Tussen gras, gruis en stenen

Het regende dus ik draaide me nog even om voor een hazenslaapje. Wat later werd ik wakker, misschien wel van de stilte. Ik ritste mijn cabine open en zag dat mijn tent nog nat was. Opnieuw draaide ik me om, maar nu om verder te lezen in De Groene Amsterdammer van 1 september jl.. De regen was kennelijk opgehouden. Na geboeid een of twee artikelen gelezen te hebben vond ik het tijd om mijn spullen in te pakken.

Zo gedacht zo gedaan. Het bleek buiten ijzig koud. Het landschap zag er fenomenaal uit. Ik stond dan ook met mijn tentje op 2.320 meter hoogte bij de twee ‘Steinwandseen’ die deel uitmaken van het massief ‘Corno bianco di Pennes’. Onder de wolken was het helder, zodat ik uitzicht had op de bergen ver weg. Boven mij hing nog een zwarte wolk die aan het optrekken was. Ik besloot mijn winterkleding aan te trekken. En dat in Italië op 5 september 2016.

Nadat alles ingepakt was inspecteerde ik de omgeving waar mijn tent gestaan had en rondom ‘mijn’ kooksteen even verderop aan een beginnend riviertje. Ik had niets achtergelaten, dus kon vertrekken. De dag daarvoor had ik zonder bagage al verkend hoe ik via een mooie route de weg naar het pad terug kon vinden. Deze verkende weg nam ik. Sentimenteel of niet, voor mij is het elke keer ‘afscheid nemen’ van zo’n mooi plekje. Alleen de herinneringen er aan en de foto’s er van neem ik mee.

Na een tijdje klimmen kwam ik terug op ‘het pad’ dat ik gevolgd had voordat ik naar de meertjes afgedaald was. Daar was duidelijk meer gelopen. Het pad voerde me verder en verder het bergmassief op tot ik over de berg heen kon kijken het volgende dal in. Dat is voor mij altijd ook een bijzonder moment tijdens zo’n tocht. Ja, dit soort tochten zit voor mij vol bijzondere momenten. Op een bergrug haal ik een doel en kijk plotseling een volkomen nieuwe wereld in. De markeringen op deze bergrug brachten me in verwarring. Moest ik die volgen of niet? Had ik misschien ergens een afslag gemist? Met mijn kaart bekeek ik ‘Giogo d Frane’, de plek waar ik was, van verschillende kanten. Ineens begreep ik hoe de kaart juist was en de markeringen ook klopten. Mijn handschoenen konden onderhand wel uit; mijn wintermuts bleef op.

Ik volgde een steile afdaling waarin ik 210 meter daalde over 300 meter afstand. Dat bleek zo steil dat de zolen van mijn bergschoenen aan de voorkant er los van raakten. Nog zo’n 500 meter afdalen verderop, daar waar ik weer zou gaan stijgen, besloot ik mijn ontbijt of lunch te gaan gebruiken: water, brood en kaas. Ik berekende waar ik zou overnachten, gezien de hoeveelheid dag die blijkens de stand van de zon nu nog restte. Uiteindelijk bleek dat ik onverwacht 3 kilometer eerder een fantastisch mooi plekje met stromend water tegenkwam. Daar besloot ik mijn tentje op te zetten. Die steile afdaling hakte er niet alleen voor mijn schoenen, maar ook voor mij in. Ik ben dan ook geen 16 meer. Ik zou nu slapen op 2.285 meter hoogte.

Heel de dag was ik geen mens tegengekomen. Ik rustte, verkende de omgeving, die ik klaarblijkelijk deelde met wat geiten, ik genoot van de stilte en mijn nieuwe uitzicht over gebergten en ik genoot van mijn avondmaaltijd. Wegens pech met mijn gastoestel bestond die uit pinda’s, brood, kaas en chocola toe. Een nacht met harde windvlagen, afgewisseld door perioden van stilte zou volgen.

Dat is voor mij vakantie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s