Beste blogs

Hieronder staan mijn favoriete blogs. Eén over een mogelijke aanpak van een in mijn ogen oneerlijk, en steeds oneerlijker maatschappelijk speelveld voor niet superrijke mensen (4 februari 2021), één over de achterliggende oorzaken daarvan (11 februari 2021), één uit een serie over mijn betrekkelijk nieuwe hobby (13 oktober 2019) en één over de problemen waarin de Europese Unie de gewone mensen met de introductie van de euro gestort heeft (6 oktober 2016). Vòòr dat stukje over de euro staat een belevenis van mij beschreven over twee heren op leeftijd in het Utrechts Hoog Catharijne (28 december 2016) en daarna het indrukwekkende betoog van Zoé Konstantopoulo, toen zij nog voorzitter van het Griekse parlement was (11 september 2015).

Ik sluit dit ‘Beste blogs’ af met een citaat van Robert Kennedy. Deze broer van president John F. Kennedy had volgens mij een interessante kanttekening bij onze focus op het bruto binnenlands produkt (bbp) als maat voor wat we economisch per land presteren.

____________________________________________________________

De foto hierboven is gemaakt in Portugal (2016)
De foto op de pagina met blogs is geleend en
gemaakt nabij Melbourne in Australië (2014)

____________________________________________________________

Wat mij betreft krijgt de ambtenarenrechter het druk 4 februari 2021

Pasgeleden bracht ik een vriendin en een vriend van A naar B, zal ik maar zeggen, al was het eerder van A naar A‘; een reis van anderhalf uur. We kwamen aan de praat over het boek ‘Fantoomgroei’ en de grote lijnen van de ontwikkelingen binnen onze overheid gedurende mijn leven. Eén van hen opperde dat ik net zo goed mijn overheid ben. Ik reageerde tot schrik van ons alle drie dat als hij daarin gelijk zou hebben, ik hen in B (of A‘ dus) zou afzetten, en dat ik daarna zelfmoord zou plegen. Jazeker, ik zou nog niet verder kunnen leven met een fractie van het bezwaarde geweten dat ik zou hebben, wanneer ik onze overheid in persoon was.

Daarom doet het mij goed dat ik vanmorgen las dat 80 gedupeerden van de kinderopvangtoeslag-affaire aangifte hebben gedaan tegen onze demissionair premier Mark Rutte. Volgens de advocaat van deze gedupeerden heeft hij zich in deze affaire schuldig gemaakt aan 3 ambtsmisdrijven. Ik vind dat een goede zaak, want laten we maar eens kijken naar de wet wanneer we het over het handelen van deze premier hebben.

Hij vindt dat we zelf verantwoordelijk zijn voor ons winnen of verliezen op een maatschappelijke speelveld onder doorgeslagen kapitalisme met grootaandeelhouders, grootbanken & grootbedrijven aan de ene kant, en huishoudens waar het geld uit arbeid verdiend moet worden aan de andere zijde. Hij vindt dat de overheid geen rol hoeft te spelen bij het beschermen van de zwakkeren. Zijn geloof in ‘eigen verantwoordelijkheid’ vind ik binnen ons maatschappelijk krachtenveld niet alleen misplaatst, maar zodra hij daar als politicus handen en voeten aan geeft ook misdadig. Vanuit zijn geloof moest bepaalde belasting op dividend verlaagd worden en het laagste BTW-tarief verhoogd en is ook de laatste 10 jaren verder bezuinigd op elk theoretisch teveel, inclusief het theoretisch teveel aan kennis en macht bij de overheid en aan ziekenhuisbedden. Het zou allemaal veel ‘efficiënter’ kunnen als we de markt zonder overheidsbemoeienis zijn werk laten doen.

Er was een tijd in mijn leven dat ‘spreiding van kennis, macht en inkomen’ de PvdA 52 kamerzetels opleverde. Dit was gebaseerd op het ideaal ‘om burgers te vrijwaren van gebrek en vrees’ à la Franklin Rooseveld & Joop den Uyl.

Politici, de sterksten en de zwaksten

Onze huidige premier, die zegt geen idealen te hebben, kiest voor een heel ander politieke opvatting, te weten ‘de vrijheid voor ieder individu zoveel mogelijk rijkdom te vergaren’ à la de Oostenrijks econoom en politiek filosoof Friedrich von Hayek.

In dit tijdsgewricht blijkt een politiek, die ontkent politiek te zijn, te kunnen rekenen op het grootste draagvlak onder de bevolking. Daar kan onze premier misschien niets aan doen, maar het speelt hem wel in de kaart.

Laat de heer Rutte zich dan maar eens voor de rechter verantwoorden voor datgene wat een groep behoeftige mensen stelselmatig (!) onder zijn leiding door onze overheid aangedaan is. Overigens waren Eric Wiebes, Lodewijk Asscher, Menno Snel, Tamara van Ark en Wopke Hoekstra al eerder in deze affaire tot mijn vreugde voor de rechter gedaagd. Ik ben geen jurist en ik weet niet of de gedupeerden een punt hebben, maar ik juich toe dat politiek bedrijven niet langer een risicoloos beroep is, waarbij je kunt zeggen “Ik schaam me…” en overgaat tot de orde van de dag om met meer van hetzelfde plus een gift van ons belastinggeld de veroorzaakte problemen op te lossen.

Precies daarom spreekt ook het idee van Noam Chomsky & Vijay Prashad mij aan om een internationaal tribunaal op te richten over ‘misdaden tegen de mensheid tijdens de covid-pandemie’. Zij richten daarbij eerst hun pijlen op de regering van de Braziliaanse president Jair Bolsonaro, maar ook op de neoliberale regeringen in Groot-Brittannië, India, de Verenigde Staten van Amerika en ‘elders’. Deze regeringen stellen immers maar wat graag alles in het werk om het winstgevende bedrijven en miljardairs naar hun zin te maken. Zelfs wanneer de gevaren van covid-19 daarvoor gebagatelliseerd moesten worden, hebben de neoliberale voormannen van deze regeringen dat gedaan. Dat had onnodige doden, ernstig zieken en een hoop nabestaanden tot gevolg.

Waar gehakt wordt vallen spaanders, uiteraard, maar wanneer politici ergens ter wereld kiezen voor commercie, grootaandeelhouders, grootbanken, grootbedrijven en zelfs voor handel in instellingen, die voor het algemeen belang opgericht zijn, waardoor de zwaksten in de samenleving willens en wetens in het nauw gedreven worden, lijkt mij het recht de enige strohalm, die ‘het ethisch onrechtmatige en inhumane vergroten van menselijk lijden’ wellicht nog kan intomen.

Ik zou het anders ook niet weten.

Bronnen: “Tachtig slachtoffers toeslagenaffaire doen aangifte tegen Rutte” door de economieredactie van NOS op 3 februari 2021, de pagina’s 122 & 140 van “Fantoomgroei” (2020) door Sander Heijne & Hendrik Noten, tweede druk van Uitgeverij Atlas Contact en “Chomsky en Prashad roepen op tot tribunaal voor misdaden tegen de mensheid door regeringen tijdens COVID-pandemie” door Noam Chomsky & Vijay Prashad, via de vertaaldesk van DeWereldMorgen op 2 februari 2021.

________

De cyclus van Van Bavel 11 februari 2021

‘Bas van Bavel’, onthoud die naam! Hij heeft, hoe kan het ook anders, de ‘Cyclus van Van Bavel’ het licht doen zien: de veel verklarende terugkoppelingscyclus in marktsamenlevingen (meervoud!).

Hij redeneert na uitgebreid historisch sociaal en economisch onderzoek aldus: elke marktsamenleving beschikt natuurlijk over een markteconomie. Die begint doorgaans met een fase van economische groei, toenemende vrijheid in de samenleving en groeiende factormarkten. Naar mate de factormarkten groeien, slaat op een zeker moment de economische groei om en begint de fase van economische stagnatie, toenemende polarisatie in de samenleving en verstoring van het marktevenwicht ten gunste van marktelites, die de politiek en zelfs de rechtspraak gaan gijzelen. Uiteindelijk wordt die ontwikkeling gevolgd door de laatste fase, die van absolute of relatieve economische achteruitgang, waarna deze cyclus zich – meestal elders op de wereld – herhaalt. Waar de marktsamenleving eens opbloeide, stagneerde en teloor ging, breekt dan een feodaal tijdperk aan, waarin een kleine groep superrijken steeds meer machtsmiddelen moet inzetten om haar positie te behouden en te beschermen tegen het volk.

Op factormarkten worden de ‘productiefactoren’ verhandeld

Zo gaat het in marktsamenlevingen volgens het onderzoek van Van Bavel al eeuwen; in het Irak van de 8ste tot de 13de eeuw, in het Engeland tussen de 16de en het eind van de 18de eeuw, in de Lage Landen van de late middeleeuwen tot en met de gouden eeuw, in de Noord-Italiaanse stadstaten rondom de renaissance, in de Verenigde Staten van Amerika 50 jaar tussen het begin en halverwege 19de eeuw en ten slotte in het hele Westen vanaf halfverwege de 20ste eeuw.

Het vernieuwende van de onderzoeksresultaten van Van Bavel zit hem in de gedetailleerde analyse van deze cyclus van marktsamenlevingen en hun markteconomieën, en in de bewijsvoering dat deze cyclus zich al meerdere malen in de geschiedenis op dezelfde manier herhaald heeft.

Onze huidige Westerse marksamenleving zit zo bezien in de fase van ‘economische stagnatie, toenemende polarisatie en verstoring van het marktevenwicht’.

O, die factormarkten? Eerst zijn er productiemarkten, die iedereen kent: ‘de markt van productie en verkoop op basis van vraag en aanbod’. Op factormarkten worden de ‘productiefactoren’ verhandeld; de diensten en middelen om goederen te kùnnen produceren en te kùnnen verkopen: de markten waarin met name arbeid, grond en kapitaal verhandeld worden.

Kom op, jullie kunnen het!

De regelgeving op productiemarkten mag genoegzaam bekend verondersteld worden (BTW, Kamer van Koophandel, Keuringsdienst van Waren, kleineondernemersregeling, …). Die van de factormarkten zal velen onbekend zijn, want daar is vaak weinig transparant ‘maatwerk’ van toepassing en bevoordeling van de machtigste bedrijven en meest gefortuneerde mensen onder hen, terwijl Van Bavel aantoont – en ons daarmee waarschuwt! – dat juist de regelgeving bij de handel op factormarkten telkens weer een veel grotere impact op de samenhang van een samenleving heeft dan de regels bij productmarkten. Ook dat heeft hij in zijn onderzoek opgedist.

Voor mij verklaren deze onderzoeksresultaten veel van mijn zorgen over de politiek in Nederland en de Europese Unie.

Volgens de website van Universiteit Utrecht is hij hoogleraar ‘Onderzoekinstituut voor Geschiedenis en Kunstgeschiedenis – Economische en Sociale Geschiedenis’. In zijn onderzoek richt hij zich vooral op pre-industrieel Noordwest-Europa. Hij heeft dus dat boek geschreven over bovenstaande bevindingen. Het lijkt mij iets dat we allemaal ter harte zouden kunnen nemen om te begrijpen wat in onze wereld de onderliggende oorzaken zijn van de loop der dingen.

Voor degenen, die aan de touwtjes (kunnen) trekken, lijkt me dit overigens verplichte literatuur om na te gaan hoe de fase van achteruitgang in de toekomst te voorkomen en wel weer in de fase van economische groei terecht te komen door de Cyclus van Van Bavel te doorbreken. Kom op, jullie kunnen het!

Bronnen: “De onzichtbare hand. Hoe markteconomieën opkomen en neergaan” een boekrecensie door Paul Verhaeghe via DeWereldMorgen en via Liberales op respectievelijk 8 februari en 15 januari 2021 en ‘Bas van Bavel’ via Wikipedia op 11 febuari 2021.

Gegevens van het boek: “De onzichtbare hand. Hoe markteconomieën opkomen en neergaan” (2018) Prof. dr. Bas van Bavel, Prometheus, Amsterdam, 485 pp, ISBN 978 90 446 3436 5. Koop het bij de lokale boekhandel, zou ik zeggen.

________

Een prettige verslaving 13 oktober 2019

Sinds anderhalf jaar speel ik cello; zo’n grote viool, die met een pootje op de grond staat. Daarvoor had ik nog nooit een strijkstok vastgehouden. Ik durf te zeggen dat daarmee mijn leefstijl veranderd is. Ik ben wars van verslavingen, maar accepteer bij wijze van uitzondering deze van mezelf.

Toen ik op 23 maart 2018 aan een goede vriend vertelde dat ik zojuist besloten had om cello te gaan spelen, introduceerde ik dat besluit al als ‘een ingrijpend besluit voor de rest van mijn leven’. En zo is het. Vlak daarvoor was ik in TivoliVredenburg naar een lunchpauzeconcert geweest verzorgd door de celloklas van het Utrechts conservatorium. Tijdens het tweede nummer had ik mijn besluit genomen en op woensdag 28 maart genoot ik van mijn eerste celloles op mijn – de avond daarvoor aangeschafte – cello.

Cello speel je of je bespeelt haar niet. Het is een van de muziekinstrumenten die men volgens mij niet af en toe eens bespeelt. Dagelijks speel ik daarom mijn oefeningen en ik incasseer daarbij voortdurend mijn onvermogen de tonen uit het instrument te halen, die geroutineerde cellisten wel weten te produceren. Ik doe het om het plezier dat ik erin heb en ben toch ook wel tevreden over mijn vorderingen. Ik weet nog een lange weg te gaan te hebben.

Net als wanneer ik in de bergen wandel, let ik minder op wat me nog te doen staat, dan op wat ik al gedaan heb. Als trombonist besefte ik al geen muzikaal wonderkind te zijn. Ik ben wel zo’n muzikant, die op enig moment treffend zijn steentje aan het geheel kan bijdragen. En dààr gaat het mij om; dat niveau wil ik als cellist ook gaan bereiken.

Sinds enkele maanden vraag ik daarom aan mijn cellodocente om leerlingen van haar, die met mij af en toe samen eenvoudige duetten willen spelen. Van de vier is er daarvan nu nog één over. De andere drie zijn (tijdelijk) met hun cello-oefeningen gestopt. Een vanwege een slijmbeursontsteking in de linkerschouder, waar haar cello enig debet aan had, de anderen vanwege verhuizen of de hoeveelheid tijd die haar gewone werk nu even opeist.

Blij verrast was ik dus te lezen dat bij mij in de buurt een amateur-orkest nog leden kan gebruiken. Tegen het advies van mijn uiterst deskundige cellodocente in, heb ik mij bij dit orkest aangemeld met de vraag een paar keer te mogen meespelen om daarna wederzijds te bepalen of ik daar (nu al) op mijn plaats ben. Gezien de wijze waarop de eerste oefenavond rekening gehouden werd met mijn technische onvermogens, werd mijn cellodocente alsnog enthousiast over mijn initiatief. Sterker nog, zij past mijn lesstof er op aan dat ik zo snel mogelijk mijn partijen mee kan strijken en tokkelen.

Mijn cello is voor mij een leefstijl. Het dagelijks oefenen, het samen duetten spelen en nu zelfs op proef deelnemen aan een echt orkest geeft me weer dat heerlijke gevoel dat ik ooit als trombonist bij het Zwolse Jubal en het Utrechts Jazzorkest had. Mijn muzikale steentje bijdragen. Weliswaar doe ik dat nog niet zo treffend als door mij gewenst, maar alles op zijn tijd. De klanken klinken me – als het een beetje gaat – letterlijk als muziek in de oren.

En wat ook fijn is, nu ik weer een muziekinstrument bespeel: ik geniet meer van muziek omdat ik er gerichter naar kan luisteren. Muziek is weer terug in mijn leven. Dat begon zo’n anderhalf jaar geleden al met:

Dit is het lied van de eerste vinger

En nu met al heel wat ingewikkelder stukken, die ik onder de knie probeer te krijgen. Die partituren deunen heel de dag door mijn hoofd.

________
Twee heren op leeftijd 28 december 2016

Er zijn veel mooiere plekken in Utrecht, maar regelmatig wandel ik rond 8 uur vanaf het Vreeburg, tegenwoordig Vredenburgplein, Hoog Catharijne binnen. En wanneer men iets op vaste tijden doet, ontdekt men andere mensen die daar ook op dat moment zijn. Twee oudere heren, daarover gaat dit stukje. De een bedrijvig en morsig, de ander bebrild, lang en vriendelijk ogend.

Zij waren rond die tijd steeds in druk gesprek aan tafels in het Godebaldkwartier of stonden daar, de een druk gebarend, of waren onderweg richting Vredenburg; tegenwoordig Vredenburgplein. Altijd in druk gesprek. Ik begon hen te groeten en zij mij. Ik houd wel van zulke mannen en moet mij inhouden hier niet ‘mannetjes’ te schrijven.

Altijd waren ze daar, zoals de schoonmaker en de hooggehakte dame. Eerder dit jaar was er slechts de een. Soms alleen en soms geanimeerd in gesprek met andere vaste bezoekers. Ik vroeg hem naar de ander.
Die is 2 weken op vakantie in Spanje met zijn zus.
Of hij die ander miste?
Welnee. En de tijd vliegt.

Daarna zag ik ze steeds weer samen in druk gesprek in het Godebaldkwartier of onderweg richting Vredenburg. Of Vredenburgplein. En we groetten elkaar weer als vanouds.

Op een gegeven moment kwam de ander op mij af. Ik weet niet waar vandaan. De een was overleden. Een hartstilstand.
Hij had niet naar mij geluisterd”, vertelde hij vriendelijk. “Hij had naar de dokter moeten gaan, maar heeft dat niet gedaan.
Of hij die ene mistte?
Welnee.
Verbaasd legde ik hem voor dat ze altijd geanimeerd in druk gesprek waren.
Nee hoor, hij was in gesprek, maar ik niet. Ik hoorde hem aan. Bovendien vertelde hij altijd hetzelfde. Hij hield nooit op. Nee, ik mis hem niet en heb vanmorgen mijn krantje gehaald, de Metro op het Centraal Station, en mijn kopje koffie gedaan bij dat cafetaria vlakbij het Centraal. En zo direct ga ik naar de koffiekring. Nee hoor, daar heb ik hem allemaal niet bij nodig.

________
Tegengif 6 oktober 2016

(…) ik las gisterenavond met rode oortjes dat CDA-minister van Financiën Onno Ruding in 1992 op de vooravond van het Verdrag van Maastricht zei: “Als we een economische en monetaire unie hebben, kan een land als Nederland niet meer vrijelijk de begrotingstekorten naar eigen genoegen opfokken (sic!). Brussel gaat opleggen wat kan en niet kan. Sommigen betreuren dat je die vrijheid kwijtraakt. Ik niet, ik juich dat toe. Natuurlijk versterkt dat de positie van de minister van Financiën. Je kunt Brussel gebruiken om ministers en parlement in het begrotingsgareel te houden.” Ofwel concurrentieverschillen kunnen in een Europese muntunie niet langer worden opgevangen door de munt te devalueren, maar vereisen verlaging van de arbeidskosten door de arbeidsmarkten te flexibiliseren, de rechts­bescherming van werknemers te ontmantelen en de verzorgingsstaat af te breken.

Het doel van de euro lijkt een geheime agenda te zijn waarin een kleinere overheid met een geringere rol in de economie is opgenomen. Dit althans is de analyse van de gelauwerde Amerikaanse Nobelprijswinnaar econoom Joseph Stiglitz.

Hoewel de Britse econoom John Maynard Keynes in zijn magnum opus uit 1936, ‘The General Theory of Employment, Interest and Money’, al omstandig had uitgelegd dat salarissen, uitkeringen en zekerheid niet alleen een kostenpost zijn, maar ook koopkracht en dus consumptie en groei, lijkt ‘Europa’ dat vergeten. Stiglitz schrijft in zijn meest recente boek ‘De euro’: “De grondleggers van de euro werden geleid door ideeën over hoe economieën functioneren die weliswaar in de mode maar desalniettemin overduidelijk verkeerd waren. Zij geloofden heilig in de heilzame werking van markten maar hadden geen benul van hun beperkingen en wat er nodig is om markten goed te laten functioneren.” Waarbij ‘goed’ verwijst naar ‘goed voor iedereen’, in plaats van naar ‘goed voor het grootbedrijf’.

In 1919 zette het desastreuze Verdrag van Versailles een kettingreactie in gang die in 1933 leidde tot de machtsovername door de nazi’s en in 1939 tot de inval in Polen.

In twee woedende hoofdstukken laat Stiglitz in ‘De euro’ geen spaan heel van de 3 programma’s die de trojka Griekenland sinds mei 2010 heeft opgelegd. Volgens Stiglitz heeft de trojka zo ongeveer alles fout gedaan wat ze maar fout kon doen: procyclische bezuinigingen, verkeerd ontworpen lastenverzwaringen, noodfinanciering die in het Noorden werd geframed als steun voor ‘luie’ Grieken maar die in werkelijkheid terechtkwam bij ‘verwende’ Duitse en Franse bankiers, potsierlijke privatiseringsprogramma’s die de staat kostbare inkomsten scheelden, wel snijden in pensioenen en niet in de aanschaf van peperdure Duitse duikboten en te late en te geringe schuldafwaardering. “Doormodderen” is volgens Stiglitz “een uiterst gevaarlijk scenario waar hoge kosten aan zijn verbonden, zowel economisch, politiek als sociaal. In ‘De euro’ waarschuwt hij op het eind: “Ik heb een hervormingsagenda geformuleerd voor de structuur van de eurozone en voor het economische beleid dat de eurozone dient te volgen zodra een van haar leden in crisis verkeert. Deze hervormingen zijn economisch niet ingewikkeld; noch zijn ze institutioneel lastig te realiseren. Maar zij vereisen wel een modicum [lees: ‘een klein beetje’; GjH] aan Europese solidariteit – het soort solidariteit dat fundamenteel anders is dan het zelfmoordpact waar sommige Europese leiders om roepen.

Stiglitz is een kleinkind van de “Grote Depressie” in de jaren ’30 van de 20e eeuw. Daardoor is het zijn angst voor populistische fragmentatie, waarmee de dwingende kracht van de omstandigheden is omgeven, die hem heeft ingefluisterd met zijn ‘De euro’ een laatste poging te wagen Europese politici als PvdA-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem op te roepen te luisteren naar hun betere zelf voor het te laat is.

We weten nu dat de roep van John Maynard Keynes in 1919 en 1936 vergeefs was. Het is een open vraag of dat nu anders zal zijn.

En dan nog wat tegengif voor economisch optimisme: uit de nieuwe editie van de jaarlijkse Global Competitiveness Index door het World Economic Forum (WEF) uit Davos blijkt dat Nederland de beste economie heeft van de Europese Unie en wereldwijd de 4de plaats inneemt. Dat lijkt voor iedereen goed nieuws maar is het niet. Het WEF meet slechts de gastvrijheid van landen voor multinationals. Gekeken wordt naar de kwaliteit van het onderwijs, de infrastructuur en het rechtsstelsel; hetgeen belastingbetalers mogelijk maken. Het kijkt naar de flexibiliteit van de arbeidsmarkt, want u en ik moeten gemakkelijk ontslagen en opgeroepen kunnen worden en de laagst mogelijke lonen moeten afgedwongen kunnen worden. Het kijkt naar de competitiviteit van het belastingstelsel, want slecht een ééncijferig percentage aan belastingen willen multinationals aan de fiscus afdragen. En het kijkt naar de omvang van het innovatiebeleid, hetgeen gaat over subsidiemogelijkheden die u en ik weer als belastingbetalers bijeen brengen.

Wanneer er een economisch vergelijkend rapport verschijnt over de stand van zaken in verschillende landen met als variabelen armoede, private schulden, de hoogte van salarissen, de leefbaarheid van uitkeringen, afhankelijkheid van voedselbanken, de kwaliteit en kwantiteit van werk en werkloosheid, het relatief aantal zelfmoorden en toegankelijkheid van de zorg scoort Nederland vast en zeker een stuk slechter. En dit zijn de variabelen waar u en ik dagelijks mee te maken hebben, tenzij lezers van dit blog leven van de aandelen in multinationale ondernemingen.

Bronnen: “Overal vingerafdrukken van het grootbedrijf, Joseph Stiglitz’ antiserum tegen het neoliberalisme” en “Tijdgeest, de economiecolumn”, beide door Ewald Engelen in De groene amsterdammer van 5 oktober 2016. Klik hier voor het artikel of hier voor de column van Engelen.

Klik hier om het deel van de TV-uitzending “Buitenhof” van 2 oktober jl. terug te kijken waarin Pieter Jan Hagens spreekt met Joseph Stiglitz.

________
Hoe een democratie werd geschonden 11 september 2015

Op 3 september jl. gaf Zoé Konstantopoulou, voorzitter van het Griekse parlement, een toespraak in de plenaire zaal van de VN-Algemene Vergadering. Daarin legt zij uit hoe de Griekse democratie werd geschonden door de trojka van Internationaal Monetair Fonds (IMF), Europese Commissie en Europese Centrale Bank (ECB) tot voordeel van Duitse en Franse privé-banken. Hier onder volgt de gehele tekst van haar toespraak die eindigt met een oproep. Daarna volgt nog wat nadere informatie en een link:
______________________
Dames en heren, Voorzitters van de parlementen van de wereld,
bij de 70ste verjaardag van de VN, die tevens 70 jaar einde van de Tweede Wereldoorlog betekent,

Op deze 4e Wereld Conferentie van de Interparlementaire Unie [1], waar wij democratie ten dienste stellen van vrede, duurzame ontwikkeling en een wereld bouwen die de mensen willen, sta ik hier voor u en tussen u, als Voorzitter van het onlangs ontbonden Parlement van Griekenland. Ik richt me tot u met een oproep tot solidariteit met het Griekse volk en met Griekenland, de plaats waar democratie is ontstaan en waar die nu brutaal wordt aangevallen en geschonden [2].

Griekenland en zijn bevolking werden de voorbije 5 jaar het slachtoffer van een beleid dat zogezegd een duurzame oplossing voor de overmatige schuldenlast en een weg uit de economische crisis zou bieden.

Dit beleid zit vervat in de akkoorden genaamd “Memoranda of Understanding”. Het werd afgesloten door de Griekse regeringen en een trio van internationale instellingen (het IMF, de Europese Commissie en de ECB) bekend als de ‘trojka’ die zich gedragen als de schuldeisers van Griekenland. Dit beleid heeft geleid tot ernstige schendingen van de mensenrechten, in het bijzonder van sociale rechten, van fundamentele vrijheden en van de rechtstaat.

Wat werd voorgesteld werd als bailout-leningsovereenkomsten [3], heeft geleid tot ellende, ongekende werkloosheid van 72 % bij jonge vrouwen en 60 % bij jonge mannen, honderdduizenden emigrerende jongeren, een explosie van zelfmoorden, de marginalisering van jongeren, ouderen, zwakkeren, armen, immigranten en vluchtelingen.

De helft van de kinderen in Griekenland leeft onder de armoedegrens, een situatie die gelijkgesteld kan worden met een humanitaire crisis en gedocumenteerd werd in het VN-rapport van de Onafhankelijke Experts over Schuld en Mensenrechten en in openbare verklaringen, alsook in een reeks van internationale rechterlijke beslissingen en bevindingen.

Op 25 januari 2015, slechts 7 maanden geleden, gaf het Griekse volk door algemene verkiezingen zijn regering en parlement een duidelijk en ondubbelzinnig mandaat om een einde te maken aan dit moorddadig beleid. Onderhandelingen begonnen.

Een speciale Parlementscommissie werd opgericht, die de “Waarheidscommissie over de Openbare Schuld” werd genoemd. Die kreeg de opdracht een audit uit te voeren en een juridische beoordeling van de schuld te geven. Zij heeft in juni een voorlopig rapport afgeleverd.

Dat rapport stelde vast dat de soevereine schuld van de Griekse staat illegaal, onwettig, kwaadaardig en onhoudbaar is. Het stelde vast dat de soevereine schuld aangegaan werd door middel van procedures die de grondwet, de vereiste parlementaire procedures en de fundamentele mensenrechten en vrijheden, gegarandeerd door het internationale recht, grof overtraden wat de annulering van die schuld rechtvaardigt. Deze Commissie stelde vast dat de schuldeisers ter kwade trouw hadden gehandeld en bewust het land met onhoudbare leningen hadden opgezadeld om Franse, Duitse en Griekse private banken te redden.

Ondanks deze vaststellingen eisten de schuldeisers van Griekenland dat het mandaat van het volk zou worden genegeerd.

Op 25 juni werd de Griekse regering een ultimatum van 48 uur opgelegd om een aantal maatregelen te aanvaarden, die tegen dat volksmandaat ingaan. Deze maatregelen ontmantelen de arbeidswetgeving, schaffen sociale zekerheidsgaranties en wettelijke bescherming van de burgers af, die onder zware schulden gebukt gaan, terwijl ze op hetzelfde moment de uitverkoop vereisen van de meest dierbare openbare eigendommen en overheidsbedrijven, waaronder ook de grote zeehavens, luchthavens en de openbare infrastructuur.

Allemaal om verkocht of weggegeven te worden om een onhoudbare en kwaadaardige schuld af te lossen.

Het Helleense Parlement aanvaardde het voorstel van de regering om een referendum te houden over het ultimatum. Het Griekse volk verwierp met een grote meerderheid van 62 % deze maatregelen.

Gedurende de week voorafgaand aan dit referendum poogden internationale en buitenlandse regeringen om het resultaat van het referendum te beïnvloeden door verklaringen af te leggen die de Griekse bevolking terroriseerden.

Het referendum ging door terwijl banken gesloten waren en kapitaalbeperkingen werden opgelegd ten gevolge van de weigering van de ECB om baargeld te voorzien vanaf de aankondiging van het referendum.

Democratie had desondanks gezegevierd. Het Griekse volk sprak zich duidelijk uit en zei met 62 % “NEEN” tegen deze moorddadige maatregelen.

Wat hierop volgde is een nachtmerrie voor ieder democratisch geweten en een schande:

De schuldeisers weigerden rekening te houden met het resultaat van het referendum. Ze eisten, met de dreiging een faillissement van de banken en een humanitaire ramp uit te lokken, nog hardere maatregelen dan die welke waren verworpen.

De regering werd gedwongen te aanvaarden dat het parlement wetten bij hoogdringendheid zou goedkeuren op basis van honderden pagina’s voorheen reeds geschreven teksten, zonder enig debat en op data die op voorhand werden opgelegd. Ondertussen bleven de banken gesloten. Deze afpersing werd omgedoopt tot “voorafgaande voorwaarden” voor een overeenkomst. Het parlement werd gedwongen wetten af te schaffen die het nog maar net in de voorbije 4 maanden had goedgekeurd en werd verboden nog enig wetgevend initiatief te nemen zonder voorafgaande goedkeuring van de schuldeisers.

Een wet van 100 pagina’s werd opgesteld in één artikel en goedgekeurd op 15 juli in minder dan 24 uur.
Een wet van 1000 pagina’s werd opgesteld in 3 artikels en goedgekeurd op 22 juli in minder dan 24 uur.
Op 14 augustus passeerde nog een wet van 400 pagina’s eveneens in 24 uur.
Drie maal keurde het parlement zo wetten goed onder dwang en afpersing.

Dit gebeurde terwijl werd vastgesteld dat een groot deel van de parlementsleden van de regerende meerderheidspartij, waaronder de Voorzitter van het parlement, weigerden deze wetgeving goed te keuren. Het parlement werd vervolgens onaangekondigd ontbonden om een ‘meer stabiele meerderheid’ te garanderen, die zou uitvoeren wat het Griekse volk verworpen heeft.

Dames en heren,
Soevereine staatsschuld wordt gebruikt tegen het Griekse volk en het Helleense Parlement om de democratie af te bouwen. Democratie is echter een ultieme waarde. Parlementen mogen niet worden teruggebracht kunnen worden tot gewillige stempelaars die opgelegde normen goedkeuren, terwijl die werden verworpen door het volk, en die werden opgezet om samenlevingen en komende generaties te vernietigen.

Ik doe een oproep aan de parlementariërs van de wereld om onze eis voor democratie en parlementaire soevereiniteit tegenover schuldafpersing te ondersteunen. Ik vraag ook uw steun voor de initiatieven van de Algemene Vergadering van de VN en van de Griekse Waarheidscommissie over de Openbare Schuld, evenals voor de initiatieven van de onafhankelijke VN-experten over schuld en mensenrechten.

Sta niet toe dat de democratie wordt vernietigd op de plaats waar ze is geboren. Sta niet toe dat eender welk parlement wordt gedwongen om tegen de wil van zijn bevolking te stemmen en tegen het mandaat van zijn volksvertegenwoordigers. Sta niet toe dat mensenrechten, mensenlevens, menselijke waardigheid en de meest waardevolle principes van de VN worden vernietigd om het bankensysteem te redden.

De wereld, die de mensen willen, kan niet worden gebouwd zonder de mensen van die wereld.
______________________
De uitgeschreven tekst van deze toespraak in het Engels (Zoe Konstantopoulou’s speech at the United Nations Headquarters in New York) in de plenaire zaal van de VN-Algemene Vergadering op 3 september 2015 werd gepubliceerd door de organisatie Comité pour l’Annulation de la Dette du Tiers Monde (CADTM). De tekst hierboven werd vertaald door Bavo Vanoost en Lode Vanoost. Eindredactie Gerardus Horlings.

Zoé Konstantopoulou is een advocaat die gespecialiseerd is in mensenrechten. Op 27 januari 2015 werd zij verkozen op de lijst van Syriza en werd vervolgens door het parlement tot voorzitter verkozen op 6 februari 2015. Als eerste Griekse vrouwelijke parlementsvoorzitter werd zij met 235 van de 300 uitgebrachte stemmen verkozen met de grootste meerderheid ooit in de Griekse geschiedenis. Zij is nu kandidaat voor Laïkí Enótita (“Volksunie”), een nieuwe partij rond 25 ex-parlementsleden van Syriza.

[1] De Interparlementaire Unie (IPU) is opgericht in 1889 en verenigt 143 nationale en 7 regionale parlementen. Sinds 2002 heeft de IPU een waarnemersstatus bij de VN. Sindsdien is dit de 4de IPU-Wereldconferentie bij de VN, die plaatsvond van 31 augustus tot 3 september 2015 in New York.
[2] Het woord ‘democratie’ is afgeleid van de Griekse woorden ‘demos’ (volk) en ‘kratos’ (macht).
[3] Letterlijk betekent ‘bailout’ vrijheid op borgtocht. In de VS kan men een aanhouding in voorlopige hechtenis in afwachting van een proces afkopen met een geldbedrag als borgtocht. Hier gaat het over contracten om bedrijven, banken of staten van de financiële ondergang te redden.

Om Zoé Konstantopoulou de toespraak te zien houden, klik hier.

Bron: “Sta niet toe dat democratie wordt vernietigd waar ze is ontstaan” door Zoé Konstantopoulou, voorzitter van het Griekse parlement via http://www.dewereldmorgen.be op 10 september 2015.

________

“Het bruto binnenlands product omvat de vernietiging van de cederwouden en de dood van Lake Superior. Het neemt toe met de productie van napalm en raketten en kernkoppen. Het houdt geen rekening met de gezondheid van onze gezinnen, de kwaliteit van het onderwijs of het genoegen dat we aan spelen beleven.
Het is net zo onverschillig voor de properheid van onze fabrieken als voor de veiligheid van onze straten. Het telt niet de schoonheid van onze poëzie mee of de kracht van onze huwelijken, noch de intelligentie van het publieke debat of de integriteit van ambtenaren… het meet kortom alles, behalve dat wat het leven de moeite waard maakt.”

Citaat uit de mond van Robert Kennedy, broer van de 35e en jongst gekozen Amerikaanse president John F. Kennedy, dat hier te beluisteren is (met dank aan DeCorrespondent).

Bron: “Breed” door Aukje van Roessel in de vaste rubriek ‘Den Haag’ in De Groene Amsterdammer van 19 mei 2016. Klik hier voor de gehele rubriek.