Een gegrepen en een gemiste kans

Ik heb vandaag wat te vieren. Dus wandelde ik opgewekt, na wat klusjes afgerond te hebben, door het zonnetje naar Perron Peet in Hollandsche Rading. Daar ging ik mij te goed doen aan – zolang mijn lichaam er niet onder te lijden heeft – àl het lekkers dat ze er hebben.

Genietend van een huisgemaakte Franse citroentaart zag ik een gezonnebrilde dame binnenkomen. Zij wilde van het toilet gebruik maken. Dat mocht alleen wanneer de dame een consumptie kwam nuttigen.
Daarop vroeg de dame of zijvoor het toilet mocht betalen, maar dat was iets anders dan een bestelling doen.
Vervolgens probeerde de dame het personeel van Perron Peet eigenaar te maken van haar sanitaire probleem. Dat lukte ook al niet.
Tenslotte droop de dame af.

Ik vroeg mij na enkele heerlijke happen af waarom ik pas nu het niet meer kon op het idee kwam om de dame iets te drinken aan te bieden. Een gemiste kans.

Een kwartiertje later kwam de gezonnebrilde dame terug met een niet-gebrilde dame. Zij streken neer en bestelde een koffie, een tosti ham/kaas, een cappuccino, een portie friet en een kroket. Ik vroeg mij af of ik daarnet wel een kans gemist had.

Tijdens mijn terugweg besloot ik dat ik zojuist wel een kans had gemist door te laat te bedenken de gezonnebrilde dame een consumptie aan te bieden.

O, hoor ik u afvragen wat ik te vieren had?
Gisteren deed ik auditie bij een amateur-orkest. Op dat voorspelen had ik me twee weken intensief voorbereid, alsof het topsport betrof. Het vooraf inspelen ging nog fantastisch. Echter, toen het er op aan kwam, vond ik mijn cellospel tegen vallen. Ik geneerde me er zelfs voor. De uitslag is ondanks dat toch de mooiste die ik mij, met mijn ruim anderhalf jaar cello-ervaring, wensen kan: ‘toegelaten om mij het voordeel van de twijfel te gunnen’.

Genieten van het moment

Ik zal 12 of 13 geweest zijn. Zekerder is dat ik met de bus naar mijn middelbare school ging. Een docent van mij, bleek hetzelfde besluit genomen te hebben. Hij wachtte even verderop op dezelfde bus als ik.

En ik realiseerde mij dat ongeacht alle verschillen tussen hem en mij, ondanks zijn afgestudeerd zijn, en mijn in opleiding zijn, en ondanks alle hiërarchische verschillen die er straks weer zouden zijn, hij en ik in ons leven tot het bereiken van onze gezamenlijke bestemming volstrekt gelijk zouden blijven, want we waren even afhankelijk van het Haagse openbaar vervoer.

Totdat de bus kwam, genoot ik van deze overeenkomst tussen hem en mij. Daarna namen weer andere gedachten bezit van mijn aandacht.

Alweer een wolf in schaapskleren gesignaleerd

Het bekt lekker en klinkt geruststellend: Turkije en de Verenigde Staten van Amerika (VS) zijn een staakt-het-vuren overeengekomen. Maar de schijn bedriegt. Wat hiermee in Noord-Syrië gebeurt, is de zoveelste ondermijning van het internationaal recht. Machtige landen beslisten hier onder elkaar hoe ze een politiek probleem zo oplossen dat ze er alleen hun verschillende eigenbelangen mee dienen: gestationeerde kernwapens, het breken van de macht van de Koerden en olie. Daarmee keren Turkije en de VS zich af van het forum dat na de Tweede Wereldoorlog is gecreëerd om “de wereld van de gesel van de oorlog te bevrijden”.

Dit staakt-het-vuren komt er op neer dat Turkije gewoon krijgt wat het met zijn onrechtmatige militaire aanval probeerde te bereiken: een bufferzone en de terugtrekking van de Koerdische Syrian Democratic Forces (SDF) uit die zone.

De SDF zegt dat het daartoe bereid is, maar dan enkel voor een smaller stuk grensgebied tussen Tell Abyad (Gire spi) en Ras al Ayn (Serekaniye); geen 300 km breed, maar 100. Echter, in de zone waar Turkije op aast liggen nagenoeg alle belangrijke Koerdische steden, zoals Kobani en Qamishli. Kobani is maandenlang door de Islamitische Staat belegerd. Honderden Koerdische strijders zijn bij het heroveren van de IS-macht bij die stad omgekomen. Het is daarmee het symbool geworden van de offers, die de bevolking van Noord-Syrië heeft gebracht in de strijd tegen de Islamitische Staat. Ofwel, de aan Turkije beloofde bufferzone is een onmogelijke eis. Het legt een onvoorwaardelijke overgave op van de SDF, de voormalige VS-bondgenoot in de strijd tegen IS.

Ook opvallend aan dit staakt-het-vuren is dat er, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, afspraken zijn gemaakt over de bezetting van een gebied binnen een internationaal onbetwist soeverein land. En dan wordt Turkije ook nog eens voor zijn militaire aanval beloond in plaats van gesanctioneerd, hoewel het gaat om een inbreuk op het internationaal recht.

De enige juiste reactie vanuit dat internationaal recht zou zijn zowel de inhoud als de manier waarop het staakt-het-vuren tot stand is gekomen te verwerpen en het onmiddellijk te pareren met een initiatief van de VN-Veiligheidsraad. Dat zou bijvoorbeeld kunnen bestaan uit de installatie van een VN-macht in een gedemilitariseerde zone waarvoor idealiter werk gemaakt moet worden van een akkoord met alle betrokken partijen. Dus wanneer Turkije zich daar niet bij neerlegt, zou teruggegrepen moeten worden naar sancties, die Turkije treft (en andere partijen die niet meewerken). Ook zou sowieso een onderzoek ingesteld moeten worden naar de mogelijke oorlogsmisdaden, die zijn gepleegd: het bombarderen van burgerdoelen, de verschillende verontrustende berichten over standrechtelijke executies en het mogelijke gebruik van verboden wapens.

Echter, helaas, wie zitten er in die VN-Veiligheidsraad? België, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Polen. Landen dus, die geneigd zijn naar de pijpen van de VS te dansen en die het Syrische conflict in eerste instantie zien als terreurdreiging en vluchtelingenprobleemgebied; niet vanuit de noodzaak om snel werk te maken van een politieke oplossing. Hier trekken allemaal machtige partijen aan de touwtjes, die helemaal niet meer gecharmeerd zijn van het internationaal recht. Ga toch weg, is hun houding. Dat was een utopie uit de vorige eeuw en heeft niets te maken met realistische politiek volgens al deze democratisch gekozen machtshebbers.

Er zit – zo denkend – venijn in de staart van dit stukje, want wie hebben de grote jongens en dat meisje in hun politieke zadels geholpen?

Bron: “Staakt-het-vuren over Noord-Syrië is een miskleun” door Ludo De Brabander van Vrede vzw via DeWereldMorgen op 18 oktober 2019.

Een prettige verslaving

Sinds anderhalf jaar speel ik cello; zo’n grote viool, die met een pootje op de grond staat. Daarvoor had ik nog nooit een strijkstok vastgehouden. Ik durf te zeggen dat daarmee mijn leefstijl veranderd is. Ik ben wars van verslavingen, maar accepteer bij wijze van uitzondering deze van mezelf.

Toen ik op 23 maart 2018 aan een goede vriend vertelde dat ik zojuist besloten had om cello te gaan spelen, introduceerde ik dat besluit al als ‘een ingrijpend besluit voor de rest van mijn leven’. En zo is het. Vlak daarvoor was ik in TivoliVredenburg naar een lunchpauzeconcert geweest verzorgd door de celloklas van het Utrechts conservatorium. Tijdens het tweede nummer had ik mijn besluit genomen en op woensdag 28 maart genoot ik van mijn eerste celloles op mijn – de avond daarvoor aangeschafte – cello.

Cello speel je of je bespeelt haar niet. Het is een van de muziekinstrumenten die men volgens mij niet af en toe eens bespeelt. Dagelijks speel ik daarom mijn oefeningen en ik incasseer daarbij voortdurend mijn onvermogen de tonen uit het instrument te halen, die geroutineerde cellisten wel weten te produceren. Ik doe het om het plezier dat ik erin heb en ben toch ook wel tevreden over mijn vorderingen. Ik weet nog een lange weg te gaan te hebben.

Net als wanneer ik in de bergen wandel, let ik minder op wat me nog te doen staat, dan op wat ik al gedaan heb. Als trombonist besefte ik al geen muzikaal wonderkind te zijn. Ik ben wel zo’n muzikant, die op enig moment treffend zijn steentje aan het geheel kan bijdragen. En dààr gaat het mij om; dat niveau wil ik als cellist ook gaan bereiken.

Sinds enkele maanden vraag ik daarom aan mijn cellodocente om leerlingen van haar, die met mij af en toe samen eenvoudige duetten willen spelen. Van de vier is er daarvan nu nog één over. De andere drie zijn (tijdelijk) met hun cello-oefeningen gestopt. Een vanwege een slijmbeursontsteking in de linkerschouder, waar haar cello enig debet aan had, de anderen vanwege verhuizen of de hoeveelheid tijd die haar gewone werk nu even opeist.

Blij verrast was ik dus te lezen dat bij mij in de buurt een amateur-orkest nog leden kan gebruiken. Tegen het advies van mijn uiterst deskundige cellodocente in, heb ik mij bij dit orkest aangemeld met de vraag een paar keer te mogen meespelen om daarna wederzijds te bepalen of ik daar (nu al) op mijn plaats ben. Gezien de wijze waarop de eerste oefenavond rekening gehouden werd met mijn technische onvermogens, werd mijn cellodocente alsnog enthousiast over mijn initiatief. Sterker nog, zij past mijn lesstof er op aan dat ik zo snel mogelijk mijn partijen mee kan strijken en tokkelen.

Mijn cello is voor mij een leefstijl. Het dagelijks oefenen, het samen duetten spelen en nu zelfs op proef deelnemen aan een echt orkest geeft me weer dat heerlijke gevoel dat ik ooit als trombonist bij het Zwolse Jubal en het Utrechts Jazzorkest had. Mijn muzikale steentje bijdragen. Weliswaar doe ik dat nog niet zo treffend als door mij gewenst, maar alles op zijn tijd. De klanken klinken me – als het een beetje gaat – letterlijk als muziek in de oren.

En wat ook fijn is, nu ik weer een muziekinstrument bespeel: ik geniet meer van muziek omdat ik er gerichter naar kan luisteren. Muziek is weer terug in mijn leven. Dat begon zo’n anderhalf jaar geleden al met:
eerste
“Dit is het lied van de vinger
En nu met al heel wat ingewikkelder stukken, die ik onder de knie probeer te krijgen. Die partituren deunen heel de dag door mijn hoofd.

Prettig getimede schande

Ik zie het als een lot uit de loterij: kolenbedrijf Uniper gaat een claim indienen vanwege de vervroegde sluiting van kolencentrales. Uniper wil bijna € 1.000.000.000 uit onze schatkist. Ze maakt bij de claim gebruik van een handelsverdrag. Het Energy Charter Treaty; eentje speciaal voor energiebedrijven. Zij claimt bijna een miljard en wij kijken hoe we de dit en de dat ‘betaalbaar kunnen houden’.

Vanwaar dan dat lot uit de loterij?
Dat heeft met de timing te maken. Nederland is tot nu toe nooit via een handelsverdrag door een multinational aangeklaagd. Met al onze argeloosheid zien velen onheilsprofeten zoals ik als zwartkijkers. Maar nu kan iedereen met eigen ogen zien dat deze onheilsprofeten realisten zijn: juist het element dat multinationals er niet voor terugdeinzen claims tegen overheden voor te leggen bedreigt de rechtstaat. En het ondermijnt ook nog eens gezond ondernemerschap van grootbedrijven. Immers, hun winsten zijn met zulke “handelsverdragen” veiliggesteld.
Maken ze geen of minder winst uit onderneming door wetgeving die de burger, werknemers, dieren of het milieu beschermt dan dienen ze gewoon een claim in. Met – in goed Nederlands – het Investor-state Dispute Settlement (ISDS), investment court system (ICS) of de Investeerder-staatsarbitrage kunnen bedrijven al een tijdje landen aanklagen vanwege het mislopen van winsten uit investeringen.
Nu dat in Nederland gebeurt voordat CETA geratificeerd is komt deze claim van kolenbedrijf Uniper voor mij als geroepen. Eén miljard is immers slechts 2% van een aantal claims ter waarde van met elkaar – zoals elders in de wereld – vijftig maal zoveel…

Terwijl het boerenprotest dinsdag jl. op het Malieveld klonk, overhandigden Milieudefensie samen met een groep boeren aan Kamerleden een manifest voor eerlijke handel en tegen verdragen die het boeren moeilijker maken om te verduurzamen. Deze Uniper-claim laat precies zien waarom we geen nieuwe handelsverdragen moeten aangaan wanneer die verdragen multinationals nóg meer macht geven. Niet met Canada, niet met de Verenigde Staten van Amerika en via geen enkel ander zogenaamd-handelsverdrag, terwijl ik niets tegen werkelijke handelsverdragen heb.

Natuurlijk is nu in mijn ogen de Tweede Kamer aan zet om zo snel mogelijk een eind te maken aan het Energy Charter Treaty. Ja, de Tweede Kamer want de regering met CDA, D66 en VVD zal daartoe nooit bereid zijn. Weg met al die bommen onder ons beleid dat de wereld mooier zou maken.

Mocht u zich hier (deels) in vinden, ga dan snel eens naar de website van Milieudefensie en roep de Christenunie en PvdA op om tegen CETA te stemmen; dan ontstaat er misschien een nipte meerderheid tegen.

Bronnen: “Kolenbedrijf klaagt Nederland aan: dit is waarom we CETA moeten stoppen” door ‘Wij stoppen CETA van Milieudefensie en op 4 oktober 2019