Mijn zomervakantie dit jaar

Mijn zomervakantie-plan bestond eruit dat ik een vriendin met een vriendin van haar zou brengen naar een camping in de Dolomieten. Daarna zou ik twee bergtochten in de buurt van die camping maken om die twee vervolgens weer terug te brengen naar Nederland. De eerste bergtocht zou twee keer zo lang duren als de tweede en ik zou vaak kamperen bij bergmeertjes; zo mogelijk altijd bij stromend water, had ik bedacht.

Zo begonnen we mijn eerste vakantiedag rond 21:30 uur aan een nachtelijke heenreis en rond 10:30 uur kwamen wij de volgende dag aan op de camping. Ik kwam bij van de heenreis, terwijl de twee vrouwen hun tent opzetten en zich hun nieuwe omgeving eigen maakten. Aan het eind van de middag namen we een voorlopig afscheid van elkaar.
Ik parkeerde mijn trouwe Volvo een kilometer of 13 verderop, sorteerde de spullen die mee gingen de bergen in, pakte mijn rugzak definitief in en wandelde nog geen kilometer naar een weide aan een rivier om mijn eerste kampement op te slaan. Ik ontdekte mijn hoofdlamp vergeten te zijn en haalde die nog even uit de auto voor ik ging slapen.
De volgende ochtend kon ik mijn (anti-)zonnebrand niet vinden en haalde mijn reserve-(anti-)zonnebrand uit de auto voor ik aan mijn bergtocht begon.

De dagen daarna was het klimmen en dalen in slow motion, waarbij ik gedoseerd naar wat ik aan wilde gaan fysiek leed. Alleen de eerste dag zag en ontmoette ik nog dagjesmensen. Ging mijn weg omhoog naar een bergmeer, dan ‘moest ik’ dat meter na meter stijgen op de een of andere manier voor elkaar zien te krijgen. Ging mijn weg omlaag dan deed ik dat eveneens op mijn dooie gemak. Wilde ik liggen, gewoon pauzeren of slapen dan deed ik dat. Wilde ik bouillon dan maakte ik die. Had ik gewone trek dan nam ik wat te eten uit mijn rugzak. En dat alles dagen achtereen. Ik liet me door markeringen de bergen optrekken en dronk onderweg heel veel water; het liefst zo uit de bergriviertjes en wanneer die niet in de buurt waren uit mijn veldfles. Ik genoot van mijn afwisselende uitzichten, met name die over de route die ik reeds afgelegd had.

Bij bliksem, wanneer ik me nog onder de boomgrens bevond, bleef ik onder de boomgrens. Bij bliksem boven de boomgrens zette ik mijn groene tentje op en probeerde de bliksem af te leiden door mijn nordic walking stokken wat verderop in de grond te steken; mijn metalen voorwerpen legde ik dan daarbij.
Ik koos ervoor onder laaghangende wolken te blijven door wat eerder dan gepland mijn groene tentje op te zetten.
Ook zette ik mijn tentje eerder op wanneer er regen op komst was. Eén keer deed ik dat, terwijl ik slechts 100 meter onder mijn doel van die dag was.

Mijn groene tentje doorstond deze vakantie opdringerige koeien en nachtelijke rukwinden in een storm. Ik kwam er achter dat ook tijdens het herkauwen koeien mij uit mijn slaap hielden en mij in slaap susten door hun luid klingelende koeienbellen. Wat ’s avonds een mooi veldje voor mijn tent was geweest, trof ik de volgende ochtend aan als een mozaïek van koeienvlaaien. Daarbij hadden de dames ook op mijn tentje gemorst.

Ik beleefde een top-wandeldag toen ik al dagen geen bereik van telefoon of internet had. Als enige mens in een vallei ‘moest ik’ met gamaschen een rivier oversteken en zette ik een 200 meter hoger mijn groene tentje aan een helderblauw ijsmeertje. Ik slenterde verder omhoog langs een voor mij moeilijke rotspassage en over rotsen, sneeuwveldjes, steenvlakten en een lange, steile steengruishelling totdat ik halverwege de middag op een bergrug van iets meer dan 3.122 meter hoogte kon genieten van een weids uitzicht over alle bergen om mij heen.
De wandelroute, die ik omhoog genomen had, nam ik grotendeels ook naar omlaag tot ik terug was bij mijn tentje.
Daar in de buurt maakte ik nog een avondwandeling waarbij ik wel een uur met elkaar spelende gemzen observeerde. Die dag at ik alles bij elkaar twee droge crackers, één winterworteltje en een handje cashewnoten. Ik dronk liters water uit stromende riviertjes en mijn veldfles.

De laatste hele dag van mijn eerste bergtocht ontmoette ik een – voor mij jong – stel, dat dezelfde route zou afleggen als ik op mijn top-wandeldag. Ik waarschuwde hen voor het deel dat ik geen markeringen gevonden had en adviseerde op die plek vooral rechts aan te houden. Ik was daar rechtdoor gegaan waardoor ik die voor mij moeilijke rotspassage had moeten zien te nemen.
Ik genoot van een uitzicht over het tweede bergmeertje waarbij ik gekampeerd had. Ik betrapte me op de gedachte dat er twee mensen bij mijn (!) meertje liepen.
Ik plaatste mijn groene tentje niet aan mijn laatst geplande bergmeertje, maar aan een kabbelend riviertje in een grote hoogvlakte met verschillende meertjes. Daar beleefde ik mentaal mijn afscheid voor deze zomer van de mij geliefde hooggebergten. Ik besloot de optie open te houden geen tweede bergtocht te gaan maken, omdat ik feitelijk mijn doel tijdens deze fantastische tocht al bereikt had.

De volgende dag verheugde ik me op een uitgebreide maaltijd in een refugehuis, maar die ging niet door omdat rond 11 uur de keuken nog gesloten was.
Ik verheugde me vervolgens op een uitgebreide maaltijd in een dorp nabij de camping. Mijn broek zakte af tot een mannenmode waaraan ik niet eerder meegedaan had. Ik trok hem toch maar steeds op. Tussen mijn riem en mijn buik paste inmiddels met gemak mijn beide vuisten. Met toestemming van iemand uit de refuge negeerde ik een gemeentelijke waarschuwing betreffende het laatste stukje tot de parkeerplaats met mijn auto. Op dat laatste stukje was een deel van het wandelpad weggegleden. Op de heenweg had ik het nog belopen. Ik had er ‘om het nooit meer af te leren’ nog een hele klim aan om die paar meter te overbruggen door door het struikgewas op de hoger gelegen berghelling een nieuwe weg te zoeken.
Vlakbij de parkeerplaats had ik nog een heel gesprek met een Italiaan uit Rome, die me uitnodigde bij zijn gezin te logeren mocht ik Rome willen bezoeken. Deze ontmoeting liep uit op mijn eerste gesprek in acht dagen. Verder had ik de dag daarvoor alleen het jonge stel even gesproken. Dagen achtereen had ik zelfs niemand gezien.
Via de camping – mijn gezelschap maakte elders een wandeling – reed ik naar een nabij gelegen dorp. Gezien de siësta stelde ik mij tevreden met een croissant, een espresso, twee verrukkelijke Italiaanse ijskoffies en een puddingbroodje. Ik bekeek de mensen op het aangelegen dorpsplein en deed na de middagrust boodschappen in de twee supermarktjes, die het dorp rijk was.
’s Avonds genoot ik met mijn gezelschap in het eenvoudige campingrestaurant uiteindelijk mijn uitgebreide maaltijd. We hadden veel uit te wisselen en het klikte goed.

De dagen daarna maakten we gezamenlijk nog een fraai en flinke tocht op hoogte door ons daarheen met een kabelbaan te laten vervoeren. Op die tocht vielen de bergschoenen van de vriendin van de vriendin tijdens een lastige oversteek in een wilde bergrivier. Eén van de twee schoenen vond ik na lang zoeken terug.
We bezochten met bus en trein een wat groter stadje om nieuwe bergschoenen te kopen en genoten van – voor ons – historische hoogtepuntjes.
En we maakten een mooie, afwisselende en afsluitende wandeltocht van 9 uur waarbij we vastliepen en dus over hetzelfde pad een stukje terug moesten. De laatste kilometer liftten we bij gebrek aan lijnbusvervoer in de auto van andere wandelaars terug naar de camping.
We namen nog een lummeldag op en rond de camping.
Op de dag van vertrek naar huis bezochten we Bolzano (Bozen), dat ons geen van drieën aansprak. Tijdens onze terugweg aten we tussen allemaal Oostenrijkers ons “galgenmaal” in Oostenrijks Tirol en de volgende ochtend om 6 uur was mijn vriendin thuis. Haar vriendin zou nog even bij haar blijven logeren. Een uurtje later was ik ook thuis; geheel voldaan van een fantastische zomervakantie. Inmiddels past mijn riem weer om mijn buik.

Alleen de PvdD nog en die ook niet…

Gisteren liet een vriend van mij de hond, waar hij wekelijks voor zorgt, uit in de bossen rondom Zeist. Ik vergezelde hem. We kennen elkaar al jaren; vanaf onze gesprekken over politiek in een rokerige ruimte aan de Utrechtse Oudegracht zittend aan de vergadertafels van de PSP.

We zijn het met elkaar eens dat de de Partij voor de Dieren nu misschien wel de enige politieke partij is die nog een beetje onze idealen van toen nastreeft. Maar net als Femke Merel van Kooten, Tweede Kamerlid voor die partij, vinden wij dat de focus van de PvdD te smal is. “Wanneer de PSP zich indertijd alléén op feminisme gericht had, had ik me daarin ook niet thuis gevoeld“, zei ik.

Of op pacifisme”, zei mijn vriend, maar daar was ik het niet mee eens. Pacifisme of wereldvrede vind ik een doel dat zo ambitieus is, dat dat een mondiaal broederschap, mondiaal dierenwelzijn, fairtrade, mondiale gelijkheid, mondiaal feminisme, mondiale gendergelijkheid, mondiale gezondheidszorg, klimaat (mondiaal), milieu (mondiaal), natuur (mondiaal), mondiale vrijheid en mondiaal welzijn (voor mensen) omvat. Èn dus socialisme.

De macht van de machtigen voor het bereiken van iedere vrede moet aan democratische banden gelegd moet worden. Dat kan onmogelijk op basis van het Amerikaanse kapitalisme waarbinnen per definitie het geld in plaats van het volk regeert. Wanneer iemand pacifisme nastreeft, streeft iemand volgens mij dit alles op mondiaal niveau na, sinds 1789 te vatten in de leus “Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap”.

Daarom zou wat mij betreft elk politiek besluit getoetst moeten worden aan haar bijdrage aan pacifisme (en niet genomen mogen worden indien daarmee op spanning staand). Daarmee zouden we met elkaar een juiste invulling geven aan het motto

Verbeter de wereld, begin bij jezelf

De PvdD versmalt eerder dan dat ze verbreedt en richt zich teveel op haar stokpaardjes, vindt Van Kooten. “In de strijd voor een leefbare aarde voor toekomstige generaties mogen de mensen die nu leven niet vergeten worden“, legt ze op Facebook uit. Dat is precies de reden waarom ik eerder dit jaar mijn lidmaatschap van de PvdD al na twee jaar opgezegd heb.

Het was overigens een heerlijke wandeling met die vriend en zijn gehoorzame leenhond die dan weer uit zicht was en ons dan weer voorbij kwam stormen.

Een op de honderd

Op moment van schrijven zijn er 7.715.575.538 mensen in leven. Eén op de honderd, te weten ruim 70.000.000 daarvan zijn op de vlucht.
84% van de vluchtelingen wordt in ontwikkelingslanden opgevangen, die zelf met grote (economische) problemen kampen.
1.440.000 vluchtelingen zouden snel hervestigd moeten worden. Die worden momenteel opgevangen in meer dan 60 landen maar lopen daar onaanvaardbare risico’s.

UNHCR-baas Filippo Grandi vroeg daarom onlangs in Genève, tijdens een jaarlijks congres over hervestiging, opnieuw een “rechtvaardiger verdeling” van de vluchtelingen – lees: meer inspanningen van de rijke landen om vluchtelingen te hervestigen. Bij hervestiging kunnen vluchtelingen naar een land waar ze zich permanent mogen vestigen. En we weten allemaal: “Vragen staat vrij, net als beleefd knikken en verder laten praten.” Vorig jaar lieten 25 landen 92.400 vluchtelingen toe voor hervestiging; een fractie van wat nodig was.

Ik zie een parallel met de strijd tegen klimaatverandering: de rijkste landen, die voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor de problemen, negeren de inhumane gevolgen van hun doen en laten uit angst er materieel op achteruit te gaan. Tegelijk blijven “wij” Trump te vriend houden, vanuit precies dezelfde angst.

Ondertussen blijft het aantal vluchtelingen toenemen. Vorige maand maakte Het Vluchtelingenagentschap bekend dat het aantal vluchtelingen wereldwijd in amper 20 jaar is verdubbeld tot meer dan 70 miljoen mensen. Nooit eerder telde deze organisatie zo’n hoog aantal.

O, nee, op heel de aarde leven inmiddels 7.715.577.206 mensen. Klik hier voor het nu-u-dit-leest-aantal. Bedenk daarbij dat naar verwachting wat hier staat het aantal vluchtelingen verhoudingsgewijs ongeveer net zo snel stijgt.

Bronnen: Huidige Wereldbevolking volgens Worldometers en “VN: Dringend hervestiging nodig van 1,5 miljoen vluchtelingen” door Inter Press Service via De WereldMorgen op 2 juli 2019.

De Brexit en het nieuws

Nee, ik heb helemaal niets op met de Britse politicus Alexander Boris de Pfeffel Johnson (19 juni 1964). Ik wil hier een heel ander punt maken.

Na maanden en maanden framing blijkt de werkelijkheid nu heel anders.

Alle maanden van onderhandelingen binnen het Britse Lagerhuis werd de indruk gewekt als zouden de Britten geschrokken zijn van de consequenties van hun met nipte meerderheid verkozen Brexit. De interne strijd in het Lagerhuis en binnen de Conservative Party over wel of niet uittreden, en zo ja onder welke afspraken met de Europese Unie zou blijk geven van spijt en besluiteloosheid. De boodschap was dat het beter is om in de EU te blijven als je er deel van uitmaakt.

Echter, op het moment dat de 27ste Conservatieve partijleider Theresa Mary Brasier May vervangen gaat worden, blijkt dat gedurende heel de voorverkiezingen de uitgesproken Brexiteer Boris Johnson ruime voorsprong heeft op alle andere genomineerden.

Hoe zit dat nu met die framing?
Hoe zit het met de deskundigheid van al onze nieuwsduiders en opiniemakers?
Ik had er al niet zo’n hoge pet van op, en zie de voorsprong van Boris Johnson op zijn rivalen inclusief de enig overgebleven rivaal Jeremy Richard Streynsham Hunt (1 november 1966) als ondersteuning van mijn opvatting over de wijze waarop in Nederland nieuws door de mainstream media gebracht wordt: hyperig, onevenwichtig en vooringenomen.

Mocht Boris Johnson toch aan Jeremy Hunt de eer moeten laten om de 28ste partijleider van de Conservative Party te worden, dan is dat niet vanwege zijn Brexit-ideologie, tenzij de Brexit-opvattingen van de partij en haar leden mijlenver uit elkaar liggen.

Concentratie van rijkdom zijn we gaan waarderen, in plaats van dat we er doodsbang voor zijn gebleven

Europa is een mengsel van mythe en werkelijkheid. Een van oudsher verdeeld continent dat steeds kleiner wordt in een wereld die steeds groter wordt. Pas iets meer dan een halve eeuw geleden vond Europa zijn bestemming in een model van sociale bescherming. En dat model, eigenlijk het enige identiteitskenmerk dat Europa wezenlijk onderscheidt van de rest van de wereld, is in rap tempo bezig te verdwijnen. Wat staat Europa te wachten? Eén ding lijkt zeker. Het verzet tegen de neoliberale afbraak van Europa komt uit het zuiden.

Ik [lees: Lex Rietman] spreek Boaventura de Sousa Santos in zijn werkkamer op de campus van de universiteit van Coimbra. De Portugese socioloog is een van de invloedrijkste hedendaagse denkers over globalisering en democratie. Hij wordt veel gevraagd voor lezingen over de hele wereld en overal trekt hij volle zalen. De helft van het jaar woont hij in Madison in de VS, waar hij doceert aan de universiteit van Wisconsin.

Eigenlijk heeft Europa nooit bestaan, zegt De Sousa. Eeuwenlang is het een samenraapsel geweest van landen zonder een gemeenschappelijk bewustzijn. Vanaf de vijftiende en zestiende eeuw begint daar verandering in te komen door de koloniale expansie van twee landen aan de rand van het continent, Portugal en Spanje. Vanaf dat moment ontstaat er zoiets als een continentale logica, gevoed door het opkomende handelskapitalisme. Een behoorlijk conflictueuze logica, dat wel, want de mate van economische ontwikkeling varieert sterk. Terwijl de nijverheid in het noorden – de Lage Landen, Engeland, Schotland – flink profiteert van de goud- en zilverstroom uit de Nieuwe Wereld, blijft de modernisering in Portugal en Spanje uit. Die kloof is tot op de dag van vandaag niet gedicht.

De twintigste eeuw trekt een nieuwe scheidslijn door het continent, nu tussen oost en west. De scheiding tussen het kapitalistische en het communistische Europa sluit een min of meer gemeenschappelijk zelfbeeld praktisch uit.

De Verenigde Staten willen laten zien dat het kapitalisme politiek en ethisch superieur is aan het communisme.

Twee gruwelijke oorlogen, vooral de Tweede, voeden volgens De Sousa het idee dat dit continent waarden herbergt die in ere hersteld moeten worden. Na 1945 legt dat de grondslag voor een nieuwe eenheid. Deze krijgt eerst gestalte in het kapitalistische Europa; na de val van het sovjetimperium breidt de unie zich uit met de oostelijke landen.

Zo ontstaat een sterk economisch blok dat zich beroept op zijn democratische en christelijke essentie. Boaventura de Sousa Santos heeft er bedenkingen bij. ‘De moslims waren zeven eeuwen hier. Vanaf de twaalfde eeuw stond Europa cultureel onder sterke invloed van de islam. Onze erfenis van de Griekse filosofie als een Europese verworvenheid is een mythe die halverwege de negentiende eeuw gecreëerd wordt. In werkelijkheid hebben we die erfenis te danken aan de Arabieren en de islam. Via Egypte, Perzië en Bagdad kwamen de teksten van de klassieken terecht in Toledo. Daar werden ze vertaald.’

Een andere mythe is de gedachte dat Europa bij uitstek het continent is van de democratie. ‘Dit idee ontstaat na een enorme democratische instabiliteit in een groot deel van Europa. En de zuidelijke landen, vooral Portugal, Spanje en Griekenland, hebben tot vrij recent lange periodes van dictatuur meegemaakt – Portugal 48 jaar. Na 1945 leidt het trauma van de oorlog tot de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, ook al om eens en voor altijd een einde te maken aan de rivaliteit tussen Frankrijk en Duitsland. We moeten ons er dus van bewust zijn dat we in het gewelddadigste continent ter wereld leven. In de twintigste eeuw hebben we 78 miljoen mensen gedood. De Dertigjarige Oorlog (1618-1648) kostte in die tijd al een miljoen mensenlevens. We hebben meer dan genoeg gedood. Je kunt pas sinds kort zeggen dat we een continent van de vrede zijn. Europa is een mengsel van mythe en realiteit.’

Ondanks alle tekortkomingen is er geen plek op aarde waar de mensenrechten en de liberale democratie beter functioneren dan Europa, erkent De Sousa. Tenminste, als we onze blik beperken tot de laatste zeventig jaar. En het is ook onmiskenbaar dat de liberale democratische theorie grotendeels in Europa is geboren, onder meer in Engeland, Frankrijk en Duitsland. Dat heeft een eenvoudige reden. ‘De democratie van Aristoteles was altijd verworpen als een demagogisch regime. Het idee zou nooit in de praktijk gebracht kunnen worden omdat de meeste mensen onwetend waren en niet in staat zouden zijn om te regeren. Pas in de negentiende eeuw, na de Franse Revolutie, wordt het idee serieus genomen dat de democratie verenigbaar kan zijn met de moderne samenleving. Het kapitalisme is in Europa het meest ontwikkeld: dat maakt het mogelijk dat het democratische gedachtegoed verspreid wordt.’

Tegelijk is Europa ook de plek waar een alternatief voor het kapitalisme bedacht wordt. Of eigenlijk twee alternatieven, na de breuk in de arbeidersbeweging tussen revolutionairen en reformisten. De eersten willen een radicale breuk met het kapitalisme forceren. De reformisten keren zich tegen de revolutie en streven naar een democratisch socialisme, later ook sociaaldemocratie genoemd. Het is een poging om kapitalisme en democratie met elkaar te verenigen. ‘Eigenlijk is het idee heel simpel’, zegt De Sousa. ‘De groei van de economische productiviteit moet op een gelijkwaardige manier ten goede komen aan het kapitaal en aan de arbeiders. Deze verdeling van de groeiende productiviteit en concurrentiekracht biedt ruimte voor sociale zekerheid. Je zou het een virtuoze combinatie tussen kapitalisme en sociale rechten kunnen noemen. En dit is tot nu toe het wezenlijke kenmerk geweest van het hedendaagse Europa.’

Hoe was dit mogelijk? Waarom toonde het kapitalisme zich genereuzer en menselijker in Europa dan elders in de wereld? Het antwoord is de Koude Oorlog, zegt De Sousa. ‘Het Marshallplan is geen vredesplan. Het is een Koude-Oorlogsplan, net zoals later in Zuid-Korea. De Verenigde Staten willen ermee bereiken dat het kapitalistische Europa, en West-Duitsland voorop, kan laten zien dat het kapitalisme politiek en ethisch superieur is aan het communisme. Het verschaft namelijk welvaart aan de arbeiders, en dat in vrijheid en democratie. Daarom accepteert het kapitalisme een aantal concessies die nu absoluut ondenkbaar zouden zijn: nationalisatie van de industrie en strategische grondstoffen, van water en elektriciteit, de mijnbouw. En ook een harde progressieve belastingpolitiek, waarbij de rijksten tot zo’n zeventig procent belasting betalen.’

Het neoliberalisme is heel erg goed in één ding: rijkdom van de armen naar de rijken overhevelen.

Dit project van de Koude Oorlog werkte goed zolang de Berlijnse Muur overeind stond. Maar toen de muur viel, stortte niet alleen het sovjetsocialisme in. Ook de sociaaldemocratie kwam ten val. Die was overbodig geworden, want het kapitalisme had geen rivalen meer. Vanaf 1980 duikt een nieuw begrip op: het neoliberalisme, een variant van het kapitalisme die het idee van een permanente crisis nodig heeft om te overleven. ‘Als een crisis sporadisch voorkomt – in de politiek of in ons dagelijkse leven – kan deze productief zijn. Het dwingt tot bezinning en de noodzaak om dingen te verbeteren. Maar als de crisis permanent is, behoeft zij geen uitleg. Zij is de uitleg. Worden de salarissen verlaagd? Dat komt door de crisis. Privatisering van de gezondheidszorg en het onderwijs? Door de crisis. De crisis verklaart alles. Het neoliberalisme heeft het nodig dat de mensen geloven dat er geen enkel alternatief is. Dat begint met Thatcher en Reagan.’

Het is niet langer het productieve kapitaal dat het grote geld oplevert, maar het financiële kapitaal. De financiële sector, een van de drijvende krachten achter het neoliberalisme, heeft het voor het zeggen. ‘Dat betekent een gevaar voor Europa’, zegt De Sousa. Het sociaaldemocratische model, het wezenskenmerk van Europa, is immers ondenkbaar in een neoliberaal systeem. Bedrijfswinsten gaan daarin voor een steeds groter deel naar de aandeelhouders, ten koste van de werknemers en investeringen. ‘Het neoliberalisme is niet goed om banen te scheppen en de economie te doen groeien’, zegt De Sousa. ‘Maar het is heel erg goed in één ding: rijkdom van de armen naar de rijken overhevelen.’

Dit is een onbewerkt deel van een artikel uit de Groene Amsterdammer. Mij spreekt het aan; zeker wanneer het (in grote lijnen) waar is. Lees jaargang 143, nummer 23 van de Groene Amsterdammer voor het gehele artikel, waarin De Sousa ook nog uitlegt wat er volgens hem momenteel in Europa gaande is.

Bron: “We moeten de kapitalistische overheersing ter discussie stellen” door Lex Rietman in de Groene Amsterdammer van 5 juni 2019

Onkreukbaar Vorden

Een bestuurder reed door Vorden, ongeveer 10 km ten zuidoosten van Zutphen, op weg naar huis. Hij was een van de 5.100 inwoners van het dorp, dat bij binnenkomst laat zien hoe hard u rijdt en bij het verlaten bestuurders dankt voor het niet harder rijden dan 50 km per uur. Op een kruispunt werd hij geflitst. Hij wist toch zeker dat hij door groen gereden was.

Voor de zekerheid keerde hij zijn auto en nam het kruispunt opnieuw. Nu zeker door groen werd hij opnieuw geflitst. Dat begreep hij niet. Thuis gekomen begreep zijn vrouw het ook niet. Nog voordat ze aan tafel gingen, stapten ze samen in de auto en hij kreeg gelijk: weer reden ze door groen en toch werden ze geflitst.

Na weken lagen er bij de bestuurder en zijn vrouw drie enveloppen van het Centraal Juridisch Incassobureau op de mat: drie maal rijden zonder gordel is 3x € 140 = € 520.

Nagekomen bericht
In Vorden zijn geen verkeerslichten…

Ergo, het verhaal van de buurman van een ex-collega van mij speelde zich in een andere omgeving af of is door iemand verzonnen. In elk geval past de titel van dit stukje niet langer bij de inhoud, hoe onkreukbaar men in Vorden ook mag zijn.

Bron: naar verluid de buurman van een oud-collega van mij, toen ik tussen Zutphen en Dieren in Brummen werkte.

Al is er niemand die mij zou kunnen vertegenwoordigen: ik stem!

Natuurlijk heb ik vandaag gestemd! Echter, de uitslag van dat vleugelloze Europarlement interesseert me nauwelijks.

De echt ingrijpende besluiten worden in de Europese Unie buiten het Europarlement om genomen door de Eurocommissie (ministers van financiën), de Europese Centrale Bank en de Raad van de Europese Unie (regeringsleiders, waarvan die van Duitsland en Frankrijk veruit de grootste machtsbases hebben). Dat is omdat de Europese Unie geen federatie is. We mogen dan ook alleen maar stemmen op wie ons land in het Europarlement mag vertegenwoordigen; niet op de in onze ogen beste europarlementariër (m/v).

Zouden we op de beste Europarlementariër mogen stemmen, dan ging mijn stem nu zeker naar Yanis Varoufakis, de kandidaat voor DiEM25. Maar die partij doet in Nederland niet mee.
Daarnaast heb ik geen weet van een Europese politieke partij die prioriteit legt bij het bevorderen van de handel met China. Dat land is met haar Nieuwe Zijderoute een achterland met honderden miljoenen mensen in heel Oost-Azië die de komende tijd steeds welvarender zouden kunnen worden. Zoals tegenwoordig over mensen gesproken wordt: ‘een immense afzetmarkt’. Maar geen politiek partij die ik hierover duidelijk stelling hoor nemen (om de VS niet voor het hoofd te stoten).
Ik ken ook geen partij die duidelijk maakt de banden met de Verenigde Staten van Amerika losser te willen maken of uit de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) te willen. Wat we ook stemmen, we blijven politiek het schoothondje van de VS; een grootmacht die in haar 424-jarige bestaan slechts 16 jaren niet in oorlog was en waar nu een democratisch gekozen plutocraat aan de macht is met een voor het gehele mensdom uiterst gevaarlijke, zeg maar modern: ‘terrorische politieke partij’ achter zich.

Natuurlijk heb ik vandaag gestemd, want het is een groot goed dat ik een piepklein onbenullig beetje mee kan bepalen welke volksvertegenwoordigers een piepklein beetje macht krijgen. Ik ontbeer echter elk vertrouwen op een goede afloop; zelfs wanneer later zou blijken dat de politieke partij, waarop ik mijn stem uitgebracht heb, voor Nederland alle 25 zetels in het Europarlement mag innemen.
Koersverandering, laat staan een in mijn ogen positieve, sluit ik uit.

Niet alleen wandelen op de maan; we kunnen echt alles!

Een symbolische grens van 400 werd op 9 mei 2013 al eerder overschreden. Tussen 2,5 tot 5.300.000 jaar geleden werd dat record daarvoor voor het laatst (misschien) geëvenaard toen er tussen de 310 en 400ppm (parts per million) in de atmosfeer van de aarde gemeten had kunnen worden. Echter, nu hebben we het onomstotelijk voor elkaar: zaterdag 11 mei jl. werd op Hawaï 415,26ppm CO2 in de lucht gemeten.

Tijdens het Plioceen was de temperatuur op aarde 2 tot 3ºC hoger dan nu; op de Noordpool groeiden toentertijd bossen. De reden dat het nu met al die CO2 in de lucht nog niet zo warm is, is omdat het lang duurt voordat de planeet en met name de oceanen de warmte volledig hebben opgenomen. De CO2, die nu in de lucht zit, kunt u zien als ‘opwarming’ en alle gevolgen daarvan, zoals droogte, hoge zeeën en weersextremen, volgen inmiddels en de komende decennia steeds intenser vanzelf. En het alleraardigst: het “teveel” aan CO2, dat nu in de atmosfeer zit, kunnen wij echt op ons conto schrijven. Het is het gevolg van het opstoken van fossiele brandstoffen en het uitdunnen van bossen.

En als we het dan toch over bedenkelijke records hebben, vandaag werd bekend dat op 7 april jl. nog een mijlpaal bereikt is: Victor Vescovo is 10.928 meter afgedaald in de Marianentrog; een afgelegen kloof, die wordt beschouwd als de diepste plek in een oceaan. Dat is 16 meter dieper dan het laatste record uit 1960.

Vescovo was die dag 248 minuten daar op de bodem van de Grote Oceaan, wat volgens The Five Deeps Expedition ook nog een record is voor een soloduik. In totaal was zijn onderzeeër ruim 15 uur voor onderzoek op de bodem van de Marianentrog. Zijn team meent daar – naast andere dieren – 4 nieuwe soorten van vlo-kreeften en een plastic tas met snoepverpakkingen, die hem kennelijk al voorgeweest was, te hebben ontdekt.

Bronnen: “Nieuwe grens overschreden: nooit in 3 miljoen jaar zat er zoveel CO2 in de atmosfeer” door Christophe Callewaert via DeWereldMorgen en “Onderzeeër vindt plastic op bodem Grote Oceaan tijdens diepste duik ooit” door Rebecca Morelle (BBC News) via NU; beide op 13 mei 2019.

Voor een gezonde toekomst van Europese burgers is lef en visie nodig (in omgekeerde volgorde)

Over 2 weken mogen we stemmen op de politieke partijen, die vanuit het nieuw te vormen Europarlement gaan bepalen hoe de Europese Unie voortmoddert. Hoe de EU gehoorzaam aan de leiband van op financiële winsten beluste multinationals, andere grootbedrijven en de Verenigde Staten van Amerika voortsukkelt. Ik houd me er, nu DiEM25 in Nederland niet meedoet, niet mee bezig en dat is niet terecht.

Want terwijl ik dit schrijf (en u waarschijnlijk bijkomt van het kijken naar een tot in de laatste minuut spannende voetbalwedstrijd van Ajax tegen Tottenham Hotspur) zijn de geopolitieke verhoudingen in de wereld drastisch aan het veranderen. Het aandeel van de VS in de wereldeconomie neemt zienderogen af, het Amerikaanse leger is overbelast en elk laatste sprankje geloofwaardigheid van de supermogendheid is in het gedrang. De Chinese regering daarentegen, die al decennia geen enkele oorlog voert, ambieert een plaats in een multipolaire wereld. Voor China is de ontwikkeling van handelsroutes naar Afroeurasië, het Chinese Belt and Road Initiative (BRI), van existentieel belang en voor ons ook vanwege een ‘achterland’ waar 6.000.000.000 mensen wonen. BRI moet het economisch verkeer tussen zo’n 100 postkoloniale en post-Sovjetrepublieken gaan bevorderen. Dat kan enkel leiden tot een multipolair Azië, meer welvaart in de derde wereld en zakenkansen in snelgroeiende markten.

De EU mag economisch een reusje zijn, maar blijft in de schaduw van de VS een politieke dwerg. Politieke geloofwaardigheid in de wereld vergt nu eenmaal een eigen, onafhankelijke visie en aanpak, en een uniform Europees buitenlands- en defensiebeleid. Willen we onze toekomst kunnen bepalen, dan zal het Verdrag van Lissabon moeten worden heronderhandeld: elke link met de NAVO zal er uit moeten. In die harde onderhandelingen tussen de 28 EU-leden zal de EU voor lief moeten nemen dat er lidstaten afvallen.

In de wereld van vandaag zou hervorming van de EU in een geopolitiek onafhankelijke Unie met een eigen defensie, los van de VS, doelstelling moeten zijn; een regionale collectieve veiligheidsorganisatie, mogelijk in de vorm van een versterkte Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), met schrapping van NAVO-artikel 5 (een gewapende aanval tegen één lid is een aanval tegen allen) en opname van Rusland, inclusief een internationaal verbod op killer robots om daarmee bij te dragen aan het voorkomen van een nieuwe geldverslindende en letterlijk levensgevaarlijke wapenwedloop op het gebied van artificiële intelligentie (AI); volledig autonome wapensystemen die zonder menselijke controle doelwitten kunnen selecteren en doden. Ja, terwijl wij via internet en de televisie geëntertaind worden, verandert de wereld waarin wij leven.

Jammer dat geen enkele politieke partij bovenstaande ambieert, maar ik ga wel stemmen op 23 mei. Niet voor een Nexit want daarmee maken we de wereld volgens mij ook niet beter, maar voor het naleven van mensenrechten, van kinderrechten, van dierenrechten en voor respect voor natuur en milieu. Bij gebrek aan beter.

Bronnen: “Wordt Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband van de VS lopen?” door Paul Lookman en “Militair gebruik van AI dreigt in wapenwedloop te ontaarden” door Pax Christi Vlaanderen; beide via DeWereldMorgen op 9 mei 2019.

Stemmen

Op de vraag waartoe ik op aarde ben, zou ik antwoorden ‘om zintuiglijk te genieten’.

De roeping van de mensch is mensch te zijn”, schreef Multatuli, alias Eduard Douwes Dekker, in 1861 in een zijner ‘Minnebrieven’ en zo denk ik er ook over; misschien wel mede dankzij hem. En het mooist wat een mens kan doen, is waarschijnlijk het lijden van de Ander te verlichten, of zelfs teniet te doen, zodat die Ander ook zintuiglijk genieten kan.

Mooie, bijna poëtische woorden in een wereld waar de menschheid het volgens de bevindingen van het vandaag verschenen IPBES-rapport voor elkaar gekregen heeft de natuur over de hele wereld aanzienlijk te veranderen:
· 70% van de aarde hebben we aanzienlijk beïnvloed; 75% van de landomgeving en 66% van het mariene milieu zijn aanzienlijk door menselijk ingrijpen veranderd, 30% is door ons nog niet aangetast.
· Bijna 75% van de zoetwatervoorraden en meer dan 33% van het land in de wereld zijn momenteel bestemd voor akkerbouw, veeteelt of visserij.
· Het globale gemiddelde zeeniveau steeg sinds 1900 met 5 centimeter. Terwijl de broeikasgas-emissie verdubbeld is, verhoogde de gemiddelde globale temperatuur met ten minste 0,7°C. Dit heeft bijgedragen tot wijdverspreide effecten in extreme weersomstandigheden en vele aspecten van biodiversiteit, zoals teruggang van soorten populaties.

Met dit alles samenhangend worden 1.000.000 dier- en plantensoorten nu met uitsterven bedreigd; vele al binnen enkele tientallen jaren. Dat is 12,5% van het totaal aantal unieke soorten: 1 op elke 8 die onze nakomelingen alleen nog als foto, filmpje of restanten zien, zoals wij de dinosauriërs inclusief de ontwrichting van ecosystemen waarin volgens biologen elke soort een niche vervult.

Het 1.800 pagina’s tellende rapport biedt ook een uitgebreide studie van de onderlinge samenhang tussen klimaatverandering en natuurverlies. De door de mens veroorzaakte klimaatverandering wordt aangemerkt als een van de belangrijkste factoren die de impact van andere aanslagen op het menselijk welzijn en de natuur vergroten.

Maar ja, we schijnen op straat en in de politiek onze democratische rechten ook met waarheidsvinding te hebben uitgebreid, dus voor we maatregels gaan nemen, die het zintuiglijk genieten van de miljardairs op aarde weliswaar geenszins aantasten, maar hen wel bevreesd maken minder rijkdom te vergaren dan in voorafgaande decennia, moeten we eerst maar eens peilen of stemmen:

Is het uitsterven van relatief veel dier- en plantensoorten erg?
Ja / Nee / Geen mening

Is dat uitsterven door mensen tegen te gaan?
Ja / Nee / Geen mening

Indien wel door mensen beïnvloedbaar, zouden anderen daar dan niet mee moeten beginnen?
Ja / Nee / Geen mening

Is het ruim 3.200 gram wegende ventje, waarvan Meghan, de vrouw van de Britse prins Harry, vanochtend om 05:26 uur is bevallen niet veel interessanter wereldnieuws?
Ja / Nee / Geen mening

Bron: “Mondiaal rapport IPBES geeft onweerlegbaar bewijs van natuurverlies” door het World Wide Fund for Nature (Wereld Natuurfonds) België, via DeWereldMorgen op 6 mei 2019.