Het mondiaal gerechtigheidsproject

Volgens het “Global Justice Project” (20 juni 2026; hier te lezen) kunnen we ongelijkheid bestrijden èn het klimaat redden, maar dan moeten we afscheid nemen van enkele overheersende economische dogma’s. Dat verhaal, dat ook in een video verteld wordt, is spectaculair: het is wel degelijk haalbaar om het gemiddelde bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking te laten stijgen naar € 5.000 per maand. In de rijkere landen vereist dat een groei van 0 tot 0,5%, in de armere landen van 3 tot 4%. Meer groei zou de klimaatproblemen onbeheersbaar maken, maar toch betekent dat geen stagnatie; ook niet in de rijkere landen. Een belangrijk deel van de bevolking zal zijn inkomen zien stijgen, en het niveau van welzijn zal toenemen, onder andere omdat de arbeidstijd substantieel verlaagd wordt tot 25 uur per week inclusief 12 weken vakantie. Dat wordt opgevangen door een groei van de productiviteit.

Misschien is voor de gemiddelde expert/journalist/krantenlezer de meest uitdagende boodschap van het Global Justice Report te weigeren dat de machtsverhoudingen van vandaag de grenzen bepalen van wat aan het einde van de 21ste eeuw mogelijk is. Zodat de enorme verscheidenheid aan manieren om ons als samenleving economisch, institutioneel en sociaal te organiseren denkbaar wordt. Wat houdt ons tegen? Niet de betaalbaarheid en niet de technologie. De auteurs van het rapport zijn allesbehalve naïef over waar de werkelijke barrières zich bevinden. Ze concluderen hun artikel in The Guardian met de bedenking: “What it will take […] is political choice, and the hard work of coalition-building behind it.

Misschien is het tijd om minder energie te steken in het domweg reflexmatig als onrealistisch bestempelen van zo’n lange termijnvisie als in dit gerechtigheidsproject. Misschien is het wel de meest realistische keuze, die we vandaag kunnen maken, maar dan is dit wel een oproep tot actie.

Lees er hier en/of hier verder over.

Naschrift op 7 juli 2026: Marc Vandepitte vatte het project samen en zette er boeiende kantekeningen bij.

Het project is uniek en uiterst belangrijk, schrijft hij, omdat het de allereerste poging is om een volledig gekwantificeerd plan te presenteren. Het combineert consumptieverschuivingen, energietransitie, herverdeling op wereldschaal en hervorming van de heersende financiële orde. Waar traditionele klimaatscenario’s (zoals die van het IPCC) deze zaken scheiden, brengt dit model ze allemaal samen. Qua cijfermateriaal is het monumentaal. De toekomst hoeft geen klimaatchaos en sociale afbraak te zijn. Het Global Justice Report, mede opgesteld door Thomas Piketty, biedt een concreet alternatief, maar wel een dat frontaal ingaat tegen de macht van miljardairs.

Waar we nu wereldwijd gemiddeld 2.100 uur per jaar werken, zou dat tegen 2100 moeten dalen naar 1.000 uur. De geplande belastingen treffen alleen de rijkste 1% van de wereldbevolking en komen bovenop de nationale belastingen. Wanneer we ook de waarde van vrije tijd en een leefbare planeet meerekenen, gaat meer dan 99% van de wereldbevolking erop vooruit. Het project schetst de weg, die we nu moeten kiezen om als mensheid te overleven op de aarde. Het zet vooral in op de herverdeling van rijkdom, maar raakt weinig of niet aan de oorzaken van het probleem.

Een 1ste fundamentele tekortkoming acht Vandepitte dat de tijdslijn onvoldoende dringend is. Het Global Justice Report mikt op grote veranderingen richting 2100. Voor miljarden mensen in armoede, voor landen die nu al getroffen worden door klimaatrampen en voor ecosystemen, die op instorten staan, is 2100 geen geruststellende horizon. Een 2de fundamentele tekortkoming is dat het rapport vooral inzet op de herverdeling van rijkdom, maar weinig of niet raakt aan de oorzaken van het probleem. Miljardairs belasten en rijkdom herverdelen is oké en noodzakelijk, maar zolang grote banken, bedrijven, energiebedrijven en techreuzen de investeringsbeslissingen blijven controleren, blijft de economie draaien rond winst in plaats van ecologische en sociale behoeften. Een 3de tekort is de zwakke machtsanalyse. Het rapport toont technisch overtuigend aan dat een rechtvaardigere wereld mogelijk is, maar blijft vaag over wie de macht heeft om zo’n ideaal ondermaanse af te dwingen. Een dominante kern van 147 bedrijven heeft via vertakkingen in andere bedrijven gezamenlijk 40% van het wereldwijde vermogen in handen. Momenteel bezitten 737 bedrijven 80% van het totale vermogen. De financiële elites, de fossiele bedrijven en deze giganten zullen hun enorme macht niet vrijwillig afstaan, omdat een rapport bewijst dat een andere wereld beter en nodig is. Daarvoor is georganiseerde tegenmacht nodig: boycots, klimaatbewegingen, politieke partijen, sociale bewegingen, internationale solidariteit, stakingen en vakbonden. De uitdaging ligt niet alleen in het ontwerpen voor een rechtvaardige wereld, maar eveneens in het breken van de macht, die dergelijke verbeteringen voor de gehele mensheid vandaag verhindert.

De interessante visie van Vandepitte helemaal lezen kan hier.

Amerikaanse opperbevelhebber van de NAVO zegt: ¨Rusland is geen bedreiging¨

Dit is er een om op te kauwen.

11 Juni jl. stond er een interview in de Financial Times met de Amerikaanse opperbevelhebber van de NAVO in Europa, generaal Alexus Grynkewich. Tijdens een interview op een wapenbeurs in Berlijn haalde hij met één zin het door pers en politiek zorgvuldig georkestreerde verhaal onderuit dat Rusland binnen 3 tot 5 jaar de NAVO zou aanvallen.

Dat doet Rusland niet”, aldus deze generaal.

Hij vertelde dat hij zorgvuldig naar alle verkregen intell had gekeken [naar alle inlichtingen en spionagegegevens; GjH via Deepseek] en daaruit had geconcludeerd dat dat hele verhaal onzin was: Rusland weet dondersgoed dat zo’n aanval geen enkele kans van slagen heeft, omdat — en daar begint het kauwen — ze in Rusland beseffen dat het militair en wat betreft materieel op grote achterstand staat. Letterlijk zei hij daarover: “They do understand that we have a number of asymmetric advantages.” Dat is militaire taal voor: wij hebben meer kogels, soldaten, tanks en vliegtuigen dan zij, en zij weten dat.

Sinds 2022 is die vermeende Russische dreiging door pers en politiek gebruikt om ons te laten instemmen met een forse opschaling van de defensiebestedingen, door betrokkenen steevast “investeringen” genoemd, ook al is er geen dodere consumptie dan wapenaankopen. En vanaf het aantreden van opperhandelsreiziger van het militair industrieel complex, Mark Rutte, nam dat na aansporing van president Donald Trump een nog hogere vlucht: we waren weliswaar niet in oorlog, maar ook niet in vrede met Rusland. En: de Russen brengen de oorlog tot achter onze voordeur. En: we moesten ons voorbereiden op net zulke offers als onze (over)grootouders hadden gebracht in Wereldoorlog II. En: binnen 3 tot 5 jaar staat Rusland bij ons op de stoep.

In allerlei toonaarden herhaald, eindeloos, in alle Europese talen, door politici die niet op aarde zijn om aan waarheidsvinding te doen, maar wel om niet altijd zichtbare belangen te dienen, en dat zijn niet altijd (laat ik vriendelijk blijven) de belangen van burgers. En — het meest verbijsterende hiervan — gretig werden opgelikt door een pers, die zich gedurende 4 jaar heeft ontpopt tot een soort paleisbode en het exacte tegendeel deed van wat een 4de macht behoort te doen: waarheid tegen macht spreken.

En bam: op donderdag 11 juni geeft een Amerikaanse opperbevelhebber die hele kletsende klasse met hun angstverhalen en drogredeneringen zomaar ineens, onbedoeld de genadeslag. Rutte en tutti quanti staan in hun hemd, ontmaskerd als charlatans, desinformatie verspreiders, fakenews producenten, volksmenners.

Wanneer het niet had geleid tot onvoorstelbare verspilling: van mensenlevens (Oekrainers en Russen), van geld en middelen, van dieren en natuur, van beschaving en vertrouwen, van genegenheid en liefde, van democratie en vrijheid — dan was het een hilarisch schouwspel geweest.

12 juni 2026, Ewald Engelen (13 juni 2026, geredigeerd door GjH)

Lees het bedoelde bericht in de Financial Times hier of hier.

Naschrift 15 juni 2026: De belangrijke uitspraak van Alexus Grynkewich, de Amerikaanse opperbevelhebber van de NAVO in Europa, dat Rusland voor Europa geen bedreiging vormt, is voor de Nederlandse media geen nieuws gebleken. In Duitsland bijvoorbeeld, en zelfs in India haalde deze informatie wel belangrijke media. Alleen in een andere context is deze uitspraak in De Volkskrant terecht gekomen. Martijntje Smits, wetenschaps- en techniekfilosoof, ingenieur en innovatiedenker en vooraanstaand deelnemer aan ‘De nieuwe vredesbeweging’ zegt hier vandaag over:  “Het belangrijkste nieuws hier – voor ons allen van levensgroot belang gezien de enorme politieke gevolgen van het soort risico-inschatting – wordt [door De Volkskrantredactie; GjH] in een andere context geplaatst, waardoor het een andere betekenis krijgt. Controle van (het narratief van) de macht is blijkbaar niet de reflex van de Volkskrant.” 

Naschrift 16 juni 2026: Nederlanders in alle leeftijdscategorieën blijken steeds minder geïnteresseerd in nieuws, gebruiken het minder èn hebben er ook minder vertrouwen in (lees het hier). Er is een kleine, maar groeiende groep Nederlanders die nieuwsmedia steeds meer wantrouwt. Van de Nederlanders heeft 21% (helemaal) geen vertrouwen in het nieuws. Dat is een flinke toename ten opzichte van 2018, toen 11% (helemaal) geen vertrouwen in het nieuws had. Dat mensen daardoor minder goed op de hoogte zijn van wat er in de wereld gebeurt, noemt het Commissariaat voor de Media ‘zorgelijk’; “Goed geïnformeerde burgers zijn immers essentieel voor onze democratie.

Echter, zo vraag ik mij af, hoe kunnen burgers zich goed informeren zolang de 4de macht niet doet waartoe hij op aarde is? Dat verplicht naar mijn idee de burger om er elders achter te komen wat er wèl in de wereld gebeurt; naast de idioot grote aandacht voor ‘voor onze democratische pijlers’ volstrekt oninteressant geneuzel over sport, de grandioze aandacht voor de talloze (extreem) rechtse meningen van zichzelf benoemde ‘experts’ (die Engelen naar mijn opvatting terecht aanduidt met ‘de kletsende klasse’) en de aanhoudende propaganda in nieuwsmedia gekleurd als anti-China, anti-Rusland, de zogenaamde volkswil, pro-Israël en pro-Verenigde Staten van Amerika en het consequent doodzwijgen van strijdigheden met onze Europese beginselen, onze grondwet en het Handvest van de Verenigde Naties en andere daarop gebaseerde uitspraken van de VN; kortom de gisteren geleverde kritiek van Smits (controle van de macht en haar narratief).

Ik probeer mij overigens van het landelijke en wereldnieuws op de hoogte te houden via Apache, MO*, Lava, OneWorld en De Wereld morgen (apache.be, mo.be, lavamedia.be, oneworld.nl en dewereldmorgen.be).

De klimaatcrisis in relatie tot de wereldwijde wapenwedloop

Onder de noemer “Voor welzijn, tegen oorlog” vindt aanstaande zondag een grote vredesbetoging plaats in Brussel. Een pleidooi voor vrede is in tijden van toenemend nationalisme, stoere machotaal en een wapenwedloop levensnoodzakelijk. Niet alleen om een einde te maken aan de vele slachtoffers, en om nòg meer trauma’s en verwoeste levens bij de achterblijvers te vermijden. Vrede is ook cruciaal om andere crisissen aan te pakken die onze wereld teisteren. Eén daarvan is de wereldwijde klimaatcrisis.

Het wordt niet zo vaak benadrukt, maar de militaire industrie heeft een directe rol in de klimaatcrisis. De productie van militair materiaal is zeer CO2-intensief. En een F-35 op groene waterstof of een oorlogsfregat als zeilboot zijn fictie: de motoren van gevechtsvliegtuigen, schepen en tanks draaien allemaal op fossiele brandstoffen. 

Cijfers over de klimaatimpact lopen uiteen, onder meer vanwege het gebrek aan transparantie vanuit de krijgsmachten. Maar sommige schattingen stellen dat de wapenindustrie verantwoordelijk is voor zo’n 5% van de wereldwijde uitgestoten broeikasgassen. Het Amerikaanse leger alleen al zou, wanneer het een land was, de 38ste grootste uitstoter ter wereld zijn, met een uitstoot groter dan Ethiopië, een land met 135 miljoen inwoners. Het is niet voor niets dat tijdens de onderhandelingen voor het Kyoto-protocol in 1997 de Verenigde Staten van Amerika – met succes – hun goedkeuring verbonden aan de eis dat het leger uit de rapportageverplichtingen zou worden gehouden. 

Oorlogen vergroten die impact. Er wordt geschat dat alleen al het in brand zetten van olievelden in Irak tijdens de Tweede Golfoorlog in 1991 2% van de mondiale CO2-uitstoot van dat jaar veroorzaakte. Eén volle tank voor een F-35 zou meer dan 3x zoveel CO2-uitstoot veroorzaken als wat een Belg of Nederlander gemiddeld in een heel jaar uitstoot. Oorlogen zijn zelfs soms bedoeld om de fossiele economie in stand te houden.

Daarnaast zal de noodzakelijke wederopbouw na conflicten uiteraard een belangrijke CO2-uitstoot veroorzaken. Bij de productie van cement, alle kunststoffen en staal, die nodig zijn om verwoeste dorpen, steden en wijken weer op te bouwen, komen broeikasgassen vrij. Zelfs wanneer er ingezet wordt op basisvoorzieningen en degelijke huisvesting voor de bewoners in plaats van een megalomane luxe-Riviera aan de Middellandse Zee voor president Donald Trump en zijn rijke vrienden, zal de wederopbouw in bijvoorbeeld Gaza zeer CO2-intensief zijn.

Neem dat allemaal samen en de klimaatimpact van de militaire wapenwedloop en conflicten is gigantisch. In 4 jaar tijd leidde de Russische oorlog in Oekraïne tot een uitstoot die ongeveer even groot is als de jaarlijkse uitstoot van Frankrijk. Voor de Israëlische genocide in Gaza gaat het om een uitstoot die de eerste 15 maanden al groter was dan de jaarlijkse individuele uitstoot van 100 landen. De Amerikaanse inval in Iran veroorzaakte in 14 dagen tijd zelfs al een uitstoot die even groot is als die van de 84 landen samen. 

En dan kunnen we nog maar hopen dat het obscene idee dat “groene doelstellingen voorlopig zullen moeten worden opgeschort” om de  “oorlogsinspanning” niet te duur te maken, niet nog meer gangbaar zullen worden in een context waarin bedrijfslobby’s en rechtse partijen er al in slagen om klimaatregels af te zwakken. Klimaatinvesteringen komen in tegenstelling tot de oorlogsuitgaven wèl de toekomstige generaties ten goede. Verder lezen kan (met diverse links naar de onderbouwing van bovenstaande stellingen) via deze link.