Voor socialisten en andere weldenkenden (die oudjaar denken te halen)

Vanaf nu is “De Gutmensch scheurkalender 2022” te koop. Ruimschoots op tijd en volgens hetzelfde recept van 2021. Met “De Gutmensch scheurkalender 2021” wilden de makers het maatschappelijke debat over asiel, extreemrechts, migratie en vluchtelingen een beetje richting fatsoen bijsturen. Dat vonden ze nodig en het bleek vorig jaar een succes. Die voor komend jaar biedt weer achtergronden, adviezen, argumenten, grappen en houvast voor mensen zoals ik*. Meer dan 70 cabaretiers, cartoonisten, dichters, fotografen, journalisten en schrijvers vulden een of meer van de 730 blaadjes (beide zijden zijn bedrukt). Zo kunnen we ons ook in 2022 dagelijks op een lichtvoetige manier laten informeren over de wereld waarin wij leven.

De Nederlandse onderzoeksjournalist en schrijver Linda Polman is de samensteller ervan. Als freelancer verbleef zij lang op het Zuidelijk halfrond van onze planeet – voornamelijk in Afrika – waar zij vaak getuige was van het optreden van internationale instellingen en non-gouvernementele organisaties (ngo’s); niet ingehuurd als journaliste om op de fraaie dingen te wijzen, maar zij schreef ook over de wrange achterkant van veel interventies. Dat deed ze bijvoorbeeld in “De Crisiskaravaan” (2008) en “Niemand wil ze hebben” (2019), maar ook voor The Guardian, NRC Handelsblad, The Times en de Volkskrant. Jongsleden kerstavond was zij nog voor de VPRO tijdens een Marathoninterview in gesprek met Hans Jaap Melissen.

De Amsterdamse Uitgeverij Jurgen Maas zorgde voor een mooi eindproduct. Zij richten zich vaker op journalistieke en literaire non-fictie, met speciale aandacht voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika, naast Nederlandse en naar het Nederlands vertaalde poëzie en proza.

Ik ga er binnenkort voor naar ‘mijn’ boekwinkel. Ik weet alleen nog niet hoeveel ik er kado ga geven.

Bronnen: “Gutmenschen aller landen: scheuren maar!” door Walter Lotens via DeWereldMorgen op 14 september 2021, Wie de Gutmensch veracht, moet de Übermensch eren door Hans Schnitzler via JoopBNNVARA op 30 september 2011 en “Friedrich Nietsche” via Wikipedia op 15 september 2021.

* ‘Gutmensch’ is – in de mond van anders denkenden – een links gekkie, een linkse landverrader, een vluchtelingenknuffelaar en soortgelijke scheldsynoniemen; het is een mens zoals ik, dat probeert op basis van ethiek te handelen. De strijdbare Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844 – 1900) fulmineerde op meerdere plekken in zijn boeken tegen sociaal denkende mensen. Hij karakteriseerde ons als ‘onpeilbaar leugenachtig’ en noemde ons ‘de schadelijkste mensensoort’. Zijn filosofische concept werd dan ook belichaamd door de Übermensch, waarmee Adolf Hitler (1889 – 1945) later aan de haal ging door mensen van het Germaanse ras over te waarderen en neer te kijken op andere mensenrassen. Nietzsches denken, dat grote invloed heeft gehad op ons denken, was een doorlopende herwaardering van voorafgaande filosofische concepten met de kennelijke bedoeling uiteindelijk elke metafysica en moraal achter zich te laten. De mens die, in tegenstelling tot zijn Übermensch, vanwege haar of zijn idealisme te dom blijkt om voor de duvel te dansen, noemde hij een Gutmensch. Vandaar dat sociaal voelende mensen nu in gesprekken wel eens ironisch, neerbuigend en sarcastisch een Gutmensch genoemd worden. Vertaald uit het Duits zou het een ‘weldoener’ zijn. Maar dan een, die door en door onbetrouwbaar is, onwaardig om van repliek te dienen en zo wereldvreemd dat opname in een inrichting het beste voor de samenleving zou zijn. In de titel van de scheurkalender is de term als geuzennaam gebruikt.

Festival Veenhuizen

Ik: Vanavond ga ik naar Veenhuizen voor een Muziekfestival daar.

Ander: Niet omdat je onlangs een borrel teveel op had, neem ik aan.

Weer een ander: Daarover heb ik een boek gelezen. Dat zal je zeker interesseren, over hoe dat er indertijd toeging. “Het pauperparadijs: een familiegeschiedenis”. Het was zo’n klein boekje, dat gedrukt was op bijbelpapier, zal ik maar zeggen. Van een uitgeverij, die eerder bijbels maakte en daarvoor dus de expertise in huis had. Suzanna Jansen had het geschreven.

Ander: Dus niet van die wielrenner, die in 1967 de Tour de France won, Jan Janssen. Of nee, dat was de Ronde van Spanje. Die had hij ook gewonnen. In 1968 won hij de Tour de France, die toen nog de Ronde van Frankrijk genoemd werd. Weten jullie dat de organisator van de Tour de France Henri Desgrange heette en hoofdredacteur was van het tijdschrift “L’Auto”.

Die andere ander weer: Ja, die schreef toch het bekende wielerboek “La tete et les jambes”. Dat blad heette overigens “L’Auto-Velo”.

Ander: Oh ja, en vanwege de gele papierkleur van dat tijdschrift kreeg de leider van de Tour ook een gele trui. Daar zijn later de blauwe trui, de bolletjestrui en de regenboogtrui bijgekomen. Dat zijn natuurlijk geen truien, maar sportshirts, made in China, als ze niet in Bangladesh gemaakt worden.

Nog een ander: Daar komen toch steeds cyclonen, tornado’s en vloedgolven voor?

Ander: Ja, de Volksrepubliek Bangladesh, want dat is het, heeft nogal wat problemen. Ook met arbeiders, die bewaakt in bouwvallen moeten werken. Gelukkig wordt dat Bangladesh-akkoord binnenkort waarschijnlijk verlengd. Ik vind het – als je het mij vraagt – wel belangrijk dat textielarbeiders daar beschermd worden.

Ander (tegen mij): Dat zal jij vast ook wel vinden, of maakt jou dat niets uit?

En zulk geklets hield het gezelschap, waarin ik elk jaar rond deze tijd een avond verkeer, uren vol. Tot de verjaardagsborrel, het hoofdgerecht en het nagerecht genuttigd waren. Dit waren slechts 2 minuten van die avond, die 3 uren op dezelfde energie – zal ik maar zeggen – voort kabbelde. Tussendoor had ik terzijde ook nog 2 werkelijke gesprekjes. Nèt op tijd om in te checken bereikten mijn vriendin en ik ons hotel.

De volgende dag luisterden we onder een heerlijk zonnetje op verschillende locaties in het voormalig concentratiekamp voor armen, bedelaars, landlopers en wezen een stel verrukkelijke voorstellingen op. Ik dacht terug aan de nu nog steeds bewaakte arbeiders in Bangladesh en stelde vast dat er door de tijden heen toch ook niet genoeg verandert.

De huisband van Podium Witteman, Fuze, had daar in Veenhuizen een prachtig programma samengesteld. Wij zagen de ongepolijste Lidy Blijdorp virtuoos haar cello bespelen, het lollig en vaardig Nieuw Amsterdams klarinetkwartet, natuurlijk ook de boeiend vertellende Suzanna Jansen met een indringend verhaal over ‘Catootje en de eik’ precies op de plaats waar het verhaal in 1828 begon, de amusante Sterre Konijn met haar prachtig ensemble en nog zo wat. Al die muziek, het geamuseerd publiek, dat indringende verhaal van Catootje, de zon op de verschillende terrassen en tuinen waar we nu naar believen (met een kaartje) in en uit konden lopen; het werd me soms even teveel, zodat ik een traan uit mijn ogen moest pinken.

Kortom, het was een prachtige dag waarop we van plek naar plek heen en weer fietsten, tijd vonden om oud-bekenden van mijn vriendin te spreken en enkele voor haar dierbare plaatsen te bezoeken.

De volgende dag keerden we weer huiswaarts via een familielid van mij, anderhalf museum, een restaurantbezoek en een wandeling waarbij we – alsof het niet op kon – onverwacht getrakteerd werden op een concert vanuit een waterpartij. Dat had dan weer met het Oranjewoudfestival te maken.

Wegwijzers gezocht

Ja, ik ben socialist en ik stel lichamelijk en psychisch welzijn boven materiële welvaart. En ja, ik ben pacifist. Wereldvrede is volgens mij alleen te bereiken in een uit vrije wil gewenste socialistische samenleving; vandaar dat ik ook socialist ben. In onze manier van leven zorgt daarentegen onderdrukking, oorlog en uitbuiting voor economische groei en lage prijzen. Ik moet toegeven dat ik politiek gezien ‘een uitgestorven vogel’ ben. Niet helemaal uitgestorven, want verspreid over de wereld zijn er nog wat aan mij (of ik aan hen) verwante exemplaren, maar we zijn steeds zeldzamer.

Met mijn denkbeelden was ik indertijd natuurlijk lid van de politieke partij, die zich Pacifisch Socialistische Partij noemde. De vervulling van mijn militaire dienstplicht had mij daar gebracht. Vanuit een conservatief nestje werd ik in het leger enthousiast gemaakt voor wereldvrede. Het kan verkeeren, wist Brederoo (1585-1618) al.

Waarom zou je op een linkse partij stemmen, als die partij er net zo goed een potje van maakt?

Aan de PSP besteedde ik naast mijn studie veel tijd, net als aan muziek maken (met mijn schuiftrombone onder andere bij het Utrechts Jazzorkest) en aan vrijwilligerswerk bij Sensoor (toentertijd de S.O.S. Telefonische Hulpdienst Utrecht). Mijn PSP-werk deed ik omdat ik samen met zoveel mogelijk mensen een betere wereld mogelijk wilde maken. Ik wist toen niet dat het mij te doen was om, naast de vrijheden van godsdienst en meningsuiting, vrijheid van gebrek en vrees voor iedereen te realiseren. Zo was het toentertijd in de kringen waar ik verkeerde. Kom daar nu nog maar eens om: een politiek die mensen vrijwaart van angst en tekorten.

Met afschuw vernam ik op een van de laatste PSP-congressen dat het bestuur een onderzoeksbureau had ingehuurd om na te gaan met welke politieke standpunten de PSP meer kiezers aan zich kon binden. Machtspolitiek. Ik verliet de partij toen die, vanuit het rare idee meer politieke macht uit te kunnen oefenen, samen ging met de Communistische Partij Nederland, de Evangelische Volkspartij en de Politieke Partij Radicalen. Alsof invloed beter is dan het bereiken van wat ik nodig vind. Bovendien, geen van drieën hadden socialisme of wereldvrede als uiteindelijk doel. Hun ideeën lagen het dichtst bij de onze, en dat was het enige.

Mijn idee ‘een uitgestorven vogel’ te zijn, kreeg ik bij het lezen van onze laatste verkiezingsuitslagen. Linkse partijen zijn gemarginaliseerd. Beter nog: ze hebben zichzelf laten marginaliseren door hun linkse opvattingen te verloochenen. Dat deden ze om zichzelf niet ‘buitenspel’ te zetten. Premier Wim Kok, die eerder als FNV-voorman het Akkoord van Wassenaar getekend had om de zogenaamde nullijn vast te houden, was in Nederland het duidelijkst en de eerste, die de ideologische PvdA-veren af wilde schudden. En de kiezer koos voor de van oorsprong conservatieve, populistische en rechtse partijen. Waarom zou je ook op een linkse partij stemmen, als die partijen er net zo goed een potje van maken?

Volgens mij moet een politieke partij zoeken naar maatregels en eventuele systeemverandering, die nodig zijn om de wereld te verbeteren

Wat Groenlinks en de Partij voor de Arbeid met Democraten 66 en de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie nu aan wereldverbeterende politiek willen gaan bedrijven is mij een raadsel. We gaan het zien, maar ik heb daar geen enkel vertrouwen in, want ze onderschrijven alle vier in plaats van de vrijheid van gebrek en vrees de vrijheid onbeperkt rijkdom te mogen verzamelen; een hebzuchtige wereld voor degenen die vermogend zij, die materieel succes op succes stapelen; en ze kiezen daarbij voor afzien voor de rest.

The pointe is volgens mij dat deze vier – en bijna alle Nederlandse politici – er vooral zitten om politieke macht uit te oefenen, zonder ambitieuze wereldverbeterende plannen voor de aarde, haar bevolking en zelfs niet voor wie hier woont en werkt.

Weet er na bijna 11 jaar Mark Rutte al iemand wat voor plannen onze premier nastreeft, naast auto’s ruimhartig de lucht te laten vervuilen, BTW-verhoging voor het lage tarief en het afschaffen van dividendbelasting? Slechts een handje vol kamerleden zit daar om de mensen in dit land te dienen. Groenlinks en de PvdA richten zich op details, die scherpe kantjes van onze materialistische, kapitalisme, neoliberale manier van doen en laten hooguit verzachten. Ze tasten daarbij de verfoeilijke macht van aandeelhouders, grootbanken en grootbedrijven in het beste geval een heel klein beetje voor de vorm aan. Als ze maar deel uit kunnen maken van een kabinet. En precies deze manier van machtsdenken heeft in heel de Westerse wereld alle linkse, sociaal-democratische partijen hulpeloos en tandeloos gemaakt: machtsdenken dat gepaard gaat met het onderschrijven van neoliberale principes is hun ondergang geworden.

Volgens mij moet een politieke partij niet geïnteresseerd zijn in machtsdenken, maar in wat aan maatregels en eventuele systeemverandering nodig is om de wereld te verbeteren. Zij moeten volgens mij de structurele weg uit de problemen wijzen en daarvoor tegenover de mythes, die dagelijks in de mainstream en sociale media bevestigd en verteld worden, het hele verhaal vertellen.

Het wachten is op de volgende vrijdenker, met echt ambitieuze plannen om het al decennia voortdurende ontij te keren

Jeremy Corbyn in het Verenigd Koninkrijk en Bernie Sanders in de Verenigde Staten van Amerika deden wat mij betreft wat goede golfjes in die richting rimpelen, maar zij zijn inventief monddood gemaakt. Dat gebeurde nadat ze een flink draagvlak voor hun ideeën gecreëerd hadden, maar nog voordat ze in staat gesteld werden om aan te pakken. Voor mij is het wachten nu op een volgende linkse vrijdenker; eentje met ècht ambitieuze plannen à la Corbyn en Sanders.

Inspiratiebron: “Ken Loach verbannen uit Labour: of hoe de Europese sociaal-democraten hun toekomstige irrelevantie organiseren” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 16 augustus 2021.

Wie meer wil weten over hoe de Europese sociaal-democraten hun toekomstige irrelevantie teweeg brachten en nog steeds aan het organiseren zijn, verwijs ik graag naar de inspiratiebron voor dit stukje. Het verklaart precies waarom ik inmiddels – naar Annie M.G. Schmidt (1911 – 1995) in ‘Pluk van de Pettenflat’ – door mijn opvattingen een zo goed als uitgestorven vogel ben geworden.

Wauw; voor mij is dit met volle teugen genieten

Om mijn tanden te poetsen daalde ik onlangs af naar het hooggelegen meertje met prachtig turkooisgekleurd water. Blauwgroen; dan weer wat blauwer, dan weer wat groener. Ons tentje gaf uitzicht op ‘ons’ meertje. We hadden één nacht, drie wandeldagen en een rustdag nodig gehad om in deze idylle te kamperen.

De nacht voor het overbruggen van 1.142 autokilometers, de rest voor de laatste 10 wandelkilometers waarbij we 1.270 meter stegen. Dat was de feitelijke bergwandelvakantie: steeds verder van de bewoonde wereld omgeven zijn door niets dan natuur en zo min mogelijk mensen. Het was een mooie, zware tocht geweest, en het weer had ondanks bliksem, onweer, regen en lang aanhoudende rukwinden meegezeten. Wanneer we wilden lopen was het bewolkt geweest of scheen de zon zelfs.

Al na 200 meter had zij mij laten weten niet verwacht te hebben dat ik haar zou meenemen naar het paradijs. Een wonderlijk verbond met de eeuwigheid. Intens had ze – net als ik – genoten van de bloeiende bergflora, koeienkuddes en de ons omringende natuur met een arend, bergmarmotten, gemzen, een slang en nog andere vogeltjes.

Op de kaart stond het laatste deel van onze tocht aangegeven als ‘voor gevorderden’ omdat we zelf maar moesten kijken hoe we van gemarkeerde steen naar gemarkeerde steen of steenmannetje liepen; een pad ontbrak op deze steile helling. Op het laatst leidde de markeringen ons door een rivier en langs de hoge waterval die die rivier voedde.

We hadden alles moeten meenemen om te kunnen eten, koken en overnachten en we wisten dat winters weer ons kon overvallen, dus we hadden zelfs mutsen en wanten bij ons. In goede rugzakken torsten we zo een flink gewicht aan brood, chocola, courgettes, gastankjes, kaas, kleding, koekjes, paddestoelen, pannen, prei, soep en worteltjes met ons mee. Echter, al dat gewicht voelde vertrouwd.

Nog geen 3 maanden eerder hadden we elkaar voor het eerst op de heide tussen haar en mijn huis ontmoet en het was alsof onze lijven elkaar al jaren kenden. Ook veel wat we samen doen voelde alsof we dat al jaren samen deden. We hadden besloten ‘for a while’ samen te blijven en ik had haar gevraagd mij op deze tocht te vergezellen. Zij had positief geantwoord, maar moest daarvoor wel een rugzak en wandelschoenen aanschaffen, want zo’n tocht had ze ondanks haar gevorderde leeftijd nog nooit ondernomen. Net als ik, is ook zij al even met pensioen.

Nu bevonden we ons op de grasgrens in dit dal, de Val di Umbrina, en vandaag zouden we weer gaan afdalen naar een bergmeer op de boomgrens.

Tijdens het tandenpoetsen daar waar het water dit prachtige meertje verliet herinnerde ik me deze plek, want in 2019 had ik eerder al eens – in mijn eentje – bij dit Dolomiets meertje gekampeerd. Vlakbij moest een steen zijn waarna het water snel diep genoeg wordt om te zwemmen. Geleidelijk naar het diepe lopen in dit ijskoude water was mij de dagen hiervoor niet gelukt. Het was alsof messen mijn enkels doorkliefden; zo koud voelde dit water. Ik liep naar die steen en van die steen liep ik het water in en liet me kopje onder gaan en snel spoedde ik me uit dit ijs-ijskoude water. Daar stond ik door en door koud maar al snel opwarmend op die steen omgeven door niets dan natuur. Als er al mensen zouden komen, zou dat nog uren duren, want de bewoonde wereld was ver weg.

Ik keek om me heen. Tot de bergkam zag ik bruine stenen alsof ze er even neergegooid waren, sneeuwveldjes, het water van het meer en aan de kant van ons tentje gras met rotsen en hier en daar bloeiende planten als averuit, gentiaan, koolroosje en steenbreek, nee helaas geen edelweiss. Ik hoorde niets dan het geklots van water dat het meertje uitstroomde en zag de blauwe lucht met witte wolkjes. Me afdrogen wilde ik niet. Mijn huid tintelde.

En overweldigend wauwgevoel maakte zich van mij meester.

Een nieuwe religie

Hoe verwacht jij dat het nu verder gaat met corona in de samenleving, werd mij vandaag gevraagd. Rampzalig, antwoordde ik, maar ik kreeg geen ruimte om dit toe te lichten.

Nee, de vraag bleek de opmaat voor een emotioneel relaas van zeker een half uur. Dit is al de zoveelste in een paar maanden, ging even door mij heen, en steeds wordt eenzelfde patroon gevolgd. De kritische denkers over de aanpak van corona, die ik meemaak, zijn geëmotioneerd betrokken bij hun onderwerp. Enige distantie of wat humor omtrent wat ze denken te weten, zijn ver te zoeken. Hoe onsamenhangend of samenhangend hun betoog ook is (het betoog wordt voor mij naarmate het verhaal vordert steeds minder navolgbaar), zij moeten hun ideeën zonder interrupties of vragen uiteen kunnen zetten. De kern van al die gedreven monologen is, als ik het goed samenvat: ik heb het licht gezien. Op websites, waar mensen met kennis hun inzichten delen, heb ik gezien hoe het zit. Het corona-probleem wordt schromelijk overdreven. Mensen worden bang gemaakt en iedereen laat zich bang maken. Dit dient een onvermoed ander doel dan de volksgezondheid. De farmaceutische industrie is de lachende derde. We hadden gewoon kwetsbare mensen moeten beschermen en het covid-19-virus onder het niet-kwetsbare bevolkingsdeel moeten laten rondwaren, zodat we groepsimmuniteit tegen deze voor hen betrekkelijk milde griep gekweekt hadden. Dood gaan hoort bij het leven. Nu zijn de gevolgen erger dan de kwaal. Vervolgens wordt er met cijfers gestrooid.

Het lijkt mij een nieuwe religie, waar net zo min òver gesproken kan worden als over andere religies: er zijn teksten, die ons gegeven zijn om ons leven naar in te richten. De teksten kunnen door ingewijden uitgelegd worden, maar zij mogen niet ter discussie gesteld worden. Kortom, er is een voor sommigen toegankelijke waarheid, waarmee iedereen het zou moeten doen, maar zij zijn groot (gevaarlijk en machtig) en ik is klein, en dat is niet eerlijk.

Ik neem voor lief dat ik risico’s loop een verkeerd besluit te hebben genomen

Met betrokkene deel ik de kritiek op de berichtgeving in de media. Het nieuws dient niet ‘de waarheid’, maar commercie, kijkcijfers. Daardoor verontrusten nieuwsbrengers zelden en bevestigen zij een vrijwel altijd onrechtvaardige status quo.

Na dat relaas kwam het gesprek telkens terug op corona, waarvan betrokkene vol zat, zoals ik ooit – als puber – altijd over paarden wilde praten en het wel en wee van deze beesten in elk gesprek ter sprake wist te brengen. Ook dat deel van het coronapatroon herken ik inmiddels.

Ik probeer ieders mening te respecteren, maar verwacht tegen beter weten in ook eenzelfde interesse in en respect voor mijn mening, die ik weer op andere verhalen baseer en waarover ik twijfel. Daarom lijkt bij het coronapatroon te horen dat ik uiteindelijk toch tot de afvalligen behoor, ook al wordt daar vaak bij gezegd dat er wel een beetje sympathie voor mijn afvalligheid opgebracht kan worden. Vandaag werd ik zelfs meermaals bedankt voor mijn wil om het relaas over de coronawaarheid aan te horen.

En wat mijn ideeën omtrent corona zijn? De beste uitkomst is altijd dat ik mijzelf dupeer, in plaats van dat anderen mij schade berokkenen. Ik neem dus onafhankelijk van wat wie ook zegt binnen mijn mogelijkheden de volledige verantwoordelijkheid voor mijn eigen gezondheid en neem voor lief dat ik risico’s loop een verkeerd besluit te hebben genomen. Ik desinfecteer waar ik desinfecteren kan, draag vanwege aerosolen gemotiveerd zonder enige tegenzin een mondkapje, houd (vaak) afstand, vermijd (zoveel mogelijk) lichamelijk contact en ik mijd drukte. Onlangs ontving ik de tweede 0,3 ml van het BioNTech/Pfizer-vaccin en verwonderde mij erover dat lichaamsgewicht de dosering niet beïnvloedde. Ik hoop daarmee te maken te krijgen – als ik ondanks mijn voorzichtigheid toch covid-19 oploop – met mildere symptomen dan zonder dat vaccin. Verder blijf ik graag maatregels treffen om niet besmet te raken, totdat we meer over covid-19 en de werking van Pfizer te weten zijn gekomen.

Dat ik de gevolgen van ons coronabeleid als rampzalig inschat, komt eruit voort dat we volgens mij van meet af aan het virus hadden moeten isoleren, zoals dat in veel Aziatische landen is gedaan. Doordat we dat hebben nagelaten zullen we steeds weer met besmettingsgolven en oversterfte te maken krijgen. De 1607 besmettingen van vandaag zijn er wat mij betreft precies 1607 teveel; elke ernstig zieke coronapatiënt en elke coronadode waar ook ter wereld is er mij een teveel, en de kwalijke gevolgen van anti-coronavaccins zouden oprecht geminimaliseerd moeten worden. Kom daar in deze door geld en private belangen geregeerde wereld maar eens om.

Communicatie via sms

donderdag 22 april 10:05

Hallo Gerardus. Je kunt vanaf

gisteren, online via DigiD, een

COVID-19 Vaccinatie afspraak

maken . Zie site ggdru.nl of

ggdghor.nl . Succes, Hoop

dat alles ok is met jou, Smiley met zonnebril

hartelijke groeten, Sam #

Nadat ik dit bericht via de zg. ‘short message service’ gelezen had, ging ik zoals gepland aan de wandel, want ik las het met mijn jas aan vlak voordat ik zou vertrekken. Ik ken geen Sam; ja, tijdens mijn studie woonde een Sam in een woongroep, waar ik ook deel van uitmaakte; daar heb ik al 35 jaar geen contact meer mee.

Ik keek er wel voor uit om een van de linken te openen. Maar bedankte de mysterieuze Sam #, die kennelijk beter dan ik ervan op de hoogte was dat ik een anti-corona-vaccinatie-afspraak kon maken.

Degene die me later die dag namens de GGD te woord stond, en twee vaccinatie-afspraken met me maakte, vroeg of ik een uitnodiging ontvangen had. Ik vertelde over bovenstaand sms-je. Zij waarschuwde me niets met dat bericht te doen, omdat er ook criminelen uitnodigingen zouden versturen. Ik besloot de mysterieuze Sam # een bericht terug te sturen:

En wie bent u? Sam #

Omdat ik aan het eind van de volgende dag geen reactie van Sam # ontvangen had, stuurde ik haar/hem/het nog een bericht:

Wat een akelig mens moet u

zijn om net te doen of u het

beste met mij voor heeft terwijl

u mij in werkelijkheid wilt

ruïneren.

Ook hier ontving ik geen reactie op, maar daarmee leek voor mij de kous af. Dat was niet zo. Gisteren bezocht ik een goede vriend van mij en we praatten onder andere over een boek “De tirannie van verdienste; over de toekomst van de democratie” van Michael Sandel. Op een gegeven moment vroeg hij of ik nog iets van Sam gehoord had. Nee, antwoordde ik, sinds de Tulek Market weg is, kom ik hem niet meer tegen. Deze Sam is een attente vriend van mijn vriend, die ongeveer alles weet te onthouden wat ik hem ooit verteld heb.

Ineens drong tot mij door, wat u nu ook begrijpt. Bel hem direct, adviseerde mijn vriend, want hij zit er vreselijk mee in zijn maag. Ik belde en sprak mijn boodschap in op zijn antwoordapparaat. Op mijn telefoon veranderde ik de naam ‘Wolf in GGD-kleding’ in ‘Sam 06’.

Eenmaal thuis gekomen probeerde ik het nog eens. Nadat Sam, in plaats van een bedankje, mijn bericht En wie bent u? Sam # ontving, vermoedde hij dat mijn telefoon of mijn telefoonnummer in andere handen gekomen was. Wij kennen elkaar immers al meer dan 15 jaar en ik zou zeker weten dat hij zijn berichten vaker afsluit met ‘Sam #’. Nou, dat laatste was dus niet zo. Als ik maar het kleinste vermoeden had gehad dat deze Sam het bericht misschien gestuurd had, had ik hem zeker op zijn vaste nummer gebeld. Dat heb ik. Na mijn tweede bericht waren de rapen gaar. Dat hij met zulke attente, goede bedoelingen via sms van mij de wind van voren kreeg, ontketende een intensief overleg van hem met onze gezamenlijke goede vriend. Gelukkig kwam daar gisteren een einde aan, toen Sam en ik elkaar aan de telefoon hadden. Na dit gesprek hebben we, elk in ons eigen huis, op elkaars gezondheid-in-coronatijden een toast uitgebracht.

De naam ‘Sam’ is gefingeerd.

Tülek Market

Er stonden vanmiddag geen stellingen met kratten vol fruit voor Tülek Market, de supermarkt naast de Supermarkt aan de Merelstraat in Utrecht. En het zat me nog wel zo mee. Net voordat de eerste anti-coronabesmettingmaatregels een jaar geleden afgekondigd werden, had ik een handdoek weggebracht om die te verstellen. Degene die dat gedaan had was vanmiddag geopend en gaf mij de keurig verstelde handdoek terug, mijn haren waren uitstekend geknipt, ik had speciale veters bij mijn schoenmaker kunnen kopen, en nu… De naam van de winkel op de etalageruiten bleek ineens weggepoetst, en in de winkel was alle winkelmeubilair verdwenen. En ik fietste er nog wel speciaal langs om er mijn weekboodschappen te doen.

Dat is al jaren een gewoonte van mij. Ik koop alles liever bij een ondernemer dan bij een filiaal van de een of andere winkelketen. Het geld, dat ik bij de eerste voor mijn boodschappen achterlaat, komt bij de ondernemer terecht. Bij de tweede belandt het geheid in Ierland, opdat de aandeelhouders smakelijk lachend een toast uit kunnen brengen op het onder de knoet houden van hun voetvolk en subsidies opstrijken omdat ze zoveel mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en mensen met een minimumloon in dienst hebben.

Toen ik sinds 2009 haast dagelijks naar Utrecht en terug fietste, kwam ik op de terugweg langs deze Tülek Market. Van lieverlee werd ik een vaste klant. Ik kocht er steeds meer en, hoewel de winkel in geen verhouding stond met de buurman-Supermarkt, verkocht hij zelfs voor bijzondere etentjes in mijn huis alle of haast alle ingrediënten. Bovendien waren zij als familiebedrijf 7 dagen per week open van 10 tot 20 uur, bijna even lang als de buurman-Supermarkt.

Het personeel van de winkel bestond uit een echtpaar en hun zoon, die woont waar mijn cellodocent mij lesgeeft. Een jaartje geleden is een van hen nog in een distributiecentrum van een trap gevallen, waardoor zijn gezicht en rechterarm van de kneuzingen en wonden moesten genezen. Ze maakten altijd een montere indruk. De vrouw, die altijd vanachter de kassa de winkel bestierde. De man die overal in de winkel bezig was. Hij deed mij soms denken aan mijn oom Henk, een broer van mijn vader. En de zoon die, als hij niet buiten een sigaret rookte, bezig was met zijn ene hand de producten in de winkel aan te vullen en met zijn andere hand zijn telefoon op uitleeshoogte hield.

Ik begon er een gewoonte van te maken bij mijn weekboodschappen een fooi te geven. Dat werd schroomvallig geaccepteerd. Af en toe kreeg ik gratis een doosje druiven, een mango of een Turkse lekkernij mee. Later, toen ze overgegaan waren op een andere kassa, zeiden ze dat ik geen fooi meer kon geven. Maar zij konden mijn rekening wel naar beneden afronden, wat ze regelmatig deden. Mijn tegenzet was om een doosje van het een of ander op het lopende bandje te zetten, om dat dan na het afrekenen terug te zetten. Daarop begonnen zij doosjes tussen mijn boodschappen, die ik anders nooit kocht, gratis aan mij mee te geven.

Abrupt kwam voor mij aan deze periode vanmiddag een eind. Ik vond bij de winkel niets vertrouwds meer. De buurman-Supermarkt heeft de winkel gekocht, wist de andere buurman mij te vertellen. Het is plotseling heel snel gegaan, liet het echtpaar mij via WhatsApp weten, en we zijn erg moe.

Het valt niet mee

Er staat een huishoudtrap over de toiletpot in mijn wc bij de voordeur. Mijn trouwe trap van 4 treden aan de ene kant en twee staanders aan de andere vult dit kleinste kamertje in mijn huis al dagen. Alleen voor slangmensen zal het nog een pretje zijn daar hun behoefte te doen. Ik verplaatste mijn trap eerder deze week daar naartoe en dat leek mij toen logisch. Dit ging eraan vooraf.

Maandag ijzelde het, dus de vroege ochtendafspraak met mijn dauwtrappende vriend had ik opgeschort. In die ochtend zou, na een periode van iglo’s en sneeuwpoppen bouwen, schaatsplezier en –ongevallen, de dooi inzetten. Telefonisch sprak ik tegen enen met hem af. Even later ging ik, voor ik de deur achter mij dicht sloeg, naar dat toilet. Eenmaal gedaan wat ons allen nederig houdt, zou Godfried Bomans gezegd hebben, trok ik door. Op dat moment voltrok zich een wonder. Het begon binnen te sneeuwen, terwijl buiten de zon doorkwam. Ik voelde de ijskristallen op mijn gezicht en ik zag ze dwarrelend door de lucht. Prachtig. Daarenboven spoot er water met een enorme kracht langs de waterleidingbuizen mijn toilet in. Ik wist zo snel niets anders te bedenken dan de hoofdkraan dicht te draaien en mijn afspraak met mijn vriend na te komen. Mijn aan- of afwezigheid zou op de ernst van het probleem in mijn huis niet van invloed zijn, schatte ik in, en hij zou met zijn lunch wachten totdat ik gearriveerd was.

In de auto bedacht ik hoe fijn het was, dat het wondertje zich voltrokken had nadat ik mijn behoefte gedaan had. Voorlopig had ik dat toilet nu niet meer nodig.

Na een gezellig samenzijn, want dat is het altijd met hem, bedacht ik de waterleidingbuizen te omwikkelen met plastic met daaromheen uit een oud laken geknipte repen stof. Met de trap, een plastic tasje en de repen blauw laken, dat leek mij het mooist, zocht ik naar de lekkage(s). Echter, er was maar één lek en dat bleek tussen de kraan van het reservoir en het reservoir te zitten. Het water, dat langs de leiding stroomde, kwam alleen daar vandaan. Nadat ik die kraan dicht gedraaid had, had ik verder overal in mijn huis weer water. De volgende ochtend verwachtte ik bezoek, dus ik liet de trap maar in het toilet staan, dan zou er niet per ongeluk iemand gebruik van maken; en ik heb een tweede toilet in mijn badkamer.

Heel de dag kwam ik er niet aan toe om het lek in mijn toilet te repareren, en nu zit ik weer dit stukje te schrijven, terwijl die trap geduldig over de pot in de wc bij mijn voordeur blijft staan.

Kortom, zonder kabouters valt het echt niet mee om mij te zijn, maar – tot uw geruststelling – zelf ondervind ik daar geen last van.

Geen Valentijn

Er zijn verschrikkelijke misstanden in de wereld”, had de fiere, moderne dame gezegd, om eraan toe te voegen, dat je alleen je eigen Licht kunt aansteken en laten stralen naar alles en iedereen. Daardoor zou men uiteindelijk de wereld een beetje beter achter laten dan men die ooit had aangetroffen. Om te besluiten met: “Daarmee brengen we hopelijk ook het collectief bewustzijn op een wat hogere frequentie.

Dat allemaal gezegd hebbende zweeg mijn vriend. Ik kreeg een geweldige behoefte aan een glas cognac, dat de telefoon zou gaan of dat ik gewoon door de grond zou zakken, maar om cognac dorst ik niet te vragen, de telefoon bleef zwijgen en er bleek alweer geen sinkhole onder zijn huis. Nou ja, dan moest het maar…

Het lijkt mij altijd wel handig je eigen licht aan te steken”, probeerde ik.

Licht, Gerardus, met een kapitaal”, sprak hij dromerig.

Het lijkt mij altijd wel handig je eigen Licht aan te steken”, probeerde ik nog eens.

En dan?

Dan”, ‘ja duuuhhhh, weet ik veel’, ging snel door mij heen, “geef je ultieme betekenis aan je leven”, gokte ik.

Kan ik ook ultieme betekenis aan mijn leven geven, door mijn Licht niet aan te steken?” vroeg mijn vriend.

Daarom is deze vriend mijn vriend. Ik deins met alle golven mee. Ik geniet van de wind en de dynamiek. Ik heb lol. Hij denkt na, zonder dat het hem moeite kost. Meestal, net als nu, heeft hij slechts één vraag nodig om mij met beide voeten, nee, tot aan mijn middel terug te brengen op aarde.

Dat denk ik niet”, riposteerde ik, “we kunnen niet om onszelf heen, hè? Ook al kruip je met je hoofd onder de dekens, dan nog is dàt jouw licht, Licht, sorry.

Mijn vriend had deze fiere, moderne dame ontmoet via een datingsite. Hij vond haar profielschets leuk, nodigde haar uit voor een eerste date, en vond haar steeds boeiender worden.

Welk Licht steekt zij aan?”, vroeg ik hem op goed geluk.

Mijn vriend dacht na en er verscheen een glimlach rondom zijn gezicht. De glimlach werd breder en breder en hij moest vreselijk lachen. Dit ken ik van hem. Nu zou er een vilein inzicht volgen. Eenmaal uitgelachen keek mijn vriend mij met zijn twinkelogen ernstig aan, en zei: “Man, daarom ben ik zo blij met jou als vriend. Jij weet vragen te stellen waardoor ik alle plezier in mijn leven terugkrijg.

Hij vervolgde: “Zij zal voor haar leerlingen een helder Licht zijn, maar het was een regenachtige periode toen ik haar uitnodigde. De horeca was vanwege coronabeperkingen gesloten. Daar had ze het over als reden om nog even niet voor een eerste keer met elkaar af te spreken. ‘Maar er is geen haast bij, toch?’ schreef zij op de website. Ik vond dat OK, want zoveel haast had ik ook niet. Drie weken later nodigde ik haar nog eens uit. Maar toen had ze een afspraak gemaakt met een andere vent. Hoe dat verliep, moest ik maar even afwachten. Dat heb ik gedaan.

Mooie boel”, was het enige dat ik bedacht om tegen mijn vriend te zeggen. Origineler ben ik nu eenmaal niet.

Hij vervolgde: “Die vent was voor haar niet interessant geweest, dus zij liet mij weten alsnog op mijn uitnodiging in te willen gaan.

Dus het was niet de smoes geweest, die mensen op datingsites altijd horen: ‘je hebt een leuk profiel, maar ik ben in contact met iemand anders en ik wil geen dingen door elkaar heen laten lopen?’

Nee, en we ontmoetten elkaar en alles was eigenlijk heel leuk aan haar. Ze las me even de les over hoe ik mijzelf in de weg zou zitten, maar wat verwacht je van een spiritueel docent? Ik weet van die dingen niet zoveel. We namen na een flinke wandeling afscheid, nadat we over en weer gezegd hadden tevredengesteld te zijn. Het was in alle opzichten een persoonlijke, open, prettige communicatie geweest. Wat ze echt van mij dacht, wist ik natuurlijk niet, maar ik vond haar fier en modern. Ik wilde het wel een kans geven.

Zij liet me een dag later weten daar hetzelfde in te staan, maar weer kwam dat zinnetje: ‘Er is geen haast bij, nu gevolgd door een :-)’. En weer tuinde ik daar met beide ogen in. Want na een week weinig serieuze uitwisseling liet ze weten dat er voor ons niet meer dan vriendschap in zat en toen ik daarmee instemde, omdat me dat ook leuk leek, liet ze weten dat ze helemaal geen contact meer met me wilde.

Daarna zweeg hij, nog steeds met die pretoogjes van hem en die glimlach rond zijn mond.

Toch lijkt het mij dat je er geen last van hebt”, zei ik.

Jij vroeg toch welk Licht zij aanstak? Dit!

Wat bedoel je?

Het Licht dat zij aansteekt, is als het er voor haar zelf op aankomt steeds net zo lang de tijd nemen totdat alles uitgedoofd is, dan houdt ze daarna alles bij het oude, bekend en vertrouwd, hoe het altijd was.

Over een strijkstok en toeval

Voor mijn huis staat een indrukwekkend beeld van Ganesha, die vanuit mijn tuin bij mij naar binnen kijkt. In het pantheon van het hindoeïsme is hij de bijzondere en bovennatuurlijke gestalte met het olifantenhoofd. Hij zou de beschermheilige van reizigers zijn, de god van kennis en wijsheid en hij zou hindernissen wegnemen. Afgezien van sympathie voor de vele feestdagen heb ik niets met het hindoeïsme.

Op mijn boekenkast kijkt een zittend beeldje van Sergamon Borgani vriendelijk mijn woonkamer in. Ìn diezelfde boekenkast staan twee stenen boekensteunen met afbeeldingen van vrolijke, dikke Borgani’s. En onder mijn televisie staat een beeld van het hoofd van Borgani op ware grootte. Deze Borgani zou volgens overleveringen rond 500 voor Chr. ‘complete en volledige verlichting’ bereikt hebben. Hij wordt daarom in het Sanskriet herinnerd als Gotama Boeddha. Het lijkt mij een religie met mooie kanten, dat boeddhisme, maar het roept ook teveel weerstand bij mij op om me erdoor te laten grijpen.

En dan hangt er ook nog een ‘mati’ in mijn woonkamer, op zo’n manier dat hij heel de kamer overziet. Dat ‘blauwe oog’ zou bescherming bieden tegen het boze oog. Dat laatste is een vloek, die hoofdpijn of algemene “pech” zou veroorzaken bij wie die vloek heeft ontvangen. Ook dat lijkt mij maar een raar verhaal.

Nee, ik doe met enige regelmaat aan ‘sazen op basis van soto-zen’, wat niets anders inhoudt dan 3x 25 minuten stil zitten en wat mij dan een vakantie in mijn hoofd oplevert. Tegenover dat hoofd van Borgani saas ik, met waxinelichtjes aan weerszijden van dat hoofd en een brandend stokje wierook, en bij aanvang en afsluiten van elke sessie buig ik dankbaar voor die Boeddha. Dat dan allemaal weer wel. Verder aan mijn lijf en in mijn leven geen polonaise.

Elders op deze blogpagina motiveer ik waarom ik mijn religieuze zienswijze schaar onder het ‘agnostisch theïsme’: er gebeurt in het dagelijks leven veel waar geen verklaring voor lijkt te zijn, maar ik zal mij nooit achter een godsdienst, ideologie, inspirator of overtuiging van een ander verschuilen. Ik neem persoonlijke verantwoordelijkheid voor alles wat ik doe en nalaat*.

Maar toch, hè… Vanmorgen bleek het mechaniek van mijn strijkstok defect. Ik kon dus niet op mijn cello spelen. Ik berichtte degene, met wie ik later vandaag muziek zou maken, dat ik dat pas weer kan doen wanneer mijn strijkstok gemaakt is. Hij kwam toch op het afgesproken tijdstip met nota bene twee strijkstokken, die ik kon lenen. Was dit de kracht van een van de Boeddha’s? Van Ganesha? Van mati? Of was dit toeval (ik heb dan wel bijzonder vaak dergelijk geluk)?

* Zie ‘Over mij’ voor meer daarover.