Bakken met 0,7% van de ingrediënten

Een verjaardagstaart bakken met 0,7% van de ingrediënten is geen gemakkelijke opgaaf. Televisiemaker Jonas Geirnaert deed het vrijdag toch. Het resultaat is een heel klein taartje, gebakken in de houder van een waxinelichtje, en een grappig, mooi filmpje. Er was dus iets te vieren.

Gisteren was het op de dag af 50 jaar geleden (24 oktober 1970) dat binnen de Verenigde Naties werd afgesproken om ‘landen in ontwikkeling’ jaarlijks met 0,7% van het bruto nationaal inkomen (bni) te ondersteunen. De belofte staat symbool voor internationale solidariteit en is tot vandaag één van de strijdpunten van de ontwikkelingsorganisaties in de ‘ontwikkelde landen’. Zo noemen we landen als het onze, hoe barbaars en beschaafd mensen en overheden zich in die landen ook gedragen.

Ontwikkelingssamenwerking heeft goede resultaten geboekt, maar die dreigen verloren te gaan bij de huidige coronacrisis. Volgens de Wereldbank zal het aantal mensen, dat in extreme armoede leeft, opnieuw groeien met 88 tot 115.000.000 en er dreigt hongersnood voor heel veel mensen. “Ontwikkelingssamenwerking blijft een belangrijk instrument om armoede en ongelijkheid aan te pakken door in te zetten op gezondheidszorg, onderwijs en sociale bescherming”, zegt Els Hertogen, directeur van 11.11.11. Zij vervolgt: “Ook bij ons is trouwens de afgelopen maanden gebleken hoe belangrijk die sociale bescherming in crisistijden is.”

Voor 11.11.11 wordt het tijd dat we de officiële ontwikkelingssamenwerking niet langer zien als een gunst, maar gaan zien als een recht. Dat verandert de verhoudingen tussen regeringen van landen in het globale Zuiden en die van hun tegenhangers in donorlanden. Hertogen: “We moeten durven nadenken over een systeem dat niet langer gebaseerd is op de bereidheid van rijke landen om te geven, maar op een verplicht systeem van herverdeling van rijkdom op internationaal niveau. Weg van liefdadigheid en, ja, van die zweem van kolonialisme, richting solidariteit uit rechtvaardigheid.

Vandaar dat die verjaardagstaart met 0,7% van de ingrediënten afgelopen vrijdag werd gebakken. Een symbool voor een belofte van de welvarendste landen 50 jaar geleden die, nu we het er toch over hebben, eindelijk wel eens ingelost mag worden. Immers, wereldwijd géven de rijkste landen momenteel gemiddeld slechts 0,3% van hun bni uit aan ontwikkelingssamenwerking.

Via deze link is het filmpje (onderaan het artikel) te bekijken.

Bron: “Jonas Geirnaert ‘viert’ samen met 11.11.11 de 50e verjaardag van de 0,7%” door 11.11.11 via DeWereldMorgen op 23 oktober 2020.

11.11.11 is een koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging; een niet-gouvernementele organisatie voor ontwikkelingssamenwerking, die de krachten bundelt van 60 heel verschillende organisaties en ongeveer 20.000 vrijwilligers in 330 lokale groepen.

Hardleers

Hygiëne in den Winkel

Nu er zooveel gepraat wordt over de zindelijkheid en hygiëne, moet ik eens de aandacht vestigen op een gebruik, dat mij al sinds lang geërgerd heeft als iets zeer onzindelijks en on-hygiënisch. Het is n.l. in de banketsbakkerswinkel; koopt men daar pralines, borstplaat, enz. enz., dan wordt stuk voor stuk door de juffrouw met de vingers aangepakt en op de weegschaal gelegd. Waarom geen lepel gebruikt? Dat ligt toch voor de hand? Ik vind dat onsmakelijk en heb mij voorgenomen de winkels te vermijden, waar men op die onfrissche wijze de klanten bedient.

‘Een huisvrouw’ in het Nieuws van den Dag op 8 november 1906.

Dit las ik vanmorgen op mijn Historie-kalender van Quest>Delpher. Grappig toch dat het besef een ander zelfs via de huid te kunnen verzieken al zolang onder ons is. Wanneer ik de media een beetje volg, zijn hier nu, 114 jaar later, best veel mensen, die het nog steeds voor lief nemen elkaar misschien te besmetten in plaats van het zekere voor het onzekere te nemen door voor de hand liggende hygiënische voorzorgmaatregels te nemen nu een gevaarlijk virus onze gezondheid bedreigt.

#FysiekeAfstandHouden #HandenWassen #Hygiëne #LichaamsVerzorging #Mondneuskapje #Ontsmetten #WerkenVanuitHuis

Bron: 24 oktober 2020 in de Historie-kalender 2020, uitgegeven door Quest>Delpher.

Een wandeltocht van even geleden

Kom, Enapay, maak je klaar om te gaan”, riep zijn moeder en na een kwartier nog eens. Pas na de derde keer kwam het jochie naar zijn wiigwaas, zijn wigwam zouden wij zeggen, en hij begon te vertellen wat er in zijn spel met de andere kinderen in de nederzetting zonder naam voorgevallen was. Hij vertelde zo enthousiast, dat zijn moeder vergat kwaad te blijven.
We moeten echt gaan, lekker joch. Het is een grote tocht en gevaarlijk bovendien.

Enapay maakte zich klaar terwijl hij verder vertelde en Maska, zijn moeder, zei uiteindelijk: “Hier, doe deze schoenen aan.

Toen ze hem even later aangekleed zag staan, voelde ze hoeveel ze van dat ventje hield en ze zei: “Neem twee kleine speren mee. Dat is wel genoeg.

Maska liep met Enapay naar de doodem, de totempaal zouden wij zeggen, en legde er verse kruiden en zoete aardappelen neer. Ze nam met hugs afscheid van haar broer, die ziek was, van haar moeder, haar vader en van haar twee zussen. Voor haar oudste zus was één hug niet genoeg, Zij keek Maska indringend aan: “Pas goed op, zusje.” Wat later aaide Maska haar twee kleinere kinderen over hun bol. Die lachten eerst terug, maar even later begon de oudste te huilen. De jongere zus van Maska nam het kindje in haar armen. Ook van haar buren in de kleine nederzetting nam ze afscheid. Met een daarvan had ze gisteren nog een aanvaring gehad. Nukkig, en toch zo vriendelijk mogelijk, nam deze buurman afscheid, maar van de buurvrouw kreeg ze ook een warme hug, zoals van de andere buren. Sommige kinderen zwaaiden enthousiast naar Enapay en Maska. “Goede reis, kom heelhuids terug allebei!

Daarna gingen ze op weg, de kleine Enapay en zijn moeder Maska. Speren, eten en water droeg zij in haar hand en in haar rugzak. Hij had twee speren in zijn hand en ook in zijn rugzakje zat water. Enapay herhaalde nog eens uitgebreid hoe het spel verlopen was.

Bij een mooi uitzichtpunt wees Maska de kleine vent op de schoonheid van de natuur. En ze wees hem erop hoe je aan de planten kunt zien waar water is, en waar grote dieren ’s avonds altijd dronken. Toen het jochie moe werd, droeg ze hem een stukje. Daarna moest hij zelf weer lopen. Achter hen hoorde ze aan het gekraak van takken dat een mammoet in de buurt was. Zijn moeder legde een vinger op Enapay’s mond ten teken dat geen enkel geluid nog geoorloofd was. Ze liepen verder en de mammoet ook; hij kruiste hun pad. Wat later praatten ze weer. Maska over haar zieke broer, die misschien niet lang meer zou leven, en hij over de kinderen in de nederzetting en dat hij later met gemak alle dieren zou bejagen. Ook de mammoeten.

Soms liep Enapay links van Maska, soms rechts en dan weer droeg zij hem even. Wat ze niet in de gaten hadden, was dat een gigantische luiaard hen wel in de gaten had. Het beest twijfelde, maar riskeerde de aanval niet. Het keek wel uit om de aandacht van de mammoet op zich te richten. Zo liepen moeder en kind aan de oever van een groot meer in een rechte lijn naar de jagende mannen een stuk verderop in de wildernis. Maska begon erover wat Enapay te doen zou krijgen als jongste jager en ze vertelde dat hij na twee nachten samen met zijn vader en de andere jagers weer thuis zou komen.

Op een heuveltje met weer zo’n mooi uitzicht, voor hen gewoon maar wij zouden onze ogen uitkijken, floot Maska en haar fluiten werd beantwoord. Het bleek haar jongste broer te zijn, die haar gehoord had. Hij bracht Maska en Enapay naar haar man en zijn vader. “Wat fijn dat je ons komt versterken, kleine vent! Dat hebben we echt nodig, want de vangst valt nog wat tegen.” Ze praatten bij over hoe de jacht verlopen was, over de mammoet en dat ze gelukkig geen gigantische luiaards en sabeltandtijgers hadden gezien, over het voorval met de buurman en dat de broer van Maska maar niet beter wilde worden “Anna [haar moeder; GjH] probeert het nu met rook.” Maska gaf haar man de honing, die ze voor hem had meegenomen. Na een tedere omhelzing met haar man en een dikke kus voor Enapay en de nodige “Ik houd van jou”’s liep zij alleen terug naar de nederzetting. Op de terugweg kruiste niemand haar pad, geen luiaard en ook geen mammoet of reuzenwolf. Maska zag langs het meer de voetafdrukken van haar kleine Enapay naast die van zichzelf en ze voelde dat het in haar leven goed was zoals het was. Misschien, als haar broer weer beter werd, niet beter kòn. Juist op dat moment zag zij wat prachtige veren op de grond liggen. Ze stak de drie mooiste in haar haar.

Ze zou niemand geloofd hebben, die haar vertellen zou dat het dragen van veren door haar een gewoonte zou worden. Toch was zij de eerste die dat deed, waarna anderen dat eeuwenlang ook bij bijzondere gelegenheden gingen doen.

Dit gebeurde allemaal 10.000 jaar geleden in de huidige staat Nieuw Mexico in de Verenigde Staten van Amerika. Helemaal zeker, dat het zo gegaan is, ben ik overigens niet. Het kan ook zijn dat Maska via rooksignalen gevraagd was Enapay eerder op te halen, wanneer het jachtgebied en de nederzetting andersom gelegen hebben. Of de broer van Maska het gehaald heeft, weet ik evenmin en over de namen ben ik ook al niet zeker, maar oud-indiaanse namen zullen zij vast en zeker gedragen hebben. Het enige zekere in dit verhaal zijn de voetsporen van wie Enapay en Maska genoemd werden over 1,5 km in een rechte lijn, met een kleuter soms links van een jonge vrouw, dan weer rechts en dan weer zonder de zijne maar met extra diepe afdrukken van de hare, de voetafdrukken van haar alleen in tegengestelde richting en de afdrukken van de gigantische luiaard en die van de mammoet. De rest heb ik erbij moeten verzinnen. Maar het bijzondere aan dit verhaal lijkt mij dat u en ik misschien wel wat DNA van het kind en de jonge vrouw, die daar 10.000 jaar geleden liepen, in onze genen hebben. Wellicht zijn dit twee van onze talrijke voorouders geweest.

Bron: “10.000 jaar oude voetstappen van (jong)volwassene en kleuter ontdekt in VS” via NU op 17 oktober 2020.

Een frisse wind? Was het maar zo…

3 Dagen achtereen maakte ik deze week flinke wandelingen. Rond Loenen (bij Apeldoorn), rond het Naardermeer en in ’t Twiske. Uit de frisse wind picknicken kon nog best, maar van al te lang stilzitten werd ik koud als de wolken voor de zon langstrokken. Dan kreeg ik al snel de aandrang om maar weer in de benen te gaan.

Dat was in september wel anders; wat een topmaand voor mij als wandelaar in deze regionen en wat een ernstige her-her-herbevestiging dat het ernstig mis is met het klimaat hier. Èn, wanneer ik me er een beetje in verdiep, dat het ernstig mis is over heel de wereld.

De voorbije maand september blijkt de warmste sinds het begin van de metingen in 1880. Daarmee zijn de records van september 2015 en 2017 gesneuveld. De 10 warmste septembermaanden ooit blijken bovendien allemaal gemeten te zijn na 2005. En de laatste 7 septembermaanden zijn ook nog eens de 7 warmste ooit. De gemeten temperaturen zijn gemiddelden voor het hele aardoppervlak.

In Europa was de afgelopen septembermaand maar liefst 2,33ºC warmer dan normaal. De periode vanaf januari tot nu is in Europa ook al de warmste sinds het begin van de metingen in 1880.

Nou ja, dit is maar een onbenullig voorbeeld van een tijdelijk individueel voordeel dat een ernstige-ontwikkeling-voor-ons-allemaal mij in september opleverde. Er is volgens mij een echt frisse wind nodig in de mondiale aanpak van de klimaatproblematiek. Bijvoorbeeld een antwoord op de vraag van Greta Thunberg aan onze wereldleiders bijeen op een top van de Verenigde Naties: “How dare you?” Liever toch maar geen ’s zomerse wandelingen van maart tot september (en graag weer een paar weken schaatsen hartje winter).

Bron: “September 2020 is warmste ooit gemeten” door Inter Press Service via DeWereldMorgen op 15 oktober 2020.

Over kernenergie en een nieuw vrijhandelsverdrag

Het lijkt een aantrekkelijke second best-oplossing om kernenergie van stal te halen, nu onze overheden al decennia te kort schieten bij het vormgeven aan de snel benodigde energietransitie. Echter, kernenergie ìs geen oplossing, want investeren in zowel kernenergie als in duurzame hernieuwbare energiebronnen leidt tot een moeilijk huwelijk, omdat de twee strategieën nu eenmaal niet samengaan.

Kernenergie vraagt een gecentraliseerd stroomnet om de opgewekte elektriciteit vanuit één locatie te verdelen, en zo’n net is veel minder geschikt voor de gefragmenteerde energieproductie door aardwarmte, getijden-energie, windkracht en zonnecellen overal in het land. De twee strategieën hebben ook heel andere financieringsmechanismen nodig en een sterk verschillend wetgevend kader.

Deze wijsheden komen voort uit een onlangs gepubliceerd onderzoek van de Universiteit van Sussex, waarin de energieproductie en uitstoot van 123 landen in de voorbije 25 jaar zijn geanalyseerd. Uit dit onderzoek blijkt dat landen met grootschalige kernenergie géén significante vermindering van de uitstoot halen, en dat nucleaire programma’s in armere landen zelfs de uitstoot deden toenemen. “De resultaten tonen duidelijk aan dat kernenergie om de uitstoot te beperken de minst efficiënte is van de twee strategieën”, zegt Benjamin Sovacool, hoogleraar Energiebeleid aan die Universiteit. In sommige grote landen blijkt het verband tussen CO2-beperking en hernieuwbare stroomproductie tot 7x effectiever dan die van kernenergie.

En als we het dan toch over te kort schietende overheden hebben: in een overkoepelend verdrag voor de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Mercosur, een douane-unie tussen Argentinië, (Bolivia,) Brazilië, Paraguay, Uruguay en Venezuela, staan de voorwaarden waaronder een partij sancties kan opleggen aan een andere, of de overeenkomst kan opschorten. In tegenstelling tot vereisten rond mensenrechten of de verspreiding van massavernietigingswapens worden klimaat- en milieubescherming in de concepttekst niet als een “essentieel element” beschouwd.

Gezien de huidige vernietiging van het Amazone-regenwoud in Brazilië, de Pantanal-draslanden in Bolivia, Brazilië en Paraguay en andere waardevolle ecosystemen in Latijns-Amerika lijkt de vrees gerechtvaardigd dat het nieuwe zogenaamde ‘vrijhandelsakkoord’ de productie van soja en vlees in de regio verder zal aanzwengelen en daarmee ook de schade aan het klimaat en het milieu. “De deal kan de vernietiging van de Amazone versnellen, klimaatchaos ontketenen en talloze soorten vernietigen”, zegt Jürgen Knirsch, handelsexpert bij Greenpeace Duitsland, dat de gelekte concepttekst in handen kreeg, “Het weglaten van sanctioneerbare toezeggingen om de klimaatcrisis aan te pakken en natuurvernietiging te stoppen, toont aan hoe weinig aandacht [de mensen achter; GjH] dit akkoord hebben voor de existentiële uitdagingen waarmee we [momenteel als mensheid; GjH] worden geconfronteerd”.

Zou dit te kort schieten een gevolg zijn van de hechte banden die onze bestuurders in Nederland en Europa hebben met het grootbedrijfsleven, of gaat het om vergissinkjes en hebben ze werkelijk het beste met de aarde en iedereen voor?

Bronnen: “Onderzoek in 123 landen: kerncentrales en hernieuwbare energie gaan niet samen” en “Gelekt vrijhandelsakkoord met Brazilië: geen milieu- of klimaatgaranties”, beide door Inter Press Service en via DeWereldMorgen op 9 oktober 2020.

Hoe scheid ik Covid-19-kaf van -koren?

Voor het virus, het Covid-19-virus, zijn meningen volstrekt irrelevant.

Sinds ik er in maart mee geconfronteerd werd, neem ik het serieus, in die zin dat ik me alleen interesseer in mechanismen: via welk mechanisme kan ik besmet raken (en op mijn beurt anderen besmetten) en via welk mechanisme tast het het menselijk lichaam aan? Dat is wat voor mij telt en de rest kan me wel zo’n beetje gestolen worden.

Natuurlijk doet een VVD-minister-president het liefst wat des VVD’s is, zoals de andere kabinetsleden het liefst doen wat des CDA’s, CU’s, D66’s en VVD’s is en ik heb in geen van allen mijn vertrouwen gesteld. Wat dat betreft kan onze regering mij niet teleurstellen, al bevreemdt het mij dat zij de WHO-richtlijnen van meet af aan niet punctueel hebben opgevolgd.

Corona-doden en –ziekenhuis-opnames interesseren me niet, al zeggen de cijfers, nu er getest kan worden, meer dan in april, mei en juni. Wel valt me op dat velen naar deze getallen kijken als percentages van de bevolking om vervolgens de ernst van de ziekte te bagatelliseren. Zij maken volgens mij een denkfout. Immers, wanneer de samenleving 3 weken eerder op slot was gegaan, zouden de besmettingen, doden en ernstig zieken – op basis van wat bekend is – een factor 1.000 lager geweest zijn. Dat zou een fantastisch quasi-argument zijn geweest te veronderstellen dat het virus nagenoeg onschadelijk is. En wanneer de samenleving 3 weken later op slot zou zijn gegaan een factor 1.000 hoger met jammerklachten over falende bestuurders tot gevolg.

Discussies over de anderhalvemeter-samenleving, de gevolgen voor cultuur, evenementen en horeca, het nut van mondkapjes en thuis werken interesseren mij evenmin als de complottheorieën rondom corona. Ik doe het met wat ik weet of denk te weten en trek verder niet erg consequent mijn eigen plan. Het doel een groepsimmuniteit te ontwikkelen tegen een nagenoeg onbekend virus verwerp ik al zolang de inmiddels bekende mechanismen van aantasting van lichaamsfuncties en verspreiding zo zijn als algemeen door virologen en andere op dit vlak serieus te nemen artsen verondersteld. Het laatste degelijke artikel hierover las ik in De Morgen van 5 augustus jl.. Ik zou het fijn vinden wanneer er weer zo’n goed geschreven medisch artikel gepubliceerd zou worden met actuelere inzichten, maar helaas wijden onze media zich kennelijk liever aan discussies zonder doel en ander vermaak.

Het lijkt een beetje saai, en dat is het misschien ook wel. Dus tenslotte nog even dit. In landen als China en Japan worden volgens mij al veel langer mondkapjes gedragen wanneer iemand ziek is. Dan wordt ook lichamelijk contact met vreemden vermeden. Mij lijkt daar sowieso wel wat wijsheid in te zitten. Ik draag vooralsnog alleen een mondkapje als dat ergens verplicht is en ik registreer me alleen waar me dat gevraagd wordt. Echter, toen ik, vlak voordat ik een week naar Teschelling zou gaan, coronaverschijnselen begon te vertonen, deed ik vanwege alle gedoe met overvolle teststraten geen poging me laten testen. Ik ging er vanuit dat ik een gewoon koutje opgelopen had (ik meende te weten waar en wanneer), waardoor ik neusverkouden geworden was met een beetje verhoging, gevolgd door hoesten en snotteren. Ondanks de wijsheid der Chinezen en Japanners droeg ik ook toen geen mondkapje als ik op stap ging. Wel stelde ik degenen, met wie ik contact had, en met wie ik de dagen daarvoor intensiever contact gehad had, op de hoogte van mijn verkoudheid. Gelukkig wàs het een gewone verkoudheid die vanzelf over ging en voelde ik me na een paar dagen weer als vanouds.

Zo gaat dat dus bij mij. Nee, ik ben er niet trots op.

O, Terschelling? Het was er heerlijk: goed gezelschap, fijne huisvesting, mijn koutje beperkte me nergens in en vrijwel elke dag was het lekker wandelweer waarvan we goed gebruik maakten. Ik heb mijn spullen zojuist weer uitgepakt en een eerste was gedraaid. En, wat voor mij ook belangrijk is, van mijn huis werd ondertussen goed gebruik gemaakt door een andere vriendin.

Maxman’s bijdrage tijdens het Algemene Debat van de Verenigde Naties

Tijdens het Algemene Debat van de Verenigde Naties op 21 september jl. reageerde Abby Maxman, president CEO van Oxfam America, op de uitspraken van president Donald Trump. Trump had eerder die dag het VN-podium gebruikt om zijn schuld weg te wuiven en te scoren. Hij schepte op over het bevorderen van vrede, verheerlijkte zijn COVID-19-aanpak en veroordeelde het ‘eenzijdige’ akkoord van Parijs. President Trump gaf ook zijn visie op een wereldwijde orde, die gedreven zou moeten zijn op smalle, concurrerende nationale belangen, hetgeen in strijd is met het VN-Handvest dat net na de Tweede Wereldoorlog is overeengekomen. Dit is momenteel, 75 jaar later, de toestand van de wereld.

De VN is juist opgericht om ons eraan te herinneren dat we, ongeacht onze verschillen, allemaal aan dezelfde kant staan als het gaat om mondiale problemen zoals COVID-19 en de klimaatcrisis, hield Maxman zijn publiek voor. Wanneer de mensheid wordt geconfronteerd met uitdagingen, die de nationale grenzen overschrijden, zijn er geen eenzijdige deals. Aangezien deze wereldwijde pandemie alleen maar in omvang is toegenomen, kan Amerika alleen groot – en veilig – zijn als we met anderen samenwerken om de problemen, waarmee de mensheid wordt geconfronteerd, op te lossen. Een doeltreffende COVID-19-reactie zou volgens Maxman gebaseerd moeten zijn op samenwerking, het voldoen aan de behoeften en noden van de meest kwetsbare mensen in de samenleving en op wetenschappelijk bewijs.

Maar president Trump geeft de gezondheid van de financiële markten prioriteit boven de gezondheid van mensen. Politiek gezien gaat het om hem in plaats van om eerlijke, juiste, wetenschappelijk onderbouwde informatie. Het gaat Trump om de 1% rijkste mensen in plaats van om iedereen. Zijn leiderschap heeft, aldus Maxman, Amerikaanse levens gekost en vertraagt het broodnodige herstel. Een effectief en veilig vaccin kan volgens hem een uitweg uit deze nachtmerrie bieden en onderzoekers, gefinancierd door de Amerikaanse regering, doen hun uiterste best om het te vinden; om ervoor te zorgen dat vaccins beschikbaar en betaalbaar worden voor iedereen. Dat is belangrijk. De regering-Trump zegt trots te zijn op haar leiderschap bij de VN en als agent van mensenrechten en vrede over de hele wereld, terwijl juist deze Amerikaanse regering enkele van zijn meest vitale eigen doelen en principes ondermijnt: Federale agenten vallen demonstranten in de Amerikaanse straten aan, op langdurige Amerikaanse steun aan programma’s voor de gezondheid van vrouwen wordt bezuinigd en de VS overtreft inmiddels een corona-dodental van 200.000.

Vrede komt niet voort uit kracht, memoreerde Maxman, maar uit een gedeelde inzet voor regels, die iedereen ten goede komen, en uit wederzijds respect. Oplossingen voor de armoede, de ongelijkheid en de onrechtvaardigheid, die zoveel mensen hier in de Verenigde Staten en over de hele wereld aan den lijve ervaren, kunnen alleen worden gevonden door samen te werken aan een gedeelde vooruitgang en niet door er de ogen voor te sluiten en te proberen om winst te maken ten koste van gemeenschappen en gezinnen.

Ik heb veel waardering voor zijn boodschap en zijn lef. Voor het werk van de VN heb ik dat altijd al gehad. Jammer dat er zo weinig belangstelling voor is.

Wie de inbreng van Trump en Maxman’s reactie daarop zelf wil lezen, kan die vinden in de hieronder vermelde bron.

Bron: “Trump pitchte zijn visie op een globale orde – in strijd met het VN-Handvest” door Abby Maxman via InterPressService op 23 september 2020.

Robert Skidelsky

Ons kabinet stelt de laatste tijd consequent ‘dat we ons uit de crisis moeten investeren’. De Britse econoom John Maynard Keynes (1883-1946), die ik hoog heb zitten, zou het hier roerend mee eens zijn geweest. Net als Robert Skidelsky (1939-heden), emeritus professor politieke economie aan de Universiteit van Warwick, een plaats in de buurt van Birmingham. Het laatste van de 5 boeken, die Skidelsky over Keynes publiceerde, had de treffende titel “The Return of the Master”. Het verscheen in 2009 en zal afgelopen tijd veelvuldig zijn herlezen. Sneller dan tijdens de crisis van 2008 wendden regeringsleiders zich deze corona-maanden voor oplossingen van de economische stagnatie tot Keynes. Toen destijds de ergste storm leek overgewaaid en de economie weer enigszins opkrabbelde, verdwenen de ideeën van de Britse econoom echter weer op de plank. Wat volgde was een orthodox bezuinigingsbeleid dat resulteerde in een onnodig langzaam herstel van de Europese economieën.

Voor een duurzaam, nieuw economisch verhaal moeten we nadenken over de relatie tussen monetair beleid en fiscaal beleid, over de rol van centrale banken; hoe kunnen we fiscaal beleid verankeren in het systeem?”, stelt Skidelsky. Keynes geloofde dat economieën niet automatisch een natuurlijk punt van volledige werkgelegenheid bereiken, een voorwaarde voor brede welvaart. Om dit soort gaten in de markt op te vullen, dienen overheden een actieve rol te spelen in de economie. Na de Tweede Wereldoorlog opteerden de meeste landen voor dit keynesiaanse model en deze periode wordt nu wel eens omschreven als ‘de gouden jaren van het kapitalisme’: de economie groeide gestaag en de hele samenleving profiteerde mee. Het was bij ons de tijd van ‘Spreiding van kennis, macht en inkomen’ (1973-1977). Maar in de jaren zeventig ontstond er ruis op de lijn. Stijgende inflatie zorgde voor onrust. Het keynesiaanse gedachtegoed werd als schuldige aangewezen en “de conservatieven zochten naar een manier om hun belang, het belang van de kapitaalbezitters, weer voorop te stellen”, zegt Skidelsky, “Inflatie gaf ze een perfect excuus om dit te doen. Inflatie was de vlag, waaronder de kapitaalbezitters zeilden, maar het doel was om de staat terug zijn hok in te sturen.” Nu is het door de maatregels tegen de coronavirusverspreiding hoog tijd voor een nieuw economisch model, waarin niet de markt, maar mens en natuur centraal staan. “De economie moet humanistisch zijn en niet efficiëntie als einddoel nemen”, vindt hij.

Het nieuwe narratief – dat vind ik een geschikter woord dan paradigma – moet een combinatie zijn van wat goed was aan het keynesiaanse model èn een toekomstgerichte filosofie, een ethisch gedachtegoed. De ethiek is weggesneden uit de economie en dat moet teruggedraaid worden. Economen moeten zichzelf steeds afvragen: wat willen we bereiken? Waar willen we heen? Willen we waarde creëren of welzijn? Want die twee doelen vragen om heel verschillend beleid.

Hij vervolgt: “De orthodoxe economie pretendeert een bepaalde zekerheid te bieden over de loop van de economie, maar dit is een schijnzekerheid. Kijk naar de impact van het coronavirus. Niemand weet hoe dit zich zal ontwikkelen. Daarom moet je vooropstellen dat we in een onzekere wereld leven. En deze onzekerheid als basis nemen, zoals Keynes dat deed. Om deze onzekerheid heen kunnen we een systeem creëren dat redelijk voorspelbaar werkt. De markt verandert van dag tot dag, dus kan ze geen voorspelbaarheid bieden. De overheid is langzamer, als een deinend schip op zee, en is daarom veel geschikter voor een sturende rol.

Over hoe deze sturende rol eruit zou moeten zien, heeft Skidelsky verschillende ideeën. “Eén mogelijkheid is het omvormen van de overheid tot de werkgever of last resort. Iedereen, die geen baan kan vinden in de private sector, krijgt er een van de overheid. Dat vind ik een belangrijk idee, want het zorgt automatisch voor balans: als de economie goed draait, zijn overheidsinvesteringen niet nodig en zal het aantal publieke banen afnemen. Wanneer de economie slecht draait heeft zij behoefte aan overheidsinvesteringen en neemt het aantal publieke banen vanzelf toe. Daarbij komt het geld direct terecht bij de mensen die het snel weer zullen uitgeven, het grote minpunt van monetair beleid. Stel je voor, voor het eerst sinds de industriële revolutie zal er geen werkloosheid meer zijn.

Keynes vond dat economie een middel moet zijn om een goed leven te leiden, en geen doel op zich. Anders doe je niets dan rondjes rennen, zoals een hamster of muis dat ook in een rad kan doen. Het hele punt van ‘genoeg hebben’, is dat je een keer stopt. Het coronavirus beschouwt Skidelsky daarmee ook als een test voor onze manier van leven. Je moet niet stoppen omdat je wordt gedwongen door de grenzen van de aarde, je zou moeten stoppen omdat je het punt bereikt hebt waarop je een voldaan en goed leven kunt leiden.

Bron: “De ethiek moet terug in de economie” door Diederik Baazil in DeGroeneAmsterdammer op 14 september 2020.

Publicaties van Robert Skidelsky:

1967: Politicians and the Slump

1969: English Progressive Schools

1975: Oswald Mosley

1983: John Maynard Keynes: Hopes Betrayed, 1883-1920

1992: John Maynard Keynes: The Economist as Savior, 1920-1937

1993: Interests and Obsessions: Historical Essays (Macmillan)

1995: The World After Communism: A Polemic for our Times (Macmillan)

1996: Keynes (Oxford University Press: Past Masters)

2000: John Maynard Keynes: Fighting for Britain, 1937-1946

2009: Keynes: The Return of the Master

2012 met zijn zoon Edward Skidelsky: Hoeveel is genoeg? Geld en het verlangen naar een goed leven

Wir waren wieder zusammen (um Musik zu machen)

Toen het woensdagavond donker begon te worden, vertrok ik op de fiets met mijn cello in een koffer op de rug. Bij de Woudkapel in Bilthoven ontmoette ik enkele medemuzikanten. Buiten wachtten we totdat degenen, die al naar binnen gegaan waren, hun handen ontsmet en zichzelf geregistreerd hadden. Nadat ik dezelfde procedure gevolgd had, zocht ik in de kapel mijn plaats: twee stoelen met een briefje met mijn naam erop.

We waren weliswaar met 4 van de 5 cellisten, maar slechts met 3 fluitisten, even zoveel violisten, 2 klarinettisten, de pianist (v); kortom zo’n beetje de helft van de circa 30 muzikanten. Corona-angst, vakantie en daadwerkelijke ziekte waren er de oorzaak van dat we met zo weinig waren. Vanwege corona vervalt de in november geplande muziekuitvoering, werd ons verteld.

Na het stemmen van onze instrumenten begonnen we met de bewerking van een aria, die Johann Sebastian Bach in 1718 gecomponeerd heeft. “Bist du bei mir, geh ich mit Freuden Zum Sterben und zu meiner Ruh…” We moesten wennen aan het spelen in de kerkzaal van de Woudkapel. Normaal spelen we er in een zaal, waar we dicht op elkaar zitten. Nu hadden we stuk voor stuk alle ruimte, waardoor ik mijn eigen instrument beter hoorde dan anders, maar de aanwijzingen van onze dirigent (v) wat minder goed. Ik vond het een feestje om hier inmiddels na een half jaar weer samen met zoveel andere instrumenten en partituren muziek te maken.

In de pauze werd ons verzocht een voor een achter, aan een tafel, iets te drinken te halen wanneer niemand anders dat deed, en minstens anderhalve meter afstand van elkaar te houden.

Daarna vervolgden we met een bewerking van de Boléro, die Maurice Ravel in 1928 heeft gecomponeerd. Daaraan heb ik nog een bijzondere herinnering. Oververhit arriveerde ik ergens rond 1986 op weg naar Spanje na een flinke klim onder de brandende zon in Marlet, een laatste dorp in een dal dat in de Franse Pyreneeën ligt. Ik trad een donker etablissement binnen, toen juist die Boléro opgezet werd. Met het aanzwellen van de muziek ontwaarde ik steeds meer mensen in dat café. Aan het eind van het stuk voelde ik me weer de oude en zag ik weer normaal. Maar goed, dat was toen, en zo repeteerden we woensdagavond 6 muziekstukken van nog levende en overleden componisten om daarna, ik vrolijk en voldaan, weer op te breken. Op de terugweg was het nog even spannend in het pikkedonker met mijn cello op de rug over een hobbelig bospaadje om een slagboom heen te fietsen, maar de kop is eraf. We hebben weer gerepeteerd en dat we voorlopig geen uitvoering zullen geven, maakt mij niets uit.

Julian Paul Assange; journalist, programmeur & internetactivist

Haast iedereen zal wel iets weten van Julian Assange. De een zal zelfs sympathie voor hem opbrengen vanwege zijn bijdrage om geheime informatie over de oorlog in Irak – via WikiLeaks – te publiceren, sommigen zullen hem zelfs een held vinden vanwege de integere manier waarop hij dat gedaan heeft. De ander zal hem zien als een ondermijner van het gezag. Beiden hebben volgens mij gelijk. De vraag lijkt mij of we onze regeringen zò vertrouwen dat ze er van ons geheimen op na mogen houden, ook als die geheim zijn omdat ze de banaliteit van het kwaad, dat onze regeringen begaan, blootleggen. Dan zijn er ook nog mensen die hem zien als een staatsgevaarlijke terrorist, die mensen op belangrijke posities in gevaar brengt, of als een verkrachter, maar dat zijn mensen die volgens mij de aantoonbaar onjuiste verhalen van trollen zijn gaan geloven.

Het gaat over serieuze zaken van leven en dood, recht en vrijheid. WikiLeaks is sinds 2007 een klokkenluiderssite. Erop staan allerlei geheime berichten over contacten tussen regeringen en hun ambassades of tussen regeringen onderling. Daarmee willen de mensen achter WikiLeaks aantonen dat er veel gebeurt waarvan gewone mensen bewust onwetend gehouden worden vanwege een verborgen agenda van regeringen. In oktober 2010 publiceerde WikiLeaks zo’n 400.000 documenten over de oorlog in Irak. Op één van de films is ondermeer te zien dat het Amerikaanse leger Irakese burgers en journalisten doodt. Dit filmpje schokte de wereld en dit feit was voor publicatie via The Guardian, en ik meen me te herinneren ook The New York Times, en WikiLeaks niet bekend gemaakt.

Ik behoor, door wat ik in de loop van de tijd gelezen heb, tot de beide eerste groepen. Al ben ik geen rechter, de integere werkwijze van Assange, waarmee hij desondanks onder meer het staatsgezag van Nederland en de Verenigde Staten van Amerika ondermijnde, maken hem wat mij betreft tot een sympathieke held, die direct vrijgelaten moet worden.

Best actueel allemaal, want op 7 september beginnen in Londen de zittingen waar het Brits gerecht zal vonnissen of gehoor gegeven zal worden aan het uitleveringsverzoek, dat de Verenigde Staten van Amerika over Assange aan de Britse regering deed.

Afgaande op de eenzame opsluiting, die Assange in Belmarsh Prison ondergaat, een maximaal beveiligde gevangenis voor terroristen en zware misdadigers, en de manier waarop het Britse gerecht de voorbereidende zittingen heeft geleid, moet ervan worden uitgegaan dat er geen sprake zal zijn van een rechtszaak waar de rechten van de verdediging worden gerespecteerd. Assange heeft immers geen toegang tot zijn eigen dossier en kan in Belmarsh slechts sporadisch overleg plegen met zijn advocaten. Sinds begin maart 2020 heeft hij geen enkel privé-contact meer gehad met zijn advocaten. Tijdens de voorbereidende hoorzittingen voor de organisatie van de rechtszaak werd Assange achter glas geplaatst, waar hij niet kon meeluisteren met de zitting en zijn advocaten niet rechtstreeks kon spreken. Een Spaans veiligheidsbedrijf blijkt bovendien jarenlang audio- en video-opnames van alle bewegingen en gesprekken van Assange in de ambassade van Ecuador in Londen te hebben gemaakt, waaronder dus ook de gesprekken met zijn advocaten. Deze opnames zijn doorgegeven aan de Amerikaanse inlichtingendiensten CIA en FBI.

Een goedkeuring van het uitleveringsverzoek is nagenoeg zeker en dat zou volgens mij een onrecht zijn, waar alle journalisten voor moeten uitkijken. Of ze nu in het zogenaamd Vrije Westen werken en wonen of in een ander land. De rechtspraak in de onvolprezen VS zal voor Assange evenmin volgens het recht verlopen.

Leve de grondwet!

Leve onze verworven rechten!

Leve de eerlijke rechtspraak vrij van politieke invloed!

Hier is een link naar https://wikileaks.org/ om er zelf eens te kijken.

Bronnen: “Brits gerecht oordeelt vanaf 7 september over voortbestaan onafhankelijke onderzoeksjournalistiek” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 1 september 2020 en “WikiLeaks: wat is WikiLeaks eigenlijk?” via MensEnSamenleving op 3 september 2020.