De klimaatcrisis is rechtstreeks verbonden met de wereldwijde wapenwedloop

Onder de noemer “Voor welzijn, tegen oorlog” vindt aanstaande zondag een grote vredesbetoging plaats in Brussel. Een pleidooi voor vrede is in tijden van toenemend nationalisme, stoere machotaal en een wapenwedloop levensnoodzakelijk. Niet alleen om een einde te maken aan de vele slachtoffers, en om nòg meer trauma’s en verwoeste levens bij de achterblijvers te vermijden. Vrede is ook cruciaal om andere crisissen aan te pakken die onze wereld teisteren. Eén daarvan is de wereldwijde klimaatcrisis.

Het wordt niet zo vaak benadrukt, maar de militaire industrie heeft een directe rol in de klimaatcrisis. De productie van militair materiaal is zeer CO2-intensief. En een F-35 op groene waterstof of een oorlogsfregat als zeilboot zijn fictie: de motoren van gevechtsvliegtuigen, schepen en tanks draaien allemaal op fossiele brandstoffen. 

Cijfers over de klimaatimpact lopen uiteen, onder meer vanwege het gebrek aan transparantie vanuit de krijgsmachten. Maar sommige schattingen stellen dat de wapenindustrie verantwoordelijk is voor zo’n 5% van de wereldwijde uitgestoten broeikasgassen. Het Amerikaanse leger alleen al zou, wanneer het een land was, de 38ste grootste uitstoter ter wereld zijn, met een uitstoot groter dan Ethiopië, een land met 135 miljoen inwoners. Het is niet voor niets dat tijdens de onderhandelingen voor het Kyoto-protocol in 1997 de Verenigde Staten van Amerika – met succes – hun goedkeuring verbonden aan de eis dat het leger uit de rapportageverplichtingen zou worden gehouden. 

Oorlogen vergroten die impact. Er wordt geschat dat alleen al het in brand zetten van olievelden in Irak tijdens de Tweede Golfoorlog in 1991 2% van de mondiale CO2-uitstoot van dat jaar veroorzaakte. Eén volle tank voor een F-35 zou meer dan 3 keer zoveel CO2-uitstoot veroorzaken als wat een Belg of Nederlander gemiddeld in een heel jaar uitstoot. Oorlogen zijn zelfs soms bedoeld om de fossiele economie in stand te houden.

Daarnaast zal de noodzakelijke wederopbouw na conflicten uiteraard een belangrijke CO2-uitstoot veroorzaken. Bij de productie van cement, alle kunststoffen en staal, die nodig zijn om verwoeste dorpen, steden en wijken weer op te bouwen, komen broeikasgassen vrij. Zelfs wanneer er ingezet wordt op basisvoorzieningen en degelijke huisvesting voor de bewoners in plaats van een megalomane luxe-Riviera aan de Middellandse Zee voor president Donald Trump en zijn rijke vrienden, zal de wederopbouw in bijvoorbeeld Gaza zeer CO2-intensief zijn.

Neem dat allemaal samen en de klimaatimpact van de militaire wapenwedloop en conflicten is gigantisch. In 4 jaar tijd leidde de Russische oorlog in Oekraïne tot een uitstoot die ongeveer even groot is als de jaarlijkse uitstoot van Frankrijk. Voor de Israëlische genocide in Gaza gaat het om een uitstoot die de eerste 15 maanden al groter was dan de jaarlijkse individuele uitstoot van 100 landen. De Amerikaanse inval in Iran veroorzaakte in 14 dagen tijd zelfs al een uitstoot die even groot is als die van de 84 landen samen. 

En dan kunnen we nog maar hopen dat het obscene idee dat “groene doelstellingen voorlopig zullen moeten worden opgeschort” om de  “oorlogsinspanning” niet te duur te maken, niet nog meer gangbaar zullen worden in een context waarin bedrijfslobby’s en rechtse partijen er al in slagen om klimaatregels af te zwakken. Klimaatinvesteringen komen in tegenstelling tot de oorlogsuitgaven wèl de toekomstige generaties ten goede. Verder lezen kan (met diverse links naar de onderbouwing van bovenstaande stellingen) via deze link.