Over onze voorouders

Toen Charles Darwin (1809–1882) in 1859 zijn ideeën ontvouwde over de herkomst en verwantschap tussen al wat leeft, bleek er onverwacht veel belangstelling voor zijn evolutietheorie. Tien jaar later werd door Johann Friedrich Miescher (1844-1895) DNA in de cellen van al wat leeft ontdekt. Inzichten, die daaruit voortkwamen, bevestigden het gedachtegoed van Darwin en scherpten Darwin’s evolutietheorie aan. En DNA  bepaalt niet alleen onze persoonlijke eigenschappen, maar via DNA kunnen we inmiddels ook nagaan in hoeverre we voorouders hebben die tot dezelfde soort als wij behoren. Zo is inmiddels algemeen bekend dat Homo sapiens, waar wij in de biologie toe behoren, zich ook met neanderthalers en denisovamensen heeft voortgeplant. Homo sapiens ontstond ongeveer 300.000 jaar geleden in Afrika. De mensensoort neanderthaler leefde op het grondgebied van het huidige Europa en delen van Azië van omstreeks 400.000 tot circa 40.000 v.Chr. en is gedurende een periode van honderdduizenden jaren geleidelijk geëvolueerd vanuit de mensensoort Homo heidelbergensis. De denisovamens heeft zich circa 200.000 jaar geleden afgesplitst van de voorouders van de moderne mens en de neanderthaler, en zich verspreid over Zuidoost-Azië. Waarschijnlijk kwam het ca. 30.000 jaar geleden in Zuidoost-Azië weer tot een vermenging van beide soorten.

Volgens recent onderzoek blijken nog minstens twee andere mensachtigen hun sporen te hebben nagelaten in ons hedendaags DNA. Een eerste verwante voorouder zou met de Homo sapiens in contact zijn gekomen voor de migratie uit Afrika, zo’n 50.000 jaar geleden. De sporen van deze ontmoeting zijn terug te vinden in hedendaags genetisch materiaal van mensen uit zowel Afrika als daarbuiten, iets wat niet het geval is voor neanderthalers of denisovamensen. Wel gaat het om een menssoort die zich ongeveer op eenzelfde moment van onze evolutionaire stamboom afsplitste als deze twee gekende verwanten, namelijk zo’n 800.000 jaar geleden. Het DNA van de andere onbekende menssoort – in het onderzoek als ‘super-archaïsch’ bestempeld –  kwam via de denisovamens onze genoom binnen. Het gaat om een soort mensachtige ontstaan uit een genetische lijn 1,8 miljoen jaar geleden. Die zou zich 200.000 jaar geleden ergens in het huidige Azië of Europa met denisovamensen hebben voortgeplant. Die laatste bracht op zijn beurt een heel kleine fractie van dit super-archaïsch DNA bij de moderne mens binnen.

Zo blijkt de menselijke evolutionaire geschiedenis steeds minder een stamboom, maar gaat het eerder om een web met complexe verbindingen.

Meer lezen kan hier.

Gelegaliseerde belastingontwijking op basis van een foute ideologie

Wie het heeft over een ‘fiscaal paradijs’, denkt aan exotische oorden als de Bahama’s, Bermuda of de Kaaimaneilanden, maar ook EU-lidstaten België en Nederland zijn voor multinationals belastingparadijzen. Dat komt door de enorme mazen in hun wetgeving omtrent de vennootschapsbelastingen.

Hoe werkt dat: een multinational schrijft mee aan (voorbereidende) wetgeving conform de richtlijnen van het OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) om belastingontwijking tegen te gaan. Regeringen implementeren die wetgeving in hun fiscaal systeem. Daaruit blijkt dan vervolgens al jaren dat bijvoorbeeld het Brits-Nederlandse Shell in België en Nederland nagenoeg geen winst maakt, omdat de ‘kosten’ daar hoger zijn dan de ‘opbrengsten’. Maar in de Bahama’s, waar geen winstbelasting wordt geheven, weten 37 Shell-medewerkers tussen 2018 en 2023 een winst van $ 6,2 miljard te genereren. De feitelijke – maar boekhoudkundig weggewerkte – winst van Shell in Nederland wordt dan ook geschat op € 1.1 miljard. En dat gaat nog alleen over de multinational Shell; volgens Deepseek zijn in Nederland 20.200 buitenlandse multinationals actief en 11.300 Nederlandse, en Nederland is niet alleen voor Shell fiscaal zeer tolerant.

Echter, het probleem is niet dat multinationals als Shell de OESO-regels weet te omzeilen. De fundamentele kwestie zijn de regels zelf die dit toelaten. Het doel van een multinational is om winst te maximaliseren en dat een dochteronderneming (zoals die van Shell op de Bahama’s) uitsluitend worden opgericht om belastingen legaal te ontwijken. Het veronachtzame doel van onze regering is eerlijk en naar redelijkheid belasting te heffen om het binnen geharkte gemeenschapsgeld aan nutsvoorzieningen te kunnen besteden. Nu is juist dáár altijd te weinig geld voor, waardoor we al decennia te maken hebben met sociale inleveringen voor de gewone huishoudens (huishoudens waarbij inkomen uit arbeid geworven wordt). In de volksmond heten deze sociale inleveringen ‘hervormingen’.

De huidige Nederlandse regering onder leiding van liberaal Rob Jetten (D66) is – net als de Belgische federale regering met rechtsliberalen (NVA en MR), christen-democraten (CD&V en Les Engagés) en de Vlaamse sociaal-democraten (Vooruit) – niet van plan om deze regels aan te passen. Erger nog, zij verdedigen het huidige systeem van vennootschapsbelastingen. Dat een Nederlandse minderheidscoalitie van centrumliberalen (D66), rechtsliberalen (VVD) en conservatieve christen-democraten (CDA) deze wantoestand blijft tolereren, valt ideologisch nog te vatten, maar ook vorige coalities met de sociaal-democratische PvdA als coalitiepartner hebben dit nooit aangepakt. Jeroen Dijsselbloem was als laatste PvdA-minister van financiën (2012-2017) net als de conservatieven en liberalen een openlijk voorstander van deze wanpraktijk. Zo moeten we ons afvragen wat nog sociaal-democratisch is aan de PvdA en Vooruit.

Met unitaire belastingheffing zouden de betrokken landen eindelijk hun eerlijke deel van de belasting kunnen krijgen. SOMO, de Nederlandse Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen, die 200.000 vertrouwelijke documenten van oliegigant Shell heeft geanalyseerd en daarover heeft gerapporteerd, schrijft dat de OESO-regels nu niet meer zijn dan een rookgordijn en besluit: “Het enige wat nu nog nodig is, is politieke wil”. Daar is voorlopig met de huidige regeringen geen sprake van. Dit systeem dat grote bedrijven toelaat massaal belastingen te ontwijken, is niet het gevolg van een of andere economische logica. Het is een ideologische keuze. Wanneer er politieke wil zou bestaan om deze praktijk aan te pakken, is een handleiding reeds voorhanden. Er bestaat immers al een internationaal kader dat kan worden overgenomen: de ‘UN Framework Convention on International Tax Cooperation van 2024’.

Het oorspronkelijke artikel lezen kan hier.

Alles draait om relationaliteit, dus om presentie

Relationaliteit (afhankelijkheid in samenhang met de achtergrond, omgeving en omstandigheden, waarin die afhankelijkheid bestaat of ervaren wordt) is ongetwijfeld de kern van hoe we als mens tot bestaan komen, wat een goed leven uitmaakt of wat de wereld bijeenhoudt. En omgekeerd: of het nu over populisme of over eenzaamheid gaat, over goede zorg voor kwetsbaren of over internationale betrekkingen, steeds weer draait het om relationaliteit of het pijnlijke gebrek eraan. In onze levens draait het steeds om de vraag: ga jij wat met mij aan, kan ik wat voor je betekenen, zullen we samen optrekken?

Hoe essentieel en kostbaar ook, werkelijk relationeel denken en werken zit ernstig in de verdrukking. Eigenlijk in vrijwel alle maatschappelijke domeinen en sectoren, van het onderwijs tot het openbaar bestuur, van de woningbouw tot de zorg, en van het leven in onze buurten tot de verhoudingen op de werkvloer. Wat daar gebeurt, wordt veelal gekenmerkt door een logica, die we bureaucratisch, marktconform, prestatie- en productgericht of strategisch zouden kunnen noemen, al dan niet overgoten met een sausje vriendelijkheid dat lichtelijk geurt naar relationaliteit.

In 2001 kwam, als vrucht van de eerste 10 jaar van het hoogleraarschap van Andries Baart, “Een theorie van de presentie” (2001, uitgeverij Boom) uit. Helemaal gewijd aan relationeel werken. En presentie beoefenen is door en door relationeel te werk gaan. Hij vertelt hier in 23 minuten meer over zijn boeiende inzichten. En wanneer u meer over Presentie/Relationaliteit wilt lezen, kunt u hier op zijn website terecht. Of dat boek aanschaffen, natuurlijk. Of lees een van zijn andere uitgaven over Presentie/Relationaliteit. Hier is een overzicht van zijn 196 publicaties over dit onderwerp.

Nieuws (en geen nieuws)

De Amerikaanse regering start een grote campagne om het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag te ‘isoleren’. Dat las ik eergisteren hier. Echter, dat kunnen we naar mijn idee nauwelijks nieuws noemen, want al sinds de ’60-er jaren heeft de Verenigde Staten van Amerika een militair aanvalsplan klaarliggen om Den Haag aan te vallen, mocht haar voorloper, het Internationaal Gerechtshof (ICJ), een Amerikaan gaan vervolgen. Daarover vertelde mijn vader mij, toen ik er zelf nog niet aan toe was om een krant te lezen. Wij woonden toen in Den Haag.

Het meest belangwekkende nieuws is daarentegen de gecontinueerde diplomatieke en mediastilte over deze Amerikaanse campagne. Nieuws is wel de dreiging, die uit zou gaan van China, omdat marktwerking nu eenmaal dat land ten goede komt en het daarmee economisch de VS inhaalt. Diplomatieke verontwaardiging volgt op de overtredingen van het internationaal recht door China. Nieuws is de vermeende* dreiging van Rusland. Diplomatieke en mediaverontwaardiging volgen op de overtredingen van het internationaal recht door Rusland. Diplomatieke en mediaverontwaardiging blijven daarentegen uit wanneer onze bondgenoten andere landen bedreigen, kapot boykotten, genocide plegen, een zittende president ontvoeren en gevangen zetten of een oorlog ontketenen. Schendingen van het internationaal recht door ‘ons’ worden gelegitimeerd door onze media en door onze politieke leiders. Wanneer Amerika Iran aanvalt, spreken onze media slechts over de consequenties daarvan op de literprijs fossiele brandstof aan de Nederlandse benzinepompen.

We kunnen ons westers gedrag duiden als ‘selectieve verontwaardiging gebaseerd op een eenzijdig en subjectief werkelijkheidsbeeld’. Het akelige daarvan lijkt me dat we dermate in onze eigen leugens verstrikt zijn geraakt dat we geen enkel zicht houden op de waarheid. Op datgene wat er werkelijk in de wereld gaande is.

Onder de paraplu van een Amerika, dat al sinds ik de media volg louter en alleen opkomt voor de economische en sociale belangen van een Amerikaanse elite, willen we nog wel eens blaffen, maar het globale Zuiden trekt daar haar schouders over op. En in mijn beleving terecht; wij verdienen allang geen enkele geloofwaardigheid.

* ‘Vermeend’, omdat de Russische dreiging een mythe is. “Rusland heeft niet de intentie om Europa binnen te vallen.” Deze werkelijkheid komt van generaal Alexus Grynkewich, de Amerikaanse Supreme Allied Commander Europe. Die zegt dat Rusland de slagkracht van de NAVO kent en geen plannen heeft in die richting. De Europese NAVO, dus zonder de VS, heeft nu al een overmacht inzake budgetten, troepensterkte en wapensystemen. Een voorbeeld: de Europese NAVO heeft meer dan dubbel zoveel gevechtsvliegtuigen als Rusland en meer dan dubbel zoveel pantservoertuigen. Datzelfde geldt voor bijna alle belangrijke wapensystemen. Lees daar eventueel hier verder over. En dan hebben we het nog niet gehad over de capaciteit van de VS.

De digitale euro

Betalen met de digitale euro is op 10 juli jl. een stap dichterbij gekomen. Een flinke meerderheid van het Europees Parlement stemde die dag voor het starten van de volgende fase in het wetgevingsproces daaromtrent. De digitale versie van de euro wordt ontwikkeld door de Europese Centrale Bank (ECB). Bij de digitale euro kan digitaal betaald worden zonder internet en zonder tussenkomst van een bank. We betalen voor de digitale euro’s, die bijvoorbeeld op een kaart gezet worden. Met die kaart betalen we totdat de digitale portemonnee aangevuld moet worden om er nog mee te betalen; een soort digitaal cashgeld, omdat we bij fysiek geld ook geen sporen nalaten hoeveel we hadden of waar we het gespendeerd hebben.

Ik vind dat een welkome ontwikkeling, omdat zelfs mijn (zeer betrouwbare) bank dan geen inzicht heeft waaraan ik mijn geld uitgeef en omdat het betalen niet langer via internet verloopt. Bovendien maakt het ons weer wat onafhankelijker van de Verenigde Staten van Amerika, terwijl we evenmin afhankelijk worden van een ander buiten Europees land. Uiteraard zullen onze banken er alles aan doen om dit nieuwe systeem ‘ene spaak in het wiel te steken’ (nepnieuws publiceren, reclame maken voor hun WERO-alternatief, stemmingmakerij kweken). We gaan meemaken hoe dit digitale euro-verhaal verder gaat…

Lees er hier verder over, en zeker ook hier!

Wat is er aan de hand?

Ik lees het nieuwe VredesMagazine (3de kwartaal 2026) en realiseer me vanwege de inhoud dat wij, als Nederlandse bevolking, ons geen mening kunnen vormen over de informatie die onze media ons domweg onthouden (en die ik wel in dit magazine lees), of ons slechts mondjesmaat en conform het vigerend beleid gekleurd verstrekt. En dat is helaas aan de orde van de dag.

Ik vind het wel knap om met 8 landelijke kranten en twee handen vol Nederlandse televisiezenders een heel volk om de tuin te leiden, terwijl die mensen bijna allemaal het idee overeind houden redelijk tot goed geïnformeerd te worden (en beter dan in China, Rusland of een ander niet-westers buitenland). Kortom, de ernst van het eenzijdig voorgelicht worden niet inzien.

Echter, het vraagt van de doorsnee burger, die zich wèl terdege wil laten informeren, naast haar of zijn dagelijkse beslommeringen uiterst veel initiatief, zoekwerk en vergelijk om er achter te komen wat er werkelijk in de wereld gaande is, terwijl precies dat volgens mij het werk van ons journaille is. …zou moeten zijn.

Het post-neoliberale tijdperk

Het kan uiteraard wensdenken zijn, maar vandaag, na 50 jaar, stuit het neoliberalisme op een aantal cruciale uitdagingen, waarvoor de vrije markt meer deel van het probleem dan het antwoord is. Marktliberalisering heeft geleid tot het ontstaan van gigabedrijven met een marktmacht, die hen reuzenhoge monopoliewinsten oplevert (Amazon, Alphabet, Apple, Meta en Microsoft om enkele van de meest bekende te noemen). Geld dat nagenoeg geheel onttrokken wordt aan het maatschappelijk betalingsverkeer. Monopoliemacht van bedrijven en verzwakkende tegenmacht van consumenten en vakbonden in plaats van ‘trickle down’ leidt met vrije kapitaalmobiliteit en de bijbehorende (legale) fiscale optimalisatie tot een concentratie van inkomens in het hoogste deciel, die de inkomensongelijkheid terug naar de 19de eeuw katapulteert. Deregulering, liberalisering en privatisering hebben de duurzaamheid van de vrije markteconomie niet onmiddellijk bevorderd en de wereldeconomie als één grote handelsmarkt blijkt niet de beste manier om bijvoorbeeld duurzame geopolitieke verhoudingen met China te bereiken.

Deze kritieken hebben weliswaar een linkse oorsprong, maar worden ook ter rechterzijde gedeeld. En net als in het verleden, worden hieruit diametrale tegengestelde conclusies getrokken met betrekking tot de beleidsprioriteiten. Daar waar (radicaal-) rechts uit het marktfalen de conclusie trekt dat (internationaal) beleid enkel draait om de macht van de sterkste, bijgevolg politieke betrekkingen herleidt tot brute machtspolitiek en markten die worden gestuurd in functie van oligarchische rentextractie, is een meer links geïnspireerd antwoord op het falen van het neoliberalisme ‘build and balance’, om de termen van de Amerikaanse econome Jennifer Harris te gebruiken.

Verder lezen kan hier.

Het mondiaal gerechtigheidsproject

Volgens het “Global Justice Project” (20 juni 2026; hier te lezen) kunnen we ongelijkheid bestrijden èn het klimaat redden, maar dan moeten we afscheid nemen van enkele overheersende economische dogma’s. Dat verhaal, dat ook in een video verteld wordt, is spectaculair: het is wel degelijk haalbaar om het gemiddelde bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking te laten stijgen naar € 5.000 per maand. In de rijkere landen vereist dat een groei van 0 tot 0,5%, in de armere landen van 3 tot 4%. Meer groei zou de klimaatproblemen onbeheersbaar maken, maar toch betekent dat geen stagnatie; ook niet in de rijkere landen. Een belangrijk deel van de bevolking zal zijn inkomen zien stijgen, en het niveau van welzijn zal toenemen, onder andere omdat de arbeidstijd substantieel verlaagd wordt tot 25 uur per week inclusief 12 weken vakantie. Dat wordt opgevangen door een groei van de productiviteit.

Misschien is voor de gemiddelde expert/journalist/krantenlezer de meest uitdagende boodschap van het Global Justice Report te weigeren dat de machtsverhoudingen van vandaag de grenzen bepalen van wat aan het einde van de 21ste eeuw mogelijk is. Zodat de enorme verscheidenheid aan manieren om ons als samenleving economisch, institutioneel en sociaal te organiseren denkbaar wordt. Wat houdt ons tegen? Niet de betaalbaarheid en niet de technologie. De auteurs van het rapport zijn allesbehalve naïef over waar de werkelijke barrières zich bevinden. Ze concluderen hun artikel in The Guardian met de bedenking: “What it will take […] is political choice, and the hard work of coalition-building behind it.

Misschien is het tijd om minder energie te steken in het domweg reflexmatig als onrealistisch bestempelen van zo’n lange termijnvisie als in dit gerechtigheidsproject. Misschien is het wel de meest realistische keuze, die we vandaag kunnen maken, maar dan is dit wel een oproep tot actie.

Lees er hier en/of hier verder over.

Naschrift op 7 juli 2026: Marc Vandepitte vatte het project samen en zette er boeiende kantekeningen bij.

Het project is uniek en uiterst belangrijk, schrijft hij, omdat het de allereerste poging is om een volledig gekwantificeerd plan te presenteren. Het combineert consumptieverschuivingen, energietransitie, herverdeling op wereldschaal en hervorming van de heersende financiële orde. Waar traditionele klimaatscenario’s (zoals die van het IPCC) deze zaken scheiden, brengt dit model ze allemaal samen. Qua cijfermateriaal is het monumentaal. De toekomst hoeft geen klimaatchaos en sociale afbraak te zijn. Het Global Justice Report, mede opgesteld door Thomas Piketty, biedt een concreet alternatief, maar wel een dat frontaal ingaat tegen de macht van miljardairs.

Waar we nu wereldwijd gemiddeld 2.100 uur per jaar werken, zou dat tegen 2100 moeten dalen naar 1.000 uur. De geplande belastingen treffen alleen de rijkste 1% van de wereldbevolking en komen bovenop de nationale belastingen. Wanneer we ook de waarde van vrije tijd en een leefbare planeet meerekenen, gaat meer dan 99% van de wereldbevolking erop vooruit. Het project schetst de weg, die we nu moeten kiezen om als mensheid te overleven op de aarde. Het zet vooral in op de herverdeling van rijkdom, maar raakt weinig of niet aan de oorzaken van het probleem.

Een 1ste fundamentele tekortkoming acht Vandepitte dat de tijdslijn onvoldoende dringend is. Het Global Justice Report mikt op grote veranderingen richting 2100. Voor miljarden mensen in armoede, voor landen die nu al getroffen worden door klimaatrampen en voor ecosystemen, die op instorten staan, is 2100 geen geruststellende horizon. Een 2de fundamentele tekortkoming is dat het rapport vooral inzet op de herverdeling van rijkdom, maar weinig of niet raakt aan de oorzaken van het probleem. Miljardairs belasten en rijkdom herverdelen is oké en noodzakelijk, maar zolang grote banken, bedrijven, energiebedrijven en techreuzen de investeringsbeslissingen blijven controleren, blijft de economie draaien rond winst in plaats van ecologische en sociale behoeften. Een 3de tekort is de zwakke machtsanalyse. Het rapport toont technisch overtuigend aan dat een rechtvaardigere wereld mogelijk is, maar blijft vaag over wie de macht heeft om zo’n ideaal ondermaanse af te dwingen. Een dominante kern van 147 bedrijven heeft via vertakkingen in andere bedrijven gezamenlijk 40% van het wereldwijde vermogen in handen. Momenteel bezitten 737 bedrijven 80% van het totale vermogen. De financiële elites, de fossiele bedrijven en deze giganten zullen hun enorme macht niet vrijwillig afstaan, omdat een rapport bewijst dat een andere wereld beter en nodig is. Daarvoor is georganiseerde tegenmacht nodig: boycots, klimaatbewegingen, politieke partijen, sociale bewegingen, internationale solidariteit, stakingen en vakbonden. De uitdaging ligt niet alleen in het ontwerpen voor een rechtvaardige wereld, maar eveneens in het breken van de macht, die dergelijke verbeteringen voor de gehele mensheid vandaag verhindert.

De interessante visie van Vandepitte helemaal lezen kan hier.

Amerikaanse opperbevelhebber van de NAVO zegt: ¨Rusland is geen bedreiging¨

Dit is er een om op te kauwen.

11 Juni jl. stond er een interview in de Financial Times met de Amerikaanse opperbevelhebber van de NAVO in Europa, generaal Alexus Grynkewich. Tijdens een interview op een wapenbeurs in Berlijn haalde hij met één zin het door pers en politiek zorgvuldig georkestreerde verhaal onderuit dat Rusland binnen 3 tot 5 jaar de NAVO zou aanvallen.

Dat doet Rusland niet”, aldus deze generaal.

Hij vertelde dat hij zorgvuldig naar alle verkregen intell had gekeken [naar alle inlichtingen en spionagegegevens; GjH via Deepseek] en daaruit had geconcludeerd dat dat hele verhaal onzin was: Rusland weet dondersgoed dat zo’n aanval geen enkele kans van slagen heeft, omdat — en daar begint het kauwen — ze in Rusland beseffen dat het militair en wat betreft materieel op grote achterstand staat. Letterlijk zei hij daarover: “They do understand that we have a number of asymmetric advantages.” Dat is militaire taal voor: wij hebben meer kogels, soldaten, tanks en vliegtuigen dan zij, en zij weten dat.

Sinds 2022 is die vermeende Russische dreiging door pers en politiek gebruikt om ons te laten instemmen met een forse opschaling van de defensiebestedingen, door betrokkenen steevast “investeringen” genoemd, ook al is er geen dodere consumptie dan wapenaankopen. En vanaf het aantreden van opperhandelsreiziger van het militair industrieel complex, Mark Rutte, nam dat na aansporing van president Donald Trump een nog hogere vlucht: we waren weliswaar niet in oorlog, maar ook niet in vrede met Rusland. En: de Russen brengen de oorlog tot achter onze voordeur. En: we moesten ons voorbereiden op net zulke offers als onze (over)grootouders hadden gebracht in Wereldoorlog II. En: binnen 3 tot 5 jaar staat Rusland bij ons op de stoep.

In allerlei toonaarden herhaald, eindeloos, in alle Europese talen, door politici die niet op aarde zijn om aan waarheidsvinding te doen, maar wel om niet altijd zichtbare belangen te dienen, en dat zijn niet altijd (laat ik vriendelijk blijven) de belangen van burgers. En — het meest verbijsterende hiervan — gretig werden opgelikt door een pers, die zich gedurende 4 jaar heeft ontpopt tot een soort paleisbode en het exacte tegendeel deed van wat een 4de macht behoort te doen: waarheid tegen macht spreken.

En bam: op donderdag 11 juni geeft een Amerikaanse opperbevelhebber die hele kletsende klasse met hun angstverhalen en drogredeneringen zomaar ineens, onbedoeld de genadeslag. Rutte en tutti quanti staan in hun hemd, ontmaskerd als charlatans, desinformatie verspreiders, fakenews producenten, volksmenners.

Wanneer het niet had geleid tot onvoorstelbare verspilling: van mensenlevens (Oekrainers en Russen), van geld en middelen, van dieren en natuur, van beschaving en vertrouwen, van genegenheid en liefde, van democratie en vrijheid — dan was het een hilarisch schouwspel geweest.

12 juni 2026, Ewald Engelen (13 juni 2026, geredigeerd door GjH)

Lees het bedoelde bericht in de Financial Times hier of hier.

Naschrift 15 juni 2026: De belangrijke uitspraak van Alexus Grynkewich, de Amerikaanse opperbevelhebber van de NAVO in Europa, dat Rusland voor Europa geen bedreiging vormt, is voor de Nederlandse media geen nieuws gebleken. In Duitsland bijvoorbeeld, en zelfs in India haalde deze informatie wel belangrijke media. Alleen in een andere context is deze uitspraak in De Volkskrant terecht gekomen. Martijntje Smits, wetenschaps- en techniekfilosoof, ingenieur en innovatiedenker en vooraanstaand deelnemer aan ‘De nieuwe vredesbeweging’ zegt hier vandaag over:  “Het belangrijkste nieuws hier – voor ons allen van levensgroot belang gezien de enorme politieke gevolgen van het soort risico-inschatting – wordt [door De Volkskrantredactie; GjH] in een andere context geplaatst, waardoor het een andere betekenis krijgt. Controle van (het narratief van) de macht is blijkbaar niet de reflex van de Volkskrant.” 

Naschrift 16 juni 2026: Nederlanders in alle leeftijdscategorieën blijken steeds minder geïnteresseerd in nieuws, gebruiken het minder èn hebben er ook minder vertrouwen in (lees het hier). Er is een kleine, maar groeiende groep Nederlanders die nieuwsmedia steeds meer wantrouwt. Van de Nederlanders heeft 21% (helemaal) geen vertrouwen in het nieuws. Dat is een flinke toename ten opzichte van 2018, toen 11% (helemaal) geen vertrouwen in het nieuws had. Dat mensen daardoor minder goed op de hoogte zijn van wat er in de wereld gebeurt, noemt het Commissariaat voor de Media ‘zorgelijk’; “Goed geïnformeerde burgers zijn immers essentieel voor onze democratie.

Echter, zo vraag ik mij af, hoe kunnen burgers zich goed informeren zolang de 4de macht niet doet waartoe hij op aarde is? Dat verplicht naar mijn idee de burger om er elders achter te komen wat er wèl in de wereld gebeurt; naast de idioot grote aandacht voor ‘voor onze democratische pijlers’ volstrekt oninteressant geneuzel over sport, de grandioze aandacht voor de talloze (extreem) rechtse meningen van zichzelf benoemde ‘experts’ (die Engelen naar mijn opvatting terecht aanduidt met ‘de kletsende klasse’) en de aanhoudende propaganda in nieuwsmedia gekleurd als anti-China, anti-Rusland, de zogenaamde volkswil, pro-Israël en pro-Verenigde Staten van Amerika en het consequent doodzwijgen van strijdigheden met onze Europese beginselen, onze grondwet en het Handvest van de Verenigde Naties en andere daarop gebaseerde uitspraken van de VN; kortom de gisteren geleverde kritiek van Smits (controle van de macht en haar narratief).

Ik probeer mij overigens van het landelijke en wereldnieuws op de hoogte te houden via Apache, MO*, Lava, OneWorld en De Wereld morgen (apache.be, mo.be, lavamedia.be, oneworld.nl en dewereldmorgen.be).

De klimaatcrisis in relatie tot de wereldwijde wapenwedloop

Onder de noemer “Voor welzijn, tegen oorlog” vindt aanstaande zondag een grote vredesbetoging plaats in Brussel. Een pleidooi voor vrede is in tijden van toenemend nationalisme, stoere machotaal en een wapenwedloop levensnoodzakelijk. Niet alleen om een einde te maken aan de vele slachtoffers, en om nòg meer trauma’s en verwoeste levens bij de achterblijvers te vermijden. Vrede is ook cruciaal om andere crisissen aan te pakken die onze wereld teisteren. Eén daarvan is de wereldwijde klimaatcrisis.

Het wordt niet zo vaak benadrukt, maar de militaire industrie heeft een directe rol in de klimaatcrisis. De productie van militair materiaal is zeer CO2-intensief. En een F-35 op groene waterstof of een oorlogsfregat als zeilboot zijn fictie: de motoren van gevechtsvliegtuigen, schepen en tanks draaien allemaal op fossiele brandstoffen. 

Cijfers over de klimaatimpact lopen uiteen, onder meer vanwege het gebrek aan transparantie vanuit de krijgsmachten. Maar sommige schattingen stellen dat de wapenindustrie verantwoordelijk is voor zo’n 5% van de wereldwijde uitgestoten broeikasgassen. Het Amerikaanse leger alleen al zou, wanneer het een land was, de 38ste grootste uitstoter ter wereld zijn, met een uitstoot groter dan Ethiopië, een land met 135 miljoen inwoners. Het is niet voor niets dat tijdens de onderhandelingen voor het Kyoto-protocol in 1997 de Verenigde Staten van Amerika – met succes – hun goedkeuring verbonden aan de eis dat het leger uit de rapportageverplichtingen zou worden gehouden. 

Oorlogen vergroten die impact. Er wordt geschat dat alleen al het in brand zetten van olievelden in Irak tijdens de Tweede Golfoorlog in 1991 2% van de mondiale CO2-uitstoot van dat jaar veroorzaakte. Eén volle tank voor een F-35 zou meer dan 3x zoveel CO2-uitstoot veroorzaken als wat een Belg of Nederlander gemiddeld in een heel jaar uitstoot. Oorlogen zijn zelfs soms bedoeld om de fossiele economie in stand te houden.

Daarnaast zal de noodzakelijke wederopbouw na conflicten uiteraard een belangrijke CO2-uitstoot veroorzaken. Bij de productie van cement, alle kunststoffen en staal, die nodig zijn om verwoeste dorpen, steden en wijken weer op te bouwen, komen broeikasgassen vrij. Zelfs wanneer er ingezet wordt op basisvoorzieningen en degelijke huisvesting voor de bewoners in plaats van een megalomane luxe-Riviera aan de Middellandse Zee voor president Donald Trump en zijn rijke vrienden, zal de wederopbouw in bijvoorbeeld Gaza zeer CO2-intensief zijn.

Neem dat allemaal samen en de klimaatimpact van de militaire wapenwedloop en conflicten is gigantisch. In 4 jaar tijd leidde de Russische oorlog in Oekraïne tot een uitstoot die ongeveer even groot is als de jaarlijkse uitstoot van Frankrijk. Voor de Israëlische genocide in Gaza gaat het om een uitstoot die de eerste 15 maanden al groter was dan de jaarlijkse individuele uitstoot van 100 landen. De Amerikaanse inval in Iran veroorzaakte in 14 dagen tijd zelfs al een uitstoot die even groot is als die van de 84 landen samen. 

En dan kunnen we nog maar hopen dat het obscene idee dat “groene doelstellingen voorlopig zullen moeten worden opgeschort” om de  “oorlogsinspanning” niet te duur te maken, niet nog meer gangbaar zullen worden in een context waarin bedrijfslobby’s en rechtse partijen er al in slagen om klimaatregels af te zwakken. Klimaatinvesteringen komen in tegenstelling tot de oorlogsuitgaven wèl de toekomstige generaties ten goede. Verder lezen kan (met diverse links naar de onderbouwing van bovenstaande stellingen) via deze link.