Kiezen of delen

Ik ben geen premier, en geen minister. Ook nooit geweest. Maar wanneer ik nu in de schoenen van de Italiaanse premier Giuseppe Conte stond, zou ik met de Spaanse Pedro Sánchez en de Portugese António Costa een list verzinnen waar de Nederlandse Mark Rutte en zijn vrekkige of zuinige bondgenoten, het is maar hoe je ze waardeert, een puntje aan zouden zuigen. Ik heb er al een bedacht.

Op 11 mei schreef ik hier al waarom volgens mij de “Dag van Europa” geruisloos voorbij ging. De Nederlandse premier en minister van financiën vertelden daarvoor tot verbijsterende woede van de volksstemming in zuidelijke landen een half verhaal over het corona-herstelfonds en de geldstromen in de Europese Unie (EU).

De Franse president Emmanuel Macron heeft inmiddels druk gezet op de hulp die de EU moet gaan bieden bij de economische wederopbouw na de coronacrisis. Hij vindt dat er in juli overeenstemming moet zijn over het herstelplan en over de Europese meerjarenbegroting: „Dit is onze hoogste prioriteit. Wachten zal de zaken niet gemakkelijker maken”. Dat lijkt mij ook, willen we als unie onze grip op de wereld niet weer verliezen door onze onderlinge verdeeldheid in onze etalage te zetten. Net nu de Chinese overheid in HongKong laat zien de vrijheid van meningsuiting te beknotten. En met zo’n leugens verspreidende, door en door niet-deugende en onbetwist onbekwame president in de Verenigde Staten van Amerika. “Pak dit momentum in de wereldgeschiedenis”, zou ook ik zeggen. Laat de euro de standaard van de wereldhandel worden en stoot de Amerikaanse dollar van de kroon, nu het kan.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel hoopt eveneens dat de leiders van de EU tijdens de komende top over de nieuwe begroting en het corona-herstelfonds op 17 & 18 juli a.s. tot een akkoord komen: „Er moeten nog ontelbare gesprekken worden gevoerd”, schetste ze in juni de situatie. „We hopen dat we een oplossing kunnen vinden, ook al is er een lange weg te gaan.

Wanneer de opstelling van de vrekkige of zuinige premiers halstarrig blijft, zou ik als Italiaanse premier op de avond van de 17de juli laten weten dat er kennelijk niets anders op zit dan een volksraadpleging uit te schrijven of – naar de mening van het Italiaanse volk – het lidmaatschap van de EU gecontinueerd moet worden. Waarna Sánchez zou laten weten dit idee, gezien de ontstane beeldvorming van de voorliggende problematiek binnen de EU, ook in Spanje te overwegen en Costa vervolgens eveneens zou zeggen een volksraadpleging over het continueren van het EU-lidmaatschap in Portugal te willen uitschrijven.

Messen op tafel, en liever uit zo’n unie dan me erdoor te laten gijzelen. Nooit de rampzalige weg inslaan, die Griekenland in 2015 door Jeroen Dijsselbloem en Angela Merkel gedwongen werd op te gaan. Ook niet een klein stukje.

Mijn irrelevante opinie inzake de EU is dus samen te vatten als: toon je een wereldmacht of val uit elkaar. Misschien ben ik daarom zelfs nooit staatssecretaris geworden.

Bron: “Macron en Merkel willen in juli akkoord over herstelplan EU” door het Reformatorisch Dagblad via TheWorldNewsNet op 29 juni 2020.

Nooit klaar komen

Zo langzamerhand begin ik het idee te krijgen dat er slechts weinig nieuws onder de zon verschijnt. Er gebeurt veel, maar er verandert uiteindelijk weinig; laat staan ten goede. Wat nu bepleit wordt aan verbeteringen, zoals de verkoop van repareerbare duurzame producten, was vroeger soms de norm. Niet dat alles beter was; vroeger had ik ook stevige kritiek op de hypocrisie van degenen met invloed op de loop der dingen. Maar toen had ik nog de hoop dat we met elkaar iets wezenlijks konden veranderen. Dàt is het verschil met nu. Nu zie ik dat we tot nu toe uiteindelijk met elkaar in de greep van egoïsme, hebzucht en zelfzucht zijn gebleven; ons kortzichtig consumentisme. En ik raak van ellende, zelfs als die door onze eigen overheden veroorzaakt wordt, steeds minder geschokt. Er treedt bij mij een zekere gewenning op.

Steeds vaker zie ik hedendaagse ontwikkelingen als oude wijn in nieuwe zakken. Steeds vaker zie ik bevestigd dat ons doen en laten, onze omgang met elkaar, ons hele staatsbestel niet gefundeerd is op principes als artikel 1 van onze grondwet en al evenmin op een andere wijze van ethisch denken. Het was “wij tegen zij”, waardoor per definitie ingegaan wordt tegen dat artikel. En het is “wij tegen zij” en dat zal het nog wel even blijven in een samenleving waar de overheid de zwakkeren niet tegen de sterkeren beschermd; een overheid die als zij niet in de macht is van, zich sterk laat beïnvloeden door grootbanken en grootbedrijven, een overheid die zelf zelfs de afdracht van vennootschapsbelastingen bij sommige van haar instituten ontwijkt.

Het cement in de voegen tussen de bakstenen, waaruit heel onze samenleving is opgebouwd, is verpulverd als het ooit al meer was dan droog zand.

Het zal de leeftijd wel zijn.

Nee, dit alles overziend blijkt volgens mij vooral dat we als mensen nooit klaar komen. Misschien wel in bed, maar net als de boer, die voort blijft ploegen, net als de hoogleraar, die zijn vakgebied altijd blijft bijhouden, net als een musicus, die altijd blijft studeren, zo is ook de mens met (andere) idealen nooit klaar.

Een immense botsing

Op 26 april jl. Belgische en Nederlandse tijd vond waarschijnlijk een botsing van ongekende grootte plaats. Op aarde werd die dag meetbaar dat een zwart gat op ongeveer 1.200.000.000 lichtjaar afstand van Maartensdijk een neuronenster opvrat. We, nou ja, de wetenschappers die de automatische analyses onder ogen kregen, keken dus ruim een miljard jaar terug in de tijd. Ook knap.

Een neutronenster is wat over kan blijven van een ster, die voor de implosie een massa heeft gehad tussen de 10 en 30 keer de massa van de zon. Neutronensterren hebben een straal van ruwweg 10 kilometer en een totale massa van ongeveer 2 zonmassa’s. Deze sterren zijn het kleinst van alle sterren en hebben de hoogst denkbare dichtheid. Tenzij men een zwart gat ook als een ster beschouwt.

Er worden naar massa (en omvang) vier soorten zwarte gaten onderscheiden:

  1. De theoretisch bestaanbare minuscule zwarte gaten met een straal van maximaal 0,1 millimeter en een massa tot die van pakweg onze maan.
  2. Stellaire zwarte gaten met een massa van omstreeks 5 tot 100 zonmassa’s, die ontstaan zijn uit een supernova, een exploderende zware ster die gedurende enkele dagen* opvlamt met de lichtkracht van honderden miljoenen tot meer dan een miljard zonnen.
  3. Middelgrote zwarte gaten met een massa van 500 tot 1.000 zonmassa’s waarover weinig bekend is.
  4. Superzware zwarte gaten met een massa van 50.000 tot vele miljoenen malen de massa van de zon. Deze worden aangetroffen in de centra van sterrenstelsels.

De waargenomen botsing zou dus plaatsgevonden hebben tussen zo’n neuronenster en een van die zwarte gaten. Zo’n waarneming is bijzonder, hoewel het natuurlijk vaker voorkomt. Over het felste lichtgevende centrum van een sterrenstelsel, dat ons bekend is, weten we dat het elke dag wel een ster zo groot als onze zon opeet. Dat zwarte gat, J2157, is daarmee het snelst groeiende ons bekende zwarte gat in het universum. Dat ‘hongerige’ gat heeft inmiddels 34.000.000.000 maal de massa van onze zon en is 8.000 keer groter dan Sagittarius A*; het zwarte gat in het centrum van de Melkweg. Dat is het sterrenstelsel waar wij op onze schier onbeduidende aarde te gast zijn.

Hoewel, schier onbeduidend? Voor zover bekend zijn wij de enigen die weet hebben van heel dat universum met haar onopgeloste mysteries.

* Omdat een zware ster, 2.500.000.000 helderder dan de zon, in 2019 plotseling van de radar verdwenen is zonder eerst een supernova te worden, is niet helemaal zeker dat een supernova altijd een tussenstadium is tussen een grote ster van 5 tot 100 zonmassa’s en een stellair zwart gat, of dat het ‘enkele dagen’ opvlammen ook wel (een) tiental(len) jaren kan duren. Want van die verdwenen grote jongen (of dat verwenen grote meisje) op zo’n 75.000.000 lichtjaren afstand vanaf De Bilt was al zeker 10 jaar bekend dat hij/zij zich in zijn eindstadium bevond. Wellicht heeft die ster zonder supernova te worden het stadium van zwart gat bereikt.

Ja, er gebeurt best veel grotesks waar we geen weet van hebben, al kan het in dit laatste geval ook zijn dat deze ongelooflijk heldere ster op de een of andere manier beduidend minder helder is geworden en vervolgens ook nog eens door ruimtestof verduisterd is geraakt. Wie weet?

Bronnen: “Zwaartekrachtsgolf lijkt afkomstig van botsing zwart gat en neutronenster” door Leah Crane via NewScientist op 3 mei 2020, Neuronenster, Supernova en Zwart gat via Wikipedia op 25 juni 2020 en “Enorm zwart gat blijkt ‘hongerig’, eet elke dag ster zo groot als zon” & “Mysterie in de kosmos: astronomen zien ster voor hun neus verdwijnen” door en via Nu.nl op respectievelijk 1 juli en 30 juni 2020.

Eén keer net zo verstandig als een ezel

Onlangs ontmoette ik een ambitieuze, mooie, haast even oude, jonge vrouw aan de Hof in Amersfoort, die wel te porren was voor een liefdesrelatie met mij. Het klikte goed, ware het niet dat ze geen wandelaar (v) is, betwijfelde of ze ooit meer zou willen dan een LAT-relatie en ze niet wist of ze ooit nog met een ander zou kunnen slapen. Of ze dan niet keer op keer wakker zou schrikken.

Het deed mij denken aan een liefdesrelatie, die ik eerder gehad had. Voor de buitenwereld waren we een stel. Zo wilde zij het en ik vond het best. Ik was na een trouwfeest-zonder-dat-we-trouwden haar man en zij was mijn vrouw. Verder was ik een vriendje. Ze had er haar redenen voor, maar dichtbij mocht ik niet komen. Totdat ik weggestuurd werd. Toen gebeurde er iets opmerkelijkst: zij werd letterlijk ziek van het afscheid, dat zij gewenst had, en ik voelde me blij en vrij.

Nee, als het al met twijfel begint, in plaats van met enthousiasme, mag de prachtige vrouw, met haar nog zo mooie levenswijze, ondernemingszin, uitstraling en zachte huid mooi en ondernemend blijven zonder mijn aandacht, liefde en tijd.

Met zo’n vrouw zou het lot me een handje geholpen hebben als we begonnen waren met een vriendschap en konden gaan meemaken wat die vriendschap ons allemaal brengen zou, waarbij de toenadering wellicht langzaam maar zeker intiemer en intiemer werd.

Maar het lot, of zij, besloot anders. Ik moest er maar mee leven dat zij is zoals ze is. Ze nam na die ontmoeting geen enkel initiatief meer en eiste mijn begrip en instemming om maar weer met – overigens gezien haar levensverhaal voor mij begrijpelijke – mitsen en maren aan een liefdesavontuur te beginnen.

Mij niet gezien. Ik neem haar zoals ze is, maar ik ga niets met haar aan omdat haar lonkend vooruitzicht het mijne nu niet is. Zo schijt de duivel misschien voor haar wel op één hoop en handel ik één keertje net zo verstandig als een ezel.

De fikse uitdaging voor ieder mens

Gaat het in onze levens om het zijn of gaat het om het goede?

In het begin van onze levens, in de kindertijd, gaat het om het zijn. Een baby is. Niet meer en niet minder. Het past zich aan aan alle omstandigheden. Het zet het op een brullen bij ongemak, doet wat het doet met toewijding en kirt soms van tevredenheid.

Op een zeker moment, wanneer de hersenen tot wasdom komen, wordt een kind steeds meer een sociaal wezen in zijn leefomgeving. Hij gaat vanuit de eenheid, die hij met zijn moeder vormt, gaandeweg verbintenissen met anderen aan en andere juist uit de weg. Verbintenissen, die te zijner tijd de binding met zijn moeder ook losser kunnen maken, zoals een band met zijn vader, maar een kind gaat ook met andere hem welgevallige mensen verbintenissen aan. Geleidelijk ontwikkelt hij voorkeuren; sympathie en antipathie. Hij blijft het centrum van zijn wereld, maar ontwikkelt van lieverlee voor zijn begeertes en zelfbehoud broodnodige oordelen.

De oordelen van anderen, zullen op een bijzonder moment gaan botsen met zijn eigen ontwikkelde wereldbeeld. Sterker, op een zeker moment zal het zich ervan bewust worden dat zijn oordelen stuk voor stuk discutabel zijn; dat alle resultaten van de ontwikkelde oordeelsvorming ter discussie staan. Dat sommige van zijn waarheden zelfs beschamend zijn. Vanaf dat moment gaat het in ons leven langzaam maar zeker niet meer om zijn maar om het goede. Om het goede doen, om precies te zijn. Zelfs zelfbehoud kan sindsdien ten behoeve van een ander, impliciet hoger geacht doel opgeofferd worden.

Wanneer we op deze wijze uit ons Paradijs gevallen zijn en ons leven niet meer om zijn draait, komen we er tegelijk achter dat we niet in Utopia beland zijn. Er zijn veel anderen en evenzoveel losse schroeven waarop ons wereldbeeld gebaseerd is. Er is ook veel leed.

Anders dan toen ons leven om zijn-in-het-hier-en-nu draaide, neemt nu de hoop op beter, op minder lijden, op mooier en op zintuiglijk genieten een plaats in in ons leven. Om hoop bewaarheid te laten worden, moeten we het goede gaan doen. Het goede voor wie? Het goede voor iedereen, omdat we sociale wezens zijn. Dat komt er in de praktijk op neer dat het goede is om naar beste kunnen het leed van anderen te verzachten, waardoor we een ietsepietsie dichterbij Utopia komen. Dat we een iets eraan bijdragen een wereld te creëren, waarin voor iedereen plaats is, waarin iedereen wel zou willen wonen.

Per definitie wil ik wonen in een wereld waarin iedereen wil wonen. Vandaar dat het in het leven, zodra we besef hebben van het ter discussie staan van al onze bevindingen, om het goede gaat. We maken deel uit van en hebben invloed op onze omgeving. We kunnen de ander ondersteunen waar mogelijk, we kunnen hem negeren en we kunnen hem disciplineren of breken. Vanwege deze ongevraagde verantwoordelijkheid voor de ander, we zijn inmiddels immers van kinderen uitgegroeid tot handelingsbekwame, sociale volwassenen, draait het leven er nu alleen nog om het goede te doen.

Feitelijk is het met ons nog heftiger gesteld: …om het goede gedaan te hebben. Ondanks goede bedoelingen kunnen we nog altijd bewerkstelligen de wereld, onze omgeving, verder van Utopia te doen verwijderen. Daarmee zouden we onze hoop op beter ridiculiseren. Daarom telt wat we gedaan hebben op basis van het resultaat, waardoor we in de praktijk vechten tegen de bierkaai en ook nog eens altijd te laat zijn. Dàt is – volgens mij – de betekenis van elk mensenleven; het goede gedaan hebben voor de ander, of niet het goede gedaan hebben.

Ik schreef dit zojuist na het doornemen van het boek “De ander in ons; Emmanuel Levinas in gesprek: een inleiding op zijn denken”, en met name daarin het interview met Rudy Visker, als hoogleraar verbonden aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte in Leuven, (2008) door France Guwy, uitgegeven door Uitgeverij SUN in Amsterdam.

Iets gemeenschappelijks

In het zonnetje tussen de buien door op een Utrechts terras vroeg een van mijn kinderen me gisteren wat ik dacht van de anti-racisme-demonstratie, die eergisteren op het Jaarbeursplein had plaatsgevonden; of ik eraan deelgenomen zou hebben als ik ervan had geweten. Ik antwoordde dat ik benieuwd ben wat de demonstranten beogen; je kunt immers ook voor mooier weer of een betere wereld demonstreren. Waar zijn de demonstranten concreet op uit?

Overigens hebben de anti-racisme betogers mijn sympathie. Ook al zouden deze wereldwijde demonstraties als stok dienen om een andere hond mee te slaan: we demonstreren tegen racisme door de politie, maar zijn eigenlijk tegen het asocialisme van Donald Trump en zijn republikeinse partij, tegen ongelijkheid in het algemeen, of tegen de vooringenomenheid van de gevestigde orde in ons eigen land.

Wat ik bedoelde met mijn reactie, is dat ik het vanzelfsprekend vind om racisme te verwerpen, maar dat vind ik een open deur. Geen weldenkend mens, dat ervoor uitkomt apartheid te omarmen. Dàt zullen we in 2020 toch al wel bereikt hebben (of is het nòg erger met de mensheid gesteld dan ik denk?). We kwamen er na even praten op uit dat we beiden racisme verwerpen, maar dat we ons niet bewust zijn van het onbewuste racisme waar we ons ongetwijfeld ook schuldig aan maken. Hoe betreurenswaardig en verwerpelijk ook, racisme is van alle tijden.

We kwamen er ook op uit dat we beiden van ‘de hoop’ zijn. De hoop op een betere wereld. Vertrouwen in mensen, die toch feitelijk nagenoeg altijd proberen het juiste te doen. Voor mij is die betere wereld een pacifistische wereld. Ik roep altijd al, sinds de vervulling van mijn militaire dienstplicht en mijn daarop volgende – toegekende – beroep op de wet gewetensbezwaren militaire dienst, dat elke nieuwe wet volgens mij getoetst zou moeten worden aan de vraag of die wet pacifisme dichterbij brengt. Elke dag zouden we al doende vandaag stappen zetten naar een rechtvaardiger inrichting van de wereld, ongeacht of en zo ja, wanneer pacifisme of mondiale rechtvaardigheid binnen handbereik komt. Dan doen wij nu het juiste, in plaats van onrecht in stand houden of verergeren.

Door mijn voorsprong van zo’n 30 jaar op mijn kinderen, heb ik mijn hoop op een vreedzame wereld steeds meer zien vervliegen. Het neoliberalisme heeft sinds de 80-er jaren veel van de vruchten van 30 jaar Keynesianisme teniet gedaan. En de marktwerking, die in combinatie met een tandeloze overheid voor alle maatschappelijke problemen als oplossing werd gepresenteerd, heeft het lijden van mensen over de hele wereld, zoals ook in ons eigen land, verergerd. En dat terwijl enkelingen, de 1%, daarmee materieel over de ruggen van de aarde, miljoenen dieren, het klimaat, miljarden mensen en even zoveel planten (zoals die in oerbossen) een rijkdom vergaarden, die soms groter is dan sommige landen voor al hun nutsvoorzieningen te besteden hebben. Mijn sombere grondtoon, zeg maar mijn zwartgalligheid, is terug te herleiden tot deze vervlogen hoop.

Anti-racisme is wat mij betreft een van de vele pijlers onder een wereld waarin we ons bewust zijn van en schamen voor het lijden van de ander. Door zo’n bewustzijn kunnen we vervolgens ons uiterste best doen om onze invloed op de gang der dingen ertoe aan te wenden het lijden van de ander en onszelf tot minima te beperken, in plaats van er collectief onze respectieve hoofden voor in het zand te blijven steken.

Het lot van de mensheid is in handen van wereldverbeteraars

Het in de steek laten van zo’n beetje alle Afrikanen, armoede, belasting-ontwijking door aan onze overheid gelieerde bedrijven, gefaciliteerde belasting-ontwijking in Nederland, beleidsmacht die door grootbedrijven in Nederland en in de Europese Unie wordt uitgeoefend in weerwil van democratische principes, het onrecht dat het neoliberale D’66 mensen pleegt aan te doen, gebrek aan menslievend beleid binnen het al even neoliberale CDA, CETA, de boter op het hoofd van de coalitie, geweld & onrecht dat wij – door het veilig stellen van ons feestje hier te lande – anderen elders in de wereld aandoen, honger, onrecht in het algemeen, het apartheidsbeleid van de Israëlische regeringen sinds 1948, het asociale gehalte van de neoliberale PvdA, TiSA, TTIP, Trump, voedselbanken in rijke landen, de minister-president en zijn immorele en neoliberale VVD, welvaart in relatie tot welzijn. Dat zijn onderwerpen die hier regelmatig door mij aan de orde gesteld worden.

Wanneer we willen dat een ongedefinieerd wij zich handhaaft

Een terecht verwijt aan mijn stukjes is wellicht dat ik weinig aandacht schenk aan de geneugten, die ik (en wij) dagelijks genieten door ons gedrag dat zich niet gebaseerd weet op ethiek maar op een overvloedige mate van zelfbehoud. Met dat waarschijnlijk terechte verwijt kan ik weinig, omdat ik mij als inwoner van Nederland ondanks allerlei bevoorrechting juist daardoor vaak medeplichtig weet aan wan-gedragingen van een samenleving die in mijn ogen op een aantal essentiële punten niet deugt. Knechting, machtsmisbruik en uitbuiting van anderen waardoor we ons tot een van de meest materieel rijkste samenlevingen op aarde kunnen rekenen, al is onze rijkdom dankzij 40 jaar neoliberalisme – met dank aan het CDA, D’66, de PvdA en de VVD – ook onderling steeds onrechtvaardiger verdeeld. Arm in onze moraal, maar het is hier best veilig wanneer je je weet te handhaven. “Je maintendrai” staat passend geschreven onder de Nederlandse leeuw.

Toch zou ik liever deel uitmaken van een geestelijk hoogstaandere samenleving, bestaande uit mensen die omkijken naar elkaar en zich zorgend opstellen voor vreemden die (ook) lijden onder corruptie, de elementen, maatschappelijk onrecht, oorlogs- en/of natuurgeweld. Als kind had ik al sympathie voor primitieve Indiaanse stammen wanneer die volgens mij ethisch hoogstaand met elkaar en met hun vijanden probeerden om te gaan.

Hoopgevend is mij lange tijd het gegeven geweest dat veel landen de Universele Verklaring van de rechten van de mens in 1948 (en daarna) hebben ondertekend. Nog steeds draag ik de Verenigde Naties een warm hart toe en het verdriet me dat haar invloed beperkt blijft tot de bedragen die we bereid zijn aan haar projecten te doneren. Bedragen die altijd ontoereikend zijn om de koeien echt bij hun horens te pakken.

Wanneer we ons als mensheid willen handhaven

Ik vermoed een besef dat de wereldorde verandert, wanneer de gekoeioneerden en rechtelozen van nu behandeld zouden gaan worden als naasten. Mij doet dat verdriet, al zouden de gevolgen van mijn gewenste pacifistisch socialistische aanpak voor ons misschien wel desastreus zijn. Hoewel, ik ben helemaal niet tegen zelfbehoud, maar ik zie de wereld en onze benadering ervan als zoektocht altijd het juiste te doen, met het besef dat we tekort zullen schieten. Dat we ons dus blijvend zouden moeten beijveren zelfs het onrecht, dat we met de beste bedoelingen plegen, te beperken tot het werkelijk onvermijdelijke. Ik zou haast zeggen ‘het hoognodige onrecht’.

Helaas leef ik daarentegen in een wereld waar men het onrecht, waarmee ik dit stukje begon, onder het tapijt pleegt te vegen. Helaas blijven de meesten hier graag dansen op de voor zovelen ondergaande planeet. Is het niet door natuurkrachten, dan wel door wat anderen en met name ook wij hen gewetenloos – en soms zelfs met best menselijke bedoelingen maar met onmenselijke gevolgen – direct en indirect aandoen.

Wanneer we het belangrijker blijven vinden dat een ongedefinieerd ‘wij’ zich ten koste van wat het kosten moet handhaaft, zal het helaas waarschijnlijk wel blijven gaan zoals het altijd al gaat.

Ik, daarentegen, vind het fijn dat er nog altijd idealisten zijn, die onrecht aan de kaak stellen en op grotere schaal en/of op kleinere schaal de wereld wèl mooier proberen te maken; die proberen om steeds het moreel-juiste te doen. Wanneer we ons als mensheid willen handhaven, is het lot in handen van deze wereldverbeteraars.

Chomsky schreef weer een nieuw boek

De geschiedenis toont ons dat machtssystemen nooit uit zichzelf veranderen en nooit uit zichzelf hun interne tegenstrijdigheden erkennen. Dat gebeurt alleen door de publieke opinie. Aan het woord is de 91-jarige Noam Chomsky, wiens scherpzinnige inzichten ik hier wel vaker deel.

Hij kijkt in zijn nieuwe 101 pagina’s tellende boek “Internationalism or Extinction” naar de continuïteit van het beleid van Amerikaanse regeringen sinds 1945. En hij onderbouwt erin dat die onveranderd is gebleven, te weten gericht op de instandhouding van een volledige dominantie over de wereld: economisch, militair en politiek. Wie om de 4 jaar president wordt, maakt daarbij weinig verschil. Donald Trump is als 45ste Amerikaanse president geen abnormaliteit volgens Chomsky, geen afwijking van de norm, maar op de keper beschouwd een logische consequentie van een maatschappelijk systeem dat niet in staat is uit zichzelf te veranderen en nu dit gevaarlijke monster heeft gebaard.

Ofwel we behoeden democratieën voor zelfvernietiging,
èn we stoppen de klimaatverandering,
èn we beperken het risico van een allesvernietigende kernoorlog tot het uiterste,
ofwel we beschouwen onze zelfvernietiging als een fait accompli

Echter, wanneer dat beleid nu niet fundamenteel verandert, wacht ons mogelijk door toedoen van de Verenigde Staten van Amerika de vernietiging van menselijk leven op aarde (extinction). De Republikeinse Partij noemde hij ook eerder al de gevaarlijkste organisatie, die de mensheid heeft voortgebracht.
Een voorbeeld: in de jaren ’80 hebben, na een wereldwijde beweging tegen kernwapens, de 2 grote kernmachten van toen afspraken gemaakt over dialoog en inperking van hun kernwapenarsenalen. Afspraken die werden vervat in de ABM, INF en START-verdragen. Deze 3 verdragen worden nu door Trump op de helling gezet. Dat maakt de dreiging van een kernoorlog nu weer net zo actueel als in de jaren ’80.
Nog een voorbeeld: het grootste deel van de Amerikaanse verkiezingen is ‘gekocht’. Alleen de campagnes van Bernie Sanders zijn hierop een uitzondering.
Laatste voorbeeld: door gebruik van fossiele brandstoffen – kolen uit Ohio en schaliegas – op steeds grotere schaal draagt de Federale Regering (en met name de Republikeinse Partij) op een onverantwoordelijke wijze bij aan wereldwijde temperatuurstijging en het Verdrag van Parijs met de clausules voor milieubescherming werd in 2016 door de Republikeinen verhinderd.
Chomsky roept daarom in zijn nieuwste boek op tot activisme, want hij stelt dat de mensheid voor een cruciale keuze staat:
ofwel we behoeden democratieën voor zelfvernietiging, èn we stoppen de klimaatverandering, èn we beperken de kans op een allesvernietigende kernoorlog tot het uiterste,
ofwel we beschouwen onze zelfvernietiging als een fait accompli; iets waar niets tegen te doen valt.

Wat hij eerder voorspelde is inmiddels bewaarheid geworden

Chomsky is, anders dan bovenstaande wellicht doet vermoeden, geen vlotte spreker. Hem beluisteren vergt een nogal gedisciplineerde concentratie, want hij heeft ook al geen oratorische kunsten te bieden. Sterker nog, zijn lezingen zijn voorspelbaar, want in feite zegt hij al heel zijn productieve leven hetzelfde. Je weet zodoende wat je van hem kunt verwachten. Maar de actuele context actualiseert hij voortdurend met feiten, die anderen en mij nogal eens zijn ontgaan (of die er een betekenis aan toekenden in lijn met de commentatoren in de media).
Zijn boeken zijn allesbehalve vlotte literatuur. Ook Chomsky lezen vergt een gedisciplineerde concentratie. Maar ook die inspanning loont altijd de moeite.
Chomsky kan iets wat weinigen gegeven is: hij zet je met actuele gebeurtenissen, die meestal aan de aandacht van de mainstream media ontsnapt zijn, aan het denken en je weet weer wat je te doen staat.

Wat hij eerder voorspelde, bijvoorbeeld over de toekomstige negatieve effecten van vrijhandelsverdragen of hoe naargeestig de wereld er uit gaat zien wanneer Donald Trump president van de Verenigde Staten van Amerika zal worden, is inmiddels bewaarheid geworden. Het discours van Chomsky is diametraal aan wat mainstream commentatoren ons dagelijks vertellen, en ook dat stelt hij aan de kaak. Zijn zienswijze onderbouwt hij altijd stevig met feiten en in goed gekozen woorden. Dat maakt hem voor bezorgde mensen als ik zo aantrekkelijk. En ik ben niet de enige; geen enkele andere hedendaagse intellectueel kan tippen aan de aantrekkingskracht en het charisma van Chomsky, schrijft Lode Vanoost, de bronleverancier van dit stuk, waar hij verschijnt, blijft hij bomvolle zalen trekken.

We overtuigen door de feiten te tonen èn door te wijzen op de mogelijkheden die er nog altijd zijn

Activisme zou het verschil kunnen maken. Alles is door mensen gemaakt en kan door mensen veranderd worden, constateert Chomsky nuchter.

De hamvraag, die bij zijn lezingen telkens weer terugkomt, is: “Hoe overtuigen we de mensen die vandaag niet met ons in de zaal zaten?”. En Chomsky’s antwoord daarop is: “We overtuigen de mensen door ze de feiten te tonen èn door ze te wijzen op de mogelijkheden die er wel degelijk nog altijd zijn. (…) Om de toenemende destructieve autocratische* en hypernationalistische** tendensen aan te pakken moeten we eerst de oorzaken doorgronden. Een substantieel element zijn de neoliberale bezuinigingen van de voorbije generatie. Die hebben alle welvaart geconcentreerd in enkele handen, de functionerende democratie ondermijnd, de bevolking opzij geschoven, wat tot begrijpelijke weerzin en woede heeft geleid, die soms pathologische*** vormen aanneemt en mensen een prooi maakt voor demagogen****.” Chomsky levert informatie, feitenmateriaal en de analyse daarvan ook in zijn 91ste levensjaar nog steeds als geen ander.
Uitleg van moeilijke woorden
* de ongelimiteerde vernietigende macht wordt uitgeoefend door één partij of door één persoon
** gewoonte om andere landen en/of volkeren buiten te sluiten
*** ziekelijke
**** hier doelt Chomsky op: mensen die politieke macht verwerven door angst te zaaien

De uitgevers hebben naast zijn nieuwste boek ook een video gemaakt, die hier te bekijken is
of klik hier voor een interview met Chomsky van 13 april jl. over het boek “Internationalism or Extinction” (2020) en over de Corona-pandemie.

Bron>“Noam Chomsky: ‘De mensheid staat voor de keuze: internationale samenwerking of uitsterven’” Boekrecensie over ‘Noam Chomsky, “Internationalism or Extinction” (2020, edited by Charles Derber, Suren Moodliar and Paul Shannon). Routledge in New York, ISBN 978 0 367 43058-0’ door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 11 mei 2020.

Geruisloos ging dit jaar de Dag van Europa voorbij

Burgers binnen de Europese Unie (EU) hebben in ongelijke mate profijt van wat de interne Europese markt genoemd wordt. Een relatief klein, sterk van de export afhankelijk EU-land als Nederland heeft relatief veel voordeel. Burgers van zuidelijke lidstaten veel minder.
· Nederlandse burgers profiteren gemiddeld voor € 1.500 per jaar van de EU.
· Het welvarende (en door Covid-19 meest getroffen) Noorden van Italië komt niet verder dan € 1.000 per jaar; inwoners van de rest van Italië profiteren aanzienlijk minder van de EU.
· Spanjaarden profiteren gemiddeld voor € 590 per jaar van de EU,
· Portugezen voor € 500 per jaar en de
· Grieken voor € 400 per jaar.

Door belastingparadijs Nederland lopen andere EU-lidstaten bovendien via brievenbusfirma’s op de Zuidas in Amsterdam in totaal € 10.000.000.000 per jaar aan vennootschapsbelasting mis:
· Frankrijk loopt via de Zuidas € 2.700.000.000 per jaar mis,
· Italië € 1.500.000.000,
· Duitsland € 1.000.000.000 en
· Spanje loopt via de Zuidas bijna € 1.000.000.000 per jaar mis.
En als Nederland er nou rijk van werd, dan zou je het nog als handige roof kunnen zien; of supermodern ‘slimme aanpak’, maar Nederland vangt er ‘slechts’ € 2.200.000.000 van; bijna € 8.000.000.000 ‘lekt via de Zuidas weg’ naar weer andere belastingparadijzen.

In Italië en Spanje wordt de financiële steun door de EU ervaren als een emotionele noodzaak om met elkaar verder te kunnen. Mij lijkt dat een politieke realiteit: als de EU nu een bondgenoot in de hoogste nood niet helpt-zonder-vragen, dan zullen de anti-Europese krachten daar ongetwijfeld van profiteren.

En vergelijk het mislopen van vennootschapsbelastingen door Italië en Spanje nu met de € 1.000.000.000 die Mark Rutte en Wopke Hoekstra eenmalig wilden schenken als coronafooi, nadat Zuid-Europa te hoop was gelopen tegen de suggestie van Hoekstra dat eerst moest worden uitgezocht hoe het kwam dat sommige lidstaten (lees: die in Zuid-Europa) hun boekhouding niet op orde hadden. Dan begrijpt u misschien meer van de irritaties over de Nederlandse opstelling. Ook vraag ik me af welk christen-democratisch appèl Hoekstra daarmee aan zijn uniebroeders deed.

Daarnaast hebben we allemaal gezien hoe de ‘redding’ van Griekenland vanaf 2015 vooral de banken uit Duitsland, Frankrijk en Nederland ten goede kwam en desastreus uitpakte voor de Griekse bevolking, die moedig maar zonder enig succes ‘tegen’ gestemd had. Onder leiding van de zichzelf sociaal-democraat noemende Nederlandse minister Jeroen Dijsselbloem werden door de Eurogroep bijvoorbeeld de volgende maatregels genomen:
· Afdwingen dat de datum van verse melk van 3 naar 7 dagen verlengd werd zodat Nederlandse boeren hun melk sindsdien als verse melk in Griekenland kunnen verkopen,
· Een wet van 100 pagina’s in één artikel opstellen en afdwingen dat die op 15 juli 2015 in minder dan 24 uur werd goedgekeurd,
· Een wet van 1.000 pagina’s in 3 artikels opstellen en afdwingen dat die precies een week later eveneens in minder dan 24 uur werd goedgekeurd en
· op 14 augustus 2015 passeerde nog een wet van 400 pagina’s, die ook al in 24 uur moest worden goedgekeurd.
Is dit democratie of Piketty?

Financiële steun onder dergelijke voorwaarden zien de Italianen en Spanjaarden natuurlijk niet als een goed economisch recept.
En nu noemde ik Hoekstra en Rutte, maar zij handelden achteraf met de steun van een ruime meerderheid in onze Tweede Kamer. Dit onthult volgens mij opnieuw dat het Nederlandse debat over de Europese Unie zich grotendeels in voor ons winstgevende euro’s afspeelt en niet over ethiek gaat. De BV Nederland is gewoon een sprinkhaankapitalist, terwijl het anderen de les leest over deugdzaamheid.

Mij zou het geen verkeerde ontwikkeling lijken wanneer de Nederlandse EU-opstelling-in-Coronanood tot gevolg krijgt dat Italië een uittreding uit de EU gaat overwegen. Hoe moeten we anders een EU krijgen, die er voor de burgers is? Hoe moeten we anders de huidige realiteit stoppen dat met EU- en nationale overheidsprivileges grootbedrijven steeds maar groter en machtiger worden (en direct bij de staat aankloppen als er een ondernemingsrisico verkeerd ingeschat blijkt)?

Hoewel ik op straat (op anderhalve meter afstand) verneem dat we het in Nederland goed doen rondom Covid-19, is het niets meer of minder dan Piketty in de praktijk. We moesten ons – wat mij betreft – schamen (ik was daar al een tijd geleden mee begonnen).

En dit allemaal naar aanleiding van 9 mei jl.; de Dag van Europa. Omdat die dag, precies 70 jaar geleden, de Franse minister Robert Schuman een ambitieuze verklaring aflegde waarin hij voor een organisatie pleitte om Franse en Duitse productie van kolen en staal onder gemeenschappelijk beheer te plaatsen. Dat zou de kans op een nieuwe Europese oorlog minimaliseren. Dat beheer werd het aller eerste begin van de EU, zoals die nu vormgegeven is.

Bronnen: “Nederland leest anderen de les over deugdzaamheid maar gedraagt zich als sprinkhaankapitalist” door Marc Chavannes via DeCorrespondent april 2020, “Staatssteun aan KLM stroomt naar oliehandelaren en Iers belastingparadijs” door Ties Joosten op 6 april 2020 via FollowTheMoney en “Sta niet toe dat democratie wordt vernietigd waar ze is ontstaan” door Zoé Konstantopoulou, voorzitter van het Griekse parlement via DeWereldMorgen op 10 september 2015.

De ander, dat ben ik

De denkbeelden van de moderne Westerse filosoof Emmanuel Levinas (1906 – 1995) spreken mij aan en raken mij onder mijn huid. Op 20 april jl. heb ik hier de kern, het uitgangspunt van het denken van deze man proberen samen te vatten. Dat deed ik onder de titel “In essentie leert het leven ons genadeloos hoe nederig we stuk voor stuk zijn”. Nu ga ik de uiterste consequentie van zijn denken proberen te beschrijven.

Een uiterst gevolg van zijn filosofie is, dat niet wat ik denk beslissend is, maar wat ik doe.
Dat is nogal wat. Levinas biedt geen uitweg aan intellectuele dagdromerij of aan kamergeleerdheid. Hij overrompelt mij. Het lijkt erop dat mijn motieven er in eens niet meer toe doen omdat wat ik gedaan heb en naliet beslissend is. Dat vraagt om wat meer context.

Vrede is elk moment mogelijk

De filosoof Levinas beseft al te goed dat alles wat een filosoof vindt, ‘taal’ is. Daar begint het al mee. Wat hem betreft moeten we het daar eerst maar eens over hebben, want aan taal kleeft de eigenschap dat zij veelvuldig misbruikt wordt. Overal. Ook binnen de filosofie. Grond, lucht, rivieren en zeeën zijn vergiftigd, maar over dat gif wordt pas gesproken wanneer het aangetoond wordt. Zo is ook taal vaak het laatste dat ter sprake komt, terwijl het juist om taal gaat.
Taal is nodig en nuttig volgens Levinas. Het is de ‘samenhang tussen mensen’ en het is nodig omdat er zonder gesprek geen menselijkheid mogelijk is, geen rechtvaardigheid en geen waarheid. Dat vraagt om wat meer context.

Zodra ik de Ander zie en waarneem dat hij (m/v) mij ziet, ben ik verantwoordelijk [zie mijn stukje van 20 april jl.]. De ware religie, stelt Levinas, is niet een beweging omhoog, maar dat is de aanvaarding van de andere mens als de Ander (met een hoofdletter) in wiens gelaat (haar of zijn aanwezigheid, gezicht, ogen) God zichtbaar wordt. God openbaart zich in de vernederde als ‘de overstijgende’, zoals ook in de weduwe en in de wees met wie – zo zou je het kunnen zeggen – God een geheim verbond heeft. De inzet van de zorg voor de Ander is geen ‘gevolg’ van het geloof, zoals vaak beleden wordt. Die inzet is ‘het geloof’, zegt Levinas. Mij doet dit schudden.
Internet en televisie hebben de wereld daarmee een onmogelijke plek gemaakt om te leven, want ik ben van veel lijden en onrecht – van veel vernederden, weduwen en wezen – op de hoogte en voor hen ben ik verantwoordelijk [zie de laatste alinea van dit stukje]. Ik ben altijd te laat, want het gaat erom of ik het juiste gedaan heb of het juiste heb nagelaten te doen. Dat vraagt wederom om wat meer context.

Levinas is opgegroeid in een Joodse traditie. Daar lag de nadruk op ontwikkeling van verantwoordelijkheid. Ik ben opgegroeid in een Calvinistische traditie, waar verantwoordelijkheid als een niet te dragen last om ieders nek hangt. Om verantwoordelijkheid te kunnen dragen, is volgens Levinas nodig tot inzicht te kunnen komen. Inzicht kan ik alleen verwerven door studie, door vraag & antwoord en door mezelf steeds nieuwe vragen te stellen. Ik kan alleen het goede of het juiste doen, wanneer ik weet heb van het goede en het juiste.
Ieder mens zal fouten maken, dus ik ook. Daar heeft ieder mens – dus ik ook – recht op. Maar dan heeft ieder mens er ook recht op te weten wat fout is en waarom. Bovendien bieden fouten een valkuil: wie zich almaar bezig houdt met zijn (m/v) fouten (en ze te verbeteren), met schuld, zou zich opsluiten in een kleine wereld en loopt het risico het goede, dat hij (m/v) (wel) kan doen, uit het oog te verliezen.
Levinas aarzelt niet te schijven dat vrede (heil, shalom) elk moment mogelijk is.

De Westerse filosofie is een uitdrukking van geweld

‘Vrede’; dat vraagt om wat meer context, waarmee we bij de crux van zijn denken komen. Volgens Levinas is anti-semitisme meer dan een randverschijnsel. De holocaust, de shoah, was volgens hem meer dan het gevolg van anti-semitisme. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft het bloed immers niet opgehouden te vloeien. Imperialisme, racisme en uitbuiting zijn ook nadien meedogenloos gebleven. Mensen en volkeren hebben knechting, leed en vernietiging te vrezen.
Volgens Levinas legt de holocaust de wortels bloot van de Westerse cultuur, die geobsedeerd is door het marginale en het marginale tegelijk met alle geweld ontkent. De Westerse filosofie is daarmee voor hem een uitdrukking van geweld.
Zo, het hoge woord is eruit: de Westerse filosofie is een uitdrukking van geweld. Dit is wat mij gevoelsmatig aanspreekt en wat mij tegelijk onder mijn huid raakt. Geweld is dus niet een dierlijk trekje van mensen. Het is volgens Levinas het weerzinwekkend resultaat van de menselijke rede (van zijn rationaliteit, van zijn redelijkheid, van zijn verstandelijke vermogens).
De Westerse filosofie maakt zichtbaar hoe de rationaliteit het machtsmisbruik mede via de taal (!) verbergt. Een machtsmisbruik dat werkzaam is in de kerk, in de ontplooiing van de mens, in het kolonialisme, in de politiek en in de staat. Let wel: een niet-geweld-dadige samen-leving is onmogelijk.
Tegen alle geweld en tegen alle redelijke rechtvaardiging daarvan in, neemt Levinas het lijden van de mens op elk moment ernstig. Dat vraagt om nog een klein beetje context, maar mij spreekt dit aan alsof ik het zelf bedacht heb.

Ik ben de Ander

Zolang rechtvaardigheid afhankelijk is van de mens, is een niet-gewelddadige wereld onmogelijk.
Om menselijk te leven hebben mensen volgens Levinas eindeloos veel minder nodig dan de prachtige beschavingen, waarin ze leven.
In de beslissende uren, waarin zoveel waarden niet geldend blijken, stelt hij, bestaat de waardigheid van de mens uit hoop; hoop dat ‘eens de tijd zal aanbreken dat…’ Echter, in de uren dat alles toegestaan is, is het de hoogste plicht zich in daden verantwoordelijk te weten tegenover de ‘waarden van de vrede’.
Ook wanneer het er in alle opzichten op lijkt dat de wereld een grote chaos is, komt het er volgens Levinas op aan om zo te leven en zich zo te gedragen (te handelen, te doen) alsof de wereld niet enkel uiteenvallende verbrokkeling is. Het komt uiteindelijk aan op een innerlijk leven.
Het komt erop aan jezelf zo te ontwikkelen dat je met je buik weet wat betekenis heeft en wat geen betekenis heeft. In elke wereld, hoe chaotisch die ook is, hebben we altijd een eigen stem. Die stem kan zich – zoekend naar wat juist is – verzetten tegen elk onrecht, waarbij de spreker de gevolgen van zijn spreken op zich neemt.
Een goede bedoeling is nooit de garantie geweest voor daadwerkelijke verbetering. Het geweld kan alleen veranderen wanneer iemand uitzondering wil zijn; iemand die buiten het gangbare patroon gaat staan.
We kunnen over rechtvaardigheid spreken om te achterhalen wat het is. Daar leent de taal zich voor; om de samenhang tussen mensen bloot te leggen. We kunnen achterhalen wat het recht omvat, wat het onrecht en het recht van mij vragen te doen. Zolang er nog maar één vreemdeling niet welkom is, zijn wij niet welkom, zegt Levinas, en dan kan ik evenmin mijn huis in. Wat de vreemdeling overkomt, overkomt mij; overkomt ons. Tenslotte vraagt dit om nog iets meer context.

Levinas graaft zijn onderwerpen minutieus uit en daagt tegelijk zijn lezers uit zijn ‘textes’ te doorvoelen, erover na te denken, ze ter harte te nemen, ze te proeven en erover te spreken; wellicht zelfs om ze te weerleggen, in plaats van ze naar Westers gebruik te rationaliseren

Alles begrijpen, doorzien en kennen veronderstelt een totale en volledig toegankelijke aanwezigheid van alles. Dat veronderstelt dat alles voor het ‘ik’ even aanwezig is als ‘mijn wereld’, waarin we stuk voor stuk bij aanvang leefden [zie mijn stukje van 20 april jl.]. Het veronderstelt ook dat er geen Ander is, geen ander mens, want het veronderstelt dat mensen geen onderlinge verschillen hebben. Het veronderstelt dat het marginale niet bestaat. Precies de Ander, die u degradeerde van heer & meester tot onderdaan, maakt glashelder dat ik niets begrijp, niets doorzie en niets ken. De aanwezigheid van de Ander breekt volgens Levinas de eenheid van plaats en tijd, die gebaseerd was op het ‘ik’ en het ‘mijn’. De Ander blijft in alles de uitzondering. Hij (m/v) maakt zich los, is niet zoals al het andere in ‘mijn wereld’ en doet om die reden een beroep op mijn betrokkenheid, medelijden en rechtvaardigheidsgevoel.
Ik ben verantwoordelijk voor wat ik met dat gegeven doe. Niet wat ik denk is beslissend, maar wat ik doe, wat ik gedaan en nagelaten heb. De consequentie van Levinas’ denken is zodoende de vraag te durven stellen:
Kan ik tegen de Ander zeggen: “Hier ben ik!”?

C’est le ton qui fait la musique
De teksten van Levinas dringen onmiddellijk tot de kern van zijn onderwerp en vragen als het ware daarin te graven, te tasten en te verwijlen; eerder naar het Franse woord ‘texte’, dan naar het Nederlandse woord ‘tekst’. Immers, ‘onze’ teksten zijn wij gewoon te interpreteren, waarmee we er aan de haal gaan. Levinas daarentegen graaft zijn onderwerpen minutieus uit, en nodigt zijn lezers vervolgens uit ze ontbloot te aanschouwen. J.C.M. Engelen [zie bron] wijst erop dat Levinas in zijn Joodse achtergrond juist gewoon geworden was teksten te bestuderen, in plaats van te twisten over mogelijke interpretaties, zoals niet-Joden gewoon (zouden) zijn te doen. Misschien wel daarom ken ik niemand, die zo precies schrijft als Levinas. Het gaat bij hem niet om ‘teksten’, maar om het Franse ‘textes’, waarmee de filosoof Levinas zijn lezers eerder uitdaagt zijn uiteenzettingen te doorvoelen, erover na te denken, ze ter harte te nemen, ze te proeven en erover te spreken; wellicht zelfs om ze te weerleggen, dan om ze naar Westers gebruik te rationaliseren.

Bron: “Het gelaat: hij die mij aanziet” (1987) van pagina 66 tot en met 120 door J.C.M. Engelen; uitgegeven door Gooi en Sticht te Hilversum.