Ik wil een heel ander gaaf land

In de wereld waar ik zou willen leven houden de gezagsdragers waaronder ik leef zich strikt aan alle mensenrechtenverdragen en probeert onze rijksoverheid niet bij ‘het grote geld’, maar binnen de Verenigde Naties het beste jongetje of het allerbeste meisje van de klas te zijn. Naar mijn mening is een organisatie als de VN een kenmerk van een streven de wereld beschaving te brengen. Dat kompas ontbeert – helaas voor mij – onze overheid. De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken rapporteerde bijvoorbeeld onlangs nog dat Nederland “meer moet doen tegen mensenrechtenschendingen bij het tegenhouden van migranten en vluchtelingen aan de Europese buitengrenzen”. Er zijn zelfs claims tegen Nederland(s belastinggeld) in voorbereiding.

Vluchtelingen hebben volgens het VN-vluchtelingenverdrag, dat ook door Nederland is ondertekend, recht om asiel te vragen in Europa. Nederland betaalt mee aan de bewaking van de buitengrenzen van de Europese Unie en levert daarvoor ook menskracht. Het is vluchtelingen uiterst moeilijk gemaakt de Europese grenzen over te steken, en door de zogeheten pushbacks, het terugjagen van mensen die de Europese Unie vaak met groot gevaar eindelijk bereikt hebben, krijgen zij geen kans om van dit recht gebruik te maken. Bovendien kunnen zij geen bezwaar maken bij de Europese grensbewaker Frontex of bij andere Europese instanties over hun mishandeling. Laat staan over het vele geld dat zij aan mensensmokkelaars moesten betalen om door mazen in de hermetisch gesloten grenzen te glippen.

Het onlangs verschenen rapport roept het Nederlandse kabinet op om in EU-verband werk te maken van de bescherming van migranten en vluchtelingen aan de Europese buitengrenzen. De houding van lidstaten moet van de onderzoekscommissie veranderen “van ‘waar komen we mee weg?’ naar ‘wat behoren we doen?’”.

En waarmee onze overheid vooralsnog gemakkelijk wegkomt is om het aanvragen van asiel in Nederland zo moeilijk mogelijk te maken. Het kan alleen in Ter Apel, een half uur lopen van de dichtstbijzijnde bushalte daar. Kansloze zaken krijgen voorrang, zodat kansvolle Jemenieten, LHTBI-ers en Syriërs ruim anderhalf jaar moeten wachten voordat hun procedure van start kan gaan, gezinshereniging kan pas gestart worden nadat de eerste procedure is afgerond en duurt ook zo’n anderhalf jaar. Deze wachttijden leidden niet tot extra inspanning, totdat rechters dwangsommen aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst gingen opleggen.

Alles rondom asiel lijkt erop gericht dat migranten en vluchtelingen hun achterblijvers laten weten: “Kom hier niet naar toe, want het is vreselijk wat we hier meemaken”. Ik vrees onverholen dat wanneer de verblijfsvergunning met hangen en wurgen dan toch (vooreerst voor 5 jaar) verleend is de nieuwe Nederlander zich na al dat getreiter ook niet meer met hart en ziel aan Nederland zal gaan hechten, maar dat weet je natuurlijk maar nooit.

Enfin, deze bedenkelijke zorg voor vreemdelingen is dus niet het ‘gave land’, waarin ik graag zou leven. Liever zou ik zien dat Nederland eraan bijdraagt om in verre landen het motief om er vandoor te gaan zou verminderen door op te houden bedenkelijke regiems aan munitie, wapens en wapensystemen te helpen en door handel, waarvan de winsten ten goede komen aan mensonterende overheden en multinationals, vaak ook nog gebaseerd op uitbuiting, te stoppen. Of gemonitoorde eisen te stellen aan de leef- en werkomstandigheden van het voetvolk.

Bron: “Commissie: pushbacks ontoelaatbaar, ook voor Nederland dreigen dagvaardingen” van de redactie Binnenland via NOS op 11 januari 2022 en 13 januari op de Gutmensch scheurkalender.

Wie zich beter wil informeren over hetgeen er zich aan de buitengrenzen van de EU afspeelt, kan hier een link openen naar het artikel “Een hel creëren om mensen af te schrikken”. Dat artikel verscheen in de Groene Amsterdammer van 12 januari 2022.

Lerend van de geschiedenis op naar een nieuw jaar

Amerikaanse en Europese overheden waren voorzichtig in hun aanpak van de pandemie”, schrijft hoogleraar Moderne Geschiedenis aan Columbia University Adam Tooze in zijn laatste boek ‘Shutdown’. Het autoritaire China bleek een stuk voortvarender, “Het is een subliem spektakel dat het regime in Beijing opvoert.

Wereldwijd is grote morele vooruitgang geboekt in de waardering van menselijk leven

Na publicatie van zijn boek ‘Crashed’ in 2018 drong het tot de ingewijden door dat het volgende project van Tooze een traditionelere vorm van geschiedschrijving zou betreffen: de geschiedenis van de milieubeweging. In zijn blogs en op Twitter doken steeds vaker verwijzingen op naar rapporten over biodiversiteitsverlies, broeikasgassen en klimaatopwarming. En toen meldden in december 2019 in de Chinese provinciestad Wuhan tientallen inwoners zich bij de medische autoriteiten met een mysterieuze longaandoening. Begin januari werd de eerste dode geteld. Een paar weken later was het virus geïdentificeerd – Covid-19 – en mocht niemand in Wuhan en omstreken haar of zijn huis meer uit. Op 12 maart 2020 betitelde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de uitbraak formeel tot een pandemie en even later ging streek voor streek de hele wereld op slot.

Het resultaat van Tooze’s ijver draagt dus de titel ‘Shutdown’ (stilleggen), en niet het voor de hand liggende Lockdown (vergrendelen). Het is een met veel vaart geschreven mondiale reconstructie van de pandemie, met veel ruimte voor de economische en financiële consequenties en een gedetailleerde beschrijving van politieke beslissingen, die aan de wieg hebben gestaan van de gigantische reddingspakketten, die zijn gebruikt om economieën draaiende te houden. En net als bij ‘Crashed’ spreekt uit de hoofdstukken over China bewondering voor de effectiviteit van het Chinese bureaucratische apparaat; zowel bij de bestrijding van het virus als bij het opvangen van de sociaal-economische gevolgen van de maatregelen, die werden getroffen om de verspreiding ervan tegen te gaan. En net als bij ‘Crashed’ krijgt de Amerikaanse technocratie, gegroepeerd rond de Federal Reserve, de eer het mondiale financiële stelsel in de lucht te hebben gehouden en daarmee het ontstaan van een financiële crisis binnen deze medische crisis te hebben voorkomen.

Anders dan bij ‘Crashed’ is het oordeel over de politieke reactie in Europa en de VS deze keer gelijkluidend: beide hadden te laat in de gaten met welk virusgeweld ze te kampen hadden. Beide verkeerden te lang in de veronderstelling dat de epidemie zich net als tijdens de Hongkonggriep en Sars tot Azië zou beperken. En ook anders dan bij ‘Crashed’ is deze keer het oordeel over de beleidsreactie van de Europese politieke elites veel lovender dan die over het politieke apparaat van de VS, die pas met Joe Biden onder de nevel van het trumpisme vandaan wisten te kruipen. Volgens Tooze hebben beide onnodige doden op hun geweten en hij meet dit af aan het succes dat China en andere Zuidoost-Aziatische staten wisten te behalen door veel doortastender in te grijpen. Ze lieten de laksere en langduriger maatregelen van de Westerse wereld voor wat het was en traden doortastend op waardoor ze onder meer grote economische schade wisten te voorkomen.

Dat overal ter wereld – op enkele uitzonderingen na – min of meer gekozen is voor hetzelfde pakket aan maatregelen om de mobiliteit van het virus in te perken, wordt door Tooze gezien als bewijs voor zijn stelling dat er wereldwijd grote morele vooruitgang is geboekt in de waardering van menselijk leven.

Naast complimenten ook een ferm tegengeluid

In een lange recensie in de ‘New Left Review’ liet de Britse historicus Perry Anderson als enige in het koor van lofzangen op ‘Crashed’ een tegengeluid horen. De kern van Andersons bezwaar tegen het boek was dat het geen belangenanalyse bevatte. Tooze nam genoegen met de motieven die de monetaire autoriteiten gaven voor de schaal en manier waarop zij intervenieerden: ‘de mondiale financiële stabiliteit garanderen en het financiële stelsel redden’. Anders gezegd: het levenselixer ‘geld’ van het alternatiefloze mondiale kapitalisme laten blijven stromen.

Echter, anno 2021 zouden we veel beter moeten weten. Het is de afwezigheid van zo’n politiek-economische belangenanalyse, die Anderson deed concluderen dat Tooze een geprivilegieerd lid van de kosmopolitische elite was, die schreef vanuit een centristisch, technocratisch wereldbeeld: zeg maar een doorsnee D66’er. Bij ‘Shutdown’ wreekt zich dit. Door de politieke belangen – op één paragraaf over het einde van het neoliberalisme aan het slot van het boek na – niet te benoemen leest ‘Shutdown’ als een lofzang op technocratie, ook in zijn ondemocratische Chinese variant, en van de weeromstuit als een intellectueel afscheid van de Westerse democratische traditie. Volgens Tooze is, geheel conform de neoliberale traditie, technocratie de enige hoop die wij hebben om ons te beschermen tegen de ecologische terugkoppelingsmechanismen van het Antropoceen, waar volgens hem de pandemie een van de eerste manifestaties van is. Het kleurt wat hij in het slot over klimaatverandering schrijft: “(…) mondiale coördinatie door experts bij het uitrollen van de technologische oplossingen van het ecomodernisme – elektrisch rijden, grootschalige koolstofopname, kunstvlees, windmolens en zonnepanelen – bij het gelijktijdig afscheid nemen van democratische inspraakmogelijkheden.

Het vermogen om alles ondergeschikt te maken aan het bereiken van een groot, overkoepelend doel is wat Tooze niet alleen in China bewondert, maar ook in het stalinisme bewonderde (en waar hij tegelijk van moest huiveren!). “Aan het einde van de dag is het toch echt de Sovjet-Unie die de Tweede Wereldoorlog heeft gewonnen”, zegt hij, “niet de Europese en Amerikaanse democratieën. Is het Stalin geweest, en niet Churchill en Roosevelt, die Hitler heeft verslagen. (…) de sublieme grandeur van het vermogen van het stalinisme om mens, dier, grondstof, industrie en kapitaal, totaal, volledig en onverbiddelijk te mobiliseren voor het verslaan van een onmenselijke tegenstander. En daar zit een les. Ook voor ons.

Tooze heeft het gevoel dat iets soortgelijks geldt voor het Chinese regime van dit moment. Het is een subliem spektakel dat het regime in Beijing opvoert. En weer subliem in de esthetische, kantiaanse zin. Het is fascinerend om naar te kijken, om over te lezen, ontzagwekkend in de letterlijke betekenis van het woord, en tegelijk gruwelijk. Maar, en daar komt het: het is niet voor ons.

Het is de uitkomst van de Chinese geschiedenis, en die is niet de onze. Onze collectieve pijngrens ligt lager, onze cultuur is anders, onze hiërarchieën functioneren anders, onze instituties zijn anders, net als ons temperament. En precies daarom past het Chinese model van het totalitarisme ons net zomin als het stalinisme. Dat kun je betreuren of niet, maar het is volgens de inzichten van Tooze een historisch gegeven. Wij zullen voortbordurend op ónze geschiedenis zèlf antwoorden moeten formuleren voor de hedendaagse crises.

Geluk voor iedereen, komend jaar!

En daarvoor zouden we wat mij betreft eindelijk eens over eerlijke informatie moeten beschikken om af te wegen wat werkelijk in ons belang is. En we zouden erover moeten gaan nadenken of ‘ons’ beperkt blijft tot een beperkt ‘wij’, dat comfortabel leeft dankzij de uitbuiting van een ‘zij’, of dat we willen leven in een wereld waarin we waar mogelijk ook verantwoordelijkheid dragen voor elkaars welzijn. Zoals het er uitziet, zullen we onze toekomst voorlopig voortborduren op geframed nieuws dat het neoliberale kapitalistische machts- en winstbejag systematisch onderbelicht laat en waarin onze overheden naast goede, ook gruwelijke dingen doen die we niet eens onder ogen durven zien (en niet hoeven zien omdat de rapportages daarover domweg niet, of slechts summier aangestipt in het mainstreamnieuws aandacht krijgen). En dat alles in het belang van het handhaven van een ziekmakende status quo. Niet in ons belang.

Hoe het ook zij, er is sowieso nog een lange weg te gaan; naar een eerlijker verdeling van welvaart in de wereld een veel langere dan pakweg 50 jaar geleden.

Enfin, er staat zo direct een nieuw jaar, een soort van schone lei voor ons klaar en ik gun ieder mens op aarde komend jaar een goede gezondheid en veel geluk. Bij deze.

Bron: “Het Chinese crisismanagement was superieur, Interview met Adam Tooze” door Ewald Engelen in DeGroeneAmsterdammer van 17 november 2021.

Een duvetje achter een vleugel, een violist in katzwijm en een joviale vriendin

Bekendheid kreeg Katrien Verfaillie pas tijdens de eerste corona-lockdown. In de ‘roare tieden van Corona’ brak ze menig Vlaams hart met haar eigen versie van een nummer van Jean Ferrat, dat ons beter bekend is als “Het Dorp” van Wim Sonneveld. Met “Kunnik Nemi Na Joen Komn” raakte zij bij velen een gevoelige snaar. Niet bij mij, want dat alles was me – zoals zoveel – ontgaan.

Nee, door het toeristenbureau naar een website verwezen, reserveerden wij kaartjes voor een Concert met West-Vlaamse liedjes in de tuinen van het Gents museum Dr. Guislain. Zelden zo’n mooi, warm en zacht West-Vlaams gehoord, stond op de site. Dat wilden wij wel eens meemaken.

De tuin was zonovergoten en in de zon was het zo warm dat we een plaats in de schaduw, dus pontificaal voor de witte vleugel zochten. Verfaillie nam er achter plaats, begon en stal direct ons hart.

Tussen instrumentale nummers en eigen geschreven liedjes door vertelde ze hoe ze als kind gestopt was met piano te leren spelen. Ze deed volgens haar pianoleraar nooit iets goed en zag steeds meer tegen de lessen op. En dat ze decennia later in 2008, nu dertien jaar geleden, op de dag dat haar vader stierf, achter haar piano was gaan zitten om daar troost te vinden. Dat ze er niet meer achter vandaan gekomen is. Ze speelt dan uit het hoofd een thema. Herhaalt dat en breidt het uit. Herhaalt dat en breidt het verder uit en zo componeert ze haar melodieën, die ze honderden keren speelt voordat ze af zijn. Vanwege covid-19 was ze zoals alle Belgen lange tijd opgesloten in haar ‘kot’ en ze had zo’n bewondering, zo’n eerbied, zoveel waardering voor alle mensen die in de zorg werken, dat ze haar klanken, eerst dus op La Montagne van Jean Ferrat, voorzag van een bij coronaleed passende tekst. Ze liet ons weten dat het op die melodie makkelijk rijmen is. Veel mensen herkenden er het gemis aan fysiek contact in, de onmogelijkheid er gewoon voor elkaar te kunnen zijn en het tekort elkaar onbezorgd te kunnen ontmoeten.

Kunnik Nemi Na Joen Komn” maakte furore en ging, zoals dat heet, viraal op social media. Binnen de kortste keren waren bijna een half miljoen views op YouTube het resultaat. Door dit eerste gezongen lied, en dus geen pianostuk, werd de muziek bekend, die Verfaillie al jaren onder de naam ‘Pigeon on Piano’ speelde, omdat haar vader haar altijd ‘duvetje’ noemde, Westhoeks voor ‘duif’. En door dat succes aangespoord schreef ze op haar eigen composities een ode aan de zorg. Elegant, grappig, kwetsbaar en ontroerend in hun eenvoud, verhalend zover ik ze volgen kon en zuiver.

Zo onthaalde Katrien Verfaillie ons onlangs op de eerste dag van een paar dagen in Gent, die eigenzinnige, rebelse en trotse Vlaamse stad, waar ik al jaren graag even vertoef. Na dit concert kòn ook onze stadsvakantie al niet meer stuk.

Maar de volgende dag streelde de Russische componist, violinist en violist Mikhail Bezverkhni onze oren. Hij speelde tussen de handelaars en marktkramers van “Bij Sint-Jacobs” onze oren; een andere musicus pur sang. Eenmaal het symfonisch intermezzo van de opera ‘Thaïs’ van de Franse componist Jules Massenet “Méditation” uitgespeeld, ontwaakte hij met ons uit zijn roes. Zowel hij als wij stonden te kijken van zoveel applaus en enthousiast publiek.

Wat later ontmoetten we een vriendin van deze Bezverkhni. Zij bood ons een spontane rondwandeling aan om ons wat achtergrond te verschaffen bij de omgeving van het Groot kanonplein, de Vrijdagmarkt met het Toreken van hèt Nederlandstalig Poëziecentrum en het Walter de Buckplein. Ja, het kon niet op…

Festival Veenhuizen

Ik: Vanavond ga ik naar Veenhuizen voor een Muziekfestival daar.

Ander: Niet omdat je onlangs een borrel teveel op had, neem ik aan.

Weer een ander: Daarover heb ik een boek gelezen. Dat zal je zeker interesseren, over hoe dat er indertijd toeging. “Het pauperparadijs: een familiegeschiedenis”. Het was zo’n klein boekje, dat gedrukt was op bijbelpapier, zal ik maar zeggen. Van een uitgeverij, die eerder bijbels maakte en daarvoor dus de expertise in huis had. Suzanna Jansen had het geschreven.

Ander: Dus niet van die wielrenner, die in 1967 de Tour de France won, Jan Janssen. Of nee, dat was de Ronde van Spanje. Die had hij ook gewonnen. In 1968 won hij de Tour de France, die toen nog de Ronde van Frankrijk genoemd werd. Weten jullie dat de organisator van de Tour de France Henri Desgrange heette en hoofdredacteur was van het tijdschrift “L’Auto”.

Die andere ander weer: Ja, die schreef toch het bekende wielerboek “La tete et les jambes”. Dat blad heette overigens “L’Auto-Velo”.

Ander: Oh ja, en vanwege de gele papierkleur van dat tijdschrift kreeg de leider van de Tour ook een gele trui. Daar zijn later de blauwe trui, de bolletjestrui en de regenboogtrui bijgekomen. Dat zijn natuurlijk geen truien, maar sportshirts, made in China, als ze niet in Bangladesh gemaakt worden.

Nog een ander: Daar komen toch steeds cyclonen, tornado’s en vloedgolven voor?

Ander: Ja, de Volksrepubliek Bangladesh, want dat is het, heeft nogal wat problemen. Ook met arbeiders, die bewaakt in bouwvallen moeten werken. Gelukkig wordt dat Bangladesh-akkoord binnenkort waarschijnlijk verlengd. Ik vind het – als je het mij vraagt – wel belangrijk dat textielarbeiders daar beschermd worden.

Ander (tegen mij): Dat zal jij vast ook wel vinden, of maakt jou dat niets uit?

En zulk geklets hield het gezelschap, waarin ik elk jaar rond deze tijd een avond verkeer, uren vol. Tot de verjaardagsborrel, het hoofdgerecht en het nagerecht genuttigd waren. Dit waren slechts 2 minuten van die avond, die 3 uren op dezelfde energie – zal ik maar zeggen – voort kabbelde. Tussendoor had ik terzijde ook nog 2 werkelijke gesprekjes. Nèt op tijd om in te checken bereikten mijn vriendin en ik ons hotel.

De volgende dag luisterden we onder een heerlijk zonnetje op verschillende locaties in het voormalig concentratiekamp voor armen, bedelaars, landlopers en wezen een stel verrukkelijke voorstellingen op. Ik dacht terug aan de nu nog steeds bewaakte arbeiders in Bangladesh en stelde vast dat er door de tijden heen toch ook niet genoeg verandert.

De huisband van Podium Witteman, Fuze, had daar in Veenhuizen een prachtig programma samengesteld. Wij zagen de ongepolijste Lidy Blijdorp virtuoos haar cello bespelen, het lollig en vaardig Nieuw Amsterdams klarinetkwartet, natuurlijk ook de boeiend vertellende Suzanna Jansen met een indringend verhaal over ‘Catootje en de eik’ precies op de plaats waar het verhaal in 1828 begon, de amusante Sterre Konijn met haar prachtig ensemble en nog zo wat. Al die muziek, het geamuseerd publiek, dat indringende verhaal van Catootje, de zon op de verschillende terrassen en tuinen waar we nu naar believen (met een kaartje) in en uit konden lopen; het werd me soms even teveel, zodat ik een traan uit mijn ogen moest pinken.

Kortom, het was een prachtige dag waarop we van plek naar plek heen en weer fietsten, tijd vonden om oud-bekenden van mijn vriendin te spreken en enkele voor haar dierbare plaatsen te bezoeken.

De volgende dag keerden we weer huiswaarts via een familielid van mij, anderhalf museum, een restaurantbezoek en een wandeling waarbij we – alsof het niet op kon – onverwacht getrakteerd werden op een concert vanuit een waterpartij. Dat had dan weer met het Oranjewoudfestival te maken.

Wegwijzer Afghanistan

Vandaag las ik een artikeltje dat mij de broodnodige achtergrond verschafte bij alles wat momenteel in Afghanistan gaande is*.

Omwille van olie werd een strijdmakker van de Verenigde Staten van Amerika een gedoodverfde vijand.

Toen de wapenbroeder nog hetzelfde belang in de regio had als de VS werden de grove mensenrechtenschendingen, die zij beging, – zoals ook vaak met andere verfoeilijke regimes die de VS kan gebruiken voor haar invloedssfeer en machtstoename – door de VS onder het tapijt geveegd. Als vijand werd haar onmenselijkheid (terecht) uitvergroot. En nu het financiële belang kennelijk vervalt, worden alle beperkingen voor de bestredene opgeheven. Het gaat niet om mensen, maar och, lees zelf maar door hier te klikken.

____________

* Apart toch, dat ik zo’n verhaal niet in onze mainstreammedia vind.

Kwalijke, bijna aan het oog onttrokken projecten

Energieprojecten, die tussen 2000 en 2018 door China, Japan en de Verenigde Staten van Amerika zijn gefinancierd, zullen er tegen 2060 voor zorgen dat dan 24.000.000.000.000 kg CO2 in de atmosfeer is gepompt; per wereldburger 48x haar of zijn gewicht.

Financiering vanuit deze 3 grootmachten heeft de capaciteit voor elektriciteitsopwekking buiten hun grenzen aanzienlijk vergroot. Tot zover het goede nieuws, hoewel… Echter, de overgrote meerderheid van die nieuw gebouwde energie-opwekkers – 60% voor China en de VS en 80% voor Japan – gebeurt op basis van fossiele brandstoffen. Het Chinese geld stroomt vooral naar steenkoolprojecten; ik dacht dat alleen bruinkool erger vervuilt. De Amerikaanse en Japanse ontwikkelingsbanken financieren vooral overzeese gascentrales. Slechts 15% van de extra capaciteit is op basis van CO2-uitstootvrijebronnen. Die projecten gaan met elkaar dus nog tientallen jaren voor klimaatontwrichtende uitstoot zorgen.

Geen enkel land kan het zich veroorloven om fossiele centrales kort nadat ze zijn gebouwd uit roulatie te nemen. De minst rijke landen kunnen dat gewoon niet betalen. Hoewel veel kolencentrales nu richting pensioen gaan, geldt dit niet voor aardgascentrales en de financiering daarvan blijkt – alle grootspraak ten spijt – toe te nemen.

Het is van cruciaal belang dat landen de buitenlandse financiering van energieopwekking met fossiele brandstoffen beperken” aldus Denise Mauzerall, hoogleraar Milieutechniek aan de universiteit van Princeton, naar aanleiding van deze bevindingen

Omdat heel de mensheid zich de CO2-uitstoot van deze nieuwe elektriciteitscentrales op basis van fossiele brandstoffen niet kan veroorloven, extreme weersomstandigheden beletten immers een gewoon saai leven, zullen we in onze klimaatactieplannen dus volgens mij zeker ook de gefinancierde projecten vanuit elk land mee moeten nemen, net als de klimaat-, mensenrechten- en milieuschadelijkheid van alle producten die elk land importeert. Anders gaan we natuurlijk nooit meters maken. Wie geeft dat even door aan degenen die aan de touwtjes trekken?

Bovendien lijkt het mij huichelachtig om eerst de vervuilde industrieën naar de Middle of Nowhere en Verweggistan te verplaatsen, vervolgens op zwaar vervuilende stookolie halffabrikaten en producten over de oceanen, het Panama- en het Suezkanaal en allerlei wereldzeeën te laten vervoeren en tenslotte te roepen dat we het binnen onze landsgrenzen zo goed doen en dat ze in de Middle of Nowhere en Verweggistan echt een paar tandjes bij moeten zetten.

Bron: “Drie grootste economieën zetten CO2-uitstoot decennialang vast” door InterPressService via DeWereldMorgen op 11 augustus.

Wauw; voor mij is dit met volle teugen genieten

Om mijn tanden te poetsen daalde ik onlangs af naar het hooggelegen meertje met prachtig turkooisgekleurd water. Blauwgroen; dan weer wat blauwer, dan weer wat groener. Ons tentje gaf uitzicht op ‘ons’ meertje. We hadden één nacht, drie wandeldagen en een rustdag nodig gehad om in deze idylle te kamperen.

De nacht voor het overbruggen van 1.142 autokilometers, de rest voor de laatste 10 wandelkilometers waarbij we 1.270 meter stegen. Dat was de feitelijke bergwandelvakantie: steeds verder van de bewoonde wereld omgeven zijn door niets dan natuur en zo min mogelijk mensen. Het was een mooie, zware tocht geweest, en het weer had ondanks bliksem, onweer, regen en lang aanhoudende rukwinden meegezeten. Wanneer we wilden lopen was het bewolkt geweest of scheen de zon zelfs.

Al na 200 meter had zij mij laten weten niet verwacht te hebben dat ik haar zou meenemen naar het paradijs. Een wonderlijk verbond met de eeuwigheid. Intens had ze – net als ik – genoten van de bloeiende bergflora, koeienkuddes en de ons omringende natuur met een arend, bergmarmotten, gemzen, een slang en nog andere vogeltjes.

Op de kaart stond het laatste deel van onze tocht aangegeven als ‘voor gevorderden’ omdat we zelf maar moesten kijken hoe we van gemarkeerde steen naar gemarkeerde steen of steenmannetje liepen; een pad ontbrak op deze steile helling. Op het laatst leidde de markeringen ons door een rivier en langs de hoge waterval die die rivier voedde.

We hadden alles moeten meenemen om te kunnen eten, koken en overnachten en we wisten dat winters weer ons kon overvallen, dus we hadden zelfs mutsen en wanten bij ons. In goede rugzakken torsten we zo een flink gewicht aan brood, chocola, courgettes, gastankjes, kaas, kleding, koekjes, paddestoelen, pannen, prei, soep en worteltjes met ons mee. Echter, al dat gewicht voelde vertrouwd.

Nog geen 3 maanden eerder hadden we elkaar voor het eerst op de heide tussen haar en mijn huis ontmoet en het was alsof onze lijven elkaar al jaren kenden. Ook veel wat we samen doen voelde alsof we dat al jaren samen deden. We hadden besloten ‘for a while’ samen te blijven en ik had haar gevraagd mij op deze tocht te vergezellen. Zij had positief geantwoord, maar moest daarvoor wel een rugzak en wandelschoenen aanschaffen, want zo’n tocht had ze ondanks haar gevorderde leeftijd nog nooit ondernomen. Net als ik, is ook zij al even met pensioen.

Nu bevonden we ons op de grasgrens in dit dal, de Val di Umbrina, en vandaag zouden we weer gaan afdalen naar een bergmeer op de boomgrens.

Tijdens het tandenpoetsen daar waar het water dit prachtige meertje verliet herinnerde ik me deze plek, want in 2019 had ik eerder al eens – in mijn eentje – bij dit Dolomiets meertje gekampeerd. Vlakbij moest een steen zijn waarna het water snel diep genoeg wordt om te zwemmen. Geleidelijk naar het diepe lopen in dit ijskoude water was mij de dagen hiervoor niet gelukt. Het was alsof messen mijn enkels doorkliefden; zo koud voelde dit water. Ik liep naar die steen en van die steen liep ik het water in en liet me kopje onder gaan en snel spoedde ik me uit dit ijs-ijskoude water. Daar stond ik door en door koud maar al snel opwarmend op die steen omgeven door niets dan natuur. Als er al mensen zouden komen, zou dat nog uren duren, want de bewoonde wereld was ver weg.

Ik keek om me heen. Tot de bergkam zag ik bruine stenen alsof ze er even neergegooid waren, sneeuwveldjes, het water van het meer en aan de kant van ons tentje gras met rotsen en hier en daar bloeiende planten als averuit, gentiaan, koolroosje en steenbreek, nee helaas geen edelweiss. Ik hoorde niets dan het geklots van water dat het meertje uitstroomde en zag de blauwe lucht met witte wolkjes. Me afdrogen wilde ik niet. Mijn huid tintelde.

En overweldigend wauwgevoel maakte zich van mij meester.

Waar we niet omheen kunnen, maar toch al jaren omheen gegaan zijn

Op Groenland ligt veel ijs. Als de gehele Groenlandse ijskap zou smelten, zou dat mondiaal voor een zeespiegelstijging zorgen van 7 meter. Zover is het nog niet, maar de afgelopen week heeft Groenland wel een uitzonderlijk grote hoeveelheid ijs verloren. Op dinsdag 27 juli alleen al 8.500.000.000.000 kg; 2x zoveel als gemiddeld in de zomer en het op 2 na grootste ijsverlies op één dag sinds 1950. Denk u in: in één dag zoveel Groenlands smeltwater dat heel Nederland er met ruim 20 cm mee bedekt kan worden. De huidige hoeveelheid ijs, die op Groenland smelt, leidt tot een wereldwijde zeespiegelstijging van 0,7 mm per jaar; ongeveer 25% van de totale hoeveelheid zeespiegelstijging, die rond de 3 mm ligt.

De woensdag daarna werd bij een meetstation aan de Groenlandse kust ook nog eens de hoogste temperatuur ooit gemeten: 19,8ºC.

Vorig jaar concludeerden 89 poolwetenschappers al dat de Groenlandse ijskap sinds 2000 steeds sneller smelt. “Het massaverlies neemt kwadratisch toe met de temperatuurstijging”, beaamt Michiel van den Broeke. Hij is hoogleraar Polaire meteorologie van de Universiteit Utrecht en zou er dus iets vanaf kunnen weten, al zijn er altijd wel mensen, die denken het nog beter te weten. Maar goed, terwijl in de ’90er jaren in Groenland per jaar zo’n 33.000.000.000.000 kg ijs verloren ging, is dat in het afgelopen decennium ruim 7,5 keer zoveel. Sinds 2000 is er geen jaar meer geweest dat daar de netto hoeveelheid ijs toenam. Daar kunnen we niet omheen.

Dat weten ook onze politici, met hun spindocters om kwalijk (onrechtvaardig) beleid te verkopen als de beste of best haalbare maatregels. Ministers worden door hun ministeries vast en zeker goed op de hoogte gehouden van de werkelijkheid. Grote bedrijven in de agro-industrie, de chemie en in de energiesector weten ook al decennia dat hun aanpak tot – onder veel meer – dit soort catastrofes leidt. Nee, mainstream bedrijfsleiders en politici zijn niet dom. Zij dienen gewoon andere belangen dan duurzaamheid, rechtvaardigheid en het voortbestaan van de mensheid. In een economisch systeem, dat enkel winstmaximalisatie als legitiem doel erkent, liefst op zeer korte termijn, kan dat ook niet anders. Dààrin zitten we gevangen.

De drijfveren van degenen, die nu al jaren aan de touwtjes trekken, zijn in elk geval niet mijn welzijn of ons welbevinden. En de verdere commercie, media en publieke opinie zijn in zo’n wereld ‘van nature’ op de hand van de status quo en dus verkoop-om-de-verkoop. Op gesachrijn zit niemand te wachten, dus is de aanhoudende boodschap vanuit de gesubsidieerde nieuwszenders, de traditionele media en de overheid sinds “Grenzen aan de groei” van ‘De club van Rome’ in 1972 tegen beter weten in en steeds luider:

Wij doen alles het beste!!! Laat alles aan de markt over en het bedrijfsleven zorgt ervoor dat alles goed komt!!!

We moesten ons schamen, vind ik. Dat telt niet, omdat ik altijd al dezelfde fundamentele kritiek koester en uitspreek op onze meedogenloos destructieve en verwarde manier van denken en leven. Wanneer iemand een pacifistisch socialistische politiek voorstaat, die zich baseert op mededogen, telt haar of zijn mening nu eenmaal niet. Dat is zogenaamd ‘onrealistisch’. Ons kapitalisme en de bijbehorende winstmaximalisatie vind ik gevaarlijk; privé-personen kunnen er veel te invloedrijk door worden.

Maar de uitdagingen voor het overleven op de wereld zijn inmiddels enorm en we zouden best beter kunnen. De geschiedenis geeft ook daar voldoende voorbeelden van, zoals recent de wereldwijde reactie op covid-19 aantoonde dat ingrijpende veranderingen in onze leefstijl best mogelijk zijn. Door internet kunnen we allemaal steeds meer te weten komen. De enorme betrokkenheid van de jeugd bij de klimaatproblematiek is ook al hoopgevend. Zij voeren hun acties los van de traditionele media en zij geven de bedrijfsleiders en politici een stevig antwoord waar die laatsten nog geen andere raad mee weten dan hen te negeren of verdacht te maken. Niets is echter onmogelijk. De geschiedenis kent ook voldoende voorbeelden van gunstige (rechtvaardige) ontwikkelingen, mentale vooruitgang en verlichting.

En daarmee eindig ik dit stukje na zo’n schokkend nieuwsbericht toch nog positief: ook nu nog is niets onmogelijk. Ook een mondiaal, nationaal en regionaal diervriendelijk beleid gericht op behoud van cultuur en ecosystemen, duurzaamheid, het welbevinden van ieder mens ongeacht geslacht, godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras of wat dan ook, en wereldvrede. Als we dat zouden willen.

Bronnen: “Bijna 20 graden in delen Groenland, warmte leidt tot massaverlies ijskap” door NOS-buitenland op 1 augustus 2021, “Bosbranden en overstromingen? ‘Wij doen gewoon voort’” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 2 augustus 2021 en artikel 1 van de Nederlandse grondwet op 3 augustus 2021.

Waarom ik mijn lidmaatschap van het CDA opzeg

Na meer dan 50 jaar lidmaatschap van het CDA en zijn voorloper KVP is mijn afscheid van de partij onvermijdelijk geworden, laat Dries van Agt weten, om te vervolgen met: De onbarmhartigheid van het CDA jegens het Palestijnse volk kan ik niet langer verdragen.

Eind mei van dit jaar stemde de CDA-fractie in de Tweede Kamer opnieuw tegen belangrijke moties, ingediend ter ondersteuning van Palestina en als handreiking aan het noodlijdende Palestijnse volk. In elf gevallen was de stem van die fractie doorslaggevend voor verwerping van die moties. De moties gingen onder meer over erkenning van de Palestijnse staat, het koloniseren en annexeren van Palestijns grondgebied door Israël in strijd met het internationale recht, het veroordelen van het dodelijke geweld van Israël tegen de bevolking van Gaza, en beëindiging van de Israëlische blokkade van Gaza.

In recente rapporten hebben de gezaghebbende mensenrechtenorganisaties Human Rights Watch en het Israëlische B’Tselem vastgesteld dat Israël in de bezette gebieden een systeem van apartheid hanteert. Toch werd de motie ter veroordeling van apartheid ook al niet door het CDA gesteund.

Het stemgedrag van de CDA-fractie is mij rauw op het dak gevallen. Voor mij is het onbegrijpelijk dat het CDA het hoofd blijft afwenden van het immense leed dat het Palestijnse volk wordt aangedaan, en zich bovendien geen snars aantrekt van onze eigen Grondwet die verplicht tot eerbiediging van de internationale rechtsorde. Even onbegrijpelijk is dat onze parlementariërs als het erop aankomt stemmen tegen de christelijke inspiratie die de partij in zijn vaandel voert, en ook tegen zijn eigen politieke standpunten zoals de kwalificatie van de kolonisering van Palestijns land als illegaal.

Ik heb de hoop verloren dat het CDA de kant van het recht, de rechtvaardigheid en de solidariteit met mensen in verdrukking zal kiezen. Ik voel me dan ook vervreemd van mijn partij en me er niet meer thuis, en kan nu niet anders meer doen dan mijn lidmaatschap opzeggen.

Keer op keer heb ik geprobeerd het CDA ervan te doordringen wat er werkelijk gaande is. Telkens weer heeft het CDA ervoor gekozen Palestina en het Palestijnse volk in de steek te laten. Even was er hoop. In juni 2013 trok de CDA-fractie bij monde van zijn toenmalige buitenlandwoordvoerder een rode lijn, voor het eerst. Israël mocht op straffe van sancties, zoals opschorting van het EU-Israël Associatieverdrag, geen nieuwe nederzettingen stichten, geen ‘buitenposten’ met terugwerkende kracht autoriseren, en geen activiteiten ontplooien in het strategische E1-gebied, ten oosten van Jerusalem. Maar toen Israël deze lijn toch overschreed, en ver zelfs, stemde het CDA in 2017 tegen een motie die de regering opriep om in EU-verband te bepleiten dat verdrag op te schorten. Ook toen was de tegenstem van het CDA doorslaggevend voor de verwerping van de motie.

Helaas is het mij niet gelukt het CDA tot inzicht te brengen en zijn hart te openen. De opstelling van het CDA is en blijft een sta-in-de-weg voor een Nederlands beleid gericht op een rechtvaardige en bestendige oplossing voor Palestina en het vertrapte volk aldaar, het beleid dat voorts in overeenstemming zou zijn met het internationale recht. Met een zwaar gemoed verlaat ik de partij waarvan ik sinds de oprichting een toegewijd lid ben geweest.

Op 20 en 25 mei werd in de Tweede Kamer gestemd over een vracht van moties over Israël/Palestina. Die stemming is dramatisch verlopen. De CDA-fractie heeft voor geen enkele motie gestemd die aanstuurde op maatregelen tegen de krachtens het internationaal recht illegale nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Let wel: die kolonisering is een oorlogsmisdadig beleid, zowel volgens de Conventies van Genève alsook het Statuut van Rome, en maakt bovendien de ook door Nederland steeds bepleite en door het CDA gewenste tweestatenoplossing volstrekt illusoir. De CDA-fractie heeft het (anders dan D66, toch ook een redelijke middenpartij) zelfs zo bont gemaakt te stemmen tegen moties die oproepen tot eerbiediging van de internationale rechtsorde! Waarom die extravagantie? Waarschijnlijk omdat die moties werden opgevat als terechtwijzingen aan de schenders van die rechtsorde, Israël in het bijzonder.

Kwalijk is het voorts dat de Tweede Kamer met instemming van het CDA het geweld van de zijde van Hamas heeft veroordeeld, en tevens de rol van Iran, Qatar en Turkije, maar geen kritisch woord heeft uitgebracht over Israël, dat wederom enorme schade heeft berokkend aan het overbevolkte Gaza en daar heel veel slachtoffers heeft gemaakt. Ook voor die ongebalanceerde uitkomst heeft het CDA zich door zijn stemgedrag beslissend verantwoordelijk gemaakt.

Voorafgaand aan de debatten in de Tweede Kamer heeft de stichting The Rights Forum in Amsterdam een analyse gegeven van de veelheid van oorzaken van al het geweld in de bezette gebieden. Die analyse is neergelegd in een brief aan de minister van buitenlandse zaken d.d. 18 mei j.l. Veel moties in de Kamer waren op die brief gebaseerd, maar geen ervan heeft het gered vooral door de stugge tegenstand door het CDA.

Het gedrag van de CDA-fractie heeft mij diep teleurgesteld en gegriefd. Ik zeg u vaarwel in treurnis.

Dries van Agt

Nooit had ik verwacht dat ik een (opinie-)stuk van Dries van Agt over zou nemen, maar dat gebeurt vandaag dan toch. Ik herken mijzelf er helemaal in, maak me druk over hetzelfde onrecht en ik heb er niets aan toe te voegen.

Bron: “Waarom ik mijn lidmaatschap van het CDA opzeg” door Dries van Agt via DeWereldMorgen op 22 juni 2021.

Een incompetente unie

Zo zou het zijn: na 5 relatief rustige jaren proberen opnieuw steeds meer migranten de Europese Unie te bereiken. Hun reizen eindigen steeds vaker met dood of vermissing. Van zowel links als rechts is er kritiek op ‘Brussel’, dat er niet in slaagt een goedwerkend Europees migratiebeleid op te zetten. De EU slaagt er ook niet in om de migratiedruk op de zuidelijke EU-landen evenredig over de rest van EU te verdelen, waardoor veruit de zwaarste last terechtkomt bij de landen aan de Middellandse Zee.

In Griekenland, Hongarije, Kroatië, Polen en Spanje worden migranten nu in strijd met het internationaal recht teruggeduwd de grens over voordat zij een kans hebben gehad om asiel aan te vragen. De Europese Commissie en andere EU-landen spreken deze lidstaten niet aan op deze bij verdragen verboden pushbacks.

VVD-Europarlementariër Malik Azmani noemt de pushbacks ‘onacceptabel’. Volgens hem zijn ze ‘een gevolg van de mogelijkheid dat migranten de EU-grens kunnen bereiken’. Hij pleit dan ook voor strengere afspraken. ‘Brussel’ moet wat hem betreft regelen dat migranten opgevangen worden in hun eigen regio. “Als we vluchtelingen een plek willen bieden in Europa, kunnen we ze dan via legale weg laten komen en niet met behulp van mensensmokkelaars”, aldus Azmani.

De EU werkt ondertussen met man en macht aan fysieke en technologische middelen om potentiële asielzoekers ‘af te schrikken’. Volgens het persbureau The Associated Press stak ‘Brussel’ sinds de migratiecrisis van 2015-16 € 3.000.000.000 in de ontwikkeling van een hightech bewakingshek langs de zuidgrens. Het doel daarvan is om te voorkomen dat migranten de grens over kunnen steken en aanspraak gaan maken op een asielprocedure.

Over de rollen van de EU en EU-landen waardoor migratiestromen op gang komen, zoals politieke steun en wapenleveranties, wordt door de NOS met geen woord gerept. Nee, er wordt alleen gesproken over een ongewenst symptoom van ‘een verzwegen iets’ (asielzoekers die huis en haard achterlaten en een schier eindeloze reeks aan gevaren trotseren voordat zij grondgebied van de EU weten te bereiken), waarmee we, dat wil zeggen de EU, niets mee te maken willen hebben (koste wat kost moeten die asielzoekers buiten ‘onze’ EU-grenzen gehouden worden en als dat niet lukt moeten èn mogen de EU-landen het dichtst bij de brandhaarden het zelf maar uitzoeken), terwijl internationale verdragen, opgesteld om een vergelijkbaar lijden van mensen in de Tweede Wereldoorlog te voorkomen administratief buiten werking worden gehouden (zolang asielzoekers nog niet op EU-grondgebied of in België of Nederland zijn aangekomen, zijn hun problemen de onze niet), waardoor het bedoelde lijden van mensen op geen enkele manier verzacht wordt. Wie van ons nog dacht dat wij in een beschaafd deel van de wereld leven, wie nog dacht dat ‘wij’ een superieure maatschappij-inrichting hebben vergeleken met (veel) andere landen, wie dacht dat vooral Oeigoeren het moeilijk hebben onder een Chinees bewind en wie dacht dat hier geen wetteloosheid regeert mogen nu allemaal wakker worden.

En wat Azmani verzwijgt: “Als we vluchtelingen geen plek willen bieden in Europa, kunnen we ze met zo’n opvang in de eigen regio eenvoudig buiten de deur houden”, want waarom zou er anders na alle jaren sinds de Verdragen van Schengen vanaf 1995 van kracht werden nog steeds niets voor deze migranten geregeld zijn?

Bron: “Gebrek aan Europees antwoord op migratiedruk leidt tot misstanden” door Robert Chesal en Kysia Hekster via NOS op 6 juni 2021.