Zo lang de zon schijnt…

Op 22 oktober jl. bevond ik mij op het Museumplein in Amsterdam om met 6 tot 8.000 anderen te tonen tegen ondertekening van ‘het vrijhandelsverdrag CETA’ te zijn. Een demonstratie heet zoiets. Tevoren had ik nog even met een vriend in de Van Baerlestraat koffie gedronken. Het Museumplein oplopend was overduidelijk dat de Socialistische Partij aanwezig was; dichterbij de massa bleek het een gemêleerd gezelschap van ex-Auschwitz/Birkenau-gevangenen, Foodwatch, Greenpeace, Milieudefensie en vakbonden en van Groenlinks, enkele vertegenwoordigers van de Partij van de Arbeid, de Partij voor de Dieren, als vermeld de Socialistische Partij en enkele politieke partijen die nog niet in de Tweede kamer zitten. En mensen zoals ik die namens zichzelf daar ‘protesteerden’.

Wat doen die oud-Auschwitz/Birkenau-gevangenen daar?” vraagt u zich misschien af. Zij waarschuwden voor mogelijk kwalijke uitwassen van marktdenken en kapitalisme door er op te wijzen dat het I.G. Farben-industriecomplex Buna indertijd achter de dwangarbeid van de gevangenen zat: tegen de laagst mogelijke kosten, te weten fysiek net in leven gehouden worden en overgeleverd aan volstrekte rechteloosheid en willekeur, leverden de gevangen hun arbeid voor dit bedrijf en andere bedrijven. Deze ex-gevangen zien parallellen met CETA en TTIP, waarin eveneens arbeidsrechten (beloning, ontslagrecht en uitkeringen) omwille van ongebreidelde winsten voor multinationals ingeperkt worden.

Lode Vanoost hekelt de term ‘vrijhandelsverdrag’ voor CETA en TTIP. Een meer accurate omschrijving vindt hij: ‘Verdragen ter bescherming van exclusieve rechten van buitenlandse investeerders tegen elke mogelijke inmenging door openbare overheden, parlementen en maatschappelijke organisaties’.

Dit vast redactielid van De wereld Morgen vindt het ook wel wat lang, maar zo’n titel dekt de lading van de 1.598 pagina’s tekst juister dan een term die riekt naar gemakkelijker handel.

Ik vrees dominantie van grootbedrijven over economie en politiek, doordat overheden hun mogelijkheden opzeggen om arbeiders, dieren, gewone mensen, klimaat, milieu, (tarieven voor medicijnen en binnen de -) gezondheidszorg en de zwakkere mensen in de samenleving tegen knechting, misleiding en uitbuiting te beschermen. Sterker, onder dreiging van miljardenboetes door grootbedrijven, die zelf nauwelijks belasting afdragen, beschermen die bedrijven zich met CETA, TiSA en TTIP tegen wat zij ‘onbetrouwbare overheden’ noemen; maar wat overheden zijn die het – wellicht op basis van voortschrijdend inzicht – opnemen voor wat van ‘algemeen belang’ is. Wanneer die boetes betaald worden, resteert nòg minder geld voor het algemeen belang dan nu al onder het Verdrag van Maastricht mogelijk is.

Veel mensen hebben geen idee over wat CETA, TiSA en TTIP inhouden en laten zich leiden door de misleidende naam die naar vrijhandel verwijst en door de schamele mededelingen over dit soort verdragen via onze media. Net zo min hebben zij een idee erover hoe ons dagelijks leven beïnvloed wordt door het Verdrag van Maastricht (1992) en het Verdrag van Lissabon (2007). Zolang de zon schijnt, smaakt een biertje buiten in de tuin of op het terras lekker.

Ik maak mij zorgen, ondermeer over dit soort onethische verdragen. Ik maak mij zorgen, omdat kennelijk zelfs zulke maatregels door onze volksvertegenwoordigers niet resoluut van de onderhandelingstafel geveegd zijn.

Voor mij is het dus geruststellend dat de Franstalige deelparlementen de afgelopen dagen dwars zijn blijven liggen. Het is de vraag of zij dat tot donderdag, de dag dat het verdrag door ‘Canada’ en ‘de EU’ ondertekend zou worden, volhouden. Steekhoudend leek mij de opmerking van de minister-president van het Franstalige deel van Wallonië Paul Magnette, die het ondemocratisch vindt om zijn regering zo onder druk te zetten. In de ogen van ‘zijn’ minister van Energie, Huisvesting, Lokale Besturen en Steden Paul Furlan is een deadline geen manier van onderhandelen. En het fijne weet ik er natuurlijk ook niet van, maar voor degen die denken dat ‘de Walen’ dan eerder aan de bel hadden moeten trekken: de socialistische regeringspartij PS zegt dat hun vragen over het verdrag al twee jaar onbeantwoord blijven.

Bronnen: “Wallonië en CETA of de neoliberale nachtmerrie van democratische inspraak in de economie” door Lode Vanoost via http://www.dewereldmorgen.be op 21 oktober 2016 en “Walen blijven bij hun ‘nee’ tegen vrijhandelsverdrag” door de buitenlandredactie van de Nederlandse Omroepstichting via de app van http://www.nos.nl op 24 oktober 2016.

Belangrijke aanvulling bij het nieuws

Gisteren, vrijdag 15 oktober jl., werden we ’s avonds op het 8 uur journaal weer eens onjuist ingelicht, althans onvolledig. Het ging over het Waalse afwijzen van het voorliggende CETA-Verdrag. Nou is het voor Nederlanders, die gewend zijn door één parlement geregeerd te worden, ook wel wat veel gevraagd de staatsinrichting van onze zuiderburen te snappen. Toch had daar verteld moeten worden dat de Brusselse, Franstalige en Waalse deelparlementen zich verzetten tegen het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) tussen Canada en de Europese Unie (EU). Ook de voorgeschiedenis wordt nimmer juist verteld, alsof onze media-journalisten er baat bij zouden hebben een eenzijdig en onvolledig verhaal te vertellen.

‘Eufemisme’ is een manier van zeggen waarmee iets mooier, vriendelijker en/of minder onaangenaam wordt voorgesteld dan het in werkelijkheid is.

Onze TV-persoonlijkheden doen het steeds weer voorkomen alsof dit voorliggend verdrag alleen gaat over een minder ingewikkelde handel tussen gewone bedrijven in Canada en de lidstaten van de EU. Lode Vanoost daarentegen vult in ‘De wereld morgen’ het hiaat dat Nederlandse media zij aan zij willens en wetens niet vullen. Slechts in 4 A4-tjes legt hij uit hoe het zit. Ik vind dat zeer lezenswaard voor wie wil begrijpen wat zich in onze wereld afspeelt.

Vanoost legt veel uit in een kort bestek, en wat ik er het meest belangrijk aan vind – om het hier kort te houden – is het volgende:

Uiteindelijk gaan CETA, TiSA en TTIP over een keuze tussen twee modellen voor onze toekomst:
1. het behoud van een parlementaire democratie die de maatschappelijke keuzes vastlegt en het kader van de economie en de politiek bepaalt of
2. de economische en politieke macht overdragen aan een kleine groep mensen die grote bedrijven vertegenwoordigt.

Welke beslissing u ook neemt, we dringen er bij u op aan niet te bezwijken voor dezelfde tactieken die werden gebruikt om de Canadese bevolking te misleiden en af te schrikken, om zo onze democratie te ondermijnen ten voordele van buitenlandse investeerders”, schreven een aantal Canadese academici het deelparlement van Wallonië op 17 oktober jl.. Zij zeggen te beschikken over uitgebreide gemeenschappelijke expertise over de regeling van disputen tussen investeerders en staten (ISDS) en verwante aangelegenheden in handels- en investeringsakkoorden van Canada. Immers, Canada heeft met NAFTA, het North American Free Trade Agreement tussen Canada, Mexico en de Verenigde Staten van Amerika sinds 1994 al een geschiedenis met zo’n verdrag als CETA. Hun conclusie op basis van die ervaringen is dat CETA het overheidsbeleid onmogelijk zal maken op gebieden als arbeidsrecht, tarifering van geneesmiddelen, gezondheidszorg, landbouw, openbare aanbestedingen en openbare diensten.

Na een eventuele ondertekening van het CETA-verdrag op 21 oktober aanstaande blijft volgens mij verzet tegen deze eufemistisch aangeduide “vrijhandelsakkoorden” even zinvol als ervoor. Degenen die dit met mij eens zijn, zie ik graag op 22 oktober vanaf 13.00 uur op het Museumplein in Amsterdam.

Klik hier voor het artikel waarin Vanoost de staatsinrichting in België kort uitlegt en de voorgeschiedenis van CETA en TTIP overzichtelijk beschrijft, inclusief de context waarbinnen deze verdragen zijn opgesteld.

Klik hier voor het artikel van Vanoost over de brief van Canadese academici aan het deelparlement van Wallonië. Dit artikel bevat ook een link naar bedoelde brief van 2 A4-tjes met 3 A4-tjes aan bijlagen met namen, gegevens en verwijzingen naar andere documenten.

Klik hier of bijvoorbeeld hier voor meer informatie over het verzet tegen CETA, TiSA en TTIP op 22 oktober aanstaande.

En voor wie beter geïnformeerd wil worden dan volgens mij door Nederlandse media mogelijk is, probeer de Nederlandstalige ‘De wereld morgen’, ‘Knack’ of ‘Trends’ van onze zuiderburen eens…

Bronnen: “CETA-verdrag tegenhouden is TTIP-verdrag tegenhouden” en “Wallonië krijgt steun uit Canada tegen CETA” door Lode Vanoost via http://www.dewereldmorgen.be respectievelijk op 14 en 17 oktober 2016,

Nederland ontwikkelingsland

De politiek gaat bij ons weer even tot discussies leiden. Hebben we 3½ jaar politiek beleefd als amusement waarvan we weliswaar iets kunnen vinden, maar waar niets aan te doen valt, de politici zoeken zo langzamerhand de burger weer op. Immers er moet (overdrachtelijk) gevochten worden om de kiezersgunst. Degenen die in 15 maart 2017 de moeite gaan nemen om hun stem uit te brengen moeten verleid worden door
1.    stoere taal die niets te maken heeft met afgesloten internationale verdragen zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (1954), het Verdrag betreffende de status van staatlozen (1954), het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (1966), het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (1966), het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (1966), het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (1979), het Verdrag inzake de rechten van het Kind (1989) of het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (2006),
2.    harde maatregels tegen vermeend onrecht ook al is dat niet in lijn met het eerste artikel van onze grondwet, met wat een overheid vermag of de fundamenten van onze rechtsstaat,
3.    goede ideeën waar politici kennelijk een tijdlang niet opgekomen zijn waaronder het terugdraaien van eerdere wetgeving en
4.    meelevende retoriek.

Wanneer een politicus met een plan komt, wordt zijn of haar integriteit en persoonlijkheid in een kwaad daglicht gesteld in plaats van het gesprek aan te gaan wat voor wie juist zou zijn. We kopiëren de Amerikaanse omgangsvormen, kun je zeggen.

En ondertussen komen steeds meer mensen – ook in Nederland – in de problemen. Nederland telt volgens de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek 421.000 kinderen in gezinnen met een laag inkomen. Dat is 1 op de 8 kinderen. Van hen groeien 131.000 kinderen op in een gezin waarin het inkomen langdurig laag blijft. Dat is 1 op de 25 kinderen. Ze lopen het risico dat ze onvoldoende eten en kleding krijgen, sociaal buitengesloten worden en een toekomst waarin zij altijd een laag inkomen zullen hebben. Armoede is dus het toekomstperspectief voor 4% van onze bevolking.

We zouden een politieke debat moeten voeren over wat er mis is in de politiek waardoor echte misstanden soms het resultaat zijn van ons overheidsbeleid.

Geen kind verdient het om aan de zijlijn te staan”, reageert Jetta Klijnsma; onze PvdA-staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het kabinet trekt jaarlijks € 100.000.000 extra uit voor de bestrijding van armoede onder kinderen, bleek op Prinsjesdag. “Zo kunnen die kinderen ook mee op schoolreisje en kunnen ze meedoen met sport en muziekles”, voegt Klijnsma toe. Geen woord erover dat dit niets nieuws is en dat het gevoerde beleid klaarblijkelijk dit gevolg heeft. Maar ja, ze reageert tenminste nog.

Ik vind het beschamend dat in een land met veel geld, zoals Nederland, kinderrechtenorganisaties als ‘Defence for Children’ en ‘Save the Children’ zich genoodzaakt voelen een oproep aan onze regering te doen voor concrete maatregelen om armoede van honderdduizenden Nederlandse kinderen te bestrijden. In plaats van extra geld ‘beschikbaar’ te stellen, zouden we het politieke debat moeten voeren over wat er mis is in de politiek waardoor dit de praktijk van ons overheidsbeleid is. Kom er maar eens om op TV of in een zaaltje…

Bron: “Concrete maatregelen nodig tegen armoede bij kinderen in Nederland” door het Algemeen Nederlands persbureau via http://www.nu.nl/binnenland, en https://mensenrechten.nl/internationale-verdragen; beide op 11 oktober 2016.

Tegengif

De nieuwe Engelen* is uit en ik las gisterenavond met rode oortjes dat CDA-minister van Financiën Onno Ruding in 1992 op de vooravond van het Verdrag van Maastricht zei: “Als we een economische en monetaire unie hebben, kan een land als Nederland niet meer vrijelijk de begrotingstekorten naar eigen genoegen opfokken (sic!). Brussel gaat opleggen wat kan en niet kan. Sommigen betreuren dat je die vrijheid kwijtraakt. Ik niet, ik juich dat toe. Natuurlijk versterkt dat de positie van de minister van Financiën. Je kunt Brussel gebruiken om ministers en parlement in het begrotingsgareel te houden.” Ofwel concurrentieverschillen kunnen in een Europese muntunie niet langer worden opgevangen door de munt te devalueren, maar vereisen verlaging van de arbeidskosten door de arbeidsmarkten te flexibiliseren, de rechts­bescherming van werknemers te ontmantelen en de verzorgingsstaat af te breken.

Het doel van de euro lijkt een geheime agenda te zijn waarin een kleinere overheid met een geringere rol in de economie is opgenomen. Dit althans is de analyse van de gelauwerde Amerikaanse Nobelprijswinnaar econoom Joseph Stiglitz.

Hoewel de Britse econoom John Maynard Keynes in zijn magnum opus uit 1936, ‘The General Theory of Employment, Interest and Money’, al omstandig had uitgelegd dat salarissen, uitkeringen en zekerheid niet alleen een kostenpost zijn, maar ook koopkracht en dus consumptie en groei, lijkt ‘Europa’ dat vergeten. Stiglitz schrijft in zijn meest recente boek ‘De euro’: “De grondleggers van de euro werden geleid door ideeën over hoe economieën functioneren die weliswaar in de mode maar desalniettemin overduidelijk verkeerd waren. Zij geloofden heilig in de heilzame werking van markten maar hadden geen benul van hun beperkingen en wat er nodig is om markten goed te laten functioneren.” Waarbij ‘goed’ verwijst naar ‘goed voor iedereen’, in plaats van naar ‘goed voor het grootbedrijf’.

In 1919 zette het desastreuze Verdrag van Versailles een kettingreactie in gang die in 1933 leidde tot de machtsovername door de nazi’s en in 1939 tot de inval in Polen.

In twee woedende hoofdstukken laat Stiglitz in ‘De euro’ geen spaan heel van de 3 programma’s die de trojka Griekenland sinds mei 2010 heeft opgelegd. Volgens Stiglitz heeft de trojka zo ongeveer alles fout gedaan wat ze maar fout kon doen: procyclische bezuinigingen, verkeerd ontworpen lastenverzwaringen, noodfinanciering die in het Noorden werd geframed als steun voor ‘luie’ Grieken maar die in werkelijkheid terechtkwam bij ‘verwende’ Duitse en Franse bankiers, potsierlijke privatiseringsprogramma’s die de staat kostbare inkomsten scheelden, wel snijden in pensioenen en niet in de aanschaf van peperdure Duitse duikboten en te late en te geringe schuldafwaardering. “Doormodderen” is volgens Stiglitz “een uiterst gevaarlijk scenario waar hoge kosten aan zijn verbonden, zowel economisch, politiek als sociaal. In ‘De euro’ waarschuwt hij op het eind: “Ik heb een hervormingsagenda geformuleerd voor de structuur van de eurozone en voor het economische beleid dat de eurozone dient te volgen zodra een van haar leden in crisis verkeert. Deze hervormingen zijn economisch niet ingewikkeld; noch zijn ze institutioneel lastig te realiseren. Maar zij vereisen wel een modicum [lees: ‘een klein beetje’; GjH] aan Europese solidariteit – het soort solidariteit dat fundamenteel anders is dan het zelfmoordpact waar sommige Europese leiders om roepen.

Stiglitz is een kleinkind van de “Grote Depressie” in de jaren ’30 van de 20e eeuw. Daardoor is het zijn angst voor populistische fragmentatie, waarmee de dwingende kracht van de omstandigheden is omgeven, die hem heeft ingefluisterd met zijn ‘De euro’ een laatste poging te wagen Europese politici als PvdA-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem op te roepen te luisteren naar hun betere zelf voor het te laat is.

We weten nu dat de roep van John Maynard Keynes in 1919 en 1936 vergeefs was. Het is een open vraag of dat nu anders zal zijn.

En dan nog wat tegengif voor economisch optimisme: uit de nieuwe editie van de jaarlijkse Global Competitiveness Index door het World Economic Forum (WEF) uit Davos blijkt dat Nederland de beste economie heeft van de Europese Unie en wereldwijd de 4de plaats inneemt. Dat lijkt voor iedereen goed nieuws maar is het niet. Het WEF meet slechts de gastvrijheid van landen voor multinationals. Gekeken wordt naar de kwaliteit van het onderwijs, de infrastructuur en het rechtsstelsel; hetgeen belastingbetalers mogelijk maken. Het kijkt naar de flexibiliteit van de arbeidsmarkt, want u en ik moeten gemakkelijk ontslagen en opgeroepen kunnen worden en de laagst mogelijke lonen moeten afgedwongen kunnen worden. Het kijkt naar de competitiviteit van het belastingstelsel, want slecht een ééncijferig percentage aan belastingen willen multinationals aan de fiscus afdragen. En het kijkt naar de omvang van het innovatiebeleid, hetgeen gaat over subsidiemogelijkheden die u en ik weer als belastingbetalers bijeen brengen.

Wanneer er een economisch vergelijkend rapport verschijnt over de stand van zaken in verschillende landen met als variabelen armoede, private schulden, de hoogte van salarissen, de leefbaarheid van uitkeringen, afhankelijkheid van voedselbanken, de kwaliteit en kwantiteit van werk en werkloosheid, het relatief aantal zelfmoorden en toegankelijkheid van de zorg scoort Nederland vast en zeker een stuk slechter. En dit zijn de variabelen waar u en ik dagelijks mee te maken hebben, tenzij lezers van dit blog leven van de aandelen in multinationale ondernemingen.

Bronnen: “Overal vingerafdrukken van het grootbedrijf, Joseph Stiglitz’ antiserum tegen het neoliberalisme” en “Tijdgeest, de economiecolumn”, beide door Ewald Engelen in De groene amsterdammer van 5 oktober 2016. Klik hier voor het artikel of hier voor de column van Engelen.

Klik hier om het deel van de TV-uitzending “Buitenhof” van 2 oktober jl. terug te kijken waarin Pieter Jan Hagens spreekt met Joseph Stiglitz.

_____________________
* Vanwege de voor mij kwalitatief substantiële bijdrage aan De Groene van deze week door Ewald Engelen noem ik hem dit keer ‘De Engelen’.

Kijken, opwinden en verder zappen

Het televisieoptreden van maandag 26 september jl. met de twee wereldleiders in spe heeft veel belangstelling: een harde mannelijke miljardair kreeg all over the world zendtijd met een zachte vrouwelijke miljardair. Verschillende mensen hadden het er gisteren over. Dat “De Amerikanen zullen moeten kiezen tussen een gek en een oorlogsstoker” zeiden zij niet, want dat werd de Fransen via RTS-Info voorgekauwd.

Het ‘debat’ werd ingeleid door 84.000.000 Amerikanen vals voor te lichten. De als ‘onpartijdig’ voorgestelde (non-partisan) ‘Commission on Presidential Debates’ is wel degelijk partijdig. Het doet alsof wat niet Democratisch of Republikeins is in de Verenigde Staten van Amerika (Amerika) niet bestaat. Ongemerkt werd tijdens het ‘debat’ onder andere Jill Stein, presidentskandidaat voor de US Green Party, uit de zaal gezet. Ook onvermeld in de berichtgeving over het ‘debat’ waren de betogingen voor ‘Black Lives Matter’ (BLM) door studenten van de universiteit, waar de uitzending geregistreerd werd. BLM is de beweging die strijdt tegen de moorden op zwarte Amerikanen door de Amerikaanse politie.

De thema’s zouden zijn: ‘Amerika beveiligen’, ‘de richting voor Amerika’ en ‘welvaart bereiken’.

Wat niet aan bod kwam: armoede, abortus, belastingontduiking door multinationals, drugsbeleid, gezondheidszorg, immigratie, toenemende inkomens- en vermogensongelijkheid, klimaatverandering*, milieu, het minimumloon, ontwikkeling van de derde wereld, de rechten van homofielen, lesbiennes, transgenders en travestieten, de oplopende schulden voor studenten, het recht op privacy, voedselveiligheid en de weg naar wereldvrede. Clinton kreeg geen vragen over haar duurbetaalde toespraken voor bedrijven en grote banken, laat staan over het feit dat de inhoud van die toespraken geheim worden gehouden. Er werden ook geen vragen gesteld over de macht van de grote Amerikaanse bedrijven over de economie en over de politiek.

Wat wel aan bod kwam: banen, de belastingaangifte van Donald Trump, belastingen voor de rijken, cyberaanvallen vanuit Rusland, het erkennen van de verkiezingsuitslag, de e-mails van Hillary Clinton, het geboortecertificaat van Barack Obama, Clintons uiterlijk, Islamitische Staat, wie al dan niet de oorlog in Irak had gesteund en ras.
* Klimaatverandering kwam even aan bod, omdat Clinton er een keer naar verwees, niet omdat de moderator er naar vroeg.

Trump blijkt als uitkomst van dit ‘debat’ voorstander te zijn van een “No-first-use-policy”, de beleidskeuze om nooit als eerste kernwapens in te zullen zetten in een conflict. Clinton is (net als Obama) wel bereid als eerste kernwapens af te vuren.

We kijken met elkaar naar zo’n live televisiedrama, of naar de hoogtepunten er uit (wat feitelijk dieptepunten zijn) en nemen voor kennisgeving aan wat er gezegd wordt. We denken er in onwetendheid het ‘onze’ van. En we zijn vervreemd van het gevoel dat het voor het leeuwendeel van de mensheid dieptriest is dat net deze twee mensen in het zadel gehesen zijn. Een minderheid van de Amerikanen, want een hoge opkomst wordt niet verwacht, gaat straks uit deze twee mensen een wereldleider kiezen die elk op hun eigen manier de status quo in onze wereld zullen verdedigen.

Bron en doorverwijzing: “Waar het debat Clinton-Trump niet over ging” door Lode Vanoost via http://www.dewereldmorgen.be op 28 september 2016; Klik hier voor het gehele artikel met allerlei links naar alternatieve berichtgevingen over dit ‘debat’.

Nieuws van prinsjesdag dat er wel toe doet

Terwijl wij in Nederland de glazen koets, hoeden, jurken, kleding en het doen en laten van ons koningspaar, onze oud-vorstin en het troonrede-gezwets van huiskamercommentaar voorzagen – en de intellectuelen onder ons ook nog de miljoenennota over waar ons belastinggeld in gestoken gaat worden en de rituele parlementaire dans van de nieuwsmakers, politieke partijen en trendwatchers daaromheen becommentarieerden – was er ook echt nieuws. Niet in Nederlandse media, maar in Belgische: Het Trade in Services Agreement (TiSA) gaat regelrecht in tegen de besluiten van de klimaattop COP21 van Parijs.

Uit de analyse van de TiSA-documenten door Greenpeace Nederland/(notabene) blijkt:
– dat drinkwaterbedrijven, energiebedrijven en onderwijs-instellingen voor altijd winstbejagende ondernemingen moeten blijven,
– dat democratisch gekozen parlementen minder, en bedrijven meer invloed op de wetgevende macht krijgen,
– dat er geen onderscheid meer mag worden gemaakt tussen meer en minder schadelijke fossiele brandstoffen, waardoor beperking van het gebruik van de meest schadelijke brandstoffen, zoals bruinkool, schaliegas, steenkool en teerzandolie, onmogelijk wordt gemaakt,
– en dat last but not least deze regels en wetten niet meer veranderd mogen worden (‘stand still’).

Kortom, met TiSA vereeuwigt het kapitalisme met steun van conservatieven, liberalen en zelfs met steun van sociaal-democraten zijn greep op maatschappelijke keuzes. Hiermee eindigt de democratie. Terwijl tegelijkertijd de democratie met de onetische CETA- en TTIP-verdragen eveneens afgeschaft wordt, maar dat wisten we al; of konden we al weten…

Google en Facebook horen niet te beslissen over privacyrechten,
banken horen zichzelf niet te reguleren,
en de sector van de fossiele brandstoffen macht geven over het milieubeleid van overheden is net zo absurd als de tabaksindustrie het gezondheidsbeleid laten bepalen
”,
aldus ‘internationaal campagneleider TTIP’ Susan Cohen Jehoram over TiSA. En wie zou het niet met haar eens zijn? Antwoord: onze politiek verantwoordelijken die ruim baan krijgen van het electoraat, hun kiezers die zich alleen door amusementsprogramma’s als De wereld draait door, het Journaal of Pauw laten informeren, en die zich zwaar laten beïnvloeden door de lobbyïsten voor grootbedrijven zoals banken en multinationals.

Maar u bent gewaarschuwd: oriënteert u verder dan via Nederlandse media wanneer u wilt weten waar onze politiek verantwoordelijken echt mee bezig zijn.

Dat woord ‘onetische’ gebruik ik omdat door bedrijven, die op grote schaal belastingen ontduiken en dus niet naar behoren bijdragen aan het geld dat overheden te besteden hebben, miljardenboetes opgelegd kunnen worden wanneer parlementen wetten aannemen waardoor zij minder winsten maken dan verwacht; terwijl in CETA en TTIP overeengekomen wordt dat nationale bepalingen, regels en wetten op die claims geen enkele invloed hebben.

Klik hier voor het gehele artikel dat ik hierboven in eigen woorden samenvatte. En van waaruit ook ander aanverwant onappetijtelijk leesvoer uit betrouwbare bronnen genuttigd kan worden.

Bron: “Greenpeace Nederland lekt teksten TiSA vrijhandelsakkoord” door Lode Vanoost via http://www.dewereldmorgen.be/ op 20 september 2016.

Iedereen op vakantie

Ik houdt nog even vakantie. Ik ben weliswaar door pech veel eerder ervan terug, maar geniet nu volop van mijn sociale contacten, van wat Utrecht me te bieden heeft en ik wandel extra veel. En ik verwonder me over nieuws dat ik volg: “In zeven Duitse steden waren volgens de organisatoren 320.000 mensen op de been. De politie houdt het op zo’n 180.000”. Dan gaat het over demonstraties tegen CETA, TiSA en TTIP.

Ik vraag mij ook tijdens mijn vakantie af hoe het komt dat in dat grote Duitsland zo weinig mensen iets doen tegen ontwikkelingen die mensen als u en ik momenteel het meest bedreigen.

Ik beschouw momenteel – naast veel goeds dat ons leven ons in dit deel van de wereld te bieden heeft – als grootste bedreigingen voor ons aller welzijn van ‘a’ tot ‘w’:
– de afkeer die de Europese Unie (EU) oproept bij mensen die te leiden hebben onder het beleid van deze unie (de door stemming gebleken EU-afkeer van de inwoners van Groot-Brittannië, de EU-afkeer van heel veel Grieken, Ieren, Italianen, Portugezen en Spanjaarden, en ook de EU-afkeer van veel mensen in alle andere unielanden).
– het gebrek aan politieke interesse, of het gebrek aan inzicht dat heel veel van onze belevenissen door de politiek ‘gestuurd’ worden,
– klimaatverandering,
– de (neo-)liberale koers die de EU gaat, die onherroepelijk tot allerlei maatschappelijke spanningen gaat leiden. Bovenstaande verdragen zie ik als bekroningen op 35 jaar neoliberaal uniebeleid, waarbij de macht van multinationals dan eindelijk wettelijk vastgelegd zal gaan worden,
– de ontwikkeling mensenrechten en bescherming van de privacy uit te hollen en los te laten waardoor schenders van mensenrechten in de ene staat door de elite in een andere omarmt worden en
– de walging die de EU oproept bij de mensen buiten deze unie.

Ik verwonder mij erover dat mijn zorgen niet alom gedeeld worden. Ik lees dus dat 180 tot 320.000 mensen in Duitsland de straat opgegaan zijn om ongunstig tij te keren. Dat betekent dat zaterdag jl. ruim 80.500.000 Duitsers – net als ik – andere dingen belangrijker vonden.

Ik denk steeds aan de luisteraars naar het orkestje op de Titanic; lekker doorfeesten met ons allen, ook al is mondiaal, maar voor ons meestal buiten gezichtsveld, 1 op de 120 mensen ontheemd.

Maatschappelijke spanningen nemen toe. Net als ongelijkheid. De macht van rijken op aarde wordt ongelimiteerd uitgebreid ten koste van de knechting van anderen. Ook van mensen zoals u en ik in geïndustrialiseerde rijke landen, en vooral ook van mensen in armere ontwikkelde landen en het meest nog overal buiten ons gezichtsveld.

Ik houd toch nog even vakantie, maar op 22 oktober ga ik de straat op. Tegen CETA, TiSA en TTIP.

Bron: “Protesten in Europese steden tegen TTIP en CETA” door de buitenland-redactie van NOS via http://nos.nl op 17 september 2016.

Keurig geklede mensen, maar gevaarlijk als wat

Ook mijn vakantie zit erop. Daarom heb ik vanmorgen 34 documenten gescand en 35 documenten ge-upload. Eén bestand stond er al op mijn computer. De correspondentie met de juristen, die mij helpen het mijne te krijgen, is daarmee na zo’n 3 uur computeren weer up to date. In de tijd dat nog niemand ervan wist heb ik met het geld, dat ik op dat moment niet nodig had, een paar woekerpolissen afgesloten. Van ‘Stad Rotterdam Verzekeringen’ wisten we toen alleen dat het de oudste Europese verzekeringsmaatschappij op het vasteland van Europa was. De naam van het oorspronkelijke bedrijf was “Maatschappij ter discontering ende beleening der Stad Rotterdam anno 1720”. Dat wekt toch wel vertrouwen. Ten onrechte dus. Door – de rechter mag te harer of zijner tijd zeggen of zij ‘vals’ waren – voorwendselen blijft de waarde van de polissen achter op mijn verwachtingen.

Voor mijn vakantie was ik aan dat scannen en uploaden niet toegekomen. Nu ik eerder van mijn bergtocht terug ben dan gepland, is er volop tijd dit soort van dingen op mijn gemakje te doen.

Vannacht had ik ook “De kleine Piketty” uitgelezen. Dat gaat zo’n beetje over hetzelfde: binnenwettelijk verplaatst geld zich van overheden en privé-personen naar enkele rijken. Naar van die mensen die om het hardst (laten) roepen dat vrije handel nodig is en dat belastingen op arbeid en vermogen not done zijn, omdat het juist voor mensen als u en ik nodig zou zijn dat geld vrij besteed kan worden; dat we een kleine overheid nodig hebben, nòg verdere versoepeling van het ontslagrecht, zo min mogelijk regels en dat alleen vrijhandelsverdragen als CETA, TTIP en regelingen als TiSA antwoorden bieden op economisch opkomende landen zoals China. Door de sinds 1980 tot stand gebrachte deregulering zijn er nu al mensen, die rijker zijn dan landen, maar dergelijke gigarupsen Nooitgenoeg zijn nog lang niet uitgegeten. Zij gebruiken hun mogelijkheden het maatschappelijk debat – voor zover dat niet over Moslims, Rusland of het uitsluiten van vluchtelingen gaat – over de meest bedreigende kapitalistische en liberale ontwikkelingen van deze tijd naar hun hand te zetten. Deze gigarupsen zijn niet rijk geworden door de arbeid die zij verricht hebben, maar – volgens De kleine Piketty – doordat kapitaal nu eenmaal harder groeit naarmate men er meer van heeft. Mensen zoals u en ik – ik kom als het ware ook in De Kleine Piketty voor – die geld voor ‘later’ wegzetten, hebben een grote kans dat hun geld nauwelijks nog wat waard is wanneer zij het gaan aanspreken. Bijvoorbeeld door woekerpolissen.

Voor de ingewijden: uit Piketty’s onderzoek blijkt: r > g, ofwel rijk wordt je alleen van bezit en vermogen; met werken kun je jezelf hopelijk van levensonderhoud voorzien; uitzend- en oproepkrachten misschien nèt. Dat komt mede doordat we steeds meer moeten betalen aan allerlei diensten, voorzieningen en zorg. Pas wanneer je met verdiend geld relatief risicoloos kunt gaan beleggen kun je rijk worden. Echt rijke mensen kunnen risico’s spreiden en dure juristen betalen voor advies of gewoon om haar of zijn zin te krijgen.

Voor de niet ingewijden: ‘r’ staat voor ‘rendement op vermogen’, ‘g’ voor ‘groei van het nationaal inkomen’ en ‘>’ voor ‘is groter dan’, ofwel van werken wordt men niet rijk en relatief steeds armer naarmate de tijd vordert… Bij werken vergroot men weliswaar het nationaal inkomen, maar door rendement uit eigendom oogst men veel meer profijt.

Ja, de vakantie zit erop; bij gebrek aan steenrijke ouders, ga ik toch maar weer eens aan het werk… om in mijn levensonderhoud te voorzien, dus.

Bronnen: “De kleine Piketty” (2014) door Wouter van Bergen en Martin Visser en uitgegeven door Uitgeverij Business Contact in Amsterdam en Antwerpen, en “Stad Rotterdam Verzekeringen” via https://en.wikipedia.org op 12 september 2016.

Ga nog even niet rustig slapen

Zoals steeds weer op 21 november was ik ook in 1981 op 21 november jarig. Dat is al bijna 35 jaar geleden. Voordat er die dag bij mij thuis feest gevierd zou worden toog ik toentertijd eerst naar Amsterdam. Samen met 419.999 anderen. We deden dat om tegen kernwapens te demonstreren. Leuzen als ‘ban de bom’ en ‘raketjes zijn niet netjes’ kwamen veelvuldig op de spandoeken voorbij.

Ook toen, ik heb het in me, was ik me ervan bewust dat veel van mijn medestanders andere motieven hadden dan ik. De uitkomst van hun redenering was weliswaar ‘Tegen kernwapens’, maar hun beweegredenen waren vaak anders.

En daar moet ik aan denken als ik over een van de grootste bedreigingen voor Europese democratieën nadenk: de zogenaamde ‘vrijhandelsverdragen’ CETA en TTIP. Ook al zou het waar zijn dat de onderhandelingen over TTIP in het slop zitten, degenen die hun bedenkingen tegen deze verdragen hebben doen er goed aan nog geen “Victorie!” te kraaien. En vooral niet op hun lauweren te rusten.

In de eerste plaats verschillen de motieven van de Duitse vice-kanselier en minister van economie Sigmar Gabriel en ook die van de Franse president François Hollande wezenlijk met de werkelijke bedreigingen voor het kunnen blijven functioneren van onze Europese democratieën. Gabriel en Hollande hebben er geen enkel bezwaar tegen dat grootbedrijven, die door democratisch vastgestelde wetten winsten denken mis te lopen, een miljoenengreep of miljardengreep kunnen doen in de potten met door ons allen bijeengebrachte belastinggelden. Zo zijn de winsten van grootbedrijven verzekerd en zo zie ik de in deze vrijhandelsakkoorden opgenomen arbitrage. Het zijn ISDS-verdragen; voluit Investor State Dispute Settlement-verdragen. Alleen al een dergelijke arbitrage-procedure als agendapunt voorleggen zou voor mij een gegronde reden zijn het gehele onderhandelingsprogramma af te breken. Het is een misdadig voorstel, maar Gabriel en Hollande hebben geen enkel bezwaar tegen deze economische misdrijven.

Sinds – zover ik kan nagaan – het Verdrag van Maastricht ijvert de Europese Unie (EU) om een ongebreidelde vrije markt van grootbedrijven aan de wereld op te leggen. Het dit jaar bekritiseerde Oekraïne-verdrag is er een goed voorbeeld van. Net als eerdere wetgeving, die de EU bijvoorbeeld in het Verdrag van Maastricht al in 1992 aannam, beperken deze ‘vrijhandelsverdragen’ nog veel meer mogelijkheden voor nationale parlementen een eigen koers te gaan waar het gaat om een verbod op fracking, de uitstap uit kernenergie, verplichte labeling van ingrediënten, leefmilieunormen en last but not least arbeids- en sociale wetgeving.

Én: al zou TTIP stranden, dan hebben we als we even niet opletten met CETA het paard van Troje al binnengehaald.

De mond vol over ‘transparantie’, blijken de huidige Europese bestuurders over zaken met uitermate verstrekkende gevolgen volstrekte geheimhouding in het belang van de besluitvorming te vinden. Het geldt voor de ‘vrijhandelsverdragen’, voor de discussies erover en voor de arbitrageprocedures waaraan gesleuteld wordt en ook zodra die ingesteld zijn: geheimhouding blijft van alles wat ter zake doet ‘troef’. En dan is er nog het Trade in Services Agreement (TiSA) dat de privatisering van zowat alle overheidsdiensten wil organiseren van gezondheidszorg, onderwijs, openbaar vervoer tot post. Dit zijn geen verdragen tussen ‘staten’, maar gewoon afspraken tussen machtige economische elites die alles voor hun winsten doen, ongeacht de gevolgen voor alles (echt alles) en iedereen (afgezien van miljonairs, die gezien worden als onze redders). Deze verdragen worden enkel gesteund door een machtige lobby van een economische toplaag die alle heil ziet in de overname door hun bedrijven van de nationale Europese economieën.

Kortom, ga nog even niet rustig slapen en blijf met de politie ‘waakzaam en dienstbaar’. De kritiek, die nu vanuit Duitsland en Frankrijk komt – en niet van Nederlandse regeringsleiders – is niet gericht tegen de aard van deze zogenaamde vrijhandelsakkoorden, maar slechts tegen enkele specifieke onderdelen in één van de 3: TTIP.

Bronnen: “Duits-Franse TTIP-kritiek is tactisch spel om verzet te verwarren” door Lode Vanoost via http://www.dewereldmorgen.be en http://www.isgeschiedenis.nl; beide op 31 augustus 2016.

Elke tijd zijn gedachten

Meneer V(…) uit het Sabuhuis probeerde uit te leggen hoe diep het bezuinigingsbeleid ingrijpt op zijn verzorging. Het bleek moeilijk konkreet te maken. Ontevreden was hij wel. Op een weinig zichtbare manier worden we doordrongen met gif.

Dit was mijn gedachte ‘516’ ergens in 1986, 30 jaar geleden. Door deze zonnige dagen thuis op te ruimen, kwam ik hem tegen in een boekje dat begint met gedachte 415.

Precies dezelfde gedachte had natuurlijk ook van latere of recente datum kunnen zijn, maar – en hier gaat het mij om – niet uit de periode 1950 – 1980.