Een preciese (met een ‘s’) milieuactivist

Ik ben op pagina 279, bijna aan het eind van Paul Kingsnorth’s “Bekentenissen van een afvallige milieuactivist; een radicaal andere kijk op natuurbescherming”. Ik ben benieuwd naar de laatste twee essays. Mijn gedachte, die zich al lezend bij mij ontvouwt, is dat we maar een jaartal in de toekomst moeten kiezen: 2025, 2050, 2075, 2100; de toename van het mensdom in dat jaartal bepalen en onszelf opleggen dat we vanaf nu alleen nog mogen consumeren op een manier dat onze ecologische voetafdruk als Westerse mens gelijk kan zijn met alle dan levende mensen. Als voorhoede van het vergaren en beschermen van geneugten stoppen we daar op zeker moment mee en geven de rest van het mensenrijk de gelegenheid om op dezelfde schaal als wij te gaan leven; zodat dat motief om onderlinge strijd te leveren wegvalt. Het zal er wel op neerkomen dat we dan direkt al moeten consuminderen, maar dat lijkt mij de toekomst van onze (kinds) kinderen wel waard.

Ik vermoed dat Kingsnorth aan het slot van zijn boeiende bundel een andere kant opgaat. Overigens herken ik tot nu toe veel van zijn visies op het leven:
· de flexibiliteit, macht en zelfs wijsheid van ongerepte natuur,
· de uiteindelijk onbeduidende rol van mensen op dit alles (niet omdat het onbeduidend is wat we aan chaos teweegbrengen, maar gezien de grootsheid van het ondermaanse waar we onze levens slijten),
· de doodlopende kapitalistische weg die we met ons allen ingeslagen zijn elkaar verhalen vertellend dat we er wel bij varen en
· de waanzin van de milieubeweging zich te richten op duurzaamheid.
In één zin is dit misschien samen te vatten: ik herken me in zijn opvatting dat we nooit onze wortels moeten verlaten, hoe verleidelijk het luilekkerland dat we ervoor terugkrijgen ook lijkt.

De man kan schrijven (en zijn vertalers konden het mooi naar makkelijk leesbaar Nederlands omzetten). Naar mijn idee heeft hij ook wel iets te vertellen; ik raad het je aan het boek ook te lezen. Zelf kreeg ik het van een vriendin. Ze wil het van me lenen als ik het uit heb, omdat zij eveneens in de inhoud geïnteresseerd is. Dat lijkt me een goed plan, dus ik lees nu nog even door hoe Kingsnorth zijn essaybundel zelf eindigt.

De eerste stappen in 2020 zijn gezet

De eerste stappen in 2020 zijn alweer gezet. Mijn nieuwe arbeidscontract heb ik op de valreep toch maar niet getekend. Omdat de aanpak van het bestuur in de laatste weken van 2019 een voorspel kan zijn voor hoe het in 2020 verder zal functioneren, besloot ik uiteindelijk op 2 januari mijn portie aan Fikkie te geven. Met los zand kan niemand kleien.

Het doet mij natuurlijk verdriet mijn mij-passende en vaak leuke werk te beëindigen en het valt me zwaar om de bestuurders en medewerkers van ‘mijn’ organisatie, die het stuk voor stuk goed bedoelen, die zo positief betrokken zijn bij de organisatie en bij elkaar voortijds aan hun lot over te laten.

Ik heb er toch vanaf gezien mijn nieuwe arbeidscontract te tekenen om zo niet-doende wel goed voor mijzelf te zorgen. Op een zekere leeftijd is dat misschien nog wel het enige dat telt: een goede zorg voor wie mij dierbaar zijn, voor mijzelf en voor wie mij nabij zijn. Toch lastig dat een aantal collega’s mij dierbaar geworden zijn…

Gelukkig resteren de andere leuke vooruitzichten voor 2020, waar ik het eerder in mijn stukje op 29 december jl. over had.

Hedendaags socialisme

Ook vandaag gaan de debatten voor de goedkeuring van de nieuwe regering van de sociaal-democraten (PSOE) met Unidas Podemos (het samengaan van Podemos met andere linkse partijen) in het Spaanse parlement door. Hieronder staat een deel van de toespraak van Pablo Iglesias, leider van Podemos. Wat mij hierin aanspreekt is hoe hij samenvat hoe een echt sociaal regeringsprogramma eruit kan zien. Ook dat gebeurt vandaag de dag (en zal nergens het mainstream-nieuws halen):

Ik heb een boodschap voor U, mijnheer Casado [voorzitter van de Conservatieve Partij; LV], en voor U, mijnheer Abascal [voorzitter van de extreemrechtse partij Vox; LV], die me zonjuist werd toegezonden op mijn gsm door Rosa Lluch, dochter van Ernest Lluch [Spaans politicus, op 21 november 2000 werd vermoord door de Baskische separatistische organisatie ETA; LV]: “Praat niet in naam van de slachtoffers van het terrorisme. Velen hebben geijverd voor dialoog en verzoening, niet voor haat. Stop er mee onze pijn te gebruiken in uw voordeel.”

Ten eerste een waardering. Als U verlangt de monarchie te verdedigen, vermijdt dan dat de monarchie zich identificeert met U, want als er iets was dat Juan Carlos I weet [de Spaanse koning die door fascistisch dictator Franco kort voor zijn dood werd aangeduid als staatshoofd; LV], waar hij ook vandaan gekomen mag zijn en koning werd door wat hem tot koning maakte, dan is het dat de instelling [van de monarchie; LV] enkel kan overleven door zich van rechts te distantiëren. Wie weet heeft U zich paradoxaal genoeg omgevormd tot de grootste bedreiging voor de monarchie in Spanje. Dat is iets om goed over na te denken.

…dat u tevens de grootste democratische standvastigheid volhoudt

Ik wens een boodschap te zenden aan de mensen die ons beluisteren:

een boodschap aan de vrouwen: de volgende regering zal alle sociale verworvenheden van vrouwen garanderen en ijveren voor nieuwe overwinningen;

een boodschap ook aan de homo’s, lesbiennes, aan heel het collectief van de LGTBQ: de volgende regering zal er voor zorgen dat u vrij kunt beminnen wie u verkiest en dat u uw families kunt organiseren zoals u dat wenst;

ik wens ook een boodschap te zenden aan de migranten: de volgende regering zal de mensenrechten en de waardigheid verdedigen van alle mensen die armoede en oorlogen ontvluchten en gekomen zijn om met ons samen te werken;

een boodschap ook aan onze landgenoten die zich genoodzaakt zagen om economische redenen naar het buitenland te vertrekken: de volgende regering zal ervoor ijveren dat zij die dat wensen naar Spanje kunnen terugkeren;

een boodschap ook aan onze landgenoten, Catalanen, Basken, Andaloesiërs, bewoners van de Canarische eilanden, waar ze ook zijn, dat zij hun territoriale identiteit in vrijheid zullen beleven: de volgende regering zal uw talen, uw instellingen en uw vrijheid verdedigen zodat u zich verbonden kunt voelen met de symbolen van uw keuze;

en tenslotte een boodschap, hooggeachte dames en heren, voor de werkende mensen: de volgende regering zal de materiële voorwaarden voor vrijheid verdedigen. Want, hooggeachte collega’s,
er is géén vrijheid als je het einde van de maand niet haalt,
er is geen vrijheid zonder een systeem van openbare gezondheidszorg, die de basiszorgen en het beste zorgpersoneel verzekert waarvan iedereen gebruik lan maken, zonder beperking door de plaats waar men geboren is;
want er is geen vrijheid zonder openbaar onderwijs en zonder openbare universiteiten, die ervoor zorgen dat iedereen kan studeren zonder beperking door de plaats waar men geboren is.

Pedro [Sánchez, voorzitter van de sociaal-democratische partij PSOE en nieuwe eerste minister; LV], ze gaan ons niet aanvallen voor wat we doen, ze gaan ons aanvallen voor wat we zijn.

Ik vraag u als voorzitter [de regeringsleider wordt als ‘presidente’ aangesproken; LV] twee zaken:
Ten eerste dat u tegenover de onverdraagzamen en de provocateurs die Spanje naar het verleden terug willen sturen een goede toon zal aanhouden.
Ten tweede, dat u tevens de grootste democratische standvastigheid volhoudt.

Dank u.

“Politieke boodschap Pablo Iglesias (Podemos) voor nieuwe Spaanse linkse coalitieregering” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 8 januari 2020

In een stadsparkje

Ik zag ze zwijgend in de schemer op een bankje zitten. “Het staat je nu niet”, hoorde ik haar zeggen. Ik wist niet wat niet stond. Verkeer reed rondom het kleine park waar zij zaten. “We krijgen ons gesprek niet aan de praat” sprak hij somber.
De ander glimlachte.
Getoeter, een bijna botsing, en weer de gewone verkeersgeluiden.

Net als de avond daarnet val ik voor jou”, sprak hij.
Maar ik heb echt niemand nodig om ongelukkig te zijn”, zei zij.
Ik heb niemand nodig om gelukkig te zijn”, sprak hij, “maar wat mij opvalt is dat jij me opvalt. Jij komt bij mij binnen zonder dat ik de deur hoef open te houden.
Ze zwegen.
Berust nou in je onrust”, ging hij verder.
Die onvoorspelbaarheid van jou begint wel erg voorspelbaar te worden”, sprak zij dromerig.
Mijn innerlijk is niet altijd een binnenpretje”, antwoordde hij. “Weet je, iets op het spel zetten is voor de spelers vaak lastig spelen”, ging hij verder, “De tijd van ons leven zouden we moeten hebben tussen jouw geboorte en de dood van de eerste van ons die gaat”.
Wat ben jij beschoft!” viel ze hem in de rede, “Het is halfzes! Laat het toch na vijven vieren”.
Ik gok op zeker”, zei hij, “want luisteren naar mijn lichaam, betaalt zich vast terug met lijfrente”.
Ze glimlachte weer.
Het is ongehoord niet gehoord te worden”, fluisterde hij, om te vervolgen: “Je bent geen uitzondering. Iedereen moet vaak aan wendingen wennen”.
Daar ben ik het ontroerend met je eens”, sprak zij zacht, “Soms is iets niet doen bijna niet te doen”. “Ogenschijnlijk makkelijk is dan ook vaak onzichtbaar moeilijk”, vervolgde zij.

Hij keek haar nu voor het eerst aan en zei: “Het is alleen maar moeilijk mijn verhaal af te ronden omdat ik in cirkels denk. Je bent me helemaal niet kwijt, hoor”.
Zij zweeg.
“…maar ik voel me wel verloren”, maakt hij zijn zin af.

Was het voor jou op het eerste gezicht liefde op het eerste gezicht?” vroeg ze.
Jawel, maar in werkelijkheid bleek het niet echt” antwoordde hij, “Mijn ego was zichzelf niet helemaal”.
Maar dan is het mysterie opgelost:”, sprak zij opgelucht: “Je bent een mysterie”.

Als ik me ergens op kan concentreren is het wel op afleiding” antwoordde hij, “Daardoor zoek ik me een ongeluk naar het geluk. Dat zit me zo hoog dat ik er met m’n hoofd niet bij kan”.

Hoe vind je me nu je weg van me bent?” vroeg zij benieuwd.
Zie het maar eens dichtbij te vinden als je gewend bent verder te kijken”, schamperde hij.
Je hebt gelijk”, zei zij, niet om er vanaf te zijn, “Dat wat ertoe doet, doet er ook eigenlijk niet toe”.

Nu was hij het die zweeg. Na even keek hij haar vragend aan.

Ik leef me uit in het me in je inleven”, zei ze.
Mijn leugens zitten vol waarheid”, vulde hij haar aan,
Zij knikte.
Als het goed is, zie je een fout niet als een fout”, ging hij verder.

Ik denk aan een cursus ‘Beginnersfouten voor gevorderden’”, was haar reactie.

Ik ben pas echt ontwapenend voor je als ik je geen munitie geef”, zei hij.

Het kwaad is geschiet”, zei zij, maar eerst begreep hij haar verkeerd.
Zij zag in haar ooghoeken zijn wenkbrauwen fronsen.
Pas nadat zij gezegd had “Je spreekt het niet uit zoals je het zegt”, begreep hij haar. “Het kwaad is geschiet”, sprak hij haar nadenkend na.

Doe-het-zelven doe ik graag samen met jou, maar jij besloot ongewenst zwanger te worden”, haalde hij kennelijk als oude koe uit de sloot.
De donor hield z’n hart vast”, was ook deze inmiddels donkere avond hier in het park haar standaardreactie op die oude koe.
Zij vervolgde: “Wie rommel niet als rommel ziet, hoeft niets op te ruimen”.
Nu was hij het die knikte.

Ik zou nu wel een waarzegger willen spreken die onze zomer in z’n bol heeft”, zei hij na een poosje en ze maakten aanstalten om op te staan.
Zij antwoordde: “Je hebt alweer gelijk. Ook al is er veel over, het kan toch zomaar over zijn.

Toen stonden ze op. Zij zei: “Je broek zit niet meer goed.” en ze wandelden hand in hand het parkje uit.
Maak van je hobby ‘Je werk maken’ geen hobby”, hoorde ik haar nog tegen hem zeggen.

Ook ik vervolgde mijn weg waarbij ik me afvroeg hoe die twee elkaar gevonden hadden. Gebrek aan gegevens zette mij voor het blok, waardoor ik daar niet achter ben gekomen.

Bron: naar spreuken van de Mwah-scheurkalender 2019.

2019 (minus de rest van vandaag t/m 31 december)

Econoom Joseph Stiglitz, 76 jaar, schopt nog altijd heilige huisjes omver. In zijn nieuwste boek “Winst voor iedereen” fileert hij ons neoliberale economische model tot op het bot. Voor veel mensen, die nu leven, is een economisch model als dat van John Maynard Keynes ondenkbaar, maar juist dat model bracht na de Tweede Wereldoorlog tussen de jaren ’50 tot ’80 heel veel welzijn en zekerheid onder de mensen. En daarmee rust in onze samenleving, terwijl ook toen Nederland nog lang niet ‘af’ was.
Na de jaren ’80 zijn we, velen onwetend, het neoliberalisme gaan aanhangen. Het idee dat wanneer de rijkste bedrijven en mensen tevredengesteld worden hun tevredenheid doorwerkt naar de onderste lagen van de bevolking (Trickle-down). Ons huidig economisch model maakte mogelijk dat bijna 40 jaar later de 31 rijkste Nederlanders dit jaar hoogstwaarschijnlijk 10% rijker afsluiten: samen bezitten zij volgens Quote € 179.800.000.000 en het afgelopen jaar kwamen er in Nederland 6 miljardairs bij. Tegelijk is een record gebroken wat betreft de protesten in Nederland wegens onderbetaling, personeelstekorten en gebrek aan waardering (lees: beloning & secondaire arbeidsvoorwaarden). Op wereldschaal is het leed dat mensen elkaar aandoen, èn de wereld als leefomgeving, getuige bijvoorbeeld de toename van aantallen vluchtelingen, mensen die huis en haard verlaten, en de vlotte kap van tropich regenwoud om de ondergrond te exploiteren niet te beschrijven.

Maar voor mij was het zondermeer een uitstekend jaar. Straks ga ik mijn jaarlijkse oliebollen bakfestijn in de keuken houden, waarna ik hem weer helemaal schoon zal gaan maken. Dit is een mooi moment voor mij even persoonlijk terug te blikken. Ik beschikte ook in 2019 gelukkig over een fijne, betrouwbare vriendenkring, die mij desgevraagd met raad en daad bijstond. En ik hen waar ik kon. Mijn volleybalteam ervoer ik als een wekelijks feestje. Met de wisselende mensen in mijn huis kon ik het ook steeds weer goed vinden. Even dacht ik afgelopen jaar de Ware gevonden te hebben, maar helaas bleek mij dat slechts in potentie juist; deze Ware was haar eerder opgelopen psychische beschadigingen nog niet te boven gekomen. Toch had ik dat gevoel haar gevonden te hebben niet willen missen. Ik heb veel plezier aan en in mijn werk gehad en ik ben trots op wat ik er bereikt heb. In een van mijn twee banen hebben we zelfs een ware bestuurscrisis overwonnen. Met die ene baan ben ik nog niet klaar, dus daar ga ik nog 9 maanden mee door. Dan hoop ik mijzelf overbodig gemaakt te hebben. Ik genoot van een topvakantie in de Dolomieten en ik heb herinneringen aan een bijzonder stel fijne dagwandelingen, museumbezoeken en andere vakanties dichterbij. Soms ging ik alleen op stap en andere keren met anderen. Mijn best gezonde leefstijl helpt me mijn lichamelijke en mentale conditie op orde te houden. Wel schrok ik in december even van een uurtje lichtflitsen in mijn linkeroog waarna ik er een pikzwart vlekje in waarnam; dat is in mijn waarneming een soort grijze druppel geworden. Die ‘druppel’ is nog niet weg. Hoogstwaarschijnlijk is het een onschuldig ouderdomskwaaltje dat met mouches volantes aangeduid wordt, wist een vriendin me te vertellen. Financieel en door acte de présence te geven maak ik me sterk tegen sommige vormen van wat in mijn ogen onrecht is. Tenslotte mag hier niet ontbreken dat ik dagelijks veel plezier beleef aan mijn pogingen mijn cello te leren bespelen. Ik mocht het afgelopen jaar na een auditie zelfs al toetreden tot een amateur-orkest. Ook die repetitie-avonden waren voor mij een steeds terugkerend feestje.

Dan gelden er voor mij ook nog prettige vooruitzichten: financieel en materieel hoef ik mij geen zorgen te maken, vooralsnog ben ik kerngezond, mijn huidige prettige huisgenoten zullen nog wel even blijven, mijn werk, geplande en vast nog veel ongeplande ontmoetingen met vrienden en muziekvrienden, mijn cellospel waarin volgens mijn buren en docent nog steeds progressie zit, geplande en vast ook nog ongeplande museumbezoeken, dag- en stadswandelingen en vakanties. Op zijn voorstel mag ik zelfs met een zoon van mij op wintersportvakantie. En een tweede date staat voor januari in mijn agenda; wellicht met wel-de-Ware. Ook het contact met mijn belangrijkste vriend in mijn middelbare schooltijd zal in januari aangehaald worden.

Echter, last and not least laat ik mij ongemerkt steeds minder bepalen door omstandigheden en ervaar een innerlijke verzoening met het zijn wie ik ben en met de omstandigheden waarmee ik van doen heb. Hier hoef ik niet veel voor te doen; het lijkt er op dat me deze rust-in-mijn-hoofd in de schoot geworpen wordt. Mijn lijfspreuk “Wil jezelf zijn en wil niets liever dan dat” wordt steeds meer mijn leefstijl.

Bronnen: “Joseph Stiglitz: ‘We hebben luid protest nodig tegen de stille invloed van het grote geld’” door Thomas Bollen via FollowThe Monney op 28 december 2019, “Rijkste Nederlanders steeds rijker” via LinkedIn op 5 november 2019.

Economische principes zijn bedenksels (die de machtigen machtig houden)

Gisteren lunchte ik met een van mijn twee zonen. Langs mijn neus weg poneerde ik ook voor mijzelf onverwacht de stelling dat het, voor zover het aan mensen ligt, wel goed met ons gaat. Mensen zijn vaak bijzonder vriendelijk en goedwillend naar elkaar, ook naar vreemden; maar helaas drukken teveel rijken en rijke ondernemingen hun stempel op de politiek en dat benadeelt iedereen; al onze ideeën over denken dat we in een democratie leven ten spijt.

De rationalisering van ongelijkheden

En ’s avonds las ik dat Thomas Piketty zijn nieuwste onderzoek gepubliceerd heeft. De verschijning in 2013 van “Le capital au XXIe siècle” sloeg in als een bom. Hij toonde aan hoe sinds 1990 een nieuw soort kapitalisme zorgde voor een spectaculair toegenomen ongelijkheid, waarbij grote fortuinen (verworven door industrieel initiatief of door erfenis, of door combinaties van beide) veel sneller groeiden dan elke andere vorm van inkomen. Onlangs combineerde hij in ‘Capital et Idéologie’ (nog niet vertaald) een zorgvuldige analyse met visionair denkwerk. Hij toont erin aan dat elk economisch systeem een ideologie uitvindt om zichzelf te rechtvaardigen. Dat geldt en gold voor de Romeinse samenleving tot de huidige neoliberale samenlevingen, voor postkoloniale samenlevingen zoals India en voor communistische en postcommunistische landen zoals China en Rusland, voor samenlevingen waarin slavernij wijdverspreid was, zoals Brazilië, Rusland en de Verenigde Staten van Amerika, en voor landen als Iran waar een deel van het sociale en economische leven door de Islam wordt geregeld.

Piketty bespreekt een reeks historische veranderingen in economische stelsels en de manier waarop dit leidde tot nieuwe vormen van economische organisatie en – onvermijdelijk!!! – de rationalisering van ongelijkheden.

In onze geglobaliseerde wereld wordt het ideologische debat over de grenzen waarbinnen bezit verdeeld kan worden steeds scherper

De eerste conclusie in Piketty’s nieuwste onderzoek is dat ongelijkheid effectief geglobaliseerd is en de vorm aanneemt (en aannam) van verschillende “ongelijkheidsregimes”. De tweede conclusie is dat echte vooruitgang nooit het effect is geweest van grote concentraties van rijkdom. Vooruitgang werd daarentegen telkens bereikt door een streven naar gelijkheid en naar toegankelijk onderwijs voor iedereen.

Piketty legt ongelijkheidsregimes uit als telkens weer gestoeld op twee ideologische pijlers: het ene regime voor de verdeling van bezit en een ander voor grenzen aan wie toegang heeft tot bezit en rechten. In de 20ste eeuw vielen oude ongelijkheidsregimes uiteen en werden ze, met name na de Tweede Wereldoorlog, vervangen door een regime waarin herverdeling centraal stond, en waarin de categorie van wie aanspraak kon maken op de vruchten van de vooruitgang verruimd werd. Denk hierbij aan de dekolonisaties, het kiesrecht voor vrouwen en de spectaculaire verbreding van de toegang tot het voortgezet onderwijs. Nu, in een geglobaliseerde wereld, wordt het ideologische debat over de grenzen waarbinnen bezit verdeeld kan worden steeds scherper, omdat in de huidige fase van globalisering, die sinds het einde van de Koude Oorlog en met behulp van het internet z’n gang gaat, het ideologische antwoord slechts een enkele vorm aanneemt: die van “hyperkapitalisme”. En dat zorgt zowat overal op de wereld voor problemen en instabiliteit, want het leidt tot de terugkeer van een samenlevingsmodel dat in de 20ste eeuw stilaan was vervangen: een samenleving waarin de vermogende klasse het voor het zeggen heeft en waarin we opnieuw een vorm van “hyperongelijkheid” kennen die veel van het bereikte in de voorafgaande periode ongedaan maakt.

Fiscaliteit is hèt centrale instrument dat de nodige herverdeling van rijkdom kan bewerkstelligen

Een voorbeeld dat Piketty herhaaldelijk uitwerkt is de Europese Unie met haar politieke antwoord op globalisering, dat noodzakelijk is, maar in feite enkel opereert als een zone van “veralgemeende concurrentie tussen gebieden en mensen en van het vrije verkeer van goederen, kapitaal en werkenden, zonder een poging om gemeenschappelijke instrumenten te ontwikkelen voor een verbeterde sociale en fiscale rechtvaardigheid” (p990). Het regime van bezit ligt vast. De EU is boven alles een vrijhandelszone en bevoordeelt de grote vermogens die de fiscale en sociale concurrentie tussen lidstaten kunnen uitspelen en groot genoeg zijn om correcties hiervan effectief tegen te werken. Goed beleid is binnen de EU beleid dat zich aan de Maastricht-norm voor begrotingstekorten houdt. Dat heeft besparingen en privatiseringen tot gevolg en beschermt en stimuleert fiscaal private ondernemingen en fortuinen.

Individuele EU-lidstaten hebben nauwelijks nog invloed op de belangrijkste economische hefbomen en dus blijft er maar één soort macht over: de macht over de grenzen met migratie, identiteitspolitiek en de morele orde van de samenleving als de drie belangrijkste brandpunten.

Piketty kijkt naar de combinatie van twee parameters: inkomensniveaus en opleidingsniveaus. Wat dat laatste betreft ziet hij een spectaculaire toename van hoger gediplomeerden als een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de periode tussen ruwweg 1950 en 1980 waarin herverdeling het politieke paradigma vormde. Hij onderscheidt ze in “la gauche brahmane” (hoogopgeleid links, de intellectuele en culturele elite) en ‘la droite marchande” (welgesteld rechts, de elite van het geld en het ondernemerschap). Wat die eersten betreft: de sociaaldemocratische partijen zijn de partijen van de “la gauche brahmane” geworden, niet langer die van de arbeiders. In de ruimte tussen de elitaire “gauche brahmane” en de even elitaire “droite marchande” ontstond nog een derde grote politieke macht: populisme, en dan vooral in z’n “sociaal-nativistische” gedaante waarin een xenofoob nationalisme en een agressieve identiteitspolitiek vermengd worden met een reeks sociaaleconomisch herverdelende programmapunten.

Piketty ziet geen heil in dit sociaal-nativisme, maar pleit voor aanpassing van het belastingstelsel. Fiscaliteit is volgens hem (en mij) het centrale instrument dat de nodige herverdeling van rijkdom kan bewerkstelligen door veel progressievere belastingen te heffen, juist ook over de grote fortuinen en het kapitaalverkeer, om op die manier de hyperkapitalistische opeenhoping van geld af te toppen.

De huidige ongelijkheden en het hyperkapitalisme dat daarmee geproduceerd wordt zijn geen wetmatigheden en evenmin een logisch gevolg van eerdere ontwikkelingen

Regeringen zijn de instanties met een programma voor machtsuitoefening. Piketty stelt: “van zodra men verklaart dat er geen geloofwaardig alternatief bestaat voor de huidige sociaaleconomische organisatie en voor de ongelijkheden tussen klassen, is het weinig verbazend dat de hoop op verandering zich richt op een ophemeling van de grenzen en van de identiteit” (p. 1.112). Oftewel: hoe kleiner de te verdelen koek, hoe kleiner men de ruimte maakt waarbinnen de koek verdeeld mag worden. Hij benadrukt voortdurend dat deze ongelijkheden en het hyperkapitalisme, dat daarmee geproduceerd wordt, géén wetmatigheden zijn en evenmin een logisch gevolg van eerdere ontwikkelingen. Het zijn louter ideologische fenomenen, die een economisch en politiek systeem rationaliseren dat de menselijke vooruitgang tegenhoudt. En daar voeg ik modieus – geheel op persoonlijke titel – de door klimaatverandering bedreiging van menselijk leven in veel regio’s op aarde aan toe; Après nous pour les riches, le déluge pour les pauvres.

Thomas Piketty, “Capital et idéologie.” Seuil, Paris, 2019. pp. 1198
ISBN 9782021338041.

Bron “Boekrecensie van Thomas Piketty: “Kapitalisme is een ideologie”” door Jan Blommaert via DeWereldMorgen op 23 december 2019.

Aan de goede kant van de streep

Een vliegtuig laat in de helderblauwe lucht twee witte strepen achter. Ik zie het tussen twee besneeuwde bergtoppen door. Daarin zitten mensen, die andere kaartjes gekocht hebben dan ik, want ik zie het vliegtuig vanuit een stoeltjeslift. Aan mijn voeten bungelen ski’s, in mijn hand houd ik mijn skistokken vast en ik ben warm genoeg aangekleed tegen de vrieskou. Juist, ik kocht kaartjes voor een wintersportvakantie in Frankrijk.

Dagen van opstaan, ontbijten en skiën. Heel de dag laat ik me met liften de bergen opbrengen om er vervolgens vanaf te roetsjen tot er ‘thuis’ of onderweg geluncht moet worden. En aan het eind van de dag zorg ik ervoor de laatste liften naar het tijdelijk appartement niet te missen. Daarna hoeft er ’s avonds weinig meer dan wat boodschappen doen en het bereiden van een maaltijd. Ik ben samen, dus we kunnen spelletjes spelen of wat dan ook doen, of iets voor onszelf zoals nu.

De wereld zit maar raar in elkaar. Dat ik met al die andere wintersporters hier een volle week zo kan leven in een gebied dat tot “Paradiski” is omgedoopt, de mensen in dat vliegtuig, die op weg zijn naar hun nog zuidelijker bestemming, en dat weer anderen zich zoiets, als wat ik en zij daar in dat vliegtuig nu doen, nooit zullen kunnen veroorloven; misschien zelfs geen thuis hebben of geen eten.

Het is maar wat fijn om aan de goede kant van de streep te verkeren.