecteer de reacties van de ander(en); bedenk daarbij dat u nu uw zegje gezegd heeft.
Wat te doen wanneer gestelde grenzen overschreden worden
In het geval van een serie grensoverschrijding binnen een korte periode is het raadzaam steeds weer te luisteren naar de eigen persoonlijke behoeften en gevoelens.
Rekening houden met uitzonderlijke en onproportionele reacties is op zijn plaats. Het is zelfs raadzaam de nodige voorzorgmaatregels te treffen. De meest voor de hand liggende voorzorg kan bestaan uit het opschrijven van de motivatie en het vooraf met anderen bespreken hoe het daadwerkelijk trekken van een grens aan te pakken.
De passende reactie op aanhoudende grensoverschrijdingen hangt af van wat men op termijn wil bereiken. Het steeds opnieuw op basis van actuele (basis-)behoeften en gevoelens aanspreken van de grensoverschrijder conform uw Red-mijzelf-plan uit de oefeningen 3 en 10 verdient de voorkeur. Niet het overtreden van een regel krijgt zo de aandacht, maar uw behoeften en gevoelens. Dat is telkens waarom het gaat. Iedereen houdt liever rekening met die behoeften en gevoelens dan dat regels om de regels de communicatie gaan bepalen, en OPs zijn daarop geen uitzondering.
Degene die een grens duidelijk maakt, doet er geen goed aan om grensoverschrijdingen te dramatiseren. Het best is rustig te vertellen wat er aan gevoelens en behoeften in hem omgaat.
Een (over-)reactie door de grensoverschrijder op een gestelde grens kan zijn dat degene die een grens stelde persoonlijk gediskwalificeerd wordt. Termen als ‘nooit’ en ‘altijd’, ‘lafaard’ en ‘onbenullig’ kunnen gebruikt worden om emoties extra kracht bij te zetten. Je zou kunnen zeggen dat even ‘alles uit de kast gehaald wordt’ om de ander te raken of zelfs te kwetsen. Waar het hier in werkelijkheid bij een OP om gaat, is paniek. Vanwege die paniek is het juist van belang om ondanks de diskwalificaties in een zo aangenaam mogelijk contact met elkaar te blijven. Daarom kan men volgens mij het best de hatelijkheden even de hatelijkheden laten om later op een rustiger moment daarover met elkaar in gesprek te gaan. Het kan volstaan de ander te zeggen: “Ik heb je gehoord. Toch heb ik niet graag dat je … doet, omdat ik daar last van heb.”
In feite is een grens een ontmoetingsplek; een plaats waar de een en de ander elkaar kunnen zien en leren kennen. Daarom adviseer ik de grenzensteller zich ook goed te laten zien. Niet robuust of met stemverheffing, maar zo rustig mogelijk en gericht op vrede. Houd mededelingen tot de kern van wat gezegd moet worden.
In hun pogingen gestelde grenzen op te heffen of het ‘bestraffen’ van een grenzentrekker kunnen OPs, met hun paniek als brandstof, grenzeloos zijn. Tegen degene die een grens trekt kunnen onproportionele acties ingezet worden. Indirect kunnen familieleden, collega’s en kennissen gebruikt worden om degene die een grens trekt te ‘bestraffen’ door hem ‘te beschadigen’ of ‘zijn belangen te schaden’. Alle mensen in het sociale netwerk van degene die een grens trekt kunnen hierin betrokken worden, maar ook kan de paniek afgereageerd worden met automutilatie. Het verstevigt mijn idee dat het hier gaat om voor de paniek, waaronder de OP lijdt, een uitweg te vinden.
Aangezien grenzen voor OPs moeilijk te hanteren zijn, is voor de grenstrekker meer vereist dan alleen de grens te trekken. Ook de organisatie van nazorg na het trekken van een grens vraagt om aandacht. De nazorg kan, net als de voorbereiding, bestaan uit het voor zichzelf opschrijven wat gebeurde na het aangeven van een grens en het bespreken met anderen wat er gebeurde. Het bespreken en opschrijven van de eigen gedachten daagt onder meer uit goed na te denken of het trekken van een grens nodig is en waarom.
Vanwege hun onvoorspelbaarheid hebben OPs eveneens nazorg nodig. Emoties mogen geuit worden, maar de grenstrekker moet wel kunnen omgaan met de pijn van iemand bij wie hij zich betrokken voelt, ook al stelde hij een grens. Wordt hij na het trekken van een grens geconfronteerd met pijn die ogenschijnlijk door hem veroorzaakt is, dan is dit meestal de schijn die bedriegt. De pijn was al in degene die een grens aangegeven kreeg. Die pijn werd slechts door de opmerking weer gevoeld en manifest.
Het dagen later nog eens onderling delen en individueel of samen vastleggen van informatie over het begrenzen en het begrensd worden kan beiden en eventueel andere betrokkenen het benodigde inzicht geven in het verloop van de gebeurtenissen, waardoor daarna allerlei verdere ontwikkelingen verklaard kunnen worden.
Problemen in het bijzijn van kinderen
Iedereen zou er goed aan doen altijd met respect om te gaan met andere mensen.
Ouders zouden er extra goed aan doen altijd met respect om te gaan met andere volwassenen. Zij zijn immers voorbeeldfiguren voor hun kinderen. Zeker in het bijzijn van kinderen doen zij er goed aan voorbeeldig respectvol om te gaan met hun mede-ouder en andere volwassenen. Zijn zij (even) niet in staat om een miscommunicatie met de andere ouder of anderen rustig en overwogen te beantwoorden, dan is de kans groot dat voor vooral voor jonge kinderen een onveilige situatie ontstaat.
Jonge kinderen zijn geneigd alles in de wereld te nemen zoals het komt, dus ook onveiligheid doordat degenen van wie zij afhankelijk zijn ruziën. Ouders en verzorgenden zullen misschien niet eens het lijden van hun kinderen opmerken, maar in hun kleine hersentjes wordt van alles opgeslagen. Bijvoorbeeld dat het maar het beste is niet te voelen, omdat zij zich onveilig voelen. Ogenschijnlijk is er met deze kinderen niets problematisch aan de hand, maar de schijn bedriegt. Zij leren om te gaan met de wereld door pijn te parkeren. In hun latere gevoelsleven kan dit ervaringsleren lang, soms levenslang doorwerken. De kinderen, die dit overkomt, zullen als volwassenen moeite hebben met pijn, verdriet en tegenslagen om te gaan omdat ze er niet naar kunnen luisteren. Misschien zullen zij niet in de gaten hebben wanneer zij geestelijk lijden, of bijvoorbeeld hun tegenslagen rationaliseren. Het zal hen moeilijk vallen een te worden met hun verdriet en hun ontspanning, met hun haat en hun liefde, met hun woede en hun blijdschap.
Door hun loyaliteitsgevoelens met hun ouders en andere verzorgers zullen kinderen overigens degenen, die boos en niet respectvol reageert, ervaren als aanstichter van een eventueel onheil dat volgt. Zelfs al is volgens andere volwassenen die boosheid een logische reactie op vermeend onredelijk gedrag, kinderen redeneren niet op die manier. Kinderen zullen medelijden hebben met degenen die in hun ogen niet respectvol worden bejegend. Vaak ligt de loyaliteit van kinderen bij degenen die slachtoffer van een ander lijken. Hoe onterecht dat in een volwassenenbeleving ook kan zijn, kinderen voelen haarscherp aan dat beiden in zo’n geval bijgedragen hebben aan het onheil en herkennen in slachtoffers hun eigen onmacht. De ouder, die emotioneel niet tegen de ontstane situatie opgewassen leek, zal al snel in de beleving van kinderen getroost moeten worden. Wanneer de ander, die niet rustig en met ontspanning handelde, zo’n opvang nalaat zullen kinderen dat ‘zielig’ vinden voor de ogenschijnlijk hulpeloze volwassene. Degene die agressief werd treft in hun ogen blaam.
In geval jonge kinderen aanwezig zijn wanneer behoeften van een van de ouders niet vervuld kunnen worden, ook al is dit nog zo belangrijk voor die ouder, dient het welzijn van de kinderen voorrang te krijgen boven eerherstel, wraak of andere boosheid tussen volwassenen. Zolang onderling grieven op een redelijke manier besproken kunnen worden, kan geprobeerd worden behoeften alsnog te bevredigen of grenzen te stellen. Zodra de communicatie leidt tot scènes adviseer ik de communicatie over het twistpunt in het belang van de kinderen resoluut op te schorten.
Hoe onterecht verwijten ook mogen klinken en hoe eenvoudig dat ‘aan te tonen’ zou kunnen zijn, het advies is om in het bijzijn van kinderen zo min mogelijk sociaal en fysiek onveilige situaties te laten ontstaan of te laten voortduren. Het niet ingaan op een mislopende communicatie en het in alle rust ‘parkeren’ van discussies draagt bij aan een veilig gevoel voor kinderen al zullen kinderen registreren dat er iets mis is in de communicatie tussen hun ouders. Wat in aanwezigheid van kinderen wel gebeuren moet, wanneer er een miscommunicatie ontstaat die op een ander moment nog besproken gaat worden, is dat aan de kinderen – liefst door beide ouders – op hun niveau uitgelegd wordt wat er aan de hand is en dat de ouders daarover samen op een later moment samen zullen gaan praten. Het vraagt van beiden om over hun schaduw heen te springen en dat is het gevoel van sociale veiligheid voor de kinderen waard. Vandaar dat ik adviseer de koelte of het gebrek aan affectie woorden te geven: “Mama en papa moeten binnenkort even praten want we begrijpen elkaar op dit moment niet zo goed.”
Het verdient aanbeveling om op een ander, zo mogelijk rustig moment zonder aanwezigheid van kinderen de kwetsuren, misverstanden en verwijten te bespreken.
Kort overzicht over hoofdstuk 5
In dit hoofdstuk heb ik geprobeerd de algemene uitgangspunten te formuleren die voor elke relatie gelden. Het fundament leg ik bij het ‘ken u zelve’ of ‘leer uzelf kennen’. Vervolgens ga ik in op de rol van anderen bij de bevrediging van behoeftes, die mijns inziens een vrijblijvend karakter dient te hebben. Neem – in een relatie – jezelf net zo serieus als de ander. Open stellen voor de ander is mooi, tenzij u daarmee niet luistert naar uzelf. Ook al voelt het niet altijd even behaaglijk, luister ook naar de donkerder kanten van uzelf; ook naar de aspecten die volgens onze normen en waarden, of uw eigen ideeën daarover, op een slechte waardering kunnen rekenen. Dit hoort nu eenmaal bij het ‘uzelf kennen’, maar geeft natuurlijk nooit een vrijbrief of iets van een argument om een ander onrecht aan te doen.
Tenslotte doe ik een paar voorstellen om, wanneer er zichzelf herhalende problemen in een relatie voordoen, serieus te onderzoeken welke rol beiden daarbij spelen en hoe beiden coöperatiever met elkaar kunnen omgaan.
Ik vond het nodig voor ouders en opvoeders een aparte paragraaf toe te voegen dat het het waard is alles op alles te zetten om geen lelijke of onveilige situaties te creëren voor kinderen. Immers, alle kinderen vertegenwoordigen de toekomst en met een eventueel bijdragen aan onveilige situaties voor hen geven we onze eigen sores volgens mij zonder nut of noodzaak alleen maar door.
Hoofdstuk 6 Relationele problemen met onvoorspelbare mensen
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is de basis gelegd voor algemene positieve communicatie en zijn beelden neergezet van OPs en hun omstanders. In dit hoofdstuk en het volgende wordt specifiek ingegaan op het omgaan met OPs. Uitgangspunt is, zoals uit het voorgaande mocht blijken, eerst goed voor uzelf te zorgen voordat u zich over anderen ontfermt. Eet gezond, wandel, beweeg, drink en slaap voldoende. Neem uw eventuele overpeinzingen, dwanggedachten en problemen serieus en zoek er oplossingen voor. Verder heeft u met de OP in uw nabijheid niet met iemand van een andere planeet te maken; zijn gevoelens worden alleen anders en vooral heftiger door hem ervaren. Soms als onstuimig en dat kunt u niet veranderen; zelfs niet verzachten. Het maakt deel uit van het leven van ‘uw’ OP. Tenslotte is een uitgangspunt dat u net zo goed deel uitmaakt van de relatie als uw OP. Hij moet rekening houden met u, zoals u rekening houdt met hem.
In dit hoofdstuk leggen we de basis om speciaal in de omgang met een OP goed voor uzelf te zorgen.
Een fado
“Vida vivida” Fado menor
Originele tekst: Filipe Pinto
Componist: João De Freitas
Zang: Argentina Santos
Volta atrás vida vivida
Para eu tornar a ver
Aquela vida perdida
Que nunca soube viver
Voltar de novo quem dera
A tal tempo, que saudade
Volta sempre a primavera
Só não volta a mocidade
A vida começa cedo
Mas assim que ela começa
Começamos por ter medo
Que ela se acabe depressa
O tempo vai-se passando
E a gente vai-se iludindo
Ora rindo ora chorando
Ora chorando ora rindo
Meu deus, como o tempo passa
Dizemos de quando em quando
Afinal, o tempo fica
A gente é que vai passando
“Geleefd leven” Fado menor (lager)
Vertaling: Ernestine van de Noort &
Gerardus Horlings met behulp van internet
Kom toch terug leven dat ik heb geleefd
zodat ik je nog één keer kan zien
Dat voorgoed voorbije leven
dat ik niet heb weten te leven
Kon ik maar even terug, o, kon dat maar
O, mijn heimwee, wat verlang ik er naar terug
De lente komt elk jaar weerom
maar de jeugd beleef je slechts een keer
Het leven begint vroeg
en zodra het begint
begint ook de angst
Wat is het snel gegaan
De tijd verglijdt, vervliet
en we houden onszelf voor de gek
Soms lachend, soms huilend
soms huilend, soms lachend
“Mijn God, wat vliegt de tijd”, zeggen we
bij tijd en wijle tot we uiteindelijk beseffen:
Het is de tijd die stilstaat
en wij zijn het zelf, die verglijden.
Leef een eigen leven
De ogen gesloten om zich te volledig te concentreren op haar lied ondanks de pijn en het verdriet dat zij voelt, zo interpreteer ik Maria Argentina Pinto Dos Santos wanneer zij zingt: “‘Mijn God, wat vliegt de tijd’, zeggen we bij tijd en wijle tot we uiteindelijk beseffen: ‘Het is de tijd die stilstaat en wij zijn het zelf, die verglijden’”. Net daarvoor had zij vastgesteld dat zij haar voorgoed voorbije leven niet heeft weten te leven. Mijn devies is sinds ik dit meemaakte: ‘Neem haar bezongen ervaring ter harte en leef uw leven’.
Werk, gedoe en zorgen kunnen zoveel praat- en denktijd en energie vergen dat er weinig energie over is voor het leven van een ‘eigen leven’. Daar heeft volgens mij iedereen hier in het Westen mee te maken. Daar bovenop kunnen bepaalde relaties extra veel energie en tijd van u eisen. Die kunnen dat dubbel en dwars waard zijn, maar dat hoeft niet. Zo zie ik het ook met de omgang met een OP; het kan veel denken vereisen, veel energie en veel gesprekken, die soms opbouwend en soms als hopeloos ervaren worden, maar al die energie kan de relatie voor u waard zijn.
“Zolang ik geef, gaat het goed tussen ons”, vertelde een 50-jarige man aan zijn therapeut. Na een burn-out zocht hij naar de oorzaken ervan in zijn werk, zijn vriendenkring, zijn hobby’s, zijn vrijwilligerswerk, zijn familie, zijn gezin en zijn partner. Over de relatie met zijn partner zei hij: “Eigenlijk vraagt zij niet veel. Ik houd van haar en daarom geef ik haar zoveel ik kan.”
Uiterst bedenkelijk voegde hij daar na een stilte aan toe: “Maar er ontstaat ruzie, verwijdering en een hoop gedoe wanneer ik iets niet geven kan. Dan zegt ze dat ik niet om haar geef. Dat ik nooit van haar gehouden heb. En als ik iets van haar vraag, krijg ik een waterval aan woorden vol verwijten over me heen gegoten. De strekking ervan is steeds dat zij het al zo moeilijk heeft dat ik nu niet ook nog eens aan haar moet gaan trekken.”
Oefening 12 Trouw blijven
q In de oefeningen 1 en 4 (6) heeft u onder woorden gebracht wat echt belangrijk voor u is; herlees dit (en pas dat eventueel aan aan uw huidige inzichten).
q In oefening 8 heeft u rituelen en patronen bedacht om ‘rust, reinheid en regelmaat’ in uw leven te verankeren. Voeg daar iedere dag een kort moment van bezinning aan toe. Leg iets bij uw bed dat u hieraan zou moeten herinneren, zodat u zich elke dag eens afvraagt of u leeft naar uw wensen en verlangens.
q Zijn uw belangrijkste wensen en verlangens onvervuld gebleven, besef dat dan alleen zonder uzelf of anderen daarover iets kwalijk te nemen. Het doel van dagelijkse bezinning is slechts te beseffen wat belangrijk voor u is; niet te vergeten wat u zou willen.
Misschien is het wel moeilijk om het geven en nemen in intieme relaties wederkerig te houden. ‘Gelijkwaardigheid’ is hier het toverwoord. Het geven en nemen hoeft niet gelijk verdeeld te zijn, maar een gelijkwaardig geven en nemen is het streven waard. En wanneer de een iets meer geeft dan de ander is er ook geen man over boord, maar er zijn grenzen. Uiteindelijk wordt volgens mij geen enkele relatie er beter van wanneer die het een van beiden onmogelijk maakt zichzelf te ontwikkelen, te ontpooien of tevreden te stellen. Het mooist zou het daarentegen zijn dat partners elkaar stimuleren naast hun gemeenschappelijke leven ook hun eigen leven te leiden.
Echter, het hoeft niet van de ander te komen om ruimte voor uzelf te krijgen. U kunt ook gewoon naar uw eigen wensen en verlangens luisteren. Vandaar dat mijn boodschap allereerst is om trouw te blijven aan uzelf en er zelf zorg voor te dragen dat u toekomt aan de dingen voor u uw leven (nog) waardevoller kunnen maken. Te denken valt aan het onderhouden van contacten en vriendschappen, hobby’s, interesses en het aangaan van verplichtingen via vrijwilligers- of betaald werk. Voordat u erachter komt ‘zelf te verglijden terwijl de tijd stilstaat’, kunt u ook zelf vorm geven aan uw leven; deels of grotendeels.
Wat is echt belangrijk voor u? Waarin vindt u voldoening? Bent u tevreden over uw leven tot nu toe en indien niet of niet helemaal: wat zou in uw toekomst de kwaliteit van uw leven verbeteren (en is dat haalbaar)? Zou u, wanneer u 80, 90, 100 jaar oud bent en dan terugkijkt op de beslissingen die u deze week neemt, erachter staan uw tijd en energie te besteden aan de zaken zoals u zich daar nu mee bezighoudt? Wanneer u daarvan geen idee heeft, neem dan eens de tijd om te proberen uzelf dat in te denken. Het gaat hier uiteraard niet om dit rationeel te benaderen zolang u nog geen 80, 90 of 100 jaar oud bent. Hier gaat het uiteraard niet om iets met zekerheid te stellen, want we kunnen nooit weten hoe we later zullen terugkijken op een genomen besluit. Toch is het voor bewustwording goed u in te denken hoe u als verantwoord levend mens zou kunnen terugkijken op dat wat u vandaag beslist. Zodoende kunt u besluiten nemen die waarschijnlijk op de lange termijn juist kunnen zijn, en u plaatst zichzelf in de gelegenheid niet alleen iets voor op de korte termijn te doen of te laten. De bedoeling hiervan is immers slechts te leven naar uw diepste normen en waarden van dit moment.
Wilt u er op uit gaan, en zo ja waarheen? Wilt u nieuwe mensen ontmoeten, andere culturen meemaken, een muziekstuk aanhoren in een concertgebouw, een dagwandeling maken in de wind en de natuur? Er zijn ontelbare mogelijkheden! Door een dagdeel, een of enkele dagen iets heel anders te doen dan u gewend bent, kunt u misschien tot rust komen en uw leven eens bezien vanaf ‘een afstandje’. Door iets anders te doen dan anders kunt u zichzelf ervaren in andere omstandigheden dan waar u dagelijks in verkeert. Het zal u vast mooie inzichten opleveren.
U bent de regisseur van de film waarin u de hoofdrol speelt, ook al is er geen script en zijn nergens camera’s te zien. U bent de schrijver van uw levensverhaal ook al hanteert u geen toetsenbord of pen. Bedenk daarbij dat de schrijver de baas is over de ontwikkelingen die de hoofdpersoon ondergaat, meemaakt en loutert. Het zijn uw keuzes, net als het de keuzes van de mensen in uw omgeving zijn die doen wat zij doen. Binnen de situatie waarin u zich bevindt, kunt u aan de hand van de door u geziene mogelijkheden de richting van uw leven bepalen. Ga zo bewust als mogelijk om met het de kansen die ook u heeft. ‘Mindful’ noemen we dat tegenwoordig.
Bij de omgang met OPs gaat het helemaal niet erom altijd beschikbaar te zijn. Het is voor (haast) iedereen juist fijn als beiden tevredenheid vinden in hun dagelijks leven; ook als zij los van elkaar iets ondernemen. Dat kan een intieme relatie juist voeden. Stel de kwaliteit van de relatie boven de tijd en energie die u erin steekt. Gun uzelf ook tijd om niets te doen, wanneer u daaraan behoefte heeft, of neem de tijd om uw eigen dingen te doen. Uw ‘loket’ hoeft echt niet altijd ‘open’ te zijn. Wanneer u even niets wilt doen, sluit uw loket een tijdje af en verontschuldigt u zich daarvoor niet.
Zorg voor een leven zo goed mogelijk gevuld met die activiteiten waaraan u graag toekomt, zolang u daartoe in staat bent, zonder anderen tot last te zijn.
Oefening 13 Besluiten nemen
q Probeer voortaan besluiten te nemen waarvan u verwacht dat u daar op de lange termijn achter blijft staan.
Kijken naar anderen
Van onvoorspelbare personen heb ik vaak de behoefte gehoord dat zij met één vertrouwde persoon ‘in een hutje op de hei’ zouden willen leven. Onze samenleving met onduidelijkheden, verplichtingen en hiërarchie is hen te complex. Wanneer de OP geen deel meer zou uitmaken van een complexe samenleving, waarin mensen elkaar met allerlei doelen en bijbedoelingen aanspreken en wanneer hun sociaal netwerk standvastig en overzichtelijk zou zijn, zou het leven voor hen dragelijker worden.
Dit gevoel heeft iedereen volgens mij wel eens, maar ook voor iedereen geldt dat men zichzelf dan ook tegenkomt in dat hutje. Echter, veel problemen die wij ervaren worden niet zo zeer veroorzaakt door de complexiteit van de samenleving en doordat anderen met achterdocht benaderd moeten worden.
Het gaat bij OPs evenwel om in de vroege kindertijd opgelopen problemen die zij als vanzelf projecteren op de interacties in het heden. Zelfs met enkele vertrouwelingen op een verder onbewoond eiland zouden dezelfde problemen zich grotendeels blijven aandienen, zoals ook niet-OPs zichzelf overal mee naartoe nemen.
OPs weken degenen die belangrijk voor hen zijn nogal eens los uit hun netwerken. Dat doen zij niet willens en wetens, maar het gebeurt vaak en het helpt uiteindelijk niemand; integendeel. Hoewel OPs het dikwijls moeilijk vinden om met veel mensen op een gelijk niveau sociale banden te onderhouden worden hun problemen niet beter hanteerbaar wanneer de sociale netwerken van degenen met wie zij omgaan kleiner worden. Naarmate de netwerken van de OP en zijn omstanders kleiner zijn, zullen eventuele problemen door minder schouders gedragen kunnen worden. Nadat iemand uit zijn gezinsverband, familie of vriendenclub is losgeweekt en er steeds meer een een-op-een-relatie ontstaat, zal blijken dat het lijden van de OP aanhoudt en dat eventuele gezamenlijke problemen geenszins zijn opgelost.
Voor OPs en hun contacten vind ik het daarom van belang te kijken naar anderen en daaraan een voorbeeld te nemen. Hoe richten andere mensen, die behoren tot dezelfde sociale identiteit, hun levens in. Wat zijn van deze anderen de problemen en hoe lossen zij hun problemen op? Een ‘sociale identiteit’ klinkt misschien stoer, maar bestaat gewoon uit eigenschappen van groepen waartoe iemand kan behoren, zoals de nationale, religieuze, culturele, politieke, buiten-stedelijke of juist stedelijke identiteit, het opleidingsniveau, en last but not least het geslacht. Zo’n geheel van eigenschappen bepaalt veel manieren van handelen van een persoon. Ik geef een voorbeeld: de manier waarop ouders hun kinderen opvoeden hangt sterk samen met de sociale identiteit van die ouders. In Nederland doen we dat anders dan in een Afrikaans land, in een katholiek gezin anders dan in een Joods gezin, in een klusgezin doen mensen dat anders dan mensen in een muziek-gezin of een leesgezin, in rechtse gezinnen anders dan in conservatieve of linkse gezinnen, tussen de weilanden anders dan in een grote stad, wetenschappelijk ingestelde mensen anders dan ambachtelijk ingestelde mensen en voor mannen en jongens gelden helaas vaak andere verwachtingen dan voor vrouwen en meisjes. Natuurlijk kan iemand zich aan de normen en verwachtingen van zijn omgeving onttrekken, maar zelfs dan zal de sociale identiteit vaak nog lang van invloed blijven op het denken en doen.
Actief kijken en vergelijken hoe mensen met een vergelijkbare sociale identiteit leven, kan helpen om te bereiken oplossingen te vinden voor zaken waartegen men aanloopt. Het kan helpen problemen te relativeren omdat anderen, waarmee men zich wenst te vergelijken, soortgelijke problemen hebben. De oplossingen die zij voor hun problemen vinden kunnen ideeën geven voor de eigen strubbelingen. ‘Kijken naar anderen’ door omstanders van OPs kan de invloed van onvoorspelbare personen verkleinen, zoals ook het kijken naar anderen door OPs heilzaam kan zijn. Hoe meer mensen een voorbeeldfunctie kunnen vervullen, des te beter het is.
Misschien lijkt bovenstaande gemakkelijker gezegd dan gedaan en dat is ook zo. Een voorbeeld kan helpen te illustreren wat wordt bedoeld.
Man, vrouw en twee schoolgaande kinderen van acht en tien jaar oud. Man en vrouw werken beiden vier dagen in de week. Alle taken zijn onderling zo gunstig mogelijk verdeeld, zodat de man en de vrouw optimaal bijdragen aan alles wat in en rond dit gezin speelt. De vrouw is een OP. Gezien haar onvoorspelbaarheid zal is de man geneigd extra klaar te staan voor haar en haar kinderen. Dat is zijn gewone, praktische oplossing voor een bijzonder probleem.
Door nu beiden te kijken naar andere mensen met een vergelijkbare sociale identiteit (familie, vrienden, buren, collega’s) kunnen lessen getrokken worden over hoe bij anderen hun tijdsinvestering en taakverdeling functioneert. Een streven kan dan zijn zoveel als mogelijk de positief klinkende elementen zelf ook te realiseren. Ook kan op de oplossingen, die anderen gevonden hebben voor bijzonderheden, naar eigen inzichten gevarieerd worden wanneer ze ogenschijnlijk niet helemaal voldoen.
Een eerste aandachtspunt zou kunnen zijn om de extra inzet van de man in dit voorbeeld te beperken tot wat voor iedereen, ook voor hem, het beste is. Beide ouders en ook beide partners zonder kinderen zullen voldoende tijd moeten vinden om hun eigen verantwoordelijkheid te dragen om zichzelf weer ‘op te laden’ en uit het leven te halen wat er voor hen in zit.
Kijken naar andere mensen. Doen anderen met een vergelijkbare sociale identiteit andere dingen met en zonder elkaar dan deze man en vrouw, dan kunnen zij zich afvragen of zij dat of dat ook zouden wensen. De gewoonten van mensen met een (heel) andere sociale identiteit kunnen overigens ook leerzaam zijn. Durf te twijfelen aan wat u vanzelfsprekend vindt. Kijken naar anderen kan helpen onbekende en bekende wensen te vervullen. Daarnaast kan het leerzaam zijn te kijken hoe anderen omgaan met hun specifieke problemen.
Sociale netwerken zijn belangrijk. Het onderhouden ervan, hoe moeilijk voor sommigen ook, lijkt mij zelfs belangrijker naarmate het moeilijker is. We veranderen nog wel eens van leef-, werk- en woonomgeving en moeten vervolgens deels opnieuw beginnen met het opbouwen van sociale netwerken.
Voor OPs is toewijding van hun omstanders extra belangrijk. Dat zal in de eerste hoofdstukken van deze gids duidelijk geworden zijn. De liefdevolle verzorging van omstanders kan erin ontaarden dat invloeden van hun omgeving gaandeweg steeds meer buitengesloten worden. ‘Wij tweeën op ons eiland voor elkaar’. Het losweken van familie en vrienden zal doorgaans een onbewust proces zijn, want OPs en hun omstanders zullen ook voor iedereen het beste willen. Goedbedoelde waarschuwingen vanuit het netwerk over het op afstand komen te staan van OPs en hun omstanders zullen vaak genegeerd worden. Dit alles hangt samen met de onbedoeldheid van het proces, zowel bij de OP is geen sprake van opzet als van degene die losgeweekt wordt. In de omgang met geliefden is dit misschien sowieso een aandachtspunt, maar in de omgang met OPs kan dit losgeweekt worden een valkuil voor beiden zijn.
Hoe een uitdunning van sociale netwerken te voorkomen is, is eveneens door te blijven kijken en luisteren naar anderen. Hoe richten anderen hun vriendschappen en relaties in? Hoe gaan anderen met conflicten om? Waarover gaan hun conflicten? Wanneer besteed je genoeg aandacht aan je partner? Hoeveel vrije tijd besteden anderen samen en hoeveel vrije tijd hebben anderen uiteindelijk over voor zichzelf? Onderliggende vragen hierbij zijn er op gericht – hoe vreemd dat ook klinkt – voeling te houden met juist de eigen basale behoeften met als uitgangspunt dat hoe familieleden, vrienden, collega’s en kennissen, oftewel de mensen uit dezelfde sociale identiteit hun leven inrichten, een voorbeeld kan zijn voor hoe u zelf uw leven inricht. Door daaraan aandacht te besteden kan voorkomen worden uw eigen sociaal eiland onopgemerkt kleiner en kleiner te laten worden.
Oefening 14 Sociaal netwerk
- Maak een lijstje van mensen die belangrijk voor u zijn om mee van gedachten te wisselen; met wie u het fijn vindt te praten.
- Bedenk per persoon hoe vaak u diegene ziet of spreekt.
Praten met anderen
Om geestelijk gezond te blijven is (haast) voor iedereen een goed contact met andere mensen noodzakelijk. Tot de basisbehoeften van haast iedereen hoort dan ook een goed functionerend sociaal netwerk. Sommige mensen wisselen haast dagelijks van gedachten met een of enkele ingewijden, met andere vrienden minder vaak en met sommige kennissen andere af en toe. Voor de meeste mensen is dit allemaal even belangrijk. Aristoteles schijnt vriendschappen onderscheiden te hebben op basis van nut, op basis van het aangename en op basis van ‘het goede’. Ik vermoed dat veel mensen dit onderscheid – vaak onbewust – nog steeds maken. Het wordt door de meeste mensen vaak nuttig en prettig met meerdere mensen over dezelfde levensgebeurtenissen van gedachten te wisselen. Meerdere mensen bieden meerdere gezichtspunten. Daarnaast voelt het voor veel mensen goed deel uit te maken van een groep van mensen. Bij een groep horen is voor veel mensen dan ook een basisbehoefte. Op straat zegt men hierover dat we nou eenmaal kuddedieren zijn.
Het zou best kunnen zijn dat in onze Westerse samenlevingen het wisselen van gedachten de laatste jaren wat moeilijker is geworden. Vaak wordt gesproken over meningen; standpunten, terwijl we ons in Westerse samenlevingen steeds minder oefenen in voelen van elkaars nabijheid, het bieden van geborgenheid en het onderbouwen van visies. Ik vind dit een gemis, omdat ik nog steeds denk dat ‘samen zijn’ haast iedereen goed doet en motieven voor een bepaalde kijk op een kwestie belangrijker zijn dan de mening of het standpunt erover; dat laatste is slechts de uitkomsten van een wegings- en denkproces, dat vele malen interessanter is dan de uitkomst ervan.
OPs geven nog al eens kleur aan sociale netwerken. Ze blijven niet onopgemerkt, zoals in hoofdstuk 1 besproken. Veel (gespreks-)partners, die regelmatig omgaan met OPs, hebben door de soms onbedoelde nadrukkelijke aanwezigheid van OPs en vanwege de ogenschijnlijke voldongen feiten waarvoor OPs hen kunnen plaatsen volgens mij ‘een ondersteuningssysteem’ nodig; een team goede bekenden voor onofficiële inter- of supervisie. Dit geldt volgens mij overigens ook voor OPs; ook zij zouden baat kunnen hebben aan een enigszins geformaliseerd ondersteuningssysteem. Geen formele teams, wèl een aantal betrouwbare mensen dat periodiek en actief op de hoogte gehouden wordt over het verloop van het welzijn van de OP of het welzijn van de omstander van een OP. Een min of meer vaste groep vertrouwelingen met wie regelmatig zaken, waarmee geworsteld wordt, besproken worden.
Om verstandig met OPs om te gaan en doelen te bereiken is het volgens mij voor beiden nodig regelmatig te praten met een eigen ondersteuningsteam. Met deze vrienden, deskundigen of professionals kan dan van gedachten gewisseld worden over alle ingewikkelde aspecten van het leven.
Oefening 15 Het ondersteuningsteam
q In de vorige oefening heeft u een lijstje gemaakt van mensen met wie u het fijn vindt te praten. Indien u zich verwikkelt voelt in een probleem, dat al langer voortduurt, benader dan mensen uit dat lijstje voor een structurele afspraak, totdat u regelmatig op twee of drie mensen kunt rekenen.
Bijvoorbeeld op elke eerste maandagavond van de maand of een ander vast dagdeel om de drie of vier weken. Benut die bijeenkomsten om over de ontwikkelingen rond uw probleem te praten en samen voor u te bedenken wat te doen en te laten. Dit werk vaak het best wanneer uw gesprekspartners ook met u kunnen bespreken wat hen bezighoudt.
q Doe met deze mensen ook eens oefening 9 “Luisteren naar anderen”.
Zorgvuldige communicatie
Het omgaan met OPs vereist een extra zorgvuldige communicatie. OPs zijn overgevoelig voor boodschappen waarin zij een afwijzing bespeuren, ook als die afwijzing er niet in gelegd werd. Daarom doen degenen die met OPs communiceren er goed aan expliciet duidelijk te maken of sprake is van afwijzing of met welke andere bedoeling gecommuniceerd wordt.
Natuurlijk niet door te zeggen “Ik wil je niet afwijzen, maar vind wel dat je …” Daarmee blijft de bedoeling onduidelijk en wordt de aandacht wel op afwijzing gevestigd. Te verkiezen zijn positieve en emphatische inleidingen, zoals
“Om te voorkomen dat we hier nog een keer een misverstand over krijgen, vraag ik je …” of
“Ik begrijp dat het pijnlijk voor je kan zijn en ik wil je niet verliezen, maar omdat het mij verdriet doet, vertel ik je dat …”
Nu eerst nog even aandacht voor ‘onzorgvuldige communicatie’, want voor geen mens is de zorgvuldige variant altijd haalbaar. De omgang met andere mensen bestaat vaak net zo goed uit verbale als uit niet-verbale communicatie. Het niet-verbale omvat de lichaamstaal; de lichaamshouding, de stand van de mond en de blik uit de ogen.
Welkome lichaamstaal oogt vriendelijk, open en echt. Kinderen zijn volgens mij vaak zo innemend, ongeacht wat zij doen of zeggen, omdat ze onverholen echt zijn.
Onwelkome lichaamstaal oogt vijandig, gesloten en/of onpeilbaar of gekunsteld.
Het verbale omvat de zinnen en het woordgebruik. Grammaticaal kloppende zinnen zijn duidelijker dan wanneer ze onjuist geformuleerd zijn of niet afgemaakt worden. Begrepen woorden maken de boodschap helderder dan woorden die de toehoorder niet begrijpt. Vriendelijke zinnen, bijvoorbeeld beginnen met ‘Zou je zo vriendelijk willen zijn om…’ zijn prettiger aan te horen dan die beginnen met ‘Wil jij…’, laat staan zinnen die beginnen met ‘Denk jij erom dat…’. En wanneer de redenering voor de toehoorder te volgen is, in schema: A omdat a’ + a”, zoals
‘Omdat ik niet te laat wil komen (a’) en omdat er waarschijnlijk een file is (a”) wil ik drie kwartier voordat ik er moet zijn weg, terwijl het gewoonlijk een half uurtje rijden is (A)’. Dat is helder, en veel duidelijker dan een onnavolgbare redenering als
‘Omdat jouw naam met een ‘A’ begint moet jij afwassen’ of juist ‘afdrogen’ of ‘afruimen’.
OPs kunnen vaak gekwetst worden door mistige redeneringen waaruit zij kunnen afleiden er niet toe te doen of benadeeld te worden.
Onzorgvuldige communicatie is overigens volgens mij wel een gewone communicatievorm, soms een van verbinding en soms een toch best begrijpelijke kennisgeving waarvan ‘Verboden op het werk te komen’ een klassieker is.
Vaak streven mensen weliswaar naar het geven van duidelijkheid. Echter, iedereen probeert zijn duidelijkheid te geven vanuit een eigen beleving van de werkelijkheid. Gewoonlijk communiceren mensen op een manier met elkaar zodat het gezegde verhelderd kan worden:
“Wat bedoel je met …?” en waarbij evengoed misverstanden kunnen ontstaan die op hun beurt weer vragen om een oplossing. Het is mij een filosofische vraag wanneer mensen elkaar helemaal begrijpen. Eis daarom niet teveel van jezelf, zou ik zeggen; je best doen en streven naar een voldoende communicatie zijn ‘goed genoeg’. Ook woede-uitbarstingen, waarbij anderen niet fysiek of verbaal gekwetst worden, kunnen goed zijn en in elk geval beter dan woede opkroppen. Leren van woede-uitbarstingen is nog beter. Omgaan met emoties, je ‘laten gaan’, dingen zeggen waarvan je later spijt hebt; het hoort allemaal bij het leven als geboorte en dood. Deze paragraaf om stil te staan bij de zorgvuldigheid van de communicatie is daarentegen bedoeld inzicht te geven in de gevoeligheden van OPs zodat daarmee zo mogelijk rekening gehouden kan worden.
Ronduit verboden uitdrukkingen om een OP toe te spreken zijn zegswijzen waaruit superioriteit of dominantie spreekt. Uitdrukkingen als:
· Wat jij bedoelt, is…
· Wat je eigenlijk voelt, is…
· Ik denk dat je me eigenlijk wilt vertellen dat…
· Ik denk dat jij verkeerde verwachtingen koestert.
· Het valt me op dat je eigenlijk wilt zeggen/steeds zegt…
Feitelijk is elke uitdrukking waarin het woord ‘eigenlijk’ gebezigd wordt voor een OP verdacht. Daarbij komt dat men als gesprekspartner in bovenstaande zegswijzen laat blijken niet (meer) op gelijk niveau en met een open houding luistert, maar in staat is zogenaamd alles overziend conclusies te trekken. Een OP aanspreken met ‘jij’ kan zelfs al geassocieerd worden met zijn eenzaamheid of kwetsbaarheid. Het intiemere ‘je’ heeft de voorkeur. Ook doet men er goed aan clichés, laatdunkende opmerkingen, aannamen en rationalisaties te vermijden. Deze leiden af van de mentale toestand van de gesprekspartner. Dus niet:
“Ja, wat je daar deed is niet voor herhaling vatbaar.”
“Je zult wel weer …”
“Je hebt zeker …”
“Je weet toch dat …”
De focus zou daarentegen juist gelegd moeten worden op de overtuigingen, wensen, gevoelens en gedachten van de ander. Of deze nu bewust of onbewust zijn; zij bepalen ons doen en laten dus ook die van een OP. Daarom is beter:
“Ik geloof in jouw goede bedoelingen. Misschien kun je een volgende keer proberen …”
“Wat heb je toen gedaan?”
“Wat wilde je er het liefst mee bereiken?”
“Hoe denk je er nu over?”
OPs moeten er nogal eens mee omgaan dat voor hen zowel inkomende informatie als hetgeen zij zelf zeggen vervormd beklijft. Het is alsof zij lijden aan een rommelige soort van horen, waarbij zij woorden en zinnen achterstevoren, binnenste buiten, zijdelings en uit hun verband gerukt onthouden. Onenigheid op enig moment is daardoor soms onvermijdelijk. Hoewel in een gesprek geprobeerd kan worden te achterhalen waarom de OP soms bepaalde negatieve keuzes voor een interpretatie maakt, bedenk steeds in de reactie daarop dat het erom gaat een constructievere denkhouding ten voorbeeld te stellen. Blijf benieuwd naar de keuzes van overdracht die de gesprekspartner maakt. Bevestig zo mogelijk de gevoelens, die met overdracht te maken hebben. Probeer de relatie in stand te houden.
Daarnaast vraagt het bespreken van een boodschap een bijzondere aanpak. Het onderbouwen van een boodschap wordt voor OPs snel verwarrend. Probeer kort en helder te formuleren, zonder plichtplegingen of verontschuldigingen. Dit soort franje rondom een mededeling is vaak aan OPs niet besteed. Het gaat er om helder de kern van de boodschap te formuleren in de juiste termen. Een ingewikkelde boodschap zou voor OPs het best opgeknipt in stuk voor stuk ‘behapbare brokken’ verteld kunnen worden. Neem er de tijd voor dat de ander de brokken kan kauwen, doorslikken voordat een nieuwe brok aangeboden wordt. Geef elke boodschap en elke deelboodschap voldoende verwerkingstijd.
Zelfs wanneer uw OP wel degelijk het slachtoffer is geworden van individuele mensen of instanties doet u er goed aan zich te realiseren dat hij haast nooit een hulpeloos slachtoffer is. Zelfs wanneer omstandigheden de bewegingsvrijheid van uw OP danig hebben ingeperkt, zoals bij een verhaal over langdurige mishandeling, is het zaak de mogelijkheden te benutten binnen de vrijheid die er nog wèl is, waarbij u de rol aanneemt van een min of meer afwachtende consultant, een ‘adviseur-op-bestelling’, een niet-opdringerige raadgever en ‘hoor en vertolk’ de kansen en mogelijkheden die in het nu van belang zijn. Niet meer en niet minder.
OPs kunnen haast per definitie slecht omgaan met grenzen die hen aangegeven worden. Wanneer OPs begrensd worden, is het van belang dat de uitgezonden boodschap zoveel mogelijk overeenkomt met de ontvangen boodschap. Dit vraagt veel precisie in de formulering. Het geldt voor alle aspecten aan de boodschap: aanleiding, inhoud en argumentatie. Het kan behulpzaam zijn eventueel emotioneel beladen boodschappen met anderen voor te bespreken op inhoud en de wijze van aanbieding. Daarnaast kan het van nut zijn de af te geven boodschap op te schrijven. Dat kan helpen zich te focussen op de kern van de boodschap. En op een later moment kan de boodschapper nog herlezen en voor zichzelf controleren of hij verteld heeft wat hij beoogde te vertellen.
In gesprekken kan een hand op een arm, een schouder of een knie soms de verbondenheid benadrukken. Niet-seksueel getinte fysieke intimiteit is heel belangrijk. Voor OPs kan dit overigens ook ervaren worden als grensoverschrijdend gedrag. Zij kunnen zich door aanraking, wanneer zij die als heftig ervaren, angstig gaan voelen. Daarom kan het voor OPs van belang zijn hen eerst te vragen of zij aangeraakt mogen worden, voordat betrokkenheid en verbondenheid op die manier uitgedrukt wordt.
Ook wanneer de communicatie heeft plaatsgevonden kan het van nut zijn gezamenlijk of afzonderlijk op te schrijven wat besproken en eventueel afgesproken is.
Oefening 16 Slecht nieuws
q Schrijf slecht nieuws, dat u gaat brengen, eerst op en ga na of u alles goed geformuleerd heeft; liefst door het een vertrouweling te laten lezen.
Het bijhouden van een dagboek
In de vorige paragraaf werd het al even aangestipt; het nut van schrijven. Daar kwam het opschrijven van te nemen en genomen besluiten aan de orde in verband met een zorgvuldige communicatie. In deze paragraaf komt het opschrijven aan de orde als geheugensteun. (Haast) niemand herinnert zich immers zijn verleden tot in detail. Haast iedereen herinnert zich gebeurtenissen anders dan dat zij zich hebben voltrokken. Dat hoeft in het dagelijks leven geen probleem te zijn.
Door OPs, waarover het hier gaat, wordt de actualiteit van het bestaan nagenoeg altijd bemoeilijkt. Zonder duidelijke noodzaak voor buitenstaanders wordt de actualiteit van het bestaan vaak ervaren zoals een levensbedreigende ervaring beleefd wordt. Voor OPs kan leven eerder overleven zijn dan afwegen, doen en laten. Zoals in hoofdstuk 2 besproken, is sprake van een stapeling van nare ervaringen die ongemerkt het actuele leven onaangenaam beïnvloeden. Door deze ervaringen zijn OPs geneigd herinneringen op het vlak van afwijzing en eenzaamheid te bewaren en herinneringen aan positieve betrokkenheid naar de achtergrond te drukken.
In een relatie met OPs zal het altijd handig zijn om feiten, gebeurtenissen, emoties, gevoelens en behoeften bij te houden. Zowel voor OPs als voor degenen die (intensief) met hen omgaan kan het bijhouden van een journaal, een log- of dagboek helpen het leven te veraangenamen. Het bijhouden van een dagboek helpt sowieso om feiten, namen en herinneringen beter te bewaren dan wanneer de herinneringen niet opgeschreven en nagelezen kunnen worden. Een dagboek kan na verloop van tijd inzicht bieden in herhalingen en nieuwe ontwikkelingen. Herhalingen van ongewenste gebeurtenissen, zoals conflicten, kunnen nagelezen worden en wellicht is een samenhang in opvolgende gebeurtenissen te ontdekken. Als dat zo is kan een volgende herhaling wellicht voorkomen of beter geduid worden. Bovenal biedt het bijhouden van een dagboek even een focus en bewustwording van wat gebeurd is, de mogelijkheid na te lezen wat er over gebeurtenissen opgeschreven is, wat er aan vooraf ging en wat de gevolgen waren. Normaliter vergeet men details van veel voorvallen, terwijl die voor een beter begrip soms van grote waarde kunnen zijn.
In een dagboek kan in het bijzonder aandacht besteed worden aan de volgende zaken:
- De algemene stemming van u en van uw OP
- Het stressniveau van u en van uw OP
- Het tijdstip van de dag
- De mogelijke rol van fysieke omstandigheden zoals honger en vermoeidheid in de beschreven gebeurtenis
- De eventuele invloed van alcohol, medicijnen of ziekte op de situatie
- De directe omgeving waarin het gebeuren plaats gevonden heeft
- De volgorde van opeenvolgende gebeurtenissen
- Wat erover gezegd is
- Het verloop van gesteldheden en gebeurtenissen nadien.
Het moet er niet om gaan dat iemand veroordeeld wordt of vrijgesproken. Het gaat er wel om op te houden steeds vanuit emoties te reageren. Wanneer men zich bewust wordt van aanleidingen, oorzaken en gevolgen of wanneer patronen ontdekt worden, kan dat de relatie positief beïnvloeden; wellicht kunnen patronen doorbroken worden. Misschien kunnen destructieve patronen doorbroken worden door alleen uw gedrag aan te passen. Wanneer er weinig verband blijkt te bestaan tussen uw gedrag en dat van de ander, wordt duidelijk dat het gedrag van de ander niet over u gaat. Dan zijn de aantekeningen over de zaken hierboven eveneens van groot belang. Wanneer u er buiten staat, kunt u er ook weinig anders aan doen dan er voor de ander ter zijn waarbij u elke aantijging of beschuldiging naast u neer kunt leggen.
Door onvoorspelbaar te zijn, kunnen OPs hun leefwereld grauwer beleven dan zij in werkelijkheid volgens omstanders is. Door het opschrijven van feiten, gebeurtenissen, emoties, gevoelens en behoeften kan op een later moment teruggeblikt worden naar hoe eerder tegen de ontwikkelingen werd aangekeken. Opgeschreven herinneringen kunnen helpen grip te krijgen op de (be-)leefwereld. Wellicht dragen ze bij meer van de ervaringen vast te houden waarbij anderen positief betrokken waren. Het gaat bij dagboeken om het ‘van je af-schrijven’, het ‘woorden geven aan ervaringen’ en het ‘op een later moment kunnen terugblikken op een periode’.
Wanneer bijvoorbeeld partners allebei een dagboek bijhouden, zou ik beiden adviseren om de herinneringen strikt voor zichzelf te houden.
Oefening 17 Dagboek
q Schaf een notitieboekje aan en reserveer dit speciaal om bijzondere gebeurtenissen in uw leven en uw bedenksels in op te schrijven. Houdt dit minstens een half jaar vol.
Dagboekaantekeningen moeten niet gebruikt worden als ‘bewijs’ ergens voor. Ze zouden alleen voor eigen gebruik moeten zijn, want anders wordt de kans veel te groot dat bij het opschrijven al strategisch bedacht wordt wat wel en niet aan het papier toe te vertrouwen.
Het verdient wel voorkeur mededeelzaam te zijn over datgene wat aan in het dagboek wordt geschreven. Zeker door de degenen die intensief omgaan met iemand die onvoorspelbaar is aan deze persoon. Anders zou het bijhouden van een dagboek op zich al als bedreigend ervaren kunnen worden door de ander. Door mededeelzaam te zijn kan voorkomen worden dat nieuwe dagboek-gerelateerde problemen ontstaan.
Erkenning van onvoorspelbaar gedrag
Voor ieder mens is het delen van gevoelens en emoties en het ontvangen van erkenning belangrijk. Door gevoelens en emoties in gesprekken met anderen te benoemen worden ze iets gemeenschappelijks; iets wat er is en vaak ook mag zijn. Anderen delen emoties en gevoelens door afleiding te zoeken met anderen of via evenementen of media. We zoeken elkaar op als dat kan, zeker wanneer we iets te verwerken hebben.
Zonder gevoelens en emoties te benoemen blijven ze een individuele ervaring die misschien onbewust energie kost en het functioneren in het dagelijks leven hindert of die genieten in de weg staat. Door gevoelens en emoties juist te benoemen zonder ze te bagatelliseren of mooier te doen lijken dan ze werkelijk zijn, worden ze ‘in de wereld gezet’ en bewust gemaakt. Vaak geeft het benoemen van gevoelens en emoties op zich al rust, zelfs al zijn ze verontrustend. Alleen het kunnen delen en het daadwerkelijk delen van gevoelens en emoties kan al helend zijn, zeker wanneer degene die ze aanhoort er alleen naar luistert en er niet over oordeelt.
Met oordelen doel ik ook op positief bekrachtigen. Reacties als “Wat goed van je!”, “Natuurlijk” en “Dat zou ik ook gedaan/gezegd hebben” zijn oordelen, positief bedoeld waarschijnlijk. Om alleen te luisteren zou te verkiezen zijn voor de volgende reacties: indien welgemeend “Ik denk dat ik je begrijp”, “Ik denk dat meer mensen dat zo zouden ervaren” of “Hoe kijk je daar nu op terug?”.
Oefening 18 Oordelen herkennen
q Probeer er steeds op te letten, wanneer u in gesprek met andere mensen bent, of u oordelend reageert (zoals hierboven beschreven) of luisterend zonder uw af- of goedkeuring.
q Oordeel niet over uw reacties; registreer ze alleen maar.
Voor mensen, die geëmotioneerd zijn of bang, boos of bedroefd, om maar drie primaire gevoelens te noemen, kan het geven van erkenning hen hun broodnodige rust verschaffen. Alsof zij bij een wilde zee aanmeren in een haven. Bij erkenning geven hoeft niet meer gestreden te worden, verdedigd of nog meer ‘naar de pijn toegegaan’. Om in contact te blijven zou ik adviseren de erkenning toch alleen te geven, als die in overeenstemming voelt met hoe u als luisteraar dit ervaart. Niet erkenning om de erkenning, maar erkenning omdat dit een oprecht inzicht is.
Een idee om de verlatingsangst van een OP te verminderen is het bij de hand houden van een foto, iets wat de OP van een dierbaar persoon gekregen heeft, zoals kinderen een beer of dekentje bij zich houden. Om hen eraan te helpen herinneren dat hun ouders van hun houden. Vooral brieven, foto’s en parfums kunnen soms misschien geschikt zijn om de angst en onrust van een OP te doen verminderen.
OPs maken vaak extreme gevoelens en heftige emoties mee. Erkenning van hun gemoedstoestand is voor hen zoiets als erkenning dat zij bestaan. Luisteren, zoals ik dat hier bedoel, door zich open te stellen zonder te oordelen, is voor hen onvoldoende wanneer zij hun gevoelens en emoties delen. Positieve bekrachtiging is daarbij voor OPs essentieel, omdat zij zich anders al snel in de steek gelaten kunnen voelen. Echter, ook hier geldt dat de positieve bekrachtiging volgens mij alleen gegeven moet worden als de luisteraar achter zijn woorden staat. Met veinzen schiet uiteindelijk niemand iets op. Erkennen om te erkennen gaat op enig moment altijd onveilig voelen.
Erkennen is ook nog iets anders dan resoneren. Erkennen is niets meer of minder dan het positief bekrachtigen van wat de ander vertelt. Na te hebben geluisterd, het tonen van begrip, het delen van zijn standpunt, het verbinden van egostrelende eigenschappen zoals moed, humor of slimheid aan het verhaal van de ander. Natuurlijk alleen als dat ook echt zo ervaren wordt. Bij erkenning door zelf verhalen te gaan vertellen verandert het gesprek van het onderwerp van de verteller naar de luisteraar. Daar is niets op tegen maar voor geëmotioneerde vertellers, en zeker voor OPs, vraagt dat een nieuwe focus op te brengen. Soms is dat gewenst, maar meestal schiet men daarbij de plank mis. Wilt u als luisteraar uw eigen verhaal gaan vertellen, vraag daar dan toestemming voor.
Wie vaak ‘vergeten’ worden bij het omgaan met heftige emoties en extreme gevoelens, zijn degenen die de eerst betrokkenen zijn. Partners, beste vrienden of vriendinnen, familieleden. In het contact over extreme gevoelens en heftige emoties is voor hen vaak geen of weinig plek. Het is dan ook aan hen om op passende wijze hun gevoelens en emoties met anderen te delen. Het zelf zorgen voor passende zorg is voor iedereen waarover we het hier direct en indirect hebben een aandachtspunt. Zie de oefeningen 10, 12 en 13.
Helden worden oefenpartners
Een bijzondere set van rolverdelingen tussen twee mensen, waarvan de een zich een slachtoffer voelt en de ander een redder, is de helpers- of dramadriehoek. In het vierde hoofdstuk werden de drie rollen, omdat beiden binnen deze driehoek ook de rol van aanklager aannemen, op pagina 62 besproken. Een manier om uit de dramadriehoek te blijven of er uit te treden is door elk zijn eigen verantwoordelijkheid te (laten) dragen. Daarbij hoort een redder die keuzes voorlegt, maar geen keuzes maakt. Als er verwijten naar de ander uitgesproken worden kunnen deze onderzocht worden. Eventueel kunnen de daarmee samenhangende behoeften zelfs boven tafel gehaald worden. De redders doen er goed aan ieder ongevraagd advies achterwege te laten. Zij kunnen leren zich te beperken tot het reageren op expliciet gestelde vragen. Beide gesprekspartners moeten hun eigen grenzen leren bewaken en zij beiden verantwoordelijk zijn voor zichzelf en hoe zij omgaan met wat op hun pad komt. Het wijzen naar de ander is daarmee na verloop van tijd afgelopen, omdat het geen effect meer sorteert. Bij het herkennen van een rol binnen de helpers- of dramadriehoek gaat men zich vooral afvragen waarom die rol gespeeld wordt in plaats van die rol te (laten) vervullen.
Bij deze nieuwe rolverandering is uitgangspunt dat met elkaar blijven omgaan binnen deze driehoek voor beiden niet goed is. Het volle verstand wordt nu ingezet om een rolwisseling te realiseren. Een rolwisseling naar rollen die voor beiden veel beter voelen. In de zogenaamde ‘groeidriehoek’, die een gezond alternatief voor de helpers- of dramadriehoek is, wordt de verbinding van slachtoffers vanuit hulpeloosheid ingeruild voor een verbinding vanuit weerbaarheid.
De redder verbindt zich niet langer vanuit medelijden, maar vanuit zorgzaamheid en een afstandelijke betrokkenheid.
De aanklager verruilt zijn verbinding vanuit boosheid door een verbinding vanuit het respect voor de autonomie van beiden. De rollen veranderen zodoende als volgt:
1) Het slachtoffer wordt in deze nieuwe dialoogstijl ‘Onderzoeker’. Hij vraagt hulp en durft zijn kwetsbaarheid te tonen. Hij stelt zich open en leerbaar op; kiest en accepteert de consequenties van zijn keuzes.
2) De redder wordt ‘Coach’. Hij stelt zich zorgzaam en betrokken op. Hij stelt de ander in staat te leren en vaardiger te worden. Hij denkt mee met de ander en laat hem zijn eigen keuzes maken.
3) De aanklager wordt ‘Schepper van duidelijkheid’. Hij komt voor eigen belangen op onder meer door zijn grenzen aan te geven. Hij respecteert de autonomie van de ander (en van zichzelf) en oefent zich in assertief gedrag.
Uiteraard is zo’n andere rolverdeling niet eenvoudig te transformeren, laat staan op een moment na het maken van een afspraak daarover of zo. Patronen, die in het verleden als vanzelf ontstaan zijn, moeten daarvoor doorbroken worden. Natuurlijke reacties moeten vervangen worden door reacties gestuurd door het verstand.
Wat daarbij helpt kan zijn het inzicht dat de helpers- of dramadriehoek aan de orde is èn dat deze omgangsvorm de relatie tussen beiden geen goed doet. Op het moment dat een van beiden zich slachtoffer, redder of aanklager voelt, zal hij zich ervan bewust moeten zijn dat dàt de rollen binnen de helpers- of dramadriehoek zijn en zal hij moeten zoeken naar een transformatie naar de respectievelijke rollen van onderzoeker, coach of schepper van duidelijkheid.
Balans zoeken bij het ondersteunen van onvoorspelbare mensen
Om OPs te ondersteunen is van belang het volgende uitgangspunt te kiezen:
“Het probleem van de OP hangt samen met zijn leven; het gaat niet om mijn problemen.”
Gezien de intensiteit die het ondersteunen van een OP met zich mee kan brengen, is het verstandig van begin af aan kennis en aanpak te delen met anderen. In de praktijk zal vaak pas na verloop van tijd het onvoorspelbare als steeds terugkomend element herkend worden, tenzij op iemands persoonlijke kenmerken een etiketje is geplakt met de term emotieregulatiestoornis of zo. Echter, zodra u te maken hebt of blijkt te hebben met een OP is het verstandig bij uw ondersteuning van deze OP kennis en aanpak met anderen te delen.
In een iets langduriger relatie tussen een ondersteuner en een ondersteunende dan ‘een keertje helpen’ lopen beiden een risico. Voordat iemand onbevangen kan zijn wensen en verlangens kan uiten, moet die persoon overtuigd zijn dat hij daartoe het volste recht heeft. Dat wil zeggen dat degene die wil ondersteunen zich onkwetsbaar moet leren opstellen voor verwijten. Het kan maar zo dat een onbaatzuchtig handelen gekenmerkt wordt als ‘egoïstisch’ of ‘heerszuchtig’. OPs kunnen zo’n verwijt eindeloos herhalen, zodat degene aan wie de boodschap geadresseerd is erin zou kunnen gaan geloven. De OP gelooft er immers ook in. Gekwetst reageren op verwijten, hoe “onterecht” ook gemaakt, smoort de onbevangenheid. Voor degene die ondersteunt, is het belangrijk te bedenken recht te hebben op zijn wensen en opvattingen, ook al wijken die af van die van degene die ondersteuning zoekt. Bedenk zelfs het recht te hebben om fouten te maken, terug te moeten komen op adviezen, inschattingen of beslissingen. De ondersteuner hoeft zich niet bovenmenselijk consequent te gedragen. Degene die ondersteuning zoekt mag ook van zichzelf houden, ook al kan zij ergens niet uitkomen. En het is voor iedereen, die in gesprek is, goed zich steeds af te vragen: “Is dit goed voor mij?” en wanneer iets vervelende gevolgen heeft voor degene die ondersteuning zocht: “Ik neem de verantwoordelijkheid voor het advies dat verkeerd uitpakte, maar op het moment dat ik het gaf dacht ik werkelijk dat het een juist advies was.” En “Wat kan ik hiervan leren?”
Ik ben van mening dat een goed ondersteuner in staat is gevoelens en emoties op verschillende niveaus te benoemen. Ik ga er daarbij vanuit dat we zelden volledig kunnen zijn in de woorden die we geven aan wat we zien en dat er een gelaagdheid is in bijvoorbeeld geanalyseerde gevoelens en emoties. Een goed ondersteuner is volgens mij in staat, zonder zijn werkelijkheid geweld aan te doen, dàt te benoemen waaraan de ondersteunde iets heeft om verder te komen, en tegelijkertijd ook dàt voor zichzelf op te helderen waar de ondersteunde een risico loopt als hij luistert naar de ondersteunende.
Na en naast het van benoemen van gevoelens en emoties en het geven van erkenning voor gevoelens en het voornemen bepaalde valkuilen niet vaker te bezoeken resteert nu nog de vraag: “Hoe ondersteunt men een OP?
Elke hulpverlening aan OPs is buitengewoon lastig. Dat komt door het verschil in wat de hulpverlener te zien krijgt en wat de OP ervaart en de haast onmogelijkheid zich te verplaatsen in OPs. Toch lijkt het erop dat juist vanwege of ondanks het problematische rondom OPs er een mensenras bestaat dat een sterke neiging heeft deze mensen te onvoorwaardelijk te ondersteunen. Zoals gewelddadige mannen vaak steeds weer een zorgzame vrouw als partner vinden, hebben veel OPs opvallend vaak een netwerkje van ondersteuners door dik en dun. Zoals sommige mensen graag met baby’s of pubers omgaan, zijn er klaarblijkelijk ook mensen die graag OPs helpen.
Een man van eind vijftig vertelt over zijn goede jeugdherinneringen. Naarmate hij ouder werd, bleken er grote problemen tussen zijn ouders te bestaan. Het leverde hem als kind angstige taferelen op en hij zocht buiten zijn gezin substituut-ouders. Die vond hij, maar dat was pas in zijn puberteit.
Zijn moeder was een onvoorspelbare vrouw, en zijn zus ook. Tijdens zijn studie woonde hij op kamers. Daar had hij een vriendinnetje dat maatschappelijk betrokken en eveneens onvoorspelbaar was. En later in zijn leven heeft hij nog eens twee keer een partner getroffen die OPs bleken.
Gevraagd naar de oorzaak van het steeds weer intensief omgaan met OPs moest hij besmuikt lachen. “In de eerste plaats herken ik onvoorspelbaar gedrag niet als ingewikkelde eigenschap”, vertelt hij, “maar eerder als vertrouwd. In de tweede plaats dacht ik steeds nog iets goed te maken te hebben: mijn moeder heb ik niet kunnen redden, deze vrouwen misschien wel. En in de derde plaats ben ik net zo lang mijn ingesleten patronen blijven volgen totdat ik er achter kwam dat ik daar helemaal de capaciteit niet voor heb. Ik ben kwetsbaar, net als ieder ander. Door schade en schande wijs geworden weet ik nu dat ik OPs niet werkelijk kan helpen. Andere mensen misschien wel.”
Mede door de eigenschappen van OPs, zoals in het eerste hoofdstuk besproken, bevinden ‘geboren hulpverleners’ zich in een goede positie om iemand hulp te bieden. Ook om hulp te bieden aan OPs totdat zij grenzen gaan stellen. Wanneer dat stadium in hun omgang aanbreekt, wordt hun positie een zelfde als die van anderen rondom OPs. Alles zal daarbij door de OP in het werk gesteld worden om hen te verleiden grenzeloos te worden in het bieden van hulp en aandacht.
Het bijdragen aan het welzijn van OPs is (haast) niet haalbaar. Welzijn is een gevoel; een beleving. De OPs, waarover deze gids gaat, hebben last van zoveel leed dat een positief welzijn door hen haast niet ervaren kan worden. Hooguit een moment kunnen zij een zekere mate van tevredenheid ervaren. Wanneer dat niet stuit op grote weerstand bij de OP is een systematische aanpak aan te bevelen. De OP adviseren en misschien helpen gestructureerd in kaart te brengen welke medicijnen en ondersteuning de OP eerder gehad heeft, inclusief de effecten van die aanpak. Namen van behandelaars, ondersteuners en ondersteunende instanties zijn ook van belang. Wie heeft wat al gedaan en welk effect heeft die aanpak toentertijd gesorteerd? Help de OP alleen met bevoegde, gespecialiseerde behandelaars in zee te gaan.
Het cruciale probleem bij het ondersteunen van OPs vind ik dat niet geanticipeerd kan worden op zijn wensen. Niet de inzet, maar de afloop van de hulp bepaalt de beoordeling ervan door de OP. De kans dat die afloop beneden verwachting is van een OP reuzengroot. Een suggestie voor het ondersteunen van OPs is het opstellen van een gezamenlijke overeenkomst om vooruitlopend op crises over de rollen en verantwoordelijkheden duidelijkheid te scheppen. Het zal overigens een werkwijze zijn die bij veel OPs weerstand oproept.
Wees in elk geval zelf zoals u werkelijk wilt zijn en laat andere mensen ook zijn wie ze zijn. Geef hulp op een manier die verantwoordelijkheid en onafhankelijkheid aanmoedigt. Soms is het moeilijk verteerbaar om toe te moeten kijken en de negatieve gevolgen te zien die beslissingen soms hebben. Er zit echter niets anders op dan dat toch te doen, zonder in te grijpen of de regie te nemen. Onbaatzuchtige liefde en aanmoediging geven in zulke situaties de meeste hoop. Zolang mensen op eigen benen staan hebben zij daar voordeel van. Verkeerde hulp, waarbij mensen niet geconfronteerd worden met de gevolgen van hun denken en doen, kan erger zijn dan geen hulp geven. Er zijn voor een ander is mooi zolang ook dat begrensd wordt. Probeer niet meer te zijn dan een objectief klankbord en vooral: laat de ander geheel op zijn manier omgaan met problemen. Spreek vertrouwen uit dat de ander die problemen kan oplossen. Denk op een afstandje mee, maar stel indien nodig grenzen aan het steeds ingewikkelder worden van de relatie met de ander: “Ik ben er voor je, maar ik zal wat meer afstand van je nemen als de relatie voor mij te ingewikkeld wordt.” Het is immers vooral uw taak om voor uzelf te zorgen en andere zorgverplichtingen te vervullen. Net als dat de ander voor zichzelf dient te zorgen en andere zorgverplichtingen aan te gaan. Zelfs van mensen met handicaps, chronische ziekten of ernstige psychische problemen mag verwacht worden dat zij ook zelf hun uiterste best doen.
Iemand die waardering voor zijn inzet nodig heeft, houdt het ondersteunen van een OP niet lang vol, want die waardering zal meestal uitblijven.
Planmatig te werk gaan om teleurstelling te voorkomen
Ontregeling door anderen kan hand in hand gaan met zelf niet (meer) weten wat u wilt. Veel mensen hebben wel eens een periode in hun leven doorgemaakt waarin ze niet wisten wat ze wilden of wat ze van het leven verwachten. Wanneer we nu onder ‘doel’ een resultaat verstaan, en niet een activiteit, geldt dat wanneer mensen bewust of onbewust doelen stellen zij een gevoel van richting hebben of verkrijgen. Ik heb zelf wel eens ervaren dat ik in hooggebergte dagenlang houvast vond in een kaart, die achteraf geen kaart was van het gebied waar ik was. Ik vraag mij af hoe ik daar gelopen zou hebben zonder enig idee welke paden te moeten volgen. Nu kwam ik er gewoon ineens achter dat ik fout zat op een moment dat ik ook wist hoe mijn route weer te bereiken.
Mensen met een (idee van) gevoel van richting staan vaak steviger in het leven dan mensen zonder. Zij hebben een idee wat ze willen en hebben iets in handen om steeds keuzes te maken, omdat zij ‘weten’ welke resultaten zij willen boeken. Zij lopen minder frustratie op zelfs al zijn ze bezig met zinloze acties, want zelfs een mislukte aanpak levert hen een uitdaging op om andere wegen te gaan bewandelen om hun doelen alsnog te bereiken. Kortom, wat zij ook ondernemen om hun doelen te realiseren, voor hen heeft alles zin.
De vraag is hoe iemand dan, die zijn doelen niet helder voor ogen heeft, er achter komt wat voor hem waardevol is of een levensdoel zou kunnen zijn. Mensen kunnen er genoeg aan hebben te doen wat zij doen zolang zij geen keuzemogelijkheden ervaren.
Voor de mensen die met OPs omgaan geldt haast altijd dat zij geconfronteerd worden met het moeten maken van keuzes om niet uitgeput te raken van alle meebewegen. Daarom kan voor omstanders van OPs het wel bewust zijn van een levensdoel belangrijk zijn. Het bewust zijn of worden van het wel of niet hebben van een levensdoel is daarvoor de eerste stap. De acceptatie van dit bewustzijn een essentiële tweede. Ook het ervaren hoeveel en wat voor energie het kost zijn OP te ondersteunen is van belang. Ik zou durven stellen dat het voor iemand die een OP ondersteund nodig is enigszins zicht te hebben over èn zijn eigen leven en dat van zijn OP. Indien voor hem energie weg blijkt te lekken is een focus nodig om te kunnen koersen energie zo efficiënt mogelijk te gebruiken.
De eerste stappen naar een leven dat meer voldoening geeft en richting kan krijgen is een levenswijze waarbij u energie opdoet in plaats van zichzelf bewust of onbewust uit te putten. De twee kernvragen hiervoor zijn:
- Wat heb ik nodig? En
- Wat wil ik?
De moeder van twee zonen verkeerde in het terminale stadium van de een of andere vorm van kanker. Artsen verwachtten dat zij elk moment kon overlijden. Op een dag vertelde deze vrouw dat ze lang genoeg wilde blijven leven om het huwelijk van haar oudste zoon bij te wonen. Hij zou over zes maanden gaan trouwen. Dat kon niet vervroegd worden. Haar behandelend arts gaf haar wat goedbedoelde adviezen. Tegen ieders verwachting in bleef deze vrouw lang genoeg in leven om het huwelijk van haar zoon mee te maken.
Na afloop besprak zij met de behandelend arts de huwelijksdag. Zij hoorde haar verhaal aan, en reageerde met de opmerking: “U hebt gekregen wat u wilde. Hoe het nu ook verder met u gaat, u zult wel heel tevreden zijn.” Zij keek haar arts aan, dacht na en zei haast gedachteloos: “Maar dokter, mijn tweede zoon zal toch ook ooit gaan trouwen?”
Men zou zich bewust en met een zekere afstand moeten afvragen of en waarom de een de ander zou helpen. Die vragen zijn ‘in de oppervlakte’ meestal niet moeilijk en bevestigend te beantwoorden. Toch zijn ‘op diepere lagen’ deze vragen een stuk lastiger te beantwoorden, ware het niet dat mensen er in het algemeen baat bij hebben dan risico lopen wanneer zij een ander helpen. Ik stel de vragen om de vraag voor te leggen hoe een ander het best ondersteund kan worden. Daarbij gaat het niet meer alleen om een aanpak, een inschatting van de gevraagde tijd en energie en een idee van timing. Stuk voor stuk zaken waarover de ondersteunende de ondersteunde zou moeten informeren met de vraag of dit een goed plan is. Het gaat er echter evenzeer om hoe de ondersteunende zijn hulp zò kan doseren dat de ondersteunde zo snel mogelijk weer op eigen benen verder kan.
Onvoorspelbare personen zien zich vaak geconfronteerd met aanzienlijke en spoedeisend problemen. Benoemen zij hun emoties niet als paniek, dan handelen zij daar wel naar. In het derde hoofdstuk ben ik daarop ingegaan. Bij spoedeisende problemen die even heftig als levensbedreigend worden ervaren, dient uiteraard direct ingegrepen te worden. Echter, wanneer degene die hulp geeft de situatie van de OP niet als levensbedreigend inschat, zou hij eraan goed doen niet mee te gaan in de paniek van de hulpvrager. Wèl aandacht en rust, maar geen overhaaste beslissingen. Meegaan in de emoties van de hulpvrager werkt volgens mij als olie op een vuur, omdat het voor degene met paniek bevestigt dat er iets ergs aan de hand is. De juistheid van de plannen verdient onder de grootst mogelijke rust besproken te worden, waarmee de verantwoordelijkheid van de uitvoering van het plan ook terug bij de hulpvrager komt te liggen. Bovendien geldt dat de hulpbieder zichzelf door hulp te bieden niet moet verloochenen of tekort doen. De waarom-hij/zij-vraag, de wat- en hoe-vragen en de waarom-nu-of-dan-vraag verdienen stuk voor stuk een oprecht antwoord.
Op enige afstand is het nuttig de vraag te beantwoorden hoe de onvoorspelbare hulpvrager kan worden geholpen en of de hulpbieder dat wat nodig is echt wel kan bieden. De hulpbieder hoeft zichzelf niet te verloochenen of zijn eigen belangen te schaden. Wie vraagt moet met het antwoord leven. Op de keper beschouwd hoeft hij zich ook niet te verantwoorden als hij een keer geen hulp biedt. Uiteraard is een goede communicatie over het al dan niet hulp bieden nodig om geen onnodige twijfels bij hulpvrager te zaaien.
Betrokken voelen bij iemand vereist geen verplichting om elk moment voor hem klaar te staan. Evenmin is het waar dat aan een eerder geboden hulp het recht ontleend kan worden in een volgend geval opnieuw hulp te ontvangen. De keuze van de een om de ander te helpen, zou in niet-zakelijke relaties altijd een vrijwillige keus moeten zijn, met uitzondering van hulpvragen in levensbedreigende narigheid waarin direct gehandeld moet worden. Zowel hulpvrager als hulpbieder zouden zich die vrijwilligheid steeds opnieuw moeten realiseren. En de hulpbieder zou zich kunnen realiseren dat hij niet verantwoordelijk is voor het lijden en de noden van de hulpvrager wanneer hij dat feitelijk ook niet is. De probleemeigenaar moet probleemeigenaar blijven en hij verdient het bejegend te worden als een volwassen autonoom handelingsbekwaam mens dat ook een ‘nee, deze keer niet’ moet kunnen verdragen. In volwassenheid en handelingsbekwaamheid schuilt immers het vermogen om op eigen kracht over een probleem een beslissing te nemen.
Het verdient aanbeveling bij het ondersteunen van OPs duidelijk te houden dat alle hulp op vrijwillige basis gegeven wordt. De helper wordt aangeraden zich telkens weer bewust af te vragen of het zijn vrijwillige of zakelijk verantwoorde keus is hulp te bieden. Onder meer bij OPs doet men er goed aan te voorkomen dat de hulpgever een verlengstuk van de hulpvrager wordt of dat hij zich verantwoordelijk gaat voelen voor de gevoelens en emoties van de hulpvrager.
De praktijk is natuurlijk weerbarstig. Voor OPs is het moeilijk begrensd te worden. Ook omgaan met (tijdelijk) geen gehoor vinden voor hun problemen kan onvoorstelbaar moeilijk voor hen zijn, alsof zij hopeloos verdwaald zijn in een moeras en het waterpeil steeds hoger wordt. Zij lopen al rond met een idee dat zij vaker worden miskend dan begrepen. Af en toe geen gehoor vinden voor hun problemen verzwaard hun ervaringen van miskenning.
Wanneer OPs niet gehoord worden, kan hun reactie daarop zijn – als om het vege lijf te redden – situaties te ontregelen. Wanneer zij dat doen, doen zij dat niet omdat zij dat willen of beogen; het is alsof zij niet anders kunnen. Door die ontregeling kunnen zij alsnog grip krijgen op de ontwikkelingen. Wanneer door de ontregeling redding nodig is en gegeven wordt, komt het vertoonde gedrag goed te pas. De onvoorspelbare mens leert vervolgens onbewust dat het inzetten van het ontregelende gedrag succesvol was. In hun lange leven als OP hebben zij (onbewust) geleerd hoe situaties zo te ‘manipuleren’ dat zij de zaken toch onder controle kunnen houden. Men spreekt hierbij van een serieel cognitief proces.
Vandaar dat ik hier bepleit vooral planmatig te werk te gaan bij het ondersteunen van OPs. Op de korte termijn zal het rationeel verstandiger lijken toe te geven aan de hulpvraag van de ander en de eigen belangen even te parkeren. Op de langere termijn wordt zo door beiden geleerd dat de een altijd direct geholpen moet worden, terwijl de ander altijd moet klaarstaan ongeacht wat goed voor hem is.
Marsha Linehan is een Amerikaanse psycholoog en auteur. Zij ontwikkelde de dialectische gedragstherapie, een vorm van psychotherapie die gedragswetenschappen combineert met begrippen als acceptatie en mindfulness. De planmatige aanpak, die Linehan bepleit, is Desribe, Express, Assert and Reinforce, ofwel Beschrijf, Druk uit, Beweer en Versterk. Beschrijf voor jezelf wat gaande is, met name ook wat niet goed gaat; praat hierover en kom tot conclusies; leg deze conclusies voor en versterk door deze conclusies weloverwogen te verwerpen of door het leven ernaar in te richten.
Randvoorwaarden om onvoorspelbare mensen te ondersteunen
Voor het bieden van hulp en het terzijde staan van OPs is in de eerste plaats het bieden van geduld en rust nodig. De OP moet in zijn beleving de regie houden, terwijl hij toch op zijn helper kan terugvallen als er iets onverwachts gebeurt. In het niet wederkerige gedrag van OPs moet de hulpgever zich aan alle afspraken houden, terwijl de OP zich vaak met vermeend goede redenen niet aan afspraken houdt. Toch, ongeacht het gedrag van de ander lijkt het me wijs voor een ondersteuner zich altijd aan gemaakte afspraken te houden. Hij is nou eenmaal even een reddingsboei voor een ander mens, en zo’n boei moet je kunnen vertrouwen.
Het bijstaan of ondersteunen van OPs verdient vervolgens een voortdurend navragen wat de OP verlangt en hoe hij dat wenst te ontvangen. Daarbij is de kans niet denkbeeldig dat navragen door OPs als bemoeizucht wordt ervaren. Ook kunnen OPs uit veel navragen afleiden dat zij als lastig ervaren worden, omdat er een gevoel van afwijzing op de loer ligt.
Algemeen kan gesteld worden dat het leed van OPs dermate groot is dat de geboden hulp in hun beleving niets is in vergelijking met de inzet of eventuele problemen van de hulpvrager. Haast per definitie zijn de betrekkingen tussen OPs en degenen die hen ondersteunen niet wederkerig.
Boogt de helper zijn hulp grotendeels op empathie, wellicht mede om een eigen leed daarmee niet te voelen of een ander baatzuchtig doel; het gedrag van de hulpvragende OP komt zeker voort uit lijden. Hoe kun je van een drenkeling, nog voordat hij gered is, verwachten dat hij begrip heeft voor de lotgevallen van zijn redder? Wanneer de drenkeling al besef heeft dat er een redder dichtbij is dan zal hij egocentrisch zijn benarde positie duidelijk maken en zijn redder bevelen. Wanneer de drenkeling al iets verwacht dan is het gehoorzaamheid van zijn redder. Andersom geldt overigens hetzelfde; de redder verwacht van de drenkeling ook gehoorzaamheid. In acuut bedreigende situaties is dat laatste dan ook vaak de meest praktische rolverdeling. Degene die een OP helpt moet op korte termijn niet rekenen op begrip, lof of waardering. Wellicht ooit een keer. Het verdient volgens mij aanbeveling zich af te vragen waarom iets te doen en er waardering voor terug te verlangen. Zou het niet juister zijn iets te doen omdat men deze manier van leven, dit in actie komen, het meest juiste vindt?
Behulpzaamheid en betrokkenheid hoeven zich niet te vertalen in ‘op elk moment voor iemand klaar staan’. Of in ‘doen wat de ander verlangt’. Wat het betrekkingsniveau en dat verlangen van OPs betreft, grijp ik terug op een definitie van gehoorzaamheid, die zo’n indruk maakte op mijn leven dat mijn leven erdoor veranderd is. Deze, mij aansprekende definitie van ‘gehoorzaamheid’ komt van de toenmalig geneesheer-directeur van de Professor Pompe-kliniek J.R.M. Maas in Bomen spreken (1973). Hij schrijft op pagina 48 van de uitgave uit 1975:
Gehoorzamen is voor mij een welwillend zich toewenden naar een ander: luisteren naar zijn wensen, zijn verlangens en hem dan zover als mogelijk is tegemoetkomen, zonder jezelf te verloochenen of jezelf tekort te doen.
Ook behulpzaamheid en betrokkenheid zouden vormgegeven moeten worden ‘zonder jezelf te verloochenen of jezelf tekort te doen’. Door deze toevoeging staan bij een hulpvraag van OPs en anderen, naast de noden van de hulpvrager, ook die van degene op wie een beroep gedaan wordt centraal in de relatie. Zijn wensen van OPs op zich al moeilijk naar volle tevredenheid te bevredigen, degenen die zich betrokken voelt en wil helpen heeft ook uiteraard ook behoeften, verlangens en wensen.
Er is voor een goede afweging van ieders behoefte volgens mij een zekere distantie nodig. Niet het eventuele lijden van de ander zou volgens mij leidend mogen zijn; alle gezamenlijke behoeften, verlangens en wensen, die van alle betrokkenen, zouden leidend moeten zijn. Zeker in niet-zakelijke relaties is volgens mij een voortdurende afweging tussen beider belangen noodzakelijk om de relatie ‘gezond te houden’. Hoewel het van OPs veel gevraagd is, wellicht teveel, zouden volgens mij beiden afwegingen moeten maken tussen wat de een nodig heeft en wat de ander kan bieden en wat de ander nodig heeft en wat de een kan bieden; zonder zichzelf te verloochenen of zichzelf tekort te doen; zowel hulpvrager als hulpbieder.
Kort overzicht over hoofdstuk 6
In dit hoofdstuk ben ik specifiek ingegaan op omgangsvormen die passend zijn in ingewikkelde relaties, die veel energie vragen. Ligt volgens mij het fundament bij een ‘ken u zelve’ of ‘leer uzelf kennen’; sommige relaties, en dan zeker die waarover deze gids gaat, vragen erom speciale aspecten van uw leven bewust te blijven of te maken: leef uw leven, ga om met iedereen die u dierbaar is, neem een voorbeeld aan anderen, die naar uw idee beter of verstandiger met hun relatiepartners omgaan.
Ook al zijn de problemen van de een nog zo groot, blijf eerst denken voordat u tot actie overgaat. Communiceer zo duidelijk mogelijk, maar streef daarbij niet naar perfectionisme. Open en niet-oordelend luisteren is altijd goed, maar doe daarbij niet alsof. Wees u zelf en neem geen genoegen met slachtofferschap, dwingelandij of vermeende het spelen van ‘advocaat van de duivel’: neem in plaats daarvan rollen aan als onderzoeker, coach of ‘schepper van duidelijkheid’. Zorg voor de ander en voor u zelf in juiste proporties en bedenk steeds dat een gezonde relatie vraagt om over en weer gezonde omgangsvormen.
Hoofdstuk 7 Extra inzichten vanuit de praktijk
Inleiding
Wat er ook gebeurt in uw leven, zolang er sprake is van vrijheid van denken en handelen heeft het geen enkele zin vast te blijven zitten in problemen waarmee u zich geconfronteerd weet. Zolang u vrij bent, bent u alleen verantwoordelijk voor wat u doet, denkt, voelt en nalaat; ook als u het nalaat goed genoeg voor uzelf te zorgen.
Bij twijfel of het creëren van iets nieuws door drastische maatregels te treffen zoals het beëindigen van een relatie, een scheiding van tafel en bed of een heel ander leven, een verhuizing of het gaan deelnemen aan een andere woonvorm; bedenk dat u het aankunt. Haast iedereen bezit een ongekende veerkracht. Dat is al zo vaak bewezen.
Maar ook wanneer u besluit ondanks herhaalde frustraties en diepe teleurstellingen geen radicale veranderingen in uw leven wenst door te voeren, maar wel broodnodige kleinere aanpassingen wilt, bedenk dat u aan niet-levensbedreigende situaties heel veel aankunt.
Vraag uzelf af in hoeverre u verantwoordelijk bent voor de mensen in uw omgeving die uw denken, handelen of voornemens niet waarderen. Meestal bent u nauwelijks verantwoordelijk, tenzij het gaat om nog van u afhankelijke kinderen. Realiseer u dat anderen hun eigen verantwoordelijkheid hebben over hun leven en gun die anderen hun stappen zolang zij anderen geen geweld aandoen. Accepteer de realiteit, ook al blijken daarbij uw beelden ervan achteraf soms illusies en ook al wordt u wel eens verdrietig van de werkelijkheid. U bent niet machteloos. Ga er vooralsnog van uit dat u slechts één keer leeft en dat het belangrijk voor u is uw leven zodanig in te richten dat ook u aan uw trekken komt. Mij lijkt het voor ieder mens belangrijk geen stappen te zetten die voor hem niet gewetensvol zijn. Voor iedereen is het belangrijk aan zijn trekken te komen.
Zelfreflectievragen
Hier volgen een aantal indringende zelfreflectievragen. Alleen u kunt de vragen beantwoorden en hoe juister uw antwoorden zijn, des te beter zult u in staat zijn overzicht te krijgen in wat voor u belangrijk is en welke betekenis recente ontwikkelingen hebben op uw persoonlijke groei.
Bij een vermoeden van OPs in uw sociale omgeving, zoals in het eerste hoofdstuk van deze gids beschreven, is het nuttig te inventariseren in hoeverre dat in uw leven een nieuw gegeven is. Ik ga er vanuit dat de wortels van veel hindernissen, die we “vandaag” schijnen te moeten nemen niet zozeer in het heden liggen. Eerder lijken we steeds weer soortgelijke hindernissen te nemen, die we eerder in ons leven niet helemaal hebben kunnen nemen.
Om uw eigen levenspuzzel te leggen, raad ik bij het vermoeden van een OP in uw leven aan eens te beschrijven wat voor mensen uw ouders waren, uw broers en zusters, uw ooms en tantes.
En beschrijf de vrienden en vriendinnen eens waarmee u van jongs af aan tot nu toe intensief bent omgegaan.
Zijn daarbinnen geen andere OPs te vinden, dan is uw verhaal anders dan wanneer dat wel het geval is. Bij meerdere relaties met OPs is misschien sprake van een patroon; wat zijn dan uw ervaringen met deze mensen?
Zijn OPs iets bijzonders in uw sociale omgeving? Dan lijkt mij de vragen: waarom, en waarom nu?
Een blinde vlek voor de problematische kant van dergelijke relaties, een onvervulde wens de redder uit te hangen, een groot verlangen beschadigde mensen te ondersteunen of een onvermogen uw eigen opgelopen beschadigingen te behartigen?
Indien de omgang met een OP voor u uitzonderlijk is, is het moeilijk een patroon hieromtrent in uw leven te ontdekken.
Een belangrijke vervolg-vraag op de inventarisatie van mensen met wie u relaties hebt onderhouden en onderhoudt is welke rollen u in al deze relaties op zich nam en neemt?
Het antwoord op deze vraag kunt u evalueren met de vraag welke rol u in de levens van deze mensen had willen spelen?
Wanneer er licht zit tussen de gespeelde rollen en gewenste rollen is er werk aan de winkel. Wat maakte dat u uw rol niet gespeeld heeft zoals u dat nu had gewenst?
Wanneer u de rollen gespeeld heeft die u wenste te vervullen is de vraag waar vanuit die wens voortkwam?
Iedereen heeft in zijn leven wel eens te maken met ziekte, afscheid, teleurstelling, tegenslag en desillusie. Dat begint al in de eerste levensfase waarvan we ons niets herinneren, maar waarvan volgens mij wel onbewuste herinneringen ons dagelijks leven beïnvloeden. Elk kind doet meestal bij zijn geboorte en in zijn eerste levensjaren een aantal traumatische ervaringen op en ervaart soms in zijn eerste levensfase net-draaglijk leed. Door dat lijden te overleven, leren mensen zich staande te houden in de wereld waarin we met allerhande bedreigingen te maken kunnen krijgen. Ieder mensje ontwikkelt daarvoor zijn eigen manier. Een belangrijk onderwerp is daarom na te gaan hoe u bent omgegaan en omgaat met pijn en de trauma’s uit uw verleden?
Vragen, die uw aangeleerde levensstrategieën kunnen verduidelijken zijn: “Hoe bent u omgegaan en gaat u om met ziekte, afscheid, teleurstelling, tegenslag en desillusie”?
In welk script, zoals besproken in hoofdstuk 4 op pagina 59, herkent u zich het meest en welke thema’s spelen steeds weer een rol in uw leven?
Handelt u conform de definities in hoofdstuk 4 meestal als een kind, een volwassene of als een ouder?
Zie verder de vragenlijst aan het eind van deze gids voor beantwoording van die vragen.
De resultaten van uw zelfonderzoek naar de mensen waarmee u bent omgegaan en uw overlevingsstrategieën kunnen inzicht verschaffen in uw talenten, gerichtheid en uw rollen voor wanneer OPs uw leven komen binnenwandelen. Wanneer in het verleden enkele OPs een belangrijke rol in uw leven gespeeld hebben en u bent goed in het hanteren van heftige emoties en nare gevoelens dan bent u waarschijnlijk ook wel goed toegerust om met OPs om te gaan. U zou misschien zelfs met OPs kunnen omgaan zonder hun problematiek te herkennen. Wanneer u dan ook nog een winnaars-script heeft en als egopositie zichzelf het best herkent in de “volwassene” of de “ouder” zouden OPs in u ook een uitstekende metgezel kunnen zien. Mensen met zo’n zelfbeeld hebben vanuit zichzelf al een grote kans relaties aan te knopen met OPs, terwijl zij voor OPs van onschatbare waarden als anker in hun leven kunnen zijn.
Daartegenover staan de mensen die een geringe kans hebben een relatie met OPs aan te knopen. Wanneer u onbekend bent met OPs in de familie- en vriendenkring, is het onwaarschijnlijk dat u in uw latere leven intensieve banden aanknoopt met een OP. Wanneer u niet sterk bent in het hanteren van heftige emoties en nare gevoelens zult u net zo min geneigd zijn met OPs om te gaan als dat OPs met u om zullen gaan. Dat geldt ook voor mensen met een verliezers- of niet-winnaars-script en voor mensen die veelal de egopositie “kind” kiezen.
Relaties met onvoorspelbare mensen
Carmen, de geliefde van Carola, vindt het vervelend wanneer Carola met vriendinnen uitgaat. Carmen wordt altijd uitgenodigd mee te gaan, maar zij blijft liever thuis omdat ze de vriendinnen van Carola ‘pure tijdsverspilling’ vindt.
“Blijf alsjeblieft thuis”, smeekt Carmen wanneer Carola zich op een avond omkleedt om uit te gaan. “Ik voel me zo eenzaam zonder jou.” Carola herinnert Carmen er vriendelijk aan dat ze haar plan voor vanavond al weken geleden heeft gemeld en dat Carmen genoeg tijd heeft gehad om plannen voor vanavond te maken om alleen of met haar vriendinnen iets te gaan doen. Carmen vraagt huilend: “Je houdt zeker niet meer van me?”
Carola antwoordt: “Dat klinkt alsof je denkt dat ik je afwijs of in de steek laat. Ik kan me voorstellen dat dat pijnlijk zou zijn. Je kunt daarin geloven en je ellendig voelen, maar je kunt ook proberen te ontdekken waarom je aan mijn liefde voor jou twijfelt. Laten we daar maar eens over praten. Nu ga ik weg en ik ben om een uur of twee vannacht terug. Wordt het later dan WhatsApp ik je.”
Uiteraard maakt liefde blind; ook in relaties met OPs. Wat we ervaren als ‘liefde’ zijn vaak supervriendschappen met een flinke dosis aan verlangen en wederzijdse (seksuele) aantrekking. Deze supervriendschappen leveren als het goed is wederzijdse erkenning op en maken bij beide liefdespartners ‘zelfrealisatie’ mogelijk bestaande uit zelfliefde, zelfrespect en zelfwaardering; heel anders dan de erkenning via werk, gedeelde interesses of sport. Zo beschouwd zie ik liefde als substituut voor de ongedeelde band, die mensen normaliter als baby en in hun vroegste jeugd met hun moeder hebben ervaren. Een substituut met daarnaast een seksueel aspect, als drang wellicht verbonden met voortplanting, maar als behoefte veel meer verbonden met een verlangen aan dat dyadische, die ongedeelde eenheid, van weleer. Ook wanneer het vermoeden bestaat dat binnen een liefdesrelatie een van beiden een OP is, is het zelfonderzoek zoals in de vorige paragraaf beschreven voor beiden aan te bevelen. Ik adviseer u dat zelfonderzoek openhartig te delen met buitenstaanders, die u volledig vertrouwt. Om met de eerder aangehaalde Marsha Linehan te spreken: Beschrijf, Druk uit, Beweer en Versterk. Beschrijf voor jezelf wat gaande is, praat hierover en kom tot conclusies; leg deze conclusies voor en versterk door uw conclusies te verwerpen of door uw leven ernaar in te richten.
Wat als uw mogelijkheden uitgeput zijn?
OPs zijn vaak, zoals besproken in hoofdstuk 1, bijzondere en leuke mensen. Het omgaan met hen kan wel veel energie kosten, onverwacht beslag op uw tijd leggen en het kan frustratie opleveren steeds weer ‘niet te voldoen’ en ‘aan het kortste eind te trekken’. In het begin, wanneer uw weerstand nog op peil is, hoeft dit niet bezwaarlijk te zijn. Er staat een bijzonder en aangenaam contact tegenover en de ander kan er ook niets aan doen dat hij zo in elkaar zit.
Op een gegeven moment in uw leven kunt u op een punt komen dat de gevraagde energie, tijd en frustratie u teveel wordt. Echt teveel. De reacties van uw OP kunnen u te heftig worden en er kan sprake zijn van een verlaagde weerstand, die u had moeten ervaren als een waarschuwing. U kunt fysieke pijn of ziekte ervaren, of dat u niet meer goed functioneert. U doet er dan goed aan zich af te vragen of er een verband bestaat tussen uw klachten en de omgang met een OP.
Ik heb zelf ooit het inzicht ervaren dat ik in een liefdesrelatie met een OP in een inrichting terecht zou komen. Een psychiatrische inrichting wanneer ik mijn OP niet van de trap zou gooien en een justitiële als ik dat wel deed. Niet snel daarna heb ik die relatie toen moeten beëindigen.
Een nieuwe wending geven aan een relatie met een OP, of de relatie beëindigen, zal overigens van beide partijen ook veel energie vragen. Als basisprobleem bij verandering zie ik dat OPs zoveel ervaring opgedaan hebben met onvoorspelbaar zijn, dat dit hun tweede natuur geworden kan zijn. We vragen het ons volgens mij te weinig af, maar het is zeer de vraag is hoe de wereld van de een zich verhoudt tot die van de ander. Zelfs al toont een OP motivatie om aan de relationele problemen te werken; het blijft de vraag of het mogelijk is elkaar te verstaan. Zelfs met bemiddeling van een mediator of therapeut. Houd altijd rekening met het onmogelijke.
Indien de hulp ingeroepen wordt van een professionele behandelaar houd dan voor ogen dat degene die zich vaak onvoorspelbaar gedraagt een andere behandeling nodig heeft, dan degene die het onvoorspelbare gedrag niet kan hanteren. Natuurlijk kunnen psychiaters medicijnen voorschrijven. Uiteraard zijn er therapieën voor van alles en nog wat, zeker wanneer u in de buurt van een grotere stad woont, maar ik adviseer OPs, wanneer zij door een professionele hulpverlener geholpen willen worden, te kiezen voor een gestandaardiseerde aanpak voor de behandeling van vormen van een borderline-stoornis of een emotieregulatiestoornis. De kans dat behandelingen op basis van ‘best practice’ of andere therapeutische mengvormen soelaas bieden, lijken mij klein. Gezien de bijzondere aard van hetgeen hoogstwaarschijnlijk ten grondslag ligt aan de problemen lijken mij dergelijke investering in tijd en geld een onderschatting van wat er aan de hand is. Tot nu toe zijn gestandaardiseerde behandelingen, zoals de zogenoemde Schematherapie aangevuld met een vaardigheidstraining emotieregulatiestoornis (VERS) voor gediagnosticeerde mensen met borderline het meest succesvol gebleken. Zeker bij meerdere overeenkomsten tussen OPs en bepaalde aspecten van mensen met een borderline-stoornis of emotieregulatiestoornis beveel ik met nadruk een dergelijke standaardbehandeling aan. Overigens worden mensen uit de omgeving van de hulpvrager ook nauw betrokken bij een VERS-training.
Indien een gestandaardiseerde behandeling van start gaat, houd dan rekening met een langdurig traject. Veranderen kost sowieso tijd, en voor OPs, waar deze gids over gaat, is dat niet anders. Denk eerder in jaren dan in maanden.
Zelfs wanneer de OP gemotiveerd en in staat is een therapie te beginnen, wanneer mensen in zijn omgeving ten einde raad zijn zullen deze mensen sowieso een stapje terug moeten doen. Zij zullen daarbij nieuwe grenzen moeten stellen en die begrenzing zal bij OPs pijn veroorzaken; een lijden dat raakt aan de pijn uit het verleden. Het zal voor OPs moeilijk zijn, zo niet onmogelijk zich open te stellen voor andere grenzen en nieuwe behoeften van mensen uit hun omgeving. Daarom is het in zo’n geval zaak om kort en helder te formuleren wat het plan van de niet-OP is. Geef duidelijk aan wat u besloten heeft en wat daarvan wel en wat niet ‘onderhandelbaar’ is. Zet uw plan zo mogelijk voor u beiden op papier.
Uiteraard probeert u, wanneer uw weerstand door toedoen van een OP afneemt, eerst een aantal keren om te begrenzen. U kunt uzelf begrenzen in de tijd die u met deze OP doorbrengt. U kunt ook proberen zelf geen energie meer te steken in bepaalde problemen van die OP. U kunt ook proberen het gedrag van de OP te corrigeren wanneer u daarvan schade ondervindt. In hoofdstuk 5 zijn de problemen besproken van het stellen van grenzen aan een OP. Toch kunt u op een gegeven moment in uw leven het inzicht krijgen dat het zo niet langer gaat en dat uw mogelijkheden zijn uitgeput. In dat geval resteert u niets anders dan tijdelijk of definitief afstand te nemen van deze OP.
Kies voor een rechte weg naar uw doel. Steeds wanneer een vertrouweling van een OP een terugtrekkende beweging maakt, maken zachte heelmeesters stinkende wonden. “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet” is in dit geval een gouden regel.
Om het leed voor de OP te beperken doet u er goed aan uw gedrag niet teveel uit uzelf te verantwoorden en niet uit te wijden. Verantwoording geven maakt OPs vaak onzeker en wordt door hen meestal niet makkelijk begrepen. Desgevraagd kunt u wat uitgebreider ingaan op de wijze waarop u uw doelen gaat proberen te bereiken. U doet er goed aan de OP duidelijkheid te verschaffen over de maatregels die u neemt om niet uitgeput te raken, de consequenties voor hem en het tijdstip waarop dit ingaat. Het leed dat u ogenschijnlijk bij de OP veroorzaakt, zult u ‘op de koop toe moeten nemen’. Hierbij kunt u uzelf proberen in te beelden hoe het voor u zou zijn als in de gegeven situatie de ander u behandelde, zoals u nu de ander behandelt. Blijf in gesprek met de OP en geef zo bondig en duidelijk als het kan uw doel en de maatregels aan.
Kies in samenspraak met de OP momenten om te bespreken wat ‘onderhandelbaar’ is. En kies in samenspraak met hem momenten om uw besluiten toe te lichten als hij daaraan behoefte heeft. Houd u aan alle gemaakte afspraken. Kies, hoe flexibel u in de regel ook bent, geen praktische oplossingen door afspraken anders in te vullen dan van tevoren afgesproken. Geef OPs optimale duidelijkheid. Plan eventueel een nieuwe afspraak als u er samen nog niet helemaal uit bent gekomen. Laat u zo min mogelijk verrassen door mee te bewegen wanneer u voor voldongen feiten komt te staan.
Eis van uzelf een planmatige aanpak. Bewaak dat beiden zoveel als mogelijk de benodigde invloed op het proces kunnen uitoefenen. Hetgeen u voor uzelf besloten heeft, is niet onderhandelbaar en verdient het om kenbaar gemaakt te worden voor zover het consequenties voor de ander heeft. Ook daar waar u iets van de ander verwacht zullen duidelijke afspraken gemaakt moeten worden om de consequenties van uw beslissingen niet erger te maken dan strikt noodzakelijk is. Overweeg of het mogelijk is de nadelige consequenties voor de ander binnen de perken te houden. Probeer er zoveel als mogelijk samen uit te komen en laat u niet ervan afhouden de voor u noodzakelijke beslissingen te nemen.
Indien uw besluit als consequentie heeft dat gemeenschappelijke goederen verdeeld moeten worden, zorg er dan voor dat u het medebeheer over de te verdelen goederen behoudt totdat de verdeling voltrokken is.
Zorg er te allen tijde voor dat u handelt in overeenstemming met uw geweten. Voor u is het ook belangrijk in uw toekomst te investeren en oprecht handelen is daarbij wel zo handig, lijkt me. Daarnaast voelen OPs vaak heel goed aan wanneer mensen in hun omgeving zich misdragen en zij kunnen hen dit eindeloos lang nadragen. Het is voor u een onnodige extra ballast wanneer zij volgens u daarin ook nog gelijk hebben.
Wat wanneer u bedreigd wordt
Wanneer grenzen gesteld moeten worden aan een OP levert dat vaak een kritieke fase in de relatie. In de eerste plaats speelt de herbeleving van oude pijn voor OPs een rol alsof dat actuele pijn is. Voor veel OPs is er geen mogelijkheid om met gestelde grenzen om te gaan. Hoe zorgvuldig en goed voorbereid de grenzen ook gesteld worden; stellen van grenzen zal de OP overvallen als een onweer bij heldere hemel. Hij heeft het niet zien aankomen, ook al bent u uiterst zorgvuldig te werk gegaan bij het voorkomen dat het zover gaat komen of eventueel stapsgewijs toewerken naar dit besluit. Dat het u ernst was, is hem misschien wel ontgaan.
De eerste reactie op een nieuw gestelde grens zal er daarom een zijn van vechten, vluchten of verstarren. Het zich neerleggen bij een nieuw gestelde grens is voor een OP vaak haast onmogelijk al hoeft dat niet direct merkbaar te zijn. Hij zal meestal tot alles in staat zijn om de gestelde grens op te heffen. Het spreekwoord dat een kat in het nauw rare sprongen maakt is hier dikwijls van toepassing. Echt elke weg kan door OPs-in-het-nauw begaan worden. Hij kan begrip vragen, charmant gezamenlijke kennissen inschakelen, vernederende beledigingen uiten, de rollen van de werkelijk gebeurde geschiedenis omdraaien en hij kan zich grenzeloos open stellen. Hij kan ook gaan denken aan zelfdoding, aan het gebruik van fysiek geweld of moord.
Bij het bepalen van een nieuwe grens zijn OPs er natuurlijk bij gediend dat zij inzicht krijgen in de reden van de grens. Bij alle reacties van de OP zal hij een eenduidige reactie terug moeten krijgen. Een reactie die het motief bevat voor de gestelde grens. Zoals eerder in hoofdstuk 5 besproken heeft het de voorkeur dat dit een “Ik kan niet (meer)”-boodschap is.
Voor OPs zal dit meestal enige helderheid geven, maar daarmee is zijn probleem met de nieuwe grens geenszins opgelost. Zijn scala aan opeenvolgende reacties van begrip vragen tot het gebruik van fysiek geweld zal vaak nog geruime tijd afwisselen zolang de grens gehandhaafd blijft. En wanneer de grens toch opgeheven wordt, dan zal dat de OP ook niet opluchten. Alleen al dat de grens gesteld is, is iets waarmee hij meestal niet denkt te kunnen leven.
Indien het contact met een OP verbroken is en u wordt hinderlijk gevolgd of ontvangt onaangename berichten via de post, uw computer of uw gsm-verbinding, adviseer ik het lezen van brieven, Pings, WhatsApps, mails zoveel als mogelijk door anderen te laten doen. Wanneer zij u kunnen vertellen wat de strekking van de berichten is, weet u waarschijnlijk voldoende en bespaart u zich de emotionele lading van de berichten. Geadviseerd wordt bij het verbreken van een contact zoveel als mogelijk ieder contact met een OP te mijden.
Indien na het trekken van een grens misdrijven door de OP gepleegd worden zoals het uiten van bedreigingen en verder gaand geweld adviseer ik hiervan aangifte bij de politie te doen. Enerzijds gaat hiervan het signaal uit dat de OP zelf ook invloed heeft op de loop der dingen. Anderzijds is het goed hem door het doen van aangifte ervan te doordringen dat hij behandeld wordt als een volwassen autonoom handelingsbekwaam mens. Bevrijd u van angsten en zorgen en geef een positieve inhoud aan uw leven.
Samenvatting van hoofdstuk 7
Wanneer u een vermoeden heeft om te gaan met een OP, onderzoek u zelf dan eerlijke en zo openhartig als mogelijk. Het beantwoorden van de indringende zelfreflectievragen aan het begin van dit hoofdstuk kan u daarbij helpen.
Combineer nadrukkelijk uw eigen leven met de omgang met een OP. Beschrijf voor uzelf wat gaande is, praat hierover en kom tot conclusies; leg deze conclusies voor aan mensen die u in vertrouwen kunt nemen en versterk uzelf door naar aanleiding van uw conclusies uw leven in te richten.
Neem gepaste maatregels als blijkt dat u een verkeerde weg opgegaan bent en wanneer u meer geeft dan u aankan. Leg dit kort en bondig duidelijk uit en keer terug op uw schreden. Neem elk gedrag van uzelf en de OP waarmee u omgaat serieus, ook elk ongeoorloofd gedrag.
Hoofdstuk 8 Specifieke relaties met onvoorspelbare mensen
Een gedicht
“Ze laat een spoor na”
Tekst, muziek en zang: Joop Visser
Ze laat een spoor na van vernieling
Een spoor van onherstelbaar leed
omdat ze moet zoals ze doet
en verder ook niet beter weet
dan ongelukkig zijn
of vrij
O, was ik maar beter
O, was ik maar beter
Instinctmatig zijn haar keuzes
Instinctmatig is haar doel
Hart zonder hart
Gevoel zonder gevoel
gaat ze aan zichzelf voorbij
O, was ik maar beter
O, was ik maar beter
Regelmatig scheurt ze af
wat haar belemmert en belaagt
aan vriendschap en herinnering
en dat de kiemen in zich draagt
van sleur en slavernij
O, was ik maar beter
O, was ik maar beter
Ze laat een spoor na van vernieling
Een spoor van onherstelbaar leed
omdat ze moet zoals ze doet
en al het andere vergeet
Ondanks zichzelf zichzelf dankzij
O, was ik maar beter dan was ik niet ziek
O, was ik maar beter dan was ik niet ziek
Inleiding en leeswijzer
Elke relatie die we aangaan, zegt iets over onszelf. Hoe raar we dat misschien ook vinden omdat we ons aan bepaalde mensen storen, in nagenoeg elk contact zijn we deelnemer. Veel van wat meemaken bij het onderhouden van contacten, geeft ook nog grondstof tot zelfinzicht. Dat wil zeggen, wanneer we bereid zijn over onszelf na te denken.
Wanneer we niet zo tevreden zijn over onszelf wijzen we natuurlijk vaak anderen aan als veroorzaker van ons falen. Dat is voor de meeste mensen een eerste reactie, een eerste afweer. Natuurlijk wijzen daarom ouders naar de eigenschappen van hun kinderen, als ze iets gedaan hebben dat niet deugt. Natuurlijk wijzen jongere broers en zussen naar de eigenschappen van hun brus, zus of broer, als ze zich rot voelen. Zij of hun ouders zijn vast de veroorzaker van dat onaangename gevoel. Natuurlijk wijzen kinderen naar het gedrag van hun ouders, waardoor zij zich ontwikkeld hebben zoals dat gegaan is. Natuurlijk wijst een behandelaar naar zijn cliënt, wijzen collega’s naar elkaar, net als vrienden, vriendinnen en partners. Het is allemaal een normale afweerreactie, maar het is slechts de helft van hun hele verhaal.
De andere helft gaat erover dat we ook zelf de situaties creëren waarin we verzeild raken, ook als we er in vast komen te zitten. Positief gezegd brengen juist die mensen en situaties ons – soms onverwacht veel – levenservaring; juist dit zijn de affaires waarvan we veel kunnen leren. Naarmate we ouder worden kunnen we vaak terugblikkend patronen ontdekken in de onaangename situaties die we hebben meegemaakt. Dat is logisch, want naarmate er meer ervaringen zijn, wordt het zien van overeenkomsten eenvoudiger. Mij overkwam dat ik zelfs achteraf een groter aandeel blijk te hebben gehad in mijn problemen met anderen dan mij lief was. Jaren dacht ik dat veel ervan mij overkomen was, maar met het ouder worden en beter kunnen terugblikken en rangschikken zie ik zoveel overeenkomsten en overeenkomstige onhandige reacties, dat ik mijn ervaringen nu zie als een leerweg die ik zonder het te weten heb afgelegd.
Op basis van mijn zelfevaluatie vermoed ik met bijvoorbeeld Randi Kreger dat hoe langer iemand vastgezeten heeft in problematische omstandigheden, des te waarschijnlijker is het dat de oplossing van de problemen bij die persoon ligt en niet bij degene die hem een blok aan het been is.
In een ogenschijnlijk uitzichtloos partnerschap heb ik op enig moment gedacht: “Wanneer ik van mijn partner ga scheiden, overtref ik mijn vader.”
Als 9-jarig kind had ik vanwege spanningen in mijn ouderlijk huis eens aan mijn vader gevraagd om ergens anders te gaan wonen dan waar mijn moeder woonde. Ik wilde af van de huiselijke spanningen, het geschreeuw in huis en de ruzies waarvan ik niets begreep en die me verdrietig maakte. Natuurlijk begreep ik toen niet dat mijn ouders, gezien hun levensovertuiging, hun geschiedenis en hun (gebrek aan) vermogen zelfstandig een huishouden te leiden onmogelijk aan mijn wens konden voldoen.
Het vermeend overtreffen van mijn vader is overigens, toen ik veel later een scheidingsprocedure startte, geen bewust motief daarvoor geweest. Eenmaal gescheiden herinnerde ik me op een zeker moment de keer dat ik mijn vader in zijn studeerkamer mijn scheidingswens voorgelegd had.
Ik ben er nu van overtuigd dat mijn aandeel in mijn uitzichtloos partnerschap onbewust veel groter geweest is dan mij lief is. Ik had nog iets te leren en mijn onvoorspelbare partner heeft mij, doordat zij en ik herhaald soortgelijke huiselijke spanningen creëerden die ik in mijn ouderlijk huis wekelijks onderging, geholpen daarover te leren en iets te verwerken. Of ik daarmee zoals Sigmund Freud beschreef in zijn Oedipuscomplex* mijn vader verslagen heb? Precies als in die mythe heb ik dat dan volgens mij volstrekt onbewust gedaan.
Om na te gaan wat de specifieke gevolgen zijn voor verschillende relaties met een OP is dit hoofdstuk opgenomen. Hierin wordt op basis van de voorgaande hoofdstukken ingegaan op een aantal specifieke kenmerken van verschillende relaties met OPs. Algemeen geldt in de omgang met OPs:
liever steun geven dan advies,
liever bemoedigen dan bemoeien,
liever heldere afspraken maken dan zaken in het midden laten,
liever een gepaste afstand houden dan overmatige nabijheid bieden en
liever duidelijke grenzen stellen dan in overleg bepalen wat wanneer mag.
Met uitzondering van de laatste paragraaf “Wat als u zelf een OP bent?” is dit hoofdstuk geschreven vanuit het perspectief van Westerse mensen die zelf geen OP zijn, maar wel omgaan met OPs. Dat ‘Westerse’ noem ik maar weer even, omdat niet-Westerse mensen soms zo’n andere culturele bagage kunnen hebben, andere karakters en andere temperamenten dat het volgende misschien slechts ten dele behulpzaam kan zijn.
Jouw onvoorspelbare kind
Het onvoorspelbare gedrag, waarover deze gids gaat, heeft niet veel te maken met kinderen die op jonge leeftijd wellicht onverwachte dingen doen of zeggen. Pas in en vooral na de puberteit zal onvoorspelbaar gedrag zoals hier bedoeld zich ontwikkelen. De puberteit gaat voor veel kinderen samen met een instabiliteit van voelen, denken en handelen. De ene keer hebben pubers dan een goed realiteitsbesef; wat later zien ze de realiteit uit het oog. Ze zullen grenzen opzoeken, soms uitzinnig tekeer gaan tegen hun ouders of verzorgers en/of zichzelf diepongelukkig voelen. Door uiteenlopende gemoedstoestanden kunnen deze kinderen en jong volwassenen niet altijd de volledige verantwoordelijkheid voor hun gedrag dragen zoals van volwassenen verwacht mag worden. In het kader van deze gids is het de vraag of er structureel of tijdelijk sprake is van heftig gedrag of van onvoorspelbaarheid, ook al zijn deze gedragingen voor veel ouders moeilijk te hanteren.
Vic vertelde op een publieksdag over de geestelijke gezondheidszorg zijn verhaal als vader van een dochter, die een diagnose borderline kreeg. Zijn dochter vond moeilijk aansluiting bij andere kinderen tijdens haar basis- en middelbare schoolperiode. Zij kon erg goed leren; haalde op het Gymnasium hoge cijfers. Het eerste signaal dat er iets mis was met zijn dochter was een oproep van zijn vrouw om het verstopte toilet te ontstoppen. Zijn dochter bleek zichzelf te dik te vinden en probeerde door te braken af te vallen; boulimia nervosa. En in haar puberteit draaide zij haar dag- en nachtritme om. Door haar gedrag legde deze dochter druk op het gezinsleven. Hij overlegde met vrienden wat nu te doen. Twee keer is zijn dochter suïcidaal geweest, ondanks de zorgen van haar beide ouders, die van een partner en de professionele begeleiding die zijn dochter kan krijgen. Voor hem is het niet meer zozeer de vraag of zijn dochter nog eens een poging zal wagen, maar eerder wanneer. En hoe die zal aflopen.
Wat Vic overgehouden heeft aan de ervaringen met zijn dochter is dat hij beseft hoe machteloos hij als ouder kan zijn. Klaarstaan hielp niet, geduld evenmin, evenmin als boos worden of eisen stellen.
Met de politie heeft Vic goede ervaringen. In de enkele contacten met de politie maakten de agenten goede inschattingen en pakten op een goede manier aan. Lastig vindt hij dat nu in Nederland de crisisopvang in de 2de lijn zit, want soms is directe hulp nodig. Onze bureaucratie levert in zijn ervaring een nodeloos oponthoud in de zorg voor zijn dochter.
Vic onthoudt zich nadrukkelijk van algemene opmerkingen en aanbevelingen, maar hij zou ieder willen meegeven: de (borderline-)cliënt overdrijft niet. Elk mens met een probleem behoeft volgens Vic maatwerk. ‘De Zorg’ heeft of neemt de tijd niet om echt adequate zorg te geven. Tegelijk legt hij zich erbij neer dat professionals noodlottige beslissingen van zijn dochter niet kunnen voorkomen.
Als ouder zoekt Vic naar wat het beste is, waarbij zijn sociale netwerk hem ‘op de rails houdt’. Dat is iets wat hem veel goeds oplevert; mensen die hem kennen en zijn gezinssituatie, en die hem van advies dienen om met de heftige problematiek rondom zijn dochter om te gaan.
Wanneer het kind eetproblemen krijgt, zoals Boulimia, voluit ‘boulimia nervosa’, of Anorexia (nervosa) en/of wanneer kinderen zichzelf gaan verminken kan dat een eerste signaal zijn dat ouders te doen hebben met een kind dat zich tot een onvoorspelbare persoonlijkheid zou kunnen gaan ontwikkelen.
Aan het eetgedrag inclusief de rituelen rondom eten en de ontwikkeling van het lichaam kunnen eetstoornissen gesignaleerd worden. Signalen van zelfverminking zijn toenemende agressie, het dragen van haarbanden, lange broekspijpen of mouwen, ook bij dermate warm weer dat hun leeftijdsgenoten luchtig gekleed gaan. En ook het zich na emotionele opwinding terugtrekken of het in hun kamer of op de badkamer aantreffen van scherpe voorwerpen zoals messen, nietjes, scharen of scheermesjes of van EHBO-artikelen, ontsmettingsmiddelen of verbandgaas.
Als gezegd is de puberale fase voor veel ouders niet de gemakkelijkste van het grootbrengen van hun kinderen. Wat ik elke ouder wil meegeven is dat een kind slechts twee ouders heeft en die ouders zijn door geen andere mensen te vervangen. Wat voor kinderen onontbeerlijk is, is werkelijke interesse en eerlijke betrokkenheid van hun ouders, terwijl diezelfde ouders ook (liefst samen èn apart) het kind horen te begrenzen.
Voor kinderen is daarnaast op wat oudere leeftijd van belang dat hun ouders hun eigen leven leiden en hun leven niet volledig in dienst stellen van hun kinderen. Het zijn van een zogenaamde ‘good enough-ouder’ is fantastisch en beter dan een perfecte ouder. Hun interesse kan bestaan uit het geven van welgemeende aandacht en erkenning, het merkbaar genieten van hun kind en het delen van elkaars verhalen. Hun betrokkenheid uit zich als het goed gaat in het meedenken bij problemen en het bieden van steun en troost bij tegenslagen. Ik plaats hierbij het woord ‘welgemeende’, want als de ouder gevoelloos en plichtsmatig handelt zullen zeker gevoelige kinderen, waaronder de potentieel onvoorspelbare, haarfijn aanvoelen dat er iets niet klopt. Geveinsde interesse voelt onveilig en zal eventueel lijden eerder verzwaren dan verlichten. Het is voor de kinderen het best wanneer ouderlijke ondersteuning (net als elke andere) vanuit het hart komt.
“Niemand wil met mij spelen!” huilde haar dochter luid op de basschool, vertelt Anneroos. Een gevonden hond die huisgenoot moest worden, wanneer het regent moet iedereen in de regen gaan dansen, in haar puberteit werden overal scènes van gemaakt. Op een vakantie vertelde haar dochter dat ze Boulemia nervosa had. Een mislukte zelfmoordpoging maakte voor alle huisgenoten het thuis blijven wonen voor haar dochter onmogelijk.
Nu is haar dochter volwassen en het huis uit. Tegenwoordig zijn alcohol- en medicijnengebruik in het dagelijks leven het grootste probleem te zijn. Steeds weer verkeert haar dochter in omstandigheden waarin zij met geen mogelijkheid aanspreekbaar is. Afspraken over beperkt drankgebruik worden wel gemaakt, maar niet nagekomen en steeds weer is haar dochter onaanspreekbaar en onhandelbaar.
Haar dochter is ook een keer vrijwillig opgenomen. Anneroos en de vader van haar dochter waren daar blij mee. Ze waren zeer onaangenaam verrast toen zij vernamen dat hun dochter niet aan de therapieën meedeed, maar dat ze tijdens sessies naar een supermarkt ging om drank te kopen. Haar dochter bleek zich echt alleen vrijwillig te hebben laten opnemen omdat haar ouders dat wilden; niet voor hulp of ondersteuning. Zo blijft haar dochter levens ontwrichten. Niet omdat zij daar lol in heeft, maar omdat zij met haar moeilijk te reguleren emoties niet anders kan.
Wanneer Anneroos een advies aan lotsverbonden ouders zou hebben, zou dat zijn vooral goed voor zichzelf te blijven zorgen. Zij ervaart de situatie met haar dochter als een toestand waarvoor geen oplossing is.
Omdat haast alle ouders geneigd zijn zich zo goed mogelijk in te zetten voor hun kinderen, is de vraag die soms te weinig gesteld wordt wat de ouder aankan. Wat heeft de ouder nodig? Wat hebben ouders van elkaar nodig? Wat hebben zij elk van hun kinderen nodig? Het lijkt mij goed hier af en toe over na te denken, ook al moeten zij beseffen dat hun kinderen wellicht hun ouders niet kùnnen bieden wat zij missen, net als dat partners elkaar niet altijd kùnnen geven wat ze van elkaar nodig hebben.
Ik adviseer ouders bij aanhoudende of grote problemen met hun kinderen dan ook snel professionele steun te zoeken. Die steun hoeft niet altijd gericht te zijn op het kind. Ouders zouden in de eerste plaats ervoor moeten zorgen dat zij zelf goed blijven functioneren; dat is wel eens belangrijker dan zichzelf uit te putten en alle energie te steken in de zorg voor anderen zoals hun kinderen. Psychologen en andere buitenstaanders kunnen ouders en de kinderen misschien ook de benodigde ondersteuning bieden. In elke relatie met het kind zijn andere mogelijkheden. Wanneer het opvoeden van uw kinderen te veel van u vraagt, of leidt tot onderlinge spanningen, geef dan bij uw huisarts, hulpverlener of andere buitenstaander aan dat u hulp nodig heeft bij de opvoeding van uw kind(eren) of dat uw kind hulp nodig heeft bij zijn ontwikkeling.
Blijf als ouders ook uw aandacht verdelen over alle kinderen. Waak ervoor dat een onvoorspelbaar kind ruimte van u krijgt waardoor de aandacht voor eventueel andere kinderen in het gedrang komt. Leg uit aan uw onvoorspelbare kind dat ook de andere kinderen uw aandacht nodig hebben. Belangrijk is dat uw huis voor alle bewoners een veilige plek is, en niet een plek waar sommigen in moeten schikken of ‘op eieren moeten lopen’ omdat anderen onbeheersbare buien kunnen krijgen. Alle kinderen hebben behoefte aan ouderlijke warmte, aandacht en ondersteuning. En laat u zich geen schuldgevoelens aanpraten; niet door anderen en niet door uzelf.
Houd de gezinsproblemen, voor zover die samenhangen met een onvoorspelbaar kind, niet binnenshuis, maar bespreek ze met familie, vrienden, collega’s enzovoorts. Daarnaast adviseer ik zeker bij grotere gezinsproblemen een sociaal vangnet rondom het gezin aan te brengen. Een aantal familieleden en/of vrienden die in- en bij kunnen springen en met wie ontwikkelingen regelmatig doorgenomen kunnen worden. Bij schroom, om al die hulp te organiseren, kunt u beseffen dat u door hulp te zoeken laat zien dat u het beste met uw kind voor heeft. Hulp zoeken getuigt van inzet en nemen van verantwoordelijkheid. Erkennen ‘niet altijd alles te kunnen’ en het inzicht dat ‘elk kind ouders nodig heeft die zelf ontspannen in het leven staan’ zijn belangrijke visies om niet alleen op de korte termijn maar ook op de lange duur een gezonde ouder-kind-relatie te kunnen borgen. Bewaak eigen grenzen. Naarmate de mensen in de omgeving van een onvoorspelbaar (of lastig te hanteren) kind stabieler functioneren hebben onvoorspelbare kinderen betere vooruitzichten.
Indien er een diagnose bij uw kind is vastgesteld dan adviseer ik met de diagnose in het achterhoofd te handelen. Uw kind is niet zijn diagnose. Zijn diagnose wijst eventueel wel op beperkingen van ontwikkelingsmogelijkheden om naar wens te reageren of te functioneren. Wanneer uw kind niet naar wens of verwachting reageert, kan het best dat wel naar wens of verwachting reageren voor het kind onmogelijk is. Als het kind zijn best doet, maar het niet lukt, zou het aangesproken moeten worden op het ‘zijn best doen’ en niet op het niet behaalde resultaat. Stel u open en geïnteresseerd op en stel vragen zodat het kind kan vertellen wat het voelt en meemaakt. Wellicht kunnen uw vragen het kind helpen te begrijpen wat het voelt en waarom het zich gedraagt zoals het zich gedraagt. Klachten kunnen soms voorkomen of ‘genezen’ worden als stigma’s vanuit diagnoses ingeruild worden voor effectieve steun en aandacht.
Jouw onvoorspelbare broer of zus
Specifieke problemen waarmee kinderen in een gezin te maken krijgen, wanneer een ander van hen onvoorspelbaar gedrag vertoont, zijn bijvoorbeeld het te kort aan tijd en aandacht dat hun ouders voor hen hebben. Maar ook in de zorgverlening worden broers en zussen van onvoorspelbare kinderen snel ‘vergeten’. Pas wanneer zij met een eigen hulpvraag komen, wordt meestal vanuit de hulpverlening actie voor hen ondernomen.
Veel ouderlijke energie blijkt te gaan zitten in de omgang met dat onvoorspelbare gezinslid. Uiteraard zullen daar, waar onvoorspelbare kinderen de sfeer van sociale veiligheid (ongewenst) onder druk zetten, broers en zussen zich thuis weinig veilig tot zelfs onveilig voelen. Een voor de hand liggend gevolg daarvan kan zijn dat juist bij psychisch gezonde kinderen hun zelfrespect niet in voldoende mate wordt opgebouwd. Sommige broers en zussen beginnen dan pas met hun feitelijke ontplooiing wanneer zij het ouderlijk huis hebben verlaten. Een onvoorspelbare broer of zus kan ook schuldgevoelens oproepen. Immers, je kunt je gaan afvragen of je misschien iets misdaan hebt, of de verwijten die je gemaakt worden kloppen of je iets hebt nagelaten waardoor dat andere gezinslid zich manifesteert zoals het doet.
Empathisch aangelegde kinderen zullen een enorme druk voelen extra lief te zijn voor hun ouders omdat die het al zo moeilijk hebben met hun broer of zus. Zij kunnen ‘vergeten’ zelf kind te zijn. Of zij zullen bang zijn dat hun ouders iets akeligs zal overkomen door alle stress in huis.
De complexe sfeer in het ouderlijk huis kan het voor kinderen moeilijk maken over thuis te praten met andere mensen, inclusief dierbare vertrouwenspersonen voor hen. Dat bemoeilijkt hun verwerking van problemen.
Kinderen kunnen ook vanuit schaamte terughoudend worden om bijvoorbeeld vrienden of vriendinnen mee naar huis te nemen. Wanneer dan de vrienden en vriendinnen van het onvoorspelbare gezinslid wel thuis over de vloer komen worden de broers en zussen van het OP-kind wel erg in het nauw gedreven. Het destructieve en agressieve gedrag van OP-kinderen kan ook als bedreigend worden ervaren. De ernst van dit alles zit ’m erin dat juist het ouderlijk huis geborgenheid zou moeten bieden en dat dus niet biedt. Herinneringen aan familiebijeenkomsten, zoals uitstapjes, verjaardagen en feestdagen, kunnen door de spanningen in het gezin soms sterk negatief gekleurd zijn.
Uiteindelijk kan dit alles gevolgen hebben voor de hobbels die genomen moeten worden voordat de niet-onvoorspelbare gezinsleden beginnen aan liefdesrelaties en kinderen. Door de voorbeelden die zij gehad hebben, zullen ze zelf moeten uitvinden hoe liefdesrelaties en een niet-extreem gezin vorm willen geven.
Sandra, opgegroeid met een zus, die op latere leeftijd de diagnose borderline kreeg, heeft voor anderen, die te maken hebben met onvoorspelbare mensen, twee adviezen. Zij raadt iedereen, maar zeker deze mensen, aan om vooral naar zichzelf te kijken: wat raakt je en waarom raakt je dat? En zij adviseert deze mensen te leren grenzen te voelen en te leren om ze te stellen.
Zelf heeft ze met dat stellen van grenzen moeite gehad, omdat ze terugkijkt op een fijne jeugd en liefdevolle ouders die een stabiele relatie met elkaar hadden. Sandra wist heel lang niet wanneer haar grenzen overschreden werden, laat staan hoe ermee om te gaan wanneer anderen te ver gaan. Zij heeft juist van huis uit geleerd zich uitzonderlijk goed aan de situatie thuis aan te passen. Pas in een mislukkende relatie heeft ze noodgedwongen de kans gegrepen om grenzen te voelen en te leren ze aan anderen te stellen.
Ook komt het voor dat broers en zussen op enig moment van hun leven psychologische of psychiatrische ondersteuning nodig hebben hun levensgebeurtenissen, of door het gemis aan goede voorbeelden.
Sommige broers en zussen nemen veel te vroeg in hun leven reusachtige verantwoordelijkheden op zich door voor hun onvoorspelbare broer of zus te gaan zorgen. Op die manier kunnen ze beslissingen nemen die een onvoorziene invloed op hun leven kan hebben. Een voorbeeld van deze enorme gevolgen kan bijvoorbeeld zijn dat zij zelf nadien nooit aan hun ouderschap (willen) beginnen.
Jouw onvoorspelbare ouder
Margreet had zojuist nog haar vader aan de telefoon. Haar vader is een ‘oprecht lieve man’. Zowel haar vader als haar moeder stonden altijd voor haar klaar. Nu is hij veel alleen. Dat heeft er mee te maken dat hij vaak problemen heeft in de omgang met andere mensen.
Margreet is 30 jaar en het enige kind van haar ouders. Sterker nog, zij is het enige kind in de familie en het enige kleinkind van haar opa’s en oma’s.
Haar vader heeft als kind het gymnasium gehaald en een studie psychologie afgerond. Zoals haar familie haar vertelt zou hij door een epileptische aanval in een ziekenhuis terechtgekomen zijn. In dat ziekenhuis werd hij opgenomen op de afdeling psychiatrie. Daar zou de diagnose ‘borderline’ gesteld zijn en sindsdien krijgt hij medicatie.
Vanuit het ziekenhuis ging haar vader 35 jaar geleden beschermd wonen. In het beschermd wonen-project ontmoette hij haar moeder die aan manische depressiviteit leed.
Wat Margreet zich herinnert, is dat haar vader altijd al onvoorspelbaar kan reageren. Hij gaf ook te veel geld uit, met name aan impulsieve aankopen. Wanneer er bezoek kwam, reageerde haar vader daarop vaak met stress: hij ging gehaast doen en begon te schelden. Meestal hield haar moeder haar vader enigszins in toom.
Elke 3 jaar werd haar moeder vanwege haar depressies zo’n 4 maanden opgenomen. Dan leefde Margreet samen met haar vader. Zij ervoer die periodes van haar leven niet als vervelend. Echter, wanneer de radio bijvoorbeeld keihard aanstond en Margreet daarvan last had, kon haar vader sadistisch naar haar lachen. Hij trok zich er niks van aan dat zij liet weten last van de radio te hebben. Wanneer zij de radio uitzette, werd hij boos. Dus dat zij niet. Ook nam zij dan liever geen vriendjes of vriendinnetjes mee naar huis, omdat haar vader rare dingen kon gaan zeggen of haar meegenomen kameraadje dingen over haar vertelde waarvoor zij zich geneerde.
Haar ouders leefden beiden van een WAO-uitkering (wettelijke arbeidsongeschikheid). Daardoor waren ze in de gelegenheid om altijd voor Margreet klaar te staan en dat deden ze ook. Wanneer het thuis misging, kon zij bellen naar opa’s, oma’s of een van haar 3 tantes of in een enkel geval met een van haar ooms. Zij vertelde dan, soms huilend, dat mamma in de war was en papa boos. Familieleden stonden dan in haar herinnering altijd voor haar klaar en vroegen hoe zij haar konden helpen. Zo vormde haar familie een vangnet voor haar.
De Kinderbescherming heeft contact gehad met haar gezin toen zij 3, 4 jaar oud was. En iemand van de GGZ kwam in die jaren en later regelmatig poolshoogte nemen, herinnert zij zich. Er werden toneelstukjes opgevoerd, omdat haar ouders precies wisten wat zij wel en niet moesten zeggen om bemoeienis van deze buitenstaanders zoveel mogelijk te verkomen. Aan Margreet werd door haar ouders opgedragen te doen alsof er niets aan de hand was en dat deed ze dan ook. Ze zei niet dat het er soms anders aan toeging.
Haar moeder is in 2005 overleden. Nu heeft Margreet regelmatig gesprekken met haar vader, zoals net voor ons interview. Zij vindt het belangrijk dat zij doet wat zij kan, zodat het zo goed mogelijk met haar vader gaat. Zij heeft het gevoel dat er vanuit de professionele zorg niet veel voor haar vader gedaan wordt. Haar vader heeft bijvoorbeeld een bewindvoerder anders zou hij schulden blijven maken. Zij heeft regelmatig contact met de bewindvoerder en de huisarts van haar vader en ze is vaak bezorgd over hem. Sommige problemen kan zij niet voor hem oplossen. De huisarts zegt alleen iets te kunnen ondernemen als haar vader klachten uit, en anders vindt hij dat er niets aan de hand is. Dat ze niet kan doen wat ze graag voor haar vader zou willen doen kan ze gelukkig naast zich neerleggen.
Doordat Margreet enig kind is in de familie wordt zij onder druk gezet de familiebanden te onderhouden, maar dat gaat haast niet. Zij heeft haar eigen leven en de aandacht, die haar vader van haar nodig heeft, is haar soms al bijna teveel.
Op 23-jarige leeftijd heeft Margreet professionele steun gezocht bij een psycholoog. Daarover heeft zij nooit schaamte gevoeld en het kostte haar weinig moeite hulp in te roepen. Zij was natuurlijk door de opnames van haar moeders bekend met de wereld van de psychiatrie. Deze ondersteuning heeft haar veel goeds gebracht. Zo kwam ze tot het inzicht dat haar gedrag soms voortkomt uit bepaalde negatieve gedachten over zichzelf en leerde zij die gedachten om te buigen naar positiever denken en handelen. Uiteraard helpt het ook dat zij werkt, inmiddels 8 jaar een stabiele relatie heeft en goed presteert. Overigens heeft Margreet nog steeds voor ondersteuning contact met een (andere) psycholoog.
Margreet stelt een enorme overlevingsdrang ten toon en dat heeft haar veel goeds gebracht. Desgevraagd vertelt zij geen jaloezie te voelen naar het minder extreme gezinsleven van veel andere mensen. Zij is gaan studeren aan een Nederlandse universiteit en heeft een master-opleiding behaald Zij werkt bij een overheidsorganisatie en ze sport veel. Zij vindt zichzelf perfectionistisch en kan veel van anderen hebben. Haar aanvankelijke onzekerheid na haar puberteit is omgeslagen in een besef een eigen mening te hebben, hoewel het “Hou je bek; je bent een kutkind” nog wel eens door haar hoofd gonst.
Wanneer u een onvoorspelbare ouder hebt, zult u pas mettertijd er achter komen dat die ouders specifieke problematische eigenschappen heeft. Het beginpunt om de wereld te overdenken is de thuisomgeving die het kind lang als normaal ervaart. Daaraan ontleent het eerste ideeën en later een (eerste) sociale identiteit. Wanneer een kind bemerkt dat een van zijn ouders een OP is, zoals dit begrip in deze gids is gedefinieerd, zal het kind met dat gegeven moeten leren omgaan.
De onbewuste vraag voor het kind is hoe zich te verbinden met iemand die zich niet met hem kan verbinden. De ontwikkeling van hechtingsproblematiek ligt dan volgens mij op de loer. Bewuste vragen van het kind zullen zijn wat het verkeerd doet en hoe het zich kan verbeteren om een prettige band met beide ouders aan te kunnen gaan. Dit ‘prettig’ vertaal ik naar ‘veilig en gezond’. Gewoonlijk doen kinderen er tot in hun adolescentie over om volledig los te komen van hun ouders en hun sociale identiteit. Daarna verbinden zij zich gewoonlijk op een meer gelijkwaardige wijze met de ouders. Het zou goed kunnen dat kinderen met een onvoorspelbare ouder eerder los komen van hun ouders en zich als volwassenen niet gemakkelijk op een gelijkwaardige, maar op een afstandelijke wijze opnieuw met hun ouders verbinden.
In verschillede regio’s zijn KOPP-groepen; groepen voor kinderen van ouders met psychische problemen. Hier kunnen kinderen ondersteuning krijgen in hun specifieke problematiek met hun ouders, maar daarvoor is uiteraard onderkenning van hun specifieke problematiek nodig.
Vaak rekent het kind zijn ouders ook als volwassene niets aan.
Ontkenning van de werkelijkheid, die te pijnlijk is om te doorvoelen, zal in veel gevallen een toegepaste afweer zijn. Ingeborg Bosch verdeelt de muur van ontkenning in angst, primaire afweer, valse hoop & valse macht en ontkenning van de behoefte. Het kan goed zijn dat een kind zijn leven lang met deze muur van ontkenning blijft tobben mede door de traumatische gebeurtenissen die het meemaakt doordat een van zijn ouders een OP is, terwijl het niets in de gaten heeft. In dat geval blijft het kind levenslang een gevangene van zijn illusies over ‘de wereld om hen heen’. Dit vertroebelt de helderheid van denken en doet emotioneel (en dikwijls fysiek) bewust of onbewust lijden. Dat sprake was van onbewust lijden kan alleen achteraf ervaren worden wanneer het onbewuste op enig moment bewust gemaakt is. Zo kan iemand zich bijvoorbeeld na een ‘midlife-crises’ van zo’n langdurig onbewust lijden bewust worden.
Zodra het kind bemerkt dat de benodigde veiligheid in het stamgezin niet geboden wordt, is het zaak om een veilig alternatief voor zijn thuis te vinden. Dat zal hij vaak doen door bij vriendjes, vriendinnetjes, vrienden of vriendinnen af te spreken. Gedachten en ideeën, waarvoor op basis van zijn ervaring of intuïtie thuis geen plaats is, kunnen eventueel gedeeld worden met de ouders van zijn (speel-)kameraden. Daarvoor gaat het kind dan een extra band aan met deze families.
In een gezin, waarin een van de ouders een OP is, krijgen de andere gezinsleden onherroepelijk te maken met problemen rondom die ene ouder.
Kinderen zijn in beginsel loyaal aan hun ouders, dus wanneer de ene OP-ouder emotioneel en verdrietig is, zal het kind geneigd zijn dat anderen aan te rekenen. Dat kan de andere ouder zijn, maar ook de overige gezinsleden, familieleden, of anderen ergens in de wereld. Hun loyaliteit kan hen in problemen brengen. Immers, in een onveilig milieu kiest iedereen al dan niet bewust een strategie om de onveilige situatie te overleven. De strategieën kunnen botsen en de knoop waarin een gezinssysteem komt, kan dan nauwelijks nog te ontwarren zijn.
Bij geluk hebben sommige anderen een zelfde gevoel rondom de OP-ouder en de overige gezinsleden. In dat geval kunnen gevoelens, gedachten en ideeën ook binnen het stamgezin besproken worden. Twijfels over waarnemingen kunnen dan besproken worden en het zelfvertrouwen kan daarmee groeien. Ook strategieën kunnen wellicht besproken worden waardoor het kind meer weloverwogen beslissingen kan nemen. Als het kind pech heeft, is de beleving van de gezinsstructuren van zijn stamgezin anders en zal hij zonder goede ondersteuning oplossingen moeten zoeken.
Terugvallen op ooms en tantes, zoals in het geval van Margreet, zal in sommige gevallen een optie zijn. Binnen een familiesysteem is soms meer inzicht in achtergronden en problemen binnen het stamgezin. Voor Margreet is het, gezien haar formulering “Zoals mijn familie mij vertelt…” duidelijk dat zij niet alles weet en dat haar familie meer weet. Zij heeft het geluk dat haar familie ‘altijd’ achter haar staan heeft. In andere gevallen kunnen familieleden soms ook in gesprek met de ouder(s) kunnen gaan om het voor een kind op te nemen.
Els, die online werkt waardoor zij in staat is naast haar werk de wereld over te reizen, vertelt me een heel ander verhaal. Zij vertelt vanuit Indonesië over haar moeder die borderline had en knap onvoorspelbaar was.
Voor Els is het lastig haar moeder te beschrijven, omdat zij haar moeders natuur of karakter niet kent. Zij zat altijd ‘onder zware medicatie’, dus dan weet je niet wie iemand is zonder dat. Els herinnert zich dat haar moeder op haar 8ste jaar voor het eerst in Psychiatrisch Centrum Nijmegen werd opgenomen. Haar moeder was toen 36 jaar oud. Dat duurde toen 3 maanden en zij zocht haar moeder daar af en toe op. Sinds die eerste opname slikte haar moeder onder andere anti-depressiva en anti-psychotica. Er werden steeds andere combinaties geprobeerd, omdat de juiste medicatie te bepalen.
Wanneer haar moeder thuis was, waren er spanningen in huis. Haar ouders hadden ruzies die nergens over gingen. Een irritatie uitte zich al snel in een ruzie waarbij haar vader ‘de schuld’ kreeg en op een manier reageerde die Els niet onthouden heeft. Haar moeder werd ook vaak voor langere tijd opgenomen in psychiatrische centra en afkickcentra om van medicijnverslaving af te komen en later om van alcoholverslaving te genezen. Haar vader werkte en als haar moeder opgenomen was, was er Thuishulp. In de beleving van Els kwam de thuishulp vooral voor het huis en niet voor haar en haar broer. Daardoor waren haar broer en zij vaak ‘alleen in huis’ als haar moeder opgenomen was. Zo kwam Els ooit met een oorontsteking thuis en vertelde niets aan de thuishulp. Zij ging gewoon snel met oorpijn op bed liggen. Ze kan zich niet herinneren dat ze met iemand over haar oorpijn gesproken heeft. Els vond dat toentertijd normaal, maar vindt nu dat zij meer gesteund had moeten worden.
Haar moeder ging meestal vroeg naar bed. De vader van Els is geen ‘prater’. Els herinnert zich gezellige avondjes TV kijken, waarbij het eigenlijk niet uitmaakte of haar moeder thuis was en in bed of opgenomen.
Hoewel haar moeder onredelijk was, heeft Els zich thuis niet onveilig gevoeld. Zij en haar broer verschillen in hoe zij hun moeder beleefd hebben. Wanneer haar moeder bijvoorbeeld vertelde dat zij verliefd was geworden op een andere man en bij haar vader weg zou gaan, nam Els zo’n mededeling voor kennisgeving aan. Haar broer geloofde hun moeder en maakte zich zorgen of zijn moeder wel goed bij haar hoofd was. Els zag dat niet zo. Haar broer heeft indertijd de benodigde duidelijkheid gemist. Els is minder bang, meer stoïcijns, extroverter dan haar broer en altijd al geneigd om zelf haar problemen op te lossen. Zij sprak over haar problemen met vrienden, wat haar broer veel minder deed. Die stopte juist alles voor iedereen weg. In die zin was hij ook stoïcijns.
In haar puberteit kreeg Els moeite met het leven en last van chagrijn. Zij en haar moeder hadden ook nare ruzies, waarbij haar moeder bijvoorbeeld dreigde om Els het huis uit te zetten. Ze ging zich eraan storen dat haar moeder probeerde haar huilen voor Els te verbergen wanneer zij daarin niet slaagde. ‘Laat het niet merken of kom er voor uit” stelde Els, “daar kan ik mee omgaan.” “Met er niet in slagen het te verbergen wordt ik opgezadeld met iets wat niet voor mij is’, was haar gedachte in die tijd. Els was bang net als haar moeder te worden. Zij blijkt daarentegen juist veel meer op haar vader te lijken.
Na haar puberteit voelde Els zich weer prettiger thuis. Ze had geen moeite meer met het leven of last van chagrijn. Wanneer haar moeder er niet was en haar vader met haar en haar broer het huishouden runde, kon zij zich even niet permitteren instabiel te zijn, maar ze wist dat haar thuissituatie ‘niet normaal’ was en voelde zich gelukkiger worden. Het ging met haar nog beter toen zij haar ouderlijk huis verliet. Dat hielp haar ook. Daar kwam bij dat haar moeder het laatste jaar dat zij thuis woonde een mislukte zelfmoordpoging ondernam en vervolgens 10 jaren in een verpleeghuis verbleef en daar overleed. Dat was van haar 17de tot haar 27ste jaar, nu 4 jaar geleden.
Terwijl Els haar gezinsachtergrond als ‘heftig’ en ‘tragisch’ beschouwd, voegt zij daaraan direct toe dat ze het niet anders gewild had. “We waren wel een gezin”, stelt zij onomwonden, “en we zijn er goed en sterk uitgekomen”. Zij is trots op haar broer en zichzelf. Zij voelt medelijden met haar moeder en beseft hoe sterk de invloed van een psychiatrische aandoening op een mensenleven kan zijn. “Maar deze uitkomst voor haar broer en zichzelf moet haar moeder ook veel goed gedaan hebben”, voegt Els hieraan toe.
Voor haar vader heeft Els diep respect; geen medelijden. Hij hield van haar moeder en liet nooit iets merken van zijn ongenoegens. Hij is in Els’ beleving een heel sterke man. Doordat Els en hij gelijkgestemde karakters hebben, vertelt zij, begrijpt ze hem.
Els heeft nu geen partner, maar wel een vaste partner gehad en stabiele vriendschappen. Het contact met haar vader en broer is goed. En ze is tevreden met haar leven zoals zich dat zich nu voltrekt.
Met terugwerkende kracht zou ze de kleine Els adviseren echt eerder hulp te vragen.
Kinderen met een onvoorspelbare ouder ontwikkelen meestal weinig zelfrespect. Ik zie Els als een uitzondering op deze regel. Om zelfrespect te ontwikkeling is naast veiligheid bekrachtiging van hun ouders nodig. Onvoorspelbare mensen hebben vaak de handen vol om zichzelf staande te houden en zullen regelmatig ‘vergeten’ hun kinderen te geven wat zij nodig hebben voor een gezonde psychologische ontwikkeling. Hun partners zullen eveneens de handen vol hebben zich staande te houden. Voor hun kinderen is het echter belangrijk dat zij op enig moment ‘schoon schip maken’ een tijd genegeerd te zijn of erger. Aangezien vrede met het verleden hoop geeft voor de toekomst, is het voor hen extra belangrijk te beseffen dat hun verleden achter hen ligt. Zodra zij geen kind meer zijn hebben zij het nodig om te gaan met mensen die van hen houden. Mensen dus, die ook van zichzelf houden. Mensen die kunnen aten merken dat zij de ander liefhebben. Of dat nu partners zijn of goede vrienden, voor kinderen van een OP-ouder is het een essentiële opgaaf hun leven te gaan leiden met mensen die hen in hun waarde laten en die van hen houden. Anders dreigt volgens mij een herhaling van hun geschiedenis.
Eventueel kan het van belang zijn met behulp van een professioneel behandelaar een reëel in plaats van negatief zelfbeeld te ontwikkelen.
Op een opmerkelijke manier kan een onvoorspelbare ouder in het gezin een jong kind ook een gevoel van vrijheid geven. Als het kind ziet dat zijn (oudere) broers en zussen er niet slagen aan de wensen van een ouder te voldoen, kan het jongere kind soms ophouden daarvoor zijn best te doen. Hij hoeft zich dan niet langer in bochten te wringen om aan de wensen van zijn ouder(s) tegemoet te komen. Keerzijde is dat hij voor zijn eigen veiligheid moet zorgen. Dat kan beter voelen dan de onveiligheid, die een onvoorspelbare ouder in een gezinssysteem kan brengen, maar eist ook een tol. Wanneer het kind begint te disfunctioneren adviseer ik direct via de school of de huisarts een behandelaar voor het kind in te schakelen. Hopelijk heeft de behandelaar vervolgens voldoende zicht op de gezinsproblematiek waarbinnen het kind moet functioneren. En als de behandelaar dat zicht heeft, heeft hij hopelijk ook voldoende capaciteiten om het kind dat met deze problematiek geconfronteerd wordt professioneel te begeleiden.
Elk kind van (een) onvoorspelbare ouder(s) adviseer ik om na het verkrijgen van autonomie en eenmaal zelfstandig wonend sowieso een behandelaar in te schakelen. Net als soldaten, die terugkeren uit een oorlog, heeft het kind zoveel beleefd dat ongezond is voor zijn ontwikkeling, dat een herijking van zijn hele systeem van voelen en denken op zijn plaats is. Een (goede) behandelaar kan hem daarbij adviseren en dat kan veel leed voor hem en voor mensen met wie hij omgaat besparen. Mogelijk biedt daarnaast een gesprek met andere gezinsleden handvatten om te bepalen in hoeverre huidige problemen voortkomen uit de in de jeugd opgelopen kwetsuren.
Jouw onvoorspelbare cliënt
Voor degenen die OPs begeleiden op welk vlak ook, bezoldigd of onbezoldigd, adviseer ik na afloop van elk contact een korte samenvatting van de ontmoeting te maken. Voorkeur zou ik er aan geven dit gespreksverslag snel na de bijeenkomst aan de cliënt(e) voor te leggen. Reden om dit te doen is dat u beiden een beeld heeft over wat tijdens het gesprek aan de orde geweest is, dat over verschillen van inzicht gesproken kan worden en dat eventuele afspraken zijn vastgelegd . Bij onenigheid kunnen beiden putten uit uw verslagen om precies na te gaan wat wanneer besproken is.
Ik adviseer ook met collega’s en tijdens inter- of supervisiegesprekken te bespreken of u de (meest) geschikte persoon bent om deze cliënt te behandelen. Het omgaan met onvoorspelbare personen vereist niet alleen incasseringsvermogen en geduld, maar ook de competenties om voor deze cliënten echt het verschil te maken naast het onderhouden van contact en tegelijk te voorkomen dat u in een formele of zelfs juridische strijd terechtkomt.
Ik adviseer u, zodra u het vermoeden heeft dat u te doen heeft met een OP, hem een helder begrensd aanbod te doen. Niet ‘Ik ga u helpen om…’, maar ‘Laten we hier drie bijeenkomsten over praten om te kijken of we een oplossing kunnen vinden.’ Aangezien deze mensen vaak gevoelig zijn voor afwijzing, zullen zij problemen krijgen wanneer u zich in een later stadium gereserveerder moet gaan opstellen dan in het begin. Het roept geen weerstand op wanneer u uw aanbod in overleg met uw cliënt(e) later iets verbreedt.
Beperk uw omgang, zeker met mogelijk onvoorspelbare cliënten, tot wat werkelijk nodig is. Doe vooral geen spontane toezeggingen om cliënt tegemoet te komen, maar overdenk binnen wat van u verwacht mag worden wat in uw vermogen ligt om cliënt(e) te ondersteunen. Uiteindelijk is iedere behandelaar ook een mens van vlees en bloed en het hulpgeroep van OPs kan u, ook als professioneel behandelaar, in de verleiding brengen ‘harder te gaan lopen’ dan voor beiden wenselijk is. Iedereen kan in de verleiding komen als mens in plaats van als behandelaar de grote nood van een OP te lenigen en dat kan meer van u eisen dan goed voor u beiden is.
Daarnaast adviseer ik u om gesprekken zo mogelijk met collega-getuigen te voeren. Daarvoor zal toestemming van cliënt(e) nodig zijn. Met toestemming van cliënt(e) kunt u een collega of stagiair vragen bij het gesprek aanwezig te zijn, zonder zich in het gesprek te mengen. Menig behandelaar zal dit helpen om oplettender te zijn dan zonder toehoorder en bovendien kan het gesprek met cliënt(e) achteraf beter geëvalueerd worden. In de beleving van OPs kan het voorkomen dat er tussen u en cliënt(e) dingen gepasseerd zijn, die in uw werkelijkheid niet hebben plaatsgevonden. Het is handig te voorkomen dat u in de toekomst energie of tijd erin moet stoppen om aan te tonen wat u wel of juist niet gedaan of gezegd heeft.
Ook in handen van professionals kunnen OPs overmatig aandacht vragen, vaak op dwingende wijze. Gedoceerde aandacht is daarentegen voor OPs in een behandelsetting beter. Echter, wanneer OPs teleurgesteld zijn in hun behandelaar kunnen zij – net als andere cliënten – weglopen uit een sessies. Aangezien vaak problemen spelen met ‘loslaten en verbinden aan mensen’, zou dit weglopen misschien geduid kunnen worden als een eerste stap naar een zelfstandig leven en het terugkomen als het durven aangaan van een band.
Wanneer OPs in uitersten over zichzelf denken, zichzelf voor anderen niet interessant of de moeite waard vinden, verdient het aandacht de OP te laten zien dat er een verschil is tussen anderen-in-het-algemeen en bepaalde anderen. Aan andere cliënten in een groep kan gevraagd worden hoe zij over iemand denken in de zin van “topt en tips”:
‘Wat vind je goed aan (het gedrag van) cliënt?’ en
‘Welke tips heb je voor cliënt?’
Wanneer een hulpbieder in de tegenoverdracht schiet (zie hiervoor paragraaf “Overdracht en tegenoverdracht” op pagina 64), is het voor de hand liggend dat hij zich daarvan bewust wordt en er met anderen over praat.
Zo veilig als mogelijk moeten de nodige begrenzingen aan de duur van sessies en inhoud van de behandelingen gesteld worden. Net zo goed moeten cliënten aangesproken worden op uitingen van uitlokkend grensoverschrijdend gedrag. Ook het tijdelijk of definitief afscheid nemen kan bij een OP tot heftige emoties leiden, maar is op een gegeven moment wel nodig.
Jouw onvoorspelbare collega
Houdt in gedachten hoe uw samenwerking begon. Wat waren de prettige eigenschappen van uw collega en wat heeft u met deze collega meegemaakt, waardoor u hem bent gaan zien als onvoorspelbaar? Koester zijn prettige eigenschappen.
Blijkt uw collega een OP, zoals in deze gids gedefinieerd, dan vraagt dit van u een professionele opstelling. Bespreek niet met andere collega’s of uw leidinggevende de minder prettige eigenschappen van uw onvoorspelbare collega, maar bewaar dit voor een gesprek met betrokkene. En wanneer u behoefte heeft aan een terugkoppeling op uw handelen of gewoon ‘stoom wilt afblazen’ bespreek dan uw problemen met mensen in een circuit waarvan betrokkene geen deel uitmaakt, zoals uw partner of mensen uit uw vrienden- of familiekring.
Spreek eventueel de collega aan op zijn onvoorspelbaar gedrag en houd dit zakelijk. Overdrijf uw vriendelijkheid niet, net zo min als uw aversie. Voorkom een eventuele antipathie tegenover bepaalde eigenschappen van uw collega tentoon te spreiden. Neem het niet op voor deze collega tegenover andere collega’s, maar doe ook niet mee aan bondjes tegen hem. Probeer te focussen op een oplossing-op-de-lange-termijn. Zelfs wanneer u wilt vragen een arbeidsverband met deze collega te extensiveren, kies uw woorden zorgvuldig zodat u ùw probleem duidelijk maakt zonder een ander te diskwalificeren.
Verlies u niet in een plaatsvervangende strijd, die uw OP-collega wellicht al met zichzelf voert. Geef hem alleen advies indien hij daar uitdrukkelijk naar heeft gevraagd. Indien de samenwerking ondanks bovenstaande toch leidt tot meer problemen, bespreek de oplossingen, die u voor uzelf ziet, met uw leidinggevende.
Indien u leidinggevend bent van een OP-collega dan adviseer ik u hem rustig en duidelijk uit te leggen wat hij van u kunt verwachten. Geef hem expliciet ruimte om daarop te reageren. Wanneer u hem aanspreekt waar andere collega’s bij aanwezig zijn, spreek hem dan duidelijk aan met de bijbehorende waardering en met respect. Blijf onder alle omstandigheden glashelder over wat u van uw OP-collega verwacht en wat hij van u kan verwachten.
Jouw onvoorspelbare vriend(in)
Breng uw eerste ontmoetingen regelmatig in herinnering en houdt zo in gedachten hoe uw vriendschap begon. Wat gebeurde tussen u beiden in de periode sinds u bevriend raakte? Realiseer u dat uw OP-vriend(in) van u soms extra veel duidelijkheid en stabiliteit nodig heeft. Vraag uzelf ook af of u en zo ja in hoeverre u die ‘duidelijkheid en stabiliteit’ kunt bieden. Handel naar uw zelfinzicht. Bespreek uw ervaringen respectvol met uw partner, vertrouwde familieleden of andere vrienden en zonder u over te geven aan geroddel.
Wanneer u bemerkt dat een vriend(in) van u onvoorspelbaar is, zoals in deze gids bedoeld, adviseer ik tijds- en aandachtsbewaking. U kunt uw beperkingen in tijd en aandacht desgevraagd vriendelijk toelichten. Voorkom dat grenzen gaandeweg verlegd worden en dat u meer gaat geven dan goed voor u is. Het kan voorkomen dat uw OP-vriend(in) u op enig moment verwijten zal maken over vermeende nalatigheden van uw kant. Vertel uw vriend(in) in dat geval wat hij van u mag verwachten en wat niet. Koester de vriendschap zoals u die wilt invullen en probeer dat voor elkaar te krijgen. Blijf behulpzaam voor zover dat goed voor u is.
Zodra binnen uw vriendschapsrelatie met een OP problemen op scherp gezet worden, kunt u zich de volgende vragen stellen:
· Wat betekende en wat betekent uw vriend(in) voor u?
· Wanneer is de relatie met uw vriend(in) voor u optimaal?
· Wat doet u graag samen en wat kunnen jullie samen goed bespreken?
· Waarvoor is hij zelf verantwoordelijk en waarvoor voelt u zich verantwoordelijk?
Bespreek uw bevindingen met uw partner, vertrouwde familieleden of vrienden.
Een vriendschappelijk contact zal altijd gebaseerd moeten zijn op een zekere wederkerigheid. Zonder uw en zijn handelen op goudschaaltjes te wegen, kunt u zich bij tijd en wijle afvragen of van wederkerigheid voldoende sprake is. Ik adviseer u bovendien in de gaten te houden welke energie het u kost om de vriendschap te onderhouden en welke energie het u oplevert. Staat de gegeven energie in verhouding met de ontvangen energie?
· Wat heeft u van deze vriend(in) nodig?
· Hoe kunt u de energie, die de vriendschap u kost, eventueel beter in de hand houden?
· Wilt u de vriendschap eigenlijk wel, zoals die momenteel vormgegeven wordt? En zo niet, wat zou u willen veranderen?
· En wanneer u de vriendschap op een andere manier wilt gaan vormgeven, hoe zou u dat kunnen bewerkstelligen?
Bespreek uw bevindingen met uw partner, vertrouwde familieleden of vrienden.
Ongetwijfeld zullen zich ook in een ideale vriendschap met OPs perioden voordoen dat uw vriend(in) grote problemen heeft. Maak eventueel duidelijke afspraken wanneer uw vriend(in) u wel of niet mag benaderen. Bescherm uzelf tegen ingewikkelde interventies wanneer u werkt, met uw partner, kinderen of andere mensen bent, sport, aan een hobby werkt of nachtrust geniet. Maak indien nodig ook afspraken over het gebruik van sociale media. Het kan emotioneel belastend zijn erop geattendeerd te worden dat uw vriend(in) in nood verkeert, maar u moet daardoor niet ook in problemen komen. Het verdient aanbeveling over het bereikbaar zijn voor uw onvoorspelbare vriend(in) na te denken, omdat zijn problemen niet ook de uwe moeten gaan worden. Natuurlijk kan het zijn dat u tot de conclusie komt dat uw vriend(in) u altijd mag benaderen zodra hij u nodig heeft. Laat dit dan duidelijk ùw keuze zijn.
Wanneer u bemerkt dat u in perioden van grote problemen van uw vriend(in) hem of anderen bijvoorbeeld humeurig te woord gaat staan, dient u toch erover na te denken of uw OP-vriend(in) u niet teveel belast. Misschien moet u striktere afspraken met hem maken, zodat u uw energieverbruik doceert.
Maak in tijden van problemen dat uw OP-vriend(in) vaak een indringend beroep op u doet duidelijke afspraken. Het bespreken van problemen vraagt een bepaald soort zakelijke instelling. Het is voor beide gesprekspartners slechts zinvol om problemen gedurende een beperkte tijd te bespreken. Die tijdsduur ligt volgens mij tussen maximaal een half uur en drie kwartier. Daarna kan uiteraard afhankelijk van hoe vol de probleemeigenaar van zijn problemen zit nog wel over andere zaken gesproken worden, maar herhalingen en toelichtingen op toelichtingen dragen meestal niet meer bij aan een oplossing van zijn problemen. Tegelijk wordt wellicht teveel aandacht gegeven aan de problemen waardoor ze dreigen in de beleving groter te worden dan zij in werkelijkheid zijn.
Geef van tevoren aan hoelang u uw vriend(in) over zijn problemen te woord kunt staan. Voorkom dat u een hele avond of een heel weekend mensen met grote problemen over de vloer heeft. Dat kan uw gezondheid en uw sociale leven ondermijnen. Het praten over andermans problemen kan een gevoel van belangrijk-zijn geven, en van superioriteit, maar onderzoek (doorvoel!) of u zich niet in andermans problemen verdiept om van iets persoonlijks weg te vluchten. Hoe goed het ook voelt wanneer u een probleemeigenaar kunt helpen, koste wat kost zou toch vermeden moeten worden dat uw gezondheid, uw leven of uw persoonlijke ontwikkeling onder andermans’ problemen gaat lijden.
Ik adviseer u niet te laten verleiden om problemen voor uw vriend(in) te gaan oplossen. De begrijpelijke verleiding toe te geven aan hulpvragen om namens uw vriend(in) op te treden adviseer ik te weerstaan. Uw hulpvragende vriend(in) aanhoren, voeden, stimuleren of een concept voor hem schrijven lijkt mij allemaal geen kwaad kunnen, maar blijf steeds een beroep doen op zijn handelingsbekwaamheid. Het onderliggende van elk probleem lijkt in feite alleen op te lossen door de probleemeigenaar en niet door u. Het zou best kunnen dat uw vriend(in) u enkele keren vriendelijk bedankt voor uw optreden namens hem, maar er komt een moment dat hij zich ook door u miskend en in de steek gelaten voelt. Dat moment is dichtbij wanneer achteraf blijkt dat uw optreden geen succes, maar nadeel oogstte.
Natuurlijk zult u, naarmate u toegankelijker voor uw vriend(in) bent, meer hinder van hem ervaren als hij zich ook door u – terecht of onterecht – in de steek gelaten voelt. Ik adviseer dit ongemak voor lief te nemen en over te gaan tot de orde van de dag.
Jouw onvoorspelbare partner
Een liefdesrelatie met een OP zal zonnige kanten hebben. Geen dagenlang aanhoudende druilerige regens en geen aanhoudende bewolkte periodes met toch best een aangename temperatuur. Het is aangenaam zonnig, het sneeuwt grote vlokken met een ijzige wind, het stortregent of het stormt.
In een liefdesrelatie met een OP adviseer ik met aandacht uw onafhankelijkheid te behouden. Volgens mij zou dat in elke relatie belangrijk zijn, maar in relaties met een OP zeker. Een eigen sociale kring van mensen om u heen, eigen hobby’s en als het even kan een eigen huis. Laat (het goede van) uw relatie met een OP iets extra’s zijn boven op uw eigen leven dat eveneens zoveel mogelijk compleet en op orde is. Richt, met andere woorden, uw leven zoveel als mogelijk in alsof u alleenstaand bent. Houd waar mogelijk rekening met de noden en wensen van uw partner. Bedenk dat in uw relatie niet altijd sprake kàn zijn van wederkerigheid. Stel wel regelmatig uzelf en uw partner de vraag op welke gebieden hij rekening met u houdt?
Vanwaar dit advies? Voor intimiteit is vertrouwen nodig. Om vertrouwen te krijgen en te geven is het voor beiden nodig zich kwetsbaar te kunnen opstellen. Dat vraagt van beiden het kunnen uitstellen van boosheid, ongeduldigheid en het uiten van ongenoegens. Vertrouwen is heilig voor intimiteit. Eigenschappen die voor het krijgen en behouden van vertrouwen nodig zijn, zijn :
· u te accepteren zoals u bent
· u niet belachelijk te maken, te kwetsen of te verraden
· betrouwbaar te zijn en stabiel
· eerlijk te zijn en oprecht
· uw grenzen te respecteren
· u de ruimte bieden te vertellen wat u werkelijk denkt en voelt, zonder dat dit tot onaangename situaties leidt
· niet van u te verwachten geen fouten te maken
· u een veilig gevoel te geven
Een OP kan, hoe graag hij dit ook zou willen, dit alles lang niet altijd bieden. Misschien een paar dagen, maar als de spanning te hoog oploopt weer even niet.
Vandaar: spreek met uw partner vaste tijdstippen in de week af waarop u samen bent, bijvoorbeeld ’s avonds bij het afsluiten van de dag na alle dagelijkse beslommeringen, een zater- of zondag. Op die tijdstippen kunt u samen kwaliteitstijd met elkaar delen. Een dagelijks of wekelijks vast moment waarop u samen bent, biedt beiden de mogelijkheid om zowel beiden uw eigen leven te leiden en uw liefde en beslommeringen te delen.
Omdat OPs in een eigen wereld leven, waarvan zij vaak regelmatig problematische gevolgen ondervinden, lijkt het van belang in het achterhoofd rekening te houden met verborgen agenda’s. OPs zijn ‘overlevers’ en hoewel vanwege impulsieve ingevingen soms op dat vlak onvoorspelbaar, tegelijk kunnen zij om te overleven lange termijndoelen nastreven. U doet er volgens mij goed aan zich te realiseren dat u de echte noden van uw partner net zo min kent als hij ze van zichzelf kent. En iemand die dagelijks intensief bezig is met overleven zal zelfs scenario’s bedenken om ook u te kunnen overleven.
Ik vermoed niet dat OPs zich ervan bewust zijn dat zij een verborgen agenda hebben. Zij zullen dit zien als een normaal en helaas broodnodige zorg voor zichzelf. Hun agenda’s, hun bekende en de verborgen plannen, behoren bij hun grillige, onaangename eigen werkelijkheid, die nu eenmaal tot op zekere hoogte voor mensen in hun omgeving los staat van elke realiteit.
Ik vermoed dat voor OPs bepaalde uitzonderlijke gedragingen zo vanzelfsprekend zijn dat ze er niet aan denken daarover met anderen te kunnen communiceren, zoals anderen ook niet of nauwelijks kunnen communiceren over vanzelfsprekendheden. We bespreken met elkaar de uitzonderingen.
Het kan bijvoorbeeld voor een OP vanzelfsprekend zijn een financiële buffer op te bouwen voor tijden van tegenslag. Bij alles wat u over elkaars en de gemeenschappelijke geldzaken bespreekt, kan het zijn dat de opbouw van deze buffer onbesproken blijft, terwijl bij u de indruk gewekt wordt dat uw partner niet of nauwelijks over geld beschikt. Enerzijds lijkt het me zinnig te proberen alles na te vragen en anderzijds, omdat alles navragen niet kan, lijkt het me verstandig zich er bij neer te leggen dat het gaat zoals het gaat. Ik vind wel van belang niets aan te nemen, niet voor de ander in te vullen en door te vragen. Wees u ervan bewust dat u zich niet kunt voorstellen wat er in het hoofd van uw partner omgaat.
Indien u samen de verantwoordelijkheid heeft over al dan niet gezamenlijke kinderen, houd de sfeer in huis dan extra luchtig en veilig voor de kinderen zelfs al zijn de kinderen uitwonend. Als er kinderen bij u en uw partner zijn, zorg voor een veilige, goede sfeer. Draag bij aan een sociale en fysieke veiligheid door iedereen met geduld en respect te behandelen. Als natuurlijke ouder van uw kind(eren) adviseer ik met klem u te realiseren dat zij slechts twee ouders heeft (hebben) waarvan u er één bent. Uw kinderen zullen u extra hard nodig hebben, omdat uw OP-partner ook voor uw kinderen regelmatig onvoorspelbaar zal reageren. U hoeft zich niet plaatsvervangend voor uw partner te schamen. Uw kinderen hebben uw partner nodig zoals hij is en u zoals u bent.
Voor kinderen is het belangrijk wanneer hun ouders opbouwend met elkaar communiceren. Probeer daarom duidelijke afspraken te maken over de wijze van communiceren, wanneer dat opbouwend communiceren niet vanzelf gaat. Leer samen van eventuele voor de kinderen nadelige communicatiewisselingen om tot verbetering te komen; liefst zonder elkaar verwijten te maken. Volgens mij rust op de niet-onvoorspelbare ouder een extra druk, omdat voornamelijk deze ouder flexibeler zal kunnen reageren op calamiteiten. Deze ouder kan het gevoel hebben dat zijn partner het hem onnodig moeilijk maakt om deze rol goed te vervullen, maar zoals hiervoor meermaals is toegelicht: de OP-ouder zou waarschijnlijk wel willen maar niet kunnen.
Bovendien kan de niet-OP-ouder het gevoel krijgen dat de andere ouder het vertrouwen van de kinderen in hem al dan niet bewust ondermijnt. Mocht dat met u het geval zijn, laat u dan niet van de wijs brengen en blijf doen wat u goeddunkt. Maak er zeker in het bijzijn van de kinderen geen ruzie over.
Het zal af en toe voorkomen dat een OP-ouder zich kwalijk over u uitlaat in het bijzijn van kinderen. De andere ouder adviseer ik daarop zakelijk en in uw eigen stijl met zachtheid te reageren. Maak ergernissen daarover niet groter dan zij zijn. Uiteindelijk is elke bewering over u deels gewoon waar en deels niet waar. U en uw partner zullen uw kinderen moeten voorleven hoe om te gaan met allerlei gebeurtenissen in het leven. Dus hoe gekrenkt u zich ook voelt, grijp uw kans en laat de kinderen zien hoe uitstekend u daarmee omgaat; niet vanuit de weerstand, maar vanuit uw hart. Toon respect voor uzelf, voor uw partner en voor de kinderen. Wees eerlijk zonder bot of respectloos te worden.
Wat geldt voor uitspraken over u in het bijzijn van kinderen, geldt naar mijn mening ook voor uitspraken over u in het bijzijn van uw familieleden, vrienden, kennissen en buren. Probeer ook daarop zakelijk in uw eigen stijl te reageren en maak ook in deze situaties ergernissen niet groter dan zij zijn. Houd vast aan wie u bent en blijf u gedragen zoals u zich wilt gedragen. Laat u niet verleiden tot nukkigheid, bozigheid of verbale of fysieke agressie. Een liefdesrelatie met een OP kost nu eenmaal hopen energie en dat zal de relatie wel waard zijn, anders zou die verbroken worden.
Neem alle tijd om onder vier ogen onwelgevallige uitspraken met uw partner te bespreken. Vraag waarom hij die uitspraken deed, wat ermee bedoeld was en of hij een idee heeft hoe dat voor u is dat hij die uitspraken deed. Hier is het de kunst uw vragen zo te stellen dat u kunt achterhalen wat er in uw partner omging. Het moet er feitelijk niet om gaan uw partner te corrigeren. Wanneer u echte aandacht en interesse toont in zijn beweegredenen biedt dat hem wellicht een veilige sfeer om zichzelf af te vragen wat hem ertoe bracht om de onwelgevallige opmerkingen over u te maken. Pas als de ander zich veilig voelt, kan hij daarover gemakkelijker emoties en gevoelens met u delen. Elke keer dat u over dergelijke gedane uitspraken met uw partner praat, zal dit van beiden veel vragen.
Realiseert u zich dat uw partner elke dag opnieuw vertrouwen moet winnen. Voor een OP is het niet zo dat hij, zoals anderen, dagelijks voortbouwt op zijn verleden. Een OP begint steeds weer opnieuw. Hij kan niet anders en dat is voor uw partner een deel van zijn probleem.
Probeer zoveel als mogelijk relationele problemen bespreekbaar en hanteerbaar te houden door er ook over te praten met vertrouwelingen en uw gedachten op te schrijven. Houd uw bevindingen bij in een dagboek en bespreek ze met familie en vrienden. Neem naast uw liefdesrelatie voldoende tijd voor u zelf door te sporten, aan een hobby te werken en met het onderhouden van uw sociale netwerk.
Kinderen met een onvoorspelbare ex van jouw ex-partner
Wanneer je partner kinderen heeft met een onvoorspelbare ex-partner is de kans groot dat de nieuwe relatie of het nieuw gevormde gezin zwaar onder de druk komt te staan van de omgang met deze ex. Met name vrouwen, die een partner hebben met kinderen van een onvoorspelbare ex-vrouw, zullen het moeten ontgelden. Hoewel zij hun partner zullen proberen te ondersteunen, zal de strijd tussen de ex en hun partner het samenleven regelmatig zuur maken.
Mijn ex is een rechtszaak tegen mij begonnen, vertelt een vader van een 10-jarig jongetje. Het gaat om de omgangsregeling die we getroffen hebben. Daar staat in dat ik mijn zoon op dinsdag van school haal. Omdat mijn nieuwe partner dat een maand gelden deed, vindt mijn ex dat ik onze omgangsregeling niet goed naleef. Nu wil zij dat ik mijn kind niet meer te zien krijg.
Doordat deze vrouwen zien hoe hun partner lijdt, worden ze meegezogen in een moeras. Bovendien levert de omgang met een onvoorspelbare ex-partner heel wat weinig vruchtbare stof tot nadenken over onoplosbare problemen. En in dat laatste schuilt een advies in het omgaan voor deze problematiek. Partners, die partners hebben met kinderen van een OP-ex-partner, adviseer ik juist enigszins afstand te houden van de problemen van hun partner, uit het moeras te blijven, en goed voor zichzelf te blijven zorgen.
Wat als u zelf zo’n onvoorspelbaar mens bent?
Wanneer u zelf een OP bent, zoals de term in deze gids wordt gebruikt, dan zult u ervaren dat u een zwaar leven hebt. Los van de eigenschappen zoals beschreven in hoofdstuk 1 staat u er in uw beleving vaak alleen voor en steeds weer stelt een familielid, vriend(in) of collega u teleur. Om contact te houden met uw vertrouwelingen voelt u zich daarom soms genoodzaakt een deel van uw gevoel niet te laten zien aan anderen. U beseft als geen ander dat uw huidige vertrouwelingen in uw leven passanten zijn.
Voor u heb ik twee adviezen. Neem de tijd om te voelen en als dat onvoldoende helpt, raad ik u aan om u te laten coachen door een deskundige op het gebied van PRI (Past Reality Integration) of borderline. Het nemen van tijd om te voelen vraagt veel moed omdat uw gevoelens u verdrietig of angstig kunnen maken. En dan is het nog maar de vraag of het u lukt, wanneer u uw gevoelens toelaat, om na het voelen daarover rust te hervinden.
Toch biedt uw vermoedelijke neiging weg te vluchten van uw gevoelens door voortdurend afleiding te zoeken in werk, huishoudelijk werk, zich beklagen of het aangaan van conflicten telkens alleen op de heel korte termijn succes. En uw neiging om weg te vluchten van uw gevoelens in kunst, liefde, genegenheid of gelukkig zijn biedt ook slechts succes voor het moment.
Met het nemen van tijd om te voelen, bedoel ik niet alleen erover te praten. Wanneer u behoefte heeft uw gevoelens te bespreken kunt u dat doen, maar ik bedoel ook niet praten en wel voelen: in stilte onderzoeken waar uw nare of prettige gevoelens vandaan komen.
· Wat heeft u precies waargenomen en welk gevoel gaf dat bij u?
· Hoe zit die relatie precies tussen wat u waarnam en wat u daarbij voelde?
· Komt uw gevoel werkelijk door wat u waargenomen heeft of heeft uw gevoel een andere, misschien wel dieper liggende oorzaak?
· Wanneer u dit doorvoelt, kunt u zich afvragen wat uw behoeften op dat moment zijn?
Deze gevoelens registreren en deze behoefte erkennen geeft u de mogelijkheid om uw gemoedsrust te hervinden. In de volgende paragraaf, “Yoga en meditatie/stil zitten”, wordt nader ingegaan op ontspanningstechnieken.
Yoga en meditatie/stil zitten
Yoga
Jnana yoga is de yoga van het onderscheiden, de filosofische yoga, waarbij ons duidelijk gemaakt wordt dat we niet allerlei voorbijtrekkende voorstellingen zijn zoals: “Ik ben een persoonlijkheid”, maar alleen dat zijn wat nooit van ons te scheiden valt: bewust tegenwoordig en waarnemer van tijdelijke verschijnselen. Alleen deze yoga leidt tot blijvende bevrijding of blijvende ‘verlichting’; de andere yoga-vormen zijn hierop voorbereidend.
Veel van wat we doen is geïnspireerd door angst, misschien wel 90% van ons leven. Zo’n angst kan redelijk zijn, maar duidt meestal op de immens diepe onzekerheid aan de wortel van onze gevoelens. Het enige dat ons tegen onze angsten helpt, is ons hart te openen. Dat brengt, wanneer we daartoe in staat zijn, aanzienlijke vermindering van spanningen, die we vaak zo gewend zijn te dragen dat we ze niet als spanning herkennen.
Wanneer we met intellect levensproblemen willen oplossen, spannen we een muis als trekdier voor een boerenkar. Het probleemgedeelte in voor ons onaanvaardbare situaties ligt nagenoeg altijd in ons gevoel; nooit in de eerste plaats in het denken. Gevoelens zijn eindeloos veel sterker dan gedachten.
Met het bespreken van onze moeilijkheden kunnen we veel van andere mensen leren, of van de wal in de sloot geholpen worden. In veel gesprekken en therapie-situaties zal geprobeerd worden een ‘bibberend ik’ in te wisselen voor een ‘dapper ik’. Echter, naarmate we dieper zoeken, wordt het moeilijker de juiste woorden te vinden, laat staan de juiste oplossingen. Het enige dat uiteindelijk zal overblijven is een waar-contact opnemen met het probleem door het te voelen, het te beleven of te herbeleven. Dit is onplezierig en voelt vaak zelfs bedreigend, maar alleen wanneer we juist met onze angst rondom een levensprobleem contact maken en het akelige gevoel toestaan zich ‘aan ons te vertonen’, kunnen we het essentiële probleemgedeelte oplossen.
De kern van onze levensproblemen wordt nagenoeg nooit door andere geschapen, maar het betreft altijd onze eigen zwakke plek, onze eigen afweer, die we voor het vinden van blijvende rust, balans en geluk zouden moeten afbreken.
Elk ‘ik’ of ego op zichzelf is een gigantisch afweersysteem. Wanneer wij problemen hebben, zullen we die nooit kunnen vinden voor een afweersysteem. Toch zijn veel oplossingen, die we elkaar aanbieden, precies daarop gericht; op het verlichten van ons lijden. De juiste oplossing voor onze levensproblemen is daarentegen altijd het doen verdwijnen van dit afweersysteem; nooit het voortleven daarvan in een comfortabeler situatie.
Wat ertoe doet is met alle helderheid nota te nemen van de reacties die in ons zijn opgetreden toen we emotioneel werden; bang, boos of bedroefd.
Waar in het lichaam traden reacties op?
Wat voelde ik precies aan emoties?
Het is niet zo belangrijk om op de laatste vraag de juiste woorden te vinden. Een intellectueel etiketje plakken op gevoelens is niet het eindpunt van de zoektocht; dat zou slechts een nieuwe vorm van afweer zijn. Ook het vinden van ‘de bron van het kwaad’ biedt geen oplossing; het gaat erom te ont-dekken wat wij met onszelf deden toen we geconfronteerd werden met de bron van het kwaad. Het gaat er om de nare emotionele gevoelens te ervaren en daarmee contact te maken.
Welke eigen reacties werden wij ons bewust op het ogenblik dat ze zich voordeden?
Of, als bovenstaande nog niet kan, zo spoedig mogelijk na de pijnlijke situatie?
Dat gevoel kan ons geleidelijk meenemen naar het hart van ons levensprobleem zonder de noodzaak van woorden en etiketten. De wonderbaarlijke ontwikkeling, die zich dan geleidelijk aan – soms zelfs onmiddellijk – voltrekt, is dat de muur van afweermechanismen ons verlaat. Pas dan kunnen we contact maken met onze ware natuur en ervaren wat ons te doen staat met onze levensproblemen.
Tot zover over enkele inzichten binnen de Jnana yoga. Een voor u passende vorm van yoga al naar gelang u in staat bent tot het maken van contact met uw angsten, voor zover die voortkomen uit een diepe onzekerheid, biedt soelaas voor het omgaan met stress.
Soto
Ook door zwijgend stil te zitten zou u tijd kunnen nemen om te voelen. Voor de meeste mensen is dit echter niet haalbaar zonder oefening. Van dit stil zitten worden veel mensen eerst onrustig en krijgen een aandrang om andere dingen te gaan doen. Degenen die de onrust kunnen ‘toestaan’ en ‘beschouwen’ en zich niet laten verleiden andere dingen te gaan doen kan dit ook een heilzame techniek zijn om bij de wortel van onze gevoelens te komen. Het is een techniek die onder meer in Soto toegepast wordt; een vorm van zittende meditatie waarbij de beoefenaar de aandacht losjes gericht houdt op de ademhaling, zonder zich te forceren. Dit is een van de drie stromingen binnen het Zen in het Japans boeddhisme.
Soto legt de nadruk op het beoefenen van Shikantaza ; het doen van een activiteit in ons leven omwille van die activiteit. Het betekent dat wanneer we stil gaan zitten dat we met heel ons hart gaan stilzitten om stil te zitten, en om niets meer of minder. Zeker niet om te mediteren of om bijvoorbeeld problemen op te lossen. Toch boort het stilzitten bij beoefenaars na verloop van tijd vaak een innerlijke rust aan, die weldadig voelt; die inzicht kan geven in wat van onze gedachten ‘ruis’ is en wat relevant. Het kan kracht geven om in het ‘nu’ te leven. Wanneer we in staat zijn het heden te ervaren voor wat het werkelijk is, dan is dat meestal verrassend onbelast.
Stil zitten, volgens mij vanwege bovenstaande een betere term dan ‘meditatie’ omdat het de handeling aangeeft die we kunnen doen op basis van Soto, of Soto-Zen wordt net als yoga beoefend om bevrijd te raken van lijden, door het realiseren van een kalme, wakkere geest die niet wordt gehinderd door hevige emoties en illusies. Ik noem het een ‘wekelijkse vakantie in mijn hoofd’.
· Zoek daartoe een zo rustig mogelijke plek en demp daar het licht.
· Zoek een fijne ontspannen, rechte houding om actief te zitten, waarbij u zo min mogelijk contact maakt afleidingen in uw omgeving. Voor een televisie zitten heeft niet zoveel zin. Zelf zet ik me vaak voor een schilderij of Boeddhabeeld. Probeer op stevige kussens of een bankje zo te zitten zodat alleen uw zitbeentjes en voeten de ondergrond raken. Leg de handen met de rug naar beneden zo op uw schoot dat zij geen of nauwelijks contact met uw lichaam maken.
· Zet eerst eens op 3 minuten, dan op zoveel meer als u aankunt en uiteindelijk op 25 minuten en blijf comfortabel stil zitten totdat de wekker aangeeft dat de tijd verstreken is. Rek en strek dan al uw spieren en herhaal het stilzitten eventueel 3 keer.
Ervaren wat een onvoorspelbaar iemand dagelijks beleeft
Om te ervaren wat een OP dagelijks beleeft, is deze ervaringsoefening opgenomen. De oefening duurt acht weken, met voor elke week een huiswerkopdracht. De eerste vijf weken vragen om een dagelijkse te herhalen oefening, daarna vergt de oefening minder tijd.
Neem de oefening, voor u eraan begint, helemaal door.
Week 1
Schaf een dik schrift aan en ga elke dag met het schrift aan de eettafel zitten. Denk terug aan de keren dat u zich, terwijl anderen er getuigen van waren, vernederd of beschaamd voelde. Begin bewust vanaf uw allereerste herinneringen op school of bij vriendjes en vriendinnetjes. Schrijf die herinneringen op, met uitzondering van de keren dat dit gebeurde in het gezin waarin u opgroeide.
Week 2
Houd vol elke dag met uw schrift aan tafel te gaan zitten. Ga vanaf uw eerste herinneringen uw leven na en probeer links in het schrift de situaties op te schrijven waarop een van uw gezinsleden iets deed of zei dat u kwetste. Schrijf rechts op de gevoelens die u door in die situaties te verkeren had.
Doe vervolgens hetzelfde voor al uw liefdesrelaties en vriendschappen.
Week 3
Houd vol elke dag met uw schrift aan tafel te gaan zitten. Denk deze week terug aan de momenten dat u woedend geweest bent op iemand anders dan uzelf. Beschrijf die boze buien. Wees volledig; schrijf er zelfs bij wanneer u iemand geweld aan wilde doen.
Week 4
Houd nog steeds vol elke dag met uw schrift aan tafel te gaan zitten. Concentreer u deze week op de volgende twee vragen:
- Heeft u ooit het gevoel gehad dat u dood wilde zijn; echt dood?
- Zijn er aspecten in uw leven waarop u geen controle hebt, zoals moeten afvallen, teveel eten, alles eraan doen om seks te hebben of een onbedwingbare kooplust? Of iets anders waarover u geen controle heeft?
- Maak een volledige lijst van eigenschappen, die u van zichzelf haat.
Week 5
Houd nog steeds vol elke dag met uw schrift aan tafel te gaan zitten. Schrijf deze week alle momenten op dat u andere mensen gekwetst hebt. Schrijf ook de voorvallen op dat u eventueel een kind onterecht hebt gestraft of de belofte aan een kind hebt gebroken.
Week 6
Inmiddels zult u een heel dossier hebben opgebouwd. Neem deze week al uw aantekeningen nauwgezet door met de volgende opdracht:
Bedenk voor elk voorval iets dat of iemand die u daarvan de schuld zou kunnen geven. Prent uzelf in: “Het was niet mijn schuld! Het was zijn (of haar) schuld!”
Ervaar de opluchting die deze oefening u oplevert.
Herhaal deze oefening later in de week nog eens en werp met kracht alle schuld eventuele van u af. Mocht dit lastig zijn, bedenk dan dat de ander het er zelf naar gemaakt heeft dat hij (of zij) door u werd gekwetst.
Beschrijf van de gebeurtenissen hoe alle anderen faalden en beloon uzelf na afloop van deze oefening, want u treft geen blaam.
Week 7
Deze week neemt u weer uw aantekeningen door, maar nu geeft u zichzelf de schuld van elke pijnlijke gebeurtenis. Als u bijvoorbeeld gekwetst bent geweest omdat iemand een afspraak met u niet is nagekomen, bedenkt u dat dit uw schuld is. Of eigenlijk dat u het helemaal niet waard bent om rekening mee te houden. Zo neemt u uw schift door en u vult uw aantekeningen aan met deze akelige eigenschappen van u.
Week 8
Neem er deze week een paar uur voor om alles wat u in uw schift opgeschreven hebt in te prenten. Sla zoveel mogelijk van uw aantekening uit uw schrift op in uw geheugen. Ook als uw aantekeningen elkaar tegenspreken neemt u beide kanten van uw verhaal zo goed mogelijk in je op.
De meeste mensen die dit doen kunnen na deze oefening aan niets anders meer denken. Het hoort er bij dat iemand na deze oefening niet meer goed kan functioneren. Intens verdriet is ook een normale reactie op deze oefening.
Evaluatie
Dit was de laatste oefening die u, als u alle oefeningen hebt uitgevoerd, een idee geeft hoe OPs de wereld en hun plek daarin ervaren.
Overigens heeft Randi Kreger deze huiswerkoefening om u te verplaatsen in mensen die onvoorspelbaar zijn, opgesteld om empathie te bevorderen voor mensen met de persoonlijkheidsstoornis borderline.
Mocht u al een schrift gekocht hebben, gebruik het dan niet voor deze oefening. Het doorlezen van de oefening zal vast al voldoende zijn om zich te verbeelden hoe het is uur in uur uit extreme, tegenstrijdige gevoelens te ervaren over een vermeend genegeerd worden, het missen van een bus, een ongevraagd advies, een niet prettige reactie op een vraag en al die andere levensgebeurtenissen die iedereen bij tijd en wijle wel eens te incasseren heeft.
Vragenlijsten
Het omgaan met OPs vraagt veel van iemand. Er zijn mensen die OPs al snel uit de weg zullen gaan omdat zij zo onvoorspelbaar zijn. Andere mensen voelen zich juist wel aangetrokken tot dat onvoorspelbare. Om inzicht te krijgen in de bewuste en onbewuste drijfveren om te gaan met OPs, beantwoordt u voor uzelf de volgende vragen. Vraag 8 kunt u over meerdere dagen spreiden. Beantwoorden van de resterende vragen, met uitzondering van de laatste, neemt ongeveer een half uur in beslag.
Deze vragen zijn bedoeld om in het kader van deze gids een afdoend zelfbeeld te creëren. De eerste 7 vragen zijn ontleend aan “De borderline-gids” van Randi Kreger. Dat betekent geenszins dat bij de mensen waarover deze gids gaat zo’n diagnose gesteld is. Ik begin slechts met deze vragen omdat de onvoorspelbaarheid van de mensen, waarover deze gids gaat, overeenkomen met de onvoorspelbaarheid van mensen met een emotie-regulatiestoornis of een borderline-stoornis.
Gaat u om met een OP?
- Ziet iemand, waar u intensief mee omgaat, u als één van de twee tegenpolen: of als een boosaardige persoon die nooit van hem heeft gehouden of als een bron van fantastische, onvoorwaardelijke liefde?
- Brengt deze persoon u regelmatig in situaties waarin u zich niet goed kunt verdedigen en levert het alleen maar kritiek op als u probeert hem uit te leggen dat zijn mening haaks staat op wat hij eerder zei?
- Verwijt deze persoon u regelmatig schuldig te zijn aan zijn lijden, wanhoop of verdriet en bent u zodoende het mikpunt van voortdurende kritiek?
- Zijn er perioden waarin alles tussen u en deze persoon normaal lijkt en u geen kwaad kunt doen, zelfs geïdealiseerd wordt, totdat het plotseling om voor u onduidelijke redenen tussen die persoon en u helemaal mis gaat?
- Wanneer deze persoon kwaad is, kan die boosheid dan uitlopen op een in uw ervaring meedogenloze, nietsontziende, verbijsterende aanval op u?
- Verdenkt u deze persoon ervan gebruik te maken van uw angst, uw plichtsbesef of schuldgevoel om zijn zin te krijgen en voelt u zich zelfs zodanig door hem gemanipuleerd dat u hem niet meer helemaal vertrouwt?
- Begint u door toedoen van deze persoon te twijfelen aan uw eigen realiteitszin en tasten de aanhoudende blootstelling aan zijn gevoeligheid en de toenemende afstand die u tussen uw familie en vrienden ervaart uw gevoelens van geborgenheid aan?
Indien u tot hiertoe een aantal vragen bevestigend beantwoord heeft, heeft u waarschijnlijk wel te maken met een OP in uw leven. Het beantwoorden van de vragen 8 tot en met 20 is dan extra belangrijk. Neem voor de eerste vraag, vraag 8, enkele dagen de tijd.
U gaat (waarschijnlijk om met een OP; wat zegt dit over u?
- Maak een lijstje met welke mensen waarmee u tot nu toe wat intenser dan vrijblijvend bent omgegaan (familie, vrienden, collega’s, sport, hobby)?
- Per persoon: welke rol speelde u het vaakst, welke minder vaak en welke nooit?
Bijvoorbeeld die van
bruggenbouwer (rustig, geloofwaardig, te vertrouwen, flexibel, congruent & integer),
afleider (spontaan, plezierig & irrelevant bezig),
bedenker (meedenkend, uitzoekend en oplossend),
begeleider (aandachtig, communicerend en afspraken makend),
belangenbehartiger (luisterend, openhartig en organiserend),
beredeneerder (rationeel, verklarend & toelichtend),
beroepsbeoefenaar (aanmoedigend, geïnformeerd en delegerend),
berisper (leidend, dominant & pratend over schuld),
samenwerker (vragend, afstemmend, helpend en overleggend),
verzoener (meningloos, faalangstig & harmonieus), of
nog andere rollen. - Welke rol past u het best?
- Hoe bent u tot nu toe omgegaan met teleurstelling?
- Hoe bent u tot nu toe omgegaan met tegenslag?
- Hoe bent u tot nu toe omgegaan met desillusie?
- Hoe bent u tot nu toe omgegaan met ziekte?
- Hoe bent u tot nu toe omgegaan met afscheid?
- Hoe bent u tot nu toe omgegaan met geestespijn?
- Bovenstaand overziend: Welk script heeft u: dat van de winnaar / de niet-winnaar / of de verliezer?
- Hoe handelt u in contacten met anderen? Meestal als een kind, een volwassene of als een ouder?
- Beschrijf in een korte tekst voor u zelf wie u bent nadat u uw antwoorden op bovenstaande vragen heeft overzien: Mijn naam is … en ik ben … .
Om na te gaan of u zichzelf onmisbaar vindt zijn de volgende vragen opgenomen:
- Voelt u zich verantwoordelijk voor wat andere mensen voelen, denken en doen?
- Wanneer iemand u over zijn probleem vertelt, voelt u zich dan verplicht hem te helpen dat probleem op te lossen?
- Slikt u uw woede in om conflicten te vermijden?
- Vindt u ontvangen moeilijker dan geven?
- Geniet u – als u eerlijk tegenover uzelf bent – meer van het leven tijdens een interpersoonlijke crisis dan wanneer uw leven gladjes en harmonieus verloopt?
- Heeft u niet gekozen voor partners met een soepel verlopend leven omdat u dat gaat vervelen?
- Zeggen mensen wel eens tegen u dat u een engelengeduld heeft omdat u het met bepaalde mensen uithoudt?
- Voelt u zich gestreeld wanneer mensen denken dat u een engelengeduld heeft?
- Is het aantrekkelijker zich te concentreren op problemen van anderen, dan op de moeilijkheden in uw eigen leven?
Vertoont u ontwijkend gedrag
- Heeft u er last van wanneer anderen een duidelijk beeld hebben over wie u bent?
- Is uw leven nu zoals u het graag wilt hebben?
- Is er iets in uw leven waaraan u aandacht zou moeten schenken, wat nu niet lukt omdat u in beslag genomen wordt door uw contacten of andere drukte?
- Hoeveel tijd besteedt u aan het piekeren over een bepaalde relatie?
- Wat zou u met die tijd gedaan hebben, wanneer die relatie op rolletjes liep?
Wat te doen bij een laag zelfbeeld
Voor mensen die bescheiden over zichzelf denken, kan een psychologisch mechanisme actief zijn, waarbij deze mensen hun sterke punten verdringen.
1ste activiteit
Begin eens met op te schrijven welke complimenten mensen, die belangrijk voor u zijn of zijn geweest, u gegeven hebben. Maak deze complimentenlijst zo volledig als mogelijk, zodat alle complimenten die u in de loop van uw leven gekregen hebt op de lijst staan. Wat vertelden mensen u erover wat zij waardevol aan u vinden?
Wanneer u deze lijst voltooid hebt, begint u aan de tweede activiteit.
2de activiteit
Vraag aan mensen, die nu voor u belangrijk zijn, wat zij waardevol aan u vinden, omdat u bezig bent met een zelfonderzoek. Maak ook deze lijst weer zo volledig als mogelijk.
Wanneer u deze lijst voltooid hebt, begint u aan de derde activiteit.
3de activiteit
Nu vraagt u aan uzelf wat u waardevol van uzelf vindt, wat u aan uzelf waardeert en wat u leuk vindt van uzelf.
Wanneer u deze lijst voltooid hebt, begint u aan de rest van uw leven, waarbij u uw zelfwaardering laat leiden door uw inzet, of uw oprechte trots over wat u voor uzelf of voor een ander gedaan heeft. Het doet er daarbij niet toe hoe die ander dat waardeerde en ongeacht het positieve of negatieve effect van uw inzet.
Een eventueel 4de activiteit
Het is voor ieder mens belangrijk om te leren vertrouwen op eigen waarnemingen. Eventueel is professionele hulp nodig om die klus te klaren, zodat het een tweede natuur wordt om dat te gaan doen. Schroom niet en zoek die hulp indien nodig. Uw zelfbeeld zal er alleen realistischer van worden.
Aandachtspunten voor het inroepen van hulp door een professionele hulpverlener
Bij het benaderen van een onbekende professionele behandelaar kunt u eraan denken de volgende vragen te stellen voor u met hem in zee gaat:
ü Aannamebeleid nieuwe patiënten
ü Tarief
ü Vergoeding door zorgverzekeraar
ü Bereikbaarheid, ook buiten kantooruren
ü Vervanging indien onbereikbaar
ü Haar of zijn opleiding en specialisatie (hecht hieraan niet overmatig veel waarde)
ü Specifieke opleiding of specialisatie gericht op cliënt (cultuur, leeftijd, …)
ü Aansluiting bij een beroepsvereniging
ü Registratie bij het BIG-register
ü Opvatting over rol en stijl van werken
ü Opvattingen over stereotypen (vrouwen zijn boos, emotioneel, verongelijkt en slachtoffer; mannen zijn agressief, gewelddadig en dader)
ü Bepalen van voldoende zelfvertrouwen en openheid bij de professional
ü Bepalen van luisterend vermogen en vermogen tot confronteren
ü Bepalen van empathisch vermogen (inlevingsvermogen), flexibiliteit, geduld, ontspanning en ontlading (humor)
ü Ideeën over de behandeling
ü Ideeën over de plaats van diagnoses in de behandeling en behandelplannen
ü Mogelijkheden voor eventuele samenwerking met andere behandelaars indien wenselijk
ü Ideeën over medicatie
ü Ervaring met mensen als u (of uw cliënt), en zo ja wat voor beleving geldt daarbij
ü Voor u relevante literatuur bijgehouden (om te achterhalen of behandelaar wel op de hoogte is van de meest actuele effectieve mogelijkheden om u of uw cliënt te behandelen)
ü Ervaring met aanverwante behandelingen (gezinnen, relaties, andere ziektebeelden voor zover voor u relevant)
ü Ideeën over perspectieven
Bedenk, wanneer u contact opneemt met een professioneel behandelaar,
- wat de kern is van de problemen waarvoor u hulp inroept zijn en
- wat belangrijk is over uw gezondheid en behandelwensen, de gezondheid van uw ouders en psychologische of psychiatrische problemen binnen uw familiegeschiedenis, uw ontwikkelingsgeschiedenis, uw relaties met collega’s, vrienden en familie en uw functioneren in het algemeen.
Samengevat uit de Borderlinegids van Randi Kreger
Met name in de omgang met onvoorspelbare mensen adviseert Randi Kreger:
- Zorg goed voor jezelf
- Zoek uit, indien van toepassing, waardoor u het gevoel heeft klem te zitten
- Kom op voor uw gevoelens en behoeften
- Stel liefdevol grenzen
- Bekrachtig positief gedrag
Nawoord
Bedankjes
Geraadpleegde bronnen
Amerongen, Henri van “Overdracht en tegenoverdracht” (2003) door Henri van Amerongen via http://www.dare2bu.nl/overdracht-en-tegenoverdracht.html
Bales, Dawn, Nicole van Beek & Anthony Bateman (2009) ‘Mentalization-based treatment voor mensen met een borderline stoornis’ in E.H.M. Eurelings et al. (2009) “Handboek persoonlijkheidspathologie”; Uitgeverij Bohn Staffleu van Loghum in Houten
Bateman, Anthony en Peter Fonagy (2007) “Mentaliseren bij de borderlinepersoonlijkheidsstoornis; Praktische gids voor hulpverleners in de ggz” Uitgeverij Bohn, Stafleu van Loghum in Houten
Bosch, Ingeborg (2003) “Illusies”, Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen
Bosch, Wies van den (2005) “De borderline persoonlijkheidsstoornis: emotie, cognities en preoccupaties” in Journal Directieve Therapie jaargang (2005u), volume 25: 77 t/m 83, uitgegeven door Springer
Broersen, Sophie in NRC Handelsblad van 25 oktober 2007 “Onderzoek van hersenscans, Te weinig slaap maakt mens labiel”
Brunsting, Ralph, Gabriela Cytryn en Leonore Gerrits “Borderline persoonlijkheidsstoornis en opvoeding: een verantwoorde combinatie? In het tijdschrift ‘Kind en Adolescent Praktijk’ (8) 2 juni 2009: 74 -77
Cullberg, Johan (1988) “Moderne psychiatrie; Een psychodynamische benadering”, uitgeverij Ambo in Baarn
Corstens, Dirk & Arnoud Arntz in “De benadering van patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis in de schemagerichte cognitieve therapie” over de schemagerichte therapie van Young in Journal Directieve Therapie jaargang 2000 (maart 2000), volume 20: 107 t/m 114, uitgegeven door Springer
Dercksen, Adriane en Astrid Haven (2004) “Omgaan met psychische problemen”Uitgegeven door BOOM in Amsterdam
Derksen Rob via http://www.robderksen.nl/bewustwording/zie-de-mens-onder-het-label
Egan, Gerard (2009) “Deskundig hulpverlenen; Een model, methoden en vaardigheden”, Uitgeverij Van Gorcum in Assen
Fleury, Pieter (regisseur) “Ramses” (augustus 2004), Uitgever: A Film Distribution BV, A Film Benelux MSD B.V., A-film, met acteurs Liesbeth List, Louis van Dijk, Shireen Stroker, Joop Admiraal en Ramses Shaffy
Frankenhuis, Willem in ‘De oorsprong van de menselijke geest’ op http://www.ziedaar.nl/article.php?id=191
Gedo, John E. (1979) “Beyond Interpretation: Toward a Revised Theory for Psychoanalysis” Uitgegeven door International Universities Press inc. in New York
Genderen, Hannie van en Arnoud Arntz in “Schemagerichte cognitieve therapie bij borderline-persoonlijkheidsstoornis” (2007) Uitgeverij Nieuwerzijds te Amsterdam
Giesen-Bloo, J.H proefschrift: “Crossing borders: theory, assessment and treatment in borderline personality disorder” (2006) gepubliceerd door Universitaire Pers Maastricht en gedrukt door Datawyse in Maastricht
Giessen-Bloo, Josephine in “Leven met een borderline persoonlijkheidsstoornis” (2005) Uitgeverij Bohn Staffleu van Loghum in Houten
Goudswaard-De Vries, A. “Vrede met het verleden geeft hoop voor de toekomst” via https://sites.google.com/site/dlgnji4nl/programmas/conf08/1gou-nl
Guisinger, S. en S.J. Blatt (1994) “Individuality and relatedness; Evolutiona of a fundamental dialectic” in Gerard Egan (2009) “Deskundig hulpverlenen; Een model, methoden en vaardigheden”, Uitgeverij Van Gorcum in Assen
Hart, Onno van der (red) (1991 “Trauma, dissociatie en hypnose”, Uitgeverij Swets & Zeitlinger B.V. in Amsterdam/Lisse
Hauwaert, A. & G. Pieters in “Cognitieve gedragstherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis” Tijdschrift voor Psychiatrie 43 (2001) 1, 31 – 40
Havas, André (1999) in ‘D. Dawson en H.L. MacMillan (1993). Relationship management of the borderline patient’ in 2000: Tijdschrift voor psychotherapie [26] 2: Voor een fijne tango zijn er twee nodig. Een boekbespreking van Dawson met toegift
Hein, Marijke Ardendse (2004) “Psychodrama en transactionele analyse; Inzicht door (trans)actie. Groepspraktijk 2 Psychotherapie en groepen” in http://books.google.nl/books?id=KJEQOec_n90C&pg=PA142&lpg=PA142&dq=transactionele+analyse+winnaar&source=bl&ots=2WQWz2lbUn&sig=cf4tHOUoffK2ac2XHY-wtyfdusE&hl=en&sa=X&ei=lSOAUJPfB4n_4QSb7oGYCQ&ved=0CB8Q6AEwAA#v=onepage&q=transactionele%20analyse%20winnaar&f=false
Herman, Judith Lewis “Deel 14. Trauma en herstel” via http://mirat.plazilla.com/page/4295033817/deel-14-trauma-en-herstel-judith-lewis-herman.
Kaasenbroon. Ad, Duuk Sierink & Bert van Luyn (2002) “Ervaringen van behandelaars met patiënten die lijden aan een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis” In Psychopraxis (2002) 04: 146 – 151 Uitgegeven door Springer
Kaiser, Laura H.W.M. (2007) “Psychiatrie toegelicht”, uitgegegeven door Garant in Antwerpen/Apeldoorn
Karpman, Stephen in Fairy Tales and Script Drama Analysis. Transactional Analysis Bulletin Vol 7(26) pp 39-43, 1968 en op http://www.karpmandramatriangle.com/
Keers, Wolter, Jacques Lewensztain en Kumari Malavika “Yoga als kunst van het ontspannen” (1977) Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen
Kortmann, F. “Van neurose naar borderlinepathologie; gevolgen voor het klinisch behandelen” gezien vanuit de theorieën van Otto Kernberg door F. Kortmann in Tijdschrift voor psychiatrie 23 (1981) 3: 151 – 162
Kreger, Randi (2008) “The Essential Family Guide to Borderline Personality Disorder, New Tools and Techniques te Stop Walking on Eggshells”, naar het Nederlands vertaald door Biotekst/C. Sykora-Hendriks en uitgegeven als (2010) “De borderline-gids, Omgaan met een borderline-persoonlijkheidsstoornis”, Uitgeverij Nieuwerzijds in Amsterdam
Krishnamurtie 1895 – 1986 in “Waarheid is het leven zelf” Uitgeverij Synthese b.v., Rotterdam
Kundera, Milan de film en het boek The Unbearable Lightness of Being (In het Tsjechisch: Nesnesitelná lehkost bytí) (1984).
Luyn, Bert van in “Crisisinterventie bij borderline-patiënten”; Journal Directieve Therapie jaargang 2001 (maart 2001), volume 21: 136 t/m 146, uitgegeven door Springer
Maas, J.R.M. in ‘Bomen spreken’ (1975) Uitgeverij Contact, Amsterdam
Mason, Paul & Randi Kreger “Leven met een borderliner, een praktische gids” Uitgeverij Nieuwerzijds te Amsterdam
Meekeren, Erwin van (1998) “De Borderline stoornis “crisis in hechten en onthechten”” Uitgeverij Syn-Thesis in Amsterdam
Meekeren, Erwin van in “De regievoering in de behandeling van borderline patiënten; context en eenheid van behandeling” in Journal Directieve Therapie jaargang 2000 (maart 2000), volume 20: 100 t/m 106, uitgegeven door Springer
Meij, Hans van het Nederlands Jeugdinstituut in http://www.nji.nl/eCache/DEF/1/21/368.html
Meurs, Brigitte van in http://www.psychologiemagazine.nl/web/Artikelpagina/Verlangen-naar-erkenning.htm
Mill, John O’, “Rollicky rhymes in dutch and double dutch” 1957, Uitgeverij Andries Blitz, Laren
Oeser, Michael via http://www.hetwormgat.nl/dramadriehoek-1-over-het-hoe-en-wat/
Ornstein, P.H. (ED.) (1978) “The search for self; selected writings of H. Kohut” in “The psycholoanalyst in the community of scholars” via Gerard Egan (2009) “Deskundig hulpverlenen; Een model, methoden en vaardigheden”, Uitgeverij Van Gorcum in Assen
Pinto, Filipe via http://letras.mus.br/argentina-santos/1917928/
Prinsen, Herberd en Klaas Jan Terpstra in http://www.hpc.nu/media/publicaties/Artikel
Reedijk, J.S. (1992) “Psychiatrie”, uitgeversmaatschappij De Tijdstroom bv in Lochem/uitgeverij LEMMA bv in Utrecht
Rogers, C.R. (1980) “A way of being”in Gerard Egan (2009) “Deskundig hulpverlenen; Een model, methoden en vaardigheden”, Uitgeverij Van Gorcum in Assen
Tilburg, W. van, W van den Brink en A. Arntz (1998) “Behandelstrategieën bij de borderline persoonlijkheidsstoornis”, Uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum in Houten/Diegem
Treffers, Ph.D.A., M. Meijer in “Borderline- en schizotypische stoornis bij kinderen”, Tijdschrift voor Psychiatrie 31 (1989) 9: 562 – 573
Teunisse, R.J. in “Het verloop op lange termijn van de borderline-persoonlijkheidsstoornis” in Tijdschrift voor psychiatrie 32 (1990) 7: 473 t/m 485, De Tijdstroom uitgeverij in Utrecht
Visser, Joop; originele tekst, muziek en rechten via CD “Acht”
Wingen, Guido van over een onderzoek van het Nijmeegse Donders Instituut voor Brain, Cognition and Behaviour en het Amsterdamse Academisch Medisch Centrum in http://www.psy.nl/meer-nieuws/dossier/Artikel/het-brein-kan-goed-omgaan-met-langdurige-stress/
Walker, Anthony, Nederlandse vertaling Marjolijn Stoltenkamp (2003) “De borderline-dans” Uitgeverij Nieuwezijds te Amsterdam
Witteman, Henk in Het volwassen brein 2: ons drievoudige brein op http://onderwijsvanmorgen.nl/het-volwassen-brein-2/
Yeomans, F.E., J.F. Clarkin, & O.F. Kernberg (2004) “Transference-focused psychotherapy bij borderline persoonlijkheidsstoornis. Overdrachtsgerichte psychoanalytische psychotherapie” Boekbespreking in Tijdschrift voor Psychiatrie 47 (2005) 7: 471 – 472 De Tijdstroom uitgeverij in Utrecht
En verder de websites:
http://faq.borderline.klup.nl/
Gedragsproblemen bij Kinderen: ADD, ADHD, ODD, PDD-NOS en meer
home
Homepage
OptimaleGezondheid.com
http://www.studentsoftheworld.info/
Trimbos-instituut – Voor mentale gezondheid (home)
http://labyrint-in-perspectief.nl/
http://mens-en-samenleving.infonu.nl/
Voetnoten