Nederland op 4

Gisteren zag ik na een prachtige wandeling een ekster op een gladgeschoren heg bij de Reeuwijkse Plassen in de weer met een rivierkreeft. Mocht het een van de Amerikaanse kreeften geweest zijn, dan zullen weinig deskundigen daar rouwig om zijn, maar ik vond het akelig hoe de ekster met zijn snavel hapjes uit het nog levende beest nam. Onaangenaam om te zien? Ja, maar vooral dat dat gebeurde. Dat het zo wreed in de natuur toe kan gaan.

Zo bemerk ik steeds gevoeliger te worden voor het leed van de ander. Waarom toch al dat lijden, zelfs als het – anders dan voor die onfortuinlijke rivierkreeft – voorkomen kan worden? Zeker in een rijk land als het onze, waarin volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek ruim 4% van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Gaat het om politiek dan schaam ik me Nederlander te zijn. Zoveel onrecht dat onze overheden burgers (en aspirant-burgers; lees ‘assielzoekers’) aandoet, naast de in mijn ogen goede dingen waar eveneens werk van gemaakt wordt. Volgens mij is die kindertoeslag-affaire werkelijk slechts een topje van de ijsberg; een ijsberg waarvan de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag ons overheidsbeleid voor de betreffende ouders kwalificeerde als ‘ongekend onrecht’.

Volgens mij worden op heel veel vlakken de minst financieel-draagkrachtigen op een weinig humane wijze blootgesteld aan het delirium van deze tijd: marktwerking. Terwijl de meest financieel-draagkrachtigen eventueel goede advocaten kunnen inhuren, zichzelf en hun kinderen naar believen kunnen scholen, hetzelfde percentage aan inkomstenbelasting moeten betalen als alle andere Nederlanders, niet bij voorbaat verdacht zijn, weinig belasting over hun vermogen betalen, terwijl het hen bovendien mogelijk gemaakt is om hun rijkdom ongezien in belastingparadijzen onder te brengen. Panama Papers, Pandora Papers, Paradise Papers… Pardon voor de minister; huisuitzetting voor de ouder. Inmiddels schijnen we met elkaar alle sociale onrecht als best practise te zien en stemmen bij verkiezingen goedgemutst de veroorzakers van al dat leed terug op het pluche.

En dan het leed dat onze overheden in het buitenland veroorzaakt, onder meer door het toe te staan hulp te bieden om geld via Nederland naar belastingparadijzen weg te sluizen waardoor elders belastinginkomsten misgelopen worden, door hulp aan de armsten ter wereld te weigeren en onze ogen te sluiten voor ons aandeel aan de oorzaken van hun achtergesteldheid, door mee te doen om arbeid in lage lonenlanden en milieuvervuiling in corrupte landen te laten plaatsvinden (op zo’n uitgebreide schaal dat we speciale Fair trade-winkels hebben waar dat voor hun producten niet geldt), door ons omwille van de handel steeds zonder enig ethisch besef als schoothond van de Verenigde Staten van Amerika te gedragen, door internationale wapenverkopen omwille van de daarop gemaakte winst toe te staan.

En dat brengt mij bij de oorsprong van mijn kritiek: de vervulling van mijn militaire dienstplicht. Van binnenuit ervoer ik in 1974/1975 tot mijn schrik en verbazing de waanzin van onze denkwijze; van onze ratio. We hebben naar mijn mening ons paradijs deels in eigen hand, maar laten ons met bangmakerij en goed uitge-spindoctorde mooie praatjes in de luren leggen. Zo verdampt veel onderlinge solidariteit en laten we ons tegen elkaar uitspelen en verharden.

Nee, ik ga maar een stukje cello spelen en aan de wandel, en laat het bekvechten aan jullie over. Gisteren genoot ik na de buien met mijn vriendin, stappend over het natte gras, van de heldere zon over het Hollandse landschap met prachtige herfstkleuren. Vanmorgen genoot ik van de muziek, die ik met mijn cello-vriend instudeer, vooral op de momenten dat ons duet harmonieus en op elkaar ingespeeld klonk. Laat ons ons maar bekwamen in beroeren van de cellosnaren en kom me er niet mee aan dat we inmiddels volgens het nieuws van vandaag het op drie na rijkste land ter wereld zijn, want dan vraag ik mij weer hopeloos verdrietig af: “Over wiens ruggen?” en “Wie profiteren wel van die hoge plaats?

Discussieer lekker verder, dan doen wij intussen ons ding

Zo langzaam maar zeker vraag ik mij af hoelang het geleden is dat ik ideeën had over wat juiste politiek zou zijn. Ik verwierp de Amerikaanse opvattingen net zo krachtig als de Russische (en ik zou de Chinese koers ook verworpen hebben, maar die hadden indertijd nauwelijks invloed op ons denken, dacht ik). Voor de ouderen onder ons; ik voelde (en voel) mij aangetrokken door de Derde weg. Nog steeds ben ik weinig argeloos als ik ‘het nieuws’ volg.

In het huidig tijdsgewricht moeten we – helaas – ook de wetenschap met korrels zout nemen. Sinds het begin van de Covid-19-pandemie heeft bijvoorbeeld de voormalige Amerikaanse President Donald Trump gesuggereerd dat het virus uit het laboratorium in het Chinese Wuhan kwam. De huidige Amerikaans President Joe Biden zette deze agressieve politiek voort. Mei jl. beval hij een onderzoek naar het laboratoriumscenario door de Amerikaanse veiligheidsdiensten.

De Chinese overheid heeft meerdere malen gevraagd om een laboratorium van de Amerikaanse militaire basis van Fort Detrick te onderzoeken. Volgens haar ontsnapte juist daaruit in 2019 een dodelijk virus. Chen Xu, China’s permanente vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties (VN), schreef een brief naar de directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om te eisen dat niet het laboratorium in Wuhan, maar dat van Fort Detrick onderzocht moest worden.

Zo koerst het feitenonderzoek van de WHO zich naar het middelpunt van een nieuwe Koude Oorlog tussen China en de Verenigde Staten van Amerika.

Het is onze (kijk op onze) historische situatie en het politieke nut van het verspreiden van dit soort theorieën, die natuurlijk de opkomst van complotdenken stimuleert. In tegenstelling tot de vele analyses, waarbij velen zeker zijn van hun eigen gelijk, is het niet de individuele psychologie van mensen aan de rand van de samenleving, maar juist zulke over en weer beschuldigingen inclusief de propaganda voor de eigen achterban die de deur open zetten voor het floreren van samenzweringstheorieën over alles rondom Covid-19.

Zo worden ook de maatregels om de verspreiding van Covid-19 gepolitiseerd. In de gaande Nederlandse begrotingsbehandelingen en bij demonstraties worden onderscheidingstekens uit de Tweede Wereldoorlog opgevoerd om uiting te geven aan de gevoelde onderdrukking. Nu niet door bezetters, maar door onze verkozen volksvertegenwoordigers. Die verklaren op hun beurt hun aanpak als benodigde maatregels om de besmetting van Covid-19 tegen te gaan, en ze laten daarbij na om de stand van de wetenschap te delen; het aantal vrije bedden op de intensive care-afdelingen in Nederlandse ziekenhuizen zijn leidend. Aan de volksgezondheid van anti-vaccins wordt niet (in het openbaar) getwijfeld en een coronapas wordt gepromoot. Zo wordt de complexe Covid-19-materie, zoals beperken van besmettingen met en het ontstaan van dat virus, herleid tot allerlei quasi-samenzweringen.

Het leid de aandacht lekker af van wat we van Covid-19 zouden kunnen, nee moeten leren over bijvoorbeeld onze agro-industrie, globalisering, klimaatverandering, samenwerking, volksgezondheid en vijandigheid, en de volgens mij beschamende regionale beschikbaarheid voor anti-vaccins om de aarde voor mensen leefbaar te houden en op te houden op dit vlak mensenrechten te schenden.

Bronnen: “‘De waarheid’ over Covid-19” door Alexander Aerts en Timon Ramboer en “Toonaangevende producenten van coronvaccins voeden ongekende mensenrechtencrisis” door Amnesty International Vlaanderen, beide via DeWereldMorgen op 22 september 2021 en “Rutte kritisch op ‘onnadenkend’ aanhalen Jodenvervolging door Baudet” door NOS Nieuws politiek op 23 september 2021.

Over de betaalbaarheid van… Pensioenen

Ik ben ‘met pensioen’ zoals dat heet. Voor mij en voor veel mensen maakt de duur van hun loopbaan en de hoogte van hun pensioen het verschil tussen lichamelijke gezondheid, ontspanningsmogelijkheden, psychisch welzijn en de mate van stress.

Een constante in het politieke debat over pensioenen is dat het vernauwd wordt tot de betaalbaarheid ervan. En wanneer politici het woord ‘betaalbaarheid’ laten vallen, spreken zij nooit over investeringen in megalomane projecten, infrastructuur en software, ons koningshuis, onze deelname aan militaire interventies of de rijkelijke subsidies voor ondernemingen. Nee, wanneer ze over betaalbaarheid spreken gaat het over de olie van onze samenleving: onze gezondheidszorg, de ondersteuning van daaraan behoeftigen, onderwijs, de politie of uitkeringen zoals pensioenen.

Wie onze geschiedenis kent, weet dat pensioenen nooit het onderwerp van louter debat zijn geweest, maar de inzet van een lang volgehouden politieke en sociale strijd. Toen de Duitse rijkskanselier Otto von Bismarck in 1889 het eerste wettelijke staatspensioenfonds op poten zette was dat niet uit liefdadigheid, maar om het oprukkende socialisme een halt toe te roepen.

Arbeidersbewegingen en mensen als Domela Nieuwenhuis ijverden voor een recht op onderwijs, een verbod op kinderarbeid, gegarandeerde vervangingsinkomens bij ziekte, een wettelijke beperking van het aantal arbeidsuren, en dus ook voor een degelijk pensioenstelsel. Dàt vonden zij beschaving. Die heel verschillende eisen vertrokken van een zelfde, gemeenschappelijke bezorgdheid, te weten het terugdringen van de marktwerking uit het leven van arbeiders en de minst bedeelden; kom er nog maar eens om. Een leven lang overgeleverd zijn aan de grillen van de arbeidsmarkt, werd ooit als niet verenigbaar geacht met de mogelijkheid om een levenswaardig, vrij en zelfstandig leven te leven. En wat mij betreft terecht natuurlijk.

De vraag naar pensioenen zou niet losgekoppeld mogen worden van de vraag naar welk leven we hier met elkaar willen leiden.

Al die betaalbaarheidsdiscussies zijn inclusief pensioenhervormingen niets anders dan aanvallen op de posities van werkenden, die afhankelijk zijn van loon. Des te meer loon-afhankelijken er zijn, des te lager kunnen de lonen en slechter de secondaire arbeidsvoorwaarden van werkenden. Dus wordt langer doorwerken gepropageerd. Ze treffen in de praktijk vooral vrouwen, die – op de een of andere manier – veelal opdraaien voor de zorg voor echtelieden, kinderen en mantelzorg voor familieleden en ouders, waar betaalde krachten – om die zorg voor het leeuwendeel te verrichten – laag betaald worden, als ze al niet wegbezuinigd zijn. Daardoor ontvangen vrouwen vaak na hun arbeidzame leven ook nog eens een zeer laag pensioen.

Eén van de belangrijkste misvattingen is het idee dat we steeds ouder worden. We verwarren hierbij het gemiddelde (de levensverwachting) met de biologische houdbaarheidsdatum van de menselijke soort. Pensioenfondsen stellen hun uitkeringen voor de uitbetaling van het opgebouwde pensioen in op het bereiken van de 90-jarige leeftijd. In de afgelopen anderhalve eeuw zijn we erin geslaagd om steeds meer vroegtijdige sterfte uit te schakelen, waardoor de gemiddelde leeftijd gestegen is. Echter, de levensverwachting van een negentigjarige nu verschilt nauwelijks van die van een negentigjarige 150 jaar geleden. De mensen van vandaag zijn biologisch niet verschillend van de mens 100 of 1.000 jaar geleden. De maatschappij is veranderd. Onze leef- en werkomstandigheden zorgen voor gezondere mensen en betere overlevingskansen, maar de biologisch haalbare leeftijd is dezelfde gebleven. Evolutionaire processen hebben veel langere periodes voor aanpassingen (zoals ‘veroudering’) nodig.

Bovendien komen pensioenen meteen opnieuw in de economie terecht. Bij de arts, de bakker, de boekhandel en de groentenwinkel. Dat is absoluut niet het geval met de € 172.000.000.000 (ongeveer 1/3 van het totale bruto binnenlands product) die in 2019 officieel vanuit België naar belastingparadijzen weggesluisd werd. Het Nederlands equivalent daarvan heb ik niet paraat, maar wanneer we het over onbetaalbaarheid hebben zou ik hier misschien wel het eerst aan denken. De Nederlandse politici niet, want die zijn al decennia een notoire dwarsligger in ‘Europa’ om dit aan te pakken.

Sommigen stellen het pensioendebat ook nog eens voor als een tegenstelling tussen wie met pensioen is en wie werkt, maar de meeste gepensioneerden hebben net als ik hun hele leven gewerkt, waarbij zij hun pensioen opbouwden, en de meeste werkenden gaan ook ooit met pensioen. Wie het voorstelt alsof de pensioenen onbetaalbaar worden, draait de mensen een rad voor de ogen.

Nee, de concentratie aan rijkdom neemt al ruim 40 jaren toe en de onderlinge ongelijkheid groeit al die tijd. Tot mijn al-die-tijd-aanhoudende-verbazing stemmen we daar met elkaar voor. CDA, D66, Groenlinks, PvdA, VVD; wat dit betreft is het één pot nat. Het taartdeel voor de minst vermogenden wordt zo steeds kleiner. Dat is een maatschappelijke evolutie; een politieke keuze die dwars door de generaties heen loopt. De geleidelijke afbraak van een progressief belastingstelsel heeft daar ook aan bijgedragen. Het verdwijnen van de hoogste belastingschijven is uiteraard alleen die inkomens ten goede gekomen, die zo hoog waren dat ze op dat niveau belasting moesten betalen. En zo is het ook met het bezuinigen op onderwijs, welzijn en zorg, en het privatiseren van energie- en andere nutsvoorzieningen zoals in de zorg. In dezelfde tijd ontvangen private grootbedrijven allerlei subsidies, die uiteindelijk ten goede komen aan de aandeelhouders en eigenaren, die – godbetert – hun opgebouwde vermogen onmogelijk gedurende de rest van hun leven kunnen opsouperen.

De discussie gaat dus volgens mij helemaal niet over ‘betaalbaarheid’, maar gewoon zoals altijd over politieke prioriteiten; conservatieve, (vanwege de PvdD diervriendelijke,) neoliberale, populistische of socialistische.

Ondertussen ben ik blij met mijn goed toereikend pensioen. Gisteren genoot ik nog in het Amsterdams Concertgebouw van een concert-uitvoering door het Groot Omroepkoor en het Radio Philharmonisch Orkest. Zij speelden met een aantal solisten onder leiding van de gedreven dirigent Giampaolo Bisanti “Fedora”; een opera die de Italiaan Umberto Giordano in 1898 schreef. “Het was een zee van klanken, emoties en vervoering”, appte ik naar een broer. Echter, dat neemt niet weg dat de strijd tegen al het onrecht dat de machtigen de meutes aandoet wat mij betreft gestreden moet blijven worden en – nog steeds – politieke welgebekten behoeft.

Bronnen: “Het pensioendebat verdient beter dan versleten oneliners” door Patrick Deboosere en “Langer werken dan 65 is absurd, irrationeel en destructief” door Thomas Decreus via DeWereldMorgen op respectievelijk 9 en 10 september 2021.

Jaarlijks € 97.000.000

Dat is het bedrag dat overblijft na het betalen van een aanzienlijk dividend aan aandeelhouders, onderhoud van systemen, onderzoeksgelden voor innovatie (lees: ‘het businessmodel in te stellen op meer inhaligheid’) en privé-ruimtereisjes voor eigenaars. En dat bedrag van € 97.000.000 wordt gebruikt om de scheve verdeling van welvaart in de wereld enigszins recht te trekken en ziektes in Afrika… O, nee, om beleid van de Europese Unie zo te beïnvloeden dat de aandeelhouders en eigenaren voorlopig volop aan hun trekken blijven komen.

Volgens Tommaso Valletti, professor Economie aan de Imperial College Business School in London, zijn de lobbytechnieken van Big Tech niet anders dan die van andere bedrijven, koepels en multinationals. Het enige verschil is dat zij veel grotere budgetten aanwenden dan de andere aan lobbyen besteden.

Een van de beproefde technieken is volgens hem ‘agnotology’. De techniek waarbij lobbyisten proberen de politiek ervan te overtuigen dat er nog onvoldoende informatie is over het thema; dat er eerst meer onderzoek nodig is. Een techniek om het hele beleidsproces te vertragen. Agnotology is overigens eerder met succes gebruikt door de tabaksindustrie. Zo wisten we reeds in de jaren ’60 dat roken kanker veroorzaakt. Maar ze slaagde erin de wetgeving daarover meer dan 20 jaar te vertragen. Hetzelfde geldt voor de fossiele industrie en de impact daarvan op het klimaat: 40 jaar vertraging. En deze beproefde methode hanteert de Big Tech-industrie nu dus ook. Vertraging van de broodnodige regulering in deze sector, waar alles hypersnel gaat, betekent dat de EU-wetgevers niets anders rest dan achter de feiten aan te blijven hollen.

Na E-privacy & GDPR is het tijd voor DSA & DMA, hoog tijd wat mij betreft

In 10 jaar tijd hebben de grote technologische bedrijven alle andere industrieën overtroffen met hun lobbybudgetten. Reeds bij de EU-plannen rond E-privacy en de General Data Protection Regulation (GDPR), dat eveneens onnodig door agnotology vertraagd werd, hebben deze bedrijven veel energie en geld gestoken in allerlei gelobby.

Ook nu is het dus alle hens aan dek bij de grote tech-bedrijven om de geplande Europese reguleringen voor online-platformen te beïnvloeden, omdat ‘Europa’ met de Digital Services Act (DSA) een juridisch kader wil scheppen voor e-commerce en online-activiteiten. De wet omvat verschillende onderdelen, waaronder het ter verantwoording kunnen roepen van tech-bedrijven bij frauduleuze, illegale en schadelijke content. Deze wet wil ook een juridisch kader scheppen om platformen als Airbnb en Uber beter te reguleren en nationale overheden er enige grip op te geven. Daarnaast wil de EU met deze wet de gerichte online-advertenties reguleren wanneer daarbij verzamelde gegevens van gebruikers ingezet worden. Dit naar aanleiding van – onder meer – spelletjes op Facebook die op de achtergrond gebruikersdata verzamelden om daarna door Cambridge Analytica gerichte advertenties tijdens de verkiezingen in de Verenigde Staten van Amerika te laten tonen.

Een andere geplande wet, en eveneens een doorn in het oog van de grote tech-bedrijven, is de Digital Markets Act (DMA). Deze gaat over het reguleren van eerlijke handelspraktijken op de Europese digitale markt en zou in principe de buitensporige marktmacht van Big Tech aan banden leggen om ook ruimte te bieden aan de talrijke kleinere digitale bedrijven op de Europese markt. Een van de geplande maatregelen is bijvoorbeeld het verbod dat een bedrijf als Google haar eigen producten bovenaan in de zoekopdrachten plaatst, omdat dat ons als consumenten oneerlijke en te weinig keuze geeft.

Verder bereid de EU een wet voor om de praktijk van bundeling van verschillende producten door één Tech-bedrijf te verbieden, zodat gebruikers zich voor verschillende diensten slechts één keer hoeven aan te melden. En deze wet wil ook marktonderzoeken houden naar eerlijke concurrentie op de digitale markt en bedrijven aanpakken die dat belemmeren.

Gebruikersdata is het nieuwe goud

Kortom, gebruikersdata is het nieuwe goud. Steeds meer bedrijven zien de handel in gebruikersdata als een lucratief businessmodel, terwijl wij alle cookies accepteren om te bekijken, te beluisteren en te vinden wat we op internet zoeken. Via apps, op sociale media, tijdens spelletjes en wat niet meer verzamelen Big Tech-bedrijven gebruikersdata van de nietsvermoedende gebruiker en naïeve surfer.

De bedoeling van de wetten is deze online-praktijken te reguleren. Maar omdat ‘onbeperkt geld verzamelen’ in onze manier van leven – ook in de ogen van de argeloze burgers – het hoogste goed is, wordt er idioot veel geld tegenaan gegooid om de reeds veroverde macht te handhaven. Geld waarmee we de wereld ook jaarlijks mooier hadden kunnen maken.

Bron: “Google, Facebook en andere Big Tech spenderen record lobbygeld om EU-beleid te manipuleren” door Keltoum Belorf via DeWereldMorgen op 2 september 2021.

By the way, multinationals wenden enorme budgetten aan om Europese beleidsmakers direct en indirect te beïnvloeden via een perfide systeem van denktanks, experts en lobbygroepen met de bedoeling wetgeving naar hun hand te zetten. Het ontbreekt aan denktanks, geld en grote organisaties die de belangen van ons, de Europese consumenten, in ‘Brussel’ verdedigen.

En als we het dan toch over Big Tech hebben, ik ken niemand in Ierland maar binnen een uur na publicatie van dit blog hadden 4 bezoekers uit Ierland dit verhaal geopend en een van hen had meerdere pagina’s van mij op deze website bezocht…

Wegwijzers gezocht

Ja, ik ben socialist en ik stel lichamelijk en psychisch welzijn boven materiële welvaart. En ja, ik ben pacifist. Wereldvrede is volgens mij alleen te bereiken in een uit vrije wil gewenste socialistische samenleving; vandaar dat ik ook socialist ben. In onze manier van leven zorgt daarentegen onderdrukking, oorlog en uitbuiting voor economische groei en lage prijzen. Ik moet toegeven dat ik politiek gezien ‘een uitgestorven vogel’ ben. Niet helemaal uitgestorven, want verspreid over de wereld zijn er nog wat aan mij (of ik aan hen) verwante exemplaren, maar we zijn steeds zeldzamer.

Met mijn denkbeelden was ik indertijd natuurlijk lid van de politieke partij, die zich Pacifisch Socialistische Partij noemde. De vervulling van mijn militaire dienstplicht had mij daar gebracht. Vanuit een conservatief nestje werd ik in het leger enthousiast gemaakt voor wereldvrede. Het kan verkeeren, wist Brederoo (1585-1618) al.

Waarom zou je op een linkse partij stemmen, als die partij er net zo goed een potje van maakt?

Aan de PSP besteedde ik naast mijn studie veel tijd, net als aan muziek maken (met mijn schuiftrombone onder andere bij het Utrechts Jazzorkest) en aan vrijwilligerswerk bij Sensoor (toentertijd de S.O.S. Telefonische Hulpdienst Utrecht). Mijn PSP-werk deed ik omdat ik samen met zoveel mogelijk mensen een betere wereld mogelijk wilde maken. Ik wist toen niet dat het mij te doen was om, naast de vrijheden van godsdienst en meningsuiting, vrijheid van gebrek en vrees voor iedereen te realiseren. Zo was het toentertijd in de kringen waar ik verkeerde. Kom daar nu nog maar eens om: een politiek die mensen vrijwaart van angst en tekorten.

Met afschuw vernam ik op een van de laatste PSP-congressen dat het bestuur een onderzoeksbureau had ingehuurd om na te gaan met welke politieke standpunten de PSP meer kiezers aan zich kon binden. Machtspolitiek. Ik verliet de partij toen die, vanuit het rare idee meer politieke macht uit te kunnen oefenen, samen ging met de Communistische Partij Nederland, de Evangelische Volkspartij en de Politieke Partij Radicalen. Alsof invloed beter is dan het bereiken van wat ik nodig vind. Bovendien, geen van drieën hadden socialisme of wereldvrede als uiteindelijk doel. Hun ideeën lagen het dichtst bij de onze, en dat was het enige.

Mijn idee ‘een uitgestorven vogel’ te zijn, kreeg ik bij het lezen van onze laatste verkiezingsuitslagen. Linkse partijen zijn gemarginaliseerd. Beter nog: ze hebben zichzelf laten marginaliseren door hun linkse opvattingen te verloochenen. Dat deden ze om zichzelf niet ‘buitenspel’ te zetten. Premier Wim Kok, die eerder als FNV-voorman het Akkoord van Wassenaar getekend had om de zogenaamde nullijn vast te houden, was in Nederland het duidelijkst en de eerste, die de ideologische PvdA-veren af wilde schudden. En de kiezer koos voor de van oorsprong conservatieve, populistische en rechtse partijen. Waarom zou je ook op een linkse partij stemmen, als die partijen er net zo goed een potje van maken?

Volgens mij moet een politieke partij zoeken naar maatregels en eventuele systeemverandering, die nodig zijn om de wereld te verbeteren

Wat Groenlinks en de Partij voor de Arbeid met Democraten 66 en de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie nu aan wereldverbeterende politiek willen gaan bedrijven is mij een raadsel. We gaan het zien, maar ik heb daar geen enkel vertrouwen in, want ze onderschrijven alle vier in plaats van de vrijheid van gebrek en vrees de vrijheid onbeperkt rijkdom te mogen verzamelen; een hebzuchtige wereld voor degenen die vermogend zij, die materieel succes op succes stapelen; en ze kiezen daarbij voor afzien voor de rest.

The pointe is volgens mij dat deze vier – en bijna alle Nederlandse politici – er vooral zitten om politieke macht uit te oefenen, zonder ambitieuze wereldverbeterende plannen voor de aarde, haar bevolking en zelfs niet voor wie hier woont en werkt.

Weet er na bijna 11 jaar Mark Rutte al iemand wat voor plannen onze premier nastreeft, naast auto’s ruimhartig de lucht te laten vervuilen, BTW-verhoging voor het lage tarief en het afschaffen van dividendbelasting? Slechts een handje vol kamerleden zit daar om de mensen in dit land te dienen. Groenlinks en de PvdA richten zich op details, die scherpe kantjes van onze materialistische, kapitalisme, neoliberale manier van doen en laten hooguit verzachten. Ze tasten daarbij de verfoeilijke macht van aandeelhouders, grootbanken en grootbedrijven in het beste geval een heel klein beetje voor de vorm aan. Als ze maar deel uit kunnen maken van een kabinet. En precies deze manier van machtsdenken heeft in heel de Westerse wereld alle linkse, sociaal-democratische partijen hulpeloos en tandeloos gemaakt: machtsdenken dat gepaard gaat met het onderschrijven van neoliberale principes is hun ondergang geworden.

Volgens mij moet een politieke partij niet geïnteresseerd zijn in machtsdenken, maar in wat aan maatregels en eventuele systeemverandering nodig is om de wereld te verbeteren. Zij moeten volgens mij de structurele weg uit de problemen wijzen en daarvoor tegenover de mythes, die dagelijks in de mainstream en sociale media bevestigd en verteld worden, het hele verhaal vertellen.

Het wachten is op de volgende vrijdenker, met echt ambitieuze plannen om het al decennia voortdurende ontij te keren

Jeremy Corbyn in het Verenigd Koninkrijk en Bernie Sanders in de Verenigde Staten van Amerika deden wat mij betreft wat goede golfjes in die richting rimpelen, maar zij zijn inventief monddood gemaakt. Dat gebeurde nadat ze een flink draagvlak voor hun ideeën gecreëerd hadden, maar nog voordat ze in staat gesteld werden om aan te pakken. Voor mij is het wachten nu op een volgende linkse vrijdenker; eentje met ècht ambitieuze plannen à la Corbyn en Sanders.

Inspiratiebron: “Ken Loach verbannen uit Labour: of hoe de Europese sociaal-democraten hun toekomstige irrelevantie organiseren” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 16 augustus 2021.

Wie meer wil weten over hoe de Europese sociaal-democraten hun toekomstige irrelevantie teweeg brachten en nog steeds aan het organiseren zijn, verwijs ik graag naar de inspiratiebron voor dit stukje. Het verklaart precies waarom ik inmiddels – naar Annie M.G. Schmidt (1911 – 1995) in ‘Pluk van de Pettenflat’ – door mijn opvattingen een zo goed als uitgestorven vogel ben geworden.

Wegwijzer Afghanistan

Vandaag las ik een artikeltje dat mij de broodnodige achtergrond verschafte bij alles wat momenteel in Afghanistan gaande is*.

Omwille van olie werd een strijdmakker van de Verenigde Staten van Amerika een gedoodverfde vijand.

Toen de wapenbroeder nog hetzelfde belang in de regio had als de VS werden de grove mensenrechtenschendingen, die zij beging, – zoals ook vaak met andere verfoeilijke regimes die de VS kan gebruiken voor haar invloedssfeer en machtstoename – door de VS onder het tapijt geveegd. Als vijand werd haar onmenselijkheid (terecht) uitvergroot. En nu het financiële belang kennelijk vervalt, worden alle beperkingen voor de bestredene opgeheven. Het gaat niet om mensen, maar och, lees zelf maar door hier te klikken.

____________

* Apart toch, dat ik zo’n verhaal niet in onze mainstreammedia vind.

Desastreus korte termijndenken

Ik zie hem nog staan in de Zwolse schouwburg Odeon. Fons Jansen, alsof hij een klein kind is. Hij speelt de baas over zoveel speelgoed dat de ballen en opblaasbeesten van het podium afrollen. Dit is van mij. Niemand, ook jullie niet, mag er mee spelen, want dit is allemaal van mij!

Zou ik bij de corona-crisis gegaan zijn voor 0 besmettingen per regio, degenen die deze website volgen weten dat (zie bijvoorbeeld dit blog van mij), in de Westerse wereld zijn minimale veiligheidsmaatregels de norm. Zo lang mogelijk niets doen en dan een beetje of ietwat strenger. Er wordt een willekeurige norm gehandhaafd. Een, die gebaseerd is op de capaciteit van de door 40 jaar neoliberale uitkleding getergde zorg en dan met name de in die tijd afgeslankte intensive care-afdelingen daarbinnen. Een aantal bedden met bijbehorend gespecialiseerd personeel dat absoluut niet toereikend was om een voorziene pandemie als Covid-19 op te vangen. Lang leven de lol. Geen impulscontrole; onmiddellijke bevrediging.

Om de haverklap werd het einde van de pandemie voorspeld. Voorbarige versoepelingen in de herfst en in de kerstperiode vorig jaar hebben tot nieuwe besmettingsgolven geleid, met tientallen duizenden te vermijden doden als gevolg. En hoeveel zwaar zieken?

Datzelfde korte termijndenken komt tot uiting in het gebrek aan preventie tegen de huidige Covid-19-crisis. Sinds de uitbraken van 2 andere coronavirussen, MERS in 2012 en SARS in 2002, hebben wetenschappers ons herhaaldelijk gewaarschuwd voor een nieuwe coronapandemie. Om dat te voorkomen was een pakket maatregelen nodig geweest van naar schatting $ 20.000.000.000; 800 keer minder dan wat de Covid-19-crisis ons tot nog toe gekost heeft. En dan hebben we het nog niet over de menselijke tragedie van de minstens 10.000.000 extra doden als gevolg van Covid-19 en haar mutaties. Toch doen de Westerse regeringen niets en dat laten wij ons welgevallen.

Een andere neiging van kinderen is dat ze alles voor zichzelf willen houden, zoals Fons Jansen in de ’70er jaren speelde. Daar is de wereldwijde vaccinatiecampagne een wrange illustratie van. Tot nog toe werd – in strijd met binnen de World Health Organisation (WHO) gemaakte afspraken – 84% van de anti-coronavaccins in de rijke landen toegediend. De lage-inkomenslanden moeten het stellen met 0,3% van de doses. En terwijl de rijke landen een gezamenlijk overschot hebben van 2.500.000.000 vaccins en plannen maken voor herhalings-vaccinaties, zal tegen eind 2021 in de 70 armste landen slechts 1 op de 10 mensen tegen corona gevaccineerd zijn.

In deze wereld zal de coronapandemie nergens overwonnen zijn totdat hij overal overwonnen is

Binnen de WHO werden en worden afspraken gemaakt, waarna de Westerse landen en wellicht ook andere landen als China en Rusland, geheel los van de WHO-afspraken hun eigen anti-coronabeleid bepalen en uitvoeren. Dat begon al bij het treffen van voorzorgsmaatregels, toen het virus alleen nog in Azië rondwaarde. De overheden van Westerse landen gingen er vanuit dat zij net als bij MERS en SARS de dans wel weer zouden ontspringen en vertikten het de afgesproken maatregels te treffen. Tijdens de eerste persconferentie van onze premier en zijn minister van Volksgezondheid, toen nog niets over het virus bekend was, gingen we in Nederland al voor ‘groepsimmuniteit’.

Deskundigen waarschuwen nu dat we slechts enkele mutaties verwijderd zijn van een virus dat resistent is tegen anti-coronavaccins. Als dat zou gebeuren, zijn we helemaal ‘terug bij af’. Groepsimmuniteit in één land bereiken is een illusie. Edward Luce van de Financial Times verwoordt het zo: “De test van het Westen is of het zal handelen op basis van de wetenschap dat dit virus geen grenzen kent.” In deze wereld, met veel verkeer tussen landen onderling, zal de pandemie nergens overwonnen zijn totdat hij overal overwonnen is.

De onvolwassen neigingen van de Westerse democratieën voorspellen weinig goeds voor de uitdagingen van vandaag: de aanpak van de klimaatontaarding, waar ook al sinds 1972 door deskundigen voor gewaarschuwd wordt, voor deze pandemie en een volgende of voor wat voor andere ramp ook.

Het World Weather Attribution initiatief, bijvoorbeeld, is een team van topdeskundigen, dat sinds 2015 de verbanden onderzoekt tussen de uitstoot van broeikasgassen en impactvolle extreme weersomstandigheden. Wist u dat dit initiatief al jaren door geen enkele overheid gefinancierd wordt? Net als VN-projecten en de standpunten van de WHO kiezen regeringen in Westerse landen kennelijk liever voor electorale winst en maximale winsten voor grootbedrijven, dan voor zorgzame overheden.

Bron: “De coronacrisis heeft de kinderlijke neigingen van de Westerse democratie pijnlijk blootgelegd” door Marc Vandepitte via DeWereldMorgen op 7 augustus 2021.

Een instructief vakantieboek

In tegenstelling tot wat jongeren soms denken, zijn de huidige klimaatbewegingen allesbehalve nieuw. Actievormen en mediatechnologie zijn wel veranderd, maar het verzet tegen klimaatvernietiging duurt al 50 jaar. Na de eerste protestmarsen tegen kerncentrales en de zure regens in het Duitsland van de jaren ’60 is er geen jaar voorbijgegaan zonder betogingen, campagnes, meetings en petities. Ondertussen boomt de industrie, ook die van de fossiele brandstoffen, als nooit tevoren; extreme droogteperiodes wisselen daardoor nu af met zware overstromingen, de vervuiling van bodem, lucht en water is spectaculair te noemen, winters worden kouder, de zeespiegels stijgen, de zomers worden heter, …

De eerste klimaatconferentie COP1 was in 1995; 26 jaar geleden. Sindsdien is de totale CO2-emissie met 60% gestegen. Wereldwijd werden sindsdien nieuwe installaties en pijpleidingen voor gas- en olie gebouwd. Sinds die COP1 in Berlijn delfde Duitsland nog 200.000.000 ton bruinkool. Dat is de meest vervuilende van alle fossiele brandstoffen. Ook werden sindsdien duizenden kilometers autowegen gebouwd en/of verbreed. De luchtvaart steeg exponentieel. Zeeschepen varen met steeds meer en nog steeds op vette diesel, bijna ongeraffineerde aardolie, die elk schip tot een roetfabriek maakt.

Dankzij haar geweldloosheid en oprechtheid, geholpen door extreem weer ìn Westerse landen, wonnen de klimaatbewegingen de sympathie van miljoenen mensen. En wat deed het kapitalistisch systeem ondertussen? Verder bouwen, verder uitbreiden. Kapitalisme is als een haai, die niet kan stoppen met zwemmen. Investeerders zien de toekomst van hun sector nog altijd zonnig tegemoet. De pijpleidingen, die momenteel gebouwd worden, moeten nog 40 jaar meegaan om er de geplande winsten uit te halen.

De neoliberale aanval op de welvaartsstaat, die nu ook al 40 jaar voortduurt, heeft de slagkracht van de klassieke sociale bewegingen – zoals coöperaties en vakbonden – aanzienlijk aangetast en ook het idee van revolutionaire actie zelf is in diskrediet gebracht. Helaas leert de geschiedenis ons echter: tegengeweld tegen gebouwen, infrastructuur en andere ‘dingen’ is soms de enige methode om revolutionaire verandering af te dwingen. Fossiele brandstoffen kunnen voor weldenkende mensen, net als bijvoorbeeld de slavernij ooit, toch geen onderwerp meer zijn van compromissen? Niemand heeft indertijd overwogen om slavernij met 40 of 60% te reduceren. Niet alleen maken de superrijken, bijgestaan door onze overheden, de levens van velen onder ons miserabel, ze zijn hard bezig het leven voor een deel van de mensheid te beëindigen.

Veiligheidsdiensten maken zich inmiddels druk over het potentieel van gewelddadig klimaatprotest. Vreemd genoeg hebben die diensten nooit vragen gesteld bij de vernietigende impact van gaswinning, kerncentrales, oliepijpleidingen, … Veiligheidsdiensten zijn alleen toegerust voor het bestrijden van fenomenen die de status quo bedreigen. Het geweld van die status quo is voor hen een blinde vlek, ook al is dat structurele industriële en politieke geweld vaak juist de aanleiding en oorzaak van tegen-geweld.

We hebben een strategie nodig om te verwezenlijken wat in het belang van de leefbaarheid van onze planeet voor de mensheid nodig is; misschien wel een andere aanpak dan de tot nu toe gehanteerde. Nu de urgentie prangend is, is het de vraag of de klimaatbewegingen braaf en vreedzaam moeten blijven. Mensen, die over zo’n strategie willen nadenken, zouden “How to Blow Up a Pipeline” van academisch onderzoeker, klimaatactivist en Zweeds auteur Andreas Malm – uitgegeven door Verso Books – eens kunnen lezen. In de 208 pagina’s van dat boek met ISBNnummer 1-839-76025-7 vinden zij overigens geen handleiding hoe een pijpleiding op te blazen.

Bron: “‘Hoe een pijplijn opblazen’ en andere suggesties voor de klimaatbeweging”; een boekrecensie door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 7 juli 2021.

De (verwaarloosde) taak van intellectuelen

Het is de verantwoordelijkheid van de intellectuelen om de waarheid te zeggen en om de leugens te ontmaskeren.” Dat zei Noam Chomsky al in 1967 en nog steeds zegt hij dat. Het is inmiddels geen norm meer in de Westerse Wereld waarin zonder zelfkritiek een wij-tegen-zij-denken de dekmantel is van een expansief kapitalisme zonder weerga. Ja, we zijn allemaal tegen wil en dank ondernemer geworden en we moeten onophoudelijk op onze qui-vive zijn om alleen aan te schaffen wat we werkelijk nodig hebben en ons daarbij niet te laten bedonderen, terwijl mensenrechten en principes op internationaal niveau wijken wanneer we ons daarmee materieel in de vingers snijden. Sterker nog, we verklaren China en Rusland graag de (handels-)oorlog opdat het militair-industrieel complex het geld opslokt dat zo goed gebruikt zou kunnen worden om de wereld gezonder te maken. Coöperatief handelen en mededogen staan haaks op kapitalisme en haar neoliberale politiek. Zelfs op 92-jarige leeftijd blijft Chomsky een essentiële stem voor de anti-kapitalistische bewegingen die al jaren in zijn kritische analyses inspiratie vonden.

Geld regeert altijd en overal. Het grootste deel van de middenklasse en de werkende klasse wordt inmiddels fundamenteel niet vertegenwoordigd op de plaatsen waar de politieke besluiten genomen worden. Als een volksvertegenwoordiger, zoals een fractievoorzitter of minister, op de juiste manier stemt, heeft die een knusse toekomst in het vooruitzicht. Kijk naar waar zij terecht komen na hun politieke loopbaan. Bovendien zijn de contacten tussen kamerleden en bedrijfslobbyisten nagenoeg altijd veel intensiever en warmer dan die met hun eigen achterban en wie zij vertegenwoordigen.

Verder vertelt Chomsky dat de denktank RAND Corporation enkele maanden geleden een studie presenteerde over wat zij “overdracht van rijkdom” noemt; de neoliberale aanval op huishoudens, ofwel de leegroof van de bevolking, die rond 1980 startte. Haar inschatting over hoeveel rijkdom verschoven is van de lagere 90% van de inkomensschalen naar de hoogste top is $ 47.000.000.000.000” (47 triljoen dollar).

De grote vergissing die telkens weer in de geschiedenis gemaakt wordt, vertelt Chomsky, is het geloof in de mooie woorden van zich democratisch of links noemende machthebbers (Barack Obama, Bill Clinton, Joe Biden, Wim Kok) en te denken dat zij voor de bevolking opkomen, terwijl die machthebbers net als conservatieve, liberale, populistische, rechtse en republikeinse machthebbers hun oren laten hangen naar grootbanken en grootbedrijven. Wat wij te horen krijgen is het verhaal van spindokters die neoliberaal beleid verkopen als het best haalbare of zelfs als progressief beleid. Critici (Edward Snowdon, Julian Assange) en politici (Bernie Sanders, Jeremy Corbyn) worden ‘onschadelijk gemaakt’ zodra zij de status quo voor het grote geld bedreigen.

Ik houd niet van dit systeem, zegt Chomsky, jij vast ook niet, maar het bestaat en we moeten binnen dit systeem verder. We kunnen niet zeggen: “Ik wil dit niet. Laat we vanuit een ander systeem verder gaan als dat niet bestaat”. We kunnen enkel een nieuw systeem opbouwen door druk van binnenuit en van buitenaf uit te oefenen. Zo is er geen enkele reden om niet te ijveren voor een alternatief politiek en sociaal kader, bijvoorbeeld door het starten van een nieuwe politieke partij of van coöperatieven en ondernemingen in handen van de werkende bevolking. Van mij mag de Pacifistisch Socialistische Partij weer uit de dood herrijzen. Het punt is in elk geval dat er een hele waaier aan opties voor ons open ligt, en we moeten al die mogelijkheden nastreven.

Ik denk dat de mensen ongeduldig aan het worden zijn door hun gebrek aan invloed op onze wetgevers. En, zo memoreert Chomsky: “Wel, het gebrek aan invloed gaat in de Verenigde Staten van Amerika terug tot ongeveer 250 jaar geleden. Zo kunnen we beginnen bij de Grondwet, die uitdrukkelijk werd opgesteld op basis van het principe van het voorkomen van democratie. Er werd daar toen geen geheim van gemaakt.” En Chomsky memoreerde en verhaalde 10 juni jl. nog veel meer wat mij aanspreekt over de geschiedenis van de VS en de daaruit voortvloeiende toestand van de huidige wereld en ik hier niet allemaal ga herhalen. Maar wanneer u daarin ook geïnteresseerd bent, klik dan hier om het hele interview te lezen. Daar staat ook duidelijker wat Chomsky zei, zonder mijn associaties.

Toch vind ik het wel jammer dat veel intellectuelen hun taak verwaarlozen door de publieke zaak en zelfs de waarheid de rug toe te keren; ooit op kosten van veel gemeenschapsgeld omhoog geschoten om vervolgens alleen nog zichzelf te verrijken.

Bron: “Noam Chomsky: ‘Elites voeren altijd een gemene klassenoorlog’”; Ana Kasparian en Nando Villa interviewen Noam Chomsky voor het Amerikaanse links socialistische tijdschrift Jacobin via DeWereldMorgen op 29 juni 2021.

Het door Chomsky aangehaalde onderzoek van de RAND Corporation vindt u hier.

De waakhond blaft, wie luistert?

Vanzelfsprekend is het van alle tijden dat de graaf, gravin, heer, hertog, hertogin, keizer, koning, koningin, zoals ook de huidige wetgever, zich niet aan zijn (haar) eigen wetten houdt. Daar moeten we niet van opkijken. Natuurlijk wordt op ieder niveau gesjoemeld. Dan stap je soms naar de rechter en dan lijkt er voor even weer iets opgelost. Laten we die zwendel maar mens-eigen noemen en overgaan tot de orde van de dag. Echter, de waakhond is aangeslagen en dat heeft – zoals zo vaak – het gangbare nieuws niet bereikt.

Ik heb het over de watchdog-organisatie Corporate Europe Observatory (CEO) en haar op een na laatste rapport “Conquering EU courts? Big business lobbies in secret for new legal privileges in the EU”: Meerdere Europese organisaties voor de bedrijfswereld blijken voor een apart arbitragesysteem in de Europese Unie te lobbyen. Zij willen dat grote bedrijven nationale rechtbanken en wetten mogen negeren als dat zo uitkomt. Zo willen zij EU-lidstaten dwingen tot enorme financiële compensaties voor het verlies dat ze zouden leiden aan investeringen en winsten door regelgeving op het vlak van loon en werkomstandigheden, op het vlak van rechten voor consumenten en (leef-)milieuverplichtingen. Zo verzekeren grootbedrijven zich van hun inkomsten, is het niet uit handel, dan is het uit claims. In beide gevallen betalen wij.

Het blijkt te gaan om de arbitrage-methodiek ‘Investor State Dispute Settlement’ (ISDS), die ik van vrijhandelsverdragen ken. De methodiek waarvan ik vind dat de EU, toen dat in onderhandelingen ter sprake kwam, had moeten zeggen dat dat ononderhandelbaar is; Ben je nou helemaal bezopen. De EU reageerde daarentegen met begrip en een mooie regelgeving om nationale parlementen en rechtbanken van de 27-lidstaten, toen nog 28, buiten werking te zetten.

Geld regeert en het lijkt mij dat we ons er steeds beter van bewust zijn dat ook onze regeringen van de afgelopen 40 jaar meer medeleven hebben (en hebben gehad) met grootaandeelhouders en grootbedrijven, dan met huishoudens en werkenden. Èn dat de belofte, dat ons dat ten goede zou komen, loos is. Maar zonder informatie van wat er werkelijk gaande is, hebben wij geen idee welke gevaren en voorspoed er momenteel voor ons in het verschiet liggen. CEO kon de interne voorbereidende documenten van de Europese Commissie inzien. Daaruit blijkt dat de Commissie dit idee zeer genegen is. Terwijl deze Commissie jarenlang de vragen om minimale sociale standaarden op Europees niveau voor werkende mensen hebben genegeerd, worden klachten van investeerders over hùn ‘gebrek aan bescherming’ onmiddellijk door de Commissie aangepakt en serieus genomen.

Laten we er geen wetsregel van maken om onze oren alleen en ècht alleen te laten hangen naar het grote geld en wetgevers, die winst voor enkelen boven welzijn voor allen stellen. Dat hebben we de afgelopen decennia al veel te vaak laten gebeuren met hulp van wie zichzelf ‘links’ noemden. En daar zijn al veel te veel brokken van gekomen.

De eventuele gang naar een rechter is en blijft broodnodig om onrecht te bestrijden.

Bron: “Big business lobbyt voor privileges die democratische rechtstaat neutraliseren” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 28 juni 2021.

Voor wie het artikel over dat rapport wil lezen is hier een link.