Alles verandert

Alles verandert. ’t Is me wat.

Stond ik als kind snel met mijn zelfgemaakte affiche bij de voordeur wanneer er gebeld werd; om voor het Wereld Natuur Fonds te collecteren. Nu zou dat not done zijn. Ik herinner me van toen dat de vrienden van mijn oudste broer en zus veel gaven, soms àl hun kleingeld, en mijn familie weinig, als ze al wat gaven. Maar wellicht waren het vooral de vrienden van mijn zus, die bij haar een goede beurt wilde maken, die veel gaven. Want sommige dingen veranderen ook weer niet.

Nu lees ik dat gewaarschuwd wordt voor het World Wide Fund for Nature, dat in die tijd World Wildlife Fund Inc. heette. Het zou een strategisch partnerschap hebben ondertekend met de European Landowners Association (ELO), de lobby van Europese grootgrondbezitters, en het Forum for the Future of Agriculture (FFA), dat op haar beurt wordt georganiseerd door de multinational van pesticiden Syngenta. Vandaar dat het voor mij not done zou zijn daarvoor te collecteren. WWF zou ook deelnemen aan allerlei privé-initiatieven, zoals de Roundtable on Responsible Soy (RTRS), de Roundtable on Sustainable Development and Biomaterials (RSB) en de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO). Tenslotte zou WWF ook betrokken zijn bij lobby-organisaties als de Global Alliance for Climate-Smart Agriculture (GACSA) en de International Coalition for Sustainable Aviation (ICSA). WWF incasseert, zo stel ik me dat voor, en grote multinationals stellen zich al doende voor als de nieuwe oplossingen voor duurzame ontwikkeling, hetgeen zij op hun beurt als ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ voorstellen. Zij staan privé-bedrijven en hun aandeelhouders met dit soort partnerschappen toe hun onbegrensde financiële groei te bevorderen zonder rekening te houden met de draagbaarheidsgrenzen van onze planeet. In feite zijn deze activiteiten volgens het EZLN niet bedoeld, en niet in staat iets van een eind te maken aan milieurampen en schendingen van mensenrechten. Het WWF helpt het grote geld alleen met greenwashing.

Het EZLN heeft een traditie van actie tegen lobby-organisaties als ECPA en FEBIAC, tegen multinationals als Bayer-Monsanto en Volkswagen en tegen het neoliberale handelsbeleid van veel Europese Unie-instellingen. Het openbaarde dus afgelopen week dat WWF de natuur beweert te vertegenwoordigen met de afbeelding van een pandabeer en tegelijkertijd bedrijven steunt, die de leefruimte van kwetsbare dieren vernietigen. Tijd voor een nieuw logo, aldus de creatieve geesten bij EZLN, bijvoorbeeld in plaats van die panda een hand die zojuist een zak euro’s ontving.

Zo wordt het ons steeds moeilijker gemaakt om ogenschijnlijk idealistische organisaties een warm hart toe te dragen. We moeten zo langzaam maar zeker eerst financiële jaarverslagen doorpluizen voordat we iets van ons geld overmaken.

Ooo, of ik dat collectegeld werkelijk aan WWF gegeven heb? Jazeker. Het duurde even maar ik verdubbeld het opgehaalde geld met mijn eigen spaarcentjes. Ik ga het ook niet aan WWF terugvragen, in de hoop dat het 50 jaar geleden nog wel deugde.

Bron: EZLN: “WWF belangrijke bondgenoot van de multinationals” door Ensemble Zoologique de Libération de la Nature ofwel het Zoölogisch Ensemble ter Bevrijding van de Natuur / EZLN via DeWereldMorgen op 11 maart 2022.

EZLN nodigt overigens iedereen uit, die wil strijden tegen de verdere onderwerping van de resterende natuur, zich aan te sluiten bij de boerenbewegingen tijdens de manifestatie tegen Forum for the Future of Agriculture op woensdag 15 maart 2022 vanaf 12:30u op de Kunstberg in Brussel.

Wèèr mislukt

Gewone mensen als u en ik willen geen oorlog. Toch zijn er heel wat oorlogen gaande in de wereld plus, sinds vandaag, die ene in Oekraïne. Het zijn dus niet de gewone mensen, die bepalen wat er gebeurt.

Die andere oorlogen halen het nieuws nauwelijks, terwijl deze op handen zijnde het nieuws al maanden domineert. Precies als andere mensenrechtenschendingen. Er is haast geen aandacht voor behalve natuurlijk wanneer ze begaan worden tot wie al eerder als vijand gezien werd. In China en Rusland is het allemaal heel erg. Dààr worden we wel van doordrongen.

Wat Rusland ertoe bracht Oekraïne nu wel binnen te vallen, zullen we pas veel later te weten komen. Het zal daar bekend zijn dat Westerse landen nu naar het sanctiemiddel zullen grijpen. Daar zijn Alexander De Croo en Mark Rutte duidelijk over geweest. En we mogen hopen dat het bij economische straffen blijft; of juist niet. Wat meer sancties dan waar Rusland aan gewend is na de annexatie van De Krim; een ongekend pakket aan. Dus er is een belang dat Rusland groter acht, dan de gevreesde boycot…

Er moet ook een motief zijn waarom Rusland Oekraïne niet veel eerder binnenviel. Waarom zou Rusland gewacht hebben tot de NAVO troepenversterkingen naar de regio gestuurd had, Westerse landen hun afkeuring en eventuele reacties afgestemd hadden en wapenleveranties aan Oekraïne verstrekt? Of zou de afstemming van Rusland met Belarus en China zo lang geduurd hebben?

Mijn verstand gaat het te boven, en niet alleen door gebrek aan veel informatie om de puzzel te leggen. Wat ik wel meen te mogen constateren is dat we er met elkaar weer niet in geslaagd zijn om ons voor te bereiden op de vrede. Want dat hebben alle mensenrechtenschendingen en oorlogen met elkaar gemeen: ze beschadigen en polariseren, terwijl we ons erop zouden moeten voorbereiden dat we op de aarde vergaand samenwerken om heel de mensheid te voorzien in hun basisbehoeften, waaronder de drie V’s: veiligheid, voedsel en vrede.

Eén dag nadat ik dit blog publiceerde, publiceerde Lode Vanoost via DeWereldMorgen een artikel met gedetailleerde achtergronden bij de uitgebroken oorlog in Oekraïne, die in onze media niet of verwrongen aan bod komen. Dat lezenswaardig artikel van hem is hier te openen.

Nee Hannah Arendt, Yuval Harari en George Orwell, je maintiendrai!

Nederlanders gaan gebukt onder een vals zelfbeeld van nationale superioriteit, net als de leidende politicus, die er – met succes – alles, maar dan ook alles aan doet om bij diezelfde Nederlandse bevolking populair te blijven.

De Nederlandse regering koos in de onderhandelingen over het corona-herstelfonds onder leiding van Mark Rutte voor een snoeiharde opstelling: geen solidariteit met ‘Italiaanse toestanden’ en geen solidariteit met andere landen, die hun zaakjes minder goed op orde hebben. De Nederlandse regering volgde daarnaast op cruciale punten een afwijkend coronabeleid in vergelijking met de meeste andere Europese landen. Dit patroon van hardvochtigheid gecombineerd met een eigengereide corona-aanpak blijft de Nederlandse regering tot vandaag herhalen. Volgens onze premier is onze beleidslijn vooral ‘intelligent’. Nederland wist tastend in het duister wat het deed, zo verklaarde hij keer op keer.

In de ban van de gevolgen

In het land van Rutte hebben de slachtoffers geen plaats, maar gaat het enkel en alleen om zijn crisisbeleid. Zijn keuzes worden gedreven zijn coronabeleid te presenteren als ‘doortastend en uitgebalanceerd’. De Tweede Kamer en daarmee de Nederlandse media en daarmee de Nederlandse bevolking zijn in een collectieve roes geraakt ook al nam het Nederlands coronabeleid regelmatig groteske vormen aan; wij zullen handhaven (naar: “Je maintiendrai”, sinds 1815 de wapenspreuk van Nederland).

De Nederlandse verpleeghuizen werden oorden, die het midden hielden tussen hospices en triage-centra. Aan van alles en nog wat bleek in de ‘beste zorg ter wereld’ een tekort te zijn, en die tekorten bleken bovendien nauwelijks oplosbaar. Snel was Duitse hulp onmisbaar om de Nederlandse zorgnood te lenigen en gelukkig was de Duitse Angela Merkel niet zo hardvochtig als haar Nederlandse collega Mark Rutte. Curieus is dat al deze pijnlijke ontwikkelingen in eigen land weinig aandacht kregen en krijgen. Het reputatieverlies van Nederland – een land dat ooit te boek stond als ‘voorbeeldig’ als het ging om de overheid, de publieke diensten en de zakelijk-ethische moraal – werd alleen in het buitenland geregistreerd. De doden werden slechts in familiekring beweend, maar het falende overheidsbeleid bleef doodgezwegen. In plaats daarvan raakte het land onder leiding van hun minister-president in de ban van de beleidsgevolgen: de doelen die daaraan gekoppeld konden worden en vooral de communicatie daaromtrent; een regeringsbeleid van ‘aanpakken en doorpakken’, zonder dat het kabinet duidelijk kon, moest of wilde maken wèlke gevolgen prioriteit kregen en waarom die wel en andere niet.

Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht

Dit vreemde gedrag ging – als gezegd – hand in hand met hardvochtigheid naar buiten toe, maar ook richting alles wat anders is of lijkt dan we als ‘Nederlands’ zien. Terwijl ik mij schaam voor het Nederlandse coronabeleid, waarin slachtoffers stuk voor stuk gereduceerd worden tot het getal 1, nemen we collectief een houding aan die past bij een comfortabele berusting en die hoort bij ‘met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht’, zoals Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2018 over de toestand in ons land sprak. Vanuit deze houding wordt een keihard beleid ingezet ten opzichte van een ieder waarvan de meerderheid het idee heeft dat hij of zij zich niet Nederlands gedraagt, en dus verantwoordelijk gehouden kan worden voor het ‘met ons gaat het slecht’-deel van het landsgevoel.

Omgekeerd totalitarisme

Nee, Nederland is nog geen dictatuur. Maar het is met de ten hemelschreiende zwarte lijsten van de fraudedatabank ‘Fraude Signalering Voorziening’ en het ‘Combiteam Aanpak Facilitators’ van belastingadviseurs, data-analisten en Fiod, die op een 5 december lachend spraken over ‘afpakjesdag’ en dat als motto in goed Nederlands ‘A license to disturb’ (de toestemming om te treiteren) had – ik doel hier natuurlijk op de eindelijk-ten-lange-leste-maatschappelijk-erkende misstanden veroorzaakt door de Belastingdienst inzake goedwillende Belastingadviseurs en Kindertoeslagouders, die zich van geen kwaad bewust konden zijn, – verder dan ooit afgedwaald van de transparante democratie die het ooit was. Nederland glijdt, samen met meerdere landen in de Europese Unie, af naar een autoritair systeem waarin het welzijn van zijn ingezetenen elke prioriteit heeft verloren. Niet naar een kopie van de klassieke repressieve, totalitaire staten zoals het communistische China, het nazi-Duitsland of de stalinistische USSR, maar naar een nieuw soort totalitarisme, te weten ‘De autoritaire staat 2.0-light’. De politicoloog Sheldon Wolin bedacht voor landen als het onze de term ‘omgekeerd totalitarisme’, dat staat voor ‘een hyperefficiënte neoliberale maatschappij gerund door managers en technocraten’. Grote denkers als Hannah Arendt, Yuval Harari en George Orwell waarschuwden al veel eerder voor deze mogelijke ontwikkeling, die nu in ons land bewaarheid blijkt te worden. Inmiddels wantrouwt de Nederlandse overheid haar burgers en grijpt al te graag naar repressie om de repressie (A license to disturb). De koning praat met hulpdiensten over hun schokkende problemen bij het bestrijden van rellen in Rotterdam, maar hij spreekt niet met de raddraaiers.

Nederlanders en vijanden van het volk

Een tijdje geleden vroeg een broer van mij, om van gespreksonderwerp te veranderen, of ik een wappie was. Nou, volgens mij zijn er veel redenen waarom mensen zich niet laten vaccineren met een mRNA-bevattend middel dat toch niet zo effectief blijkt te zijn als beloofd, en waar — in tegenstelling tot klassieke vaccins — telkens weer nieuwe boosters voor nodig zijn. Ik heb me bedeesd, zodra dat kon, wel laten vaccineren, maar had niet verwacht dat alle vaccinweigeraars nu op één hoop zouden worden gegooid als half-misdadige wappies die medeplichtig zijn aan een massamoord op de ‘normale’, gevaccineerde mensen. Sommige mensen zijn zelfs zo geradicaliseerd dat ze op sociale media oproepen om kinderen weg te halen van hun ongevaccineerde ouders of tot prikkampen. In de Tweede Kamer beloven twee populistische volksvertegenwoordigers ‘tribunalen’, waarvoor collega’s die het land kapot maken zich zullen moeten verantwoorden. En in dit rumoer bepleit de regering een G2-strategie, die olie op het vuur gooit. Dat de regering daarmee accepteert dat alle varianten van het covid-19-virus door gevaccineerden worden verspreid, zij het in mindere mate dan niet-gevaccineerden, blijft onbesproken. G3, waarbij niet-gevaccineerden over dezelfde kam geschoren worden als gevaccineerden, dwarsboomt geenszins de volksgezondheid, integendeel, maar wel het overheidsbeleid dat ten doel heeft dat iedereen zich laat vaccineren. De extra covid-19-infecties met alle gevolgen van dien neemt de regering op de koop toe.

Een vals zelfbeeld van nationale superioriteit

Nee, er zal in Nederland niet snel een volksopstand komen, simpelweg omdat Nederlanders geen volk meer zijn maar een nieuwe verzameling zuilen met tegengestelde belangen, botsende culturen en onverzoenlijke levensbeschouwingen. Na mijn geboorte kwam ik in een verzuilde samenleving en nu blijken de zuilen gehergroepeerd. Met onze mainstreammedia en regeringsleiders, die er alleen op uit zijn de status quo van ziekmakende machtsverhoudingen in de samenleving te handhaven, geloven we al te graag in ons superieure zelfbeeld en zwijgen we al te graag over onze afhankelijkheid en kwetsbaarheden. Kritische brieven, die wel in kranten van andere landen geplaatst worden, krijgen in de Nederlandse media geen aandacht (zie verder in de bronvermeldingen). De Nederlandse regering laat zich domweg informeren door het ‘Outbreak Management Team’ en neemt besluiten alsof covid-19 niet meer is dan een interne aangelegenheid van landsbelang. Over ons covid-19-beleid in samenhang met oversterfte en in vergelijking met andere landen, sowieso over de covid-19-doden en ernstige covid-19-lijders met of zonder vaccin weinig woorden. Als ik het zo hoor zijn slechts de voorraad lege bedden op de intensive care leidend voor alle corona-beleidskeuzes. Hadden we er 3x zoveel gehad, dan was een beleidsgevolg tot zo’n 50 – 60.000 covid-19-besmettingen per dag aanvaardbaar regeringsbeleid geweest. Nu ligt dat aantal, waarachter volgens mijn zienswijze mensenlevens schuil gaan, een stuk lager. En onze regering straalt zelfverzekerde trots uit over haar strategie mede door haar falen en de oorzaken daarvan professioneel dood te zwijgen als het graf.

Met mij gaat het gelukkig goed en met ons gaat het helaas niet alléén op het front van corona slecht. Waar zal ik het de volgende keer over hebben?

Bronnen: “Een politiek van gevolgen, Het land van Mark Rutte” en “‘Je bent een oplichter. Wegwezen!’ Een malende Goliath versus belastingmannetjes” beide via DeGroeneAmsterdammer door resp. Mathieu Segers op 17 november en Marco de Vries op 8 december 2021 en “Nederland glijdt in ijltempo af naar een autoritaire staat; Lessen van Arendt, Harari en Orwell” door Teun Voeten via Doorbraak op 9 december 2021.

Alleen voor alle journalisten en redacteuren

Beste journalisten en redacteuren,

De teerling is geworpen. Julian Assange mag worden uitgeleverd aan de Verenigde Staten van Amerika. Zijn zaak gaat nu terug naar de eerste rechtbank die zonder de minste twijfel dit vonnis zal bevestigen. In de VS wacht hem een levenslange gevangenisstraf in verschrikkelijke omstandigheden.

Alleen druk van de publieke opinie kan hem nog redden. Die kan echter alleen in actie schieten als ze door u wordt geïnformeerd over de ware aard van zijn proces en wat zijn zaak betekent voor de vrije onderzoeksjournalistiek.

Het Britse gerecht heeft het principe erkend dat de VS als enige land ter wereld een niet-VS-burger kan gevangen nemen in een ander land, op basis van een VS-wet, voor feiten die niet werden gepleegd op het grondgebied van de VS.

Elke journalist die vanaf nu nog overweegt misdaden van de VS en hun bondgenoten te openbaren is hierbij verwittigd. Voor een deel is die afdreiging reeds bewaarheid door de bijna 11 jaar die Julian Assange tot nu al van zijn vrijheid werd beroofd.

Zonder de minste twijfel heeft het Britse gerecht de overweging gemaakt dat deze vonnissen ooit na jarenlange procedures zullen worden vernietigd. Ondertussen zal hun echte doelstelling echter reeds bereikt zijn. Assange zal dan reeds jaren in een maximum security gevangenis in de VS wegrotten, waar de VS hem nooit meer zullen laten gaan, ook niet als de hoogste rechtbanken in Straatsburg zijn gevangenschap veroordelen.

Jullie hebben aan deze afloop meegewerkt door vanaf het begin de leugens over zijn zaak in Zweden te reproduceren zonder zelf na te gaan wat er van aan was. Wij gaan die leugens hier niet opnieuw opsommen. Een aantal van jullie heeft bovendien zijn stelling dat hij uitlevering aan de VS vreesde jarenlang weggelachen.

Het is echter nog niet te laat. U kunt nog veel doen. Het eerste wat u kunt doen is eindelijk zelf heel zijn zaak uitpluizen, van 2010 tot nu, en zèlf conclusies te trekken in plaats van copy-paste-gewijs de beweringen van de regeringen in Australië, Groot-Brittannië, de VS en Zweden te reproduceren.

Wat u vervolgens kunt doen is het publiek inlichten waarom deze zaak een immens gevaar is voor de vrije journalistiek waar ook ter wereld. Onderzoeksjournalistiek – in feite de enige èchte journalistiek – en vrije informatieverstrekking zijn in levensgevaar.

De Britse gerechtelijke procedures kunnen nog jaren aanslepen. Dit geeft u de tijd om u te informeren en over Julian Assange te publiceren. Weigert u dat te doen, dan stemt u de facto in met de afschaffing van vrije journalistiek.

Het zou kunnen dat u het met deze gang van zaken eens bent. Dat is uw vrijheid. Noemt uzelf dan wel geen journalist meer maar copywriter.

Het zou kunnen dat u het wel eens bent met deze oproep. Laat u niet kennen. Reeds duizenden andere journalisten hebben de stap gezet en scharen zich solidair achter hun collega.

De tijd om te beslissen wat u gaat doen is wel nu.

Citaat: “Assange mag worden uitgeleverd aan de VS, mainstream journalisten aller landen, schaam u” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 9 december 2021 (met 9 redactionele aanpassingen, te weten ‘redacteuren’ zijn in de aanhef toegevoegd, de 1e keer VS voluit, de 3e alinea bold en de volgorde van landen in de 7e alinea, 3x ‘kan’ vervangen door ‘kunt’ en in ‘zélf’ & ‘échte’ de ‘é’ vervangen door ‘è’).

Geraffineerde publieksmanipulatie

Weet u nog dat toenmalig presidentskandidaat Joe Biden zijn klimaatplan ter waarde van 2 biljoen dollar aankondigde? Dat was op 14 juli 2020. De reclamecampagnes lagen kennelijk al klaar, want op 15 juli daarna begonnen fossiele brandstofgroepen in de Verenigde Staten van Amerika Facebook flink te betalen om het gebruik van gas en olie te promoten. 10 van hun belangengroepen, 5 brancheverenigingen en 10 gas- en oliebedrijven investeerden vorig jaar uiteindelijk minstens $ 9.597.376 (zo’n € 8.500.000) om hun producten in 431.000.000 berichten via social media aan te prijzen.

In zijn voorstel om de klimaatontwrichting te bestrijden riep Biden toentertijd op tot beëindiging van de uitstoot van elektriciteitscentrales tegen 2035 en een overduidelijke vermindering van het verbruik van fossiele brandstoffen. Nu wenst hij door meer gas en olie op te pompen de Amerikaanse economie een impuls te geven, maar dat immer weerkerende kiezersbedrog terzijde. Waar het in dit blog om gaat, is dat de fossiele industrie via social media geraffineerd, hetgeen in deze context een grappig bijvoeglijk naamwoord is, het politieke debat stuurt om de opwarming van de aarde aan te pakken door gas en olie te promoten als onderdeel van de oplossing. Daarbij blijkt: “De olie- en gasindustrie gebruikt een geavanceerd draaiboek om klimaatactie te ondermijnen”. De advertenties vermijden regelrechte klimaatontkenning, maar proberen in plaats daarvan door meer genuanceerde, subtiele tactieken “het gebruik van olie en gas te verlengen”.

Geen van de 6.782 advertenties, die aardgas promootten als ‘groen’ of ‘schoon’, werd door Facebook als ‘desinformatie’ aangemerkt of vanwege de ‘misleidende inhoud’ verwijderd. “Ondanks de publieke steun van Facebook voor klimaatactie, blijft het sociale medium zijn platform gebruiken om propaganda voor fossiele brandstoffen te verspreiden”, blijkt nu. Ook daar gaat financieel gewin boven een leefbare aarde. Facebook ontving voor de in totaal 25.147 advertenties in totaal minimaal dat genoemde bedrag van $ 9.597.376, maar de werkelijke inkomsten voor Facebook zijn waarschijnlijk aanzienlijk hoger.

De advertenties werden voornamelijk bekeken in gas- en olieproducerende staten zoals Alaska, Californië en Texas. Met uitzondering van de advertenties rond zelfverklaarde ‘klimaatoplossingen’ hebben meer mannen dan vrouwen ze gezien en dan nog het meest zij die tussen de 25 en 34 jaar waren.

In 2019 bleek al dat de 5 grootste beursgenoteerde gas- en oliebedrijven sinds de ondertekening van het Parijsakkoord meer dan $ 1.000.000.000 (9 nullen) aan aandeelhoudersfondsen hadden besteed voor het lobbyen tegen klimaatbeleid. In datzelfde jaar hadden 15 gas- en oliebedrijven $ 17.000.000 uitgegeven aan politieke advertenties gericht om Amerikaanse Facebook-gebruikers te manipuleren.

Wanneer we hier dus, net als bijvoorbeeld bij de bestorming van het Capitol, ons fronsend afvragen wat Amerikanen nu eigenlijk bezielt; dan is dat dus dat de democraten hun hun banen afpakken en dat hun leven op de kop gezet wordt, terwijl de fossiele sector juist zo goed bezig is. Ehhh, zouden afpakken en zou zijn.

Bronnen: “Fossiele industrie besteedt miljoenen aan Facebook-advertenties” door InterPressService via DeWereldMorgen en “Biden vraagt meer olie; ‘langetermijnambities verliezen van kortetermijnbelangen’” via de economieredactie van NOS;  beide op 12 augustus 2021.

Geen witte kerst

We zijn nog maar net in december en nu al lijkt 2020 een van de 3 warmste jaren ooit te worden, stelt de WMO, de meteorologische organisatie van de Venigde Naties, in een rapport. Tot nu toe was 2016 wereldwijd het warmste jaar. De 6 jaren vanaf 2015 horen alle 6 tot de warmste ooit.

Ook in andere opzichten is 2020, volgens de WMO, voor het klimaat nu al een extreem jaar, bijvoorbeeld door extreem veel smeltend ijs bij de Noord- en de Zuidpool, door de hevigste branden ooit in Australië, Californië en Colorado, doordat in Siberië tijdens een hittegolf in juni een recordtemperatuur van 38ºC werd bereikt en vanwege de hoogst gemeten temperatuur in 80 jaar op aarde (54,4ºC); dat was in Death Valley in Californië.

Dit jaar is het op aarde gemiddeld 1,2ºC warmer dan halverwege de 19e eeuw en volgens de VN is de kans momenteel minstens 20% dat de 1,5ºC temperatuurstijging al in 2024 wordt gehaald.

Naar aanleiding van het rapport roept VN-secretaris-generaal António de Oliveira Guterres de wereldleiders op een eind te maken aan ‘de oorlog tegen de natuur’. “De mensheid is oorlog tegen de natuur aan het voeren“, zegt hij aan de vooravond van de virtuele klimaattop, die op 12 december in Parijs wordt gehouden; op de 5de verjaardag van het klimaatakkoord van Parijs. En Oliveira Guterres vervolgt: “Dat is zelfmoord. Apocalyptische branden, overstromingen en orkanen zijn in toenemende mate het nieuwe normaal.

Nee, die witte kerst kunnen we wel op onze buik schrijven.

Bron: “VN: 2020 wordt in Europa warmste jaar ooit gemeten” Nos Nieuws Buitenland op 2 december 2020.

Hoe scheid ik Covid-19-kaf van -koren?

Voor het virus, het Covid-19-virus, zijn meningen volstrekt irrelevant.

Sinds ik er in maart mee geconfronteerd werd, neem ik het serieus, in die zin dat ik me alleen interesseer in mechanismen: via welk mechanisme kan ik besmet raken (en op mijn beurt anderen besmetten) en via welk mechanisme tast het het menselijk lichaam aan? Dat is wat voor mij telt en de rest kan me wel zo’n beetje gestolen worden.

Natuurlijk doet een VVD-minister-president het liefst wat des VVD’s is, zoals de andere kabinetsleden het liefst doen wat des CDA’s, CU’s, D66’s en VVD’s is en ik heb in geen van allen mijn vertrouwen gesteld. Wat dat betreft kan onze regering mij niet teleurstellen, al bevreemdt het mij dat zij de WHO-richtlijnen van meet af aan niet punctueel hebben opgevolgd.

Corona-doden en –ziekenhuis-opnames interesseren me niet, al zeggen de cijfers, nu er getest kan worden, meer dan in april, mei en juni. Wel valt me op dat velen naar deze getallen kijken als percentages van de bevolking om vervolgens de ernst van de ziekte te bagatelliseren. Zij maken volgens mij een denkfout. Immers, wanneer de samenleving 3 weken eerder op slot was gegaan, zouden de besmettingen, doden en ernstig zieken – op basis van wat bekend is – een factor 1.000 lager geweest zijn. Dat zou een fantastisch quasi-argument zijn geweest te veronderstellen dat het virus nagenoeg onschadelijk is. En wanneer de samenleving 3 weken later op slot zou zijn gegaan een factor 1.000 hoger met jammerklachten over falende bestuurders tot gevolg.

Discussies over de anderhalvemeter-samenleving, de gevolgen voor cultuur, evenementen en horeca, het nut van mondkapjes en thuis werken interesseren mij evenmin als de complottheorieën rondom corona. Ik doe het met wat ik weet of denk te weten en trek verder niet erg consequent mijn eigen plan. Het doel een groepsimmuniteit te ontwikkelen tegen een nagenoeg onbekend virus verwerp ik al zolang de inmiddels bekende mechanismen van aantasting van lichaamsfuncties en verspreiding zo zijn als algemeen door virologen en andere op dit vlak serieus te nemen artsen verondersteld. Het laatste degelijke artikel hierover las ik in De Morgen van 5 augustus jl.. Ik zou het fijn vinden wanneer er weer zo’n goed geschreven medisch artikel gepubliceerd zou worden met actuelere inzichten, maar helaas wijden onze media zich kennelijk liever aan discussies zonder doel en ander vermaak.

Het lijkt een beetje saai, en dat is het misschien ook wel. Dus tenslotte nog even dit. In landen als China en Japan worden volgens mij al veel langer mondkapjes gedragen wanneer iemand ziek is. Dan wordt ook lichamelijk contact met vreemden vermeden. Mij lijkt daar sowieso wel wat wijsheid in te zitten. Ik draag vooralsnog alleen een mondkapje als dat ergens verplicht is en ik registreer me alleen waar me dat gevraagd wordt. Echter, toen ik, vlak voordat ik een week naar Teschelling zou gaan, coronaverschijnselen begon te vertonen, deed ik vanwege alle gedoe met overvolle teststraten geen poging me laten testen. Ik ging er vanuit dat ik een gewoon koutje opgelopen had (ik meende te weten waar en wanneer), waardoor ik neusverkouden geworden was met een beetje verhoging, gevolgd door hoesten en snotteren. Ondanks de wijsheid der Chinezen en Japanners droeg ik ook toen geen mondkapje als ik op stap ging. Wel stelde ik degenen, met wie ik contact had, en met wie ik de dagen daarvoor intensiever contact gehad had, op de hoogte van mijn verkoudheid. Gelukkig wàs het een gewone verkoudheid die vanzelf over ging en voelde ik me na een paar dagen weer als vanouds.

Zo gaat dat dus bij mij. Nee, ik ben er niet trots op.

O, Terschelling? Het was er heerlijk: goed gezelschap, fijne huisvesting, mijn koutje beperkte me nergens in en vrijwel elke dag was het lekker wandelweer waarvan we goed gebruik maakten. Ik heb mijn spullen zojuist weer uitgepakt en een eerste was gedraaid. En, wat voor mij ook belangrijk is, van mijn huis werd ondertussen goed gebruik gemaakt door een andere vriendin.

Stijgen, door gebrek aan gewicht

Het begon met eigenwijsheid. Daar begint verandering altijd mee. Mijn eigenwijsheid (één woord):

Mijn cellodocent (v) vond een harde koffer voor mijn cello niet nodig. De zachte hoes, die ik had, volstond. Ik hoefde me niet druk te maken over de hals van mijn cello als een laaghangende tak ertegen zou botsen. Terwijl ik op de fiets naar haar twee van die laaghangende takken passeer. Op de terugweg geen; toch vond ik het maar niets. Een beetje deuropening is ook al te laag.

Een cellovriend, een net-als-ik-leerlingcellist met wie ik elke derde week samenspeel, had een mooie harde koffer gekocht. Daar kon ik goed mee fietsen. Die wilde ik ook. Ik wilde zelfs dezelfde mooie geborsteld blauwe kleur. Eigenwijze ik bestelde dezelfde koffer via internet. Zo gaat dat tegenwoordig.

In afwachting van de bezorging zocht ik stikkers uit om mijn koffer te onderscheiden van andere cellokoffers. Zo zet ik, uit vroegere orkestervaring wijs geworden, ook altijd een teken op al mijn bladmuziek. Mijn koffer werd bezorgd, ik beplakte hem bescheiden en ik werd een ander mens. Onverwacht voelde ik me ineens een cellist-in-de-dop, zoals een kind zich in een piratenpak piraat kan voelen.

Niet veel later gaf ik mij op bij een amateur-orkest. Als ik mijn cello goed mee kan nemen, vergroot dat mijn mogelijkheden en ik oefen om te leren samenspelen; niet om te oefenen. Vanavond had ik, na wonder boven wonder een auditie ‘overleeft’ te hebben, alweer mijn vijfde repetitieavond. De eerste avond dat ik haast alles mee kon spelen. Aan sommige hoge noten ben ik nog niet toe, dus dan zwijgt mijn cello; enkele loopjes gaan zo snel dat ik mijn behendigheid eerst nog verder moet ontwikkelen, één stuk dat in driekwartsmaat geschreven is (3 tellen, zoals ook in een wals), speelde ik telkens de tweede tel niet, waardoor ik de rest wel helemaal mee kon spelen. Slechts één keer klaagde de dirigent (v) vanavond over de zuiverheid van de cellisten. Wij alle vier wisten dat alleen ik me dat beklag aan moest trekken. Dat deed ik, en ik speelde monter en meer geconcentreerd op mijn vingerzetting door.

Tijdens de repetitie sprak ik met een medecellist (v) af om de komende tijd eens, net als met mijn cellovriend, duetjes te gaan spelen. Zo rol ik sinds de aanschaf van die koffer van het ene muziekavontuur in het andere.

Hoewel iets in mij ook wel opgezien had tegen deze repetitieavond, overweegt achteraf een gevoel van Wat leuk om aan dit geheel bij te mogen dragen; Mijn partijtje mee te strijken en te tokkelen. Heel anders dan op de heenweg, voel ik me voldaan. En verschillende melodiën, die we vanavond repeteerden, ‘hoor’ ik nog in mijn hoofd.

Wat mijn lol nog ‘ns extra vergroot, is dat ik – door feitelijk te vroeg aan een orkest deel te nemen – met sprongen vooruitga. De dirigent had dat in haar overweging meegenomen toen ze me na mijn auditie toeliet.

Dit alles roept nu een ervaring op uit mijn geheugen, een leerervaring uit het begin van mijn muzikale leven: door samen op een feitelijk te hoog niveau aan concoursen deel te nemen, konden we een enkele keer boven ons eigen niveau presteren.

Mijn zomervakantie dit jaar

Mijn zomervakantie-plan bestond eruit dat ik een vriendin met een vriendin van haar zou brengen naar een camping in de Dolomieten. Daarna zou ik twee bergtochten in de buurt van die camping maken om die twee vervolgens weer terug te brengen naar Nederland. De eerste bergtocht zou twee keer zo lang duren als de tweede en ik zou vaak kamperen bij bergmeertjes; zo mogelijk altijd bij stromend water, had ik bedacht.

Zo begonnen we mijn eerste vakantiedag rond 21:30 uur aan een nachtelijke heenreis en rond 10:30 uur kwamen wij de volgende dag aan op de camping. Ik kwam bij van de heenreis, terwijl de twee vrouwen hun tent opzetten en zich hun nieuwe omgeving eigen maakten. Aan het eind van de middag namen we een voorlopig afscheid van elkaar.
Ik parkeerde mijn trouwe Volvo een kilometer of 13 verderop, sorteerde de spullen die mee gingen de bergen in, pakte mijn rugzak definitief in en wandelde nog geen kilometer naar een weide aan een rivier om mijn eerste kampement op te slaan. Ik ontdekte mijn hoofdlamp vergeten te zijn en haalde die nog even uit de auto voor ik ging slapen.
De volgende ochtend kon ik mijn (anti-)zonnebrand niet vinden en haalde mijn reserve-(anti-)zonnebrand uit de auto voor ik aan mijn bergtocht begon.

De dagen daarna was het klimmen en dalen in slow motion, waarbij ik gedoseerd naar wat ik aan wilde gaan fysiek leed. Alleen de eerste dag zag en ontmoette ik nog dagjesmensen. Ging mijn weg omhoog naar een bergmeer, dan ‘moest ik’ dat meter na meter stijgen op de een of andere manier voor elkaar zien te krijgen. Ging mijn weg omlaag dan deed ik dat eveneens op mijn dooie gemak. Wilde ik liggen, gewoon pauzeren of slapen dan deed ik dat. Wilde ik bouillon dan maakte ik die. Had ik gewone trek dan nam ik wat te eten uit mijn rugzak. En dat alles dagen achtereen. Ik liet me door markeringen de bergen optrekken en dronk onderweg heel veel water; het liefst zo uit de bergriviertjes en wanneer die niet in de buurt waren uit mijn veldfles. Ik genoot van mijn afwisselende uitzichten, met name die over de route die ik reeds afgelegd had.

Bij bliksem, wanneer ik me nog onder de boomgrens bevond, bleef ik onder de boomgrens. Bij bliksem boven de boomgrens zette ik mijn groene tentje op en probeerde de bliksem af te leiden door mijn nordic walking stokken wat verderop in de grond te steken; mijn metalen voorwerpen legde ik dan daarbij.
Ik koos ervoor onder laaghangende wolken te blijven door wat eerder dan gepland mijn groene tentje op te zetten.
Ook zette ik mijn tentje eerder op wanneer er regen op komst was. Eén keer deed ik dat, terwijl ik slechts 100 meter onder mijn doel van die dag was.

Mijn groene tentje doorstond deze vakantie opdringerige koeien en nachtelijke rukwinden in een storm. Ik kwam er achter dat ook tijdens het herkauwen koeien mij uit mijn slaap hielden en mij in slaap susten door hun luid klingelende koeienbellen. Wat ’s avonds een mooi veldje voor mijn tent was geweest, trof ik de volgende ochtend aan als een mozaïek van koeienvlaaien. Daarbij hadden de dames ook op mijn tentje gemorst.

Ik beleefde een top-wandeldag toen ik al dagen geen bereik van telefoon of internet had. Als enige mens in een vallei ‘moest ik’ met gamaschen een rivier oversteken en zette ik een 200 meter hoger mijn groene tentje aan een helderblauw ijsmeertje. Ik slenterde verder omhoog langs een voor mij moeilijke rotspassage en over rotsen, sneeuwveldjes, steenvlakten en een lange, steile steengruishelling totdat ik halverwege de middag op een bergrug van iets meer dan 3.122 meter hoogte kon genieten van een weids uitzicht over alle bergen om mij heen.
De wandelroute, die ik omhoog genomen had, nam ik grotendeels ook naar omlaag tot ik terug was bij mijn tentje.
Daar in de buurt maakte ik nog een avondwandeling waarbij ik wel een uur met elkaar spelende gemzen observeerde. Die dag at ik alles bij elkaar twee droge crackers, één winterworteltje en een handje cashewnoten. Ik dronk liters water uit stromende riviertjes en mijn veldfles.

De laatste hele dag van mijn eerste bergtocht ontmoette ik een – voor mij jong – stel, dat dezelfde route zou afleggen als ik op mijn top-wandeldag. Ik waarschuwde hen voor het deel dat ik geen markeringen gevonden had en adviseerde op die plek vooral rechts aan te houden. Ik was daar rechtdoor gegaan waardoor ik die voor mij moeilijke rotspassage had moeten zien te nemen.
Ik genoot van een uitzicht over het tweede bergmeertje waarbij ik gekampeerd had. Ik betrapte me op de gedachte dat er twee mensen bij mijn (!) meertje liepen.
Ik plaatste mijn groene tentje niet aan mijn laatst geplande bergmeertje, maar aan een kabbelend riviertje in een grote hoogvlakte met verschillende meertjes. Daar beleefde ik mentaal mijn afscheid voor deze zomer van de mij geliefde hooggebergten. Ik besloot de optie open te houden geen tweede bergtocht te gaan maken, omdat ik feitelijk mijn doel tijdens deze fantastische tocht al bereikt had.

De volgende dag verheugde ik me op een uitgebreide maaltijd in een refugehuis, maar die ging niet door omdat rond 11 uur de keuken nog gesloten was.
Ik verheugde me vervolgens op een uitgebreide maaltijd in een dorp nabij de camping. Mijn broek zakte af tot een mannenmode waaraan ik niet eerder meegedaan had. Ik trok hem toch maar steeds op. Tussen mijn riem en mijn buik paste inmiddels met gemak mijn beide vuisten. Met toestemming van iemand uit de refuge negeerde ik een gemeentelijke waarschuwing betreffende het laatste stukje tot de parkeerplaats met mijn auto. Op dat laatste stukje was een deel van het wandelpad weggegleden. Op de heenweg had ik het nog belopen. Ik had er ‘om het nooit meer af te leren’ nog een hele klim aan om die paar meter te overbruggen door door het struikgewas op de hoger gelegen berghelling een nieuwe weg te zoeken.
Vlakbij de parkeerplaats had ik nog een heel gesprek met een Italiaan uit Rome, die me uitnodigde bij zijn gezin te logeren mocht ik Rome willen bezoeken. Deze ontmoeting liep uit op mijn eerste gesprek in acht dagen. Verder had ik de dag daarvoor alleen het jonge stel even gesproken. Dagen achtereen had ik zelfs niemand gezien.
Via de camping – mijn gezelschap maakte elders een wandeling – reed ik naar een nabij gelegen dorp. Gezien de siësta stelde ik mij tevreden met een croissant, een espresso, twee verrukkelijke Italiaanse ijskoffies en een puddingbroodje. Ik bekeek de mensen op het aangelegen dorpsplein en deed na de middagrust boodschappen in de twee supermarktjes, die het dorp rijk was.
’s Avonds genoot ik met mijn gezelschap in het eenvoudige campingrestaurant uiteindelijk mijn uitgebreide maaltijd. We hadden veel uit te wisselen en het klikte goed.

De dagen daarna maakten we gezamenlijk nog een fraai en flinke tocht op hoogte door ons daarheen met een kabelbaan te laten vervoeren. Op die tocht vielen de bergschoenen van de vriendin van de vriendin tijdens een lastige oversteek in een wilde bergrivier. Eén van de twee schoenen vond ik na lang zoeken terug.
We bezochten met bus en trein een wat groter stadje om nieuwe bergschoenen te kopen en genoten van – voor ons – historische hoogtepuntjes.
En we maakten een mooie, afwisselende en afsluitende wandeltocht van 9 uur waarbij we vastliepen en dus over hetzelfde pad een stukje terug moesten. De laatste kilometer liftten we bij gebrek aan lijnbusvervoer in de auto van andere wandelaars terug naar de camping.
We namen nog een lummeldag op en rond de camping.
Op de dag van vertrek naar huis bezochten we Bolzano (Bozen), dat ons geen van drieën aansprak. Tijdens onze terugweg aten we tussen allemaal Oostenrijkers ons “galgenmaal” in Oostenrijks Tirol en de volgende ochtend om 6 uur was mijn vriendin thuis. Haar vriendin zou nog even bij haar blijven logeren. Een uurtje later was ik ook thuis; geheel voldaan van een fantastische zomervakantie. Inmiddels past mijn riem weer om mijn buik.

De Brexit en het nieuws

Nee, ik heb helemaal niets op met de Britse politicus Alexander Boris de Pfeffel Johnson (19 juni 1964). Ik wil hier een heel ander punt maken.

Na maanden en maanden framing blijkt de werkelijkheid nu heel anders.

Alle maanden van onderhandelingen binnen het Britse Lagerhuis werd de indruk gewekt als zouden de Britten geschrokken zijn van de consequenties van hun met nipte meerderheid verkozen Brexit. De interne strijd in het Lagerhuis en binnen de Conservative Party over wel of niet uittreden, en zo ja onder welke afspraken met de Europese Unie zou blijk geven van spijt en besluiteloosheid. De boodschap was dat het beter is om in de EU te blijven als je er deel van uitmaakt.

Echter, op het moment dat de 27ste Conservatieve partijleider Theresa Mary Brasier May vervangen gaat worden, blijkt dat gedurende heel de voorverkiezingen de uitgesproken Brexiteer Boris Johnson ruime voorsprong heeft op alle andere genomineerden.

Hoe zit dat nu met die framing?
Hoe zit het met de deskundigheid van al onze nieuwsduiders en opiniemakers?
Ik had er al niet zo’n hoge pet van op, en zie de voorsprong van Boris Johnson op zijn rivalen inclusief de enig overgebleven rivaal Jeremy Richard Streynsham Hunt (1 november 1966) als ondersteuning van mijn opvatting over de wijze waarop in Nederland nieuws door de mainstream media gebracht wordt: hyperig, onevenwichtig en vooringenomen.

Mocht Boris Johnson toch aan Jeremy Hunt de eer moeten laten om de 28ste partijleider van de Conservative Party te worden, dan is dat niet vanwege zijn Brexit-ideologie, tenzij de Brexit-opvattingen van de partij en haar leden mijlenver uit elkaar liggen.