Een prettige verslaving

Sinds anderhalf jaar speel ik cello; zo’n grote viool, die met een pootje op de grond staat. Daarvoor had ik nog nooit een strijkstok vastgehouden. Ik durf te zeggen dat daarmee mijn leefstijl veranderd is. Ik ben wars van verslavingen, maar accepteer bij wijze van uitzondering deze van mezelf.

Toen ik op 23 maart 2018 aan een goede vriend vertelde dat ik zojuist besloten had om cello te gaan spelen, introduceerde ik dat besluit al als ‘een ingrijpend besluit voor de rest van mijn leven’. En zo is het. Vlak daarvoor was ik in TivoliVredenburg naar een lunchpauzeconcert geweest verzorgd door de celloklas van het Utrechts conservatorium. Tijdens het tweede nummer had ik mijn besluit genomen en op woensdag 28 maart genoot ik van mijn eerste celloles op mijn – de avond daarvoor aangeschafte – cello.

Cello speel je of je bespeelt haar niet. Het is een van de muziekinstrumenten die men volgens mij niet af en toe eens bespeelt. Dagelijks speel ik daarom mijn oefeningen en ik incasseer daarbij voortdurend mijn onvermogen de tonen uit het instrument te halen, die geroutineerde cellisten wel weten te produceren. Ik doe het om het plezier dat ik erin heb en ben toch ook wel tevreden over mijn vorderingen. Ik weet nog een lange weg te gaan te hebben.

Net als wanneer ik in de bergen wandel, let ik minder op wat me nog te doen staat, dan op wat ik al gedaan heb. Als trombonist besefte ik al geen muzikaal wonderkind te zijn. Ik ben wel zo’n muzikant, die op enig moment treffend zijn steentje aan het geheel kan bijdragen. En dààr gaat het mij om; dat niveau wil ik als cellist ook gaan bereiken.

Sinds enkele maanden vraag ik daarom aan mijn cellodocente om leerlingen van haar, die met mij af en toe samen eenvoudige duetten willen spelen. Van de vier is er daarvan nu nog één over. De andere drie zijn (tijdelijk) met hun cello-oefeningen gestopt. Een vanwege een slijmbeursontsteking in de linkerschouder, waar haar cello enig debet aan had, de anderen vanwege verhuizen of de hoeveelheid tijd die haar gewone werk nu even opeist.

Blij verrast was ik dus te lezen dat bij mij in de buurt een amateur-orkest nog leden kan gebruiken. Tegen het advies van mijn uiterst deskundige cellodocente in, heb ik mij bij dit orkest aangemeld met de vraag een paar keer te mogen meespelen om daarna wederzijds te bepalen of ik daar (nu al) op mijn plaats ben. Gezien de wijze waarop de eerste oefenavond rekening gehouden werd met mijn technische onvermogens, werd mijn cellodocente alsnog enthousiast over mijn initiatief. Sterker nog, zij past mijn lesstof er op aan dat ik zo snel mogelijk mijn partijen mee kan strijken en tokkelen.

Mijn cello is voor mij een leefstijl. Het dagelijks oefenen, het samen duetten spelen en nu zelfs op proef deelnemen aan een echt orkest geeft me weer dat heerlijke gevoel dat ik ooit als trombonist bij het Zwolse Jubal en het Utrechts Jazzorkest had. Mijn muzikale steentje bijdragen. Weliswaar doe ik dat nog niet zo treffend als door mij gewenst, maar alles op zijn tijd. De klanken klinken me – als het een beetje gaat – letterlijk als muziek in de oren.

En wat ook fijn is, nu ik weer een muziekinstrument bespeel: ik geniet meer van muziek omdat ik er gerichter naar kan luisteren. Muziek is weer terug in mijn leven. Dat begon zo’n anderhalf jaar geleden al met:
eerste
“Dit is het lied van de vinger
En nu met al heel wat ingewikkelder stukken, die ik onder de knie probeer te krijgen. Die partituren deunen heel de dag door mijn hoofd.

Alweer 93 jaar geleden…

Een voor mij herkenbaar verhaaltje.

Het was 1926. Pablo Casals, een 50 jarige en zeer invloedrijk Catalaans of zo u wilt Spaans cellist die geboren was met de naam Pau Casals i Defilló, liep over het strand en keek naar de zee. Hij had zojuist de laatste hand gelegd aan zijn ‘La Sardana’, achteraf wellicht zijn meest invloedrijke werk voor cello-ensembles. Tevreden mijmerde hij de melodieuze noten stuk voor stuk en hij struikelde. Een wijnfles was er de oorzaak van dat hij even zijn evenwicht verloor.

Casals raapte de lege fles op en probeerde de kurk eraf te trekken want, hoewel leeg, er zat iets in. De kurk floepte na even uit de flessenhals, maar wat hij nooit verwacht had omdat hij niet veel meer met sprookjes had, uit de fles kwam een geest. Deze geest had jaren in de fles opgesloten gezeten en was haar bevrijder dankbaar. Daarom wilde zij zich van haar beste kant laten zien en bood Casals aan wel twee wensen te doen.

Casals hoefde daarover niet lang na te denken. “Zou u kunnen zorgen voor wereldvrede?”, vroeg hij de geest.
De geest schrok van deze vraag. Beschaamd antwoordde zij dat dat voor haar echt een te moeilijke wens was om te vervullen: “Het spijt me echt.
Vol begrip dacht Casals na over een tweede wens. Na even vroeg hij de geest: “Ik zou zo graag zuivere noten op mijn cello willen spelen.” Nu begon de geest te blozen en te hakkelen, totdat zij aan Casals vroeg: “Wat was uw eerste wens ook weer?

Voor mij is dit verhaal herkenbaar nu ik bijna anderhalf jaar cello speel. Een cello vraagt namelijk om een nauwkeurigheid van de linkerhand die voor mij nog samenhangt met stoelhoogte en plaats waar de pin op de grond staat. Die pin zit onder het instrument.

Bij nagenoeg elke noot worden tonen gemaakt door in combinatie met strijken of tokkelen de snaren exact op de juiste plaats tegen de toets (het zwarte vlak onder de snaren) te drukken of alleen maar exact op de juiste plaats aan te raken. In het begin ‘wandelen’ de vingers van de linkerhand vaak over de vier snaren alle kanten op. Maar dat Pablo Casals hier nog moeite mee zou hebben, maakt wel duidelijk dat het hier echt om een sprookje ging.

Bron: Naar een mop die ik van cellist en docent Mirjam Daalmans (celloklas.nl) vernam.

Klaus Peter Brehmer

Bij toeval kwam ik gisteren terecht in het Haags Gemeentemuseum, dat we binnenkort Kunstmuseum mogen gaan noemen. Mijn speciale aandacht ging uit naar de overzichtstentoonstelling van Duitse KP Brehmer: Real Art – Fake News. Dat was voor mij een schot in de roos.

Wat krijgen we te zien wanneer we de tijdzones over onze wereldbol uit elkaar knippen?

Hou zou de Duitse driekleur er uitzien wanneer de kleuren de (ongelijke) verdeling van het geld onder de Duitsers zou weergeven. Dat leverde overigens twee verschillende vlaggen op; een voor Oost en een heel andere voor West Duitsland.

Hoe is het mozaïekpallet in Oost en West Duitsland sinds de Tweede Wereldoorlog veranderd wanneer we de politieke voorkeuren kleurtjes geven?

Hoe ziet een grafiek eruit die in de tijd na de Tweede Wereldoorlog weergeeft wat de kans is op een nieuwe wereldoorlog? Een angstaanjagende aanzwelling naar nu (d.w.z. 1997 toen KP Bremher stierf), terwijl tot de jaren ’60 die kans nog nihil geschat werd.

Hoe kleurt de wereldkaart wanneer we hem inkleuren naar hoeveelheden vloeiend bloed per 1.000 inwoners? Best veel vrolijk rood.

Deze kunstenaar blijkt voor mij het vermogen gehad te hebben om zijn waarneming van de ongunstig veranderende wereld om hem heen grafisch uit te drukken. Kennelijk hebben veel toonaangevende politici en andere vips zijn kunst nooit gezien, waardoor zij ongecorrigeerd doorgedenderd zijn op de weg naar steeds meer lijden en onzekerheid voor de grote massa’s, een planeet die ongunstig verkleurd en een bij leven steeds onmogelijker te besteden rijkdom voor enkelen.

Bron: Gemeentemuseum Den Haag, het eerste overzicht van KP Brehmer in Nederland: Real Art – Fake News; nog te zien tot 27 oktober 2019.

De grote dictator

In OVT, het geschiedenisprogramma zondags van 10 tot 12 op Radio 1 over de onvoltooid verleden tijd, werd even geleden The great dictator besproken. Filmjournalist Floortje Smit attendeerde de luisteraars toen op de ogen van de Joodse kapper te letten wanneer hij een overwinningstoespraak aan het overwonnen Osterlich houdt. Van het een was immers het ander gekomen. Doordat de kapper en een commandant uit een gevangenkamp ontsnappen, wordt van de kapper, die aangezien wordt als dictator Adenoid Hynkel geëscorteerd door commandant Schulz, verwacht een toespraak te houden. Om het eind van deze speech te kunnen begrijpen, moet u weten dat Hannah het liefje van de kapper is, dat met onder andere haar huisbaas juist in Osterlich een veilig heenkomen gezocht heeft omdat het leven in Tomania voor hen niet meer leefbaar was.

Ik meen te weten dat Charlie Chaplin, toen nog Charles, eindeloos aan die speech gesleuteld heeft. Smits advies opvolgend heb ik de film onlangs teruggekeken en als socialist kan ik me goed in die toespraak van de kapper vinden. Overigens, ook als pacifist kan ik me goed in die toespraak vinden en als vegetariër ook:

Soldaten denken dat de Joodse kapper de Hitleriaanse Adenoid Hynkel is en dat hij in het net overwonnen Osterlich zijn overwinningstoespraak gaat houden.

Ceremoniemeester: Zijne excellentie, Heer Garbitsch, Binnenlandse Zaken, Minister van Propaganda: Helden verdienen de overwinning!

Garbitsch: “Democratie, vrijheid en gelijkheid” zijn woorden die het volk misleiden. Geen enkele natie boekt er vooruitgang mee. Ze beletten actie. Wij schaffen deze ideeën af. Vanaf nu zal een ieder de Staat gehoorzamen. Wee degene die weigert! Burgerrechten worden ontnomen aan Joden en niet-Ariërs. Dat zijn minderwaardigen en vijanden van de Staat. Elke Ariër moet hen haten en minachten. Deze natie wordt aan het Rijk van Tomania toegevoegd. Dit volk zal gehoorzamen aan de wetten van onze Leider, de dictator van Tomania, de veroveraar van Osterlich! De toekomstige Keizer van de wereld!

Commandant Schulz, die eerder gered is door de Joodse kapper, toen die als soldaat vocht, en die later vanwege sympathieën voor de kapper gevangen gezet is en met wie de kapper uit het gevangenenkamp ontsnapt is: Je moet spreken

Kapper: Dat kan ik niet.

Schulz: Je moet. Het is onze enige hoop.

Kapper: Hoop…

Daarop loopt de kapper naar het spreekgestoelte en zegt: Sorry, maar ik wil geen keizer worden. Dat is mijn vak niet. Ik wil niet heersen noch overwinnen. Ik wil iedereen helpen: Joden, Heidenen, Zwarten, Blanken. Iedereen wil elkaar helpen; zo zit de mens in elkaar. Geluk doet leven, ellende niet. We willen elkaar niet haten of minachten. Er is plaats genoeg. De aarde is rijk en kan iedereen voeden.

Het leven kan vrij en mooi zijn, maar we zijn vergeten hoe. Hebzucht heeft de mens vergiftigd, heeft muren van haat opgetrokken en ons verlaagd tot ongeluk en doodslag. We beheersen snelheid, maar sluiten ons erin op. Machines schenken weelde, maar we willen steeds meer. Door grotere kennis en wetenschap worden we cynisch en grof. We denken te veel en voelen te weinig. We hebben menselijkheid nodig, géén machines. Géén bekwaamheid, maar vriendelijkheid. Zonder deze kwaliteiten zal geweld overheersen en zal alles verloren gaan. Het vliegtuig en de radio bracht ons nader. Deze uitvindingen eisen vriendelijkheid op, universele broederschap, ons aller eendracht.

Mijn stem bereikt nu miljoenen mensen, wanhopige mannen, vrouwen en kinderen, slachtoffers van een systeem dat martelt en onschuldigen vergiftigt. Ik zeg tegen een ieder die mij hoort: wanhoop niet! Onze huidige ellende is de vrucht van hebzucht en bitterheid van mensen die vooruitgang vrezen. Haat is tijdelijk en dictators sterven. De macht, die zij het volk afnamen, zal terugkeren. Zolang er mensen sterven zal vrijheid blijven bestaan.

Soldaten! Luister niet naar die bruten, zij geven minachting en slavernij. Zij dicteren u wat u moet denken en voelen! Zij behandelen u als vee, gebruiken u als kannonnenvoer. Geef niet toe aan die onnatuurlijke wezens, die machines zonder hersens, zonder hart! U bent geen machines, geen vee, maar mensen. U bezit menselijkheid en liefde! Geen haat! Alleen wezens zonder liefde haten. Strijd niet voor slavernij, maar voor vrijheid!

Lukas schreef: “Het Rijk Gods is in de mensheid”. Niet in één man, niet in één groep, maar in iedereen! U als volk hebt de macht machines te scheppen, geluk te scheppen! U hebt de macht het leven vrij en mooi te maken, er een heerlijk avontuur van te maken. Gebruik die macht in naam der democratie, samen! Laten we samen strijden voor een nieuwe wereld, een betere wereld met werk voor iedereen, een toekomst voor de jeugd, een veilige oude dag. Met deze beloftes kwamen bruten aan de macht. Valse beloftes, die de leugenaars niet hielden. Dictators bevrijdden zichzelf, maar maakten de mens tot slaaf. Laten we strijden om deze belofte waar te maken! Om de wereld te bevrijden, nationale grenzen op te heffen, hebzucht, haat en intolerantie af te schaffen. Laten we strijden voor een verstandige wereld waar kennis en wetenschap tot ieders geluk leidt.
Soldaten! In naam van de democratie: laten we samen strijden!

Hannah… hoor je me? Waar je ook bent, kijk omhoog, Hannah! De wolken trekken weg, de zon breekt door! We verlaten het duister, gaan het licht in! We betreden een nieuwe wereld, een vriendelijke wereld waar de mens boven haat en hebzucht staat en brutaliteit vergeet. Kijk omhoog, Hannah! De menselijke ziel heeft vleugels gekregen en kan nu eindelijk stijgen. Hij vliegt naar de regenboog, naar het licht van hoop, naar een toekomst, een roemrijke toekomst die van jou is, van mij, van ons allemaal! Kijk omhoog, Hannah!

Meneer Jaeckel, de huisbaas van Hannah: Hannah, hoorde je dat?

Hannah, het liefje van de kapper: Luister…

En hier eindigt de film The great dictator. Dat van die ogen is voor mij, doordat de kapper door ‘de vierde wand’ heen breekt en nagenoeg nooit knippert, inderdaad adembenemend! Wat een inzicht, toen al, wat een artistiek talent, wat een bijdrage aan een betere wereld dan de wereld van toen.

Toen?

Bron: “The great dictator” (15 oktober 1940) door Charles Chaplin, een United Artist Productie.

Neen, dat ik schreef me als vegetariër in de toespraak van de kapper kan vinden, heeft niets te maken met soldaten als kanonnenvoer. Daarmee bedoelde ik alleen maar te zeggen dat ik me helemaal in wat ik allemaal ben in die toespraak kan vinden. En deze bijna 80 jaar geleden geschreven en subliem gefilmde toespraak heeft wat mij betreft nog niets aan relevantie verloren. GjH

Als je de keus had?

Stel dat je het over mocht doen, maar dan met de kennis en ervaring die je inmiddels gedurende jouw hele leven hebt opgedaan. En je had ook nog eens de keuzes die je de eerste keer niet had; wat zou je dan kiezen van de volgende 35 mogelijkheden, waarbij je de laatste drie mag zelf in mag vullen?

1. Geboorte na: 35 weken / 38 weken / 40 weken / 42 weken / 45 weken
2. Bij geboorte: 42 cm / 46 cm / 47 cm / 49 cm / 51 cm / 54 cm / 58 cm
3. Bij geboorte: 1000 gram / 2000 gram / 3000 gram / 4000 gram
4. Geboren in: Antarctica / Australië / Azië / Europa / N-Amerika / Z-Amerika
5. welk land in dat werelddeel het liefst … / welk land in de wereld zeker niet …
6. kies je iemand te zijn met aanpassingsvermogen / doorsnee / eigengereid
7. een boze blik / innemende blik / lieve ogen / spleetogen
8. een authentieke vrijdenker / na-aper / sceptische meeloper / samenzweerder
9. soepel bewegend / kan goed met anderen meekomen / stijf
10. ben je biseksueel / hetero / homo of lesbisch / toekomstig transgender
11. creatief / futloos / imitator
12. dom / doorsnee / slim
13. energiek / doorsnee / lui
14. familie: bekende personen / bekend bij justitie en/of politie / onbekenden
15. ben je filosofisch / gevoelig / praktische denker / rationeel
16. geduldig / ongeduldig
17. gezond / ernstige genetische afwijking / terminaal / ziekelijk, maar niet ernstig
18. grenzen stellend / incasseringsvermogen / kort lontje
19. in een harmonisch gezin / langs elkaar heenlevende gezinsleden / veel geruzie
20. heb je het hart op de tong / mededeelzaam / zwijgzaam
21. ben je helder van geest / warrig
22. is je huidskleur: bruin / geel / rood / wit / zwart
23. heb je een IQ van: 20 / 28 / 42 / 67 / 88 / 99 / 115 / 125 / 140
24. is je lichaamsbouw: atletisch / dik / slank / stevig / volslank
25. heb je een liefdevol karakter / altijd verongelijkt / zwaar gefrustreerd
26. sterk lichaam / doorsnee krachtig lichaam / zwak lichaam
27. ben je een man / neutraal / vrouw
28. heb je een liefdevolle moeder / is zij verongelijkt / zwaar gefrustreerd
29. regio: bezet / politiek gecontroleerd / in oorlog / alles pais en vree
30. sociaal milieu: arm / matig arm / doorsnee / rijk / steenrijk
31. heb je een liefdevolle vader / is hij verongelijkt / zwaar gefrustreerd
32. ben je vergelijkbaar met anderen / lelijk / nee, juist mooi
33. ook nog ……. / zeker niet ……..
34. ook nog ……. / zeker niet ……..
35. ook nog ……. / zeker niet ……..

Nu even terug naar het leven dat je nu lijdt in jouw lichaam met jouw achtergrond; nu je de keus voorafgaand aan je leven niet hebt kunnen maken: zou het geen goed idee zijn (nog) barmhartiger te zijn naar degenen die het moeten doen met wat jij niet wilde of absoluut niet gekozen zou hebben?

Inspiratiebronnen: 4 artikelen over de opvallend merkwaardige wereldwijde gelijksoortige behandeling van vrouwen door mannen èn door vrouwen tot en met in Nederland. Bevreemdend toch, vind ik, dat in dit tijdsgewricht van een wereldwijd patriarchaat de helft van de mensheid als een minderheid gezien en behandeld wordt. Misschien is dat altijd al; dus ook daar waar en toen de rolverdeling andersom was in de tijd van de Amazones of het matriarchaat toen het schaakspel werd uitgevonden [de koningin als best geoutilleerde militair en de koning als hulpeloze, kwetsbare schat waar heel het spel om draait]. En ik dacht “Waarom zou ik mij – nu deze vrouwenproblematiek mij aangrijpt – beperken tot de wereldwijde minachting van vrouwen? Er zijn veel meer werkelijke en zogenaamde minderheden die gewoon (?!?) achtergesteld worden omdat ze aan het kortste eind getrokken hebben”. Dit zijn die 4 artikelen: “‘Jij bent een vróuw! Heb je het nu begrepen?’; Brazilië is de hel voor vrouwen” door Marjon van Royen via DeGroeneAmsterdammer van 31 juli 2019, “Glimlachen verplicht; Alledaagse misogynie” door Marjan Pruijs via DeGroeneAmsterdammer van 7 augustus 2019, “Saoedi-Arabië blijft na bescheiden hervormingen een van de meest vrouwonderdrukkende regimes ter wereld” door Suad Abu-Dayyeh, Inter Press Service via DeWereldMorgen op 8 augustus 2019 en “Protesten in Iran tegen hoofddoek houden aan, straffen worden extremer” door de buitenlandredactie van NOS op 11 augustus 2019.

Mijn zomervakantie dit jaar

Mijn zomervakantie-plan bestond eruit dat ik een vriendin met een vriendin van haar zou brengen naar een camping in de Dolomieten. Daarna zou ik twee bergtochten in de buurt van die camping maken om die twee vervolgens weer terug te brengen naar Nederland. De eerste bergtocht zou twee keer zo lang duren als de tweede en ik zou vaak kamperen bij bergmeertjes; zo mogelijk altijd bij stromend water, had ik bedacht.

Zo begonnen we mijn eerste vakantiedag rond 21:30 uur aan een nachtelijke heenreis en rond 10:30 uur kwamen wij de volgende dag aan op de camping. Ik kwam bij van de heenreis, terwijl de twee vrouwen hun tent opzetten en zich hun nieuwe omgeving eigen maakten. Aan het eind van de middag namen we een voorlopig afscheid van elkaar.
Ik parkeerde mijn trouwe Volvo een kilometer of 13 verderop, sorteerde de spullen die mee gingen de bergen in, pakte mijn rugzak definitief in en wandelde nog geen kilometer naar een weide aan een rivier om mijn eerste kampement op te slaan. Ik ontdekte mijn hoofdlamp vergeten te zijn en haalde die nog even uit de auto voor ik ging slapen.
De volgende ochtend kon ik mijn (anti-)zonnebrand niet vinden en haalde mijn reserve-(anti-)zonnebrand uit de auto voor ik aan mijn bergtocht begon.

De dagen daarna was het klimmen en dalen in slow motion, waarbij ik gedoseerd naar wat ik aan wilde gaan fysiek leed. Alleen de eerste dag zag en ontmoette ik nog dagjesmensen. Ging mijn weg omhoog naar een bergmeer, dan ‘moest ik’ dat meter na meter stijgen op de een of andere manier voor elkaar zien te krijgen. Ging mijn weg omlaag dan deed ik dat eveneens op mijn dooie gemak. Wilde ik liggen, gewoon pauzeren of slapen dan deed ik dat. Wilde ik bouillon dan maakte ik die. Had ik gewone trek dan nam ik wat te eten uit mijn rugzak. En dat alles dagen achtereen. Ik liet me door markeringen de bergen optrekken en dronk onderweg heel veel water; het liefst zo uit de bergriviertjes en wanneer die niet in de buurt waren uit mijn veldfles. Ik genoot van mijn afwisselende uitzichten, met name die over de route die ik reeds afgelegd had.

Bij bliksem, wanneer ik me nog onder de boomgrens bevond, bleef ik onder de boomgrens. Bij bliksem boven de boomgrens zette ik mijn groene tentje op en probeerde de bliksem af te leiden door mijn nordic walking stokken wat verderop in de grond te steken; mijn metalen voorwerpen legde ik dan daarbij.
Ik koos ervoor onder laaghangende wolken te blijven door wat eerder dan gepland mijn groene tentje op te zetten.
Ook zette ik mijn tentje eerder op wanneer er regen op komst was. Eén keer deed ik dat, terwijl ik slechts 100 meter onder mijn doel van die dag was.

Mijn groene tentje doorstond deze vakantie opdringerige koeien en nachtelijke rukwinden in een storm. Ik kwam er achter dat ook tijdens het herkauwen koeien mij uit mijn slaap hielden en mij in slaap susten door hun luid klingelende koeienbellen. Wat ’s avonds een mooi veldje voor mijn tent was geweest, trof ik de volgende ochtend aan als een mozaïek van koeienvlaaien. Daarbij hadden de dames ook op mijn tentje gemorst.

Ik beleefde een top-wandeldag toen ik al dagen geen bereik van telefoon of internet had. Als enige mens in een vallei ‘moest ik’ met gamaschen een rivier oversteken en zette ik een 200 meter hoger mijn groene tentje aan een helderblauw ijsmeertje. Ik slenterde verder omhoog langs een voor mij moeilijke rotspassage en over rotsen, sneeuwveldjes, steenvlakten en een lange, steile steengruishelling totdat ik halverwege de middag op een bergrug van iets meer dan 3.122 meter hoogte kon genieten van een weids uitzicht over alle bergen om mij heen.
De wandelroute, die ik omhoog genomen had, nam ik grotendeels ook naar omlaag tot ik terug was bij mijn tentje.
Daar in de buurt maakte ik nog een avondwandeling waarbij ik wel een uur met elkaar spelende gemzen observeerde. Die dag at ik alles bij elkaar twee droge crackers, één winterworteltje en een handje cashewnoten. Ik dronk liters water uit stromende riviertjes en mijn veldfles.

De laatste hele dag van mijn eerste bergtocht ontmoette ik een – voor mij jong – stel, dat dezelfde route zou afleggen als ik op mijn top-wandeldag. Ik waarschuwde hen voor het deel dat ik geen markeringen gevonden had en adviseerde op die plek vooral rechts aan te houden. Ik was daar rechtdoor gegaan waardoor ik die voor mij moeilijke rotspassage had moeten zien te nemen.
Ik genoot van een uitzicht over het tweede bergmeertje waarbij ik gekampeerd had. Ik betrapte me op de gedachte dat er twee mensen bij mijn (!) meertje liepen.
Ik plaatste mijn groene tentje niet aan mijn laatst geplande bergmeertje, maar aan een kabbelend riviertje in een grote hoogvlakte met verschillende meertjes. Daar beleefde ik mentaal mijn afscheid voor deze zomer van de mij geliefde hooggebergten. Ik besloot de optie open te houden geen tweede bergtocht te gaan maken, omdat ik feitelijk mijn doel tijdens deze fantastische tocht al bereikt had.

De volgende dag verheugde ik me op een uitgebreide maaltijd in een refugehuis, maar die ging niet door omdat rond 11 uur de keuken nog gesloten was.
Ik verheugde me vervolgens op een uitgebreide maaltijd in een dorp nabij de camping. Mijn broek zakte af tot een mannenmode waaraan ik niet eerder meegedaan had. Ik trok hem toch maar steeds op. Tussen mijn riem en mijn buik paste inmiddels met gemak mijn beide vuisten. Met toestemming van iemand uit de refuge negeerde ik een gemeentelijke waarschuwing betreffende het laatste stukje tot de parkeerplaats met mijn auto. Op dat laatste stukje was een deel van het wandelpad weggegleden. Op de heenweg had ik het nog belopen. Ik had er ‘om het nooit meer af te leren’ nog een hele klim aan om die paar meter te overbruggen door door het struikgewas op de hoger gelegen berghelling een nieuwe weg te zoeken.
Vlakbij de parkeerplaats had ik nog een heel gesprek met een Italiaan uit Rome, die me uitnodigde bij zijn gezin te logeren mocht ik Rome willen bezoeken. Deze ontmoeting liep uit op mijn eerste gesprek in acht dagen. Verder had ik de dag daarvoor alleen het jonge stel even gesproken. Dagen achtereen had ik zelfs niemand gezien.
Via de camping – mijn gezelschap maakte elders een wandeling – reed ik naar een nabij gelegen dorp. Gezien de siësta stelde ik mij tevreden met een croissant, een espresso, twee verrukkelijke Italiaanse ijskoffies en een puddingbroodje. Ik bekeek de mensen op het aangelegen dorpsplein en deed na de middagrust boodschappen in de twee supermarktjes, die het dorp rijk was.
’s Avonds genoot ik met mijn gezelschap in het eenvoudige campingrestaurant uiteindelijk mijn uitgebreide maaltijd. We hadden veel uit te wisselen en het klikte goed.

De dagen daarna maakten we gezamenlijk nog een fraai en flinke tocht op hoogte door ons daarheen met een kabelbaan te laten vervoeren. Op die tocht vielen de bergschoenen van de vriendin van de vriendin tijdens een lastige oversteek in een wilde bergrivier. Eén van de twee schoenen vond ik na lang zoeken terug.
We bezochten met bus en trein een wat groter stadje om nieuwe bergschoenen te kopen en genoten van – voor ons – historische hoogtepuntjes.
En we maakten een mooie, afwisselende en afsluitende wandeltocht van 9 uur waarbij we vastliepen en dus over hetzelfde pad een stukje terug moesten. De laatste kilometer liftten we bij gebrek aan lijnbusvervoer in de auto van andere wandelaars terug naar de camping.
We namen nog een lummeldag op en rond de camping.
Op de dag van vertrek naar huis bezochten we Bolzano (Bozen), dat ons geen van drieën aansprak. Tijdens onze terugweg aten we tussen allemaal Oostenrijkers ons “galgenmaal” in Oostenrijks Tirol en de volgende ochtend om 6 uur was mijn vriendin thuis. Haar vriendin zou nog even bij haar blijven logeren. Een uurtje later was ik ook thuis; geheel voldaan van een fantastische zomervakantie. Inmiddels past mijn riem weer om mijn buik.

Wel of niet over het graf heen regeren?

De plaats van handeling was onlangs in The LivingRoom op de eerste etage van het Babylon Hotel in Den Haag. De een had via SocialDeal 3 couverts gereserveerd. De ander had mij nog net op tijd uitgenodigd. Ik was, na een concert en een middagje op de Schevingse Pier, in dat restaurant voor mij uit gaan zitten staren, totdat de eerste twee kwamen opdagen.

Degene die vanuit Duitsland moest reizen precies op de afgesproken tijd en – zoals het altijd gaat – degene die het dichts bij woont wat later.
Kon je het niet vinden? Ik had er ook moeite mee.
Wat een opvallend prettige bediening hier.
Hoe is het met jou?

We kwamen te praten over hoe we onze uitvaart zouden willen. De een, die van de SocialDeal, had er precieze ideeën over: gelegenheid tot ontmoeten, muziek, ‘vier het afscheid en het leven’. En ook: “Ik wil mijn nabestaanden niet opzadelen met onbekendheid hoe ìk mijn uitvaart had gewild”. De ander, die die het dichts bij woont en het oudst van ons drieën is, had er nog nooit over nagedacht. Ik denk daar af en toe wel over na en bespreek dat ook met mijn kinderen en wie mij verder lief is.

Mijn idee is dat het nou net mij niets uitmaakt hoe mijn uitvaart zal zijn. Zelfs als er geen uitvaart voor mij is, zal mij dat vast niets deren. Ik zal daar namelijk volgens mij eventueel louter en alleen lijfelijk bij aanwezig zijn. Maar ik kàn het verkeerd hebben.

Omdat ik er van uitga dat er net zo min iets is na mijn leven als daarvoor heb ik het idee dat boosaards, die bijvoorbeeld eerst hun familie en dan zichzelf vermoorden, of eerst hun kwelgeest om het leven brengen en dan zichzelf, of eerst iemand verkrachten voordat zij hun slachtoffer en zichzelf om het leven brengen, een principieel verkeerde volgorde van handelen kiezen. Omdat er mijns inziens niets meer is na iemands overlijden kan iemand de genoegdoening over zijn omgang met machteloosheid, wraak of ‘genot’ toch in zijn graf meenemen. Wanneer je niet verder kunt leven door de consequenties van je handelen, handel dan anders of ga nog vòòr je slachtoffers maakt in therapie! Wanneer je dan toch jezelf van jouw leven beroofd, begin daar dan mee en laat anderen met rust. Dat uitgangspunt heeft gevolgen voor mijn idee over de gewenstheid van mijn invloed op mijn uitvaart, die naar ik mag hopen per definitie plaatsvindt als ik dood ben.

Mijn adagium is ‘Leven en laten leven’, of zelfs nog liever: ‘Geniet zoveel als mogelijk en help zoveel mogelijk anderen eveneens te genieten’.

Wat mij betreft is het, wanneer we in ‘natuurlijke volgorde’ het leven laten, bovenal aan mijn kinderen hoe zij mijn uitvaart vorm willen geven; zij moeten met de herinneringen aan de uitvaart van hun vader verder met hun leven. Tot aan mijn overlijden kan ik iets van de toekomst vinden, maar zodra mijn doek gevallen is, is het (‘hoogst waarschijnlijk’) alleen nog aan jullie allemaal hoe verder te gaan in jullie levens.

Ik hoop nog een tijd gezond als een vis verder te leven. Maar als we het over mijn uitvaart willen hebben, zijn jullie gewaarschuwd: houd maar geen rekening met mij, want ik kom niet!