Brexit

Het lijkt mij voor de Britten zo gek nog niet dat ze ontslagen worden van meedoen aan CETA, TiSA, TTIP en zo meer. Ik ben van mening dat we over ingrijpende politieke veranderingen beter maar zelf bij monde van de door ons verkozen regering en Tweede Kamer kunnen beslissen. In plaats van, zoals nu, na een formeel debat de regering haar handtekening te laten zetten onder wat de invloedrijke jongens en meisjes binnen de Europese Unie met andere sterke jongens, en wellicht ook meisjes, volstrekt ontransparant in achterkamertjes zijn overeengekomen. Zelfs het door ons gekozen Europarlement staat in die verdragen uiteindelijk geheel buiten spel.

Ik begrijp de weerzin tegen de huidige Brexit-overeenkomst ook goed. Geen weldenkend mens daar wil na de Brexit toch nog aan de leiband van de Europese Unie blijven lopen? Als een paard in de dressuur geen invloed, maar wel moeten volgen.

In Nederland komen we met alle Brexit-nieuws niet veel verder dan hoeveel het de Nederlandse schatkist gaat kosten wanneer er geen overeenkomst met Groot-Brittannië komt. Voor mij ook al zo onsmakelijk al was het alleen al omdat niet vermeld wordt hoeveel de voorliggende overeenkomst de Nederlandse schatkist kost; stemmingmakerij dus. Onze premier heeft vandaag over zijn onderhoud met premier Theresa May laten weten dat het een goed gesprek geweest is; nuttig zelfs. Daar mogen we het niet alleen mee doen, maar daar doen we het waarschijnlijk ook mee.

Nu lijkt mij de politieke realiteit, hoe gezellig de schijn ons ook wordt voorgehouden: Het is voor het eerst dat een lidstaat de Europese Unie verlaat en de stemming binnen de EU is zonder meer cynisch te noemen. Voor de EU is dit de kans om te laten zien hoe slecht mensen het gaan krijgen als hun land de EU verlaat; jammer voor de Britten, maar helaas. Een voorbeeld moet gesteld worden.

Toch zou ik er voor gaan om onder dat Damoclesiaanse zwaard vandaan te komen van: het afschaffen van heffingen op de handel in goederen inclusief maatregelen die investeringen ten koste van de schatkist beschermen en een door ondertekenaars niet meer te beëindigen wereldwijde liberalisering van de dienstensector, waaronder de banken- en transportsector.

Gele Hesjes

Ik neem wel eens deel aan een demonstratie. Dat zie ik als ‘burgerparticipatie’; bijdragen aan de beleidsmatige inrichting van onze samenleving. Bij die demonstraties, en andere confrontaties, ga ik altijd uit van geweldloosheid. De laatste jaren beperk ik dat meer en meer tot geweldloosheid tegenover al wat leeft, want demonstreren zie ik meer en meer als een ritueel dansje. Daar roepen er een paar “Actie, actie, actie”, waarbij de actie beperkt blijft tot het actie-roepen, het komt in het nieuws en iedereen gaat over tot de orde van de dag. Wat heeft de grootste demonstratie in Nederland opgeleverd? Niets, zelfs een petitie, die in 1983 door 3.700.000 mensen werd ondertekend, deed ook onze toenmalige regering geen krimp geven.

Wat dat betreft heb ik begrip voor de Franse ‘Gele Hesjes’, die werkelijk tot actie overgaan. Hoe moet de ‘hardwerkende burger’ na de afgelopen decennia anders gehoord worden? Volgens mij kan dat alleen nog door er op straat een zootje van te maken? We hebben regeringen, die dagelijks nagenoeg alleen met lobbyisten van grootbedrijven en grootbanken praten, en hun oren daar alleen naar laten hangen. We hebben een volstrekt inadequaat Europarlement, terwijl de Europese Unie bijzonder veel invloed op regeringen van haar lidstaten, op miljoenen mensenlevens heeft.

Wat zijn de gevolgen voor ons in Nederland alleen al?
* De inkomensgroei in Nederland stagneert nu al 40 jaar.
* De bijdrage van het grootbedrijf aan de schatkist is in 20 jaar bijna gehalveerd, van 17% van de belastinginkomsten in 2000 naar 7,2% in 2018.
* De arbeidsinkomensquote is sinds eind jaren zeventig met 20% gedaald.
* De loonontwikkeling blijft al jaren achter bij de arbeidsproductiviteit.
* Het grootbedrijf zit op historisch ongekende kasreserves en investeert nauwelijks; verliest zich daarentegen meer en meer in spilzieke fusies en overnames.
* De salariskloof tussen bedrijfstop en werkvloer is nog nooit zo groot geweest als nu.
* De investeringen van het Nederlandse bedrijfsleven in onderzoek & ontwikkeling behoren tot de laagste van de Europese Unie.
* Bedrijven als Akzo, Heineken, Philips, Shell en Unilever hebben in 30 jaar tijd hun personeelsbestand in Nederland met 75% verkleind door hun productie naar lagelonenlanden te verplaatsen (ook al zo’n in mijn ogen beschamende term: met een ‘lagelonenland’ wordt een land bedoeld waar mensen veel minder dan in Nederland betaald krijgen voor hun arbeid; waarom zouden de grote jongens voor de producten, die zij hier afzetten, het milieu mogen vervuilen waar op de wereld de milieuregels zwak zijn of niet gehandhaafd worden en de productie daar laten plaatsvinden waar mensen slecht voor hun werk betaald krijgen en minder rechten hebben dan wij?).

Ik begrijp de onvrede onder velen maar al te goed, begrijp dat mensen gaan stemmen op ultrarechtse partijen want de linkse hangen de Trickle-down economie-theorie net zo goed aan als de grote conservatieve en rechtse partijen. Een theorie die neerkomt op: Heb geduld mensen, want wat goed is voor de grootbedrijven is na verloop van tijd goed voor iedereen. Ik deel die onvrede en word eveneens ongeduldig, maar ik zal nooit mijn heil zoeken in populisten of rechtse partijen. Ik vestig mijn ijdele hoop nog steeds op een in Nederland nog niet bestaande (niet meer bestaande) socialistische en pacifistische politieke partij met woordvoerders als Bernie Sanders, Jeremy Corbyn of Yanis Varoufakis, voor zover die zich werkelijk afkeren van lippendiensten aan grootbedrijven.

Daarnaast verbaas ik me er over hoe gekleurd en op de hand van overheden, het establishment, de Nederlandse mainstreammedia over de opstand van de Gele Hesjes verslag doen. In elk geval lees ik via internet, bijvoorbeeld via DeWereldMorgen heel andere verhalen dan de verhalen die wij voorgeschoteld krijgen. Ik was er niet bij, maar vraag we af wat we allemaal niet te weten krijgen.

Bronnen: “Komitee Kruisraketten Nee” via wikipedia op 6 december 2018 en “Rutte-3 geeft de burger (alweer) een klap in het gezicht” door Ewald Engelen via FollowTheMoney op 16 oktober 2018.

Zou materiële welvaart (voor enkelen) weer plaats maken voor ‘welzijn’?

Ik zag zojuist een opmerkelijk zinnetje in het nieuws. Het stemt mij een beetje opgelucht. De zin luidt “Niet het verminderen van het aantal en de ernst van ziektegevallen moet daarbij voorop staan, maar het vergroten van het welzijn van mensen.

Deze zin is geformuleerd door wetenschappers van de 8 Nederlandse academische ziekenhuizen en een verpleegkundigenorganisatie. Onderwerp is klimaatverandering en de gevolgen daarvan, met name voor de volksgezondheid.

Wat ik bijzonder vind aan deze zin is dat kennelijk eindelijk, na decennialange gerichtheid op vergroting van materiële welvaart (voor enkelen), ‘welzijn’ weer opgevoerd wordt als criterium om beleid op te voeren. Dat bepleit ik in eigen kring altijd al en mocht dit een trend worden, dan zou ik dat toejuichen.

Bron: “Volksgezondheid wereldwijd in gevaar door klimaatverandering” door de redactie Binnenland achter NOS.nl op 29 november 2018.

Indien geïnteresseerd, lees het hele artikel rondom dit zinnetje via deze link.

Een lager doel lijkt mij het hoogste

We zijn met elkaar – denk ik – aardig de weg kwijt. We bedenken van alles, en maken ons druk om dit en om dat, zonder te voelen. We voelen ons wel boos over andersdenkenden als Donald Trump of juist zoals Jeremy Corbyn, Luigi di Maio, Theresa May, over andere polici, de politie of anderen tijdgenoten die in onze ogen fouten maken, maar slechts weinigen, durf ik te beweren, lijken – althans via sociale media – te getuigen van een ontwikkeld gevoelsleven. Ik ga niet zeggen dat ik meer ben dan een ander, want daar gaat het niet om, maar ik wil wel iets anders zeggen:

Bijvoorbeeld “dat we op aarde ronddolen om te genieten” en dat maar al te vaak niet beseffen; zintuiglijk genieten van moois dat we zien of dat we horen, van lekkers dat we ruiken of proeven of een lekker gevoel door wat we met onze handen vastpakken of hoe onze huid gestreeld wordt door een liefkozende hand of de zon of door ontspanning tijdens een dutje; dat we ons veilig voelen en in harmonie met onze omgeving zijn.

Wat zou de wereld paradijselijker zijn, wanneer we ons dàt bewust zouden zijn in al onze communicatie inclusief die met ons eigen diepste zijn, dat genieten een essentiële zijns-ervaring voor elk mens is.

Het lijkt mij een misvatting te leven alsof we een god, een hogere macht, een profeet of wie ook moeten dienen, dat we leven om te werken of andere bij geboorte meegekregen verplichtingen hebben; gewoon genieten van wat onze zintuigen aan prettige prikkels doorgeven aan ons brein, en zoveel mogelijk medemensen en zoveel mogelijk dieren en zelfs planten alle mogelijkheden te schenken om net zo te genieten als wij door de harmonie met hun omgeving zo intens mogelijk te maken. Ik denk werkelijk dat dàt het doel van leven is voor u als lezer, ook voor de niet-lezers en net zo goed voor mijzelf.

Indachtig Hannah Arendt

In 1958, ik werd dat jaar 5, waarschuwde Hannah Arendt (1906 – 1975) voor een maatschappij waarin consumeren en produceren een doel op zich zijn geworden, terwijl het publieke domein steeds meer uit ons bestaan is verdwenen; “The Human Condition” (1958) waarin zij – in navolging van Aristoteles – ‘het goede leven’ onderzocht.

In 1961, ik werd dat jaar 8, trok zij de conclusie dat het kwaad eerder banaal is (alledaags, gewoon), dan monsterlijk (afschuwelijk, weerzinwekkend) met name wanneer mensen als ‘bureaucraten’ hun doelen proberen te bereiken zonder nog echt over de daadwerkelijke consequenties van hun doen en laten na te denken; “Eichmann in Jerusalem” (1963) naar aanleiding van het Eichmann-proces dat zij in Jeruzalem bijwoonde.

Na decennia van ‘afslanken’, ‘hervormingen’ en ‘kerntakenbeleid’ uitkomend op een verschraling van publieke uitgaven van heb ik jou daar* en waarbij de enorme schuldenlast van de rijksoverheid op de schouders gelegd is van huishoudens besluiten de bollebozen, die ons land besturen, in 2018 dat in plaats van buitenlandse investeerders met elkaar zo’n € 2.000.000.000 per jaar uit onze schatkist cadeau te doen, bedrijven minder te gaan belasten op hun winsten. Al het onderzoekend werk van John Maynard Keynes (1883 – 1946) en Thomas Piketty (1971 – heden) ten spijt.

Ik kan er niet omheen dat we steeds meer komen te leven in de wereld waarvoor Hannah Arendt waarschuwde: consumeren, efficiëntie en ‘prijskaartjes’ zijn gesprekken van alledag en publieke diensten zijn – vergeleken met de 80-ger jaren – flink uitgehold. En dat komt allemaal alléén maar doordat wij volksvertegenwoordigers kiezen die het paradijs vermoeden aan het eind van de weg naar meer privaat en minder publiek.

Het goede leven bestaat overigens volgens Arendt uit een combinatie van arbeid, handelen en werk.
Arbeid = het voorzien in ons dagelijks levensonderhoud,
Handelen = in de gemeenschap onze stem laten horen en
Werk = het produceren van goederen.

Bron: ‘Hannah Arendt’ onder de website filosofie.nl op 16 oktober 2018.

__________________
* De inkomensgroei in Nederland stagneert nu al 40 jaar.
* De arbeidsinkomensquote is sinds eind jaren zeventig met 20 procentpunten gedaald.
* De loonontwikkeling blijft al jaren achter bij de arbeidsproductiviteit.
* Het grootbedrijf zit op historisch ongekende kasreserves.
* De salariskloof tussen bedrijfstop en werkvloer is nog nooit zo groot geweest.
* Het grootbedrijf investeert nauwelijks en verliest zich meer en meer in spilzieke fusies en overnames.
* De bijdrage van het grootbedrijf aan de schatkist is in 20 jaar bijna gehalveerd, van 17% van de belastinginkomsten in 2000 naar 7,2% in 2018.
* De investeringen van het Nederlandse bedrijfsleven in onderzoek & ontwikkeling behoren tot de laagste van de Europese Unie.
* Bedrijven als Akzo, Heineken, Philips, Shell en Unilever hebben in 30 jaar tijd hun personeelsbestand in Nederland met 75% verkleind door hun productie naar lagelonenlanden te verplaatsen (ook al zo’n in mijn ogen beschamende term: ‘lagelonenland’; waarom zouden de grote jongens voor de produkten, die zij hier afzetten, het milieu mogen vervuilen waar op de wereld de milieuregels zwak zijn of niet gehandhaafd worden en de productie daar laten plaatsvinden waar mensen slecht voor hun werk betaald worden?).
Bron: “Rutte-3 geeft de burger (alweer) een klap in het gezicht” door Ewald Engelen via FollowTheMoney op 16 oktober 2018.

Convivialisme

De mensheid heeft verbluffende technische en wetenschappelijke resultaten
geboekt, maar staat nog steeds machteloos ten opzichte van zijn fundamentele probleem, namelijk hoe om te gaan met geweld en rivaliteit tussen mensen.

Hoe krijg je mensen zover dat ze gaan samenwerken, zodat ze zich kunnen ontwikkelen en hun kwaliteiten inzetten voor deze wereld, en je hen tegelijkertijd in staat stelt om de competitie met elkaar aan te gaan zonder dat ze elkaar afslachten?
Hoe roepen we de onbeperkte en in potentie zelfdestructieve concentratie van macht over mens en natuur een halt toe?

Wat mogen individuen op legitieme wijze nastreven en op welk punt moeten zij accepteren dat daarin een grens is bereikt?
Welke politieke gemeenschappen zijn legitiem?
Wat mogen we nemen van de natuur en wat moeten we teruggeven?
Hoeveel materiële rijkdom mogen we produceren en hoe produceren we die als we ons houden aan de antwoorden die we geven op de 3 eerder gestelde vragen?

Dit zijn de kernvragen uit het 15 pagina’s tellende Convivialistisch manifest; “De verklaring van onderlinge afhankelijkheid” (2013) door Alain Caillé en zo’n 40 andere Franse intellectuelen. Convivialisme is de term die we gebruiken om díe elementen uit bestaande geloofssystemen (religieus en seculier) in kaart te brengen waarmee we kunnen analyseren op basis van welke grondbeginselen mensen in staat zouden kunnen zijn om tegelijkertijd met elkaar te concurreren èn samen te werken.

Albanië

Mijn reis van twee weken door Albanië was een soort van ontdekkingsreis voor mij. Sinds donderdag slaap ik weer in mijn eigen bed. Eerder in mijn leven, toen de communist Haxhi Lleshi er staatshoofd was, heb ik vanuit het Joegoslavië van Josip Broz, bijgenaamd Tito, aan de grens met Albanië gestaan. We mochten er niet in met onze Westerse boeken en kleding (spijkerbroeken). Geen denken aan, en voor ons ook geen denken aan om die spullen achter te laten.

Albaniërs roepen hier te lande geen gezellige associaties op, dus ik vond het wel wat spannend om er te gaan rondreizen. Reden om er naar toe te gaan was dat we nu nog iets van het oorspronkelijke Albanië kunnen meemaken. Het land zou zich naar verluid in rap tempo klaarmaken voor een goed geoliede toeristenindustrie en dan wordt al dat authentieke vaak tenietgedaan; zowel in omgangsvormen als in het landschap of wat je er als toerist van te zien krijgt. Toeristen houden nu eenmaal van kitsch is de ervaring van degenen die eraan willen verdienen. En we waren inderdaad net op tijd, want in een sneltreinvaart worden veel dorpen en steden omgetoverd in toeristen-boulevards. Met gladde steentjes, dus als u gaat, neem dan wandelschoenen met ruwe zolen mee. En euro’s, want de Albanese Lek is aan flinke inflatie onderhevig.

Mijn eerste en vervolgens voortdurende indruk van de Albanezen is dat het bijzonder gezellige mensen zijn; hulpvaardig, vriendelijk en vrolijk. Op straat voelde ik me overal veilig al zijn er ook, zoals overal in de wereld, achteraf-straten waar het onguur voelt. Overal zag ik mensen met elkaar pratend of alleen over straat gaan, zowel mannen als vrouwen. Het moet ook voor vrouwen een sociaal veilig land zijn, constateerde ik daaruit. Overal ervoer ik een respectvolle omgang met elkaar, zelfs toen we bedonderd waren en verhaal kwamen halen. Wanneer mensen druk, zelfs ruziënd in gesprek leken, gingen ze even later vaak samen lachend uiteen. De een de ander als afscheid een gemoedelijk klopje op de schouder gevend.

Een andere eerste en voortdurende indruk is er een van geldgebrek. Zowel de overheid als mensen hebben weinig te besteden of investeren weinig. De publieke ruimte, op de omvorming naar een toeristenland en een enkele nieuwe weg na, is duidelijk veel decennia niet onderhouden. Veel doorgaande wegen zijn nooit bestraat of geasfalteerd. Van andere is het asfalt over tientallen kilometers dermate slecht dat heel de weg gekozen moet worden de minst diepe kuilen te nemen. Door verlaten gebouwen waait de wind door de gebroken ramen. Verroest ijzer van hekken en ja-knikkers. Ingezakte daken. Overal gruis, stenen, stof en zand. En telefoonkabels. Dat er soms een uurtje geen elektriciteit is, of stromend water, lijkt voor Albanezen net zo gewoon als voor ons dat het er altijd is. De jonge mensen gaan in de grotere steden modern en goed gekleed over straat. Net als hier vaak een sigaret rokend en met een modern mobieltje aan het oor. Misschien iets vaker nog rokend dan hier. Veruit de meeste vrouwen gaan ook goed gekleed en van de mannen slechts de helft, die ik waarnam.

Die mannen zag ik overigens ook wat afroken. En ik zag ze overal in het land heel de dag de vele terrasjes bevolken. Wanneer er in de kleinere steden ook vrouwen op de terrasjes zaten, was het avond of tijd om te lunchen. Ook worden er onder de mannen spelletjes gespeeld; Backgammon en Domino. Voetbal is kennelijk zo populair dat in de steden elk terras voorzien is van minstens één megascherm waarop een voetbalwedstrijd uit de Champions leage life te zien is. In een provincieplaats telde ik in één eetgelegenheid zelfs 14 beeldschermen waarop 4 verschillende wedstrijden te volgen waren. Even verderop was er nog een taveerne met 11 beeldschermen.

In het verkeer lijkt alles geoorloofd. Een kraampje langs een snelweg met gescheiden rijbanen, snelheidsbeperkingen negeren, ‘ nachts zonder verlichting tegen het verkeer in fietsen, verbodsborden negeren, zodra een verkeerslicht op groen springt voorgangers opjagen door te toeteren. Waar we ermee te maken hadden trad de verkeerspolitie gemoedelijk op. We hoorden opmerkelijk weinig sirenes; één in veertien dagen waarvan drie dagen in Tirana. En dat terwijl we regelmatig wagens met zwaailichten, zoals die knipperlichten heten, zagen.

In gesprekken met Albanezen werden we bedankt voor ieder compliment dat we gaven. Ook kwam vaak de blik van de Albanezen op de grote wereld aan de orde. Dààr schijnt voor hen de toekomst te liggen; in Albanië blijken voor hen die we spraken weinig lonkend toekomstperspectief. Toen we ons in de bergen helemaal vastgereden hadden, zagen we gelukkig wat mensen met elkaar voor een huis praten. Hen vroegen we de weg. Een dochter van 14 werd erbij gehaald om ons Engels naar Albanees te vertalen en andersom. Na even stonden we met een volle plastic tas met druiven en gedroogde vijgen en kregen we een slaapplek aangeboden. We konden slapen op de kamer van hun zoon, die nu in China was om te studeren. Verder spreken veel mensen Italiaans omdat ze daar jaren gewerkt hebben.

Afgezien van de hoofdstad Tirana en omstreken lijkt de rest van het land, zeker dat deel waar gebergten zijn, dunbevolkt. Sommige dorpen liggen een of twee uur bochtjes rijden en kuilen vermijden van elkaar. In de vlakkere delen van het land zagen we overal alleenstaande huizen aan rechte lanen met flinke tuinen er omheen; zonder privé-zwembad. De woonhuizen, die we zagen, waren in de steden veelal aftandse flats tussen witte huizen met rode dakpannen. Buiten de steden zagen we vooral betonnen blokkendoosjes om in te wonen en van diezelfde witte huizen met rode dakpannen.

Je zult er maar geboren en getogen zijn”, ging regelmatig door mij heen. Want hoewel de mensen dus een uiterst hulpvaardige, vriendelijke en vrolijke indruk op me maakten, was ik blij weer naar ons ordelijke land terug te kunnen keren. ’t Is weer even wennen aan al dat aanmatigend gedoe, dat gedouw en dat ongeduld op straat, maar wat hebben wij de publieke ruimte hier goed op orde. Raar dan eigenlijk dat wij die warme zomer niet ook massaal aan het flaneren sloegen, zoals de Albanezen elke avond gewoon zijn te doen ongeacht de staat van hun wandelboulevards, maar dat wij altijd van A naar B op weg blijven gaan.