‘Juridisch waterdicht’ is anders dan ‘Rechtvaardig’

Wat het Journaal vast niet haalde in de dagen daarna:

In het holst van de nacht verlaat een rubberboot de Libische hoofdstad Tripoli. Snel wordt de Middellandse Zee ruwer. De boot met zo’n 150 migranten aan boord maakt water. Via een satelliettelefoon smeken de opvarenden de Italiaanse kustwacht om hulp. Rond 6 uur ’s ochtends ontvangt Sea-Watch 3 een noodsignaal van de Italianen en verandert meteen van koers. Het schip van de Duitse ngo vaart onder Nederlandse vlag en onderneemt zoek- en reddingsacties in de Middellandse Zee. Met 7 breedbeeldcamera’s op de mast en het dek zal Sea-Watch de onthutsende gebeurtenissen in de ochtend van 6 november 2017 filmen.

Intussen slaat de rubberboot lek. Mensen vallen in het water. Een Portugees patrouillevliegtuig dat, net als een Frans oorlogsschip, in de buurt is, gooit om 8.45 uur reddingsvesten, een opblaasbaar vlot en rookpotten uit. Minstens 20 mensen sterven de verdrinkingsdood. Daarmee is het drama nog lang niet voorbij, blijkt uit de videoreconstructie van Forensic Architecture die met beelden, radioverkeer, getuigenissen en documenten is gemaakt.

De Italianen hebben ook hun samenwerkingspartner opgeroepen: de beruchte Libische kustwacht, door Europa en Italië met miljoenen euro’s betaald, getraind en geïnstrueerd om ‘illegale migratie’ tegen te houden. Het Libische kustwachtschip Ras Jadir maakt vaart. Op 6 november heeft het 13 mensen aan boord, van wie er 8 zijn opgeleid door de Europese militaire anti-mensensmokkeloperatie Eunavfor Med, oftewel Operatie Sophia. De Libiërs zijn het eerst bij de rampplek en eisen de reddingsoperatie op. Maar Sea-Watch gaat niet akkoord. “We hebben orders van de Italiaanse kustwacht. We gaan door met de redding“, zegt het ngo-schip via de radio.

Als Sea-Watch bij de migrantenboot arriveert, is de chaos compleet. In de deinende golven zijn hoofden van drenkelingen te zien. Er klinkt geschreeuw en gegil. Sea-Watch laat 2 bootjes met redders zakken die slachtoffers reddingsvesten toewerpen en in noodtempo mensen uit het water hijsen. De Libische kustwacht heeft geen reddingsbootjes mee en trekt tegen de protocollen in de zinkende rubberboot naar zich toe om migranten aan boord te nemen. Maar sommige mensen zijn zo bang voor de Libiërs dat ze in het water springen en proberen naar de Sea-Watch-bootjes te zwemmen. Zoveel drenkelingen hebben tegelijkertijd hulp nodig. Een redder reikt, maar is te laat. Handen verdwijnen in de zee.

Plotseling beginnen de Libiërs te dreigen en harde objecten naar de Sea-Watch-bootjes te gooien. De ngo-redders moeten zich terugtrekken. In een laatste poging aan de Libische kustwacht te ontkomen, springt een man van de rubberboot. De Libiërs gooien reddingsboeien, maar die bereiken hem net niet. Het slachtoffer verdrinkt voor ieders ogen. Op het dek van de Ras Jadir is te zien hoe de Libische kustwacht hardhandig een touw om de overlevenden legt en hen begint te slaan.

Opeens verlaat de Libische kustwacht op hoge snelheid de rampplek, zwarte rookpluimen achterlatend. Maar dan klinken via de radio waarschuwingen van een Italiaanse helikopter: “Mensen springen van uw schip. Dus stop de motoren.” Een migrant klampt zich vast aan het boordladdertje van de Ras Jadir. Sea-Watch roept via de radio naar de Libiërs: “Jullie vermoorden een persoon! Over.” Op de beelden is te zien hoe de helikopter naast de Libische boot vliegt en beveelt: “Stop uw motoren. U heeft een persoon aan de rechterzijde. Stop, alstublieft, stop! Stop! Stop! Stop! Stop!

20 mensen zijn voor en tijdens de reddingsoperatie omgekomen, stelt de videoreconstructie. Sea-Watch is erin geslaagd om 59 drenkelingen te redden en naar Europa te brengen. De Libische kustwacht pikte 47 migranten op en voerde hen terug naar Libië. Als ngo’s in april 2018 contact weten te leggen met overlevenden in Libië, blijkt dat ze bij aankomst een maand zijn vastgehouden in het detentiecentrum van Tajura, nabij Tripoli, waar ze met honderden in cellen zaten, nauwelijks water of voedsel kregen en door Libische bewakers werden afgeranseld. Enkele migranten keerden terug naar hun vaderland. Anderen werden doorverkocht aan een mensenhandelaar, die hen martelde om hun families te dwingen tot het betalen van losgeld.

Tot zover deze verhandeling over wat onlangs en wieweet ook vandaag weer in de vijver van onze achtertuin gebeurt op aansporing van de Europese Unie. Dit is slechts één verhaal – maar nu door een strategische aanpak van – in mijn ogen – helden zeer goed gedocumenteerd over wat een aantal van onze eigen politici in de Tweede Kamer onbeschaamd ‘gelukzoekers’ noemen.

Dit verhaal illustreert overigens de praktijk in een artikel waarin verteld wordt hoe een aantal – in mijn ogen – juridische helden in een 244 pagina’s tellend dossier individuele lidstaten en de Europese Unie aanklagen voor “Moord door nalatigheid” en voor “Verdrijven van ngo’s uit de Middellandse Zee en de intensivering van de samenwerking met de Libische kustwacht”, terwijl de VVD oppert om mensenredders, mijn helden, juridisch te gaan vervolgen, een maximale celstraf van 4 jaar te geven, plus boetes.

Lees voor het hele artikel de Groene Amsterdammer van 8 augustus zelf maar. Ik houd het er hierbij op te hopen dat het taboe nu eens doorbroken gaat worden dat geavanceerde democratieën zich schuldig maken aan misdrijven tegen de menselijkheid, want dat doen wij en andere Westerse democratieën (net als een hoop staten met andere staatsvormen) al decennia.

Bron: op de eerste en drie laatste alinea’s na een letterlijke overname van een deel van het artikel “Noodsignaal op zee; De juridische strijd tegen Fort Europa” door Tjitske Lingsma via DeGroeneAmsterdammer op 7 augustus 2019.

Mijn complimenten voor het Britse parlement, en veel Zwitsers begrijpen mij

Groot-Brittannië
Ik snap alle denigrerende opmerkingen van Nederlandse politici en zogenaamde opiniemakers over het Britse parlement niet. Mij lijkt een en ander een uitstekende weerspiegeling van hoe democratie zou behoren te werken, met hier en daar een (ernstige) verkeerde strategische inschatting. Het blijft ook in Groot-Brittannië mensenwerk.

In juni 2016 werd een referendum gehouden. Iets meer Britten bleken de machtsverhoudingen tussen hun landen en de Europese Unie te scheef te vinden om in de Europese Unie te blijven. Vervolgens werd van uittreding wet gemaakt. De conservatieve regering heeft 31 maanden achter gesloten deuren met de vertegenwoordigers van de Europese Unie onderhandeld over een uittredingsakkoord op hoofdlijnen. Zowel de andere Britse partijen, als de Britten en de burgers van de Europese Unie mochten al die tijd niets weten omtrent het inhoudelijke verloop van die onderhandelingen. Slechts 2 maanden voor uittreding kwam de regering met slechts één optie, die met verve verdedigd werd door premier Theresa May. ‘Slikken of stikken’ was de bewuste keuze die zij en de Europese Unie het Britse parlement voorlegden.

Dat er een geweldige weerstand bestaat tegen dat ene akkoord in een verdeeld land over de mening of het juist is de Europese Unie te verlaten en een op dat vlak even verdeeld parlement, bewijst alleen maar dat het Britse parlement een mooie afspiegeling is van het volksgevoel. Echter, ‘slikken of stikken’ werd niet geapprecieerd. Het was niet de bedoeling om alleen het stemrecht in te leveren, maar verder wel met handen en voeten aan de EU-regels gebonden te blijven. Een substantieel deel van het Britse parlement schrikt zelfs niet terug voor de optie de EU zonder overeenkomst te verlaten. Het parlement eiste een andere benadering van zowel de Britse regering als de Europese Unie. En dat allemaal in – voor wat ik ervan zag – keurig verlopende discussies vanaf de plek waar de parlementariërs zitten. Men staat op, neemt pas het woord als het woord gegeven wordt en luistert naar het antwoord op een vraag. Naarstig wordt nog gezocht naar piketpaaltjes, zoals het verwerpen van een no deal. Zelfs wordt de Britse regering buiten spel gezet om het parlementaire draagvlak voor allerlei opties, inclusief ‘blijven’ en ‘zonder akkoord vertrekken’, te onderzoeken. Wanneer de Britse conservatieve regering daar nou mee begonnen was, 33 maanden geleden, had ze misschien een principieel andere strategie gekozen dan haar huidige ramkoers. De komende maanden zal het parlement, in blessuretijd, nog zoeken naar alternatieven die een (minimale) meerderheid behalen, om een no deal Brexit op 31 oktober aanstaande te voorkomen.

Zwitserland
De Europese Unie is ook in onderhandeling met de Zwitserse Volkspartij. Daar eist de EU (ook) dat de strenge regels voor internationale arbeiders versoepeld worden. Een deel van het EU-recht zou in Zwitserland toegepast moeten worden en de Zwitserse regering zou arbitrage door het Europees Hof van Justitie moeten erkennen. “Opheffen van de soevereiniteit van Zwitserland”, zou ik dit samenvatten.

Onacceptabel, zeggen linkse partijen in Zwitserland, want daarmee komt er een neerwaartse druk op lonen en andere arbeidsvoorwaarden. Rechtse partijen wijzen erop dat de Zwitsers met hun unieke vergaande vorm van directe democratie geen macht kunnen afstaan omdat die met dit eisenpakket bij de bevolking wordt weggehaald.

De topman van farmaciegigant Roche verklaarde onlangs in een interview dat het bedrijfsleven toegang tot de EU nodig heeft. Een parlementslid van de Socialistische partij zegt in reactie daarop dat dat precies het probleem is met Europa: “Het is een unie van de bedrijven en het kapitaal. Wij zijn er om te waken voor de belangen van de arbeiders. De Zwitserse èn de Europese.

Een bestuurder van de rechts-conservatieve Zwitserse Volkspartij (SVP) zegt “dat het bedrijfsleven zich juist zo succesvol kon ontwikkelen in Zwitserland, doordat [ons; GjH] land geen regels hoeft te accepteren van anderen.

Een EU-ultimatum, een einde aan de gelijkschakeling van de Zwitserse aandelenbeurs, werd al meerdere malen uitgesteld. De Europese Unie stelt tegelijkertijd, net als in de kwestie met Groot-Brittannië, dat er niet meer verder onderhandeld kan worden. Het is ook ‘slikken of stikken’ voor de Zwitsers, waar de oppositie dus zowel van links als van rechts komt.

Zwitserland en Groot-Brittanië zijn appels en peren. Maar als fruit niet zo verschillend, want beide zijn momenteel met de EU in handels-onderhandeling. Vanuit Zwitserland klinkt begrip voor de Britten, die ook hun ervaringen hebben met EU-onderhandelaars. Het sterkt veel Zwitsers in de overtuiging Brussel buiten de deur te houden. “Vroeger wilde 40% van de Zwitserse bevolking toetreden tot de EU. Nu is dat nog maar 10%“, zegt een SVP-politicus.

Maar als er een akkoord komt, mag de Zwitserse bevolking zich er – vanwege de directe democratie – nog in een referendum bindend over uitspreken. Iets wat de Nederlandse regering nog nooit heeft aangedurft.

Bron: “Zwitsers verzuchten over gesprekken met EU: ‘We moeten gehoorzamen en stil zijn’” door de Buitenlandredactie van NOS op 30 maart 2019.

Terzijde: precies dat ‘opheffen van soevereiniteit‘ was voor mij in 2016 hèt motief om tegen de Associatie-overeenkomst tussen de EU en Oekraïene te stemmen. Die overeenkomst ontneemt de Oekraïners hun soevereiniteit.

Rep en roer in de UK

De bal ligt bij Groot-Brittannië”, wordt in de hoofdkwartieren van de Europese Unie voor microfoons gezegd, maar is dat wel zo? Was de Britse prime minister in december al niet langs geweest om een politiek haalbaardere deal te sluiten? En werd zij toen niet met alle egards ontvangen om vervolgens op een muur van ontoegevendheid te stuiten? Hoezo ligt de bal nu bij Groot-Brittannië?

Ik was overigens wel blij voor de Britten dat the deal met de Europese Unie eergisteren door het Britse parlement van tafel geveegd werd. Dat ruim een tweederde meerderheid tegen the deal was, zegt op zijn minst dat ik niet alleen sta in mijn blijdschap. Ik volgde een en ander rechtstreeks via de BBC, die dezelfde pulp levert als de Nederlandse TV; 95% betweterige duiding en 5% nieuws. Maar terug naar dit politieke scharnierpunt in de moderne Europese geschiedenis: als Brit zou ik voor lief nemen dat de Brexit nu echt een Brexit wordt.

Met de Griekse schuldencrisis, toen Syriza in 2015 aan de macht gekomen was, gunde ik de Grieken ook uit liefde een verlaten van de Europese Unie, het liefst nog met terugwerkende kracht tot 2009. Dan was Griekenland failliet gegaan en waren een stel Noord-Europese banken, die medeplichtig waren aan de Griekse schuldentragedie, ‘omgevallen’. En ik vind dat de geschiedenis mij gelijk heeft gegeven. Sterker nog, ik vind het maar niets met mijn land in een unie te leven, die als cadeautje aan Jeroen Dijsselbloem bij de Griekse regering afgedwongen heeft de datum van verse melk op te rekken tot 7 dagen, zodat Nederlandse boeren hun melk in Griekenland kunnen verkopen alsof het verse melk is en waardoor Griekse boeren failliet gingen. Om maar een tipje van de onrecht-sluier op te lichten van het vele onprofijtelijke onrecht dat de Grieken door de EU in mijn ogen is aangedaan.

Ik mag van harte hopen dat Groot-Brittannië na een eerste mogelijk chaotische periode over 5 jaar spekkoper blijkt.

Het idee van een samenwerkende Europese Unie spreekt mij overigens bijzonder aan, maar deze unie misbruikt zonder parlementaire controle overal binnen en buiten de Unie haar macht om met name het (groot-)bedrijfsleven te spekken, is als het op handelen aankomt absoluut niet democratisch, schendt structureel mensenrechten binnen en buiten de EU en bekommert zich ook niet of nauwelijks om gewone brave ingezetenen. Toen de financiële crisis hier onlangs op zijn hoogtepunt was, heeft de afgesproken beperking van het begrotingsoverschot ons veel schade berokkent omdat de Nederlandse overheid van de EU niet mocht investeren. Om maar weer een voorbeeldje van beschamend EU-beleid te noemen. De EU produceert zoveel beleid om boos van te worden dat zelfs D66 het nodig vond ons het referendum af te pakken.

Overal in Europa worden anti-EU-geluiden steeds luider en wat wil je? Binnen afzienbare tijd wordt CETA ons door de strot gedrukt, waardoor Amerikaanse multinationals via Canada als het nodig is ook onze schatkist kunnen plunderen om gegarandeerd rendabel te worden. Immers, voor nieuw nationaal beleid, zoals verhoging van (minimum) lonen, beperken van milieuschade, veiliger werken, kunnen multinationals compensatie bij nationale overheden afdwingen. Na een anti-rook campagne kan een overheid onder CETA een miljardenclaim opgelegd worden (Philip Morris in Australië). En dat terwijl het bedrijfsleven slechts 7% bijdraagt aan het vullen van diezelfde Nederlandse schatkist, omdat de winsten nou net gemaakt worden in landen waar de belastingdruk het laagst is. Tegelijk is voor ons de BTW omhoog gegaan. In het Verenigd Koninkrijk schijnt 20% van de werkende bevolking tot de armen gerekend te worden; de working poor. Door sinds Margareth Thatcher in Groot-Brittannië onrust te zaaien, kan binnenkort de verwachtte storm geoogst worden, want zelfs spreekwoordelijk maken katten-in-het-nauw nu eenmaal rare sprongen.

De bal ligt bij de Britten”, roepen ze in Brussel in koor, terwijl ze daar achter de hand fluisteren: “Waar ze ook mee komen; wij doen geen water bij de wijn; alleen voor de bühne geven wij een krimp.” Volgens mij zit daarachter dat met de Brexit een zo afschrikwekkend mogelijk voorbeeld gesteld moet worden wat er gebeurd bij het verlaten van de EU; bij the deal was het vooralsnog nauwelijks verandering met verlies van medezeggenschap, nu met no deal wordt het verwarring op korte termijn omdat alle douane-passages (mensen, geld en goederen) opnieuw ingesteld moeten worden. Dat laatste is mijns inziens de politieke macht in Groot-Brittanië wel te verwijten, want 31 maanden voorbereiden om 2 maanden voor uittreding met slechts één optie te komen, is haar strategie geweest.

Ik wens de Britten het beste. Ik mag van harte hopen dat Groot-Brittannië, na een eerste mogelijk chaotische periode over 5 jaar spekkoper blijkt; dat met name de armste Britten er weer bovenop komen. Jammer alleen dat wij van z’n lang zal ze leven de kans niet zullen krijgen om de Britten eventueel naar de EU-uitgang te volgen. Zo democratisch is Nederland ook weer niet sinds het door CDA, CU, D66, PvdA en VVD bestuurde Nederland, even met gedoogsteun van de PVV, is omgetoverd tot een democratie zonder medezeggenschap van het volk. En een echte BV is geworden met een bevolking die óf rijk is óf schulden heeft.

Albanië

Mijn reis van twee weken door Albanië was een soort van ontdekkingsreis voor mij. Sinds donderdag slaap ik weer in mijn eigen bed. Eerder in mijn leven, toen de communist Haxhi Lleshi er staatshoofd was, heb ik vanuit het Joegoslavië van Josip Broz, bijgenaamd Tito, aan de grens met Albanië gestaan. We mochten er niet in met onze Westerse boeken en kleding (spijkerbroeken). Geen denken aan, en voor ons ook geen denken aan om die spullen achter te laten.

Albaniërs roepen hier te lande geen gezellige associaties op, dus ik vond het wel wat spannend om er te gaan rondreizen. Reden om er naar toe te gaan was dat we nu nog iets van het oorspronkelijke Albanië kunnen meemaken. Het land zou zich naar verluid in rap tempo klaarmaken voor een goed geoliede toeristenindustrie en dan wordt al dat authentieke vaak tenietgedaan; zowel in omgangsvormen als in het landschap of wat je er als toerist van te zien krijgt. Toeristen houden nu eenmaal van kitsch is de ervaring van degenen die eraan willen verdienen. En we waren inderdaad net op tijd, want in een sneltreinvaart worden veel dorpen en steden omgetoverd in toeristen-boulevards. Met gladde steentjes, dus als u gaat, neem dan wandelschoenen met ruwe zolen mee. En euro’s, want de Albanese Lek is aan flinke inflatie onderhevig.

Mijn eerste en vervolgens voortdurende indruk van de Albanezen is dat het bijzonder gezellige mensen zijn; hulpvaardig, vriendelijk en vrolijk. Op straat voelde ik me overal veilig al zijn er ook, zoals overal in de wereld, achteraf-straten waar het onguur voelt. Overal zag ik mensen met elkaar pratend of alleen over straat gaan, zowel mannen als vrouwen. Het moet ook voor vrouwen een sociaal veilig land zijn, constateerde ik daaruit. Overal ervoer ik een respectvolle omgang met elkaar, zelfs toen we bedonderd waren en verhaal kwamen halen. Wanneer mensen druk, zelfs ruziënd in gesprek leken, gingen ze even later vaak samen lachend uiteen. De een de ander als afscheid een gemoedelijk klopje op de schouder gevend.

Een andere eerste en voortdurende indruk is er een van geldgebrek. Zowel de overheid als mensen hebben weinig te besteden of investeren weinig. De publieke ruimte, op de omvorming naar een toeristenland en een enkele nieuwe weg na, is duidelijk veel decennia niet onderhouden. Veel doorgaande wegen zijn nooit bestraat of geasfalteerd. Van andere is het asfalt over tientallen kilometers dermate slecht dat heel de weg gekozen moet worden de minst diepe kuilen te nemen. Door verlaten gebouwen waait de wind door de gebroken ramen. Verroest ijzer van hekken en ja-knikkers. Ingezakte daken. Overal gruis, stenen, stof en zand. En telefoonkabels. Dat er soms een uurtje geen elektriciteit is, of stromend water, lijkt voor Albanezen net zo gewoon als voor ons dat het er altijd is. De jonge mensen gaan in de grotere steden modern en goed gekleed over straat. Net als hier vaak een sigaret rokend en met een modern mobieltje aan het oor. Misschien iets vaker nog rokend dan hier. Veruit de meeste vrouwen gaan ook goed gekleed en van de mannen slechts de helft, die ik waarnam.

Die mannen zag ik overigens ook wat afroken. En ik zag ze overal in het land heel de dag de vele terrasjes bevolken. Wanneer er in de kleinere steden ook vrouwen op de terrasjes zaten, was het avond of tijd om te lunchen. Ook worden er onder de mannen spelletjes gespeeld; Backgammon en Domino. Voetbal is kennelijk zo populair dat in de steden elk terras voorzien is van minstens één megascherm waarop een voetbalwedstrijd uit de Champions leage life te zien is. In een provincieplaats telde ik in één eetgelegenheid zelfs 14 beeldschermen waarop 4 verschillende wedstrijden te volgen waren. Even verderop was er nog een taveerne met 11 beeldschermen.

In het verkeer lijkt alles geoorloofd. Een kraampje langs een snelweg met gescheiden rijbanen, snelheidsbeperkingen negeren, ‘ nachts zonder verlichting tegen het verkeer in fietsen, verbodsborden negeren, zodra een verkeerslicht op groen springt voorgangers opjagen door te toeteren. Waar we ermee te maken hadden trad de verkeerspolitie gemoedelijk op. We hoorden opmerkelijk weinig sirenes; één in veertien dagen waarvan drie dagen in Tirana. En dat terwijl we regelmatig wagens met zwaailichten, zoals die knipperlichten heten, zagen.

In gesprekken met Albanezen werden we bedankt voor ieder compliment dat we gaven. Ook kwam vaak de blik van de Albanezen op de grote wereld aan de orde. Dààr schijnt voor hen de toekomst te liggen; in Albanië blijken voor hen die we spraken weinig lonkend toekomstperspectief. Toen we ons in de bergen helemaal vastgereden hadden, zagen we gelukkig wat mensen met elkaar voor een huis praten. Hen vroegen we de weg. Een dochter van 14 werd erbij gehaald om ons Engels naar Albanees te vertalen en andersom. Na even stonden we met een volle plastic tas met druiven en gedroogde vijgen en kregen we een slaapplek aangeboden. We konden slapen op de kamer van hun zoon, die nu in China was om te studeren. Verder spreken veel mensen Italiaans omdat ze daar jaren gewerkt hebben.

Afgezien van de hoofdstad Tirana en omstreken lijkt de rest van het land, zeker dat deel waar gebergten zijn, dunbevolkt. Sommige dorpen liggen een of twee uur bochtjes rijden en kuilen vermijden van elkaar. In de vlakkere delen van het land zagen we overal alleenstaande huizen aan rechte lanen met flinke tuinen er omheen; zonder privé-zwembad. De woonhuizen, die we zagen, waren in de steden veelal aftandse flats tussen witte huizen met rode dakpannen. Buiten de steden zagen we vooral betonnen blokkendoosjes om in te wonen en van diezelfde witte huizen met rode dakpannen.

Je zult er maar geboren en getogen zijn”, ging regelmatig door mij heen. Want hoewel de mensen dus een uiterst hulpvaardige, vriendelijke en vrolijke indruk op me maakten, was ik blij weer naar ons ordelijke land terug te kunnen keren. ’t Is weer even wennen aan al dat aanmatigend gedoe, dat gedouw en dat ongeduld op straat, maar wat hebben wij de publieke ruimte hier goed op orde. Raar dan eigenlijk dat wij die warme zomer niet ook massaal aan het flaneren sloegen, zoals de Albanezen elke avond gewoon zijn te doen ongeacht de staat van hun wandelboulevards, maar dat wij altijd van A naar B op weg blijven gaan.

Tirana (in uitvoering)

Rondom de rood gedakpande daken zie ik veel groen. Ook afthanse flats en boven de straten lijkt iedereen zijn eigen telefoonkabel te mogen hangen. En iedereen schijnt daar dan ook gebruik van te maken. Dat zijn de eerste indrukken van Tirana, de hoofdstad van Albanië. De tweede indruk is die van de mensen, die we ontmoeten. Wat een aardige behulpzaamheid stralen die uit. In woonkamers en waar verder maar mogelijk zijn winkeltjes ingericht. En terrasjes. Terrasjes die heel de dag bevolkt worden door geanimeerd met elkaar sprekende mannen, en mannen die voor zich uit staren naar het langs wandelend publiek. Rond lunchtijd en het avondeten zie ik evenveel mannen als vrouwen op dezelfde terrasjes,

“Armoe” is een term waarmee volgens mij in één woord de toestand van het land aangeduid kan worden, maar daarmee blijft veel ongezegd. De zichtbare geschiedenis van een verleden van onderdrukking en de zichtbare toekomst van een stad die zich gaat laten meten met andere Europese steden. Mensen kleden zich over het algemeen modern en iedereen lijkt voorzien van up to dates mobieltjes. Op de straten rijdt alles door elkaar, van Jaguars en motoren tot overbeladen fietsen, in het donker onbelicht. Aan sissende geluiden herken ik al snel de stadsbussen die langs puffen.

Hoewel de oudere gebouwen nog in een menselijke maat gebouwd werden heeft deze stad ook een lange periode gekend waarin wat door de overheid neergezet werd imposant, pompeus en rechtlijnig moest zijn. Mij doet het denken aan de fascistische bouwstijl van de jaren 30 en 40 in Duitsland. Tirana bevat in het Nederlands het woord ‘Tiran’ en dat lijkt geen toeval. De oudere bevolking hier, die heel de dag geanimeerd op terrasjes lijkt te zitten, heeft heel wat te verduren gehad, en heel wat opstanden en protesten meegemaakt. Misschien deden ze er zelf wel aan mee.

Tot zover een eerste indruk…

Ook in Duitsland kan je beter geld hebben dan werk

Duitsland gold begin deze eeuw nog als de zieke man van Europa. In de jaren van de eenwording was de werkloosheid sterk opgelopen. Op het hoogtepunt zat 11,7% van de Duitse beroepsbevolking zonder werk.

Onder leiding van Gerhard Schröder tuigden de SPD en de Groenen de ‘Agenda 2010’ op. In de daarop volgende periode van hervormingen (ontmanteling van het ontslagrecht, verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, versobering van het sociale verzekeringsstelsel, vast werk omzetten in tijdelijk werk zoals ‘mini-jobs’ of ‘450-euro-jobs’ waarover werkgevers geen sociale lasten hoeven af te dragen, vaak (40%) zonder uitbetaling van verplichte toeslagen) daalde de werkloosheid naar 5,7% van de Duitse beroepsbevolking, maar het totaal aantal gewerkte uren groeide niet en het totaal verdiende (maand-)loon bleef ook gelijk.

Duitse belastingen op bedrijven en inkomens zijn in die periode gedaald en de Duitse btw is gestegen. Het aantal gezinnen, dat in Duitsland onder de armoedegrens leeft, is eveneens gestegen.

Ook in Duitsland groeit binnen het bruto binnenlands product het aandeel vermogen dankzij ‘hervormingen’ sneller dan het aandeel loon.

Leuk hè, liberalisme?
En wat raar hè, dat rechts-populistische partijen ook in Duitsland aan de winnende hand zijn?

Bron: “Statiegeld hoort naast de vuilnisbak; Armoede in Duitsland” door Guido van Eijck in De Groene Amsterdammer van 11 juli 2018.

Slimme meters zonder wetenschappelijk onderbouwd nut

Niet lang geleden ontving ik een voorbereidende brief over de slimme meter, die mij in de toekomst aangeboden gaat worden. Argwanende ik zit daarop helemaal niet te wachten. Thuis heb ik een systeem ontwikkeld om zo min mogelijk cookies geïnstalleerd te krijgen, ik beperk mijn Facebook- en Google-gebruik om zo min mogelijk sporen achter te laten, het digitaal gebruik van mijn medische gegevens heb ik zoveel mogelijk aan banden gelegd en zoveel als mogelijk reis ik op een anonieme OV-kaart. Gebruik van een slimme meter roept bij mij dus de vraag op voor wie die meter zo slim zal zijn.

U hoeft daar niet vanuit de onderbuik op te reageren, want onze zuiderburen hebben er onderzoek naar gedaan. De conclusie hiervan luidt:
Google en Facebook hebben een imperium gebouwd om data over ons te verzamelen en de Vlaamse overheid zit zich likkebaardend in de handen te wrijven tot ze ook data over iedereen kan gaan verzamelen; helaas wel ten koste van onze privacy en zelfs van de volksgezondheid, want alles wordt natuurlijk draadloos verstuurd.

Dan nu naar de Vlaamse cijfers en praktijk:
Er werd in 2014 geld vrijgemaakt om zo’n 9.000 slimme meters binnen een pilot te plaatsen, maar 8% van de huishoudens weigerde die plaatsing. De aanname dat energieverbruik afneemt, wanneer mensen hun verbruik kunnen raadplegen werd in de overige huishoudens gelogenstraft doordat weinig mensen hun detailgegevens raadpleegden en nog minder dat meermaals deden.
Daarop mochten 200 gezinnen meedoen aan een onderzoek, waar 10% afzag van participatie.
Vervolgens werden 4 groepen gedefinieerd om het onderzoek naar het enthousiasme voor de slimme meter op een andere manier wetenschappelijk aanvaardbaar te kunnen bepalen:
1. Advocates: van de voorstanders van slimme huishoudtoestellen mag een wasmachine zich bijvoorbeeld automatisch inschakelen als er niemand thuis is (36%)
2. Supporters: de supporters van slimme huishoudtoestellen stellen zich met wat meer vragen open voor slimme apparaten (27%)
3. Doubters: de twijfelaars zijn minder positief dan de eerste twee groepen (25%) en
4. Refusers: de weigeraars hebben geen intentie om slimme toestellen te gebruiken en geloven niet dat ze milieuvriendelijk zijn (12%)
De eerste groep kreeg van de 500 slimme meters 82%, de tweede groep 16%, de derde groep 2% en de laatste groep geen enkele. Bij dat wetenschappelijke kun je hier dus vraagtekens zetten vanwege de representativiteit voor ‘de Vlaamse energieconsument’. Niet doen, want het wordt nog leuker…
Na afloop van dit onderzoek ontstaat een nieuwe verdeling:
1. Advocates zakt van 82% naar 57% en zakt dus omgerekend voor heel de Vlaamse bevolking van 36 naar ergens rond de 20%,
2. Supporters stijgt van 16% naar 32%; het omgerekende percentage is vanwege het lage aanvangspercentage gissen
3. Doubters stijgt van 2% naar 9%; het omgerekende percentage is ook voor deze groep om dezelfde reden gissen en
4. Refusers stijgt van 0% naar 2% en stijgt dus omgerekend van 12 naar 15 tot 20% van de totale bevolking.

De Vlaamse overheid en netbeheerders zwijgen in alle talen over deze onderzoekscijfers omdat ze “niet zo bemoedigend” zijn. De Vlaamse overheid vertelt daarentegen dat de slimme meters ‘van Europa’ moeten worden geïnstalleerd. In Duitsland hoeven slimme meters echter niet ‘van Europa’ geïnstalleerd te worden, omdat de Europese Unie, die bedoeld wordt, bepaald heeft dat de mate van uitrol van slimme meters mag afhangen van een economische evaluatie. Vlaanderen zou hetzelfde als Duitsland kunnen doen als ze een onafhankelijke analyse zou laten uitvoeren die geen kosten en baten berekent over 20 jaar, terwijl de uitrol eigenlijk in 15 jaar zal plaatsvinden. Dat doet de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt namelijk.

Kortom, om aan data over de privacy van onze zuiderburen te komen, heeft de Vlaamse overheid het gebruik van slimme meters gewoon verplicht gesteld. Met ‘Europa’ en ‘milieu’ als smoes. Dat kun je volgens mij op basis van de drie vooronderzoeken en de PR van de Vlaamse overheid wel vaststellen. En onze overheid is volgens mij geen haar beter.

Bron: “Waarom de slimme meter moest verplicht worden” door Johan Janssens via DeWereldMorgen op 28 juni 2018.