Een laag democratisch gehalte; te laag wat mij betreft

Ik gok dat het sinds de neo-liberaal Ruud Lubbers was (eerst lid van de KVP en sinds 1980 van het CDA), maar met de huidige coalitie van CDA, CU, D66 en VVD in de Tweede Kamer worden mij twee zorgwekkende zaken steeds duidelijker.
De eerste is dat de heersende opvatting in de Tweede Kamer er een is die neerkomt op wat goed is voor grootbedrijven, is goed voor iedereen. Ik deel die mening helemaal niet, maar je kunt zo’n opvatting hebben.
De tweede is dat we ons moeten afvragen of het democratisch gehalte van onze democratie nog wel voldoet aan de eisen voor een vitale parlementaire democratie.

Het recht van initiatief lijkt mij bij ons wel goed geregeld, en evenzo het recht van spreken en het stemrecht. Maar bij het vierde fundamentele element voor een parlementaire democratie gelijkheid gaat het hier te lande volgens mij al decennia fout; ik denk sinds Lubbers minister president was tussen 1982 en 1994. Nu met de afschaffing van de dividendbelasting voor buitenlandse investeerders komt pijnlijk aan het licht hoe gelijkheid in de Tweede Kamer ondermijnd wordt.

De drie-stappen-procedure is als volgt:
1.
Alle stemgerechtigden stemmen een verdeling van zetels in de Tweede Kamer (nagenoeg alle niet-stemmers weten niet dat ze hieraan mee-stemmen).
2.
Op basis van die zetelverdeling is er een procedure om een regering te vormen. Die komt neer op wie wil met wie regeren tegen welk politieke succes en tegen welke politieke prijs? Tot zover gaat het naar mijn idee goed. Maar dan wordt een strategie gevolgd waardoor het in deze stap toch al decennia fout gaat.
3.
Dat het volgens mij in stap 2 fout gaat, komt doordat de regeringspartijen een ‘regeerakkoord’ sluiten dat zo waterdicht mogelijk gemaakt wordt. Met dat laatste bedoel ik dat de regeringspartijen zich in dat proces van wie wil met wie verzekeren van meerderheden in de Tweede en Eerste Kamer waardoor de oppositie vrolijk initiatieven kan nemen, kan spreken en stemmen, maar dat haar doen en laten er niets toe doet (zolang de regering niet valt).

Met het afschaffen van genoemde dividendbelasting wordt eindelijk voor iedereen die kijken kan duidelijk dat zelfs thema’s die in geen enkel verkiezingsprogramma gestaan hebben in stap 2 door de Tweede en Eerste Kamer tot onaantastbare wet verheven kunnen worden. Laat staan hoe de onderhandelingsresultaten op basis van de politieke voorkeuren, zoals die in een regeerakkoord voor ieder die niet mee-onderhandelde uitonderhandeld blijken, door die Kamers gejast worden.

En nu het er op lijkt dat het daarmee geslagen gat in de begroting deels gedicht wordt door de vennootschapbelasting minder te verlagen, krijg ik niet het gevoel dat welzijn van het volk voorop staat. Ook verlaging van de vennootschapsbelasting staat dus geagendeerd door deze coalitie (en niet een verlaging van de loonbelasting voor de eerste twee schijven; wel een verhoging van de BTW die voor de laagste inkomensgroepen het hardst aankomt). Deze bedrijfsvriendelijke houding ten koste van een volksvriendelijke houding komt kennelijk voort uit de opvatting dat (groot)bedrijven in de watten leggen, iedereen vast ten goede zal komen. Met een toekomst waarin onze kinderen het materieel slechter gaan krijgen dan onze ouderen het gehad hebben, geloof ik daar geen snars van.

Ik zou zeggen dat we als handlangers van het grote geld onze dictators mogen kiezen en dat ons democratisch gehalte al jaren geminimaliseerd is tot, wanneer een coalitie om een of andere reden uitgeregeerd is, het zonder bloedvergieten mogen kiezen van onze nieuwe dictators die het grote geld weer gaan dienen. Oud ministers vertrekken dan nogal eens naar grootbanken of grootbedrijven. Mark Rutte te zijner tijd mogelijk terug naar Unilever voor een leuke job waarbij hij als beloning voor zijn gelegaliseerde diefstal vanuit de Staatskas het meervoudige van de Balkenende-norm binnen mag harken. Feitelijk vergaderen Tweede en Eerste Kamer voor de bühne om de besluiten uit het regeerakkoord er door te jassen waarbij de niet-regeringspartijen vrijelijk initiatieven mogen nemen, spreken en tegen-stemmen totdat ze een ons wegen. Toch wel mooi, dat wisselingen van regeringen zonder bloedvergieten gaan.

Een stuiptrekkende vakbond

Vandaag was ik bij het ‘FNV-offensief’, de in goed Nederlands Kick off van de Federatie Nederlandse Vakbeweging; weliswaar 30 jaar te laat, maar toch. Ik ervoer het als stuiptrekkingen van een vakbond-van-weleer. Een dagvoorzitter die blij is met de eerste die ‘actie’ scandeerde, nog blijer wanneer zo’n beetje iedereen ‘actie, actie, actie’ riep, waarbij de ‘actie’ beperkt bleef tot het ‘actie’ roepen. Wat een armetierige vertoning.

De voorzitter van de FNV had voor mij een weinig inspirerend verhaal. Ik koester al geruime tijd argwaan tegen deze vakbond, al ben ik er tot enkele jaren geleden wel altijd lid van geweest. In plaats van enige zelfkritiek deed hij net alsof ze daar bij de FNV na jaren intern gedoe onlangs eens een krant gingen lezen en toen vreselijk schrokken hoe arbeidsomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en lonen voor werknemers intussen achteruit gehold waren. Hij probeerde stoer te doen met een herhaald ‘Dit pikken we niet’, waar ik liever niet dergelijke straattaal gehoord had. En zowel in de plenaire bijeenkomst als bij zijn nieuwjaarsspeech benadrukte hij dat de FNV maandelijks 4 à 5.000 nieuwe leden inschrijft. Over waarom ze ooit weggelopen waren geen woord. Bovendien, als succes teveel geëtaleerd wordt, krijg ik het idee dat het falen overschreeuwd wordt. Dat zal wel met mijn jeugd te maken hebben. Of met levenswijsheid. Toen ik in dat overvolle Tivoli/Vredenburg rondkeek, kreeg ik het vermoeden dat het aandeel laagstbetaalden wel erg groot was. Ik heb met die mensen te doen en realiseer me, vanuit de mensonwaardige behandeling van de flexwerkers bij een distributiecentrum van de HEMA, waar ik ook even toe behoorde: “Wat kunnen ze anders dan ‘actie, actie, actie’ roepen?

Nee, dan Hans Hoek. Dat bestuurslid mocht de FNV-analyse uitleggen. Hij deed dat zonder papiertje waarvan hij voorlas “O ja, hier ben ik. Dit pikken we niet.” Hoek stelde kort en bondig dat we niet moeten praten over marktwerking zonder daarbij de rol van de politiek te benoemen:
Onze politici maakte payrolling, uitzenden en ZZP-werk in plaats van vaste banen mogelijk.
Onze politici stonden toe dat prijsverschillen ontstonden tussen flex en vast, doordat flexwerkers niet onder een collectieve arbeidsovereenkomst hoefden te vallen, flexwerkers hoefden niet verzekerd te worden, voor flexwerkers hoefden werkgevers geen pensioen af te dragen en flexwerkers ontvangen geen ontslagvergoeding. Stuk voor stuk besluiten die in de Tweede en Eerste Kamer genomen zijn.
Verder subsidieerde onze politici de MKB-aftrek, de startersafstrek en de zelfstandigenafstrek. Zo werd iedereen in Nederland, die nog geen ZZP-er was geworden, flexwerker.

Ofwel, het ondernemersrisico werd zonder tegenprestatie van werkgevers door de politiek van werkgevers bij de werknemers verlegd: Is er geen werk, dan hoeft de flexwerker niet te komen. Is er wel werk, dan is de flexwerker verplicht wel te komen. Is er even geen werk, dan wordt de flexwerker dat ‘even’ niet doorbetaald.

Zie het voor je: 5 schilders werken aan de buitengevel van een mooi duur pand. De eerste is een flexwerker, de tweede heeft een tijdelijk contract, de derde is een uitzendkracht, de vierde is in vaste dienst en de vijfde is een ZZP-er. Ze krijgen alle vijf hetzelfde nettoloon. Deze schilders zullen vriendelijk voor elkaar zijn, maar werken slechts ogenschijnlijk samen: doordat hun werkgevers heel verschillende winsten overhouden van hun arbeid, hebben alleen de echt goed ondernemende ZZP-er en de flexwerker een grote kans op werkbehoud. Tot een van die twee kiespijn krijgt, natuurlijk.

Hoek stelde voor nu als uitgangspunt te kiezen:
1. Flex is prima voor piek en ziek (werkgevers)
2. Flex is prima voor vrij en blij (werknemers)
En het is prima dat werknemers het ondernemersrisico overnemen, maar alleen als dat beloond wordt:

Ad. 1. Beprijs flexwerk
Ad. 2. Beloon het risico dat werknemers nemen

Het ZZP-minimumtarief noemde Hoek een goede eerste stap.
Minimale pensioenafdrachten en AOV-plichten, verplichtingen aangaande de algemene oudersdom voorziening, zijn volgens hem de essentiële eerstvolgende stappen die nu gezet moeten worden. En het minimumloon voor flexwerkers moet van hem (en de FNV) omhoog: bij elk nul-urencontract, oproepcontract of tijdelijk contract en bij elke proeftijd moet het minimumloon naar € 15,= per uur.

Een FNV-voorzitter die pleit voor beter materieel voor defensie, dat ministerie dat nauwelijks nog iets met ‘verdediging’ te maken heeft maar met schendingen van humanitaire rechten op de Middellandse Zee en agressie in het kielzog van de Verenigde Staten van Amerika, diskwalificeert zich voor mij, maar…
Het is waar dat de materiële zekerheden sinds 1992 in Nederland voor veruit de meeste mensen in loondienst en voor de mensen die afhankelijk zijn van een uitkering systematisch zijn afgebouwd, lijkt me.
Het is waar dat de kwaliteit van werk sindsdien eveneens afgenomen is, lijkt me.
Het is waar dat ons uur-inkomen steeds lager wordt door bijvoorbeeld het verlagen van pensioenafdrachten en het afschaffen van seniorendagen, lijkt me.
Het is waar dat, terwijl buitenlandse aandeelhouders minder dividendbelasting hoeven te betalen, de publieke voorzieningen onverkort van ònze arbeidsinkomsten gefinancierd moeten worden, lijkt me.
Maar om hier nu allemaal nu pas mee te komen, aan de vooravond dat CETA ondertekend gaat worden, is wel super-last-minutwerk.

Nee, CDA, D66, Shell, VNO-NCW en VVD, alle vertegenwoordigers aan de onderhandelingstafel om het kabinetsbeleid te bepalen, zijn altijd wel eerlijk geweest over hun wensen ruim baan te geven aan het grote geld en de overheid te verzwakken waar ze maar verzwakt kan worden. Voor hen is een Nederlandse driekleur in de Tweede Kamer afdoend, ondernemerschap en concurrentie op de werkvloer een zegen zoals een vangnet voor kwetsbaren hen een vloek is en het enige dat echt telt is voor hen het vooruitzicht op banen waar ze na hun politieke stage als minister of staatssecretaris ver boven de Balkenendenorm uitbetaald gaan worden.
Nagenoeg alle Nederlandse politieke partijen ijveren nog steeds voor economische groei ook nu die groei al decennia niets oplevert voor mensen aan ‘de onderkant’ van de samenleving, integendeel, dat grotere bruto binnenlands product wordt bereikt door hen aan hun lot over te laten. Vrijwel alle linkse organisaties hebben er net zo goed een aandeel in gehad dat het zover als nu gekomen is, inclusief de FNV die in een dodelijke omhelzing met de PvdA verkeerde. Maar toch, dat verhaal van Hoek was voor mij de moeite waard.

Het kan, mits

Dit is de tijd van bezinning. Als we het al doen, doen we dat tussen het sinterklaasfeest en oud en nieuw met het kerstfeest als bezinningshoogtepunt. Vandaar dat ik nu de kans grijp een bezinnend stukje te gaan schrijven.

Terwijl de werkenden onder ons zich een slag in de rondte moeten werken om hun werk af te krijgen, de kinderen groot te brengen, mantelzorg te verlenen, sociale contacten te onderhouden en zichzelf verder te ontwikkelen is een 25-urenweek met behoud van loon mogelijk. Wanneer de arbeid gelijkelijk verdeeld werd onder de actieve (werkende en werkzoekende) bevolking zouden we al aan een gemiddelde werkweek van 30 uur per week komen.
Daarnaast krijgt een werknemer in de private sector ongeveer 43% van wat hij of zij aan waarde creëert* niet uitbetaald. Hiervan gaat een deel als inkomstenbelasting naar de overheid en de rest gaat naar aandeelhouders of de werkgever. Wanneer de minstens 15 uur ‘gratis’ voor zijn of haar baas werken gereduceerd werd tot 10 uur, kan de werkweek nog met 5 uur per week verminderd worden.

Het is nergens voor nodig dat 70% van de werkzoekenden problemen heeft om rond te komen en dat 20% van ons in een dagelijkse angst leeft om in armoede terecht te komen. Lonen en uitkeringen zouden met gemak boven de armoedegrens kunnen liggen. Voor de 54% van de eenoudergezinnen kan het risico om in de armoede of marginaliteit terecht te komen ongedaan worden gemaakt.

Het is helemaal niet nodig dat de 8% van de mensen de aankoop van medicijnen of de 26% van iedereen een doktersbezoek uitstellen omwille van geldgebrek. Met het kiwi-model kan € 2.000.000.000 bespaard worden en wanneer medisch specialisten op een ‘normale’ manier vergoed worden, bijvoorbeeld door hen het loon van een universiteitsprofessor te geven, kan nog eens € 2.000.000.000 bespaard worden. Overbodige onderzoeken in ziekenhuizen kunnen vermeden worden door het systeem af te schaffen van de “betaling per prestatie”. Dat levert dan nog eens € 800.000.000 op. Die maatregelen zijn ruimschoots voldoende om het medisch tekort op te lossen.

De 10% van ons op wachtlijsten kan direct geholpen worden, want er hoeven geen wachtlijsten te zijn voor mensen met een handicap, voor kinderopvang, sociale woningen of een plaats in een verzorgingshuis.

De achterstand op scholenbouw, die vandaag tot 2.500 scholen is opgelopen, kan worden weggewerkt en het onderwijs zou best kunnen rekenen op voldoende middelen en personeel; het kan weer tot de top van de wereld gaan behoren.

Ook de 40% van de gezinnen, die dat nu niet kunnen, zouden kunnen sparen voor slechtere tijden voor een of meer gezinsleden of voor later. Ook de 27% van de gezinnen, die dat nu niet kunnen, zou op vakantie kunnen gaan.

Alle woningen kunnen van goede kwaliteit zijn en goed-geïsoleerd. Ook de 5% van de mensen, die dat nu niet kan, zou goed kunnen eten, zijn of haar huur kunnen betalen èn het huis verwarmen.
Aangezien de energiereuzen de sleutel in handen hebben om klimaatdoelen te halen, zouden die weer in overheidshanden moeten komen. Alleen dàn kunnen ze massaal overschakelen op groene energie. Daarnaast kan een groots opgezet investeringsprogramma – afvang van CO2, isolatie, openbaar vervoer, enz. – ervoor zorgen dat we de afgesproken klimaatdoelstellingen tijdig halen.
Ook de 70% van niet-EU-bevolking, die momenteel in armoede leeft, kan loon naar werk krijgen en dus voldoende voedsel, goede huisvesting en onderwijs, waardoor het voor rechtspopulisten moeilijker wordt om de spanningen tussen bevolkingsgroepen op te stoken.

Dit is allemaal mogelijk wanneer we het als een misdrijf gaan zien, en niet als een jaloersmakende verdienste, om € 300.000.000.000 van hier naar belastingparadijzen te versluizen. Dat we het beschamend gaan vinden dat, terwijl de armen armer werden, de allerrijksten op aarde het afgelopen jaar € 1.000.000.000.000 rijker geworden zijn en ook hen, net als bij u en mij gebeurt, via belastingheffing tot delen dwingen.
De rijkdom in ons land heeft ongekende hoogtes bereikt. Vandaag produceren we per inwoner 5x zoveel als 60 jaar geleden. Voor een gemiddeld gezin van twee volwassenen en twee kinderen betekent dit potentieel een besteedbaar inkomen van € 8.650 per maand en een vermogen van € 785.000.

Met zo’n ongekende rijkdom is het onmiskenbaar dat we met zijn allen materieel onbezorgd in overvloed kunnen leven. De materiële voorwaarden voor ‘de hemel voor iedereen’ zijn in elk geval meer dan vervuld.
De verdeling van geld kent echter geen enkele morele verantwoording. Nog nooit was de kloof tussen wat er materieel aan moois voor iedereen mogelijk is en wat daarvan gerealiseerd wordt zo groot als vandaag.

Anders gezegd, gezien ons hoge bruto binnenlands product en zeer hoge welvaartspeil is het beschamend en een schande dat zoveel mensen hun elementaire behoeften niet bevredigd kunnen krijgen.

Bron: “Nu ook berekend: This could be heaven for everyone” door Marc Vandepitte via DeWereldMorgen op 27 december 2017 en “Allerrijksten in de wereld 1 biljoen rijker” door de economieredactie van NOS op 26 december 2017.

* De meeste aantallen, bedragen en percentages gelden voor in Vlaanderen of België; in Nederland zullen die ietsje anders uitkomen.

Europese beschaving IV

De trojka van Europese Centrale Bank, Europese Unie en Internationaal Monetair Fonds goot het beleid tot in het kleinste detail in 3 ‘Memoranda van overeenstemming’, alles in het Engels, die de Griekse regering sinds 2009 in de praktijk overbodig verklaren. In 2010 gaven Griekse ministers toe dat ze geen tijd hadden gekregen het eerste dikke document te lezen voordat ze het moesten ondertekenen. Bij het 3de akkoord, in 2015, moest het parlement binnen anderhalve dag 977 pagina’s aan wetgeving accepteren, zonder een woord te wijzigen.

Het Griekse parlement kent geen autonomie meer; beslist het zelf, dan heet dat ‘eenzijdig handelen’, wat verboden is. Zo wilde Syriza voedselbonnen en stroom aan de allerarmsten geven. De trojka hoorde erover en stuurde een e-mailtje: ‘Doe het niet.’ Leeft de regering niet elke trojkawens na, dan blijft de lening uit – dát is de stille staatsgreep, de onderwerping van Syriza is een kleinere coup daarbinnen.

We zullen ze vermorzelen

De trojka en de eurolanden vormen een mozaïek van motieven. Het draait om banken en geldelijk gewin, maar ook om gezag over Zuid-Europa, ideologie en het niet willen toegeven van misgrepen. En wraakzucht.

Eerder schreef voormalig minister van financiën Yannis Varoufakis over een bekentenis van Wolfgang Schäuble, de Duitse oud-minister van Financiën, die hij vroeg:
Zou jíj dit akkoord aangaan?
Na een stilte zei Schäuble: “Nee, het is vreselijk voor je mensen.
Varoufakis: “Waarom dwing je mij dan ertoe?
Schäuble: “Begrijp je het niet? Dit deed ik in Ierland, in Portugal, in het Balticum. We letten op de discipline en ik wil de trojka naar Parijs brengen.
Dat idee hoorde Varoufakis vaker: alles draait om Parijs en Rome. Griekenland dient als afschrikking, als een ‘laboratorium van een pessimistische visie op de samenleving en wantrouwen in mensen’.

In 2010 dineerde Timothy Geithner, destijds Amerika’s minister van Financiën, met de Europese leiders. Hij legde zijn oor te luisteren: “We leren die Grieken een lesje”, citeert hij in zijn memoires. “Ze logen ons voor; we zullen ze vermorzelen.

Vandaar nu een Griekenland van 7 jaar onder de trojka. Het is een neergang zonder einde, met dramatische gevolgen – duizenden stierven een onnodige dood, die terug te voeren valt op de afgedwongen besparingspolitiek.

Lees het hele artikel via deze link.

Bron: “Een verkapte Europese coup; onderzoek: De trojka in Athene” door Edward Geelhoed in DeGroeneAmsterdammer op 29 november 2017.

“Alle dieren zijn gelijk!!! (echter, sommige dieren zijn meer gelijk dan andere dieren)”

Armoede
Nederland is een rijk land met weinig ongelijkheid, maar 700.000 Nederlandse huishoudens leven in armoede. Dat zijn er meer dan pakweg 10 jaar geleden. De participatiemaatschappij heeft haar tol geëist onder hen die niet goed mee kunnen komen. Tel hierbij nog op het verlies van voorzieningen waar vooral lage inkomens zwaarder op leunen. Rutte II werd het in 2012 eens over marktconforme huren en bezuinigingen op bibliotheken, op ‘passend’ onderwijs, op het persoonsgebonden budget en in de zorg. In 2014 kwamen daar nog eens (verlenging van) nullijnen voor ambtenaren en in de zorg bij, en bezuinigingen op het gemeente- en provinciefonds. Rutte III voegt daaraan onder meer toe een afschaffen van de arbeidskorting voor wie in de ziektewet zit en een verlaging van de zorgtoeslag.

Eerste levensbehoeften
Het btw-tarief voor eerste levensbehoeften neemt met de helft (!) toe, van 6 naar 9 %. Wie nu bijvoorbeeld een derde van zijn lage inkomen aan eerste levensbehoeften kwijt is, wordt dus vele malen harder geraakt dan een hoog-inkomen-huishouden waar de dagelijkse boodschappen een klein deel van het inkomen bedraagt.

Armoedebestrijding en gelijkelijk delen in de economische groei zijn wellicht nobel, maar leveren na dit kabinet onvoldoende stemmen op.

Inkomsten
Wie nu minder dan € 20.000 verdient, betaalt 36,55 % inkomstenbelasting; wie meer dan € 67.000 verdient, betaalt 52 %. In de toekomst betaalt ieder die minder dan € 68.000 verdient daar 36,9 % belasting over, daarboven wordt het 49,5 %. De begeleidende doorrekening van het Centraal Planbureau geeft aan dat de algemene inkomensongelijkheid zal dalen, vooral vanwege opstekers voor de middeninkomens, maar is weinig specifiek over de laagste inkomens. Terwijl die groep juist hard geraakt zijn door alle bezuinigingen en de crisis. Het gaat hier om een forse reductie voor de rijken en een stijging voor de allerlaagste inkomens; een serieuze herverdeling van de laagste inkomens naar midden- en hogere inkomens nu het economisch wat beter gaat.

Hypotheken
De hypotheekrenteaftrek, aanjager van onze torenhoge schulden, wordt versneld afgebouwd; ik had liever gezien dat dit alleen gold voor het deel van de hypotheek boven de € 250.000. Nu komen alweer degenen met de laagste inkomens in zwaarder weer dan degenen met midden- of hogere inkomens.

Vermogen
De vermogensbelasting gaat straks in bij een spaartegoed van meer dan € 30.000; de grens is nu € 25.000. Leuk voor mensen die vermogens hebben, geen voordeel voor de laagste inkomens, die alleen maar van € 30.000 kunnen dromen. Relatief worden de mensen met de laagste inkomens op achterstand gezet.

Kortom:
We gaan allemaal delen in de groei, maar niet de fysiek vaak hardst werkenden en alle minst-verdienenden inclusief degenen met flex-, nul-uren- en oproepcontracten. Hadden ze maar meer geluk moeten hebben.

De politieke logica is duidelijk: nu we aan de andere kant van de oceaan aan het einde van de beschaving zijn gekomen geldt ook hier dat armoedebestrijding en gelijkelijk delen in de groei, ook aan de onderkant van de inkomensverdeling, wellicht nobel zijn (geweest), maar onvoldoende stemmen opleveren nu de electorale concurrenten van de regeringspartijen in dezelfde vijver van middeninkomens vissen.

Dit kabinet had de kans om, zonder de flanken aan tafel, een visionaire stap voorwaarts te zetten. Een kans om te laten zien dat het een halt toe kon roepen aan inkomsten- en vermogensongelijkheid door het inkomen van de laagste en midden-inkomensgroepen te laten toenemen zonder de hoogste extra te bevoordelen.

Het had geschiedenis kunnen schrijven door van Nederland, een van de rijkere landen in de wereld, het eerste land te maken dat armoede zou gaan uitroeien.

Het had de kans van een gasland een gidsland te maken door meer dan welk land dan ook in te zetten op duurzame energie.

Het had een voorbeeld kunnen stellen door zich als eerste uit de greep van de multinationals te ontworstelen en aan de rest van de wereld te laten zien: zo doek je een belastingparadijs op.

Het had de kans nationale eenheid te kweken door een solidair beleid in plaats van de neoliberale strategie te blijven volgen met een museum en een volkslied.

Het had aan de Europese Unie voor kunnen doen: zo ziet werkelijke democratisering er in de 21ste eeuw uit.

Maar voor een van deze alternatieven was daadkracht, lef en visie nodig geweest. En vooral een werkelijk vertrouwen in de toekomst.

Bronnen: “Ruk naar rechts” door Dirk Bezemer in De Groene Amsterdammer van 11 oktober 2017 en “Het regeerakkoord van Rutte III is van alles niks en heel veel net-niet” door Rob Wijnberg in de Correspondent op 16 oktober 2017.

Weg baan, geld en zekerheid

Gisteren vertelde ik voor het lunchpauzeconcert in Tivoli Vredenburg dat ‘de economie’ op mensen als ik niet kan draaien. Dat gold nog in sterkere mate voor mijn gezelschap. Beiden zijn we doordrenkt van het idee dat een mens eten, drinken en perspectief nodig heeft voor een goed leven. Alle gadget-producenten ten spijt. Misschien is het meer filosofisch ‘de idee’ hier overigens meer op zijn plaats.

Hoe anders redeneren onze politici. Lingeriefirma ‘Marlies Dekkers’ dreigde in de zomer van 2013 te bezwijken onder haar schulden. Oprichtster Dekkers maakte afspraken met de nieuwe investeerders van Karmijn Kapitaal (KK). Dat is een met belastinggeld gespekt private-equityfonds. KK liet de lingeriefirma failliet gaan en maakte dezelfde dag een doorstart. Dekkers kreeg 25% van de aandelen, de rest ging naar KK. Andere aandeelhouders en leveranciers zijn hun geld kwijt en een deel van het personeel verloor zijn baan.

Belastinggeld dat niet geïnvesteerd wordt in het algemeen belang

KK haalde 33% van zijn investeringsbudget op bij de overheid:
Het Europees Investerings Fonds (EIF) zegde € 9.000.000 toe in 2012. In 2015 kwam daar nog € 20.000.000 bij.
Het ministerie van Economische Zaken (EZ) investeerde mee via het in 2012 opgerichte Dutch Venture Initiative (DVI). Dit is een fonds gevuld met publiek geld – deels van EZ, deels van EIF – dat via andere fondsen mkb-bedrijven ondersteunt. Uit die pot kreeg KK € 5.000.000.

Tuk op ondernemertje spelen investeerden onze overheden ook in de Duitse gereedschap-webshop ‘Contorion’ (Alles für den Profi) en in online wenskaartenfirma ‘Greetz’ en leende geld uit aan bussenbedrijf VDL, eendenslachterij VSE in Harderwijk en kokendwaterfirma Quooker.

Het gaat dan, wordt gezegd, om ‘revolverende fondsen’. In gewoon Nederlands ‘de kip met de gouden eieren’ en om het uit te leggen ‘kapitaal dat in korte tijd zoveel winst oplevert dat steeds meer kapitaal geïnvesteerd en uitgeleend kan worden’; ‘durfkapitaal’. Dat investeringen en leningen lopen via niet democratisch gecontroleerde accountantskantoren, zoals KK en PricewaterhouseCoopers (PwC) dat alleen al voor onze overheid – niet belangeloos – € 700.000.000 beheert, blijkt geen bezwaar. In totaal lijkt voor ‘de Nederlandse markt’ ruim € 20.000.000.000 ondergebracht te zijn in 150 fondsen. En dat terwijl semi-overheidsdiensten als de energiebedrijven, scholen, spoorwegen en andere vervoersbedrijven, waterbedrijven, woningbouwcorporaties, zorginstellingen en zorgverzekeraars als private instellingen op ‘de markt’ moesten gaan concurreren.

Een schoolkind kan begrijpen dat revolverende fondsen net zo min kunnen bestaan als een perpetuum mobile of een kip die goud legt in plaats van eieren. Wanneer zij tegen elke logica in zouden bestaan, zouden commerciële bedrijven daar al hun geld in investeren. Hier is de weg andersom: overheden investeren eindeloos met ons belastinggeld in pop-ups, start-ups en wereldbestormende projecten tot en met KK, omdat daar minstens 30% van het bestuur uit vrouwen bestond (direct na het faillissement van ‘Marlies Dekkers’ werd de bestuursvoorzitter door een man vervangen). De keren dat een project slaagt, strijken grootbedrijven de winsten op door overnames en met patenten. Maar onze politici zijn er dol op. Het verlies van belastinggeld betalen wij doordat geld niet geïnvesteerd wordt in het algemeen belang: cultuur, gezondheidszorg, milieu, onderwijs, welzijn en onafhankelijke (!) wetenschap en doordat de patenten de prijs van producten als medicijnen, ICT-technologie en voedingsmiddelen opdrijven.

En dan nog even dit: ons ministerie van Economische Zaken richtte EIF en DVI op onder Luxemburgs recht: met een investeringsportefeuille van € 39.000.000 in 2016 werd € 24.000 uitgegeven aan belastingadvies en werd € 783 aan belasting afgedragen.

Deed de overheid nog maar wat zij behoort te doen: opkomen voor het algemeen in plaats van het privaat-belang. Mijn gedroomde overheid is er een die zorgt dat iedereen gezond kan blijven en perspectief heeft op een goed leven.

Aanraders: Mazzucato, M. (2015), “The Entrepeneural state: debunking public vs. private sector myths” ISBN 9781610396134, “De ondernemende staat” ISBN10 9046819302 ISBN13 9789046819302 of klik hier voor een uitzending van ‘VPRO Tegenlicht’ met haar.

Bron: “De overheid als durfkapitalist; het sprookje van de revolverende fondsen” door Bram Logger en Parcival Weijnen met medewerking van Mark Coelen in De Groene Amsterdammer van 29 maart 2017.

Maken politieke beloften ook schuld?

‘Centrum’ en ‘Rechts’ zijn in hun politieke betekenis synoniem geworden voor ‘uitzichtloze crisis’.

De ruggengraat van rechtse denkers is het kapitalisme zoals we dat in dit land nu al zo’n 40 jaar concretiseren. Alle centrumpartijen hebben dit kapitalisme omarmd. Er is in Nederland haast geen politieke partij met een alternatief voor dit rechts-kapitalisme. Op de zonderling na, die Hoog Cartharijne een heerlijk winkelcentrum vindt, zal niemand nu nog beweren dat onze kapitalistische economie de garantie vormt voor de hoogste welvaart voor iedereen.

Integendeel, steeds meer mensen komen tot het inzicht dat het kapitalisme van vandaag een economisch model is dat massale armoede produceert ten voordele van de weergaloze fortuinen voor een handjevol mensen: de aandeelhouders, de directeuren en de bestuurlijke top van grootbanken en grootbedrijven met hun machtige politieke lobby-apparaat. Bedrijven, die eerder soms staatsbedrijven waren, waarvan deze mensen nu jaarlijks en soms zelfs maandelijks tonnen euro’s bijgeschreven krijgen.

Als antwoord op de decennia lang beleden economische godsdienst “There Is No Alternative!” kunnen in dit tijdgewricht extreemlinks en extreemrechts laten zien dat er wel een alternatief is.

Dit volksinzicht groeit doordat de armoede ook toeslaat in de zogenaamde “centrumgebieden” van het kapitalisme: het ooit zo rijke Westen waar velen eraan gewend waren weg te kijken voor humanitaire rampen elders. Het komt nu zo dichtbij dat wegkijken haast niet meer lukt. Buiten een handjevol rijke lui heerst dan ook bij menigeen de overtuiging dat de hele zaak niet deugt. Slechts over wat ‘de hele zaak’ is, is discussie. Als antwoord op toenemende verarming stelt Rechts een nog snellere en veralgemeende verarming voor: op toenemende werkloosheid stelt ze een nog-verdere flexibilisering van de arbeidsduur-verlenging voor, een nog-verdere verarming van degenen die geen betaald werk hebben en een nog-verdere verzwakking van het ontslagrecht.

Ik heb me bij dit kapitalisme als een zo onbetwist vereerd gouden kalf nooit thuis gevoeld. Politiek moet volgens mij in de eerste plaats gaan om de kwaliteit van ons bestaan, en niet om geld. Geld is slechts een handig ruilmiddel. Over wie ‘ons’ is ben ik zeer ruimdenkend, maar ik weet dat veel mensen geen enkele andere boodschap hebben aan knechting, slavernij en uitbuiting van mensen elders dan een “Och, och, zou dan nou zo zijn? Daar zouden ze toch iets aan moeten doen.

Op vernieuwingen binnen de samenleving reageert Rechts, en ook de centrumpartijen, met fascisme, nationalisme, racisme en/of vreemdelingenhaat. Conflicten en milieurampen elders in de wereld – een zeer belangrijke oorzaak voor migratie en dus voor toenemende diversiteit binnen onze samenleving – beantwoorden rechtse en centrumpartijen met uitheemse detentiecentra, oorlog en terreur. Gevraagd naar het hoe en het waarom van dit alles produceert Rechts kindertaal: “America / Britain is the world’s greatest country”, “Dat is nu eenmaal zo”,“It’s gonna be great, it’s gonna be huge”, “Geen moskee in mijn dorp / straat / stad”, “Dit is knettergek”, “Dit is een nepparlement / neprechter”, “Doe eens normaal, man”, “Wat is daar nu verkeerd aan?”, “Wir schaffen das”. Het zijn woorden van mensen die volgens mij beseffen dat ze inhoudelijk niets meer te vertellen hebben.

Kapitalisme als bron van creativiteit, sociale dynamiek en vernieuwing heeft eveneens opgehouden te bestaan. We worden nu warm gemaakt voor verfijningen en minieme veranderingen aan oude technologieën. De basistechnologie van de auto is ruim een eeuw oud, die van straalmotoren 70 jaar en die van de computer eveneens al enkele decennia. Bedrijven voeren geen marketing meer voor revolutionair vernieuwende dingen; ze voeren alleen nog enorme campagnes over de adjectieven die we aan die dingen moeten hechten: een stijlvolle Mercedes, een sexy paar laarzen, een coole iPhone.

De ‘blanke boze burger’ is volgens mij helemaal niet boos, maar hecht geen waarde meer aan de jarenlange stroom van mooie beloften en lelijke bedreigingen. De politieke vernieuwing komt nu uit de marges van het politieke spectrum die in onze mainstream-media altijd met “extreem” werden aangeduid: ‘extreemlinks’ of ‘extreemrechts’.

De nieuwe massabewegingen van kritische burgers zullen hun nieuwe verhalen wikken en wegen. Wanneer die verhalen niets anders blijken te zijn dan een geslaagde marketingcampagne voor precies dezelfde uitverkoop van wat ooit rechten waren, dan kan dat nog enkele verkiezingsoverwinningen opleveren. Maar vroeg of laat zullen we – zoals het er nu volgens mij naar uitziet – ons vertrouwen in Rechts en in alle centrumpartijen en masse verliezen. Volgens de eerste debatten wordt door de grootste kanshebbers ingezet op samenwerking zonder voor de oorzaken van het weglopen van kiezers bij rechtse en centrumpartijen een alternatief te bieden.

Als antwoord op de decennia lang beleden economische godsdienst “There Is No Alternative!” kunnen in dit tijdgewricht extreemlinks en extreemrechts laten zien dat er wel een alternatief is. Komende verkiezingen maken de Nederlandse politieke partijen, die haast allemaal stuk voor stuk het rechts-kapitalisme omarmen, nog een flinke kans op succes. De vraag voor mij is alleen nog of de meerderheid na hun teleurstelling volgend op dit succes zal gaan kiezen voor Trumpisme. Inmiddels zijn generaties gewend aan een zekere orde en stabiliteit, waardoor teveel mensen zich niet meer voor kunnen stellen dat met moeite tot stand gekomen instituten afgeschaft kunnen worden. Inclusief elke vorm van democratie of inspraak.

Of zou gekozen worden voor een koers die juist alle mensen spaart, inclusief de aarde en het klimaat voor zover dat nog mogelijk is?

Of een koers die weer alleen gericht is op het welzijn van de ogenschijnlijk brave Nederlanders met een BSN-nummer?

En ik zie u in gedachten al denken: “Och, och, zou dan nou zo zijn?

Bron: Dit blog is sterk geënt op “Wat met de toekomst van rechts” door Jan Blommaert* via https://www.dewereldmorgen.be op 4 februari 2017.
_______________
* Jan Blommaert (1961) is volgens Wikipedia-nl een Belgisch sociolinguïst en taalkundig antropoloog en werkzaam aan de Tilburg University als hoogleraar taal, cultuur en globalisering en directeur van het Babylon Centrum voor de studie van superdiversiteit.