De miskleun van de werkgroep-Van Dam

De werkgroep-Van Dam maakte een rondgang door de Partij van de Arbeid en concludeert dat de boodschap [van de PvdA in verkiezingstijden; GjH] moderner moet, progressiever, met meer aandacht voor diversiteit en meer gericht op de jeugd. Zo’n zin uit het NOS Nieuws vat wat mij betreft uitstekend samen waarom ‘de politiek’ in ons land op zo weinig vertrouwen vanuit de samenleving kan rekenen.

De problemen in de PvdA begonnen immers volgens mij bij Wim Kok. Met zijn charisma als minister-president heeft hij er zich van begin af aan hard voor gemaakt dat werkenden er geen loon bij zouden krijgen (als vakbondsleider had hij namens de FNV eerder al het Akkoord van Wassenaar getekend; reden voor mij met veel anderen om mijn lidmaatschap op te zeggen). “Het afschudden van de ideologische veren is voor een politieke partij als de onze niet alleen een probleem. Het is in bepaalde opzichten ook een bevrijdende ervaring”, zei hij later in 1995. Zijn standpunt dat het voor de PvdA het best was zich aan te sluiten bij de neo-liberalistische aanval op werkenden bleek achteraf voor de partij noodlottig. Maar Kok vond dat de PvdA geen socialistische partij moest zijn en onontkoombaar naar het politieke midden zou moeten koersen. Die missie is uitstekend geslaagd: van 53 zetels in 1977 onder Joop Den Uyl, via 45 zetels onder hem in 1998 en 33 in 2006 onder Wouter Bos, naar 9 zetels onder Lodewijk Asscher in 2017 en 2021. Niet alleen omdat het in het midden zo druk is; ook omdat de PvdA er geen toegevoegde waarde blijkt te hebben. Toch wenst de PvdA kennelijk samen met het CDA, D66, Groenlinks en de VVD in dat neo-liberale politieke midden te blijven ronddobberen.

Er had natuurlijk eerst een congres gehouden moeten worden over de beginselen van de PvdA. Nu moet het partijbestuur zich direct na het rapport van de werkgroep-Van Dam haasten om duidelijk te maken dat ‘bestaanszekerheid’ wel degelijk een kernwaarde van de PvdA blijft.

Zou het overigens daar in de PvdA nog steeds niet doorgedrongen zijn dat geen enkele Nederlandse politieke partij tegen bestaanszekerheid is? Dat degenen die diversiteit belangrijk vinden bij D66 en Groenlinks al jaren een goed onderdak hebben gevonden? En dat geen enkele partij zegt achteruitgang na te streven, of ouderwets te willen blijven?

Dan resteert dat vijfde issue: ‘gericht op de jeugd’. Wanneer je als politieke partij de jeugd wilt aanspreken, zul je toch – alsnog – overstag moeten: beteugelen van economische groei voor zover die de huishoudens niet ten goede komt, klimaatverandering met de daarbij behorende rampspoed veroorzaakt en wanneer het bereiken van die groei migratiestromen aanwakkert, de gezondheidszorg weer terug op zijn poten zetten, een inkomen waarmee ze hun boodschappen kunnen doen, het leger niet steeds koste wat kost Amerikaanse missies laten ondersteunen, het breken van de macht van rijken en werkgevers ten gunste van democratie en inspraak van de jeugdigen van nu. Zij willen alleen of samen in een huis wonen, hun vrije tijd afwisselen met passend werk waarin zij het loon, de waardering en zekerheden krijgen die hen perspectief op een goed leven biedt, de slimmerds onder hen willen bijtijds op een goed pensioen kunnen rekenen en ze willen weer opleidingen en studies doen en zonder stress kunnen afmaken.

Zolang ‘de politiek’ alles wat er op deze punten toe doet inhoudelijk bij het oude ‘politieke midden’ laat, blijven ook PvdA-politici ons vertrouwen niet waard. Zo blijkt er nog altijd een lange weg te gaan voordat de Nederlandse linkse politieke partijen weer vanuit beginselen duidelijk gaan maken welk toekomst zij – anders dan andere partijen – het kiezersvolk te bieden hebben. Vooralsnog beperken ook zij zich tot aanpassing van de etalage en het visitekaartje. Echter, zolang ze als de kat om de hete brei blijven draaien wordt ’t niks; kijk maar om je heen.

Bron: “Vertrouwelijk advies: PvdA moet op zoek naar nieuwe kernboodschap” door Wilco Boom via Nos nieuws op 17 december 2021.

Voor socialisten en andere weldenkenden (die oudjaar denken te halen)

Vanaf nu is “De Gutmensch scheurkalender 2022” te koop. Ruimschoots op tijd en volgens hetzelfde recept van 2021. Met “De Gutmensch scheurkalender 2021” wilden de makers het maatschappelijke debat over asiel, extreemrechts, migratie en vluchtelingen een beetje richting fatsoen bijsturen. Dat vonden ze nodig en het bleek vorig jaar een succes. Die voor komend jaar biedt weer achtergronden, adviezen, argumenten, grappen en houvast voor mensen zoals ik*. Meer dan 70 cabaretiers, cartoonisten, dichters, fotografen, journalisten en schrijvers vulden een of meer van de 730 blaadjes (beide zijden zijn bedrukt). Zo kunnen we ons ook in 2022 dagelijks op een lichtvoetige manier laten informeren over de wereld waarin wij leven.

De Nederlandse onderzoeksjournalist en schrijver Linda Polman is de samensteller ervan. Als freelancer verbleef zij lang op het Zuidelijk halfrond van onze planeet – voornamelijk in Afrika – waar zij vaak getuige was van het optreden van internationale instellingen en non-gouvernementele organisaties (ngo’s); niet ingehuurd als journaliste om op de fraaie dingen te wijzen, maar zij schreef ook over de wrange achterkant van veel interventies. Dat deed ze bijvoorbeeld in “De Crisiskaravaan” (2008) en “Niemand wil ze hebben” (2019), maar ook voor The Guardian, NRC Handelsblad, The Times en de Volkskrant. Jongsleden kerstavond was zij nog voor de VPRO tijdens een Marathoninterview in gesprek met Hans Jaap Melissen.

De Amsterdamse Uitgeverij Jurgen Maas zorgde voor een mooi eindproduct. Zij richten zich vaker op journalistieke en literaire non-fictie, met speciale aandacht voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika, naast Nederlandse en naar het Nederlands vertaalde poëzie en proza.

Ik ga er binnenkort voor naar ‘mijn’ boekwinkel. Ik weet alleen nog niet hoeveel ik er kado ga geven.

Bronnen: “Gutmenschen aller landen: scheuren maar!” door Walter Lotens via DeWereldMorgen op 14 september 2021, Wie de Gutmensch veracht, moet de Übermensch eren door Hans Schnitzler via JoopBNNVARA op 30 september 2011 en “Friedrich Nietsche” via Wikipedia op 15 september 2021.

* ‘Gutmensch’ is – in de mond van anders denkenden – een links gekkie, een linkse landverrader, een vluchtelingenknuffelaar en soortgelijke scheldsynoniemen; het is een mens zoals ik, dat probeert op basis van ethiek te handelen. De strijdbare Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844 – 1900) fulmineerde op meerdere plekken in zijn boeken tegen sociaal denkende mensen. Hij karakteriseerde ons als ‘onpeilbaar leugenachtig’ en noemde ons ‘de schadelijkste mensensoort’. Zijn filosofische concept werd dan ook belichaamd door de Übermensch, waarmee Adolf Hitler (1889 – 1945) later aan de haal ging door mensen van het Germaanse ras over te waarderen en neer te kijken op andere mensenrassen. Nietzsches denken, dat grote invloed heeft gehad op ons denken, was een doorlopende herwaardering van voorafgaande filosofische concepten met de kennelijke bedoeling uiteindelijk elke metafysica en moraal achter zich te laten. De mens die, in tegenstelling tot zijn Übermensch, vanwege haar of zijn idealisme te dom blijkt om voor de duvel te dansen, noemde hij een Gutmensch. Vandaar dat sociaal voelende mensen nu in gesprekken wel eens ironisch, neerbuigend en sarcastisch een Gutmensch genoemd worden. Vertaald uit het Duits zou het een ‘weldoener’ zijn. Maar dan een, die door en door onbetrouwbaar is, onwaardig om van repliek te dienen en zo wereldvreemd dat opname in een inrichting het beste voor de samenleving zou zijn. In de titel van de scheurkalender is de term als geuzennaam gebruikt.

Over de betaalbaarheid van… Pensioenen

Ik ben ‘met pensioen’ zoals dat heet. Voor mij en voor veel mensen maakt de duur van hun loopbaan en de hoogte van hun pensioen het verschil tussen lichamelijke gezondheid, ontspanningsmogelijkheden, psychisch welzijn en de mate van stress.

Een constante in het politieke debat over pensioenen is dat het vernauwd wordt tot de betaalbaarheid ervan. En wanneer politici het woord ‘betaalbaarheid’ laten vallen, spreken zij nooit over investeringen in megalomane projecten, infrastructuur en software, ons koningshuis, onze deelname aan militaire interventies of de rijkelijke subsidies voor ondernemingen. Nee, wanneer ze over betaalbaarheid spreken gaat het over de olie van onze samenleving: onze gezondheidszorg, de ondersteuning van daaraan behoeftigen, onderwijs, de politie of uitkeringen zoals pensioenen.

Wie onze geschiedenis kent, weet dat pensioenen nooit het onderwerp van louter debat zijn geweest, maar de inzet van een lang volgehouden politieke en sociale strijd. Toen de Duitse rijkskanselier Otto von Bismarck in 1889 het eerste wettelijke staatspensioenfonds op poten zette was dat niet uit liefdadigheid, maar om het oprukkende socialisme een halt toe te roepen.

Arbeidersbewegingen en mensen als Domela Nieuwenhuis ijverden voor een recht op onderwijs, een verbod op kinderarbeid, gegarandeerde vervangingsinkomens bij ziekte, een wettelijke beperking van het aantal arbeidsuren, en dus ook voor een degelijk pensioenstelsel. Dàt vonden zij beschaving. Die heel verschillende eisen vertrokken van een zelfde, gemeenschappelijke bezorgdheid, te weten het terugdringen van de marktwerking uit het leven van arbeiders en de minst bedeelden; kom er nog maar eens om. Een leven lang overgeleverd zijn aan de grillen van de arbeidsmarkt, werd ooit als niet verenigbaar geacht met de mogelijkheid om een levenswaardig, vrij en zelfstandig leven te leven. En wat mij betreft terecht natuurlijk.

De vraag naar pensioenen zou niet losgekoppeld mogen worden van de vraag naar welk leven we hier met elkaar willen leiden.

Al die betaalbaarheidsdiscussies zijn inclusief pensioenhervormingen niets anders dan aanvallen op de posities van werkenden, die afhankelijk zijn van loon. Des te meer loon-afhankelijken er zijn, des te lager kunnen de lonen en slechter de secondaire arbeidsvoorwaarden van werkenden. Dus wordt langer doorwerken gepropageerd. Ze treffen in de praktijk vooral vrouwen, die – op de een of andere manier – veelal opdraaien voor de zorg voor echtelieden, kinderen en mantelzorg voor familieleden en ouders, waar betaalde krachten – om die zorg voor het leeuwendeel te verrichten – laag betaald worden, als ze al niet wegbezuinigd zijn. Daardoor ontvangen vrouwen vaak na hun arbeidzame leven ook nog eens een zeer laag pensioen.

Eén van de belangrijkste misvattingen is het idee dat we steeds ouder worden. We verwarren hierbij het gemiddelde (de levensverwachting) met de biologische houdbaarheidsdatum van de menselijke soort. Pensioenfondsen stellen hun uitkeringen voor de uitbetaling van het opgebouwde pensioen in op het bereiken van de 90-jarige leeftijd. In de afgelopen anderhalve eeuw zijn we erin geslaagd om steeds meer vroegtijdige sterfte uit te schakelen, waardoor de gemiddelde leeftijd gestegen is. Echter, de levensverwachting van een negentigjarige nu verschilt nauwelijks van die van een negentigjarige 150 jaar geleden. De mensen van vandaag zijn biologisch niet verschillend van de mens 100 of 1.000 jaar geleden. De maatschappij is veranderd. Onze leef- en werkomstandigheden zorgen voor gezondere mensen en betere overlevingskansen, maar de biologisch haalbare leeftijd is dezelfde gebleven. Evolutionaire processen hebben veel langere periodes voor aanpassingen (zoals ‘veroudering’) nodig.

Bovendien komen pensioenen meteen opnieuw in de economie terecht. Bij de arts, de bakker, de boekhandel en de groentenwinkel. Dat is absoluut niet het geval met de € 172.000.000.000 (ongeveer 1/3 van het totale bruto binnenlands product) die in 2019 officieel vanuit België naar belastingparadijzen weggesluisd werd. Het Nederlands equivalent daarvan heb ik niet paraat, maar wanneer we het over onbetaalbaarheid hebben zou ik hier misschien wel het eerst aan denken. De Nederlandse politici niet, want die zijn al decennia een notoire dwarsligger in ‘Europa’ om dit aan te pakken.

Sommigen stellen het pensioendebat ook nog eens voor als een tegenstelling tussen wie met pensioen is en wie werkt, maar de meeste gepensioneerden hebben net als ik hun hele leven gewerkt, waarbij zij hun pensioen opbouwden, en de meeste werkenden gaan ook ooit met pensioen. Wie het voorstelt alsof de pensioenen onbetaalbaar worden, draait de mensen een rad voor de ogen.

Nee, de concentratie aan rijkdom neemt al ruim 40 jaren toe en de onderlinge ongelijkheid groeit al die tijd. Tot mijn al-die-tijd-aanhoudende-verbazing stemmen we daar met elkaar voor. CDA, D66, Groenlinks, PvdA, VVD; wat dit betreft is het één pot nat. Het taartdeel voor de minst vermogenden wordt zo steeds kleiner. Dat is een maatschappelijke evolutie; een politieke keuze die dwars door de generaties heen loopt. De geleidelijke afbraak van een progressief belastingstelsel heeft daar ook aan bijgedragen. Het verdwijnen van de hoogste belastingschijven is uiteraard alleen die inkomens ten goede gekomen, die zo hoog waren dat ze op dat niveau belasting moesten betalen. En zo is het ook met het bezuinigen op onderwijs, welzijn en zorg, en het privatiseren van energie- en andere nutsvoorzieningen zoals in de zorg. In dezelfde tijd ontvangen private grootbedrijven allerlei subsidies, die uiteindelijk ten goede komen aan de aandeelhouders en eigenaren, die – godbetert – hun opgebouwde vermogen onmogelijk gedurende de rest van hun leven kunnen opsouperen.

De discussie gaat dus volgens mij helemaal niet over ‘betaalbaarheid’, maar gewoon zoals altijd over politieke prioriteiten; conservatieve, (vanwege de PvdD diervriendelijke,) neoliberale, populistische of socialistische.

Ondertussen ben ik blij met mijn goed toereikend pensioen. Gisteren genoot ik nog in het Amsterdams Concertgebouw van een concert-uitvoering door het Groot Omroepkoor en het Radio Philharmonisch Orkest. Zij speelden met een aantal solisten onder leiding van de gedreven dirigent Giampaolo Bisanti “Fedora”; een opera die de Italiaan Umberto Giordano in 1898 schreef. “Het was een zee van klanken, emoties en vervoering”, appte ik naar een broer. Echter, dat neemt niet weg dat de strijd tegen al het onrecht dat de machtigen de meutes aandoet wat mij betreft gestreden moet blijven worden en – nog steeds – politieke welgebekten behoeft.

Bronnen: “Het pensioendebat verdient beter dan versleten oneliners” door Patrick Deboosere en “Langer werken dan 65 is absurd, irrationeel en destructief” door Thomas Decreus via DeWereldMorgen op respectievelijk 9 en 10 september 2021.

Jaarlijks € 97.000.000

Dat is het bedrag dat overblijft na het betalen van een aanzienlijk dividend aan aandeelhouders, onderhoud van systemen, onderzoeksgelden voor innovatie (lees: ‘het businessmodel in te stellen op meer inhaligheid’) en privé-ruimtereisjes voor eigenaars. En dat bedrag van € 97.000.000 wordt gebruikt om de scheve verdeling van welvaart in de wereld enigszins recht te trekken en ziektes in Afrika… O, nee, om beleid van de Europese Unie zo te beïnvloeden dat de aandeelhouders en eigenaren voorlopig volop aan hun trekken blijven komen.

Volgens Tommaso Valletti, professor Economie aan de Imperial College Business School in London, zijn de lobbytechnieken van Big Tech niet anders dan die van andere bedrijven, koepels en multinationals. Het enige verschil is dat zij veel grotere budgetten aanwenden dan de andere aan lobbyen besteden.

Een van de beproefde technieken is volgens hem ‘agnotology’. De techniek waarbij lobbyisten proberen de politiek ervan te overtuigen dat er nog onvoldoende informatie is over het thema; dat er eerst meer onderzoek nodig is. Een techniek om het hele beleidsproces te vertragen. Agnotology is overigens eerder met succes gebruikt door de tabaksindustrie. Zo wisten we reeds in de jaren ’60 dat roken kanker veroorzaakt. Maar ze slaagde erin de wetgeving daarover meer dan 20 jaar te vertragen. Hetzelfde geldt voor de fossiele industrie en de impact daarvan op het klimaat: 40 jaar vertraging. En deze beproefde methode hanteert de Big Tech-industrie nu dus ook. Vertraging van de broodnodige regulering in deze sector, waar alles hypersnel gaat, betekent dat de EU-wetgevers niets anders rest dan achter de feiten aan te blijven hollen.

Na E-privacy & GDPR is het tijd voor DSA & DMA, hoog tijd wat mij betreft

In 10 jaar tijd hebben de grote technologische bedrijven alle andere industrieën overtroffen met hun lobbybudgetten. Reeds bij de EU-plannen rond E-privacy en de General Data Protection Regulation (GDPR), dat eveneens onnodig door agnotology vertraagd werd, hebben deze bedrijven veel energie en geld gestoken in allerlei gelobby.

Ook nu is het dus alle hens aan dek bij de grote tech-bedrijven om de geplande Europese reguleringen voor online-platformen te beïnvloeden, omdat ‘Europa’ met de Digital Services Act (DSA) een juridisch kader wil scheppen voor e-commerce en online-activiteiten. De wet omvat verschillende onderdelen, waaronder het ter verantwoording kunnen roepen van tech-bedrijven bij frauduleuze, illegale en schadelijke content. Deze wet wil ook een juridisch kader scheppen om platformen als Airbnb en Uber beter te reguleren en nationale overheden er enige grip op te geven. Daarnaast wil de EU met deze wet de gerichte online-advertenties reguleren wanneer daarbij verzamelde gegevens van gebruikers ingezet worden. Dit naar aanleiding van – onder meer – spelletjes op Facebook die op de achtergrond gebruikersdata verzamelden om daarna door Cambridge Analytica gerichte advertenties tijdens de verkiezingen in de Verenigde Staten van Amerika te laten tonen.

Een andere geplande wet, en eveneens een doorn in het oog van de grote tech-bedrijven, is de Digital Markets Act (DMA). Deze gaat over het reguleren van eerlijke handelspraktijken op de Europese digitale markt en zou in principe de buitensporige marktmacht van Big Tech aan banden leggen om ook ruimte te bieden aan de talrijke kleinere digitale bedrijven op de Europese markt. Een van de geplande maatregelen is bijvoorbeeld het verbod dat een bedrijf als Google haar eigen producten bovenaan in de zoekopdrachten plaatst, omdat dat ons als consumenten oneerlijke en te weinig keuze geeft.

Verder bereid de EU een wet voor om de praktijk van bundeling van verschillende producten door één Tech-bedrijf te verbieden, zodat gebruikers zich voor verschillende diensten slechts één keer hoeven aan te melden. En deze wet wil ook marktonderzoeken houden naar eerlijke concurrentie op de digitale markt en bedrijven aanpakken die dat belemmeren.

Gebruikersdata is het nieuwe goud

Kortom, gebruikersdata is het nieuwe goud. Steeds meer bedrijven zien de handel in gebruikersdata als een lucratief businessmodel, terwijl wij alle cookies accepteren om te bekijken, te beluisteren en te vinden wat we op internet zoeken. Via apps, op sociale media, tijdens spelletjes en wat niet meer verzamelen Big Tech-bedrijven gebruikersdata van de nietsvermoedende gebruiker en naïeve surfer.

De bedoeling van de wetten is deze online-praktijken te reguleren. Maar omdat ‘onbeperkt geld verzamelen’ in onze manier van leven – ook in de ogen van de argeloze burgers – het hoogste goed is, wordt er idioot veel geld tegenaan gegooid om de reeds veroverde macht te handhaven. Geld waarmee we de wereld ook jaarlijks mooier hadden kunnen maken.

Bron: “Google, Facebook en andere Big Tech spenderen record lobbygeld om EU-beleid te manipuleren” door Keltoum Belorf via DeWereldMorgen op 2 september 2021.

By the way, multinationals wenden enorme budgetten aan om Europese beleidsmakers direct en indirect te beïnvloeden via een perfide systeem van denktanks, experts en lobbygroepen met de bedoeling wetgeving naar hun hand te zetten. Het ontbreekt aan denktanks, geld en grote organisaties die de belangen van ons, de Europese consumenten, in ‘Brussel’ verdedigen.

En als we het dan toch over Big Tech hebben, ik ken niemand in Ierland maar binnen een uur na publicatie van dit blog hadden 4 bezoekers uit Ierland dit verhaal geopend en een van hen had meerdere pagina’s van mij op deze website bezocht…

Festival Veenhuizen

Ik: Vanavond ga ik naar Veenhuizen voor een Muziekfestival daar.

Ander: Niet omdat je onlangs een borrel teveel op had, neem ik aan.

Weer een ander: Daarover heb ik een boek gelezen. Dat zal je zeker interesseren, over hoe dat er indertijd toeging. “Het pauperparadijs: een familiegeschiedenis”. Het was zo’n klein boekje, dat gedrukt was op bijbelpapier, zal ik maar zeggen. Van een uitgeverij, die eerder bijbels maakte en daarvoor dus de expertise in huis had. Suzanna Jansen had het geschreven.

Ander: Dus niet van die wielrenner, die in 1967 de Tour de France won, Jan Janssen. Of nee, dat was de Ronde van Spanje. Die had hij ook gewonnen. In 1968 won hij de Tour de France, die toen nog de Ronde van Frankrijk genoemd werd. Weten jullie dat de organisator van de Tour de France Henri Desgrange heette en hoofdredacteur was van het tijdschrift “L’Auto”.

Die andere ander weer: Ja, die schreef toch het bekende wielerboek “La tete et les jambes”. Dat blad heette overigens “L’Auto-Velo”.

Ander: Oh ja, en vanwege de gele papierkleur van dat tijdschrift kreeg de leider van de Tour ook een gele trui. Daar zijn later de blauwe trui, de bolletjestrui en de regenboogtrui bijgekomen. Dat zijn natuurlijk geen truien, maar sportshirts, made in China, als ze niet in Bangladesh gemaakt worden.

Nog een ander: Daar komen toch steeds cyclonen, tornado’s en vloedgolven voor?

Ander: Ja, de Volksrepubliek Bangladesh, want dat is het, heeft nogal wat problemen. Ook met arbeiders, die bewaakt in bouwvallen moeten werken. Gelukkig wordt dat Bangladesh-akkoord binnenkort waarschijnlijk verlengd. Ik vind het – als je het mij vraagt – wel belangrijk dat textielarbeiders daar beschermd worden.

Ander (tegen mij): Dat zal jij vast ook wel vinden, of maakt jou dat niets uit?

En zulk geklets hield het gezelschap, waarin ik elk jaar rond deze tijd een avond verkeer, uren vol. Tot de verjaardagsborrel, het hoofdgerecht en het nagerecht genuttigd waren. Dit waren slechts 2 minuten van die avond, die 3 uren op dezelfde energie – zal ik maar zeggen – voort kabbelde. Tussendoor had ik terzijde ook nog 2 werkelijke gesprekjes. Nèt op tijd om in te checken bereikten mijn vriendin en ik ons hotel.

De volgende dag luisterden we onder een heerlijk zonnetje op verschillende locaties in het voormalig concentratiekamp voor armen, bedelaars, landlopers en wezen een stel verrukkelijke voorstellingen op. Ik dacht terug aan de nu nog steeds bewaakte arbeiders in Bangladesh en stelde vast dat er door de tijden heen toch ook niet genoeg verandert.

De huisband van Podium Witteman, Fuze, had daar in Veenhuizen een prachtig programma samengesteld. Wij zagen de ongepolijste Lidy Blijdorp virtuoos haar cello bespelen, het lollig en vaardig Nieuw Amsterdams klarinetkwartet, natuurlijk ook de boeiend vertellende Suzanna Jansen met een indringend verhaal over ‘Catootje en de eik’ precies op de plaats waar het verhaal in 1828 begon, de amusante Sterre Konijn met haar prachtig ensemble en nog zo wat. Al die muziek, het geamuseerd publiek, dat indringende verhaal van Catootje, de zon op de verschillende terrassen en tuinen waar we nu naar believen (met een kaartje) in en uit konden lopen; het werd me soms even teveel, zodat ik een traan uit mijn ogen moest pinken.

Kortom, het was een prachtige dag waarop we van plek naar plek heen en weer fietsten, tijd vonden om oud-bekenden van mijn vriendin te spreken en enkele voor haar dierbare plaatsen te bezoeken.

De volgende dag keerden we weer huiswaarts via een familielid van mij, anderhalf museum, een restaurantbezoek en een wandeling waarbij we – alsof het niet op kon – onverwacht getrakteerd werden op een concert vanuit een waterpartij. Dat had dan weer met het Oranjewoudfestival te maken.

Wegwijzers gezocht

Ja, ik ben socialist en ik stel lichamelijk en psychisch welzijn boven materiële welvaart. En ja, ik ben pacifist. Wereldvrede is volgens mij alleen te bereiken in een uit vrije wil gewenste socialistische samenleving; vandaar dat ik ook socialist ben. In onze manier van leven zorgt daarentegen onderdrukking, oorlog en uitbuiting voor economische groei en lage prijzen. Ik moet toegeven dat ik politiek gezien ‘een uitgestorven vogel’ ben. Niet helemaal uitgestorven, want verspreid over de wereld zijn er nog wat aan mij (of ik aan hen) verwante exemplaren, maar we zijn steeds zeldzamer.

Met mijn denkbeelden was ik indertijd natuurlijk lid van de politieke partij, die zich Pacifisch Socialistische Partij noemde. De vervulling van mijn militaire dienstplicht had mij daar gebracht. Vanuit een conservatief nestje werd ik in het leger enthousiast gemaakt voor wereldvrede. Het kan verkeeren, wist Brederoo (1585-1618) al.

Waarom zou je op een linkse partij stemmen, als die partij er net zo goed een potje van maakt?

Aan de PSP besteedde ik naast mijn studie veel tijd, net als aan muziek maken (met mijn schuiftrombone onder andere bij het Utrechts Jazzorkest) en aan vrijwilligerswerk bij Sensoor (toentertijd de S.O.S. Telefonische Hulpdienst Utrecht). Mijn PSP-werk deed ik omdat ik samen met zoveel mogelijk mensen een betere wereld mogelijk wilde maken. Ik wist toen niet dat het mij te doen was om, naast de vrijheden van godsdienst en meningsuiting, vrijheid van gebrek en vrees voor iedereen te realiseren. Zo was het toentertijd in de kringen waar ik verkeerde. Kom daar nu nog maar eens om: een politiek die mensen vrijwaart van angst en tekorten.

Met afschuw vernam ik op een van de laatste PSP-congressen dat het bestuur een onderzoeksbureau had ingehuurd om na te gaan met welke politieke standpunten de PSP meer kiezers aan zich kon binden. Machtspolitiek. Ik verliet de partij toen die, vanuit het rare idee meer politieke macht uit te kunnen oefenen, samen ging met de Communistische Partij Nederland, de Evangelische Volkspartij en de Politieke Partij Radicalen. Alsof invloed beter is dan het bereiken van wat ik nodig vind. Bovendien, geen van drieën hadden socialisme of wereldvrede als uiteindelijk doel. Hun ideeën lagen het dichtst bij de onze, en dat was het enige.

Mijn idee ‘een uitgestorven vogel’ te zijn, kreeg ik bij het lezen van onze laatste verkiezingsuitslagen. Linkse partijen zijn gemarginaliseerd. Beter nog: ze hebben zichzelf laten marginaliseren door hun linkse opvattingen te verloochenen. Dat deden ze om zichzelf niet ‘buitenspel’ te zetten. Premier Wim Kok, die eerder als FNV-voorman het Akkoord van Wassenaar getekend had om de zogenaamde nullijn vast te houden, was in Nederland het duidelijkst en de eerste, die de ideologische PvdA-veren af wilde schudden. En de kiezer koos voor de van oorsprong conservatieve, populistische en rechtse partijen. Waarom zou je ook op een linkse partij stemmen, als die partijen er net zo goed een potje van maken?

Volgens mij moet een politieke partij zoeken naar maatregels en eventuele systeemverandering, die nodig zijn om de wereld te verbeteren

Wat Groenlinks en de Partij voor de Arbeid met Democraten 66 en de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie nu aan wereldverbeterende politiek willen gaan bedrijven is mij een raadsel. We gaan het zien, maar ik heb daar geen enkel vertrouwen in, want ze onderschrijven alle vier in plaats van de vrijheid van gebrek en vrees de vrijheid onbeperkt rijkdom te mogen verzamelen; een hebzuchtige wereld voor degenen die vermogend zij, die materieel succes op succes stapelen; en ze kiezen daarbij voor afzien voor de rest.

The pointe is volgens mij dat deze vier – en bijna alle Nederlandse politici – er vooral zitten om politieke macht uit te oefenen, zonder ambitieuze wereldverbeterende plannen voor de aarde, haar bevolking en zelfs niet voor wie hier woont en werkt.

Weet er na bijna 11 jaar Mark Rutte al iemand wat voor plannen onze premier nastreeft, naast auto’s ruimhartig de lucht te laten vervuilen, BTW-verhoging voor het lage tarief en het afschaffen van dividendbelasting? Slechts een handje vol kamerleden zit daar om de mensen in dit land te dienen. Groenlinks en de PvdA richten zich op details, die scherpe kantjes van onze materialistische, kapitalisme, neoliberale manier van doen en laten hooguit verzachten. Ze tasten daarbij de verfoeilijke macht van aandeelhouders, grootbanken en grootbedrijven in het beste geval een heel klein beetje voor de vorm aan. Als ze maar deel uit kunnen maken van een kabinet. En precies deze manier van machtsdenken heeft in heel de Westerse wereld alle linkse, sociaal-democratische partijen hulpeloos en tandeloos gemaakt: machtsdenken dat gepaard gaat met het onderschrijven van neoliberale principes is hun ondergang geworden.

Volgens mij moet een politieke partij niet geïnteresseerd zijn in machtsdenken, maar in wat aan maatregels en eventuele systeemverandering nodig is om de wereld te verbeteren. Zij moeten volgens mij de structurele weg uit de problemen wijzen en daarvoor tegenover de mythes, die dagelijks in de mainstream en sociale media bevestigd en verteld worden, het hele verhaal vertellen.

Het wachten is op de volgende vrijdenker, met echt ambitieuze plannen om het al decennia voortdurende ontij te keren

Jeremy Corbyn in het Verenigd Koninkrijk en Bernie Sanders in de Verenigde Staten van Amerika deden wat mij betreft wat goede golfjes in die richting rimpelen, maar zij zijn inventief monddood gemaakt. Dat gebeurde nadat ze een flink draagvlak voor hun ideeën gecreëerd hadden, maar nog voordat ze in staat gesteld werden om aan te pakken. Voor mij is het wachten nu op een volgende linkse vrijdenker; eentje met ècht ambitieuze plannen à la Corbyn en Sanders.

Inspiratiebron: “Ken Loach verbannen uit Labour: of hoe de Europese sociaal-democraten hun toekomstige irrelevantie organiseren” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 16 augustus 2021.

Wie meer wil weten over hoe de Europese sociaal-democraten hun toekomstige irrelevantie teweeg brachten en nog steeds aan het organiseren zijn, verwijs ik graag naar de inspiratiebron voor dit stukje. Het verklaart precies waarom ik inmiddels – naar Annie M.G. Schmidt (1911 – 1995) in ‘Pluk van de Pettenflat’ – door mijn opvattingen een zo goed als uitgestorven vogel ben geworden.

Wegwijzer Afghanistan

Vandaag las ik een artikeltje dat mij de broodnodige achtergrond verschafte bij alles wat momenteel in Afghanistan gaande is*.

Omwille van olie werd een strijdmakker van de Verenigde Staten van Amerika een gedoodverfde vijand.

Toen de wapenbroeder nog hetzelfde belang in de regio had als de VS werden de grove mensenrechtenschendingen, die zij beging, – zoals ook vaak met andere verfoeilijke regimes die de VS kan gebruiken voor haar invloedssfeer en machtstoename – door de VS onder het tapijt geveegd. Als vijand werd haar onmenselijkheid (terecht) uitvergroot. En nu het financiële belang kennelijk vervalt, worden alle beperkingen voor de bestredene opgeheven. Het gaat niet om mensen, maar och, lees zelf maar door hier te klikken.

____________

* Apart toch, dat ik zo’n verhaal niet in onze mainstreammedia vind.

Kwalijke, bijna aan het oog onttrokken projecten

Energieprojecten, die tussen 2000 en 2018 door China, Japan en de Verenigde Staten van Amerika zijn gefinancierd, zullen er tegen 2060 voor zorgen dat dan 24.000.000.000.000 kg CO2 in de atmosfeer is gepompt; per wereldburger 48x haar of zijn gewicht.

Financiering vanuit deze 3 grootmachten heeft de capaciteit voor elektriciteitsopwekking buiten hun grenzen aanzienlijk vergroot. Tot zover het goede nieuws, hoewel… Echter, de overgrote meerderheid van die nieuw gebouwde energie-opwekkers – 60% voor China en de VS en 80% voor Japan – gebeurt op basis van fossiele brandstoffen. Het Chinese geld stroomt vooral naar steenkoolprojecten; ik dacht dat alleen bruinkool erger vervuilt. De Amerikaanse en Japanse ontwikkelingsbanken financieren vooral overzeese gascentrales. Slechts 15% van de extra capaciteit is op basis van CO2-uitstootvrijebronnen. Die projecten gaan met elkaar dus nog tientallen jaren voor klimaatontwrichtende uitstoot zorgen.

Geen enkel land kan het zich veroorloven om fossiele centrales kort nadat ze zijn gebouwd uit roulatie te nemen. De minst rijke landen kunnen dat gewoon niet betalen. Hoewel veel kolencentrales nu richting pensioen gaan, geldt dit niet voor aardgascentrales en de financiering daarvan blijkt – alle grootspraak ten spijt – toe te nemen.

Het is van cruciaal belang dat landen de buitenlandse financiering van energieopwekking met fossiele brandstoffen beperken” aldus Denise Mauzerall, hoogleraar Milieutechniek aan de universiteit van Princeton, naar aanleiding van deze bevindingen

Omdat heel de mensheid zich de CO2-uitstoot van deze nieuwe elektriciteitscentrales op basis van fossiele brandstoffen niet kan veroorloven, extreme weersomstandigheden beletten immers een gewoon saai leven, zullen we in onze klimaatactieplannen dus volgens mij zeker ook de gefinancierde projecten vanuit elk land mee moeten nemen, net als de klimaat-, mensenrechten- en milieuschadelijkheid van alle producten die elk land importeert. Anders gaan we natuurlijk nooit meters maken. Wie geeft dat even door aan degenen die aan de touwtjes trekken?

Bovendien lijkt het mij huichelachtig om eerst de vervuilde industrieën naar de Middle of Nowhere en Verweggistan te verplaatsen, vervolgens op zwaar vervuilende stookolie halffabrikaten en producten over de oceanen, het Panama- en het Suezkanaal en allerlei wereldzeeën te laten vervoeren en tenslotte te roepen dat we het binnen onze landsgrenzen zo goed doen en dat ze in de Middle of Nowhere en Verweggistan echt een paar tandjes bij moeten zetten.

Bron: “Drie grootste economieën zetten CO2-uitstoot decennialang vast” door InterPressService via DeWereldMorgen op 11 augustus.

Geraffineerde publieksmanipulatie

Weet u nog dat toenmalig presidentskandidaat Joe Biden zijn klimaatplan ter waarde van 2 biljoen dollar aankondigde? Dat was op 14 juli 2020. De reclamecampagnes lagen kennelijk al klaar, want op 15 juli daarna begonnen fossiele brandstofgroepen in de Verenigde Staten van Amerika Facebook flink te betalen om het gebruik van gas en olie te promoten. 10 van hun belangengroepen, 5 brancheverenigingen en 10 gas- en oliebedrijven investeerden vorig jaar uiteindelijk minstens $ 9.597.376 (zo’n € 8.500.000) om hun producten in 431.000.000 berichten via social media aan te prijzen.

In zijn voorstel om de klimaatontwrichting te bestrijden riep Biden toentertijd op tot beëindiging van de uitstoot van elektriciteitscentrales tegen 2035 en een overduidelijke vermindering van het verbruik van fossiele brandstoffen. Nu wenst hij door meer gas en olie op te pompen de Amerikaanse economie een impuls te geven, maar dat immer weerkerende kiezersbedrog terzijde. Waar het in dit blog om gaat, is dat de fossiele industrie via social media geraffineerd, hetgeen in deze context een grappig bijvoeglijk naamwoord is, het politieke debat stuurt om de opwarming van de aarde aan te pakken door gas en olie te promoten als onderdeel van de oplossing. Daarbij blijkt: “De olie- en gasindustrie gebruikt een geavanceerd draaiboek om klimaatactie te ondermijnen”. De advertenties vermijden regelrechte klimaatontkenning, maar proberen in plaats daarvan door meer genuanceerde, subtiele tactieken “het gebruik van olie en gas te verlengen”.

Geen van de 6.782 advertenties, die aardgas promootten als ‘groen’ of ‘schoon’, werd door Facebook als ‘desinformatie’ aangemerkt of vanwege de ‘misleidende inhoud’ verwijderd. “Ondanks de publieke steun van Facebook voor klimaatactie, blijft het sociale medium zijn platform gebruiken om propaganda voor fossiele brandstoffen te verspreiden”, blijkt nu. Ook daar gaat financieel gewin boven een leefbare aarde. Facebook ontving voor de in totaal 25.147 advertenties in totaal minimaal dat genoemde bedrag van $ 9.597.376, maar de werkelijke inkomsten voor Facebook zijn waarschijnlijk aanzienlijk hoger.

De advertenties werden voornamelijk bekeken in gas- en olieproducerende staten zoals Alaska, Californië en Texas. Met uitzondering van de advertenties rond zelfverklaarde ‘klimaatoplossingen’ hebben meer mannen dan vrouwen ze gezien en dan nog het meest zij die tussen de 25 en 34 jaar waren.

In 2019 bleek al dat de 5 grootste beursgenoteerde gas- en oliebedrijven sinds de ondertekening van het Parijsakkoord meer dan $ 1.000.000.000 (9 nullen) aan aandeelhoudersfondsen hadden besteed voor het lobbyen tegen klimaatbeleid. In datzelfde jaar hadden 15 gas- en oliebedrijven $ 17.000.000 uitgegeven aan politieke advertenties gericht om Amerikaanse Facebook-gebruikers te manipuleren.

Wanneer we hier dus, net als bijvoorbeeld bij de bestorming van het Capitol, ons fronsend afvragen wat Amerikanen nu eigenlijk bezielt; dan is dat dus dat de democraten hun hun banen afpakken en dat hun leven op de kop gezet wordt, terwijl de fossiele sector juist zo goed bezig is. Ehhh, zouden afpakken en zou zijn.

Bronnen: “Fossiele industrie besteedt miljoenen aan Facebook-advertenties” door InterPressService via DeWereldMorgen en “Biden vraagt meer olie; ‘langetermijnambities verliezen van kortetermijnbelangen’” via de economieredactie van NOS;  beide op 12 augustus 2021.

Desastreus korte termijndenken

Ik zie hem nog staan in de Zwolse schouwburg Odeon. Fons Jansen, alsof hij een klein kind is. Hij speelt de baas over zoveel speelgoed dat de ballen en opblaasbeesten van het podium afrollen. Dit is van mij. Niemand, ook jullie niet, mag er mee spelen, want dit is allemaal van mij!

Zou ik bij de corona-crisis gegaan zijn voor 0 besmettingen per regio, degenen die deze website volgen weten dat (zie bijvoorbeeld dit blog van mij), in de Westerse wereld zijn minimale veiligheidsmaatregels de norm. Zo lang mogelijk niets doen en dan een beetje of ietwat strenger. Er wordt een willekeurige norm gehandhaafd. Een, die gebaseerd is op de capaciteit van de door 40 jaar neoliberale uitkleding getergde zorg en dan met name de in die tijd afgeslankte intensive care-afdelingen daarbinnen. Een aantal bedden met bijbehorend gespecialiseerd personeel dat absoluut niet toereikend was om een voorziene pandemie als Covid-19 op te vangen. Lang leven de lol. Geen impulscontrole; onmiddellijke bevrediging.

Om de haverklap werd het einde van de pandemie voorspeld. Voorbarige versoepelingen in de herfst en in de kerstperiode vorig jaar hebben tot nieuwe besmettingsgolven geleid, met tientallen duizenden te vermijden doden als gevolg. En hoeveel zwaar zieken?

Datzelfde korte termijndenken komt tot uiting in het gebrek aan preventie tegen de huidige Covid-19-crisis. Sinds de uitbraken van 2 andere coronavirussen, MERS in 2012 en SARS in 2002, hebben wetenschappers ons herhaaldelijk gewaarschuwd voor een nieuwe coronapandemie. Om dat te voorkomen was een pakket maatregelen nodig geweest van naar schatting $ 20.000.000.000; 800 keer minder dan wat de Covid-19-crisis ons tot nog toe gekost heeft. En dan hebben we het nog niet over de menselijke tragedie van de minstens 10.000.000 extra doden als gevolg van Covid-19 en haar mutaties. Toch doen de Westerse regeringen niets en dat laten wij ons welgevallen.

Een andere neiging van kinderen is dat ze alles voor zichzelf willen houden, zoals Fons Jansen in de ’70er jaren speelde. Daar is de wereldwijde vaccinatiecampagne een wrange illustratie van. Tot nog toe werd – in strijd met binnen de World Health Organisation (WHO) gemaakte afspraken – 84% van de anti-coronavaccins in de rijke landen toegediend. De lage-inkomenslanden moeten het stellen met 0,3% van de doses. En terwijl de rijke landen een gezamenlijk overschot hebben van 2.500.000.000 vaccins en plannen maken voor herhalings-vaccinaties, zal tegen eind 2021 in de 70 armste landen slechts 1 op de 10 mensen tegen corona gevaccineerd zijn.

In deze wereld zal de coronapandemie nergens overwonnen zijn totdat hij overal overwonnen is

Binnen de WHO werden en worden afspraken gemaakt, waarna de Westerse landen en wellicht ook andere landen als China en Rusland, geheel los van de WHO-afspraken hun eigen anti-coronabeleid bepalen en uitvoeren. Dat begon al bij het treffen van voorzorgsmaatregels, toen het virus alleen nog in Azië rondwaarde. De overheden van Westerse landen gingen er vanuit dat zij net als bij MERS en SARS de dans wel weer zouden ontspringen en vertikten het de afgesproken maatregels te treffen. Tijdens de eerste persconferentie van onze premier en zijn minister van Volksgezondheid, toen nog niets over het virus bekend was, gingen we in Nederland al voor ‘groepsimmuniteit’.

Deskundigen waarschuwen nu dat we slechts enkele mutaties verwijderd zijn van een virus dat resistent is tegen anti-coronavaccins. Als dat zou gebeuren, zijn we helemaal ‘terug bij af’. Groepsimmuniteit in één land bereiken is een illusie. Edward Luce van de Financial Times verwoordt het zo: “De test van het Westen is of het zal handelen op basis van de wetenschap dat dit virus geen grenzen kent.” In deze wereld, met veel verkeer tussen landen onderling, zal de pandemie nergens overwonnen zijn totdat hij overal overwonnen is.

De onvolwassen neigingen van de Westerse democratieën voorspellen weinig goeds voor de uitdagingen van vandaag: de aanpak van de klimaatontaarding, waar ook al sinds 1972 door deskundigen voor gewaarschuwd wordt, voor deze pandemie en een volgende of voor wat voor andere ramp ook.

Het World Weather Attribution initiatief, bijvoorbeeld, is een team van topdeskundigen, dat sinds 2015 de verbanden onderzoekt tussen de uitstoot van broeikasgassen en impactvolle extreme weersomstandigheden. Wist u dat dit initiatief al jaren door geen enkele overheid gefinancierd wordt? Net als VN-projecten en de standpunten van de WHO kiezen regeringen in Westerse landen kennelijk liever voor electorale winst en maximale winsten voor grootbedrijven, dan voor zorgzame overheden.

Bron: “De coronacrisis heeft de kinderlijke neigingen van de Westerse democratie pijnlijk blootgelegd” door Marc Vandepitte via DeWereldMorgen op 7 augustus 2021.