Robert Skidelsky

Ons kabinet stelt de laatste tijd consequent ‘dat we ons uit de crisis moeten investeren’. De Britse econoom John Maynard Keynes (1883-1946), die ik hoog heb zitten, zou het hier roerend mee eens zijn geweest. Net als Robert Skidelsky (1939-heden), emeritus professor politieke economie aan de Universiteit van Warwick, een plaats in de buurt van Birmingham. Het laatste van de 5 boeken, die Skidelsky over Keynes publiceerde, had de treffende titel “The Return of the Master”. Het verscheen in 2009 en zal afgelopen tijd veelvuldig zijn herlezen. Sneller dan tijdens de crisis van 2008 wendden regeringsleiders zich deze corona-maanden voor oplossingen na de economische stagnatie tot Keynes. Toen destijds de ergste storm leek overgewaaid en de economie weer enigszins opkrabbelde, verdwenen de ideeën van de Britse econoom echter weer op de plank. Wat volgde was een orthodox bezuinigingsbeleid dat resulteerde in een onnodig langzaam herstel van de Europese economieën.

Voor een duurzaam, nieuw economisch verhaal moeten we nadenken over de relatie tussen monetair beleid en fiscaal beleid, over de rol van centrale banken; hoe kunnen we fiscaal beleid verankeren in het systeem?”, stelt Skidelsky. Keynes geloofde dat economieën niet automatisch een natuurlijk punt van volledige werkgelegenheid bereiken, een voorwaarde voor brede welvaart. Om dit soort gaten in de markt op te vullen, dienen overheden een actieve rol te spelen in de economie. Na de Tweede Wereldoorlog opteerden de meeste landen voor dit keynesiaanse model en deze periode wordt nu wel eens omschreven als ‘de gouden jaren van het kapitalisme’: de economie groeide gestaag en de hele samenleving profiteerde mee. Het was bij ons de tijd van ‘Spreiding van kennis, macht en inkomen’ (1973-1977). Maar in de jaren zeventig ontstond er ruis op de lijn. Stijgende inflatie zorgde voor onrust. Het keynesiaanse gedachtegoed werd als schuldige aangewezen en “de conservatieven zochten naar een manier om hun belang, het belang van de kapitaalbezitters, weer voorop te stellen”, zegt Skidelsky, “Inflatie gaf ze een perfect excuus om dit te doen. Inflatie was de vlag, waaronder de kapitaalbezitters zeilden, maar het doel was om de staat terug zijn hok in te sturen.” Nu is het door de maatregels tegen de coronavirusverspreiding hoog tijd voor een nieuw economisch model, waarin niet de markt, maar mens en natuur centraal staan. “De economie moet humanistisch zijn en niet efficiëntie als einddoel nemen”, vindt hij.

Het nieuwe narratief – dat vind ik een geschikter woord dan paradigma – moet een combinatie zijn van wat goed was aan het keynesiaanse model èn een toekomstgerichte filosofie, een ethisch gedachtegoed. De ethiek is weggesneden uit de economie en dat moet teruggedraaid worden. Economen moeten zichzelf steeds afvragen: wat willen we bereiken? Waar willen we heen? Willen we waarde creëren of welzijn? Want die twee doelen vragen om heel verschillend beleid.

Hij vervolgt: “De orthodoxe economie pretendeert een bepaalde zekerheid te bieden over de loop van de economie, maar dit is een schijnzekerheid. Kijk naar de impact van het coronavirus. Niemand weet hoe dit zich zal ontwikkelen. Daarom moet je vooropstellen dat we in een onzekere wereld leven. En deze onzekerheid als basis nemen, zoals Keynes dat deed. Om deze onzekerheid heen kunnen we een systeem creëren dat redelijk voorspelbaar werkt. De markt verandert van dag tot dag, dus kan ze geen voorspelbaarheid bieden. De overheid is langzamer, als een deinend schip op zee, en is daarom veel geschikter voor een sturende rol.

Over hoe deze sturende rol eruit zou moeten zien, heeft Skidelsky verschillende ideeën. “Eén mogelijkheid is het omvormen van de overheid tot de werkgever of last resort. Iedereen, die geen baan kan vinden in de private sector, krijgt er een van de overheid. Dat vind ik een belangrijk idee, want het zorgt automatisch voor balans: als de economie goed draait, zijn overheidsinvesteringen niet nodig en zal het aantal publieke banen afnemen. Wanneer de economie slecht draait heeft zij behoefte aan overheidsinvesteringen en neemt het aantal publieke banen vanzelf toe. Daarbij komt het geld direct terecht bij de mensen die het snel weer zullen uitgeven, het grote minpunt van monetair beleid. Stel je voor, voor het eerst sinds de industriële revolutie zal er geen werkloosheid meer zijn.

Keynes vond dat economie een middel moet zijn om een goed leven te leiden, en geen doel op zich. Anders doe je niets dan rondjes rennen, zoals een hamster of muis dat ook in een rad kan doen. Het hele punt van ‘genoeg hebben’, is dat je een keer stopt. Het coronavirus ziet Skidelsky daarmee een test voor onze manier van leven. Je moet niet stoppen omdat je wordt gedwongen door de grenzen van de aarde, je zou moeten stoppen omdat je bereikt hebt een voldaan en goed leven te kunnen leiden.

Bron: “De ethiek moet terug in de economie” door Diederik Baazil in DeGroeneAmsterdammer op 14 september 2020.

Publicaties van Robert Skidelsky:

1967: Politicians and the Slump

1969: English Progressive Schools

1975: Oswald Mosley

1983: John Maynard Keynes: Hopes Betrayed, 1883-1920

1992: John Maynard Keynes: The Economist as Savior, 1920-1937

1993: Interests and Obsessions: Historical Essays (Macmillan)

1995: The World After Communism: A Polemic for our Times (Macmillan)

1996: Keynes (Oxford University Press: Past Masters)

2000: John Maynard Keynes: Fighting for Britain, 1937-1946

2009: Keynes: The Return of the Master

2012 met zijn zoon Edward Skidelsky: Hoeveel is genoeg? Geld en het verlangen naar een goed leven

Julian Paul Assange; journalist, programmeur & internetactivist

Haast iedereen zal wel iets weten van Julian Assange. De een zal zelfs sympathie voor hem opbrengen vanwege zijn bijdrage om geheime informatie over de oorlog in Irak – via WikiLeaks – te publiceren, sommigen zullen hem zelfs een held vinden vanwege de integere manier waarop hij dat gedaan heeft. De ander zal hem zien als een ondermijner van het gezag. Beiden hebben volgens mij gelijk. De vraag lijkt mij of we onze regeringen zò vertrouwen dat ze er van ons geheimen op na mogen houden, ook als die geheim zijn omdat ze de banaliteit van het kwaad, dat onze regeringen begaan, blootleggen. Dan zijn er ook nog mensen die hem zien als een staatsgevaarlijke terrorist, die mensen op belangrijke posities in gevaar brengt, of als een verkrachter, maar dat zijn mensen die volgens mij de aantoonbaar onjuiste verhalen van trollen zijn gaan geloven.

Het gaat over serieuze zaken van leven en dood, recht en vrijheid. WikiLeaks is sinds 2007 een klokkenluiderssite. Erop staan allerlei geheime berichten over contacten tussen regeringen en hun ambassades of tussen regeringen onderling. Daarmee willen de mensen achter WikiLeaks aantonen dat er veel gebeurt waarvan gewone mensen bewust onwetend gehouden worden vanwege een verborgen agenda van regeringen. In oktober 2010 publiceerde WikiLeaks zo’n 400.000 documenten over de oorlog in Irak. Op één van de films is ondermeer te zien dat het Amerikaanse leger Irakese burgers en journalisten doodt. Dit filmpje schokte de wereld en dit feit was voor publicatie via The Guardian, en ik meen me te herinneren ook The New York Times, en WikiLeaks niet bekend gemaakt.

Ik behoor, door wat ik in de loop van de tijd gelezen heb, tot de beide eerste groepen. Al ben ik geen rechter, de integere werkwijze van Assange, waarmee hij desondanks onder meer het staatsgezag van Nederland en de Verenigde Staten van Amerika ondermijnde, maken hem wat mij betreft tot een sympathieke held, die direct vrijgelaten moet worden.

Best actueel allemaal, want op 7 september beginnen in Londen de zittingen waar het Brits gerecht zal vonnissen of gehoor gegeven zal worden aan het uitleveringsverzoek, dat de Verenigde Staten van Amerika over Assange aan de Britse regering deed.

Afgaande op de eenzame opsluiting, die Assange in Belmarsh Prison ondergaat, een maximaal beveiligde gevangenis voor terroristen en zware misdadigers, en de manier waarop het Britse gerecht de voorbereidende zittingen heeft geleid, moet ervan worden uitgegaan dat er geen sprake zal zijn van een rechtszaak waar de rechten van de verdediging worden gerespecteerd. Assange heeft immers geen toegang tot zijn eigen dossier en kan in Belmarsh slechts sporadisch overleg plegen met zijn advocaten. Sinds begin maart 2020 heeft hij geen enkel privé-contact meer gehad met zijn advocaten. Tijdens de voorbereidende hoorzittingen voor de organisatie van de rechtszaak werd Assange achter glas geplaatst, waar hij niet kon meeluisteren met de zitting en zijn advocaten niet rechtstreeks kon spreken. Een Spaans veiligheidsbedrijf blijkt bovendien jarenlang audio- en video-opnames van alle bewegingen en gesprekken van Assange in de ambassade van Ecuador in Londen te hebben gemaakt, waaronder dus ook de gesprekken met zijn advocaten. Deze opnames zijn doorgegeven aan de Amerikaanse inlichtingendiensten CIA en FBI.

Een goedkeuring van het uitleveringsverzoek is nagenoeg zeker en dat zou volgens mij een onrecht zijn, waar alle journalisten voor moeten uitkijken. Of ze nu in het zogenaamd Vrije Westen werken en wonen of in een ander land. De rechtspraak in de onvolprezen VS zal voor Assange evenmin volgens het recht verlopen.

Leve de grondwet!

Leve onze verworven rechten!

Leve de eerlijke rechtspraak vrij van politieke invloed!

Hier is een link naar https://wikileaks.org/ om er zelf eens te kijken.

Bronnen: “Brits gerecht oordeelt vanaf 7 september over voortbestaan onafhankelijke onderzoeksjournalistiek” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 1 september 2020 en “WikiLeaks: wat is WikiLeaks eigenlijk?” via MensEnSamenleving op 3 september 2020.

Onze band met Egypte

Egypte is een mooi land langs de vruchtbare Nijl met archeologische bijzonderheden, piramiden, de Sfinx en met dreigende oorlogsconflicten met buurlanden, een gemuilkorfde pers, duizenden politieke gevangenen, een militaire regime en onvrije verkiezingen. Het Egyptische regime heeft een permanente noodtoestand uitgeroepen. Critici en tegenstanders worden door civiele of militaire rechtbanken in massaprocessen veroordeeld; doodstraffen worden veelvuldig uitgesproken. Ook tegen minderjarigen. Er zijn talloze meldingen van geweld door de Egyptische kustwacht en marine tegen vluchtelingen. Aan de landsgrenzen wordt zelfs regelmatig met scherp op vluchtelingen geschoten. Omdat er geen opvangcentra zijn, worden gearresteerde vluchtelingen opgesloten in gevangenissen, kazernes en politiebureaus waar ze geen perspectieven hebben en de omstandigheden slecht zijn.

Na de staatsgreep van legerleider Abdul Fatah al-Sisi in 2013 en het daarop volgende geweld tegen de oppositie in Egypte kwam de Europese Unie tot een niet-bindend besluit om wapenexportvergunningen op te schorten voor materieel dat kan worden gebruikt bij interne repressie, en om andere wapenexport en militaire samenwerking te ‘heroverwegen’.

Dit jaar waren er nog bronnen, die melding maakten van Egyptische deelname aan de zeeblokkade. Het Britse Oxfam en de Duitse omroep Deutsche Welle meldden dat Egypte oorlogsschepen had gestuurd om te helpen met een door Saoedi-Arabië geleide zeeblokkade van Jemen. De Nederlandse regering heeft desondanks de wapenhandel naar Egypte onlangs versoepeld, omdat Egypte niet meer actief betrokken zou zijn bij de maritieme blokkade van Jemen.

Juli jl. liet de Nederlandse regering het parlement zelfs weten toestemming te hebben gegeven voor het exporteren van militaire commando-, communicatie- en controlesystemen en militaire radar naar de Egyptische marine. Een wapenleverantie met een omvang van een omvang van € 114.038.400. Hoewel de Nederlandse overheid geen bedrijfsgevoelige informatie wil geven, is inmiddels bekend dat deze militaire technologie is bedoeld voor een Duits MEKO-fregat. De technologie wordt geleverd door de Nederlandse tak van het Franse Thales-concern. Omdat er mogelijk nog 5 van dezelfde schepen zullen volgen, kan de order uiteindelijk uitkomen op een totaalbedrag van ruim € 660.000.000.

Thales is een bijzonder bedrijf in Nederland. Samen met Damen en Fokker vormt het de top-3 van militaire bedrijven. Het maakt ook apparatuur voor kustwachtschepen, die de buitengrenzen van Europa afgrendelen voor vluchtelingen en had in 2019 een omzet van € 459.000.000, een winst van € 39.000.000 en 66% van de totale verkoop was export.

Egypte is een militaire partner van Saoedi-Arabië. Tussen 2014 en 2018 was Egypte in omvang na Saoedi-Arabië en India de 3de wapenimporteur van de wereld. Vanuit de Verenigde Staten van Amerika ontvangt het land rond de $ 1.300.000.000 per jaar aan Foreign Military Financing, uit te geven aan de Amerikaanse wapenindustrie. Maar Egypte bestelt zijn militaire leveranciers tegenwoordig ook in China, Europese landen en Rusland.

Egypte levert wapens aan Libië, maar de marine is daar niet bij betrokken. In Egypte worden op grote schaal mensenrechten geschonden, maar fregatten worden bij dat geweld niet gebruikt. Egypte steunt de Saoedische oorlogscoalitie in Jemen politiek en zou dat officieel niet meer militair doen. En er bestaat volgens de Nederlandse regering ook geen risico dat de MEKO-fregatten gaan worden ingezet in agressief buitenlands beleid of bij territoriale claims. Dus volgens de Nederlandse regering hoeft – met uitzondering van de vluchtelingen – niemand zich zorgen te maken en zijn de economische voordelen van deze wapenleveranties en werkgelegenheid ook belangrijk. En volgens de Nederlandse regering zou ook niemand zich zorgen hoeven maken over een toenemend militair geweld in die regio en in de wereld. Gaat u maar lekker slapen.

Bron: “Brutaal repressief regime Egypte beschikt vrij over Nederlands (en Belgisch) wapentuig” door Wendela de Vries en Martin Broek via DeWereldMorgen op 28 augustus 2020.

Een groot politiek falen van Westerse democratieën

Het nieuwe coronavirus is de ernstigste bedreiging voor de volksgezondheid door een ademhalingssysteemvirus sinds de Spaanse griep van 1918. Om de 15 seconden sterft er iemand aan COVID-19, zoals COrona VIrus Disease afgekort wordt. ‘Disease’ is het Engelse woord voor ziekte en ‘19’ slaat op het jaar 2019, waarin het virus ontdekt werd. Wereldwijd zijn er nu bijna 800.000 doden door dit virus geteld.

Het is een catastrofe, die volgens Richard Horton vermeden had kunnen worden. Horton is nu 25 jaar hoofdredacteur bij The Lancet, een medisch tijdschrift dat door wetenschappers uit de sector beschouwd wordt als een van de meest toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften. Hij is dus niet de eerste de beste en hij is uiterst kritisch over de aanpak van de coronacrisis in het Westen. Hij heeft het in zijn laatste boek “The COVID-19 Catastrophe. What’s gone wrong and how to stop it happening again” over “gemiste kansen en ontstellend verkeerde inschattingen, die geleid hebben tot de vermijdbare dood van tienduizenden burgers”. De onnodig vele doden ziet hij als het “bewijs van systematisch wangedrag van de overheid, roekeloze nalatigheden, die een inbreuk vormen op de plichten van openbare gezagsdragers”. Hij onderbouwt zijn aanklacht met de tijdlijn van de ontwikkeling van de pandemie:

30 december 2019: in de Chinese provinciehoofdstad Wuhan worden stalen genomen van de longen van een patiënt met een mysterieuze longontsteking. Het blijkt om een coronavirus te gaan. Diezelfde dag alarmeert een oogarts zijn directe collega’s over het bestaan van dit nieuwe SARS-virus.

31 december: De lokale overheden lanceren een gezondheidswaarschuwing. Die melden ze ook aan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

1 januari: De markt van Wuhan wordt als ‘vermoedelijke bron van besmetting’ gesloten. De WHO zet een taskforce op om de lokale uitbraak in Wuhan te onderzoeken.

4 januari: De WHO waarschuwt de wereld via Twitter over het nieuwe coronavirus in Wuhan.

5 januari: De WHO verspreidt een meer formele officiële melding van de corona-uitbraak.

10 januari: De WHO werkt technische richtlijnen uit over het opsporen van het virus, het testen en de aanpak van patiënten met symptomen.

12 januari: Chinese wetenschappers isoleren het virus en brengen het genoom ervan in kaart. Die kennis publiceren ze onmiddellijk. Op dat moment gaat men er nog van uit dat het virus alleen van dier op mens wordt overgedragen en niet van mens op mens.

13 januari: De WHO waarschuwt dat er mogelijke besmette patiënten in andere landen kunnen opduiken en vraagt de landen om dit goed in de gaten te houden.

22 op 23 januari: Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de WHO, probeert op een spoedbijeenkomst een internationale medische noodsituatie (PHEIC) uit te roepen. De 193 landen, die lid zijn van de organisatie, worden het daarover niet eens.

23 januari: Wuhan gaat in quarantaine.

24 januari: Wetenschappers uit Hong Kong publiceren een onderzoek waaruit blijkt dat het virus overgedragen kan worden van mens op mens. De Lancet publiceert zijn eerste artikel over het nieuwe virus (2019-nCoV). Op basis van ervaringen met het SARS-virus staan er aanbevelingen in ter preventie. De eerste klinische beschrijving van de ziekte die het virus veroorzaakt – later COVID-19 genoemd – wordt ook gepubliceerd.

29 januari: China publiceert een rapport over de eerste 99 gehospitaliseerde coronapatiënten. Daaruit blijkt dat 33% moet worden opgenomen op de Intensive Care en dat de sterftegraad maar liefst 11% bedraagt. Daardoor gealarmeerd starten de Chinezen in Wuhan de bouw van nieuwe ziekenhuizen met een capaciteit van 16.000 bedden. Uit de eerste studies blijkt ook dat vooral ouderen het hoogste risico lopen om zwaar ziek te worden en te sterven.

30 januari: De WHO kondigt alsnog de internationale medische noodtoestand af.

31 januari: Wetenschappers aan de universiteit van Hong Kong waarschuwen dat het virus een wereldwijde epidemie kan worden als er niets ondernomen wordt. Om een pandemie te voorkomen, kunnen volgens hen drastische maatregels nodig zijn die de mobiliteit beperken in besmette gebieden: indien nodig zal menselijk contact sterk moeten worden gereduceerd: geen massabijeenkomsten, sluiten van bedrijven en scholen, werken vanuit huis, … .

Februari: In het begin van de maand duiken in de Westerse landen de eerste coronagevallen op. In België was dat op 3 en in Nederland op 27 februari jl.. In de loop van de maand wordt het duidelijk dat Italië af te rekenen heeft met een ongemeen felle uitbraak van het virus. In Wuhan worden de spiksplinternieuwe ziekenhuizen met 16.000 bedden voor COVID-19 patiënten in gebruik genomen. Westerse regeringen daarentegen beschouwen het coronavirus nog steeds als een ‘griepje’. In België schrijft viroloog Marc Whatelet in een open brief op 28 februari dat België te weinig doet om zich voor te bereiden op een mogelijke corona-pandemie.

De tijdlijn spreekt voor zichzelf: De signalen waren duidelijk genoeg. De regeringen waren voldoende gewaarschuwd, maar legden de vroege waarschuwingen naast zich neer. Alarmkreten vanuit de virologische wereld werden zelfs belachelijk gemaakt. Minister De Block bestempelde viroloog Marc Whatelet als een ‘dramaqueen’. Trump zette Fauci, zowat de meest gerenommeerde immunoloog van de Verenigde Staten van Amerika, weg als ‘onruststoker’, maar reeds in februari hadden de Westerse regeringen alle aanbevelingen, zoals die op 31 januari vanuit Hong Kong, ook kunnen opvolgen, aldus Horton.

Mij was het vanaf het begin onduidelijk waarom wij hier RIVM-maatregels opstelden, die anders waren dan die welke de WHO voorstelde. Ik vond het onbegrijpelijk dat elk land, dat lid is van de WHO, zijn eigen anti-coronaverspreidingsbeleid invulde. De eerste verantwoordelijkheid van een regering is haar zorgplicht tegenover de burgers. Daarom is de aanpak van de coronacrisis volgens Horton “het grootste politieke falen van de Westerse democratieën sinds de Tweede Wereldoorlog”. Maar, deze boodschap van incompetentie is niet welkom in de Westerse media en in medische en politieke kringen. “Het is in strijd met een geopolitiek verhaal dat China bestempelt als een land dat negatieve en destructieve invloed uitoefent op de internationale relaties”. Helaas is het begrijpelijk dat de Westerse landen hun eigen falen bagatelliseren en op zoek zijn gegaan naar een zondebok. Zo mank is het vaker in de geschiedenis van de mensheid gegaan. En zo gaat het dus nog steeds; ook (of juist?) in landen met een Westerse beschaving.

Horton toont in zijn boek met heel wat concrete voorbeelden aan dat de meeste Westerse regeringen aanvankelijk met tegenzin maatregels namen om het zeer besmettelijke virus te bestrijden. Daardoor werd volgens hem kostbare tijd verloren. De verspreiding van een virus is exponentieel, hoe vroeger men optreedt hoe minder het de kans krijgt om zich te vermenigvuldigen. In de beginfase van de eerste golf, vóór er maatregelen werden genomen, had het virus amper 10 dagen nodig om zichzelf te vermenigvuldigen met 10. Deze fenomenale vermenigvuldigingssnelheid was eind januari al zichtbaar in de gepubliceerde Chinese statistieken. Dat wil zeggen dat indien de overheden in het Westen 10 dagen eerder hadden ingegrepen, het besmettingsniveau 10x lager was geweest en dat geldt ook voor het aantal doden achteraf. En indien de overheden 20 dagen eerder hadden ingegrepen, was het besmettingsniveau en het aantal doden 100x lager geweest, en 30 dagen eerder 1.000x minder van beide*. In China hadden ze dat met hun alarmgeroep, de bouw van nieuwe ziekenhuizen en hun maatregels tegen verspreiding van het nieuwe virus kennelijk direct begrepen.

Verder is volgens Horton COVID-19 niet ‘een gebeurtenis’, maar ‘het begin van een nieuw tijdperk’. Hij citeert Arundhati Roy, die het virus beschrijft als “een portaal; een poort tussen de ene wereld en de volgende”. Er is geen weg terug. Onze omgang met COVID-19 heeft een kwetsbaarheid van onze beschaving aan het licht gebracht. Het idee van vooruitgang zal vanaf nu een nieuwe invulling krijgen. Horton denkt dat COVID-19 heel wat zal veranderen: regeringen zullen hun leiderschap proberen te verbeteren en zullen meer op internationaal en regionaal vlak gaan samenwerken. De staat zal heruitgevonden moeten worden, net als de gemeenschap (‘community’). De volksgezondheid zal erdoor versterkt worden en het welzijn van de gezondheidswerkers zal meer au sérieux genomen worden. Ook de medische wetenschap zal nu een zet omhoog krijgen. Ik hoop dat hij daarin gelijk krijgt.

* Maar wanneer er 1.000x minder besmettingen geweest waren en even zoveel minder doden en ernstig zieken, zou iedereen zich natuurlijk beklaagd hebben over ‘een overmatig ingrijpen van de overheid voor een griepje’. Dat hoor je zelfs nu we kunnen weten wat er te weten valt.

Bron: “COVID-19 en de schuldige nalatigheid van de Westerse regeringen; een boekbespreking van ‘The COVID-19 Catastrophe. What’s gone wrong and how to stop it happening again’ (18 juni 2020) door Richard Horton, uitgegeven door Polity Press” door Floor Peeters via DeWereldMorgen op 27 augustus 2020.

Roekeloos

Nergens hoorde ik er iets over, maar de dag dat we mondiaal meer aan grondstoffen verbruiken en aan afval produceren, dan dat de aarde in een jaar kan herproduceren en zuiveren is inmiddels alweer 3 dagen geleden. Dankzij de ingrijpende maatregels om zo’n beetje overal op de wereld het verspreiden van Covid-19 tegen te gaan, viel deze datum dit jaar 3 weken later dan in 2019, maar toch nog in augustus, de 8ste maand van het jaar.

Het begin van de overschrijding van ons mondiaal verbruik en onze mondiale afvalproductie over wat de aarde terug kan leveren en zuiveren begon in 1970 en is daarna met golvende bewegingen steeds verder toegenomen. Inmiddels zouden we jaarlijks (!) 1,6 Aarde nodig hebben om in balans te blijven. In 2020 is de totale ecologische voetafdruk ten opzichte van 2019 met een historische 9% gedaald als direct gevolg van de maatregelen die wereldwijd zijn genomen tijdens de COVID-19-pandemie. Daardoor nam bijvoorbeeld de CO2-uitstoot af (-15%) en de mondiale houtkap (-8%). Toch zijn ook deze verbeteringen van onze ecologische voetafdruk veruit onvoldoende om ons een duurzame toekomst in het vooruitzicht te stellen. Bovendien ontbrak het daarbij aan een gerichtheid om in balans te komen met wat de aarde kan om er als totale mensheid op den duur te kunnen overleven, want overal blijkt economie (om preciezer te zijn: economische groei die enkelingen ten goede komt) voor te gaan op dierenwelzijn, duurzaamheid en natuur en hier en daar zelfs op milieu, voedselveiligheid en volksgezondheid.

Als wat ‘tot nu toe dit jaar in België gebeurde’ de mondiale norm geweest was, zou de mensheid al op 5 april jl. meer verbruikt en vervuild hebben dan de aarde in een jaar terug kan leveren en zuiveren. Wanneer de ecologische voetafdruk van wat ‘tot nu toe dit jaar in Nederland heeft plaatsgevonden’ in heel de wereld de norm was geweest, zou dat vanaf 3 mei jl. het geval geweest zijn. Kortom en voor u vast geen nieuws: we leven met elkaar op het vlak van verbruiken en vervuilen naar wat de aarde kan terugleveren en zuiveren op veel te grote voet.

En wanneer we nergens aandacht besteden aan de gevolgen van ons gezamenlijk gedrag in relatie met de grenzen aan wat de aarde ons te bieden heeft, kunnen we ons er ook niet druk over maken en zelfs gewetensvol doorgaan met te doen wat we doen (en ons eventueel druk maken over datgene waaraan onze media wel aandacht besteden). “Vrijheid” noemen we deze roekeloosheid.

Alleen in De Wereld Morgen las ik er een stukje over: Bron: “Earth Overshoot Day valt op 22 augustus: een historische, maar ontoereikende daling van onze ecologische voetafdruk” door het Wereldnatuurfonds België, via DeWereldMorgen op 21 augustus 2020.

Een immense botsing

Op 26 april jl. Belgische en Nederlandse tijd vond waarschijnlijk een botsing van ongekende grootte plaats. Op aarde werd die dag meetbaar dat een zwart gat op ongeveer 1.200.000.000 lichtjaar afstand van Maartensdijk een neuronenster opvrat. We, nou ja, de wetenschappers die de automatische analyses onder ogen kregen, keken dus ruim een miljard jaar terug in de tijd. Ook knap.

Een neutronenster is wat over kan blijven van een ster, die voor de implosie een massa heeft gehad tussen de 10 en 30 keer de massa van de zon. Neutronensterren hebben een straal van ruwweg 10 kilometer en een totale massa van ongeveer 2 zonmassa’s. Deze sterren zijn het kleinst van alle sterren en hebben de hoogst denkbare dichtheid. Tenzij men een zwart gat ook als een ster beschouwt.

Er worden naar massa (en omvang) vier soorten zwarte gaten onderscheiden:

  1. De theoretisch bestaanbare minuscule zwarte gaten met een straal van maximaal 0,1 millimeter en een massa tot die van pakweg onze maan.
  2. Stellaire zwarte gaten met een massa van omstreeks 5 tot 100 zonmassa’s, die ontstaan zijn uit een supernova, een exploderende zware ster die gedurende enkele dagen* opvlamt met de lichtkracht van honderden miljoenen tot meer dan een miljard zonnen.
  3. Middelgrote zwarte gaten met een massa van 500 tot 1.000 zonmassa’s waarover weinig bekend is.
  4. Superzware zwarte gaten met een massa van 50.000 tot vele miljoenen malen de massa van de zon. Deze worden aangetroffen in de centra van sterrenstelsels.

De waargenomen botsing zou dus plaatsgevonden hebben tussen zo’n neuronenster en een van die zwarte gaten. Zo’n waarneming is bijzonder, hoewel het natuurlijk vaker voorkomt. Over het felste lichtgevende centrum van een sterrenstelsel, dat ons bekend is, weten we dat het elke dag wel een ster zo groot als onze zon opeet. Dat zwarte gat, J2157, is daarmee het snelst groeiende ons bekende zwarte gat in het universum. Dat ‘hongerige’ gat heeft inmiddels 34.000.000.000 maal de massa van onze zon en is 8.000 keer groter dan Sagittarius A*; het zwarte gat in het centrum van de Melkweg. Dat is het sterrenstelsel waar wij op onze schier onbeduidende aarde te gast zijn.

Hoewel, schier onbeduidend? Voor zover bekend zijn wij de enigen die weet hebben van heel dat universum met haar onopgeloste mysteries.

* Omdat een zware ster, 2.500.000.000 helderder dan de zon, in 2019 plotseling van de radar verdwenen is zonder eerst een supernova te worden, is niet helemaal zeker dat een supernova altijd een tussenstadium is tussen een grote ster van 5 tot 100 zonmassa’s en een stellair zwart gat, of dat het ‘enkele dagen’ opvlammen ook wel (een) tiental(len) jaren kan duren. Want van die verdwenen grote jongen (of dat verwenen grote meisje) op zo’n 75.000.000 lichtjaren afstand vanaf De Bilt was al zeker 10 jaar bekend dat hij/zij zich in zijn eindstadium bevond. Wellicht heeft die ster zonder supernova te worden het stadium van zwart gat bereikt.

Ja, er gebeurt best veel grotesks waar we geen weet van hebben, al kan het in dit laatste geval ook zijn dat deze ongelooflijk heldere ster op de een of andere manier beduidend minder helder is geworden en vervolgens ook nog eens door ruimtestof verduisterd is geraakt. Wie weet?

Bronnen: “Zwaartekrachtsgolf lijkt afkomstig van botsing zwart gat en neutronenster” door Leah Crane via NewScientist op 3 mei 2020, Neuronenster, Supernova en Zwart gat via Wikipedia op 25 juni 2020 en “Enorm zwart gat blijkt ‘hongerig’, eet elke dag ster zo groot als zon” & “Mysterie in de kosmos: astronomen zien ster voor hun neus verdwijnen” door en via Nu.nl op respectievelijk 1 juli en 30 juni 2020.

Het lot van de mensheid is in handen van wereldverbeteraars

Het in de steek laten van zo’n beetje alle Afrikanen, armoede, belasting-ontwijking door aan onze overheid gelieerde bedrijven, gefaciliteerde belasting-ontwijking in Nederland, beleidsmacht die door grootbedrijven in Nederland en in de Europese Unie wordt uitgeoefend in weerwil van democratische principes, het onrecht dat het neoliberale D’66 mensen pleegt aan te doen, gebrek aan menslievend beleid binnen het al even neoliberale CDA, CETA, de boter op het hoofd van de coalitie, geweld & onrecht dat wij – door het veilig stellen van ons feestje hier te lande – anderen elders in de wereld aandoen, honger, onrecht in het algemeen, het apartheidsbeleid van de Israëlische regeringen sinds 1948, het asociale gehalte van de neoliberale PvdA, TiSA, TTIP, Trump, voedselbanken in rijke landen, de minister-president en zijn immorele en neoliberale VVD, welvaart in relatie tot welzijn. Dat zijn onderwerpen die hier regelmatig door mij aan de orde gesteld worden.

Wanneer we willen dat een ongedefinieerd wij zich handhaaft

Een terecht verwijt aan mijn stukjes is wellicht dat ik weinig aandacht schenk aan de geneugten, die ik (en wij) dagelijks genieten door ons gedrag dat zich niet gebaseerd weet op ethiek maar op een overvloedige mate van zelfbehoud. Met dat waarschijnlijk terechte verwijt kan ik weinig, omdat ik mij als inwoner van Nederland ondanks allerlei bevoorrechting juist daardoor vaak medeplichtig weet aan wan-gedragingen van een samenleving die in mijn ogen op een aantal essentiële punten niet deugt. Knechting, machtsmisbruik en uitbuiting van anderen waardoor we ons tot een van de meest materieel rijkste samenlevingen op aarde kunnen rekenen, al is onze rijkdom dankzij 40 jaar neoliberalisme – met dank aan het CDA, D’66, de PvdA en de VVD – ook onderling steeds onrechtvaardiger verdeeld. Arm in onze moraal, maar het is hier best veilig wanneer je je weet te handhaven. “Je maintendrai” staat passend geschreven onder de Nederlandse leeuw.

Toch zou ik liever deel uitmaken van een geestelijk hoogstaandere samenleving, bestaande uit mensen die omkijken naar elkaar en zich zorgend opstellen voor vreemden die (ook) lijden onder corruptie, de elementen, maatschappelijk onrecht, oorlogs- en/of natuurgeweld. Als kind had ik al sympathie voor primitieve Indiaanse stammen wanneer die volgens mij ethisch hoogstaand met elkaar en met hun vijanden probeerden om te gaan.

Hoopgevend is mij lange tijd het gegeven geweest dat veel landen de Universele Verklaring van de rechten van de mens in 1948 (en daarna) hebben ondertekend. Nog steeds draag ik de Verenigde Naties een warm hart toe en het verdriet me dat haar invloed beperkt blijft tot de bedragen die we bereid zijn aan haar projecten te doneren. Bedragen die altijd ontoereikend zijn om de koeien echt bij hun horens te pakken.

Wanneer we ons als mensheid willen handhaven

Ik vermoed een besef dat de wereldorde verandert, wanneer de gekoeioneerden en rechtelozen van nu behandeld zouden gaan worden als naasten. Mij doet dat verdriet, al zouden de gevolgen van mijn gewenste pacifistisch socialistische aanpak voor ons misschien wel desastreus zijn. Hoewel, ik ben helemaal niet tegen zelfbehoud, maar ik zie de wereld en onze benadering ervan als zoektocht altijd het juiste te doen, met het besef dat we tekort zullen schieten. Dat we ons dus blijvend zouden moeten beijveren zelfs het onrecht, dat we met de beste bedoelingen plegen, te beperken tot het werkelijk onvermijdelijke. Ik zou haast zeggen ‘het hoognodige onrecht’.

Helaas leef ik daarentegen in een wereld waar men het onrecht, waarmee ik dit stukje begon, onder het tapijt pleegt te vegen. Helaas blijven de meesten hier graag dansen op de voor zovelen ondergaande planeet. Is het niet door natuurkrachten, dan wel door wat anderen en met name ook wij hen gewetenloos – en soms zelfs met best menselijke bedoelingen maar met onmenselijke gevolgen – direct en indirect aandoen.

Wanneer we het belangrijker blijven vinden dat een ongedefinieerd ‘wij’ zich ten koste van wat het kosten moet handhaaft, zal het helaas waarschijnlijk wel blijven gaan zoals het altijd al gaat.

Ik, daarentegen, vind het fijn dat er nog altijd idealisten zijn, die onrecht aan de kaak stellen en op grotere schaal en/of op kleinere schaal de wereld wèl mooier proberen te maken; die proberen om steeds het moreel-juiste te doen. Wanneer we ons als mensheid willen handhaven, is het lot in handen van deze wereldverbeteraars.

De ander, dat ben ik

De denkbeelden van de moderne Westerse filosoof Emmanuel Levinas (1906 – 1995) spreken mij aan en raken mij onder mijn huid. Op 20 april jl. heb ik hier de kern, het uitgangspunt van het denken van deze man proberen samen te vatten. Dat deed ik onder de titel “In essentie leert het leven ons genadeloos hoe nederig we stuk voor stuk zijn”. Nu ga ik de uiterste consequentie van zijn denken proberen te beschrijven.

Een uiterst gevolg van zijn filosofie is, dat niet wat ik denk beslissend is, maar wat ik doe.
Dat is nogal wat. Levinas biedt geen uitweg aan intellectuele dagdromerij of aan kamergeleerdheid. Hij overrompelt mij. Het lijkt erop dat mijn motieven er in eens niet meer toe doen omdat wat ik gedaan heb en naliet beslissend is. Dat vraagt om wat meer context.

Vrede is elk moment mogelijk

De filosoof Levinas beseft al te goed dat alles wat een filosoof vindt, ‘taal’ is. Daar begint het al mee. Wat hem betreft moeten we het daar eerst maar eens over hebben, want aan taal kleeft de eigenschap dat zij veelvuldig misbruikt wordt. Overal. Ook binnen de filosofie. Grond, lucht, rivieren en zeeën zijn vergiftigd, maar over dat gif wordt pas gesproken wanneer het aangetoond wordt. Zo is ook taal vaak het laatste dat ter sprake komt, terwijl het juist om taal gaat.
Taal is nodig en nuttig volgens Levinas. Het is de ‘samenhang tussen mensen’ en het is nodig omdat er zonder gesprek geen menselijkheid mogelijk is, geen rechtvaardigheid en geen waarheid. Dat vraagt om wat meer context.

Zodra ik de Ander zie en waarneem dat hij (m/v) mij ziet, ben ik verantwoordelijk [zie mijn stukje van 20 april jl.]. De ware religie, stelt Levinas, is niet een beweging omhoog, maar dat is de aanvaarding van de andere mens als de Ander (met een hoofdletter) in wiens gelaat (haar of zijn aanwezigheid, gezicht, ogen) God zichtbaar wordt. God openbaart zich in de vernederde als ‘de overstijgende’, zoals ook in de weduwe en in de wees met wie – zo zou je het kunnen zeggen – God een geheim verbond heeft. De inzet van de zorg voor de Ander is geen ‘gevolg’ van het geloof, zoals vaak beleden wordt. Die inzet is ‘het geloof’, zegt Levinas. Mij doet dit schudden.
Internet en televisie hebben de wereld daarmee een onmogelijke plek gemaakt om te leven, want ik ben van veel lijden en onrecht – van veel vernederden, weduwen en wezen – op de hoogte en voor hen ben ik verantwoordelijk [zie de laatste alinea van dit stukje]. Ik ben altijd te laat, want het gaat erom of ik het juiste gedaan heb of het juiste heb nagelaten te doen. Dat vraagt wederom om wat meer context.

Levinas is opgegroeid in een Joodse traditie. Daar lag de nadruk op ontwikkeling van verantwoordelijkheid. Ik ben opgegroeid in een Calvinistische traditie, waar verantwoordelijkheid als een niet te dragen last om ieders nek hangt. Om verantwoordelijkheid te kunnen dragen, is volgens Levinas nodig tot inzicht te kunnen komen. Inzicht kan ik alleen verwerven door studie, door vraag & antwoord en door mezelf steeds nieuwe vragen te stellen. Ik kan alleen het goede of het juiste doen, wanneer ik weet heb van het goede en het juiste.
Ieder mens zal fouten maken, dus ik ook. Daar heeft ieder mens – dus ik ook – recht op. Maar dan heeft ieder mens er ook recht op te weten wat fout is en waarom. Bovendien bieden fouten een valkuil: wie zich almaar bezig houdt met zijn (m/v) fouten (en ze te verbeteren), met schuld, zou zich opsluiten in een kleine wereld en loopt het risico het goede, dat hij (m/v) (wel) kan doen, uit het oog te verliezen.
Levinas aarzelt niet te schijven dat vrede (heil, shalom) elk moment mogelijk is.

De Westerse filosofie is een uitdrukking van geweld

‘Vrede’; dat vraagt om wat meer context, waarmee we bij de crux van zijn denken komen. Volgens Levinas is anti-semitisme meer dan een randverschijnsel. De holocaust, de shoah, was volgens hem meer dan het gevolg van anti-semitisme. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft het bloed immers niet opgehouden te vloeien. Imperialisme, racisme en uitbuiting zijn ook nadien meedogenloos gebleven. Mensen en volkeren hebben knechting, leed en vernietiging te vrezen.
Volgens Levinas legt de holocaust de wortels bloot van de Westerse cultuur, die geobsedeerd is door het marginale en het marginale tegelijk met alle geweld ontkent. De Westerse filosofie is daarmee voor hem een uitdrukking van geweld.
Zo, het hoge woord is eruit: de Westerse filosofie is een uitdrukking van geweld. Dit is wat mij gevoelsmatig aanspreekt en wat mij tegelijk onder mijn huid raakt. Geweld is dus niet een dierlijk trekje van mensen. Het is volgens Levinas het weerzinwekkend resultaat van de menselijke rede (van zijn rationaliteit, van zijn redelijkheid, van zijn verstandelijke vermogens).
De Westerse filosofie maakt zichtbaar hoe de rationaliteit het machtsmisbruik mede via de taal (!) verbergt. Een machtsmisbruik dat werkzaam is in de kerk, in de ontplooiing van de mens, in het kolonialisme, in de politiek en in de staat. Let wel: een niet-geweld-dadige samen-leving is onmogelijk.
Tegen alle geweld en tegen alle redelijke rechtvaardiging daarvan in, neemt Levinas het lijden van de mens op elk moment ernstig. Dat vraagt om nog een klein beetje context, maar mij spreekt dit aan alsof ik het zelf bedacht heb.

Ik ben de Ander

Zolang rechtvaardigheid afhankelijk is van de mens, is een niet-gewelddadige wereld onmogelijk.
Om menselijk te leven hebben mensen volgens Levinas eindeloos veel minder nodig dan de prachtige beschavingen, waarin ze leven.
In de beslissende uren, waarin zoveel waarden niet geldend blijken, stelt hij, bestaat de waardigheid van de mens uit hoop; hoop dat ‘eens de tijd zal aanbreken dat…’ Echter, in de uren dat alles toegestaan is, is het de hoogste plicht zich in daden verantwoordelijk te weten tegenover de ‘waarden van de vrede’.
Ook wanneer het er in alle opzichten op lijkt dat de wereld een grote chaos is, komt het er volgens Levinas op aan om zo te leven en zich zo te gedragen (te handelen, te doen) alsof de wereld niet enkel uiteenvallende verbrokkeling is. Het komt uiteindelijk aan op een innerlijk leven.
Het komt erop aan jezelf zo te ontwikkelen dat je met je buik weet wat betekenis heeft en wat geen betekenis heeft. In elke wereld, hoe chaotisch die ook is, hebben we altijd een eigen stem. Die stem kan zich – zoekend naar wat juist is – verzetten tegen elk onrecht, waarbij de spreker de gevolgen van zijn spreken op zich neemt.
Een goede bedoeling is nooit de garantie geweest voor daadwerkelijke verbetering. Het geweld kan alleen veranderen wanneer iemand uitzondering wil zijn; iemand die buiten het gangbare patroon gaat staan.
We kunnen over rechtvaardigheid spreken om te achterhalen wat het is. Daar leent de taal zich voor; om de samenhang tussen mensen bloot te leggen. We kunnen achterhalen wat het recht omvat, wat het onrecht en het recht van mij vragen te doen. Zolang er nog maar één vreemdeling niet welkom is, zijn wij niet welkom, zegt Levinas, en dan kan ik evenmin mijn huis in. Wat de vreemdeling overkomt, overkomt mij; overkomt ons. Tenslotte vraagt dit om nog iets meer context.

Levinas graaft zijn onderwerpen minutieus uit en daagt tegelijk zijn lezers uit zijn ‘textes’ te doorvoelen, erover na te denken, ze ter harte te nemen, ze te proeven en erover te spreken; wellicht zelfs om ze te weerleggen, in plaats van ze naar Westers gebruik te rationaliseren

Alles begrijpen, doorzien en kennen veronderstelt een totale en volledig toegankelijke aanwezigheid van alles. Dat veronderstelt dat alles voor het ‘ik’ even aanwezig is als ‘mijn wereld’, waarin we stuk voor stuk bij aanvang leefden [zie mijn stukje van 20 april jl.]. Het veronderstelt ook dat er geen Ander is, geen ander mens, want het veronderstelt dat mensen geen onderlinge verschillen hebben. Het veronderstelt dat het marginale niet bestaat. Precies de Ander, die u degradeerde van heer & meester tot onderdaan, maakt glashelder dat ik niets begrijp, niets doorzie en niets ken. De aanwezigheid van de Ander breekt volgens Levinas de eenheid van plaats en tijd, die gebaseerd was op het ‘ik’ en het ‘mijn’. De Ander blijft in alles de uitzondering. Hij (m/v) maakt zich los, is niet zoals al het andere in ‘mijn wereld’ en doet om die reden een beroep op mijn betrokkenheid, medelijden en rechtvaardigheidsgevoel.
Ik ben verantwoordelijk voor wat ik met dat gegeven doe. Niet wat ik denk is beslissend, maar wat ik doe, wat ik gedaan en nagelaten heb. De consequentie van Levinas’ denken is zodoende de vraag te durven stellen:
Kan ik tegen de Ander zeggen: “Hier ben ik!”?

C’est le ton qui fait la musique
De teksten van Levinas dringen onmiddellijk tot de kern van zijn onderwerp en vragen als het ware daarin te graven, te tasten en te verwijlen; eerder naar het Franse woord ‘texte’, dan naar het Nederlandse woord ‘tekst’. Immers, ‘onze’ teksten zijn wij gewoon te interpreteren, waarmee we er aan de haal gaan. Levinas daarentegen graaft zijn onderwerpen minutieus uit, en nodigt zijn lezers vervolgens uit ze ontbloot te aanschouwen. J.C.M. Engelen [zie bron] wijst erop dat Levinas in zijn Joodse achtergrond juist gewoon geworden was teksten te bestuderen, in plaats van te twisten over mogelijke interpretaties, zoals niet-Joden gewoon (zouden) zijn te doen. Misschien wel daarom ken ik niemand, die zo precies schrijft als Levinas. Het gaat bij hem niet om ‘teksten’, maar om het Franse ‘textes’, waarmee de filosoof Levinas zijn lezers eerder uitdaagt zijn uiteenzettingen te doorvoelen, erover na te denken, ze ter harte te nemen, ze te proeven en erover te spreken; wellicht zelfs om ze te weerleggen, dan om ze naar Westers gebruik te rationaliseren.

Bron: “Het gelaat: hij die mij aanziet” (1987) van pagina 66 tot en met 120 door J.C.M. Engelen; uitgegeven door Gooi en Sticht te Hilversum.

Indachtig Hendrik Colijn

$ 1.917.000.000.000 werd in 2019 wereldwijd aan militarisme uitgegeven. In de wereld gaven we er met elkaar nooit eerder zoveel aan uit. Gemiddeld 2,2% van onze bruto binnenlandse producten (BBP) ging naar militaire uitgaven. Het is een stijging van 3,6% in vergelijking met 2018. Het is de grootste jaarlijkse toename sinds 2010, en dan te weten dat 2018 ook al een beschamend recordjaar was.

Omgerekend gaven we in 2019 met elkaar $ 249 per wereldburger uit aan militarisme, terwijl in datzelfde jaar 734.000.000 mensen moesten/ 10% (!!!) van de wereldbevolking moest rondkomen van minder dan $ 1,9 per dag.

Dit zijn geen onvoorziene uitgaven

De top 5 op basis van bedragen aan militaire uitgaven
1a. $ 1.035.000.000.000. Dat is het bedrag dat de 29 NAVO-lidstaten in 2019 samen uitgaven aan wat nog steeds verhullend ‘Defensie’ genoemd wordt; ‘goed’ voor 54% van het totale bedrag wat in 2019 wereldwijd aan militarisme uitgegeven werd. Nou ja, met een grote vriend als de Verenigde Staten van Amerika in de gelederen gaat het snel. We gaan per land kijken:
1b. $ 732 miljard: VS besteedde 3,4% van het BBP aan militarisme; 5,3% meer dan in 2018; droeg 38% bij aan het mondiale totaal.
2. $ 261 miljard: China besteedde 1,9% van het BBP aan militarisme; hetzelfde percentage als in 2018; droeg 13% bij aan het mondiale totaal.
3. $ 71 miljard: India besteedde 4,5% meer aan militarisme dan in 2018; droeg 4% bij aan het mondiale totaal.
4. $ 65 miljard: Rusland besteedde 4,6% meer aan militarisme dan in 2018; droeg 3% bij aan het mondiale totaal.
5. $ 62 miljard: Saoedi-Arabië besteedde 16% minder aan militarisme dan in 2018; droeg ook 3% bij aan het mondiale totaal.

en wij?
17. $ 12 miljard: Nederland is in 2019 van de 19de plaats gestegen naar plaats 17 door 12% meer aan militarisme te besteden dan in 2018; droeg 0,6% bij aan het mondiale totaal.
39. $ 5 miljard: België bevindt zich op plaats 39, een stijging van 3,4% ten opzichte van 2018; droeg 0,26% bij aan het mondiale totaal.

En wat zegt dat allemaal?
$ 1.917.000.000.000; $ 249 per menselijke wereldbewoner; $ 54 minder dan het gemiddelde jaarinkomen in Zuid-Soedan, het armste land ter wereld. Als ik al deze bedragen lees, realiseer ik me een beetje hoe het afdwingen van toegang tot grondstoffen zich gênant verhoudt tot het bestrijden van armoede. En tot andere zaken die het welzijn van mensen wereldwijd bevorderen. Al is ‘zich toegang verschaffen tot’ deels hetzelfde als ‘in armoede houden’.

Ik bedenk hierbij dat dit geen onvoorziene uitgaven zijn, zoals de uitgaven aan materiële schade vanwege een storm of een virus. Dit zijn haast allemaal uitgaven die in meerjarenbegrotingen en jaarbegrotingen staan, zoals het per 1 januari 2024 ‘op peil’ brengen van onze eigen agressie-begroting conform eerder gemaakte NAVO-afspraken.

’t Is nog een cynisch ‘geluk’ dat extreem weer en natuurrampen in 2019 3x meer mensen tot migratie dwongen, met alle daarmee gepaard gaande persoonlijke ellende, dan alle oorlogsgeweld samen. Waarmee ik maar wil zeggen dat gelukkig slechts een deel van al deze militaire uitgaven in 2019 daadwerkelijk gebruikt is om mensen te vernietigen en hun werk- en woonomgeving te ruïneren. Wel om mee te dreigen, natuurlijk. En zeker om mee te kùnnen dreigen of verzet te kunnen breken. Ook vaak verzet tegen degenen, die het hun bezetters of overheden met hun belastinggeld mogelijk maakten zich te laten onderdrukken. Zo gaat het altijd al sinds onze voor-voor-voorouders geld bedachten. Ja, we creëren met elkaar altijd al een wonderlijke wereld van schoonheid en verderf.

Volgens de Wereldbank zal de huidige Covid-crisis er bovendien voor zorgen dat mondiaal de meest extreme armoede sterk zal stijgen. In deze vreemde wereld willen we kennelijk leven. Of zien we in alle democratisch bestuurde landen geen kans te stemmen tegen geweld, mondiale en nationale ongelijkheid en onrechtvaardigheid? Zo dat het geval is, hoe zou dàt dan komen?

Nee, zoals Hendrik Colijn op 16 maart 1936 tegen uw voorouders zei, zeg ik na het laten bezinken van deze uitgaven tegen u, moderne lezer dezes, inmiddels uitgerust met internet en vast ook met telecommunicatie en televisie:
Ik verzoek den luisteraars dan ook om wanneer ze straks hunne legersteden opzoeken, even rustig te gaan slapen als ze dat ook andere nachten doen. Er is voorshands nog geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn.
En daarmee, geachte luisteraars, laat ik u over aan de verpozing die de radio u pleegt te bieden. Goedenavond.

Bronnen: “Grootste stijging van wereldwijde militaire uitgaven in het afgelopen decennium; Opinie” door Ludo De Brabander via DeWereldMorgen op 27 april 2020 (omdat deze bron verwijderd blijkt: de bron van deze bron is “Global military expenditure sees largest annual increase in a decade—says SIPRI—reaching $1917 billion in 2019; SIPRI for the media: sipri.org op 27 april 2020) en “Extreme weather and natural disasters displaced three times more people than war in 2019” door Lillo Montalto Monella en Marta Rodríguez Martínez via EuroNews op 28 april 2020.

Ondanks Covid-19-maatregels blijven (sommige) mensen zich roeren

De huidige Covid-19-maatregelen maken het lastig om in grote getale de straat op te gaan om rechten te bepleiten en zich teweer te stellen tegen onrecht. Toch bezetten vorige week digitale demonstranten virtuele Russische overheidsgebouwen en pleinen, was er een demonstratie-op-onderlinge-afstand in Hong Kong en werd in Brussel een protestmars gelopen. Over dit laatste evenement informeerde de mainstreammedia ons niet. Daarom vestig ik daarop hier de aandacht.

Al lang geleden was 24 april 2020 uitgeroepen tot dag van Wereldwijde KlimaatStaking. Daarom bedachten het Belgische Greenpeace en Youth for Climate een Covid-19-proof alternatief.
We blijven in ons kot, maar we blijven niet koest”, zei Toon Lambrecht van Youth for Climate. “We kunnen nu niet zelf op straat komen, maar aan de vooravond van de Global Climate Strike willen we wèl onze stem laten horen. We eisen dat de politici luisteren naar de wetenschappers, of het nu over Covid-19 of over het klimaat gaat. Ze moeten nu werken aan een eerlijk en ambitieus klimaatbeleid.
Het herstelplan voor deze coronacrisis moet groen, sociaal en eerlijk zijn. We kunnen en willen niet terug naar business as usual”, vulde Joeri Thijs van Greenpeace aan. “We moeten nu investeren in gezondheidszorg en sociale rechtvaardigheid, in klimaatbeleid en natuur, niet in vervuilende bedrijven. Mensen en de planeet zijn belangrijker dan winst.

Een artistiek en creatief uitgewerkt idee

De oplossing, die de organisaties hadden gevonden, was een protestmars van hologrammen; driedimensionale afbeeldingen. Die protestmars werd 23 april jl. geprojecteerd op de gebouwen van het Belgisch federaal parlement en van de Europese Raad. Er waren ook korte ‘hologram-speeches’ van Juliette Boulet en Lena Baguet, vertegenwoordigers van respectievelijk Greenpeace en Youth for Climate. Zij richtten zich tot de Belgische en Europese politici.

Klik hier voor deze Belgische en misschien wel wereldprimeur.

Bron: “Actie Greenpeace en Youth for Climate in Brussel: Virtuele betoging met hologrammen voor een groene en eerlijke heropbouw; Reportage” door Youth for Climate Brussel & Greenpeace Belgium via DeWereldMorgen op 24 april 2020.

In de bron is meer informatie over de wensen van de initiatiefnemers te vinden, want de hologrammen-protestmars was slechts èèn van de initiatieven in het kader van de Global Climate Strike. De ene, die ik hier vermeld, omdat ik het zo’n artistiek, creatief uitgewerkt idee vind.