Het debacle van een zelfgenoegzaam Europa

“Het is belangrijk te beseffen dat er in Europa wel degelijk overeenkomsten bestonden voor een pan-Europese veiligheidsarchitectuur, die echter werden verworpen ten gunste van de NAVO-uitbreiding naar het oosten onder het voorwendsel dat dit de liberale democratie zou bevorderen”, aldus Glenn Diesen. Hij is een Noorse politicoloog en professor aan de Universiteit van Zuidoost-Noorwegen, bekend van zijn werk op het gebied van Russisch buitenlands beleid en geo-economie. Met deze woorden illustreert hij wat hij ziet als de fatale gevolgen van de zogenaamde liberale wereldorde, die wordt gedomineerd door de Verenigde Staten van Amerika. Zijn keynote speech vond plaats in het kader van paneldiscussie I, ‘Multipolariteit en het einde van de liberale wereldorde’, tijdens het East-West Forum in Istanbul op 26 september jl..

In zijn lezing legde hij uit waarom de unipolaire dominantie van de VS en het daarmee samenhangende ‘liberale universalisme’ volgens hem niet konden standhouden. Onder het mom van het verdedigen van universele waarden, zoals democratie, mensenrechten en vrijheid, verhief een hegemoniale macht haar eigen politieke orde tot de status van een universeel geldende norm. In plaats van de gelijkheid en soevereiniteit van staten te respecteren, introduceerde zij daarmee nieuwe hiërarchieën en machtsblokken. Hieruit concludeert Diesen: “Ik denk dat hegemonisch universalisme daarom ook moet worden beschouwd als een onafhankelijke revisionistische impuls binnen de wereldorde.” [By the way: politiek revisionisme is een politieke stroming binnen een land, die herziening (revisie) van bepaalde verdragen en internationale afspraken nastreeft; Wikipedia]. Terwijl de VS en de Europese Unie bleven aandringen op unipolariteit en universalisme, pleitten opkomende machten zoals China, India en Rusland voor multipolariteit en de erkenning van verschillende beschavingen en ontwikkelingspaden. Het is immers niet aan de ene beschaving om de andere voor te schrijven hoe zij zich moet ontwikkelen.

Europa wordt gebruikt als frontstaat om strategische rivalen te verzwakken

Diesen ziet dit als een aanwijzing dat China en de andere opkomende machten niet streven naar een nieuwe hegemonie. Hij is bijzonder kritisch over de ontwikkelingen in Europa sinds 1989. En hij betoogt dat Europese staten binnen het kader van de door de VS gedomineerde wereldorde hun belangrijkste bestuurlijke verantwoordelijkheden steeds meer hebben uitbesteed aan de VS – van buitenlands en financieel beleid tot handels- en veiligheidsbeleid, en zelfs de organisatie van het maatschappelijk middenveld is door Europa aan de VS uitbesteed. Hij lichtte dit punt verder toe: “Het idee heerste dat het maatschappelijk middenveld een onafhankelijke rol moet spelen bij het vormgeven van de samenleving. Dit moet zorgvuldig worden uitgewerkt: het maatschappelijk middenveld moet worden georganiseerd door ngo’s. Deze ngo’s moeten buitenlandse ngo’s zijn. En zoals we ook hebben ontdekt, werden veel van deze Amerikaanse ngo’s door de Amerikaanse CIA en de Amerikaanse president Ronald Reagan opgezet als dekmantelorganisaties. Dus nu organiseren buitenlandse inlichtingendiensten het maatschappelijk middenveld van andere landen. Dit heeft uiteraard ook politieke instellingen gecreëerd voor landen, die feitelijk frontliniestaten zijn geworden. En ik geloof dat dit alles nu begint af te brokkelen”, aldus Diesen, “Haar afhankelijkheid van de VS wordt in toenemende mate de ondergang van Europa. Regio’s in de wereld zoals Europa, die lange tijd een zeer bevoorrechte positie bekleedden dankzij een zeer genereus Amerikaans handelsbeleid en veiligheidsakkoorden, beseffen nu dat ze in plaats van bondgenootschap worden gebruikt als frontstaten om strategische rivalen te verzwakken.”

Deze ontwikkeling beperkt zich volgens Diesen geenszins tot Europa. Ook in de Golfstaten en Oost-Azië groeit de bezorgdheid over de gevolgen van de [vroegere; GjH] afhankelijkheid van de VS.

Wat mij betreft met dank aan Donald Trump, die zich niet langer leugenachtig beroept op het bevorderen van democratie, mensenrechten en vrijheid, maar openhartig eraan werkt ‘to make America great again’.

De introductietekst van Glenn Diesen in Istanbul is hier te beluisteren. Andere visies van Diesen kunt u hier vinden. En hier is meer informatie te vinden over het East-West Forum in Istanbul op 26 september jl..

En indien dit u ook boeit, net als dit mij een belangwekkende visie lijkt, verdiep u dan ook hierin, zou ik zeggen.

Nieuwsgierig naar een donkere wereld

Een meisje van 16 was afgelopen zondagavond rond middernacht met twee vriendinnen bij een fastfoodrestaurant in Keulen, toen een robot van zo’n 1,20m hoog haar van achteren benaderde. De mensachtige robot greep haar billen vast, sloeg er volgens het radiobericht van de NOS op en maakte daarna stootbewegingen tegen het meisje, alsof hij haar neukte.

Op afstand werd de robot bestuurd door twee jongens (16 & 19 jaar), die de scène  via sociale media live uitzonden. Daarbij becommentarieerde ze de robot-aanranding.

Dit voorval legt iets anders bloot, dan lust in dat tienerbrein, te weten een behoefte om het meisje te vernederen tot speelgoed van de jongens zonder een eigen behoeftebevrediging; wel de bevrediging van een behoefte om lol te maken ook al ging dat ten koste van een ander, en wellicht zit hier nog veel diepere vrouwonvriendelijkheid achter tot aan ongezouten vrouwenhaat*.

Hans Boutellier (* 1953) stelt voor om ten aanzien van de toepassing van het strafrecht in het algemeen de morele betekenis van dergelijk gedrag bij de verdachte, in dit geval de jongens, centraal te stellen (in plaats van de oorzaken ervan te onderzoeken). In plaats van gefixeerd te blijven op ‘de waarheid’ achter het vergrijp, moet wat hem betreft de vraag naar de rechtvaardiging ervan op de voorgrond geplaatst worden, zodat de daders achter hun delict vandaan komen en gevraagd wordt hun daad in morele termen toe te lichten. Dat is mijns inziens voor een casus als die van deze robotaanranding een belangwekkend voorstel. Ik ben er benieuwd naar wat hen tot dit gedrag dreef.

* Volgens Deepseek laat de trend van het aantal geregistreerde (!) gevallen van seksueel geweld en verkrachting in Europa de laatste jaren een significante stijging zien. Voor seksueel geweld geldt een stijging van 94% in de afgelopen 10 jaar; en voor verkrachting een stijging van 150% in de afgelopen 10 jaar. In Duitsland, waar deze casus plaatsvond, een stijging van 72% van seksuele dwang, seksuele intimidatie en verkrachtingen. Hoe zouden de daders van al dit geweld – nagenoeg altijd gericht tegen vrouwen – hun handelen ten diepste rechtvaardigen? Wederom: ik ben daar benieuwd naar.

Zie hier of hier voor de oorspronkelijke berichten over dit voorval. En hier onder ‘Overdenkingen over de wereld waarin we leven’ voor meer over het voorstel van Hans Boutellier.

Gaza en Cuba; met de VS als olifant in de kamer

Het zoveelste rapport over Gaza, maar het venijn zit ’m in de staart van dit verslag van Dokters van de Wereld:

Van de Palestijnse bevolking is daar 97% ontheemd. Bijna de helft is tussen de 5 of 10x verplaatst en 1 op de 5 zelfs meer dan tien maal. Door de ontheemding komen Palestijnen terecht in onveilige en overvolle opvangplekken zonder toegang tot bijvoorbeeld schoon drinkwater en hygiënevoorzieningen. De bevolking is daardoor extreem kwetsbaar voor ziektes, die zich snel verspreiden. Van de kinderen onder de 5 jaar is 84% ziek. Zij hebben last van onder meer diarree en huidaandoeningen. Onder zwangere vrouwen is dat 57%. Bijna alle zwangere vrouwen en vrouwen, die borstvoeding geven, hebben symptomen van bloedarmoede.

Toegang tot zorg is er nauwelijks voor de Palestijnen, omdat het zorgsysteem volledig is ingestort [ik zou zeggen ‘moedwillig verwoest’; GjH]. Ondanks het staakt-het-vuren, dat sinds een jaar geldt, zijn de aanvallen op het zorgsysteem doorgegaan. Tussen januari en augustus jl. zijn in Gaza 45 Israëlische aanvallen op onder meer zorginstellingen uitgevoerd. Bij die aanvallen werden 10 hulpverleners gedood en raakten tientallen anderen gewond. Drie klinieken van hulporganisaties werden de afgelopen jaren noodgedwongen verplaatst vanwege Israëlische aanvallen. Ook veroorzaakt de Israëlische blokkade van medische hulp grote tekorten in de zorg. De bestrijding van ziektes, die in principe makkelijk te genezen zijn, wordt bemoeilijkt, omdat er niet of nauwelijks medicatie is.

Door die erbarmelijke situatie is het aantal Palestijnen, dat psychische hulp nodig heeft, de afgelopen jaren meer dan verdubbeld naar een miljoen (in 2025). Dergelijke hulp is er nauwelijks.

Israël laat voornamelijk voedsel toe met lage voedselwaarden en weinig eiwitten. Daardoor hebben mensen een tekort aan ijzer, zink en essentiële vetzuren, die in noten, vis, vlees en zaden zitten. Voor 84% van de Palestijnen is het zeer moeilijk om voedzaam voedsel te krijgen. Mensen slaan maaltijden over of verkleinen hun porties om bijvoorbeeld hun kinderen te kunnen voeden. Ook de voedseldiversiteit is laag. Een tekort aan calorieën en voedingsstoffen heeft grote gevolgen voor het herstelproces en de ontwikkeling van kinderen. Alleen al dit jaar zijn meer dan 450 kinderen en 1500 zwangere vrouwen en vrouwen, die borstvoeding geven, behandeld wegens ondervoeding. Het is een ‘bewust gecreëerde crisis’.

Tot zover dit rapport. Ik voeg daaraan toe dat volgens mij het ergste van dit alles is dat westerse regeringen, waaronder de onze, collectief wegkijken. Volgens mij om de Amerikaanse wereldleider door de decennia heen niet op zijn tenen te trappen. Eigenbelang gaat bij ons voor mensenrechten. Zo zitten ook meer dan 7.000 containers met medicijnen, medische apparatuur en voedsel voor Cuba vast in buitenlandse havens, omdat transportbedrijven Amerikaanse sancties vrezen. We hebben er geen aandacht voor. Ons nagenoeg niet informeren is dan ook een beproefde methode om overal ter wereld de Amerikaanse belangen te dienen.

Klik hier (Cuba) of hier (Gaza) voor de oorspronkelijke berichten.

Oorlogskoorts; de rol van onze media

De vorige keer ging het hier over de heersende oorlogskoorts en de demonstratie daartegen, die precies een week geleden in Amsterdam plaatsvond. Ik schreef er onder meer over dat de Nederlandse pers rondom deze demonstratie weer eens door de mand viel. Wat bedoelde ik daarmee?

Aan de hand van de vraag wat er gebeurt wanneer media niet langer de macht controleren, maar juist de grenzen bewaken van wat politiek nog als redelijk en acceptabel geldt, bespreekt Ewald Engelen hier de rol van onze media in dit tijdsgewricht (en mijn) en zijn bedenkingen daarbij. Hij behandelt daarmee precies waarom de Nederlandse pers ook rondom deze demonstratie volgens mij weer eens door de mand viel. Daarom vind ik dit interview zeer de 53 minuten waard om onder het genot van een kopje koffie of thee naar te luisteren.

Oorlogskoorts

Op zondag 27 september jl. begon rond 13 uur op de Amsterdamse Dam de demonstratie voor vrede onder de slogan ‘Stop de oorlogskoorts; Nationaal vredesprotest”. Deze manifestatie was georganiseerd door FNV Young & United, de LSVb en de Nieuwe Vredesbeweging. De vier eisen waren: 1. Stop de militarisering en de sociale afbraak; 2. Geen steun voor Amerikaanse en Israëlische agressieoorlogen, oorlogsmisdaden en genocide; 3. Vrede in Europa; en 4. Voor een onafhankelijke Nederlandse vredespolitiek. Ofwel, een radicale politieke koerswijziging: weg van escalatie en militarisering, en richting vrede: diplomatie, sociale veiligheid en Nederlandse onafhankelijkheid.

Uiteraard was ik er bij – in de hoop dat die ‘onafhankelijke Nederlandse vredespolitiek’ niet gaat uitmonden in een andere vorm van Nederlandse dienstbaarheid aan het grootkapitaal – en ik was blij dat er veel bevlogen jongeren meededen; alleen de leeftijdsgroepen tot 18 jaar en tussen de 30 en 60 jaar waren volgens mij sterk ondervertegenwoordigd.

De Nederlandse pers viel rondom deze demonstratie weer eens door de mand, maar mij is duidelijk dat mijn standpunten over pacifisme (zie ** in deze link) onder een groeiende groep mensen op draagvlak kunnen rekenen. En dit ondanks een aanhoudende ronduit negatieve pers, die gefinancierd wordt door de norm – gesteld door de huidige Amerikaanse president (5% van het bbp besteden aan oorlogsvoorbereiding waaronder in dit geval de productie van oorlogspropaganda) – na te leven. De resolute toon, ook van de jonge spreeksters, die de vier eisen toelichtten, kan doen vermoeden dat onze toekomst bij hen in goede handen zal zijn.

Voor wie er meer over wil lezen, klik dan hier, en wie liever luistert, kan hier klikken.

Laten we het eens over racisme hebben

Eerst maar over wat het is: de doctrine of opvatting dat mensen kunnen worden ingedeeld in rassen met min of meer duidelijke erfelijke eigenschappen. Op zich niet kwalijk, lijkt mij, maar dit gedachtegoed kan al snel leiden tot rassendiscriminatie, waarbij mensen op grond van hun vermeende afkomst, etniciteit, huidskleur of ras ongelijk worden behandeld, benadeeld of feitelijk worden uitgesloten van een gemeenschap. Het is nu eenmaal vaak zo dat sommige rassen bewust of onbewust als inherent superieur of inferieur aan andere rassen worden beschouwd. De term racisme heeft, ondanks haar in beginsel neutrale connotatie, een sterk negatieve lading, doordat bovenstaande denkbeelden historisch zijn gebruikt ter rechtvaardiging van onder meer apartheid, genocide, koloniale overheersing, de transatlantische slavernij en andersoortige vervolging. Zo is de term racisme geëvalueerd naar afwijzen of afgewezen worden; een immens probleem voor wie het ondergaat.

Dus, wanneer het iemand overkomt dat van haar of hem een racistisch karikatuur gemaakt wordt, dan wordt kortweg vastgesteld: hij, jij of zij maakt geen volwaardig deel uit van onze gemeenschap, want wij zijn wit en Germaans, en we hebben Hollandse gewoonten, een begrijpelijke achternaam, en blonde of rode haren. Het zou goed kunnen dat onze grootouders indertijd als kinderen met elkaar bevriend waren, of zelfs met elkaar hebben gespeeld en bij elkaar op bezoek kwamen, of samengewerkt hebben. Dat geldt niet voor haar, hem of jou, wiens taal wij niet begrijpen en die wij daarom eng vinden. Dus hij, jij of zij blijft voor ons een vreemde snuiter of snuitster. Ook wanneer de mens in kwestie hier geboren en getogen is, zijn of haar kinderen met de onze speelden, bij elkaar op bezoek kwamen en onze ouders met elkaar hebben samengewerkt. Ons kent ons, daar hoort de gediscrimineerde vanwege haar of zijn ras niet bij; die wordt hooguit gedoogd.

Maar wat nu wanneer iemand zonder racistische bedoelingen een racistische karikatuur van een ander mens maakt? Bijvoorbeeld wanneer iemand Aziaten beschrijft als inschikkelijke mensen, stil en goed in wiskunde. Dat oogt positief, maar duwt ons met elkaar net zo goed in een ingesleten patroon. Niet iedereen, die zo’n stereotype gebruikt, is bewust racistisch; ook al ontkent hij of zij de diversiteit onder de gekarakteriseerde minderheid. Het stereotype verdwijnt niet wanneer iemand zegt dat het onbedoeld was of een grap, en ook niet wanneer er excuses worden aangeboden. Racisme blijft, net als discriminatie, voortbestaan in gewoonten, maatschappelijke structuren en verwachtingen: een Afrikaan wordt dan toch op de keper wel beschouwd als achterlijk, crimineel of primitief met een goed gevoel voor ritme, atletisch en altijd vrolijk. Een arbeider met een dialect als dom, onderontwikkeld of ongemanierd. Een Aziaat als inschikkelijk, minzaam en gehoorzaam. Mensen uit Latijns Amerika zijn dan feestvierders, waarschijnlijk aan de drugs, crimineel en macho en altijd vol energie. Mensen uit volksbuurten worden dan sneller als criminelen gezien dan mensen, die in de goudkust wonen, en mensen zonder diploma’s worden dan intellectueel vaak niet slim genoeg geacht voor bestuursfuncties of de politiek.

Van vrouwen weten we dat die hier eeuwenlang economisch afhankelijk zijn gehouden, uitgesloten zijn van kerkelijke of politieke macht en werden voorgesteld als minder rationeel en minder geschikt voor leidinggevende functies dan de meeste mannen. Racisme is net zoiets. Het probleem is niet dat iedere ongelukkige uitspraak meteen een bewijs van individueel racisme vormt. Het ontstaat wanneer dezelfde groep steeds opnieuw tot dezelfde karikaturen wordt gereduceerd en het verergert wanneer vervolgens wordt beweerd dat dat onschuldig is, omdat ons ons kent.

De kernthese van de Duitse politiek-filosoof en rechtsgeleerde Carl Schmitt (1888-1985) is (zie hier in het hoofdstuk ‘Overdenkingen over de wereld waarin we leven’) dat wij mensen er als collectieven toe neigen ons van andere collectieven af te grenzen. Zo’n grens biedt ons kennelijk veiligheid en de vijand is in zijn vijandschap betrouwbaar. Dat zou wel eens de onderliggende drijfveer van racisme kunnen zijn. Dat we het maar weten.

Bij racisme speelt ook de specifieke historische lading een rol. Veel voorouders van kleurlingen zijn niet uit eigen beweging in westerse landen gaan wonen, maar omdat zij ons als inferieur ras veel zwaar werk laag of niet betaald uit handen konden nemen.

En wat tegenwoordig eveneens kwalijk is, is dat degenen die vermeend racisme aankaarten, op hun beurt eveneens buitengesloten worden. Onderzoek naar het Europees en Vlaams anti-woke-discours toont aan dat in veel cases de aandacht voor het racistisch gedrag verschuift naar degenen, die dat aankaarten. Racisme is dan niet meer het probleem dat onderzocht moet worden; het probleem is de zogenaamde ‘woke’-reactie erop. Mensenrechten verdedigen wordt als woke gezien. Al doende wordt wederom een vijandbeeld gecreëerd: aan de ene kant de gewone witte mensen – net als ik – en aan de andere kant een zogenoemde progressieve elite – waar ik eveneens toe behoor – die anderen zou willen opleggen wat ze moeten denken en mogen zeggen. Antiracisme, feminisme, LGBTQ+-rechten en migratie worden tegenwoordig als onderdelen van één ‘woke’-agenda voorgesteld.

Dit alles maakt onderdeel uit van een cultuurstrijd. En cultuurstrijd is voor extreemrechts geen randverschijnsel, maar een omvangrijk politiek instrument. Het is een strijd, die we ondanks artikel 1 in onze grondwet, moeten blijven strijden, want er zal, vanwege alle aanhang van extreemrechts gedachtegoed, ondanks de lage waterstanden nog veel water door de Rijn stromen voordat die papieren waarheid binnen onze samenleving werkelijkheid gaat worden.

Dit alles naar aanleiding van “Ching chang chong” (“ccc”), door ‘FabioW’ gebruikt om zijn muziek te reposten. FabioW is de artiestennaam van de 28-jarige Antwerpse Sebastiaan Van Thilborgh.

Lees hier het oorspronkelijke artikel, dat mij inspireerde voor bovenstaande, en klik hier voor zijn website.

Naar vreedzame co-existentie of volharden in vijandschap?

Is Rusland de vijand, die Europa moet breken, of het buurland, waarmee het moet leren samenleven? Die keuze bepaalt of Europa richting oorlog of vreedzame co-existentie beweegt, aldus Miel Dullaert (* 1948) [en mij; GjH], en hij noemt dit een fundamentele kwestie.

De confrontatie van Europa met Rusland of de Sovjet-Unie is niet nieuw. Eeuwenlang trokken Europese coalities herhaaldelijk ten oorlog tegen Rusland, vaak gedreven door antisocialistische, koloniale en raciale motieven. Vandaag dromen sommige invloedrijke westerse politici over het wraak nemen op de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog (de grote nederlaag van Hitlers nazistische Duitsland). De drang naar revanche en vergelding bleef na WOII voortleven. Het is nu vooral een strijd tegen het Russisch antifascisme. In Duitsland gaan er steeds meer stemmen op om zich voor te bereiden op een oorlog tegen Rusland. Zo dreigt de Duitse luchtmachtcommandant Holger Neumann openlijk om Rusland aan te vallen. Sevim Dagdelen, voormalig Duits Europarlementslid verwijst naar de retoriek van de Duitse rechtse Christen Democratische Unie (CDU) over de “noodzaak van een Russische capitulatie”. CDU-politicus Roderich Kiesewetter zei dat “Europa moet streven naar de overgave van Rusland”. EU-Commissaris voor Buitenlandse Zaken, de Baltische Kaja Kallas spreekt met dezelfde toon. Zij stelt openlijk dat alles in het werk moet worden gesteld “om Rusland te laten uiteenvallen, naar het model van Joegoslavië” [Daar is de Verenigde Staten van Amerika ook voor].

Toch hoeft men geen politiek genie te zijn om in te zien dat [na zo’n begeerde Russische capitulatie Amerikaanse atoomraketinstallaties langs de Russische grens gebouwd zullen gaan worden. Aangezien Amerikaanse dreiging zonder gelijksoortige Russische dreiging van de VS zoiets als zelfmoord is, is daarom een atoomoorlog op Europees grondgebied vele malen voor de hand liggender dan Russische capitulatie, waardoor; GjH] de enige weg voor de toekomst van de Europese volkeren vroeg of laat ‘vreedzame co-existentie met Rusland’ is, waarin de veiligheid van beide buren gewaarborgd wordt en de voormalige win-win relaties worden hersteld.

Echter, een vreedzame co-existentie en zelfs partnerschap met Rusland wordt met alle mogelijke middelen bestreden door Washington en zijn Europese vazallen. De NAVO en de VS zijn, aldus Dullaert en mij, de hoofdverantwoordelijken voor de gespannen relaties met Rusland. Washington heeft sinds het einde van WOII een verdeeld Europa in de hand gewerkt en voert wereldwijd een koloniale oorlogspolitiek [om haar mondiale alleenheerschappij (zo lang mogelijk) te behouden en (China en) Rusland dus zo klein als mogelijk te houden; GjH].

De grote vraag is hoe de draad weer kan worden opgepakt voor het streven naar vreedzame co-existentie, zoals ook memorabele voorgangers in onze eigen gelederen bepleitten, te weten Enrico Berlinguer, Willy Brandt, Charles de Gaulle, Pierre Harmel en Josip Tito? Oftewel, hoe kan het destructieve militaristisch spoor van vandaag verlaten worden [voordat er werkelijk een Europese oorlog van komt met ongekende ellende voor miljoenen Europeanen; GjH]?

Dullaert doet een voorstel; lees het hier.

Een oplossing voor veel van de huidige crises

Een oplossing voor veel van de huidige crises is binnen handbereik. Het enige dat we hoeven te doen om die op te lossen, is Nederland samenvoegen met Vlaanderen; nieuwe verkiezingen uitschrijven, kennis nemen van het gedachtegoed van de Belgische PVDA (allemaal typografische kapitalen), daarnaar leven en daarop stemmen, zodat die partij onze samenleving met onze inspraak kan herorganiseren.

Klik hier om meer te weten te komen over de ideologie van de Belgische PVDA; wel even doorlezen of doorkijken tot de laatste vraag…

Over onze voorouders

Toen Charles Darwin (1809–1882) in 1859 zijn ideeën ontvouwde over de herkomst en verwantschap tussen al wat leeft, bleek er onverwacht veel belangstelling voor zijn evolutietheorie. Tien jaar later werd door Johann Friedrich Miescher (1844-1895) DNA in de cellen van al wat leeft ontdekt. Inzichten, die daaruit voortkwamen, bevestigden het gedachtegoed van Darwin en scherpten Darwin’s evolutietheorie aan. En DNA  bepaalt niet alleen onze persoonlijke eigenschappen, maar via DNA kunnen we inmiddels ook nagaan in hoeverre we voorouders hebben die tot dezelfde soort als wij behoren. Zo is inmiddels algemeen bekend dat Homo sapiens, waar wij in de biologie toe behoren, zich ook met neanderthalers en denisovamensen heeft voortgeplant. Homo sapiens ontstond ongeveer 300.000 jaar geleden in Afrika. De mensensoort neanderthaler leefde op het grondgebied van het huidige Europa en delen van Azië van omstreeks 400.000 tot circa 40.000 v.Chr. en is gedurende een periode van honderdduizenden jaren geleidelijk geëvolueerd vanuit de mensensoort Homo heidelbergensis. De denisovamens heeft zich circa 200.000 jaar geleden afgesplitst van de voorouders van de moderne mens en de neanderthaler, en zich verspreid over Zuidoost-Azië. Waarschijnlijk kwam het ca. 30.000 jaar geleden in Zuidoost-Azië weer tot een vermenging van beide soorten.

Volgens recent onderzoek blijken nog minstens twee andere mensachtigen hun sporen te hebben nagelaten in ons hedendaags DNA. Een eerste verwante voorouder zou met de Homo sapiens in contact zijn gekomen voor de migratie uit Afrika, zo’n 50.000 jaar geleden. De sporen van deze ontmoeting zijn terug te vinden in hedendaags genetisch materiaal van mensen uit zowel Afrika als daarbuiten, iets wat niet het geval is voor neanderthalers of denisovamensen. Wel gaat het om een menssoort die zich ongeveer op eenzelfde moment van onze evolutionaire stamboom afsplitste als deze twee gekende verwanten, namelijk zo’n 800.000 jaar geleden. Het DNA van de andere onbekende menssoort – in het onderzoek als ‘super-archaïsch’ bestempeld –  kwam via de denisovamens onze genoom binnen. Het gaat om een soort mensachtige ontstaan uit een genetische lijn 1,8 miljoen jaar geleden. Die zou zich 200.000 jaar geleden ergens in het huidige Azië of Europa met denisovamensen hebben voortgeplant. Die laatste bracht op zijn beurt een heel kleine fractie van dit super-archaïsch DNA bij de moderne mens binnen.

Zo blijkt de menselijke evolutionaire geschiedenis steeds minder een stamboom, maar gaat het eerder om een web met complexe verbindingen.

Meer lezen kan hier.

Gelegaliseerde belastingontwijking op basis van een foute ideologie

Wie het heeft over een ‘fiscaal paradijs’, denkt aan exotische oorden als de Bahama’s, Bermuda of de Kaaimaneilanden, maar ook EU-lidstaten België en Nederland zijn voor multinationals belastingparadijzen. Dat komt door de enorme mazen in hun wetgeving omtrent de vennootschapsbelastingen.

Hoe werkt dat: een multinational schrijft mee aan (voorbereidende) wetgeving conform de richtlijnen van het OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) om belastingontwijking tegen te gaan. Regeringen implementeren die wetgeving in hun fiscaal systeem. Daaruit blijkt dan vervolgens al jaren dat bijvoorbeeld het Brits-Nederlandse Shell in België en Nederland nagenoeg geen winst maakt, omdat de ‘kosten’ daar hoger zijn dan de ‘opbrengsten’. Maar in de Bahama’s, waar geen winstbelasting wordt geheven, weten 37 Shell-medewerkers tussen 2018 en 2023 een winst van $ 6,2 miljard te genereren. De feitelijke – maar boekhoudkundig weggewerkte – winst van Shell in Nederland wordt dan ook geschat op € 1.1 miljard. En dat gaat nog alleen over de multinational Shell; volgens Deepseek zijn in Nederland 20.200 buitenlandse multinationals actief en 11.300 Nederlandse, en Nederland is niet alleen voor Shell fiscaal zeer tolerant.

Echter, het probleem is niet dat multinationals als Shell de OESO-regels weet te omzeilen. De fundamentele kwestie zijn de regels zelf die dit toelaten. Het doel van een multinational is om winst te maximaliseren en dat een dochteronderneming (zoals die van Shell op de Bahama’s) uitsluitend worden opgericht om belastingen legaal te ontwijken. Het veronachtzame doel van onze regering is eerlijk en naar redelijkheid belasting te heffen om het binnen geharkte gemeenschapsgeld aan nutsvoorzieningen te kunnen besteden. Nu is juist dáár altijd te weinig geld voor, waardoor we al decennia te maken hebben met sociale inleveringen voor de gewone huishoudens (huishoudens waarbij inkomen uit arbeid geworven wordt). In de volksmond heten deze sociale inleveringen ‘hervormingen’.

De huidige Nederlandse regering onder leiding van liberaal Rob Jetten (D66) is – net als de Belgische federale regering met rechtsliberalen (NVA en MR), christen-democraten (CD&V en Les Engagés) en de Vlaamse sociaal-democraten (Vooruit) – niet van plan om deze regels aan te passen. Erger nog, zij verdedigen het huidige systeem van vennootschapsbelastingen. Dat een Nederlandse minderheidscoalitie van centrumliberalen (D66), rechtsliberalen (VVD) en conservatieve christen-democraten (CDA) deze wantoestand blijft tolereren, valt ideologisch nog te vatten, maar ook vorige coalities met de sociaal-democratische PvdA als coalitiepartner hebben dit nooit aangepakt. Jeroen Dijsselbloem was als laatste PvdA-minister van financiën (2012-2017) net als de conservatieven en liberalen een openlijk voorstander van deze wanpraktijk. Zo moeten we ons afvragen wat nog sociaal-democratisch is aan de PvdA en Vooruit.

Met unitaire belastingheffing zouden de betrokken landen eindelijk hun eerlijke deel van de belasting kunnen krijgen. SOMO, de Nederlandse Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen, die 200.000 vertrouwelijke documenten van oliegigant Shell heeft geanalyseerd en daarover heeft gerapporteerd, schrijft dat de OESO-regels nu niet meer zijn dan een rookgordijn en besluit: “Het enige wat nu nog nodig is, is politieke wil”. Daar is voorlopig met de huidige regeringen geen sprake van. Dit systeem dat grote bedrijven toelaat massaal belastingen te ontwijken, is niet het gevolg van een of andere economische logica. Het is een ideologische keuze. Wanneer er politieke wil zou bestaan om deze praktijk aan te pakken, is een handleiding reeds voorhanden. Er bestaat immers al een internationaal kader dat kan worden overgenomen: de ‘UN Framework Convention on International Tax Cooperation van 2024’.

Het oorspronkelijke artikel lezen kan hier.