Alleen de PvdD nog en die ook niet…

Gisteren liet een vriend van mij de hond, waar hij wekelijks voor zorgt, uit in de bossen rondom Zeist. Ik vergezelde hem. We kennen elkaar al jaren; vanaf onze gesprekken over politiek in een rokerige ruimte aan de Utrechtse Oudegracht zittend aan de vergadertafels van de PSP.

We zijn het met elkaar eens dat de de Partij voor de Dieren nu misschien wel de enige politieke partij is die nog een beetje onze idealen van toen nastreeft. Maar net als Femke Merel van Kooten, Tweede Kamerlid voor die partij, vinden wij dat de focus van de PvdD te smal is. “Wanneer de PSP zich indertijd alléén op feminisme gericht had, had ik me daarin ook niet thuis gevoeld“, zei ik.

Of op pacifisme”, zei mijn vriend, maar daar was ik het niet mee eens. Pacifisme of wereldvrede vind ik een doel dat zo ambitieus is, dat dat een mondiaal broederschap, mondiaal dierenwelzijn, fairtrade, mondiale gelijkheid, mondiaal feminisme, mondiale gendergelijkheid, mondiale gezondheidszorg, klimaat (mondiaal), milieu (mondiaal), natuur (mondiaal), mondiale vrijheid en mondiaal welzijn (voor mensen) omvat. Èn dus socialisme.

De macht van de machtigen voor het bereiken van iedere vrede moet aan democratische banden gelegd moet worden. Dat kan onmogelijk op basis van het Amerikaanse kapitalisme waarbinnen per definitie het geld in plaats van het volk regeert. Wanneer iemand pacifisme nastreeft, streeft iemand volgens mij dit alles op mondiaal niveau na, sinds 1789 te vatten in de leus “Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap”.

Daarom zou wat mij betreft elk politiek besluit getoetst moeten worden aan haar bijdrage aan pacifisme (en niet genomen mogen worden indien daarmee op spanning staand). Daarmee zouden we met elkaar een juiste invulling geven aan het motto

Verbeter de wereld, begin bij jezelf

De PvdD versmalt eerder dan dat ze verbreedt en richt zich teveel op haar stokpaardjes, vindt Van Kooten. “In de strijd voor een leefbare aarde voor toekomstige generaties mogen de mensen die nu leven niet vergeten worden“, legt ze op Facebook uit. Dat is precies de reden waarom ik eerder dit jaar mijn lidmaatschap van de PvdD al na twee jaar opgezegd heb.

Het was overigens een heerlijke wandeling met die vriend en zijn gehoorzame leenhond die dan weer uit zicht was en ons dan weer voorbij kwam stormen.

Een op de honderd

Op moment van schrijven zijn er 7.715.575.538 mensen in leven. Eén op de honderd, te weten ruim 70.000.000 daarvan zijn op de vlucht.
84% van de vluchtelingen wordt in ontwikkelingslanden opgevangen, die zelf met grote (economische) problemen kampen.
1.440.000 vluchtelingen zouden snel hervestigd moeten worden. Die worden momenteel opgevangen in meer dan 60 landen maar lopen daar onaanvaardbare risico’s.

UNHCR-baas Filippo Grandi vroeg daarom onlangs in Genève, tijdens een jaarlijks congres over hervestiging, opnieuw een “rechtvaardiger verdeling” van de vluchtelingen – lees: meer inspanningen van de rijke landen om vluchtelingen te hervestigen. Bij hervestiging kunnen vluchtelingen naar een land waar ze zich permanent mogen vestigen. En we weten allemaal: “Vragen staat vrij, net als beleefd knikken en verder laten praten.” Vorig jaar lieten 25 landen 92.400 vluchtelingen toe voor hervestiging; een fractie van wat nodig was.

Ik zie een parallel met de strijd tegen klimaatverandering: de rijkste landen, die voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor de problemen, negeren de inhumane gevolgen van hun doen en laten uit angst er materieel op achteruit te gaan. Tegelijk blijven “wij” Trump te vriend houden, vanuit precies dezelfde angst.

Ondertussen blijft het aantal vluchtelingen toenemen. Vorige maand maakte Het Vluchtelingenagentschap bekend dat het aantal vluchtelingen wereldwijd in amper 20 jaar is verdubbeld tot meer dan 70 miljoen mensen. Nooit eerder telde deze organisatie zo’n hoog aantal.

O, nee, op heel de aarde leven inmiddels 7.715.577.206 mensen. Klik hier voor het nu-u-dit-leest-aantal. Bedenk daarbij dat naar verwachting wat hier staat het aantal vluchtelingen verhoudingsgewijs ongeveer net zo snel stijgt.

Bronnen: Huidige Wereldbevolking volgens Worldometers en “VN: Dringend hervestiging nodig van 1,5 miljoen vluchtelingen” door Inter Press Service via De WereldMorgen op 2 juli 2019.

De Brexit en het nieuws

Nee, ik heb helemaal niets op met de Britse politicus Alexander Boris de Pfeffel Johnson (19 juni 1964). Ik wil hier een heel ander punt maken.

Na maanden en maanden framing blijkt de werkelijkheid nu heel anders.

Alle maanden van onderhandelingen binnen het Britse Lagerhuis werd de indruk gewekt als zouden de Britten geschrokken zijn van de consequenties van hun met nipte meerderheid verkozen Brexit. De interne strijd in het Lagerhuis en binnen de Conservative Party over wel of niet uittreden, en zo ja onder welke afspraken met de Europese Unie zou blijk geven van spijt en besluiteloosheid. De boodschap was dat het beter is om in de EU te blijven als je er deel van uitmaakt.

Echter, op het moment dat de 27ste Conservatieve partijleider Theresa Mary Brasier May vervangen gaat worden, blijkt dat gedurende heel de voorverkiezingen de uitgesproken Brexiteer Boris Johnson ruime voorsprong heeft op alle andere genomineerden.

Hoe zit dat nu met die framing?
Hoe zit het met de deskundigheid van al onze nieuwsduiders en opiniemakers?
Ik had er al niet zo’n hoge pet van op, en zie de voorsprong van Boris Johnson op zijn rivalen inclusief de enig overgebleven rivaal Jeremy Richard Streynsham Hunt (1 november 1966) als ondersteuning van mijn opvatting over de wijze waarop in Nederland nieuws door de mainstream media gebracht wordt: hyperig, onevenwichtig en vooringenomen.

Mocht Boris Johnson toch aan Jeremy Hunt de eer moeten laten om de 28ste partijleider van de Conservative Party te worden, dan is dat niet vanwege zijn Brexit-ideologie, tenzij de Brexit-opvattingen van de partij en haar leden mijlenver uit elkaar liggen.

Concentratie van rijkdom zijn we gaan waarderen, in plaats van dat we er doodsbang voor zijn gebleven

Europa is een mengsel van mythe en werkelijkheid. Een van oudsher verdeeld continent dat steeds kleiner wordt in een wereld die steeds groter wordt. Pas iets meer dan een halve eeuw geleden vond Europa zijn bestemming in een model van sociale bescherming. En dat model, eigenlijk het enige identiteitskenmerk dat Europa wezenlijk onderscheidt van de rest van de wereld, is in rap tempo bezig te verdwijnen. Wat staat Europa te wachten? Eén ding lijkt zeker. Het verzet tegen de neoliberale afbraak van Europa komt uit het zuiden.

Ik [lees: Lex Rietman] spreek Boaventura de Sousa Santos in zijn werkkamer op de campus van de universiteit van Coimbra. De Portugese socioloog is een van de invloedrijkste hedendaagse denkers over globalisering en democratie. Hij wordt veel gevraagd voor lezingen over de hele wereld en overal trekt hij volle zalen. De helft van het jaar woont hij in Madison in de VS, waar hij doceert aan de universiteit van Wisconsin.

Eigenlijk heeft Europa nooit bestaan, zegt De Sousa. Eeuwenlang is het een samenraapsel geweest van landen zonder een gemeenschappelijk bewustzijn. Vanaf de vijftiende en zestiende eeuw begint daar verandering in te komen door de koloniale expansie van twee landen aan de rand van het continent, Portugal en Spanje. Vanaf dat moment ontstaat er zoiets als een continentale logica, gevoed door het opkomende handelskapitalisme. Een behoorlijk conflictueuze logica, dat wel, want de mate van economische ontwikkeling varieert sterk. Terwijl de nijverheid in het noorden – de Lage Landen, Engeland, Schotland – flink profiteert van de goud- en zilverstroom uit de Nieuwe Wereld, blijft de modernisering in Portugal en Spanje uit. Die kloof is tot op de dag van vandaag niet gedicht.

De twintigste eeuw trekt een nieuwe scheidslijn door het continent, nu tussen oost en west. De scheiding tussen het kapitalistische en het communistische Europa sluit een min of meer gemeenschappelijk zelfbeeld praktisch uit.

De Verenigde Staten willen laten zien dat het kapitalisme politiek en ethisch superieur is aan het communisme.

Twee gruwelijke oorlogen, vooral de Tweede, voeden volgens De Sousa het idee dat dit continent waarden herbergt die in ere hersteld moeten worden. Na 1945 legt dat de grondslag voor een nieuwe eenheid. Deze krijgt eerst gestalte in het kapitalistische Europa; na de val van het sovjetimperium breidt de unie zich uit met de oostelijke landen.

Zo ontstaat een sterk economisch blok dat zich beroept op zijn democratische en christelijke essentie. Boaventura de Sousa Santos heeft er bedenkingen bij. ‘De moslims waren zeven eeuwen hier. Vanaf de twaalfde eeuw stond Europa cultureel onder sterke invloed van de islam. Onze erfenis van de Griekse filosofie als een Europese verworvenheid is een mythe die halverwege de negentiende eeuw gecreëerd wordt. In werkelijkheid hebben we die erfenis te danken aan de Arabieren en de islam. Via Egypte, Perzië en Bagdad kwamen de teksten van de klassieken terecht in Toledo. Daar werden ze vertaald.’

Een andere mythe is de gedachte dat Europa bij uitstek het continent is van de democratie. ‘Dit idee ontstaat na een enorme democratische instabiliteit in een groot deel van Europa. En de zuidelijke landen, vooral Portugal, Spanje en Griekenland, hebben tot vrij recent lange periodes van dictatuur meegemaakt – Portugal 48 jaar. Na 1945 leidt het trauma van de oorlog tot de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, ook al om eens en voor altijd een einde te maken aan de rivaliteit tussen Frankrijk en Duitsland. We moeten ons er dus van bewust zijn dat we in het gewelddadigste continent ter wereld leven. In de twintigste eeuw hebben we 78 miljoen mensen gedood. De Dertigjarige Oorlog (1618-1648) kostte in die tijd al een miljoen mensenlevens. We hebben meer dan genoeg gedood. Je kunt pas sinds kort zeggen dat we een continent van de vrede zijn. Europa is een mengsel van mythe en realiteit.’

Ondanks alle tekortkomingen is er geen plek op aarde waar de mensenrechten en de liberale democratie beter functioneren dan Europa, erkent De Sousa. Tenminste, als we onze blik beperken tot de laatste zeventig jaar. En het is ook onmiskenbaar dat de liberale democratische theorie grotendeels in Europa is geboren, onder meer in Engeland, Frankrijk en Duitsland. Dat heeft een eenvoudige reden. ‘De democratie van Aristoteles was altijd verworpen als een demagogisch regime. Het idee zou nooit in de praktijk gebracht kunnen worden omdat de meeste mensen onwetend waren en niet in staat zouden zijn om te regeren. Pas in de negentiende eeuw, na de Franse Revolutie, wordt het idee serieus genomen dat de democratie verenigbaar kan zijn met de moderne samenleving. Het kapitalisme is in Europa het meest ontwikkeld: dat maakt het mogelijk dat het democratische gedachtegoed verspreid wordt.’

Tegelijk is Europa ook de plek waar een alternatief voor het kapitalisme bedacht wordt. Of eigenlijk twee alternatieven, na de breuk in de arbeidersbeweging tussen revolutionairen en reformisten. De eersten willen een radicale breuk met het kapitalisme forceren. De reformisten keren zich tegen de revolutie en streven naar een democratisch socialisme, later ook sociaaldemocratie genoemd. Het is een poging om kapitalisme en democratie met elkaar te verenigen. ‘Eigenlijk is het idee heel simpel’, zegt De Sousa. ‘De groei van de economische productiviteit moet op een gelijkwaardige manier ten goede komen aan het kapitaal en aan de arbeiders. Deze verdeling van de groeiende productiviteit en concurrentiekracht biedt ruimte voor sociale zekerheid. Je zou het een virtuoze combinatie tussen kapitalisme en sociale rechten kunnen noemen. En dit is tot nu toe het wezenlijke kenmerk geweest van het hedendaagse Europa.’

Hoe was dit mogelijk? Waarom toonde het kapitalisme zich genereuzer en menselijker in Europa dan elders in de wereld? Het antwoord is de Koude Oorlog, zegt De Sousa. ‘Het Marshallplan is geen vredesplan. Het is een Koude-Oorlogsplan, net zoals later in Zuid-Korea. De Verenigde Staten willen ermee bereiken dat het kapitalistische Europa, en West-Duitsland voorop, kan laten zien dat het kapitalisme politiek en ethisch superieur is aan het communisme. Het verschaft namelijk welvaart aan de arbeiders, en dat in vrijheid en democratie. Daarom accepteert het kapitalisme een aantal concessies die nu absoluut ondenkbaar zouden zijn: nationalisatie van de industrie en strategische grondstoffen, van water en elektriciteit, de mijnbouw. En ook een harde progressieve belastingpolitiek, waarbij de rijksten tot zo’n zeventig procent belasting betalen.’

Het neoliberalisme is heel erg goed in één ding: rijkdom van de armen naar de rijken overhevelen.

Dit project van de Koude Oorlog werkte goed zolang de Berlijnse Muur overeind stond. Maar toen de muur viel, stortte niet alleen het sovjetsocialisme in. Ook de sociaaldemocratie kwam ten val. Die was overbodig geworden, want het kapitalisme had geen rivalen meer. Vanaf 1980 duikt een nieuw begrip op: het neoliberalisme, een variant van het kapitalisme die het idee van een permanente crisis nodig heeft om te overleven. ‘Als een crisis sporadisch voorkomt – in de politiek of in ons dagelijkse leven – kan deze productief zijn. Het dwingt tot bezinning en de noodzaak om dingen te verbeteren. Maar als de crisis permanent is, behoeft zij geen uitleg. Zij is de uitleg. Worden de salarissen verlaagd? Dat komt door de crisis. Privatisering van de gezondheidszorg en het onderwijs? Door de crisis. De crisis verklaart alles. Het neoliberalisme heeft het nodig dat de mensen geloven dat er geen enkel alternatief is. Dat begint met Thatcher en Reagan.’

Het is niet langer het productieve kapitaal dat het grote geld oplevert, maar het financiële kapitaal. De financiële sector, een van de drijvende krachten achter het neoliberalisme, heeft het voor het zeggen. ‘Dat betekent een gevaar voor Europa’, zegt De Sousa. Het sociaaldemocratische model, het wezenskenmerk van Europa, is immers ondenkbaar in een neoliberaal systeem. Bedrijfswinsten gaan daarin voor een steeds groter deel naar de aandeelhouders, ten koste van de werknemers en investeringen. ‘Het neoliberalisme is niet goed om banen te scheppen en de economie te doen groeien’, zegt De Sousa. ‘Maar het is heel erg goed in één ding: rijkdom van de armen naar de rijken overhevelen.’

Dit is een onbewerkt deel van een artikel uit de Groene Amsterdammer. Mij spreekt het aan; zeker wanneer het (in grote lijnen) waar is. Lees jaargang 143, nummer 23 van de Groene Amsterdammer voor het gehele artikel, waarin De Sousa ook nog uitlegt wat er volgens hem momenteel in Europa gaande is.

Bron: “We moeten de kapitalistische overheersing ter discussie stellen” door Lex Rietman in de Groene Amsterdammer van 5 juni 2019

Onkreukbaar Vorden

Een bestuurder reed door Vorden, ongeveer 10 km ten zuidoosten van Zutphen, op weg naar huis. Hij was een van de 5.100 inwoners van het dorp, dat bij binnenkomst laat zien hoe hard u rijdt en bij het verlaten bestuurders dankt voor het niet harder rijden dan 50 km per uur. Op een kruispunt werd hij geflitst. Hij wist toch zeker dat hij door groen gereden was.

Voor de zekerheid keerde hij zijn auto en nam het kruispunt opnieuw. Nu zeker door groen werd hij opnieuw geflitst. Dat begreep hij niet. Thuis gekomen begreep zijn vrouw het ook niet. Nog voordat ze aan tafel gingen, stapten ze samen in de auto en hij kreeg gelijk: weer reden ze door groen en toch werden ze geflitst.

Na weken lagen er bij de bestuurder en zijn vrouw drie enveloppen van het Centraal Juridisch Incassobureau op de mat: drie maal rijden zonder gordel is 3x € 140 = € 520.

Nagekomen bericht
In Vorden zijn geen verkeerslichten…

Ergo, het verhaal van de buurman van een ex-collega van mij speelde zich in een andere omgeving af of is door iemand verzonnen. In elk geval past de titel van dit stukje niet langer bij de inhoud, hoe onkreukbaar men in Vorden ook mag zijn.

Bron: naar verluid de buurman van een oud-collega van mij, toen ik tussen Zutphen en Dieren in Brummen werkte.

Al is er niemand die mij zou kunnen vertegenwoordigen: ik stem!

Natuurlijk heb ik vandaag gestemd! Echter, de uitslag van dat vleugelloze Europarlement interesseert me nauwelijks.

De echt ingrijpende besluiten worden in de Europese Unie buiten het Europarlement om genomen door de Eurocommissie (ministers van financiën), de Europese Centrale Bank en de Raad van de Europese Unie (regeringsleiders, waarvan die van Duitsland en Frankrijk veruit de grootste machtsbases hebben). Dat is omdat de Europese Unie geen federatie is. We mogen dan ook alleen maar stemmen op wie ons land in het Europarlement mag vertegenwoordigen; niet op de in onze ogen beste europarlementariër (m/v).

Zouden we op de beste Europarlementariër mogen stemmen, dan ging mijn stem nu zeker naar Yanis Varoufakis, de kandidaat voor DiEM25. Maar die partij doet in Nederland niet mee.
Daarnaast heb ik geen weet van een Europese politieke partij die prioriteit legt bij het bevorderen van de handel met China. Dat land is met haar Nieuwe Zijderoute een achterland met honderden miljoenen mensen in heel Oost-Azië die de komende tijd steeds welvarender zouden kunnen worden. Zoals tegenwoordig over mensen gesproken wordt: ‘een immense afzetmarkt’. Maar geen politiek partij die ik hierover duidelijk stelling hoor nemen (om de VS niet voor het hoofd te stoten).
Ik ken ook geen partij die duidelijk maakt de banden met de Verenigde Staten van Amerika losser te willen maken of uit de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) te willen. Wat we ook stemmen, we blijven politiek het schoothondje van de VS; een grootmacht die in haar 424-jarige bestaan slechts 16 jaren niet in oorlog was en waar nu een democratisch gekozen plutocraat aan de macht is met een voor het gehele mensdom uiterst gevaarlijke, zeg maar modern: ‘terrorische politieke partij’ achter zich.

Natuurlijk heb ik vandaag gestemd, want het is een groot goed dat ik een piepklein onbenullig beetje mee kan bepalen welke volksvertegenwoordigers een piepklein beetje macht krijgen. Ik ontbeer echter elk vertrouwen op een goede afloop; zelfs wanneer later zou blijken dat de politieke partij, waarop ik mijn stem uitgebracht heb, voor Nederland alle 25 zetels in het Europarlement mag innemen.
Koersverandering, laat staan een in mijn ogen positieve, sluit ik uit.

Niet alleen wandelen op de maan; we kunnen echt alles!

Een symbolische grens van 400 werd op 9 mei 2013 al eerder overschreden. Tussen 2,5 tot 5.300.000 jaar geleden werd dat record daarvoor voor het laatst (misschien) geëvenaard toen er tussen de 310 en 400ppm (parts per million) in de atmosfeer van de aarde gemeten had kunnen worden. Echter, nu hebben we het onomstotelijk voor elkaar: zaterdag 11 mei jl. werd op Hawaï 415,26ppm CO2 in de lucht gemeten.

Tijdens het Plioceen was de temperatuur op aarde 2 tot 3ºC hoger dan nu; op de Noordpool groeiden toentertijd bossen. De reden dat het nu met al die CO2 in de lucht nog niet zo warm is, is omdat het lang duurt voordat de planeet en met name de oceanen de warmte volledig hebben opgenomen. De CO2, die nu in de lucht zit, kunt u zien als ‘opwarming’ en alle gevolgen daarvan, zoals droogte, hoge zeeën en weersextremen, volgen inmiddels en de komende decennia steeds intenser vanzelf. En het alleraardigst: het “teveel” aan CO2, dat nu in de atmosfeer zit, kunnen wij echt op ons conto schrijven. Het is het gevolg van het opstoken van fossiele brandstoffen en het uitdunnen van bossen.

En als we het dan toch over bedenkelijke records hebben, vandaag werd bekend dat op 7 april jl. nog een mijlpaal bereikt is: Victor Vescovo is 10.928 meter afgedaald in de Marianentrog; een afgelegen kloof, die wordt beschouwd als de diepste plek in een oceaan. Dat is 16 meter dieper dan het laatste record uit 1960.

Vescovo was die dag 248 minuten daar op de bodem van de Grote Oceaan, wat volgens The Five Deeps Expedition ook nog een record is voor een soloduik. In totaal was zijn onderzeeër ruim 15 uur voor onderzoek op de bodem van de Marianentrog. Zijn team meent daar – naast andere dieren – 4 nieuwe soorten van vlo-kreeften en een plastic tas met snoepverpakkingen, die hem kennelijk al voorgeweest was, te hebben ontdekt.

Bronnen: “Nieuwe grens overschreden: nooit in 3 miljoen jaar zat er zoveel CO2 in de atmosfeer” door Christophe Callewaert via DeWereldMorgen en “Onderzeeër vindt plastic op bodem Grote Oceaan tijdens diepste duik ooit” door Rebecca Morelle (BBC News) via NU; beide op 13 mei 2019.