Over de machtigen op aarde

Minder dan een handjevol megacorporaties domineert vandaag de dag onze levens op ieder aspect. Zo komen onze voedingsmiddelen haast allemaal uit een van de volgende 11 bedrijven: Associated British Foods plc, The Coca-Cola Company, Danone S.A., General Mills Inc., Hellogg’s, Kraft & Heinz, Mars, Mondèz International, Nestlé, Pepsico en Unilever. Zij vullen met elkaar onze supermarkten.

Wij denken misschien dat deze producten in de schappen van de winkels met elkaar concurreren, maar dat gaat wat genuanceerder. Voor een deel komen de producten namelijk uit dezelfde voedselfabriek. Maar de werkelijkheid maakt van het concurreren een klucht. De grootste institutionele beleggers van deze 11 bedrijven, blijken dezelfde te zijn, te weten de Bank of America Corporation, Bank Of New York Mellon Corporation, Blackrock Inc., Inc.Franklin Resources, LLC Geode Capital Management, JP Morgan Chase & Company, Northern Trust Corporation, State Street Corporation, The Inc.Vanguard Group en de LLP Wellington Management Company. Voor deze beleggers maakt het niets uit welk product de concurrentiestrijd in de winkels wint, want hun risico op winst of verlies is gespreid, zoals dat heet. Zolang de omzet stijgt, strijken ze de winsten op. Ze investeren immers in alle met elkaar concurrerende voedselfabrieken, zoals een beetje grootbedrijf in de Verenigde Staten van Amerika zowel de democratische als de republikeinse kanshebber op het presidentschap financiert om daarna iets terug te verlangen.

Binnen de technologische industrie domineren Alphabet (Android, Google & YouTube), Apple Inc., Facebook (Facebook, Instagram & WhatsApp), Microsoft (Bing, Microsoft, Office, Windows & XBOX) en Twitter. De grootste institutionele beleggers van deze bedrijven, blijken dezelfde te zijn als die in de voedingsmiddelenindustrie domineren. En diezelfde beleggers investeren ook dominant in alle andere bedrijven, die de technologische industrie domineren met computers, huishoudelijke apparatuur, smartphones en televisies. Zo komen we keer op keer dezelfde institutionele beleggers in een hoofdrol tegen.

Wanneer we bijvoorbeeld op vakantie willen, kijken we op onze Apple of Microsoft-computer en zoeken via Expedia, Trip.com of Skyscanner een goedkope vlucht van AirFrance KLM, American Airlines, Delta Air Lines, Lufthansa, United Airlines of Transavia. Het toestel, waarmee we vliegen is een Airbus of Boeing. We zoeken een verblijfsplaats via AirBnB, Booking.com of Groupon en na aankomst laten we via Tripadviser een reactie achter. Alle hier genoemde bedrijven delen dezelfde grootste institutionele beleggers met de technologische en voedingsmiddelenindustrie, inclusief de oliemaatschappijen, die de kerosine voor het vliegtuig leverden, en de mijnbouwbedrijven, die de metalen wonnen waarvan het vliegtuig gemaakt is. Zij domineren ook deze primaire industrieën. Dat geldt ook voor de agrarische bedrijven, die de wereld domineren, zoals ADM, Bayer (moederbedrijf van Monsanto), Cargill en John Deere, en de verwerkingsbedrijven Lululemon, Reliance IL, Inc.TJX Companies, VF en Zalando. Hetzelfde geldt voor de talloze kledingmerken van Adidas tot Zara. Of we nu ’s werelds grootste olieraffinaderijen nemen, de pharma-industrie, de tabaksproducenten of de zonnepanelenproducenten; de aandelen zijn grotendeels in handen van dezelfde institutionele beleggers, zoals dat ook geldt voor de dominerende auto-, electronica-, vliegtuig- en wapenindustrieën, de banken, bouwbedrijven, cosmeticamerken, online marktplaatsen, restaurantketens, telefoon- en verzekeringsmaatschappijen en de grote warenhuizen. Tenslotte geldt dit ook nog eens voor onze betaalmiddelen als American Express, Mastercard, PayPal, Visa en Western Union.

Nu blijkt als klap op de vuurpijl ook nog eens dat deze institutionele beleggingsmaatschappijen elkaars aandelen bezitten. De ‘kleinere’ supergrote beleggers en de grotere zijn daardoor in de praktijk in bezit van nog grotere. De top van deze piramide blijkt in handen van BlackRock Inc. en The Inc.Vanguard Group. Deze 2 institutionele beleggers hebben een wereldmonopolie. Zij beschikken naar verwachting van Bloomberg in 2028 over $ 20.000.000.000.000, waardoor zij praktisch alles op aarde bezitten, inclusief de centrale of federale banken en hun computersystemen. De grootste aandeelhouder van BlackRock Inc. blijkt uiteindelijk The Inc.Vanguard Group te zijn. Wie deze incorporate, een Amerikaanse bedrijfsvorm te vergelijken met een naamloze vennootschap bij ons, bezit is helaas niet uit gepubliceerde rapportages te achterhalen.

De machtigste 1% mensen op aarde, ontving in 2017 volgens Oxfam 82% van de verhandelde waarde. De rijkste 0,001%, af te lijden uit jaarrapporten zoals The Forbes, blijken net meer dan 2.000 miljardairs te zijn, waarvan 2/3 hun kapitaal verwerven door erfenissen en monopolies. De rijkste families hiervan behoorden al tot de rijksten van de aarde voordat de industriële revolutie plaatsvond, zoals een aantal koninklijke families. En dan zijn er bijvoorbeeld de families Bush, Du Pont, Morgan, Orsini, Rockefelleler, Rothschild en Vanderbilt. Zij zijn hun ooit verworven macht nooit kwijt geraakt, maar hebben die hoogstwaarschijnlijk door te investeren via institutionele beleggers behouden. Deels zouden zij dat doen via privé-fondsen en non-profitorganisaties, die de schakel blijken te zijn tussen het bedrijfsleven, de media en de politiek en waarin honderden miljoenen dollars rondgepompt en witgewassen worden. Genoemde families verdienen hun kapitaal zo ongezien mogelijk.

De 3 belangrijkste foundations, die nagenoeg alle industrieën van de wereld verder met elkaar verbinden, blijken de Bill & Melinda Gates Foundation, de Clinton Foundation en de Open Society Foundations (van George Soros).

Ook de media zijn voor 90% in handen van bedrijven als de Bertelsman, CBS Corporation, News Corporation, General Electric, Sony Corporation, Time Warner, Viavom CBS, Vivendi en The Walt Disney Company. Of we nu denken aan Amazon, at & t, Fox corporation, Netflix, Prime Video of Warner Bros; zij maken niet alleen documentaires, films en andere programma’s, maar bezitten ook de kanalen waarop ze uitgezonden worden en zijn grotendeels in handen van dezelfde invloedrijke institutionele beleggers van de hierboven al genoemde industrieën. Daarmee blijkt ook de informatiestroom over wat er in de wereld gebeurt in handen te zijn van dezelfde groep investeerders. In Nederland gaat het om Bertelsmann, Mediahuis en de Persgroep, voor het leeuwendeel in handen van dezelfde institutionele beleggers, die alle mainstreammedia in handen hebben.

Nieuwsmedia gebruiken nieuws van persbureaus als ANP en Thomson Reuters, die respectievelijk in handen zijn van John de Mols’s Talpa en de Thomsonfamilie. Het European Journalism Centre financiert, leidt op, biedt stageplaatsen en verzorgt studiemateriaal. Het werkt nauw samen met Facebook en Google en wordt gefinancierd door de Bill & Melinda Gates Foundation, ons ministerie van Buitenlandse Zaken, Facebook, Google, ons ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Open Society Foundations. Voor politieke analyses maken 500 mainstreammedia in 150 landen, waaronder Nederland, gebruik van de internationale media-organisatie Project Syndicate, waardoor veel nieuws als het ware wereldwijd gesynchroniseerd wordt. De financiers van Project Syndicate zijn de Bill & Melinda Gates Foundation, het European Journalism Centre en de Open Society Foundations.

De Bill & Melinda Gates Foundation, BlackRock Inc., The Coca-Cola Company, Facebook, JP Morgan Chase & Company, Mastercard, de Open Society Foundations, Pepsico, Unilever en Visa zijn weer de grootste financiers van het World Economic Forum, dat onder meer CEO’s van mondiaal de grootste bedrijven, politici en staatshoofden jaarlijks in het Zwitserse Davos samenbrengt om… Ja, waarvoor? Ze laat weten dat het gaat om de grote wereldproblemen te bespreken, maar wat bespreken ze nog meer? In elk geval worden er blijkens dezelfde teksten uit verschillende monden van regeringsleiders in Davos neuzen dezelfde richting opgezet.

Vanuit het verleden weten we dat de neoliberale ideologie met name aan bevolkingen wordt opgedrongen na ‘shocks’; gebeurtenissen zoals natuurrampen en oorlogen. De bevolking is verward en niet in staat zich te verzetten tegen economische ‘hervormingen’ of zelfs zich bezig te houden met politiek. Ze heeft al haar energie nodig om te overleven. En terwijl de bevolking nog in verwarring is, of blij met versoepelingen na de pandemie die de wereld momenteel in zijn greep heeft, kunnen bijvoorbeeld publieke voorzieningen in rap tempo worden geprivatiseerd; de shockdoctrine, zoals de Canadese journaliste Naomi Klein dat noemt. Kijk maar uit, en al helemaal wanneer er geen speld tussen bovenstaande over de onevenwichtige machtsverdeling op aarde te krijgen is.

Bron: Monopoly Het totaalplaatje van the Great Reset, een film van Tim Gielen en “Shockdoctrine” via Wikipedia voor de laatste alinea.

Hier is de film van Tim Gielen te bekijken. In bovenstaand blog heb ik de aannames en suggestieve verbanden, die ook in de film aan de orde komen, weggelaten. Ik heb hier slechts de verifieerbare feiten en één ‘hoogstwaarschijnlijk’ samengevat.

Overigens werken mijn computers op de open source van Linux om te ontkomen aan de dwang van Apple of Microsoft, koop ik altijd al zoveel mogelijk bij ondernemers en zo min mogelijk bij filialen om te voorkomen dat mijn uitgegeven geld belastingontwijkend in Ierland belandt en om ervoor te zorgen dat het een voor mij herkenbaar persoon ten goede komt, oriënteer ik mij voor wat er in de wereld gebeurt zoveel mogelijk op onafhankelijke media omdat ik mainstreammedia ervaar als teveel hypes makend en als te weinig informatief entertainment om er mijn tijd mee door te brengen, en ben ik wars van de oppervlakkigheid en het opdringerige ‘geschreeuw’, die de televisie te bieden had toen ik jaren geleden nog wel keek. Maar voor de rest verdienen de institutionele beleggers van hierboven net zo goed aan mij. Helaas.

Een gedachten-experiment (Deel II: Mijn antwoord)

Nog voordat de eerste verkenners aangesteld waren, had minister van Staat Herman Tjeenk Willink een plan dat mij aansprak. In plaats van na te gaan wie met wie een coalitie zou kunnen vormen met voldoende zetels in de Eerste en Tweede Kamer, stelde hij voor eerst aan de partijen in de nieuwe Tweede Kamer te vragen welke problemen zij zien en hoe zij die problemen definiëren. De achterliggende gedachte van hem was dat wanneer dààr overeenstemming over is, de uitvoeringsdetails geen hindernis zullen vormen om een regeerakkoord te schrijven.

Mijn opzetje voor het definiëren van de grote problemen, waar wat mij betreft de Tweede Kamer meteen mee aan de slag moet om (een begin te maken om) die op te lossen, zijn:

1. Oorlogsrecht: oorlogen en gebrek aan veiligheid om te beginnen met het geweld waar Nederland actief of door wapenleveranties medeplichtig aan is.

1a Nederland voert alleen defensieve wapens uit.

1b Nederland neemt voor oefeningen alleen deel aan puur defensieve oorlogen.

2. Verdrag van de Rechten van de Mens: ieder mens heeft recht op een menswaardig bestaan en erop zijn of haar mening te uiten.

2a Armoede bestrijden: 1 op de 7 wereldburgers heeft een chronisch gebrek aan voedsel.

2b Opheffen van ongelijkheid in gender, kleur, leeftijd, nationaliteit(en), ras, sociale achtergrond, seksuele voorkeur.

2c Elk institutioneel ‘racisme’ wordt actief bestreden; strafrechtelijke vervolging van wie zich er schuldig aan maakt.

2d Investeren in weer op pijl krijgen van de onafhankelijke (!) rechtspraak

3. Breken van de macht op de media, de politiek en de samenleving van grootbanken en grootbedrijven.

3a Zij worden door Europese harmonisaties gedwongen – willen zij binnen de Europese Unie actief blijven – om belastingen over grondstoffen, vermogen en winsten te betalen en die belastingen gaan progressief omhoog zodat bedrijven met de sterkste schouders naar rato bijdragen aan de publieke voorzieningen.

3b Geen enkel verdrag kan zaken boven de nationale grondwet overeenkomen. CETA, TiSA en TTIP gaan dus ook voor dat deel de prullenmand in.

4. Alles wat de EU invoert, voldoet aan dezelfde productie- en winningseisen zoals arbeidsomstandigheden, relatief loon en toegestane milieudruk/vervuiling als geldend voor binnen de EU, opdat er mondiaal eerlijk geconcurreerd gaat worden.

4a Alleen nog fair-trade en gekeurmerkte producten in de winkels.

5. ‘Streven naar welvaart’ wordt verruild door ‘Streven naar welzijn’.

5a Arbeidsloon

5b Investeren in cultuur, toegankelijk voor een breed publiek

5c Gezondheidszorg

5d Onderwijs en Wetenschap onafhankelijk en onafhankelijk van sociale achtergrond toegankelijk voor iedereen

5e Psychologische hulp, Welzijn en Zorg

5f Secondaire arbeidsvoorwaarden

5g Voedselveiligheid

6. ‘Parijse klimaatdoelen halen’ wordt heilig verklaard.

7. Behoud van goede infrastructuur en verbetering van Openbaar Vervoer (met name een snelle railverbinding tussen Den Haag en Groningen)

8. Voor elk probleem worden structurele in plaats van pragmatische oplossingen gezocht. Zo wordt de Covidpandemie bestreden door te sturen op 0 besmettingen per regio, in plaats van op ziekenhuisopnames en IC-capaciteit.

9. Betaalbare huur- en particuliere woningen

10 Alle geratificeerde VN-verdragen worden naar de geest van die tekst nageleefd. Zo worden voor zover passend bij onze klimaatgebieden en landschapszones biodiversiteit en dierenwelzijn nagestreefd.

Wat ben ik nu nog vergeten? O, ja, Groningen. Dat past natuurlijk onder 8: snelle ruimhartige vergoeding van aardbevingsschades, die te maken hebben met mijnbouw, en verhalen van die vergoedingen op diezelfde mijnbouw.

Op naar claimen wat je claimen kunt

Nederland heeft investeringsverdragen met 75 landen. Onderdeel daarvan is stevast een speciale clausule, die bedoeld is om Nederlandse investeerders te beschermen tegen ‘willekeur’ van de overheden in andere landen. “Op die manier kunnen bedrijven de nationale rechtbanken omzeilen”, zegt onderzoeker Bart-Jaap Verbeek van Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). Een internationaal arbitragetribunaal behandelt de zaken, die via investeringsverdragen worden aangespannen. “Zo’n tribunaal is bedacht om op te komen voor rechten van investeerders. De kans op een schadevergoeding is daar veel groter.

Afgelopen 4 jaar maakten 22 buitenlandse bedrijven gebruik van deze Nederlandse investeringsverdragen om claims te leggen bij overheden van andere landen. Het merendeel van die 22 bedrijven is alleen met een brievenbusmaatschappij aanwezig in Nederland.

Alleen de Verenigde Staten van Amerika is populairder als thuisland vanwege dit soort investerings- of vrijhandelsverdragen. Wat deze bedrijvigheid de Nederlandse staat aan banen en belasting oplevert, is nihil.

Ongeveer 3/4 van de ‘Nederlandse’ claims tussen 1968 en 2016 kwamen van brievenbusmaatschappijen, want door een ruime definitie van wat een investeerder is, kunnen ook buitenlandse bedrijven, die hier alleen een brievenbusmaatschappij hebben, de Nederlandse verdragen daarvoor gebruiken. In een enkel geval lijkt de brievenbusfirma zelfs speciaal opgericht voor de claim: het Indiase Arka Energy bijvoorbeeld, die pas in 2019 is opgericht op het adres van een Amsterdamse flexwerkplek, eiste in 2020 een schadevergoeding van Albanië. “Arka is hier alleen geregistreerd. Er werkt hier niemand van dat bedrijf fysiek“, zegt een medewerker van Amsterdam Coworking.

Alleen al het bestaan van brievenbusmaatschappijen is wat mij betreft van hetzelfde laken een pak als belastingontwijking, c.q. belastingontduiking. Dat onze overheid dat ooit toegestaan heeft, is in mijn ogen al een schande, maar dat dat nog steeds praktijk is, vind ik ronduit beschamend. Zo kunnen we ons geen beschaafd land meer noemen. En dan is er die speciale clausule om nationale rechtbanken te ontwijken om de winsten van multinationals veilig te stellen ten koste van… het belastinggeld van een staat. Het geld, bijeengebracht uit inkomstenbelasting omdat multinationaals met kunstmatige constructies nationale belastingen ontwijken, moet aangewend worden om diezelfde multinationals te spekken. Als klap op de vuurpijl moet ik vaststellen dat, door het stemgedrag van de Nederlanders in maart, de deur nu wijd openstaat om net zulke vrijhandelsverdragen met Canada en de Verenigde Staten van Amerika te ratificeren: CETA en TTIP. En of dat niet genoeg is ook nog het nog staatsrecht-vijandiger TiSA.

Het Nederlandse parlement kan na die ratificatie(s) alleen nog praten over wat ‘ethische kwesties’ genoemd worden, maar beleid om arbeidsomstandigheden, oneerlijke concurrentie, klimaat, lonen, milieu of (voedsel-)veiligheid aan te pakken, zal miljardenclaims tot gevolg hebben, omdat de winstprognoses van multinationals naar beneden bijgesteld moeten worden. En juist die toekomstige winsten worden in die ‘vrijhandelsverdragen’ veilig gesteld. Dat is dus de praktijk in onze wereld. Leve de claimcultuur!

Bron: “Nederland nog steeds claimparadijs voor buitenlandse bedrijven” door de economieredactie van NOS op 25 maart 2021.

Je gaat het pas zien…

‘Gevolgen van het kapitalisme – een oogst van ontevredenheid en weerstand’ of zouden we onze focus moeten verleggen? En ons moeten afvragen: ‘Is er een alternatief voor ons huidig kapitalisme?’

Degenen die nu de macht hebben en hun spindocters beweren uiteraard van niet.  “There is no alternative.” Niet toevallig zijn juist zij degenen die financieel op de korte termijn het meest profiteren van de huidige maatschappij-inrichting ook diegenen die de grondvesten van ons huidig economische systeem verdedigen. Noam Chomsky en Marv Waterstone behoren niet tot dat elitekorps en schreven het boek ‘Consequences of Capitalism – Manufacturing Discontent and Resistance’

Een van de adviezen in hun boek is het leggen van verbanden tussen ogenschijnlijk los van elkaar staande fenomenen zoals eurocentrisme, imperialisme, kolonialisme, militarisme en racisme. Dit zijn volgens Chomsky en Waterstone daarentegen geen aparte onderwerpen. Het zijn de ommezijden van exact dezelfde munt die ‘winst’ als enig geldend motief erkent; scherper geformuleerd: de zekerheid van winst voor enkelen en de onzekerheid van verlies voor de rest. Hoe ‘realistisch’ is onze economisch ingerichte samenleving als we dat ‘realisme’ doorgronden? Is het dan nog mogelijk ons neer te leggen bij wat er gaande is?

… als je het door hebt

– Johan Cruijff (1947 – 2016) –

Het overzicht in hun boek gaat van de historische uitbuiting in zijn openlijke, feitelijk ‘meest eerlijke’ vorm van slavernij, tot de huidige ratrace van miljoenen. Al die mensen, die dagelijks meedraaien in organisaties die op de keper beschouwd fascistisch zijn. Ja, fris daar de definitie maar eens van op. De miljoenen mensen, die èn geloven dat ze in een vrije wereld leven, èn elke dag een groot deel van de tijd totaal onvrij zijn en rechteloos. We zeggen dat we democratie hoog waarderen en toch voeren we geen democratie in op de plaatsen waar we het grootste deel van ons leven werken. Onze werkvloer is voor velen een zeer autoritair gegeven. Alleen doordat ons zand in de ogen gestrooid wordt, stellen we ons er nauwelijks vragen over; wij zijn vrij en het is zoals het is.

Sinds Reagan (1981 – 1989) en Thatcher (1979 – 1990) draait alles in de politiek van onze kapitalistische samenlevingen om het stelselmatig terugdraaien van alle sociale verworvenheden, die de voorbije honderd jaar met bloed, tranen en zweet werden bevochten door de miljoenen mensen die het raderwerk draaiend hielden.

Het leefmilieu is voor het kapitalisme twee dingen: een depot waar alles ter beschikking ligt voor gebruik èn een gootsteen waarin alles wat geen winst oplevert kan worden weggespoeld.

De gevolgen van het militarisme, dat met ons kapitalisme gepaard gaat, zijn de bevolkingen van het Midden-Oosten voldoende bekend, maar in het Vrije Westen hebben we er geen weet van. De regeringen van de EU-lidstaten weigeren zelfs tegen beter weten in het verband te erkennen tussen de recente vluchtelingenstromen en hun eigen militair-economisch complex. Daarenboven zijn al die legers ook nog eens de grootste vervuilers ter wereld. Meer dan de agro-industie. Meer dan de fabrieken.

Verdeel en heers

– Philippus II van Macedonië (382-336 v.Chr.) –

Veel mensen ondergaan deze zorgelijke processen niet passief, integendeel. Echter, waar de reactionaire krachten nog steeds in slagen, is hun verzet te verdelen. Ieder is bezig met haar of zijn ‘thema’: antiracisten, milieuactivisten, strijders voor dierenrechten, strijders voor LGBTI-rechten, strijders voor mensenrechten en strijders voor de vrijheid van geloofsovertuiging of van meningsuiting, en vakbondsmensen. Stuk voor stuk blijven zij vanuit hun eigen hokje denken en verzet bieden, terwijl hun opposanten precies dezelfde machtigen zijn met hun spindocters.

Je gaat het pas zien als je het door hebt. En zodra je het door hebt, zouden we dus onze krachten moeten bundelen in plaats van ons jaar in jaar uit tegen elkaar te laten uitspelen.

En dan had ik het hier nog maar over één van hun adviezen.

Bron: “Chomsky en Waterstone: consequenties van het kapitalisme en mogelijke wegen tot verzet, een boekrecensie” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 22 februari 2021.

“Consequences of Capitalism Manufacturing Discontent and Resistance” (2021) door Noam Chomsky en Marv Waterstone, in het Engels uitgegeven door Haymarket Books, isbn: 1642592633, 392 pagina’s. Heeft u belangstelling? Schaf het dan – in lijn met de strekking van dit boek – aan via uw lokale boekhandel.

De ‘Cyclus van Van Bavel’

‘Bas van Bavel’, onthoud die naam! Hij heeft, hoe kan het ook anders, de ‘Cyclus van Van Bavel’ het licht doen zien: de veel verklarende terugkoppelingscyclus in marktsamenlevingen (meervoud!).

Hij redeneert na uitgebreid historisch sociaal en economisch onderzoek aldus: elke marktsamenleving beschikt natuurlijk over een markteconomie. Die begint doorgaans met een fase van economische groei, toenemende vrijheid in de samenleving en groeiende factormarkten. Naar mate de factormarkten groeien, slaat op een zeker moment de economische groei om en begint de fase van economische stagnatie, toenemende polarisatie in de samenleving en verstoring van het marktevenwicht ten gunste van marktelites, die de politiek en zelfs de rechtspraak gaan gijzelen. Uiteindelijk wordt die ontwikkeling gevolgd door de laatste fase, die van absolute of relatieve economische achteruitgang, waarna deze cyclus zich – meestal elders op de wereld – herhaalt. Waar de marktsamenleving eens opbloeide, stagneerde en teloor ging, breekt dan een feodaal tijdperk aan, waarin een kleine groep superrijken steeds meer machtsmiddelen moet inzetten om haar positie te behouden en te beschermen tegen het volk.

Op factormarkten worden de ‘productiefactoren’ verhandeld

Zo gaat het in marktsamenlevingen volgens het onderzoek van Van Bavel al eeuwen; in het Irak van de 8ste tot de 13de eeuw, in het Engeland tussen de 16de en het eind van de 18de eeuw, in de Lage Landen van de late middeleeuwen tot en met de gouden eeuw, in de Noord-Italiaanse stadstaten rondom de renaissance, in de Verenigde Staten van Amerika 50 jaar tussen het begin en halverwege 19de eeuw en ten slotte in het hele Westen vanaf halfverwege de 20ste eeuw.

Het vernieuwende van de onderzoeksresultaten van Van Bavel zit hem in de gedetailleerde analyse van deze cyclus van marktsamenlevingen en hun markteconomieën, en in de bewijsvoering dat deze cyclus zich al meerdere malen in de geschiedenis op dezelfde manier herhaald heeft.  

Onze huidige Westerse marksamenleving zit zo bezien in de fase van ‘economische stagnatie, toenemende polarisatie en verstoring van het marktevenwicht’.

O, die factormarkten? Eerst zijn er productiemarkten, die iedereen kent: ‘de markt van productie en verkoop op basis van vraag en aanbod’. Op factormarkten worden de ‘productiefactoren’ verhandeld; de diensten en middelen om goederen te kùnnen produceren en te kùnnen verkopen: de markten waarin met name arbeid, grond en kapitaal verhandeld worden.

Kom op, jullie kunnen het!

De regelgeving op productiemarkten mag genoegzaam bekend verondersteld worden (BTW, Kamer van Koophandel, Keuringsdienst van Waren, kleineondernemersregeling, …). Die van de factormarkten zal velen onbekend zijn, want daar is vaak weinig transparant ‘maatwerk’ van toepassing en bevoordeling van de machtigste bedrijven en meest gefortuneerde mensen onder hen, terwijl Van Bavel aantoont – en ons daarmee waarschuwt! – dat juist de regelgeving bij de handel op factormarkten telkens weer een veel grotere impact op de samenhang van een samenleving heeft dan de regels bij productmarkten. Ook dat heeft hij in zijn onderzoek opgedist.

Voor mij verklaren deze onderzoeksresultaten veel van mijn zorgen over de politiek in Nederland en de Europese Unie.

Volgens de website van Universiteit Utrecht is hij hoogleraar ‘Onderzoekinstituut voor Geschiedenis en Kunstgeschiedenis – Economische en Sociale Geschiedenis’. In zijn onderzoek richt hij zich vooral op pre-industrieel Noordwest-Europa. Hij heeft dus dat boek geschreven over bovenstaande bevindingen. Het lijkt mij iets dat we allemaal ter harte zouden kunnen nemen om te begrijpen wat in onze wereld de onderliggende oorzaken zijn van de loop der dingen.

Voor degenen, die aan de touwtjes (kunnen) trekken, lijkt me dit overigens verplichte literatuur. Juist zij zouden moeten nagaan hoe de fase van achteruitgang in de toekomst te voorkomen. Juist zij kunnen het verstoorde marktevenwicht ten gunste van marktelites herstellen. Juist zij kunnen het gegijzel van de politiek stoppen. Juist zij kunnen ervoor zorgen terug in de fase van economische groei voor de hele bevolking terecht te komen, in plaats van de speurtgroei voor een kleine elite voort te zetten op weg naar een feodaal tijdperk. Juist zij kunnen de Cyclus van Van Bavel doorbreken. Kom op, jullie kunnen het!

Bronnen: “De onzichtbare hand. Hoe markteconomieën opkomen en neergaan” een boekrecensie door Paul Verhaeghe via DeWereldMorgen en via Liberales op respectievelijk 8 februari en 15 januari 2021, ‘Bas van Bavel’ via Wikipedia op 11 febuari 2021 en ‘medewerker Bas van Bavel’ via uu op 12 februari 2021.

Gegevens van het boek: “De onzichtbare hand. Hoe markteconomieën opkomen en neergaan” (2018) Prof. dr. Bas van Bavel, Prometheus, Amsterdam, 485 pp, ISBN 978 90 446 3436 5. Koop het bij de lokale boekhandel, zou ik zeggen.

Financiële wereld is gevaar voor democratieën

Mensen kunnen veel ontberingen aan wanneer ze geloven dat het leven van hun kinderen beter zal zijn dan dat van hen”, schreef Susan Strange, een inmiddels overleden Brits hoogleraar internationale politieke economie aan de Londen School of Economics, maar “ongelijkheid wordt ondraaglijk wanneer men meent dat het erger wordt”. Als we het ‘casino niet afkoelen’, schreef ze in “Casino Capitalism” (1986), en doormodderen op het ingeslagen pad zullen de politieke consequenties nog groter zijn dan de economische. “Men zal zich of helemaal afkeren van politiek in elke vorm (…) of men zal een politieke demagoog, een kwakzalver volgen. (…) In de eerste optie wordt de overheid onstabiel en zwak, in de tweede gewelddadig, corrupt en onderdrukkend.

Dit las ik zojuist in de laatste Groene Amsterdammer, die op de dag van de aanval op het Capitool gedrukt werd. Ik herhaal: Als we het ‘casino niet afkoelen’, doormodderen > politieke consequenties groter dan de economische: men zal zich afkeren van politiek > onstabiele, zwakke overheid, of men zal een politieke demagoog, een kwakzalver volgen > corrupte, gewelddadige en onderdrukkende overheid, en dat maakte zij in 1986 op uit haar onderzoek als eerste hoogleraar internationale politieke economie aan de London School of Economics.

Strange werd niet door economen tevreden gesteld. Ze geloofde hun modellen en theorieën niet. Heel haar wetenschappelijke carière maakte zij zich zorgen over het feit dat de markt over het hoofd van de landen heen groeide en dat nationale overheden niet in staat bleken internationale instituties op te bouwen, die sterk genoeg waren om de financiële sector te beteugelen. Dit onvermogen doopte ze tot het ‘Westfailure’; verwijzend naar het verdrag van Westfalen waar de soevereiniteit van landen voor het eerst op papier werd gezet.

Een machtige financiële sector parasiteert op de samenleving: drukt de lonen aan de top omhoog en minimaliseert de inkomens aan de onderkant, waardoor het de sociale ongelijkheid vergroot. Dat resulteert in een vliegwiel dat steeds grotere ongelijkheid, onvrede en perspectiefloosheid voor massa’s mensen genereert.

Er is volgens Andrew Baker, huidig hoogleraar internationale politieke economie aan de Universiteit van Sheffield, die het werk van Strange gebruikt ter introductie van studenten in zijn vakgebied, een directe link waardoor nadien de Brexit, Boris Johnson en Donald Trump opkwamen precies in die landen, die de grootste financiële sector van de wereld hebben. Johnson kreeg de sympathie van de werklozen rondom de Red Wall en Trump die van de werklozen in de Rust Belt. Baker vreest al een tijd voor de democratieën in Engeland en de VS, want als je concludeert dat ‘het probleem is opgelost omdat de crisis is overleefd’, dan zie je de politieke implicaties over het hoofd; daarvoor waarschuwde Susan Strange ons al meer dan 30 jaar geleden.

Is dat nu niet actueel, dat de Groene dit schreef toen ze nog niet wist van de aanval op het Capitool? Dàt is nu waarom het mijn lijfblad is, sinds alle Nederlandse kranten bij mij wegens hun oppervlakkigheid hadden afgedaan.

En wat de inhoud betreft: hoe staat het in Nederland met bestrijding van de toenemende ongelijkheid? Welke politieke partij ageert met plannen om de almaar toenemende economische ongelijkheid te keren? Om de macht van grootbanken en multinationals te beteugelen? Al is het maar straks in de verkiezingsprogramma’s, die achteraf steeds vol loos blijkende beloften staan. Ik ben benieuwd.

Bron: “Meer dan vraag en aanbod; een profiel van Susan Strange” door Diederik Baazil in DeGroene Amsterdammer op 6 januari 2021.

Sinds 11 augustus leven we in een postkapitalisme

Het scheelde weinig of het was me ontgaan en ik weet bijna zeker dat het u ook ontgaan is. Het orakel Yanis Varoufakis heeft weer gesproken en hij heeft een analytische boodschap voor ons. Wederom een haarscherpe analyse, volgens mij:

Op 11 augustus 2020 gebeurde er iets buitengewoons, vertelt Varoufakis, iets dat in heel de geschiedenis van het kapitalisme nog nooit gebeurd is: in Groot-Brittanië werd bekend gemaakt dat de economie zijn grootste krimp ooit meemaakte, meer dan 22% omlaag in de eerste 7 maanden van 2020 en tegelijk steeg de FTSE100-index van de London Stock Exchange (de aandelenmarkt) met 2%. Dezelfde dag, in de Verenigde Staten van Amerika, dat stil was gevallen en waar niet alleen de economie een diepe recessie kende maar waar zelfs het hele land begon te lijken op een staat in verval, steeg in Wall Street de S&P500-index tot een hoogtepunt.

De aandelenmarkt blijkt in een nieuwe fase van postkapitalisme gekomen te zijn

Nu zijn we niet allemaal economen; dus is het nodig om deze zonderlinge woorden te duiden.

Vóór 2008 gedroegen de geldmarkten zich al niet menslievend. Massale ontslagen bij een bedrijf werden meestal gevolgd door een stijging van het aandeel van de firma die haar werknemers loosde, maar er zat toen nog een zekere ratio achter het verband tussen aandelenprijzen en ontslagen. Dat verband was de verwachting dat de winsten na ontslagrondes zouden toenemen; lagere loonkosten leveren misschien door het personeelsverlies wat minder omzet op, maar ook hogere winsten en dus meer dividend. Sinds 11 augustus jl. blijkt het verband tussen aandelenprijzen en winstverwachting verdwenen. De aandelenmarkt blijkt in een nieuwe, ontmenselijkte fase van ‘postkapitalisme’ gekomen te zijn.

Immers, niemand met gezond verstand kan tijdens deze wereldwijde pandemie, die alle ontwikkelde landen net zo hard raakt als armere landen, geloven dat er nog steeds speculanten zijn die geloven dat bedrijven in GB of VS binnenkort weer winst gaan maken en toch worden er volop aandelen gekocht. Het pandemie-effect blijkt op onze wereld na 2008 een onvoorstelbare kracht te hebben losgemaakt. In de wereld van nu zou het een fout zijn om nog een verband te zoeken tussen de echte wereld (die met lonen, omzet, verkoop en winsten) en de geldmarkten. Er blijkt geen verband meer nodig te zijn tussen het “nieuws” (bijvoorbeeld het bericht dat een grote multinational weer tienduizenden werknemers heeft ontslagen) en de stijging van aandelen; de situatie is nu veel, veel erger!

Wat er nu gebeurt, voorspelt niet veel goeds

In de wereld na 2008 geven speculanten kennelijk geen zier meer om de economie. Zij kunnen net als u en ik zien dat Covid-19 bedrijfswinsten aantast, leef- en levensomstandigheden verwoest en het kapitalisme heeft stilgelegd. Zij kunnen zien dat een nieuwe immense golf van armoede en verminderende vraag op komst is, en dat de pandemie de reeds bestaande klasse- en rassenverdeeldheid in elk land en in elke stad aantoont omdat sommigen onder ons wel afstandsregels kunnen toepassen, terwijl veruit de meeste anderen het risico op besmetting lopen omdat ze voor een hongerloon moeten werken om in de behoeften van hun broodheren te voorzien.

Wat we nu meemaken is niet het typisch negeren van menselijke behoeften en de standaardneiging van het kapitalisme om enkel te kijken naar winst-maximalisatie of, zoals linkse economen zeggen, ‘groei van het kapitaal’. Neen, het kapitalisme is nu in een nieuwe en vreemde fase terecht gekomen: socialisme voor een kleine groep (een oligarchie, die door centrale banken en regeringen in de watten wordt gelegd) en voor bijna alle anderen harde inleveringen en wrede competitie in een feodale industriële en technologische leefomgeving.

Wat in de week van 11 augustus 2020 in de City of London en Wall Street gebeurde, was de ommekeer: het historisch moment waarvan we later gaan zeggen: in de zomer van 2020 scheidde het financieel kapitalisme zich af van de echte mensen, met inbegrip van de ouderwetse kapitalisten die zich nog bezig houden met het produceren van diensten en goederen. Door de steun met gemeenschapsgeld tussen 2008 en nu om de banksector weer vlot te trekken, zijn bedrijven nu bijna zombies geworden. Het loskoppelen van de financiële markten van de echte economie is zonder twijfel een teken dat er iets nieuws begonnen is (dat we ‘postkapitalisme’ noemen).

Varoufakis verschilt hierover van mening met andere linkse economen. Hij denkt dat we niet kunnen weten of dit postkapitalisme beter gaat zijn dan het bestaande. Echter, wat er nu gebeurt, voorspelt niet veel goeds.

Willen wij echte democratie, goed functionerende markten en persoonlijke vrijheid dan ziet Varoufakis geen andere uitweg

Wat we volgens hem nu op korte termijn nodig hebben, is een internationaal nieuw, ‘groen’ plan dat de openbare en privéschulden op orde brengt. Dit plan zou de massa liquiditeiten, zoals fondsen die de financiële markten omhoog stuwen, inzetten voor de publieke sector, bijvoorbeeld door te investeren in groene energie.

Het probleem waar we nu voor staan is echter niet alleen dat onze oligarchische regimes zich met hand en tand zullen verzetten tegen een dergelijk programma. Een probleem is ook dat een ‘International Green New Deal’ wel heel nodig is, maar volstrekt ontoereikend om een waardige toekomst voor de mensheid na te streven.

Wat wel toereikend kan zijn is om aanvullend op de ‘International Green New Deal’ privébanken hun bestaansreden af te nemen en in één klap twee markten stop te zetten: de aandelenmarkt èn de arbeidsmarkt. Alleen zo krijgen we een postkapitalisme dat tegelijk menselijk en waarachtig is. Varoufakis beseft dat het uitermate moeilijk zal zijn om ons een technologisch geavanceerde beschaving voor te stellen zonder aandelenmarkt en zonder arbeidsmarkt. Daarover heeft hij het boek “Another Now” geschreven, waarin hij uitlegt waarom het nodig is te stoppen met deze markten, en ook met de commerciële banken waar we nu aan gewend zijn.

Willen wij echte democratie, goed functionerende markten en persoonlijke vrijheid dan ziet Varoufakis geen andere uitweg in deze postkapitalistische maatschappij.

Bron: “Yanis Varoufakis: ‘Na de pandemie en de crash van 2008 komt het gewone kapitalisme niet terug. Wat komt in de plaats?’” door Daniel Denvir via DeWereldMorgen op 26 november 2020.

Er is een video van het 5 kwartier durende gesprek tussen auteur en Jacobin-journalist Daniel Denvir en de Griekse econoom en politicus, voormalig minister van Financiën, Yanis Varoufakis, waaruit bovenstaande – vrij vertaald – ontleend is. Die video is onderaan het artikel te bekijken, dat u opent wanneer u hier klinkt.

Over het boek “Another Now” van Yanis Varoufakis publiceerde DeWereldMorgen eind september jl. een door Lode Vanoost geschreven artikel, dat u hier kunt inzien.

Bakken met 0,7% van de ingrediënten

Een verjaardagstaart bakken met 0,7% van de ingrediënten is geen gemakkelijke opgaaf. Televisiemaker Jonas Geirnaert deed het vrijdag toch. Het resultaat is een heel klein taartje, gebakken in de houder van een waxinelichtje, en een grappig, mooi filmpje. Er was dus iets te vieren.

Gisteren was het op de dag af 50 jaar geleden (24 oktober 1970) dat binnen de Verenigde Naties werd afgesproken om ‘landen in ontwikkeling’ jaarlijks met 0,7% van het bruto nationaal inkomen (bni) te ondersteunen. De belofte staat symbool voor internationale solidariteit en is tot vandaag één van de strijdpunten van de ontwikkelingsorganisaties in de ‘ontwikkelde landen’. Zo noemen we landen als het onze, hoe barbaars en beschaafd mensen en overheden zich in die landen ook gedragen.

Ontwikkelingssamenwerking heeft goede resultaten geboekt, maar die dreigen verloren te gaan bij de huidige coronacrisis. Volgens de Wereldbank zal het aantal mensen, dat in extreme armoede leeft, opnieuw groeien met 88 tot 115.000.000 en er dreigt hongersnood voor heel veel mensen. “Ontwikkelingssamenwerking blijft een belangrijk instrument om armoede en ongelijkheid aan te pakken door in te zetten op gezondheidszorg, onderwijs en sociale bescherming”, zegt Els Hertogen, directeur van 11.11.11. Zij vervolgt: “Ook bij ons is trouwens de afgelopen maanden gebleken hoe belangrijk die sociale bescherming in crisistijden is.”

Voor 11.11.11 wordt het tijd dat we de officiële ontwikkelingssamenwerking niet langer zien als een gunst, maar gaan zien als een recht. Dat verandert de verhoudingen tussen regeringen van landen in het globale Zuiden en die van hun tegenhangers in donorlanden. Hertogen: “We moeten durven nadenken over een systeem dat niet langer gebaseerd is op de bereidheid van rijke landen om te geven, maar op een verplicht systeem van herverdeling van rijkdom op internationaal niveau. Weg van liefdadigheid en, ja, van die zweem van kolonialisme, richting solidariteit uit rechtvaardigheid.

Vandaar dat die verjaardagstaart met 0,7% van de ingrediënten afgelopen vrijdag werd gebakken. Een symbool voor een belofte van de welvarendste landen 50 jaar geleden die, nu we het er toch over hebben, eindelijk wel eens ingelost mag worden. Immers, wereldwijd géven de rijkste landen momenteel gemiddeld slechts 0,3% van hun bni uit aan ontwikkelingssamenwerking.

Via deze link is het filmpje (onderaan het artikel) te bekijken.

Bron: “Jonas Geirnaert ‘viert’ samen met 11.11.11 de 50e verjaardag van de 0,7%” door 11.11.11 via DeWereldMorgen op 23 oktober 2020.

11.11.11 is een koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging; een niet-gouvernementele organisatie voor ontwikkelingssamenwerking, die de krachten bundelt van 60 heel verschillende organisaties en ongeveer 20.000 vrijwilligers in 330 lokale groepen.

Robert Skidelsky

Ons kabinet stelt de laatste tijd consequent ‘dat we ons uit de crisis moeten investeren’. De Britse econoom John Maynard Keynes (1883-1946), die ik hoog heb zitten, zou het hier roerend mee eens zijn geweest. Net als Robert Skidelsky (1939-heden), emeritus professor politieke economie aan de Universiteit van Warwick, een plaats in de buurt van Birmingham. Het laatste van de 5 boeken, die Skidelsky over Keynes publiceerde, had de treffende titel “The Return of the Master”. Het verscheen in 2009 en zal afgelopen tijd veelvuldig zijn herlezen. Sneller dan tijdens de crisis van 2008 wendden regeringsleiders zich deze corona-maanden voor oplossingen van de economische stagnatie tot Keynes. Toen destijds de ergste storm leek overgewaaid en de economie weer enigszins opkrabbelde, verdwenen de ideeën van de Britse econoom echter weer op de plank. Wat volgde was een orthodox bezuinigingsbeleid dat resulteerde in een onnodig langzaam herstel van de Europese economieën.

Voor een duurzaam, nieuw economisch verhaal moeten we nadenken over de relatie tussen monetair beleid en fiscaal beleid, over de rol van centrale banken; hoe kunnen we fiscaal beleid verankeren in het systeem?”, stelt Skidelsky. Keynes geloofde dat economieën niet automatisch een natuurlijk punt van volledige werkgelegenheid bereiken, een voorwaarde voor brede welvaart. Om dit soort gaten in de markt op te vullen, dienen overheden een actieve rol te spelen in de economie. Na de Tweede Wereldoorlog opteerden de meeste landen voor dit keynesiaanse model en deze periode wordt nu wel eens omschreven als ‘de gouden jaren van het kapitalisme’: de economie groeide gestaag en de hele samenleving profiteerde mee. Het was bij ons de tijd van ‘Spreiding van kennis, macht en inkomen’ (1973-1977). Maar in de jaren zeventig ontstond er ruis op de lijn. Stijgende inflatie zorgde voor onrust. Het keynesiaanse gedachtegoed werd als schuldige aangewezen en “de conservatieven zochten naar een manier om hun belang, het belang van de kapitaalbezitters, weer voorop te stellen”, zegt Skidelsky, “Inflatie gaf ze een perfect excuus om dit te doen. Inflatie was de vlag, waaronder de kapitaalbezitters zeilden, maar het doel was om de staat terug zijn hok in te sturen.” Nu is het door de maatregels tegen de coronavirusverspreiding hoog tijd voor een nieuw economisch model, waarin niet de markt, maar mens en natuur centraal staan. “De economie moet humanistisch zijn en niet efficiëntie als einddoel nemen”, vindt hij.

Het nieuwe narratief – dat vind ik een geschikter woord dan paradigma – moet een combinatie zijn van wat goed was aan het keynesiaanse model èn een toekomstgerichte filosofie, een ethisch gedachtegoed. De ethiek is weggesneden uit de economie en dat moet teruggedraaid worden. Economen moeten zichzelf steeds afvragen: wat willen we bereiken? Waar willen we heen? Willen we waarde creëren of welzijn? Want die twee doelen vragen om heel verschillend beleid.

Hij vervolgt: “De orthodoxe economie pretendeert een bepaalde zekerheid te bieden over de loop van de economie, maar dit is een schijnzekerheid. Kijk naar de impact van het coronavirus. Niemand weet hoe dit zich zal ontwikkelen. Daarom moet je vooropstellen dat we in een onzekere wereld leven. En deze onzekerheid als basis nemen, zoals Keynes dat deed. Om deze onzekerheid heen kunnen we een systeem creëren dat redelijk voorspelbaar werkt. De markt verandert van dag tot dag, dus kan ze geen voorspelbaarheid bieden. De overheid is langzamer, als een deinend schip op zee, en is daarom veel geschikter voor een sturende rol.

Over hoe deze sturende rol eruit zou moeten zien, heeft Skidelsky verschillende ideeën. “Eén mogelijkheid is het omvormen van de overheid tot de werkgever of last resort. Iedereen, die geen baan kan vinden in de private sector, krijgt er een van de overheid. Dat vind ik een belangrijk idee, want het zorgt automatisch voor balans: als de economie goed draait, zijn overheidsinvesteringen niet nodig en zal het aantal publieke banen afnemen. Wanneer de economie slecht draait heeft zij behoefte aan overheidsinvesteringen en neemt het aantal publieke banen vanzelf toe. Daarbij komt het geld direct terecht bij de mensen die het snel weer zullen uitgeven, het grote minpunt van monetair beleid. Stel je voor, voor het eerst sinds de industriële revolutie zal er geen werkloosheid meer zijn.

Keynes vond dat economie een middel moet zijn om een goed leven te leiden, en geen doel op zich. Anders doe je niets dan rondjes rennen, zoals een hamster of muis dat ook in een rad kan doen. Het hele punt van ‘genoeg hebben’, is dat je een keer stopt. Het coronavirus beschouwt Skidelsky daarmee ook als een test voor onze manier van leven. Je moet niet stoppen omdat je wordt gedwongen door de grenzen van de aarde, je zou moeten stoppen omdat je het punt bereikt hebt waarop je een voldaan en goed leven kunt leiden.

Bron: “De ethiek moet terug in de economie” door Diederik Baazil in DeGroeneAmsterdammer op 14 september 2020.

Publicaties van Robert Skidelsky:

1967: Politicians and the Slump

1969: English Progressive Schools

1975: Oswald Mosley

1983: John Maynard Keynes: Hopes Betrayed, 1883-1920

1992: John Maynard Keynes: The Economist as Savior, 1920-1937

1993: Interests and Obsessions: Historical Essays (Macmillan)

1995: The World After Communism: A Polemic for our Times (Macmillan)

1996: Keynes (Oxford University Press: Past Masters)

2000: John Maynard Keynes: Fighting for Britain, 1937-1946

2009: Keynes: The Return of the Master

2012 met zijn zoon Edward Skidelsky: Hoeveel is genoeg? Geld en het verlangen naar een goed leven

Roekeloos

Nergens hoorde ik er iets over, maar de dag dat we mondiaal meer aan grondstoffen verbruiken en aan afval produceren, dan dat de aarde in een jaar kan herproduceren en zuiveren is inmiddels alweer 3 dagen geleden. Dankzij de ingrijpende maatregels om zo’n beetje overal op de wereld het verspreiden van Covid-19 tegen te gaan, viel deze datum dit jaar 3 weken later dan in 2019, maar toch nog in augustus, de 8ste maand van het jaar.

Het begin van de overschrijding van ons mondiaal verbruik en onze mondiale afvalproductie over wat de aarde terug kan leveren en zuiveren begon in 1970 en is daarna met golvende bewegingen steeds verder toegenomen. Inmiddels zouden we jaarlijks (!) 1,6 Aarde nodig hebben om in balans te blijven. In 2020 is de totale ecologische voetafdruk ten opzichte van 2019 met een historische 9% gedaald als direct gevolg van de maatregelen die wereldwijd zijn genomen tijdens de COVID-19-pandemie. Daardoor nam bijvoorbeeld de CO2-uitstoot af (-15%) en de mondiale houtkap (-8%). Toch zijn ook deze verbeteringen van onze ecologische voetafdruk veruit onvoldoende om ons een duurzame toekomst in het vooruitzicht te stellen. Bovendien ontbrak het daarbij aan een gerichtheid om in balans te komen met wat de aarde kan om er als totale mensheid op den duur te kunnen overleven, want overal blijkt economie (om preciezer te zijn: economische groei die enkelingen ten goede komt) voor te gaan op dierenwelzijn, duurzaamheid en natuur en hier en daar zelfs op milieu, voedselveiligheid en volksgezondheid.

Als wat ‘tot nu toe dit jaar in België gebeurde’ de mondiale norm geweest was, zou de mensheid al op 5 april jl. meer verbruikt en vervuild hebben dan de aarde in een jaar terug kan leveren en zuiveren. Wanneer de ecologische voetafdruk van wat ‘tot nu toe dit jaar in Nederland heeft plaatsgevonden’ in heel de wereld de norm was geweest, zou dat vanaf 3 mei jl. het geval geweest zijn. Kortom en voor u vast geen nieuws: we leven met elkaar op het vlak van verbruiken en vervuilen naar wat de aarde kan terugleveren en zuiveren op veel te grote voet.

En wanneer we nergens aandacht besteden aan de gevolgen van ons gezamenlijk gedrag in relatie met de grenzen aan wat de aarde ons te bieden heeft, kunnen we ons er ook niet druk over maken en zelfs gewetensvol doorgaan met te doen wat we doen (en ons eventueel druk maken over datgene waaraan onze media wel aandacht besteden). “Vrijheid” noemen we deze roekeloosheid.

Alleen in De Wereld Morgen las ik er een stukje over: Bron: “Earth Overshoot Day valt op 22 augustus: een historische, maar ontoereikende daling van onze ecologische voetafdruk” door het Wereldnatuurfonds België, via DeWereldMorgen op 21 augustus 2020.