Hoe scheid ik Covid-19-kaf van -koren?

Voor het virus, het Covid-19-virus, zijn meningen volstrekt irrelevant.

Sinds ik er in maart mee geconfronteerd werd, neem ik het serieus, in die zin dat ik me alleen interesseer in mechanismen: via welk mechanisme kan ik besmet raken (en op mijn beurt anderen besmetten) en via welk mechanisme tast het het menselijk lichaam aan? Dat is wat voor mij telt en de rest kan me wel zo’n beetje gestolen worden.

Natuurlijk doet een VVD-minister-president het liefst wat des VVD’s is, zoals de andere kabinetsleden het liefst doen wat des CDA’s, CU’s, D66’s en VVD’s is en ik heb in geen van allen mijn vertrouwen gesteld. Wat dat betreft kan onze regering mij niet teleurstellen, al bevreemdt het mij dat zij de WHO-richtlijnen van meet af aan niet punctueel hebben opgevolgd.

Corona-doden en –ziekenhuis-opnames interesseren me niet, al zeggen de cijfers, nu er getest kan worden, meer dan in april, mei en juni. Wel valt me op dat velen naar deze getallen kijken als percentages van de bevolking om vervolgens de ernst van de ziekte te bagatelliseren. Zij maken volgens mij een denkfout. Immers, wanneer de samenleving 3 weken eerder op slot was gegaan, zouden de besmettingen, doden en ernstig zieken – op basis van wat bekend is – een factor 1.000 lager geweest zijn. Dat zou een fantastisch quasi-argument zijn geweest te veronderstellen dat het virus nagenoeg onschadelijk is. En wanneer de samenleving 3 weken later op slot zou zijn gegaan een factor 1.000 hoger met jammerklachten over falende bestuurders tot gevolg.

Discussies over de anderhalvemeter-samenleving, de gevolgen voor cultuur, evenementen en horeca, het nut van mondkapjes en thuis werken interesseren mij evenmin als de complottheorieën rondom corona. Ik doe het met wat ik weet of denk te weten en trek verder niet erg consequent mijn eigen plan. Het doel een groepsimmuniteit te ontwikkelen tegen een nagenoeg onbekend virus verwerp ik al zolang de inmiddels bekende mechanismen van aantasting van lichaamsfuncties en verspreiding zo zijn als algemeen door virologen en andere op dit vlak serieus te nemen artsen verondersteld. Het laatste degelijke artikel hierover las ik in De Morgen van 5 augustus jl.. Ik zou het fijn vinden wanneer er weer zo’n goed geschreven medisch artikel gepubliceerd zou worden met actuelere inzichten, maar helaas wijden onze media zich kennelijk liever aan discussies zonder doel en ander vermaak.

Het lijkt een beetje saai, en dat is het misschien ook wel. Dus tenslotte nog even dit. In landen als China en Japan worden volgens mij al veel langer mondkapjes gedragen wanneer iemand ziek is. Dan wordt ook lichamelijk contact met vreemden vermeden. Mij lijkt daar sowieso wel wat wijsheid in te zitten. Ik draag vooralsnog alleen een mondkapje als dat ergens verplicht is en ik registreer me alleen waar me dat gevraagd wordt. Echter, toen ik, vlak voordat ik een week naar Teschelling zou gaan, coronaverschijnselen begon te vertonen, deed ik vanwege alle gedoe met overvolle teststraten geen poging me laten testen. Ik ging er vanuit dat ik een gewoon koutje opgelopen had (ik meende te weten waar en wanneer), waardoor ik neusverkouden geworden was met een beetje verhoging, gevolgd door hoesten en snotteren. Ondanks de wijsheid der Chinezen en Japanners droeg ik ook toen geen mondkapje als ik op stap ging. Wel stelde ik degenen, met wie ik contact had, en met wie ik de dagen daarvoor intensiever contact gehad had, op de hoogte van mijn verkoudheid. Gelukkig wàs het een gewone verkoudheid die vanzelf over ging en voelde ik me na een paar dagen weer als vanouds.

Zo gaat dat dus bij mij. Nee, ik ben er niet trots op.

O, Terschelling? Het was er heerlijk: goed gezelschap, fijne huisvesting, mijn koutje beperkte me nergens in en vrijwel elke dag was het lekker wandelweer waarvan we goed gebruik maakten. Ik heb mijn spullen zojuist weer uitgepakt en een eerste was gedraaid. En, wat voor mij ook belangrijk is, van mijn huis werd ondertussen goed gebruik gemaakt door een andere vriendin.

Op zonvakantie naar… Siberië

In sommige delen van Siberië klom het kwik vorige week boven de 30 graden Celsius. “Dat is warmer dan in veel delen van Florida in de Verenigde Staten”, zegt woordvoerster Claire Nullis van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO). In de Russische stad Verkhoyansk werd op 20 juni een temperatuur van 38°C geregistreerd en in andere delen van Siberië werd het in de week van 19 juli opnieuw meer dan 30°C. De temperaturen in Siberië gedurende de eerste helft van 2020 lagen meer dan 5°C boven het gemiddelde en in juni tot 10°C boven het gemiddelde. Het noordpoolgebied warmt meer dan 2x zo snel op als het wereldgemiddelde. Dat heeft gevolgen voor de lokale bevolking, voor ecosystemen en voor de rest van de wereld. Die extreme hitte “zou volgens de analyse van een team van klimatologen bijna onmogelijk zijn geweest zonder de invloed van door de mens veroorzaakte klimaatverandering”, aldus Nullis, maar dat is nu natuurlijk mosterd na de maaltijd.

Een van de gevolgen is bijvoorbeeld dat er nu zware bosbranden woeden. Satellieten “laten dramatische beelden zien”, zegt Nullis. “De meest actieve brand woedt momenteel slechts 8 kilometer van de Noordelijke IJszee.” Op 22 juli waren er in Siberië zo’n 188 brandhaarden. De rook van bosbranden geeft een breed scala aan verontreinigende stoffen af, zoals koolmonoxide, en vermindert de capaciteit van de bossen om verontreinigende stoffen zoals vaste aerosolen, vluchtige organische stoffen en stikstofoxiden op te nemen. In juni kwam door de branden naar schatting 56.000.000 ton CO2 vrij in de atmosfeer. Dat is nog meer dan de 53.000.000 ton van de Siberische bosbranden in juni van het vorig jaar.

Deskundigen vrezen dat het smelten van het ijs vooral in de maanden augustus en september tot een groot verlies aan zoet water zal leiden. Bovendien komt door het smelten van het ijs en het ontdooien van de permafrost (immer bevroren grond) methaan vrij; een broeikasgas. Dat heeft ook weer een negatieve impact op ecosystemen en op de infrastructuur in de hele regio. De WMO heeft ook meldingen ontvangen van een snelle daling van het zee-ijs langs de Russische kust.

Wat er in het [haast, op wat ijsberen na, uitgestorven; GjH] noordpoolgebied gebeurt, blijft niet in het noordpoolgebied. De polen beïnvloeden het klimaat en de klimatologische omstandigheden op de lagere breedtegraden, waar honderden miljoenen mensen wonen”, benadrukt Nullis.

Bron: “Hittegolf doet Siberië opnieuw branden” door InterPressService via DeWereldMorgen op 27 juli 2020.

Iets gemeenschappelijks

In het zonnetje tussen de buien door op een Utrechts terras vroeg een van mijn kinderen me gisteren wat ik dacht van de anti-racisme-demonstratie, die eergisteren op het Jaarbeursplein had plaatsgevonden; of ik eraan deelgenomen zou hebben als ik ervan had geweten. Ik antwoordde dat ik benieuwd ben wat de demonstranten beogen; je kunt immers ook voor mooier weer of een betere wereld demonstreren. Waar zijn de demonstranten concreet op uit?

Overigens hebben de anti-racisme betogers mijn sympathie. Ook al zouden deze wereldwijde demonstraties als stok dienen om een andere hond mee te slaan: we demonstreren tegen racisme door de politie, maar zijn eigenlijk tegen het asocialisme van Donald Trump en zijn republikeinse partij, tegen ongelijkheid in het algemeen, of tegen de vooringenomenheid van de gevestigde orde in ons eigen land.

Wat ik bedoelde met mijn reactie, is dat ik het vanzelfsprekend vind om racisme te verwerpen, maar dat vind ik een open deur. Geen weldenkend mens, dat ervoor uitkomt apartheid te omarmen. Dàt zullen we in 2020 toch al wel bereikt hebben (of is het nòg erger met de mensheid gesteld dan ik denk?). We kwamen er na even praten op uit dat we beiden racisme verwerpen, maar dat we ons niet bewust zijn van het onbewuste racisme waar we ons ongetwijfeld ook schuldig aan maken. Hoe betreurenswaardig en verwerpelijk ook, racisme is van alle tijden.

We kwamen er ook op uit dat we beiden van ‘de hoop’ zijn. De hoop op een betere wereld. Vertrouwen in mensen, die toch feitelijk nagenoeg altijd proberen het juiste te doen. Voor mij is die betere wereld een pacifistische wereld. Ik roep altijd al, sinds de vervulling van mijn militaire dienstplicht en mijn daarop volgende – toegekende – beroep op de wet gewetensbezwaren militaire dienst, dat elke nieuwe wet volgens mij getoetst zou moeten worden aan de vraag of die wet pacifisme dichterbij brengt. Elke dag zouden we al doende vandaag stappen zetten naar een rechtvaardiger inrichting van de wereld, ongeacht of en zo ja, wanneer pacifisme of mondiale rechtvaardigheid binnen handbereik komt. Dan doen wij nu het juiste, in plaats van onrecht in stand houden of verergeren.

Door mijn voorsprong van zo’n 30 jaar op mijn kinderen, heb ik mijn hoop op een vreedzame wereld steeds meer zien vervliegen. Het neoliberalisme heeft sinds de 80-er jaren veel van de vruchten van 30 jaar Keynesianisme teniet gedaan. En de marktwerking, die in combinatie met een tandeloze overheid voor alle maatschappelijke problemen als oplossing werd gepresenteerd, heeft het lijden van mensen over de hele wereld, zoals ook in ons eigen land, verergerd. En dat terwijl enkelingen, de 1%, daarmee materieel over de ruggen van de aarde, miljoenen dieren, het klimaat, miljarden mensen en even zoveel planten (zoals die in oerbossen) een rijkdom vergaarden, die soms groter is dan sommige landen voor al hun nutsvoorzieningen te besteden hebben. Mijn sombere grondtoon, zeg maar mijn zwartgalligheid, is terug te herleiden tot deze vervlogen hoop.

Anti-racisme is wat mij betreft een van de vele pijlers onder een wereld waarin we ons bewust zijn van en schamen voor het lijden van de ander. Door zo’n bewustzijn kunnen we vervolgens ons uiterste best doen om onze invloed op de gang der dingen ertoe aan te wenden het lijden van de ander en onszelf tot minima te beperken, in plaats van er collectief onze respectieve hoofden voor in het zand te blijven steken.

Overleven van een historische mijlpaal

Ik ben niet bang voor het Covid-19-virus. Ik neem risico’s, maar doe altijd al al het mogelijke om niet ziek te worden. Ik ben me er al heel lang van bewust het tot aan mijn dood met mijn lichaam te moeten doen. Mijn leefstijl is zondermeer gezond. Overigens staat geen enkele ziekte me aan. Ik houd niet van afhankelijkheid en pijn. Wie wel? Met Corona speelt nog iets anders: de zorg de Ander niet te besmetten. Dat maakt me wel wat voorzichtiger. Maar ook nu doe ik zoveel als mogelijk mijn dingen, die ik anders ook zou doen. Dat komt neer op veel dingen niet kunnen doen, helaas.

Met het begin van de lente ging ik officieel dan eindelijk met pensioen. Natuurlijk zou ik graag gewoon doorwerken. Toch kwam mijn pensioen later dan ik wilde, omdat ik sinds mijn 55ste voor geen enkele serieuze baan meer uitgenodigd werd om na een sollicitatie zelfs maar op gesprek te komen. Nu heb ik dan eindelijk de voordelen van het steeds maar ouder worden. Tegelijk met dat pensioen ben ik weer aan mijn jaarlijkse vastenkuur tussen Carnaval en Pasen begonnen. Corona-dreiging of niet. Ik zei al dat ik er, hoewel ik tot een risicogroep hoor, niet bang voor ben.

Ik heb altijd wel een zakdoekje bij me, en niet voor niets, en eens in de twee dagen hoest ik.

Feitelijk zijn alle Corona-beperkingen een mooie gelegenheid om te gaan vasten, nu de terrassen gesloten zijn. De verleiding ontbreekt om op een terras een biertje met kaas, espresso met gebak of glas wijn met nootjes te bestellen. Maar zulke verleidingen heb ik altijd al wel kunnen weerstaan.
Sterker nog, dit zou een ideaal moment zijn om een poosje mijn huis te verruilen voor een bungalow in de bossen, op een waddeneiland of aan zee. Lekker alleen, met mijn gezin of vrienden doen wat anderen in de zomer doen. Me terugtrekken van al het nieuws over de per land en provincie verschillende besmettingtrends, de Corona-gerelateerde doden, de laatste maatregels en de uitwassen: “Ooohhh, dat mensen dat doen!” Aan dat laatste doe ik sowieso niet mee en de eerste twee zeggen me weinig omdat er onvoldoende testmateriaal is. Het zijn volgens mij minimumbedragen. Nee, gewoon op vakantie en als die afgelopen is, ben ik vast snel bijgepraat over de stand van de Corona-zaken.

Woonde ik alleen, dan zou ik vast meer riskeren, maar ik heb huisgenoten. Die zijn dermate bang dat ze voortdurend met alcohol, handdoeken en schoonmaakmiddelen in de weer zijn. En vuurtjes in de open haard maken om het virus te doden. Zij spreken anderen, die nòg angstiger zijn en volgen een hoop Corona-nieuws op de voet. De supermarkt is hun enige, schuchtere uitstap, naast even in de tuin of rond het huis (om een sigaret te roken, zo’n zichtbare gezondheidsvijand).

Mijn agenda is leeg; alsof het vakantie is. Zelfs mijn celloles heb ik afgezegd omdat mijn docent alleen volledig klachtenvrije mensen lesgeeft. Ik heb altijd wel een zakdoekje bij me, en niet voor niets, en eens in de twee dagen hoest ik.

Eerst maar blijven genieten en voorkomen ziek te worden.

Ik ben deze dagen, met leestijd te over, tot het inzicht gekomen dat ik Emmanuel Levinas’ essay “De totaliteit en het oneindige” niet doorkom. Het is vermoeiend lezen, wanneer elke alinea twee of drie keer door mij herlezen moet worden om iets te begrijpen van wat er staat. Hoe boeiend ook. Dat inzicht leidde tot de aanschaf van twee inleidingen op zijn filosofie waar ik wel wijzer van hoop te worden. Ter verstrooiing schafte ik ook de Decamorone aan. 100 Verhalen, die de Italiaanse dichter en geleerde Giovanni Boccaccio waarschijnlijk in de periode 1349–1360 schreef: de pest waart rond in Florence en tien vrienden trekken zich twee weken terug op een buitenplaats; zoiets als mijn vakantie-ideetje van daarnet. Daar vertellen ze elkaar op 10 verschillende dagen elk een verhaal.

Als nutteloze toeschouwer verwondert het mij dat regeringen niet alle bevindingen van de WHO opvolgen. Dat is toch bij uitstek de World Health Organization met de primaire taak richtlijnen te geven over internationale gezondheidszorg en haar partners, waar wij er een van zijn, te adviseren hoe op mondiale gezondheidsbedreigingen zoals deze te reageren. Ook de adviezen van ons eigen Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) worden door onze regering niet nauwgezet opgevolgd. Ik snap dat niet. Of ik snap niet waarom onze regeringen adviesorganen met experts bevolken om vervolgens te besluiten het toch een beetje anders aan te pakken.
Alsof er een juiste aanpak zou zijn, baart het mij zorgen dat elk land, afhankelijk van haar toevallig huidige regering, haar eigen maatregels treft. Hoe kan ik dan weten of wat ik doe of laat voor anderen en mijzelf verstandig is? Woonde ik in Groot-Brittannië dan was het onnodig zoveel af te zeggen; woonde ik in België dan was het onmogelijk om nog zoveel te doen.

Zolang er nog geen antistof beschikbaar is en een tekort aan testmateriaal modderen we waarschijnlijk maar verder. Wel fijn dat we ons licht via internet op kunnen steken in zo’n beetje heel de wereld. Zo kunnen we veel te weten komen. Van Corona-sterfgevallen in Rusland, waarvan officieel bronchitis als de doodsoorzaak opgegeven wordt, tot de Verenigde Staten van Amerika, die er niet voor terugdeinzen te proberen het alleenrecht te verwerven op antistoffen voor Covid-19 en beademingsapparatuur. Mij lijkt het gewetenloos beleid, terwijl wij dat spul ook het liefst voor onszelf houden en niet naar armere landen sturen ter bestrijding van de gemeenschappelijke vijand, en terwijl dus de diversiteit aan maatregels in West-Europa mij verbaast.

Dat de afloop van dit alles uitloopt op een verdere uitkleding van alles wat het algemeen belang dient, staat voor mij als een paal boven water. Tenzij we dat straks na de Corona-crisis een keer niet accepteren, we hebben ons immers en masse al veel te lang zand in de ogen laten strooien. Enfin, we zien wel.

Klik hier voor een opinie over de ernst van de financiële toestand in de wereld nadat de Corona-crisis bezworen is, op basis van wat we nu al weten.
Klik hier voor drie mogelijke economische herstelopties om na deze Corona-crisis in gang te zetten; serieus bedreigend voor de 99% of onwenselijk voor de 1%.

Eerst maar zoveel als mogelijk blijven genieten en voor de gelukkigen onder ons: voorkomen ziek te worden. De anderen wens ik beterschap.

Niet begrepen worden (en daarmee om moeten gaan)

“Wer nur der liebe Adorno lässt walten,
der wird den Kapitalismus ein Leben lang behalten”
ofwel “Wie die aardige Adorno gewoon zijn gang laat gaan,
behoudt het kapitalisme zijn leven lang
”.

Deze tekst hadden enkele studenten van de Frankfurter Schule in 1969 op het bord geschreven, waar Adorno college zou gaan geven. Adorno, moet u weten, is de vader van de ‘kritische theorie’ (door Nederlandse bewonderaars toentertijd vaak als ‘kritiese theorie’ geschreven). De kritische theorie was de specialiteit van het Frankfurter Institut für Sozialforschung; de Frankfurter Schule dus. Het instituut was in 1923 opgericht als een marxistische ‘thinktank’, in de verwachting dat de Russische revolutie elk moment kon overslaan naar Duitsland en andere industriestaten. Het was een tijd waarin we nog niet veramerikaniseerd waren en ‘kritiek’ hoger stond aangeschreven dan ‘succes’ of ‘veel cashen‘. Toen die verwachting niet uitkwam, werd het instituut een wereldwijd bekend platform voor linkse economen, psychologen en sociologen. Zij betoogden dat de ideeën van de achttiende-eeuwse Verlichting in hun tegendeel zijn ontaard. Het primaat van het verstand zou immers de Verlichte mens bevrijden van de knechting van religie en ander magisch denken. Ons verstand zou ons waardigheid en kritisch zelfbewustzijn schenken. Echter, omdat aan de uitkomsten van techniek en wetenschap niet mag worden getwijfeld, zijn wij zelf nieuwe mythen geworden. We dragen al doende zelfs bij aan de moorddadigheid en nietsontziende uitbuiting van het kapitalistische systeem.

Het is een uitgangspunt waarvan de inhoud mij heel mijn leven al aanspreekt. Net als de oneliner van Adorno, die op de gevelsteen van het huis waar hij zijn leven lang gewoond heeft (met uitzondering van de tijd dat Adolf Hitler aan de macht was) gebeiteld staat: “Es gibt kein richtiges Leben im Falschen” ofwel “In een wereld zonder moraal is het maken van juiste keuzes onmogelijk”. De maatschappelijke voorwaarden voor het fascisme bestaan immers nog, meende hij, zoals de ‘concentratietendens’ bij het kapitaal, en het maatschappelijk-economisch afglijden van groeperingen die zichzelf nog zien als ‘burgerlijk’ (middenklasse, zou je nu misschien zeggen). Die richten hun frustratie niet tegen het kapitaal, maar tegen groeperingen die kritisch staan tegenover het systeem waarin ze zelf eens ‘status’ bezaten.

Als theoreticus ging Adorno voor in het verzet tegen de kapitalistische consumptiemaatschappij, waarin het streven naar winst alle andere menselijke strevingen overschaduwt. Zijn hoorcolleges waren zo populair dat de toehoorders ook de trappen van de collegezaal en de ruimte rond het spreekgestoelte vulden.

Maar ja, toen kwamen de roerige jaren ’60. De subtiele denker Adorno zag met lede ogen aan hoe ‘zijn’ activistische studenten radicaliseerden en overgingen tot daden. Hij koos welbewust niet voor actie voeren, maar wilde het vermaledijde kapitalisme met het verstand, met de ratio bevechten. ‘Zijn’ studenten namen hem zijn gerichtheid op goed doordenken kwalijk. Toen hij in april 1969 achter het spreekgestoelte had plaatsgenomen, omringden de drie vrouwelijke studenten van de boordtekst aan het begin van dit stukje hem, ontblootten hun borsten en wierpen rozenblaadjes over zijn hoofd. Geschokt door deze ludiek bedoelde actie probeerde Adorno de ‘aanval’ af te weren met zijn aktetas en beende vervolgens de gehoorzaal uit. Hij keerde er nimmer terug. Een half jaar later overleed hij tijdens een wandeling in de bergen van Zwitserland, waarbij hij te veel van zijn hart had gevergd.

Och ja, ik voel me ook wel eens niet begrepen. Laatst nog… Nou, ja, dat hoort hier niet.

Frankfurt am Main kan nu gekarakteriseerd worden door indrukwekkend glanzende glazen banktorens, overvloed voor the have’s en torenhoge huizenprijzen. Het is vermoedelijk een van de weinige plaatsen ter wereld waarin een monument voor geld staat: een 14 meter hoog, blauw euroteken met twaalf gele sterren. Op de AfD stemden er de laatste verkiezingen 9% van de stemgerechtigden.

Bronnen: “Flessenpost uit Duitsland” Profiel van Theodor W. Adorno door Raymond van den Boogaard in de Groene Amsterdammer van 4 maart 2020 en de website van ‘AfD-Fraktion im Frankfurter Römer’ op 11 maart 2020.

Sommige elementen van Adorno’s analyses zijn door de tijd ingehaald. Zo meende hij dat de opkomst van de NPD, De Nationaldemokratische Partei Deutschlands, mede werd veroorzaakt door angst voor het Oostblok, en dat de Duitsers nooit echt hebben gebroken met de ‘identificatie’ met het fascisme, terwijl dat in Italië zo prachtig gelukt zou zijn. Ook zag hij ‘anti-Amerikanisme’ als een belangrijke voedingsbodem voor rechts-radicale gevoelens en hij meende dat de EEG, de voorloper van de Europese Unie, een list was van het kapitaal om de broodnodige collectivisering van de Duitse landbouw tegen te houden. Hij blijkt een broertje dood gehad te hebben aan het Franse ‘existentialisme’, dat mij zo aanspreekt. Het zou het intellectuele klimaat volgens hem hebben vergiftigd en zo de weg vrij gemaakt hebben naar rechts-radicale aanvallen op echte ‘dragers van de geest’, en naar anti-intellectualisme. Jean-Paul Sartre moet ervan hebben opgekeken.

Hoewel de gedachte dat de Europese Unie een list is, mij wel aanspreekt. Ik zou zeggen: zich ontwikkeld heeft tot een list alsof de keuze bestaat uit
of géén enkele samenwerking (of zelfs oorlog)
of een onderlinge samenwerking zoals de aandeelhouders van multinationals, grootbanken en andere grootbedrijven die graag ingevuld zien (met voor de bühne wat ‘linkse’ regelgeving).

Verrassend veel van Adorno’s ideeën laat zich echter nog steeds lezen als commentaar op onze huidige wereld. Zo signaleerde hij dat de rechts-radicalen weliswaar de mond vol hebben van ‘de natie’, maar donders goed weten dat het nationalistische repertoire anachronistisch en versleten is. Adorno wees ook op het door rechts-radicalen met graagte opgeroepen beeld van een soort eindtijd van ‘sociale catastrofe’. Typerend voor rechts-radicalisme was volgens Adorno verder de pretentie dat men spreekt uit naam van een grote aanhang, zo niet namens iedereen, terwijl het in werkelijkheid gaat om een minderheid, of zelfs een verzameling ‘Einzelgänger’, eenlingen. Het rechts-radicalisme, meende Adorno, is geen richting met een werkelijk maatschappelijk programma, maar slechts ‘geniale propaganda’. Zo is er de gewoonte om suggestief te refereren aan ‘dingen die je niet mag zeggen’. Voor de ‘goede verstaander’ is dan bijvoorbeeld duidelijk dat de spreker vindt dat de jodenvervolging onder Hitler sterk wordt overdreven. Adorno heeft vanwege zijn katholieke vader, die van Joodse origine was, onder Hitler de wijk moeten nemen, nadat werken hem onmogelijk gemaakt was. In het verlengde daarvan ligt de gedachte bij rechts-radicalisten dat Duitsland moet ophouden steeds maar excuses aan te bieden voor het verleden en zich daarvoor te schamen. Dit is een wens die de AfD met de NPD gemeen heeft. Wat verder als hedendaagse kritiek op rechts-radicalisme op gaat: met feiten staat het volgens Adorno op gespannen voet. De beweging streeft naar wat hij ‘konkretisme’ noemde: een alternatief geheel van verzonnen, oncontroleerbare stellingen, die als feiten gepresenteerd worden. Het heeft daarom volgens hem weinig zin om het rechts-radicalisme met feitelijke argumenten te bestrijden, en ook moraliseren is vruchteloos, meende hij. Je zou de rechts-radicaal hoogstens kunnen bereiken door hem op zijn concrete belangen te wijzen. Daar zouden we wellicht nog steeds van kunnen leren.

Er ging een schouder door de laan

Terwijl het spook van de honger voor velen allang geen spook meer is en terwijl dat andere van de klimaatcrisis rondwaart,
terwijl de wereld op veel plaatsen in brand staat,
terwijl oorlogen gevoerd worden en corrupte leiders minderheden onderdrukken, of zo’n beetje heel hun bevolking,
terwijl overal in de wereld vrouwen behandeld worden als tweederangs-burgers, of als vee,
terwijl overheden falen bij het streng onder controle houden van burgers die naar de ideeën van de machtigen een afkeurenswaardig gedrag vertonen,
terwijl moties van afkeuring nooit gesteund worden door volledige coalitiepartijen terwijl ook iedereen in een regeringspartij vrij zou zijn om ‘voor’ of ‘tegen’ zo’n motie te stemmen
modderen we met elkaar door alsof er niets bijzonders aan de hand is.

1. ING sluit 150 servicepunten in winkels
2. Natuurfotograaf Lanting wil geen instagrammers in kwetsbare natuur
3. Jarige Amalia krijgt vanaf haar achttiende jaarlijks anderhalf miljoen
4. Corruptieschikking kost Ericsson ruim 1 miljard dollar
5. Zo veranderde het imago van vuurwerk
6. Bouterse toch in beroep tegen vonnis Decembermoorden
7. Werknemer loopt warm voor nieuwe ‘fiets van de zaak’
8. Aflossingsgoud Oranje en zilver voor Schulting op 500 meter in Shanghai
9. Schippersechtpaar op intensive care door giftig gas in lading
10. Vijf voor twaalf bij PSV: ‘Vooral laten merken dat je de baas blijft’
Dit zijn op moment van schrijven de tien eerste artikelkoppen bij NOS.nl

Ik begrijp, als het erop aankomt, niets van de wereld en van mensen en wat hen beweegt.

Zelf ben ik geen haar beter. Ik deed vanmorgen mijn muziekoefeningen, dronk koffie met een gezin uit India, dat bij mij logeert, en ik ontving vanmorgen een timmerman, die binnenkort bij mij een raam gaat repareren. Verwarrend vind ik het dat er volgens mijn waarneming juist ook zo ongelooflijk veel goed gaat in het sociale verkeer tussen mensen. Nee, van mijzelf snap ik ook niet veel. Kortom:

Er ging een schouder door de laan.
Daar zaten rug noch benen aan.
Hij had geen mond om mee te praten,
Geen buik of borst of ledematen
En ieder die de schouder zag
Zei medelijdend “Goedendag”.

Alleen een boer die varkens voedde
Riep in een vlaag van vrome woede:
Hoe waagt een schouder rond te gaan
Alleen en zonder kleren aan?
Waarop zijn varkens somber knorden:
Wat moet er van de wereld worden?
Daan Zonderland (Daniel van der Vat; 1909-1977)

‘Juridisch waterdicht’ is anders dan ‘Rechtvaardig’

Wat het Journaal vast niet haalde in de dagen daarna:

In het holst van de nacht verlaat een rubberboot de Libische hoofdstad Tripoli. Snel wordt de Middellandse Zee ruwer. De boot met zo’n 150 migranten aan boord maakt water. Via een satelliettelefoon smeken de opvarenden de Italiaanse kustwacht om hulp. Rond 6 uur ’s ochtends ontvangt Sea-Watch 3 een noodsignaal van de Italianen en verandert meteen van koers. Het schip van de Duitse ngo vaart onder Nederlandse vlag en onderneemt zoek- en reddingsacties in de Middellandse Zee. Met 7 breedbeeldcamera’s op de mast en het dek zal Sea-Watch de onthutsende gebeurtenissen in de ochtend van 6 november 2017 filmen.

Intussen slaat de rubberboot lek. Mensen vallen in het water. Een Portugees patrouillevliegtuig dat, net als een Frans oorlogsschip, in de buurt is, gooit om 8.45 uur reddingsvesten, een opblaasbaar vlot en rookpotten uit. Minstens 20 mensen sterven de verdrinkingsdood. Daarmee is het drama nog lang niet voorbij, blijkt uit de videoreconstructie van Forensic Architecture die met beelden, radioverkeer, getuigenissen en documenten is gemaakt.

De Italianen hebben ook hun samenwerkingspartner opgeroepen: de beruchte Libische kustwacht, door Europa en Italië met miljoenen euro’s betaald, getraind en geïnstrueerd om ‘illegale migratie’ tegen te houden. Het Libische kustwachtschip Ras Jadir maakt vaart. Op 6 november heeft het 13 mensen aan boord, van wie er 8 zijn opgeleid door de Europese militaire anti-mensensmokkeloperatie Eunavfor Med, oftewel Operatie Sophia. De Libiërs zijn het eerst bij de rampplek en eisen de reddingsoperatie op. Maar Sea-Watch gaat niet akkoord. “We hebben orders van de Italiaanse kustwacht. We gaan door met de redding“, zegt het ngo-schip via de radio.

Als Sea-Watch bij de migrantenboot arriveert, is de chaos compleet. In de deinende golven zijn hoofden van drenkelingen te zien. Er klinkt geschreeuw en gegil. Sea-Watch laat 2 bootjes met redders zakken die slachtoffers reddingsvesten toewerpen en in noodtempo mensen uit het water hijsen. De Libische kustwacht heeft geen reddingsbootjes mee en trekt tegen de protocollen in de zinkende rubberboot naar zich toe om migranten aan boord te nemen. Maar sommige mensen zijn zo bang voor de Libiërs dat ze in het water springen en proberen naar de Sea-Watch-bootjes te zwemmen. Zoveel drenkelingen hebben tegelijkertijd hulp nodig. Een redder reikt, maar is te laat. Handen verdwijnen in de zee.

Plotseling beginnen de Libiërs te dreigen en harde objecten naar de Sea-Watch-bootjes te gooien. De ngo-redders moeten zich terugtrekken. In een laatste poging aan de Libische kustwacht te ontkomen, springt een man van de rubberboot. De Libiërs gooien reddingsboeien, maar die bereiken hem net niet. Het slachtoffer verdrinkt voor ieders ogen. Op het dek van de Ras Jadir is te zien hoe de Libische kustwacht hardhandig een touw om de overlevenden legt en hen begint te slaan.

Opeens verlaat de Libische kustwacht op hoge snelheid de rampplek, zwarte rookpluimen achterlatend. Maar dan klinken via de radio waarschuwingen van een Italiaanse helikopter: “Mensen springen van uw schip. Dus stop de motoren.” Een migrant klampt zich vast aan het boordladdertje van de Ras Jadir. Sea-Watch roept via de radio naar de Libiërs: “Jullie vermoorden een persoon! Over.” Op de beelden is te zien hoe de helikopter naast de Libische boot vliegt en beveelt: “Stop uw motoren. U heeft een persoon aan de rechterzijde. Stop, alstublieft, stop! Stop! Stop! Stop! Stop!

20 mensen zijn voor en tijdens de reddingsoperatie omgekomen, stelt de videoreconstructie. Sea-Watch is erin geslaagd om 59 drenkelingen te redden en naar Europa te brengen. De Libische kustwacht pikte 47 migranten op en voerde hen terug naar Libië. Als ngo’s in april 2018 contact weten te leggen met overlevenden in Libië, blijkt dat ze bij aankomst een maand zijn vastgehouden in het detentiecentrum van Tajura, nabij Tripoli, waar ze met honderden in cellen zaten, nauwelijks water of voedsel kregen en door Libische bewakers werden afgeranseld. Enkele migranten keerden terug naar hun vaderland. Anderen werden doorverkocht aan een mensenhandelaar, die hen martelde om hun families te dwingen tot het betalen van losgeld.

Tot zover deze verhandeling over wat onlangs en wieweet ook vandaag weer in de vijver van onze achtertuin gebeurt op aansporing van de Europese Unie. Dit is slechts één verhaal – maar nu door een strategische aanpak van – in mijn ogen – helden zeer goed gedocumenteerd over wat een aantal van onze eigen politici in de Tweede Kamer onbeschaamd ‘gelukzoekers’ noemen.

Dit verhaal illustreert overigens de praktijk in een artikel waarin verteld wordt hoe een aantal – in mijn ogen – juridische helden in een 244 pagina’s tellend dossier individuele lidstaten en de Europese Unie aanklagen voor “Moord door nalatigheid” en voor “Verdrijven van ngo’s uit de Middellandse Zee en de intensivering van de samenwerking met de Libische kustwacht”, terwijl de VVD oppert om mensenredders, mijn helden, juridisch te gaan vervolgen, een maximale celstraf van 4 jaar te geven, plus boetes.

Lees voor het hele artikel de Groene Amsterdammer van 8 augustus zelf maar. Ik houd het er hierbij op te hopen dat het taboe nu eens doorbroken gaat worden dat geavanceerde democratieën zich schuldig maken aan misdrijven tegen de menselijkheid, want dat doen wij en andere Westerse democratieën (net als een hoop staten met andere staatsvormen) al decennia.

Bron: op de eerste en drie laatste alinea’s na een letterlijke overname van een deel van het artikel “Noodsignaal op zee; De juridische strijd tegen Fort Europa” door Tjitske Lingsma via DeGroeneAmsterdammer op 7 augustus 2019.

Mijn complimenten voor het Britse parlement, en veel Zwitsers begrijpen mij

Groot-Brittannië
Ik snap alle denigrerende opmerkingen van Nederlandse politici en zogenaamde opiniemakers over het Britse parlement niet. Mij lijkt een en ander een uitstekende weerspiegeling van hoe democratie zou behoren te werken, met hier en daar een (ernstige) verkeerde strategische inschatting. Het blijft ook in Groot-Brittannië mensenwerk.

In juni 2016 werd een referendum gehouden. Iets meer Britten bleken de machtsverhoudingen tussen hun landen en de Europese Unie te scheef te vinden om in de Europese Unie te blijven. Vervolgens werd van uittreding wet gemaakt. De conservatieve regering heeft 31 maanden achter gesloten deuren met de vertegenwoordigers van de Europese Unie onderhandeld over een uittredingsakkoord op hoofdlijnen. Zowel de andere Britse partijen, als de Britten en de burgers van de Europese Unie mochten al die tijd niets weten omtrent het inhoudelijke verloop van die onderhandelingen. Slechts 2 maanden voor uittreding kwam de regering met slechts één optie, die met verve verdedigd werd door premier Theresa May. ‘Slikken of stikken’ was de bewuste keuze die zij en de Europese Unie het Britse parlement voorlegden.

Dat er een geweldige weerstand bestaat tegen dat ene akkoord in een verdeeld land over de mening of het juist is de Europese Unie te verlaten en een op dat vlak even verdeeld parlement, bewijst alleen maar dat het Britse parlement een mooie afspiegeling is van het volksgevoel. Echter, ‘slikken of stikken’ werd niet geapprecieerd. Het was niet de bedoeling om alleen het stemrecht in te leveren, maar verder wel met handen en voeten aan de EU-regels gebonden te blijven. Een substantieel deel van het Britse parlement schrikt zelfs niet terug voor de optie de EU zonder overeenkomst te verlaten. Het parlement eiste een andere benadering van zowel de Britse regering als de Europese Unie. En dat allemaal in – voor wat ik ervan zag – keurig verlopende discussies vanaf de plek waar de parlementariërs zitten. Men staat op, neemt pas het woord als het woord gegeven wordt en luistert naar het antwoord op een vraag. Naarstig wordt nog gezocht naar piketpaaltjes, zoals het verwerpen van een no deal. Zelfs wordt de Britse regering buiten spel gezet om het parlementaire draagvlak voor allerlei opties, inclusief ‘blijven’ en ‘zonder akkoord vertrekken’, te onderzoeken. Wanneer de Britse conservatieve regering daar nou mee begonnen was, 33 maanden geleden, had ze misschien een principieel andere strategie gekozen dan haar huidige ramkoers. De komende maanden zal het parlement, in blessuretijd, nog zoeken naar alternatieven die een (minimale) meerderheid behalen, om een no deal Brexit op 31 oktober aanstaande te voorkomen.

Zwitserland
De Europese Unie is ook in onderhandeling met de Zwitserse Volkspartij. Daar eist de EU (ook) dat de strenge regels voor internationale arbeiders versoepeld worden. Een deel van het EU-recht zou in Zwitserland toegepast moeten worden en de Zwitserse regering zou arbitrage door het Europees Hof van Justitie moeten erkennen. “Opheffen van de soevereiniteit van Zwitserland”, zou ik dit samenvatten.

Onacceptabel, zeggen linkse partijen in Zwitserland, want daarmee komt er een neerwaartse druk op lonen en andere arbeidsvoorwaarden. Rechtse partijen wijzen erop dat de Zwitsers met hun unieke vergaande vorm van directe democratie geen macht kunnen afstaan omdat die met dit eisenpakket bij de bevolking wordt weggehaald.

De topman van farmaciegigant Roche verklaarde onlangs in een interview dat het bedrijfsleven toegang tot de EU nodig heeft. Een parlementslid van de Socialistische partij zegt in reactie daarop dat dat precies het probleem is met Europa: “Het is een unie van de bedrijven en het kapitaal. Wij zijn er om te waken voor de belangen van de arbeiders. De Zwitserse èn de Europese.

Een bestuurder van de rechts-conservatieve Zwitserse Volkspartij (SVP) zegt “dat het bedrijfsleven zich juist zo succesvol kon ontwikkelen in Zwitserland, doordat [ons; GjH] land geen regels hoeft te accepteren van anderen.

Een EU-ultimatum, een einde aan de gelijkschakeling van de Zwitserse aandelenbeurs, werd al meerdere malen uitgesteld. De Europese Unie stelt tegelijkertijd, net als in de kwestie met Groot-Brittannië, dat er niet meer verder onderhandeld kan worden. Het is ook ‘slikken of stikken’ voor de Zwitsers, waar de oppositie dus zowel van links als van rechts komt.

Zwitserland en Groot-Brittanië zijn appels en peren. Maar als fruit niet zo verschillend, want beide zijn momenteel met de EU in handels-onderhandeling. Vanuit Zwitserland klinkt begrip voor de Britten, die ook hun ervaringen hebben met EU-onderhandelaars. Het sterkt veel Zwitsers in de overtuiging Brussel buiten de deur te houden. “Vroeger wilde 40% van de Zwitserse bevolking toetreden tot de EU. Nu is dat nog maar 10%“, zegt een SVP-politicus.

Maar als er een akkoord komt, mag de Zwitserse bevolking zich er – vanwege de directe democratie – nog in een referendum bindend over uitspreken. Iets wat de Nederlandse regering nog nooit heeft aangedurft.

Bron: “Zwitsers verzuchten over gesprekken met EU: ‘We moeten gehoorzamen en stil zijn’” door de Buitenlandredactie van NOS op 30 maart 2019.

Terzijde: precies dat ‘opheffen van soevereiniteit‘ was voor mij in 2016 hèt motief om tegen de Associatie-overeenkomst tussen de EU en Oekraïene te stemmen. Die overeenkomst ontneemt de Oekraïners hun soevereiniteit.

Rep en roer in de UK

De bal ligt bij Groot-Brittannië”, wordt in de hoofdkwartieren van de Europese Unie voor microfoons gezegd, maar is dat wel zo? Was de Britse prime minister in december al niet langs geweest om een politiek haalbaardere deal te sluiten? En werd zij toen niet met alle egards ontvangen om vervolgens op een muur van ontoegevendheid te stuiten? Hoezo ligt de bal nu bij Groot-Brittannië?

Ik was overigens wel blij voor de Britten dat the deal met de Europese Unie eergisteren door het Britse parlement van tafel geveegd werd. Dat ruim een tweederde meerderheid tegen the deal was, zegt op zijn minst dat ik niet alleen sta in mijn blijdschap. Ik volgde een en ander rechtstreeks via de BBC, die dezelfde pulp levert als de Nederlandse TV; 95% betweterige duiding en 5% nieuws. Maar terug naar dit politieke scharnierpunt in de moderne Europese geschiedenis: als Brit zou ik voor lief nemen dat de Brexit nu echt een Brexit wordt.

Met de Griekse schuldencrisis, toen Syriza in 2015 aan de macht gekomen was, gunde ik de Grieken ook uit liefde een verlaten van de Europese Unie, het liefst nog met terugwerkende kracht tot 2009. Dan was Griekenland failliet gegaan en waren een stel Noord-Europese banken, die medeplichtig waren aan de Griekse schuldentragedie, ‘omgevallen’. En ik vind dat de geschiedenis mij gelijk heeft gegeven. Sterker nog, ik vind het maar niets met mijn land in een unie te leven, die als cadeautje aan Jeroen Dijsselbloem bij de Griekse regering afgedwongen heeft de datum van verse melk op te rekken tot 7 dagen, zodat Nederlandse boeren hun melk in Griekenland kunnen verkopen alsof het verse melk is en waardoor Griekse boeren failliet gingen. Om maar een tipje van de onrecht-sluier op te lichten van het vele onprofijtelijke onrecht dat de Grieken door de EU in mijn ogen is aangedaan.

Ik mag van harte hopen dat Groot-Brittannië na een eerste mogelijk chaotische periode over 5 jaar spekkoper blijkt.

Het idee van een samenwerkende Europese Unie spreekt mij overigens bijzonder aan, maar deze unie misbruikt zonder parlementaire controle overal binnen en buiten de Unie haar macht om met name het (groot-)bedrijfsleven te spekken, is als het op handelen aankomt absoluut niet democratisch, schendt structureel mensenrechten binnen en buiten de EU en bekommert zich ook niet of nauwelijks om gewone brave ingezetenen. Toen de financiële crisis hier onlangs op zijn hoogtepunt was, heeft de afgesproken beperking van het begrotingsoverschot ons veel schade berokkent omdat de Nederlandse overheid van de EU niet mocht investeren. Om maar weer een voorbeeldje van beschamend EU-beleid te noemen. De EU produceert zoveel beleid om boos van te worden dat zelfs D66 het nodig vond ons het referendum af te pakken.

Overal in Europa worden anti-EU-geluiden steeds luider en wat wil je? Binnen afzienbare tijd wordt CETA ons door de strot gedrukt, waardoor Amerikaanse multinationals via Canada als het nodig is ook onze schatkist kunnen plunderen om gegarandeerd rendabel te worden. Immers, voor nieuw nationaal beleid, zoals verhoging van (minimum) lonen, beperken van milieuschade, veiliger werken, kunnen multinationals compensatie bij nationale overheden afdwingen. Na een anti-rook campagne kan een overheid onder CETA een miljardenclaim opgelegd worden (Philip Morris in Australië). En dat terwijl het bedrijfsleven slechts 7% bijdraagt aan het vullen van diezelfde Nederlandse schatkist, omdat de winsten nou net gemaakt worden in landen waar de belastingdruk het laagst is. Tegelijk is voor ons de BTW omhoog gegaan. In het Verenigd Koninkrijk schijnt 20% van de werkende bevolking tot de armen gerekend te worden; de working poor. Door sinds Margareth Thatcher in Groot-Brittannië onrust te zaaien, kan binnenkort de verwachtte storm geoogst worden, want zelfs spreekwoordelijk maken katten-in-het-nauw nu eenmaal rare sprongen.

De bal ligt bij de Britten”, roepen ze in Brussel in koor, terwijl ze daar achter de hand fluisteren: “Waar ze ook mee komen; wij doen geen water bij de wijn; alleen voor de bühne geven wij een krimp.” Volgens mij zit daarachter dat met de Brexit een zo afschrikwekkend mogelijk voorbeeld gesteld moet worden wat er gebeurd bij het verlaten van de EU; bij the deal was het vooralsnog nauwelijks verandering met verlies van medezeggenschap, nu met no deal wordt het verwarring op korte termijn omdat alle douane-passages (mensen, geld en goederen) opnieuw ingesteld moeten worden. Dat laatste is mijns inziens de politieke macht in Groot-Brittanië wel te verwijten, want 31 maanden voorbereiden om 2 maanden voor uittreding met slechts één optie te komen, is haar strategie geweest.

Ik wens de Britten het beste. Ik mag van harte hopen dat Groot-Brittannië, na een eerste mogelijk chaotische periode over 5 jaar spekkoper blijkt; dat met name de armste Britten er weer bovenop komen. Jammer alleen dat wij van z’n lang zal ze leven de kans niet zullen krijgen om de Britten eventueel naar de EU-uitgang te volgen. Zo democratisch is Nederland ook weer niet sinds het door CDA, CU, D66, PvdA en VVD bestuurde Nederland, even met gedoogsteun van de PVV, is omgetoverd tot een democratie zonder medezeggenschap van het volk. En een echte BV is geworden met een bevolking die óf rijk is óf schulden heeft.

Albanië

Mijn reis van twee weken door Albanië was een soort van ontdekkingsreis voor mij. Sinds donderdag slaap ik weer in mijn eigen bed. Eerder in mijn leven, toen de communist Haxhi Lleshi er staatshoofd was, heb ik vanuit het Joegoslavië van Josip Broz, bijgenaamd Tito, aan de grens met Albanië gestaan. We mochten er niet in met onze Westerse boeken en kleding (spijkerbroeken). Geen denken aan, en voor ons ook geen denken aan om die spullen achter te laten.

Albaniërs roepen hier te lande geen gezellige associaties op, dus ik vond het wel wat spannend om er te gaan rondreizen. Reden om er naar toe te gaan was dat we nu nog iets van het oorspronkelijke Albanië kunnen meemaken. Het land zou zich naar verluid in rap tempo klaarmaken voor een goed geoliede toeristenindustrie en dan wordt al dat authentieke vaak tenietgedaan; zowel in omgangsvormen als in het landschap of wat je er als toerist van te zien krijgt. Toeristen houden nu eenmaal van kitsch is de ervaring van degenen die eraan willen verdienen. En we waren inderdaad net op tijd, want in een sneltreinvaart worden veel dorpen en steden omgetoverd in toeristen-boulevards. Met gladde steentjes, dus als u gaat, neem dan wandelschoenen met ruwe zolen mee. En euro’s, want de Albanese Lek is aan flinke inflatie onderhevig.

Mijn eerste en vervolgens voortdurende indruk van de Albanezen is dat het bijzonder gezellige mensen zijn; hulpvaardig, vriendelijk en vrolijk. Op straat voelde ik me overal veilig al zijn er ook, zoals overal in de wereld, achteraf-straten waar het onguur voelt. Overal zag ik mensen met elkaar pratend of alleen over straat gaan, zowel mannen als vrouwen. Het moet ook voor vrouwen een sociaal veilig land zijn, constateerde ik daaruit. Overal ervoer ik een respectvolle omgang met elkaar, zelfs toen we bedonderd waren en verhaal kwamen halen. Wanneer mensen druk, zelfs ruziënd in gesprek leken, gingen ze even later vaak samen lachend uiteen. De een de ander als afscheid een gemoedelijk klopje op de schouder gevend.

Een andere eerste en voortdurende indruk is er een van geldgebrek. Zowel de overheid als mensen hebben weinig te besteden of investeren weinig. De publieke ruimte, op de omvorming naar een toeristenland en een enkele nieuwe weg na, is duidelijk veel decennia niet onderhouden. Veel doorgaande wegen zijn nooit bestraat of geasfalteerd. Van andere is het asfalt over tientallen kilometers dermate slecht dat heel de weg gekozen moet worden de minst diepe kuilen te nemen. Door verlaten gebouwen waait de wind door de gebroken ramen. Verroest ijzer van hekken en ja-knikkers. Ingezakte daken. Overal gruis, stenen, stof en zand. En telefoonkabels. Dat er soms een uurtje geen elektriciteit is, of stromend water, lijkt voor Albanezen net zo gewoon als voor ons dat het er altijd is. De jonge mensen gaan in de grotere steden modern en goed gekleed over straat. Net als hier vaak een sigaret rokend en met een modern mobieltje aan het oor. Misschien iets vaker nog rokend dan hier. Veruit de meeste vrouwen gaan ook goed gekleed en van de mannen slechts de helft, die ik waarnam.

Die mannen zag ik overigens ook wat afroken. En ik zag ze overal in het land heel de dag de vele terrasjes bevolken. Wanneer er in de kleinere steden ook vrouwen op de terrasjes zaten, was het avond of tijd om te lunchen. Ook worden er onder de mannen spelletjes gespeeld; Backgammon en Domino. Voetbal is kennelijk zo populair dat in de steden elk terras voorzien is van minstens één megascherm waarop een voetbalwedstrijd uit de Champions leage life te zien is. In een provincieplaats telde ik in één eetgelegenheid zelfs 14 beeldschermen waarop 4 verschillende wedstrijden te volgen waren. Even verderop was er nog een taveerne met 11 beeldschermen.

In het verkeer lijkt alles geoorloofd. Een kraampje langs een snelweg met gescheiden rijbanen, snelheidsbeperkingen negeren, ‘ nachts zonder verlichting tegen het verkeer in fietsen, verbodsborden negeren, zodra een verkeerslicht op groen springt voorgangers opjagen door te toeteren. Waar we ermee te maken hadden trad de verkeerspolitie gemoedelijk op. We hoorden opmerkelijk weinig sirenes; één in veertien dagen waarvan drie dagen in Tirana. En dat terwijl we regelmatig wagens met zwaailichten, zoals die knipperlichten heten, zagen.

In gesprekken met Albanezen werden we bedankt voor ieder compliment dat we gaven. Ook kwam vaak de blik van de Albanezen op de grote wereld aan de orde. Dààr schijnt voor hen de toekomst te liggen; in Albanië blijken voor hen die we spraken weinig lonkend toekomstperspectief. Toen we ons in de bergen helemaal vastgereden hadden, zagen we gelukkig wat mensen met elkaar voor een huis praten. Hen vroegen we de weg. Een dochter van 14 werd erbij gehaald om ons Engels naar Albanees te vertalen en andersom. Na even stonden we met een volle plastic tas met druiven en gedroogde vijgen en kregen we een slaapplek aangeboden. We konden slapen op de kamer van hun zoon, die nu in China was om te studeren. Verder spreken veel mensen Italiaans omdat ze daar jaren gewerkt hebben.

Afgezien van de hoofdstad Tirana en omstreken lijkt de rest van het land, zeker dat deel waar gebergten zijn, dunbevolkt. Sommige dorpen liggen een of twee uur bochtjes rijden en kuilen vermijden van elkaar. In de vlakkere delen van het land zagen we overal alleenstaande huizen aan rechte lanen met flinke tuinen er omheen; zonder privé-zwembad. De woonhuizen, die we zagen, waren in de steden veelal aftandse flats tussen witte huizen met rode dakpannen. Buiten de steden zagen we vooral betonnen blokkendoosjes om in te wonen en van diezelfde witte huizen met rode dakpannen.

Je zult er maar geboren en getogen zijn”, ging regelmatig door mij heen. Want hoewel de mensen dus een uiterst hulpvaardige, vriendelijke en vrolijke indruk op me maakten, was ik blij weer naar ons ordelijke land terug te kunnen keren. ’t Is weer even wennen aan al dat aanmatigend gedoe, dat gedouw en dat ongeduld op straat, maar wat hebben wij de publieke ruimte hier goed op orde. Raar dan eigenlijk dat wij die warme zomer niet ook massaal aan het flaneren sloegen, zoals de Albanezen elke avond gewoon zijn te doen ongeacht de staat van hun wandelboulevards, maar dat wij altijd van A naar B op weg blijven gaan.