De Zero-COVID-strategie

In de zomer schreef hoofdredacteur Richard Horton van ‘The Lancet’, een toonaangevend medisch tijdschrift met een hoog prestige, een striemende aanklacht tegen de corona-aanpak van Westerse overheden. Hij toonde toen in zijn boek ‘The COVID-19 Catastrophe. What’s gone wrong and how to stop it happening again’ aan dat de corona-catastrofe vermeden had kunnen worden en dat de vele onnodige doden en zieken het gevolg zijn van incompetentie en schuldige nalatigheid van overheden. Lees ik enthousiaste berichten na de laatste persconferentie van onze minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge en de premier Mark Rutte; Horton zou daarna hoofdschuddend het zoveelste turfje achter ‘Falende overheid’ zetten.

De pointe is volgens Horton dat Westerse landen het vertikken om te leren uit de ervaringen van de landen, die het eerst zijn getroffen door het coronavirus. Eind januari brak hij in een artikel nog maar eens de lans voor een zogenaamde ‘Zero-COVID-strategie’.

De Zero-COVID-strategie is uitgewerkt door een aantal vooraanstaande Duitse academici en clinici, zoals professor Ilona Kickbusch, oprichter van het Global Health Centre bij het Graduate Institute of International and Development Studies in Genève, Matthias Schneiderterwijl, Melanie Brinkmann en Michael Hallek. Naast het plan van deze Duitse experts is er ook in het Verenigd Koninkrijk een Zero-COVID-coalitie gelanceerd. Een van de bekende voortrekkers daarvan is Jeremy Corbyn.

De doelstelling van deze strategie is het creëren van virusvrije groene zones als tussenstap voor het uitschakelen van het virus op het hele grondgebied. Zij gaan uit van de ervaringen in verschillende Oost-Aziatische landen, die leert dat volledige uitroeiing de minste schade toebrengt aan de samenleving. Volgens de Duitse experts is “elke infectie er een te veel”; precies wat ik ook al een hele tijd beweer. Hun plan beveelt een regionale aanpak aan: wanneer de ‘incidentie van de COVID-19-infectie’, het aantal nieuwe corona-gevallen per tijdseenheid, per aantal van de bevolking in een bepaald gebied, tot nul is gedaald, wordt dat gebied tot ‘groene zone’ verklaard. Rond deze zone moeten strikte beschermende contact- en reisbeperkingen worden opgelegd, met krachtige protocollen voor testen, opsporen en isoleren.

De experts stelden een ‘pad naar normaliteit’ op in 4 fasen, waar de plannen van De Jonge en Rutte een puntje aan kunnen zuigen:

Fase 1: lockdown om een incidentie te bereiken van minder dan 10 gevallen per 100.000 inwoners per week.

Fase 2: voortzetting van de maatregelen om onder de 5 gevallen per 100.000 te komen.

Fase 3: de incidentie tot nul terugbrengen.

Fase 4: afkondiging van de status van groene zone.

In Melbourne duurden de eerste 3 fasen ongeveer 14 dagen, terwijl wij al sinds de zomer dagelijks geïnformeerd worden over het aantal besmettingen, maatregels, sterfgevallen en ziekenhuisopnamen, alsof de situatie op Texel zich laat vergelijken met die in de kop van Noord-Holland. ‘Non-informatie’ vind ik het al heel erg lang, omdat ik altijd al denk dat pappen en nat houden ons niet zal helpen.

In het artikel van Horton, waarin ik hier zojuist over de Zero-COVID-strategie van Kickbusch las, wordt lezenswaardig ook een serie mythes over corona doorgeprikt. Die ga ik hier niet herhalen.

Bronnen: “Offline: The case for No-COVID” door Richard Horton in TheLancet op 30 januari 2021 en “De coronacrisis duurt al veel te lang; een opmerkelijk Duits voorstel om er snel van af te geraken” door Floor Peeters via DeWereldMorgen op 8 maart 2021.

Klik hier voor meer informatie, zoals die mythes, die we niet zouden moeten geloven. En het betreffende artikel in ‘The Lancet’, kunt u hier vinden.

Duisternis aan het eind van de tunnel

Hagai El-Ad, uitvoerend directeur van ngo B’Tselem (‘naar gods beeld’), Israëls meest gerespecteerde en prominente mensenrechtenorganisatie, schrijft dat Israëls versie van apartheid “– in zekere zin een apartheid 2.0 – bepaalde vormen van lelijkheid vermijdt (…) Dat Israëls opvattingen niet berusten op huidskleur, maakt geen wezenlijk verschil: de onderdrukkende realiteit is de kern van de zaak (…)”. En wanneer we “het geheel aan wetten en beleid, dat door Israël werd ontwikkeld om zijn controle over de Palestijnen te verankeren” in beschouwing nemen, besluit zijn nieuwste rapport dat de “grenslijn voor apartheid werd overschreden”.

De analyse door B’tselem is waarschijnlijk de meest verregaande in de erkenning dat Israëls apartheid niet alleen in de bezette gebieden een feit is – wat al eerder, onder andere door voormalig president van de Verenigde Staten van Amerika Jimmy Carter werd vastgesteld – maar dat de Israëlische èn de Palestijnse gebieden tussen de Middellandse Zee en de Jordaan een apartheidsregime kennen. Hiermee weerlegt het rapport Israëls claim een democratische staat te zijn binnen zijn eigen internationaal erkende grenzen.

Zoals natuurlijk ook de gulle lof voor de vaccinatiecampagne in Israël Israëls claim weerlegt een democratie te zijn, aangezien die lof onrecht doet aan de 3.700.000 Palestijnen, die hun eerste vaccin nog moeten krijgen; de facto onderschrijft ook dit de apartheidspraktijken in Israël.

Vandaag benadrukte B’Tselem: “Joden leiden hun leven in één enkel aaneengesloten gebied waar ze alle rechten en zelfbeschikking genieten. Palestijnen daarentegen leven in gebieden opgedeeld in verschillende eenheden, elk met eigen rechten, gegund of geweigerd door Israël, maar altijd ondergeschikt aan de rechten die aan Joden worden verleend.

Israëls ‘Joods-supremacistische ideologie’ met het beginsel dat Joden boven alle andere mensen verheven zijn, zou tot uitdrukking komen in de obsessie het land te willen ‘judaïseren’; ‘niet-Joden tot Joden te willen maken’, zouden wij zeggen. Dat doet de staat Israël met de maatregelen die de bewegingsvrijheid van Palestijnen beperken, in de burgerwetten die alleen Joden bevoorrechten en het gespleten beleid, en in het ontzeggen van politieke participatie aan Palestijnen. “Dit discriminerende beleid”, zo schrijft B’Tselem, “is ook van toepassing op een vijfde van de bevolking in Israël die Palestijns is en nominaal ook het staatsburgerschap bezit.” El-Ad besluit: “Er is geen vierkante centimeter gebied onder Israëlische controle waar Palestijnen en Joden gelijk zijn. De enige eerste-klasse-mensen hier zijn Joodse burgers net als ik.

Precies zoals ook in ons land, ontbreekt het in Israël aan linkse systeemkritiek. Israëls criticasters omvat nog maar een handvol mensenrechtenorganisaties, die door de publieke opinie doorgaans worden beschouwd als verraders die ‘Europese belangen’ dienen. Kritische activisten worden ook al tijden door de laster van Israëls bondgenoten in Europa en de VS tot zwijgen gebracht; elke kritiek op Israël wordt al snel als ‘antisemitisch’ geframed.

Maar B’Tselem is een ervaren Joods-Israëlische organisatie met grondige expertise in internationaal recht en mensenrechten. Deze ngo stelt nu dus ook nadrukkelijk ‘racisme in Israël’ vast.

Ook in Israël zijn in maart verkiezingen. Hebben wij van doen met een PvdD, een SP en verder met verschillende varianten op D66, in Israël wordt de verkiezingsstrijd deze keer gedomineerd door 3, 4 extreemrechtse partijen die elk op een of andere manier de annexatie van de inmiddels meer dan 50 jaar bezette gebieden nastreven.

Nou is dat misschien nog niet zo erg, omdat inmiddels de enige mogelijkheid om tot een oplossing voor de Israëlisch-Palestijnse kwestie te komen de aanvaarding eist van één enkele democratische staat Israël. Een democratische staat, die garant staat voor de gelijkheid en waardigheid van allen. Echter, voor een Israëlische staat die voor iedere burger en ingezetene mensenrechten naleeft, zoals dat elke democratie betaamt, moet de logica van de apartheidsanalyse helemaal worden doorgetrokken. Daartoe zullen die Israëlische extreemrechtse partijen niet in het minst geneigd zijn; anders waren ze niet ‘extreem’ en ‘rechts’.

Bron: “Israël verliest de strijd om zijn apartheid nog langer te verbergen” door Jonathan Cook via Arnaud Coolsaet van de DeWereldMorgen-vertaaldesk op 4 maart 2021.

Open brief van Dori & Sivan Tal

Wij, ouders van een jongen, die zijn militaire dienstplicht moet vervullen, hebben besloten onze verantwoordelijkheid op ons te nemen en onze zoon niet naar het Israëlische leger te sturen. Wij hebben onze weigering verantwoord in onderstaande brief aan de militaire overheid:

Wij, Dori en Sivan Tal, ondertekenaars van deze brief, weigeren op grond van gewetensbezwaren onze zoon Yair Tal naar het Israëlische leger te sturen om zijn dienstplicht te vervullen.

Doorgaans wordt beweerd dat dienstweigering een politieke beslissing is. Wij zijn het daarmee eens. Logischerwijze is de beslissing om wel te dienen in het Israëlische leger ook een politieke beslissing.

Daarnaast hoor je vaak dat 18 jaar te jong is om zo’n belangrijke politieke beslissing te nemen. Daarom nemen wij de verantwoordelijkheid voor de politieke beslissingen van onze jonge zoon en zeggen wij: “NEEN!

Wij zijn ervan overtuigd dat de militaire operaties van het Israëlische leger in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever oorlogsmisdaden zijn en misdaden tegen de mensheid. Ze brengen de lokale bevolking veel schade toe, zijn een overduidelijke schending van de mensenrechten en respecteren geen enkele morele norm.

Bovendien ondergraven ze de kans op coëxistentie tussen Israëli’s en Palestijnen in de toekomst. Bovenop de schade aan de Palestijnse bevolking, zijn die operaties schadelijk voor de soldaten – althans voor de soldaten die hun hart niet sluiten voor het lijden van anderen en gedwongen zijn anderen onrechtvaardig te bejegenen en te doen lijden.

Zelfs de andere activiteiten van het Israëlische leger, die niet rechtstreeks te maken hebben met de bezetting van Palestijnse grond en de controle van de Palestijnse bevolking, maken deel uit van de strijd tegen de krachten die zich verzetten tegen de Israëlische bezetting.

In het huidige politieke klimaat, met een eerste minister die zich voor de rechtbank moet verantwoorden en wiens optreden enkel ingegeven is door eigenbelang, vrezen velen dat de Israëlische strijdkrachten worden ingezet voor nutteloze militaire operaties, die alleen maar bedoeld zijn om regionale conflicten te doen escaleren en aan beide kanten levens eisen.

In die omstandigheden willen wij niet dat onze zoon als pion gebruikt wordt door een systeem dat het conflict en de risico’s doet toenemen voor politiek gewin.

Aangezien de beslissing om al dan niet in het Israëlische leger te dienen van politieke aard is, is kennis van de achtergrond, de historische feiten, de politieke realiteit en de verschillende opvattingen over dit onderwerp van cruciaal belang om een politiek standpunt te ontwikkelen en op basis daarvan een beslissing te nemen.

Jammer genoeg beantwoordt de officiële opleiding, die onze zoon net als alle tieners in het Israëlische onderwijssysteem ontvangen heeft, aan geen enkel criterium van verantwoorde burgereducatie. In feite werd onze zoon vanaf het begin aangemoedigd om gewillig zijn dienstplicht te vervullen.

Op school leren de kinderen niet de echte waarheid over de geschiedenis van hun land, maar krijgen zij een vertekend verhaal opgedrongen dat een denkbeeldige realiteit schildert van een vreedzame staat die wordt bedreigd door boosdoeners die uit zijn op vernietiging.

Ondertussen maakt diezelfde staat zich schuldig aan etnische zuivering om zich grond toe te eigenen. De staat vervolgt op een antidemocratische en onmenselijke manier iedereen die zich verzet tegen de bezetting en stelt alles in het werk om de oorspronkelijke bevolking – het Palestijnse volk – uit te sluiten en te verjagen.

Onze zoon zal niet meewerken aan de veroveringen van de extreemrechtse regering, die in ons land aan de macht is. Wij willen niet dat hij sterft voor het bezetten van grond en het berokkenen van leed aan anderen. Daarvoor je leven te geven is weerzinwekkend.

Yair is niet religieus en hij heeft ook geen enkele mentale aandoening of andere kenmerken, die hem hadden kunnen vrijstellen van het vervullen van zijn dienstplicht. Hij is zowel mentaal als fysiek gezond en wij willen dat zo houden.

We hebben hem 18 jaar lang met veel liefde omringd, beschermd en ondersteund en hem de universele waarden, waarin wij geloven, bijgebracht. De Israëlische dienstplicht staat haaks op die waarden.

Yair is niet het eigendom van de staat en de staat heeft niet het morele recht om hem met dwang in te lijven in een organisatie die voortdurend de internationale verdragen over mensenrechten met voeten treedt.

Het is onze morele plicht ons tegen die militaire dienstplicht te verzetten. Dat is onze verantwoordelijkheid als ouders. Daarnaast erkennen wij de “Gewetenscommissie” van het Israëlische leger niet als de autoriteit, die in deze gewetens- en moraliteitskwesties oordeelt over een al dan niet vervulling van de dienstplicht. Ons geweten is zuiver en wij hebben de goedkeuring van het Israëlisch leger niet nodig.

In Israël hebben ouders met één kind of ouders, die al een kind verloren hebben, het recht om de inlijving in gevechtseenheden te weigeren. Het Israëlisch leger erkent dat recht, maar wij eisen dat recht op voor al onze kinderen. Wij “geven ons eerste kind niet gratis”. Op basis van bovengenoemde redenen eisen wij het recht en de plicht op om alle kinderen – van de oudste tot de jongste – te beschermen.

Wij zijn niet enkel verantwoordelijk voor onze zoon als hij over de schreef gaat, maar ook voor wat hij doet in een militaire context. Wij zouden onze verantwoordelijkheid dragen wanneer onze zoon als burger een misdrijf zou begaan, zoals diefstal of het gebruik van fysiek geweld.

Die verantwoordelijkheid wordt er niet minder op wanneer hij dergelijke dingen zou doen in uniform. Dat de dagelijkse misdaden van het Israëlische leger door de politiek gesteund worden, rechtvaardigt of verontschuldigt ze niet, integendeel.

Het is onze verantwoordelijkheid als ouders om te zeggen: “stop!” Militaire dienstplicht bij het Israëlische leger: “niet zolang wij het voor het zeggen hebben!

Verantwoording: “Israëlische ouders weigeren hun zoon voor zijn dienstplicht naar het bezettingsleger te sturen; Open brief – Savin Tal, Dori Tal”. Voor DeWereldMorgen vertaald door Marina Mommerency en door De WereldMorgen gepubliceerd op 1 februari 2021. Deze open brief geeft mijn kritiek uitstekend weer op de Israëlische rol in en om het voormalige Mandaatgebied Palestina, waar de Staat Israël gevestigd is. Ik heb deze brief op enkele punten geredigeerd.

De steeds welig tierender ziekte in wat het vrije westen genoemd wordt (zo vrij is dat niet)

Tijdens de bestorming van het Capitool in Washington DC afgelopen woensdag liet president-elect Joe Biden vallen: “This is not who we are”. Maar is dat waar? Het is al te gemakkelijk om dit alleen maar extreem-rechts fascisme/trumpisme/racisme te noemen. Dat is het vast en zeker, maar er is meer aan de hand.

Deze maatschappij is ernstig ziek (zieker dan de onze, maar we lopen van oudsher wat achter op de Verenigde Staten van Amerika). Wat we op 6 januari jl. zagen gebeuren, was de witte onderklasse in verzet. Dat is een deel van de Amerikaanse samenleving dat al 40 jaar zijn levensstandaard ziet afnemen. De onderliggende oorzaken van hun diepe onvrede zijn sociaal-economisch: dalende koopkracht, onbetaalbare hypotheken, steeds duurdere geneeskundige zorgen. Na de naoorlogse bloeiperiode tot ongeveer 1975 werden ondermeer alle studiebeurzen voor gewone gezinnen afgeschaft en werden cursus- en inschrijvingsgeld aan universiteiten voor hen onbetaalbaar duur. Banen in de productieve economie – grotendeels voor witte werknemers – zijn sinds het vrijhandelsakkoord NAFTA met Canada en Mexico in 1994, onder democraat Bill Clinton, stelselmatig verdwenen. Hele dorpen en steden zijn verarmd. De openbare infrastructuur ligt er verwaarloosd bij. Op het uitgestrekte Amerikaanse platteland kun je je in een ontwikkelingsland wanen.

Het afvalproduct van 350 jaar Amerikaanse geschiedenis

Deze arbeiders overleven dag in dag uit met ‘bullshit jobs’, zoals de antropoloog David Graeber ze noemde: slechte arbeidsomstandigheden, lage lonen, zonder waardering en zonder werkzekerheid. Zo ongeveer als ik dat een half jaar meemaakte bij een van de 2 distributiecentra van de HEMA in Utrecht. Zij staan sociaal even laag als de miljoenen illegale migranten uit Mexico en het Zuiden; alleen hun status als burger hebben ze op deze andere onderklasse voor.

Ja, deze mensen zijn racistisch èn wit. Dat waren ze echter ook toen de Rainbow Coalition van Jesse Jackson even kans maakte op de democratische nominatie in 1988. Die nominatie ging uiteindelijk naar de makke Michael Dukakis, die grandioos verloor van George Bush senior, vice-president onder Ronald Reagan. Ik wil er maar mee zeggen dat Bernie Sanders niet de eerste invloedrijke Amerikaanse politicus was met een sociaal-democratisch profiel, die het neoliberale democratisch establishment even in verwarring bracht.

Ondertussen stijgt het vermogen van de grote bedrijven en de rijke toplaag tot ongeziene hoogten. Tijdens de covid-19-pandemie is het fortuin van de 1 procent weer sneller gestegen dan voorheen.

Alle retoriek ten spijt werd het neoliberale beleid sinds republikeins president Ronald Reagan (1981-1989) onverminderd voortgezet door alle democratische en republikeinse presidenten na hem. Sociale bescherming in de VS is naar Europese normen nooit heel goed geweest, maar wat gewone Amerikanen nu meemaken is ongezien. De enige groei-industrie met nieuwe werk komt sinds president Clinton van de privé-gevangenissector. Het is voor veel landelijke dorpen zelfs de enige werkgever.

Deze mensen kun je zien als ‘het afvalproduct van 350 jaar Amerikaanse geschiedenis’, die begon met genocide op de inheemse volkeren, vervolgens een economie bouwde op gruwelijke sociale uitbuiting in de fabrieken in het Noorden en op slavernij in het Zuiden.

Waar in Europa de arbeiders streden voor sociale rechten, liet men deze bevolkingsgroep generatie na generatie migreren naar het ‘onontgonnen’ westen, waar ze de illusie konden koesteren geen baas boven zich te hebben, ongestraft ‘indianen’ mochten uitmoorden en zwarten lynchen. De oligarchen keken er glimlachend op toe, terwijl deze mensen voor hen het pad effenden. Hun racisme is bovendien geënt op een onderwijssysteem dat onvoorstelbaar slecht is. En hun algemene ontwikkeling doen ze op door naar zenders te kijken en luisteren, die continu ophitsende ‘alternatieve feiten’ vertellen; een term waarmee hun nog-huidige president zijn leugens 4 lange jaren bestempelde.

Het zijn de omstandigheden, die ons meedogenlozer of juist meelevender maken

Politieke analisten begaan jaar in jaar uit de fout op zoek te gaan naar een logische lijn in het gedachtengoed van deze mensen. Die is er niet. Deze mensen hebben het vermogen verloren om complexe informatie te verwerken, om kritisch na te denken en om logisch te denken. Misschien is de enige studie, die hierover de vinger op de wond legt, die van sociologe Arlie Russell Hochschild in haar boek “Strangers in their Own Land” (2016). Een boek dat het resultaat was van 5 jaar wonen tussen deze mensen, nog voor Trump presidentskandidaat was.

Hoe verschillend de cultuurhistorische context ook is tussen de VS en Westelijk Europa, toch meen ik veel dingen te herkennen. Er is ook hier geen enkele politieke partij die het neoliberalisme in de kern afwijst. Steeds meer mensen leven ook hier in een culturele en sociale informatiebubbel, waarin ze hun vervreemding van andersdenkende landgenoten door politici in de Tweede Kamer bevestigd zien, verdiepen en versterken. Deze mensen zijn als de relschoppers van het Belgische Ninove na de gemeenteraadsverkiezingen. In Frankrijk zouden deze betogers deelnemen aan de protesten van de ‘gilets jaunes’. Die beweging is diverser, maar zij zouden er wel hun plaats in hebben. In Duitsland zouden ze zich thuis voelen bij de Alternative für Deutschland en in Nederland bij Forum voor Democratie en de Partij voor de Vrijheid.

Ga er wat mij betreft maar vanuit dat wat afgelopen woensdag 6 januari in Washington DC gebeurde niet eenmalig is. Hier gaat de hele geschiedenis van een land aan vooraf en dat land is pathologisch ziek aan moordend kapitalisme, seksisme en racisme.

En wij hier in Europa kunnen er wel “Ach en wee” over roepen, maar ook onze politici heeft het de afgelopen 4 jaar aan lef ontbroken om de vriendschapsbanden met de VS op het spel te zetten door afstand te nemen van president Trump en daar consequenties aan te verbinden. Alsof Trump een storm in een glas water zou zijn. Economie en handel gaan voor ethische politiek bedrijven en voor de handhaving van grondwettelijke vastgelegde mensenrechten. Zelfs voor de opwarming van de aarde. Dat zien we ook aan onze omgang met bijstandgerechtigden, onze opstelling in de gevolgen van de covid-19-pandemie binnen de EU, onze migratiepolitiek, hoe we omgegaan zijn met de Griekse schuldenkwestie en de kinderopvang-toeslagaffaire. Dit zijn volgens mij slechts de zichtbare toppen van ijsbergen; dat massa’s mensen zich ook hier door de politiek in de steek gelaten voelen, wordt naar mijn mening ook in onze samenleving veel breder ervaren. Daarom wijst ook bij ons de tendens al jaren op een ontwikkeling in dezelfde richting als wat woensdag in de VS gebeurde.

Daarenboven, nadat straks CETA, TISA en TTIP te zijner tijd geratificeerd gaan worden, soortgelijke verdragen als NAFTA -als we dat niet weten te voorkomen – gebeurt hier na wat decennia precies hetzelfde. Nou ja, dat vermoed ik, omdat ik denk dat er op de keper beschouwd weinig verschil is tussen hen en ons; als mensheid hebben we heel veel onderling gemeenschappelijke eigenschappen: het zijn de omstandigheden, die ons meedogenlozer of juist meelevender maken.

Bron: “Hier ging 350 jaar Amerikaanse geschiedenis aan vooraf” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 7 januari 2021.

Lijstje stand van vaccin-erende zaken

In het Verenigd Koninkrijk startte de vaccinatie tegen covid-19 het eerst. Dat was op 8 december jl., bijna 2 weken voordat het vaccin door de Europese Unie goedgekeurd zou worden. Daarbij werd het vaccin gebruikt dat door Pfizer en BioNtech ontwikkeld was. Op 1 januari waren daar 1.000.000 mensen voor de eerste keer gevaccineerd; 1,7% van de bevolking. In Groot-Brittanië is het plan vanaf 4 januari ook te vaccineren met het vaccin dat door AstraZeneca en de universiteit van Oxford is ontwikkeld, waardoor de vaccinatiesnelheid naar verwachting nog eens zal toenemen.

Op 3 januari zijn 1.100.000 mensen in Israël gevaccineerd met de eerste dosis van Pfizer; 12% van de bevolking.

De Europese Unie keurde het Pfizer-vaccin op 21 december goed. Op 26 december ontvingen de lidstaten al naar gelang de grootte van hun populatie vaccins.

Op 2 januari had Denemarken 45.800 mensen gevaccineerd; 0,78% van de bevolking.

Op 1 januari waren in Duitsland 188.500 mensen gevaccineerd met de eerste dosis van Pfizer; 0,2% van de bevolking,

Kroatië 770.000 mensen; 0,19% van de bevolking,

Portugal 16.500 mensen; 0,16% van de bevolking,

Italië 79.000 mensen; 0,13% van de bevolking,

Polen 50.000 mensen; 0,13% van de bevolking,

Oostenrijk 6.000 mensen; 0,07% van de bevolking

Bulgarije 4.739 mensen; 0,07% van de bevolking,

Roemenië 13.200 mensen; 0,07% van de bevoking,

Estland 2.500 mensen; 0,2% van de bevolking,

Griekenland 3.000 mensen; 0,03% van de bevolking,

Finland 1.767 mensen; 0,03% van de bevolking,

Frankrijk 352 mensen in een bevolking van 67.000.000 mensen

en tenslotte Nederland, dat het vaccineren over 4 dagen start op 8 januari a.s. en waar gisteren door de verantwoordelijk minister besloten is ‘een kleine zijstap te maken’ bij het vaccineren door ziekenhuispersoneel ook als eerste groep te vaccineren en waar vandaag na overleg besloten is huisartsen ook tot de eerste groep toe te laten, en waar naar verluid in 22 van de 25 GGD-regio’s eerder begonnen zal worden met vaccineren.

Bronnen: “Coronavirus: Which European country is fastest at rolling out the vaccine?” door Alice Tidey via Euronews op 3 januari 2020, “GGD begint in 22 regio’s eerder met vaccineren” via het coronablog van NOS en “Huisartsenvereniging: ook huisartsen worden met voorrang gevaccineerd” via NOS, beide op 3 januari 2020 en “De Jonge: we maken kleine zijstap op de vaccinatieroute” door de politiek redactie van NOS op 2 januari 2020.

Hoe scheid ik Covid-19-kaf van -koren?

Voor het virus, het Covid-19-virus, zijn meningen volstrekt irrelevant.

Sinds ik er in maart mee geconfronteerd werd, neem ik het serieus, in die zin dat ik me alleen interesseer in mechanismen: via welk mechanisme kan ik besmet raken (en op mijn beurt anderen besmetten) en via welk mechanisme tast het het menselijk lichaam aan? Dat is wat voor mij telt en de rest kan me wel zo’n beetje gestolen worden.

Natuurlijk doet een VVD-minister-president het liefst wat des VVD’s is, zoals de andere kabinetsleden het liefst doen wat des CDA’s, CU’s, D66’s en VVD’s is en ik heb in geen van allen mijn vertrouwen gesteld. Wat dat betreft kan onze regering mij niet teleurstellen, al bevreemdt het mij dat zij de WHO-richtlijnen van meet af aan niet punctueel hebben opgevolgd.

Corona-doden en –ziekenhuis-opnames interesseren me niet, al zeggen de cijfers, nu er getest kan worden, meer dan in april, mei en juni. Wel valt me op dat velen naar deze getallen kijken als percentages van de bevolking om vervolgens de ernst van de ziekte te bagatelliseren. Zij maken volgens mij een denkfout. Immers, wanneer de samenleving 3 weken eerder op slot was gegaan, zouden de besmettingen, doden en ernstig zieken – op basis van wat bekend is – een factor 1.000 lager geweest zijn. Dat zou een fantastisch quasi-argument zijn geweest te veronderstellen dat het virus nagenoeg onschadelijk is. En wanneer de samenleving 3 weken later op slot zou zijn gegaan een factor 1.000 hoger met jammerklachten over falende bestuurders tot gevolg.

Discussies over de anderhalvemeter-samenleving, de gevolgen voor cultuur, evenementen en horeca, het nut van mondkapjes en thuis werken interesseren mij evenmin als de complottheorieën rondom corona. Ik doe het met wat ik weet of denk te weten en trek verder niet erg consequent mijn eigen plan. Het doel een groepsimmuniteit te ontwikkelen tegen een nagenoeg onbekend virus verwerp ik al zolang de inmiddels bekende mechanismen van aantasting van lichaamsfuncties en verspreiding zo zijn als algemeen door virologen en andere op dit vlak serieus te nemen artsen verondersteld. Het laatste degelijke artikel hierover las ik in De Morgen van 5 augustus jl.. Ik zou het fijn vinden wanneer er weer zo’n goed geschreven medisch artikel gepubliceerd zou worden met actuelere inzichten, maar helaas wijden onze media zich kennelijk liever aan discussies zonder doel en ander vermaak.

Het lijkt een beetje saai, en dat is het misschien ook wel. Dus tenslotte nog even dit. In landen als China en Japan worden volgens mij al veel langer mondkapjes gedragen wanneer iemand ziek is. Dan wordt ook lichamelijk contact met vreemden vermeden. Mij lijkt daar sowieso wel wat wijsheid in te zitten. Ik draag vooralsnog alleen een mondkapje als dat ergens verplicht is en ik registreer me alleen waar me dat gevraagd wordt. Echter, toen ik, vlak voordat ik een week naar Teschelling zou gaan, coronaverschijnselen begon te vertonen, deed ik vanwege alle gedoe met overvolle teststraten geen poging me laten testen. Ik ging er vanuit dat ik een gewoon koutje opgelopen had (ik meende te weten waar en wanneer), waardoor ik neusverkouden geworden was met een beetje verhoging, gevolgd door hoesten en snotteren. Ondanks de wijsheid der Chinezen en Japanners droeg ik ook toen geen mondkapje als ik op stap ging. Wel stelde ik degenen, met wie ik contact had, en met wie ik de dagen daarvoor intensiever contact gehad had, op de hoogte van mijn verkoudheid. Gelukkig wàs het een gewone verkoudheid die vanzelf over ging en voelde ik me na een paar dagen weer als vanouds.

Zo gaat dat dus bij mij. Nee, ik ben er niet trots op.

O, Terschelling? Het was er heerlijk: goed gezelschap, fijne huisvesting, mijn koutje beperkte me nergens in en vrijwel elke dag was het lekker wandelweer waarvan we goed gebruik maakten. Ik heb mijn spullen zojuist weer uitgepakt en een eerste was gedraaid. En, wat voor mij ook belangrijk is, van mijn huis werd ondertussen goed gebruik gemaakt door een andere vriendin.

Op zonvakantie naar… Siberië

In sommige delen van Siberië klom het kwik vorige week boven de 30 graden Celsius. “Dat is warmer dan in veel delen van Florida in de Verenigde Staten”, zegt woordvoerster Claire Nullis van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO). In de Russische stad Verkhoyansk werd op 20 juni een temperatuur van 38°C geregistreerd en in andere delen van Siberië werd het in de week van 19 juli opnieuw meer dan 30°C. De temperaturen in Siberië gedurende de eerste helft van 2020 lagen meer dan 5°C boven het gemiddelde en in juni tot 10°C boven het gemiddelde. Het noordpoolgebied warmt meer dan 2x zo snel op als het wereldgemiddelde. Dat heeft gevolgen voor de lokale bevolking, voor ecosystemen en voor de rest van de wereld. Die extreme hitte “zou volgens de analyse van een team van klimatologen bijna onmogelijk zijn geweest zonder de invloed van door de mens veroorzaakte klimaatverandering”, aldus Nullis, maar dat is nu natuurlijk mosterd na de maaltijd.

Een van de gevolgen is bijvoorbeeld dat er nu zware bosbranden woeden. Satellieten “laten dramatische beelden zien”, zegt Nullis. “De meest actieve brand woedt momenteel slechts 8 kilometer van de Noordelijke IJszee.” Op 22 juli waren er in Siberië zo’n 188 brandhaarden. De rook van bosbranden geeft een breed scala aan verontreinigende stoffen af, zoals koolmonoxide, en vermindert de capaciteit van de bossen om verontreinigende stoffen zoals vaste aerosolen, vluchtige organische stoffen en stikstofoxiden op te nemen. In juni kwam door de branden naar schatting 56.000.000 ton CO2 vrij in de atmosfeer. Dat is nog meer dan de 53.000.000 ton van de Siberische bosbranden in juni van het vorig jaar.

Deskundigen vrezen dat het smelten van het ijs vooral in de maanden augustus en september tot een groot verlies aan zoet water zal leiden. Bovendien komt door het smelten van het ijs en het ontdooien van de permafrost (immer bevroren grond) methaan vrij; een broeikasgas. Dat heeft ook weer een negatieve impact op ecosystemen en op de infrastructuur in de hele regio. De WMO heeft ook meldingen ontvangen van een snelle daling van het zee-ijs langs de Russische kust.

Wat er in het [haast, op wat ijsberen na, uitgestorven; GjH] noordpoolgebied gebeurt, blijft niet in het noordpoolgebied. De polen beïnvloeden het klimaat en de klimatologische omstandigheden op de lagere breedtegraden, waar honderden miljoenen mensen wonen”, benadrukt Nullis.

Bron: “Hittegolf doet Siberië opnieuw branden” door InterPressService via DeWereldMorgen op 27 juli 2020.

Iets gemeenschappelijks

In het zonnetje tussen de buien door op een Utrechts terras vroeg een van mijn kinderen me gisteren wat ik dacht van de anti-racisme-demonstratie, die eergisteren op het Jaarbeursplein had plaatsgevonden; of ik eraan deelgenomen zou hebben als ik ervan had geweten. Ik antwoordde dat ik benieuwd ben wat de demonstranten beogen; je kunt immers ook voor mooier weer of een betere wereld demonstreren. Waar zijn de demonstranten concreet op uit?

Overigens hebben de anti-racisme betogers mijn sympathie. Ook al zouden deze wereldwijde demonstraties als stok dienen om een andere hond mee te slaan: we demonstreren tegen racisme door de politie, maar zijn eigenlijk tegen het asocialisme van Donald Trump en zijn republikeinse partij, tegen ongelijkheid in het algemeen, of tegen de vooringenomenheid van de gevestigde orde in ons eigen land.

Wat ik bedoelde met mijn reactie, is dat ik het vanzelfsprekend vind om racisme te verwerpen, maar dat vind ik een open deur. Geen weldenkend mens, dat ervoor uitkomt apartheid te omarmen. Dàt zullen we in 2020 toch al wel bereikt hebben (of is het nòg erger met de mensheid gesteld dan ik denk?). We kwamen er na even praten op uit dat we beiden racisme verwerpen, maar dat we ons niet bewust zijn van het onbewuste racisme waar we ons ongetwijfeld ook schuldig aan maken. Hoe betreurenswaardig en verwerpelijk ook, racisme is van alle tijden.

We kwamen er ook op uit dat we beiden van ‘de hoop’ zijn. De hoop op een betere wereld. Vertrouwen in mensen, die toch feitelijk nagenoeg altijd proberen het juiste te doen. Voor mij is die betere wereld een pacifistische wereld. Ik roep altijd al, sinds de vervulling van mijn militaire dienstplicht en mijn daarop volgende – toegekende – beroep op de wet gewetensbezwaren militaire dienst, dat elke nieuwe wet volgens mij getoetst zou moeten worden aan de vraag of die wet pacifisme dichterbij brengt. Elke dag zouden we al doende vandaag stappen zetten naar een rechtvaardiger inrichting van de wereld, ongeacht of en zo ja, wanneer pacifisme of mondiale rechtvaardigheid binnen handbereik komt. Dan doen wij nu het juiste, in plaats van onrecht in stand houden of verergeren.

Door mijn voorsprong van zo’n 30 jaar op mijn kinderen, heb ik mijn hoop op een vreedzame wereld steeds meer zien vervliegen. Het neoliberalisme heeft sinds de 80-er jaren veel van de vruchten van 30 jaar Keynesianisme teniet gedaan. En de marktwerking, die in combinatie met een tandeloze overheid voor alle maatschappelijke problemen als oplossing werd gepresenteerd, heeft het lijden van mensen over de hele wereld, zoals ook in ons eigen land, verergerd. En dat terwijl enkelingen, de 1%, daarmee materieel over de ruggen van de aarde, miljoenen dieren, het klimaat, miljarden mensen en even zoveel planten (zoals die in oerbossen) een rijkdom vergaarden, die soms groter is dan sommige landen voor al hun nutsvoorzieningen te besteden hebben. Mijn sombere grondtoon, zeg maar mijn zwartgalligheid, is terug te herleiden tot deze vervlogen hoop.

Anti-racisme is wat mij betreft een van de vele pijlers onder een wereld waarin we ons bewust zijn van en schamen voor het lijden van de ander. Door zo’n bewustzijn kunnen we vervolgens ons uiterste best doen om onze invloed op de gang der dingen ertoe aan te wenden het lijden van de ander en onszelf tot minima te beperken, in plaats van er collectief onze respectieve hoofden voor in het zand te blijven steken.

Overleven van een historische mijlpaal

Ik ben niet bang voor het Covid-19-virus. Ik neem risico’s, maar doe altijd al al het mogelijke om niet ziek te worden. Ik ben me er al heel lang van bewust het tot aan mijn dood met mijn lichaam te moeten doen. Mijn leefstijl is zondermeer gezond. Overigens staat geen enkele ziekte me aan. Ik houd niet van afhankelijkheid en pijn. Wie wel? Met Corona speelt nog iets anders: de zorg de Ander niet te besmetten. Dat maakt me wel wat voorzichtiger. Maar ook nu doe ik zoveel als mogelijk mijn dingen, die ik anders ook zou doen. Dat komt neer op veel dingen niet kunnen doen, helaas.

Met het begin van de lente ging ik officieel dan eindelijk met pensioen. Natuurlijk zou ik graag gewoon doorwerken. Toch kwam mijn pensioen later dan ik wilde, omdat ik sinds mijn 55ste voor geen enkele serieuze baan meer uitgenodigd werd om na een sollicitatie zelfs maar op gesprek te komen. Nu heb ik dan eindelijk de voordelen van het steeds maar ouder worden. Tegelijk met dat pensioen ben ik weer aan mijn jaarlijkse vastenkuur tussen Carnaval en Pasen begonnen. Corona-dreiging of niet. Ik zei al dat ik er, hoewel ik tot een risicogroep hoor, niet bang voor ben.

Ik heb altijd wel een zakdoekje bij me, en niet voor niets, en eens in de twee dagen hoest ik.

Feitelijk zijn alle Corona-beperkingen een mooie gelegenheid om te gaan vasten, nu de terrassen gesloten zijn. De verleiding ontbreekt om op een terras een biertje met kaas, espresso met gebak of glas wijn met nootjes te bestellen. Maar zulke verleidingen heb ik altijd al wel kunnen weerstaan.
Sterker nog, dit zou een ideaal moment zijn om een poosje mijn huis te verruilen voor een bungalow in de bossen, op een waddeneiland of aan zee. Lekker alleen, met mijn gezin of vrienden doen wat anderen in de zomer doen. Me terugtrekken van al het nieuws over de per land en provincie verschillende besmettingtrends, de Corona-gerelateerde doden, de laatste maatregels en de uitwassen: “Ooohhh, dat mensen dat doen!” Aan dat laatste doe ik sowieso niet mee en de eerste twee zeggen me weinig omdat er onvoldoende testmateriaal is. Het zijn volgens mij minimumbedragen. Nee, gewoon op vakantie en als die afgelopen is, ben ik vast snel bijgepraat over de stand van de Corona-zaken.

Woonde ik alleen, dan zou ik vast meer riskeren, maar ik heb huisgenoten. Die zijn dermate bang dat ze voortdurend met alcohol, handdoeken en schoonmaakmiddelen in de weer zijn. En vuurtjes in de open haard maken om het virus te doden. Zij spreken anderen, die nòg angstiger zijn en volgen een hoop Corona-nieuws op de voet. De supermarkt is hun enige, schuchtere uitstap, naast even in de tuin of rond het huis (om een sigaret te roken, zo’n zichtbare gezondheidsvijand).

Mijn agenda is leeg; alsof het vakantie is. Zelfs mijn celloles heb ik afgezegd omdat mijn docent alleen volledig klachtenvrije mensen lesgeeft. Ik heb altijd wel een zakdoekje bij me, en niet voor niets, en eens in de twee dagen hoest ik.

Eerst maar blijven genieten en voorkomen ziek te worden.

Ik ben deze dagen, met leestijd te over, tot het inzicht gekomen dat ik Emmanuel Levinas’ essay “De totaliteit en het oneindige” niet doorkom. Het is vermoeiend lezen, wanneer elke alinea twee of drie keer door mij herlezen moet worden om iets te begrijpen van wat er staat. Hoe boeiend ook. Dat inzicht leidde tot de aanschaf van twee inleidingen op zijn filosofie waar ik wel wijzer van hoop te worden. Ter verstrooiing schafte ik ook de Decamorone aan. 100 Verhalen, die de Italiaanse dichter en geleerde Giovanni Boccaccio waarschijnlijk in de periode 1349–1360 schreef: de pest waart rond in Florence en tien vrienden trekken zich twee weken terug op een buitenplaats; zoiets als mijn vakantie-ideetje van daarnet. Daar vertellen ze elkaar op 10 verschillende dagen elk een verhaal.

Als nutteloze toeschouwer verwondert het mij dat regeringen niet alle bevindingen van de WHO opvolgen. Dat is toch bij uitstek de World Health Organization met de primaire taak richtlijnen te geven over internationale gezondheidszorg en haar partners, waar wij er een van zijn, te adviseren hoe op mondiale gezondheidsbedreigingen zoals deze te reageren. Ook de adviezen van ons eigen Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) worden door onze regering niet nauwgezet opgevolgd. Ik snap dat niet. Of ik snap niet waarom onze regeringen adviesorganen met experts bevolken om vervolgens te besluiten het toch een beetje anders aan te pakken.
Alsof er een juiste aanpak zou zijn, baart het mij zorgen dat elk land, afhankelijk van haar toevallig huidige regering, haar eigen maatregels treft. Hoe kan ik dan weten of wat ik doe of laat voor anderen en mijzelf verstandig is? Woonde ik in Groot-Brittannië dan was het onnodig zoveel af te zeggen; woonde ik in België dan was het onmogelijk om nog zoveel te doen.

Zolang er nog geen antistof beschikbaar is en een tekort aan testmateriaal modderen we waarschijnlijk maar verder. Wel fijn dat we ons licht via internet op kunnen steken in zo’n beetje heel de wereld. Zo kunnen we veel te weten komen. Van Corona-sterfgevallen in Rusland, waarvan officieel bronchitis als de doodsoorzaak opgegeven wordt, tot de Verenigde Staten van Amerika, die er niet voor terugdeinzen te proberen het alleenrecht te verwerven op antistoffen voor Covid-19 en beademingsapparatuur. Mij lijkt het gewetenloos beleid, terwijl wij dat spul ook het liefst voor onszelf houden en niet naar armere landen sturen ter bestrijding van de gemeenschappelijke vijand, en terwijl dus de diversiteit aan maatregels in West-Europa mij verbaast.

Dat de afloop van dit alles uitloopt op een verdere uitkleding van alles wat het algemeen belang dient, staat voor mij als een paal boven water. Tenzij we dat straks na de Corona-crisis een keer niet accepteren, we hebben ons immers en masse al veel te lang zand in de ogen laten strooien. Enfin, we zien wel.

Klik hier voor een opinie over de ernst van de financiële toestand in de wereld nadat de Corona-crisis bezworen is, op basis van wat we nu al weten.
Klik hier voor drie mogelijke economische herstelopties om na deze Corona-crisis in gang te zetten; serieus bedreigend voor de 99% of onwenselijk voor de 1%.

Eerst maar zoveel als mogelijk blijven genieten en voor de gelukkigen onder ons: voorkomen ziek te worden. De anderen wens ik beterschap.

Niet begrepen worden (en daarmee om moeten gaan)

“Wer nur der liebe Adorno lässt walten,
der wird den Kapitalismus ein Leben lang behalten”
ofwel “Wie die aardige Adorno gewoon zijn gang laat gaan,
behoudt het kapitalisme zijn leven lang
”.

Deze tekst hadden enkele studenten van de Frankfurter Schule in 1969 op het bord geschreven, waar Adorno college zou gaan geven. Adorno, moet u weten, is de vader van de ‘kritische theorie’ (door Nederlandse bewonderaars toentertijd vaak als ‘kritiese theorie’ geschreven). De kritische theorie was de specialiteit van het Frankfurter Institut für Sozialforschung; de Frankfurter Schule dus. Het instituut was in 1923 opgericht als een marxistische ‘thinktank’, in de verwachting dat de Russische revolutie elk moment kon overslaan naar Duitsland en andere industriestaten. Het was een tijd waarin we nog niet veramerikaniseerd waren en ‘kritiek’ hoger stond aangeschreven dan ‘succes’ of ‘veel cashen‘. Toen die verwachting niet uitkwam, werd het instituut een wereldwijd bekend platform voor linkse economen, psychologen en sociologen. Zij betoogden dat de ideeën van de achttiende-eeuwse Verlichting in hun tegendeel zijn ontaard. Het primaat van het verstand zou immers de Verlichte mens bevrijden van de knechting van religie en ander magisch denken. Ons verstand zou ons waardigheid en kritisch zelfbewustzijn schenken. Echter, omdat aan de uitkomsten van techniek en wetenschap niet mag worden getwijfeld, zijn wij zelf nieuwe mythen geworden. We dragen al doende zelfs bij aan de moorddadigheid en nietsontziende uitbuiting van het kapitalistische systeem.

Het is een uitgangspunt waarvan de inhoud mij heel mijn leven al aanspreekt. Net als de oneliner van Adorno, die op de gevelsteen van het huis waar hij zijn leven lang gewoond heeft (met uitzondering van de tijd dat Adolf Hitler aan de macht was) gebeiteld staat: “Es gibt kein richtiges Leben im Falschen” ofwel “In een wereld zonder moraal is het maken van juiste keuzes onmogelijk”. De maatschappelijke voorwaarden voor het fascisme bestaan immers nog, meende hij, zoals de ‘concentratietendens’ bij het kapitaal, en het maatschappelijk-economisch afglijden van groeperingen die zichzelf nog zien als ‘burgerlijk’ (middenklasse, zou je nu misschien zeggen). Die richten hun frustratie niet tegen het kapitaal, maar tegen groeperingen die kritisch staan tegenover het systeem waarin ze zelf eens ‘status’ bezaten.

Als theoreticus ging Adorno voor in het verzet tegen de kapitalistische consumptiemaatschappij, waarin het streven naar winst alle andere menselijke strevingen overschaduwt. Zijn hoorcolleges waren zo populair dat de toehoorders ook de trappen van de collegezaal en de ruimte rond het spreekgestoelte vulden.

Maar ja, toen kwamen de roerige jaren ’60. De subtiele denker Adorno zag met lede ogen aan hoe ‘zijn’ activistische studenten radicaliseerden en overgingen tot daden. Hij koos welbewust niet voor actie voeren, maar wilde het vermaledijde kapitalisme met het verstand, met de ratio bevechten. ‘Zijn’ studenten namen hem zijn gerichtheid op goed doordenken kwalijk. Toen hij in april 1969 achter het spreekgestoelte had plaatsgenomen, omringden de drie vrouwelijke studenten van de boordtekst aan het begin van dit stukje hem, ontblootten hun borsten en wierpen rozenblaadjes over zijn hoofd. Geschokt door deze ludiek bedoelde actie probeerde Adorno de ‘aanval’ af te weren met zijn aktetas en beende vervolgens de gehoorzaal uit. Hij keerde er nimmer terug. Een half jaar later overleed hij tijdens een wandeling in de bergen van Zwitserland, waarbij hij te veel van zijn hart had gevergd.

Och ja, ik voel me ook wel eens niet begrepen. Laatst nog… Nou, ja, dat hoort hier niet.

Frankfurt am Main kan nu gekarakteriseerd worden door indrukwekkend glanzende glazen banktorens, overvloed voor the have’s en torenhoge huizenprijzen. Het is vermoedelijk een van de weinige plaatsen ter wereld waarin een monument voor geld staat: een 14 meter hoog, blauw euroteken met twaalf gele sterren. Op de AfD stemden er de laatste verkiezingen 9% van de stemgerechtigden.

Bronnen: “Flessenpost uit Duitsland” Profiel van Theodor W. Adorno door Raymond van den Boogaard in de Groene Amsterdammer van 4 maart 2020 en de website van ‘AfD-Fraktion im Frankfurter Römer’ op 11 maart 2020.

Sommige elementen van Adorno’s analyses zijn door de tijd ingehaald. Zo meende hij dat de opkomst van de NPD, De Nationaldemokratische Partei Deutschlands, mede werd veroorzaakt door angst voor het Oostblok, en dat de Duitsers nooit echt hebben gebroken met de ‘identificatie’ met het fascisme, terwijl dat in Italië zo prachtig gelukt zou zijn. Ook zag hij ‘anti-Amerikanisme’ als een belangrijke voedingsbodem voor rechts-radicale gevoelens en hij meende dat de EEG, de voorloper van de Europese Unie, een list was van het kapitaal om de broodnodige collectivisering van de Duitse landbouw tegen te houden. Hij blijkt een broertje dood gehad te hebben aan het Franse ‘existentialisme’, dat mij zo aanspreekt. Het zou het intellectuele klimaat volgens hem hebben vergiftigd en zo de weg vrij gemaakt hebben naar rechts-radicale aanvallen op echte ‘dragers van de geest’, en naar anti-intellectualisme. Jean-Paul Sartre moet ervan hebben opgekeken.

Hoewel de gedachte dat de Europese Unie een list is, mij wel aanspreekt. Ik zou zeggen: zich ontwikkeld heeft tot een list alsof de keuze bestaat uit
of géén enkele samenwerking (of zelfs oorlog)
of een onderlinge samenwerking zoals de aandeelhouders van multinationals, grootbanken en andere grootbedrijven die graag ingevuld zien (met voor de bühne wat ‘linkse’ regelgeving).

Verrassend veel van Adorno’s ideeën laat zich echter nog steeds lezen als commentaar op onze huidige wereld. Zo signaleerde hij dat de rechts-radicalen weliswaar de mond vol hebben van ‘de natie’, maar donders goed weten dat het nationalistische repertoire anachronistisch en versleten is. Adorno wees ook op het door rechts-radicalen met graagte opgeroepen beeld van een soort eindtijd van ‘sociale catastrofe’. Typerend voor rechts-radicalisme was volgens Adorno verder de pretentie dat men spreekt uit naam van een grote aanhang, zo niet namens iedereen, terwijl het in werkelijkheid gaat om een minderheid, of zelfs een verzameling ‘Einzelgänger’, eenlingen. Het rechts-radicalisme, meende Adorno, is geen richting met een werkelijk maatschappelijk programma, maar slechts ‘geniale propaganda’. Zo is er de gewoonte om suggestief te refereren aan ‘dingen die je niet mag zeggen’. Voor de ‘goede verstaander’ is dan bijvoorbeeld duidelijk dat de spreker vindt dat de jodenvervolging onder Hitler sterk wordt overdreven. Adorno heeft vanwege zijn katholieke vader, die van Joodse origine was, onder Hitler de wijk moeten nemen, nadat werken hem onmogelijk gemaakt was. In het verlengde daarvan ligt de gedachte bij rechts-radicalisten dat Duitsland moet ophouden steeds maar excuses aan te bieden voor het verleden en zich daarvoor te schamen. Dit is een wens die de AfD met de NPD gemeen heeft. Wat verder als hedendaagse kritiek op rechts-radicalisme op gaat: met feiten staat het volgens Adorno op gespannen voet. De beweging streeft naar wat hij ‘konkretisme’ noemde: een alternatief geheel van verzonnen, oncontroleerbare stellingen, die als feiten gepresenteerd worden. Het heeft daarom volgens hem weinig zin om het rechts-radicalisme met feitelijke argumenten te bestrijden, en ook moraliseren is vruchteloos, meende hij. Je zou de rechts-radicaal hoogstens kunnen bereiken door hem op zijn concrete belangen te wijzen. Daar zouden we wellicht nog steeds van kunnen leren.