Vrienden maken

Wat ook kan, is de ander laten uitpraten en proberen te achterhalen wat hij of zij daarmee wil zeggen. Misschien blijkt dat hij of zij, na haar of zijn zegje gedaan te hebben, wel iets interessants voor u te melden had. In elk geval neemt die ander de moeite om u ergens van deelgenoot te maken. Wat kan, is juist dat te honoreren.

Wat ook kan, nadat iemand uitgesproken is, is bij uzelf nagaan of u alles hebt begrepen wat de ander u vertelde, in plaats van afkeurend of associërend te reageren. U kunt zelfs nog wat verhelderende vragen stellen om onduidelijkheden opgelost te krijgen.

Wat ook kan, is dit allemaal te doen wanneer iemand het op u begrepen heeft; aanstoot aan u genomen blijkt te hebben. Luister er eens naar, laat de ander uitpraten, probeer uzelf een duidelijk beeld te schetsen over haar of zijn pointe en ga niet in ‘de verdediging’. En wanneer het niet uw opzet was de ander een vervelend gevoel te bezorgen, vertel dan wat u ervan vindt als dat toch gebeurt blijkt te zijn en verken samen mogelijke oplossingen opdat dat niet weer gebeurt.

Het kan zelfs wanneer iemand iets vertelt, waarvan uw tenen spreekwoordelijk gaan krommen; probeer het eens uit – zonder in uw emoties te schieten – geïnteresseerd te reageren. Wellicht lukt het niet direct helemaal, maar het kan nooit kwaad om het dan nog eens te proberen.

Ik weet bijna zeker dat u er vrienden mee maakt, want net als u wilt weten wat er in anderen omgaat, weten anderen ook graag wat er in u omgaat. Zeker wanneer u anderen niet ‘de schuld’ geeft, maar het werkelijk even allemaal bij uzelf houdt.

Leo Buscaglia (1924 – 1998), bekend als ‘Dr Love’, blijkt hierover een gedicht geschreven te hebben dat verschillende mensen heeft geïnspireerd. Het gaat zo:

Luisteren

Als ik je vraag naar mij te luisteren en jij begint mij adviezen te geven, dan doe je niet wat ik je vraag.

Als ik je vraag naar mij te luisteren en jij begint mij te vertellen waarom ik iets niet zo moet voelen als ik voel, dan neem jij mijn gevoelens niet serieus.

Als ik je vraag naar mij te luisteren, en jij denkt dat jij iets moet doen om mijn probleem op te lossen dan laat je mij in de steek, hoe vreemd dat ook mag lijken.

Dus, alsjeblieft, luister alleen maar naar me en probeer me te begrijpen.

En als je wilt praten, wacht dan even en ik beloof je dat ik op mijn beurt naar jou zal luisteren.

Leo Buscaglia

Collectieve of individuele verantwoordelijkheid

Er zijn mensen, die er sympathie voor kunnen opbrengen dat ik inmiddels 46 jaar vegetariër ben. Er zijn zelfs mensen, die sympathie ervoor kunnen opbrengen dat ik al 44 jaar in hart en nieren pacifist ben. En – geloof het of geloof het niet – er zijn zelfs enkelen die mijn redenering kunnen volgen dat voor pacifisme een wijdverbreid socialisme noodzakelijk is; een democratisch ingevuld socialisme om precies te zijn.

Daar moest ik aan denken toen ik onlangs aan de praat kwam over vegetarisme aanhangen en toch de behoefte aan een hamburger niet kunnen weerstaan; klimaatverandering willen tegengaan en toch een vliegreis boeken. “Bekentenissen” van Jonathan Safran Foer. Of dan de bekentenissen van de zichzelf ‘afvallige milieuactivist’ noemende Paul Kingsnorth: hij richtte zijn boerderij circulair in, maar moet soms toch van aannemers gebruik maken, wat hij van zichzelf inconsequent vindt.

Als iedereen bioloog zou zijn, dan zou de mensheid zeker ten onder gaan

De denkfout, die zij volgens mij maken, is dat zij zichzelf als individu te centraal stellen; ze geven zichzelf 100% verantwoordelijkheid, en negeren allerlei plaatselijk actieve samenwerkingsverbanden, zoals de louter op winst beluste grootbedrijven in hun leefomgeving, lobbyisten voor overheidsbeleid- en -subsidies daar waar zij wonen, promotiebureaus, reclamebedrijven en winkelketens. Hun redenering is ‘als iedereen zou leven als ik, hoe zou de wereld er dan uitzien?’ Mijn antwoord daarop is: “Zo dus, zoals die nu is, want iedereen doet al zo’n beetje wat haar of hem goed dunkt.” Met al die jaren vegetarisme achter de rug heb ik recht van spreken: het heeft niets veranderd aan dierenwelzijn; we gaan nu boeren uitkopen om ons voedsel, waaronder vlees, vervolgens te importeren vanuit landen met nog gruwelijker handhaving en wetgevingspraktijken dan hier. Rekening houdend met alle invloeden ter behartiging van bedenkelijke belangen ligt mijn focus niet op ‘het huishouden’ of ‘het individu’, maar op de gehele samenleving waarvan ik deel uitmaak.

Mijn vegetarisme is niet meer dan een persoonlijke ethische keuze; ik zal mijn standpunt niemand aan- of ontraden. Mijn pacifisme, dat in mij geworteld raakte tijdens de vervulling van mijn militaire dienstplicht, is mijn persoonlijke ‘alles overkoepelende’ ideaalbeeld voor de wereld geworden. Ik zie al decennia met lede ogen aan dat pacifisme een ondergeschoven kindje van ons is, terwijl iedereen die ik er over hoor wereldvrede best een mooi ideaal vindt. Ons korte termijn-eigenbelang is overweldigend dominant geworden, net als ons denken in ‘betaalbaarheid’. We denken nauwelijks na over de ‘kwaliteit van leven’, behalve in een puur egocentrische, materialistische context. En dat we met ons neoliberale kapitalisme elders in de wereld haat en overheersing zaaien laat ons hier koud. Oorlogen, waar we direct en indirect aan meewerken, woeden al jaren achteloos (op die ene na) door. En ook bij die ene door de brutale inval van Rusland in Oekraïne vergeten we dat elke oorlog diplomatiek eindigt en stellen we ons op achter de Verenigde Staten van Amerika dat een diplomatieke oplossing blokkeert, terwijl ik me als een van de weinigen afvraag waar de VS zich mee bemoeit. Vandaar dat ik met stelligheid zeg: wanneer ik geen mensen dood, worden er toch nog mensen gedood; zelfs in mijn naam. Wanneer ik niet steel, houdt de diefstal niet op. Ook die gaat door en eveneens mede in mijn naam. Ik kan mij terugtrekken uit de wereld maar met mijn belastinggeld (BTW, inkomsten) worden naast goede ook vreselijke dingen gedaan. Beide stellingen zijn overigens proefondervindelijk bewezen. Wanneer mijn ecologische voetafdruk ‘0’ benadert, blijven er alleen in Nederland al op dit moment nog 17.694.782 andere ‘voetafdrukken’ over. Het gaat om een collectieve verantwoordelijkheid, en niet om die van ieder individueel.

Oftewel, het gaat mij om de regels, die door democratisch gekozen politieke partijen aan de samenleving opgelegd worden nadat daarvoor draagvlak is gebleken of is ontwikkeld. Wanneer die dierenleed willen voorkomen, worden regels opgesteld om dierenleed te voorkomen. Wanneer die de menselijke invloed op klimaatveranderingen willen beperken, zullen ze regels opstellen die klimaatverandering tegengaan en zullen zij bij andere regeringen erop aandringen hun voorbeeld te volgen. Wanneer die wereldvrede willen, zullen ze er alles aandoen om zich voor te bereiden op de vrede. Het gaat er dus uiteindelijk vooral om wat onze politici voorstaan.

De wereld leefbaarder maken is iets heel anders dan de wereld – zoals nu al decennia achtereen – erop inrichten dat sommigen onbeperkt bezit en rijkdom kunnen vergaren, waardoor vervolgens de onderlinge ongelijkheid onoverbrugbaar groot geworden is. Ik kan met mijn idealen bewust of onbewust leven, maar laten we wel wezen, met bijna 8.000.000.000 andere mensen heb ik als individu weinig invloed op het wereldgebeuren, zolang ik geen invloedrijk politicus ben die binnen mijn samenleving een halt toeroept aan de gaande escalatie van klimaatverandering, militarisme en ander onrecht; individuen hebben in onze huidige wereld nimmer invloed van betekenis. Ik kan het een schande vinden (of toejuichen) dat ons kabinet meer steenkolen gaat gebruiken om tegen de adviezen van alle klimaatwetenschappers in onze energieverslaving te bevredigen. Ik kan in een daarvoor aangewezen vak met een spandoek gaan staan, maar daar wordt niemand en niets anders van zolang de kapitalistische, neoliberale trein in het gareel van alle VS-beleid doordendert, laat staan dat de wereld er beter van wordt. Helaas zijn mijn en uw doen, mijn en uw mening en mijn en uw laten nagenoeg betekeningloos. Het zou goed zijn als we ons dat zouden realiseren zonder onze idealen te verkwanselen.

Met alleen cellisten komen de bombardon-, contrabas-, fagot-, fluit-, gitaar-, harp-, hobo-, hoorn-, klarinet-, piano-, piccolo-, saxofoon-, slagwerk-, trombone- en vioolpartijen – och kijk hier even wie ik allemaal kortheidshalve niet opnoem – niet tot hun recht

Bewustwording van mensen is bepaald belangrijk, meestal ook een fijne ervaring en bewustwording is absoluut hard nodig. Echter, voor een betere wereld gaat het nog niet om die allereerste noodzakelijke stap!

Overigens, zou ik de Kingsnorths en Safran Foers’ onder u gaarne meegeven: eenmaal bewust geworden heeft schamen over individuele tekortkomingen geen zin. U doet vast bovengemiddeld. Bovendien, zou ik achter de hand fluisteren: doe gewoon nooit iets waar je niet achter staat.

Naar mijn mening gaat het er dus om wat wij als samenleving (!) bijdragen aan de toekomst voor alles wat leeft inclusief de onvolkomenheden van ons allemaal. Daarvoor zouden we andere dan kapitalistisch geënte politieke partijen moeten oprichten. Partijen, die beogen wat wij wèl met elkaar zouden willen; die de wereld vorm geven waarin we graag zouden willen leven. Pas dan kunnen we echt belangrijke stappen zetten ter voorkoming van dierenleed, klimaatverandering en ander onrecht en/of voor pacifisme, vrede en wereldvrede. Het gaat dus volgens mij om een ‘collectieve bewustwording’ in plaats van alleen een individuele. Het gaat om een bewustwording, die via de politiek verder in de wereld gezet wordt. Immers, alleen de politiek bokst de inrichting van onze samenleving voor elkaar.

Het idee dat we stuk voor stuk vrij zijn te doen, te laten en te vinden wat we willen, mag wat mij betreft op de helling wanneer we ons werkelijk een betere wereld wensen. Ons doen en laten moet daarvoor volgens mij op basis van een collectieve bewustwording juist drastisch beperkt (!) worden. We moeten met minder comfort, grondstoffen en luxe toe, ons inkomstenpatroon inrichten op robuustheid in plaats van het laten ontstaan van steeds meer kloven tussen groepen mensen die zich niet meer in elkaar kunnen verplaatsen en we zouden de kwaliteit van leven moeten laten prevaleren boven vrijheden die de samenleving steeds instabieler maken. Pas dan kunnen we volgens mij structureel vrede-bevorderende idealen verwezenlijken. Vandaar dus dat volgens mij een wijdverbreid socialisme – in plaats van ons neoliberalisme – een antwoord is op de vraag hoe een leefbare toekomst te realiseren (en een antwoord op de vraag waarom het ons tot nu toe – ondanks veel mooie initiatieven – niet goed lukt).

En wanneer we al met al best tevreden zijn met het aandeel van de Europese Unie of ons Nederland in het wereldgebeuren, dan zijn andere politieke partijen uiteraard overbodig. Mijn mening is dat absoluut niet, maar ik ben voldoende democraat om me daar dan bij neer te leggen. Ook dat is proefondervindelijk bewezen. Jullie je zin; dan richt ik mijn lede ogen, zoals al jaren, op het schoons en de wonderen, die ik kan gadeslaan en waar ik – zonder in de wereld het verschil te maken – wellicht nog wel een steentje aan kan bijdragen.

Bronnen: de Happinez-scheurkalender op 22 juni 2022, “Bekentenissen van een afvallig milieuactivist; een radicaal andere kijk op natuurbescherming” (2019) door Paul Kingsnorth en uitgegeven door Atlas Contact in Amsterdam en Antwerpen en het ‘dashboard bevolking’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek en Worldometer; beide op 25 juni 2022 om 13:35 uur.

De huisjesslak en de roeping van de mens

Een orgasme is fijn, dat mag vanzelfsprekend zijn voor wie er een gehad heeft, maar fijner is een ander zintuiglijk genieten. Een één zijn met mijn fysieke omgeving. Het terrasje vanwaar het straatgebeuren gadegeslagen kan worden, met lekker eten en drinken binnen handbereik. Me onbespied en veilig wanen, de wind die mijn gezicht afkoelt en de zon die het verwarmt, en me tegelijkertijd geplaatst weten in mijn omgeving. Of thuis aan het rommelen; omgeven door vertrouwde eigendommen en met een vertrouwd uitzicht op mijn nabije wereld waar ik af en toe een blik op werp. Kijk eens aan, mijn buurman komt thuis, mijn druif mag ik wel weer eens snoeien en eksters hebben in die ouwe berk een nestje gebouwd.. Of de wandeling langs natuurlijk aandoende paadjes met uitzicht op golvend gras, oude, soms ook wijze bomen, uitbundig bloeiende planten, vogels in de lucht en kabbelend of juist verstild water. Of wandelingen in weer en wind over het strand of op het wad. Geen last van blaren, gewrichten of spierpijn en alleen al moeiteloos kùnnen bewegen waarheen ik wil, behalve de lucht in om, zoals die vogels, alles eens van boven te bezien. Is dat geen ultiem wonder? Is dat eenvoudige besef dat we onze ogen, oren, reuk, smaak en tast in alle veiligheid de kost kunnen geven niet waartoe wij op aarde zijn?

Zo’n zintuiglijk genieten gun ik ieder mens en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat iedereen het elkaar zou moeten gunnen. Sterker nog, dat we stuk voor stuk ons uiterste best zouden moeten doen om anderen te ondersteunen zo’n gevoel van zintuiglijk één zijn met haar of zijn omgeving te bereiken. Dat lijkt mij de roeping van de mens, als er dan toch een roeping is.

Maar het meest zintuiglijk genieten doe ik samen; met vertrouwde familieleden of vrienden. Flarden delen van wat ik in mijn leven tegenkom en me desalniettemin veilig voelen bij elkaar. Gekend worden en elkaar kunnen zien zoals we werkelijk zijn. Dus wanneer me veilig voelen en het zintuiglijk genieten onderweg of thuis aangevuld wordt met de nabijheid van andere mensen met wie ik me op mijn gemak voel. En dat met zoveel liefde voor elkaar als mogelijk.

Het lijkt mij geen bijzondere eigenschap van mij. Ik vermoed dat dit bewust of onbewust een universeel streven is; een toestand waar iedereen behoefte aan heeft. Delen wat er in haar of hem omgaat maakt gedeelde smart en vreugde, dus halve smart en driedubbele vreugd. Met de zomervakanties voor ons bekruipt mij het beeld van groepjes volwassenen op een dorpsplein of terras in Zuid-Europese landen; de kinderen even verderop spelend met elkaar. Wij kennen of kunnen dat niet zo goed als zij, die wonen waar het weer van oudsher uitnodigt om even samen buiten in de schaduw een shaggie te roken, een kopje koffie of thee te drinken of gewoon even samen te zitten. Het delen van gedachten komt dan vaak vanzelf opgang en ook het in stilte samenzijn kan ongelooflijk mooi en vertrouwd aanvoelen.

De overtreffende trap van met anderen genieten ervaar ik in mijn samenzijn met mien leafke. Onze armen soms om elkaar heen geslagen. Onze buiken tegen elkaar; dicht tegen elkaar aan. Me één met haar te voelen, terwijl zij zich één met mij voelt. Geen flarden meer delen, maar soms verspreid over dagen heel veel, zo niet alles van mijn (veranderend!) gevoelsleven delen. En ondanks al die eerlijkheid gewaardeerd en gezien worden, de grapjes die we maken en die streling in het voorbijgaan over mijn rug; en dat allemaal wederzijds. Het huisje zijn om de slak en tegelijkertijd de slak zijn in het huisje.

Zou niet iedereen zich zo’n romantische, sprookjesachtige geborgenheid wensen? Ik gun het u in elk geval, lieve lezer, en ik verzeker u dat de wereld er mooier uit zou zien wanneer iedereen dit zou beleven. Maar daarvoor is wel iets nodig waaraan we nu gemis hebben: een aardverschuivende herwaardering van wat werkelijk van belang is.

En voor ik het weet moet er weer iets, maar daarvoor maak ik geen aanstalten, geen ruimte of tijd. Nu mag alles wijken om plaats te maken voor wat het nu me hier op mijn plekje in dit ondermaanse aan mooie, veilige verbondenheid te bieden heeft. Inclusief orgasmen; dan maar weer te laat. En dat terwijl ik er altijd naar streef om juist te vroeg op mijn afspraken te zijn…

Genot van een nutteloze toeschouwer

Terwijl de aanmaakblokjesfabriek zojuist uitgebrand is, terwijl de Nederlandse economie eindelijk stopt met groeien, terwijl de Spaanse hitte zich komende week over West-Europa zal uitbreiden, terwijl er allerlei oorlogen op aarde woeden waarvan er maar één belangrijk gevonden wordt, terwijl er heel veel mensenrechten geschonden worden waar geen aandacht voor is, terwijl er, dank aan Zeus, morgen weer een supermaan te zien zal zijn, terwijl er in Nederland minder mensen dan voorheen proberen van hun rookverslaving af te komen, terwijl er in Ter Apel een beddentekort is, terwijl Groenlinks en PvdA proberen als de blinde en de lamme toch als Neoliberaal-links op de been te blijven, terwijl ‘het klimaatdoel’, alsof het er maar eentje is, lastiger dan verwacht op te lossen is wat ik allang meende te weten door me niet alleen via mainstreammedia te informeren en de VVD vrolijk voor meer uitlaatgassen stemt, terwijl hier kritiek is op het zichzelf intelligent wanende coronabeleid en in China miljoenen mensen zich moeten laten testen op corona, terwijl in Duitsland een automobilist met opzet fietsers aanrijdt, terwijl Marion Koopmans Oerol op haar buik kan schrijven (en daarnaast gezien gaande ontwikkelingen “baas in eigen buik”), terwijl mijn buurman met een herseninfarct naar een ziekenhuis afgevoerd is en terwijl Van Gaal de Kuip ouwe troep vindt, ga ik gezellig uit eten, ga ik naar mooie concerten, oefen ik gedisciplineerd en trouw op mijn cello waar ik tegelijkertijd van geniet, probeer ik een probleem voor mij in een clubje van me op te lossen, schrijf ik een verzonnen blog over een jonge vrouw die in een bibliotheekboek haar eigen levensverhaal leest, schrijf ik een kaartje naar een kleinkind dat deze week 4 jaar zal gaan worden, spoed ik mij met een zelfgebakken appeltaart naar een gezellig feest, voel ik me blij met mien leafke met wie ik een wonderlijke herkenning deel over hoe we de wereld beleven en tegemoet treden en wandel ik langs de Linge.

Ja, dat heb ik nu ik met pensioen ben. Ik zou nog best ergens op mijn niveau willen werken, maar daar heeft kennelijk geen werkgever een passend salaris voor over. Dus geniet ik van wat het leven me verder nog te bieden heeft. Zo loop ik frustraties op bij het leren mijn cello te bespelen, ik zie het allemaal aan in mijn (relatief) onbezorgde leven en wens de generaties na mij sterkte met hun maatschappelijke bijdragen aan deze wereld. Ik geniet nu van het culturele aanbod en van mijn dagwandelingen hier en daar. En ik geniet intensiever van sommige mensen en van het wonder dat planten groeien, blaadjes en bloemen vormen, en dat daar dan weer wilde dieren in en van leven. De natuur gaat haar gang, al dan niet onder menselijke invloed.

Ik heb er nooit een vermoeden van gehad hoe heerlijk het zou kunnen voelen blakend van gezondheid een onnuttige toeschouwer van de wereld om me heen te zijn; hooguit nog van belang voor een kleine kring.

Bron: Het nieuws van vandaag volgens NU op 13 juni 2022 rond 16 uur.

De denker des vaderlands aan het woord

Zondagavond, voordat ik maandag met een vriend zou gaan wandelen, ontving ik een WhatsApp-je van hem: “Eet je wel of geen zalm?” Daaruit maakte ik op dat hij verwachtte dat ik bij hem zou blijven eten. Ik kon me niet herinneren dat ik dat met hem afgesproken had, maar mijn ervaring leert dat dat niet wilde zeggen dat we geen eetafspraak hadden.

Feit was dat we zouden gaan wandelen en dat hij mij deze vraag stelde. De rest was interpretatie. Het is belangrijk om dat onderscheid te maken, hield filosoof Paul van Tongeren, onze huidige ‘Denker des vaderlands’, zijn publiek diezelfde maandagavond voor. Hij stelde voor eens een willekeurig interessant krantenartikel en een zwarte stift bij de hand te nemen. Onderscheid in dat artikel feiten van interpretaties en streep de interpretaties met de zwarte stift door. Streep vervolgens met de zwarte stift alle woorden door die behoren bij de interpretaties. Wanneer u dat doet, zult u slechts enkele leesbare woorden in dat artikel overhouden. En dat is iets waarvan we ons altijd bewust zouden moeten zijn: wij, mensen, geven betekenis aan wat we horen, lezen, proeven, ruiken, voelen en zien. Haast alles wat in ons omgaat is interpretatie, is mening, is opvatting.

We doen ’s ochtends de gordijnen open en de zon schijnt naar binnen: “Mooi weer” interpreteren we wat we zien. En precies zo gaan we om met de muziek die we horen, het nieuws dat we vernemen, de omgeving die we zien, en de woorden die we horen. Aan alles wat we waarnemen, geven we betekenis; of we het willen of niet.

Van Tongeren waarschuwde zijn publiek ook voor bedreigingen van dit onderscheidingsvermogen, waardoor we feiten en onze interpretaties daarvan onvoldoende uit elkaar houden. Hij noemde als eerste wat hij aanduidde met ‘sciëntisme’; de wijsgerig-wetenschappelijke stelling, die stelt dat wetenschap de enige route is om tot valide kennis te komen. Wanneer we vernemen dat “onderzoek uitgewezen heeft…” zijn we geneigd daar meer belang aan te hechten dan aan een mening, terwijl we vaak nalaten ons af te vragen welke belangen het aangehaalde onderzoek diende; zijn het wel valide onderzoeksresultaten? In de wetenschap dat haast alles interpretatie is, zijn dat uiterst relevante vragen. Bovendien, in hoeverre zijn die onderzoeksresultaten voor mij belangrijk? Welk deel van de werkelijkheid is met dit onderzoek blootgelegd? Welk deel is nog onzichtbaar? Sciëntisme kan onze menselijkheid aantasten en leiden tot vervreemding, wanneer bijvoorbeeld hetgeen we vanuit onszelf zouden voelen onbewust gedomineerd wordt door zogenaamde kennis over wat we waarnemen.

Een andere bedreiging voor het maken van onderscheid tussen feiten en de interpretaties daarvan is gelegen in ‘het subjectivisme’; de opvatting dat kritische opvattingen geen eenduidige aanspraak op ons gedachtengoed kunnen maken waar grosso modo iedereen het eens is, omdat ze in wezen subjectief zijn. Ook dat doet onze menselijkheid tekort. Het doet er wel degelijk toe welke betekenissen we stuk voor stuk geven aan wat van invloed op ons is en aan de door ons beleefde wereld.

Wauw, we zijn postmoderne mensen

Feiten kunnen vastgesteld worden. Betekenis daaraan waarnemen (“het is mooi weer”) vereist erkennen van onzekerheid en een blijvend zoeken naar ‘waarheid’. Nu ik het buiten aangenaam vind, ìs het daarmee natuurlijk nog geen mooi weer voor iedereen hier en wat is dat eigenlijk, mooi weer? Het vraagt ons te streven naar consensus en het borgen van dissensus; we moeten ervoor zorgen met elkaar in gesprek te blijven of de consensus over de feiten werkelijk dichtbij ‘de waarheid’ komt.

We hebben vaak het idee moderne, verlichte mensen te zijn, maar – wat we ons haast nooit bewust zijn – we zijn tegelijkertijd ook nog altijd de premoderne mensen van voor de door Benedictus de Spinoza ingezette verlichting. We voelen ons individuen in een gemeenschap, maar ontlenen onze identiteit – net als vòòr de Gouden Eeuw waarin de rationalisten van de vroeg-moderne filosofie een nieuwe kijk op de wereldorde te berde brachten – nog altijd aan de gemeenschappen waartoe we behoren (familie, gezin, lotsverbondenen, samenwerkingsverbanden, status, vereniging, werk). “Kijk maar hoe we ons in een voorstelrondje presenteren”, zegt Van Tongeren. En we hebben er veel aan gedaan om de natuur naar onze hand te zetten, maar worden ons steeds indringender bewust dat we niet meer dan een onderdeel blijven van de natuur en haar verschijnselen. “Nee”, zei Van Tongeren gisteravond, “we leven inmiddels in een ‘postmoderne tijd’; een tijd waarin we ons bewust zijn geworden zowel moderne als premoderne mensen te zijn”.

O ja, de wandeling was weer een fijne manier van samen onze gedachten delen en te genieten van de omgeving van Amerongen, dit keer. Overigens had die vriend helemaal niet op mij gerekend met het avondeten. Zijn vraag kwam eruit voort dat hij zalmwraps had, en zich afvroeg die op onze wandeling mee te nemen. Dus maakte ik me na de wandeling klaar om naar de Bilthovense Woudkapel af te reizen. Zo werd het voor mij na de wandeling met die vriend ook een bijzonder boeiende avond door wat Van Tongeren ons daar te vertellen had. Zijn verhaal sprak mij aan. Ja, zoals u begrijpt maakte ik deel uit van zijn publiek, dat hem na afloop een enthousiast applaus gaf.

Een heden en verleden in Sittard en omgeving

We zagen veel moois in en rond Sittard, zoals De Limbourg met zijn verrukkelijke vlaaien, de prachtige Sint-Petrus’ Stoel in Antiochië, oftewel de Sint Petruskerk en de inmiddels verharde zandjwaeg ‘Kollenberg’, die naar de Sint Rosakapel en daarachter de prachtige gerst- en roggevelden in het glooiende landschap leidt. Rosa van Lima is sinds 1669 de plaatselijke patroonheilige.

En we waren hier in Sittard na een fijn en gastvrij onthaal bij een neef van mij en de traktatie op twee eenakters in plat Sittards. Die maakten we onverwacht mee toen we kasteel Limbricht even bezochten, waar een jaar voor de bouw van de Sint Rosakapel op Nederlandse bodem het laatste heksenproces heeft plaatsgevonden. Toentertijd moest* de mond van de kordate Entgen Luijten gesnoerd worden. Haar proces, waarvan de stukken bewaard gebleven zijn, vond hier plaats om de kritiek op de hoge belastingheffing door kasteelheer Herman Winand van Breyll voor eens en altijd de kop in te drukken. Dat gebeurde op basis van de pauselijke inquisitie (van het Latijn inquisitio = onderzoek); een folterende rechtbank van de Katholieke Kerk, die over deze praktijken tot op de dag van vandaag vergeten is excuses te maken aan met name besluitvaardige, doortastende, zelfstandige vrouwen van weleer, die hun leven meestal eindigden op brandstapels waarbij hun bezit toebedeeld werd aan de Katholieke kerk. Ook dat machtsmisbruik houdt verband met de pracht en praal, die we nu nog zien in de Sint Petruskerk en de Sint Rosakapel. En dan hebben we het nog niet eens gehad over ons heerlijke verblijf boven het fijne restaurant ‘Het koperen keteltje’ in Nieuwstadt. Maar laat ik dat nu maar eens voor mijzelf houden.

Gedachten en herinneringen bij het graf van Rietje en Toon

De tweede dag wandelden we via de VVV naar de begraafplaats van Rietje en Toon Hermans. Op het rode bankje rond de rode beuk met uitzicht op dat graf en andere graven zaten we met onze eigen gedachten, waarvan we elkaar deelgenoot maakten.

Ik herinner me dat hij voor mij een idool, nou ja, eerder mij een houvast bood in mijn moeilijke puberale jaren, zoals veel pubers die meemaken. Natuurlijk was hij in die tijd een podiumkunst-vernieuwer als geen ander met bijvoorbeeld de door hem uitgevonden ‘one manshow’, en natuurlijk maakte hij volstrekt onschuldige grappen zoals na het neerzetten van een aantal rake imitaties van bekende Nederlanders te vragen of de mensen weten wie dit is om vervolgens gewoon rond te lopen. En het was dan de heer Slobhuizen uit Enschede, die niemand kende. En natuurlijk, het lukte hem soms zijn publiek een half uur achter elkaar te laten schuddebuiken van het lachen om niets, zoals de stoel waarop zijn zus gezeten had of het uitsteeksel waar zijn microfoonsnoer achter was blijven haken. Maar, hoewel dat allemaal niet onbelangrijk was, raakte Toon Hermans mij door bijvoorbeeld aan het eind van een voorstelling zijn publiek te vragen om straks, voor het slapen gaan, eens naar je eigen handen te kijken. En wanneer je daarnaar kijkt om er even bij stil te staan dat ze bewegen als jij dat wilt. Kijk, ze bewegen, omdat ik dat wil. Is dat geen wonder, mensen? Mijn vingers bewegen als ik dat wil. Doe me een plezier mensen en kijk straks voor het slapen gaan naar dat grote wonder in jezelf.

Dergelijke wellicht aan het taoïsme verwante aandacht voor het gewone van Toon Hermans, raakte me toentertijd al en sindsdien. En, als gezegd, bood het mij lange tijd een houvast voor mijn bewustwording hoe uitverkoren ik ben om mijn leven op aarde te mogen meemaken. En daar lag hij nu te vergaan, met ‘zijn’ Rietje Weytboer onder dezelfde grote witte zerk. Zijn geboortehuis blijkt te zijn afgebroken, maar zijn inmiddels gerenoveerde woonhuis staat er nog met – helaas – een beeld van ‘de komiek Toon’ ervoor. In dat huis was op elf-jarige leeftijd van Toon, die toen nog door iedereen ‘Teun’ genoemd werd, zijn vader overleden. Daarmee brak voor de familie Hermans-Dullens een periode van armoede aan. Het zou deze armoede zijn, waarom Toon zijn vak koos: de mensen in hun kommervolle bestaan een zorgeloze avond bezorgen.

En daar kwamen de volgende bezoekers voor Toons graf; voor ons tijd om op te stappen.

_________________

* De belangstelling voor Entgen Luijten, die in oktober 1674 tijdens het heksenproces onder verdachte omstandigheden in haar kerker op kasteel Limbricht overleed, is in 2021 nieuw leven ingeblazen. Er zijn toen opnamen gemaakt voor een korte film “De beul van Entgen Luijten” van regisseur Gideon van Eeden. En Entgen kreeg zelfs landelijke bekendheid door de bestseller “De heks van Limbricht”; een roman die Susan Smit over haar en haar proces dat jaar publiceerde. Een volledige detailanalyse van het procesdossier van Entgen, dat bewaard wordt in Archief De Domijnen in Sittard, is echter nooit gedaan en nooit gepubliceerd. Momenteel wordt daarom breder archiefonderzoek uitgevoerd om dit proces in een historisch correct kader te kunnen plaatsen.

Rond november 2022 zal naar verwachting in de reeks Monografieën, het boek “Dossier Entgen Luijten – ‘De heks van Limbricht?’” verschijnen. Belangstellenden kunnen daarover meer lezen door deze link aan te klikken.

Een welbestede dag

Er was een tijd dat ik mijn aandacht verdeelde tussen mijn kinderen, mijn partner en mijn werk. Maar dat is verleden tijd. Nu moet ik zelf bedenken hoe ik mijn dagen vul, en dat blijkt een mooi voorrecht. Zo stonden mien leafke en ik zondag een uurtje na zonsopkomst op om ons zo efficiënt mogelijk klaar te maken om naar dorpshuis ‘De hoeksteen’ in Noordlaren af te reizen. Daar kwamen we achter een kopje koffie bij van de reis. We hadden een enveloppe gekregen met kaartjes en de locaties, die meedoen aan het huiskamerconcertfestival 2022 ‘Achter de veurdeur’. We spraken Noordlaarders, zoals de voorzitter van een stichting, die probeert Noordlaarders een keer of zes per jaar in de kerk te krijgen, voor een concert. Er heerste een gezellige ons-kent-onssfeer, waarbij het warme, zonnige weer meehielp.

Het eerste concert, dat we bezochten, was direct raak. Pianist Dimitar Dimitrov en celliste Mare Keja speelden bij Suzanne van der Land en Alex Scheper de eerste cellosonate van Johannes Brahms in e-klein. En alsof dat niet genoeg was, speelde eerste nog de Drie Klavierstücke van Franz Schubert. Het was prachtig en de kop was eraf.

Bij ‘De hoeksteen’ waren allemaal tafels op straat gezet voor de lunch van de bezoekers, degenen die hun huis hadden opengesteld en de musici. Wederom een moment om met anderen over de eerste ervaringen te praten en kennis te maken, zoals de man uit Glimmen die deze entourage uitgezocht had om zijn 65ste verjaardag te vieren.

In de tuin bij de familie Van Dijk luisterden we naar Iris Kroes. Zij zong bij haar harpspel en leidde haar liedjes in. Ik kon mijn tranen niet bedwingen, als ik dat had gewild.

Last but not least luisterden we bij Ronald Bijkerk en Andrea Drost naar hobokwartet Driekwartplus. Esther Damsma-in ’t Groen (viool), Irma Haverkamp (altviool), Winde Reijnders (cello) en Noor van de Wetering (hobo) speelden werken van Johann Sebastiaan Bach, Ernö Dohnányi en Allan Stephenson, waarbij mijn cellodocente in het eerste ten gehore gebrachte ‘Concert voor hobo d’amore en strijkers’ bedreven als altijd alle niet violisten harmonieus op haar cello vertolkte; van zo hoog tot zo laag als de cello kan, strijkend en tokkelend om samen met de violisten de poëtische hobopartij te ondersteunen.

Achteraf namen we de gelegenheid te baat om bij ‘De hoeksteen’ nog na te praten met andere gasten. Wanneer je met anderen doorpraat kan blijken dat je gemeenschappelijke kennissen hebt. Dat gebeurde met een vrouw, die in Almere bleek te wonen. We dachten dat deze zondag 22 mei 2022 zijn aangename verrassingen wel prijsgegeven had, toen we uiteindelijk richting hotel in Paterswolde reden, maar dat hadden we verkeerd. Alle vragen van de receptionist moesten we beantwoorden met “Dat weten we nog niet”; of voor het diner een tafel gereserveerd moest worden, of we een ontbijt wilden, of we van de sauna gebruik wilden maken…

Op onze rustig gelegen kamer maakte ik aanstalten om te gaan bijkomen van alle mooie indrukken, maar mien leafke vroeg of we nog even aan de wandel zouden gaan. Dat leek me een beter idee dan het mijne; bekomen kan later vanavond nog. In onze uitgaanskleding liepen we naar het Paterswoldsemeer. En vandaar, we moesten immers nog ergens gaan eten, wandelden we richting Paterswolde. Maar eerst belandden we bij toeval in ‘Het Friesche Veen’, waar we genoten van een grazend ree, de stilte, af en toe verbroken door het gekwaak van een kikker of koekoeksgeroep in de verte, en waterhoentjes, die voor hun kroost zorgden. Een uitgelezen plekje om zover oog en oor reikten in de natuur te bekomen van alle indrukken eerder op de dag; veel beter dan op onze weinig artistieke, maar comfortabele kamer.

In het dorp vonden we bij toeval de drukbezochte Italiaanse ‘Pizzeria da Gianni’. Wij namen bij een flesje Italiaans bier, een pizza en ravioli, en daarna bij de koffie of thee een cannoncini. Daarna wilden we niet langs de autoweg, maar avontuurlijker terugwandelen naar ons hotel. Dat lukte. Op de gok kwamen we op het landgoed ‘De Braak’, maar daar strandden we met het uitzicht op weer andere grazende reeën. We probeerden het wat verderop en hoopten, wanneer we over een hek zouden klimmen, een doorgang te vinden. Dan moesten we toch nog een hek met schrikdraad passeren. En over een slootje springen; mien leafke op haar laarsjes met een hakje. Hier werd het vochtig geworden gras wel wat hoog, maar er lagen duikers over de sloten, dus dat trof. Tot een hindernis met een hogere moeilijkheidsgraad genomen moest worden: een echte sloot met aan de overkant een afrastering. Daarna liepen we goedgemutst af op het laatst te nemen hek, voordat we de openbare weg weer bereikten. Daar aangekomen liepen we richting hoofdweg om erachter te komen dat we precies bij ons hotel uitkwamen. De zon ging juist onder en wij trokken ons terug op onze kamer voor een nacht. Wat daar gebeurde laat zich raden.

De volgende dag doorkruisten we de kop van Drenthe, waar we pauzeerden bij het 10.000 jaar oude vennetje met veenpluis in het Mensingebos bij Roden en bezochten familie, die een rijkgevulde salade voor ons klaargezet had. Wanneer je ook op maandag niet naar je werk hoeft, kan dat zomaar. Fijn toch?

Laat je inspireren door anderen, die raad met je weten

Het zit er op voor mij; mijn symbolische vuurdoop. Een vuurdoop waarvan ik al weken wist dat hij gisteravond rond 21:30u achter de rug zou zijn. Een uur eerder zou namelijk mijn eerste concert voor publiek aanvangen, waarbij ik mijn cello zou bespelen. Ik heb er van genoten om in mijn 5de leerjaar een aandeel te mogen leveren aan dit concert. We speelden een uur lang arrangementen van Johannes Bach (Bist du bei mir?), Wiliam Boyce (Symphony I), John Bratton (The Teddybears picknick), Edward Elgar (Salut d’amour), Albert Ketèlbey (In a Persian market), Louis Lefébure-Wély (Bolero de concert), Gioacchiino Rossini (The barber of Seville) en Bedrich Smetana (The Moldau). En het aardige van zo’n optreden is dat het er altijd op aankomt op precies dat ene moment de juiste rust niet of noot juist wèl te spelen.

Onder het geëerd publiek waren ‘mien leafke’ en 3 vriend(inn)en, die de moeite hadden genomen om mijn primeur op te luisteren. Ik was daar blij mee en dit optreden leverde me veel nieuwe inzichten. Bijvoorbeeld dat ik al best iets op mijn cello kan, hoe fijn de spanning is om op het vlak van een vrij verkozen hobby te mogen ‘moeten’ presteren en hoe leuk ik het vind om met anderen muziek voor publiek te maken.

Maar de belangrijkste inzichten waren voor mij wel dat intensief studeren, om tijdens dit gebeuren het voor mij best mogelijke ten gehore te brengen, me veel behendigheid opgeleverd heeft, dat – nieuw noch opzienbarend – mijn onzekerheid over mijn kunnen contraproductief werkt en dat de voorbereidingen me meer (gezonde) stress opleverden dan het uiteindelijke concert, waarvan ik – net als tijdens de repetities van dit amateurorkest, dat Samuze heet (een verhaspeling van muze, muziek maken en samen) – intens genoot.

Natuurlijk – ere wie ere toekomt – was mijn bereidheid om mee te spelen afhankelijk geweest van onze innemende en kundige dirigent Noortje Braat. Ik kan me voor mij, in deze fase van mijn cello-amateurisme, geen betere dirigent voorstellen en ik heb in een vorig leven als muzikant verschillende prettige dirigenten en orkestleiders meegemaakt.

Ik vind het ook fijn dat dit eerste cello-optreden er voor mij nu op zit. Met mijn inzichten kan ik verder zodra ik weer wat minder opgewonden ben dan de afgelopen avond, nacht en ochtend. Had ik om ongeveer 12:48u op 23 maart 4 jaar geleden uit het niets besloten om me een goede cello aan te schaffen en daarop met de hulp van privé-lessen te leren spelen, terwijl ik tot dat moment nog nooit een strijkstok had vastgehouden; en had ik een jaar later tijdens een door Francis Hartman begeleid zelfonderzoek – om me op mijn toekomst te oriënteren – bedacht dat ik stappen kan gaan zetten om samen met anderen muziek te gaan maken, waar ik direct werk van maakte; ik kwam er allengs achter dat ik gekozen had voor een voor mij frustrerende weg van vaardigheden leren, die ik me haast niet eigen kan maken. En nu zit dus mijn cello-debuut er op. Ik ben er dik tevreden mee en ik smulde er van.

Maar alles goed en wel, voorlopig ga ik weer verder met samen spelen zonder publiek en mijn techniek-oefeningen onder de ook weer bezielende leiding van mijn cellodocent Winde Reijnders. Ja, ik kan het iedereen aanbevelen: ga iets doen wat je nog niet kunt en laat je inspireren dat te leren door mensen die raad met je weten.

In wat voor wereld wil jij leven?

Terugblikkend op mijn leven heb ik het goed getroffen. Ik ben gezond geboren in Nederland en mijn voorouders kwamen ook hier vandaan. Ik ben handig en slim genoeg om me waar ik ook kom te handhaven, en sommige plekken en situaties mijd ik. Mijn ouders waren blij met mij als ‘nakomertje’. Ik werd in de watten gelegd, totdat mij hetzelfde lot ten deel viel als mijn broers en zus: ik noem het maar ‘de generatiekloof’. Thuis was het voor mij met zulke ouders als de mijne niet aangenaam meer, en zo leerde ik om te gaan met een scala aan mensen, vriendschappen te onderhouden en te sluiten. Een tante en oom adopteerde ik als plaatsvervangende ouders. Omdat het mij het beste leek, ging ik na de nodige dwaalwegen naar een universiteit om daar als landschapsecoloog af te studeren. Ik hopte vervolgens van baan naar baan, want ik kon geen vast werk krijgen. Werkgevers waren personeel al als kostenpost gaan zien. Maar ik kon me met mijn achtergrond en bijzonderheden goed redden. Nu ben ik begonnen om cello te leren spelen en ik ben al even met pensioen. Ik geniet van culturele evenementen en dagwandelingen, van de wonderen in bossen en op de hei, van klompenpaden en de zee.

Hier betoog ik nog wel eens dat onze voorouders en mijn generatie er een potje van gemaakt hebben. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de perspectieven voor mijn kinderen wanneer ik die vergelijk met mijn perspectieven op hun leeftijd. Toentertijd hadden onze ouders in Nederland een ‘verzorgingsstaat’ opgetuigd; iets dat mijn kinderen zich niet voor kunnen stellen: iets voor niets kunnen krijgen.

Het doorgeschoten marktdenken heeft veel kapot gemaakt, maar “in wat voor wereld zou ik dan wel willen leven?’ vraag ik me wel eens af. Gisteravond kreeg ik onverwacht een antwoord: in een cultuur waar welgemeende aandacht, belangeloze compassie en instinctieve zorg voor elkaar gewoon zijn. Waar mensen niet over één kam geschoren worden, waar vertrouwen een relationele basis is en waar vreemden gezien worden als gewone medemensen.

Ik ga hier overigens niet beweren dat alles vroeger beter was, want ook op Den Uyl, die ik nu als laatste PvdA-er op handen draag, had en heb ik kritiek, omdat de PvdA toen niet ver genoeg ging en er waren ook toen allerhande misstanden. Ook toen had ik mazzel met een Nederlandse achternaam, mijn gezondheid en met mijn witte huid. Maar met de markteconomie is het cement steeds meer uit onze samenleving verdwenen, zijn we elkaars dagelijkse concurrenten geworden en staan we langzaam maar zeker oog in oog met verschillende manieren waarop we het leven op aarde kunnen vernietigen.

Schaf de feestdagen in mei maar af

Bevrijdingsdag, Dodenherdenking, Koningsdag, ze kunnen mij alledrie gestolen worden. Wat betreft Bevrijdingsdag op 5 mei, omdat op 4 mei 1945 de Canadese generaal Charles Foulkes de Duitse generaal Johannes Blaskowitz om 16u in het Wageningse hotel ‘De Wereld’ ontboden had om de zeven artikelen van het “Orders to German Commanders on Surrender” te ondertekenen. Blaskowitz kwam en tekende ze – zoals vereist – ‘onmiddellijk en zonder enig commentaar’ om 16.30u; binnen een half uur. Dat is voor mij wel het herdenken waard (op 4 mei).

Maar doordat onze (voor-)ouders en wij er daarna op de vlakken van democratie, mensenrechten en vrijheid een potje van gemaakt hebben, is ons bevrijdingsfeest wat mij betreft niet meer gerechtvaardigd. In Indonesië deden we direct na onze bevrijding wat de Duitse bezetter ons 5 jaar geflikt had. Door ons vervolgens snel met de voormalige bezetter aan te sluiten bij de NAVO, die in feite onder gezag staat van de Verenigde Staten van Amerika, deden we mee aan deze nieuwe machtsstrijd; nu tegen het voormalig geallieerde Rusland, dat Hitler-Duitsland feitelijk versloeg. Niets blijken ‘we’ daarna van de Tweede Wereldoorlog geleerd te hebben. En inmiddels hebben grootbedrijven en privé-personen een ongebreidelde macht over ons denken en onze media. Ze mochten dan ook vermogender worden dan bijvoorbeeld de Nederlandse Staat en worden al decennia door onze fiscus en andere overheden in de watten gelegd, terwijl ‘huishoudens’ met hun inkomstenbelastingen de schatkist moeten vullen. Het streven naar welzijn verruilden we al snel voor welvaartsbevrediging. Het financieren van regime-veranderingen in een buitenland wordt niet eens moreel afgekeurd. Hoezo democratie; daar zou demos in moeten zitten. Dat we onze neoliberale politieke partijen mogen kiezen maakt ons naar mijn maatstaven nog geen democratie. Het maakt ons hooguit in de schijn vrij.

Schendingen van mensenrechten door als zodanig aangemerkte vijanden worden gelukkig aan de orde gesteld en afgekeurd, maar die, welke onder regie van onze eigen overheden en die van onze bondgenoten gepleegd worden, mogen geen naam hebben, worden genegeerd of door de vingers gezien. Bij ‘vijanden’ zijn het ‘systeemfouten’; bij ons, onze bondgenoten en handelspartners zijn het hooguit uit de hand gelopen incidenten van zogenaamd goed willende, zich ontwikkelende of de vrijheid dienende overheden, die volgens mij te vaak aan de verkeerde kant van de geschiedenis van de mensheid staan. De koopman bepaalt en de dominee dient te zwijgen.

Wat mij betreft is het volkomen juist dat dit jaar eindelijk ook de Indonesische slachtoffers officieel herdacht werden van wat toentertijd heel lang eufemistisch aangeduid werd met ‘politionele acties’ alsof het een binnenlandse aangelegenheid betrof. Maar wat mij betreft is dat bij lange na niet genoeg. Overal waar mensenrechten geschonden worden, overal waar het leven onleefbaar is of wordt, zouden we onze stem moeten verheffen, wanneer we onze vrijheid waard zouden zijn. Maar we verheffen onze stem niet.

En wat betreft het koningshuis acht ik het niet humaan iemand bij geboorte al een metier toe te dichten. Daar kan ik kort over zijn.

In de wereld waarin ik wil leven is ‘het streven naar wereldvrede’ in plaats van economische groei, materieel eigenbelang, vijand- en wij-en-zij-denken eerste, tweede en derde prioriteit.

Willen wij het ooit bereiken

Dan moet het met iedereen

Wie zijn makkers in de steek laat

Laat alleen zichzelf alleen

.

Voorwaarts en niet vergeten

Wat maakt ons zo sterk in de strijd

Bij honger en bij eten

Voorwaarts en niet vergeten

De solidariteit

.

Laat ons leven in vertrouwen

Links gericht en eensgezind

Want je kunt geen wereld bouwen

Op een Rooms en rechts bewind

.

Voorwaarts en niet vergeten

Wij eisen nu klare taal

Voorwaarts en niet vergeten

Kies je enkel voor jezelf

Of kies je voor ons allemaal

Overigens, dit gezegd en gezongen hebbende, laat ik het op De dag van de Arbeid ook afweten, want wat moet ik nog met vakbonden, die lonen zien als kostenpost voor bedrijven en overheden, die decennia de nullijn predikten en werkgevers hielpen secondaire arbeidsvoorwaarden uit te kleden?

Geraadpleegde bronnen: “Capitulaties van Duitse troepen in 1945” door Jan Brouwer via Historiek en “Het solidariteitslied”, zoals Don Quishocking dat in 1979 naar Bertold Brecht zong, via Muzikum; beide op 5 mei 2022.