Duurzaamheid; Compleet gestoord, maar wel goed bedoeld

Stapsgewijs heeft mijn strijkbout het begeven. Eerst een haperende functie, toen een kapotte knop en vervolgens vertikte het apparaat al zijn werk. Onlangs kocht ik vervanger.
Hoe lang heeft de vorige het gedaan?” vroeg het vrolijke jonkie.
7 jaar”, antwoordde ik.
Oh, dat is best lang.
Dat is beschamend kort, jij kùnt dat haast niet weten, maar hoewel alle bedrijven de mond vol hebben van duurzaamheid, werden zo’n 40 jaar geleden dit soort apparaten gemaakt opdat ze niet vervangen hoefde te worden en nu opdat ze het zo snel mogelijk na afloop van de garantietermijn begeven. Ik heb nog een radio, versterker, en zo die ik in mijn studententijd gekocht heb. Mijn kinderen zijn al aan hun derde of vierde toe!
Met mijn nieuwe aankoop liep ik de zaak uit een verbouwereerd jonkie achterlatend. Ik dacht clichématig: “Vroeger ging een fiets een heel huwelijk mee, en nu nog steeds.

De mond vol van duurzaamheid en elke 11 maanden vervangen we onze gsm. Tegelijk neemt het aantal gorilla’s op de aarde af en is er nog maar één Indonesische neushoorn. Raar om dit in één alinea te schrijven? Helemaal niet!

In haar breedste betekenis staat ‘biodiversiteit’, de verscheidenheid aan planten en dieren op onze planeet, synoniem voor ‘leven op aarde’. Echter, de snelheid waarmee dier- en plantesoorten uitsterven is heel groot. Dat heeft te maken met biodiversiteitsverlies. En doordat de 31 mineralen, die nodig zijn om een gsm te produceren, waarvan vele uit natuurgebieden gehaald worden waar gorilla’s leven, hebben vermeerdering van het aantal gsm’s en vermindering van het aantal gorilla’s direct met elkaar te maken. Dit gaat over ons productie- en koopgedrag. Geen enkele aankoop is onschuldig.

De Belgische FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu is vanwege bovenstaande begonnen met een #BeBiodiversity-campagne. Zo doen we dat tegenwoordig en voordat #metoo uitgedoofd is kan de volgende #hype de lucht in. De verantwoordelijkheid wordt door de FOD Volksgezondheid zo laag gelegd en wel bij degenen die dat haast niet of helemaal niet kunnen dragen. Zoals het bevreemdend is voor marsmannetjes dat in onze steden gewone en fairtrade-winkels zijn, moeten ‘we’ van de FOD Volksgezondheid ons aankoopgedrag veranderen. Prijsvechters bieden spotgoedkope vliegreizen aan en ‘we’ moeten ‘nee’ zeggen want vliegen is slecht voor het milieu; bevordert klimaatopwarming. De voedselindustrie biedt spotgoedkope importproducten aan en ‘we’ moeten ‘nee’ zeggen want de stookolie waarmee gestolen voedsel uit ontwikkelingslanden hierheen getransporteerd wordt is slecht voor het milieu; bevordert klimaatopwarming. Dit jaar richt de FOD Volksgezondheid zich op de consument, en volgend jaar – nadat CETA van kracht geworden is – op de bedrijfskant. Dan gaat de FOD Volksgezondheid vriendelijk vragen of de heren ietsje minder rommel willen maken. En elke heel klein beetje minder toename van rotzooi zal gevierd worden alsof we de aarde op de multinationals heroverd hebben.

De 5 grootste biodiversiteitsbedreigingen zijn:
invasieve soorten die een bedreiging vormen voor het voortbestaan van inheemse soorten,
klimaatverandering,
overexploitatie,
vernietiging van habitats en
verontreiniging.

Om een beeld te geven enkele statistieken:
In België worden 101 dieren, micro-organismen en planten geteld, die door menselijk handelen in een nieuw gebied terechtkomen (zoals ‘België’ of ‘Nederland’) en die door verspreiding en vestiging schade kunnen veroorzaken en de biodiversiteit van inheemse soorten bedreigen.
Tussen 1990 en 2010 zijn wereldwijd minstens 3.500.000 hectaren natuurlijke bossen omgevormd tot palmolieplantages. Ongeveer 20 % van de palmolieproductie wordt gebruikt door de cosmetica-industrie.
Illegale exploitatie van bedreigde bossen vormt een markt die tussen de € 50 en 150.000.000.000 geschat wordt. Na drugshandel is het de grootste misdaadmarkt ter wereld.
40 % van de cacao komt van Ivoorkust, waar de bossen sinds 1960 80 % van hun oppervlakte kwijt zijn geraakt. En,
meer dan 90.000 containerschepen varen over de oceanen en zeeën en storten samen evenveel kankerverwekkende verontreinigde stoffen uit als 4.500.000.000.000 auto’s in een jaar.

Ofwel ‘we’ moeten meer fietsen en wandelen of met het openbaar vervoer, en als u dat dan doet dan resteert de vervuiling van nog maar 4.499.999.999.999 auto’s per jaar.

Om de idiotie van deze campagne te verduidelijken een ander voorbeeld.
‘Let ook op micro-plastic’, waarschuwt de FOD Volksgezondheid ‘ons’. Dat zijn kleine plastic bolletjes die zitten in douchegel, tandpasta, shampoos en andere verzorgingsproducten. Die micro-plastics spoelen het riool in en verdwijnen – uiteindelijk – in de zee, waar zeedieren ze binnen krijgen. Die worden daar ziek van, worden opgegeten door andere zeedieren en die worden enzovoort. Veel mensen zijn hier niet van op de hoogte en vanaf deze campagne dus wel. Maar hoezo zouden ‘wij’ daarop moeten letten?
Een streng gehandhaafd verbod op productie en import van micro-plastics in douchegel, tandpasta, shampoo en andere verzorgingsproducten is volgens mij het enig werkende remedie, net als een afgedwongen beperking van koopvaardij en vliegverkeer en nog zo’n 197 adequate maatregels waaronder de productie van apparaten die weer een mensenleven lang meegaan.

Maar in Midden-Nederland gaan we vrolijk een vliegveld uitbreiden. Echter, op het hoogst volume:

Burger, weest ù zich dan bewust en dat ù ùw gedrag aanpast want het is echt slecht gesteld met de aarde, de gorilla’s, het milieu en die ene neushoorn.

Bron: “Wat een gsm en een gorilla met elkaar te maken hebben én met ons koopgedrag” door Helenka Spanjer via DeWereldMorgen op 18 december 2017.

De eerste familiereünie

De Bruine Vloot, dat leek mij leuk. Heel de familie in Harlingen aan boord. Stukje varen over de Waddenzee. Stukje droogliggen met een picknick op het wad. En weer terugvaren naar Harlingen. Dus nam ik contact op met De Bruine Vloot. Maar dat ging mij niet makkelijk af. Uiteindelijk was zo de zomer voorbij zonder dat ik iets georganiseerd had.

Met een nichtje van me had ik het er op een verjaardag over gehad dat een familiereünie een goed idee zou zijn. Wellicht dan iets waarvoor we minder van het weer afhankelijk zijn. En zo passeerde de winter zonder dat ik iets georganiseerd had. Het voorjaar brak alweer aan voor ik er erg in had. Dan toch De Bruine Vloot?

Elke 12 weken eet ik met mijn broers en deze familiereünie gaat uiteindelijk nog maar om ons drieën, onze partners en eventueel onze ex-partners, onze kinderen, hun partners, en onze kleinkinderen, die gezien hun jonge leeftijd naar verwachting nog geen vaste partners zullen hebben. Alles bij elkaar een stuk of 20 mensen in leeftijd variërend van 9 maanden tot 72 jaar. Ik legde eind april aan mijn broers de mij-tegenvallende voortgang uit van mijn organiseren van een familiereünie. De ene broer zei “Zo, zo” en de andere “Als we nou naar het Nationaal Park De Hoge Veluwe gaan en daar rond een uur of 12 koffie drinken? Dan kunnen we daarna fietsen of wandelen! Ik kan een rondleiding geven. Tussen zeg 4 en 5 kan ieder doen wat-i wil in museum, op terras, alsnog wandelen of juist fietsen. En om 5 uur kunnen we dan net buiten het park de dag afsluiten met pannekoeken. Op weg naar dat pannekoekenhuis kan ik nog iets vertellen over het Dennen Scheren en misschien kunnen we nog getuigen zijn van het burlen van Edelherten.

Verbaasd over hoe broers van dezelfde ouders kunnen verschillen vroeg ik laatste broer of hij een en ander ook wilde organiseren en dat wilde hij.

Zo werden mijn andere broer en ik afgelopen zondag door mijn organiserende broer en zijn vrouw welkom geheten bij Het Parkrestaurant van nationaal park De Hoge Veluwe. Wegens afspraken, gedoe des levens en ziekte waren we dankzij een stand-inn toch nog met 18 mensen bijna compleet. Mijn organiserende broer organiseerde en in de nabijheid werd zelfs door De Overlopers, een Jachthoornblazers-ensemble, een demonstratie jachtmuziek gegeven. We werden door mijn organiserende broer rondgeleid. Hij vertelde verhalen over de locatie waar we waren in vroeger ijstijden en rond 1930 en wat op deze plek daartussen zoals gebeurde; zelfs over het nu en binnenkort. We bezochten een natuur-observatiepost zonder uitzicht op wilde dieren, het bezoekerscentrum annex geologisch en natuurmuseum Museonder, een terras en zagen Edelherten en kuddes hindes grazen (zoekend naar neergelegde appeltjes). De mannetjes burlden af en toe. En we sloten net buiten het park af met pannekoeken. Mijn organiserende broer organiseerde tot op het laatst door, zodat het afrekenen zo eenvoudig mogelijk zou gaan en ik bedankte publiekelijk mijn nichtje voor haar reünie-idee en mijn organiserende broer voor zijn georganiseer.

Sinds nu hebben we een groepsWhatsApp en ontvangen daar leuke foto’s van onze eerste en zeer geslaagde familiereünie op.

Voor wie van cijfers en natuur houdt

1.
Terwijl het voor onze ‘evolutionaire voorouders’ 542.000.000 jaar geleden begon, ging het ruim 25.000.000 jaar daarna ‘al’ mis. De helft van alle 588.000 levensvormen stierf toen in korte tijd uit.

2.
445.000.000 jaar geleden ging het weer flink mis toen plotsklaps 42% van alle 1.530.000 levensvormen uitstierf.

3.
380.000.000 jaar geleden ging het ‘geleidelijk’ flink mis toen in een periode van 15.000.000 jaar bijna de helft van alle 1.700.000 levensvormen uitstierf.

4.
325.000.000 jaar geleden stierf nog eens 40% van alle 1.600.000 levensvormen uit.

5.
250.000.000 jaar geleden ging het weer flink mis toen in zo’n 10.000.000 jaar in 3 sprongen ruim 70% van alle 1.235.000 levensvormen uitstierf.

6.
200.000.000 jaar geleden ging het weer flink mis toen in alweer in zo’n 10.000.000 jaar 25% van de 940.000 levensvormen uitstierf.

7.
140.000.000 jaar geleden stierf plots 20% van alle 1.530.000 levensvormen uit.

8.
66.000.000 jaar geleden stierf plots ruim eenderde van alle 3.000.000 levensvormen uit, waaronder de dinosaurussen en mammoets.

9.
36.000.000 jaar geleden stierf nog eens 4% van alle 4.000.000 levensvormen uit. Zo komt het dat we hier nu op de aarde zijn met ruim 5.000.000 levensvormen van algje tot walvis en van aardappel tot olifant.

10.
En mens natuurlijk, want de laatste 3.000.000 jaar zijn ook (oer-)mensen een levensvorm, die op aarde te vinden is. Deze soort heeft een veelzijdige taal, waarmee zij informatie kan doorgeven zelfs zonder bij elkaar te zijn, zelfs nog als ze dood zijn (zie laatste alinea) en zij kan abstract denken. Mensen kunnen zo snel ook informatie doorgeven dat wat aan de ene kant van de aarde gebeurt (een ijsplaat op Antarctica die loslaat) dezelfde dag nog overal op aarde nieuws voor hun soortgenoten kan zijn. Ze weet ook in een evolutionaire seconde beslissende invloed uit te oefenen op het voortbestaan van heel veel andere levensvormen, soms positief en vaak negatief. Om precies te zijn doet zij dat in 24 evolutionaire milliseconden (ongeveer 150 jaar).

Zo ontstond ooit door donder en bliksem een chemische verbinding op aarde, die we ‘gen’ noemen. Iets dat leeft en leven kan doorgeven door zich haast foutloos te delen en weer aan te groeien; een levensvorm met een ‘genoom’ dat door overerving eigenschappen aan een groep chemische verbindingen geeft tussen alle chemische verbindingen die dat zonder genoom doen, zoals helium, methaan, stikstof en water. Een levensvorm tussen de talloze chemische verbindingen van de 94 tot 100 chemische elementen die van oorsprong op aarde voorkwamen, want mensen kunnen ook chemische elementen maken en een enkeling naar de Maan en terug laten vliegen.

Door middel van die genen erft geeft een organisme erfelijke eigenschappen door en daarmee veel van de kenmerken van zijn ouder(s). Veranderingen in het genoom kunnen als gevolg hebben dat nieuwe eigenschappen ontstaan in de nakomelingen van een organisme. Als een nieuwe eigenschap een organisme voordeel biedt zal dit organisme een grotere kans op overleven en op nageslacht hebben. Een zelfde groep organismen heeft voor overleving sowieso baat bij onderling verschillende eigenschappen. Over veel generaties kan zo’n groep zoveel nieuwe eigenschappen verkrijgen dat er een nieuwe levensvorm ontstaat. Zo zijn er in de loop van miljoenen jaren miljoenen levensvormen ontstaan en uitgestorven. Zelfs de oermensen, die ons voorgingen, zijn uitgestorven, deels door toedoen van degenen die indertijd al ons genoom droegen.

11.
Echter, dat we met ruim 5.000.000 verschillende dier- en plantensoorten zijn duurt niet lang meer, wanneer we onze onderling gedeelde wetenschap moeten geloven. Momenteel lopen 41% van alle amfibieën en 26% van alle zoogdieren gevaar om uit te sterven, om maar wat te noemen. Nu is het geen botsing met een andere planeet, maar klimaatverandering, onderlinge concurrentie, overexploitatie, verlies van leefgebied en vervuiling wat het voortbestaan van levensvormen bedreigt. Alle 177 diersoorten, waarvoor gedetailleerde tellingen bestaan, blijken minstens 30% van hun leefgebied te verliezen. Hetzelfde lijkt te gelden voor nog eens 9.000 amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren, wanneer we het bij dieren houden. Voor 4 op de 10 diersoorten zelfs meer dan 80% van hun sinds mensenheugenis historisch leefgebied.

De levensvormen in de tropische regio’s lijken het hardst te worden getroffen. Alle grote zoogdieren daar, om maar een voorbeeld te geven, zijn al meer dan 80% van hun leefgebied kwijt geraakt aan de mens.

11u 59′ 59″
Voor degenen die zich dit huidig uitsterven aantrekken: wij moeten af van overconsumptie, waaronder die van energie en gadgets, en van overbevolking; we zouden er goed aan doen onze ‘ecologische voetafdruk’ te verkleinen. De hele mensenmaatschappij zou de fictie moeten afzweren dat onbegrensde bevolkings- en economische groei mogelijk is op een eindige planeet. Dat is overigens iets waarvoor Adam Smith (1723–1790) ons als grondlegger van het kapitalisme al vertelde en opschreef. Zo waarschuwt hij ons na zijn dood voor een te srekt geloof in wat voor velen werkt. Na je dood soortgenoten waarschuwen; daar kunnen brandnetels (waarschijnlijk) nog niet eens van dromen.

Bronnen: “Oermens Lucy stierf door val uit hoge boom” via NU.nl op 29 augustus 2016 en Wikipedia over ‘Adam Smith’, ‘evolutie (biologie)’, ‘kapitalisme’, ‘liberalisme’, ‘massa extinctie’, ‘periodiek systeem’ en ‘zonnenevel’ en “Zesde grote uitstervingsgolf is al ingezet” door Inter Press Service via DeWereldMorgen; laatste allemaal op 11 en 15 juli 2017.

Sensodyne ® Rapid

Het begon allemaal met een periodieke controle. Ik ga al 40 jaar elk half jaar naar een tandarts, die ik in mijn studententijd bij Studont ontmoet had. Studont was ooit een samenwerkingsverband om studenten te leren hun gebit te onderhouden en hun gebit te verzorgen. Deze tandarts ‘nam mij mee’ toen hij een zelfstandige praktijk opzette en hij is onlangs een samenwerking aangegaan met enkele jonge tandheelkundigen. Voor de periodieke controle bezocht ik een van hen 3 weken geleden.

Tevoren had ik al aangegeven dat het niet bij een controle zou blijven, omdat ik last heb van tandpijn. De – voor mij nieuwe – receptioniste stelde voor te komen voor de controle en om dan samen met de tandarts ‘een plannetje te maken’. Ik nam het mezelf kwalijk dat ik haar benadering truttig vond. In die stemming bezocht ik de nieuwe praktijk aan de Utrechtse Maliebaan.

Ik bleek weer eens een voorspellende geest te hebben gehad;
3 consulten later is dit de balans van verrichte werkzaamheden:
1 periodieke controle
4 verdovingen
2 eenvlaksvullingen composiet
1 tweevlaksvulling composiet
1 drievlaksvulling composiet
3 droogleggingen van een elementen met een rubber lapje
1 rubberdam aanbrengen
4 kleine röntgenfoto’s
1 elektronische lengtebepaling
1 gebruik roterende nikkel-titanium instrumenten
1 gebruik operatiemicroscoop
1 opnieuw vastzetten van een kroon
1 uitgebreid wortelkanaalbehandelingconsult
1 behandeling van een slecht functionerend wortelkanaal
1 wortelkanaalbehandeling per element met 2 kanalen

Hoewel ik de veel jongere tandheelkundige dan mijn vertrouwde tandarts niet kende, had ik al vrij snel alle vertrouwen in zijn kunnen. Ik was tijdens de langdurige behandelingen vooral bezig met kijken naar een oninteressant plafond, ontspannen en slikken. Grappig, wanneer er in mij geboord wordt terwijl ik er geen pijn aan heb.

Het plan was geweest 2 wortelkanaalbehandelingen uit te voeren, maar omdat bij de tweede wortelkanaalbehandeling een kroon losliet, bleef die tweede beperkt tot het opnieuw vastzetten van de mantel van de namaakkies.

Heel de behandelperiode, met uitzondering van de verdoofde consulten, had ik pijn. Eerst verhielp de voorbehandeling van een wortelkanaalbehandeling mijn tandpijn niet. Na het volgende consult verergerde de tandpijn terwijl ik ook nog eens flink op mijn wang gebeten had toen de hele rechterkant van mijn mond verdoofd was. Een week lang verging ik van de pijn, alleen al als ik mijn mond open deed. Pas vlak voor het laatste consult vroeg een vriendin waarom ik geen pijnstillers gebruikte als ik zoveel pijn heb. Mijn reactie was: “Omdat ik daar niet aan gedacht heb”.

Achteraf complimenteerde ik de jonge tandheelkundige met zijn vasthoudendheid. Ik dacht toch zeker te weten dat hij een hoektand moest aanpakken, omdat daar het probleem zat. Ik sprak ook steeds van tandpijn. Hij wist zeker dat hij met de kies daarachter de oorzaak van mijn vermeende tandpijn behandeld had. Dat hij gelijk heeft gehad, blijkt nu de verdoving uitgewerkt is en de wond aan de binnenzijde van mijn wang niet meer drastisch ontzien hoeft te worden. Nu moet ik er aan wennen weer over beide zijden van mijn gebit te eten en drinken, want ik ben eraan gewend geraakt dat over links te doen.

Over vijf maanden zien we weer verder. Voorlopig alleen nog op aanraden van de nieuwe tandarts mijn tanden poetsen met Sensodyne ® Rapid; dan zou het allemaal voor de bakker komen. Tot die tijd geen tandartsbezoeken meer, hoop ik.

Inlegkunde

Negen ooievaren zwevend in de lucht. Alsof ze niets anders te doen hebben, of dat de oudere hun juvenielen vliegles geven. Glijdend boven geboomte ver weg van ons; ver weg ook van Ankeveen, ’s Graveland en Kortenhoef, de dorpen die hier het dichtstbij liggen. Zwarte vogels als we ze van onder zien. Als lichtgevende lampjes wanneer we ze van boven bekijken. Soms fladderend, maar meest stil hangend en toch gaand. Statig.

De uitgestrekte weilanden liggen erbij alsof de hitte van de zon aan de onbewolkte hemel hun niets doet. De slootjes alsof hier nooit iets zal veranderen.

Mijn vriendin wil dat ze boven ons komen vliegen en nodigt hen uit. Een stuk of drie schijnen het gehoord te hebben. Of begrepen. Komen in elk geval van boven het verre boomgewas langzaamaan rondjes cirkelend onze kant op totdat zij recht boven ons vliegen.

Een reiger in het gras, wellicht aan een voor ons onzichtbare waterkant waar ze vaak staan te wachten op voorbijkomende prooi. “Zet in de Kosmos wat je wenst”, zegt zij tegen mij, “het wordt zò vààk verhoord…

De vin van een snoek komt even boven het water uit. Het riet ritselt door de wind die er doorheen waait. Even verderop zwemmen dribbelend vier kuikens, die bescherming zoeken bij de ene zwaan. Terwijl de andere, tussen de kuikens en ons in, ons loom in de gaten houdt en doet alsof we er niet zijn.

Een kudde schapen. De meeste met al flink gegroeide lammeren. De ooien nog steeds met grote uiers, waaruit de uit de kluiten gewassen lammeren soms even drinken. Het ene ooi heeft drie lammeren. Het andere ook. Dan is er een met twee. Het ene zwarte ooi blijkt moeder van twee pikzwarte lammeren. Hoewel, hun vacht weerspiegelt ook een bruine waas. ’t Is warm en ze ademen in en uit alsof ze kortademig zijn. Eén schaap blaat klagelijk aan een stuk door alsof ze een lam kwijt is.

Een uitgebreide picknick van een groep jonge mensen, zo uitgebreid en Italiaans aandoend dat we graag een fotootje van en voor hen schieten.

De rododendrons tonen hun paarse en lila bloemen. De een nog groter dan de ander. De andere daarentegen wat kleiner dan de een. De stank van een dode rottende vis verraadt een zwarte dag.

Door de vele fietsers op het smalle pad even verderop, de meesten fietsend in lange groepen of in tweetallen, moeten we een stukje van onze route telkens uitwijken naar de smalle berm tussen twee grote, stille plassen, die lijken te wachten op de eenden en futen die vanavond terug zullen komen.

Natte jongens op een steiger. Meisjes zonnend op dierlijk uitgemonsterde luchtkussens in het water. Zo zien we vandaag ook nog een eenhoorn. Met een flinke plons springt een van de jongens het water in. Een andere haalt nog een bal van zijn fiets.

In de schaduw van hun huis zit een ouder echtpaar. Staren ze naar de groepjes mensen die zich wortelloos op ons pad voor hen van links naar rechts en van rechts naar links bewegen?

Met verrekijkers wordt het water tevergeefs afgetuurd of er op de plas nog een eend, fuut of zwaan te bekennen is. Kraaien kraaien hoorbaar in de verte.

Toch een futengezin. De ene heeft een kuiken op haar rug. De andere twee kuikens en een volwassen fuut zwemmen dichtbij het tweetal. Ze hebben ons gezien en het is alsof zij willen zeggen: Zo brengen wij hemelvaartsdag door, net als andere dagen.

De schapen hebben inmiddels de schaduw opgezocht.

Dit zijn zomaar wat waarnemingen in de tijd dat vandaag een vlinderstruik van een Utrechtse tuin in de mijne belandde. ’s Ochtends hingen haar blaadjes er slap en suffig bij. Bij thuiskomst blijkt de struik zich met water te hebben volgezogen. Ze ziet er nu stevig en vitaal uit. Het lijkt mij toe alsof ze eraan denkt binnenkort eens aan het formeren van bloemen te beginnen. Maar dat zal wel mijn inlegkunde zijn.

Onverdeelde aandacht

Een kennis van mij was op zoek naar een andere baan. Dat heb je soms in je leven. Vroeger niet, maar dat was ook wel saai: van je 17de tot je 65ste bij dezelfde werkgever zonder echt vooruit te komen om vervolgens van een schamel maar leefbaar pensioen de laatste dagen zonder verplichtingen door te brengen. Tot mijn vaders voorgeslacht hadden de mannen in mijn stamboom hun leven lang één ambacht.

Mijn kennis wist dat solliciteren alleen onvoldoende kansen op vernieuwing bood, dus hij voerde regelmatig netwerkgesprekken. Zo kwam hij bij een vroegere klant van hem in de werkkamer. Hij had zijn gesprek goed voorbereid en hij was een ervaren marketier dus netwerken was voor hem gewoon.

De telefoon ging en zijn gesprekspartner verontschuldigde zich om vervolgens een vraag van een van zijn cliënten te behandelen. Vervolgens zette de gesprekspartner en mijn kennis het gesprek voort.

De telefoon ging weer en zijn gesprekspartner verontschuldigde zich een tweede keer om vervolgens met zijn leidinggevende een prioritering voor een komende bestuursvergadering te bespreken. Vervolgens zette de gesprekspartner en mijn kennis het gesprek voort.

En weer ging de telefoon en weer verontschuldigde zijn gesprekspartner zich, maar nu was het mijn kennis:
Met Jan Cornelissen, zou ik je even kunnen spreken?
Ja, natuurlijk, Jan, maar, uhhh, je zit hier toch bij mij? Waarom bel je mij?”
Omdat ik even je onverdeelde aandacht wil.”
(zucht) Oh ja. Ik begrijp het. Wacht, ik zet je even in de wacht want er komt net een ander gesprek binnen.

Bron: Mijn kennis, die niet ‘Jan Cornelissen’ heet. Het eind is overigens een idee van een vriend van mij, met wie ik vanmorgen onder meer het imbeciele fair-, i- en smartphonegedrag in het openbaar van onze volksgenoten besprak. In werkelijkheid heeft de gesprekspartner, na de actie van mijn kennis, zijn secretaresse gebeld om nieuwe telefoontjes af te vangen.

Een man met Korsakov*

De eerste keer dat ik hem in oktober uitgebreider sprak, vroeg hij of ik interesse had in zijn ondernemingsplan. Daarop liet hij mij 3 velletjes zien met een vet, minstens driemaal groter lettertype dan gebruikelijk. Op elk velletje las ik 2 à 3 regels. Hij ging Jaquars verhuren met of zonder hem als chauffeur. Hij had alleen nog geldschieters en klanten nodig. De eersten om 3 verschillende Jaquars te kopen en de laatsten om inkomsten te genereren. Zijn droom zou volgende week al in vervulling kunnen gaan, want de banken toonden interesse in zijn plan.

De volgende keer had hij een paard gekocht en een nieuw businessplan ontwikkeld: Hij zou hele dagen vanuit huis gaan telefoneren, waarmee hij flink geld zou gaan verdienen. Die keer vertelde hij ook in 3 huizen te wonen. Dus dat geld was hard nodig. Hoewel, de was zou zijn moeder blijven doen. Last but not least zou zijn accountant hem binnenkort trakteren op een diner.

Daarna, het was inmiddels half november, zou hij komend voorjaar een vriend gaan helpen met de verhuur van zomerhuisjes. Hij was wat zakelijker dan die vriend, legde hij mij uit, dus die vriend had zijn hulp hard nodig. Hij zou zijn diensten aanbieden tegen een vriendenprijs, te weten reiskosten, kost en inwoning.

Na enige tijd kreeg ik een enthousiast telefoontje van hem. Hij had een nieuwe keuken gekocht, waardoor zijn ‘voor de helft onder water staande huis’ nog slechts voor 10% ‘onder water zou staan’. En dat was niet het enige goede nieuws. Hij had ook een Peugeot gekocht en zou voor Uber gaan rijden.

Pak me dan, als je kan, je kan me toch niet krijgen

Weer wat later kreeg ik de vraag hem bijna € 600 voor te schieten voor een 4de huis. Het leek mij geen verantwoorde investering van mijn geld en ik werkte aan dat nieuwe project niet mee.

Weer later kreeg ik een sms-je dat hij ergens in Frankrijk met honger naast zijn Peugeot stond. Het was avond en hij had heel de dag slechts één broodje gegeten. En dat kwam allemaal doordat ik niet meewerkte.

Vervolgens kondigde hij begin december aan terstond uit mijn leven te verdwijnen, omdat hij toch niets aan mij had. Hij had duidelijk teveel gedronken en hij was woedend op me. Als in een slecht toneelstuk zei hij nooit meer met mij te willen praten; en ging vervolgens nog zeker een half uur door met tegen me aan te praten. Nou ja, praten? Hij nam geen afscheid en trok de deur zachtjes achter zich dicht.

Daarna bedreigde hij mij een keer. Nu hij toch “nooit meer” met mij wilde praten heb ik hem toen direct maar geblokkeerd. Het waren overigens geen enge bedreigingen, want ik ken hem deze 10 weken als een goed-bedoelende man met een vriendelijk karakter. Nee, het waren kinderlijke intimidaties en uitdagingen van het niveau ‘Pak me dan, als je kan, je kan me toch niet krijgen’. In mijn beleving niet passend bij zijn 54 jaar.

Overigens ontmoette ik deze man als privé-persoon en niet vanuit mijn coachingbureau.

___________________________
* Het Syndroom van Korsakov is een ziektebeeld met een combinatie van ziekten in de spijsverteringsorganen van mond tot lever en alvleesklier en psychische problemen, zoals een specifiek geheugenverlies en gedragsstoornissen. Veelal zitten mensen ‘met Korsakov’ tot hun nek in maatschappelijke en sociale problemen. Het syndroom wordt veroorzaakt door alcoholmisbruik en een tekort aan vitamine B1, hetgeen met alcoholmisbruik kan samenhangen. Over het algemeen zijn de toekomstperspectieven voor een Korsakovpatiënt weinig rooskleurig, hetgeen vaak leidt tot ontkenning van hun problemen en weer nieuwe psychische problemen.

Bron: “Het syndroom van Korsakov” (2004) door Klaas Arts, uitgegeven door De Gelderse roos in Wolfheze.