De eerste stappen in 2020 zijn gezet

De eerste stappen in 2020 zijn alweer gezet. Mijn nieuwe arbeidscontract heb ik op de valreep toch maar niet getekend. Omdat de aanpak van het bestuur in de laatste weken van 2019 een voorspel kan zijn voor hoe het in 2020 verder zal functioneren, besloot ik uiteindelijk op 2 januari mijn portie aan Fikkie te geven. Met los zand kan niemand kleien.

Het doet mij natuurlijk verdriet mijn mij-passende en vaak leuke werk te beëindigen en het valt me zwaar om de bestuurders en medewerkers van ‘mijn’ organisatie, die het stuk voor stuk goed bedoelen, die zo positief betrokken zijn bij de organisatie en bij elkaar voortijds aan hun lot over te laten.

Ik heb er toch vanaf gezien mijn nieuwe arbeidscontract te tekenen om zo niet-doende wel goed voor mijzelf te zorgen. Op een zekere leeftijd is dat misschien nog wel het enige dat telt: een goede zorg voor wie mij dierbaar zijn, voor mijzelf en voor wie mij nabij zijn. Toch lastig dat een aantal collega’s mij dierbaar geworden zijn…

Gelukkig resteren de andere leuke vooruitzichten voor 2020, waar ik het eerder in mijn stukje op 29 december jl. over had.

2019 (minus de rest van vandaag t/m 31 december)

Econoom Joseph Stiglitz, 76 jaar, schopt nog altijd heilige huisjes omver. In zijn nieuwste boek “Winst voor iedereen” fileert hij ons neoliberale economische model tot op het bot. Voor veel mensen, die nu leven, is een economisch model als dat van John Maynard Keynes ondenkbaar, maar juist dat model bracht na de Tweede Wereldoorlog tussen de jaren ’50 tot ’80 heel veel welzijn en zekerheid onder de mensen. En daarmee rust in onze samenleving, terwijl ook toen Nederland nog lang niet ‘af’ was.
Na de jaren ’80 zijn we, velen onwetend, het neoliberalisme gaan aanhangen. Het idee dat wanneer de rijkste bedrijven en mensen tevredengesteld worden hun tevredenheid doorwerkt naar de onderste lagen van de bevolking (Trickle-down). Ons huidig economisch model maakte mogelijk dat bijna 40 jaar later de 31 rijkste Nederlanders dit jaar hoogstwaarschijnlijk 10% rijker afsluiten: samen bezitten zij volgens Quote € 179.800.000.000 en het afgelopen jaar kwamen er in Nederland 6 miljardairs bij. Tegelijk is een record gebroken wat betreft de protesten in Nederland wegens onderbetaling, personeelstekorten en gebrek aan waardering (lees: beloning & secondaire arbeidsvoorwaarden). Op wereldschaal is het leed dat mensen elkaar aandoen, èn de wereld als leefomgeving, getuige bijvoorbeeld de toename van aantallen vluchtelingen, mensen die huis en haard verlaten, en de vlotte kap van tropich regenwoud om de ondergrond te exploiteren niet te beschrijven.

Maar voor mij was het zondermeer een uitstekend jaar. Straks ga ik mijn jaarlijkse oliebollen bakfestijn in de keuken houden, waarna ik hem weer helemaal schoon zal gaan maken. Dit is een mooi moment voor mij even persoonlijk terug te blikken. Ik beschikte ook in 2019 gelukkig over een fijne, betrouwbare vriendenkring, die mij desgevraagd met raad en daad bijstond. En ik hen waar ik kon. Mijn volleybalteam ervoer ik als een wekelijks feestje. Met de wisselende mensen in mijn huis kon ik het ook steeds weer goed vinden. Even dacht ik afgelopen jaar de Ware gevonden te hebben, maar helaas bleek mij dat slechts in potentie juist; deze Ware was haar eerder opgelopen psychische beschadigingen nog niet te boven gekomen. Toch had ik dat gevoel haar gevonden te hebben niet willen missen. Ik heb veel plezier aan en in mijn werk gehad en ik ben trots op wat ik er bereikt heb. In een van mijn twee banen hebben we zelfs een ware bestuurscrisis overwonnen. Met die ene baan ben ik nog niet klaar, dus daar ga ik nog 9 maanden mee door. Dan hoop ik mijzelf overbodig gemaakt te hebben. Ik genoot van een topvakantie in de Dolomieten en ik heb herinneringen aan een bijzonder stel fijne dagwandelingen, museumbezoeken en andere vakanties dichterbij. Soms ging ik alleen op stap en andere keren met anderen. Mijn best gezonde leefstijl helpt me mijn lichamelijke en mentale conditie op orde te houden. Wel schrok ik in december even van een uurtje lichtflitsen in mijn linkeroog waarna ik er een pikzwart vlekje in waarnam; dat is in mijn waarneming een soort grijze druppel geworden. Die ‘druppel’ is nog niet weg. Hoogstwaarschijnlijk is het een onschuldig ouderdomskwaaltje dat met mouches volantes aangeduid wordt, wist een vriendin me te vertellen. Financieel en door acte de présence te geven maak ik me sterk tegen sommige vormen van wat in mijn ogen onrecht is. Tenslotte mag hier niet ontbreken dat ik dagelijks veel plezier beleef aan mijn pogingen mijn cello te leren bespelen. Ik mocht het afgelopen jaar na een auditie zelfs al toetreden tot een amateur-orkest. Ook die repetitie-avonden waren voor mij een steeds terugkerend feestje.

Dan gelden er voor mij ook nog prettige vooruitzichten: financieel en materieel hoef ik mij geen zorgen te maken, vooralsnog ben ik kerngezond, mijn huidige prettige huisgenoten zullen nog wel even blijven, mijn werk, geplande en vast nog veel ongeplande ontmoetingen met vrienden en muziekvrienden, mijn cellospel waarin volgens mijn buren en docent nog steeds progressie zit, geplande en vast ook nog ongeplande museumbezoeken, dag- en stadswandelingen en vakanties. Op zijn voorstel mag ik zelfs met een zoon van mij op wintersportvakantie. En een tweede date staat voor januari in mijn agenda; wellicht met wel-de-Ware. Ook het contact met mijn belangrijkste vriend in mijn middelbare schooltijd zal in januari aangehaald worden.

Echter, last and not least laat ik mij ongemerkt steeds minder bepalen door omstandigheden en ervaar een innerlijke verzoening met het zijn wie ik ben en met de omstandigheden waarmee ik van doen heb. Hier hoef ik niet veel voor te doen; het lijkt er op dat me deze rust-in-mijn-hoofd in de schoot geworpen wordt. Mijn lijfspreuk “Wil jezelf zijn en wil niets liever dan dat” wordt steeds meer mijn leefstijl.

Bronnen: “Joseph Stiglitz: ‘We hebben luid protest nodig tegen de stille invloed van het grote geld’” door Thomas Bollen via FollowThe Monney op 28 december 2019, “Rijkste Nederlanders steeds rijker” via LinkedIn op 5 november 2019.

Aan de goede kant van de streep

Een vliegtuig laat in de helderblauwe lucht twee witte strepen achter. Ik zie het tussen twee besneeuwde bergtoppen door. Daarin zitten mensen, die andere kaartjes gekocht hebben dan ik, want ik zie het vliegtuig vanuit een stoeltjeslift. Aan mijn voeten bungelen ski’s, in mijn hand houd ik mijn skistokken vast en ik ben warm genoeg aangekleed tegen de vrieskou. Juist, ik kocht kaartjes voor een wintersportvakantie in Frankrijk.

Dagen van opstaan, ontbijten en skiën. Heel de dag laat ik me met liften de bergen opbrengen om er vervolgens vanaf te roetsjen tot er ‘thuis’ of onderweg geluncht moet worden. En aan het eind van de dag zorg ik ervoor de laatste liften naar het tijdelijk appartement niet te missen. Daarna hoeft er ’s avonds weinig meer dan wat boodschappen doen en het bereiden van een maaltijd. Ik ben samen, dus we kunnen spelletjes spelen of wat dan ook doen, of iets voor onszelf zoals nu.

De wereld zit maar raar in elkaar. Dat ik met al die andere wintersporters hier een volle week zo kan leven in een gebied dat tot “Paradiski” is omgedoopt, de mensen in dat vliegtuig, die op weg zijn naar hun nog zuidelijker bestemming, en dat weer anderen zich zoiets, als wat ik en zij daar in dat vliegtuig nu doen, nooit zullen kunnen veroorloven; misschien zelfs geen thuis hebben of geen eten.

Het is maar wat fijn om aan de goede kant van de streep te verkeren.

Stijgen, door gebrek aan gewicht

Het begon met eigenwijsheid. Daar begint verandering altijd mee. Mijn eigenwijsheid (één woord):

Mijn cellodocent (v) vond een harde koffer voor mijn cello niet nodig. De zachte hoes, die ik had, volstond. Ik hoefde me niet druk te maken over de hals van mijn cello als een laaghangende tak ertegen zou botsen. Terwijl ik op de fiets naar haar twee van die laaghangende takken passeer. Op de terugweg geen; toch vond ik het maar niets. Een beetje deuropening is ook al te laag.

Een cellovriend, een net-als-ik-leerlingcellist met wie ik elke derde week samenspeel, had een mooie harde koffer gekocht. Daar kon ik goed mee fietsen. Die wilde ik ook. Ik wilde zelfs dezelfde mooie geborsteld blauwe kleur. Eigenwijze ik bestelde dezelfde koffer via internet. Zo gaat dat tegenwoordig.

In afwachting van de bezorging zocht ik stikkers uit om mijn koffer te onderscheiden van andere cellokoffers. Zo zet ik, uit vroegere orkestervaring wijs geworden, ook altijd een teken op al mijn bladmuziek. Mijn koffer werd bezorgd, ik beplakte hem bescheiden en ik werd een ander mens. Onverwacht voelde ik me ineens een cellist-in-de-dop, zoals een kind zich in een piratenpak piraat kan voelen.

Niet veel later gaf ik mij op bij een amateur-orkest. Als ik mijn cello goed mee kan nemen, vergroot dat mijn mogelijkheden en ik oefen om te leren samenspelen; niet om te oefenen. Vanavond had ik, na wonder boven wonder een auditie ‘overleeft’ te hebben, alweer mijn vijfde repetitieavond. De eerste avond dat ik haast alles mee kon spelen. Aan sommige hoge noten ben ik nog niet toe, dus dan zwijgt mijn cello; enkele loopjes gaan zo snel dat ik mijn behendigheid eerst nog verder moet ontwikkelen, één stuk dat in driekwartsmaat geschreven is (3 tellen, zoals ook in een wals), speelde ik telkens de tweede tel niet, waardoor ik de rest wel helemaal mee kon spelen. Slechts één keer klaagde de dirigent (v) vanavond over de zuiverheid van de cellisten. Wij alle vier wisten dat alleen ik me dat beklag aan moest trekken. Dat deed ik, en ik speelde monter en meer geconcentreerd op mijn vingerzetting door.

Tijdens de repetitie sprak ik met een medecellist (v) af om de komende tijd eens, net als met mijn cellovriend, duetjes te gaan spelen. Zo rol ik sinds de aanschaf van die koffer van het ene muziekavontuur in het andere.

Hoewel iets in mij ook wel opgezien had tegen deze repetitieavond, overweegt achteraf een gevoel van Wat leuk om aan dit geheel bij te mogen dragen; Mijn partijtje mee te strijken en te tokkelen. Heel anders dan op de heenweg, voel ik me voldaan. En verschillende melodiën, die we vanavond repeteerden, ‘hoor’ ik nog in mijn hoofd.

Wat mijn lol nog ‘ns extra vergroot, is dat ik – door feitelijk te vroeg aan een orkest deel te nemen – met sprongen vooruitga. De dirigent had dat in haar overweging meegenomen toen ze me na mijn auditie toeliet.

Dit alles roept nu een ervaring op uit mijn geheugen, een leerervaring uit het begin van mijn muzikale leven: door samen op een feitelijk te hoog niveau aan concoursen deel te nemen, konden we een enkele keer boven ons eigen niveau presteren.

Geef mij de bergen maar

Een opstand hier, een volgelopen mijn, uitzichtloze honger daar
Minister spreekt, De klok: ik moet vertrekken. Ik kom aan
Terugblikkend liggen er nog bergen en ben ik bijna klaar
Tijd is slechts vulling; echt niet iets om lang bij stil te staan

Immer broze harmonie
Erkenning: ik … of mijn
Ik?
Mijn ik?
Och lieve, wie … is wie?
Meer en meer bewustzijn zijn

Onder de mensen, alleen, onder weg, samen, een terras
Eten, water, gezond, verzorging, trek en finishing touch
Zekerheid, zon, o … lof der onzekerheid, geld, verras
Transparant eelt, steeds meer littekens en een flinke buts

Ongenoegens
Vrede, kalmte
VERZET!!!
Liefde, genoeg!
Tevree

Een schilderij, een film, een kleinigheid
Muziek sterft weg waar mijn gemoed zich vult
Zegen verving in de mist mijn lijnigheid
Zesenzestig jaren zoeken, weten, heroverwegen en geduld

En ben ik klaar? Welnee, geef mij de bergen maar!

Volmaakt gelukkig

Er zijn best wel momenten dat ik me volmaakt gelukkig voel. Wanneer ik als voorbeeld de afgelopen dagen overzie zijn dat er veel.

Natuurlijk heb ik ook mijn problemen. Ik probeer die ‘altijd al’ het hoofd te bieden door juist te doen. Dacht ik decennia geleden al: op mijn tachtigste moet ik tevreden terug kunnen kijken op wat ik vandaag ga doen, nu op mijn vijfenzestigste denk ik: mocht ik honderdvijftien worden (wat god verhoede) dan moet ik er tevreden op terug kunnen kijken wat ik vandaag ga doen; ook met mijn verdriet, tegenslagen en zorgen. En ik kan u verzekeren: over lang niet alles voel ik mij behaaglijk, maar ik ben wel verheugd dat ik ‘altijd’ geprobeerd heb om juist te doen. Mij lucht dat op.

Verder ben ik gezond en ik heb nagenoeg nooit last van pijnen of uitvalsverschijnselen. Dat scheelt alvast een slok op een borrel. Zorgen over mijn levensonderhoud hoef ik me ook niet te maken, dat scheelt een tweede slok op dezelfde borrel. Om de borrel leeg te drinken ben ik content met wie ik ben; en mijn tekortkomingen ga ik te lijf met mijn humor en zelfspot.

Ik had het over volmaakt gelukkig voelen. Dat gevoel ervoer ik bijvoorbeeld toen ik vanmorgen op de fiets in het herfstig zonnetje vertrok om 20 km verderop, na de Utrechtse Heuvelrug doorkruist te hebben, te gaan werken. Handschoenen nog even aan, omdat het best koud was toen de zon hier nog niet lang scheen.

Het gevoel ervoer ik deze week ook toen ik na veel denk- en voelwerk erachter was gekomen wat ik juist vond om te doen in een al wat langer lopende kwestie. Intense gesprekken met vrienden hadden me geholpen, maar uiteindelijk ben ik degene die handelt. Nadat ik de daad bij het woord gevoegd had, voelde ik me onverwacht frank en vrij; herenigd met mijzelf: volmaakt gelukkig.

Deze week ervoer ik dat ook nog tijdens mijn intensieve muziekles. Het is een uur aanleren wat ik nog niet kan, fouten maken, hard werken. Maar vooral ook me gesteund weten door mijn docent. Zij verricht – op mijn verzoek – kunstgrepen om te kijken in welk tempo ik naar beste kunnen niveaus hoger ga presteren. Voor haar zal het ook hard werken zijn, en volgens mij hebben we er beiden schik in. En toen ik later deze week thuis achter mijn cello en muziekstukken aan het studeren was, voelde het als volmaakt geluk; zo in harmonie met wie ik ben en met wat ik me wens. Niet het resultaat telt daarbij voor mij, maar mijn inzet.

Ook ervoer ik deze week een intens geluk tijdens mijn teamsport. Ik maak deel uit van een team waarin ik al jaren mijn plek gevonden heb. Zowel tijdens de training als in de kleedkamer mag ik zijn wie ik ben en ik maak daar dankbaar gebruik van. Zelfs mijn uitdagende humor – ik leef mij uit op zo’n avond – wordt gewaardeerd en gepareerd; ook als die humor duidelijk over het randje gegaan is.

Op mijn werk word ik ook al gewaardeerd en terecht gewezen; ook daar zit ik op de plek die volgens mij op dit moment in mijn leven het best bij me past. Over en weer kunnen mijn collega’s en ik bij elkaar heel wat potjes breken. En als dat gebeurt, wordt op de een of andere manier een weg gevonden om de onderlinge verstandhouding fantastisch te houden. Ik bewonder mijn collega’s vanwege hun betrokkenheid bij elkaar en bij het werk wat ons te doen staat. Ik ken ze als superverschillendsoortige mensen, die elkaar in hun waarde laten en met hun buik begrijpen dat juist onze verschillen onze gezamenlijke kracht zijn. En zo stellen zij zich ook richting mij op. Ook daar voelde ik vandaag-nog verschillende geluksmomenten.

En, niet te vergeten, mijn dierbare familieleden en vrienden, die ik om mij heen verzameld heb. Ook bij hen kon ik deze week weer mijn hart uitstorten waarbij ik mag zijn wie ik ben, waarbij ik mag denken wat ik denk en voelen wat ik voel. Ook dat maakte mij deze week bij vlagen volmaakt gelukkig. Gelukkig kan ik er ook vaak voor hen zijn.

Volgens Emmanuel Levinas is zintuiglijk genieten onze levensvervulling, als ik hem goed begrijp. “De roeping van de mens is mens te zijn”, schreef Multatuli. Bijdragen aan het genieten van de Ander zou volgens Levinas gelijkstaan aan tegemoet komen aan menszijn. Ik onderschrijf dat alles, probeer dat, en ik ontvang ook daardoor veel geluksmomenten terug. Of er een verband is, weet ik niet eens zeker. Ik ervaar hoe dan ook naar mijn wellicht bekrompen idee – naast getob en gepieker – bovengemiddeld veel volmaakt-geluksmomenten.

Deels heeft dit alles natuurlijk te maken met het toeval dat ik nog gezond kan leven; overweldigende overvallen (eens dankzij mijn tegenwoordigheid van geest op dat moment), vreselijke verkeersongelukken (mede dankzij een airbag, door een net-goed aflopende valpartij en eens op een toevallig nippertje na) en zorgelijke ziektes (mede dankzij vitaal erfelijk materiaal) zijn me bespaard gebleven. Anderdeels weet ik mij omringd door een aantal mensen bij wie ik me thuis voel, door wie ik gewaardeerd wordt en bij wie ik mezelf kan zijn. Toch vraag ik me vaak af: “In hoeverre zijn mijn geluksgevoelens nu mijn eigen verdienste?” Wie kan ik verder nog van harte danken zo’n gelukspoeper te zijn?

Een gegrepen en een gemiste kans

Ik heb vandaag wat te vieren. Dus wandelde ik opgewekt, na wat klusjes afgerond te hebben, door het zonnetje naar Perron Peet in Hollandsche Rading. Daar ging ik mij te goed doen aan – zolang mijn lichaam er niet onder te lijden heeft – àl het lekkers dat ze er hebben.

Genietend van een huisgemaakte Franse citroentaart zag ik een gezonnebrilde dame binnenkomen. Zij wilde van het toilet gebruik maken. Dat mocht alleen wanneer de dame een consumptie kwam nuttigen.
Daarop vroeg de dame of zijvoor het toilet mocht betalen, maar dat was iets anders dan een bestelling doen.
Vervolgens probeerde de dame het personeel van Perron Peet eigenaar te maken van haar sanitaire probleem. Dat lukte ook al niet.
Tenslotte droop de dame af.

Ik vroeg mij na enkele heerlijke happen af waarom ik pas nu het niet meer kon op het idee kwam om de dame iets te drinken aan te bieden. Een gemiste kans.

Een kwartiertje later kwam de gezonnebrilde dame terug met een niet-gebrilde dame. Zij streken neer en bestelde een koffie, een tosti ham/kaas, een cappuccino, een portie friet en een kroket. Ik vroeg mij af of ik daarnet wel een kans gemist had.

Tijdens mijn terugweg besloot ik dat ik zojuist wel een kans had gemist door te laat te bedenken de gezonnebrilde dame een consumptie aan te bieden.

O, hoor ik u afvragen wat ik te vieren had?
Gisteren deed ik auditie bij een amateur-orkest. Op dat voorspelen had ik me twee weken intensief voorbereid, alsof het topsport betrof. Het vooraf inspelen ging nog fantastisch. Echter, toen het er op aan kwam, vond ik mijn cellospel tegen vallen. Ik geneerde me er zelfs voor. De uitslag is ondanks dat toch de mooiste die ik mij, met mijn ruim anderhalf jaar cello-ervaring, wensen kan: ‘toegelaten om mij het voordeel van de twijfel te gunnen’.