Weer thuis

Het voelt een rijkdom eigen domein te bezitten
Om zonder voorbespreking te kunnen doen en laten
Hoewel jammer weer muren te moeten witten
kan ik weer overal zijn waar zij steeds zaten

want m’n huisgenoten wonen nu elders in het land
Een uit elkaar geschroefd bed staat in de gang
Sopje hier en stapels wasgoed in een mand
Ze bleven ook dit keer mij nèt iets te lang

Mijn huis, ik blijk aan bijzonderheden zeer gehecht
Ik her-ontmoet het nu ik ’t leeg heb teruggevonden
Ik kijk geen tv, dus digitenne heb ik opgezegd,
Cello en stoelen terug naar waar ze eerder stonden

Het zal ze goed gaan, voorlopig verderop verblijven
Zo leven zij in hun wereldje van hop naar her
Ik mis mijn familie, mijn land blijft mij beklijven
maar hier wil ik zijn, al is het ver, en veel te ver.

Hoewel jammer weer muren te moeten witten
kan ik weer overal zijn waar zij steeds zaten
Heerlijk mijn eigen wereldje zo te gaan bezitten
Thuis
……….Te kunnen doen en er geruisloos ook te laten

Op zonvakantie naar… Siberië

In sommige delen van Siberië klom het kwik vorige week boven de 30 graden Celsius. “Dat is warmer dan in veel delen van Florida in de Verenigde Staten”, zegt woordvoerster Claire Nullis van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO). In de Russische stad Verkhoyansk werd op 20 juni een temperatuur van 38°C geregistreerd en in andere delen van Siberië werd het in de week van 19 juli opnieuw meer dan 30°C. De temperaturen in Siberië gedurende de eerste helft van 2020 lagen meer dan 5°C boven het gemiddelde en in juni tot 10°C boven het gemiddelde. Het noordpoolgebied warmt meer dan 2x zo snel op als het wereldgemiddelde. Dat heeft gevolgen voor de lokale bevolking, voor ecosystemen en voor de rest van de wereld. Die extreme hitte “zou volgens de analyse van een team van klimatologen bijna onmogelijk zijn geweest zonder de invloed van door de mens veroorzaakte klimaatverandering”, aldus Nullis, maar dat is nu natuurlijk mosterd na de maaltijd.

Een van de gevolgen is bijvoorbeeld dat er nu zware bosbranden woeden. Satellieten “laten dramatische beelden zien”, zegt Nullis. “De meest actieve brand woedt momenteel slechts 8 kilometer van de Noordelijke IJszee.” Op 22 juli waren er in Siberië zo’n 188 brandhaarden. De rook van bosbranden geeft een breed scala aan verontreinigende stoffen af, zoals koolmonoxide, en vermindert de capaciteit van de bossen om verontreinigende stoffen zoals vaste aerosolen, vluchtige organische stoffen en stikstofoxiden op te nemen. In juni kwam door de branden naar schatting 56.000.000 ton CO2 vrij in de atmosfeer. Dat is nog meer dan de 53.000.000 ton van de Siberische bosbranden in juni van het vorig jaar.

Deskundigen vrezen dat het smelten van het ijs vooral in de maanden augustus en september tot een groot verlies aan zoet water zal leiden. Bovendien komt door het smelten van het ijs en het ontdooien van de permafrost (immer bevroren grond) methaan vrij; een broeikasgas. Dat heeft ook weer een negatieve impact op ecosystemen en op de infrastructuur in de hele regio. De WMO heeft ook meldingen ontvangen van een snelle daling van het zee-ijs langs de Russische kust.

Wat er in het [haast, op wat ijsberen na, uitgestorven; GjH] noordpoolgebied gebeurt, blijft niet in het noordpoolgebied. De polen beïnvloeden het klimaat en de klimatologische omstandigheden op de lagere breedtegraden, waar honderden miljoenen mensen wonen”, benadrukt Nullis.

Bron: “Hittegolf doet Siberië opnieuw branden” door InterPressService via DeWereldMorgen op 27 juli 2020.

Vrijheid van gebrek en vrees

Als ik het allemaal goed begrepen heb, werd na de Tweede Wereldoorlog in vooruitstrevende kringen van de Westerse Wereld gestreefd naar vier vrijheden:

  1. De vrijheid van meningsuiting
  2. De vrijheid van godsdienst
  3. De vrijheid van gebrek
  4. De vrijheid van vrees

Belangrijk motief hierbij was de nieuwe wereld te vrijwaren van fascisme en communisme. In Nederland maakten met name de premiers Willem Drees en Joop den Uyl van de Partij van de Arbeid zich hier sterk voor en dat leverde Den Uyl bij verkiezingen in 1977 voor de PvdA 52 zetels op; meer dan eenderde van heel de Tweede Kamer. Maar tegelijk behaalden andersdenkenden (conservatiever, linkser en rechtser) bijna tweederde van de Tweede Kamer. Dries van Agt van het Christen-democratisch Appèl werd premier en ging met de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie regeren.

Ruud Lubbers, een volgende fractievoorzitter van het CDA die premier werd, had met de zijnen sinds 1982 een nauwere opvatting van het begrip vrijheid, te weten

  1. De vrijheid zo rijk mogelijk te worden

Een vrije markt-economie en zo min mogelijk bemoeienis van overheden. Een kleine, tandenloze overheid. Die vrijheid zou volgens Lubbers en de zijnen, met name de econoom en secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken Frans Rutten en directeuren van de grootbedrijven van toen, iedereen ten goede komen. Een van Lubbers’ wapenfeiten is het Verdrag van Maastricht dat begrotingsdiscipline aan alle EU-landen oplegt.

In een later kabinet met Wim Kok als premier, de fractievoorzitter van de PvdA, werd vanaf 1994 de macht van vakbonden gebroken, want hij was na een vakbondscarrière ook geïnspireerd door het neoliberalisme, dat hebzucht als een maatschappelijke vrijheid opvat.

En nu streven we al decennia naar de vrijheid zoveel mogelijk hebzucht ten toon te spreiden en zijn we collectief de vrijheden van gebrek en van vrees vergeten. Daarbij ontnemen we onze kindskinderen ook nog eens de vrijheid op een bloeiende, leefbare planeet te wonen. En er is geen hond in de politiek die zich afvraagt wat economie eigenlijk is, hoe goed het is als die groeit, en voor wie die groei dan goed zou zijn. Zolang ‘de economie’ groeit heeft het kabinet goed werk geleverd. Wanneer die groei vooral voortkomt uit het afknijpen van werkenden, financiële speculaties, reclame-opbrengsten of wapenleveranties maakt dat niet uit; de regering leverde goed werk want het bruto binnenlands product groeide. Nou, ja, de Partij voor de Dieren heeft hier in het kader van zuinig zijn met grondstoffen en tegengaan van klimaatverandering als enige politieke partij kanttekeningen bij.

Het is achteraf een cruciaal momentum in onze vaderlandse geschiedenis geweest dat Den Uyl in 1977 niet met de linksere partijen (CPN, EVP, PPR en PSP) een coalitie kon vormen. Hij kwam in de oppositiebankjes terecht.

En nu zitten alle mensen, die met werken in plaats van met geld hun inkomen bij elkaar moeten schrapen, met de gebakken peren: lagere lonen en slechtere arbeidsvoorwaarden zodat winst maken voor bedrijven geoptimaliseerd wordt; afwaarderen van de progressieve inkomstenbelasting, loonmatiging en verlagen van vennootschapsbelastingen. Alsof bedrijven geen belang hebben bij een goed functionerende publieke sector moeten de belastingen maar vooral bij huishoudens opgehaald worden via de BTW, de verminderd progressieve inkomstenbelasting, de onroerendezaakbelasting en het verlagen van toelagen en uitkeringen. En de bedrijfswinsten gaan dan naar aandeelhouders en Chief Executive Officers, die meer geld voor zichzelf bij elkaar harken dan zij bij een lang leven kunnen uitgeven. Die plukken dus wel de vruchten van de vrijheden van gebrek en vrees. De andere 99% zoekt het maar uit.

Bron: “Fantoomgroei, Waarom we steeds harder werken voor steeds minder” door Sander Heijne en Hendrik Noten, sinds 9 juni 2020 uitgegeven door Business Contact met ISBN13-nummer 9789047013242 en 256 pagina’s dik.

Kiezen of delen

Ik ben geen premier, en geen minister. Ook nooit geweest. Maar wanneer ik nu in de schoenen van de Italiaanse premier Giuseppe Conte stond, zou ik met de Spaanse Pedro Sánchez en de Portugese António Costa een list verzinnen waar de Nederlandse Mark Rutte en zijn vrekkige of zuinige bondgenoten, het is maar hoe je ze waardeert, een puntje aan zouden zuigen. Ik heb er al een bedacht.

Op 11 mei schreef ik hier al waarom volgens mij de “Dag van Europa” geruisloos voorbij ging. De Nederlandse premier en minister van financiën vertelden daarvoor tot verbijsterende woede van de volksstemming in zuidelijke landen een half verhaal over het corona-herstelfonds en de geldstromen in de Europese Unie (EU).

De Franse president Emmanuel Macron heeft inmiddels druk gezet op de hulp die de EU moet gaan bieden bij de economische wederopbouw na de coronacrisis. Hij vindt dat er in juli overeenstemming moet zijn over het herstelplan en over de Europese meerjarenbegroting: „Dit is onze hoogste prioriteit. Wachten zal de zaken niet gemakkelijker maken”. Dat lijkt mij ook, willen we als unie onze grip op de wereld niet weer verliezen door onze onderlinge verdeeldheid in onze etalage te zetten. Net nu de Chinese overheid in HongKong laat zien de vrijheid van meningsuiting te beknotten. En met zo’n leugens verspreidende, door en door niet-deugende en onbetwist onbekwame president in de Verenigde Staten van Amerika. “Pak dit momentum in de wereldgeschiedenis”, zou ook ik zeggen. Laat de euro de standaard van de wereldhandel worden en stoot de Amerikaanse dollar van de kroon, nu het kan.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel hoopt eveneens dat de leiders van de EU tijdens de komende top over de nieuwe begroting en het corona-herstelfonds op 17 & 18 juli a.s. tot een akkoord komen: „Er moeten nog ontelbare gesprekken worden gevoerd”, schetste ze in juni de situatie. „We hopen dat we een oplossing kunnen vinden, ook al is er een lange weg te gaan.

Wanneer de opstelling van de vrekkige of zuinige premiers halstarrig blijft, zou ik als Italiaanse premier op de avond van de 17de juli laten weten dat er kennelijk niets anders op zit dan een volksraadpleging uit te schrijven of – naar de mening van het Italiaanse volk – het lidmaatschap van de EU gecontinueerd moet worden. Waarna Sánchez zou laten weten dit idee, gezien de ontstane beeldvorming van de voorliggende problematiek binnen de EU, ook in Spanje te overwegen en Costa vervolgens eveneens zou zeggen een volksraadpleging over het continueren van het EU-lidmaatschap in Portugal te willen uitschrijven.

Messen op tafel, en liever uit zo’n unie dan me erdoor te laten gijzelen. Nooit de rampzalige weg inslaan, die Griekenland in 2015 door Jeroen Dijsselbloem en Angela Merkel gedwongen werd op te gaan. Ook niet een klein stukje.

Mijn irrelevante opinie inzake de EU is dus samen te vatten als: toon je een wereldmacht of val uit elkaar. Misschien ben ik daarom zelfs nooit staatssecretaris geworden.

Bron: “Macron en Merkel willen in juli akkoord over herstelplan EU” door het Reformatorisch Dagblad via TheWorldNewsNet op 29 juni 2020.

Nooit klaar komen

Zo langzamerhand begin ik het idee te krijgen dat er slechts weinig nieuws onder de zon verschijnt. Er gebeurt veel, maar er verandert uiteindelijk weinig; laat staan ten goede. Wat nu bepleit wordt aan verbeteringen, zoals de verkoop van repareerbare duurzame producten, was vroeger soms de norm. Niet dat alles beter was; vroeger had ik ook stevige kritiek op de hypocrisie van degenen met invloed op de loop der dingen. Maar toen had ik nog de hoop dat we met elkaar iets wezenlijks konden veranderen. Dàt is het verschil met nu. Nu zie ik dat we tot nu toe uiteindelijk met elkaar in de greep van egoïsme, hebzucht en zelfzucht zijn gebleven; ons kortzichtig consumentisme. En ik raak van ellende, zelfs als die door onze eigen overheden veroorzaakt wordt, steeds minder geschokt. Er treedt bij mij een zekere gewenning op.

Steeds vaker zie ik hedendaagse ontwikkelingen als oude wijn in nieuwe zakken. Steeds vaker zie ik bevestigd dat ons doen en laten, onze omgang met elkaar, ons hele staatsbestel niet gefundeerd is op principes als artikel 1 van onze grondwet en al evenmin op een andere wijze van ethisch denken. Het was “wij tegen zij”, waardoor per definitie ingegaan wordt tegen dat artikel. En het is “wij tegen zij” en dat zal het nog wel even blijven in een samenleving waar de overheid de zwakkeren niet tegen de sterkeren beschermd; een overheid die als zij niet in de macht is van, zich sterk laat beïnvloeden door grootbanken en grootbedrijven, een overheid die zelf zelfs de afdracht van vennootschapsbelastingen bij sommige van haar instituten ontwijkt.

Het cement in de voegen tussen de bakstenen, waaruit heel onze samenleving is opgebouwd, is verpulverd als het ooit al meer was dan droog zand.

Het zal de leeftijd wel zijn.

Nee, dit alles overziend blijkt volgens mij vooral dat we als mensen nooit klaar komen. Misschien wel in bed, maar net als de boer, die voort blijft ploegen, net als de hoogleraar, die zijn vakgebied altijd blijft bijhouden, net als een musicus, die altijd blijft studeren, zo is ook de mens met (andere) idealen nooit klaar.

Een immense botsing

Op 26 april jl. Belgische en Nederlandse tijd vond waarschijnlijk een botsing van ongekende grootte plaats. Op aarde werd die dag meetbaar dat een zwart gat op ongeveer 1.200.000.000 lichtjaar afstand van Maartensdijk een neuronenster opvrat. We, nou ja, de wetenschappers die de automatische analyses onder ogen kregen, keken dus ruim een miljard jaar terug in de tijd. Ook knap.

Een neutronenster is wat over kan blijven van een ster, die voor de implosie een massa heeft gehad tussen de 10 en 30 keer de massa van de zon. Neutronensterren hebben een straal van ruwweg 10 kilometer en een totale massa van ongeveer 2 zonmassa’s. Deze sterren zijn het kleinst van alle sterren en hebben de hoogst denkbare dichtheid. Tenzij men een zwart gat ook als een ster beschouwt.

Er worden naar massa (en omvang) vier soorten zwarte gaten onderscheiden:

  1. De theoretisch bestaanbare minuscule zwarte gaten met een straal van maximaal 0,1 millimeter en een massa tot die van pakweg onze maan.
  2. Stellaire zwarte gaten met een massa van omstreeks 5 tot 100 zonmassa’s, die ontstaan zijn uit een supernova, een exploderende zware ster die gedurende enkele dagen* opvlamt met de lichtkracht van honderden miljoenen tot meer dan een miljard zonnen.
  3. Middelgrote zwarte gaten met een massa van 500 tot 1.000 zonmassa’s waarover weinig bekend is.
  4. Superzware zwarte gaten met een massa van 50.000 tot vele miljoenen malen de massa van de zon. Deze worden aangetroffen in de centra van sterrenstelsels.

De waargenomen botsing zou dus plaatsgevonden hebben tussen zo’n neuronenster en een van die zwarte gaten. Zo’n waarneming is bijzonder, hoewel het natuurlijk vaker voorkomt. Over het felste lichtgevende centrum van een sterrenstelsel, dat ons bekend is, weten we dat het elke dag wel een ster zo groot als onze zon opeet. Dat zwarte gat, J2157, is daarmee het snelst groeiende ons bekende zwarte gat in het universum. Dat ‘hongerige’ gat heeft inmiddels 34.000.000.000 maal de massa van onze zon en is 8.000 keer groter dan Sagittarius A*; het zwarte gat in het centrum van de Melkweg. Dat is het sterrenstelsel waar wij op onze schier onbeduidende aarde te gast zijn.

Hoewel, schier onbeduidend? Voor zover bekend zijn wij de enigen die weet hebben van heel dat universum met haar onopgeloste mysteries.

* Omdat een zware ster, 2.500.000.000 helderder dan de zon, in 2019 plotseling van de radar verdwenen is zonder eerst een supernova te worden, is niet helemaal zeker dat een supernova altijd een tussenstadium is tussen een grote ster van 5 tot 100 zonmassa’s en een stellair zwart gat, of dat het ‘enkele dagen’ opvlammen ook wel (een) tiental(len) jaren kan duren. Want van die verdwenen grote jongen (of dat verwenen grote meisje) op zo’n 75.000.000 lichtjaren afstand vanaf De Bilt was al zeker 10 jaar bekend dat hij/zij zich in zijn eindstadium bevond. Wellicht heeft die ster zonder supernova te worden het stadium van zwart gat bereikt.

Ja, er gebeurt best veel grotesks waar we geen weet van hebben, al kan het in dit laatste geval ook zijn dat deze ongelooflijk heldere ster op de een of andere manier beduidend minder helder is geworden en vervolgens ook nog eens door ruimtestof verduisterd is geraakt. Wie weet?

Bronnen: “Zwaartekrachtsgolf lijkt afkomstig van botsing zwart gat en neutronenster” door Leah Crane via NewScientist op 3 mei 2020, Neuronenster, Supernova en Zwart gat via Wikipedia op 25 juni 2020 en “Enorm zwart gat blijkt ‘hongerig’, eet elke dag ster zo groot als zon” & “Mysterie in de kosmos: astronomen zien ster voor hun neus verdwijnen” door en via Nu.nl op respectievelijk 1 juli en 30 juni 2020.

Eén keer net zo verstandig als een ezel

Onlangs ontmoette ik een ambitieuze, mooie, haast even oude, jonge vrouw aan de Hof in Amersfoort, die wel te porren was voor een liefdesrelatie met mij. Het klikte goed, ware het niet dat ze geen wandelaar (v) is, betwijfelde of ze ooit meer zou willen dan een LAT-relatie en ze niet wist of ze ooit nog met een ander zou kunnen slapen. Of ze dan niet keer op keer wakker zou schrikken.

Het deed mij denken aan een liefdesrelatie, die ik eerder gehad had. Voor de buitenwereld waren we een stel. Zo wilde zij het en ik vond het best. Ik was na een trouwfeest-zonder-dat-we-trouwden haar man en zij was mijn vrouw. Verder was ik een vriendje. Ze had er haar redenen voor, maar dichtbij mocht ik niet komen. Totdat ik weggestuurd werd. Toen gebeurde er iets opmerkelijkst: zij werd letterlijk ziek van het afscheid, dat zij gewenst had, en ik voelde me blij en vrij.

Nee, als het al met twijfel begint, in plaats van met enthousiasme, mag de prachtige vrouw, met haar nog zo mooie levenswijze, ondernemingszin, uitstraling en zachte huid mooi en ondernemend blijven zonder mijn aandacht, liefde en tijd.

Met zo’n vrouw zou het lot me een handje geholpen hebben als we begonnen waren met een vriendschap en konden gaan meemaken wat die vriendschap ons allemaal brengen zou, waarbij de toenadering wellicht langzaam maar zeker intiemer en intiemer werd.

Maar het lot, of zij, besloot anders. Ik moest er maar mee leven dat zij is zoals ze is. Ze nam na die ontmoeting geen enkel initiatief meer en eiste mijn begrip en instemming om maar weer met – overigens gezien haar levensverhaal voor mij begrijpelijke – mitsen en maren aan een liefdesavontuur te beginnen.

Mij niet gezien. Ik neem haar zoals ze is, maar ik ga niets met haar aan omdat haar lonkend vooruitzicht het mijne nu niet is. Zo schijt de duivel misschien voor haar wel op één hoop en handel ik één keertje net zo verstandig als een ezel.

De fikse uitdaging voor ieder mens

Gaat het in onze levens om het zijn of gaat het om het goede?

In het begin van onze levens, in de kindertijd, gaat het om het zijn. Een baby is. Niet meer en niet minder. Het past zich aan aan alle omstandigheden. Het zet het op een brullen bij ongemak, doet wat het doet met toewijding en kirt soms van tevredenheid.

Op een zeker moment, wanneer de hersenen tot wasdom komen, wordt een kind steeds meer een sociaal wezen in zijn leefomgeving. Hij gaat vanuit de eenheid, die hij met zijn moeder vormt, gaandeweg verbintenissen met anderen aan en andere juist uit de weg. Verbintenissen, die te zijner tijd de binding met zijn moeder ook losser kunnen maken, zoals een band met zijn vader, maar een kind gaat ook met andere hem welgevallige mensen verbintenissen aan. Geleidelijk ontwikkelt hij voorkeuren; sympathie en antipathie. Hij blijft het centrum van zijn wereld, maar ontwikkelt van lieverlee voor zijn begeertes en zelfbehoud broodnodige oordelen.

De oordelen van anderen, zullen op een bijzonder moment gaan botsen met zijn eigen ontwikkelde wereldbeeld. Sterker, op een zeker moment zal het zich ervan bewust worden dat zijn oordelen stuk voor stuk discutabel zijn; dat alle resultaten van de ontwikkelde oordeelsvorming ter discussie staan. Dat sommige van zijn waarheden zelfs beschamend zijn. Vanaf dat moment gaat het in ons leven langzaam maar zeker niet meer om zijn maar om het goede. Om het goede doen, om precies te zijn. Zelfs zelfbehoud kan sindsdien ten behoeve van een ander, impliciet hoger geacht doel opgeofferd worden.

Wanneer we op deze wijze uit ons Paradijs gevallen zijn en ons leven niet meer om zijn draait, komen we er tegelijk achter dat we niet in Utopia beland zijn. Er zijn veel anderen en evenzoveel losse schroeven waarop ons wereldbeeld gebaseerd is. Er is ook veel leed.

Anders dan toen ons leven om zijn-in-het-hier-en-nu draaide, neemt nu de hoop op beter, op minder lijden, op mooier en op zintuiglijk genieten een plaats in in ons leven. Om hoop bewaarheid te laten worden, moeten we het goede gaan doen. Het goede voor wie? Het goede voor iedereen, omdat we sociale wezens zijn. Dat komt er in de praktijk op neer dat het goede is om naar beste kunnen het leed van anderen te verzachten, waardoor we een ietsepietsie dichterbij Utopia komen. Dat we een iets eraan bijdragen een wereld te creëren, waarin voor iedereen plaats is, waarin iedereen wel zou willen wonen.

Per definitie wil ik wonen in een wereld waarin iedereen wil wonen. Vandaar dat het in het leven, zodra we besef hebben van het ter discussie staan van al onze bevindingen, om het goede gaat. We maken deel uit van en hebben invloed op onze omgeving. We kunnen de ander ondersteunen waar mogelijk, we kunnen hem negeren en we kunnen hem disciplineren of breken. Vanwege deze ongevraagde verantwoordelijkheid voor de ander, we zijn inmiddels immers van kinderen uitgegroeid tot handelingsbekwame, sociale volwassenen, draait het leven er nu alleen nog om het goede te doen.

Feitelijk is het met ons nog heftiger gesteld: …om het goede gedaan te hebben. Ondanks goede bedoelingen kunnen we nog altijd bewerkstelligen de wereld, onze omgeving, verder van Utopia te doen verwijderen. Daarmee zouden we onze hoop op beter ridiculiseren. Daarom telt wat we gedaan hebben op basis van het resultaat, waardoor we in de praktijk vechten tegen de bierkaai en ook nog eens altijd te laat zijn. Dàt is – volgens mij – de betekenis van elk mensenleven; het goede gedaan hebben voor de ander, of niet het goede gedaan hebben.

Ik schreef dit zojuist na het doornemen van het boek “De ander in ons; Emmanuel Levinas in gesprek: een inleiding op zijn denken”, en met name daarin het interview met Rudy Visker, als hoogleraar verbonden aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte in Leuven, (2008) door France Guwy, uitgegeven door Uitgeverij SUN in Amsterdam.

Iets gemeenschappelijks

In het zonnetje tussen de buien door op een Utrechts terras vroeg een van mijn kinderen me gisteren wat ik dacht van de anti-racisme-demonstratie, die eergisteren op het Jaarbeursplein had plaatsgevonden; of ik eraan deelgenomen zou hebben als ik ervan had geweten. Ik antwoordde dat ik benieuwd ben wat de demonstranten beogen; je kunt immers ook voor mooier weer of een betere wereld demonstreren. Waar zijn de demonstranten concreet op uit?

Overigens hebben de anti-racisme betogers mijn sympathie. Ook al zouden deze wereldwijde demonstraties als stok dienen om een andere hond mee te slaan: we demonstreren tegen racisme door de politie, maar zijn eigenlijk tegen het asocialisme van Donald Trump en zijn republikeinse partij, tegen ongelijkheid in het algemeen, of tegen de vooringenomenheid van de gevestigde orde in ons eigen land.

Wat ik bedoelde met mijn reactie, is dat ik het vanzelfsprekend vind om racisme te verwerpen, maar dat vind ik een open deur. Geen weldenkend mens, dat ervoor uitkomt apartheid te omarmen. Dàt zullen we in 2020 toch al wel bereikt hebben (of is het nòg erger met de mensheid gesteld dan ik denk?). We kwamen er na even praten op uit dat we beiden racisme verwerpen, maar dat we ons niet bewust zijn van het onbewuste racisme waar we ons ongetwijfeld ook schuldig aan maken. Hoe betreurenswaardig en verwerpelijk ook, racisme is van alle tijden.

We kwamen er ook op uit dat we beiden van ‘de hoop’ zijn. De hoop op een betere wereld. Vertrouwen in mensen, die toch feitelijk nagenoeg altijd proberen het juiste te doen. Voor mij is die betere wereld een pacifistische wereld. Ik roep altijd al, sinds de vervulling van mijn militaire dienstplicht en mijn daarop volgende – toegekende – beroep op de wet gewetensbezwaren militaire dienst, dat elke nieuwe wet volgens mij getoetst zou moeten worden aan de vraag of die wet pacifisme dichterbij brengt. Elke dag zouden we al doende vandaag stappen zetten naar een rechtvaardiger inrichting van de wereld, ongeacht of en zo ja, wanneer pacifisme of mondiale rechtvaardigheid binnen handbereik komt. Dan doen wij nu het juiste, in plaats van onrecht in stand houden of verergeren.

Door mijn voorsprong van zo’n 30 jaar op mijn kinderen, heb ik mijn hoop op een vreedzame wereld steeds meer zien vervliegen. Het neoliberalisme heeft sinds de 80-er jaren veel van de vruchten van 30 jaar Keynesianisme teniet gedaan. En de marktwerking, die in combinatie met een tandeloze overheid voor alle maatschappelijke problemen als oplossing werd gepresenteerd, heeft het lijden van mensen over de hele wereld, zoals ook in ons eigen land, verergerd. En dat terwijl enkelingen, de 1%, daarmee materieel over de ruggen van de aarde, miljoenen dieren, het klimaat, miljarden mensen en even zoveel planten (zoals die in oerbossen) een rijkdom vergaarden, die soms groter is dan sommige landen voor al hun nutsvoorzieningen te besteden hebben. Mijn sombere grondtoon, zeg maar mijn zwartgalligheid, is terug te herleiden tot deze vervlogen hoop.

Anti-racisme is wat mij betreft een van de vele pijlers onder een wereld waarin we ons bewust zijn van en schamen voor het lijden van de ander. Door zo’n bewustzijn kunnen we vervolgens ons uiterste best doen om onze invloed op de gang der dingen ertoe aan te wenden het lijden van de ander en onszelf tot minima te beperken, in plaats van er collectief onze respectieve hoofden voor in het zand te blijven steken.

Het lot van de mensheid is in handen van wereldverbeteraars

Het in de steek laten van zo’n beetje alle Afrikanen, armoede, belasting-ontwijking door aan onze overheid gelieerde bedrijven, gefaciliteerde belasting-ontwijking in Nederland, beleidsmacht die door grootbedrijven in Nederland en in de Europese Unie wordt uitgeoefend in weerwil van democratische principes, het onrecht dat het neoliberale D’66 mensen pleegt aan te doen, gebrek aan menslievend beleid binnen het al even neoliberale CDA, CETA, de boter op het hoofd van de coalitie, geweld & onrecht dat wij – door het veilig stellen van ons feestje hier te lande – anderen elders in de wereld aandoen, honger, onrecht in het algemeen, het apartheidsbeleid van de Israëlische regeringen sinds 1948, het asociale gehalte van de neoliberale PvdA, TiSA, TTIP, Trump, voedselbanken in rijke landen, de minister-president en zijn immorele en neoliberale VVD, welvaart in relatie tot welzijn. Dat zijn onderwerpen die hier regelmatig door mij aan de orde gesteld worden.

Wanneer we willen dat een ongedefinieerd wij zich handhaaft

Een terecht verwijt aan mijn stukjes is wellicht dat ik weinig aandacht schenk aan de geneugten, die ik (en wij) dagelijks genieten door ons gedrag dat zich niet gebaseerd weet op ethiek maar op een overvloedige mate van zelfbehoud. Met dat waarschijnlijk terechte verwijt kan ik weinig, omdat ik mij als inwoner van Nederland ondanks allerlei bevoorrechting juist daardoor vaak medeplichtig weet aan wan-gedragingen van een samenleving die in mijn ogen op een aantal essentiële punten niet deugt. Knechting, machtsmisbruik en uitbuiting van anderen waardoor we ons tot een van de meest materieel rijkste samenlevingen op aarde kunnen rekenen, al is onze rijkdom dankzij 40 jaar neoliberalisme – met dank aan het CDA, D’66, de PvdA en de VVD – ook onderling steeds onrechtvaardiger verdeeld. Arm in onze moraal, maar het is hier best veilig wanneer je je weet te handhaven. “Je maintendrai” staat passend geschreven onder de Nederlandse leeuw.

Toch zou ik liever deel uitmaken van een geestelijk hoogstaandere samenleving, bestaande uit mensen die omkijken naar elkaar en zich zorgend opstellen voor vreemden die (ook) lijden onder corruptie, de elementen, maatschappelijk onrecht, oorlogs- en/of natuurgeweld. Als kind had ik al sympathie voor primitieve Indiaanse stammen wanneer die volgens mij ethisch hoogstaand met elkaar en met hun vijanden probeerden om te gaan.

Hoopgevend is mij lange tijd het gegeven geweest dat veel landen de Universele Verklaring van de rechten van de mens in 1948 (en daarna) hebben ondertekend. Nog steeds draag ik de Verenigde Naties een warm hart toe en het verdriet me dat haar invloed beperkt blijft tot de bedragen die we bereid zijn aan haar projecten te doneren. Bedragen die altijd ontoereikend zijn om de koeien echt bij hun horens te pakken.

Wanneer we ons als mensheid willen handhaven

Ik vermoed een besef dat de wereldorde verandert, wanneer de gekoeioneerden en rechtelozen van nu behandeld zouden gaan worden als naasten. Mij doet dat verdriet, al zouden de gevolgen van mijn gewenste pacifistisch socialistische aanpak voor ons misschien wel desastreus zijn. Hoewel, ik ben helemaal niet tegen zelfbehoud, maar ik zie de wereld en onze benadering ervan als zoektocht altijd het juiste te doen, met het besef dat we tekort zullen schieten. Dat we ons dus blijvend zouden moeten beijveren zelfs het onrecht, dat we met de beste bedoelingen plegen, te beperken tot het werkelijk onvermijdelijke. Ik zou haast zeggen ‘het hoognodige onrecht’.

Helaas leef ik daarentegen in een wereld waar men het onrecht, waarmee ik dit stukje begon, onder het tapijt pleegt te vegen. Helaas blijven de meesten hier graag dansen op de voor zovelen ondergaande planeet. Is het niet door natuurkrachten, dan wel door wat anderen en met name ook wij hen gewetenloos – en soms zelfs met best menselijke bedoelingen maar met onmenselijke gevolgen – direct en indirect aandoen.

Wanneer we het belangrijker blijven vinden dat een ongedefinieerd ‘wij’ zich ten koste van wat het kosten moet handhaaft, zal het helaas waarschijnlijk wel blijven gaan zoals het altijd al gaat.

Ik, daarentegen, vind het fijn dat er nog altijd idealisten zijn, die onrecht aan de kaak stellen en op grotere schaal en/of op kleinere schaal de wereld wèl mooier proberen te maken; die proberen om steeds het moreel-juiste te doen. Wanneer we ons als mensheid willen handhaven, is het lot in handen van deze wereldverbeteraars.