2019 (minus de rest van vandaag t/m 31 december)

Econoom Joseph Stiglitz, 76 jaar, schopt nog altijd heilige huisjes omver. In zijn nieuwste boek “Winst voor iedereen” fileert hij ons neoliberale economische model tot op het bot. Voor veel mensen, die nu leven, is een economisch model als dat van John Maynard Keynes ondenkbaar, maar juist dat model bracht na de Tweede Wereldoorlog tussen de jaren ’50 tot ’80 heel veel welzijn en zekerheid onder de mensen. En daarmee rust in onze samenleving, terwijl ook toen Nederland nog lang niet ‘af’ was.
Na de jaren ’80 zijn we, velen onwetend, het neoliberalisme gaan aanhangen. Het idee dat wanneer de rijkste bedrijven en mensen tevredengesteld worden hun tevredenheid doorwerkt naar de onderste lagen van de bevolking (Trickle-down). Ons huidig economisch model maakte mogelijk dat bijna 40 jaar later de 31 rijkste Nederlanders dit jaar hoogstwaarschijnlijk 10% rijker afsluiten: samen bezitten zij volgens Quote € 179.800.000.000 en het afgelopen jaar kwamen er in Nederland 6 miljardairs bij. Tegelijk is een record gebroken wat betreft de protesten in Nederland wegens onderbetaling, personeelstekorten en gebrek aan waardering (lees: beloning & secondaire arbeidsvoorwaarden). Op wereldschaal is het leed dat mensen elkaar aandoen, èn de wereld als leefomgeving, getuige bijvoorbeeld de toename van aantallen vluchtelingen, mensen die huis en haard verlaten, en de vlotte kap van tropich regenwoud om de ondergrond te exploiteren niet te beschrijven.

Maar voor mij was het zondermeer een uitstekend jaar. Straks ga ik mijn jaarlijkse oliebollen bakfestijn in de keuken houden, waarna ik hem weer helemaal schoon zal gaan maken. Dit is een mooi moment voor mij even persoonlijk terug te blikken. Ik beschikte ook in 2019 gelukkig over een fijne, betrouwbare vriendenkring, die mij desgevraagd met raad en daad bijstond. En ik hen waar ik kon. Mijn volleybalteam ervoer ik als een wekelijks feestje. Met de wisselende mensen in mijn huis kon ik het ook steeds weer goed vinden. Even dacht ik afgelopen jaar de Ware gevonden te hebben, maar helaas bleek mij dat slechts in potentie juist; deze Ware was haar eerder opgelopen psychische beschadigingen nog niet te boven gekomen. Toch had ik dat gevoel haar gevonden te hebben niet willen missen. Ik heb veel plezier aan en in mijn werk gehad en ik ben trots op wat ik er bereikt heb. In een van mijn twee banen hebben we zelfs een ware bestuurscrisis overwonnen. Met die ene baan ben ik nog niet klaar, dus daar ga ik nog 9 maanden mee door. Dan hoop ik mijzelf overbodig gemaakt te hebben. Ik genoot van een topvakantie in de Dolomieten en ik heb herinneringen aan een bijzonder stel fijne dagwandelingen, museumbezoeken en andere vakanties dichterbij. Soms ging ik alleen op stap en andere keren met anderen. Mijn best gezonde leefstijl helpt me mijn lichamelijke en mentale conditie op orde te houden. Wel schrok ik in december even van een uurtje lichtflitsen in mijn linkeroog waarna ik er een pikzwart vlekje in waarnam; dat is in mijn waarneming een soort grijze druppel geworden. Die ‘druppel’ is nog niet weg. Hoogstwaarschijnlijk is het een onschuldig ouderdomskwaaltje dat met mouches volantes aangeduid wordt, wist een vriendin me te vertellen. Financieel en door acte de présence te geven maak ik me sterk tegen sommige vormen van wat in mijn ogen onrecht is. Tenslotte mag hier niet ontbreken dat ik dagelijks veel plezier beleef aan mijn pogingen mijn cello te leren bespelen. Ik mocht het afgelopen jaar na een auditie zelfs al toetreden tot een amateur-orkest. Ook die repetitie-avonden waren voor mij een steeds terugkerend feestje.

Dan gelden er voor mij ook nog prettige vooruitzichten: financieel en materieel hoef ik mij geen zorgen te maken, vooralsnog ben ik kerngezond, mijn huidige prettige huisgenoten zullen nog wel even blijven, mijn werk, geplande en vast nog veel ongeplande ontmoetingen met vrienden en muziekvrienden, mijn cellospel waarin volgens mijn buren en docent nog steeds progressie zit, geplande en vast ook nog ongeplande museumbezoeken, dag- en stadswandelingen en vakanties. Op zijn voorstel mag ik zelfs met een zoon van mij op wintersportvakantie. En een tweede date staat voor januari in mijn agenda; wellicht met wel-de-Ware. Ook het contact met mijn belangrijkste vriend in mijn middelbare schooltijd zal in januari aangehaald worden.

Echter, last and not least laat ik mij ongemerkt steeds minder bepalen door omstandigheden en ervaar een innerlijke verzoening met het zijn wie ik ben en met de omstandigheden waarmee ik van doen heb. Hier hoef ik niet veel voor te doen; het lijkt er op dat me deze rust-in-mijn-hoofd in de schoot geworpen wordt. Mijn lijfspreuk “Wil jezelf zijn en wil niets liever dan dat” wordt steeds meer mijn leefstijl.

Bronnen: “Joseph Stiglitz: ‘We hebben luid protest nodig tegen de stille invloed van het grote geld’” door Thomas Bollen via FollowThe Monney op 28 december 2019, “Rijkste Nederlanders steeds rijker” via LinkedIn op 5 november 2019.

Economische principes zijn bedenksels (die de machtigen machtig houden)

Gisteren lunchte ik met een van mijn twee zonen. Langs mijn neus weg poneerde ik ook voor mijzelf onverwacht de stelling dat het, voor zover het aan mensen ligt, wel goed met ons gaat. Mensen zijn vaak bijzonder vriendelijk en goedwillend naar elkaar, ook naar vreemden; maar helaas drukken teveel rijken en rijke ondernemingen hun stempel op de politiek en dat benadeelt iedereen; al onze ideeën over denken dat we in een democratie leven ten spijt.

De rationalisering van ongelijkheden

En ’s avonds las ik dat Thomas Piketty zijn nieuwste onderzoek gepubliceerd heeft. De verschijning in 2013 van “Le capital au XXIe siècle” sloeg in als een bom. Hij toonde aan hoe sinds 1990 een nieuw soort kapitalisme zorgde voor een spectaculair toegenomen ongelijkheid, waarbij grote fortuinen (verworven door industrieel initiatief of door erfenis, of door combinaties van beide) veel sneller groeiden dan elke andere vorm van inkomen. Onlangs combineerde hij in ‘Capital et Idéologie’ (nog niet vertaald) een zorgvuldige analyse met visionair denkwerk. Hij toont erin aan dat elk economisch systeem een ideologie uitvindt om zichzelf te rechtvaardigen. Dat geldt en gold voor de Romeinse samenleving tot de huidige neoliberale samenlevingen, voor postkoloniale samenlevingen zoals India en voor communistische en postcommunistische landen zoals China en Rusland, voor samenlevingen waarin slavernij wijdverspreid was, zoals Brazilië, Rusland en de Verenigde Staten van Amerika, en voor landen als Iran waar een deel van het sociale en economische leven door de Islam wordt geregeld.

Piketty bespreekt een reeks historische veranderingen in economische stelsels en de manier waarop dit leidde tot nieuwe vormen van economische organisatie en – onvermijdelijk!!! – de rationalisering van ongelijkheden.

In onze geglobaliseerde wereld wordt het ideologische debat over de grenzen waarbinnen bezit verdeeld kan worden steeds scherper

De eerste conclusie in Piketty’s nieuwste onderzoek is dat ongelijkheid effectief geglobaliseerd is en de vorm aanneemt (en aannam) van verschillende “ongelijkheidsregimes”. De tweede conclusie is dat echte vooruitgang nooit het effect is geweest van grote concentraties van rijkdom. Vooruitgang werd daarentegen telkens bereikt door een streven naar gelijkheid en naar toegankelijk onderwijs voor iedereen.

Piketty legt ongelijkheidsregimes uit als telkens weer gestoeld op twee ideologische pijlers: het ene regime voor de verdeling van bezit en een ander voor grenzen aan wie toegang heeft tot bezit en rechten. In de 20ste eeuw vielen oude ongelijkheidsregimes uiteen en werden ze, met name na de Tweede Wereldoorlog, vervangen door een regime waarin herverdeling centraal stond, en waarin de categorie van wie aanspraak kon maken op de vruchten van de vooruitgang verruimd werd. Denk hierbij aan de dekolonisaties, het kiesrecht voor vrouwen en de spectaculaire verbreding van de toegang tot het voortgezet onderwijs. Nu, in een geglobaliseerde wereld, wordt het ideologische debat over de grenzen waarbinnen bezit verdeeld kan worden steeds scherper, omdat in de huidige fase van globalisering, die sinds het einde van de Koude Oorlog en met behulp van het internet z’n gang gaat, het ideologische antwoord slechts een enkele vorm aanneemt: die van “hyperkapitalisme”. En dat zorgt zowat overal op de wereld voor problemen en instabiliteit, want het leidt tot de terugkeer van een samenlevingsmodel dat in de 20ste eeuw stilaan was vervangen: een samenleving waarin de vermogende klasse het voor het zeggen heeft en waarin we opnieuw een vorm van “hyperongelijkheid” kennen die veel van het bereikte in de voorafgaande periode ongedaan maakt.

Fiscaliteit is hèt centrale instrument dat de nodige herverdeling van rijkdom kan bewerkstelligen

Een voorbeeld dat Piketty herhaaldelijk uitwerkt is de Europese Unie met haar politieke antwoord op globalisering, dat noodzakelijk is, maar in feite enkel opereert als een zone van “veralgemeende concurrentie tussen gebieden en mensen en van het vrije verkeer van goederen, kapitaal en werkenden, zonder een poging om gemeenschappelijke instrumenten te ontwikkelen voor een verbeterde sociale en fiscale rechtvaardigheid” (p990). Het regime van bezit ligt vast. De EU is boven alles een vrijhandelszone en bevoordeelt de grote vermogens die de fiscale en sociale concurrentie tussen lidstaten kunnen uitspelen en groot genoeg zijn om correcties hiervan effectief tegen te werken. Goed beleid is binnen de EU beleid dat zich aan de Maastricht-norm voor begrotingstekorten houdt. Dat heeft besparingen en privatiseringen tot gevolg en beschermt en stimuleert fiscaal private ondernemingen en fortuinen.

Individuele EU-lidstaten hebben nauwelijks nog invloed op de belangrijkste economische hefbomen en dus blijft er maar één soort macht over: de macht over de grenzen met migratie, identiteitspolitiek en de morele orde van de samenleving als de drie belangrijkste brandpunten.

Piketty kijkt naar de combinatie van twee parameters: inkomensniveaus en opleidingsniveaus. Wat dat laatste betreft ziet hij een spectaculaire toename van hoger gediplomeerden als een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de periode tussen ruwweg 1950 en 1980 waarin herverdeling het politieke paradigma vormde. Hij onderscheidt ze in “la gauche brahmane” (hoogopgeleid links, de intellectuele en culturele elite) en ‘la droite marchande” (welgesteld rechts, de elite van het geld en het ondernemerschap). Wat die eersten betreft: de sociaaldemocratische partijen zijn de partijen van de “la gauche brahmane” geworden, niet langer die van de arbeiders. In de ruimte tussen de elitaire “gauche brahmane” en de even elitaire “droite marchande” ontstond nog een derde grote politieke macht: populisme, en dan vooral in z’n “sociaal-nativistische” gedaante waarin een xenofoob nationalisme en een agressieve identiteitspolitiek vermengd worden met een reeks sociaaleconomisch herverdelende programmapunten.

Piketty ziet geen heil in dit sociaal-nativisme, maar pleit voor aanpassing van het belastingstelsel. Fiscaliteit is volgens hem (en mij) het centrale instrument dat de nodige herverdeling van rijkdom kan bewerkstelligen door veel progressievere belastingen te heffen, juist ook over de grote fortuinen en het kapitaalverkeer, om op die manier de hyperkapitalistische opeenhoping van geld af te toppen.

De huidige ongelijkheden en het hyperkapitalisme dat daarmee geproduceerd wordt zijn geen wetmatigheden en evenmin een logisch gevolg van eerdere ontwikkelingen

Regeringen zijn de instanties met een programma voor machtsuitoefening. Piketty stelt: “van zodra men verklaart dat er geen geloofwaardig alternatief bestaat voor de huidige sociaaleconomische organisatie en voor de ongelijkheden tussen klassen, is het weinig verbazend dat de hoop op verandering zich richt op een ophemeling van de grenzen en van de identiteit” (p. 1.112). Oftewel: hoe kleiner de te verdelen koek, hoe kleiner men de ruimte maakt waarbinnen de koek verdeeld mag worden. Hij benadrukt voortdurend dat deze ongelijkheden en het hyperkapitalisme, dat daarmee geproduceerd wordt, géén wetmatigheden zijn en evenmin een logisch gevolg van eerdere ontwikkelingen. Het zijn louter ideologische fenomenen, die een economisch en politiek systeem rationaliseren dat de menselijke vooruitgang tegenhoudt. En daar voeg ik modieus – geheel op persoonlijke titel – de door klimaatverandering bedreiging van menselijk leven in veel regio’s op aarde aan toe; Après nous pour les riches, le déluge pour les pauvres.

Thomas Piketty, “Capital et idéologie.” Seuil, Paris, 2019. pp. 1198
ISBN 9782021338041.

Bron “Boekrecensie van Thomas Piketty: “Kapitalisme is een ideologie”” door Jan Blommaert via DeWereldMorgen op 23 december 2019.

Aan de goede kant van de streep

Een vliegtuig laat in de helderblauwe lucht twee witte strepen achter. Ik zie het tussen twee besneeuwde bergtoppen door. Daarin zitten mensen, die andere kaartjes gekocht hebben dan ik, want ik zie het vliegtuig vanuit een stoeltjeslift. Aan mijn voeten bungelen ski’s, in mijn hand houd ik mijn skistokken vast en ik ben warm genoeg aangekleed tegen de vrieskou. Juist, ik kocht kaartjes voor een wintersportvakantie in Frankrijk.

Dagen van opstaan, ontbijten en skiën. Heel de dag laat ik me met liften de bergen opbrengen om er vervolgens vanaf te roetsjen tot er ‘thuis’ of onderweg geluncht moet worden. En aan het eind van de dag zorg ik ervoor de laatste liften naar het tijdelijk appartement niet te missen. Daarna hoeft er ’s avonds weinig meer dan wat boodschappen doen en het bereiden van een maaltijd. Ik ben samen, dus we kunnen spelletjes spelen of wat dan ook doen, of iets voor onszelf zoals nu.

De wereld zit maar raar in elkaar. Dat ik met al die andere wintersporters hier een volle week zo kan leven in een gebied dat tot “Paradiski” is omgedoopt, de mensen in dat vliegtuig, die op weg zijn naar hun nog zuidelijker bestemming, en dat weer anderen zich zoiets, als wat ik en zij daar in dat vliegtuig nu doen, nooit zullen kunnen veroorloven; misschien zelfs geen thuis hebben of geen eten.

Het is maar wat fijn om aan de goede kant van de streep te verkeren.

Er ging een schouder door de laan

Terwijl het spook van de honger voor velen allang geen spook meer is en terwijl dat andere van de klimaatcrisis rondwaart,
terwijl de wereld op veel plaatsen in brand staat,
terwijl oorlogen gevoerd worden en corrupte leiders minderheden onderdrukken, of zo’n beetje heel hun bevolking,
terwijl overal in de wereld vrouwen behandeld worden als tweederangs-burgers, of als vee,
terwijl overheden falen bij het streng onder controle houden van burgers die naar de ideeën van de machtigen een afkeurenswaardig gedrag vertonen,
terwijl moties van afkeuring nooit gesteund worden door volledige coalitiepartijen terwijl ook iedereen in een regeringspartij vrij zou zijn om ‘voor’ of ‘tegen’ zo’n motie te stemmen
modderen we met elkaar door alsof er niets bijzonders aan de hand is.

1. ING sluit 150 servicepunten in winkels
2. Natuurfotograaf Lanting wil geen instagrammers in kwetsbare natuur
3. Jarige Amalia krijgt vanaf haar achttiende jaarlijks anderhalf miljoen
4. Corruptieschikking kost Ericsson ruim 1 miljard dollar
5. Zo veranderde het imago van vuurwerk
6. Bouterse toch in beroep tegen vonnis Decembermoorden
7. Werknemer loopt warm voor nieuwe ‘fiets van de zaak’
8. Aflossingsgoud Oranje en zilver voor Schulting op 500 meter in Shanghai
9. Schippersechtpaar op intensive care door giftig gas in lading
10. Vijf voor twaalf bij PSV: ‘Vooral laten merken dat je de baas blijft’
Dit zijn op moment van schrijven de tien eerste artikelkoppen bij NOS.nl

Ik begrijp, als het erop aankomt, niets van de wereld en van mensen en wat hen beweegt.

Zelf ben ik geen haar beter. Ik deed vanmorgen mijn muziekoefeningen, dronk koffie met een gezin uit India, dat bij mij logeert, en ik ontving vanmorgen een timmerman, die binnenkort bij mij een raam gaat repareren. Verwarrend vind ik het dat er volgens mijn waarneming juist ook zo ongelooflijk veel goed gaat in het sociale verkeer tussen mensen. Nee, van mijzelf snap ik ook niet veel. Kortom:

Er ging een schouder door de laan.
Daar zaten rug noch benen aan.
Hij had geen mond om mee te praten,
Geen buik of borst of ledematen
En ieder die de schouder zag
Zei medelijdend “Goedendag”.

Alleen een boer die varkens voedde
Riep in een vlaag van vrome woede:
Hoe waagt een schouder rond te gaan
Alleen en zonder kleren aan?
Waarop zijn varkens somber knorden:
Wat moet er van de wereld worden?
Daan Zonderland (Daniel van der Vat; 1909-1977)

Stijgen, door gebrek aan gewicht

Het begon met eigenwijsheid. Daar begint verandering altijd mee. Mijn eigenwijsheid (één woord):

Mijn cellodocent (v) vond een harde koffer voor mijn cello niet nodig. De zachte hoes, die ik had, volstond. Ik hoefde me niet druk te maken over de hals van mijn cello als een laaghangende tak ertegen zou botsen. Terwijl ik op de fiets naar haar twee van die laaghangende takken passeer. Op de terugweg geen; toch vond ik het maar niets. Een beetje deuropening is ook al te laag.

Een cellovriend, een net-als-ik-leerlingcellist met wie ik elke derde week samenspeel, had een mooie harde koffer gekocht. Daar kon ik goed mee fietsen. Die wilde ik ook. Ik wilde zelfs dezelfde mooie geborsteld blauwe kleur. Eigenwijze ik bestelde dezelfde koffer via internet. Zo gaat dat tegenwoordig.

In afwachting van de bezorging zocht ik stikkers uit om mijn koffer te onderscheiden van andere cellokoffers. Zo zet ik, uit vroegere orkestervaring wijs geworden, ook altijd een teken op al mijn bladmuziek. Mijn koffer werd bezorgd, ik beplakte hem bescheiden en ik werd een ander mens. Onverwacht voelde ik me ineens een cellist-in-de-dop, zoals een kind zich in een piratenpak piraat kan voelen.

Niet veel later gaf ik mij op bij een amateur-orkest. Als ik mijn cello goed mee kan nemen, vergroot dat mijn mogelijkheden en ik oefen om te leren samenspelen; niet om te oefenen. Vanavond had ik, na wonder boven wonder een auditie ‘overleeft’ te hebben, alweer mijn vijfde repetitieavond. De eerste avond dat ik haast alles mee kon spelen. Aan sommige hoge noten ben ik nog niet toe, dus dan zwijgt mijn cello; enkele loopjes gaan zo snel dat ik mijn behendigheid eerst nog verder moet ontwikkelen, één stuk dat in driekwartsmaat geschreven is (3 tellen, zoals ook in een wals), speelde ik telkens de tweede tel niet, waardoor ik de rest wel helemaal mee kon spelen. Slechts één keer klaagde de dirigent (v) vanavond over de zuiverheid van de cellisten. Wij alle vier wisten dat alleen ik me dat beklag aan moest trekken. Dat deed ik, en ik speelde monter en meer geconcentreerd op mijn vingerzetting door.

Tijdens de repetitie sprak ik met een medecellist (v) af om de komende tijd eens, net als met mijn cellovriend, duetjes te gaan spelen. Zo rol ik sinds de aanschaf van die koffer van het ene muziekavontuur in het andere.

Hoewel iets in mij ook wel opgezien had tegen deze repetitieavond, overweegt achteraf een gevoel van Wat leuk om aan dit geheel bij te mogen dragen; Mijn partijtje mee te strijken en te tokkelen. Heel anders dan op de heenweg, voel ik me voldaan. En verschillende melodiën, die we vanavond repeteerden, ‘hoor’ ik nog in mijn hoofd.

Wat mijn lol nog ‘ns extra vergroot, is dat ik – door feitelijk te vroeg aan een orkest deel te nemen – met sprongen vooruitga. De dirigent had dat in haar overweging meegenomen toen ze me na mijn auditie toeliet.

Dit alles roept nu een ervaring op uit mijn geheugen, een leerervaring uit het begin van mijn muzikale leven: door samen op een feitelijk te hoog niveau aan concoursen deel te nemen, konden we een enkele keer boven ons eigen niveau presteren.

Geef mij de bergen maar

Een opstand hier, een volgelopen mijn, uitzichtloze honger daar
Minister spreekt, De klok: ik moet vertrekken. Ik kom aan
Terugblikkend liggen er nog bergen en ben ik bijna klaar
Tijd is slechts vulling; echt niet iets om lang bij stil te staan

Immer broze harmonie
Erkenning: ik … of mijn
Ik?
Mijn ik?
Och lieve, wie … is wie?
Meer en meer bewustzijn zijn

Onder de mensen, alleen, onder weg, samen, een terras
Eten, water, gezond, verzorging, trek en finishing touch
Zekerheid, zon, o … lof der onzekerheid, geld, verras
Transparant eelt, steeds meer littekens en een flinke buts

Ongenoegens
Vrede, kalmte
VERZET!!!
Liefde, genoeg!
Tevree

Een schilderij, een film, een kleinigheid
Muziek sterft weg waar mijn gemoed zich vult
Zegen verving in de mist mijn lijnigheid
Zesenzestig jaren zoeken, weten, heroverwegen en geduld

En ben ik klaar? Welnee, geef mij de bergen maar!

Volmaakt gelukkig

Er zijn best wel momenten dat ik me volmaakt gelukkig voel. Wanneer ik als voorbeeld de afgelopen dagen overzie zijn dat er veel.

Natuurlijk heb ik ook mijn problemen. Ik probeer die ‘altijd al’ het hoofd te bieden door juist te doen. Dacht ik decennia geleden al: op mijn tachtigste moet ik tevreden terug kunnen kijken op wat ik vandaag ga doen, nu op mijn vijfenzestigste denk ik: mocht ik honderdvijftien worden (wat god verhoede) dan moet ik er tevreden op terug kunnen kijken wat ik vandaag ga doen; ook met mijn verdriet, tegenslagen en zorgen. En ik kan u verzekeren: over lang niet alles voel ik mij behaaglijk, maar ik ben wel verheugd dat ik ‘altijd’ geprobeerd heb om juist te doen. Mij lucht dat op.

Verder ben ik gezond en ik heb nagenoeg nooit last van pijnen of uitvalsverschijnselen. Dat scheelt alvast een slok op een borrel. Zorgen over mijn levensonderhoud hoef ik me ook niet te maken, dat scheelt een tweede slok op dezelfde borrel. Om de borrel leeg te drinken ben ik content met wie ik ben; en mijn tekortkomingen ga ik te lijf met mijn humor en zelfspot.

Ik had het over volmaakt gelukkig voelen. Dat gevoel ervoer ik bijvoorbeeld toen ik vanmorgen op de fiets in het herfstig zonnetje vertrok om 20 km verderop, na de Utrechtse Heuvelrug doorkruist te hebben, te gaan werken. Handschoenen nog even aan, omdat het best koud was toen de zon hier nog niet lang scheen.

Het gevoel ervoer ik deze week ook toen ik na veel denk- en voelwerk erachter was gekomen wat ik juist vond om te doen in een al wat langer lopende kwestie. Intense gesprekken met vrienden hadden me geholpen, maar uiteindelijk ben ik degene die handelt. Nadat ik de daad bij het woord gevoegd had, voelde ik me onverwacht frank en vrij; herenigd met mijzelf: volmaakt gelukkig.

Deze week ervoer ik dat ook nog tijdens mijn intensieve muziekles. Het is een uur aanleren wat ik nog niet kan, fouten maken, hard werken. Maar vooral ook me gesteund weten door mijn docent. Zij verricht – op mijn verzoek – kunstgrepen om te kijken in welk tempo ik naar beste kunnen niveaus hoger ga presteren. Voor haar zal het ook hard werken zijn, en volgens mij hebben we er beiden schik in. En toen ik later deze week thuis achter mijn cello en muziekstukken aan het studeren was, voelde het als volmaakt geluk; zo in harmonie met wie ik ben en met wat ik me wens. Niet het resultaat telt daarbij voor mij, maar mijn inzet.

Ook ervoer ik deze week een intens geluk tijdens mijn teamsport. Ik maak deel uit van een team waarin ik al jaren mijn plek gevonden heb. Zowel tijdens de training als in de kleedkamer mag ik zijn wie ik ben en ik maak daar dankbaar gebruik van. Zelfs mijn uitdagende humor – ik leef mij uit op zo’n avond – wordt gewaardeerd en gepareerd; ook als die humor duidelijk over het randje gegaan is.

Op mijn werk word ik ook al gewaardeerd en terecht gewezen; ook daar zit ik op de plek die volgens mij op dit moment in mijn leven het best bij me past. Over en weer kunnen mijn collega’s en ik bij elkaar heel wat potjes breken. En als dat gebeurt, wordt op de een of andere manier een weg gevonden om de onderlinge verstandhouding fantastisch te houden. Ik bewonder mijn collega’s vanwege hun betrokkenheid bij elkaar en bij het werk wat ons te doen staat. Ik ken ze als superverschillendsoortige mensen, die elkaar in hun waarde laten en met hun buik begrijpen dat juist onze verschillen onze gezamenlijke kracht zijn. En zo stellen zij zich ook richting mij op. Ook daar voelde ik vandaag-nog verschillende geluksmomenten.

En, niet te vergeten, mijn dierbare familieleden en vrienden, die ik om mij heen verzameld heb. Ook bij hen kon ik deze week weer mijn hart uitstorten waarbij ik mag zijn wie ik ben, waarbij ik mag denken wat ik denk en voelen wat ik voel. Ook dat maakte mij deze week bij vlagen volmaakt gelukkig. Gelukkig kan ik er ook vaak voor hen zijn.

Volgens Emmanuel Levinas is zintuiglijk genieten onze levensvervulling, als ik hem goed begrijp. “De roeping van de mens is mens te zijn”, schreef Multatuli. Bijdragen aan het genieten van de Ander zou volgens Levinas gelijkstaan aan tegemoet komen aan menszijn. Ik onderschrijf dat alles, probeer dat, en ik ontvang ook daardoor veel geluksmomenten terug. Of er een verband is, weet ik niet eens zeker. Ik ervaar hoe dan ook naar mijn wellicht bekrompen idee – naast getob en gepieker – bovengemiddeld veel volmaakt-geluksmomenten.

Deels heeft dit alles natuurlijk te maken met het toeval dat ik nog gezond kan leven; overweldigende overvallen (eens dankzij mijn tegenwoordigheid van geest op dat moment), vreselijke verkeersongelukken (mede dankzij een airbag, door een net-goed aflopende valpartij en eens op een toevallig nippertje na) en zorgelijke ziektes (mede dankzij vitaal erfelijk materiaal) zijn me bespaard gebleven. Anderdeels weet ik mij omringd door een aantal mensen bij wie ik me thuis voel, door wie ik gewaardeerd wordt en bij wie ik mezelf kan zijn. Toch vraag ik me vaak af: “In hoeverre zijn mijn geluksgevoelens nu mijn eigen verdienste?” Wie kan ik verder nog van harte danken zo’n gelukspoeper te zijn?

Een gegrepen en een gemiste kans

Ik heb vandaag wat te vieren. Dus wandelde ik opgewekt, na wat klusjes afgerond te hebben, door het zonnetje naar Perron Peet in Hollandsche Rading. Daar ging ik mij te goed doen aan – zolang mijn lichaam er niet onder te lijden heeft – àl het lekkers dat ze er hebben.

Genietend van een huisgemaakte Franse citroentaart zag ik een gezonnebrilde dame binnenkomen. Zij wilde van het toilet gebruik maken. Dat mocht alleen wanneer de dame een consumptie kwam nuttigen.
Daarop vroeg de dame of zijvoor het toilet mocht betalen, maar dat was iets anders dan een bestelling doen.
Vervolgens probeerde de dame het personeel van Perron Peet eigenaar te maken van haar sanitaire probleem. Dat lukte ook al niet.
Tenslotte droop de dame af.

Ik vroeg mij na enkele heerlijke happen af waarom ik pas nu het niet meer kon op het idee kwam om de dame iets te drinken aan te bieden. Een gemiste kans.

Een kwartiertje later kwam de gezonnebrilde dame terug met een niet-gebrilde dame. Zij streken neer en bestelde een koffie, een tosti ham/kaas, een cappuccino, een portie friet en een kroket. Ik vroeg mij af of ik daarnet wel een kans gemist had.

Tijdens mijn terugweg besloot ik dat ik zojuist wel een kans had gemist door te laat te bedenken de gezonnebrilde dame een consumptie aan te bieden.

O, hoor ik u afvragen wat ik te vieren had?
Gisteren deed ik auditie bij een amateur-orkest. Op dat voorspelen had ik me twee weken intensief voorbereid, alsof het topsport betrof. Het vooraf inspelen ging nog fantastisch. Echter, toen het er op aan kwam, vond ik mijn cellospel tegen vallen. Ik geneerde me er zelfs voor. De uitslag is ondanks dat toch de mooiste die ik mij, met mijn ruim anderhalf jaar cello-ervaring, wensen kan: ‘toegelaten om mij het voordeel van de twijfel te gunnen’.

Genieten van het moment

Ik zal 12 of 13 geweest zijn. Zekerder is dat ik met de bus naar mijn middelbare school ging. Een docent van mij, bleek hetzelfde besluit genomen te hebben. Hij wachtte even verderop op dezelfde bus als ik.

En ik realiseerde mij dat ongeacht alle verschillen tussen hem en mij, ondanks zijn afgestudeerd zijn, en mijn in opleiding zijn, en ondanks alle hiërarchische verschillen die er straks weer zouden zijn, hij en ik in ons leven tot het bereiken van onze gezamenlijke bestemming volstrekt gelijk zouden blijven, want we waren even afhankelijk van het Haagse openbaar vervoer.

Totdat de bus kwam, genoot ik van deze overeenkomst tussen hem en mij. Daarna namen weer andere gedachten bezit van mijn aandacht.

Alweer een wolf in schaapskleren gesignaleerd

Het bekt lekker en klinkt geruststellend: Turkije en de Verenigde Staten van Amerika (VS) zijn een staakt-het-vuren overeengekomen. Maar de schijn bedriegt. Wat hiermee in Noord-Syrië gebeurt, is de zoveelste ondermijning van het internationaal recht. Machtige landen beslisten hier onder elkaar hoe ze een politiek probleem zo oplossen dat ze er alleen hun verschillende eigenbelangen mee dienen: gestationeerde kernwapens, het breken van de macht van de Koerden en olie. Daarmee keren Turkije en de VS zich af van het forum dat na de Tweede Wereldoorlog is gecreëerd om “de wereld van de gesel van de oorlog te bevrijden”.

Dit staakt-het-vuren komt er op neer dat Turkije gewoon krijgt wat het met zijn onrechtmatige militaire aanval probeerde te bereiken: een bufferzone en de terugtrekking van de Koerdische Syrian Democratic Forces (SDF) uit die zone.

De SDF zegt dat het daartoe bereid is, maar dan enkel voor een smaller stuk grensgebied tussen Tell Abyad (Gire spi) en Ras al Ayn (Serekaniye); geen 300 km breed, maar 100. Echter, in de zone waar Turkije op aast liggen nagenoeg alle belangrijke Koerdische steden, zoals Kobani en Qamishli. Kobani is maandenlang door de Islamitische Staat belegerd. Honderden Koerdische strijders zijn bij het heroveren van de IS-macht bij die stad omgekomen. Het is daarmee het symbool geworden van de offers, die de bevolking van Noord-Syrië heeft gebracht in de strijd tegen de Islamitische Staat. Ofwel, de aan Turkije beloofde bufferzone is een onmogelijke eis. Het legt een onvoorwaardelijke overgave op van de SDF, de voormalige VS-bondgenoot in de strijd tegen IS.

Ook opvallend aan dit staakt-het-vuren is dat er, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, afspraken zijn gemaakt over de bezetting van een gebied binnen een internationaal onbetwist soeverein land. En dan wordt Turkije ook nog eens voor zijn militaire aanval beloond in plaats van gesanctioneerd, hoewel het gaat om een inbreuk op het internationaal recht.

De enige juiste reactie vanuit dat internationaal recht zou zijn zowel de inhoud als de manier waarop het staakt-het-vuren tot stand is gekomen te verwerpen en het onmiddellijk te pareren met een initiatief van de VN-Veiligheidsraad. Dat zou bijvoorbeeld kunnen bestaan uit de installatie van een VN-macht in een gedemilitariseerde zone waarvoor idealiter werk gemaakt moet worden van een akkoord met alle betrokken partijen. Dus wanneer Turkije zich daar niet bij neerlegt, zou teruggegrepen moeten worden naar sancties, die Turkije treft (en andere partijen die niet meewerken). Ook zou sowieso een onderzoek ingesteld moeten worden naar de mogelijke oorlogsmisdaden, die zijn gepleegd: het bombarderen van burgerdoelen, de verschillende verontrustende berichten over standrechtelijke executies en het mogelijke gebruik van verboden wapens.

Echter, helaas, wie zitten er in die VN-Veiligheidsraad? België, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Polen. Landen dus, die geneigd zijn naar de pijpen van de VS te dansen en die het Syrische conflict in eerste instantie zien als terreurdreiging en vluchtelingenprobleemgebied; niet vanuit de noodzaak om snel werk te maken van een politieke oplossing. Hier trekken allemaal machtige partijen aan de touwtjes, die helemaal niet meer gecharmeerd zijn van het internationaal recht. Ga toch weg, is hun houding. Dat was een utopie uit de vorige eeuw en heeft niets te maken met realistische politiek volgens al deze democratisch gekozen machtshebbers.

Er zit – zo denkend – venijn in de staart van dit stukje, want wie hebben de grote jongens en dat meisje in hun politieke zadels geholpen?

Bron: “Staakt-het-vuren over Noord-Syrië is een miskleun” door Ludo De Brabander van Vrede vzw via DeWereldMorgen op 18 oktober 2019.