Een nieuwe religie

Hoe verwacht jij dat het nu verder gaat met corona in de samenleving, werd mij vandaag gevraagd. Rampzalig, antwoordde ik, maar ik kreeg geen ruimte om dit toe te lichten.

Nee, de vraag bleek de opmaat voor een emotioneel relaas van zeker een half uur. Dit is al de zoveelste in een paar maanden, ging even door mij heen, en steeds wordt eenzelfde patroon gevolgd. De kritische denkers over de aanpak van corona, die ik meemaak, zijn geëmotioneerd betrokken bij hun onderwerp. Enige distantie of wat humor omtrent wat ze denken te weten, zijn ver te zoeken. Hoe onsamenhangend of samenhangend hun betoog ook is (het betoog wordt voor mij naarmate het verhaal vordert steeds minder navolgbaar), zij moeten hun ideeën zonder interrupties of vragen uiteen kunnen zetten. De kern van al die gedreven monologen is, als ik het goed samenvat: ik heb het licht gezien. Op websites, waar mensen met kennis hun inzichten delen, heb ik gezien hoe het zit. Het corona-probleem wordt schromelijk overdreven. Mensen worden bang gemaakt en iedereen laat zich bang maken. Dit dient een onvermoed ander doel dan de volksgezondheid. De farmaceutische industrie is de lachende derde. We hadden gewoon kwetsbare mensen moeten beschermen en het covid-19-virus onder het niet-kwetsbare bevolkingsdeel moeten laten rondwaren, zodat we groepsimmuniteit tegen deze voor hen betrekkelijk milde griep gekweekt hadden. Dood gaan hoort bij het leven. Nu zijn de gevolgen erger dan de kwaal. Vervolgens wordt er met cijfers gestrooid.

Het lijkt mij een nieuwe religie, waar net zo min òver gesproken kan worden als over andere religies: er zijn teksten, die ons gegeven zijn om ons leven naar in te richten. De teksten kunnen door ingewijden uitgelegd worden, maar zij mogen niet ter discussie gesteld worden. Kortom, er is een voor sommigen toegankelijke waarheid, waarmee iedereen het zou moeten doen, maar zij zijn groot (gevaarlijk en machtig) en ik is klein, en dat is niet eerlijk.

Ik neem voor lief dat ik risico’s loop een verkeerd besluit te hebben genomen

Met betrokkene deel ik de kritiek op de berichtgeving in de media. Het nieuws dient niet ‘de waarheid’, maar commercie, kijkcijfers. Daardoor verontrusten nieuwsbrengers zelden en bevestigen zij een vrijwel altijd onrechtvaardige status quo.

Na dat relaas kwam het gesprek telkens terug op corona, waarvan betrokkene vol zat, zoals ik ooit – als puber – altijd over paarden wilde praten en het wel en wee van deze beesten in elk gesprek ter sprake wist te brengen. Ook dat deel van het coronapatroon herken ik inmiddels.

Ik probeer ieders mening te respecteren, maar verwacht tegen beter weten in ook eenzelfde interesse in en respect voor mijn mening, die ik weer op andere verhalen baseer en waarover ik twijfel. Daarom lijkt bij het coronapatroon te horen dat ik uiteindelijk toch tot de afvalligen behoor, ook al wordt daar vaak bij gezegd dat er wel een beetje sympathie voor mijn afvalligheid opgebracht kan worden. Vandaag werd ik zelfs meermaals bedankt voor mijn wil om het relaas over de coronawaarheid aan te horen.

En wat mijn ideeën omtrent corona zijn? De beste uitkomst is altijd dat ik mijzelf dupeer, in plaats van dat anderen mij schade berokkenen. Ik neem dus onafhankelijk van wat wie ook zegt binnen mijn mogelijkheden de volledige verantwoordelijkheid voor mijn eigen gezondheid en neem voor lief dat ik risico’s loop een verkeerd besluit te hebben genomen. Ik desinfecteer waar ik desinfecteren kan, draag vanwege aerosolen gemotiveerd zonder enige tegenzin een mondkapje, houd (vaak) afstand, vermijd (zoveel mogelijk) lichamelijk contact en ik mijd drukte. Onlangs ontving ik de tweede 0,3 ml van het BioNTech/Pfizer-vaccin en verwonderde mij erover dat lichaamsgewicht de dosering niet beïnvloedde. Ik hoop daarmee te maken te krijgen – als ik ondanks mijn voorzichtigheid toch covid-19 oploop – met mildere symptomen dan zonder dat vaccin. Verder blijf ik graag maatregels treffen om niet besmet te raken, totdat we meer over covid-19 en de werking van Pfizer te weten zijn gekomen.

Dat ik de gevolgen van ons coronabeleid als rampzalig inschat, komt eruit voort dat we volgens mij van meet af aan het virus hadden moeten isoleren, zoals dat in veel Aziatische landen is gedaan. Doordat we dat hebben nagelaten zullen we steeds weer met besmettingsgolven en oversterfte te maken krijgen. De 1607 besmettingen van vandaag zijn er wat mij betreft precies 1607 teveel; elke ernstig zieke coronapatiënt en elke coronadode waar ook ter wereld is er mij een teveel, en de kwalijke gevolgen van anti-coronavaccins zouden oprecht geminimaliseerd moeten worden. Kom daar in deze door geld en private belangen geregeerde wereld maar eens om.

Communicatie via sms

donderdag 22 april 10:05

Hallo Gerardus. Je kunt vanaf

gisteren, online via DigiD, een

COVID-19 Vaccinatie afspraak

maken . Zie site ggdru.nl of

ggdghor.nl . Succes, Hoop

dat alles ok is met jou, Smiley met zonnebril

hartelijke groeten, Sam #

Nadat ik dit bericht via de zg. ‘short message service’ gelezen had, ging ik zoals gepland aan de wandel, want ik las het met mijn jas aan vlak voordat ik zou vertrekken. Ik ken geen Sam; ja, tijdens mijn studie woonde een Sam in een woongroep, waar ik ook deel van uitmaakte; daar heb ik al 35 jaar geen contact meer mee.

Ik keek er wel voor uit om een van de linken te openen. Maar bedankte de mysterieuze Sam #, die kennelijk beter dan ik ervan op de hoogte was dat ik een anti-corona-vaccinatie-afspraak kon maken.

Degene die me later die dag namens de GGD te woord stond, en twee vaccinatie-afspraken met me maakte, vroeg of ik een uitnodiging ontvangen had. Ik vertelde over bovenstaand sms-je. Zij waarschuwde me niets met dat bericht te doen, omdat er ook criminelen uitnodigingen zouden versturen. Ik besloot de mysterieuze Sam # een bericht terug te sturen:

En wie bent u? Sam #

Omdat ik aan het eind van de volgende dag geen reactie van Sam # ontvangen had, stuurde ik haar/hem/het nog een bericht:

Wat een akelig mens moet u

zijn om net te doen of u het

beste met mij voor heeft terwijl

u mij in werkelijkheid wilt

ruïneren.

Ook hier ontving ik geen reactie op, maar daarmee leek voor mij de kous af. Dat was niet zo. Gisteren bezocht ik een goede vriend van mij en we praatten onder andere over een boek “De tirannie van verdienste; over de toekomst van de democratie” van Michael Sandel. Op een gegeven moment vroeg hij of ik nog iets van Sam gehoord had. Nee, antwoordde ik, sinds de Tulek Market weg is, kom ik hem niet meer tegen. Deze Sam is een attente vriend van mijn vriend, die ongeveer alles weet te onthouden wat ik hem ooit verteld heb.

Ineens drong tot mij door, wat u nu ook begrijpt. Bel hem direct, adviseerde mijn vriend, want hij zit er vreselijk mee in zijn maag. Ik belde en sprak mijn boodschap in op zijn antwoordapparaat. Op mijn telefoon veranderde ik de naam ‘Wolf in GGD-kleding’ in ‘Sam 06’.

Eenmaal thuis gekomen probeerde ik het nog eens. Nadat Sam, in plaats van een bedankje, mijn bericht En wie bent u? Sam # ontving, vermoedde hij dat mijn telefoon of mijn telefoonnummer in andere handen gekomen was. Wij kennen elkaar immers al meer dan 15 jaar en ik zou zeker weten dat hij zijn berichten vaker afsluit met ‘Sam #’. Nou, dat laatste was dus niet zo. Als ik maar het kleinste vermoeden had gehad dat deze Sam het bericht misschien gestuurd had, had ik hem zeker op zijn vaste nummer gebeld. Dat heb ik. Na mijn tweede bericht waren de rapen gaar. Dat hij met zulke attente, goede bedoelingen via sms van mij de wind van voren kreeg, ontketende een intensief overleg van hem met onze gezamenlijke goede vriend. Gelukkig kwam daar gisteren een einde aan, toen Sam en ik elkaar aan de telefoon hadden. Na dit gesprek hebben we, elk in ons eigen huis, op elkaars gezondheid-in-coronatijden een toast uitgebracht.

De naam ‘Sam’ is gefingeerd.

Tülek Market

Er stonden vanmiddag geen stellingen met kratten vol fruit voor Tülek Market, de supermarkt naast de Supermarkt aan de Merelstraat in Utrecht. En het zat me nog wel zo mee. Net voordat de eerste anti-coronabesmettingmaatregels een jaar geleden afgekondigd werden, had ik een handdoek weggebracht om die te verstellen. Degene die dat gedaan had was vanmiddag geopend en gaf mij de keurig verstelde handdoek terug, mijn haren waren uitstekend geknipt, ik had speciale veters bij mijn schoenmaker kunnen kopen, en nu… De naam van de winkel op de etalageruiten bleek ineens weggepoetst, en in de winkel was alle winkelmeubilair verdwenen. En ik fietste er nog wel speciaal langs om er mijn weekboodschappen te doen.

Dat is al jaren een gewoonte van mij. Ik koop alles liever bij een ondernemer dan bij een filiaal van de een of andere winkelketen. Het geld, dat ik bij de eerste voor mijn boodschappen achterlaat, komt bij de ondernemer terecht. Bij de tweede belandt het geheid in Ierland, opdat de aandeelhouders smakelijk lachend een toast uit kunnen brengen op het onder de knoet houden van hun voetvolk en subsidies opstrijken omdat ze zoveel mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en mensen met een minimumloon in dienst hebben.

Toen ik sinds 2009 haast dagelijks naar Utrecht en terug fietste, kwam ik op de terugweg langs deze Tülek Market. Van lieverlee werd ik een vaste klant. Ik kocht er steeds meer en, hoewel de winkel in geen verhouding stond met de buurman-Supermarkt, verkocht hij zelfs voor bijzondere etentjes in mijn huis alle of haast alle ingrediënten. Bovendien waren zij als familiebedrijf 7 dagen per week open van 10 tot 20 uur, bijna even lang als de buurman-Supermarkt.

Het personeel van de winkel bestond uit een echtpaar en hun zoon, die woont waar mijn cellodocent mij lesgeeft. Een jaartje geleden is een van hen nog in een distributiecentrum van een trap gevallen, waardoor zijn gezicht en rechterarm van de kneuzingen en wonden moesten genezen. Ze maakten altijd een montere indruk. De vrouw, die altijd vanachter de kassa de winkel bestierde. De man die overal in de winkel bezig was. Hij deed mij soms denken aan mijn oom Henk, een broer van mijn vader. En de zoon die, als hij niet buiten een sigaret rookte, bezig was met zijn ene hand de producten in de winkel aan te vullen en met zijn andere hand zijn telefoon op uitleeshoogte hield.

Ik begon er een gewoonte van te maken bij mijn weekboodschappen een fooi te geven. Dat werd schroomvallig geaccepteerd. Af en toe kreeg ik gratis een doosje druiven, een mango of een Turkse lekkernij mee. Later, toen ze overgegaan waren op een andere kassa, zeiden ze dat ik geen fooi meer kon geven. Maar zij konden mijn rekening wel naar beneden afronden, wat ze regelmatig deden. Mijn tegenzet was om een doosje van het een of ander op het lopende bandje te zetten, om dat dan na het afrekenen terug te zetten. Daarop begonnen zij doosjes tussen mijn boodschappen, die ik anders nooit kocht, gratis aan mij mee te geven.

Abrupt kwam voor mij aan deze periode vanmiddag een eind. Ik vond bij de winkel niets vertrouwds meer. De buurman-Supermarkt heeft de winkel gekocht, wist de andere buurman mij te vertellen. Het is plotseling heel snel gegaan, liet het echtpaar mij via WhatsApp weten, en we zijn erg moe.

Het valt niet mee

Er staat een huishoudtrap over de toiletpot in mijn wc bij de voordeur. Mijn trouwe trap van 4 treden aan de ene kant en twee staanders aan de andere vult dit kleinste kamertje in mijn huis al dagen. Alleen voor slangmensen zal het nog een pretje zijn daar hun behoefte te doen. Ik verplaatste mijn trap eerder deze week daar naartoe en dat leek mij toen logisch. Dit ging eraan vooraf.

Maandag ijzelde het, dus de vroege ochtendafspraak met mijn dauwtrappende vriend had ik opgeschort. In die ochtend zou, na een periode van iglo’s en sneeuwpoppen bouwen, schaatsplezier en –ongevallen, de dooi inzetten. Telefonisch sprak ik tegen enen met hem af. Even later ging ik, voor ik de deur achter mij dicht sloeg, naar dat toilet. Eenmaal gedaan wat ons allen nederig houdt, zou Godfried Bomans gezegd hebben, trok ik door. Op dat moment voltrok zich een wonder. Het begon binnen te sneeuwen, terwijl buiten de zon doorkwam. Ik voelde de ijskristallen op mijn gezicht en ik zag ze dwarrelend door de lucht. Prachtig. Daarenboven spoot er water met een enorme kracht langs de waterleidingbuizen mijn toilet in. Ik wist zo snel niets anders te bedenken dan de hoofdkraan dicht te draaien en mijn afspraak met mijn vriend na te komen. Mijn aan- of afwezigheid zou op de ernst van het probleem in mijn huis niet van invloed zijn, schatte ik in, en hij zou met zijn lunch wachten totdat ik gearriveerd was.

In de auto bedacht ik hoe fijn het was, dat het wondertje zich voltrokken had nadat ik mijn behoefte gedaan had. Voorlopig had ik dat toilet nu niet meer nodig.

Na een gezellig samenzijn, want dat is het altijd met hem, bedacht ik de waterleidingbuizen te omwikkelen met plastic met daaromheen uit een oud laken geknipte repen stof. Met de trap, een plastic tasje en de repen blauw laken, dat leek mij het mooist, zocht ik naar de lekkage(s). Echter, er was maar één lek en dat bleek tussen de kraan van het reservoir en het reservoir te zitten. Het water, dat langs de leiding stroomde, kwam alleen daar vandaan. Nadat ik die kraan dicht gedraaid had, had ik verder overal in mijn huis weer water. De volgende ochtend verwachtte ik bezoek, dus ik liet de trap maar in het toilet staan, dan zou er niet per ongeluk iemand gebruik van maken; en ik heb een tweede toilet in mijn badkamer.

Heel de dag kwam ik er niet aan toe om het lek in mijn toilet te repareren, en nu zit ik weer dit stukje te schrijven, terwijl die trap geduldig over de pot in de wc bij mijn voordeur blijft staan.

Kortom, zonder kabouters valt het echt niet mee om mij te zijn, maar – tot uw geruststelling – zelf ondervind ik daar geen last van.

Geen Valentijn

Er zijn verschrikkelijke misstanden in de wereld”, had de fiere, moderne dame gezegd, om eraan toe te voegen, dat je alleen je eigen Licht kunt aansteken en laten stralen naar alles en iedereen. Daardoor zou men uiteindelijk de wereld een beetje beter achter laten dan men die ooit had aangetroffen. Om te besluiten met: “Daarmee brengen we hopelijk ook het collectief bewustzijn op een wat hogere frequentie.

Dat allemaal gezegd hebbende zweeg mijn vriend. Ik kreeg een geweldige behoefte aan een glas cognac, dat de telefoon zou gaan of dat ik gewoon door de grond zou zakken, maar om cognac dorst ik niet te vragen, de telefoon bleef zwijgen en er bleek alweer geen sinkhole onder zijn huis. Nou ja, dan moest het maar…

Het lijkt mij altijd wel handig je eigen licht aan te steken”, probeerde ik.

Licht, Gerardus, met een kapitaal”, sprak hij dromerig.

Het lijkt mij altijd wel handig je eigen Licht aan te steken”, probeerde ik nog eens.

En dan?

Dan”, ‘ja duuuhhhh, weet ik veel’, ging snel door mij heen, “geef je ultieme betekenis aan je leven”, gokte ik.

Kan ik ook ultieme betekenis aan mijn leven geven, door mijn Licht niet aan te steken?” vroeg mijn vriend.

Daarom is deze vriend mijn vriend. Ik deins met alle golven mee. Ik geniet van de wind en de dynamiek. Ik heb lol. Hij denkt na, zonder dat het hem moeite kost. Meestal, net als nu, heeft hij slechts één vraag nodig om mij met beide voeten, nee, tot aan mijn middel terug te brengen op aarde.

Dat denk ik niet”, riposteerde ik, “we kunnen niet om onszelf heen, hè? Ook al kruip je met je hoofd onder de dekens, dan nog is dàt jouw licht, Licht, sorry.

Mijn vriend had deze fiere, moderne dame ontmoet via een datingsite. Hij vond haar profielschets leuk, nodigde haar uit voor een eerste date, en vond haar steeds boeiender worden.

Welk Licht steekt zij aan?”, vroeg ik hem op goed geluk.

Mijn vriend dacht na en er verscheen een glimlach rondom zijn gezicht. De glimlach werd breder en breder en hij moest vreselijk lachen. Dit ken ik van hem. Nu zou er een vilein inzicht volgen. Eenmaal uitgelachen keek mijn vriend mij met zijn twinkelogen ernstig aan, en zei: “Man, daarom ben ik zo blij met jou als vriend. Jij weet vragen te stellen waardoor ik alle plezier in mijn leven terugkrijg.

Hij vervolgde: “Zij zal voor haar leerlingen een helder Licht zijn, maar het was een regenachtige periode toen ik haar uitnodigde. De horeca was vanwege coronabeperkingen gesloten. Daar had ze het over als reden om nog even niet voor een eerste keer met elkaar af te spreken. ‘Maar er is geen haast bij, toch?’ schreef zij op de website. Ik vond dat OK, want zoveel haast had ik ook niet. Drie weken later nodigde ik haar nog eens uit. Maar toen had ze een afspraak gemaakt met een andere vent. Hoe dat verliep, moest ik maar even afwachten. Dat heb ik gedaan.

Mooie boel”, was het enige dat ik bedacht om tegen mijn vriend te zeggen. Origineler ben ik nu eenmaal niet.

Hij vervolgde: “Die vent was voor haar niet interessant geweest, dus zij liet mij weten alsnog op mijn uitnodiging in te willen gaan.

Dus het was niet de smoes geweest, die mensen op datingsites altijd horen: ‘je hebt een leuk profiel, maar ik ben in contact met iemand anders en ik wil geen dingen door elkaar heen laten lopen?’

Nee, en we ontmoetten elkaar en alles was eigenlijk heel leuk aan haar. Ze las me even de les over hoe ik mijzelf in de weg zou zitten, maar wat verwacht je van een spiritueel docent? Ik weet van die dingen niet zoveel. We namen na een flinke wandeling afscheid, nadat we over en weer gezegd hadden tevredengesteld te zijn. Het was in alle opzichten een persoonlijke, open, prettige communicatie geweest. Wat ze echt van mij dacht, wist ik natuurlijk niet, maar ik vond haar fier en modern. Ik wilde het wel een kans geven.

Zij liet me een dag later weten daar hetzelfde in te staan, maar weer kwam dat zinnetje: ‘Er is geen haast bij, nu gevolgd door een :-)’. En weer tuinde ik daar met beide ogen in. Want na een week weinig serieuze uitwisseling liet ze weten dat er voor ons niet meer dan vriendschap in zat en toen ik daarmee instemde, omdat me dat ook leuk leek, liet ze weten dat ze helemaal geen contact meer met me wilde.

Daarna zweeg hij, nog steeds met die pretoogjes van hem en die glimlach rond zijn mond.

Toch lijkt het mij dat je er geen last van hebt”, zei ik.

Jij vroeg toch welk Licht zij aanstak? Dit!

Wat bedoel je?

Het Licht dat zij aansteekt, is als het er voor haar zelf op aankomt steeds net zo lang de tijd nemen totdat alles uitgedoofd is, dan houdt ze daarna alles bij het oude, bekend en vertrouwd, hoe het altijd was.

Over een strijkstok en toeval

Voor mijn huis staat een indrukwekkend beeld van Ganesha, die vanuit mijn tuin bij mij naar binnen kijkt. In het pantheon van het hindoeïsme is hij de bijzondere en bovennatuurlijke gestalte met het olifantenhoofd. Hij zou de beschermheilige van reizigers zijn, de god van kennis en wijsheid en hij zou hindernissen wegnemen. Afgezien van sympathie voor de vele feestdagen heb ik niets met het hindoeïsme.

Op mijn boekenkast kijkt een zittend beeldje van Sergamon Borgani vriendelijk mijn woonkamer in. Ìn diezelfde boekenkast staan twee stenen boekensteunen met afbeeldingen van vrolijke, dikke Borgani’s. En onder mijn televisie staat een beeld van het hoofd van Borgani op ware grootte. Deze Borgani zou volgens overleveringen rond 500 voor Chr. ‘complete en volledige verlichting’ bereikt hebben. Hij wordt daarom in het Sanskriet herinnerd als Gotama Boeddha. Het lijkt mij een religie met mooie kanten, dat boeddhisme, maar het roept ook teveel weerstand bij mij op om me erdoor te laten grijpen.

En dan hangt er ook nog een ‘mati’ in mijn woonkamer, op zo’n manier dat hij heel de kamer overziet. Dat ‘blauwe oog’ zou bescherming bieden tegen het boze oog. Dat laatste is een vloek, die hoofdpijn of algemene “pech” zou veroorzaken bij wie die vloek heeft ontvangen. Ook dat lijkt mij maar een raar verhaal.

Nee, ik doe met enige regelmaat aan ‘sazen op basis van soto-zen’, wat niets anders inhoudt dan 3x 25 minuten stil zitten en wat mij dan een vakantie in mijn hoofd oplevert. Tegenover dat hoofd van Borgani saas ik, met waxinelichtjes aan weerszijden van dat hoofd en een brandend stokje wierook, en bij aanvang en afsluiten van elke sessie buig ik dankbaar voor die Boeddha. Dat dan allemaal weer wel. Verder aan mijn lijf en in mijn leven geen polonaise.

Elders op deze blogpagina motiveer ik waarom ik mijn religieuze zienswijze schaar onder het ‘agnostisch theïsme’: er gebeurt in het dagelijks leven veel waar geen verklaring voor lijkt te zijn, maar ik zal mij nooit achter een godsdienst, ideologie, inspirator of overtuiging van een ander verschuilen. Ik neem persoonlijke verantwoordelijkheid voor alles wat ik doe en nalaat*.

Maar toch, hè… Vanmorgen bleek het mechaniek van mijn strijkstok defect. Ik kon dus niet op mijn cello spelen. Ik berichtte degene, met wie ik later vandaag muziek zou maken, dat ik dat pas weer kan doen wanneer mijn strijkstok gemaakt is. Hij kwam toch op het afgesproken tijdstip met nota bene twee strijkstokken, die ik kon lenen. Was dit de kracht van een van de Boeddha’s? Van Ganesha? Van mati? Of was dit toeval (ik heb dan wel bijzonder vaak dergelijk geluk)?

* Zie ‘Over mij’ voor meer daarover.

Zijn wij goede voorouders?

In meer of mindere mate zijn veel mensen geïnteresseerd in de geschiedenis van het dorp of de stad waar zij wonen of van de regio waar zij tijdens een vakantie verblijven, en bij veel mensen boezemt de vondst van Neanderthaler-botten en bewaard gebleven lichamen van inmiddels duistere tijden hen (en mij) ontzag in. Toen ik me bijna 10 jaar geleden in Maartensdijk vestigde heb ik ook al snel “Maartensdijk; Geschiedenis en architectuur” (2000) door Michiel Kruidenier en Joost van der Spek gelezen. Daardoor denk ik een en ander te begrijpen van wat er in mijn woonomgeving te zien is. En op deze blogsite heb ik zelfs onlangs nog een verhaal geschreven naar aanleiding van de vondst van 10.000 jaar oude voetstap-afdrukken in de huidige staat Nieuw Mexico in de Verenigde Staten van Amerika. Dat was op 21 oktober jl..

Wij zijn hoe dan ook de erfgenamen van schenkingen uit het verleden. Denk maar aan de immense nalatenschap van onze voorouders: zij deden in de tijd dat die voetstap-afdrukken gemaakt werden al hun eerste wetenschappelijke ontdekkingen, onze voorouders leerden gebruiksvoorwerpen en vuur te maken, legden waterwegen aan, ontgonnen land, ontwikkelden ideeën over recht en onrecht, vonden een taal uit met abstracte begrippen, het schrift en de boekdrukkunst, waardoor reeds voor onze geboorte onze inzichten en kennis ongeëvenaarde proporties aannamen. Zij schiepen de grote kunstwerken waarvan sommige aan ons overgeleverd zijn, ze stichtten nogal eens de steden waar wij nu nog altijd wonen en zij strooiden de eerste zaden uit, eerst in Mesopotamië en later overal waar zij woonden.

Dit roept de vraag op hoe onze nakomelingen over 10.000 jaar mogelijk zullen terugkijken op ons doen en laten in wat wij nu de 20ste en 21ste eeuw noemen. Zijn wij goede voorouders?

(Inspiratie-)bron: “De vooruitkijkende Samaritaan; over de tirannie van het nu” door Roman Krznaric in De Groene Amsterdammer van 6 januari 2021.

Het verhaal van 10.000 geleden is gemakkelijk te vinden door hiernaast in de categoriewolk op “Proza en/of poëzie” te klikken. Het is dan het eerste verhaal dat verschijnt en heeft de titel: “Een wandeltocht van even geleden”.

Onder de indruk

Ik speel nog geen 3 jaar cello. Het is voor mij geen gemakkelijk muziekinstrument, dus ik heb nog steeds veel te leren. Het bespelen van mijn cello doe ik vooral omdat ik het leuk vind en in de toekomst zou ik graag samen met anderen muziek maken; ik op m’n cello.

Met mijn cellodocente heb ik het goed getroffen. Ik vind haar een voorbeeldige docent en zij is ruim voorzien van een aanstekelijk enthousiasme. Ja, ik ben blij dat juist zij mij overmorgen 2 jaar en 8 maanden geleden een gratis proefles gaf, nadat ik de avond daarvoor mijn cello in Amsterdam van een violiste gekocht had. Deze violiste kwam niet aan cellospelen toe, vertelde ze me. Nog nooit had ik daarvoor een strijkstok vastgehouden. En sindsdien geeft mijn docente mij celloles. Zij organiseert ook af en toe ‘voorspeeldagen’. 2 Keer eerder deed ik al mee aan zo’n voorspeelmiddag; beide keren met een andere leerling van haar. Gisteren was de derde keer en de tweede keer dat ik met – inmiddels – mijn cellovriend voorspeelde. Wij oefenen ons, sinds die eerste keer, elke 2 weken in het samen spelen. De laatste weken richtten we ons op deze muziekuitvoering. Wij zouden 3 stukjes ten gehore brengen. We hebben ook samen les genomen om ons in het samenspelen van de uitgezochte stukjes te bekwamen. Daarna hebben we verder geoefend en we hebben zelfs bij mij thuis een generale repetitie gehouden. Nu wordt wel eens gezegd dat een goede generale niet veel goeds belooft voor het optreden, dus erg blij was ik niet dat die goed ging.

Gisteren was dan de voorspeelmiddag ‘in coronatijden’. De sfeer was informeel en prettig. Veilig. We zaten dit ‘tijdslot’ met 7 mensen in een kring. Er was vanwege corona slechts één vrouw publiek; de partner van mijn cellovriend. Dan was er mijn cellodocente en 5 leerling-cellisten, waaronder mijn vriend en ik. Om beurten speelden we een stukje dat we ingestudeerd hadden. Dan was er volop aandacht voor het cellospel. Ik was onder de indruk van één leerling, die nog maar net cello speelt. Zij speelde gedecideerd en zuiver. De twee andere leerlingen speelden stukken, waar ik een puntje aan kan zuigen.

Mijn cellovriend en ik waren heel tevreden over onze 3 stukjes. Meer tevreden dan de vorige keer, toen we iets speelden dat de componist zo niet bedoeld had. We luisterden nu goed naar elkaar. We hielden ons aan de accenten, die we aan zouden brengen, en tijdens het spelen keken we elkaar zelfs af en toe aan, terwijl we op ons spel geconcentreerd bleven. Ik vond het zelfs overwegend mooi klinken, wat we ten gehore brachten.

Deze voorspeelmiddag was weer een bevestiging dat we op de goede weg zijn om met onze cello’s emoties op te wekken, zoals componisten het wel bedoeld hebben. Nu weer lekker verder met mijn oefeningen, waarvan ik soms bij aanvang denk: “Kunnen sommige mensen dat? Waauuuw, dat is knap!!!

Hoezo ‘Begin bij jezelf’?

Er was een tijd dat ik geloofde. Het motto ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf‘ sprak mij aan als was het iets vanzelfsprekends. In de loop van de tijd ben ik van mijn geloof gevallen, want inmiddels vind ik het een achterhaald, verouderd gezegde.

Een betere wereld begint volgens mij helemaal niet meer bij mijzelf. Dat was misschien nog wel zo toen we nog heel ons leven in een dorp leefden.

In de grote mensenwereld van nu, de media-mensenwereld, geldt dit niet langer. Ik realiseer mij haast dagelijks dat door de Europese Unie en door de Nederlandse regering mede in mijn naam misdaden gepleegd worden tegen de aarde en tegen alles wat daar op leeft inclusief de menselijkheid en mensen. Tegelijk is ‘mijn’ overheid obsessief gericht op economische groei; een kapitalisme dat hand in hand gaat met consumentisme, onderdrukking, uitbuiting en vernietiging, en zij hangt de vrijheid aan voor iedereen om onbeperkt materiële rijkdom te vergaren, met een geweldig grote machts- en vermogenskloof tussen burgers als gevolg. Miljardairs, die meer geld en macht hebben dan menig land. ‘Mijn’ regering behandelt grootbedrijven fiscaal met ondoorzichtige egards en schafte onlangs nog voor bepaalde bedrijven de dividendbelasting af. Daarmee laat zij het onderhoud en het ontwikkelen van nutsvoorzieningen steeds meer over aan huishoudens, die het geld daarvoor bijeenbrengen via de BTW en inkomstenbelasting. Ze praat zoveel met vertegenwoordigers van grootbedrijven en grootbanken dat er sprake is van verwevenheid. Wanneer vooraanstaande politici na verloop van tijd meer dan de Balkenendenorm gaan verdienen bij een grootbedrijf, kijkt daar niemand meer van op. Met burgers of burgerbewegingen, of met haar eigen ambtenaren praat ze niet of nauwelijks; die mogen van ‘mijn’ overheden demonstreren en zich uitspreken, zolang ze maar geen invloed krijgen. Bovendien is ‘ons’ stelsel van progressieve belastingen sinds de 70-er jaren sterk afgevlakt, waardoor de druk meer en meer is komen te liggen op de mensen met de laagste inkomens. ‘Mijn’ regering schafte in de kabinetten sinds Lubbers’ minister-presidentschap allerlei vanzelfsprekende ondersteuning voor kwetsbare mensen af en privatiseert nutsvoorzieningen; ook als die van vitaal belang voor het functioneren van onze samenleving zijn, zodat in geval van nood de private partijen alsnog met belastinggeld ondersteund worden. Zo groeit het besteedbaar inkomen van mensen al decennia niet mee met de jaarlijkse economische groei, terwijl burgers meer en meer in de kou blijven staan; ook als ze kwetsbaar zijn of verward, en ondersteund zouden moeten worden. En ‘mijn’ regering is ook nog eens een notoire dwarsligger als het gaat om harmonisatie van belastingen in Europees verband, waardoor grootbedrijven en particulieren via mijn vaderland belastingen in andere landen kunnen blijven ontduiken en buitenlands èn Nederlands geld kunnen blijven wegsluizen naar weer andere belastingparadijzen. Het pensioenfonds ABP, waar mijn pensioen opgebouwd is, heeft met mijn geld veel geïnvesteerd in sectoren waartegen ik mij mijn leven lang verzet heb, zoals bruinkool-, olie- en steenkoolwinning en de wapenindustrie; en was het maar voltooid verleden tijd dat zij dat deed. Om maar wat voorbeelden te noemen van zaken, die de kwaliteit van de wereld bepalen, en waarom ik van mijn geloof gevallen ben.

Om mijn nietigheid verder met een voorbeeld te illustreren: ik ben al 45 jaar vegetariër, zonder dat dat enig effect heeft gesorteerd. Behalve dan – als bijvangst waar ik wel blij van word – een gezond lichaam en een zuiver geweten bijvoorbeeld op de vlakken van de intensieve veehouderij en overbevissing.

Tenslotte, om de nietigheid van ieder van ons te illustreren: wat te denken van de lege handen waarmee Greta Thunberg nog steeds staat? Zeg tegen haar eens: “Greta, een betere wereld begint bij jezelf.” Wat is haar invloed op het bereiken van een betere wereld?

Nee, het is een dooddoener. Maar uiteraard doet het er vast wèl toe wat ik en ieder van ons doet. Binnen mijn invloedssfeer doet het er wel toe dat ik voorbeeldig leef. Daarom sluit ik me liever aan bij degenen die zeggen:

Besef dat alles wat ieder van ons doet of nalaat politiek is

en

Handel vanuit liefde, heb mededogen, wees verdraagzaam, beoog altijd vrede

Oftewel, leef het hele jaar door naar je (mijn) eigen kerstwensen.

Een frisse wind? Was het maar zo…

3 Dagen achtereen maakte ik deze week flinke wandelingen. Rond Loenen (bij Apeldoorn), rond het Naardermeer en in ’t Twiske. Uit de frisse wind picknicken kon nog best, maar van al te lang stilzitten werd ik koud als de wolken voor de zon langstrokken. Dan kreeg ik al snel de aandrang om maar weer in de benen te gaan.

Dat was in september wel anders; wat een topmaand voor mij als wandelaar in deze regionen en wat een ernstige her-her-herbevestiging dat het ernstig mis is met het klimaat hier. Èn, wanneer ik me er een beetje in verdiep, dat het ernstig mis is over heel de wereld.

De voorbije maand september blijkt de warmste sinds het begin van de metingen in 1880. Daarmee zijn de records van september 2015 en 2017 gesneuveld. De 10 warmste septembermaanden ooit blijken bovendien allemaal gemeten te zijn na 2005. En de laatste 7 septembermaanden zijn ook nog eens de 7 warmste ooit. De gemeten temperaturen zijn gemiddelden voor het hele aardoppervlak.

In Europa was de afgelopen septembermaand maar liefst 2,33ºC warmer dan normaal. De periode vanaf januari tot nu is in Europa ook al de warmste sinds het begin van de metingen in 1880.

Nou ja, dit is maar een onbenullig voorbeeld van een tijdelijk individueel voordeel dat een ernstige-ontwikkeling-voor-ons-allemaal mij in september opleverde. Er is volgens mij een echt frisse wind nodig in de mondiale aanpak van de klimaatproblematiek. Bijvoorbeeld een antwoord op de vraag van Greta Thunberg aan onze wereldleiders bijeen op een top van de Verenigde Naties: “How dare you?” Liever toch maar geen ’s zomerse wandelingen van maart tot september (en graag weer een paar weken schaatsen hartje winter).

Bron: “September 2020 is warmste ooit gemeten” door Inter Press Service via DeWereldMorgen op 15 oktober 2020.