’t Valt tegen met onze feitenkennis

Dat spreekt toch aan: “Als we de wereld willen begrijpen, moeten we naar de feiten kijken”? Ik probeer dat te doen – dat begrijpen van de wereld of, zo u wilt, dat kijken naar feiten – door af te gaan op mijn eigen ervaringen. Afgaande op wat ik dagelijks ervaar, verloopt het wereldgebeuren redelijk vredig. Ik maak – haast dagelijks – wel wat onrecht mee, maar ook daar valt uitstekend mee te leven.

Nu woon ik ook in Nederland”, redeneer ik. “Dat scheelt”, denk ik. Mijn wereldbeeld over streken waar ik nooit geweest ben, is meestal minder geordend, rechtvaardig en vredig. Hans Rosling, voorheen een Zweedse arts, directeur van de Gapminder Foundation en professor Internationale Gezondheid, zou geschokt zijn over de onwetendheid, waarop ik mijn ideeën en meningen over de wereld baseer.

Het onlangs verschenen boek van hem, “Feitenkennis; de moderne wereld aan de hand van feiten en statistieken”, drukt me met mijn neus op zijn geschoktheid. Kijken of dit ook voor u geldt:
Wat is het juiste antwoord? A, B of C?

Hoeveel meisjes in alle lage-inkomenslanden ter wereld maken de basisschool af?
A: 20 procent
B: 40 procent
C: 60 procent

Nu moeten we weten dat 33 % van de chimpansees in onze dierentuinen deze vraag juist zou beantwoorden; gemiddeld kiest echter maar 7 % mensen het juiste antwoord:
C, 60 procent van de meisjes in lage-inkomenslanden maakt de basisschool af. Een meerderheid van de mensen ‘neemt aan’ dat het 20 % is. In uitzonderlijke streken zoals Afghanistan, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Zuid-Soedan, waar inderdaad minder dan 20 % van de meisjes de basisschool afmaakt, wonen percentueel niet veel van alle meisjes in alle lage-inkomenslanden.

De mega-misvatting dat we de wereld kunnen onderverdelen in twee vakken, ‘arm en rijk’, vertekent volgens Rosling in het hoofd van mensen alle wereldwijde verhoudingen. Hij bedacht er de term ‘kloofinstinct’ voor. Daarmee doelt hij op onze neiging om van alles in te delen in twee afzonderlijke en vaak tegengestelde groepen, met daartussen een imaginaire kloof – een diepe afgrond van onrechtvaardigheid: ‘laag inkomen – hoog inkomen’, ‘Noord – Zuid’, ‘het Westen – en de rest’ en andere varianten op ‘wij en zij’.

Bij gebrek aan kennis over recentere data, bepalen verouderde data vaak ons wereldbeeld. Zo hebben we volgens Rosling nog steeds het idee dat het gemiddeld aantal baby’s per vrouw in arme, op het Zuidelijk halfrond gelegen ‘rest’landen 5 tot 7 bedraagt en dat sterfte daar zo’n 25 % van de kinderen treft. Dat te denken is gebaseerd op inventarisaties uit 1965, terwijl in die landen het aantal baby’s inmiddels gemiddeld tussen de 2 en 5 per vrouw ligt; tegelijk is de kindersterfte daar in 33 jaar afgenomen van tussen de 30 en 10 % naar onder de 10 %. Van de gehele mensheid zit inmiddels al 85 % in het vak dat in 1965 nog ‘de ontwikkelde wereld’ werd genoemd. De overige 15 % zit grotendeels ergens tussen de ontwikkelende en ontwikkelde wereldvakken in. Slechts 13 landen, die samen 6 % van de wereldbevolking herbergen, bevinden zich nog steeds in het vak ‘ontwikkelend’.

Lage-inkomenslanden zijn daardoor veel ontwikkelder dan de meeste mensen denken èn er leven veel en veel minder mensen in die landen dan gedacht. Het idee van een verdeelde wereld met een meerderheid die in ellende en gebrek verkeert, blijkt volgens Rosling een illusie:
Nog maar 200 jaar geleden leefde 85 % van de wereldbevolking in extreme armoede en had minder dan $ 2 per dag te besteden. Nu leeft nog zo’n 15 % van de wereldbevolking nog op dat niveau:
1 miljard van de mensen leeft van minder dan 2 $ per dag
3 miljard van meer dan $ 2 en minder dan $ 8 per dag
2 miljard van meer dan $ 8 en minder dan $ 32 per dag
1 miljard van de mensen leeft van meer dan $ 32 per dag.

Wat volgens Rosling ons vertekende wereldbeeld in stand houdt, is de neiging te denken in ‘goed en slecht’. Journalisten brengen hun verhalen graag als een conflict tussen twee tegenover elkaar staande gezichtspunten, groepen of mensen. Ze vertellen liever verhalen over extreme armoede en over miljardairs dan over de bijzonder grote meerderheid van de mensen, die zich langzaam voortslepen naar een beter leven.

Veel ‘kloofverhalen’ zijn zodoende het gevolg van misleidende ‘dramatisering’. In de meeste gevallen is er helemaal geen duidelijke scheiding tussen tegenover elkaar staande groepen. Dat lijkt alleen zo door de presentatie van gemiddelden van verzamelde data en door de geschetste kenmerken van groepen. Op onze werkelijke medemensen, binnen de in onze media aangeduide groepen, zijn de geframede kenmerken vaak slechts maar voor een klein deel van toepassing. Verhalen over al die tegenstellingen bevorderen zelden een beter inzicht in de wereld en voeden wel de angst voor ons onbekende mensen.

Er zullen altijd ‘armsten en rijksten’ zijn en er zullen altijd ‘betere en slechtere regimes’ zijn, maar het feit dat er uitersten bestaan, vertelt ons niet veel. De grote meerderheden van de mensheid bevinden zich – net als de inkomens per dag van heel de mensheid – meestal ergens in het midden en vertellen een heel ander verhaal; een verhaal dat nog steeds het uwe had kunnen zijn wanneer uw wieg ergens anders had gestaan. Bovendien kunnen voor degenen met een hoger inkomen dan $ 32 per dag alle mensen op lagere inkomensniveaus even arm lijken. Tegelijk kan het begrip ‘arm’ zijn specifieke betekenis verliezen. Zelfs een persoon binnen dit inkomenssegment kan arm lijken, doordat de werkelijk arme medemensen zich ergens ver buiten ons beeld bevinden.

Feitenkennis is daarom het best gebaseerd op
1. herkennen wanneer een verhaal over een kloof gaat,
2. bedenken dat dit dus een beeld schetst van twee afzonderlijke groepen met een kloof ertussen en
3. herinneren dat de werkelijkheid vaak helemaal niet bestaat uit twee gescheiden groepen met elk hun eigen belevingswerelden. Meestal bevindt de meerderheid van de mensen zich juist in het midden, precies daar waar de kloof geacht werd te gapen.

Bron: “De wereld is totaal veranderd. En door deze denkfout viel dat niet zo op” door Sanne Blauw via De Correspondent op 11 april 2018 over het boek “Feitenkennis; de moderne wereld aan de hand van feiten en statistieken” (april 2018) van Hans Rosling e.a., ISBN 9789000351220, uitgegeven door Spectrum.

Het recht van de rechtelozen

Net nadat de rechter onlangs het vonnis van Nariman Tamimi had voorgelezen stond een Israëlische vrouw op en gaf de rechter een klap in het gezicht waarbij zij zei: “Wie ben jij om haar te beoordelen?

Even uitleggen:
Nariman Tamimi is de moeder van Ahed Tamimi die sinds 19 december gevangen zit omdat zij, vlak nadat haar neefje in het hoofd geschoten was, op de oprit van haar huis ongewapend een Israëlische soldaat geslagen had. Nariman stond voor de militaire rechter omdat het filmen van Aheds duwen en slaan en het verspreiden van die film een misdaad is. Dat is begrijpelijk want de film ging viraal en veroorzaakte een nieuw dieptepunt voor het onder onafhankelijke denkers toch al beroerde Israëlische imago. Nariman hoorde een ‘straf’ van 8 maanden tegen zich uitspreken en een boete.
De Israëlische vrouw heet ‘Yifat Doron’. Zij werd meteen aangehouden en verklaarde het eens te zijn met de politie dat zij een ‘bedreiging’ voor Israëls veiligheid is: “Iedereen die niet aan het lijntje loopt van uw apartheidsregime of die onafhankelijk durft te denken, vormt inderdaad een bedreiging voor de politie.

De burgerrechter was het daar niet mee eens en beval haar onmiddellijke vrijlating. Daarop vroeg de vertegenwoordiger van de politie om één dag uitstel om in beroep te gaan. De volgende dag herhaalde Yifat Doron haar argumenten van de dag ervoor, waaraan ze toevoegde: “Verder ben ik niet van plan mee te spelen met uw spel van democratie-voor-Joden-alleen. U doet maar.” Ondanks haar volledige bekentenis van de ten laste gelegde feiten en haar instemming met verdere aanhouding beval de rechter andermaal haar onmiddellijke vrijlating.

Koloniste Yifat Alkobi heeft ook zo’n verhaal: Zij heeft meermaals Israëlische soldaten in het gezicht geslagen. Zij werd telkens, ondanks een strafblad van geweld en talrijke aanhoudingen voor geweld tegen soldaten, dezelfde dag van haar aanhouding zonder borg en zonder voorwaarden vrijgelaten in afwachting van een proces voor de burgerlijke rechtbank in Israël. Zij riskeert hoogstens een kleine boete of korte voorwaardelijke gevangenisstraf.

Enkele dagen na haar nachtje cel belde Yifat Doron met het Israëlische magazine +9721 (de internationale telefooncode die voor Israël en de bezette Palestijnse gebieden dezelfde is): “Nariman (Ahed’s moeder) is een van mijn beste vriendinnen. Zij is een van de moedigste mensen die ik ken. Voor mij symboliseert zij het onrecht dat mensen ondergaan onder dit regime. Ik heb dit gedaan om haar te steunen. (…) Het is krankzinnig dat ik zoiets kan doen en twee dagen later al wordt vrijgelaten. Er zijn zoveel mensen in Nabi Saleh (het dorpje waar Nariman en Ahed Tamimi wonen) in de gevangenis, allemaal omdat ze besloten actie te voeren.

Bron: “Israëlische slaat militaire rechter Ahed Tamimi en is vrij na één dag” en “Amnesty eist onmiddellijke vrijlating Ahed Tamimi”; beide door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op respectievelijk 26 maart 2018 en 16 januari 2018.

Kinderleed in Israël

De 15-jarige Muhammad Tamimi heeft bekend dat hij geen kogelwond heeft, maar gewoon “zwaar is gevallen op zijn fiets”. Hij was net voor een roemrucht incident 20 kilometer noordwest van Ramallah neergeschoten door een Israëlisch bezettingssoldaat. Dat ‘in zijn hoofd schieten’ was de aanleiding voor een klap die zijn nichtje van 16 in het gezicht van een bezettingssoldaat op de oprit van haar huis gaf. Haar moeder (?) heeft dit alles gefilmd en dat filmpje is wereldwijd door bijzonder veel mensen bekeken; zelfs door mij. Ahed Tamimi probeerde met haar ongewapende actie succesvol de Israëlische indringer van hun oprit te verjagen.

Echter, voor haar buitenproportionele geweld tegen een zwaarbewapende militair zit zij inmiddels meer dan 2 maanden in eenzame gevangenschap en mag natuurlijk geen bezoek ontvangen. Tot nu weigert Ahed elke medewerking aan de militaire bezettingsrechtbank. Haar advocaat weigert zelfs de juridische geldigheid van deze rechtbank te erkennen en weigert dus ook consequent een pleidooi over schuld/onschuld te voeren tegen de door deze uitzonderingsrechtbank geuite beschuldigingen. Het zal allemaal weinig uitmaken, want haar straf zonder aftrek van voorarrest zal idioot lang zijn en daarna zal zij – zo gaat dat in deze contreien – een paar jaar later als ‘humanitaire geste’ worden vrijgelaten en het land uitgezet.

Het is hoog tijd voor internationale verontwaardiging tegen Israëls apartheidsbeleid

Om voor een eerlijke rechtspraak gericht onderzoek te kunnen doen, zijn onlangs nog eens 10 Palestijnse minderjarigen in het dorpje Nabi Saleh opgepakt en naar gevangenissen buiten de bezette gebieden afgevoerd. Daaronder was het neefje Muhammad van Ahed Tamimi. Het is een vast onderdeel van de methodiek waarmee de Israëlische bezetter de bevolking onder druk zet om haar verzet tegen de bezetting op te geven. Zo kan Ahed zogenaamd invloed uitoefenen op het genezingsproces van haar neefje. Immers, zijn medische toestand maakt gevangenschap bijzonder problematisch. Om zijn genezing van de schotwond te vergemakkelijken werd – overigens niet in een nabij gelegen ziekenhuis maar een eind verderop – een deel van zijn schedelbeen verwijderd, om later na genezing van zijn inwendige verwondingen in zijn gelaat en zijn hersenen te worden hersteld. Zonder twijfel is Ahed geconfronteerd met het dilemma: meewerken of geen medische verzorging voor haar neefje.

Uit duizenden getuigenissen van voormalige minderjarige gevangenen blijkt dat de Israëlische regering geen enkel psychisch drukmiddel tegen Palestijnen mijdt. Slaat een kolonist een Israëlische soldaat, dan krijgt hij of zij na verhoor hooguit een geldboete, zelfs als hij of zij dat meermaals gedaan heeft, maar in Israël gelden voor Palestijnen andere wetten. Israël doet met Ahed Tamimi niets anders dan wat het ook eerder met Palestijnen in de bezette gebieden doet sinds de bezetting in 1967 begon.

Aan een vriend vertelde Muhammad na zijn bekentenis dat hij werd bedreigd met een lange gevangenisstraf als hij niet zou ‘bekennen’ gewoon met zijn fiets zwaar gevallen te zijn.

Ahed Tamimi is voor mij een symbool van ongewapend verzet door een volk dat enkel en alleen haar recht op zelfbeschikking opeist tegen een onmenselijk handelende bezetter. Elke nuancering of begrip voor ‘de andere kant’ vind ik bij het structureel op grote schaal aan de laars lappen van door Israël ondertekende en geratificeerde VN-verdragen misplaatst en feitelijk een steun aan de misdaden die door het laatste koloniale regime ter wereld worden gepleegd.

Internationale verontwaardiging tegen Israëls apartheidsbeleid vind ik daarentegen onontbeerlijk.

Bron: “Aanhouding familie wil Ahed Tamimi tot ‘medewerking’ dwingen” door Lode Vanoost plus dossier ‘Bezetting en kolonisatie Palestina’ via DeWereldMorgen.be op 27 februari 2018.

Overdenkingen bij een ree

Vandaag fietste ik van Soest naar Maartensdijk. In de bossen bij het landgoed de Paltz schoot ineens een ree links naast mij uit de berm, rende naast mijn fiets, haalde me in en vluchtte met een wijde boog voor mijn fiets uit de bossen in; aan de andere kant van de weg was een hek; vandaar dat het niet dìe andere kant op vluchtte.

Dat beest toch. Onnodige hartkloppingen, zinloze angst. Hij (of zij ?) zou mij moeten kennen… Dàn was het gewoon weer gaan slapen, maar ja, dat wist het beestje niet.

Zal wel veel vaker gebeuren: dat we bang zijn voor wie we helemaal geen angst hoeven te hebben. Als we elkaar maar kenden…

Een boekje open (voor wie tegen onrecht kan)

In een open brief van 21 februari 2018 aan alle leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat en alle regionale parlementen vragen 700 academici en kunstenaars, verenigd in de Belgische Campagne voor een Academische en Culturele Boycot van Israël (BACBI), om de vrijlating te eisen van Ahed Tamimi en honderden andere Palestijnse kinderen uit Israëlische gevangenissen.

Integrale overname (inclusief typefouten en voetnoten) van “Open Brief; 700 Belgische academici en kunstenaars aan parlement: “Eis vrijlating Ahed Tamimi”” door Herman De Ley, Perrine Humblet en BACBI op de website van DeWereldMorgen
______________________
zondag 25 februari 2018

Aan de leden van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Belgische Senaat en de regionale parlementen

Betreft: Vrijlating van de Palestijnse tiener Ahed Tamimi

Geachte Mevrouw, Geachte Heer,

Ondersteund door bijna zevenhonderd academici, publicisten en kunstenaars, ijvert BACBI (Belgische Campagne voor een Academische en Culturele Boycot van Israël) op een democratische en vreedzame manier voor de vrijheid en de grondrechten, met inbegrip van het recht op zelfbeschikking, van het Palestijnse volk: mannen en vrouwen en, niet op de laatste plaats, zijn kinderen.[1]

Honderden Palestijnse kinderen
Met deze gedocumenteerde brief durven wij u om uw aandacht en parlementaire steun vragen voor de vrijlating uit militaire gevangenschap van honderden Palestijnse minderjarigen. In strijd met het internationaal recht en, in het bijzonder, het Internationale Kinderrechtenverdrag,[2] worden Palestijnse jongens en meisjes tussen 12 en 17 jaar vervolgd en bloot gesteld aan de verschrikkingen van de Israëlische gevangenissen.

In het bijzonder vragen wij om uw betrokkenheid met de vervolgde tiener Ahed Tamimi. Eind vorig jaar, op 19 december, is zij in een nachtelijke razzia van de Israëlische Grenspolitie brutaal van haar bed gelicht, in de boeien geslagen, ontvoerd en opgesloten (haar moeder, Nariman Tamimi, die bij de politie om uitleg ging, is eveneens gevangen gezet en in beschuldiging gesteld).

Op 1 januari is Ahed geboeid voorgeleid voor een militaire rechter en in beschuldiging gesteld voor een lijst van niet minder dan 12 “inbreuken” (sommige van twee jaar terug), waaronder “ophitsing”, “deelname aan gewelddadige rellen”, provoceren op de sociale media en overtredingen bij vijf andere botsingen met Israëlische soldaten. Zij riskeert een gevangenisstraf van niet minder dan 12 jaar. De ervaring heeft geleerd dat Israëlische militaire rechtbanken een veroordelingsgraad hebben van 99,74 procent.

Binnen Israël wordt de publieke opinie tegen haar opgehitst vanuit regeringsmiddens (de Minister van Onderwijs sprak de wens uit dat zij “haar leven zou eindigen in de gevangenis”, en de ministers van Defensie en Cultuur willen dat zij als een “terroriste” zou worden vervolgd)[3] maar ook in de Israëlische pers,[4] en een academicus, een autoriteit in Israël op het vlak van ethiek, verkondigde dat Ahed moest opgesloten blijven omdat ze opnieuw een soldaat zou kunnen slaan.[5]

In afwachting van een vonnis, heeft de militaire rechter (een luitenant-kolonel) geweigerd haar op borgtocht vrij te laten; zijns inziens vormt zij een “duidelijk gevaar” voor de veiligheid van het Israëlische leger. Zij zal bijgevolg gedurende vele maanden voorhechtenis in een gevangenis in Israël opgesloten blijven, periode die niét zal worden afgetrokken van haar uiteindelijke gevangenisstraf.

Tijdens de openingszitting van het proces op 13 februari, tenslotte, heeft dezelfde rechter ondanks protest van Aheds advocate beslist dat het proces achter gesloten deuren zal gevoerd worden, dus zonder de aanwezigheid van diplomaten en journalisten. Verwacht wordt dat het proces maanden in beslag zal nemen. De volgende zitting is alvast onmiddellijk uitgesteld tot 11 maart.[6] Met de dreiging van een straf waarvan de strengheid buiten elke proportie staat tot de ernst van het veronderstelde misdrijf, ziet de toekomst van deze adolescente er bijzonder somber uit zonder krachtige tussenkomst van de internationale gemeenschap, en dus ook van ons allen.

Waarom Ahed Tamimi?
Om welke ware reden dan wordt deze tiener zo zwaar vervolgd? In de woorden van Israëls minister van Cultuur, Miri Regev: “Zij heeft de eer beschadigd van het leger en de Staat Israël”.[7]

Vier dagen voor haar nachtelijke ontvoering was Aheds neefje, Mohammed Tamimi, toen14 jaar oud en zoals zij woonachtig in het dorp Nabi Saleh (600 inwoners, in de buurt van Ramallah),[8] het slachtoffer van een zware aanslag door een soldaat. Tijdens een zoveelste raid tegen het dorp (in de laatste 3 maanden 80 tot 90 maal), toen de jongen uit nieuwsgierigheid het hoofd boven een muurtje stak, was hij van dichtbij in het hoofd geschoten. Met het linkerdeel van zijn schedel verbrijzeld en onder het bloed, was hij in een coma opgenomen in een Palestijns ziekenhuis (opname in een nabij Israëlisch hospitaal was door de soldaten belet).

Een uur na deze gewelddaad waren twee soldaten van dezelfde eenheid de binnenplaats van Aheds ouderlijke huis binnengedrongen. Nog erg geschokt door wat gebeurd was met haar neefje, heeft Ahed samen met haar nicht, Nour Tamimi,[9] geprobeerd de indringers van het erf te verdrijven, eerst met geroep en toen dat niet hielp, met enkele slagen en schoppen. Met succes: de twee soldaten (een van hen een officier) hebben zich inderdaad teruggetrokken (het leverde hen nadien in Israël het verwijt van “lafheid”op). De confrontatie werd gefilmd door Aheds moeder en verspreid via de sociale media. De video toont alvast de onvervaardheid van beide jonge vrouwen terwijl zij met blote handen twee zwaargewapende soldaten van het bezettingsleger te lijf gaan.[10]

Het is in deze context van belang te weten dat in het verleden reeds verschillende familieleden van Ahed het slachtoffer waren van Israëlisch geweld (voor drie ervan met dodelijke afloop). Haar vader Bissam werd reeds verscheidene keren opgesloten en is door Amnesty International geadopteerd als gewetensgevangene. Haar moeder werd in het been geschoten… Zoals andere kinderen in bezet Palestina kennen ook de Tamimi kinderen enkel een leven van gewapende bezetting en repressie, met gewelddadige invallen en nachtelijke razzia’s van eger en gendarmerie; honderden militaire controleposten en bewaakte versperringen verspreid over de Westelijke Jordaanoever en aan de overgangen tussen de Westelijkste Jordaanoever, Jeruzalem en de Gazastrook, die met hun willekeur en potentieel geweld elke vrije mobiliteit en tijdsplanning voor volwassenen en jongeren onmogelijk maken; de bureaucratische pesterijen van honderden pasjes en vergunningen; willekeurige arrestaties en opsluitingen; afbraak van woningen, structuren en scholen;[11] dagelijkse intimidaties en vernederingen, gratuit en vaak ook dodelijk geweld … Dàt is de “normaliteit” voor Palestijnse kinderen tijdens reeds 50 jaar van militaire bezetting,[12] vanaf ze enkele jaren oud zijn.[13]

Internationale druk
Een internationale tussenkomst is hier des te noodzakelijker omdat de vervolging van Ahed Tamimi geen alleenstaand geval is, wel integendeel: op het vlak van repressie en vervolging van Palestijnse jongeren hebben we duidelijk te maken met een systeem van staatsgeweld.

Aheds zaak staat model voor die van duizenden andere jonge Palestijnen tussen de leeftijd van 12 en 17. Geschat wordt dat sedert 2000 tot vandaag 8 tot 10.000 Palestijnse minderjarigen door Israëlische bezettingstroepen zijn opgepakt, voor een militaire rechtbank zijn gebracht en voor kortere of langere tijd opgesloten in een Israëlische gevangenis. Gemiddeld gaat het op elk ogenblik van het jaar om meer dan 200 jongeren. In december 2017 betrof het 352 minderjarigen.[14]

Circa 50 procent van die strafcentra zijn gevestigd in Israël, het land van de bezetter (Ahed bv. is opgesloten in de beruchte vrouwengevangenis van HaShalon)[15] – wat een zware schending is van de Vierde Conventie van Genève. (Art. 76).[16] Voor ouders en families die op de Westelijke Jordaanoever of in de Gazastrook leven, is het daardoor bijzonder moeilijk zo niet onmogelijk hun gevangen kind of verwante te bezoeken. Rechteloos en zonder wettelijke bescherming, worden de kinderen “onderworpen aan opsluiting in een isoleercel, wordt hen geweld aangedaan, worden ze hardhandig ondervraagd en menig maal gefolterd, tijdens sessies die 96 uur kunnen duren”. [17]

In deze context verdient de mishandeling van Palestijnse meisjes en vrouwen in Israëlische gevangenschap onze bijzondere aandacht. Het aantal vrouwelijke gevangenen is begrijpelijk een pak kleiner dan dat van jongens en mannen. Op het ogenblik van de Internationale Vrouwendag van 7 maart 2017, bijvoorbeeld, zaten 55 Palestijnse vrouwen opgesloten in een Israëlische gevangenis, waaronder 12 minderjarige meisjes.

Wat er met hen in gevangenschap kan gebeuren, blijkt uit de traumatische herinneringen van een activiste die nu 54 jaar oud is: “Ik herinner me dat hij zijn stoel dichterbij bracht, zijn benen opende en heel dicht bij mij zat. Het was heel akelig voor mij. Het gaf mij het gevoel dat hij probeerde mijn lichaam aan te randen,” aldus Khawla al-Azraq bij de herinnering aan de fysieke intimidatietactieken en seksuele pesterijen die Israëlische ondervragers hanteerden toen zij slechts een tiener was.[18]

Mishandelingen
Enkele vrouwen hebben verteld dat zij in Israëlische gevangenschap verkracht zijn – iets wat vanwege de heersende maatschappelijke taboes vele vrouwen grote moeite kost om ter sprake te brengen. Wat Ahed Tamimi betreft— een meisje dat met haar weelderige, blonde en gekrulde lokken en blauwe ogen vele Israëlische mannen “fascineert” —, werd door sommigen reeds openlijk gesuggereerd dat seksuele aanranding een niet meer dan faire prijs zou zijn voor haar “wandaden” (zie hoger).

Algemeen worden Palestijnse minderjarigen tijdens hun ondervragingen (regelmatig door agenten van de gevreesde Shin Bet of Veiligheidsdienst) geconfronteerd met een mengeling van intimidatie, bedreigingen (met geweld, met de dood, met verkrachting e.a.), chantage (om informaties te geven) en direct fysiek geweld zoals knuppelslagen – met het doel het kind een “bekentenis” (vaak in het Hebreeuws) te ondertekenen. Tijdens de duur van de ondervraging worden de minderjarigen fysiek in bedwang gehouden, bv. door hem vast te binden aan de stoel waarop ze zitten, wat na een tijdje gepaard gaat met pijn in handen, rug en benen, en dus een vorm van foltering is.[19]

Wanneer de ondervragingssessies afgelopen zijn (samen kunnen zij tot 90 dagen duren), wordt de minderjarige voorgeleid voor een militaire rechter. De instelling van zulke militaire rechtbanken in 1967 kaderde in de krijgswet die Israëlische uitvaardigde vrijwel onmiddellijk na de oorlog over de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook heeft afgekondigd.[20] Zij verleende aan de militaire bevelvoerder de volle wetgevende, uitvoerende én rechterlijke macht over de bezette gebieden. Let wel: het militair recht in de West Bank is enkel van toepassing op de onderworpen autochtone bevolking, en dus niet op de Joodse kolonisten die in hun kolonies of “settlements” hetzelfde territorium bewonen. De militaire rechtbanken vormen daarmee een essentieel instrument in de Israëlische bezettings- en apartheidspolitiek.

Militaire uitzonderingsrechtbanken
Voor de militaire berechting van Palestijnse minderjarigen (nogmaals: Joodse kinderen vallen er niét onder) werd in September 2009 een “juvenile military court” opgericht maar de scheidingslijn met de militaire rechtspraak voor volwassenen is betrekkelijk.[21] Deze rechtbanken vervolgen en veroordelen elk jaar tussen de 500 en 700 minderjarigen, sommige ervan amper 12 jaar oud.[22] De Israëlische Staat geniet met dat alles de kwalijke eer het enige (“beschaafde”) land ter wereld te zijn dat kinderen systematisch voor militaire rechtbanken daagt.[23]

De rechters, aanklagers en griffiers die in die rechtbanken de dienst uitmaken, zijn bijgevolg militairen in legeruniform; de jeugdige verdachten die worden voorgeleid, zijn geketend, al dan niet ook aan de voeten en in een kooi, en dragen een soort bruin uniform.[24] Rechters en aanklagers hier baseren zich per definitie niet op het Israëlische burgerlijk wetboek maar op de bijna 2500 “Militaire Orders“ die sedert 1967 op dictatoriale wijze tsot in details het leven dicteren van de Palestijnen – in principe van hen die leven in “zone C” van de Westelijke Jordaanoever (60% van het territorium), zone die in de Oslo Akkoorden van 1993 “voorlopig” onder volledige Israëlische controle was geplaatst.

Israëls structurele mishandeling van Palestijnse tieners – bij betogingen en protestacties, bij hun aanhouding, tijdens hun voorhechtenis en ondervraging en tenslotte tijdens hun maanden- of jarenlange gevangenschap in penibele omstandigheden – vormt al jaren een groot zorgpunt voor de internationale gemeenschap[25] en de civiele samenleving.[26] In 2013 heeft het ‘VN Comité voor de Rechten van het Kind’ aangeklaagd dat Palestijnse kinderen “systematisch onderworpen worden aan een mensonwaardige behandeling en dikwijls aan foltering, en dat Israël eerdere aanbevelingen om het internationaal recht na te leven ‘volledig genegeerd’ had.”[27]

Ondanks wijzigingen die de Israëlische Staat onder internationale druk in zijn militaire procedures aanbracht, bleef en blijft de dagelijkse praktijk van de ordediensten – dwz de nationale politie, de Grenspolitie, de binnenlandse veiligheidsdiensten (Shin Bet of Shabak), de Israel Defense Forces (IDF, in het Hebreeuws: de Tsahal) en de Israel Prison Service (IPS) – nagenoeg ongewijzigd. Opvolgingsrapporten van UNICEF en bekende mensenrechtenorganisaties – zoals van Defense for Children International-Palestine (DCI-P), Military Court Watch, Addameer, Human Rights Watch, B’Tselem (“Israëlisch Informatiecentrum voor de Rechten van de Mens in de Bezette Gebieden”), Amnesty International e.a. hebben die negatieve vaststellingen sedertdien meermaals herbevestigd.[28]

Dodelijke slachtoffers
Nóg zorgwekkender, natuurlijk, dan het mishandelen en misbruiken van jongeren binnen en buiten de gevangenis is het toenemende aantal minderjarige doden, niet enkel tijdens de protestmanifestaties naar aanleiding van Donald Trumps erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël. Van de 12 Palestijnse slachtoffers die sedert het begin van 2018 tot nu door het leger zijn gedood, werden minstens 5 minderjarigen van dichtbij met een kogel in het hoofd of in de nek om het leven gebracht.[29]

Er zijn gelukkig ook slachtoffers die zo’n aanslag overleven,[30] maar verontrustend genoeg lijkt zich een patroon af te tekenen waarin Palestijnse jongeren die stenen gooien, worden opgejaagd en in koelen bloede gericht in het hoofd of de nek worden geschoten.xxxi [31] Dat dodelijke geweld tegen kinderen, echter, reikt nog verder terug. Door een journalist is de Westelijke Jordaan daarom bestempeld als “één van de voor kinderen meest gevaarlijke plaatsen ter wereld waar in het voorbije jaar 14 Palestijnse kinderen gedood zijn en bijna 1000 andere kinderen tijdens confrontaties verwond zijn door Israëlische troepen.”[32]

Algemeen kan je stellen dat Palestijnse kinderen door Israëls gewapende ordetroepen en militaire rechtbanken (en zeker door de publieke opinie) beschouwd en behandeld worden als een vijand waartegen oorlog wordt gevoerd. Net zoals bij Palestijnse volwassenen wordt ook bij minderjarigen a priori uitgegaan van hun schuld tenzij hun onschuld uitzonderlijk alsnog zou worden bewezen. Zij beschikken hoe dan ook niet over wettelijke bescherming en zijn als het ware loslopend wild, waarop gejaagd kan/moet worden.[33]

Het koppige vasthouden door de opeenvolgende Israëlische regeringen aan het systeem van kinderrechtenschendingen ondanks de internationale kritiek en veroordelingen, versterkt het vermoeden dat hiermee een politiek doel wordt nagestreefd: via haar jeugd moet de geest van weerbaarheid en vasthoudendheid van het Palestijnse volk – zijn “soemoed” – gebroken worden om aldus het voortbestaan van de bezetting te verzekeren.[34]

Bescherming rechten van het kind
Op basis van het Kinderrechtenverdrag hebben alle kinderen die met het gerecht in aanraking komen, ongeacht schuld of onschuld, recht op bijzondere bescherming en op alle rechten die gewaarborgd worden door de internationale conventies. Ook Israël heeft de “Internationale Jeugdnormen” (“International Juvenile Standards”) ondertekend en geratificeerd.[35]

Die normen eisen dat kinderen enkel van hun vrijheid mogen worden beroofd indien alle andere juridische middelen uitgeput zijn. Ook is vastgelegd dat vrijheidsberoving niet wederrechtelijk of willekeurig mag gebeuren en zeker niet gepaard mag gaan met geweld, foltering of enige andere vorm van mensonwaardige of vernederende behandeling of straf.[36] De internationale rechten van de mens in het algemeen en die van het kind in het bijzonder zijn onvoorwaardelijk, zijn niet optioneel. Stopzetting van de schending ervan mag niet afhangen van te onderhandelen politieke keuzes.

Parlementaire actie
Geachte Mevrouw, Geachte Heer, wij hopen dat onze gedocumenteerde brief u heeft kunnen overtuigen dat een menswaardige oplossing voor het ondraaglijke lot van Palestijnse kinderen en adolescenten urgent is. Wij durven u daarom verzoeken:

1. parlementaire initiatieven te nemen (nationaal of regionaal) om van Israël de vrijlating te bekomen van de honderden opgesloten minderjarigen, in het bijzonder van de adolescente Ahed Tamimi die een icoon is geworden van de Palestijnse geweldloze verzet en daarom bedreigd wordt met een gevangenisstraf van 12 jaar;
2. contact te willen opnemen met de Ambassadrice van Israël om via haar de Israëlische overheid te trachten overtuigen dat de vervolging van Palestijnse adolescenten, waaronder Ahed Tamimi, en de grote verontwaardiging die ze overal wekt, de morele status van Israël in de wereld ernstig in het gedrang brengen;
3. gelet én op onze nauwe banden met de Staat Israël én op de centrale plaats van de mensenrechten in het Belgische internationale ontwikkelings- en samenwerkingsbeleid, strafmaatregelen in overweging te nemen die verder geweld tegen Palestijnse kinderen kunnen indijken. Israëls politiek van afbraak van Palestijnse schoolinfrastructuur (vaak ook door ons land mee gefinancierd) is een belangrijk onderdeel van Israëls belaging van de Palestijnse jeugd en dus van de toekomst van de Palestijnse samenleving.[37]

Geachte Mevrouw, Geachte Heer, wij zijn u bijzonder dankbaar dat u deze briefing hebt willen doornemen en dat u onze grote bezorgdheid hebt willen delen.

Met de meeste hoogachting,

Herman De Ley, Emeritus Universiteit Gent,

Perrine Humblet, Professeur de l’Université Libre de Bruxelles

Namens BACBI’s Stuurgroep: Prof. Marie-Christine Closon (UCL), Prof. Patrick Deboosere (VUB), Dr. Pascal Debruyne (UGent), Prof. Lieven De Cauter (KU Leuven), Em.Prof. Herman De Ley (UGent), Lieve Franssen (dirigent Brussels Brecht-Eislerkoor), Carl Gydé (directeur CAMPO), Prof. Madeline Lutjeharms (VUB), Prof. Perrine Humblet (ULB), Prof. Marc Jacquemain (Université de Liège), Raven Ruëll (regisseur), Prof. Christiane Schomblond (ULB), Dr. Nozomi Takahashi (UGent), Prof. Karin Verelst (VUB)
__________
Eindnoten:
[1] Voor de lijsten van ondertekenaars van het BACBI-platform: de “academische”: Om deze in te zien raadpleeg de website van DeWereldMorgen.be

[2] Verdrag inzake de Rechten van het Kind Aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 november 1989 (Officiële Nederlandse Vertaling, 19 blz.), in voege in 1990)

[3] Miri Regev: “She is not a little girl, she is a terrorist. It about time they will understand that people like her have to be in jail and not allowed to incite racism and subversion against the state of Israel” (geciteerd in: Richard Falk, Why the Experience of Ahed Tamimi Matters So Much Foreign Policy Journal, 14 Feb, 2018)

[4] Een krantenartikel van de bekende journalist Ben Caspit (hij rekent zichzelf tot het “vredeskamp”) wekte binnen en buiten Israël grote beroering. Hij schreef dat men meisjes als Tamimi “bij een andere gelegenheid de prijs moet doen betalen, in het donker, zonder getuigen of camera’s”. Vele commentatoren begrepen dit als een aansporing voor verkrachting. Caspit reageerde hierop heel verongelijkt als was hij het slachtoffer van een beschadigingscampagne: “Fighting a shaming campaign with the truth” (The Jerusalem Post, Dec 25). Zie echter Jonathan Ofir: “Israeli journalist who called for unspeakable acts against Ahed Tamimi tries, and fails, to backpedal” (Mondoweiss, Dec 26) en: “Writing about what should be done to girls in the dark is incitement to sexual assault — Shany Littman to Ben Caspit” (Mondoweiss, Dec 28)

[5] Professor Asa Kasher (schreef jaren geleden een “ethische code” voor het IDF), zie Jonathan Ofir, “Ahed Tamimi should stay in prison because she might slap again — Israeli ethicist” (Mondoweiss, Jan 15)

[6] Considering that the military prosecutor plans to summon 18 witnesses, mostly soldiers, Ahed’s trial could take months”, Human Rights Watch (Jan 14), “Israeli Prosecutors Throw Book at Palestinian Child Protestor”

[7] Zie het kritische editoriaal van de Israëlische krant, Haaretz, van 19 januari: “Hysteria in Military Court. This unacceptable proceeding doesn’t restore the honor of the IDF or the soldiers involved in the incident”

[8] In het verleden heeft de Israëlische bezetter zich het grootste deel van de grond van het dorp toegeëigend voor de bouw van de illegale Joodse kolonie Halamish. Het dorp staat al jaren vooraan in het vreedzame verzet tegen de bezetting. Sedert de kolonisten zich in 2010 bovendien hebben meester gemaakt van de waterbron van het dorp, werd elke vrijdag betoogd. Onder het excessieve wapengeweld van het leger (meer dan 350 dorpelingen raakten gewond en een 50-tal verminkt), het grote aantal arrestaties (waaronder de ouders van Ahed) en de hoge boetes die moesten betaald worden voor hun vrijlating, is in 2016 afgezien van verdere vrijdagdemonstraties. Toch is aan de legerraids tegen de dorpelingen geen einde gekomen. Over de militaire gewelddaden die er altijd mee gepaard gaan, zie: Lisa Goldman, “Nabi Saleh is where I lost my Zionism” (+972, Dec 24, 2017) : “Israeli army sharp-shooters regularly shoot unarmed demonstrators in Nabi Saleh with both rubber-coated steel bullets and live ammunition. They break into houses and drag people out, arresting them on the claim that they allowed demonstrators to hide in their garden”.

[9] Hoewel even “schuldig” als Ahed, werd Nour (21 jaar) door de militaire rechter wél voorwaardelijk in vrijheid gesteld.

[10] Zie de video op YouTube (start met Aheds nachtelijke ontvoering), die u onder meer kunt vinden via de website van DeWereldMorgen.be.

[11] De Belgische regering heeft afgelopen zomer formeel geprotesteerd tegen de afbraak van een door haar gefinancierd schooltje in Bethlehem. Zie nu het Januari-rapport van UN OCHA (Office for the Coordination of Human Affaires – Occupied Palestinian Territory), “West Bank demolitions and displacement | January 2018” (Feb 16)

[12] Zie Harriet Sherwood, “Palestinian 16-year-old Ahed Tamimi is the latest child victim of Israel’s occupation”(The Guardian, 2 Jan 2018). Bv. Amira Hass, “Israeli Soldiers Detained 6-year-old Palestinian Boy for Five Hours After He Threw Stones” (Haaretz, Dec 24, 2017)

[13] Drie weken geleden is nabij de Palestijnse stad Tubas tijdens een legeroefening een 3-jarig jongetje in het hoofd geschoten… Zie The Rights Forum (12 jan 2018). Het jongste Palestijnse kind dat vorig jaar in december opgepakt werd, was 6 jaar oud. Soldaten die zich achter zijn huis verscholen hadden, grepen hem vast, dwongen hem in een voertuig en voerden hem mee voor ondervraging (Palestine Solidarity Campaign, Feb 23).

[14] Zie de statistieken van Addameer – Prisoner Support and Human Rights Association

[15] “This prison is located South of the line extending between Tulkaram and Netanya on the old road leading to Hadera. Zie Addameers kaartje van alle gevangenissen en detentiecentra

[16] “Protected persons accused of offences shall be detained in the occupied country, and if convicted they shall serve their sentences therein”.

[17] « Farhan Haq, secrétaire-adjoint des Nations unies, a déclaré au cours d’une conférence de presse le 7 novembre au siège de l’organisation internationale à New-York : ‘500 enfants palestiniens sont actuellement détenus par Israël.’ L’Onu, qui a exprimé sa profonde préoccupation face à cette situation, confirme ainsi les nombreux rapports des associations des droits de l’homme israéliennes et palestiniennes qui dénoncent l’emprisonnement des enfants palestiniens » in Communiqué du Collectif national pour une paix juste et durable entre Palestiniens et Israéliens : «Libérer les enfants palestiniens des prisons israéliennes ! » naar aanleiding van de Internationale Dag van de Rechten van het Kind, op 20 november 2018.

[18] Zo Chloé Benoist, «Palestinian women haunted by abuse in Israeli jails», Middle East Eye, 2 feb 2018,

[19] Zie het verslag van Addameer – Prisoner Support and Human Rights Association, Dec 2017: “Imprisonment of Children”

[20] Zie daarover nu het boek van de Israëlische historicus, Ilan Pappé: “The Biggest Prison on Earth. A History of the Occupied Territories” (2017). NB: “Krijgswet”: “De krijgswet of staat van beleg is een noodtoestand die in werking treedt als het leger de rechtspleging overneemt van de burgerlijke autoriteiten. Tijdens de periode dat de krijgswet van kracht is, gelden vaak andere wetten dan normaal. Het leger houdt toezicht op naleving hiervan, en gerechtelijke vervolging vindt veelal plaats door de krijgsraad” (Wikipedia).

[21] UNICEF: “Children in Israeli Military detention. Observations and Recommendations” (Feb 2013) p. 6-7

[22] Vermeld in: “First-ever bill on Palestinian human rights introduced in Congress” (No Way to Treat a Child, 14 Nov 2017). De titel van het wetsvoorstel: “Promoting Human Rights by Ending Israeli Military Detention of Palestinian Children”.

[23] Zie bv. de rapporten en verslagen van de mensenrechtenorganisatie ‘Military Court Watch’. Ook het rapport van de Nederlandse kinderrechtenorganisatie Tadamun, “Most Wanted: Justice” (op basis vooral van de rapporten van Defense of Children International-Palestine).

[24] Addameer (July 2017), “The Israeli Military Court System”. Ook : “Juvenile Justice System” in: “ISRAEL: Children’s Rights in UN Treaty Body Reports”

[25] Recentelijk bv. voor de Europese Unie : “EU ‘Deeply Concerned’ Over Israel’s Arrest of Palestinian Minors in Wake of Ahed Tamimi Detention. Representatives of the organization in the region cautioned Israel against trampling children’s rights, calling on it to act responsibly with Palestinian minors as ‘the occupying power,’” door Noa Landau (Haaretz, Jan 14, 2018)

[26] Zie bv. de recente tribune in Le Monde (28 januari) van een collectief van Franse intellectuelen met een oproep gericht aan President Macron: “Il faut « exiger la fin des pratiques de détentions qui constituent une violation des droits des enfants » en Israël ». De president wordt opgeroepen « à agir pour inciter Israël à mettre fin à un système où des centaines d’enfants sont condamnés par des tribunaux militaires ».

[27] UN Committee on the Rights of the Child (CRC), “Concluding observations on the second to fourth periodic reports of Israel, adopted by the Committee at its sixty-third session” (May 27–June 14, 2013)” (June 14, 2013), OpenDocument , paras. 35, 36, 73. En het al geciteerde rapport van UNICEF.

[28] Zie onder meer: (a) “UNICEF report confirms ill-treatment of Palestinian child detainees remains systematic” (DCI-P, 21 feb 2015), (b) DCI-P, April 2016 (pdf, 84 blz.): “No Way to Treat A Child”, (c) “64% of Palestinian children abused during detention” (op basis van een nieuw rapport van Military Court Watch), in AURDIP, 31 december 2017

[29] Zie nogmaals The Rights Forum (31 januari 2018), “Israëlische militairen schieten Palestijnse tiener door het hoofd”, met citaat van de vader: “The soldiers killed him from a short range. They could have arrested him; they could have injured him; they could have shot his leg. But the soldier meant to kill him”). Zie ook: “Year-in-review: Worst abuses against Palestinian children in 2017” (DCI-P, 18 Jan, 2018). NB: Ook het hekken aan de Gazastrook vormt voor het leger een “opportuniteit”, zie bv.: “Without Posing Any Threat to Soldiers’ Life, Israeli Forces Kill Two Palestinian Children and Wound 2 Others in Southern Gaza Strip” (Palestinian Center for Human Rights, Feb 18). De ongewapende tieners, die geen enkele bedreiging vormden, werden op 17 februari beschoten met artilleriegranaten

[30] Het lot, echter, van tal van overlevenden is niet te benijden, zie hoger, Aheds neefje Mohammed die voorlopig verder moet leven met een zwaar verminkte schedel. Een andere 14-jarige jongen werd aan het Gazahek in het aangezicht getroffen met een traangasgranaat: hij “had een inwendige bloeding in zijn hersenen en artsen zagen zich verplicht zijn rechteroog te verwijderen”. Zie: Jacclyn Ashley, “Israeli abuse against Palestinian minors rises: report” (Al-Jazeera, Dec 23), op basis van een rapport van DCI-P

[31] Cf. het artikel van Gideon Levy, “Like a Safari: Israeli Troops in Jeeps Hunt a Palestinian Teen and Shoot Him in the Head” (Haaretz Feb. 9, 2018)

[32] Bernard Smith, “Palestine: One of most dangerous places for children” (Al-Jazeera, Feb 15, 2018)

[33] Zie bv. de recente brochure van B’Tselem en HaMoked: “Unprotected – Detention of Palestinian Teenagers in East Jerusalem” (Joint report by HaMoked and B’Tselem Oct 2017, 32 p.). Ook online beschikbaar (pdf, 33p.)

[34] In het reeds geciteerde verslag van Addameer , “Imprisonment of Children” (Dec 2017, wordt aandacht geschonken aan de traumatische psychologische effecten van gevangenschap voor het latere leven van de jongeren: “From scientific and developmental perspectives, experts in child trauma psychology believe that the arrest, interrogation, and humiliation experience is highly dangerous and traumatizing to a child. The trauma can alter the child’s behavior in what can be characterized with agitation, over reaction, rebellion, or indifference to surroundings. Traumatic experiences in the early stages of a child’s life (particularly during childhood and adolescence) increase the risk of psychological and behavioral disorders during adulthood.”

[35] Zie: “International Standards and Norms on Juvenile Justice and law reform” (Geneva 2011)

[36] Let wel: die grondrechten worden door de Israëlische Staat wél geëerbiedigd ten aanzien van kinderen in Israël én de West Bank kolonies). In tegenstelling tot de rechteloze Palestijnse kinderen, beschikken zij wél over rechten. Enkele voorbeelden van discriminatie tussen beiden: (a) een Israëlische tiener mag slechts gedurende 48 uur ondervraagd worden zonder toegang te hebben tot een advocaat; een Palestijnse wordt soms tot 90 dagen lang ondervraagd zonder juridische bijstand. (b) In Israël kan een kind niet ’s nachts opgepakt en ondervraagd worden, terwijl Palestijnse kinderen tussen middernacht en 5u ’s morgens uit hun bed ontvoerd en opgesloten worden. (c) In Israël kan een kind niet ondervraagd worden zonder de aanwezigheid van een ouder, etc.

Chileens voorbeeld

In Chili wonen ongeveer net zo veel mensen als in Nederland, maar net als in België zijn de Chilenen doorgaans katholiek. We kennen het land van Augusto Pinochet, die via een militaire staatsgreep in 1973 de socialistische president Salvador Allende afzette. En ik ken het land als een van de landen waar Europeanen, voor wie hier de grond te heet onder de voeten wordt, graag hun heil zoeken. Pas in 1990 keerde de democratie er terug. De Presidentiële republiek Chili kent net als de Koninkrijken België en Nederland een meerpartijenstelsel en hun staatshoofd heet momenteel Michelle Bachelet.

Nèt de regering van dìt land heeft Israël als eerste ter wereld openlijk opgeroepen Ahed Tamimi in afwachting van haar proces onverwijld vrij te laten en eist dat in haar proces de regels van correcte rechtsgang worden gerespecteerd.

Op vrijdag 17 februari jl. verspreidde het Chileense ministerie van buitenlandse zaken een officiële verklaring aan de ambassade van Israël in Chili. Daarin drukt de regering zijn “grote bezorgdheid” uit over de behandeling van de 17-jarige Ahed Tamimi, die voor het ogenblik in een militaire gevangenis in Israël op haar proces wacht voor een militaire bezettingsrechtbank.
“Gezien de ongelukkige situatie waarin deze minderjarig persoon zich bevindt, herhaalt de Chileense regering aan de vertegenwoordiging van Israël de noodzaak dat de rechten van deze Palestijnse minderjarige ten volle worden gerespecteerd.”
De regering van Israël moet van dit ministerie “garanties van correcte rechtsgang” geven en de rechtbank heeft de verantwoordelijkheid om “de omstandigheden en de spanningen ter plaatse” te evalueren, toen het incident plaatsgreep (een verwijzing naar de klap die de onbewapende Ahed Tamimi op 15 december 2017 gaf aan een zwaar bewapende Israëlische soldaat van de bezettingstroepen op de inrit van haar thuis).
De verklaring eindigt met te stellen dat de Chileense regering “de prompte vrijlating van Ahed Tamimi verwacht.”

Toen ik dit las, betreurde ik het heel eventjes dat de grond hier nooit te heet onder mijn voeten geworden is; vervolgens vroeg ik mij af:
Overduidelijk is, volgens mij, dat Israël tal van VN-verdragen aan haar laars lapt, waaronder de verplichtingen van het internationaal recht om kinderen te beschermen tegen te strenge criminele bestraffing. Waarom vraagt Chili Israël als eerste regering een correcte rechtsgang te garanderen? Ik leef toch ook in een beschaafd land?

Bron: “Chili eist als eerste staat ter wereld de vrijlating van Ahed Tamimi” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 19 februari 2018.

Goed nieuws (dat het nieuws niet bereikte)

Enkele duizenden mensen die in de bittere, natte koude een mensenketting vormen rond het Maximiliaanpark om een razzia te vermijden vormden zondagavond een ongezien hoogtepunt van een krachtige solidariteitscampagne.

Dat Maximiliaanpark ligt in de Noordwijk van Brussel. Tijdens de zomer van 2015 streken er veel migranten/vluchtelingen neer. Maandenlang al slaagt een netwerk van gewone burgers er iedere nacht opnieuw in om de honderden migranten rond het Noordstation een slaapplaats te bieden. Ze organiseren zichzelf via sociale media en slagen waar de overheid op schrijnende wijze faalt: het voorzien van een dak, een bed en een minimum aan comfort voor wie letterlijk in de kou staat.

Belgische families ondersteunen deze families-zonder-papieren in alle stilte. Scholen en onderwijzend personeel zetten zich in voor leerlingen-zonder-papieren en Belgische kerken organiseren al jarenlang opvang en hulp. Nog steeds zijn tal van Belgen in alle stilte actief in de regio’s rond Calais en Duinkerken om migranten te helpen waar mogelijk. In België bestaat een robuust netwerk van solidaire burgers die hulp organiseren voor migranten.

Dat dit solidariteitsnetwerk een sterke mobilisatiekracht heeft, werd zaterdag, twee weken geleden bewezen. Toen kwamen 8.000 mensen de straat op om het beleid van Theo Francken, staatssecretaris voor Asiel en Migratie en belast met administratieve vereenvoudiging, aan te klagen en zijn ontslag te eisen. Dat dit netwerk er een week later opnieuw in slaagt om enkele duizenden mensen op de been te brengen op een gure zondagavond, is op zich al indrukwekkend te noemen. Aangezien het doel was de politie te beletten een razzia uit te voeren, een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid, maakt het voorval indrukwekkender. Hoewel de intentie van de actievoerders volstrekt vreedzaam was, maakte het risico dat de politie gewelddadig zou ingrijpen dit gebeuren tot een hoogtepunt van een krachtige solidariteitscampagne.

Dit robuuste solidariteitsnetwerk zal zeker een doorn in het oog van politieke krachten zijn die een gespierd beleid tegenover de minst bedeelden voorstaan. In ieder geval houdt deze groeiende solidariteitsbeweging rekening met mogelijke tegenzetten van de overheid en de politiediensten. Ongetwijfeld zullen er pogingen ondernomen worden om hun solidariteit te breken. Dat zal vooral gebeuren door migranten en activisten te proberen te criminaliseren, want zo gaat het dit tijdsgewricht, zwichtend onder communicatiedeskundigen, altijd. Echter, voor we verzanden in normaal nieuws; tot de vorige alinea het goede.

Bron: “Ongeziene solidariteit: duizenden burgers weten grootscheepse razzia te vermijden” door Thomas Decreus via DeWereldMorgen op 22 januari 2018.