Voor socialisten en andere weldenkenden (die oudjaar denken te halen)

Vanaf nu is “De Gutmensch scheurkalender 2022” te koop. Ruimschoots op tijd en volgens hetzelfde recept van 2021. Met “De Gutmensch scheurkalender 2021” wilden de makers het maatschappelijke debat over asiel, extreemrechts, migratie en vluchtelingen een beetje richting fatsoen bijsturen. Dat vonden ze nodig en het bleek vorig jaar een succes. Die voor komend jaar biedt weer achtergronden, adviezen, argumenten, grappen en houvast voor mensen zoals ik*. Meer dan 70 cabaretiers, cartoonisten, dichters, fotografen, journalisten en schrijvers vulden een of meer van de 730 blaadjes (beide zijden zijn bedrukt). Zo kunnen we ons ook in 2022 dagelijks op een lichtvoetige manier laten informeren over de wereld waarin wij leven.

De Nederlandse onderzoeksjournalist en schrijver Linda Polman is de samensteller ervan. Als freelancer verbleef zij lang op het Zuidelijk halfrond van onze planeet – voornamelijk in Afrika – waar zij vaak getuige was van het optreden van internationale instellingen en non-gouvernementele organisaties (ngo’s); niet ingehuurd als journaliste om op de fraaie dingen te wijzen, maar zij schreef ook over de wrange achterkant van veel interventies. Dat deed ze bijvoorbeeld in “De Crisiskaravaan” (2008) en “Niemand wil ze hebben” (2019), maar ook voor The Guardian, NRC Handelsblad, The Times en de Volkskrant. Jongsleden kerstavond was zij nog voor de VPRO tijdens een Marathoninterview in gesprek met Hans Jaap Melissen.

De Amsterdamse Uitgeverij Jurgen Maas zorgde voor een mooi eindproduct. Zij richten zich vaker op journalistieke en literaire non-fictie, met speciale aandacht voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika, naast Nederlandse en naar het Nederlands vertaalde poëzie en proza.

Ik ga er binnenkort voor naar ‘mijn’ boekwinkel. Ik weet alleen nog niet hoeveel ik er kado ga geven.

Bronnen: “Gutmenschen aller landen: scheuren maar!” door Walter Lotens via DeWereldMorgen op 14 september 2021, Wie de Gutmensch veracht, moet de Übermensch eren door Hans Schnitzler via JoopBNNVARA op 30 september 2011 en “Friedrich Nietsche” via Wikipedia op 15 september 2021.

* ‘Gutmensch’ is – in de mond van anders denkenden – een links gekkie, een linkse landverrader, een vluchtelingenknuffelaar en soortgelijke scheldsynoniemen; het is een mens zoals ik, dat probeert op basis van ethiek te handelen. De strijdbare Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844 – 1900) fulmineerde op meerdere plekken in zijn boeken tegen sociaal denkende mensen. Hij karakteriseerde ons als ‘onpeilbaar leugenachtig’ en noemde ons ‘de schadelijkste mensensoort’. Zijn filosofische concept werd dan ook belichaamd door de Übermensch, waarmee Adolf Hitler (1889 – 1945) later aan de haal ging door mensen van het Germaanse ras over te waarderen en neer te kijken op andere mensenrassen. Nietzsches denken, dat grote invloed heeft gehad op ons denken, was een doorlopende herwaardering van voorafgaande filosofische concepten met de kennelijke bedoeling uiteindelijk elke metafysica en moraal achter zich te laten. De mens die, in tegenstelling tot zijn Übermensch, vanwege haar of zijn idealisme te dom blijkt om voor de duvel te dansen, noemde hij een Gutmensch. Vandaar dat sociaal voelende mensen nu in gesprekken wel eens ironisch, neerbuigend en sarcastisch een Gutmensch genoemd worden. Vertaald uit het Duits zou het een ‘weldoener’ zijn. Maar dan een, die door en door onbetrouwbaar is, onwaardig om van repliek te dienen en zo wereldvreemd dat opname in een inrichting het beste voor de samenleving zou zijn. In de titel van de scheurkalender is de term als geuzennaam gebruikt.

Festival Veenhuizen

Ik: Vanavond ga ik naar Veenhuizen voor een Muziekfestival daar.

Ander: Niet omdat je onlangs een borrel teveel op had, neem ik aan.

Weer een ander: Daarover heb ik een boek gelezen. Dat zal je zeker interesseren, over hoe dat er indertijd toeging. “Het pauperparadijs: een familiegeschiedenis”. Het was zo’n klein boekje, dat gedrukt was op bijbelpapier, zal ik maar zeggen. Van een uitgeverij, die eerder bijbels maakte en daarvoor dus de expertise in huis had. Suzanna Jansen had het geschreven.

Ander: Dus niet van die wielrenner, die in 1967 de Tour de France won, Jan Janssen. Of nee, dat was de Ronde van Spanje. Die had hij ook gewonnen. In 1968 won hij de Tour de France, die toen nog de Ronde van Frankrijk genoemd werd. Weten jullie dat de organisator van de Tour de France Henri Desgrange heette en hoofdredacteur was van het tijdschrift “L’Auto”.

Die andere ander weer: Ja, die schreef toch het bekende wielerboek “La tete et les jambes”. Dat blad heette overigens “L’Auto-Velo”.

Ander: Oh ja, en vanwege de gele papierkleur van dat tijdschrift kreeg de leider van de Tour ook een gele trui. Daar zijn later de blauwe trui, de bolletjestrui en de regenboogtrui bijgekomen. Dat zijn natuurlijk geen truien, maar sportshirts, made in China, als ze niet in Bangladesh gemaakt worden.

Nog een ander: Daar komen toch steeds cyclonen, tornado’s en vloedgolven voor?

Ander: Ja, de Volksrepubliek Bangladesh, want dat is het, heeft nogal wat problemen. Ook met arbeiders, die bewaakt in bouwvallen moeten werken. Gelukkig wordt dat Bangladesh-akkoord binnenkort waarschijnlijk verlengd. Ik vind het – als je het mij vraagt – wel belangrijk dat textielarbeiders daar beschermd worden.

Ander (tegen mij): Dat zal jij vast ook wel vinden, of maakt jou dat niets uit?

En zulk geklets hield het gezelschap, waarin ik elk jaar rond deze tijd een avond verkeer, uren vol. Tot de verjaardagsborrel, het hoofdgerecht en het nagerecht genuttigd waren. Dit waren slechts 2 minuten van die avond, die 3 uren op dezelfde energie – zal ik maar zeggen – voort kabbelde. Tussendoor had ik terzijde ook nog 2 werkelijke gesprekjes. Nèt op tijd om in te checken bereikten mijn vriendin en ik ons hotel.

De volgende dag luisterden we onder een heerlijk zonnetje op verschillende locaties in het voormalig concentratiekamp voor armen, bedelaars, landlopers en wezen een stel verrukkelijke voorstellingen op. Ik dacht terug aan de nu nog steeds bewaakte arbeiders in Bangladesh en stelde vast dat er door de tijden heen toch ook niet genoeg verandert.

De huisband van Podium Witteman, Fuze, had daar in Veenhuizen een prachtig programma samengesteld. Wij zagen de ongepolijste Lidy Blijdorp virtuoos haar cello bespelen, het lollig en vaardig Nieuw Amsterdams klarinetkwartet, natuurlijk ook de boeiend vertellende Suzanna Jansen met een indringend verhaal over ‘Catootje en de eik’ precies op de plaats waar het verhaal in 1828 begon, de amusante Sterre Konijn met haar prachtig ensemble en nog zo wat. Al die muziek, het geamuseerd publiek, dat indringende verhaal van Catootje, de zon op de verschillende terrassen en tuinen waar we nu naar believen (met een kaartje) in en uit konden lopen; het werd me soms even teveel, zodat ik een traan uit mijn ogen moest pinken.

Kortom, het was een prachtige dag waarop we van plek naar plek heen en weer fietsten, tijd vonden om oud-bekenden van mijn vriendin te spreken en enkele voor haar dierbare plaatsen te bezoeken.

De volgende dag keerden we weer huiswaarts via een familielid van mij, anderhalf museum, een restaurantbezoek en een wandeling waarbij we – alsof het niet op kon – onverwacht getrakteerd werden op een concert vanuit een waterpartij. Dat had dan weer met het Oranjewoudfestival te maken.

Chappeau, Lale Gül!

In Schotland lopen mannen in rokken, dat is de uitzondering die de regel bevestigt. Elders op de wereld lopen mannen in broeken, is het idee. Vrouwen kunnen hier in rokken, jurken, en nadat mijn moeder de broek ooit uitprobeerde, ook in broeken rondlopen zonder aanstoot te geven.

Echter daar blijven de verschillen tussen aanstootgevend gedrag tussen mannen en vrouwen niet bij, als ik “Ik ga leven” lees; de autobiografische debuutroman van Lale Gül (in 1997 geboren te Amsterdam). Met plezier las ik haar aanklacht tegen wat haar als meisje aangeleerd is en wat er van haar verwacht werd, al is ‘plezier’ hier niet het juiste woord. Allereerst valt mij haar grote woordenschat op. Haar inzichten maken mij duidelijk dat deze jonge vrouw kaf van koren kan onderscheiden en weet waarover zij het heeft.

Ik las haar boek als een – mijns inziens terechte – aanklacht over wat meisjes in zo’n beetje elke opvoeding aan vrouwbeelden bijgebracht wordt, en wat jongens aan manbeelden meekrijgen voordat zij op eigen benen staan. En ook las ik haar boek als een aanklacht tegen het overgeleverd zijn aan familieleden, gezinsleden, klasgenootjes, ouders, vrienden en vriendinnen van alle kinderen, zolang zij afhankelijk zijn. Een lange eerste periode van ons leven kunnen we het treffen, maar kan ons in de fases van baby tot adolescent net zo goed veel rampspoed overkomen; ellende en ellendige wereldbeelden bijgebracht worden, die onze levens vervolgens tekent.

Gül, die in het boek met ‘Büsra’ aangesproken wordt, vertelt over haar ervaringen en zielenroerselen vanuit haar perspectief, maar volgens mij heeft zij het over min of meer alle opgroeiende meisjes. Net als Jan Siebelink ook voor mij herkenbaar heeft geschreven over zijn indringende opgroei-ervaringen in zijn veel extremere nestje dan dat van mij, schrijft Gül vast voor velen herkenbaar over de hare. Ik vermoed dat alle mensen gelijksoortige ervaringen hebben, en vind haar debuut daarom voor velen een aanrader. Een verschil met Siebelink is dat hij kon wachten met publicatie, terwijl het voor Gül steeds ingewikkelder wordt toe te geven aan de groepsdruk van haar leefomgeving totdat zij een poging doet ook openlijk haar eigen weg te kiezen. Gül weet uitdrukking te geven aan het moment in ieders leven waarop ‘Ik moet wel’ plaats maakt voor ‘Moet ik wel?’.

Wat de gevolgen voor Gül ook zijn; dit boek moest volgens mij ooit geschreven worden. Gül beschikte over het intellect en het inzicht om dat te doen. Chappeau! Haar dubbel-aanklacht dwingt bij mij niets dan respect af. Voor mij was het daarnaast ook aangenaam, leerzaam en verijkend om over haar ideeën en levenswandel tot nu toe te lezen.

Wellicht denken we soms dat onze samenleving bijna af is; lees dat boek dan maar eens u voortdurend afvragend in hoeverre het feitelijk exceptioneel is wat Gül schrijft.

Achter onze culturele rijkdom

Vanmorgen keek ik lang naar de foto op pagina 18. Een jonge vrouw in het zwart staarde vanuit een stoel terug. Een knappe vrouw. Haar ogen staan onderzoekend; het zal een wilskrachtige vrouw zijn met een open mind, zoals we dat tegenwoordig in goed Nederlands zeggen. Dat ‘jonge’ moet u maar met een korreltje zout nemen, want met mijn 67 vind ik iedereen onder de 40 jong.

Het bekijken van de foto  was voor mij als het plaatsnemen op een vluchtheuvel. In de Groene werd deze vrouw opgevoerd als prominent denker over de grote problemen waar onze nieuwe regering na 17 maart voor komt te staan. Halverwege dat artikel kon ik even rust nemen door naar haar foto te staren, om het opiniestuk vervolgens uit te lezen. Haar scherpzinnige analyse van de wereld geeft mij moed voor de toekomst. “Fijn dat we zulke landgenoten hebben”, denk ik dan.

Op een enkele gevierde kunstenaar na, leven de meeste beeldend kunstenaars – net als podiumkunstenaars – ook als levenskunstenaar. Bloei-jaren waren voor veel van hen hier de ’60er en ’70er jaren, maar daarna kwam de klad er weer in. En de klap van de bezuinigingen van het kabinet Rutte-I in 2013 is de sector nooit te boven gekomen. Cultuur moest gaan ondernemen, kunstenaars moesten de markt op, musea, podia en theaters moesten meer eigen inkomsten genereren om ‘de eigen broek’ op te houden. Met het aanbreken van de coronacrisis bleek de markt als heilige graal voor cultuur een lege huls.

Mensen leven in een staat van permanente concurrentie. Daar gaat het ontzettend mis

Nu gaat kunst altijd over samenleven. “Kunstenaars voelen en geven uitdrukking aan gevoel, ze verbeelden wat ze in de samenleving oppikken. Ik vind dat mooi om te zien en ik ben er trots op, maar ik vraag me ook af wat daaraan ten koste gaat”, vertelt Zippora Elders, de vrouw op de foto. Ze noemt de diepe kloven, die door de samenleving lopen. Het feit dat mensen zich niet veilig voelen en wantrouwig zijn naar de gevestigde orde. De toeslagenaffaire, (seksueel) misbruik en de manier waarop de aantijgingen tegen kunstenaar Juliaan Andeweg de beeldende kunst in het hart raakten, lieten zien dat dat onveilige gevoel met goede reden is. De Black Lives Matter-beweging die heeft laten zien hoe niet alleen in Amerika, maar over de hele wereld bepaalde groepen stelselmatig worden uitgesloten. De doorlopende klimaatcrisis en nu dan de coronapandemie.

Zij denkt dat “het belangrijk is dat we een gelaagd systeem hebben met een gelijke verdeling van middelen, waarin lokale gelden worden verdeeld door lokale commissies. Maar”, zegt zij, “je ziet aan het cultuurbeleid dat de neoliberale waarden van de overheid hun weerslag hebben op hoe het bestel functioneert.

Je leven wijden aan het maken van het ‘nutteloze’ is een politieke keuze

Er is in de cultuursector sprake van een ogenschijnlijke vorm van vrijheid als het gaat over ondernemerschap. Als jij je eigen inkomsten kunt regelen en op die manier je relevantie kunt aantonen, dan gaat het wel goed. Maar uiteindelijk zorgt dat voor enorm veel bureaucratie. Elders: “Alle culturele instellingen zijn voortdurend bezig met cijfers, kwantificeren, verantwoordingen. Nu door corona een groot deel van de eigen inkomsten wegvalt, zie je dat de grote spelers, zoals de grote musea die daar afhankelijk van zijn, meteen wegzakken. Tegelijkertijd is er generieke noodsteun die niet voldoende oog heeft voor de differentiatie van werkers in de cultuursector, waardoor die voor een groot deel buiten de boot vallen. Of door de partnertoets ineens weer afhankelijk worden van hun partner.

 “Achter onze enorme culturele rijkdom gaan veel mensen schuil, die kwetsbaar zijn, die amper kunnen rondkomen. Mensen die te hard werken waardoor er voor andere agenda’s te weinig ruimte overblijft. Van cultuur wordt verwacht dat zij bijdraagt aan de maatschappij, met verbeelding, schoonheid, zingeving en spel, maar die waarden zijn moeilijk te vinden als er bijna geen ruimte is om buiten het neoliberale kader te opereren. Mensen leven in een staat van permanente concurrentie, in de kunst ten opzichte van collega-instellingen en medekunstenaars. Daar gaat het”, stelt Elders, “ontzettend mis.”

Werken in de culturele sector is gewoon werk en zij vindt dat het ook gezien moet worden als werk, met een volledige positie in de maatschappij die bijdraagt aan onze welvaart, en dus ook mag rekenen op een deel van die welvaart. En niet alleen om het ‘vuile’ werk op te knappen, waarmee zij doelt op het harde werken aan thema’s waar de overheid zelf meer aan zou moeten doen. Over de toeslagenaffaire vraagt zij zich bijvoorbeeld af: “Waarom zie ik zo weinig verbinding? Rutte heeft het woord ‘schamen’ gebruikt, maar op zo’n analytische manier dat ik dacht, hoe voel je dat nu echt? Er zat een soort afstand in terwijl, mijn hemel, waar hebben we het over: ‘extreem onrecht’, ‘mensen die op basis van tot welke groep ze zouden behoren’ zijn uitgesloten. Hoe kun je daar met afstand naar kijken? Daar zit gevoel en de kunst brengt dat gevoel in de samenleving.Überhaupt kunstenaar zijn, je leven te wijden aan het maken van, volgens sommigen, het ‘nutteloze’, ziet Elders al als een politieke keuze.

Fijn en geruststellend dat dit type mens ook onder ons is

Elders: “Ik ga niet uit van slechte intenties, maar zie wel dat mensen elkaar niet begrijpen en daarom is de dialoog belangrijk. Ik denk dat je het debat niet moet schuwen. Het is alleen niet altijd leuk.

Die kloven in de maatschappij en mensen die zich niet gezien of veilig voelen, hebben ook te maken met klassenverschillen waarvoor te weinig aandacht is. Ook dat gaat over arbeid herkennen en serieus nemen, kortom fair practice”, zegt Elders. We moeten voorkomen dat de ambities nu ondergesneeuwd raken, spreekt zij zichzelf en haar sector toe, want ook op het gebied van de Code Diversiteit & Inclusie, de Fair Practice Code en de Governance Code Cultuur kan kunst een voorbeeld zijn voor de maatschappij, ook daarin kan de kunst gaan doorvloeien tot nut van onze samenleving. Zij maakt zich er persoonlijk dag in dag uit hard voor.

En dat met haar 34 jaar”, denk ik dan dus, en ook: “Fijn en geruststellend dat – buiten de pulp die massamedia ons brengt – dit type mens ook onder ons is!” Mijn dag begon zo weer goed.

Bron: “Kunst brengt gevoel in de maatschappij; Het eerlijke verhaal: Zippora Elders” door Roos van der Lint via DeGroeneAmsterdammer op 24 februari 2021.

Zijn wij goede voorouders?

In meer of mindere mate zijn veel mensen geïnteresseerd in de geschiedenis van het dorp of de stad waar zij wonen of van de regio waar zij tijdens een vakantie verblijven, en bij veel mensen boezemt de vondst van Neanderthaler-botten en bewaard gebleven lichamen van inmiddels duistere tijden hen (en mij) ontzag in. Toen ik me bijna 10 jaar geleden in Maartensdijk vestigde heb ik ook al snel “Maartensdijk; Geschiedenis en architectuur” (2000) door Michiel Kruidenier en Joost van der Spek gelezen. Daardoor denk ik een en ander te begrijpen van wat er in mijn woonomgeving te zien is. En op deze blogsite heb ik zelfs onlangs nog een verhaal geschreven naar aanleiding van de vondst van 10.000 jaar oude voetstap-afdrukken in de huidige staat Nieuw Mexico in de Verenigde Staten van Amerika. Dat was op 21 oktober jl..

Wij zijn hoe dan ook de erfgenamen van schenkingen uit het verleden. Denk maar aan de immense nalatenschap van onze voorouders: zij deden in de tijd dat die voetstap-afdrukken gemaakt werden al hun eerste wetenschappelijke ontdekkingen, onze voorouders leerden gebruiksvoorwerpen en vuur te maken, legden waterwegen aan, ontgonnen land, ontwikkelden ideeën over recht en onrecht, vonden een taal uit met abstracte begrippen, het schrift en de boekdrukkunst, waardoor reeds voor onze geboorte onze inzichten en kennis ongeëvenaarde proporties aannamen. Zij schiepen de grote kunstwerken waarvan sommige aan ons overgeleverd zijn, ze stichtten nogal eens de steden waar wij nu nog altijd wonen en zij strooiden de eerste zaden uit, eerst in Mesopotamië en later overal waar zij woonden.

Dit roept de vraag op hoe onze nakomelingen over 10.000 jaar mogelijk zullen terugkijken op ons doen en laten in wat wij nu de 20ste en 21ste eeuw noemen. Zijn wij goede voorouders?

(Inspiratie-)bron: “De vooruitkijkende Samaritaan; over de tirannie van het nu” door Roman Krznaric in De Groene Amsterdammer van 6 januari 2021.

Het verhaal van 10.000 geleden is gemakkelijk te vinden door hiernaast in de categoriewolk op “Proza en/of poëzie” te klikken. Het is dan het eerste verhaal dat verschijnt en heeft de titel: “Een wandeltocht van even geleden”.

“Ongekend onrecht”

Zo’n kinderopvangtoeslag-affaire is bij golven groot nieuws. Zo groot dat er soms op één dag verschillende nieuws-items over gemaakt en aan ons voorgeschoteld worden. Echter, vandaag – na één dag – hebben al die items alweer plaats gemaakt voor andere onderhoudende onderwerpen*. Alsof de kous af is wanneer de regering zich – eindelijk en voor de zoveelste keer – bij monde van de premier voorneemt om de kafkaiaans behandelde ouders te compenseren. Echter, wat ik in al die nieuwsberichten mis, is een antwoord op mijn vraag of deze affaire niet het topje van een ijsberg is; en wat zegt het gebeurde over het mensbeeld van onze politieke machtshebbers? En wat zegt het doorschuiven van verantwoordelijkheden naar het bordje van een ander over de vakbekwaamheid van de hotemetoot in kwestie?

Wat mij in alle berichten over deze affaire stoort, is dat gesuggereerd wordt dat dit een incident is. Zo kunnen we ook de problemen voor mensen met een exotische achternaam, om in onze samenleving een bij hun talenten passende plek te verwerven, ‘iets incidenteels’ noemen. Net als de achterdochtige behandeling van asielzoekers door onze Immigratie- en Naturalisatiedienst, of de tijd van behandelaars, die zij moeten stoppen in verantwoording in plaats van behandeling, of de verhoging van het laagste BTW-tarief; zijn dit allemaal incidenten? Is de denigrerende behandeling van mensen met een bijstandsuitkering door ons Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen ook een incident? En de verlaging van belasting op dividend, de schopstoel waar flexwerkers en zelfstandigen zonder personeel op zitten, het racisme van handhavers waaronder onze politie, het steunen van semi-overheidsorganisaties als musea, onderwijsinstellingen, verpleeghuizen, ziekenhuizen, zorg- en welzijninstellingen op onbezoldigd personeel, het tekort aan politie-agenten, het gebrek aan ministeriële regie tijdens heel de corona-pandemie, het bestaansrecht van voedselbanken in zo’n rijk land als het onze, de regeling dat er – zelfs voor chronische patiënten – financiële drempels opgeworpen worden om van de zorg gebruik te maken, het door corona-slachtoffers zichtbaar gemaakte tekort aan ziekenhuisbedden, en dat we in december moeten gokken voor welke zorg we ons het jaar daarop verzekeren? Volgens mij gaat het hier stuk voor stuk over zaken met soms “ongekend onrecht” tot gevolg, om maar een zinsnede uit het eindrapport, waarin de kinderopvangtoeslag-affaire behandeld wordt, aan te halen. Maar zijn dat stuk voor stuk incidenten? Omdat ik deze onvolledige opsomming zo uit mijn mouw schud, geloof daar niets van!

In 1990 zei onze toenmalige minister-president dat Nederland ziek is. Wat mankeert onze volksvertegenwoordiging sindsdien om ons al zulk ongekend onrecht aan te doen?

En dan heb ik het nog niet eens over het ongekende onrecht dat onze Tweede Kamer en met instemming van ons kabinet de Europese Unie mensen in het buitenland structureel aandoet of, omwille van eigenbelang, negeert. Net zo min heb ik het over het nalaten van onze volksvertegenwoordigers een passend antwoord te geven op het gestelde in “De grenzen aan de groei” (1972; “The Limits to growth: a global challenge”) van de Club van Rome gedurende de afgelopen 48 jaar.

En wat is er mis met al die mensen, die doodleuk keer op keer op de mensen stemmen, die al dat ongekend onrecht op hun geweten hebben? Ik weet het werkelijk niet.

* Later op de dag werd er toch nog een berichtje over de kinderopvangtoeslag-affaire geplaatst: het zou te vroeg zijn om over aftreden te praten (want de verantwoordelijken hadden de strekking van het eindrapport natuurlijk niet zien aankomen).

Een wijze vrouw (volgens mij)

Silvia Federici (Parma, 1942), professor emerita en Teaching Fellow aan de Hofstra Universiteit op Long Island, New York, heeft over onze Covid-perikelen mij-boeiende ideeën. Zij vindt corona eerder een politieke crisis, dan een gezondheidscrisis. “We zitten sinds eind jaren 60 en 70 in een counterrevolutie van het kapitalistisch systeem in crisis, dat terugslaat als ze bedreigd wordt”, zegt Federici: “Wat we sindsdien hebben gezien is een krachtige tegenreactie. Een aanval op de gedekoloniseerde landen met zware besparingsprogramma’s van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank om een kunstmatige schuld, die in die landen is gecreëerd, te herstellen. Mensen werden onteigend van gemeenschapsgronden, publieke diensten werden geprivatiseerd en er kwam een halt op overheidsuitgaven. Dit alles heeft een massa mensen verarmd en op de been gebracht, die goedkoop ingezet konden worden op de globale arbeidsmarkt. Een andere reactie van het kapitalisme tegen het verzet in het ‘Noorden’ is de versnelde automatisering en de massale investering in technologie om de werknemers-eisen voor betere loon- en werkomstandigheden te omzeilen. In dat proces komen ze nu in een ander soort crisis terecht. Aan de ene kant heb je bedrijven als Amazon, die miljarden winst maken, terwijl aan de andere kant miljoenen mensen hun werk verloren en verarmden. Kijk naar de interestvoeten, die nu bijna op nul staan om opnieuw [economische; GjH] groei te genereren. Dat is heel ongewoon in de geschiedenis van het kapitalisme. Maar behalve in China zitten de meeste andere landen zonder groei. Deze massale sociaal-economische ontwrichting toont het geweld aan van ons kapitalistisch systeem. Het verarmt de mensen, het vervuilt ons ecosysteem, het veroorzaakt epidemieën en volksverhuizingen. Dit systeem is onhoudbaar. Het beschermt het leven niet. En als we dit door hebben, kunnen we de vraag stellen wat we dan wel willen opbouwen?

Het is belangrijk om een duidelijke visie te hebben van die andere maatschappij. Een maatschappij, die gefundeerd is op sociale rechtvaardigheid. En dat we starten met het bouwen van de elementen van die nieuwe maatschappij in ons dagelijks leven en in onze dagelijkse relaties met elkaar. We mogen die zogenaamde revolutie niet projecteren in een verre toekomst.

Corona is een crisis die we in haar bredere context moeten bekijken. Het is vooral een politieke crisis, die we konden vermijden. Covid-19 is een rechtstreeks gevolg van het kapitalistisch systeem, dat zowel het menselijk leven als haar leefomgeving heeft gedevalueerd. Een voorbeeld van die devaluatie is de systematische ontmanteling van ons gezondheidssysteem gedurende de laatste decennia. Ik weet niet hoe het zit in België, maar in de VS is het meedogenloos. We hebben een quasi compleet geprivatiseerd zorgsysteem. Bijvoorbeeld in New York alleen al, waar ik woont, zijn er in 20 jaar 19 ziekenhuizen gesloten voor mensen met een laag inkomen.

Hoe kunnen we die andere wereld inbeelden met ons geïnternaliseerde kapitalistische frame?

Federici: “Ons ontdoen van de geïnternaliseerde kapitalistische mentaliteit is een proces van zelfbevrijding. Het belangrijkste is dat we beginnen met de link te maken tussen de verschillende vormen van uitbuiting en de strijdthema’s van bewegingen.

We moeten ons dagelijkse leven politiseren. Afstappen van die kunstmatige scheiding van de politieke strijd op straat en ons dagelijks leven. Het huishouden, de zorg voor kinderen of ouderen, relaties, voortplanting, dat is allemaal politiek. Ons dagelijkse leven om onszelf in stand te houden is een plek van uitbuiting, maar ook van organisatie. En dat is volgens mij de grote fout, die de door mannen gedomineerde sociale bewegingen in het verleden maakten. Exact, omdat ze die twee scheidden, waren ze inefficiënt.

De coronacrisis heeft een barst geopend. Het is alsof je een glimp opvangt vanuit een deurkier. We staan op een kruispunt waarin openingen zijn naar nieuwe mogelijkheden. Wees bewust dat het antwoord niet meer isolatie’ is, maar juist ‘collectieve actie’. Het idee dat je alleen je hachje kunt redden in deze geglobaliseerde wereld is kolder. We zullen onszelf niet kunnen redden als de meerderheid van de mensen elders in de wereld in oorlog, armoede of een situatie van onderdrukking moeten leven. Zoals de uitdrukking luidt: “Sooner or later the chicken will come home to roost”. De gevolgen van onze acties elders in de wereld zullen we vroeg of laat gepresenteerd krijgen. We moeten stoppen met onze welvaart op te bouwen op andermans lijden. Dát moet hét principe zijn van onze politieke actie.

Haar argumentatie dat ‘onze’ Middeleeuwse heksenjacht – met de gewoonte vrouwen te verbranden – omwille van een kapitalistisch denken momenteel ook in tal van arme landen toegepast wordt, heb ik hier boven niet geciteerd. Net als haar interessante uiteenzetting over hoe vrouwen door de jaren heen altijd onderdrukt zijn. Deze Federici zegt dingen, die mij altijd al aanspreken.

Bron: “Silvia Federici over kapitalisme, corona, heksenjacht en migratiecrisis” door Keltoum Belorf via DeWereldMorgen op 27 oktober 2020.

Zij is te beluisteren via Kunstencentrum Vooruit in Gent: “Silvia Federici; Rethinking and Restructuring Social Reproduction in times of Racist Violence and Global Epidemics”; deze link – met een stream van haar voordracht – is van woensdag 28 oktober 2020.

Wie het hele, boeiende interview met Silvia Federici wil lezen, kan op deze link klikken.

Hoezo ‘Begin bij jezelf’?

Er was een tijd dat ik geloofde. Het motto ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf‘ sprak mij aan als was het iets vanzelfsprekends. In de loop van de tijd ben ik van mijn geloof gevallen, want inmiddels vind ik het een achterhaald, verouderd gezegde.

Een betere wereld begint volgens mij helemaal niet meer bij mijzelf. Dat was misschien nog wel zo toen we nog heel ons leven in een dorp leefden.

In de grote mensenwereld van nu, de media-mensenwereld, geldt dit niet langer. Ik realiseer mij haast dagelijks dat door de Europese Unie en door de Nederlandse regering mede in mijn naam misdaden gepleegd worden tegen de aarde en tegen alles wat daar op leeft inclusief de menselijkheid en mensen. Tegelijk is ‘mijn’ overheid obsessief gericht op economische groei; een kapitalisme dat hand in hand gaat met consumentisme, onderdrukking, uitbuiting en vernietiging, en zij hangt de vrijheid aan voor iedereen om onbeperkt materiële rijkdom te vergaren, met een geweldig grote machts- en vermogenskloof tussen burgers als gevolg. Miljardairs, die meer geld en macht hebben dan menig land. ‘Mijn’ regering behandelt grootbedrijven fiscaal met ondoorzichtige egards en schafte onlangs nog voor bepaalde bedrijven de dividendbelasting af. Daarmee laat zij het onderhoud en het ontwikkelen van nutsvoorzieningen steeds meer over aan huishoudens, die het geld daarvoor bijeenbrengen via de BTW en inkomstenbelasting. Ze praat zoveel met vertegenwoordigers van grootbedrijven en grootbanken dat er sprake is van verwevenheid. Wanneer vooraanstaande politici na verloop van tijd meer dan de Balkenendenorm gaan verdienen bij een grootbedrijf, kijkt daar niemand meer van op. Met burgers of burgerbewegingen, of met haar eigen ambtenaren praat ze niet of nauwelijks; die mogen van ‘mijn’ overheden demonstreren en zich uitspreken, zolang ze maar geen invloed krijgen. Bovendien is ‘ons’ stelsel van progressieve belastingen sinds de 70-er jaren sterk afgevlakt, waardoor de druk meer en meer is komen te liggen op de mensen met de laagste inkomens. ‘Mijn’ regering schafte in de kabinetten sinds Lubbers’ minister-presidentschap allerlei vanzelfsprekende ondersteuning voor kwetsbare mensen af en privatiseert nutsvoorzieningen; ook als die van vitaal belang voor het functioneren van onze samenleving zijn, zodat in geval van nood de private partijen alsnog met belastinggeld ondersteund worden. Zo groeit het besteedbaar inkomen van mensen al decennia niet mee met de jaarlijkse economische groei, terwijl burgers meer en meer in de kou blijven staan; ook als ze kwetsbaar zijn of verward, en ondersteund zouden moeten worden. En ‘mijn’ regering is ook nog eens een notoire dwarsligger als het gaat om harmonisatie van belastingen in Europees verband, waardoor grootbedrijven en particulieren via mijn vaderland belastingen in andere landen kunnen blijven ontduiken en buitenlands èn Nederlands geld kunnen blijven wegsluizen naar weer andere belastingparadijzen. Het pensioenfonds ABP, waar mijn pensioen opgebouwd is, heeft met mijn geld veel geïnvesteerd in sectoren waartegen ik mij mijn leven lang verzet heb, zoals bruinkool-, olie- en steenkoolwinning en de wapenindustrie; en was het maar voltooid verleden tijd dat zij dat deed. Om maar wat voorbeelden te noemen van zaken, die de kwaliteit van de wereld bepalen, en waarom ik van mijn geloof gevallen ben.

Om mijn nietigheid verder met een voorbeeld te illustreren: ik ben al 45 jaar vegetariër, zonder dat dat enig effect heeft gesorteerd. Behalve dan – als bijvangst waar ik wel blij van word – een gezond lichaam en een zuiver geweten bijvoorbeeld op de vlakken van de intensieve veehouderij en overbevissing.

Tenslotte, om de nietigheid van ieder van ons te illustreren: wat te denken van de lege handen waarmee Greta Thunberg nog steeds staat? Zeg tegen haar eens: “Greta, een betere wereld begint bij jezelf.” Wat is haar invloed op het bereiken van een betere wereld?

Nee, het is een dooddoener. Maar uiteraard doet het er vast wèl toe wat ik en ieder van ons doet. Binnen mijn invloedssfeer doet het er wel toe dat ik voorbeeldig leef. Daarom sluit ik me liever aan bij degenen die zeggen:

Besef dat alles wat ieder van ons doet of nalaat politiek is

en

Handel vanuit liefde, heb mededogen, wees verdraagzaam, beoog altijd vrede

Oftewel, leef het hele jaar door naar je (mijn) eigen kerstwensen.

Hardleers

Hygiëne in den Winkel

Nu er zooveel gepraat wordt over de zindelijkheid en hygiëne, moet ik eens de aandacht vestigen op een gebruik, dat mij al sinds lang geërgerd heeft als iets zeer onzindelijks en on-hygiënisch. Het is n.l. in de banketsbakkerswinkel; koopt men daar pralines, borstplaat, enz. enz., dan wordt stuk voor stuk door de juffrouw met de vingers aangepakt en op de weegschaal gelegd. Waarom geen lepel gebruikt? Dat ligt toch voor de hand? Ik vind dat onsmakelijk en heb mij voorgenomen de winkels te vermijden, waar men op die onfrissche wijze de klanten bedient.

‘Een huisvrouw’ in het Nieuws van den Dag op 8 november 1906.

Dit las ik vanmorgen op mijn Historie-kalender van Quest>Delpher. Grappig toch dat het besef een ander zelfs via de huid te kunnen verzieken al zolang onder ons is. Wanneer ik de media een beetje volg, zijn hier nu, 114 jaar later, best veel mensen, die het nog steeds voor lief nemen elkaar misschien te besmetten in plaats van het zekere voor het onzekere te nemen door voor de hand liggende hygiënische voorzorgmaatregels te nemen nu een gevaarlijk virus onze gezondheid bedreigt.

#FysiekeAfstandHouden #HandenWassen #Hygiëne #LichaamsVerzorging #Mondneuskapje #Ontsmetten #WerkenVanuitHuis

Bron: 24 oktober 2020 in de Historie-kalender 2020, uitgegeven door Quest>Delpher.

Een wandeltocht van even geleden

Kom, Enapay, maak je klaar om te gaan”, riep zijn moeder en na een kwartier nog eens. Pas na de derde keer kwam het jochie naar zijn wiigwaas, zijn wigwam zouden wij zeggen, en hij begon te vertellen wat er in zijn spel met de andere kinderen in de nederzetting zonder naam voorgevallen was. Hij vertelde zo enthousiast, dat zijn moeder vergat kwaad te blijven.
We moeten echt gaan, lekker joch. Het is een grote tocht en gevaarlijk bovendien.

Enapay maakte zich klaar terwijl hij verder vertelde en Maska, zijn moeder, zei uiteindelijk: “Hier, doe deze schoenen aan.

Toen ze hem even later aangekleed zag staan, voelde ze hoeveel ze van dat ventje hield en ze zei: “Neem twee kleine speren mee. Dat is wel genoeg.

Maska liep met Enapay naar de doodem, de totempaal zouden wij zeggen, en legde er verse kruiden en zoete aardappelen neer. Ze nam met hugs afscheid van haar broer, die ziek was, van haar moeder, haar vader en van haar twee zussen. Voor haar oudste zus was één hug niet genoeg, Zij keek Maska indringend aan: “Pas goed op, zusje.” Wat later aaide Maska haar twee kleinere kinderen over hun bol. Die lachten eerst terug, maar even later begon de oudste te huilen. De jongere zus van Maska nam het kindje in haar armen. Ook van haar buren in de kleine nederzetting nam ze afscheid. Met een daarvan had ze gisteren nog een aanvaring gehad. Nukkig, en toch zo vriendelijk mogelijk, nam deze buurman afscheid, maar van de buurvrouw kreeg ze ook een warme hug, zoals van de andere buren. Sommige kinderen zwaaiden enthousiast naar Enapay en Maska. “Goede reis, kom heelhuids terug allebei!

Daarna gingen ze op weg, de kleine Enapay en zijn moeder Maska. Speren, eten en water droeg zij in haar hand en in haar rugzak. Hij had twee speren in zijn hand en ook in zijn rugzakje zat water. Enapay herhaalde nog eens uitgebreid hoe het spel verlopen was.

Bij een mooi uitzichtpunt wees Maska de kleine vent op de schoonheid van de natuur. En ze wees hem erop hoe je aan de planten kunt zien waar water is, en waar grote dieren ’s avonds altijd dronken. Toen het jochie moe werd, droeg ze hem een stukje. Daarna moest hij zelf weer lopen. Achter hen hoorde ze aan het gekraak van takken dat een mammoet in de buurt was. Zijn moeder legde een vinger op Enapay’s mond ten teken dat geen enkel geluid nog geoorloofd was. Ze liepen verder en de mammoet ook; hij kruiste hun pad. Wat later praatten ze weer. Maska over haar zieke broer, die misschien niet lang meer zou leven, en hij over de kinderen in de nederzetting en dat hij later met gemak alle dieren zou bejagen. Ook de mammoeten.

Soms liep Enapay links van Maska, soms rechts en dan weer droeg zij hem even. Wat ze niet in de gaten hadden, was dat een gigantische luiaard hen wel in de gaten had. Het beest twijfelde, maar riskeerde de aanval niet. Het keek wel uit om de aandacht van de mammoet op zich te richten. Zo liepen moeder en kind aan de oever van een groot meer in een rechte lijn naar de jagende mannen een stuk verderop in de wildernis. Maska begon erover wat Enapay te doen zou krijgen als jongste jager en ze vertelde dat hij na twee nachten samen met zijn vader en de andere jagers weer thuis zou komen.

Op een heuveltje met weer zo’n mooi uitzicht, voor hen gewoon maar wij zouden onze ogen uitkijken, floot Maska en haar fluiten werd beantwoord. Het bleek haar jongste broer te zijn, die haar gehoord had. Hij bracht Maska en Enapay naar haar man en zijn vader. “Wat fijn dat je ons komt versterken, kleine vent! Dat hebben we echt nodig, want de vangst valt nog wat tegen.” Ze praatten bij over hoe de jacht verlopen was, over de mammoet en dat ze gelukkig geen gigantische luiaards en sabeltandtijgers hadden gezien, over het voorval met de buurman en dat de broer van Maska maar niet beter wilde worden “Anna [haar moeder; GjH] probeert het nu met rook.” Maska gaf haar man de honing, die ze voor hem had meegenomen. Na een tedere omhelzing met haar man en een dikke kus voor Enapay en de nodige “Ik houd van jou”’s liep zij alleen terug naar de nederzetting. Op de terugweg kruiste niemand haar pad, geen luiaard en ook geen mammoet of reuzenwolf. Maska zag langs het meer de voetafdrukken van haar kleine Enapay naast die van zichzelf en ze voelde dat het in haar leven goed was zoals het was. Misschien, als haar broer weer beter werd, niet beter kòn. Juist op dat moment zag zij wat prachtige veren op de grond liggen. Ze stak de drie mooiste in haar haar.

Ze zou niemand geloofd hebben, die haar vertellen zou dat het dragen van veren door haar een gewoonte zou worden. Toch was zij de eerste die dat deed, waarna anderen dat eeuwenlang ook bij bijzondere gelegenheden gingen doen.

Dit gebeurde allemaal 10.000 jaar geleden in de huidige staat Nieuw Mexico in de Verenigde Staten van Amerika. Helemaal zeker, dat het zo gegaan is, ben ik overigens niet. Het kan ook zijn dat Maska via rooksignalen gevraagd was Enapay eerder op te halen, wanneer het jachtgebied en de nederzetting andersom gelegen hebben. Of de broer van Maska het gehaald heeft, weet ik evenmin en over de namen ben ik ook al niet zeker, maar oud-indiaanse namen zullen zij vast en zeker gedragen hebben. Het enige zekere in dit verhaal zijn de voetsporen van wie Enapay en Maska genoemd werden over 1,5 km in een rechte lijn, met een kleuter soms links van een jonge vrouw, dan weer rechts en dan weer zonder de zijne maar met extra diepe afdrukken van de hare, de voetafdrukken van haar alleen in tegengestelde richting en de afdrukken van de gigantische luiaard en die van de mammoet. De rest heb ik erbij moeten verzinnen. Maar het bijzondere aan dit verhaal lijkt mij dat u en ik misschien wel wat DNA van het kind en de jonge vrouw, die daar 10.000 jaar geleden liepen, in onze genen hebben. Wellicht zijn dit twee van onze talrijke voorouders geweest.

Bron: “10.000 jaar oude voetstappen van (jong)volwassene en kleuter ontdekt in VS” via NU op 17 oktober 2020.