Een onvolledige quote

In 1977 was het afgelopen met de verplichte vermogensaanwasdeling; de door de regering voorgenomen afgedwongen plicht werknemers te laten delen in de bedrijfswinsten met behulp van collectief beheerde aandelen. Het CDA ging met de VVD regeren. Daarna stemde de Nederlandse bevolking steeds rechtser, totdat de VVD het laatste decennium zelfs de minister-president mocht leveren. In plaats van ‘vrijheid van gebrek en vrees’ werd de ‘vrijheid zoveel geld bij elkaar te schrapen dat er geen eind aan komt’ het streven van de wisselende Nederlandse coalitiepartijen.

Tot nu, nu de koopkrachtcijfers negatief staan en degenen die in Nederland hun hoofd nog altijd wel boven water konden houden ook in armoede kopje onder dreigen te gaan, terwijl de Nederlandse economie blijft groeien.

De feiten volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek: het afgelopen jaar groeide de economie met 5,6% (gecorrigeerd voor inflatie) en rekening houdend met de gestegen prijzen daalde de cao-lonen met zo’n 7% (waarbij geen rekening gehouden is met de geldontwaarding). Het verschil tussen wat ‘we’ armer werden en rijker zit grotendeels bij bedrijven en hun eigenaren: Shell maakte in 6 maanden tijd € 20.000.000.000 winst; € 250.000 per werknemer. Unilever maakte € 40.000 winst per werknemer, Douwe Egberts’ moederbedrijf € 33.000 en zo kunnen we nog even doorgaan.

En gaat het kabinet nu een winstbelasting instellen? Welnee, veel te opzichtig overheids-ingrijpen waar ‘de vrije markt’ de problemen moet oplossen. Het is een soort religie dat de overheid in de samenleving een marginale rol dient te spelen. Het kabinet roept bedrijven dus vriendelijk op de lonen te verhogen. Naar mijn verwachting gaat dat dezelfde zoden aan de dijk leggen als het kabinetsbeleid – vervreemd van schaamte dàt sommige mensen in Nederland afhankelijk zijn van voedselbanken – de afgelopen 40 jaar aan de dijk gelegd heeft: een steeds grotere kloof tussen arm en rijk, doodgewoon omdat werken nagenoeg niet loont en speculeren met geld wel. “We moeten beseffen dat we collectief een stukje armer worden”, zei D66-minister Sigrid Kaag vorige maand, omdat ze kennelijk niet over de groeicijfers geïnformeerd is. Maar haar quote was wat mij betreft nog niet af: “omdat we nu eenmaal gewoon geworden zijn via onze belastingen geld van arm naar rijk te laten stromen”, voeg ik daarom zelf maar toe.

Bron, naast mijn geheugen en Wikipedia: “Winst”, de Economie-column van Mirjam de Rijk in DeGroeneAmsterdammer van 24 augustus 2022.

Het groot geostrategisch spel

In het groot geostrategische spel wordt verwacht dat bepaalde staten, die buiten de westerse veiligheidssfeer vallen, zoals India, een sleutelrol zullen gaan spelen in het stadium van het imperialisme, waarin we straks terechtkomen. De Verenigde Staten van Amerika zijn door de interne klappen die het land te verduren krijgt op hun retour en hebben niet langer de macht om eenzijdig de wereld te dicteren. Als supermacht vormt de VS immers een steeds grotere bedreiging voor zowel haar eigen burgers als voor de wereldvrede. Er bestaat zelfs een plan om, wanneer Donald Trump in 2024 weer president wordt, wat er nog over is van de Amerikaanse democratie te ontmantelen. Ook een andere Republikeinse winnaar van de verkiezingen zou dat plan kunnen uitvoeren.

Om het huidig tijdgewricht te begrijpen is een goed begrip van de wereldgeschiedenis nodig. Ik pretendeer niet zo’n overzicht te hebben, maar ik volg Noam Chomsky, die niet alleen kritiek uit op zogenaamde externe vijanden, zoals haast iedereen doet, maar ook op de interne misstanden bij bondgenoten en in eigen huis. Hij vindt bijvoorbeeld dat mensenrechten door iedere staat gerespecteerd moeten worden en het oorlogsrecht in èlke oorlog door alle partijen. Hij vindt niet dat wij het goede willen en soms een foutje maken en onze tegenvoeters het foute willen en soms iets goeds doen. Elke situatie beoordeeld hij vanuit dezelfde principes en hij lijkt een geheugen te hebben als een olifant.

Logische onlogica

In de hele geschiedenis, toont Chomsky aan, speelt de telkens voortdurende angst dat de armen (de arme landen) op den duur de rijken (de rijke landen) zullen bestelen een leidende rol in het denken. Vandaar de naoorlogse Amerikaanse plannen om het grootste deel van de wereld onder zijn controle te krijgen en China en Rusland met een militaire macht te omcirkelen, terwijl het China en Rusland gelijkaardige rechten ontzegde. Voor de oppervlakkige toeschouwer lijkt dit onlogisch, maar het Amerikaanse Ministerie van Oorlog erkende indertijd dat er een andere logica achter zat; een logische onlogica die met ‘imperialisme’ wordt aangeduid.

Dergelijke doctrines van ‘logische onlogica’ gelden ook vandaag waar ik denk: “Waar bemoeit de VS zich mee?” en de VS zich zeggen te verdedigen tegen een Euraziatische dreiging. Aan de westelijke grens van Eurazië verdedigt de VS zich door het agressieve militaire bondgenootschap NAVO onder zijn leiding uit te breiden tot aan de Russische grens. Aan de oostelijke grenzen verdedigen de VS zich door rond China een ring van ‘schildwachtstaten’ op te trekken, die bewapend worden met op China gerichte precisiewapens en waar de zeemacht regelmatig grootschalige oefeningen uitvoert. Dit alles maakt deel uit van de meer omvattende inspanningen tot ‘omcirkeling’ in samenwerking met de ‘tweederangsgrootmacht’ Australië.

Samenwerking in plaats van conflict

De angst van de VS voor China is diep geworteld en die voor de concurrentie van de Europese Unie en Rusland is groot. Maar de Europese landen weten vooralsnog hun krachten niet te bundelen en Rusland wordt verhinderd om zich (weer) tot een sterke grootmacht te ontwikkelen.

Het idee van een ‘Gemeenschappelijk Europees Huis’ van Lissabon tot Vladivostok werd door Michail Gorbatsjov (de laatste leider van de Sovjet-Unie gedurende 1985-1991) naar voren geschoven. Hij hoopte op een transitie naar sociaal-democratie en een gelijkwaardig partnerschap met de VS voor de totstandbrenging van een wereldorde gebaseerd op samenwerking in plaats van conflict. Zoals te verwachten was, was de VS sterk gekant tegen deze initiatieven. Tijdens de Koude Oorlog waren die echter niet zo’n groot probleem gezien de bestaande machtsverhoudingen en de heersende doctrine over de ‘samenzwering van het Kremlin’ om de wereld te veroveren. Het werd andere koek na de instorting van de Sovjet-Unie. De VS kozen vrij snel voor een beleid van uitbreiding van het Atlantische machtssysteem, waaraan Rusland slechts op ondergeschikte voorwaarden mocht deelnemen. Onder president Poetin (president van Rusland sinds 2001) bleven er nog voorstellen voor een gelijkwaardig partnerschap komen, tot zeer recent nog. Die waren ‘een gruwel’ in de ogen van hen die geloven in de blijvende hegemonie van het Atlantische machtssysteem. Nu heeft Poetins inval in Oekraïne de zaak geregeld; althans voor nu even. Voorlopig is Europa gezwicht voor de Atlantische doctrine. Het heeft zelfs het formele doel van de VS overgenomen, te weten Rusland tegen elke prijs voor Oekraïne en ver daarbuiten ernstig te verzwakken.

De Nieuwe, Chinese Zijderoute

De nu reeds grote verleiding voor Europa, om zich bij de Nieuwe, Chinese Zijderoute aan te sluiten, zal komende tijd sterker worden. Het geïntegreerde productiesysteem in Europa, met basis in Duitsland en reikend van Nederland tot de voormalige Oost-Europese satellieten van Rusland, is het succesrijkste economisch systeem in de wereld geworden. Het steunt zwaar op de enorme exportmarkt en investeringsmogelijkheden in China en op de Russische natuurlijke hulpbronnen, waaronder de metalen die nodig zijn voor een transitie naar hernieuwbare energie.

Voor de ene generatie een jammerlijke hersenschim, voor de andere een noodzakelijk en realistisch project

Als de Europese Unie dit alles, samen met de aansluiting bij het uitbreidende mondiale systeem van de Nieuwe Zijderoute, zou moeten laten varen om te blijven meeprofiteren van de grip op de wereld en het succes van Washington, is dat een zware prijs. Dergelijke afwegingen zullen vast niet ontbreken, terwijl de wereld zich aan het herschikken is van de nasleep van de Covid-crisis en de Russische invasie in Oekraïne.

Met de bittere tegenstellingen van vandaag lijkt zo’n samenwerking misschien ondenkbaar, maar het hoeft absoluut geen onbereikbaar idee te zijn, leert de recente geschiedenis. In 1945 leek het niet minder onmogelijk zich voor te stellen dat Duitsland, Engeland, Frankrijk en enkele kleinere Europese machten samen zouden werken aan een West-Europa zonder binnengrenzen en met enkele gemeenschappelijke instellingen. Het is niet dat Europa geen interne problemen kent. Onlangs heeft Groot-Brittannië zich zelfs uit de EU teruggetrokken (zichzelf veroordelend tot de status van – mogelijk uitdovende – satelliet van de VS). Het blijft echter een verbluffende omkering na eeuwen van woeste wederzijdse vernietiging, culminerend in de verwoestende oorlogen van de 20ste eeuw.

Wat voor de ene generatie een jammerlijke hersenschim is, wordt voor de andere een noodzakelijk en realistisch project. En een essentieel project wanneer we uit de chaos en het geweld van vandaag een leefbare wereld tevoorschijn willen halen. Veel zal ervan afhangen of de levensgevaarlijke Amerikaanse Republikeinse partij de komende tijd weer de scepter over de VS zal zwaaien. We mogen hopen dat ze die kans niet krijgt, maar we hebben geen enkele garantie. Het zou andere autoritaire en fascistoïde ontwikkelingen op het wereldtoneel in de kaart spelen. Veel zal ook afhangen van de landen, die zich nu niet (pontificaal) achter de VS-koers geschaard hebben. Welke rol zal bijvoorbeeld India in de nabije toekomst op het wereldtoneel gaan spelen? We gaan het allemaal meemaken…

Een uitwerking van de huidige omcirkeling van China zou kunnen zijn dat China zich extra gestimuleerd voelt om Taiwan aan te vallen om zo haar omcirkeling te doorbreken en zich een veilige toegang tot de oceaan te verschaffen. Maar dat risico wordt op de koop toe genomen, net als momenteel een diplomatieke oplossing voor de oorlog in Oekraïne dwars gezeten wordt door de VS, hetgeen de destructie en het lijden in Oekraïne en de landen waaraan zij gewoon was voedsel te leveren voort doet zetten. En net als indertijd de waarschuwingen van Poetin op de koop toe genomen werden en de VS doorging met de voorbereidingen om Oekraïne lid te maken van de NAVO om daar atoomwapens te plaatsen. Met elkaar riskeren we daar zonder staakt het vuren een atoomoorlog en toch blijven we hulp en wapens toezeggen.

Bron: dit is een sterk ingekorte versie van het artikel “Noam Chomsky: Angst voor opkomst China bepaalt in de 21ste eeuw het Amerikaanse buitenlandbeleid”, een interview van C.J. Polychroniou voorTruthout, naar het Nederlands vertaald door Hilde Baccarne, via DeWereldMorgen op 22 augustus 2022.

Masterclasses

De ene noot is de andere niet, zelfs als ze hetzelfde genoteerd staan. Elke noot vertelt een deel van het verhaal, net als – overigens – de rusten in de muziek. Voorbij het gevorderden-stadium blijkt een nieuwe wereld in de muziek te beginnen. Dat althans, wordt mij met de masterclasses tijdens de Zeister muziekdagen duidelijk.

De musici van het kwartet spelen zich in op hun instrumenten; vaak een altviool, een cello, en een eerste en tweede viool. De docent komt binnen; meestal iets later dan afgesproken. Hij, want ik zie hier steeds mannelijke docenten, krijgt van de orkestleider de partituur aangereikt en de docent vraagt hen het stuk ten gehore te brengen. Docent Alexander Pavlovsky begon woensdag, voordat het kwartet een noot gespeeld had, met een grap door theatraal uit te roepen: “Slower, much slower, please much, much slower, please.” Maar ook zonder grappen speelt het kwartet vervolgens het stuk van Franz Schubert, Sergei Prokofiev, of wie ook zonder onderbrekingen. Virtuoos, want het zijn al kanjers die hier les nemen. Ik verdenk de meesten ervan de te spelen partituur eerst zelf in hun hoofd te horen en die dan te spelen, want sommigen lijken nauwelijks op hun muziek te kijken, maar des te meer op hun mede-uitvoerenden te letten; een in-verbinding-blijven. De docent complimenteert het kwartet met de prachtige uitvoering van het stuk. En tot nu toe altijd volgens mij terecht. Daarna voorziet hij afhankelijk van de zwakke plekken in de uitvoering, die hij gehoord heeft, de musici van commentaar.

De balans in de zoveelste maat, de houding of het stokgebruik van een individuele musicus, het leiden en het volgen van elkaar, het samenspel, en dat dan vaak tegen de achtergrond van het karakter van de componist en daarmee de mogelijke bedoeling van een crescendo, het ‘loopje’ of een samenklank. De musici oefenen naar aanleiding van de aanwijzingen en soms geeft de docent het goede voorbeeld op zijn muziekinstrument of dat van een van de musici.

Het kan voorkomen dat een les van zo’n twee uur grotendeels over een of twee maten gaat, maar een andere keer worden verschillende delen of zelfs het hele stuk doorgenomen. Soms vragen de musici de docent aanwijzingen over een onderdeel.

Wat mij duidelijk wordt, is dat elke noot van elk instrument, hoe kort ook, een verhaal vertelt en wanneer je heel goed bent, dan speel je die noot exact op de wijze waarop dat verhaal het best vertolkt wordt. En wat ook duidelijk wordt, is dat muziek nooit af is; het kan altijd verder verfijnd worden of op een totaal andere manier gespeeld worden. Na twee uur les speelt het kwartet de delen van het stuk, die onder loupe genomen zijn, zelfs in mijn ongetrainde oren nòg mooier dan de eerste keer.

Tenslotte wordt duidelijk dat muziek beoefenen iets is waarin je als een balletdanser alles van je persoonlijkheid kunt stoppen, want het mooist klinkt muziek wanneer de musicus een wordt met haar of zijn instrument, wanneer de orkestleden erin slagen eveneens een te worden met elkaar en hun muziek stuk voor stuk – soms razendsnel – aanbieden aan elkaar of aan het publiek. Maar dat is een keuze die de orkestleider mag maken.

De masterclassen worden ook de werkdagen van de komende week nog gegeven van 9:30 tot ongeveer 12:30 uur in het Cenakel van het Kontakt der Kontinenten in Soesterberg.

De Uber-files

Wanneer ik sympathie voor de VVD zou koesteren, zou dat tot vandaag zijn: verregaande geheime afspraken, ingefluisterde kamervragen stellen, aan haar laars lappen van regels over belangenverstrengeling, een minister-president als potentiële hefboom om een strafrechtelijk onderzoek te beïnvloeden en heimelijke telefoongesprekken: in de periode, die de Uber-files omvatten, blijkt een flink aantal Nederlandse politici ontvankelijk voor de lobby van Uber. Zij laten zich bespelen door VVD-oudgediende Neelie Kroes, die met haar lobby-activiteiten € 200.000 per jaar verdiende, en in plaats van het publieke belang te dienen, spannen deze politici zich – in achterkamertjes – in voor deze Amerikaanse multinational die illegale activiteiten uitrolt in de verwachting dat ze de wetgever naderhand wel naar haar hand weet te zetten. Uber, dat ‘haar belastingstructuur als de achilleshiel van het bedrijf beschouwt’, is zich bewust van het genoegen waarmee invloedrijke Nederlandse politici het bedrijf binnenhaalt en speelt die graagte-kaart volledig uit.

Lotte Rooijendijk, van anti-corruptiewaakhond Transparency International Nederland, noemt de houding van de Nederlandse Belastingdienst in dit uitrolproces ‘moreel verwerpelijk’: “Het gevolg van dit soort voorkeursbehandelingen is dat het vertrouwen van de belastingbetaler in Nederland nog verder afbrokkelt.” En onze Belastingdienst schaadt niet alleen het vertrouwen van de Nederlandse burger; ze verkiest de particuliere belangen van een multinational ook nog eens boven die van haar EU-bondgenoten. “Uber heeft de Belastingdienst in zijn zak en wordt gezien als een soort belangenbehartiger”, zegt PvdA-europarlementariër Paul Tang om daaraan toe te voegen: “Ik heb veel gezien, maar ik vind dit toch weer schokkend.” Volgens hem voldoet Nederland wederom aan de kenmerken van een klassiek belastingparadijs: “Je trekt bedrijven naar je toe en past voor hen de regels aan. De Belastingdienst saboteert daarvoor zelfs een Europees onderzoek. Waarom zouden andere landen Nederland nog vertrouwen?

Maar ik koesterde al nooit veel sympathie voor de VVD, haar standpunten en vertegenwoordigers; sowieso gruwel ik van het op de schroothoop gooien van veel van wat voor mensen en de mensheid van waarde is ten gunste van enkele grootgeldverzamelaars en grootbedrijven zoals Uber. Ik betaal gewoon mijn inkomsten- en andere belastingen. Voor mij gelden geen uitzonderingen en – en dat kunnen we in dit tijdsgewricht een meevaller noemen – ook geen valse verdachtmakingen van diezelfde Belastingdienst, die voor Uber beide ogen hermetisch dichtknijpt.

Bron: “‘Dank voor je steun, Neelie’; Uber Files: hoe de politiek een taxi-platform beschermde”, door Romy van der Burgh en Linda van der Pol via DeGroeneAmsterdammer van 13 juli 2022.

Koesteren van waarden

Wanneer onze waarden samenvallen met die van de heersende economische discipline, moeten we er niet voor terugdeinzen om de vele waardevolle instrumenten te gebruiken, die dat vakgebied te bieden heeft.

Wanneer onze waarden daarentegen afwijken van die discipline, moeten we ze niet herdefiniëren door waarden waar de gangbare economie wel iets mee kan, maar wanneer onze waarden ook maar een beetje afwijken moeten we er niet voor terugdeinzen om die waarden krachtig te blijven propageren.

Vrij naar de Amerikaanse sociologe Elizabeth Popp Berman, zoals geciteerd door Ewald Engelen in “De hegonomie van de bonentellers” via DeGroeneAmsterdammer van 10 augustus 2022.

Vakantie

Slapen tot ik wakker wordt van de hitte of omdat ik uitgeslapen ben. Een ontbijt maken van brood, kaas en koffie. Samen besluiten te blijven of door te gaan. Bij doorgaan breken we de tent af en ruimen we de rugzakken in. Vervolgens gaan we verder met de afdaling of de klim. Onderweg genieten we van een meertje, bloeiende planten, een sneeuwveldje, het uitzicht op de bergen, vlinders, vogels, een waterval, en sowieso van de cadans tijdens het lopen. We pauzeren bij een bergriviertje, bij een uitzicht of bij een steen om even op adem te komen. We nemen wat chocola of eten koekjes en gaan weer verder. ’s Nachts zijn we onder de indruk van de sterrenrijke hemel. Dit deden we dagen achtereen gedurende drie weken. Dat is voor mij ‘vakantie’; met mien leafke.

We sliepen al die tijd in een klein tentje aan Pyrenesche bergmeertjes en bergriviertjes, want het is belangrijk altijd drinkwater in de buurt te hebben. Dat water filterden we vaak. Onder de boomgrens genoten we van de schaduw van de bomen en erboven van de vele bergmarmotten, bloemen of de immense stilte. De keer dat we voor de verandering eens van de geneugten van een berghut gebruik wilde maken, bleek die hut wegens verbouwing gesloten. Bij de volgende berghut op onze tocht bestelden we twee halve liters bier en bij de daarop volgende ontbeten we, omdat-i maar een uurtje lopen van onze tentplek stond. In Cauterets, een plaats waar onze (aangepaste) route doorheen liep, genoten we van vers-geperste jus d’orange. Vitaminen! Verder maakten we eetfeestjes van de meegenomen courgette, knoflook, kruiden, macaroni, paprika, prei, rijst, uien, soep en worteltjes. Voor het slapen gaan namen we vaak een glas whisky en op de vooravond van de verjaardag van twee van mijn kinderen hadden we zelfs rode wijn bij ons avondeten.

Heen roetsten we in één nacht naar Arrens-Marsous, ‘achter’ Lourdes, waar we bijkwamen van de reis met Franse koffie en een Franse lunch. De volgende dag hadden we vooral behoefte aan bijslapen. Terug hopten we via Bedous, Bergerac, Chartres en Parijs naar Nederland.

Niets hoeven, en doen waar we elk afzonderlijk of samen zin in hebben… Wat heb ik nog te wensen nu we beiden van bergwandelen, cultuur, dansen, elkaar, lekker eten, diepgaande en oppervlakkige gesprekken, grapjes en muziek houden? Nu we beiden zo gezond zijn dat we dagen achtereen tot ruim 2.700 m hoogte kunnen klimmen met ons hele huishouden op de rug en onverwacht lastige hindernissen nemen zoals ze op onze weg komen?

Wanneer ‘genieten’ is waartoe we op aarde zijn, en ‘doen genieten’ onze opdracht is, ben ik deze vakantie volop aan mijn trekken gekomen. Bovendien lijkt het mij wel goed om soms even resoluut afstand te nemen van mijn dagelijkse leven, om ervan bewust te worden wat ik van mijn leven brouw (en wat er nog beter te brouwen valt) en waarvoor ik allemaal dankbaar mag zijn.