Laat je inspireren door anderen, die raad met je weten

Het zit er op voor mij; mijn symbolische vuurdoop. Een vuurdoop waarvan ik al weken wist dat hij gisteravond rond 21:30u achter de rug zou zijn. Een uur eerder zou namelijk mijn eerste concert voor publiek aanvangen, waarbij ik mijn cello zou bespelen. Ik heb er van genoten om in mijn 5de leerjaar een aandeel te mogen leveren aan dit concert. We speelden een uur lang arrangementen van Johannes Bach (Bist du bei mir?), Wiliam Boyce (Symphony I), John Bratton (The Teddybears picknick), Edward Elgar (Salut d’amour), Albert Ketèlbey (In a Persian market), Louis Lefébure-Wély (Bolero de concert), Gioacchiino Rossini (The barber of Seville) en Bedrich Smetana (The Moldau). En het aardige van zo’n optreden is dat het er altijd op aankomt op precies dat ene moment de juiste rust niet of noot juist wèl te spelen.

Onder het geëerd publiek waren ‘mien leafke’ en 3 vriend(inn)en, die de moeite hadden genomen om mijn primeur op te luisteren. Ik was daar blij mee en dit optreden leverde me veel nieuwe inzichten. Bijvoorbeeld dat ik al best iets op mijn cello kan, hoe fijn de spanning is om op het vlak van een vrij verkozen hobby te mogen ‘moeten’ presteren en hoe leuk ik het vind om met anderen muziek voor publiek te maken.

Maar de belangrijkste inzichten waren voor mij wel dat intensief studeren, om tijdens dit gebeuren het voor mij best mogelijke ten gehore te brengen, me veel behendigheid opgeleverd heeft, dat – nieuw noch opzienbarend – mijn onzekerheid over mijn kunnen contraproductief werkt en dat de voorbereidingen me meer (gezonde) stress opleverden dan het uiteindelijke concert, waarvan ik – net als tijdens de repetities van dit amateurorkest, dat Samuze heet (een verhaspeling van muze, muziek maken en samen) – intens genoot.

Natuurlijk – ere wie ere toekomt – was mijn bereidheid om mee te spelen afhankelijk geweest van onze innemende en kundige dirigent Noortje Braat. Ik kan me voor mij, in deze fase van mijn cello-amateurisme, geen betere dirigent voorstellen en ik heb in een vorig leven als muzikant verschillende prettige dirigenten en orkestleiders meegemaakt.

Ik vind het ook fijn dat dit eerste cello-optreden er voor mij nu op zit. Met mijn inzichten kan ik verder zodra ik weer wat minder opgewonden ben dan de afgelopen avond, nacht en ochtend. Had ik om ongeveer 12:48u op 23 maart 4 jaar geleden uit het niets besloten om me een goede cello aan te schaffen en daarop met de hulp van privé-lessen te leren spelen, terwijl ik tot dat moment nog nooit een strijkstok had vastgehouden; en had ik een jaar later tijdens een door Francis Hartman begeleid zelfonderzoek – om me op mijn toekomst te oriënteren – bedacht dat ik stappen kan gaan zetten om samen met anderen muziek te gaan maken, waar ik direct werk van maakte; ik kwam er allengs achter dat ik gekozen had voor een voor mij frustrerende weg van vaardigheden leren, die ik me haast niet eigen kan maken. En nu zit dus mijn cello-debuut er op. Ik ben er dik tevreden mee en ik smulde er van.

Maar alles goed en wel, voorlopig ga ik weer verder met samen spelen zonder publiek en mijn techniek-oefeningen onder de ook weer bezielende leiding van mijn cellodocent Winde Reijnders. Ja, ik kan het iedereen aanbevelen: ga iets doen wat je nog niet kunt en laat je inspireren dat te leren door mensen die raad met je weten.

Het onzinkbare vliegdekschip van de VS

Alleen Duitsland en Japan, landen die na de Tweede Wereldoorlog door het Amerikaanse leger werden bezet, tellen meer Amerikaanse piloten van de United States Air Force (USAF) op hun grondgebied dan Groot-Brittannië. Daar zijn het er meer dan in de historische Amerikaanse militaire buitenposten zoals Italië, Micronesië en Zuid-Korea.

De aanwezigheid van de USAF in Groot-Brittannië is niet zomaar een overblijfsel van de Koude Oorlog. Ze is zeer actief en ze is permanent. 8.836 van de 55.223 Amerikaanse piloten in actieve dienst, die vorig jaar in het buitenland werden ingezet, bevonden zich in Groot-Brittannië. Dat is 16%. Uit de cijfers van september 2021 blijkt dat momenteel 9.074 manschappen van de Amerikaanse luchtmacht in actieve dienst in het Verenigd Koninkrijk worden ingezet. Zij werken samen met 113 personeelsleden van de USAF-reservisten en een lid van de USAF-Nationale Garde. Zij worden ondersteund door 542 USAF-burgermedewerkers. Nog eens 150 Amerikanen worden in Groot-Brittannië ingezet voor specifieke NAVO-opdrachten en 135 andere Amerikanen worden op meerdere geheime locaties in het Verenigd Koninkrijk ingezet. Commandant is kolonel Jason A. Camilletti, een veteraan van de oorlog in Irak, die naar eigen zeggen 6.400 personeelsleden en $ 5.600.000.000 aan activa in Groot-Brittannië beheert, waaronder 600 gebouwen en 75 gevechtsvliegtuigen.

Amerikaanse luchtmachtmilitairen hebben de afgelopen jaren vanuit hun bases in Groot-Brittannië bombardementsmissies uitgevoerd naar Afghanistan, Irak en Libië. Het gaat hier om militaire acties, waaronder dus zelfs oorlogshandelingen, die zonder parlementaire controle vanuit Groot-Brittannië worden uitgevoerd. Tijdens de recente Russische aanvalsoorlog op Oekraïne werden Amerikaanse B-52 bommenwerpers met nucleaire capaciteit ingezet op de Engelse basis in Gloucestershire. Uiteraard beweert de VS nu dat ze slechts ‘oefenvluchten’ uitvoeren; en dat is echt geen oorlogsvoorbereiding.

Met 14.540 bevinden de meeste USAF personeelsleden zich overigens in Duitsland, 13.788 in Japan, 9.730 dus in Groot-Brittannië, 8.315 in Zuid-Korea, 4.988 in Italië, 3.203 in Micronesië, een strategische plek in de Filipijnenzee, in het westen van de Stille Oceaan, 1.571 in Turkije, 1.364 in Puerto Rico, 404 in België en 394 in Spanje. Op Amerikaanse basis elders in de wereld werken minder mensen.

Ter vergelijk: China heeft 8 militaire bases buiten haar grondgebied, waarvan 7 voor de eigen kust; Rusland heeft 14 militaire basis buiten haar grondgebied; en de VS en haar bondgenoten hebben 935 militaire basis over heel de wereld.

Bronnen: “US Air Force in Groot-Brittannië, massale nucleaire machtsontplooiing” door Matt Kennard, voor DeWereldMorgen vertaald door Jan Reyniers en “Westers Imperialisme is nog altijd het probleem, niet China” door Chris de Ploeg; beide via DeWereldMorgen op respectievelijk 16 mei 2022 en 27 december 2021 en “List of Russian military bases abroad” via het Engelse Wikipedia op 16 mei 2022.

In wat voor wereld wil jij leven?

Terugblikkend op mijn leven heb ik het goed getroffen. Ik ben gezond geboren in Nederland en mijn voorouders kwamen ook hier vandaan. Ik ben handig en slim genoeg om me waar ik ook kom te handhaven, en sommige plekken en situaties mijd ik. Mijn ouders waren blij met mij als ‘nakomertje’. Ik werd in de watten gelegd, totdat mij hetzelfde lot ten deel viel als mijn broers en zus: ik noem het maar ‘de generatiekloof’. Thuis was het voor mij met zulke ouders als de mijne niet aangenaam meer, en zo leerde ik om te gaan met een scala aan mensen, vriendschappen te onderhouden en te sluiten. Een tante en oom adopteerde ik als plaatsvervangende ouders. Omdat het mij het beste leek, ging ik na de nodige dwaalwegen naar een universiteit om daar als landschapsecoloog af te studeren. Ik hopte vervolgens van baan naar baan, want ik kon geen vast werk krijgen. Werkgevers waren personeel al als kostenpost gaan zien. Maar ik kon me met mijn achtergrond en bijzonderheden goed redden. Nu ben ik begonnen om cello te leren spelen en ik ben al even met pensioen. Ik geniet van culturele evenementen en dagwandelingen, van de wonderen in bossen en op de hei, van klompenpaden en de zee.

Hier betoog ik nog wel eens dat onze voorouders en mijn generatie er een potje van gemaakt hebben. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de perspectieven voor mijn kinderen wanneer ik die vergelijk met mijn perspectieven op hun leeftijd. Toentertijd hadden onze ouders in Nederland een ‘verzorgingsstaat’ opgetuigd; iets dat mijn kinderen zich niet voor kunnen stellen: iets voor niets kunnen krijgen.

Het doorgeschoten marktdenken heeft veel kapot gemaakt, maar “in wat voor wereld zou ik dan wel willen leven?’ vraag ik me wel eens af. Gisteravond kreeg ik onverwacht een antwoord: in een cultuur waar welgemeende aandacht, belangeloze compassie en instinctieve zorg voor elkaar gewoon zijn. Waar mensen niet over één kam geschoren worden, waar vertrouwen een relationele basis is en waar vreemden gezien worden als gewone medemensen.

Ik ga hier overigens niet beweren dat alles vroeger beter was, want ook op Den Uyl, die ik nu als laatste PvdA-er op handen draag, had en heb ik kritiek, omdat de PvdA toen niet ver genoeg ging en er waren ook toen allerhande misstanden. Ook toen had ik mazzel met een Nederlandse achternaam, mijn gezondheid en met mijn witte huid. Maar met de markteconomie is het cement steeds meer uit onze samenleving verdwenen, zijn we elkaars dagelijkse concurrenten geworden en staan we langzaam maar zeker oog in oog met verschillende manieren waarop we het leven op aarde kunnen vernietigen.

Schaf de feestdagen in mei maar af

Bevrijdingsdag, Dodenherdenking, Koningsdag, ze kunnen mij alledrie gestolen worden. Wat betreft Bevrijdingsdag op 5 mei, omdat op 4 mei 1945 de Canadese generaal Charles Foulkes de Duitse generaal Johannes Blaskowitz om 16u in het Wageningse hotel ‘De Wereld’ ontboden had om de zeven artikelen van het “Orders to German Commanders on Surrender” te ondertekenen. Blaskowitz kwam en tekende ze – zoals vereist – ‘onmiddellijk en zonder enig commentaar’ om 16.30u; binnen een half uur. Dat is voor mij wel het herdenken waard (op 4 mei).

Maar doordat onze (voor-)ouders en wij er daarna op de vlakken van democratie, mensenrechten en vrijheid een potje van gemaakt hebben, is ons bevrijdingsfeest wat mij betreft niet meer gerechtvaardigd. In Indonesië deden we direct na onze bevrijding wat de Duitse bezetter ons 5 jaar geflikt had. Door ons vervolgens snel met de voormalige bezetter aan te sluiten bij de NAVO, die in feite onder gezag staat van de Verenigde Staten van Amerika, deden we mee aan deze nieuwe machtsstrijd; nu tegen het voormalig geallieerde Rusland, dat Hitler-Duitsland feitelijk versloeg. Niets blijken ‘we’ daarna van de Tweede Wereldoorlog geleerd te hebben. En inmiddels hebben grootbedrijven en privé-personen een ongebreidelde macht over ons denken en onze media. Ze mochten dan ook vermogender worden dan bijvoorbeeld de Nederlandse Staat en worden al decennia door onze fiscus en andere overheden in de watten gelegd, terwijl ‘huishoudens’ met hun inkomstenbelastingen de schatkist moeten vullen. Het streven naar welzijn verruilden we al snel voor welvaartsbevrediging. Het financieren van regime-veranderingen in een buitenland wordt niet eens moreel afgekeurd. Hoezo democratie; daar zou demos in moeten zitten. Dat we onze neoliberale politieke partijen mogen kiezen maakt ons naar mijn maatstaven nog geen democratie. Het maakt ons hooguit in de schijn vrij.

Schendingen van mensenrechten door als zodanig aangemerkte vijanden worden gelukkig aan de orde gesteld en afgekeurd, maar die, welke onder regie van onze eigen overheden en die van onze bondgenoten gepleegd worden, mogen geen naam hebben, worden genegeerd of door de vingers gezien. Bij ‘vijanden’ zijn het ‘systeemfouten’; bij ons, onze bondgenoten en handelspartners zijn het hooguit uit de hand gelopen incidenten van zogenaamd goed willende, zich ontwikkelende of de vrijheid dienende overheden, die volgens mij te vaak aan de verkeerde kant van de geschiedenis van de mensheid staan. De koopman bepaalt en de dominee dient te zwijgen.

Wat mij betreft is het volkomen juist dat dit jaar eindelijk ook de Indonesische slachtoffers officieel herdacht werden van wat toentertijd heel lang eufemistisch aangeduid werd met ‘politionele acties’ alsof het een binnenlandse aangelegenheid betrof. Maar wat mij betreft is dat bij lange na niet genoeg. Overal waar mensenrechten geschonden worden, overal waar het leven onleefbaar is of wordt, zouden we onze stem moeten verheffen, wanneer we onze vrijheid waard zouden zijn. Maar we verheffen onze stem niet.

En wat betreft het koningshuis acht ik het niet humaan iemand bij geboorte al een metier toe te dichten. Daar kan ik kort over zijn.

In de wereld waarin ik wil leven is ‘het streven naar wereldvrede’ in plaats van economische groei, materieel eigenbelang, vijand- en wij-en-zij-denken eerste, tweede en derde prioriteit.

Willen wij het ooit bereiken

Dan moet het met iedereen

Wie zijn makkers in de steek laat

Laat alleen zichzelf alleen

.

Voorwaarts en niet vergeten

Wat maakt ons zo sterk in de strijd

Bij honger en bij eten

Voorwaarts en niet vergeten

De solidariteit

.

Laat ons leven in vertrouwen

Links gericht en eensgezind

Want je kunt geen wereld bouwen

Op een Rooms en rechts bewind

.

Voorwaarts en niet vergeten

Wij eisen nu klare taal

Voorwaarts en niet vergeten

Kies je enkel voor jezelf

Of kies je voor ons allemaal

Overigens, dit gezegd en gezongen hebbende, laat ik het op De dag van de Arbeid ook afweten, want wat moet ik nog met vakbonden, die lonen zien als kostenpost voor bedrijven en overheden, die decennia de nullijn predikten en werkgevers hielpen secondaire arbeidsvoorwaarden uit te kleden?

Geraadpleegde bronnen: “Capitulaties van Duitse troepen in 1945” door Jan Brouwer via Historiek en “Het solidariteitslied”, zoals Don Quishocking dat in 1979 naar Bertold Brecht zong, via Muzikum; beide op 5 mei 2022.

Dodenherdenking in oorlogstijd

Een mooi onderwerp voor onze dodenherdenking op 4 mei: onze eerste zorg zou volgens mijn bescheiden mening moeten zijn ‘zorgvuldig na te denken over wat we kunnen doen om de misdadige Russische invasie snel te beëindigen en de Oekraïense slachtoffers te behoeden voor nog meer gruwelen’. Helaas zijn er velen, die heroïsche uitspraken bevredigender vinden dan precies déze zorg te verlenen.

Zoals altijd zouden we de hoofdzaak (volgens mij ‘zoveel als mogelijk beperken van lijden’) duidelijk voor ogen moeten houden en overeenkomstig handelen

Er zijn in principe twee manieren om deze oorlog te beëindigen:

1. een diplomatieke regeling via onderhandelingen of

2. de vernietiging van de ene of de andere partij; hetzij snel, hetzij gedurende een langdurige lijdensweg. En het staat buiten kijf dat Rusland in staat is Oekraïne uit te roeien dus het zal niet Rusland zijn dat vernietigd wordt. Als de Russische president Vladimir Poetin en de zijnen zich tot het uiterste gedreven weten, zou dit het resultaat van hun wanhoopsdaad kunnen zijn. Dat is hoogstwaarschijnlijk wat die mensen verwachten, die Poetin nu afschilderen als een ‘gek’, die verzonken is in waanideeën van romantisch nationalisme en wilde wereldwijde aspiraties. Zij wagen een gok, die geen enkel weldenkend mens zou wagen; althans niemand met hart voor de Oekraïnse bevolking. Deze laatste nuancering is helaas noodzakelijk, want vielen ‘hart’ en ‘weldenkend’ wellicht ooit min of meer samen; inmiddels zijn het twee heel verschillende entiteiten.

Er zijn gerespecteerde stemmen in de mainstreammedia, die tegelijk twee standpunten huldigen:

  1. Poetin is een ‘gestoorde gek’, die tot alles in staat is en wild om zich heen kan slaan als hij in het nauw gedreven wordt.
  2. de enige aanvaardbare uitkomst is dat Oekraïne wint. En we kunnen Oekraïne helpen Rusland te verslaan, zeggen zij, door geavanceerd of zwaar militair materieel en training aan Oekraïners te leveren.

Deze twee standpunten kunnen alleen tegelijk worden ingenomen door mensen die dermate weinig geven om het lot van de Oekraïners, dat zij bereid zijn een experiment uit te voeren om te zien of hun ‘gestoorde gek’ zijn overweldigende kracht, waaronder atoomwapens, zal gebruiken om Oekraïne van de kaart te vegen of zelf verslagen zal worden. De voorstanders van deze aanpak zijn momenteel aan de winnende hand. Als Poetin rustig zijn nederlaag accepteert, hebben zij gewonnen. Als hij Oekraïne wegvaagt, winnen zij ook in die zin dat zij hun vijandschap jegens Rusland verder zullen opvoeren en nog veel hardere maatregelen om ‘Rusland’ te straffen zullen rechtvaardigen. Het valt op dat dergelijke bereidheid om te spelen met het leven en het lot van Oekraïners veel lof oogst en zelfs tegen beter weten in wordt beschouwd als een moedige en nobele houding.

Is er iemand die zich afvraagt waarom de VS zich met dit Europese probleem bemoeit?

Serieuze diplomatieke inspanningen leveren om het conflict te beëindigen, zou deze oorlog snel kunnen beëindigen zonder nog meer bloed vergieten, zonder experiment en zonder mogelijke catastrofale uitkomst voor het leven in (Oost-) Europa. Natuurlijk is dat niet het verkozen antwoord voor degenen wier voornaamste doel is ‘Rusland te straffen’; “Rusland tot de laatste Oekraïner te bestrijden”, zoals voormalig VS-ambassadeur Chas Freeman het huidige beleid van de Verenigde Staten van Amerika omschrijft.

De basis voor een diplomatieke regeling is allang duidelijk en werd herhaaldelijk geciteerd door de Oekraïense president Volodymyr Zelensky:

  1. een neutrale positie voor Oekraïne, waardoor het een status krijgt als Mexico of Oostenrijk;
  2. uitstel van de kwestie van de Krim;
  3. een hoge mate van autonomie voorzien voor de Donbass-regio, eventueel binnen een federaal kader, bij voorkeur te regelen via een soort internationaal gecoördineerd referendum.

De VS blijft dit alles afwijzen. Hoge regeringsfunctionarissen geven niet alleen toe dat “voorafgaand aan de Russische invasie in Oekraïne, de VS geen moeite heeft gedaan om rekening te houden met ook maar één van Vladimir Poetins grootste veiligheidszorgen, namelijk de mogelijkheid dat Oekraïne lid wordt van de NAVO”, ze kloppen zich ook nog op de borst voor hun halsstarrige vijandigheid, die wellicht een doorslaggevende rol heeft gespeeld in Poetins beslissing over te gaan tot deze misdadige agressie. De VS blijven hun afwijzend standpunt handhaven en staan daarmee een door onderhandelingen tot stand gekomen regeling in de weg, wat de gevolgen voor Europeanen en vooralsnog met name de Oekraïners ook mogen zijn. Laten we vandaag de doden, die vallen door voor ‘afrekenen’ te kiezen, ook maar vast herdenken.

Is er iemand die inziet dat juist de VS het land is met gevaarlijk-wilde wereldwijde aspiraties?

Bron: “Chomsky: onze prioriteit moet redden Oekraïense levens zijn, niet straffen van Rusland” door C.J. Polychroniou in Truthout vertaald door Ann Dejaeghere voor en via DeWereldMorgen op 27 april 2022.

Gevolgen van een gevoel van onoverwinnelijkheid, onderschatting en optimisme

Kijk, we kennen de verhalen – hoewel pas recent gepubliceerd – dat door ‘ons handelen’ meer dan 21% van alle reptielensoorten met uitsterven wordt bedreigd. Dat krokodillen en schildpadden er het ergst aan toe zijn, geloven we graag. So what?, denken velen van ons in inmiddels goed Nederlands. Alleen degenen, die zich realiseren waarmee we bezig zijn, maken zich nog zorgen over zulke berichten. Dus gooi ik het vandaag eens over een andere boeg:

In de 3 decennia tot 2000 vonden wereldwijd jaarlijks tussen de 90 en 100 grote rampen plaats. Van ernstige chemische explosies via grote natuurbranden tot desastreuze overstromingen. In de voorbije 2 decennia werden jaarlijks wereldwijd 350 tot 500 grote rampen geteld. Dat waren er al veel te veel om ze, hoe ernstig en omvangrijk ook, telkens als nieuws te presenteren, dus hoorden we er weinig over. Al helemaal niet nieuwswaardig is dat we volgens het Bureau voor Rampenrisicovermindering van de Verenigde Naties (UNDRR) op schema zitten om tegen 2030 jaarlijks meer dan 560 grote rampen mee te maken; een gemiddelde van 1,5 per dag. Het zou ons maar ongerust maken en – hoewel de kans minimaal is – we zouden eens een werkelijke regime-verandering gaan opeisen om het leven op aarde te redden.

Geluk bij al dit ongeluk: rampen blijken, net als veel ander ongerief, ontwikkelingslanden disproportioneel hard te treffen, dus dat treft. Economisch verliezen deze landen per jaar gemiddeld 1% van hun bbp aan catastrofes. Voor ontwikkelde landen is het jaarlijks bbp-verlies minder dan 0,3% en dat is met onze rijkdom wèl op te vangen. Woorden schieten uiteraard tekort om alle menselijk leed te beschrijven, dat deze grote rampen te weeg brengen. En maken we ons toch al nooit zo druk om het welzijn van mensen in ontwikkelingslanden; het dierenleed, de toestand van fauna en flora, de veranderingen die er voor alle leven op aarde aan zitten te komen houden ons niet bezig nu S10 naar Turijn vertrokken is.

Door “optimisme, onderschatting en een gevoel van onoverwinnelijkheid” wordt er beleid gevoerd dat bestaande rampenrisico’s vergroot en ook mensen in gevaar brengt. Dat zal vast. En dat vooral bij het financieren van economische ontwikkeling te weinig rekening wordt gehouden met potentiële risico’s voor het bijdragen aan meer en omvangrijker rampen, so what? Laat de VN maar kletsen over “een spiraal van zelfvernietiging”.

En het is waar: alle leed, dat deze rampen veroorzaakten en zullen gaan veroorzaken, is net zo onbevattelijk voor de menselijke geest als de mededeling dat Amazon vrijdag jl. na de opening van de beurs op Wall Street $ 180.000.000.000 (zo’n € 170.000.000.000) in marktwaarde is gedaald. Laat staan dat ons verstand er een verstandige conclusie uit zou trekken.

Bronnen: “Een op de vijf reptielen is met uitsterven bedreigd” door InterPressService en “VN: We stevenen af op meer dan één grote ramp per dag”; beide via DeWereldMorgen op 28 april 2022, “S10 vertrekt naar Turijn voor het Eurovisie Songfestival 2022” via AvroTros en “Amazon verliest 170 miljard euro in marktwaarde na eerste verlies sinds 2015” via NU; beide op 29 april 2022.