Hoe scheid ik Covid-19-kaf van -koren?

Voor het virus, het Covid-19-virus, zijn meningen volstrekt irrelevant.

Sinds ik er in maart mee geconfronteerd werd, neem ik het serieus, in die zin dat ik me alleen interesseer in mechanismen: via welk mechanisme kan ik besmet raken (en op mijn beurt anderen besmetten) en via welk mechanisme tast het het menselijk lichaam aan? Dat is wat voor mij telt en de rest kan me wel zo’n beetje gestolen worden.

Natuurlijk doet een VVD-minister-president het liefst wat des VVD’s is, zoals de andere kabinetsleden het liefst doen wat des CDA’s, CU’s, D66’s en VVD’s is en ik heb in geen van allen mijn vertrouwen gesteld. Wat dat betreft kan onze regering mij niet teleurstellen, al bevreemdt het mij dat zij de WHO-richtlijnen van meet af aan niet punctueel hebben opgevolgd.

Corona-doden en –ziekenhuis-opnames interesseren me niet, al zeggen de cijfers, nu er getest kan worden, meer dan in april, mei en juni. Wel valt me op dat velen naar deze getallen kijken als percentages van de bevolking om vervolgens de ernst van de ziekte te bagatelliseren. Zij maken volgens mij een denkfout. Immers, wanneer de samenleving 3 weken eerder op slot was gegaan, zouden de besmettingen, doden en ernstig zieken – op basis van wat bekend is – een factor 1.000 lager geweest zijn. Dat zou een fantastisch quasi-argument zijn geweest te veronderstellen dat het virus nagenoeg onschadelijk is. En wanneer de samenleving 3 weken later op slot zou zijn gegaan een factor 1.000 hoger met jammerklachten over falende bestuurders tot gevolg.

Discussies over de anderhalvemeter-samenleving, de gevolgen voor cultuur, evenementen en horeca, het nut van mondkapjes en thuis werken interesseren mij evenmin als de complottheorieën rondom corona. Ik doe het met wat ik weet of denk te weten en trek verder niet erg consequent mijn eigen plan. Het doel een groepsimmuniteit te ontwikkelen tegen een nagenoeg onbekend virus verwerp ik al zolang de inmiddels bekende mechanismen van aantasting van lichaamsfuncties en verspreiding zo zijn als algemeen door virologen en andere op dit vlak serieus te nemen artsen verondersteld. Het laatste degelijke artikel hierover las ik in De Morgen van 5 augustus jl.. Ik zou het fijn vinden wanneer er weer zo’n goed geschreven medisch artikel gepubliceerd zou worden met actuelere inzichten, maar helaas wijden onze media zich kennelijk liever aan discussies zonder doel en ander vermaak.

Het lijkt een beetje saai, en dat is het misschien ook wel. Dus tenslotte nog even dit. In landen als China en Japan worden volgens mij al veel langer mondkapjes gedragen wanneer iemand ziek is. Dan wordt ook lichamelijk contact met vreemden vermeden. Mij lijkt daar sowieso wel wat wijsheid in te zitten. Ik draag vooralsnog alleen een mondkapje als dat ergens verplicht is en ik registreer me alleen waar me dat gevraagd wordt. Echter, toen ik, vlak voordat ik een week naar Teschelling zou gaan, coronaverschijnselen begon te vertonen, deed ik vanwege alle gedoe met overvolle teststraten geen poging me laten testen. Ik ging er vanuit dat ik een gewoon koutje opgelopen had (ik meende te weten waar en wanneer), waardoor ik neusverkouden geworden was met een beetje verhoging, gevolgd door hoesten en snotteren. Ondanks de wijsheid der Chinezen en Japanners droeg ik ook toen geen mondkapje als ik op stap ging. Wel stelde ik degenen, met wie ik contact had, en met wie ik de dagen daarvoor intensiever contact gehad had, op de hoogte van mijn verkoudheid. Gelukkig wàs het een gewone verkoudheid die vanzelf over ging en voelde ik me na een paar dagen weer als vanouds.

Zo gaat dat dus bij mij. Nee, ik ben er niet trots op.

O, Terschelling? Het was er heerlijk: goed gezelschap, fijne huisvesting, mijn koutje beperkte me nergens in en vrijwel elke dag was het lekker wandelweer waarvan we goed gebruik maakten. Ik heb mijn spullen zojuist weer uitgepakt en een eerste was gedraaid. En, wat voor mij ook belangrijk is, van mijn huis werd ondertussen goed gebruik gemaakt door een andere vriendin.

Maxman’s bijdrage tijdens het Algemene Debat van de Verenigde Naties

Tijdens het Algemene Debat van de Verenigde Naties op 21 september jl. reageerde Abby Maxman, president CEO van Oxfam America, op de uitspraken van president Donald Trump. Trump had eerder die dag het VN-podium gebruikt om zijn schuld weg te wuiven en te scoren. Hij schepte op over het bevorderen van vrede, verheerlijkte zijn COVID-19-aanpak en veroordeelde het ‘eenzijdige’ akkoord van Parijs. President Trump gaf ook zijn visie op een wereldwijde orde, die gedreven zou moeten zijn op smalle, concurrerende nationale belangen, hetgeen in strijd is met het VN-Handvest dat net na de Tweede Wereldoorlog is overeengekomen. Dit is momenteel, 75 jaar later, de toestand van de wereld.

De VN is juist opgericht om ons eraan te herinneren dat we, ongeacht onze verschillen, allemaal aan dezelfde kant staan als het gaat om mondiale problemen zoals COVID-19 en de klimaatcrisis, hield Maxman zijn publiek voor. Wanneer de mensheid wordt geconfronteerd met uitdagingen, die de nationale grenzen overschrijden, zijn er geen eenzijdige deals. Aangezien deze wereldwijde pandemie alleen maar in omvang is toegenomen, kan Amerika alleen groot – en veilig – zijn als we met anderen samenwerken om de problemen, waarmee de mensheid wordt geconfronteerd, op te lossen. Een doeltreffende COVID-19-reactie zou volgens Maxman gebaseerd moeten zijn op samenwerking, het voldoen aan de behoeften en noden van de meest kwetsbare mensen in de samenleving en op wetenschappelijk bewijs.

Maar president Trump geeft de gezondheid van de financiële markten prioriteit boven de gezondheid van mensen. Politiek gezien gaat het om hem in plaats van om eerlijke, juiste, wetenschappelijk onderbouwde informatie. Het gaat Trump om de 1% rijkste mensen in plaats van om iedereen. Zijn leiderschap heeft, aldus Maxman, Amerikaanse levens gekost en vertraagt het broodnodige herstel. Een effectief en veilig vaccin kan volgens hem een uitweg uit deze nachtmerrie bieden en onderzoekers, gefinancierd door de Amerikaanse regering, doen hun uiterste best om het te vinden; om ervoor te zorgen dat vaccins beschikbaar en betaalbaar worden voor iedereen. Dat is belangrijk. De regering-Trump zegt trots te zijn op haar leiderschap bij de VN en als agent van mensenrechten en vrede over de hele wereld, terwijl juist deze Amerikaanse regering enkele van zijn meest vitale eigen doelen en principes ondermijnt: Federale agenten vallen demonstranten in de Amerikaanse straten aan, op langdurige Amerikaanse steun aan programma’s voor de gezondheid van vrouwen wordt bezuinigd en de VS overtreft inmiddels een corona-dodental van 200.000.

Vrede komt niet voort uit kracht, memoreerde Maxman, maar uit een gedeelde inzet voor regels, die iedereen ten goede komen, en uit wederzijds respect. Oplossingen voor de armoede, de ongelijkheid en de onrechtvaardigheid, die zoveel mensen hier in de Verenigde Staten en over de hele wereld aan den lijve ervaren, kunnen alleen worden gevonden door samen te werken aan een gedeelde vooruitgang en niet door er de ogen voor te sluiten en te proberen om winst te maken ten koste van gemeenschappen en gezinnen.

Ik heb veel waardering voor zijn boodschap en zijn lef. Voor het werk van de VN heb ik dat altijd al gehad. Jammer dat er zo weinig belangstelling voor is.

Wie de inbreng van Trump en Maxman’s reactie daarop zelf wil lezen, kan die vinden in de hieronder vermelde bron.

Bron: “Trump pitchte zijn visie op een globale orde – in strijd met het VN-Handvest” door Abby Maxman via InterPressService op 23 september 2020.

Robert Skidelsky

Ons kabinet stelt de laatste tijd consequent ‘dat we ons uit de crisis moeten investeren’. De Britse econoom John Maynard Keynes (1883-1946), die ik hoog heb zitten, zou het hier roerend mee eens zijn geweest. Net als Robert Skidelsky (1939-heden), emeritus professor politieke economie aan de Universiteit van Warwick, een plaats in de buurt van Birmingham. Het laatste van de 5 boeken, die Skidelsky over Keynes publiceerde, had de treffende titel “The Return of the Master”. Het verscheen in 2009 en zal afgelopen tijd veelvuldig zijn herlezen. Sneller dan tijdens de crisis van 2008 wendden regeringsleiders zich deze corona-maanden voor oplossingen van de economische stagnatie tot Keynes. Toen destijds de ergste storm leek overgewaaid en de economie weer enigszins opkrabbelde, verdwenen de ideeën van de Britse econoom echter weer op de plank. Wat volgde was een orthodox bezuinigingsbeleid dat resulteerde in een onnodig langzaam herstel van de Europese economieën.

Voor een duurzaam, nieuw economisch verhaal moeten we nadenken over de relatie tussen monetair beleid en fiscaal beleid, over de rol van centrale banken; hoe kunnen we fiscaal beleid verankeren in het systeem?”, stelt Skidelsky. Keynes geloofde dat economieën niet automatisch een natuurlijk punt van volledige werkgelegenheid bereiken, een voorwaarde voor brede welvaart. Om dit soort gaten in de markt op te vullen, dienen overheden een actieve rol te spelen in de economie. Na de Tweede Wereldoorlog opteerden de meeste landen voor dit keynesiaanse model en deze periode wordt nu wel eens omschreven als ‘de gouden jaren van het kapitalisme’: de economie groeide gestaag en de hele samenleving profiteerde mee. Het was bij ons de tijd van ‘Spreiding van kennis, macht en inkomen’ (1973-1977). Maar in de jaren zeventig ontstond er ruis op de lijn. Stijgende inflatie zorgde voor onrust. Het keynesiaanse gedachtegoed werd als schuldige aangewezen en “de conservatieven zochten naar een manier om hun belang, het belang van de kapitaalbezitters, weer voorop te stellen”, zegt Skidelsky, “Inflatie gaf ze een perfect excuus om dit te doen. Inflatie was de vlag, waaronder de kapitaalbezitters zeilden, maar het doel was om de staat terug zijn hok in te sturen.” Nu is het door de maatregels tegen de coronavirusverspreiding hoog tijd voor een nieuw economisch model, waarin niet de markt, maar mens en natuur centraal staan. “De economie moet humanistisch zijn en niet efficiëntie als einddoel nemen”, vindt hij.

Het nieuwe narratief – dat vind ik een geschikter woord dan paradigma – moet een combinatie zijn van wat goed was aan het keynesiaanse model èn een toekomstgerichte filosofie, een ethisch gedachtegoed. De ethiek is weggesneden uit de economie en dat moet teruggedraaid worden. Economen moeten zichzelf steeds afvragen: wat willen we bereiken? Waar willen we heen? Willen we waarde creëren of welzijn? Want die twee doelen vragen om heel verschillend beleid.

Hij vervolgt: “De orthodoxe economie pretendeert een bepaalde zekerheid te bieden over de loop van de economie, maar dit is een schijnzekerheid. Kijk naar de impact van het coronavirus. Niemand weet hoe dit zich zal ontwikkelen. Daarom moet je vooropstellen dat we in een onzekere wereld leven. En deze onzekerheid als basis nemen, zoals Keynes dat deed. Om deze onzekerheid heen kunnen we een systeem creëren dat redelijk voorspelbaar werkt. De markt verandert van dag tot dag, dus kan ze geen voorspelbaarheid bieden. De overheid is langzamer, als een deinend schip op zee, en is daarom veel geschikter voor een sturende rol.

Over hoe deze sturende rol eruit zou moeten zien, heeft Skidelsky verschillende ideeën. “Eén mogelijkheid is het omvormen van de overheid tot de werkgever of last resort. Iedereen, die geen baan kan vinden in de private sector, krijgt er een van de overheid. Dat vind ik een belangrijk idee, want het zorgt automatisch voor balans: als de economie goed draait, zijn overheidsinvesteringen niet nodig en zal het aantal publieke banen afnemen. Wanneer de economie slecht draait heeft zij behoefte aan overheidsinvesteringen en neemt het aantal publieke banen vanzelf toe. Daarbij komt het geld direct terecht bij de mensen die het snel weer zullen uitgeven, het grote minpunt van monetair beleid. Stel je voor, voor het eerst sinds de industriële revolutie zal er geen werkloosheid meer zijn.

Keynes vond dat economie een middel moet zijn om een goed leven te leiden, en geen doel op zich. Anders doe je niets dan rondjes rennen, zoals een hamster of muis dat ook in een rad kan doen. Het hele punt van ‘genoeg hebben’, is dat je een keer stopt. Het coronavirus beschouwt Skidelsky daarmee ook als een test voor onze manier van leven. Je moet niet stoppen omdat je wordt gedwongen door de grenzen van de aarde, je zou moeten stoppen omdat je het punt bereikt hebt waarop je een voldaan en goed leven kunt leiden.

Bron: “De ethiek moet terug in de economie” door Diederik Baazil in DeGroeneAmsterdammer op 14 september 2020.

Publicaties van Robert Skidelsky:

1967: Politicians and the Slump

1969: English Progressive Schools

1975: Oswald Mosley

1983: John Maynard Keynes: Hopes Betrayed, 1883-1920

1992: John Maynard Keynes: The Economist as Savior, 1920-1937

1993: Interests and Obsessions: Historical Essays (Macmillan)

1995: The World After Communism: A Polemic for our Times (Macmillan)

1996: Keynes (Oxford University Press: Past Masters)

2000: John Maynard Keynes: Fighting for Britain, 1937-1946

2009: Keynes: The Return of the Master

2012 met zijn zoon Edward Skidelsky: Hoeveel is genoeg? Geld en het verlangen naar een goed leven

Wir waren wieder zusammen (um Musik zu machen)

Toen het woensdagavond donker begon te worden, vertrok ik op de fiets met mijn cello in een koffer op de rug. Bij de Woudkapel in Bilthoven ontmoette ik enkele medemuzikanten. Buiten wachtten we totdat degenen, die al naar binnen gegaan waren, hun handen ontsmet en zichzelf geregistreerd hadden. Nadat ik dezelfde procedure gevolgd had, zocht ik in de kapel mijn plaats: twee stoelen met een briefje met mijn naam erop.

We waren weliswaar met 4 van de 5 cellisten, maar slechts met 3 fluitisten, even zoveel violisten, 2 klarinettisten, de pianist (v); kortom zo’n beetje de helft van de circa 30 muzikanten. Corona-angst, vakantie en daadwerkelijke ziekte waren er de oorzaak van dat we met zo weinig waren. Vanwege corona vervalt de in november geplande muziekuitvoering, werd ons verteld.

Na het stemmen van onze instrumenten begonnen we met de bewerking van een aria, die Johann Sebastian Bach in 1718 gecomponeerd heeft. “Bist du bei mir, geh ich mit Freuden Zum Sterben und zu meiner Ruh…” We moesten wennen aan het spelen in de kerkzaal van de Woudkapel. Normaal spelen we er in een zaal, waar we dicht op elkaar zitten. Nu hadden we stuk voor stuk alle ruimte, waardoor ik mijn eigen instrument beter hoorde dan anders, maar de aanwijzingen van onze dirigent (v) wat minder goed. Ik vond het een feestje om hier inmiddels na een half jaar weer samen met zoveel andere instrumenten en partituren muziek te maken.

In de pauze werd ons verzocht een voor een achter, aan een tafel, iets te drinken te halen wanneer niemand anders dat deed, en minstens anderhalve meter afstand van elkaar te houden.

Daarna vervolgden we met een bewerking van de Boléro, die Maurice Ravel in 1928 heeft gecomponeerd. Daaraan heb ik nog een bijzondere herinnering. Oververhit arriveerde ik ergens rond 1986 op weg naar Spanje na een flinke klim onder de brandende zon in Marlet, een laatste dorp in een dal dat in de Franse Pyreneeën ligt. Ik trad een donker etablissement binnen, toen juist die Boléro opgezet werd. Met het aanzwellen van de muziek ontwaarde ik steeds meer mensen in dat café. Aan het eind van het stuk voelde ik me weer de oude en zag ik weer normaal. Maar goed, dat was toen, en zo repeteerden we woensdagavond 6 muziekstukken van nog levende en overleden componisten om daarna, ik vrolijk en voldaan, weer op te breken. Op de terugweg was het nog even spannend in het pikkedonker met mijn cello op de rug over een hobbelig bospaadje om een slagboom heen te fietsen, maar de kop is eraf. We hebben weer gerepeteerd en dat we voorlopig geen uitvoering zullen geven, maakt mij niets uit.

Julian Paul Assange; journalist, programmeur & internetactivist

Haast iedereen zal wel iets weten van Julian Assange. De een zal zelfs sympathie voor hem opbrengen vanwege zijn bijdrage om geheime informatie over de oorlog in Irak – via WikiLeaks – te publiceren, sommigen zullen hem zelfs een held vinden vanwege de integere manier waarop hij dat gedaan heeft. De ander zal hem zien als een ondermijner van het gezag. Beiden hebben volgens mij gelijk. De vraag lijkt mij of we onze regeringen zò vertrouwen dat ze er van ons geheimen op na mogen houden, ook als die geheim zijn omdat ze de banaliteit van het kwaad, dat onze regeringen begaan, blootleggen. Dan zijn er ook nog mensen die hem zien als een staatsgevaarlijke terrorist, die mensen op belangrijke posities in gevaar brengt, of als een verkrachter, maar dat zijn mensen die volgens mij de aantoonbaar onjuiste verhalen van trollen zijn gaan geloven.

Het gaat over serieuze zaken van leven en dood, recht en vrijheid. WikiLeaks is sinds 2007 een klokkenluiderssite. Erop staan allerlei geheime berichten over contacten tussen regeringen en hun ambassades of tussen regeringen onderling. Daarmee willen de mensen achter WikiLeaks aantonen dat er veel gebeurt waarvan gewone mensen bewust onwetend gehouden worden vanwege een verborgen agenda van regeringen. In oktober 2010 publiceerde WikiLeaks zo’n 400.000 documenten over de oorlog in Irak. Op één van de films is ondermeer te zien dat het Amerikaanse leger Irakese burgers en journalisten doodt. Dit filmpje schokte de wereld en dit feit was voor publicatie via The Guardian, en ik meen me te herinneren ook The New York Times, en WikiLeaks niet bekend gemaakt.

Ik behoor, door wat ik in de loop van de tijd gelezen heb, tot de beide eerste groepen. Al ben ik geen rechter, de integere werkwijze van Assange, waarmee hij desondanks onder meer het staatsgezag van Nederland en de Verenigde Staten van Amerika ondermijnde, maken hem wat mij betreft tot een sympathieke held, die direct vrijgelaten moet worden.

Best actueel allemaal, want op 7 september beginnen in Londen de zittingen waar het Brits gerecht zal vonnissen of gehoor gegeven zal worden aan het uitleveringsverzoek, dat de Verenigde Staten van Amerika over Assange aan de Britse regering deed.

Afgaande op de eenzame opsluiting, die Assange in Belmarsh Prison ondergaat, een maximaal beveiligde gevangenis voor terroristen en zware misdadigers, en de manier waarop het Britse gerecht de voorbereidende zittingen heeft geleid, moet ervan worden uitgegaan dat er geen sprake zal zijn van een rechtszaak waar de rechten van de verdediging worden gerespecteerd. Assange heeft immers geen toegang tot zijn eigen dossier en kan in Belmarsh slechts sporadisch overleg plegen met zijn advocaten. Sinds begin maart 2020 heeft hij geen enkel privé-contact meer gehad met zijn advocaten. Tijdens de voorbereidende hoorzittingen voor de organisatie van de rechtszaak werd Assange achter glas geplaatst, waar hij niet kon meeluisteren met de zitting en zijn advocaten niet rechtstreeks kon spreken. Een Spaans veiligheidsbedrijf blijkt bovendien jarenlang audio- en video-opnames van alle bewegingen en gesprekken van Assange in de ambassade van Ecuador in Londen te hebben gemaakt, waaronder dus ook de gesprekken met zijn advocaten. Deze opnames zijn doorgegeven aan de Amerikaanse inlichtingendiensten CIA en FBI.

Een goedkeuring van het uitleveringsverzoek is nagenoeg zeker en dat zou volgens mij een onrecht zijn, waar alle journalisten voor moeten uitkijken. Of ze nu in het zogenaamd Vrije Westen werken en wonen of in een ander land. De rechtspraak in de onvolprezen VS zal voor Assange evenmin volgens het recht verlopen.

Leve de grondwet!

Leve onze verworven rechten!

Leve de eerlijke rechtspraak vrij van politieke invloed!

Hier is een link naar https://wikileaks.org/ om er zelf eens te kijken.

Bronnen: “Brits gerecht oordeelt vanaf 7 september over voortbestaan onafhankelijke onderzoeksjournalistiek” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 1 september 2020 en “WikiLeaks: wat is WikiLeaks eigenlijk?” via MensEnSamenleving op 3 september 2020.

Onze band met Egypte

Egypte is een mooi land langs de vruchtbare Nijl met archeologische bijzonderheden, piramiden, de Sfinx en met dreigende oorlogsconflicten met buurlanden, een gemuilkorfde pers, duizenden politieke gevangenen, een militaire regime en onvrije verkiezingen. Het Egyptische regime heeft een permanente noodtoestand uitgeroepen. Critici en tegenstanders worden door civiele of militaire rechtbanken in massaprocessen veroordeeld; doodstraffen worden veelvuldig uitgesproken. Ook tegen minderjarigen. Er zijn talloze meldingen van geweld door de Egyptische kustwacht en marine tegen vluchtelingen. Aan de landsgrenzen wordt zelfs regelmatig met scherp op vluchtelingen geschoten. Omdat er geen opvangcentra zijn, worden gearresteerde vluchtelingen opgesloten in gevangenissen, kazernes en politiebureaus waar ze geen perspectieven hebben en de omstandigheden slecht zijn.

Na de staatsgreep van legerleider Abdul Fatah al-Sisi in 2013 en het daarop volgende geweld tegen de oppositie in Egypte kwam de Europese Unie tot een niet-bindend besluit om wapenexportvergunningen op te schorten voor materieel dat kan worden gebruikt bij interne repressie, en om andere wapenexport en militaire samenwerking te ‘heroverwegen’.

Dit jaar waren er nog bronnen, die melding maakten van Egyptische deelname aan de zeeblokkade. Het Britse Oxfam en de Duitse omroep Deutsche Welle meldden dat Egypte oorlogsschepen had gestuurd om te helpen met een door Saoedi-Arabië geleide zeeblokkade van Jemen. De Nederlandse regering heeft desondanks de wapenhandel naar Egypte onlangs versoepeld, omdat Egypte niet meer actief betrokken zou zijn bij de maritieme blokkade van Jemen.

Juli jl. liet de Nederlandse regering het parlement zelfs weten toestemming te hebben gegeven voor het exporteren van militaire commando-, communicatie- en controlesystemen en militaire radar naar de Egyptische marine. Een wapenleverantie met een omvang van een omvang van € 114.038.400. Hoewel de Nederlandse overheid geen bedrijfsgevoelige informatie wil geven, is inmiddels bekend dat deze militaire technologie is bedoeld voor een Duits MEKO-fregat. De technologie wordt geleverd door de Nederlandse tak van het Franse Thales-concern. Omdat er mogelijk nog 5 van dezelfde schepen zullen volgen, kan de order uiteindelijk uitkomen op een totaalbedrag van ruim € 660.000.000.

Thales is een bijzonder bedrijf in Nederland. Samen met Damen en Fokker vormt het de top-3 van militaire bedrijven. Het maakt ook apparatuur voor kustwachtschepen, die de buitengrenzen van Europa afgrendelen voor vluchtelingen en had in 2019 een omzet van € 459.000.000, een winst van € 39.000.000 en 66% van de totale verkoop was export.

Egypte is een militaire partner van Saoedi-Arabië. Tussen 2014 en 2018 was Egypte in omvang na Saoedi-Arabië en India de 3de wapenimporteur van de wereld. Vanuit de Verenigde Staten van Amerika ontvangt het land rond de $ 1.300.000.000 per jaar aan Foreign Military Financing, uit te geven aan de Amerikaanse wapenindustrie. Maar Egypte bestelt zijn militaire leveranciers tegenwoordig ook in China, Europese landen en Rusland.

Egypte levert wapens aan Libië, maar de marine is daar niet bij betrokken. In Egypte worden op grote schaal mensenrechten geschonden, maar fregatten worden bij dat geweld niet gebruikt. Egypte steunt de Saoedische oorlogscoalitie in Jemen politiek en zou dat officieel niet meer militair doen. En er bestaat volgens de Nederlandse regering ook geen risico dat de MEKO-fregatten gaan worden ingezet in agressief buitenlands beleid of bij territoriale claims. Dus volgens de Nederlandse regering hoeft – met uitzondering van de vluchtelingen – niemand zich zorgen te maken en zijn de economische voordelen van deze wapenleveranties en werkgelegenheid ook belangrijk. En volgens de Nederlandse regering zou ook niemand zich zorgen hoeven maken over een toenemend militair geweld in die regio en in de wereld. Gaat u maar lekker slapen.

Bron: “Brutaal repressief regime Egypte beschikt vrij over Nederlands (en Belgisch) wapentuig” door Wendela de Vries en Martin Broek via DeWereldMorgen op 28 augustus 2020.

Een groot politiek falen van Westerse democratieën

Het nieuwe coronavirus is de ernstigste bedreiging voor de volksgezondheid door een ademhalingssysteemvirus sinds de Spaanse griep van 1918. Om de 15 seconden sterft er iemand aan COVID-19, zoals COrona VIrus Disease afgekort wordt. ‘Disease’ is het Engelse woord voor ziekte en ‘19’ slaat op het jaar 2019, waarin het virus ontdekt werd. Wereldwijd zijn er nu bijna 800.000 doden door dit virus geteld.

Het is een catastrofe, die volgens Richard Horton vermeden had kunnen worden. Horton is nu 25 jaar hoofdredacteur bij The Lancet, een medisch tijdschrift dat door wetenschappers uit de sector beschouwd wordt als een van de meest toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften. Hij is dus niet de eerste de beste en hij is uiterst kritisch over de aanpak van de coronacrisis in het Westen. Hij heeft het in zijn laatste boek “The COVID-19 Catastrophe. What’s gone wrong and how to stop it happening again” over “gemiste kansen en ontstellend verkeerde inschattingen, die geleid hebben tot de vermijdbare dood van tienduizenden burgers”. De onnodig vele doden ziet hij als het “bewijs van systematisch wangedrag van de overheid, roekeloze nalatigheden, die een inbreuk vormen op de plichten van openbare gezagsdragers”. Hij onderbouwt zijn aanklacht met de tijdlijn van de ontwikkeling van de pandemie:

30 december 2019: in de Chinese provinciehoofdstad Wuhan worden stalen genomen van de longen van een patiënt met een mysterieuze longontsteking. Het blijkt om een coronavirus te gaan. Diezelfde dag alarmeert een oogarts zijn directe collega’s over het bestaan van dit nieuwe SARS-virus.

31 december: De lokale overheden lanceren een gezondheidswaarschuwing. Die melden ze ook aan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

1 januari: De markt van Wuhan wordt als ‘vermoedelijke bron van besmetting’ gesloten. De WHO zet een taskforce op om de lokale uitbraak in Wuhan te onderzoeken.

4 januari: De WHO waarschuwt de wereld via Twitter over het nieuwe coronavirus in Wuhan.

5 januari: De WHO verspreidt een meer formele officiële melding van de corona-uitbraak.

10 januari: De WHO werkt technische richtlijnen uit over het opsporen van het virus, het testen en de aanpak van patiënten met symptomen.

12 januari: Chinese wetenschappers isoleren het virus en brengen het genoom ervan in kaart. Die kennis publiceren ze onmiddellijk. Op dat moment gaat men er nog van uit dat het virus alleen van dier op mens wordt overgedragen en niet van mens op mens.

13 januari: De WHO waarschuwt dat er mogelijke besmette patiënten in andere landen kunnen opduiken en vraagt de landen om dit goed in de gaten te houden.

22 op 23 januari: Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de WHO, probeert op een spoedbijeenkomst een internationale medische noodsituatie (PHEIC) uit te roepen. De 193 landen, die lid zijn van de organisatie, worden het daarover niet eens.

23 januari: Wuhan gaat in quarantaine.

24 januari: Wetenschappers uit Hong Kong publiceren een onderzoek waaruit blijkt dat het virus overgedragen kan worden van mens op mens. De Lancet publiceert zijn eerste artikel over het nieuwe virus (2019-nCoV). Op basis van ervaringen met het SARS-virus staan er aanbevelingen in ter preventie. De eerste klinische beschrijving van de ziekte die het virus veroorzaakt – later COVID-19 genoemd – wordt ook gepubliceerd.

29 januari: China publiceert een rapport over de eerste 99 gehospitaliseerde coronapatiënten. Daaruit blijkt dat 33% moet worden opgenomen op de Intensive Care en dat de sterftegraad maar liefst 11% bedraagt. Daardoor gealarmeerd starten de Chinezen in Wuhan de bouw van nieuwe ziekenhuizen met een capaciteit van 16.000 bedden. Uit de eerste studies blijkt ook dat vooral ouderen het hoogste risico lopen om zwaar ziek te worden en te sterven.

30 januari: De WHO kondigt alsnog de internationale medische noodtoestand af.

31 januari: Wetenschappers aan de universiteit van Hong Kong waarschuwen dat het virus een wereldwijde epidemie kan worden als er niets ondernomen wordt. Om een pandemie te voorkomen, kunnen volgens hen drastische maatregels nodig zijn die de mobiliteit beperken in besmette gebieden: indien nodig zal menselijk contact sterk moeten worden gereduceerd: geen massabijeenkomsten, sluiten van bedrijven en scholen, werken vanuit huis, … .

Februari: In het begin van de maand duiken in de Westerse landen de eerste coronagevallen op. In België was dat op 3 en in Nederland op 27 februari jl.. In de loop van de maand wordt het duidelijk dat Italië af te rekenen heeft met een ongemeen felle uitbraak van het virus. In Wuhan worden de spiksplinternieuwe ziekenhuizen met 16.000 bedden voor COVID-19 patiënten in gebruik genomen. Westerse regeringen daarentegen beschouwen het coronavirus nog steeds als een ‘griepje’. In België schrijft viroloog Marc Whatelet in een open brief op 28 februari dat België te weinig doet om zich voor te bereiden op een mogelijke corona-pandemie.

De tijdlijn spreekt voor zichzelf: De signalen waren duidelijk genoeg. De regeringen waren voldoende gewaarschuwd, maar legden de vroege waarschuwingen naast zich neer. Alarmkreten vanuit de virologische wereld werden zelfs belachelijk gemaakt. Minister De Block bestempelde viroloog Marc Whatelet als een ‘dramaqueen’. Trump zette Fauci, zowat de meest gerenommeerde immunoloog van de Verenigde Staten van Amerika, weg als ‘onruststoker’, maar reeds in februari hadden de Westerse regeringen alle aanbevelingen, zoals die op 31 januari vanuit Hong Kong, ook kunnen opvolgen, aldus Horton.

Mij was het vanaf het begin onduidelijk waarom wij hier RIVM-maatregels opstelden, die anders waren dan die welke de WHO voorstelde. Ik vond het onbegrijpelijk dat elk land, dat lid is van de WHO, zijn eigen anti-coronaverspreidingsbeleid invulde. De eerste verantwoordelijkheid van een regering is haar zorgplicht tegenover de burgers. Daarom is de aanpak van de coronacrisis volgens Horton “het grootste politieke falen van de Westerse democratieën sinds de Tweede Wereldoorlog”. Maar, deze boodschap van incompetentie is niet welkom in de Westerse media en in medische en politieke kringen. “Het is in strijd met een geopolitiek verhaal dat China bestempelt als een land dat negatieve en destructieve invloed uitoefent op de internationale relaties”. Helaas is het begrijpelijk dat de Westerse landen hun eigen falen bagatelliseren en op zoek zijn gegaan naar een zondebok. Zo mank is het vaker in de geschiedenis van de mensheid gegaan. En zo gaat het dus nog steeds; ook (of juist?) in landen met een Westerse beschaving.

Horton toont in zijn boek met heel wat concrete voorbeelden aan dat de meeste Westerse regeringen aanvankelijk met tegenzin maatregels namen om het zeer besmettelijke virus te bestrijden. Daardoor werd volgens hem kostbare tijd verloren. De verspreiding van een virus is exponentieel, hoe vroeger men optreedt hoe minder het de kans krijgt om zich te vermenigvuldigen. In de beginfase van de eerste golf, vóór er maatregelen werden genomen, had het virus amper 10 dagen nodig om zichzelf te vermenigvuldigen met 10. Deze fenomenale vermenigvuldigingssnelheid was eind januari al zichtbaar in de gepubliceerde Chinese statistieken. Dat wil zeggen dat indien de overheden in het Westen 10 dagen eerder hadden ingegrepen, het besmettingsniveau 10x lager was geweest en dat geldt ook voor het aantal doden achteraf. En indien de overheden 20 dagen eerder hadden ingegrepen, was het besmettingsniveau en het aantal doden 100x lager geweest, en 30 dagen eerder 1.000x minder van beide*. In China hadden ze dat met hun alarmgeroep, de bouw van nieuwe ziekenhuizen en hun maatregels tegen verspreiding van het nieuwe virus kennelijk direct begrepen.

Verder is volgens Horton COVID-19 niet ‘een gebeurtenis’, maar ‘het begin van een nieuw tijdperk’. Hij citeert Arundhati Roy, die het virus beschrijft als “een portaal; een poort tussen de ene wereld en de volgende”. Er is geen weg terug. Onze omgang met COVID-19 heeft een kwetsbaarheid van onze beschaving aan het licht gebracht. Het idee van vooruitgang zal vanaf nu een nieuwe invulling krijgen. Horton denkt dat COVID-19 heel wat zal veranderen: regeringen zullen hun leiderschap proberen te verbeteren en zullen meer op internationaal en regionaal vlak gaan samenwerken. De staat zal heruitgevonden moeten worden, net als de gemeenschap (‘community’). De volksgezondheid zal erdoor versterkt worden en het welzijn van de gezondheidswerkers zal meer au sérieux genomen worden. Ook de medische wetenschap zal nu een zet omhoog krijgen. Ik hoop dat hij daarin gelijk krijgt.

* Maar wanneer er 1.000x minder besmettingen geweest waren en even zoveel minder doden en ernstig zieken, zou iedereen zich natuurlijk beklaagd hebben over ‘een overmatig ingrijpen van de overheid voor een griepje’. Dat hoor je zelfs nu we kunnen weten wat er te weten valt.

Bron: “COVID-19 en de schuldige nalatigheid van de Westerse regeringen; een boekbespreking van ‘The COVID-19 Catastrophe. What’s gone wrong and how to stop it happening again’ (18 juni 2020) door Richard Horton, uitgegeven door Polity Press” door Floor Peeters via DeWereldMorgen op 27 augustus 2020.

Roekeloos

Nergens hoorde ik er iets over, maar de dag dat we mondiaal meer aan grondstoffen verbruiken en aan afval produceren, dan dat de aarde in een jaar kan herproduceren en zuiveren is inmiddels alweer 3 dagen geleden. Dankzij de ingrijpende maatregels om zo’n beetje overal op de wereld het verspreiden van Covid-19 tegen te gaan, viel deze datum dit jaar 3 weken later dan in 2019, maar toch nog in augustus, de 8ste maand van het jaar.

Het begin van de overschrijding van ons mondiaal verbruik en onze mondiale afvalproductie over wat de aarde terug kan leveren en zuiveren begon in 1970 en is daarna met golvende bewegingen steeds verder toegenomen. Inmiddels zouden we jaarlijks (!) 1,6 Aarde nodig hebben om in balans te blijven. In 2020 is de totale ecologische voetafdruk ten opzichte van 2019 met een historische 9% gedaald als direct gevolg van de maatregelen die wereldwijd zijn genomen tijdens de COVID-19-pandemie. Daardoor nam bijvoorbeeld de CO2-uitstoot af (-15%) en de mondiale houtkap (-8%). Toch zijn ook deze verbeteringen van onze ecologische voetafdruk veruit onvoldoende om ons een duurzame toekomst in het vooruitzicht te stellen. Bovendien ontbrak het daarbij aan een gerichtheid om in balans te komen met wat de aarde kan om er als totale mensheid op den duur te kunnen overleven, want overal blijkt economie (om preciezer te zijn: economische groei die enkelingen ten goede komt) voor te gaan op dierenwelzijn, duurzaamheid en natuur en hier en daar zelfs op milieu, voedselveiligheid en volksgezondheid.

Als wat ‘tot nu toe dit jaar in België gebeurde’ de mondiale norm geweest was, zou de mensheid al op 5 april jl. meer verbruikt en vervuild hebben dan de aarde in een jaar terug kan leveren en zuiveren. Wanneer de ecologische voetafdruk van wat ‘tot nu toe dit jaar in Nederland heeft plaatsgevonden’ in heel de wereld de norm was geweest, zou dat vanaf 3 mei jl. het geval geweest zijn. Kortom en voor u vast geen nieuws: we leven met elkaar op het vlak van verbruiken en vervuilen naar wat de aarde kan terugleveren en zuiveren op veel te grote voet.

En wanneer we nergens aandacht besteden aan de gevolgen van ons gezamenlijk gedrag in relatie met de grenzen aan wat de aarde ons te bieden heeft, kunnen we ons er ook niet druk over maken en zelfs gewetensvol doorgaan met te doen wat we doen (en ons eventueel druk maken over datgene waaraan onze media wel aandacht besteden). “Vrijheid” noemen we deze roekeloosheid.

Alleen in De Wereld Morgen las ik er een stukje over: Bron: “Earth Overshoot Day valt op 22 augustus: een historische, maar ontoereikende daling van onze ecologische voetafdruk” door het Wereldnatuurfonds België, via DeWereldMorgen op 21 augustus 2020.

Twijfels

Afgelopen maandagavond zou ik rond acht uur vertrekken naar de Dolomieten. Ik zou met mijn auto gegaan zijn. Naast mij een doos met cd’s en cassettebandjes om in de stilte van de nacht naar te luisteren. Achterin zou ik mijn rugzak gelegd hebben met alles om direct de bergen in te gaan. En een tafel en stoeltje voor als ik uit de bergen zou komen, want mijn gewoonte is, voor ik de terugreis aanvaard, eerst weer op krachten te komen op een gewone camping.

Twijfel over heel deze onderneming noopte mij om er nog even vanaf te zien. Ik ben op het moment te onevenwichtig voor zo’n reis, wat misschien samenhangt met de zevende neurofeedback-sessie van de maandag daarvoor. Ik kom er niet aan toe mijn plannen goed voor te bereiden en twijfel om ten zuidwesten van Bolzano de mij iets bekendere Dolomieten in te gaan, of juist naar een heel nieuw gebied ten oosten van Trento. Dat veel campings en hotels in Noord-Italië dicht zijn en er per regio andere regels gelden om Covid-19-besmetting tegen te gaan, doet mij afvragen hoe verantwoord het is om juist nu naar de Dolomieten te gaan en daarvoor ruim 1.000 km door Duitsland, Oostenrijk en Italië heen en weer te gaan rijden. Ik vraag me af wat te doen wanneer ik op de terugweg vanwege Corona-maatregels Oostenrijk of Duitsland niet meer in mag. En hoe groot is de kans achteraf verplicht enige tijd in quarantaine te moeten? Ik heb geen zin mijn spullen in te pakken en de warmte van de afgelopen dagen helpt me daar ook niet bij. De warmte maakt mij loom en moe, zeker als ik even niets hoef.

Maar misschien heb ik een onbewust voorgevoel dat het domweg onverstandig is om te gaan, om een of ander onheil te voorkomen, bijvoorbeeld een verkeersongeval.

Ik geef toe aan mijn onzekerheden. Dat heb ik altijd gedaan. Het is niet erg om plannen te laten varen. Door iets niet te doen, ontstaan mogelijkheden voor iets anders. Zal ik mijn huis gaan schilderen? Mijn garage, die ik als schuur gebruik, eens goed opruimen? Daar was ik al aan begonnen. Een vriendin heeft me onlangs zelfs geholpen foto’s te maken van wat anderen eventueel nog zouden kunnen gebruiken. Of, als het wat koeler is, mijn tweede zolder eindelijk eens goed opruimen? De eerste heb ik wel opgeruimd, maar in die tweede ligt nog allerlei spul onaangeroerd sinds ik negen jaar geleden hierheen verhuisd ben. Of zal ik toch maar een zwembad aanleggen in mijn tuin, want dat zal met de toekomstprognoses een uitstekende investering zijn, naast een airco voor mijn huis?

Weer thuis

Het voelt een rijkdom eigen domein te bezitten
Om zonder voorbespreking te kunnen doen en laten
Hoewel jammer weer muren te moeten witten
kan ik weer overal zijn waar zij steeds zaten

want m’n huisgenoten wonen nu elders in het land
Een uit elkaar geschroefd bed staat in de gang
Sopje hier en stapels wasgoed in een mand
Ze bleven ook dit keer mij nèt iets te lang

Mijn huis, ik blijk aan bijzonderheden zeer gehecht
Ik her-ontmoet het nu ik ’t leeg heb teruggevonden
Ik kijk geen tv, dus digitenne heb ik opgezegd,
Cello en stoelen terug naar waar ze eerder stonden

Het zal ze goed gaan, voorlopig verderop verblijven
Zo leven zij in hun wereldje van hop naar her
Ik mis mijn familie, mijn land blijft mij beklijven
maar hier wil ik zijn, al is het ver, en veel te ver.

Hoewel jammer weer muren te moeten witten
kan ik weer overal zijn waar zij steeds zaten
Heerlijk mijn eigen wereldje zo te gaan bezitten
Thuis
……….Te kunnen doen en er geruisloos ook te laten