Een visie op onrecht is hier teveel gevraagd

De ‘Top van de Amerika’s’ van 6 tot 10 juni jl. in Los Angeles was een thuiswedstrijd voor president Joe Biden, maar draaide nou net voor hem uit op een daverend fiasco. Het is mogelijk wederom een indicatie hoe het machtsoverwicht van de Verenigde Staten van Amerika steeds meer in het gedrang komt. Tenminste daar, in die regionen. Zou het daarom zijn dat we er hier niets over vernomen hebben?

De blokkade van de VS tegen Cuba is al 60 jaar van kracht; sinds 1962. Deze werd opgelegd als reactie op de nationalisatie van Amerikaanse bedrijven, d.w.z. als verzet tegen een op basis van het internationaal recht ‘soevereine Cubaanse handeling’. En Cuba is niet het enige land waarvan de bevolking de prijs betaalt voor een eigenmachtig VS-beleid van geweld en politieke inmenging. Iran, Nicaragua, Noord-Korea, Rusland, Syrië en Venezuela zijn momenteel sowieso al aan een VS-embargo onderworpen. Vreemd toch; het land dat zich opwerpt als ‘de verdediger van de democratie en vrijheid in de wereld’ gebruikt het wapen van honger en ziekte het meest intensief en het vaakst van alle democratische en niet-democratische landen. Want gebrek, honger en ziekten zijn de directe gevolgen van deze handelsembargo’s voor de getroffen volkeren, waar ‘wij’ als ‘bondgenoten’ aan meedoen of van wegkijken. Maar in Noord- en Zuid-Amerika doen ze dat niet allemaal.

De afgelopen ‘Top van de Amerika’s’ wilde de VS 3 Amerikaanse landen, te weten Cuba, Nicaragua en Venezuela, officieel uitsluiten. President Biden kondigde een paar maanden geleden nog enthousiast aan dat deze top “de vernieuwing van de inter-Amerikaanse betrekkingen” zou inluiden, maar daags na de eenzijdige beslissing van de VS om – zelfs organisatorisch onrechtmatig – landen uit te sluiten, kondigde de Mexicaanse president Andrés Manuel López Obrador aan dat hij niet naar de top zou komen. En dat terwijl de VS juist met hem zaken wilde doen ter afwending van migratiestromen in Noord-Amerika, die de VS voor het leeuwendeel zelf veroorzaakt door haar ver gaande bemoeienis met Venezuela en de verarming van de Venezuelaanse bevolking door het door de VS opgelegde ultra-liberale beleid. Manuel López Obrador zei daarentegen dat de Mexicaanse delegatie onder leiding van zijn minister van Buitenlandse Zaken Marcelo Ebrard de opdracht had om de opheffing van het embargo tegen Cuba tot het belangrijkste strijdpunt van de top te maken. “De opheffing van de sancties tegen Cuba zal het centrale thema van de top zijn. Deze sancties zijn niets anders dan een moorddadige financiële, economische en handelsblokkade. Wij benadrukken dat de blokkade onmenselijk (…) en ondoeltreffend is en veroordeeld wordt door alle landen die aan de top deelnemen, met uitzondering van [Canada en; GjH] de VS.” Grote demonstraties begeleidden de opening van de top met borden waarop te lezen was: “Biden, Latijns-Amerika is niet van jou”, “Cuba, Venezuela presente” en “Demilitarisering van het continent”. De avond tevoren was de deelnemerslijst nog steeds niet op orde door de twijfel van andere Amerikaanse landen. De krant ‘Libération’ kopte haar verslag over de opening van de top met: “Toppunt van verwarring op Top van de Amerika’s”.

Onmiddellijk na zijn verkiezing had de nieuwe Mexicaanse president zich eerder al teruggetrokken uit de ‘Groep van Lima’, een bijeenkomst van pro-Washingtonstaten, die tot doel heeft het Venezuelaanse regime omver te werpen. Daar is ‘onze bondgenoot VS’ bedreven en ervaren in. Manuel López Obrador steunde ook president Evo Morales tijdens de staatsgreep tegen hem en verleende hem vervolgens politiek asiel. Hij stelt ook voor om asiel te verlenen aan Julien Assange. Hij verwerpt de door de Verenigde Staten geëiste economische sancties tegen Rusland en met name haar politieke inmenging met het verbod op Russische vluchten naar Mexico. Wat de laatste ‘Top van de Amerika’s’ en zijn ‘migratieagenda’ betreft, besloot hij een tijdelijke vrijgeleide te verlenen aan de duizenden migranten, die vanaf de grenzen van Guatemala via Mexico naar de VS zijn getrokken. Daarmee maakte hij duidelijk dat het antwoord op deze massale migraties helemaal geen kwestie van ‘veiligheid’ is, zoals Washington steeds beweert, maar alleen een economische en sociale kwestie kan zijn. Met zijn optreden illustreert Manuel López Obrador de groeiende moeilijkheden van en weerstand tegen de VS om hun beleid van economische en financiële inmenging te legitimeren. De hernieuwde agressiviteit van de VS – de VS werd sinds deze ‘Top van de Amerika’s’ in 1994 jaarlijks plaatsvindt al vaker van destructieve agressiviteit beticht – maakt deel uit van een ruimere ‘wortel-en-stokstrategie’ om de groeiende banden tussen China en de landen van Latijns-Amerika dwars te zitten. De stok van het embargo en uitsluiting gingen vergezeld met de wortel van een plan van $ 100.000.000 om in Latijns-Amerika een half miljoen gezondheidswerkers op te leiden. Het zogeheten ‘New Health Corps of The Americas’-project is bedoeld om de aanzienlijke toename van overeenkomsten tussen Cuba en vele landen om gezondheidswerkers te sturen tegen te gaan en tussen China en diezelfde landen om geneesmiddelen en vaccins tegen COVID-19 te leveren.

Het gigantisch fiasco van de ‘Top van de Amerika’s’ is als gezegd wellicht een indicator van het nieuwe mondiale machtsevenwicht, dat de heersende mogendheden, die de wereld als hun eigendom beschouwen, in moeilijkheden brengt; wat mij betreft ‘ernstige moeilijkheden’. Mijn wachten is erop dat de Europese Unie dit moedige voorbeeld van Manuel López Obrador volgt. Wij verdienen als democratische landen een politiek, die onze belangen behartigt, in plaats van het ruimhartig belonen van de VS-strategiën om haar hegemonie over de wereld steeds alomvattender uit te breiden. Op onze politici vestig ik geen enkele hoop. Zij – mochten ze al op het idee komen en er ook nog sympathie voor hebben hetgeen hun carrièrekansen na hun politieke loopbaan hoogstwaarschijnlijk schade berokkent – zouden voor zoiets tegendraads stuk voor stuk gewoon te laf zijn. Bovendien heb je daar een visie op ‘onrecht’ voor nodig. Dat is veelteveel gevraagd aan hen.

Bron: “Het groeiende isolement van de VS in Amerika” door Saïd Bouamama in de reeks ‘De wereld van onderuit’ op Investig’action, vertaald door Frans De Maegd via DeWereldMorgen op 14 juni 2022.

Het ochtendgloren van alles

Samenlevingen komen en gaan sinds er mensen, of wat daarop lijkt, op aarde rondlopen. Over die samenlevingen weten we weinig. Te weinig. Soms zijn we onder de indruk van wat resteert aan overblijfselen van oud-Chinezen of Inca’s, maar daarna gaan we toch weer over tot de orde van de dag. Wij bekijken onze maatschappij – zeker in Australië, Canada, Europa, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten van Amerika al te gemakkelijk als een hoogstandje voor de mensheid. En bij gebrek aan fantasie en realiteitsbesef geloven we dat onze manier van denken en doen dwingend leidt tot steeds beter. We zijn inmiddels zelfs zo knap dat we technisch in staat zijn om alle menselijke leven op aarde te vernietigen. Albert Einstein zou daarover ooit gezegd hebben: “Ik weet niet of er een Derde Wereldoorlog komt, maar ik weet zeker dat in een Vierde Wereldoorlog met de knuppel gestreden zal worden.

Het verontrust mij haast dagelijks dat we onszelf zo overschatten. Ik betreur het gemis aan fundamentele alternatieven in ons publieke debat en het gebrek aan systeemkritiek, laat staan weerwoord tegen wat de VS de wereld(-burgers) allemaal aandoet en wat van daar naar hier overwaait. Daar loop ik al mee rond sinds ik volwassen ben, terwijl het me eveneens altijd aan enthousiasme ontbroken heeft over hoe andere (potentiële) grootmachten hun samenlevingen vorm geven. Volgens mij zou het beter zijn ons voortdurend af te vragen in wat voor wereld we willen leven. Maar wanneer dat al onderwerp van gesprek is, overheerst eigen belang over het belang van alle mensen. We schijnen onszelf niet (meer) voor te kunnen stellen hoe we als deel van de gehele mensheid zouden willen leven.

Dus beperk ik me nu ook maar even tot ‘wij’. Gaat ons dominante, kapitalistische, neoliberale economische systeem nog lang mee? Zullen de antropologen en sociologen van de volgende eeuwen onze maatschappij-inrichting ooit beschrijven als ‘een chaotische overgangsfase naar…’? Wat mij betreft hopelijk dan toch naar iets beters voor iedereen dan wat het nu is…

Het zou goed zijn te beseffen dat er niet zoiets bestaat als ‘de definitieve maatschappij’, ‘een definitieve wereldorde’ of ‘het einde van de geschiedenis’ naar Francis Fukuyama. Centrale regeringen, culturen, grootaandeelhouders, grootbedrijven, overweldigende legers en staten zijn allesbehalve stabiel. En zelf zijn we ook niets meer dan voorbijgangers, die er heel eventjes waren, al is het in onze beleving niets korter dan een heel mensenleven. De wereld waarin wij leven en zoals wij die inrichten is door de afgelopen millennia heen in permanente overgang gebleken. Systemen komen op en verdwijnen in de vergetelheid van volgende generaties mensen.

Samenlevingen uit het verleden, de maatschappij-inrichtingen van ooit hebben eeuwen en soms millennia lang onveranderd bestaan en gefunctioneerd, hoe afgunstwekkend, kwaadaardig, vredig of wreed in onze beleving ook. Wanneer we zouden beseffen dat andere maatschappelijke systemen soms millennia nagenoeg onveranderd bleven, geeft dat misschien een verhelderende blik op het grote relatieve gehalte, dat kleeft aan onze huidige consensus; aan onze huidige ‘waarheden’. Zouden we daarvan kunnen leren? Dan moet onze over het paard getilde zelfvoldaanheid toch plaats maken voor (werkelijke) interesse in onze idealen en ons verleden als mensheid.

Het betekent dat we zouden hebben kunnen leven onder wezenlijk verschillende opvattingen over waar de mensenmaatschappij werkelijk om draait. Het betekent dat massale onderwerping, genocide, gevangenkampen, zelfs het patriarchaat of regimes van loonarbeid nooit hadden hoeven bestaan. Maar aan de andere kant laat het ook zien dat, zelfs nu, de mogelijkheden voor menselijk ingrijpen groter zijn dan we geneigd zijn te denken”, schreven David Graeber & David Wengrow in “Het begin van alles, …”. Het hoeft helemaal niet te gaan zoals het nu gaat. Het kan wel degelijk anders. Het verleden van menselijke samenlevingen toont aan dat machtige gemeenschappen verdwenen zijn, dat er géén lineaire ontwikkeling naar het nu plaats gevonden heeft, dat overgangstijden in werkelijkheid samenlevingen behelsden die vaak eeuwen en soms millennia stabiel bleven en dat zogezegd ‘zwakke maatschappijvormen zonder centraal gezag, zonder keizers en koningen, zonder legers, zonder multinationals’ eeuwenlang konden bestaan, grote steden ontwikkelden en verre reizen mogelijk maakten. Er is niets dat aantoont dat dit niet opnieuw zou kunnen; dat iets resoluut anders onmogelijk is. Het gaat er om wat we doen en nalaten gedurende de korte tijd dat we het wereldgebeuren in het klein of op ongekend grote schaal kunnen veranderen.

Bron: “‘Het begin van alles’, een nieuwe blik op de mensheid, toen en nu” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 3 juni 2022. Vanoost bespreekt daarin de Nederlandse vertaling van “The Dawn of Everything” (2021): “Het begin van alles, een nieuwe geschiedenis van de mensheid” (2022), door David Graeber & David Wengrow, uitgegeven door – in goed Nederlands – Maven Publishing, Amsterdam onder ISBN 97894932132265.

Een heden en verleden in Sittard en omgeving

We zagen veel moois in en rond Sittard, zoals De Limbourg met zijn verrukkelijke vlaaien, de prachtige Sint-Petrus’ Stoel in Antiochië, oftewel de Sint Petruskerk en de inmiddels verharde zandjwaeg ‘Kollenberg’, die naar de Sint Rosakapel en daarachter de prachtige gerst- en roggevelden in het glooiende landschap leidt. Rosa van Lima is sinds 1669 de plaatselijke patroonheilige.

En we waren hier in Sittard na een fijn en gastvrij onthaal bij een neef van mij en de traktatie op twee eenakters in plat Sittards. Die maakten we onverwacht mee toen we kasteel Limbricht even bezochten, waar een jaar voor de bouw van de Sint Rosakapel op Nederlandse bodem het laatste heksenproces heeft plaatsgevonden. Toentertijd moest* de mond van de kordate Entgen Luijten gesnoerd worden. Haar proces, waarvan de stukken bewaard gebleven zijn, vond hier plaats om de kritiek op de hoge belastingheffing door kasteelheer Herman Winand van Breyll voor eens en altijd de kop in te drukken. Dat gebeurde op basis van de pauselijke inquisitie (van het Latijn inquisitio = onderzoek); een folterende rechtbank van de Katholieke Kerk, die over deze praktijken tot op de dag van vandaag vergeten is excuses te maken aan met name besluitvaardige, doortastende, zelfstandige vrouwen van weleer, die hun leven meestal eindigden op brandstapels waarbij hun bezit toebedeeld werd aan de Katholieke kerk. Ook dat machtsmisbruik houdt verband met de pracht en praal, die we nu nog zien in de Sint Petruskerk en de Sint Rosakapel. En dan hebben we het nog niet eens gehad over ons heerlijke verblijf boven het fijne restaurant ‘Het koperen keteltje’ in Nieuwstadt. Maar laat ik dat nu maar eens voor mijzelf houden.

Gedachten en herinneringen bij het graf van Rietje en Toon

De tweede dag wandelden we via de VVV naar de begraafplaats van Rietje en Toon Hermans. Op het rode bankje rond de rode beuk met uitzicht op dat graf en andere graven zaten we met onze eigen gedachten, waarvan we elkaar deelgenoot maakten.

Ik herinner me dat hij voor mij een idool, nou ja, eerder mij een houvast bood in mijn moeilijke puberale jaren, zoals veel pubers die meemaken. Natuurlijk was hij in die tijd een podiumkunst-vernieuwer als geen ander met bijvoorbeeld de door hem uitgevonden ‘one manshow’, en natuurlijk maakte hij volstrekt onschuldige grappen zoals na het neerzetten van een aantal rake imitaties van bekende Nederlanders te vragen of de mensen weten wie dit is om vervolgens gewoon rond te lopen. En het was dan de heer Slobhuizen uit Enschede, die niemand kende. En natuurlijk, het lukte hem soms zijn publiek een half uur achter elkaar te laten schuddebuiken van het lachen om niets, zoals de stoel waarop zijn zus gezeten had of het uitsteeksel waar zijn microfoonsnoer achter was blijven haken. Maar, hoewel dat allemaal niet onbelangrijk was, raakte Toon Hermans mij door bijvoorbeeld aan het eind van een voorstelling zijn publiek te vragen om straks, voor het slapen gaan, eens naar je eigen handen te kijken. En wanneer je daarnaar kijkt om er even bij stil te staan dat ze bewegen als jij dat wilt. Kijk, ze bewegen, omdat ik dat wil. Is dat geen wonder, mensen? Mijn vingers bewegen als ik dat wil. Doe me een plezier mensen en kijk straks voor het slapen gaan naar dat grote wonder in jezelf.

Dergelijke wellicht aan het taoïsme verwante aandacht voor het gewone van Toon Hermans, raakte me toentertijd al en sindsdien. En, als gezegd, bood het mij lange tijd een houvast voor mijn bewustwording hoe uitverkoren ik ben om mijn leven op aarde te mogen meemaken. En daar lag hij nu te vergaan, met ‘zijn’ Rietje Weytboer onder dezelfde grote witte zerk. Zijn geboortehuis blijkt te zijn afgebroken, maar zijn inmiddels gerenoveerde woonhuis staat er nog met – helaas – een beeld van ‘de komiek Toon’ ervoor. In dat huis was op elf-jarige leeftijd van Toon, die toen nog door iedereen ‘Teun’ genoemd werd, zijn vader overleden. Daarmee brak voor de familie Hermans-Dullens een periode van armoede aan. Het zou deze armoede zijn, waarom Toon zijn vak koos: de mensen in hun kommervolle bestaan een zorgeloze avond bezorgen.

En daar kwamen de volgende bezoekers voor Toons graf; voor ons tijd om op te stappen.

_________________

* De belangstelling voor Entgen Luijten, die in oktober 1674 tijdens het heksenproces onder verdachte omstandigheden in haar kerker op kasteel Limbricht overleed, is in 2021 nieuw leven ingeblazen. Er zijn toen opnamen gemaakt voor een korte film “De beul van Entgen Luijten” van regisseur Gideon van Eeden. En Entgen kreeg zelfs landelijke bekendheid door de bestseller “De heks van Limbricht”; een roman die Susan Smit over haar en haar proces dat jaar publiceerde. Een volledige detailanalyse van het procesdossier van Entgen, dat bewaard wordt in Archief De Domijnen in Sittard, is echter nooit gedaan en nooit gepubliceerd. Momenteel wordt daarom breder archiefonderzoek uitgevoerd om dit proces in een historisch correct kader te kunnen plaatsen.

Rond november 2022 zal naar verwachting in de reeks Monografieën, het boek “Dossier Entgen Luijten – ‘De heks van Limbricht?’” verschijnen. Belangstellenden kunnen daarover meer lezen door deze link aan te klikken.

Een welbestede dag

Er was een tijd dat ik mijn aandacht verdeelde tussen mijn kinderen, mijn partner en mijn werk. Maar dat is verleden tijd. Nu moet ik zelf bedenken hoe ik mijn dagen vul, en dat blijkt een mooi voorrecht. Zo stonden mien leafke en ik zondag een uurtje na zonsopkomst op om ons zo efficiënt mogelijk klaar te maken om naar dorpshuis ‘De hoeksteen’ in Noordlaren af te reizen. Daar kwamen we achter een kopje koffie bij van de reis. We hadden een enveloppe gekregen met kaartjes en de locaties, die meedoen aan het huiskamerconcertfestival 2022 ‘Achter de veurdeur’. We spraken Noordlaarders, zoals de voorzitter van een stichting, die probeert Noordlaarders een keer of zes per jaar in de kerk te krijgen, voor een concert. Er heerste een gezellige ons-kent-onssfeer, waarbij het warme, zonnige weer meehielp.

Het eerste concert, dat we bezochten, was direct raak. Pianist Dimitar Dimitrov en celliste Mare Keja speelden bij Suzanne van der Land en Alex Scheper de eerste cellosonate van Johannes Brahms in e-klein. En alsof dat niet genoeg was, speelde eerste nog de Drie Klavierstücke van Franz Schubert. Het was prachtig en de kop was eraf.

Bij ‘De hoeksteen’ waren allemaal tafels op straat gezet voor de lunch van de bezoekers, degenen die hun huis hadden opengesteld en de musici. Wederom een moment om met anderen over de eerste ervaringen te praten en kennis te maken, zoals de man uit Glimmen die deze entourage uitgezocht had om zijn 65ste verjaardag te vieren.

In de tuin bij de familie Van Dijk luisterden we naar Iris Kroes. Zij zong bij haar harpspel en leidde haar liedjes in. Ik kon mijn tranen niet bedwingen, als ik dat had gewild.

Last but not least luisterden we bij Ronald Bijkerk en Andrea Drost naar hobokwartet Driekwartplus. Esther Damsma-in ’t Groen (viool), Irma Haverkamp (altviool), Winde Reijnders (cello) en Noor van de Wetering (hobo) speelden werken van Johann Sebastiaan Bach, Ernö Dohnányi en Allan Stephenson, waarbij mijn cellodocente in het eerste ten gehore gebrachte ‘Concert voor hobo d’amore en strijkers’ bedreven als altijd alle niet violisten harmonieus op haar cello vertolkte; van zo hoog tot zo laag als de cello kan, strijkend en tokkelend om samen met de violisten de poëtische hobopartij te ondersteunen.

Achteraf namen we de gelegenheid te baat om bij ‘De hoeksteen’ nog na te praten met andere gasten. Wanneer je met anderen doorpraat kan blijken dat je gemeenschappelijke kennissen hebt. Dat gebeurde met een vrouw, die in Almere bleek te wonen. We dachten dat deze zondag 22 mei 2022 zijn aangename verrassingen wel prijsgegeven had, toen we uiteindelijk richting hotel in Paterswolde reden, maar dat hadden we verkeerd. Alle vragen van de receptionist moesten we beantwoorden met “Dat weten we nog niet”; of voor het diner een tafel gereserveerd moest worden, of we een ontbijt wilden, of we van de sauna gebruik wilden maken…

Op onze rustig gelegen kamer maakte ik aanstalten om te gaan bijkomen van alle mooie indrukken, maar mien leafke vroeg of we nog even aan de wandel zouden gaan. Dat leek me een beter idee dan het mijne; bekomen kan later vanavond nog. In onze uitgaanskleding liepen we naar het Paterswoldsemeer. En vandaar, we moesten immers nog ergens gaan eten, wandelden we richting Paterswolde. Maar eerst belandden we bij toeval in ‘Het Friesche Veen’, waar we genoten van een grazend ree, de stilte, af en toe verbroken door het gekwaak van een kikker of koekoeksgeroep in de verte, en waterhoentjes, die voor hun kroost zorgden. Een uitgelezen plekje om zover oog en oor reikten in de natuur te bekomen van alle indrukken eerder op de dag; veel beter dan op onze weinig artistieke, maar comfortabele kamer.

In het dorp vonden we bij toeval de drukbezochte Italiaanse ‘Pizzeria da Gianni’. Wij namen bij een flesje Italiaans bier, een pizza en ravioli, en daarna bij de koffie of thee een cannoncini. Daarna wilden we niet langs de autoweg, maar avontuurlijker terugwandelen naar ons hotel. Dat lukte. Op de gok kwamen we op het landgoed ‘De Braak’, maar daar strandden we met het uitzicht op weer andere grazende reeën. We probeerden het wat verderop en hoopten, wanneer we over een hek zouden klimmen, een doorgang te vinden. Dan moesten we toch nog een hek met schrikdraad passeren. En over een slootje springen; mien leafke op haar laarsjes met een hakje. Hier werd het vochtig geworden gras wel wat hoog, maar er lagen duikers over de sloten, dus dat trof. Tot een hindernis met een hogere moeilijkheidsgraad genomen moest worden: een echte sloot met aan de overkant een afrastering. Daarna liepen we goedgemutst af op het laatst te nemen hek, voordat we de openbare weg weer bereikten. Daar aangekomen liepen we richting hoofdweg om erachter te komen dat we precies bij ons hotel uitkwamen. De zon ging juist onder en wij trokken ons terug op onze kamer voor een nacht. Wat daar gebeurde laat zich raden.

De volgende dag doorkruisten we de kop van Drenthe, waar we pauzeerden bij het 10.000 jaar oude vennetje met veenpluis in het Mensingebos bij Roden en bezochten familie, die een rijkgevulde salade voor ons klaargezet had. Wanneer je ook op maandag niet naar je werk hoeft, kan dat zomaar. Fijn toch?

Amerongen of ons ja-woord

Afgelopen weekend was het eindelijk zover. We wilden die kamer met dat bad, dus we moesten nog een paar weken wachten totdat we er dit weekend terecht konden. Vrijdag meldden we ons rond 10 uur in de verder nog rustige gelagkamer. Onder de koffie werd het plan om de Holle Boomwandeling te gaan doen concreet. Eerst zouden we dan De Eenzame Eik bezoeken, voordat we de Amerongse berg zouden ‘beklimmen’. Voor we aan de wandel gingen, dansten we samen in de verlaten ontbijtruimte op prachtige muziek.

Onderweg zagen we dat huize De Kolibrie aan de Holleweg al een tijdje onbewoond is. Wat een prachtig huis met de naar binnen gegroeide klimop als muurdecoratie en wat een mooi uitzicht vanuit het huis. Het Berghuis, waar we vanwege personeelsgebrek besloten niet op een tweede kop koffie te wachten, lieten we voor wat het was. We liepen via Het Venster op de Betuwe naar De Eenzame Eik, waar we van onze toverdrank proefden met een boterham met kaas. Vanaf de top van de Amerongse Berg wandelden we naar het Egelsmeer om dat grote, verstilde ven van veel kanten te bekijken. Op de zandvlakte met De Boom met de Drie Stammen verlieten we ongewild de route. We hadden geen idee waar we het bos in moesten om ‘het kruispunt met de paarse paal’ te vinden. We kwamen op een terrein met vakantiehuisjes en besloten verbodsboordjes te negeren om over weiden naar het Boshotel Overberg te wandelen. Daar genoten we van het zonnig terras. We moesten lachen om het bordje ‘Natuurwandeling De Holle Boom’ zonder enige aanwijzing waar die wandeling te volgen was. Dus liepen we in een rechte lijn via een doorgesneden grafheuvel terug naar onze kamer met bad. Het was een prachtige, zonnige dag geweest en heel de wandeling leken wij zo’n beetje de enigen die op pad waren, met uitzondering van het gezelschap dat in en rond De Boom met de Drie Stammen hing.

We dineerden in ons hotel en namen een douche voordat we in de nabijgelegen Andrieskerk een mooi en steeds mooier wordend concert opluisterden van De Dwarsfluitklas van het Utrechts Conservatorium. Het zou me niets verbazen wanneer we van dwarsfluitiste Julia Prieto Orti meer gaan horen. Voordat we naar bed gingen genoten we van het ligbad.

De volgende ochtend namen we ruim de tijd voor ons ontbijt. Het beloofde wederom een stralende dag te worden. Waren we gisteren door de uitgestrekte bossen, over heidevelden en weiden gewandeld, vandaag viel de eer te beurt aan de Amerongse Bovenpolder. We begonnen met een bezichtiging vanaf het platform, waar een jong stel eveneens van het uitzicht over het water en de watervogels genoot. We lieten ons bij de Tabaksschuur informeren over de tabaksgeschiedenis van de buurt en namen, alsof we genodigden waren, plaats op het terras van het Kasteel in plaats van de voor ons bedoelde theetuin. We genoten van een bosvruchtengebakje-zoals-een-bosvruchtengebakje-hoort-te-zijn. En omdat we er toch waren, bezichtigden we de Kasteeltuin. Vervolgens maakten we een andere dan de geplande rondwandeling door de Amerongse uiterwaarden af. Omdat we naar de oever van de rivier wilden, moesten we weer over een hek klimmen. We lunchten op een krib met uitzicht over de rivier. We genoten wederom van de vele watervogels en de eerst bloeiende planten. Eenmaal terug op onze kamer besloten we bij het plaatselijke Chinees-Indisch restaurant onze avondmaaltijd op te halen. Die schoven we op een tafeltje tegen het bad aan, om heel de avond van het bad te genieten.

Inmiddels waren we er achter gekomen dat er in de Betuwe twee plaatsen zijn, die met ‘Elst’ aangeduid worden. Het ene, twee kilometer verderop, had wat winkels. Het andere, veertig kilometer verderop, had een Theater dat De Kik heette, en daar zouden we na ons uitgebreid ontbijt het “Literair Café; Montere weemoed II” bezoeken. In dat Elst maakten de prestigieuze beuk op de begraafplaats indruk, net als de consumpties in Het Wapen van Elst. De columnist en schrijver Thomas Verbogt vertelde grappig over zijn hersenspinsels en liedjesschrijver en zangeres Beatrice van der Poel zong met haar warme stem haar licht filosofische liedjes. Teksten, die vaak aanstipten waarover wij dit weekend gesproken hadden, of leek dat nu maar zo? Doordat ik mijn laptop op onze kamer had laten liggen, dineerden we onverwacht nogmaals in dorpshotel Buitenlust. Daar gaven we elkaar, wachtend op ons eten, ons ja-woord. We hadden overigens als avondmaaltijd precies het omgekeerde besteld als de eerste avond. Halverwege de avond kwamen we thuis na een weekend, dat een week aan indrukken achter liet, en waarvan we niet konden bedenken wat we beter anders hadden kunnen doen.

Het huis was koud geworden door onze afwezigheid, maar in bed was al snel warm.

Wat we weten en wat we – laat me niet lachen – denken te weten

Dit stukje gaat over journalistieke verantwoordelijkheid; een heikel onderwerp. Maar wat het nog spannender maakt, zou Rutte zeggen, is dat het feitelijk gaat over het inzicht dat we hebben in de wereld waarin wij leven en waarop we invloed hebben.

Toen de ene na de andere delegatie niet naar de Olympische Winterspelen in Peking zou afreizen vroeg ik mij af of een boycot zou bijdragen aan een vrediger wereld. Zou het ook niet wat laat zijn om pas nadat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) jaren geleden bepaald heeft waar de spelen dit keer plaats vinden en de voorbereidingen getroffen zijn om nu nog onze neuzen voor de spelen op te halen? Is er tussen het IOC-besluit en de spelen iets wezenlijks in China veranderd?

Wat weten wij over …

Ik ben nooit in China geweest, maar las ooit in Vrij Nederland een Terzijde-opmerking van Wubbe: Stel je toch eens voor dat in China geen Chinezen, maar allemaal Duitsers wonen. Ik deed dat en het leek mij beter voor de wereld dat er Chinezen wonen, terwijl ik niets meer tegen Duitsers heb dan tegen de gemiddelde Nederlander. Dit is – zeg maar – een beeld dat ik heb van de werkelijkheid. Zo hebben we allemaal beelden van de werkelijkheid; beelden die veelal gebaseerd zijn op informatie die niet belangeloos aan ons verstrekt is.

Wat weten wij bijvoorbeeld over het racistische pogrom-karakter in het Chinese Urumqi in 2010 (197 doden), de gewelddadige aanslagen in Kunming (40 doden) en op het Tiananmenplein in Beijing? Wat weten wij van het ‘1 miljoen verhaal’? Weten wij dat dat verhaal verzonnen is door het ‘Network of Chinese Human Rights Defenders’, een Chinese oppositiegroep in de Verenigde Staten van Amerika, die met miljoenen dollars van de VS-overheid werkt en in 2018 een rapport opstelde op basis van niet meer dan 8 interviews met Oeigoeren? Weten wij dat de luchtfoto’s van zogenaamde ‘kampen’ gewone appartementscompounds en andere civiele gebouwen blijken te zijn? Weten wij dat de meest iconische foto van het ‘Oeigoerse concentratiekampen narratief’ een foto van een gewone Chinese gevangenis is, die door de Chinese overheid zelf verspreid is? Wat weten wij over de erkenning van de Oeigoerse East Turkestan Islamic Movement (ETIM) als terroristische organisatie; een organisatie die notabene in 2004 door de VS op de lijst van de VN-veiligheidsraad (Sanctiecomité van Al-Qaeda) is geplaatst en in 2020 door president Donald Trump in allerijl van de landelijke lijst is afgehaald. Wat weten wij over de rol van Xinjiang als propagandaluik in de ‘Nieuwe Koude Oorlog’, die onder diezelfde president losgetrokken is? Wat weten wij van het gewelddadige karakter van de radicaal-jihadistische en separatistische groepen in Xinjiang? Wat weten wij van de rol van radicale Oeigoeren bij Al Qaeda in Afghanistan en IS in Irak en Syrië? Weten wij dat de Europese Unie in 2012 ETIM ook op de lijst van terroristische organisaties plaatste? Wat weten wij over de ‘verplichte en vrijwillige programma’s’, die China in 2015 heeft opgezet met een lening van de Wereldbank ($ 50.000.000)? Weten wij dat een inspectiecommissie van de Wereldbank onder druk van de Amerikaanse anti-China-lobby in augustus 2019 aan ‘factfinding’ deed en nadien rapporteerde: “Het onderzoek heeft de aantijgingen niet bevestigd”?

Wij hebben geen inzicht in wat er in de wereld gaande is

Wanneer noemen we terroristische aanslagen ‘verzet’ en de overheidsreactie daarop ‘moorden’? Hoe benoemden wij dat ook weer bij de treinkaping bij De Punt? Was die actie in onze media ook ‘een daad van verzet’? Betrof de daarop volgende beschieting door de Bijzondere Bijstandseenheid (BBE) Krijgsmacht, gevolgd door een bestorming door de BBE Mariniers, gesteund door de Koninklijke Luchtmacht volgens onze media achtvoudige ‘moord’?

Vooral Westerse VS-bondgenoten nemen het ‘genocidediscours’ over en krijgen mede dankzij de welwillende hulp van het World Uyghur Congress (WUC) hun parlementen zover dat er resoluties en zelfs wetten worden goedgekeurd waarin China veroordeeld wordt en sancties opgelegd krijgt. Australië, Canada, Groot-Brittanië, Japan, de VS en Zweden gingen daarin voorop, dankzij het werk van de Inter-Parlementary Alliance on China (IPAC) waarvan de doelstellingen samen te vatten zijn tot ‘inperking van China’, meer in het bijzonder van de Chinese communistische partij.

Nee, veel kwaliteitsmedia ten spijt, wij hebben geen inzicht in wat er in de wereld gaande is en we worden keer op keer misleid vanwege belangen, die op gespannen voet staan met een belangeloze weergave van feiten. Bijvoorbeeld in dit geval dat de NAVO China (en Rusland) juni jl. de oorlog verklaard heeft door deze landen als vijanden, ‘systemische vijanden’, aan te merken. Wellicht ten faveure van het altijd al invloedrijke militair-industrieel complex. Wie gaat mij vertellen waar en door wie de winsten van al dat gedonder worden opgestreken?

Bron: “De helft van de waarheid over de Oeigoeren, is dat journalistiek verantwoord?” door Sauw Tjhoi via DeWereldMorgen op 14 februari 2022.

Ik wil een heel ander gaaf land

In de wereld waar ik zou willen leven houden de gezagsdragers waaronder ik leef zich strikt aan alle mensenrechtenverdragen en probeert onze rijksoverheid niet bij ‘het grote geld’, maar binnen de Verenigde Naties het beste jongetje of het allerbeste meisje van de klas te zijn. Naar mijn mening is een organisatie als de VN een kenmerk van een streven de wereld beschaving te brengen. Dat kompas ontbeert – helaas voor mij – onze overheid. De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken rapporteerde bijvoorbeeld onlangs nog dat Nederland “meer moet doen tegen mensenrechtenschendingen bij het tegenhouden van migranten en vluchtelingen aan de Europese buitengrenzen”. Er zijn zelfs claims tegen Nederland(s belastinggeld) in voorbereiding.

Vluchtelingen hebben volgens het VN-vluchtelingenverdrag, dat ook door Nederland is ondertekend, recht om asiel te vragen in Europa. Nederland betaalt mee aan de bewaking van de buitengrenzen van de Europese Unie en levert daarvoor ook menskracht. Het is vluchtelingen uiterst moeilijk gemaakt de Europese grenzen over te steken, en door de zogeheten pushbacks, het terugjagen van mensen die de Europese Unie vaak met groot gevaar eindelijk bereikt hebben, krijgen zij geen kans om van dit recht gebruik te maken. Bovendien kunnen zij geen bezwaar maken bij de Europese grensbewaker Frontex of bij andere Europese instanties over hun mishandeling. Laat staan over het vele geld dat zij aan mensensmokkelaars moesten betalen om door mazen in de hermetisch gesloten grenzen te glippen.

Het onlangs verschenen rapport roept het Nederlandse kabinet op om in EU-verband werk te maken van de bescherming van migranten en vluchtelingen aan de Europese buitengrenzen. De houding van lidstaten moet van de onderzoekscommissie veranderen “van ‘waar komen we mee weg?’ naar ‘wat behoren we doen?’”.

En waarmee onze overheid vooralsnog gemakkelijk wegkomt is om het aanvragen van asiel in Nederland zo moeilijk mogelijk te maken. Het kan alleen in Ter Apel, een half uur lopen van de dichtstbijzijnde bushalte daar. Kansloze zaken krijgen voorrang, zodat kansvolle Jemenieten, LHTBI-ers en Syriërs ruim anderhalf jaar moeten wachten voordat hun procedure van start kan gaan, gezinshereniging kan pas gestart worden nadat de eerste procedure is afgerond en duurt ook zo’n anderhalf jaar. Deze wachttijden leidden niet tot extra inspanning, totdat rechters dwangsommen aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst gingen opleggen.

Alles rondom asiel lijkt erop gericht dat migranten en vluchtelingen hun achterblijvers laten weten: “Kom hier niet naar toe, want het is vreselijk wat we hier meemaken”. Ik vrees onverholen dat wanneer de verblijfsvergunning met hangen en wurgen dan toch (vooreerst voor 5 jaar) verleend is de nieuwe Nederlander zich na al dat getreiter ook niet meer met hart en ziel aan Nederland zal gaan hechten, maar dat weet je natuurlijk maar nooit.

Enfin, deze bedenkelijke zorg voor vreemdelingen is dus niet het ‘gave land’, waarin ik graag zou leven. Liever zou ik zien dat Nederland eraan bijdraagt om in verre landen het motief om er vandoor te gaan zou verminderen door op te houden bedenkelijke regiems aan munitie, wapens en wapensystemen te helpen en door handel, waarvan de winsten ten goede komen aan mensonterende overheden en multinationals, vaak ook nog gebaseerd op uitbuiting, te stoppen. Of gemonitoorde eisen te stellen aan de leef- en werkomstandigheden van het voetvolk.

Bron: “Commissie: pushbacks ontoelaatbaar, ook voor Nederland dreigen dagvaardingen” van de redactie Binnenland via NOS op 11 januari 2022 en 13 januari op de Gutmensch scheurkalender.

Wie zich beter wil informeren over hetgeen er zich aan de buitengrenzen van de EU afspeelt, kan hier een link openen naar het artikel “Een hel creëren om mensen af te schrikken”. Dat artikel verscheen in de Groene Amsterdammer van 12 januari 2022.

Lerend van de geschiedenis op naar een nieuw jaar

Amerikaanse en Europese overheden waren voorzichtig in hun aanpak van de pandemie”, schrijft hoogleraar Moderne Geschiedenis aan Columbia University Adam Tooze in zijn laatste boek ‘Shutdown’. Het autoritaire China bleek een stuk voortvarender, “Het is een subliem spektakel dat het regime in Beijing opvoert.

Wereldwijd is grote morele vooruitgang geboekt in de waardering van menselijk leven

Na publicatie van zijn boek ‘Crashed’ in 2018 drong het tot de ingewijden door dat het volgende project van Tooze een traditionelere vorm van geschiedschrijving zou betreffen: de geschiedenis van de milieubeweging. In zijn blogs en op Twitter doken steeds vaker verwijzingen op naar rapporten over biodiversiteitsverlies, broeikasgassen en klimaatopwarming. En toen meldden in december 2019 in de Chinese provinciestad Wuhan tientallen inwoners zich bij de medische autoriteiten met een mysterieuze longaandoening. Begin januari werd de eerste dode geteld. Een paar weken later was het virus geïdentificeerd – Covid-19 – en mocht niemand in Wuhan en omstreken haar of zijn huis meer uit. Op 12 maart 2020 betitelde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de uitbraak formeel tot een pandemie en even later ging streek voor streek de hele wereld op slot.

Het resultaat van Tooze’s ijver draagt dus de titel ‘Shutdown’ (stilleggen), en niet het voor de hand liggende Lockdown (vergrendelen). Het is een met veel vaart geschreven mondiale reconstructie van de pandemie, met veel ruimte voor de economische en financiële consequenties en een gedetailleerde beschrijving van politieke beslissingen, die aan de wieg hebben gestaan van de gigantische reddingspakketten, die zijn gebruikt om economieën draaiende te houden. En net als bij ‘Crashed’ spreekt uit de hoofdstukken over China bewondering voor de effectiviteit van het Chinese bureaucratische apparaat; zowel bij de bestrijding van het virus als bij het opvangen van de sociaal-economische gevolgen van de maatregelen, die werden getroffen om de verspreiding ervan tegen te gaan. En net als bij ‘Crashed’ krijgt de Amerikaanse technocratie, gegroepeerd rond de Federal Reserve, de eer het mondiale financiële stelsel in de lucht te hebben gehouden en daarmee het ontstaan van een financiële crisis binnen deze medische crisis te hebben voorkomen.

Anders dan bij ‘Crashed’ is het oordeel over de politieke reactie in Europa en de VS deze keer gelijkluidend: beide hadden te laat in de gaten met welk virusgeweld ze te kampen hadden. Beide verkeerden te lang in de veronderstelling dat de epidemie zich net als tijdens de Hongkonggriep en Sars tot Azië zou beperken. En ook anders dan bij ‘Crashed’ is deze keer het oordeel over de beleidsreactie van de Europese politieke elites veel lovender dan die over het politieke apparaat van de VS, die pas met Joe Biden onder de nevel van het trumpisme vandaan wisten te kruipen. Volgens Tooze hebben beide onnodige doden op hun geweten en hij meet dit af aan het succes dat China en andere Zuidoost-Aziatische staten wisten te behalen door veel doortastender in te grijpen. Ze lieten de laksere en langduriger maatregelen van de Westerse wereld voor wat het was en traden doortastend op waardoor ze onder meer grote economische schade wisten te voorkomen.

Dat overal ter wereld – op enkele uitzonderingen na – min of meer gekozen is voor hetzelfde pakket aan maatregelen om de mobiliteit van het virus in te perken, wordt door Tooze gezien als bewijs voor zijn stelling dat er wereldwijd grote morele vooruitgang is geboekt in de waardering van menselijk leven.

Naast complimenten ook een ferm tegengeluid

In een lange recensie in de ‘New Left Review’ liet de Britse historicus Perry Anderson als enige in het koor van lofzangen op ‘Crashed’ een tegengeluid horen. De kern van Andersons bezwaar tegen het boek was dat het geen belangenanalyse bevatte. Tooze nam genoegen met de motieven die de monetaire autoriteiten gaven voor de schaal en manier waarop zij intervenieerden: ‘de mondiale financiële stabiliteit garanderen en het financiële stelsel redden’. Anders gezegd: het levenselixer ‘geld’ van het alternatiefloze mondiale kapitalisme laten blijven stromen.

Echter, anno 2021 zouden we veel beter moeten weten. Het is de afwezigheid van zo’n politiek-economische belangenanalyse, die Anderson deed concluderen dat Tooze een geprivilegieerd lid van de kosmopolitische elite was, die schreef vanuit een centristisch, technocratisch wereldbeeld: zeg maar een doorsnee D66’er. Bij ‘Shutdown’ wreekt zich dit. Door de politieke belangen – op één paragraaf over het einde van het neoliberalisme aan het slot van het boek na – niet te benoemen leest ‘Shutdown’ als een lofzang op technocratie, ook in zijn ondemocratische Chinese variant, en van de weeromstuit als een intellectueel afscheid van de Westerse democratische traditie. Volgens Tooze is, geheel conform de neoliberale traditie, technocratie de enige hoop die wij hebben om ons te beschermen tegen de ecologische terugkoppelingsmechanismen van het Antropoceen, waar volgens hem de pandemie een van de eerste manifestaties van is. Het kleurt wat hij in het slot over klimaatverandering schrijft: “(…) mondiale coördinatie door experts bij het uitrollen van de technologische oplossingen van het ecomodernisme – elektrisch rijden, grootschalige koolstofopname, kunstvlees, windmolens en zonnepanelen – bij het gelijktijdig afscheid nemen van democratische inspraakmogelijkheden.

Het vermogen om alles ondergeschikt te maken aan het bereiken van een groot, overkoepelend doel is wat Tooze niet alleen in China bewondert, maar ook in het stalinisme bewonderde (en waar hij tegelijk van moest huiveren!). “Aan het einde van de dag is het toch echt de Sovjet-Unie die de Tweede Wereldoorlog heeft gewonnen”, zegt hij, “niet de Europese en Amerikaanse democratieën. Is het Stalin geweest, en niet Churchill en Roosevelt, die Hitler heeft verslagen. (…) de sublieme grandeur van het vermogen van het stalinisme om mens, dier, grondstof, industrie en kapitaal, totaal, volledig en onverbiddelijk te mobiliseren voor het verslaan van een onmenselijke tegenstander. En daar zit een les. Ook voor ons.

Tooze heeft het gevoel dat iets soortgelijks geldt voor het Chinese regime van dit moment. Het is een subliem spektakel dat het regime in Beijing opvoert. En weer subliem in de esthetische, kantiaanse zin. Het is fascinerend om naar te kijken, om over te lezen, ontzagwekkend in de letterlijke betekenis van het woord, en tegelijk gruwelijk. Maar, en daar komt het: het is niet voor ons.

Het is de uitkomst van de Chinese geschiedenis, en die is niet de onze. Onze collectieve pijngrens ligt lager, onze cultuur is anders, onze hiërarchieën functioneren anders, onze instituties zijn anders, net als ons temperament. En precies daarom past het Chinese model van het totalitarisme ons net zomin als het stalinisme. Dat kun je betreuren of niet, maar het is volgens de inzichten van Tooze een historisch gegeven. Wij zullen voortbordurend op ónze geschiedenis zèlf antwoorden moeten formuleren voor de hedendaagse crises.

Geluk voor iedereen, komend jaar!

En daarvoor zouden we wat mij betreft eindelijk eens over eerlijke informatie moeten beschikken om af te wegen wat werkelijk in ons belang is. En we zouden erover moeten gaan nadenken of ‘ons’ beperkt blijft tot een beperkt ‘wij’, dat comfortabel leeft dankzij de uitbuiting van een ‘zij’, of dat we willen leven in een wereld waarin we waar mogelijk ook verantwoordelijkheid dragen voor elkaars welzijn. Zoals het er uitziet, zullen we onze toekomst voorlopig voortborduren op geframed nieuws dat het neoliberale kapitalistische machts- en winstbejag systematisch onderbelicht laat en waarin onze overheden naast goede, ook gruwelijke dingen doen die we niet eens onder ogen durven zien (en niet hoeven zien omdat de rapportages daarover domweg niet, of slechts summier aangestipt in het mainstreamnieuws aandacht krijgen). En dat alles in het belang van het handhaven van een ziekmakende status quo. Niet in ons belang.

Hoe het ook zij, er is sowieso nog een lange weg te gaan; naar een eerlijker verdeling van welvaart in de wereld een veel langere dan pakweg 50 jaar geleden.

Enfin, er staat zo direct een nieuw jaar, een soort van schone lei voor ons klaar en ik gun ieder mens op aarde komend jaar een goede gezondheid en veel geluk. Bij deze.

Bron: “Het Chinese crisismanagement was superieur, Interview met Adam Tooze” door Ewald Engelen in DeGroeneAmsterdammer van 17 november 2021.

Een duvetje achter een vleugel, een violist in katzwijm en een joviale vriendin

Bekendheid kreeg Katrien Verfaillie pas tijdens de eerste corona-lockdown. In de ‘roare tieden van Corona’ brak ze menig Vlaams hart met haar eigen versie van een nummer van Jean Ferrat, dat ons beter bekend is als “Het Dorp” van Wim Sonneveld. Met “Kunnik Nemi Na Joen Komn” raakte zij bij velen een gevoelige snaar. Niet bij mij, want dat alles was me – zoals zoveel – ontgaan.

Nee, door het toeristenbureau naar een website verwezen, reserveerden wij kaartjes voor een Concert met West-Vlaamse liedjes in de tuinen van het Gents museum Dr. Guislain. Zelden zo’n mooi, warm en zacht West-Vlaams gehoord, stond op de site. Dat wilden wij wel eens meemaken.

De tuin was zonovergoten en in de zon was het zo warm dat we een plaats in de schaduw, dus pontificaal voor de witte vleugel zochten. Verfaillie nam er achter plaats, begon en stal direct ons hart.

Tussen instrumentale nummers en eigen geschreven liedjes door vertelde ze hoe ze als kind gestopt was met piano te leren spelen. Ze deed volgens haar pianoleraar nooit iets goed en zag steeds meer tegen de lessen op. En dat ze decennia later in 2008, nu dertien jaar geleden, op de dag dat haar vader stierf, achter haar piano was gaan zitten om daar troost te vinden. Dat ze er niet meer achter vandaan gekomen is. Ze speelt dan uit het hoofd een thema. Herhaalt dat en breidt het uit. Herhaalt dat en breidt het verder uit en zo componeert ze haar melodieën, die ze honderden keren speelt voordat ze af zijn. Vanwege covid-19 was ze zoals alle Belgen lange tijd opgesloten in haar ‘kot’ en ze had zo’n bewondering, zo’n eerbied, zoveel waardering voor alle mensen die in de zorg werken, dat ze haar klanken, eerst dus op La Montagne van Jean Ferrat, voorzag van een bij coronaleed passende tekst. Ze liet ons weten dat het op die melodie makkelijk rijmen is. Veel mensen herkenden er het gemis aan fysiek contact in, de onmogelijkheid er gewoon voor elkaar te kunnen zijn en het tekort elkaar onbezorgd te kunnen ontmoeten.

Kunnik Nemi Na Joen Komn” maakte furore en ging, zoals dat heet, viraal op social media. Binnen de kortste keren waren bijna een half miljoen views op YouTube het resultaat. Door dit eerste gezongen lied, en dus geen pianostuk, werd de muziek bekend, die Verfaillie al jaren onder de naam ‘Pigeon on Piano’ speelde, omdat haar vader haar altijd ‘duvetje’ noemde, Westhoeks voor ‘duif’. En door dat succes aangespoord schreef ze op haar eigen composities een ode aan de zorg. Elegant, grappig, kwetsbaar en ontroerend in hun eenvoud, verhalend zover ik ze volgen kon en zuiver.

Zo onthaalde Katrien Verfaillie ons onlangs op de eerste dag van een paar dagen in Gent, die eigenzinnige, rebelse en trotse Vlaamse stad, waar ik al jaren graag even vertoef. Na dit concert kòn ook onze stadsvakantie al niet meer stuk.

Maar de volgende dag streelde de Russische componist, violinist en violist Mikhail Bezverkhni onze oren. Hij speelde tussen de handelaars en marktkramers van “Bij Sint-Jacobs” onze oren; een andere musicus pur sang. Eenmaal het symfonisch intermezzo van de opera ‘Thaïs’ van de Franse componist Jules Massenet “Méditation” uitgespeeld, ontwaakte hij met ons uit zijn roes. Zowel hij als wij stonden te kijken van zoveel applaus en enthousiast publiek.

Wat later ontmoetten we een vriendin van deze Bezverkhni. Zij bood ons een spontane rondwandeling aan om ons wat achtergrond te verschaffen bij de omgeving van het Groot kanonplein, de Vrijdagmarkt met het Toreken van hèt Nederlandstalig Poëziecentrum en het Walter de Buckplein. Ja, het kon niet op…

Festival Veenhuizen

Ik: Vanavond ga ik naar Veenhuizen voor een Muziekfestival daar.

Ander: Niet omdat je onlangs een borrel teveel op had, neem ik aan.

Weer een ander: Daarover heb ik een boek gelezen. Dat zal je zeker interesseren, over hoe dat er indertijd toeging. “Het pauperparadijs: een familiegeschiedenis”. Het was zo’n klein boekje, dat gedrukt was op bijbelpapier, zal ik maar zeggen. Van een uitgeverij, die eerder bijbels maakte en daarvoor dus de expertise in huis had. Suzanna Jansen had het geschreven.

Ander: Dus niet van die wielrenner, die in 1967 de Tour de France won, Jan Janssen. Of nee, dat was de Ronde van Spanje. Die had hij ook gewonnen. In 1968 won hij de Tour de France, die toen nog de Ronde van Frankrijk genoemd werd. Weten jullie dat de organisator van de Tour de France Henri Desgrange heette en hoofdredacteur was van het tijdschrift “L’Auto”.

Die andere ander weer: Ja, die schreef toch het bekende wielerboek “La tete et les jambes”. Dat blad heette overigens “L’Auto-Velo”.

Ander: Oh ja, en vanwege de gele papierkleur van dat tijdschrift kreeg de leider van de Tour ook een gele trui. Daar zijn later de blauwe trui, de bolletjestrui en de regenboogtrui bijgekomen. Dat zijn natuurlijk geen truien, maar sportshirts, made in China, als ze niet in Bangladesh gemaakt worden.

Nog een ander: Daar komen toch steeds cyclonen, tornado’s en vloedgolven voor?

Ander: Ja, de Volksrepubliek Bangladesh, want dat is het, heeft nogal wat problemen. Ook met arbeiders, die bewaakt in bouwvallen moeten werken. Gelukkig wordt dat Bangladesh-akkoord binnenkort waarschijnlijk verlengd. Ik vind het – als je het mij vraagt – wel belangrijk dat textielarbeiders daar beschermd worden.

Ander (tegen mij): Dat zal jij vast ook wel vinden, of maakt jou dat niets uit?

En zulk geklets hield het gezelschap, waarin ik elk jaar rond deze tijd een avond verkeer, uren vol. Tot de verjaardagsborrel, het hoofdgerecht en het nagerecht genuttigd waren. Dit waren slechts 2 minuten van die avond, die 3 uren op dezelfde energie – zal ik maar zeggen – voort kabbelde. Tussendoor had ik terzijde ook nog 2 werkelijke gesprekjes. Nèt op tijd om in te checken bereikten mijn vriendin en ik ons hotel.

De volgende dag luisterden we onder een heerlijk zonnetje op verschillende locaties in het voormalig concentratiekamp voor armen, bedelaars, landlopers en wezen een stel verrukkelijke voorstellingen op. Ik dacht terug aan de nu nog steeds bewaakte arbeiders in Bangladesh en stelde vast dat er door de tijden heen toch ook niet genoeg verandert.

De huisband van Podium Witteman, Fuze, had daar in Veenhuizen een prachtig programma samengesteld. Wij zagen de ongepolijste Lidy Blijdorp virtuoos haar cello bespelen, het lollig en vaardig Nieuw Amsterdams klarinetkwartet, natuurlijk ook de boeiend vertellende Suzanna Jansen met een indringend verhaal over ‘Catootje en de eik’ precies op de plaats waar het verhaal in 1828 begon, de amusante Sterre Konijn met haar prachtig ensemble en nog zo wat. Al die muziek, het geamuseerd publiek, dat indringende verhaal van Catootje, de zon op de verschillende terrassen en tuinen waar we nu naar believen (met een kaartje) in en uit konden lopen; het werd me soms even teveel, zodat ik een traan uit mijn ogen moest pinken.

Kortom, het was een prachtige dag waarop we van plek naar plek heen en weer fietsten, tijd vonden om oud-bekenden van mijn vriendin te spreken en enkele voor haar dierbare plaatsen te bezoeken.

De volgende dag keerden we weer huiswaarts via een familielid van mij, anderhalf museum, een restaurantbezoek en een wandeling waarbij we – alsof het niet op kon – onverwacht getrakteerd werden op een concert vanuit een waterpartij. Dat had dan weer met het Oranjewoudfestival te maken.