Chomsky schreef weer een nieuw boek

De geschiedenis toont ons dat machtssystemen nooit uit zichzelf veranderen en nooit uit zichzelf hun interne tegenstrijdigheden erkennen. Dat gebeurt alleen door de publieke opinie. Aan het woord is de 91-jarige Noam Chomsky, wiens scherpzinnige inzichten ik hier wel vaker deel.

Hij kijkt in zijn nieuwe 101 pagina’s tellende boek “Internationalism or Extinction” naar de continuïteit van het beleid van Amerikaanse regeringen sinds 1945. En hij onderbouwt erin dat die onveranderd is gebleven, te weten gericht op de instandhouding van een volledige dominantie over de wereld: economisch, militair en politiek. Wie om de 4 jaar president wordt, maakt daarbij weinig verschil. Donald Trump is als 45ste Amerikaanse president geen abnormaliteit volgens Chomsky, geen afwijking van de norm, maar op de keper beschouwd een logische consequentie van een maatschappelijk systeem dat niet in staat is uit zichzelf te veranderen en nu dit gevaarlijke monster heeft gebaard.

Ofwel we behoeden democratieën voor zelfvernietiging,
èn we stoppen de klimaatverandering,
èn we beperken het risico van een allesvernietigende kernoorlog tot het uiterste,
ofwel we beschouwen onze zelfvernietiging als een fait accompli

Echter, wanneer dat beleid nu niet fundamenteel verandert, wacht ons mogelijk door toedoen van de Verenigde Staten van Amerika de vernietiging van menselijk leven op aarde (extinction). De Republikeinse Partij noemde hij ook eerder al de gevaarlijkste organisatie, die de mensheid heeft voortgebracht.
Een voorbeeld: in de jaren ’80 hebben, na een wereldwijde beweging tegen kernwapens, de 2 grote kernmachten van toen afspraken gemaakt over dialoog en inperking van hun kernwapenarsenalen. Afspraken die werden vervat in de ABM, INF en START-verdragen. Deze 3 verdragen worden nu door Trump op de helling gezet. Dat maakt de dreiging van een kernoorlog nu weer net zo actueel als in de jaren ’80.
Nog een voorbeeld: het grootste deel van de Amerikaanse verkiezingen is ‘gekocht’. Alleen de campagnes van Bernie Sanders zijn hierop een uitzondering.
Laatste voorbeeld: door gebruik van fossiele brandstoffen – kolen uit Ohio en schaliegas – op steeds grotere schaal draagt de Federale Regering (en met name de Republikeinse Partij) op een onverantwoordelijke wijze bij aan wereldwijde temperatuurstijging en het Verdrag van Parijs met de clausules voor milieubescherming werd in 2016 door de Republikeinen verhinderd.
Chomsky roept daarom in zijn nieuwste boek op tot activisme, want hij stelt dat de mensheid voor een cruciale keuze staat:
ofwel we behoeden democratieën voor zelfvernietiging, èn we stoppen de klimaatverandering, èn we beperken de kans op een allesvernietigende kernoorlog tot het uiterste,
ofwel we beschouwen onze zelfvernietiging als een fait accompli; iets waar niets tegen te doen valt.

Wat hij eerder voorspelde is inmiddels bewaarheid geworden

Chomsky is, anders dan bovenstaande wellicht doet vermoeden, geen vlotte spreker. Hem beluisteren vergt een nogal gedisciplineerde concentratie, want hij heeft ook al geen oratorische kunsten te bieden. Sterker nog, zijn lezingen zijn voorspelbaar, want in feite zegt hij al heel zijn productieve leven hetzelfde. Je weet zodoende wat je van hem kunt verwachten. Maar de actuele context actualiseert hij voortdurend met feiten, die anderen en mij nogal eens zijn ontgaan (of die er een betekenis aan toekenden in lijn met de commentatoren in de media).
Zijn boeken zijn allesbehalve vlotte literatuur. Ook Chomsky lezen vergt een gedisciplineerde concentratie. Maar ook die inspanning loont altijd de moeite.
Chomsky kan iets wat weinigen gegeven is: hij zet je met actuele gebeurtenissen, die meestal aan de aandacht van de mainstream media ontsnapt zijn, aan het denken en je weet weer wat je te doen staat.

Wat hij eerder voorspelde, bijvoorbeeld over de toekomstige negatieve effecten van vrijhandelsverdragen of hoe naargeestig de wereld er uit gaat zien wanneer Donald Trump president van de Verenigde Staten van Amerika zal worden, is inmiddels bewaarheid geworden. Het discours van Chomsky is diametraal aan wat mainstream commentatoren ons dagelijks vertellen, en ook dat stelt hij aan de kaak. Zijn zienswijze onderbouwt hij altijd stevig met feiten en in goed gekozen woorden. Dat maakt hem voor bezorgde mensen als ik zo aantrekkelijk. En ik ben niet de enige; geen enkele andere hedendaagse intellectueel kan tippen aan de aantrekkingskracht en het charisma van Chomsky, schrijft Lode Vanoost, de bronleverancier van dit stuk, waar hij verschijnt, blijft hij bomvolle zalen trekken.

We overtuigen door de feiten te tonen èn door te wijzen op de mogelijkheden die er nog altijd zijn

Activisme zou het verschil kunnen maken. Alles is door mensen gemaakt en kan door mensen veranderd worden, constateert Chomsky nuchter.

De hamvraag, die bij zijn lezingen telkens weer terugkomt, is: “Hoe overtuigen we de mensen die vandaag niet met ons in de zaal zaten?”. En Chomsky’s antwoord daarop is: “We overtuigen de mensen door ze de feiten te tonen èn door ze te wijzen op de mogelijkheden die er wel degelijk nog altijd zijn. (…) Om de toenemende destructieve autocratische* en hypernationalistische** tendensen aan te pakken moeten we eerst de oorzaken doorgronden. Een substantieel element zijn de neoliberale bezuinigingen van de voorbije generatie. Die hebben alle welvaart geconcentreerd in enkele handen, de functionerende democratie ondermijnd, de bevolking opzij geschoven, wat tot begrijpelijke weerzin en woede heeft geleid, die soms pathologische*** vormen aanneemt en mensen een prooi maakt voor demagogen****.” Chomsky levert informatie, feitenmateriaal en de analyse daarvan ook in zijn 91ste levensjaar nog steeds als geen ander.
Uitleg van moeilijke woorden
* de ongelimiteerde vernietigende macht wordt uitgeoefend door één partij of door één persoon
** gewoonte om andere landen en/of volkeren buiten te sluiten
*** ziekelijke
**** hier doelt Chomsky op: mensen die politieke macht verwerven door angst te zaaien

De uitgevers hebben naast zijn nieuwste boek ook een video gemaakt, die hier te bekijken is
of klik hier voor een interview met Chomsky van 13 april jl. over het boek “Internationalism or Extinction” (2020) en over de Corona-pandemie.

Bron>“Noam Chomsky: ‘De mensheid staat voor de keuze: internationale samenwerking of uitsterven’” Boekrecensie over ‘Noam Chomsky, “Internationalism or Extinction” (2020, edited by Charles Derber, Suren Moodliar and Paul Shannon). Routledge in New York, ISBN 978 0 367 43058-0’ door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 11 mei 2020.

Geruisloos ging dit jaar de Dag van Europa voorbij

Burgers binnen de Europese Unie (EU) hebben in ongelijke mate profijt van wat de interne Europese markt genoemd wordt. Een relatief klein, sterk van de export afhankelijk EU-land als Nederland heeft relatief veel voordeel. Burgers van zuidelijke lidstaten veel minder.
· Nederlandse burgers profiteren gemiddeld voor € 1.500 per jaar van de EU.
· Het welvarende (en door Covid-19 meest getroffen) Noorden van Italië komt niet verder dan € 1.000 per jaar; inwoners van de rest van Italië profiteren aanzienlijk minder van de EU.
· Spanjaarden profiteren gemiddeld voor € 590 per jaar van de EU,
· Portugezen voor € 500 per jaar en de
· Grieken voor € 400 per jaar.

Door belastingparadijs Nederland lopen andere EU-lidstaten bovendien via brievenbusfirma’s op de Zuidas in Amsterdam in totaal € 10.000.000.000 per jaar aan vennootschapsbelasting mis:
· Frankrijk loopt via de Zuidas € 2.700.000.000 per jaar mis,
· Italië € 1.500.000.000,
· Duitsland € 1.000.000.000 en
· Spanje loopt via de Zuidas bijna € 1.000.000.000 per jaar mis.
En als Nederland er nou rijk van werd, dan zou je het nog als handige roof kunnen zien; of supermodern ‘slimme aanpak’, maar Nederland vangt er ‘slechts’ € 2.200.000.000 van; bijna € 8.000.000.000 ‘lekt via de Zuidas weg’ naar weer andere belastingparadijzen.

In Italië en Spanje wordt de financiële steun door de EU ervaren als een emotionele noodzaak om met elkaar verder te kunnen. Mij lijkt dat een politieke realiteit: als de EU nu een bondgenoot in de hoogste nood niet helpt-zonder-vragen, dan zullen de anti-Europese krachten daar ongetwijfeld van profiteren.

En vergelijk het mislopen van vennootschapsbelastingen door Italië en Spanje nu met de € 1.000.000.000 die Mark Rutte en Wopke Hoekstra eenmalig wilden schenken als coronafooi, nadat Zuid-Europa te hoop was gelopen tegen de suggestie van Hoekstra dat eerst moest worden uitgezocht hoe het kwam dat sommige lidstaten (lees: die in Zuid-Europa) hun boekhouding niet op orde hadden. Dan begrijpt u misschien meer van de irritaties over de Nederlandse opstelling. Ook vraag ik me af welk christen-democratisch appèl Hoekstra daarmee aan zijn uniebroeders deed.

Daarnaast hebben we allemaal gezien hoe de ‘redding’ van Griekenland vanaf 2015 vooral de banken uit Duitsland, Frankrijk en Nederland ten goede kwam en desastreus uitpakte voor de Griekse bevolking, die moedig maar zonder enig succes ‘tegen’ gestemd had. Onder leiding van de zichzelf sociaal-democraat noemende Nederlandse minister Jeroen Dijsselbloem werden door de Eurogroep bijvoorbeeld de volgende maatregels genomen:
· Afdwingen dat de datum van verse melk van 3 naar 7 dagen verlengd werd zodat Nederlandse boeren hun melk sindsdien als verse melk in Griekenland kunnen verkopen,
· Een wet van 100 pagina’s in één artikel opstellen en afdwingen dat die op 15 juli 2015 in minder dan 24 uur werd goedgekeurd,
· Een wet van 1.000 pagina’s in 3 artikels opstellen en afdwingen dat die precies een week later eveneens in minder dan 24 uur werd goedgekeurd en
· op 14 augustus 2015 passeerde nog een wet van 400 pagina’s, die ook al in 24 uur moest worden goedgekeurd.
Is dit democratie of Piketty?

Financiële steun onder dergelijke voorwaarden zien de Italianen en Spanjaarden natuurlijk niet als een goed economisch recept.
En nu noemde ik Hoekstra en Rutte, maar zij handelden achteraf met de steun van een ruime meerderheid in onze Tweede Kamer. Dit onthult volgens mij opnieuw dat het Nederlandse debat over de Europese Unie zich grotendeels in voor ons winstgevende euro’s afspeelt en niet over ethiek gaat. De BV Nederland is gewoon een sprinkhaankapitalist, terwijl het anderen de les leest over deugdzaamheid.

Mij zou het geen verkeerde ontwikkeling lijken wanneer de Nederlandse EU-opstelling-in-Coronanood tot gevolg krijgt dat Italië een uittreding uit de EU gaat overwegen. Hoe moeten we anders een EU krijgen, die er voor de burgers is? Hoe moeten we anders de huidige realiteit stoppen dat met EU- en nationale overheidsprivileges grootbedrijven steeds maar groter en machtiger worden (en direct bij de staat aankloppen als er een ondernemingsrisico verkeerd ingeschat blijkt)?

Hoewel ik op straat (op anderhalve meter afstand) verneem dat we het in Nederland goed doen rondom Covid-19, is het niets meer of minder dan Piketty in de praktijk. We moesten ons – wat mij betreft – schamen (ik was daar al een tijd geleden mee begonnen).

En dit allemaal naar aanleiding van 9 mei jl.; de Dag van Europa. Omdat die dag, precies 70 jaar geleden, de Franse minister Robert Schuman een ambitieuze verklaring aflegde waarin hij voor een organisatie pleitte om Franse en Duitse productie van kolen en staal onder gemeenschappelijk beheer te plaatsen. Dat zou de kans op een nieuwe Europese oorlog minimaliseren. Dat beheer werd het aller eerste begin van de EU, zoals die nu vormgegeven is.

Bronnen: “Nederland leest anderen de les over deugdzaamheid maar gedraagt zich als sprinkhaankapitalist” door Marc Chavannes via DeCorrespondent april 2020, “Staatssteun aan KLM stroomt naar oliehandelaren en Iers belastingparadijs” door Ties Joosten op 6 april 2020 via FollowTheMoney en “Sta niet toe dat democratie wordt vernietigd waar ze is ontstaan” door Zoé Konstantopoulou, voorzitter van het Griekse parlement via DeWereldMorgen op 10 september 2015.

De ander, dat ben ik

De denkbeelden van de moderne Westerse filosoof Emmanuel Levinas (1906 – 1995) spreken mij aan en raken mij onder mijn huid. Op 20 april jl. heb ik hier de kern, het uitgangspunt van het denken van deze man proberen samen te vatten. Dat deed ik onder de titel “In essentie leert het leven ons genadeloos hoe nederig we stuk voor stuk zijn”. Nu ga ik de uiterste consequentie van zijn denken proberen te beschrijven.

Een uiterst gevolg van zijn filosofie is, dat niet wat ik denk beslissend is, maar wat ik doe.
Dat is nogal wat. Levinas biedt geen uitweg aan intellectuele dagdromerij of aan kamergeleerdheid. Hij overrompelt mij. Het lijkt erop dat mijn motieven er in eens niet meer toe doen omdat wat ik gedaan heb en naliet beslissend is. Dat vraagt om wat meer context.

Vrede is elk moment mogelijk

De filosoof Levinas beseft al te goed dat alles wat een filosoof vindt, ‘taal’ is. Daar begint het al mee. Wat hem betreft moeten we het daar eerst maar eens over hebben, want aan taal kleeft de eigenschap dat zij veelvuldig misbruikt wordt. Overal. Ook binnen de filosofie. Grond, lucht, rivieren en zeeën zijn vergiftigd, maar over dat gif wordt pas gesproken wanneer het aangetoond wordt. Zo is ook taal vaak het laatste dat ter sprake komt, terwijl het juist om taal gaat.
Taal is nodig en nuttig volgens Levinas. Het is de ‘samenhang tussen mensen’ en het is nodig omdat er zonder gesprek geen menselijkheid mogelijk is, geen rechtvaardigheid en geen waarheid. Dat vraagt om wat meer context.

Zodra ik de Ander zie en waarneem dat hij (m/v) mij ziet, ben ik verantwoordelijk [zie mijn stukje van 20 april jl.]. De ware religie, stelt Levinas, is niet een beweging omhoog, maar dat is de aanvaarding van de andere mens als de Ander (met een hoofdletter) in wiens gelaat (haar of zijn aanwezigheid, gezicht, ogen) God zichtbaar wordt. God openbaart zich in de vernederde als ‘de overstijgende’, zoals ook in de weduwe en in de wees met wie – zo zou je het kunnen zeggen – God een geheim verbond heeft. De inzet van de zorg voor de Ander is geen ‘gevolg’ van het geloof, zoals vaak beleden wordt. Die inzet is ‘het geloof’, zegt Levinas. Mij doet dit schudden.
Internet en televisie hebben de wereld daarmee een onmogelijke plek gemaakt om te leven, want ik ben van veel lijden en onrecht – van veel vernederden, weduwen en wezen – op de hoogte en voor hen ben ik verantwoordelijk [zie de laatste alinea van dit stukje]. Ik ben altijd te laat, want het gaat erom of ik het juiste gedaan heb of het juiste heb nagelaten te doen. Dat vraagt wederom om wat meer context.

Levinas is opgegroeid in een Joodse traditie. Daar lag de nadruk op ontwikkeling van verantwoordelijkheid. Ik ben opgegroeid in een Calvinistische traditie, waar verantwoordelijkheid als een niet te dragen last om ieders nek hangt. Om verantwoordelijkheid te kunnen dragen, is volgens Levinas nodig tot inzicht te kunnen komen. Inzicht kan ik alleen verwerven door studie, door vraag & antwoord en door mezelf steeds nieuwe vragen te stellen. Ik kan alleen het goede of het juiste doen, wanneer ik weet heb van het goede en het juiste.
Ieder mens zal fouten maken, dus ik ook. Daar heeft ieder mens – dus ik ook – recht op. Maar dan heeft ieder mens er ook recht op te weten wat fout is en waarom. Bovendien bieden fouten een valkuil: wie zich almaar bezig houdt met zijn (m/v) fouten (en ze te verbeteren), met schuld, zou zich opsluiten in een kleine wereld en loopt het risico het goede, dat hij (m/v) (wel) kan doen, uit het oog te verliezen.
Levinas aarzelt niet te schijven dat vrede (heil, shalom) elk moment mogelijk is.

De Westerse filosofie is een uitdrukking van geweld

‘Vrede’; dat vraagt om wat meer context, waarmee we bij de crux van zijn denken komen. Volgens Levinas is anti-semitisme meer dan een randverschijnsel. De holocaust, de shoah, was volgens hem meer dan het gevolg van anti-semitisme. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft het bloed immers niet opgehouden te vloeien. Imperialisme, racisme en uitbuiting zijn ook nadien meedogenloos gebleven. Mensen en volkeren hebben knechting, leed en vernietiging te vrezen.
Volgens Levinas legt de holocaust de wortels bloot van de Westerse cultuur, die geobsedeerd is door het marginale en het marginale tegelijk met alle geweld ontkent. De Westerse filosofie is daarmee voor hem een uitdrukking van geweld.
Zo, het hoge woord is eruit: de Westerse filosofie is een uitdrukking van geweld. Dit is wat mij gevoelsmatig aanspreekt en wat mij tegelijk onder mijn huid raakt. Geweld is dus niet een dierlijk trekje van mensen. Het is volgens Levinas het weerzinwekkend resultaat van de menselijke rede (van zijn rationaliteit, van zijn redelijkheid, van zijn verstandelijke vermogens).
De Westerse filosofie maakt zichtbaar hoe de rationaliteit het machtsmisbruik mede via de taal (!) verbergt. Een machtsmisbruik dat werkzaam is in de kerk, in de ontplooiing van de mens, in het kolonialisme, in de politiek en in de staat. Let wel: een niet-geweld-dadige samen-leving is onmogelijk.
Tegen alle geweld en tegen alle redelijke rechtvaardiging daarvan in, neemt Levinas het lijden van de mens op elk moment ernstig. Dat vraagt om nog een klein beetje context, maar mij spreekt dit aan alsof ik het zelf bedacht heb.

Ik ben de Ander

Zolang rechtvaardigheid afhankelijk is van de mens, is een niet-gewelddadige wereld onmogelijk.
Om menselijk te leven hebben mensen volgens Levinas eindeloos veel minder nodig dan de prachtige beschavingen, waarin ze leven.
In de beslissende uren, waarin zoveel waarden niet geldend blijken, stelt hij, bestaat de waardigheid van de mens uit hoop; hoop dat ‘eens de tijd zal aanbreken dat…’ Echter, in de uren dat alles toegestaan is, is het de hoogste plicht zich in daden verantwoordelijk te weten tegenover de ‘waarden van de vrede’.
Ook wanneer het er in alle opzichten op lijkt dat de wereld een grote chaos is, komt het er volgens Levinas op aan om zo te leven en zich zo te gedragen (te handelen, te doen) alsof de wereld niet enkel uiteenvallende verbrokkeling is. Het komt uiteindelijk aan op een innerlijk leven.
Het komt erop aan jezelf zo te ontwikkelen dat je met je buik weet wat betekenis heeft en wat geen betekenis heeft. In elke wereld, hoe chaotisch die ook is, hebben we altijd een eigen stem. Die stem kan zich – zoekend naar wat juist is – verzetten tegen elk onrecht, waarbij de spreker de gevolgen van zijn spreken op zich neemt.
Een goede bedoeling is nooit de garantie geweest voor daadwerkelijke verbetering. Het geweld kan alleen veranderen wanneer iemand uitzondering wil zijn; iemand die buiten het gangbare patroon gaat staan.
We kunnen over rechtvaardigheid spreken om te achterhalen wat het is. Daar leent de taal zich voor; om de samenhang tussen mensen bloot te leggen. We kunnen achterhalen wat het recht omvat, wat het onrecht en het recht van mij vragen te doen. Zolang er nog maar één vreemdeling niet welkom is, zijn wij niet welkom, zegt Levinas, en dan kan ik evenmin mijn huis in. Wat de vreemdeling overkomt, overkomt mij; overkomt ons. Tenslotte vraagt dit om nog iets meer context.

Levinas graaft zijn onderwerpen minutieus uit en daagt tegelijk zijn lezers uit zijn ‘textes’ te doorvoelen, erover na te denken, ze ter harte te nemen, ze te proeven en erover te spreken; wellicht zelfs om ze te weerleggen, in plaats van ze naar Westers gebruik te rationaliseren

Alles begrijpen, doorzien en kennen veronderstelt een totale en volledig toegankelijke aanwezigheid van alles. Dat veronderstelt dat alles voor het ‘ik’ even aanwezig is als ‘mijn wereld’, waarin we stuk voor stuk bij aanvang leefden [zie mijn stukje van 20 april jl.]. Het veronderstelt ook dat er geen Ander is, geen ander mens, want het veronderstelt dat mensen geen onderlinge verschillen hebben. Het veronderstelt dat het marginale niet bestaat. Precies de Ander, die u degradeerde van heer & meester tot onderdaan, maakt glashelder dat ik niets begrijp, niets doorzie en niets ken. De aanwezigheid van de Ander breekt volgens Levinas de eenheid van plaats en tijd, die gebaseerd was op het ‘ik’ en het ‘mijn’. De Ander blijft in alles de uitzondering. Hij (m/v) maakt zich los, is niet zoals al het andere in ‘mijn wereld’ en doet om die reden een beroep op mijn betrokkenheid, medelijden en rechtvaardigheidsgevoel.
Ik ben verantwoordelijk voor wat ik met dat gegeven doe. Niet wat ik denk is beslissend, maar wat ik doe, wat ik gedaan en nagelaten heb. De consequentie van Levinas’ denken is zodoende de vraag te durven stellen:
Kan ik tegen de Ander zeggen: “Hier ben ik!”?

C’est le ton qui fait la musique
De teksten van Levinas dringen onmiddellijk tot de kern van zijn onderwerp en vragen als het ware daarin te graven, te tasten en te verwijlen; eerder naar het Franse woord ‘texte’, dan naar het Nederlandse woord ‘tekst’. Immers, ‘onze’ teksten zijn wij gewoon te interpreteren, waarmee we er aan de haal gaan. Levinas daarentegen graaft zijn onderwerpen minutieus uit, en nodigt zijn lezers vervolgens uit ze ontbloot te aanschouwen. J.C.M. Engelen [zie bron] wijst erop dat Levinas in zijn Joodse achtergrond juist gewoon geworden was teksten te bestuderen, in plaats van te twisten over mogelijke interpretaties, zoals niet-Joden gewoon (zouden) zijn te doen. Misschien wel daarom ken ik niemand, die zo precies schrijft als Levinas. Het gaat bij hem niet om ‘teksten’, maar om het Franse ‘textes’, waarmee de filosoof Levinas zijn lezers eerder uitdaagt zijn uiteenzettingen te doorvoelen, erover na te denken, ze ter harte te nemen, ze te proeven en erover te spreken; wellicht zelfs om ze te weerleggen, dan om ze naar Westers gebruik te rationaliseren.

Bron: “Het gelaat: hij die mij aanziet” (1987) van pagina 66 tot en met 120 door J.C.M. Engelen; uitgegeven door Gooi en Sticht te Hilversum.

Indachtig Hendrik Colijn

$ 1.917.000.000.000 werd in 2019 wereldwijd aan militarisme uitgegeven. In de wereld gaven we er met elkaar nooit eerder zoveel aan uit. Gemiddeld 2,2% van onze bruto binnenlandse producten (BBP) ging naar militaire uitgaven. Het is een stijging van 3,6% in vergelijking met 2018. Het is de grootste jaarlijkse toename sinds 2010, en dan te weten dat 2018 ook al een beschamend recordjaar was.

Omgerekend gaven we in 2019 met elkaar $ 249 per wereldburger uit aan militarisme, terwijl in datzelfde jaar 734.000.000 mensen moesten/ 10% (!!!) van de wereldbevolking moest rondkomen van minder dan $ 1,9 per dag.

Dit zijn geen onvoorziene uitgaven

De top 5 op basis van bedragen aan militaire uitgaven
1a. $ 1.035.000.000.000. Dat is het bedrag dat de 29 NAVO-lidstaten in 2019 samen uitgaven aan wat nog steeds verhullend ‘Defensie’ genoemd wordt; ‘goed’ voor 54% van het totale bedrag wat in 2019 wereldwijd aan militarisme uitgegeven werd. Nou ja, met een grote vriend als de Verenigde Staten van Amerika in de gelederen gaat het snel. We gaan per land kijken:
1b. $ 732 miljard: VS besteedde 3,4% van het BBP aan militarisme; 5,3% meer dan in 2018; droeg 38% bij aan het mondiale totaal.
2. $ 261 miljard: China besteedde 1,9% van het BBP aan militarisme; hetzelfde percentage als in 2018; droeg 13% bij aan het mondiale totaal.
3. $ 71 miljard: India besteedde 4,5% meer aan militarisme dan in 2018; droeg 4% bij aan het mondiale totaal.
4. $ 65 miljard: Rusland besteedde 4,6% meer aan militarisme dan in 2018; droeg 3% bij aan het mondiale totaal.
5. $ 62 miljard: Saoedi-Arabië besteedde 16% minder aan militarisme dan in 2018; droeg ook 3% bij aan het mondiale totaal.

en wij?
17. $ 12 miljard: Nederland is in 2019 van de 19de plaats gestegen naar plaats 17 door 12% meer aan militarisme te besteden dan in 2018; droeg 0,6% bij aan het mondiale totaal.
39. $ 5 miljard: België bevindt zich op plaats 39, een stijging van 3,4% ten opzichte van 2018; droeg 0,26% bij aan het mondiale totaal.

En wat zegt dat allemaal?
$ 1.917.000.000.000; $ 249 per menselijke wereldbewoner; $ 54 minder dan het gemiddelde jaarinkomen in Zuid-Soedan, het armste land ter wereld. Als ik al deze bedragen lees, realiseer ik me een beetje hoe het afdwingen van toegang tot grondstoffen zich gênant verhoudt tot het bestrijden van armoede. En tot andere zaken die het welzijn van mensen wereldwijd bevorderen. Al is ‘zich toegang verschaffen tot’ deels hetzelfde als ‘in armoede houden’.

Ik bedenk hierbij dat dit geen onvoorziene uitgaven zijn, zoals de uitgaven aan materiële schade vanwege een storm of een virus. Dit zijn haast allemaal uitgaven die in meerjarenbegrotingen en jaarbegrotingen staan, zoals het per 1 januari 2024 ‘op peil’ brengen van onze eigen agressie-begroting conform eerder gemaakte NAVO-afspraken.

’t Is nog een cynisch ‘geluk’ dat extreem weer en natuurrampen in 2019 3x meer mensen tot migratie dwongen, met alle daarmee gepaard gaande persoonlijke ellende, dan alle oorlogsgeweld samen. Waarmee ik maar wil zeggen dat gelukkig slechts een deel van al deze militaire uitgaven in 2019 daadwerkelijk gebruikt is om mensen te vernietigen en hun werk- en woonomgeving te ruïneren. Wel om mee te dreigen, natuurlijk. En zeker om mee te kùnnen dreigen of verzet te kunnen breken. Ook vaak verzet tegen degenen, die het hun bezetters of overheden met hun belastinggeld mogelijk maakten zich te laten onderdrukken. Zo gaat het altijd al sinds onze voor-voor-voorouders geld bedachten. Ja, we creëren met elkaar altijd al een wonderlijke wereld van schoonheid en verderf.

Volgens de Wereldbank zal de huidige Covid-crisis er bovendien voor zorgen dat mondiaal de meest extreme armoede sterk zal stijgen. In deze vreemde wereld willen we kennelijk leven. Of zien we in alle democratisch bestuurde landen geen kans te stemmen tegen geweld, mondiale en nationale ongelijkheid en onrechtvaardigheid? Zo dat het geval is, hoe zou dàt dan komen?

Nee, zoals Hendrik Colijn op 16 maart 1936 tegen uw voorouders zei, zeg ik na het laten bezinken van deze uitgaven tegen u, moderne lezer dezes, inmiddels uitgerust met internet en vast ook met telecommunicatie en televisie:
Ik verzoek den luisteraars dan ook om wanneer ze straks hunne legersteden opzoeken, even rustig te gaan slapen als ze dat ook andere nachten doen. Er is voorshands nog geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn.
En daarmee, geachte luisteraars, laat ik u over aan de verpozing die de radio u pleegt te bieden. Goedenavond.

Bronnen: “Grootste stijging van wereldwijde militaire uitgaven in het afgelopen decennium; Opinie” door Ludo De Brabander via DeWereldMorgen op 27 april 2020 (omdat deze bron verwijderd blijkt: de bron van deze bron is “Global military expenditure sees largest annual increase in a decade—says SIPRI—reaching $1917 billion in 2019; SIPRI for the media: sipri.org op 27 april 2020) en “Extreme weather and natural disasters displaced three times more people than war in 2019” door Lillo Montalto Monella en Marta Rodríguez Martínez via EuroNews op 28 april 2020.

Ondanks Covid-19-maatregels blijven (sommige) mensen zich roeren

De huidige Covid-19-maatregelen maken het lastig om in grote getale de straat op te gaan om rechten te bepleiten en zich teweer te stellen tegen onrecht. Toch bezetten vorige week digitale demonstranten virtuele Russische overheidsgebouwen en pleinen, was er een demonstratie-op-onderlinge-afstand in Hong Kong en werd in Brussel een protestmars gelopen. Over dit laatste evenement informeerde de mainstreammedia ons niet. Daarom vestig ik daarop hier de aandacht.

Al lang geleden was 24 april 2020 uitgeroepen tot dag van Wereldwijde KlimaatStaking. Daarom bedachten het Belgische Greenpeace en Youth for Climate een Covid-19-proof alternatief.
We blijven in ons kot, maar we blijven niet koest”, zei Toon Lambrecht van Youth for Climate. “We kunnen nu niet zelf op straat komen, maar aan de vooravond van de Global Climate Strike willen we wèl onze stem laten horen. We eisen dat de politici luisteren naar de wetenschappers, of het nu over Covid-19 of over het klimaat gaat. Ze moeten nu werken aan een eerlijk en ambitieus klimaatbeleid.
Het herstelplan voor deze coronacrisis moet groen, sociaal en eerlijk zijn. We kunnen en willen niet terug naar business as usual”, vulde Joeri Thijs van Greenpeace aan. “We moeten nu investeren in gezondheidszorg en sociale rechtvaardigheid, in klimaatbeleid en natuur, niet in vervuilende bedrijven. Mensen en de planeet zijn belangrijker dan winst.

Een artistiek en creatief uitgewerkt idee

De oplossing, die de organisaties hadden gevonden, was een protestmars van hologrammen; driedimensionale afbeeldingen. Die protestmars werd 23 april jl. geprojecteerd op de gebouwen van het Belgisch federaal parlement en van de Europese Raad. Er waren ook korte ‘hologram-speeches’ van Juliette Boulet en Lena Baguet, vertegenwoordigers van respectievelijk Greenpeace en Youth for Climate. Zij richtten zich tot de Belgische en Europese politici.

Klik hier voor deze Belgische en misschien wel wereldprimeur.

Bron: “Actie Greenpeace en Youth for Climate in Brussel: Virtuele betoging met hologrammen voor een groene en eerlijke heropbouw; Reportage” door Youth for Climate Brussel & Greenpeace Belgium via DeWereldMorgen op 24 april 2020.

In de bron is meer informatie over de wensen van de initiatiefnemers te vinden, want de hologrammen-protestmars was slechts èèn van de initiatieven in het kader van de Global Climate Strike. De ene, die ik hier vermeld, omdat ik het zo’n artistiek, creatief uitgewerkt idee vind.

Jaap Fischer alias Joop Visser

“Joop Visser en Jessica van Noord”. Toevallig had ik het het vorig weekend nog over hen. Wie van schurende teksten houdt en even tijd heeft, kan hier 21 liedjes van hen horen. Het zijn niet eens de beste teksten van Jacob Herman Frederik (Jaap) Fischer, die sinds 18 april jl. 82 jaar oud is, maar hoe zou je zijn beste liedjes moeten vinden? Vanaf 1961 schreef hij zoveel herkenbare en onder de huid kruipende teksten, zoals een van zijn eerste: “Het ei”:

Ik kocht een ei. De melkboer zei:
’t komt zo onder de kip vandaan.
‘k ben nog te laat van huis gegaan om het mee te kunnen nemen.
Hier heeft u een jong leven, voor 16 cent of meer
en namens de ouders smakelijk eten meneer.

Het lag nog warm te leven in m’n hand.
Ik mikte reeds, zorgvuldig op de harde hete rand
van de pan en ik kon de geur al ruiken
van dit al te vroeg geremde kuiken.
Toen het ei zei, het ei zei:
denk eens dat het een jongetje is dat je hier gaat staan te bakken.
Denk eens dat het je broertje is dat zacht sist in de pan.
Denk eens dat ie verkrampt uit angst de rand probeert te pakken
en dat ie dan terug in de boter glijdt. Wat dan, wat dan?

Ik rolde het zorgvuldig in een deken.
En heb toen zelf 2 weken liggen wachten op iets moois.
Slechts verwarmd door een hoop slechts verwarmd door een laken tot het ei begon te kraken.
En het kuiken zei, het kuiken zei:
Haha het was geen jongetje dat je had willen bakken.
Haha het was je broertje niet dat in de pan was gegaan.
En ik had me weer voor de zoveelste keer door een kuiken laten verlakken,
maar de volgende dag at ik rijst
met hele jonge kip of haan.

Ik vind zo’n beetje al zijn liedjes pareltjes en ik heb bij mijn weten al zijn cd’s gekocht om ze af en toe, bijvoorbeeld tijdens het autorijden, nog eens te beluisteren.
Klik hier voor deze 21 willekeurige laatste teksten, die door een zekere Paul Koene op YouTube gezet zijn, te beginnen met hoe zij Chantal Janzen, Dan Karaty en Gordon Heuckeroth in ‘Holland’s got Talent’ in de maling nemen.

Aangezien leraar maatschappijleer en Nederlandstalig troubadour Jaap Fischer, alias Joop Visser, zich niet aangesloten heeft bij de auteursrechtenorganisatie Buma/Stemra (dit vind ik een leuk trekje van hem), zijn zijn liedjes weinig op radio of TV te horen geweest; ze moeten apart met hem afgerekend worden. De CD’s zijn weliswaar in de ‘betere’ muziekwinkels te bestellen of te koop, maar ook bij hemzelf te bestellen. Klik hier voor zijn CD- en boekenaanbod.

“Het ei” plukte ik van www songteksten nl.

In essentie leert het leven ons genadeloos hoe nederig we stuk voor stuk zijn

Nee, dit gaat niet over Covid-19. Dit stukje gaat over Emmanuel Levinas en zijn ideeën. Hem zie ik als een man met bijzonder interessante denkbeelden. Jammer voor hem en mij dat ik daar pas na zijn dood achter kwam. Hij stierf op 25 december 1995 en op 90-jarige leeftijd in Parijs. Ik ontdekte zijn denkbeelden – op aanraden van iemand die mij goed kende – pas een jaar of drie geleden.

Levinas ging ervan uit dat directe en intuïtieve ervaringen met gebeurtenissen onze manier van denken bepalen. Dat denk ik ook. Ik denk ook dat mensen helemaal niet bijzonder rationeel ingesteld zijn. Onze persoonlijke verwerking van gebeurtenissen zal veel meer invloed op onze manier van denken hebben, dan we zouden denken. Ik vermoed zelfs dat de eerste levenservaringen een sterke, zo niet bepalende invloed hebben op nagenoeg alle later opgedane ervaringen, alsof zij de kleur van heel onze ideeënwereld bepalen.

Die indrukwekkende gebeurtenissen moeten van Levinas observeerbaar zijn. Een brand, een wild dier waar je bang voor was, iets groots of kleins uit jouw omgeving dat angst inboezemde of waar je blij van werd, een keer dat je gewond raakte, het kwijt zijn van je moeder of vader, een onverwachte akelige, of misschien juist prettige of teleurstellende gebeurtenis, een streling van een ouderfiguur nadat je verdriet had; iedereen maakt in zijn leven gaandeweg heel veel gebeurtenissen mee. Zelf ‘bepaal’ je onbewust welke daarvan indrukwekkend zijn en welke daarvan als bewuste ervaring of als onbewuste ervaring in je geheugen gegrift blijven. Levinas gaat ervan uit dat we stuk voor stuk proberen uit de essentiële eigenschappen van al dat soort ervaringen de kern van wat we ervaren proberen af te leiden.
Het leven leert ons, volgens Levinas. Daarin staat hij lang niet alleen.

Hij vertrok 6 jaar na de Russische Revolutie op 18-jarige leeftijd uit Litouwen naar Frankrijk om filosofie te gaan studeren. Na het overleven van zijn krijgsgevangenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland groeide hij uit tot een van de meest invloedrijke filosofen van de 20ste eeuw; een die heel de Westerse filosofie op z’n kop zette. Daarin stond hij wel alleen. God, of de wereld, waren eeuwenlang volgens hem onterecht als uitgangspunt voor ons denken genomen. In zijn eerste hoofdwerk “Totalité et Infini: essai sur l’extériorité” (1961; in het Nederlands vertaald: “De totaliteit en het Oneindige; essay over de exterioriteit”) onderbouwde hij zijn kritiek op heel veel invloedrijke filosofen en zette hij zijn ideeën uiteen. Mede door moeilijke termen (wat bedoelt hij met ‘exterioriteit’?) en al die wetenschappelijke weerleggingen van wat invloedrijke filosofen te berde gebracht hadden is het voor mij een veel te moeilijk boek. De kern van zijn revolutionaire en misschien tegelijkertijd wel voor de hand liggende filosofie zal ik hier wel proberen te beschrijven.

Ik, de heer en meester (m/v) in de wereld
Bij aanvang van uw (en ieders) mensenleven was uw wereld overzichtelijk. U wist niet beter of u was het middelpunt van de wereld. U was het centrum van alles wat is. Wat u zag was bovendien ook nog eens ‘uw wereld’. U kon alles in de wereld betekenis geven, duiden, negeren of als onbetekenend afdoen en u dat deed ongeremd. In uw wereld was u heer en meester tegelijk.

De Ander, die u uit ‘uw wereld’ verdrijft
Heel uw beleving van de wereld zakte echter op enig moment als een kaartenhuis in elkaar. Dat was zodra u zich ooit bewust werd dat een ander mens verscheen. Die Ander (met een hoofdletter) was geen plaats toe te kennen in ‘uw wereld’. De Ander, die u zag en waarvan u wist dat hij (m/v) u zag, zette heel uw wereld op zijn kop. Er was een ander. Zonder ook maar iets te doen, alleen maar door er te zijn, degradeerde de Ander u van heer en meester tot onderdaan.
Die Ander was, anders dan al het overige in uw voormalige wereld, geen ding. Aan die Ander kon u onmogelijk een betekenis of geen betekenis toekennen. De Ander dwong u – alleen maar door er te zijn – tot bescheidenheid. ‘Uw wereld’ was opgehouden te bestaan.
Misschien is dit de achtergrond van het christelijke verhaal over Adam en Eva, die uit het Paradijs gezet werden; er was een Ander geweest, die gezien had hoe zij omgegaan waren met wat tot dan toe ‘hun wereld’ geweest was en zij wisten dat.

In zijn tweede hoofdwerk “Autrement qu’être ou au-delà de l’essence” (1974; in het Nederlands vertaald: “Anders dan zijn of het wezen voorbij”) maakt Levinas de ‘ik’ mijns inziens terecht verantwoordelijk vanaf het moment dat de Ander hem (m/v) aankijkt. Ons dagelijkse leven, maar zeker ook media als internet en televisie getuigen van plaatsen waar mensen gisteren en vandaag (massaal) protesteerden tegen onrecht dat mensen onze leefomgeving en elkaar overal ter wereld aandoen, tot en met het wrede sterven van enkelingen en honderden tot honderdduizenden door honger, ondervoeding, onnodige ziektes, oorlogshandelingen, verontreiniging en verzet tegen onrecht. Elders op deze website heb ik er een paar jaar getallen over bijgehouden. Verantwoordelijkheid gaat aan u (Adam, Eva en mij) vooraf. Onze verantwoordelijkheid begint bij de Ander, zodra u (en wij) weet van hem (m/v) hebben, en begint niet pas daar waar een van ons zich verantwoordelijk voelt.

U (en wij) zijn zodoende altijd te laat. Alleen maar door te weten dat die Ander er kennelijk is en u (Adam, Eva of mij) gezien heeft, bleven we stuk voor stuk achter met niets dan vragen over onze plaats en wat ons te doen staat in de wereld die we kennelijk delen met Anderen. Vragen waarop geen afdoende antwoorden mogelijk zijn.

Lof der onzekerheid
Andere Anderen bevestigden hooguit wat u al wist, te weten dat uw ‘mijn wereld’ niet bestaat en nooit bestaan heeft.

In de erkenning niets meer over uw plaats te weten, leefde(n) u (Adam, Eva en ik) tot vandaag verder en ontfermden ons al die tijd over de restanten van wat voor elk van ons eens ‘mijn wereld’ geweest was. U besefte dat ‘mijn wereld’ helemaal niet bestaat en wellicht alleen bestaan zou kunnen als u zonder iemand uit te zonderen alle Anderen zou doden, al was het maar in symbolische zin door ieder Ander te ontmenselijken. Dat wil zeggen zijn (m/v) waarde als medemens, die objectief gezien waarschijnlijk gelijk is aan de uwe, niet langer mee te wegen in uw benadering van (een deel van) uw medemensen. Alleen dan zou u ‘mijn wereld’ misschien kunnen herscheppen.
Wellicht is dit de achtergrond van het christelijke verhaal over de 2 zonen van Adam en Eva: Abel en Kaïn, waarvan de tweede de eerste op enig moment doodt.
Echter, wat zou u er nu nog aan hebben in ‘uw wereld’ weer heer en meester te worden? Het is zeer de vraag of de hulpeloosheid en verwarring werkelijk ooit beëindigd kunnen worden. U bent sinds die Ander verscheen te gast in een voor u onbevattelijke wereld waarin zowel u als Adam, Eva en ik vooralsnog worden gedoogd.

Zelfs door uzelf blijkt u na enig doordenken te worden gedoogd, want wie is de ‘ik’ die zich bang, bedroefd, blij of boos voelt? Door het verschijnen van die Ander beseft u bewust of onbewust dat u zelfs van uw eigen ‘ik’ niets weet. U blijkt zelfs bij uzelf te gast. U, Adam, Eva en ik zijn overal vreemdelingen geworden zonder enige zekerheid.

In gesprek met die Ander
Alleen wanneer u deze onzekerheden over de wereld en over wie u zelf bent op een of andere manier weet te omarmen, wordt een fundamenteel ontspannen leven misschien bij tijd en wijle mogelijk. Hoe belangrijk zal het zijn, nu we vreemdelingen geworden zijn die in de wereld en zelfs bij onszelf te gast zijn, om een serieus gesprek te voeren met elkaar. Volgens Levinas is dat ontzettend belangrijk; alles bepalend zelfs. Het gesprek, dat Levinas alles bepalend vindt, is een gesprek waarbij u ‘er helemaal kunt en probeert te zijn’.

Spannend is dat gesprek wel, want vooraf is niet te bepalen wat er in het gesprek gebeuren zal. Het is geen vrijblijvend gesprek. Echter, zonder zo’n gesprek is er volgens Levinas geen menselijkheid mogelijk, geen rechtvaardigheid en geen waarheid.

Tot slot
Levinas ging er dus niet vanuit dat we in staat zijn tot objectiviteit, of dat we vrij van theorieën kunnen zijn die verschijnselen causaal met elkaar in verband kunnen brengen, of dat het zinvol is uit te gaan van een of meer – al dan niet religieuze – vooronderstellingen. Het leven leert ons genadeloos in essentie nederigheid, omdat de Ander er onomstotelijk is, net als u, Adam, Eva en ik. Daarbij is nog wel vermeldenswaard dat ‘nederigheid’ niet verward moet worden met ‘gebrek aan zelfwaardering’.

Zou er een mooier realistisch perspectief zijn om vanuit te leven? Ik denk het niet, ook al zullen velen het van Levinas’ beginselen benauwd krijgen. Daar staat voor hen dan wel weer tegenover dat Levinas ‘zintuiglijk genieten’ als hoogste doel van ons leven zag, maar dat is pas ‘Levinas voor gevorderden’.