Een onderbelichte klimaatactie op luchthaven Eden Resort

Corona-crisis of niet, op maandagavond 6 april jl. bezette een groep activisten de landingsbaan van de illustere, tropische luchthaven van Eden Resort. Zij riepen met hun op dit moment van quarantaines uitzonderlijke actie op tot strikte voorwaarden bij steun voor de luchtvaartsector. De activisten hielden zich aan social distancing.

De bezetting vond dus plaats in de online omgeving ‘Second life’. Deze daad van virtuele burgerlijke ongehoorzaamheid was voor de actievoerders een oproep om tijdens en na de coronacrisis het geven van leningen aan luchtvaartmaatschappijen enkel te verlenen onder strikte voorwaarden, te weten:
1. “Eerst de mensen!”: financiële steun moet bestemd worden voor de sociale bescherming van getroffen werknemers en niet voor aandeelhouders of directiecomités,
2. Een rechtvaardige structurele verandering naar een klimaatveilige mobiliteit: absolute emissiereductie door de luchtvaart in lijn met de mondiale klimaatdoelstelling om de temperatuurstijging tot 1,5 graden te beperken, systeembrede verandering van transport & vervoer en reële mogelijkheden scheppen voor werknemers in de luchtvaart om naar duurzame sectoren over te stappen en
3. “Geen belasting? Geen steun!”: geen belastingvrijstellingen meer, maar in plaats daarvan kerosinebelasting en progressief toenemende belastingen voor veelvliegers.

Ik vind dat “maar in plaats daarvan” jammer. Dat had volgens mij moeten zijn “en bovendien“.

Volgens de International Air Transport Association (IATA) heeft de luchtvaartsector wereldwijd $ 150 tot 200.000.000.000 nodig om de Corona-crisis te overleven. Minister Hoekstra liet al snel weten dat het Nederlandse kabinet alles gaat doen wat nodig is om KLM en Schiphol overeind te houden. Ik heb niet kunnen achterhalen welk bedrag KLM en Schiphol aan het kabinet gevraagd hebben. In België vroegen Brussel Airlines en TUI FLY samen € 540.000.000 van de belastingbetaler. Peter Paul Vossepoel van Zomer Zonder Vliegen: “We zijn uiteraard absoluut niet tegen steun aan getroffen werknemers, maar we kunnen niet toestaan dat de luchtvaartindustrie in tijden van voorspoed de winsten privatiseert, maar in tijden van crisis vraagt om de verliezen te nationaliseren”. Maar zo ging het in het recente verleden (9/11, IJslandse vulkaan) wel steeds.

Nog voordat de scholen dicht gingen, vroeg de luchtvaartindustrie ook nu weer om overheidssteun. De reddingsplannen zouden gefinancierd moeten worden met belastinggeld, terwijl het juist de luchtvaartsector was die zich de afgelopen jaren telkens opnieuw met alle macht verzette tegen elke poging paal en perk te stellen aan de oneerlijke belastingvrijstellingen. Bovendien weigerde de sector om een substantiële bijdrage te leveren aan de wereldwijde beperking van CO2-uitstoot.

IATA-voorzitter Alexandre de Juniac verzet zich fel tegen oproepen om voorwaarden te stellen aan de overheidssteun, die luchtvaartmaatschappijen door de Corona-crisis moet sleuren.

Hebt u enig idee wie aan het kortste eind zal trekken? In elk geval vinden de actievoerders achter de actievoerders de huidige onverwachte pauze in de luchtvaart hét moment om werk te maken van een meer klimaatvriendelijk vervoerssysteem, dat bovendien beter bestand is tegen toekomstige crises.

Klik hier voor beeld en geluid van de actie.
Klik hier om de genoemde eisen kracht bij te zetten.

Bronnen: “#SavePeopleNotPlanes: activisten bezetten landingsbaan in coronatijden” door Zomer Zonder Vliegen (een organisatie die een gelijknamige bewustmaakcampagne voert) via DeWereldMorgen op 7 april 2020 en “Luchtvaartsector gaat als eerste aan het financiële infuus” door Ties Joosten via FollowTheMonney op 21 maart 2020 en “Coronacrisis kost Europese luchtvaart (en KLM) dit jaar driekwart omzet” door Peter van Ammelrooy via DeVolkskrant op 24 maart 2020.

We moeten het stuk voor stuk met één lichaam doen

Coronadreiging of niet, ik ben weer aan het vasten; mijn jaarlijkse vastenkuur. Ook al behoor ik vanwege mijn leeftijd tot een risicogroep. Aan Carnaval doe ik meestal niet zoveel. Ik zou er graag aan meedoen wanneer ik in een omgeving woonde waar het Carnaval uitbundig gevierd wordt, zodat ik tijdens het Carnaval allerlei vrienden en zelfs vage kennissen zou tegenkomen. Aan Pasen doe ik nog minder. Sinds mijn kinderen het huis uit zijn, koop ik geen broedende kippen of paashazen meer en als ik al eieren zou verstoppen dan zou ik ze zelf weer op moeten zoeken. Nee, ik bewaar mijn eieren ook met Pasen in de koelkast. Maar in de vastentijd, die met Carnaval begint en met Pasen eindigt, vast ik steevast ongeveer 2 weken. Ik doe dat om mijn lichaam te reinigen. Ik denk ook dat de vastentijd vanuit een cultus voortkomt, die ontstaan is omdat het een gezonde gewoonte is. Net als dat eetfeesten als Kerstmis, Sinterklaas en Sint-Maarten rituelen zijn om vòòr de winter aan te sterken. Het vasten levert me na even vaak een helder voelen en soms nieuwe inzichten.

Mijn vasten begint voor mij altijd met een papieren voorbereiding. Die bestaat uit het bijtijds zetten van een streep in mijn agenda, zodat ik in die periode geen eetafspraken maak. Verder schaf ik mij sappen aan, die van mij wel gedronken mogen worden. Mijn lichaam krijgt zo wel de benodigde voedingstoffen, zij het als drank. Mijn vastentijd bestaat er dus uit dat ik niets eet, zodat mijn spijsverteringsstelsel zich leegt en zoveel mogelijk tot rust komt.

Wanneer mijn vasten begint, stop ik abrupt met eten. Ik ben niet van het ‘afbouwen’. Meestal start ik met vasten op een ochtend, zodat ik als ontbijt mijn eerste glas bietensap, groentensap of wortelsap drink. Daarna houd ik als gewoonte aan driemaal daags zo’n glas sap te drinken, als vervangend ontbijt, lunch en diner, en verder drink ik dan alleen water. Dit jaar startte ik na een normaal ontbijt en, om niet teveel te verzwakken, sta ik mijzelf toe tussendoor ook chocolademelk of druivensap te drinken.

De eerste en derde dag zijn voor mij altijd het zwaarst. De eerste dag moet ik er na verloop van tijd aan wennen niets te eten. De verleiding, om tegen het eind van de dag mijn trek te stillen, moet ik dan weerstaan. De tweede dag is voor mij meestal weinig bijzonder. De derde dag voel ik duidelijk dat mijn lichaam vast eten ontbeert. En daarna is het sapvasten voor mij meestal ‘een eitje’.

Ik heb het gevoel dat mijn lichaam een eigen geheugen heeft. Het vasten wordt in elk geval met de jaren steeds gemakkelijker.

Ik blijf altijd tijdens het vasten alles doen en proberen wat ik anders ook gedaan zou hebben. Activiteiten zoals dagwandelingen, afspraken, hobby’s zoals volleybal en werk gaan gewoon door en dat gaat altijd goed. Ook dit jaar, maar nu valt het vasten samen met een soort van afgedwongen retraite, die we in mijn geval een ‘tamelijk lege agenda’ noemen.

Alleen bij plotselinge krachtsinspanningen merk ik dat ik snel door mijn reserves ben. Die gaan me na een week vasten niet meer goed af. Als ik een hoop trappen oploop – ik neem sowieso zo min mogelijk liften of roltrappen – dan kom ik tijdens het vasten mezelf wel tegen. Dat is zo’n plotselinge krachtsinspanning, waardoor ik dan bijna misselijk wordt, net als wanneer ik even flink doorfiets om een groen licht te halen. Of op de fietsen een forse tegenwind heb.

Mijn lichaam gaat na even vasten vanzelf over op het verteren van vetten. Die hebben we natuurlijk overal. Mijn buik valt in elkaar, mijn gezicht wordt beniger, overal valt mijn lichaam af en mijn stoelgang stopt. Op een hard oppervlak liggen of zitten wordt gevoeliger. De tweede week moet ik altijd toch weer naar het toilet om keutels uit mijn lichaam te verwijderen. Dat zijn uitwerpsel als van een konijn, maar dan groter. Wanneer dat achter de rug is, verklaar ik mijn lichaam als gereinigd. Mijn vastendoel is dan bereikt. Dan ga ik toch nog een paar dagen door met sapvasten, om mijn darmen eens een beetje rust te gunnen.

Dit jaar ben ik van plan – bij toeval – na Palmpasen te stoppen. Dan heb ik bijna 15 dagen niets gegeten. Mijn laatste 3 ‘maaltijden’ bestaan altijd elk uit één glas laxerende pruimensap. Voor de zekerheid.

Aan ‘opbouwen’ doe ik evenmin* als aan ‘afbouwen’. Wanneer het vasten voor mij voorbij is, dan eet is alles wat ik wil in het besef dat ik tot de uitverkorenen op aarde behoor, die zich dat kunnen veroorloven. In de 20ste eeuw stierven volgens Wikipedia (trefwoord ‘Hongersnood’) ruim 70.000.000 mensen aan hongersnood en er lijden momenteel wereldwijd 1.000.000.000 mensen onder honger en ondervoeding. Dat is 1 op de bijna 8 mensen.

Soms verandert er na zo’n vastentijd vanzelf iets aan mijn gewoontes. Eens stopte ik toen met het eten van brood, een andere keer at ik na het vasten geen ‘ongezonde koolhydraten’ (aardappelen, pasta, rijst) meer en een jaar geleden stopte ik na het vasten spontaan met alcohol te drinken. Alles met de nodige uitzonderingen wanneer ik bijvoorbeeld bij iemand anders eet of in een restaurant.

Helemaal zuiver in de leer ben ik nooit geweest, behalve met mijn vegetarisme. Gevogelte, vis, vlees, week- en zeedieren zijn voor mij al een absoluut taboe sinds mij 23ste levensjaar. Dat werd mij toen, naast mijn bezwaren tegen de bioïndustrie ook al mede ingegeven als een manier om goed voor mijn lichaam te zorgen gezien de troep die in ons vlees zit. Toen al, wat verander ik toch weinig…

Ik besef in elk geval al mijn leven lang dat ik, in tegenstelling tot wat in games gewoon is, slechts één lichaam heb waarmee ik het tot mijn dood zal moeten doen. Een goede reden er goed voor te zorgen, vind ik.

Mijn lichaam kan deze manier van vasten aan en ik ervaar hier baat bij. Dat is niet vanzelfsprekend. Wat iemand anders aankan, kan best veel meer of juist veel minder zijn. En de behoefte moet er ook maar net zijn. Echter, op een eigen manier goed voor ons eigen lichaam zorgen, is voor iedereen belangrijk, lijkt me. We kunnen dat ook haast allemaal, maar hoe bijvoorbeeld u de zorg voor uw lichaam kunt en wilt invullen, lijkt mij aan u. Met deze afsluitende zinnen wil ik duidelijk maken dat ik slechts wil laten weten hoe en waarom ik jaarlijks vast, en dat ik niemand dit wil opdringen na te doen. Goed voor jezelf zorgen, is soms juist niet doen waar een ander baat bij heeft.

_____________________
* Naschrift 6 april 2020: Noodgedwongen doe ik dit keer toch wel aan opbouwen. Dat deed ik voorheen nooit. Ooit begon ik na 17 vastendagen met twee oliebollen. Ik weet het nog goed. Ik liep over de Neude en zag de kraam staan. Ik rook de oliebollengeur en besloot terstond vandaag te gaan stoppen met vasten. Ik at er twee op een lege maag en zonder kwalijke gevolgen genoot ik ervan. Vandaag blijk ik misselijk te worden als ik teveel eet. Ik ga dan hevig transpireren en dreig om te vallen. Zittend of liggend gaat dat allemaal over. De appeltaart, die ik vandaag ging bakken, heb ik dus maar zittend klaargemaakt en ik eet nog even mondjesmaat.

Twee mannen met woorden

De een zoekt het meestal in cynisme, de ander in grappig positivisme, weer een ander in feiten en ik zoek het vaak in achtergronden. Ik ben niet cynisch, een optimist maar geen ‘positivo’ en de gepresenteerde Corona-slachtofferfeiten zie ik door het mondiale gebrek aan testmateriaal en de behoefte feiten te verdoezelen als minimum-bedragen.

Twee mensen, die veel beter op de hoogte zijn van de sociaal-economische achtergronden bij het huidig tijdgewricht dan ik, hoorde en zag ik onlangs. De een zet op zijn vakgebied uitroeptekens bij ons financieel economisch systeem. De ander weet de politieke reacties op de pandemie in een historisch perspectief te plaatsen:

1. Een vergelijking van de financiële crisis uit 2008 en de Corona-crisis is zinvol, zo meent hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam Ewald Engelen. Tenminste, in economische zin, want beide crises tonen ons dezelfde weeffouten in ons economisch systeem. Wat die weeffouten precies zijn en of we lessen kunnen trekken uit de laatste grote crisis van 12 jaar geleden, wordt hier met Ewald Engelen besproken. Het gaat om de eerste 18 minuten na 10 uur. Laura Stek en Jos Palm van OVT (VPRO) interviewen hem, luister maar.

2. En voor wie benieuwd is naar de grotere verbanden van Ewald Engelens‘ bijdrage is hier een link naar de visie van Noam Chomsky. Het interview duurt 33 minuten. Noam Chomsky is de meest invloedrijke emeritus hoogleraar taalkunde van de 20ste eeuw en bekend als Amerikaans filosoof, mediacriticus, politiek activist en – natuurlijk – taalkundige; grondlegger van de generatieve taalkunde. Voor DiEM25, waarvan hij mede-oprichter is, werd hij onlangs geïnterviewd door een zekere, maar scherpe Srecko Horvat.

Bronnen: “Noam Chomsky: Coronavirus – What is at stake?” via DiEM25 TV op 28 maart 2020 en “De economische corona-crisis; Ewald Engelen in gesprek met Jos Palm en Laura Stek” via OVT van de VPRO op Radio 1 op zondag 29 maart 2020, vanaf 10:03 uur.

Alleen voor wat en wie ons omringt, zijn wij van betekenis

Tussen geboorte en dood speelt ons leven zich af in de onderste laag van de dampkring rond de aarde. We staan daar zelden bij stil. Meestal denken we dat ons leven zich afspeelt in het centrum van alles wat er toe doet. De rest van de wereld is vaag totdat we daar geweest zijn of er op een andere manier kennis van hebben genomen. Onze leefomgeving vinden we overzichtelijk en van de rest hebben we beelden en ideeën, die we voor werkelijkheid houden. Dat heel die wereld een onbeduidende stip is, die in een onbevattelijk groot iets rondsuist, weten we wel, maar we beseffen dat nooit. Kijkend vanuit de ruimte, wat we inmiddels kunnen, zien we onze zeer beperkte, indrukwekkend kleine, haast fragiele leefomgeving als een onbeduidend plekje in het immense heelal.

Stel je nu eens voor dat de dampkring ons bewustzijn voorstelt, en dat we over de rest van de aardkern in het duister tasten. Dat we daarvan geen benul hebben, net als dat nagenoeg alles wat zich in alle richtingen boven de dampkring bevindt ook voor ons onbekend is. Dan heeft u de kern van dit verhaal te pakken.

De imposante ruimte om de aarde

De aarde draait met een snelheid van 1.050 kilometer per uur om haar as en van 107.000 km/u om de zon. Ons zonnestelsel scheert met 828.000 km/u om een superzwaar zwart gat, Sagittarius A, het centrum van de Melkweg. Het Melkwegstelsel, met minstens 200.000.000 en waarschijnlijk 400.000.000 sterren suist tegelijkertijd nog eens met een snelheid van 200.000.000 km/u door de kosmos.

Nog zoiets: de kans dat er ten tijde van de oerknal een kosmos als de onze kon ontstaan is berekend als 1 op (10.000.000.000)¹²³, een getal met biljoenen nullen achter de komma, dus alleen theoretisch niet gelijk aan 0 (nul).
De kans dat eens ergens op de galactische schijf rondom Sagittarius A een levend wezen in een wollen trui zich verheugt een plakje cake te proeven, dat zij met een metalen vorkje van een porseleinen schotel schraapt, is verpletterend, té verpletterend, maar het gebeurde onlangs op een gure donderdagmorgen.

Maar ook je eigen nietigheid valt te relativeren“, zegt emeritus hoogleraar Russisch christendom Wil van den Bercken, die een passie heeft voor onze sterrenhemel. In zijn boek “Uit sterrenstof gemaakt” noemt hij die verplettering ‘kosmologisch bewustzijn’: we leven op een onbeduidende planeet in een onpeilbaar universum. Maar hoewel we vergeleken bij het heelal misschien niets voorstellen, lijken we vooralsnog de enige bewuste waarnemers van dat heelal te zijn. Wij zijn de ogen die terugkijken naar de kosmos. Of, zoals de Engelse deeltjesfysicus Brian Cox het verwoordde: “We are the way for the cosmos to know itself.” Wij, dit wandelend kosmisch materiaal, dat we aanduiden met de term ‘mens’, vooralsnog alleen wij zijn het die het voor elkaar krijgen dat het heelal een bewustzijn van het heelal heeft. Daarmee kunnen we erover nadenken en we kunnen het onderzoeken. Uiteraard geldt deze unieke status, die we onszelf toedichten, totdat we elders iets met een bewustzijn ontdekken.

En onderzoeken en ontdekken zit ons in het bloed. Sinds 3.000 v.Chr. weten we dat mensen al ontdekkingsreizen maakten en sinds 3 oktober 1942 varen we zelfs in de ruimte. Gezien de schier oneindige hoeveelheid aan mogelijkheden binnen het universum, of multiversum zo u wilt, lijkt de kans groter dan 0 (nul) dat ergens nog iets met een bewustzijn is.

In de megagrote kosmische wereld, waarin we ons bevinden, zijn we dus zowel nietig als soeverein. Vanwege bewustzijn en zingevingsvragen zijn we haast onmisbaar. Tegelijkertijd hebben we een verwaarloosbare invloed op de loop der dingen. In ons denken zijn we vaak het centrum van alles. Dat levert mooi, minder mooi en ronduit lelijk gedrag jegens anderen en onze leefomgeving op.

Wanneer iedereen zijn dag zou aanvangen met het besef van nietigheid over wat en waar we in werkelijk zijn, zouden we elkaar wellicht een hoop ellende besparen. Het besef van de dubbele positie tegelijk onmisbaar en verwaarloosbaar te zijn, zou ons wellicht tot betere mensen kunnen maken. In het licht van miljarden zonnen zijn haat, oorlog en verovering op deze minuscule planeet immers per definitie betekenisloos.

Jammer vind ik het, dat we ons niet door en door bewust zijn van de raadselachtige afstemming van natuurkundige krachten, die voor het ontstaan van leven verbluffend precies moeten zijn geweest. Los van de onbeantwoorde vragen wat er voor de oerknal, het begin van tijd, geweest is en waar de ruimte, waarbinnen het heelal uitdijt, eindigt (en wat er achter dat einde te vinden is), weten we inmiddels wel dat wanneer de oerknal een fractie trager was verlopen alles was geïmplodeerd. En een fractie sneller hadden zich geen atomen kunnen vormen, en dus geen kosmisch materiaal, waar wij het met onze lichamen van moeten hebben.

Wat zou allemaal veranderen in ons denken, doen en laten wanneer we doordrongen waren van onze nietigheid en de onwaarschijnlijkheid van dit alles? Wanneer we doordrongen waren van onze onmacht? Wanneer we beseften dat denken dat alles een begin en een eind heeft voor onze woonplaats het heelal onhaalbaar is? Wanneer we begrepen dat een geringe, maar benutte kans aan de basis ligt ooit tot een levend bewustzijn te zijn gekomen?

Dieper in bodem van de aarde tot aan de kern

En dan is er nog de oneindige en onoverbrugbare afstand tussen het ‘ik’ en de ‘ik die zich van zijn ik bewust is’. Wat weten we van die eerste ‘ik’? “We weten minder van ons eigen en elkaars innerlijke leven dan we ons bewust zijn”, zegt psychiater en psychoanalyticus Antonie Ladan. Soms komt iets van binnen naar buiten. Dan kunnen we ons iets over onze binnenwereld bewust worden. Dan kunnen we dat ook aan anderen vertellen. Maar veruit de meeste tijd blijken mensen zich, net als andere dieren, maar zeer beperkt bewust te zijn van de invloeden waardoor zijn gedachten door zijn innerlijke wereld worden gestuurd. We zijn ons bewust van veel, maar tegelijk onbekend met onze binnenste binnenwereld.

We kunnen er enigszins naar kijken. Echter, de vraag is in hoeverre wij stuk voor stuk van dat vermogen gebruik maken. Onderzoek leert dat mensen in overgrote meerderheid vooral bezig zijn met ontspannende activiteiten en geen tijd besteden aan het bewust worden van ongestuurde gedachten.

Ladan gebruikt voor onze binnenwereld de metafoor van een huis zonder ramen, waardoor je van buiten niet naar binnen kunt kijken en er zit een slot op de deur. Door angst of schroom kunnen er meerdere hindernissen als hekken zonder poort en slotgrachten zonder brug rond dat huis aangebracht zijn.

Over onze binnenwereld kunnen we geen controle uitoefenen. Wanneer we in dat huis zonder ramen zouden zijn, zouden we geen enkel contact met de buitenwereld hebben. Dus bovendien zouden we in onze binnenwereld, in dat huis zonder ramen, fundamenteel eenzaam zijn. Daar moet je ook maar net tegen kunnen. En dat terwijl het juist zo belangrijk zou zijn ons onbewuste bewust te worden. Nu bepaalt onze binnenwereld heel veel van onze emoties, gedachten en zelfs waarnemingen zonder dat we die kunnen bijsturen.

Besef van ons bewustzijn, ons onbewustzijn, onze onwetendheid en onze wetenschap

Kortom, ons bewustzijn zorgt ervoor dat we van alles over onszelf en onze omgeving kunnen leren en dat we ons een mening kunnen vormen over alles wat we denken waar te nemen, dat we onze omgeving een beetje – de een minder dan de ander – naar onze hand kunnen zetten, dat we elkaar kunnen negeren, met elkaar kunnen samenwerken en elkaar kunnen tegenwerken. Maar op de keper beschouwd zijn we in het heelal dermate nietig en dermate onbewust van onszelf dat we alleen voor onszelf en voor wat en wie ons omringt nog van enige betekenis kunnen zijn.

Wat we ermee aan moois en lelijks gedaan hebben, laat ons de wereldgeschiedenis zien. In elk geval is daarvan het resultaat dat u en ik nog leven. Wat we ermee gaan doen in de 900.000.000 jaar, dat de aarde theoretisch voor ons nog leefbaar is, zal de toekomst uitwijzen. Dat zal ons nageslacht (deels) meemaken.
Eerst maar eens meemaken wat we er vandaag met elkaar van bakken.

Bron: “Medicijn tegen het kleine denken: een besef van het onmetelijke heelal” door Marjolein van Heemstra via DeCorrespondent op 18 maart 2020, “De totaliteit van het Oneindige; Essay over de exterioriteit” (1961) door Emmanuel Levinas, uitgegeven door Martinus Nijhoff Publishers in Den Haag en de lezing “Over innerlijke vrijheid” door Antonie Ladan via de Bilthovense Kring voor Wijsbegeerte en Psychologie op 20 januari 2020 in Bilthoven.

Overleven van een historische mijlpaal

Ik ben niet bang voor het Covid-19-virus. Ik neem risico’s, maar doe altijd al al het mogelijke om niet ziek te worden. Ik ben me er al heel lang van bewust het tot aan mijn dood met mijn lichaam te moeten doen. Mijn leefstijl is zondermeer gezond. Overigens staat geen enkele ziekte me aan. Ik houd niet van afhankelijkheid en pijn. Wie wel? Met Corona speelt nog iets anders: de zorg de Ander niet te besmetten. Dat maakt me wel wat voorzichtiger. Maar ook nu doe ik zoveel als mogelijk mijn dingen, die ik anders ook zou doen. Dat komt neer op veel dingen niet kunnen doen, helaas.

Met het begin van de lente ging ik officieel dan eindelijk met pensioen. Natuurlijk zou ik graag gewoon doorwerken. Toch kwam mijn pensioen later dan ik wilde, omdat ik sinds mijn 55ste voor geen enkele serieuze baan meer uitgenodigd werd om na een sollicitatie zelfs maar op gesprek te komen. Nu heb ik dan eindelijk de voordelen van het steeds maar ouder worden. Tegelijk met dat pensioen ben ik weer aan mijn jaarlijkse vastenkuur tussen Carnaval en Pasen begonnen. Corona-dreiging of niet. Ik zei al dat ik er, hoewel ik tot een risicogroep hoor, niet bang voor ben.

Ik heb altijd wel een zakdoekje bij me, en niet voor niets, en eens in de twee dagen hoest ik.

Feitelijk zijn alle Corona-beperkingen een mooie gelegenheid om te gaan vasten, nu de terrassen gesloten zijn. De verleiding ontbreekt om op een terras een biertje met kaas, espresso met gebak of glas wijn met nootjes te bestellen. Maar zulke verleidingen heb ik altijd al wel kunnen weerstaan.
Sterker nog, dit zou een ideaal moment zijn om een poosje mijn huis te verruilen voor een bungalow in de bossen, op een waddeneiland of aan zee. Lekker alleen, met mijn gezin of vrienden doen wat anderen in de zomer doen. Me terugtrekken van al het nieuws over de per land en provincie verschillende besmettingtrends, de Corona-gerelateerde doden, de laatste maatregels en de uitwassen: “Ooohhh, dat mensen dat doen!” Aan dat laatste doe ik sowieso niet mee en de eerste twee zeggen me weinig omdat er onvoldoende testmateriaal is. Het zijn volgens mij minimumbedragen. Nee, gewoon op vakantie en als die afgelopen is, ben ik vast snel bijgepraat over de stand van de Corona-zaken.

Woonde ik alleen, dan zou ik vast meer riskeren, maar ik heb huisgenoten. Die zijn dermate bang dat ze voortdurend met alcohol, handdoeken en schoonmaakmiddelen in de weer zijn. En vuurtjes in de open haard maken om het virus te doden. Zij spreken anderen, die nòg angstiger zijn en volgen een hoop Corona-nieuws op de voet. De supermarkt is hun enige, schuchtere uitstap, naast even in de tuin of rond het huis (om een sigaret te roken, zo’n zichtbare gezondheidsvijand).

Mijn agenda is leeg; alsof het vakantie is. Zelfs mijn celloles heb ik afgezegd omdat mijn docent alleen volledig klachtenvrije mensen lesgeeft. Ik heb altijd wel een zakdoekje bij me, en niet voor niets, en eens in de twee dagen hoest ik.

Eerst maar blijven genieten en voorkomen ziek te worden.

Ik ben deze dagen, met leestijd te over, tot het inzicht gekomen dat ik Emmanuel Levinas’ essay “De totaliteit en het oneindige” niet doorkom. Het is vermoeiend lezen, wanneer elke alinea twee of drie keer door mij herlezen moet worden om iets te begrijpen van wat er staat. Hoe boeiend ook. Dat inzicht leidde tot de aanschaf van twee inleidingen op zijn filosofie waar ik wel wijzer van hoop te worden. Ter verstrooiing schafte ik ook de Decamorone aan. 100 Verhalen, die de Italiaanse dichter en geleerde Giovanni Boccaccio waarschijnlijk in de periode 1349–1360 schreef: de pest waart rond in Florence en tien vrienden trekken zich twee weken terug op een buitenplaats; zoiets als mijn vakantie-ideetje van daarnet. Daar vertellen ze elkaar op 10 verschillende dagen elk een verhaal.

Als nutteloze toeschouwer verwondert het mij dat regeringen niet alle bevindingen van de WHO opvolgen. Dat is toch bij uitstek de World Health Organization met de primaire taak richtlijnen te geven over internationale gezondheidszorg en haar partners, waar wij er een van zijn, te adviseren hoe op mondiale gezondheidsbedreigingen zoals deze te reageren. Ook de adviezen van ons eigen Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) worden door onze regering niet nauwgezet opgevolgd. Ik snap dat niet. Of ik snap niet waarom onze regeringen adviesorganen met experts bevolken om vervolgens te besluiten het toch een beetje anders aan te pakken.
Alsof er een juiste aanpak zou zijn, baart het mij zorgen dat elk land, afhankelijk van haar toevallig huidige regering, haar eigen maatregels treft. Hoe kan ik dan weten of wat ik doe of laat voor anderen en mijzelf verstandig is? Woonde ik in Groot-Brittannië dan was het onnodig zoveel af te zeggen; woonde ik in België dan was het onmogelijk om nog zoveel te doen.

Zolang er nog geen antistof beschikbaar is en een tekort aan testmateriaal modderen we waarschijnlijk maar verder. Wel fijn dat we ons licht via internet op kunnen steken in zo’n beetje heel de wereld. Zo kunnen we veel te weten komen. Van Corona-sterfgevallen in Rusland, waarvan officieel bronchitis als de doodsoorzaak opgegeven wordt, tot de Verenigde Staten van Amerika, die er niet voor terugdeinzen te proberen het alleenrecht te verwerven op antistoffen voor Covid-19 en beademingsapparatuur. Mij lijkt het gewetenloos beleid, terwijl wij dat spul ook het liefst voor onszelf houden en niet naar armere landen sturen ter bestrijding van de gemeenschappelijke vijand, en terwijl dus de diversiteit aan maatregels in West-Europa mij verbaast.

Dat de afloop van dit alles uitloopt op een verdere uitkleding van alles wat het algemeen belang dient, staat voor mij als een paal boven water. Tenzij we dat straks na de Corona-crisis een keer niet accepteren, we hebben ons immers en masse al veel te lang zand in de ogen laten strooien. Enfin, we zien wel.

Klik hier voor een opinie over de ernst van de financiële toestand in de wereld nadat de Corona-crisis bezworen is, op basis van wat we nu al weten.
Klik hier voor drie mogelijke economische herstelopties om na deze Corona-crisis in gang te zetten; serieus bedreigend voor de 99% of onwenselijk voor de 1%.

Eerst maar zoveel als mogelijk blijven genieten en voor de gelukkigen onder ons: voorkomen ziek te worden. De anderen wens ik beterschap.

Alweer een Scandinavisch land winnaar

Even iets anders dan de gevolgen van het nieuwe Coronavirus-uitbraak. In het World Hapiness Report is Finland voor het derde jaar op rij uitgeroepen tot het land met de gelukkigste inwoners ter wereld. Dit is gebaseerd op peilingen van zes variabelen, te weten
1. afwezigheid van corruptie,
2. bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking,
3. gezonde levensverwachting,
4. sociale steun,
5. vrijgevigheid en
6. vrijheid

Sinds het begin in 2012 hebben slechts vier landen de koppositie veroverd. Denemarken in 2012, 2013 en 2016, Zwitserland in 2015, Noorwegen in 2017 en Finland in 2018, 2019 en 2020. Nu mis ik de winnaar van 2014, maar van dat jaar ontbreekt een rapport.
Het mondiaal geluksrapport wordt uitgebracht door het Sustainable Development Solutions Network (SDSN-UN) van de Verenigde Naties. De tien eerste plekken in 2020 zijn:

1. Finland
2. Denemarken
3. Zwitserland
4. IJsland
5. Noorwegen
6. Nederland
7. Zweden
8. Nieuw-Zeeland
9. Oostenrijk
10. Luxemburg

Dus Nederland doet het met een zesde plaats ook goed. Toch staan sinds aanvang de vijf Noordse landen – Denemarken, Finland, Noorwegen, IJsland en Zweden – allemaal steeds in de top tien van de jaarlijkse lijst. Dat valt op.

Hoe kouder hoe beter? Nee, volgens het verslag hebben de gelukkigste landen vaak een hoog niveau van de variabelen die het welzijn ondersteunen.
> gezonde levensverwachting,
> hebben van iemand om op te rekenen,
> voldoende inkomen en
> vrijheid.
In de enquête van dit jaar werd bij het bepalen van iemands gelukstoestand ook gekeken naar omgevingsfactoren, waarbij gegevens over klimaat, temperatuur en vervuiling gebruikt werden. Ook de gevolgen van ongelijkheid werden meegewogen, en hoe de sociale omgeving de gevolgen van ongelijkheid kan helpen verzachten. Dit suggereert het geheim van het Scandinavische geluk: de verzorgingsstaat, die relatief genereuze voordelen mogelijk maakt, en een regulering van de arbeidsmarkt om uitbuiting te voorkomen.
De kwaliteit van de overheid en overheidsinstellingen zijn belangrijk voor de nationale tevredenheid. Bovendien blijkt een relatief hoog inkomensniveau ook nog eens samen op te gaan met goed functionerende democratieën en – uiteraard – een groter gevoel van autonomie en vrijheid in de best scorende landen, terwijl de sociale cohesie ook een sterke indicator van geluk in een land blijkt te zijn. Daarom bezetten Scandinavische landen waarschijnlijk steeds de topplaatsen op dit gebied.

De tien landen met de minst gelukkige inwoners zijn volgens het SDSN-UN in 2020:
India
Malawi
Yemen
Botswana
Tanzania
De Centraal Afrikaanse Republiek
Rwanda
Zimbabwe
Zuid-Soedan
Afghanistan

Fijn toch, dat we nog negen volle maanden kunnen genieten van deze zesde plaats; wat er ook gebeurt.

Bron: “World Happiness: Finland takes top ranking for third year in a row 8¨ door Luke Hurst via Euronews op 20 maart 2020

En voor wie dit stukje wat te zoetsappig vindt, breng ik hier graag een link onder uw aandacht, die een ander politiek inzicht biedt. Dit inzicht is wel gebaseerd op de politieke reacties op het Covid-19-virus dat onder ons is.

Bij 2 Corona Extra gratis 1 Mort Subite

Vandaag zal blijken wat de werkelijke agenda van onze regering is: in goed Nederlands Bailout the people of Bailout the banks and the multinationals. Je kunt als overheid beslissen om enkele maanden de huur en de facturen voor nutsvoorzieningen te betalen van mensen die door de crisis minder inkomen en meer uitgaven hebben. Of je kunt als overheid beslissen om elk bedrijf, ook het meest belasting-ontwijkende en meest vervuilende overeind te houden. Om maar wat uitersten te noemen.

Het Coronavirus veroorzaakt een acute crisis die door al die steunpaketten ongetwijfeld ook in een economische crisis zal ontaarden. De Europese Unie heeft immers duidelijke regels voor begrotingstekorten en overheidsschulden bedacht (ook al staat de rente op schulden historisch laag). We ontdekken dat besparingen van de voorbije decennia in alle overheidssectoren niet de beste voorbereiding waren op een gezondheidscrisis van deze omvang, maar deze wetenschap houden we nog even onder de pet.

De acute Coronacrisis komt op een moment dat we met elkaar ook een bedreiging van de wereld als leefwereld voor nu levende mensen (dieren en planten) het hoofd moet bieden: klimaatverandering. Nu al vragen verschillende bedrijfstakken (met de reeds flink gesubsidieerde en klimaatverandering bevorderende luchtvaartindustrie voorop) om financiële steun van overheden. Even zijn we (lees ‘ze’) vergeten dat overheidsbemoeienis voor de vrije markt volgens de invloedrijke predikers van de afgelopen 40 jaar uit den boze is; zoals steeds weer wanneer er bij overheden wat te halen valt.

Volgens dr. Fatih Birol, de baas van het International Energy Agency, kan Corona naast bedreiging ook een kans zijn in die fundamentele transitie van onze economie en onze energiesystemen. De bedreiging zit ‘m in met name
– onderbroken aanvoerlijnen vanuit China, waar de meeste duurzame energie-technieken vandaan komen,
– dalende olieprijzen, die energie-efficiency minder financieel aantrekkelijk maken en
– overvraagde politici, die zo druk zijn met Corona dat ze andere bedreigingen, zoals armoede, klimaatverandering en gebrek aan toekomstperspectief, uit het oog verliezen.
Kansen zitten hem vooral in de steunmaatregelen, die overheden nu voorbereiden om de economie op gang te houden. Het belastinggeld dat nu wordt uitgetrokken om sectoren te steunen, die het door maatregels om Coronabesmetting tegen te gaan zwaar hebben, zou wat mij betreft gekoppeld moeten worden aan duurzame doelen. Daarmee houden we ook volgens Birol niet alleen nu de economie op gang, maar bouwen we direct aan de economie van de toekomst.

Frankrijk legt 10% van het bruto binnenlands product (BNP) op tafel als garantie voor banken, die geld geleend hebben aan bedrijven die nu dreigen ten onder te gaan. Nieuw-Zeeland maakt 4% van het BNP vrij om bedrijven en werknemers te ondersteunen. De Verenigde Staten van Amerika vergoeden in elk geval de schade, die heel de luchtvaartindustrie lijdt, voor 100%.

Vanavond, wanneer het Nederlandse pakket aan steunmaatregels bekend gemaakt wordt, wordt zo de lakmoesproef afgenomen:
– gaan we geld uitgeven om fossiele sectoren in het zadel te houden of geven we geld uit om hen op een koolstofarme toekomst voor te bereiden?
– Krijgen de aarde, de gezondheidszorg en mensen prioriteit of de economie, waaraan binnen ons hijgere kapitalisme alle welvaart en welzijn voor gewone mensen* uiteindelijk ondergeschikt zijn?

Ik heb er weinig vertrouwen in met een regering, die eerder al plaatsen waar meer dan 100 mensen samenkomen sloot, maar scholen open wilde houden. Niet omdat het onderwijs zo belangrijk is, maar omdat anders kinderen elders opgevangen moesten worden.

Bronnen: “Waarom we nu een volmachtenregering hebben (en dat is niet voor onze gezondheid)” door Christophe Callewaert via DeWereldMorgen op 17 maart 2020 en “Energieagentschap: ‘Gebruik coronavirus om energietransitie te versnellen’” door Ties Joosten via FollowTheMonney op 16 maart 2020.

* In verkiezingstijd worden deze mensen, voor zover ingezetenen, aangeduid met de term ‘Hardwerkende Nederlanders’. Overigens verwijs ik voor de achtergrond van deze zin naar wat ik enkele jaren heb bijgehouden over wat mensen vermag. Dat is hier te vinden onder het kopje “Over mensen”.