De Brexit en het nieuws

Nee, ik heb helemaal niets op met de Britse politicus Alexander Boris de Pfeffel Johnson (19 juni 1964). Ik wil hier een heel ander punt maken.

Na maanden en maanden framing blijkt de werkelijkheid nu heel anders.

Alle maanden van onderhandelingen binnen het Britse Lagerhuis werd de indruk gewekt als zouden de Britten geschrokken zijn van de consequenties van hun met nipte meerderheid verkozen Brexit. De interne strijd in het Lagerhuis en binnen de Conservative Party over wel of niet uittreden, en zo ja onder welke afspraken met de Europese Unie zou blijk geven van spijt en besluiteloosheid. De boodschap was dat het beter is om in de EU te blijven als je er deel van uitmaakt.

Echter, op het moment dat de 27ste Conservatieve partijleider Theresa Mary Brasier May vervangen gaat worden, blijkt dat gedurende heel de voorverkiezingen de uitgesproken Brexiteer Boris Johnson ruime voorsprong heeft op alle andere genomineerden.

Hoe zit dat nu met die framing?
Hoe zit het met de deskundigheid van al onze nieuwsduiders en opiniemakers?
Ik had er al niet zo’n hoge pet van op, en zie de voorsprong van Boris Johnson op zijn rivalen inclusief de enig overgebleven rivaal Jeremy Richard Streynsham Hunt (1 november 1966) als ondersteuning van mijn opvatting over de wijze waarop in Nederland nieuws door de mainstream media gebracht wordt: hyperig, onevenwichtig en vooringenomen.

Mocht Boris Johnson toch aan Jeremy Hunt de eer moeten laten om de 28ste partijleider van de Conservative Party te worden, dan is dat niet vanwege zijn Brexit-ideologie, tenzij de Brexit-opvattingen van de partij en haar leden mijlenver uit elkaar liggen.

Polarisering is de laatste decennia helemaal niet toegenomen

Is de polarisering in onze samenleving gedurende de laatste decennia toegenomen? Ja, dat wil zeggen, we hebben wel de indruk dat meningen verscherpen en dat mensen van verschillende ideologische kampen steeds minder met elkaar in dialoog treden. Maar is het waar?

Als het over polarisering gaat, wordt vaak gewezen op de bepalende rol van ‘de media’ en in het bijzonder de sociale media. Platformen als Facebook en Twitter zouden ervoor zorgen dat mensen enkel nog geconfronteerd worden met meningen en mensen in hun bubbles, die hun overtuigingen bevestigen. Maar is dat waar?

Amerikaanse wetenschappers zochten het uit aan de hand van een immense analyse van datastromen in de periode voor en na verkiezing van Donald Trump en bundelden hun bevindingen in het boek “Network Propaganda: Manipulation, Disinformation, and Radicalizaion in American Politics”.

Als we aan maatschappelijke en politieke polarisering denken, dan gaan we vaak uit van twee of meer groepen, die elk in tegengestelde richting van een denkbeeldig centrum afdrijven. Polarisering wordt daarmee altijd gezien als een proces waar minstens twee partijen evenveel aandeel in hebben. Maar juist dit denkbeeld is wat de auteurs van “Network Propaganda” ontkrachten: als het Amerikaanse medialandschap onder de loep wordt genomen, dan kan volgens hen niet anders vastgesteld worden dan dat vooral de rechterzijde een heel eigen media-ecosysteem heeft uitgebouwd van Breitbart, Fox News, New York Post of Washington Examiner omgeven door een netwerk van kleinere kranten, radiostations, televisiekanalen, vloggers en websites, en dat dit geen gelijke kent aan de linkerzijde van het politieke spectrum. Waarvan akte.

Binnen deze rechtse bubbel wordt journalistiek bedreven die zich bedient van beledigingen, sterke hyperbolen en heftige taal gericht op het creëren van sterke emoties zoals angst, haat of woede. De linkse media zijn pluralistischer en de gebruikers ervan komen wèl in aanraking met veel verschillende standpunten; heel anders dan gebruikers die zich bevinden in de rechtse media-bubbel: “De prominente spelers aan de linkerzijde en in het centrum vertonen eenvoudigweg geen zelfde parallelle structuur en niet dezelfde inhoud of heftige verontwaardiging die we aan de rechterzijde waarnemen.

Radicalisering is een gevolg van politieke initiatieven en door politiek aangedreven institutionele wijzigingen

De wortels voor de polarisering in het mediapolitieke landschap moeten gezocht worden in de politiek, zo wordt in “Network Propaganda” aangetoond. Er vond in de eerste plaats een radicalisering plaats onder politici; niet onder de bevolking! Rechtse radicalisering is geenszins een uiting van een sociaal proces dat zich vervolgens politiek vertaalt; het is andersom, volgens “Network Propaganda”.

Het lijkt vandaag haast ondenkbaar, maar in de jaren ’60 en ’70 kenmerkten Amerikaanse media zich door degelijkheid, ook ter rechterzijde. Dat begon te veranderen onder de liberalisering toen een deregulering in het uitreiken van medialicenties plaatsvond in de jaren ’70. In de jaren ’70, ’80 en ’90 viel een steile opgang waar te nemen van ultraconservatie en rechtse radiozenders en van ‘televangelisme’. Daar bleek een grote markt voor. De Amerikaanse publieke sfeer was dus al gepolariseerd vóór de komst van sociale media. De rechtse bubbel is een gevolg van een mediatieke en politiek-institutionele evolutie die veel ouder is dan Facebook en Twitter.

De Democraten en de linkerzijde zijn er nooit in geslaagd om een mediapolitiek ecosysteem uit te bouwen, dat even homogeen en krachtig was als dat aan de rechterzijde.

“Network Propaganda” biedt ook ons enkele belangrijke handvatten om tot een kritische en minder simplistische analyse van het mediapolitieke landschap in onze contreien te kijken: de observatie dat polarisering bijvoorbeeld een strikt eenzijdig proces kàn zijn, is belangrijk. Een andere belangrijke les, die “Network Propaganda” ons zou kunnen leren, is dat we de oorzaak van polarisering en radicalisering niet eenvoudig kunnen toeschrijven aan de introductie van nieuwe communicatietechnologieën. Radicalisering is een gevolg van politieke initiatieven en door politiek aangedreven institutionele wijzigingen. Het ontstaan van bubbels en radicaliseringsprocessen op sociale media blijken daarmee eerder een symptomatisch gevolg van politiek maatschappelijke ontwikkelingen, dan de oorzaak daarvan.

Lastig hè…

Bron: “Als het over polarisering gaat, zijn sociale media niet de hoofdschuldige” door Thomas Decreus via DeWereldMorgen op 10 april 2019.

De meest geciteerde levende academicus ter wereld

Noam Chomsky (1928 – heden) is de meest geciteerde levende academicus ter wereld. Hij is bekend als scherpzinnig analist van het politieke bestel, het buitenlands beleid en de massamedia van de Verenigde Staten van Amerika. Nog steeds is hij een moreel baken van gezond verstand, die de beweerde mythes van mainstream media en machthebbers doorprikt.

Zijn grootste verdienste is wel dat hij aanzet tot kritisch nadenken over de media, over de politiek en over de wereld; niet alleen in de VS, maar overal ter wereld. Ook al zijn andere landen minder machtig dan de VS; dezelfde mechanismen werken ook daar en zelfs hier te lande: media met eenzijdige berichtgeving, politici die niet worden aangesproken op de onloochenbare tegenstellingen tussen hun beslissingen en uitspraken, een bevolking die grotendeels wordt gedesinformeerd of helemaal niet wordt geïnformeerd over de werkelijke gang van zaken. Chomsky lezen en beluisteren, nu meer op sociale media, maar ook nog steeds in zijn artikelen, boeken en lezingen is inspirerend. Hij is niet de man met een of andere kant en klare oplossing; hij is de man die analyse en inzicht biedt. Hij zegt: “Mensen moeten doorgronden wat er echt gebeurt en waarom, alvorens in actie te schieten. Dat zie ik als mijn taak.

Wie met ons is, kan overal mee wegkomen;
wie tegen ons is, zal het voelen.

In 1957 publiceerde hij zijn doctoraatsthesis “Syntactic Structures”, waarin hij zocht naar een gemeenschappelijke basisstructuur van alle talen. Het werd het begin van zijn wetenschappelijke faam. Als jonggehuwde twintiger was Chomsky een overtuigd links zionist, maar aanvankelijk hield hij zich ver van de politiek. Hun verblijf in een kibboets in Israël (1958-1959, nog voor de bezetting van geheel Palestina) bleek een ontnuchterende ervaring en minder dan een jaar later keerde hij met zijn vrouw terug naar de VS. Het contrast tussen de beweerde socialistische idealen van het zionisme en de discriminerende, vernederende manier waarop het Palestijnse personeel werd uitgebuit, stootte hen tegen de borst. Zijn eerste politieke essay “The Responsibility of Intellectuals” schreef hij op 39-jarige leeftijd, wat hem onmiddellijk banvloeken van intelligentsia en media opleverde. In 1969 verscheen van zijn hand “Peace in the Middle East?”, een verzameling essays die wat betreft de werkelijke drijfveren van het beleid van de VS nog steeds actueel is; wat Israël en de VS het ‘vredesproces’ noemen, is in werkelijkheid de bestendiging van de bezetting, de repressie van het verzet tegen die bezetting en de uitbreiding van de koloniale nederzettingen.

In 1983 schreef hij zijn voornaamste boek over Palestina “The Fateful Triangle – The United States, Israel and the Palestinians”. Daarin beschrijft hij het zogenaamde vredesproces aan de hand van officiële overheidsdocumenten en publicaties van de Amerikaanse massamedia in een zeer gedetailleerd en lijvig relaas. Hij vergelijkt de voorstellen die de Palestijnen doen, met het antwoord dat Israël en de VS daarop geven en hij toont de systematische verdraaiing aan die de Palestijnse voorstellen in de massamedia krijgen. Het is een actueel, onmisbaar historisch naslagwerk over het Midden-Oosten. De VS zijn namelijk nooit bemiddelaars in het Midden-Oosten geweest. Hun doelstelling is al evenmin het verwezenlijken van een éénstaat- of tweestatenoplossing. Wat Israël en de VS willen, is de derde optie; die van het status quo van apartheid, bezetting, blokkade en kolonisatie en last but not least de controle over de rest van het Midden-Oosten. Er is volgens Chomsky in dit alles geen sprake van een tweeslachtige morele standaard. Integendeel, dit is ‘consistent beleid’: wie met ons is, kan overal mee wegkomen; wie tegen ons is, zal het voelen.

Dit is de gevaarlijkste organisatie op aarde.

Of het betrokken land democratisch is, structureel mensenrechten schendt – zoals Bahrein, Qatar, Saoedi-Arabië en de Verenigde Emiraten – of niet, is daarbij van geen enkel belang. Chomsky wijst er op dat de machthebbers in Washington geen principiële tegenstanders zijn van democratie. Democratie stelt hen echter voor een praktisch probleem, te weten dat democratisch verkozen leiders de neiging hebben de belangen van de eigen bevolking een hogere prioriteit te geven dan de economische/ militaire/ politieke belangen van de VS, zoals toegang tot grondstoffen en spotgoedkope arbeid. “Het kleinste kind dat een beetje om zich heen kijkt kan de schijnheiligheid van de beweerde principes doorprikken. Intellectuelen, commentatoren en politici kunnen dat niet. Die hebben te lang gestudeerd om dat te kunnen. Principes zijn echter universeel. Wie ze selectief inzet, past geen principes toe.

Chomsky ziet in het buitenlands beleid van Donald Trump vooral continuïteit met alle voorafgaand beleid. Het gaat nog steeds om hetzelfde: controle over de oliestaten, geopolitieke belangen, onvoorwaardelijke steun voor Israël en militaire dominantie. Waar Trump het verschil maakt, is slechts de stijl en de retoriek. Barack Obama deed inhoudelijk precies hetzelfde, maar zei het met veel mooiere woorden. Obama zou bijvoorbeeld nooit Jeruzalem als hoofdstad van Israël hebben erkend, maar tekende wel even grote defensietoelagen en wapencontracten voor Israël. Trump is daarom voor de massamedia en de traditionele machthebbers vervelend, omdat hij het Amerikaanse beleid te openlijk en ongenuanceerd verdedigt. De mainstream media, die hem nu verguizen, hebben hem gemaakt. Tijdens de voorverkiezingen kreeg Trump meer zendtijd dan alle andere Republikeinse en Democratische kandidaten samen – gratis – want Trump garandeerde kijkcijfers met zijn belachelijke uitspraken en idiote maniertjes. Een groot verschil met Trumps voorgangers zit hem ook nog in de hardnekkigheid waarmee het traditionele beleid nu wordt voortgezet. De Republikeinse entourage rond Trump is zo radicaal fanatiek dat een kernoorlog volgens Chomsky weer tot de mogelijkheden hoort. De huidige Republikeinse Partij is een gevaar voor de mensheid, ook vanwege haar rabiate verwerping van enig degelijk klimaatbeleid. “Dit is de gevaarlijkste organisatie op aarde.

Bron: “Noam Chomsky zet je aan tot kritisch nadenken” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 15 maart 2019.

Mediakritiek

Ik ken mensen, zelfs in mijn vriendenkring, die zo mogelijk altijd naar het Journaal kijken om ‘op de hoogte te blijven van het wereldgebeuren’. Ik heb dat altijd wat bevreemdend gevonden. Als er één nieuwsmedium is, waar we niet wijzer van worden, is het dat Journaal, vind ik.

Mijn redenering daarbij is dat wanneer we het wereldgebeuren van vandaag met al haar achtergronden eens op een stapel zouden kunnen zetten, wat wordt ons daarvan dan in het Journaal voorgeschoteld? En hoe (vooringenomen)? Voor gisteren doen we hetzelfde: Wat was er allemaal en waar werd in het Journaal gewag van gemaakt? En hoe? “Bedroevend”, vind ik het al vanaf mijn studententijd, toen ik mijn TV wegdeed, omdat ik het niveau ook in 1976 al jammerlijk vond.

Dat kan ik vinden en u kunt het daarmee eens en niet eens zijn, maar vandaag kwamen vanuit de Verenigde Staten van Amerika wat cijfers boven drijven; koren op de molen van mijn mediakritiek. U moet hiervoor weten dat de oorlog in Jemen sinds begin vorig jaar door de Verenigde Naties èn door onafhankelijke hulporganisaties – met zo’n 360.000 kinderen die op dit moment aan extreme ondervoeding lijden, met 20.000.000 Jemenieten die niet in staat zijn zichzelf en hun gezin te voeden en met bijna 10.000.000 mensen die op de rand van honger staan – de “ergste humanitaire ramp in de wereld” wordt genoemd. Deze oorlog kreeg in de VS in totaal gedurende heel 2018 slechts 20 minuten aandacht in het bij elkaar opgetelde avondnieuws van de TV-zenders ABC, CBS en NBC. Daarvan gingen 13 minuten over de dood van Washington Post-columnist Jamal Khashoggi in het Saoedische consulaat in Istanboel. In een jaar tijd werden nog geen 10 minuten ingeruimd voor de penibele toestand van bijna de helft van de bevolking van het armste Arabische land.

Diezelfde zenders besteedden samen op weekdagen in totaal 100 minuten aan de redding van een twaalftal jonge voetballers, die vastzaten in een Thaise grot, en 71 aan de Britse koninklijke bruiloft. Zò worden meer dan 22.000.000 huishoudens ‘s-avonds op de hoogte gehouden van het wereldgebeuren.

Ook voor dè internationale crisis waar de hele wereld mee te maken heeft, ik heb het over klimaatverandering, was weinig aandacht. Symptomen daarvan als natuurbranden en orkanen kwamen wel prominent in het nieuws, maar dan ging het alleen om deze fenomenen in de VS, en niet over de wereldwijde gevolgen van klimaatverandering.

Ook Israël bleef min of meer in de schaduw. Ondanks honderden Palestijnse slachtoffers door Israëlische kogels in de Gazastrook, daalde de aandacht voor de Israëlisch-Palestijnse kwestie vorig jaar, van ABC, CBS en NBC samen opgeteld, van 42 minuten in 2017 (toen al een laagterecord) naar 29 minuten in 2018.

Zuid-Amerika en Afrika ten zuiden van de Sahara – samen goed voor 2.000.000.000 inwoners – kwamen niet in beeld. Aandacht voor de opkomst van autoritaire bewegingen in Europa ontbrak eveneens, net als Zuid- en Zuidoost-Azië; los van de redding uit de grot. En ondanks de miljarden die de VS in de afgelopen 20 jaar besteedde aan haar militaire ingrijpen in het Midden-Oosten, was ook deze regio – met uitzondering van het staartje van de campagne tegen de Islamitische Staat – amper terug te zien bij de grote netwerken. Irak, waarheen de VS sinds de invasie in 2003 meer dan een 1.000.000 militairen stuurde, kwam niet eens voor in de top 30 van nieuwsverhalen in 2018.

En dan zie ik in mijn gedachten dat u denkt dan het Journaal niet te vergelijken is met ABC, CBS en NBC. Daarin geef ik u natuurlijk gelijk. Echter, wat het Journaal gemeen heeft met deze zenders is dat het nieuws altijd zo gebracht moet worden dat het veel kijkers trekt. Kijkcijfers (kwantiteit) tellen wel, en inhoud (kwaliteit) telt niet bij de beoordeling. Ik meen dat te zien wanneer ik per ongeluk eens een Journaal zie. Ga maar lekker slapen want van het Spaanse ‘verpleeghuis’, dat een ‘horrorverpleeghuis’ mag worden genoemd, zijn 6 van de 15 verdachten aangehouden, waaronder Markus en Estrella zelf.

Bron “Koninklijk huwelijk kreeg drie keer meer zendtijd dan Jemen in 2018” door Jim Lobe via DeWereldMorgen en “Geraffineerd en gewetenloos: het verhaal achter het Spaanse horrorverpleeghuis” door Online redacteur Etienne Verschuren van NOS; beide op 8 maart 2019

Europese doelstellingen

In het ‘Energieakkoord’ heeft Nederland vastgelegd dat in 2020 minstens 14% van de opgewekte energie uit hernieuwbare bronnen komt; biomassa, waterkracht, wind, zon. Het aandeel opgewekte energie uit hernieuwbare bronnen is in de afgelopen jaren vervijfvoudigd, van 1,3% in 2000 naar 6,7% in 2017. Ondanks dat is Nederland van alle Europese landen het verst verwijderd van de Europees afgesproken doelstelling voor hernieuwbare energie.

Naast duurzaamheid haalt Nederland ook een flink aantal doelstellingen niet op het vlak van natuur en water. Het evaluatierapport, de tweejaarlijkse evaluatie Monitor Infrastructuur en Ruimte (MIR) van het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving (NPL), spreekt onder meer over een achteruitgang van zeldzame soorten in ecosystemen door de aanwezigheid van een teveel aan stikstof in de bodem, met name in de vorm van ammoniak. Landbouw, industrie en verkeer zijn de hiervan de bronnen.

België staat 2 plaatsen hoger dan Nederland in de lijst van de 28 EU-landen, gewogen naar hun aandeel hernieuwbare energie in relatie tot het gestelde doel in 2020. Bovenaan de lijst prijken in volgorde Zweden, Finland en Letland.

Tot zover het slechte nieuws dat onze mainstreammedia niet gehaald heeft.

Er is ook goed nieuws uit Nederland: een flink aantal economische en mobiliteitsdoelen heeft Nederland wel gehaald, zoals het versterken van de concurrentiekracht van stedelijke regio’s en het vergroten van het aanbod van infrastructuur. Door de fiscale stimulering voor de aanschaf van zuinige auto’s neemt de uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden af, terwijl het autogebruik nog wel toeneemt. Helaas blijkt de CO2-uitstoot sinds 2015 daarentegen weer gestegen te zijn.

Bron: “Nederland verst verwijderd van Europese energiedoelstelling” door Inter Press Service op 6 september 2018.

Feestelijk nieuws over ongemakkelijke bevindingen

De wegbermen en stedelijke plantsoenen in Nederland beginnen gelijkenis te vertonen met die van mijn kindervakanties in Zuid-Europa. In deze tijd van langdurige droogte en aanhoudende warmte, waarbij regelmatig ‘hitterecords’ gebroken worden, lijkt elke toespeling op klimaatverandering en de urgentie daar iets tegen te ondernemen not done. Dus dat zullen we maar laten. De energie om aan dode paarden te trekken is immers spreekwoordelijk vergeefse moeite.

Wel besteed ik aandacht aan een verwant onderwerp waarbij, als nagenoeg altijd wanneer ik dat na ga, hetgeen het nieuws bereikt anders is dan hetgeen gerapporteerd is.

De boodschap van NOS: mensen feest lekker verder!

Wat gerapporteerd is komt neer op een wetenschappelijk antwoord op de vraag òf er een drempelwaarde is voor opwarming van de aarde en zo ja waar die drempelwaarde ligt en wat we kunnen verwachten wanneer die drempelwaarde overschreden wordt? Het antwoord op deze vragen is “Ja, er zijn hoogstwaarschijnlijk drempelwaarden die bijvoorbeeld betrekking hebben op het Amazone regenwoud, de Russische permafrost en het Zuidpoolijs. Als een van die drempels wordt overschreden, zal dit waarschijnlijk leiden tot een veel hogere globale gemiddelde temperatuur dan in het interglaciaal van de afgelopen 1.200.000 jaren en tot een aanzienlijk hogere zeespiegel dan ooit in het Holoceen.”.
Vervolgens wordt veronderstelt dat de waarde ligt om en nabij 2 graden opwarming ten opzichte van voor het industriële tijdperk. Wat bij overschrijding van de drempelwaarden in werking treedt, is een zichzelf versterkend effect van opwarming waartegen niets meer te ondernemen is tot de 4 à 5 graden opwarming bereikt is. Al met al zal dit zichzelf versterkende effect zo’n 2 eeuwen duren. Dat zal ingrijpende invloeden hebben voor nagenoeg alle menselijk leven. De overige natuur zal zich wel aanpassen, vul ik op eigen houtje aan, omdat sommige planten en dieren gewoon uitsterven en de overige planten en dieren een onvoorstelbaar aanpassingsvermogen aan veranderende omstandigheden hebben. Ofwel: wanneer het ons niet lukt beneden de laagste drempelwaarde te blijven, ligt er een beangstigende toekomst voor veel mensen vast.

Momenteel is onze globale temperatuur 1 graad hoger dan voor de industrialisering, meldt NOS hierover. De temperatuur stijgt verder met 0,17 graad per decennium. In het klimaatverdrag van Parijs staan wereldwijde maatregelen om de opwarming van het klimaat tegen te gaan. Het streven daarvan is dat de temperatuur maximaal 1,5 tot 2 graden stijgt, waardoor het kantelpunt niet bereikt wordt. Dat de Parijse plannen vrijblijvend ingevuld zijn en dat de Verenigde Staten van Amerika er al helemaal afstand van genomen hebben, meldt NOS niet. We weten inmiddels al dat als we vandaag zouden stoppen met bijdragen aan klimaatverandering – hetgeen alleen theoretisch kan; onmogelijk in de weerbarstige praktijk – er van een langdurig naijl-effect sprake zal zijn. Ook dat laat NOS onvermeld, maar ze voegt als klap op de vuurpijl wel aan haar berichtgeving toe dat als we de klimaatdoelen van Parijs kunnen halen, ‘we ons niet druk hoeven te maken’. Alsof de huidige staat van de wereld met bosbranden, aanhoudende droogte, terugtrekkende gletsjers, verdampende meren, mislukte oogsten en temperaturen van 40, 50°C op dit moment voor niemand iets is om zich druk over te maken.

Maar ik snap het wel. Met ‘we’ wordt natuurlijk de verwende rijke egocentrische onverantwoordelijk levende Nederlander bedoeld, die recht denkt te hebben op 130 km/uur rijden, schoon water, zijn goed betaalbare eten, allerhande hebbedingen met name uit arme landen en zijn vliegvakanties. Voor hen is de boodschap van NOS: mensen feest lekker verder!

Een naar mijn idee betere weergave van de bevindingen in het rapport “Trajectories of the Earth System in the Anthropocene” dan de samenvatting van NOS kunt u hier vinden.

Bronnen: “Trajectories of the Earth System in the Anthropocene” door Will Steffen et al. bewerkt door William C. Clark, Harvard University, Cambridge en gepubliceerd door Proceedings of the National Academy of Sciences op 6 augustus 2018 en “Wereldwijde ‘hittetijd’ dreigt, zeggen onderzoekers” door de redactie Binnenland van NOS op 7 augustus 2018.

Tropische temperaturen

Volop berichten over de warmte, gebroken records en hoe het huis koel te houden of nachtrust te pakken. Vanavond op het journaal vast impressies van mensen op terrasjes achter volle bierglazen, die hun domheid mogen etaleren. Het is allemaal typisch voor de omgang van onze tegenwoordige media met iets dat ons raakt.

Net als Stef Blok, onze minister van Buitenlandse Zaken, al weken door wat reuring de aandacht weet af te leiden van de steeds verder teruglopende arbeidsinkomensquote, komen we ook met het warme weer niet veel verder dan doen alsof er net tussen onze landsgrenzen sprake is van een lastig incidentje.

Zo anders gaat dat bij De Wereld Morgen, waar het volgende opgesomd wordt:
In de hete zomer van 1976 was het vergelijkbaar warm en droog, maar groot verschil met toen is dat het toendertijd in de rest van de wereld kouder was dan tot dan toe normaal.
Het Vlaams Instituut voor de Zee meet de hoogste temperatuur ooit voor de Belgische kust. De afgelopen 45 jaar is de temperatuur van het Noordzeewater met 1,7°C gestegen.
Griekenland noteert het warmste jaar ooit. Samen met de besparingen opgelegd door de EU is dat de verklaring voor het grote aantal slachtoffers door bosbranden.
Zweden werd de voorbije week geteisterd door meer dan 80 bosbranden. Zelfs boven de poolcirkel stonden bossen in brand. Terwijl normaal ergens tussen 15 en 20°C al een warme dag is, steeg de temperatuur in de poolcirkel nu boven de 32°C.
Ook aan de andere kant van de wereld, in Japan, zaaien extreme weersomstandigheden dood en vernieling. In Kumagaya nabij Tokio werd een recordtemperatuur van meer dan 41°C opgetekend. Door de vochtigheid is de gevoelstemperatuur nog vele graden hoger.
Ook in Afrika sneuvelde een record. In de Algerijnse stad Ouargla werd het 51°C.

Stefan Rahmstorf van het Instituut voor Klimaatimpact in Potsdam, tekenen onze zuiderburen op, wijst op het bredere plaatje: “Onze aarde wordt nog maar eens getroffen door extreem weer, met extreme hitte en bosbranden in California en verwoestende overstromingen in Japan. Gebaseerd op de wetten van de fysica moeten we, door de opwarming van de aarde, ons verwachten aan frequentere en ergere verschijnsels.
En van Bunny Mcdiarmid, directeur van Greenpeace Internationaal, dat dit de fenomenen zijn die we krijgen bij 1°C opwarming. “Aan het vooruitzicht wat we zullen meemaken als de temperatuur stijgt met 1,5 of 2°C, zoals voorzien in het klimaatakkoord van Parijs durven we niet eens te denken”.

Bijna geen enkel land ter wereld heeft klimaatplannen die voldoende ambitieus zijn om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. De VS hebben zich inmiddels gedistantieerd van het akkoord. Eerst de aandeelhouders van grootbedrijven hun voordeeltjes gunnen ten koste van wat dat nu eenmaal kost; dan de moraal.
En dan nu maar weer over op vertier en vermaeck: “Nederland zucht”, “Miljoenenschade dreigt”, “Trump ontkent” en “Het aandeel Twitter keldert door een miljoen minder twitteraars”.

Voor geïnteresseerden, klik hier voor het bedoelde artikel.

Bronnen: “Huidige extreme weer over de hele aardbol biedt voorsmaakje van wat ons te wachten staat” door Christophe Callewaert via DeWereldMorgen op 26 juli 2018 en allerlei berichten via Nu.nl en NOS.nl op 26 en 27 juli 2018.