Het post-neoliberale tijdperk

Het kan uiteraard wensdenken zijn, maar vandaag, na 50 jaar, stuit het neoliberalisme op een aantal cruciale uitdagingen, waarvoor de vrije markt meer deel van het probleem dan het antwoord is. Marktliberalisering heeft geleid tot het ontstaan van gigabedrijven met een marktmacht, die hen reuzenhoge monopoliewinsten oplevert (Amazon, Alphabet, Apple, Meta en Microsoft om enkele van de meest bekende te noemen). Geld dat nagenoeg geheel onttrokken wordt aan het maatschappelijk betalingsverkeer. Monopoliemacht van bedrijven en verzwakkende tegenmacht van consumenten en vakbonden in plaats van ‘trickle down’ leidt met vrije kapitaalmobiliteit en de bijbehorende (legale) fiscale optimalisatie tot een concentratie van inkomens in het hoogste deciel, die de inkomensongelijkheid terug naar de 19de eeuw katapulteert. Deregulering, liberalisering en privatisering hebben de duurzaamheid van de vrije markteconomie niet onmiddellijk bevorderd en de wereldeconomie als één grote handelsmarkt blijkt niet de beste manier om bijvoorbeeld duurzame geopolitieke verhoudingen met China te bereiken.

Deze kritieken hebben weliswaar een linkse oorsprong, maar worden ook ter rechterzijde gedeeld. En net als in het verleden, worden hieruit diametrale tegengestelde conclusies getrokken met betrekking tot de beleidsprioriteiten. Daar waar (radicaal-) rechts uit het marktfalen de conclusie trekt dat (internationaal) beleid enkel draait om de macht van de sterkste, bijgevolg politieke betrekkingen herleidt tot brute machtspolitiek en markten die worden gestuurd in functie van oligarchische rentextractie, is een meer links geïnspireerd antwoord op het falen van het neoliberalisme ‘build and balance’, om de termen van de Amerikaanse econome Jennifer Harris te gebruiken.

Verder lezen kan hier.

Het mondiaal gerechtigheidsproject (juni 2026)

Volgens het “Global Justice Project” (2026; hier te lezen) kunnen we ongelijkheid bestrijden èn het klimaat redden, maar dan moeten we afscheid nemen van enkele overheersende economische dogma’s. Dat verhaal, dat ook in een video verteld wordt, is spectaculair: het is wel degelijk haalbaar om het gemiddelde bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking te laten stijgen naar € 5.000 per maand. In de rijkere landen vereist dat een groei van 0 tot 0,5%, in de armere landen van 3 tot 4%. Meer groei zou de klimaatproblemen onbeheersbaar maken, maar toch betekent dat geen stagnatie; ook niet in de rijkere landen. Een belangrijk deel van de bevolking zal zijn inkomen zien stijgen, en het niveau van welzijn zal toenemen, onder andere omdat de arbeidstijd substantieel verlaagd wordt tot 25 uur per week inclusief 12 weken vakantie. Dat wordt opgevangen door een groei van de productiviteit.

Misschien is voor de gemiddelde expert/journalist/krantenlezer de meest uitdagende boodschap van het Global Justice Report te weigeren dat de machtsverhoudingen van vandaag de grenzen bepalen van wat aan het einde van de 21ste eeuw mogelijk is. Zodat de enorme verscheidenheid aan manieren om ons als samenleving economisch, institutioneel en sociaal te organiseren denkbaar wordt. Wat houdt ons tegen? Niet de betaalbaarheid en niet de technologie. De auteurs van het rapport zijn allesbehalve naïef over waar de werkelijke barrières zich bevinden. Ze concluderen hun artikel in The Guardian met de bedenking: “What it will take […] is political choice, and the hard work of coalition-building behind it.

Misschien is het tijd om minder energie te steken in het domweg reflexmatig als onrealistisch bestempelen van zo’n lange termijnvisie als in dit gerechtigheidsproject. Misschien is het wel de meest realistische keuze, die we vandaag kunnen maken, maar dan is dit wel een oproep tot actie.

Lees er hier en/of hier verder over.

Amerikaanse opperbevelhebber van de NAVO zegt: ¨Rusland is geen bedreiging¨

Dit is er een om op te kauwen.

11 Juni jl. stond er een interview in de Financial Times met de Amerikaanse opperbevelhebber van de NAVO in Europa, generaal Alexus Grynkewich. Tijdens een interview op een wapenbeurs in Berlijn haalde hij met één zin het door pers en politiek zorgvuldig georkestreerde verhaal onderuit dat Rusland binnen 3 tot 5 jaar de NAVO zou aanvallen.

Dat doet Rusland niet”, aldus deze generaal.

Hij vertelde dat hij zorgvuldig naar alle verkregen intell had gekeken [naar alle inlichtingen en spionagegegevens; GjH via Deepseek] en daaruit had geconcludeerd dat dat hele verhaal onzin was: Rusland weet dondersgoed dat zo’n aanval geen enkele kans van slagen heeft, omdat — en daar begint het kauwen — ze in Rusland beseffen dat het militair en wat betreft materieel op grote achterstand staat. Letterlijk zei hij daarover: “They do understand that we have a number of asymmetric advantages.” Dat is militaire taal voor: wij hebben meer kogels, soldaten, tanks en vliegtuigen dan zij, en zij weten dat.

Sinds 2022 is die vermeende Russische dreiging door pers en politiek gebruikt om ons te laten instemmen met een forse opschaling van de defensiebestedingen, door betrokkenen steevast “investeringen” genoemd, ook al is er geen dodere consumptie dan wapenaankopen. En vanaf het aantreden van opperhandelsreiziger van het militair industrieel complex, Mark Rutte, nam dat na aansporing van president Donald Trump een nog hogere vlucht: we waren weliswaar niet in oorlog, maar ook niet in vrede met Rusland. En: de Russen brengen de oorlog tot achter onze voordeur. En: we moesten ons voorbereiden op net zulke offers als onze (over)grootouders hadden gebracht in Wereldoorlog II. En: binnen 3 tot 5 jaar staat Rusland bij ons op de stoep.

In allerlei toonaarden herhaald, eindeloos, in alle Europese talen, door politici die niet op aarde zijn om aan waarheidsvinding te doen, maar wel om niet altijd zichtbare belangen te dienen, en dat zijn niet altijd (laat ik vriendelijk blijven) de belangen van burgers. En — het meest verbijsterende hiervan — gretig werden opgelikt door een pers, die zich gedurende 4 jaar heeft ontpopt tot een soort paleisbode en het exacte tegendeel deed van wat een 4de macht behoort te doen: waarheid tegen macht spreken.

En bam: op donderdag 11 juni geeft een Amerikaanse opperbevelhebber die hele kletsende klasse met hun angstverhalen en drogredeneringen zomaar ineens, onbedoeld de genadeslag. Rutte en tutti quanti staan in hun hemd, ontmaskerd als charlatans, desinformatie verspreiders, fakenews producenten, volksmenners.

Wanneer het niet had geleid tot onvoorstelbare verspilling: van mensenlevens (Oekrainers en Russen), van geld en middelen, van dieren en natuur, van beschaving en vertrouwen, van genegenheid en liefde, van democratie en vrijheid — dan was het een hilarisch schouwspel geweest.

12 juni 2026, Ewald Engelen (13 juni 2026, geredigeerd door GjH)

Lees het bedoelde bericht in de Financial Times hier of hier.

Naschrift 15 juni 2026: De belangrijke uitspraak van Alexus Grynkewich, de Amerikaanse opperbevelhebber van de NAVO in Europa, dat Rusland voor Europa geen bedreiging vormt, is voor de Nederlandse media geen nieuws gebleken. In Duitsland bijvoorbeeld, en zelfs in India haalde deze informatie wel belangrijke media. Alleen in een andere context is deze uitspraak in De Volkskrant terecht gekomen. Martijntje Smits, wetenschaps- en techniekfilosoof, ingenieur en innovatiedenker en vooraanstaand deelnemer aan ‘De nieuwe vredesbeweging’ zegt hier vandaag over:  “Het belangrijkste nieuws hier – voor ons allen van levensgroot belang gezien de enorme politieke gevolgen van het soort risico-inschatting – wordt [door De Volkskrantredactie; GjH] in een andere context geplaatst, waardoor het een andere betekenis krijgt. Controle van (het narratief van) de macht is blijkbaar niet de reflex van de Volkskrant.” 

Naschrift 16 juni 2026: Nederlanders in alle leeftijdscategorieën blijken steeds minder geïnteresseerd in nieuws, gebruiken het minder èn hebben er ook minder vertrouwen in (lees het hier). Er is een kleine, maar groeiende groep Nederlanders die nieuwsmedia steeds meer wantrouwt. Van de Nederlanders heeft 21% (helemaal) geen vertrouwen in het nieuws. Dat is een flinke toename ten opzichte van 2018, toen 11% (helemaal) geen vertrouwen in het nieuws had. Dat mensen daardoor minder goed op de hoogte zijn van wat er in de wereld gebeurt, noemt het Commissariaat voor de Media ‘zorgelijk’; “Goed geïnformeerde burgers zijn immers essentieel voor onze democratie.

Echter, zo vraag ik mij af, hoe kunnen burgers zich goed informeren zolang de 4de macht niet doet waartoe hij op aarde is? Dat verplicht naar mijn idee de burger om er elders achter te komen wat er wèl in de wereld gebeurt; naast de idioot grote aandacht voor ‘voor onze democratische pijlers’ volstrekt oninteressant geneuzel over sport, de grandioze aandacht voor de talloze (extreem) rechtse meningen van zichzelf benoemde ‘experts’ (die Engelen naar mijn opvatting terecht aanduidt met ‘de kletsende klasse’) en de aanhoudende propaganda in nieuwsmedia gekleurd als anti-China, anti-Rusland, de zogenaamde volkswil, pro-Israël en pro-Verenigde Staten van Amerika en het consequent doodzwijgen van strijdigheden met onze Europese beginselen, onze grondwet en het Handvest van de Verenigde Naties en andere daarop gebaseerde uitspraken van de VN; kortom de gisteren geleverde kritiek van Smits (controle van de macht en haar narratief).

Ik probeer mij overigens van het landelijke en wereldnieuws op de hoogte te houden via Apache, MO*, Lava, OneWorld en De Wereld morgen (apache.be, mo.be, lavamedia.be, oneworld.nl en dewereldmorgen.be).

De klimaatcrisis in relatie tot de wereldwijde wapenwedloop

Onder de noemer “Voor welzijn, tegen oorlog” vindt aanstaande zondag een grote vredesbetoging plaats in Brussel. Een pleidooi voor vrede is in tijden van toenemend nationalisme, stoere machotaal en een wapenwedloop levensnoodzakelijk. Niet alleen om een einde te maken aan de vele slachtoffers, en om nòg meer trauma’s en verwoeste levens bij de achterblijvers te vermijden. Vrede is ook cruciaal om andere crisissen aan te pakken die onze wereld teisteren. Eén daarvan is de wereldwijde klimaatcrisis.

Het wordt niet zo vaak benadrukt, maar de militaire industrie heeft een directe rol in de klimaatcrisis. De productie van militair materiaal is zeer CO2-intensief. En een F-35 op groene waterstof of een oorlogsfregat als zeilboot zijn fictie: de motoren van gevechtsvliegtuigen, schepen en tanks draaien allemaal op fossiele brandstoffen. 

Cijfers over de klimaatimpact lopen uiteen, onder meer vanwege het gebrek aan transparantie vanuit de krijgsmachten. Maar sommige schattingen stellen dat de wapenindustrie verantwoordelijk is voor zo’n 5% van de wereldwijde uitgestoten broeikasgassen. Het Amerikaanse leger alleen al zou, wanneer het een land was, de 38ste grootste uitstoter ter wereld zijn, met een uitstoot groter dan Ethiopië, een land met 135 miljoen inwoners. Het is niet voor niets dat tijdens de onderhandelingen voor het Kyoto-protocol in 1997 de Verenigde Staten van Amerika – met succes – hun goedkeuring verbonden aan de eis dat het leger uit de rapportageverplichtingen zou worden gehouden. 

Oorlogen vergroten die impact. Er wordt geschat dat alleen al het in brand zetten van olievelden in Irak tijdens de Tweede Golfoorlog in 1991 2% van de mondiale CO2-uitstoot van dat jaar veroorzaakte. Eén volle tank voor een F-35 zou meer dan 3x zoveel CO2-uitstoot veroorzaken als wat een Belg of Nederlander gemiddeld in een heel jaar uitstoot. Oorlogen zijn zelfs soms bedoeld om de fossiele economie in stand te houden.

Daarnaast zal de noodzakelijke wederopbouw na conflicten uiteraard een belangrijke CO2-uitstoot veroorzaken. Bij de productie van cement, alle kunststoffen en staal, die nodig zijn om verwoeste dorpen, steden en wijken weer op te bouwen, komen broeikasgassen vrij. Zelfs wanneer er ingezet wordt op basisvoorzieningen en degelijke huisvesting voor de bewoners in plaats van een megalomane luxe-Riviera aan de Middellandse Zee voor president Donald Trump en zijn rijke vrienden, zal de wederopbouw in bijvoorbeeld Gaza zeer CO2-intensief zijn.

Neem dat allemaal samen en de klimaatimpact van de militaire wapenwedloop en conflicten is gigantisch. In 4 jaar tijd leidde de Russische oorlog in Oekraïne tot een uitstoot die ongeveer even groot is als de jaarlijkse uitstoot van Frankrijk. Voor de Israëlische genocide in Gaza gaat het om een uitstoot die de eerste 15 maanden al groter was dan de jaarlijkse individuele uitstoot van 100 landen. De Amerikaanse inval in Iran veroorzaakte in 14 dagen tijd zelfs al een uitstoot die even groot is als die van de 84 landen samen. 

En dan kunnen we nog maar hopen dat het obscene idee dat “groene doelstellingen voorlopig zullen moeten worden opgeschort” om de  “oorlogsinspanning” niet te duur te maken, niet nog meer gangbaar zullen worden in een context waarin bedrijfslobby’s en rechtse partijen er al in slagen om klimaatregels af te zwakken. Klimaatinvesteringen komen in tegenstelling tot de oorlogsuitgaven wèl de toekomstige generaties ten goede. Verder lezen kan (met diverse links naar de onderbouwing van bovenstaande stellingen) via deze link.

Naar een duurzame vrede

Tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan plus tien geboden om, wanneer het toch oorlog is, vrede dichterbij te brengen.

Na de beide wereldoorlogen werd de kans dat internationale spanningen zouden uitlopen op een nieuwe wereldbrand laag ingeschat. Ook in de tweede helft van de vorige eeuw werden oorlogen gevoerd, maar zij leidden niet tot een wereldbrand. Na de eeuwwisseling is het risico toegenomen. De oorlogen die in het eerste kwart van deze eeuw worden gevoerd hebben alle de kans dat zeer veel landen, ook buiten de regio waar de strijd begon, erbij worden betrokken.

Dat geldt voor de oorlog die begon toen Russische troepen de grens met Oekraïne overtrokken, voor de oorlog toen Israël Gaza binnenviel, voor de militaire interventie van Israël in Libanon en de Israëlisch-Amerikaanse aanval op Iran. De kans dat deze conflicten zich tot heel Europa respectievelijk het hele Midden-Oosten zullen uitbreiden is aanzienlijk toegenomen.

Na het begin van deze eeuw hebben ook in andere regio’s van de wereld oorlogen gewoed: Irak, Afghanistan, Myanmar, Libië, Soedan, Zuid-Soedan, de Centraal Afrikaanse Republiek, Mali, Ethiopië en Congo. In sommige [ge]vallen sloeg het geweld over naar buurlanden. Dat gebeurt ook wanneer binnen afzonderlijke landen, bijvoorbeeld in de Sahel, rebellenbewegingen, tribale milities, Islamitische terreurorganisaties of warlords de wapens opnemen tegen de machthebbers. Dat zagen we ook in de vorige eeuw, met grote aantallen slachtoffers als gevolg, maar er was een verschil. Toen was het mogelijk ze te bespreken in internationale organen met gezag, op basis van internationaal recht waarop men zich beroepen kon om escalatie te voorkomen.

Dat ligt nu anders. De grootmachten in de wereld achten zich niet meer gebonden door verdragen, instellingen en internationaal recht. Grillig en onberekenbaar gedrag van leiders kan leiden tot onbeheersbare actie-reactie patronen, die conflicten uit de hand doen lopen. Wanneer machthebbers gedreven worden door willekeur of belang hebben bij geweld kunnen zij al blunderend hun land een oorlog in doen struikelen. Zo’n oorlog is het gevolg van incidenten die elkaar aansteken en een kettingreactie veroorzaken. Het risico dat grote regionale oorlogen uitbreken, of zelfs een nieuwe wereldoorlog, ook wanneer niemand daar op uit was, is toegenomen.

Oorlogen kunnen ook het gevolg zijn van een wereldsysteem: bijvoorbeeld wanneer men veronderstelt dat het kapitalisme niet zonder oorlog kan, of wanneer geopolitieke belangen gedoemd zijn met elkaar te botsen. Bovendien plunderen we in het huidige wereldsysteem de aarde zo grondig dat alles schaars wordt – vruchtbare grond, water, grondstoffen, voedsel, de atmosfeer – waardoor landen oorlog onvermijdelijk achten om zich van toegang te verzekeren tot wat nog rest. De gevolgen zullen erger zijn dan ooit, wanneer daarbij nucleaire wapens worden ingezet. Dat leek lange tijd uitgesloten, maar dat is het niet meer. Meer dan eens wordt ermee gedreigd.

Vrede spreekt niet vanzelf. Mensen die in Afrika wonen, in Zuid-Azië of het Midden-Oosten, weten wat oorlog is. Velen, van generatie op generatie, hebben oorlogen aan den lijve meegemaakt. Voor West-Europa ligt dat anders. Hele generaties hebben sinds de Tweede Wereldoorlog alleen vrede gekend. Maar het besef dringt door: het komt dichterbij. Hoewel dertig jaar geleden oorlog werd gevoerd in voormalig Joegoslavië, heeft de idee postgevat dat na 1945 Europa pas voor het eerst in Oekraïne door een oorlog is getroffen. Misschien komt het omdat Rusland zich dertig jaar geleden nog afzijdig hield en nu agressor is geworden.

Ook in Nederland nemen onzekerheid en vrees toe. De regering heeft een draai gemaakt. Dertig jaar werd er op defensie bezuinigd, nu gaan de uitgaven snel omhoog. De verzekering van onze veiligheid krijgt de hoogste prioriteit. Dat gaat gepaard met vijandsbeelden, het verheerlijken van wapens en wapentechnologie en een prominente plaats van militairen in de informatievoorziening en in publieke discussies over Europa, Rusland, Oekraïne, de Atlantische verhoudingen, Israël en China.

Over vrede wordt weinig gesproken. De discussies gaan over veiligheid, verdediging, zelfverdediging, weerbaarheid en afschrikking. Maar dat is niet het hele verhaal.  Het gaat niet alleen om onze eigen veiligheid – ‘national security’ – maar om de veiligheid van iedereen. Als we onze eigen veiligheid proberen te vergroten door die van anderen op het spel te zetten is het risico groot dat die anderen reageren door onze veiligheid te bedreigen. Zo ontstaat een actie-reactie spiraal die de veiligheid van iedereen op het spel zet. Onze veiligheid is erbij gebaat dat anderen zich niet bedreigd achten. We zouden er goed aan doen na te gaan of onze politieke beslissingen altijd aan dat criterium voldoen. 

In de huidige discussie in ons land gaat het vooral om twee oorlogen: tussen Oekraïne en Rusland en tussen Israël en Gaza. In die discussie staan de standpunten scherp tegenover elkaar. Beide oorlogen hebben te maken met geopolitieke conflicten tussen meerdere grootmachten, samen met hun bondgenoten. Beide beïnvloeden elkaar.  In deze toespraak wil ik echter niet ingaan op de actuele oorlogen van vandaag, maar een stap terug doen. Ik wil de vraag aan de orde stellen wat kan worden gedaan om oorlogsvoering tegen te gaan. Wat we kunnen doen zal ik niet schetsen als mogelijkheden, maar als richtlijnen of, beter nog, geboden: tien geboden om het uitbreken van oorlog tegen te gaan plus tiengeboden om, wanneer het toch oorlog is, vrede dichterbij te brengen.

Een: Onthoud je van retoriek, verkeerde woorden en vijanddenken.

Oorlogen worden niet alleen bepaald door machten en systemen, waarop de individuele mens weinig vat heeft. Ze worden ook gevoed door woorden, gedachten, begrippen, opvattingen, ideeën en ideologieën.

Andersdenkenden demoniseren verkleint de mogelijkheid met gesprekken tot elkaar te komen. Sterker nog, hen – zonder dat dit op feiten is gegrond – neerzetten als antisemieten, oorlogshitsers, fascisten of vijfde colonne, vergroot tegenstellingen in plaats van die te overbruggen. Tegenstanders zonder bewijsvoering aanduiden als terroristen roept een tegenreactie uit, met escalatie als gevolg. Het brandmerken van andere landen als achterlijk en andere culturen als minderwaardig heeft hetzelfde effect. Politieke tegenstellingen kunnen dan zulke proporties aannemen, dat partijen hun toevlucht niet meer zoeken in praten, maar in geweld. Tegengeweld ligt dan dicht om de hoek.

De voorbeelden liggen voor het grijpen. Trump spreekt over landen in het globale Zuiden van de wereld als shithole countries. Hij verklaart openlijk een andere beschaving te zullen uitroeien. Netanyahu spreekt over Palestijnen als scumbags and subhumans, als dieren of als personen die niet het recht hebben te bestaan. In Rwanda werden Tutsi’s kakkerlakken genoemd. De taal die in ons land wordt gebezigd over vreemdelingen, migranten, asielzoekers en Moslims gaat dezelfde kant uit. De ene groep wordt als misdagers aangeduid, de andere als gelukzoekers, de derde als personen die terug moeten gaan naar hun eigen land, ook als zij hier geboren zijn, en de vierde als mensen die niet thuishoren in de westerse Christelijke beschaving.

Spreek geen verzinsels uit die mensen bang maken. Zoals De Hoop Scheffer deed toen hij zei: ‘Als we niet naar Afghanistan gaan komen de Taliban hiernaartoe’. Of Rutte: ‘Als de norm voor de defensie-uitgaven niet omhooggaat naar 5%, kunnen we allemaal beter Russisch gaan leren’. Dat werkt vijanddenken in de hand.

Spreek nooit over ‘winnen’ of ‘verliezen’. Oorlogen kunnen niet meer worden gewonnen of verloren. Spreken over de noodzaak een oorlog te ‘winnen’ en daarnaartoe te werken, ‘whatever it takes’, dan wel ‘zonder taboe’, leidt tot verharding van posities. Praten over ‘gamechangers’ wekt de indruk dat oorlog een spel is

Oorlogsgeweld helpen voorkomen vereist dat we de juiste woorden spreken. Woorden doen ertoe. Verkeerde woorden stijven roekeloze machhebbers in hun eigen gelijk. In absolute temen geformuleerde ideeën en ideologieën maken een systeem onwrikbaar. Goed gekozen woorden helpen polarisatie tegen te gaan en dragen bij tot de-escalatie.

Twee: Verdedig universele waarden en sta pal voor internationaal recht

Dat recht ís er! Ook al wordt het ondermijnd, het is er! Er is over onderhandeld en er is ooit een wereldwijde consensus bereikt. Dat geldt bijvoorbeeld het concept van de nationale soevereiniteit. Na de Tweede Wereldoorlog hebben landen samen beslist dat niemand het recht heeft een ander land aan te vallen, laat staan binnen te vallen. Dat mag op grond van internationaal recht alleen ter zelfverdediging, als men zelf wordt aangevallen. Amerika mocht dat twintig jaar geleden niet in Irak en nu niet in Iran.  Rusland mocht dat een halve eeuw geleden niet in Afghanistan en nu niet in Oekraïne. Irak mocht dat niet in Koeweit, Israël niet in Libanon, Rwanda niet in Congo. Het is wel gebeurd. Internationaal recht is en wordt geschonden, net als oorlogsrecht en internationaal humanitair recht tijdens een oorlog. Zodra dat gebeurt komen anderen op dezelfde gedachte. Dan glijden we nog verder af. Sta, om oorlogen te voorkomen, pal voor het internationaal recht, vanaf het begin dat een conflict de kop opsteekt.

Drie: Respecteer en verdedig bovenal de mensenrechten

Het gaat altijd om mensen en wat hen overkomt. Mensenrechten zijn absoluut en universeel. Ze gelden voor iedereen, niet alleen voor ons in het Westen, ook voor vluchtelingen, ook voor mensen die geen leefbaar bestaan hebben ten gevolge van armoede, de klimaatcrisis, de naweeën van het kolonialisme of de schaduw van het hedendaags imperialisme. Alle mensen zijn verschillend, maar allen hebben gelijke rechten, ongeacht afkomst, sekse, leeftijd, kleur, geloof en etniciteit. Wanneer maatschappelijke belangentegenstellingen leiden tot schending van mensenrechten volgt verzet, geweld, burgeroorlog en oorlog. Daar vloeien dan nog gruwelijker schendingen uit voort. Daarom: sta pal voor de mensenrechten, vanaf het eerste begin.

Het Charter van de Rechten van de Mens (1949) was een doorbraak in de beschaving, Het is onlosmakelijk verbonden met vrijheid, geweldloosheid en vrede. Het gaat niet alleen om burgerlijke en politieke rechten, maar ook om sociaaleconomische rechten. Ongelijke sociaaleconomische verhoudingen leiden tot geweld. In tijden van schaarste neemt de ongelijkheid toe, niet alleen tussen mensen en landen, maar ook tussen generaties. Gelijke rechten voor alle mensen gelden ook voor de verhouding met toekomstige generaties. Mensen die nog niet geboren zijn hebben hetzelfde recht deel te hebben aan de natuur, natuurlijke hulpbronnen, de atmosfeer, het water en de grond. Dat recht mogen we niet alleen voor onszelf claimen. Geweld en oorlog voorkomen vereist gelijkheid bevorderen, verschillen in identiteit respecteren en sociaaleconomische gelijkheid nastreven.

Vier: Wees geloofwaardig


Meet niet met twee maten, zoals tijdens Franse revolutie: ‘gelijkheid, vrijheid en broederschap’, maar dan alleen voor de Fransen, niet voor mensen in koloniaal gebied. Dat onderscheid is altijd doorgegaan: meten met twee maten bij mensenrechten, bij een beroep op het recht van zelfverdediging, of bij de weging van Westerse economische belangen tegenover die van het Globale Zuiden. Dat is ethisch onacceptabel en bovendien onverstandig. Westers meten met twee maten blijft niet ongezien. Het wordt tegen ons ingebracht, vormt een reden voor mensen die zich geschoffeerd achten om in opstand te komen. Hypocrisie broedt geweld en oorlog.

Vijf: Ken de geschiedenis


Denk gedurende een conflict niet steevast dat de andere partij geen gelijk heeft en jij altijd het gelijk aan je zijde hebt. Erken verantwoordelijkheid voor historisch onrecht anderen aangedaan ten tijde van kolonialisme en slavernij. Luister naar mensen en groepen die zeggen gediscrimineerd en vernederd te zijn.  Respecteer hun gevoelens. Accepteer het wanneer anderen zeggen: ‘We voelen ons door jullie bedreigd”. Ook als je van mening bent dat je niemand bedreigt, vormt het gevoel aan de andere kant door jou bedreigd te worden een politiek feit. Daar heb je mee te handelen. Zoek naar de redenen die men heeft om zich bedreigd te voelen. Neem die redenen zoveel mogelijk weg, om te voorkomen dat een conflict uitmondt in geweld. Goed luisteren is een voorwaarde om oorlog en geweld te voorkomen

Zes: Herstel en bescherm de instituties van de Verenigde Naties

Die werden tachtig jaar geleden in het leven geroepen om de crises van dat moment te bespreken: twee Wereldoorlogen, de Holocaust, de atoombom, de economische depressie, koloniale onderdrukking en de dreiging tot massavernietiging. Ze werden in het leven geroepen om over die conflicten te praten, over oplossingen te onderhandelen en de onderliggende problemen te adresseren. Opgelost werden ze lang niet altijd, maar er was een systeem gecreëerd waarbinnen kon worden gewerkt aan de-escalatie, zodat dat conflicten niet tot een gewelddadige uitbarsting zouden komen.

Dat systeem was niet ideaal, want daarbinnen bestond ongelijkheid: vijf landen hadden een vetorecht in de Veiligheidsraad. Maar het was beter dan de verhoudingen na vorige oorlogen. Toen gold het recht van de sterkste: ‘The winner takes all’. Voortaan gold niet langer de wet van de jungle, want binnen het nieuwe systeem werd macht tot op zekere hoogte gedeeld.

Breek die instituties niet af – dat hebben we wel gedaan. De grote mogendheden zijn ermee begonnen bij de conflicten over Kosovo, Irak, Afghanistan en Libië rond het begin van de nieuwe eeuw. Het leidde tot het omzeilen van de Veiligheidsraad, tot het niet uitvoeren van aangenomen resoluties, tot schending van elkaars vertrouwen, tot regime change van buitenaf. Dat alles leidde tot verlamming van instituties en tot onwil om daarbinnen naar oplossingen te zoeken voor de conflicten die in latere jaren tot uitbarsting kwamen: Syrië, Soedan, Mali, Israël/Gaza, Libanon, Iran.

Het gevolg is: chaos! Erger is nog dat de instituties bewust opzijgeschoven worden: Het Internationale Gerechtshof, het Internationale Strafhof, UNWRA, de Wereldgezondheidsorganisatie en andere. Macht is recht, luidt de mantra. De VN is antisemitisch, aldus Israël. De Wereldhandelsorganisatie en de Wereldbank belemmeren ons door de nadruk die zij leggen op eerlijke handel en de klimaatcrisis, aldus de VS. Die ondermijnende uitspraken zijn gevaarlijk. Als instituties die moeten nazien op de handhaving van internationaal recht worden ontmanteld, verliezen staten hun vertrouwen in dat recht en worden ze verleid het recht in eigen hand te nemen.

Daarom: breek de instituties niet af. Koester ze. Respecteer uitspraken van gerechtshoven ook als je het er niet mee eens bent. Het zijn legitieme instellingen van de internationale orde. Zeker nu de Verenigde Staten, in navolging van Rusland, aankondigen zich niets meer van die uitspraken aan te trekken, moeten andere landen dat juist wel doen. En nu de VS internationale rechters vervolgen horen andere landen voorop te lopen om hen te beschermen.

Maak ook een beter gebruik van de verworvenheden binnen de rechtsorde. Gebruik het Uniting for Peace mechanisme dat in 1950 is aanvaard om patstellingen in de Veiligheidsraad te doorbreken. Gebruik het VN Peace Building Comité, twintig jaar geleden in het leven geroepen om landen te helpen vrede te verduurzamen. Werk niet mee met de door Trump geleide Vredesraad, buiten de VN om, zonder invloed van de bevolking van een door oorlog getroffen land, vooral bedoeld als speeltje van vastgoed projectontwikkelaars. Gebruik het Responsibility to Protect mechanisme (R2P), om mensen in oorlogsgebieden te beschermen, zonder de kant te kiezen van een der strijdende partijen.

Ga nog een stap verder: werk aan hervorming van de internationale rechtsorde, opdat deze in staat is niet alleen de crises van vroeger te adresseren, maar ook die van vandaag en morgen. Vele voorstellen doen de ronde, zoals een drastische hervorming van de Veiligheidsraad, om ook andere landen dan de supermachten een plek aan de onderhandelingstafel te bieden. Stel een internationaal monitorings-, overleg- en interventiemechanisme in dat gemachtigd is, nog voordat de Veiligheidsraad wordt ingeschakeld, ter plekke te observeren, te bemiddelen en conflicten te de-escaleren. Werk nieuw financieringsmechanismen uit, bijvoorbeeld belasting op de Global Commons, op internationaal geldverkeer, op de internationale wapenhandel, of op datacentra en het dataverkeer, zodat er voldoende middelen vrijkomen om wereldwijde crises aan te pakken, zonder geremd te worden door de onwil van individuele staten.

Luister bij die hervormingsinitiatieven ook naar voorstellen die gedaan zijn door Rusland, China, de Arabische landen en het Globale Zuiden. Zulke voorstellen zijn er. Het Westen heeft ze vaak hooghartig terzijde gelegd.

Zeven: Onderhandel over een andere geopolitieke orde

Breng de grootmachten en een beperkt aantal landen uit Azië, Afrika, het Midden-Oosten, Latijns-Amerika en Europa bijeen om te onderhandelen over een nieuwe internationale veiligheidsorde. In 1944 vond iets dergelijks plaats in Jalta, maar toen alleen tussen de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog. Destijds ging het om een afbakening van invloedsferen. Wederzijdse erkenning daarvan betekende dat de grootmachten erop konden vertrouwen dat zij niet door de ander zouden worden aangevallen.

Die geopolitieke orde bestaat niet meer, maar de les van toen is dat politieke beloften om de veiligheid van de ander niet te ondermijnen een basis kunnen leggen voor een internationale rechtsorde waarin overeengekomen wordt macht met elkaar te delen. Dat kan opnieuw, niet om invloedssferen af te bakenen, want dat past niet meer het streven naar duurzame vrede en vrijheid, maar om andere wederzijdse veiligheidsbelangen te respecteren. Ik noem er vijf:

Wederzijdse erkenning van de status quo, met respect voor de grenzen zoals die thans officieel gelden. Grenzen zijn niet definitief. Ze mogen veranderen, maar alleen via onderhandelingen, gevolgd door officiële erkenning.

Wederzijdse erkenning dat het gebruik van massavernietigingswapens in niemands belang is en de wederzijdse belofte dat ze niet zullen worden gebruikt.

Wederzijdse beloften wapens niet te laten beheersen door Artificial Intelligence die de mensheid iedere mogelijkheid ontneemt zelf rationele en morele beslissingen te nemen over oorlog en vrede.

Wederzijdse erkenning dat de toegang tot voor de mens essentiële schaarse grondstoffen, water, de zeebodem en de ruimtelijke atmosfeer, een collectief belang is, ook voor toekomstige generaties en dat die bestaansbronnen daarom gezamenlijk moeten worden beheerd.

Tenslotte: wederzijdse erkenning dat de mensenrechten nog steeds gelden, binnen alle landen die partij zijn bij het veiligheidspact en ook daarbuiten.

Ga onderhandelen over zo’n nieuwe geopolitieke veiligheidsorde tussen Oost, West, Noord en Zuid. Voorkom daarmee dat de grootmachten hun invloedssfeer eenzijdig afbakenen en uitbreiden, zodra zij denken een reden hebben om elkaar te vrezen. Doe dat vanuit de huidige Verenigde Naties, nog voordat die is hervormd, om zeker te stellen dat bij dergelijke nieuwe veiligheidsafspraken de belangen van andere landen in acht worden genomen.

Acht: Stop de nucleaire bewapeningsrace

De nucleaire dreiging is weer terug. Ze is nooit weggeweest, maar werd tot de eeuwwisseling beperkt door wapenbeheersingsverdragen die waren gesloten na het inwerking treden van het non-proliferatie verdrag. Het aantal kernkoppen en raketten werd beperkt, de afweer daartegen eveneens, om te voorkomen dat partijen zouden proberen hun aanvalsmogelijkheden te verfijnen. Ook zou geen verder onderzoek plaatsvinden, en geen kernproeven. Dat alles geldt niet meer. Na de eeuwwisseling sneuvelde het ene na het andere verdrag. Sinds begin dit jaar geldt, behalve het non-proliferatieverdrag (dat al door Noord-Korea en Israël was geschonden), geen enkel verdrag waarmee een nieuwe nucleaire bewapeningsrace kan worden voorkomen. Landen met kernwapens zeggen openlijk het gebruik niet uit te sluiten. Landen zonder kernwapens achten zich in de huidige geopolitieke situatie zo bedreigd, dat zij overwegen kernwapens aan te schaffen om zich te beschermen.

Dat dit gevaarlijker is dan ooit wordt door burgers en politici onvoldoende beseft. Een eerste lancering, opzettelijk dan wel ten gevolge van een menselijke fout, leidt door de snelheid waarmee moet worden beslist hoe te reageren, en door automatisering van de technologie, tot bijkans onbeheersbare kettingreacties. Gebruik van kleine tactische kernwapens leidt op een gegeven onvermijdelijk op een tot lancering van strategische kernwapens. De term ‘tactische kernwapens’ is trouwens een verhulling van de werkelijkheid: ze zijn zwaarder dan de bommen die vielen op Hiroshima en Nagasaki. Bovendien, wanneer tachtig jaar later, eenmaal een kernwapen wordt gelanceerd is een precedent geschapen. Vroeg of laat zullen andere volgen. Dat kan resulteren in een nucleaire winter en het einde van de menselijke beschaving.

Politiek is een volledige afschaffing van kernwapens op korte termijn onmogelijk. Maar men kan al vandaag beginnen te onderhandelen over nieuwe kernwapenverdragen, in wederzijds en collectief belang.  Juist Nederland zou daartoe een initiatief kunnen nemen. Tot en met het vierde kabinet Rutte stond in regeringsakkoorden dat ons land zich inzet voor een kernwapenvrije wereld.  Dat is in internationale besprekingen ook gebeurd. Maar het huidige kabinet heeft ook op dit punt een draai gemaakt: voor het eerst sinds het einde van de Koude Oorlog staat in het regeerakkoord de zin: ‘We staan constructief tegenover het versterken van een Europese nucleaire afschrikking’.

Integendeel: die kant moeten we niet op!

Negen: Stop het militair industrieel complex

Eisenhower waarschuwde al in de jaren vijftig dat het militair industriële complex te veel invloed kreeg op de politieke besluitvorming. Zijn waarschuwing heeft weinig uitgehaald. Het complex nam een hoge vlucht. Bewapeningsuitgaven ter verdediging zijn noodzakelijk, maar er is een vloedgolf opgekomen van nieuwe aanvalswapens en technologisch sophisticated wapensystemen, niet vraag- maar aanbod gestuurd. Nieuwe wapensystemen, op de markt gebracht omdat ze nu eenmaal bestaan, niet omdat er behoefte aan was, stimuleren de ontwikkeling van nog effectiever, verfijnder, inhumaner en dodelijker systemen. Dat werkt escalatie in de hand. Politici moeten beseffen: de bewapeningsindustrie en de wapenhandel hebben belang bij oorlog, niet bij vrede. Breng dat commerciële complex onder democratisch publieke controle.

Tien: Wees op je hoede, wees op tijd en denk out-of-the-box

Internationale organisaties moeten alert zijn en conflicten tussen en binnen landen zo vroeg mogelijk onderkennen, zodat gepaste actie kan worden ondernomen om escalatie tegen te gaan. Maar dat is ook de taak van civiele organisaties. Wees er op tijd bij wanneer de rechten, vrijheden en veiligheid van medemensen worden bedreigd. Sluit de ogen daar niet voor. Luister naar degenen die zich bedreigd voelen door antisemitische, islamofobische en xenofobische woorden en daden. Neem tijdig stelling. Voorkom dat het normaal wordt gevonden en dus normaal wordt. Normalisering leidt tot legitimering, legitimering verschaft argumenten om weg te kijken. Zo ontstaat zowel binnen als tussen landen een spiraal van geweld en contrageweld, eerst veronachtzaamd, vervolgens onbeheersbaar.

Vrede is te belangrijk om aan politici over te laten. Ik zeg dat na meer dan dertig jaar politicus te zijn geweest. Wanneer het om vrede gaat zijn regeringen, parlementariërs en topadviseurs geneigd af te wachten, het nog even aan te zien, weg te kijken, uit te stellen en economische belangen te laten prevaleren boven mensenrechten en andermans veiligheid.

In discussies over vrede en veiligheid worden meer gewoontewijsheden gelanceerd dan creatieve oplossingen. Daarom: denk out-of-the-box! Volg niet automatisch het mainstream denken. Bedenk bijvoorbeeld dat de keuze om zich steeds meer te bewapenen om zich te verdedigen en een potentiële vijand af te schrikken niet vanzelf spreekt. Waarom zou men niet gaan praten en onderhandelen met een regime waardoor men zich bedreigd voelt? Waarom zou men geen eenzijdige de-escalerende stappen zetten als vertrouwenwekkende maatregel om een patstelling te doorbreken? Waarom niet het risico nemen vrede te bevorderen door absoluut eigen veiligheid minder gewicht toe te kennen? Waarom sluiten we geen internationaal verdrag over drones? Het razendsnel toegenomen gebruik van dit nieuwe wapen is angstaanjagend. Het kan nog steeds gestopt worden door met elkaar te praten, net als destijds over chemische wapens en over landmijnen. 

Hebben deze tien geboden zin? Oorlog hebben we niet kunnen voorkomen. Maar als stappen in deze richting worden gezet kunnen we wel voorkomen dat er nog meer oorlogen komen en dat alles verder escaleert. Dan worden er steeds meer landen bij betrokken. Dan wordt degenen die belang hebben bij het al maar doorgaan met oorlog voeren geen strobreed in de weg gelegd. Het is laat, maar nooit te laat om het maken van nog meer slachtoffers te voorkomen.

Daarom tien extra geboden om, wanneer het toch oorlog is, vrede dichterbij te brengen.

Een: Geef niet op.

Ga door met alle tien eerdergenoemde punten. Die blijven geldig.

Twee: Handel uit besef dat oorlogen niet meer militair gewonnen kunnen worden.

Zoek van het begin af aan de gelegenheid om te praten, te onderhandelen, compromissen te sluiten. Houd partijen daar niet vanaf. Zeg niet dat het te vroeg is om te onderhandelen. Onderhandel op basis van kracht, maar ga er niet van uit dat je nog onvoldoende krachtig bent om te onderhandelen en daarom eerst sterker moet worden. Dat leidt tot uitstelgedrag en dus tot escalatie. Bovendien, de kracht van waaruit je onderhandelt wordt niet alleen door je militaire positie bepaald. Democratie, recht en sociale gelijkheid maken een samenleving veerkrachtig.

Zeg ook niet dat de andere partij niet te vertrouwen is.  Ook al was dat tot nu toe het geval, verder onderhandelen kan een situatie creëren waarin alle partijen beseffen belang te hebben zich aan gemaakte afspraken te houden. Hoe verfoeilijk je de tegenstander ook vindt, praat. Doe dat om tenminste te voorkomen dat nog meer mensen slachtoffer worden. ‘Shaking hands with the devil’, kan noodzakelijk zijn. Je moet er nu eenmaal ooit op de ene of de andere manier uitkomen. Dat doe je met macht, gezag en overtuiging. Je laat niet over je heen lopen, maar je praat, je onderhandelt, in het belang van al diegenen die eronder lijden dat er nog geen vrede is.

Drie: Kies altijd opties die leiden tot de-escalatie Vermijd verantwoordelijk te worden voor escalatie.

De-escalatie is niet alleen belangrijk om oorlog te voorkomen, maar ook tijdens oorlogen. In de oorlogen die nu worden gevoerd in het Midden-Oosten en rond Oekraïne is escalatie aan de orde van de dag. Steeds meer oorlogsmaterieel, steeds weer nieuwe wapens, raketten die verder reiken, nog effectievere drones, een nog verwoestender bom, nog meer bezet gebied, enzovoort. Zo’n proces loopt onvermijdelijk uit de hand. Wie vrede wil houdt zich verre van escalatie. 

Vier:  Wees bereid eenzijdige stappen te zetten.

Eenzijdige stappen, niet pas gezet na onderhandelingen, maar vooraf, kunnen vertrouwen wekken aan de andere kant. Daardoor kunnen die onderhandelingen op gang worden gebracht. Men hoeft niet altijd alles te doen wat men kan. Tijdens een oorlog of burgeroorlog kan de tegenpartij worden meegedeeld dat men ervan afziet bepaalde stappen te zetten, ook als is men daartoe in staat. Dat kan leiden tot een zekere mate van terughoudendheid aan de andere kant en aldus een patstelling doorbreken.

Vijf:  Gebruik in de strijd alleen middelen die niet strijdig zijn met het doel.

Zie erop toe dat bij beslissingen over de wijze waarop je de strijd voortzet de middelen altijd worden geijkt aan het doel. Dat doel is vrede, of een wapenstilstand, minder slachtoffers en een leefbare omgeving voor mensen die het geweld overleven. Gebruik dus geen biologische of chemische wapens, geen door Artificial Intelligence aangestuurde wapens. Pas geen strategie toe van de verschroeide aarde. Ga niet over tot standrechtelijke executies van tegenstanders. Dat alles is in strijd met de doelen die je zelf voorstaat. Wees de eigen waarden trouw. 

Zes: Pleeg geen aanvallen op burgers en burgerdoelen.

Houd het humanitair oorlogsrecht hoog. Respecteer en bescherm humanitaire hulpverlening. Onthoud je van collectieve bestraffing. Onthoud je van disproportionele zogenaamde ‘zelfverdediging’. Voorkom burgerslachtoffers. Voer geen strategie uit die mensen beschouwt als ‘collateral damage’. Praat het maken van burgerslachtoffers, onder wie vrouwen en kinderen, niet goed met het argument dat zich een terrorist onder hen bevond. Val geen hulpverleners, artsen, en journalisten aan. Bombardeer geen ziekenhuizen, ambulances en woningen.

Zeven:  Ga stapsgewijs te werk.

Volledige vrede kan en hoeft niet in een keer te worden bereikt. Probeer op de weg daarnaartoe beperkte stappen te zetten, die alle partijen kunnen interpreteren als hun eigen belang. Begin met partiele onderhandelingen, bijvoorbeeld om wederzijds te stoppen met aanvallen op drinkwater- en energie-installaties, voedseltransporten en ziekenhuizen. Maak overeenstemming daarover niet afhankelijk van het eindresultaat van de vredesonderhandelingen, ook al stel je vast dat een uiteindelijk vredesakkoord pas ingaat wanneer over alle punten overeenstemming is bereikt. Onderhandel in een volgende fase over andere onderwerpen waarover beide partijen overeenstemming zouden kunnen bereiken, zoals gevangenenruil en overdracht van lichamen van gevallen strijders. Ga vervolgens onderhandelen over humanitaire zones, humanitaire konvooien en safe areas. Probeer overeenstemming te krijgen over tijdelijke en regionaal beperkte wapenstilstanden. Schendt die in geen geval. Pleeg geen aanval terwijl er wordt onderhandeld. En als de tegenpartij dat wel doet, sla dan niet terstond in volle hevigheid terug. 

Acht: Doe alles om voldoende humanitaire hulp te bieden.  Vertrouw bij vredesbesprekingen op instellingen en bemiddelaars die boven de partijen staan

Geef alle ruimte aan het Rode Kruis, Artsen Zonder Grenzen en andere niet-gouvernementele organisaties. Maak het hun mogelijk samen te werken met lokale instellingen en een lokale staf.  Zij kennen de eigen samenleving het best. Bescherm ze, want ze zijn bijzonder kwetsbaar wanneer ze door een van de strijdende partijen niet worden vertrouwd. Accepteer geen tegenwerking van oorlogvoerende partijen.

Breng de diplomatie terug. Maak gebruik van vredesmissies. Die hebben effect gehad, niet altijd, maar vaak wel. In de huidige internationale rechtsorde beschikt de wereld over instrumenten die hun nut hebben bewezen, zoals de OVSE, regionale organisaties als de IGAD en de OAS, uitzending van ongewapende waarnemers, arbitrage, het R2P beginsel, een beroep op het Internationaal Gerechtshof of een aanklacht van het Strafhof. Sommige zijn in onbruik geraakt, andere omstreden, omdat machtige partijen er niet aan willen. Derden hebben er echter belang bij dat ze zoveel mogelijk worden toegepast. Schrik er niet voor terug voorstellen in die richting te doen, ook als de grootmachten dreigen met sancties.

Negen: Gebruik economische drukmiddelen in plaats van militair geweld.

Maak om vredesdoeleinden te bereiken meer gebruik van economische dan van militaire middelen. Economische druk kan flexibel worden gehanteerd. Sancties kunnen selectief worden toegepast om partijen en machthebbers te treffen die verantwoordelijk zijn voor het geweld, met minder gevolgen voor kwetsbare bevolkingsgroepen. Sancties zijn effectiever dan vaak wordt gedacht, maar dan moeten landen die sancties opleggen bereid zijn ook zelf economische offers te brengen. Zorg ervoor dat de sterkste schouders de zwaarste lasten van die offers dragen.

Economische offers bij het opleggen van sancties zijn altijd geringer – en ook minder definitief – dan dodelijke gevolgen van het oorlogsgeweld

Tien: Werk al tijdens een oorlog aan herstel en wederopbouw van basisvoorzieningen en aan perspectief op rechtsherstel, co-existentie en verzoening.

Wacht daarmee niet tot er eenmaal echt vrede is. Begin er al mee tijdens de gevechtshandelingen. Dat verzacht de gevolgen voor de slachtoffers en biedt perspectief op een betere toekomst. Wie goed zicht heeft op wat er na een oorlog kan worden gedaan, en zeker is dat dat inderdaad gebeurt, zal zich sterker inzetten voor vrede dan wie vertwijfeld is en alle hoop heeft verloren. Vroegtijdig herstel, ook wanneer dat weer door gevechtshandelingen te niet wordt gedaan, brengt vrede dichterbij.

Twintig geboden.

Sommigen zullen dit als vanzelfsprekend beschouwen, niets nieuws. Anderen als onrealistisch, een gepasseerd station. Weer anderen als aanmatigend: waarom geboden in plaats van richtlijnen? Dat zijn het ook: gebiedende richtlijnen.

Geen van deze twintig richtlijnen wordt momenteel nageleefd. Ze zullen niet alle op stel en sprong kunnen worden gerealiseerd. Maar het heeft zin alles in het werk te stellen om de huidige trend om te buigen. Initiatieven om zo spoedig mogelijk een paar van deze richtlijnen te realiseren kunnen het tij doen keren. Ze kunnen katalyserend werken en ertoe leiden dat machthebbers en warlords op alle mogelijke niveaus bereid zijn ook volgende stappen te zetten. 

Een allesoverheersend doel, duurzame vrede, stapsgewijs bereiken klinkt niet ambitieus. Maar dat is het wel, tenminste als het doel vaststaat, niet van de richting wordt afgeweken en de stappen voortvarend en met volle overtuiging worden gezet. 

Het is hoog tijd ernst te maken met een vredespolitiek.

Jan Pronk

Lezing Bilthovense Kring voor Wijsbegeerte en Psychologie. Bilthoven, Woudkapel, 11 mei 2026.

1 mei

Wereldwijd is 1 mei een feestdag. De meeste mensen hebben die dag verlof, maar waarom eigenlijk?

“8 Uur werken, 8 uur slapen en 8 uur vrije tijd”. Dat was het idee van de vakbonden in de Verenigde Staten van Amerika, die in 1884 een grootschalige campagne opzette voor een achturige werkdag. Het was niet zomaar een ballonnetje dat de vakbonden oplieten. Er werd al veel langer over gesproken en nu wilden de vakbonden het ook gaan realiseren. Ze gaven zichzelf 2 jaar de tijd: op 1 mei 1886 moest en zou de achturige werkdag realiteit zijn. 1 Mei als datum werd niet zomaar gekozen. Die dag stond in de VS bekend als Moving Day, de dag waarop contracten werden beëindigd, opgemaakt of verlengd. 2 Jaar lang werd er gemobiliseerd, en vanaf 1 mei 1886 werd in verschillende sectoren actie gevoerd. 340.000 Arbeiders gingen in staking. Op 4 mei werd op Haymarket Square in Chicago een bijeenkomst gehouden. Toen de politie ter plaatse kwam, ontplofte er een bom. Vervolgens opende de politie het vuur op de menigte. Meerdere mensen werden gedood en vele honderden raakten gewond. Zonder te onderzoeken waar de bom vandaan kwam, werden 8 verdachten opgepakt en berecht zonder bewijs. Ze werden ter dood veroordeeld. 4 Van hen werden opgehangen, één pleegde zelfmoord in zijn cel, en de 3 anderen zagen hun straf omgezet in gevangenisstraf. Later werd duidelijk dat de bom afkomstig was van een politieagent.

Echter, de repressie had een omgekeerd effect. Van de VS tot in Europa ontstond een solidariteitsbeweging met ‘de martelaren van Chicago’. “Wanneer er dan toch 8 mensen van de wereld genomen moeten worden, dan zouden het de 8 rechters van het hooggerechtshof moeten zijn”, verklaarde de Ierse toneelschrijver George Bernard Shaw.

Verder lezen: klik hier.

Uiteindelijk zou het tot na de Tweede Wereldoorlog duren, totdat de achturige werkdag voor veel beroepen gerealiseerd werd.

Europa

Ilja Leonard Pfeijffer heeft weer een boek geschreven. Dit keer onder de titel “Absolute democratie; Kroniek van een aangekondigde afrekening” (2026, uitgegeven door De arbeiderspers). Ik ga het boek nog aanschaffen en lezen, maar in wat ik er over vernam komt zijn visie op Europa sterk overeen met de mijne.

Wanneer hij specifieker zou zijn over zijn ideeën over een Europees leger wellicht zelfs 100%, maar dat is vooralsnog wensdenken mijnerzijds. Het is – lijkt mij – in elk geval ook voor u, bezoeker van deze webpagina, de moeite waard dit review van Pieter Stockmans te lezen.

Energiecrisis

Aangaande de huidige energiecrisis, adviseer ik u de commentaren van de zelf- dan wel zobenoemde experts met een flinke korrel zout te nemen. Decennia van nalatige regeringen worden door hen verdoezeld.

Sinds de Club van Rome (1968) weten we dat een ingrijpende energietransitie nodig is, opdat we ophouden onze economieën op fossiele brandstoffen te bouwen. Maar lobbywerk en korte termijnwinsten weerhielden regeringen ervan om daar serieus werk van te maken. Ook de onze. Er is voor gekozen nèt aan de ‘door Europa’ gestelde eisen te voldoen.

Ook nu steken we en masse liever € 20 tot € 30 miljard aan het bouwen van twee middelgrote atoomcentrales in Nederland (ongeveer € 7,100 tot bijna € 10.000 per kilowatt (kW) aan vermogen; bron: Deepseek) in plaats van alle geschikte oppervlaktes als daken en fietspaden (auto’s reden de experimentele zonnepanelen aan gort) van zonnepanelen te voorzien en zoveel mogelijk windmolens te bouwen, waarvoor eveneens grote investeringen nodig zijn (o.a. een omvorming van het hele energienet), maar waardoor we – indien de overheid dit bekostigd – op energetisch vlak onafhankelijk worden van fossiele brandstoffen, buitenlanden en het grootkapitaal.

Deze Laisser-faire lijkt mij in elk geval de werkelijke oorzaak van de huidige energiecrisis.

Het leven van een gepensioneerde

Vandaag begint de lente. Daarom had ik thans graag mijn Winterdagboek 2025-2026 gepubliceerd, maar dat is nog niet af. Geschat heb ik zeker nog 33,3 uur werk aan de voltooiing ervan. En dan moet ik het totaal van mezelf daarna nog redigeren voor ik het publiceer.

Vanwege afspraken, die me inspireren, die ik belangrijk vind om te maken en na te komen en die mijn blik op mijzelf, het leven in het algemeen en het wereldgebeuren verruimen (zie c. mijn werkstukken), zal het nog even duren voordat mijn Winterdagboek hier tevoorschijn komt. Mijn enthousiasme om op een cello in verschillende ensembles te spelen, waarop ik mij achter mijn cello degelijk wens voor te bereiden, werkt ook niet mee aan het bijhouden van mijn dagboek (en dan heb ik ook nog les, om vorderingen te maken met mijn techniek). Tenslotte heb ik ook lummeltijd nodig…

We gaan meemaken wat dat betekent voor mijn Winterdagboek en de dagboeken over de komende seizoenen.