Voor wie van cijfers en natuur houdt

1.
Terwijl het voor onze ‘evolutionaire voorouders’ 542.000.000 jaar geleden begon, ging het ruim 25.000.000 jaar daarna ‘al’ mis. De helft van alle 588.000 levensvormen stierf toen in korte tijd uit.

2.
445.000.000 jaar geleden ging het weer flink mis toen plotsklaps 42% van alle 1.530.000 levensvormen uitstierf.

3.
380.000.000 jaar geleden ging het ‘geleidelijk’ flink mis toen in een periode van 15.000.000 jaar bijna de helft van alle 1.700.000 levensvormen uitstierf.

4.
325.000.000 jaar geleden stierf nog eens 40% van alle 1.600.000 levensvormen uit.

5.
250.000.000 jaar geleden ging het weer flink mis toen in zo’n 10.000.000 jaar in 3 sprongen ruim 70% van alle 1.235.000 levensvormen uitstierf.

6.
200.000.000 jaar geleden ging het weer flink mis toen in alweer in zo’n 10.000.000 jaar 25% van de 940.000 levensvormen uitstierf.

7.
140.000.000 jaar geleden stierf plots 20% van alle 1.530.000 levensvormen uit.

8.
66.000.000 jaar geleden stierf plots ruim eenderde van alle 3.000.000 levensvormen uit, waaronder de dinosaurussen en mammoets.

9.
36.000.000 jaar geleden stierf nog eens 4% van alle 4.000.000 levensvormen uit. Zo komt het dat we hier nu op de aarde zijn met ruim 5.000.000 levensvormen van algje tot walvis en van aardappel tot olifant.

10.
En mens natuurlijk, want de laatste 3.000.000 jaar zijn ook (oer-)mensen een levensvorm, die op aarde te vinden is. Deze soort heeft een veelzijdige taal, waarmee zij informatie kan doorgeven zelfs zonder bij elkaar te zijn, zelfs nog als ze dood zijn (zie laatste alinea) en zij kan abstract denken. Mensen kunnen zo snel ook informatie doorgeven dat wat aan de ene kant van de aarde gebeurt (een ijsplaat op Antarctica die loslaat) dezelfde dag nog overal op aarde nieuws voor hun soortgenoten kan zijn. Ze weet ook in een evolutionaire seconde beslissende invloed uit te oefenen op het voortbestaan van heel veel andere levensvormen, soms positief en vaak negatief. Om precies te zijn doet zij dat in 24 evolutionaire milliseconden (ongeveer 150 jaar).

Zo ontstond ooit door donder en bliksem een chemische verbinding op aarde, die we ‘gen’ noemen. Iets dat leeft en leven kan doorgeven door zich haast foutloos te delen en weer aan te groeien; een levensvorm met een ‘genoom’ dat door overerving eigenschappen aan een groep chemische verbindingen geeft tussen alle chemische verbindingen die dat zonder genoom doen, zoals helium, methaan, stikstof en water. Een levensvorm tussen de talloze chemische verbindingen van de 94 tot 100 chemische elementen die van oorsprong op aarde voorkwamen, want mensen kunnen ook chemische elementen maken en een enkeling naar de Maan en terug laten vliegen.

Door middel van die genen erft geeft een organisme erfelijke eigenschappen door en daarmee veel van de kenmerken van zijn ouder(s). Veranderingen in het genoom kunnen als gevolg hebben dat nieuwe eigenschappen ontstaan in de nakomelingen van een organisme. Als een nieuwe eigenschap een organisme voordeel biedt zal dit organisme een grotere kans op overleven en op nageslacht hebben. Een zelfde groep organismen heeft voor overleving sowieso baat bij onderling verschillende eigenschappen. Over veel generaties kan zo’n groep zoveel nieuwe eigenschappen verkrijgen dat er een nieuwe levensvorm ontstaat. Zo zijn er in de loop van miljoenen jaren miljoenen levensvormen ontstaan en uitgestorven. Zelfs de oermensen, die ons voorgingen, zijn uitgestorven, deels door toedoen van degenen die indertijd al ons genoom droegen.

11.
Echter, dat we met ruim 5.000.000 verschillende dier- en plantensoorten zijn duurt niet lang meer, wanneer we onze onderling gedeelde wetenschap moeten geloven. Momenteel lopen 41% van alle amfibieën en 26% van alle zoogdieren gevaar om uit te sterven, om maar wat te noemen. Nu is het geen botsing met een andere planeet, maar klimaatverandering, onderlinge concurrentie, overexploitatie, verlies van leefgebied en vervuiling wat het voortbestaan van levensvormen bedreigt. Alle 177 diersoorten, waarvoor gedetailleerde tellingen bestaan, blijken minstens 30% van hun leefgebied te verliezen. Hetzelfde lijkt te gelden voor nog eens 9.000 amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren, wanneer we het bij dieren houden. Voor 4 op de 10 diersoorten zelfs meer dan 80% van hun sinds mensenheugenis historisch leefgebied.

De levensvormen in de tropische regio’s lijken het hardst te worden getroffen. Alle grote zoogdieren daar, om maar een voorbeeld te geven, zijn al meer dan 80% van hun leefgebied kwijt geraakt aan de mens.

11u 59′ 59″
Voor degenen die zich dit huidig uitsterven aantrekken: wij moeten af van overconsumptie, waaronder die van energie en gadgets, en van overbevolking; we zouden er goed aan doen onze ‘ecologische voetafdruk’ te verkleinen. De hele mensenmaatschappij zou de fictie moeten afzweren dat onbegrensde bevolkings- en economische groei mogelijk is op een eindige planeet. Dat is overigens iets waarvoor Adam Smith (1723–1790) ons als grondlegger van het kapitalisme al vertelde en opschreef. Zo waarschuwt hij ons na zijn dood voor een te srekt geloof in wat voor velen werkt. Na je dood soortgenoten waarschuwen; daar kunnen brandnetels (waarschijnlijk) nog niet eens van dromen.

Bronnen: “Oermens Lucy stierf door val uit hoge boom” via NU.nl op 29 augustus 2016 en Wikipedia over ‘Adam Smith’, ‘evolutie (biologie)’, ‘kapitalisme’, ‘liberalisme’, ‘massa extinctie’, ‘periodiek systeem’ en ‘zonnenevel’ en “Zesde grote uitstervingsgolf is al ingezet” door Inter Press Service via DeWereldMorgen; laatste allemaal op 11 en 15 juli 2017.

Sensodyne ® Rapid

Het begon allemaal met een periodieke controle. Ik ga al 40 jaar elk half jaar naar een tandarts, die ik in mijn studententijd bij Studont ontmoet had. Studont was ooit een samenwerkingsverband om studenten te leren hun gebit te onderhouden en hun gebit te verzorgen. Deze tandarts ‘nam mij mee’ toen hij een zelfstandige praktijk opzette en hij is onlangs een samenwerking aangegaan met enkele jonge tandheelkundigen. Voor de periodieke controle bezocht ik een van hen 3 weken geleden.

Tevoren had ik al aangegeven dat het niet bij een controle zou blijven, omdat ik last heb van tandpijn. De – voor mij nieuwe – receptioniste stelde voor te komen voor de controle en om dan samen met de tandarts ‘een plannetje te maken’. Ik nam het mezelf kwalijk dat ik haar benadering truttig vond. In die stemming bezocht ik de nieuwe praktijk aan de Utrechtse Maliebaan.

Ik bleek weer eens een voorspellende geest te hebben gehad;
3 consulten later is dit de balans van verrichte werkzaamheden:
1 periodieke controle
4 verdovingen
2 eenvlaksvullingen composiet
1 tweevlaksvulling composiet
1 drievlaksvulling composiet
3 droogleggingen van een elementen met een rubber lapje
1 rubberdam aanbrengen
4 kleine röntgenfoto’s
1 elektronische lengtebepaling
1 gebruik roterende nikkel-titanium instrumenten
1 gebruik operatiemicroscoop
1 opnieuw vastzetten van een kroon
1 uitgebreid wortelkanaalbehandelingconsult
1 behandeling van een slecht functionerend wortelkanaal
1 wortelkanaalbehandeling per element met 2 kanalen

Hoewel ik de veel jongere tandheelkundige dan mijn vertrouwde tandarts niet kende, had ik al vrij snel alle vertrouwen in zijn kunnen. Ik was tijdens de langdurige behandelingen vooral bezig met kijken naar een oninteressant plafond, ontspannen en slikken. Grappig, wanneer er in mij geboord wordt terwijl ik er geen pijn aan heb.

Het plan was geweest 2 wortelkanaalbehandelingen uit te voeren, maar omdat bij de tweede wortelkanaalbehandeling een kroon losliet, bleef die tweede beperkt tot het opnieuw vastzetten van de mantel van de namaakkies.

Heel de behandelperiode, met uitzondering van de verdoofde consulten, had ik pijn. Eerst verhielp de voorbehandeling van een wortelkanaalbehandeling mijn tandpijn niet. Na het volgende consult verergerde de tandpijn terwijl ik ook nog eens flink op mijn wang gebeten had toen de hele rechterkant van mijn mond verdoofd was. Een week lang verging ik van de pijn, alleen al als ik mijn mond open deed. Pas vlak voor het laatste consult vroeg een vriendin waarom ik geen pijnstillers gebruikte als ik zoveel pijn heb. Mijn reactie was: “Omdat ik daar niet aan gedacht heb”.

Achteraf complimenteerde ik de jonge tandheelkundige met zijn vasthoudendheid. Ik dacht toch zeker te weten dat hij een hoektand moest aanpakken, omdat daar het probleem zat. Ik sprak ook steeds van tandpijn. Hij wist zeker dat hij met de kies daarachter de oorzaak van mijn vermeende tandpijn behandeld had. Dat hij gelijk heeft gehad, blijkt nu de verdoving uitgewerkt is en de wond aan de binnenzijde van mijn wang niet meer drastisch ontzien hoeft te worden. Nu moet ik er aan wennen weer over beide zijden van mijn gebit te eten en drinken, want ik ben eraan gewend geraakt dat over links te doen.

Over vijf maanden zien we weer verder. Voorlopig alleen nog op aanraden van de nieuwe tandarts mijn tanden poetsen met Sensodyne ® Rapid; dan zou het allemaal voor de bakker komen. Tot die tijd geen tandartsbezoeken meer, hoop ik.

Inlegkunde

Negen ooievaren zwevend in de lucht. Alsof ze niets anders te doen hebben, of dat de oudere hun juvenielen vliegles geven. Glijdend boven geboomte ver weg van ons; ver weg ook van Ankeveen, ’s Graveland en Kortenhoef, de dorpen die hier het dichtstbij liggen. Zwarte vogels als we ze van onder zien. Als lichtgevende lampjes wanneer we ze van boven bekijken. Soms fladderend, maar meest stil hangend en toch gaand. Statig.

De uitgestrekte weilanden liggen erbij alsof de hitte van de zon aan de onbewolkte hemel hun niets doet. De slootjes alsof hier nooit iets zal veranderen.

Mijn vriendin wil dat ze boven ons komen vliegen en nodigt hen uit. Een stuk of drie schijnen het gehoord te hebben. Of begrepen. Komen in elk geval van boven het verre boomgewas langzaamaan rondjes cirkelend onze kant op totdat zij recht boven ons vliegen.

Een reiger in het gras, wellicht aan een voor ons onzichtbare waterkant waar ze vaak staan te wachten op voorbijkomende prooi. “Zet in de Kosmos wat je wenst”, zegt zij tegen mij, “het wordt zò vààk verhoord…

De vin van een snoek komt even boven het water uit. Het riet ritselt door de wind die er doorheen waait. Even verderop zwemmen dribbelend vier kuikens, die bescherming zoeken bij de ene zwaan. Terwijl de andere, tussen de kuikens en ons in, ons loom in de gaten houdt en doet alsof we er niet zijn.

Een kudde schapen. De meeste met al flink gegroeide lammeren. De ooien nog steeds met grote uiers, waaruit de uit de kluiten gewassen lammeren soms even drinken. Het ene ooi heeft drie lammeren. Het andere ook. Dan is er een met twee. Het ene zwarte ooi blijkt moeder van twee pikzwarte lammeren. Hoewel, hun vacht weerspiegelt ook een bruine waas. ’t Is warm en ze ademen in en uit alsof ze kortademig zijn. Eén schaap blaat klagelijk aan een stuk door alsof ze een lam kwijt is.

Een uitgebreide picknick van een groep jonge mensen, zo uitgebreid en Italiaans aandoend dat we graag een fotootje van en voor hen schieten.

De rododendrons tonen hun paarse en lila bloemen. De een nog groter dan de ander. De andere daarentegen wat kleiner dan de een. De stank van een dode rottende vis verraadt een zwarte dag.

Door de vele fietsers op het smalle pad even verderop, de meesten fietsend in lange groepen of in tweetallen, moeten we een stukje van onze route telkens uitwijken naar de smalle berm tussen twee grote, stille plassen, die lijken te wachten op de eenden en futen die vanavond terug zullen komen.

Natte jongens op een steiger. Meisjes zonnend op dierlijk uitgemonsterde luchtkussens in het water. Zo zien we vandaag ook nog een eenhoorn. Met een flinke plons springt een van de jongens het water in. Een andere haalt nog een bal van zijn fiets.

In de schaduw van hun huis zit een ouder echtpaar. Staren ze naar de groepjes mensen die zich wortelloos op ons pad voor hen van links naar rechts en van rechts naar links bewegen?

Met verrekijkers wordt het water tevergeefs afgetuurd of er op de plas nog een eend, fuut of zwaan te bekennen is. Kraaien kraaien hoorbaar in de verte.

Toch een futengezin. De ene heeft een kuiken op haar rug. De andere twee kuikens en een volwassen fuut zwemmen dichtbij het tweetal. Ze hebben ons gezien en het is alsof zij willen zeggen: Zo brengen wij hemelvaartsdag door, net als andere dagen.

De schapen hebben inmiddels de schaduw opgezocht.

Dit zijn zomaar wat waarnemingen in de tijd dat vandaag een vlinderstruik van een Utrechtse tuin in de mijne belandde. ’s Ochtends hingen haar blaadjes er slap en suffig bij. Bij thuiskomst blijkt de struik zich met water te hebben volgezogen. Ze ziet er nu stevig en vitaal uit. Het lijkt mij toe alsof ze eraan denkt binnenkort eens aan het formeren van bloemen te beginnen. Maar dat zal wel mijn inlegkunde zijn.

Onverdeelde aandacht

Een kennis van mij was op zoek naar een andere baan. Dat heb je soms in je leven. Vroeger niet, maar dat was ook wel saai: van je 17de tot je 65ste bij dezelfde werkgever zonder echt vooruit te komen om vervolgens van een schamel maar leefbaar pensioen de laatste dagen zonder verplichtingen door te brengen. Tot mijn vaders voorgeslacht hadden de mannen in mijn stamboom hun leven lang één ambacht.

Mijn kennis wist dat solliciteren alleen onvoldoende kansen op vernieuwing bood, dus hij voerde regelmatig netwerkgesprekken. Zo kwam hij bij een vroegere klant van hem in de werkkamer. Hij had zijn gesprek goed voorbereid en hij was een ervaren marketier dus netwerken was voor hem gewoon.

De telefoon ging en zijn gesprekspartner verontschuldigde zich om vervolgens een vraag van een van zijn cliënten te behandelen. Vervolgens zette de gesprekspartner en mijn kennis het gesprek voort.

De telefoon ging weer en zijn gesprekspartner verontschuldigde zich een tweede keer om vervolgens met zijn leidinggevende een prioritering voor een komende bestuursvergadering te bespreken. Vervolgens zette de gesprekspartner en mijn kennis het gesprek voort.

En weer ging de telefoon en weer verontschuldigde zijn gesprekspartner zich, maar nu was het mijn kennis:
Met Jan Cornelissen, zou ik je even kunnen spreken?
Ja, natuurlijk, Jan, maar, uhhh, je zit hier toch bij mij? Waarom bel je mij?”
Omdat ik even je onverdeelde aandacht wil.”
(zucht) Oh ja. Ik begrijp het. Wacht, ik zet je even in de wacht want er komt net een ander gesprek binnen.

Bron: Mijn kennis, die niet ‘Jan Cornelissen’ heet. Het eind is overigens een idee van een vriend van mij, met wie ik vanmorgen onder meer het imbeciele fair-, i- en smartphonegedrag in het openbaar van onze volksgenoten besprak. In werkelijkheid heeft de gesprekspartner, na de actie van mijn kennis, zijn secretaresse gebeld om nieuwe telefoontjes af te vangen.

Een man met Korsakov*

De eerste keer dat ik hem in oktober uitgebreider sprak, vroeg hij of ik interesse had in zijn ondernemingsplan. Daarop liet hij mij 3 velletjes zien met een vet, minstens driemaal groter lettertype dan gebruikelijk. Op elk velletje las ik 2 à 3 regels. Hij ging Jaquars verhuren met of zonder hem als chauffeur. Hij had alleen nog geldschieters en klanten nodig. De eersten om 3 verschillende Jaquars te kopen en de laatsten om inkomsten te genereren. Zijn droom zou volgende week al in vervulling kunnen gaan, want de banken toonden interesse in zijn plan.

De volgende keer had hij een paard gekocht en een nieuw businessplan ontwikkeld: Hij zou hele dagen vanuit huis gaan telefoneren, waarmee hij flink geld zou gaan verdienen. Die keer vertelde hij ook in 3 huizen te wonen. Dus dat geld was hard nodig. Hoewel, de was zou zijn moeder blijven doen. Last but not least zou zijn accountant hem binnenkort trakteren op een diner.

Daarna, het was inmiddels half november, zou hij komend voorjaar een vriend gaan helpen met de verhuur van zomerhuisjes. Hij was wat zakelijker dan die vriend, legde hij mij uit, dus die vriend had zijn hulp hard nodig. Hij zou zijn diensten aanbieden tegen een vriendenprijs, te weten reiskosten, kost en inwoning.

Na enige tijd kreeg ik een enthousiast telefoontje van hem. Hij had een nieuwe keuken gekocht, waardoor zijn ‘voor de helft onder water staande huis’ nog slechts voor 10% ‘onder water zou staan’. En dat was niet het enige goede nieuws. Hij had ook een Peugeot gekocht en zou voor Uber gaan rijden.

Pak me dan, als je kan, je kan me toch niet krijgen

Weer wat later kreeg ik de vraag hem bijna € 600 voor te schieten voor een 4de huis. Het leek mij geen verantwoorde investering van mijn geld en ik werkte aan dat nieuwe project niet mee.

Weer later kreeg ik een sms-je dat hij ergens in Frankrijk met honger naast zijn Peugeot stond. Het was avond en hij had heel de dag slechts één broodje gegeten. En dat kwam allemaal doordat ik niet meewerkte.

Vervolgens kondigde hij begin december aan terstond uit mijn leven te verdwijnen, omdat hij toch niets aan mij had. Hij had duidelijk teveel gedronken en hij was woedend op me. Als in een slecht toneelstuk zei hij nooit meer met mij te willen praten; en ging vervolgens nog zeker een half uur door met tegen me aan te praten. Nou ja, praten? Hij nam geen afscheid en trok de deur zachtjes achter zich dicht.

Daarna bedreigde hij mij een keer. Nu hij toch “nooit meer” met mij wilde praten heb ik hem toen direct maar geblokkeerd. Het waren overigens geen enge bedreigingen, want ik ken hem deze 10 weken als een goed-bedoelende man met een vriendelijk karakter. Nee, het waren kinderlijke intimidaties en uitdagingen van het niveau ‘Pak me dan, als je kan, je kan me toch niet krijgen’. In mijn beleving niet passend bij zijn 54 jaar.

Overigens ontmoette ik deze man als privé-persoon en niet vanuit mijn coachingbureau.

___________________________
* Het Syndroom van Korsakov is een ziektebeeld met een combinatie van ziekten in de spijsverteringsorganen van mond tot lever en alvleesklier en psychische problemen, zoals een specifiek geheugenverlies en gedragsstoornissen. Veelal zitten mensen ‘met Korsakov’ tot hun nek in maatschappelijke en sociale problemen. Het syndroom wordt veroorzaakt door alcoholmisbruik en een tekort aan vitamine B1, hetgeen met alcoholmisbruik kan samenhangen. Over het algemeen zijn de toekomstperspectieven voor een Korsakovpatiënt weinig rooskleurig, hetgeen vaak leidt tot ontkenning van hun problemen en weer nieuwe psychische problemen.

Bron: “Het syndroom van Korsakov” (2004) door Klaas Arts, uitgegeven door De Gelderse roos in Wolfheze.

Twee heren op leeftijd

Er zijn veel mooiere plekken in Utrecht, maar regelmatig wandel ik rond 8 uur vanaf het Vreeburg, tegenwoordig Vredenburgplein, Hoog Catharijne binnen. En wanneer men iets op vaste tijden doet, ontdekt men andere mensen die daar ook op dat moment zijn. Twee oudere heren, daarover gaat dit stukje. De een bedrijvig en morsig, de ander bebrild, lang en vriendelijk ogend.

Zij waren rond die tijd steeds in druk gesprek aan tafels in het Godebaldkwartier of stonden daar, de een druk gebarend, of waren onderweg richting Vredenburg; tegenwoordig Vredenburgplein. Altijd in druk gesprek. Ik begon hen te groeten en zij mij. Ik houd wel van zulke mannen en moet mij inhouden hier niet ‘mannetjes’ te schrijven.

Altijd waren ze daar, zoals de schoonmaker en de hooggehakte dame. Eerder dit jaar was er slechts de een. Soms alleen en soms geanimeerd in gesprek met andere vaste bezoekers. Ik vroeg hem naar de ander.
Die is 2 weken op vakantie in Spanje met zijn zus.
Of hij die ander miste?
Welnee. En de tijd vliegt.

Daarna zag ik ze steeds weer samen in druk gesprek in het Godebaldkwartier of onderweg richting Vredenburg. Of Vredenburgplein. En we groetten elkaar weer als vanouds.

Op een gegeven moment kwam de ander op mij af. Ik weet niet waar vandaan. De een was overleden. Een hartstilstand.
Hij had niet naar mij geluisterd”, vertelde hij vriendelijk. “Hij had naar de dokter moeten gaan, maar heeft dat niet gedaan.
Of hij die ene mistte?
Welnee.
Verbaasd legde ik hem voor dat ze altijd geanimeerd in druk gesprek waren.
Nee hoor, hij was in gesprek, maar ik niet. Ik hoorde hem aan. Bovendien vertelde hij altijd hetzelfde. Hij hield nooit op. Nee, ik mis hem niet en heb vanmorgen mijn krantje gehaald, de Metro op het Centraal Station, en mijn kopje koffie gedaan bij dat cafetaria vlakbij het Centraal. En zo direct ga ik naar de koffiekring. Nee hoor, daar heb ik hem allemaal niet bij nodig.

Een vroeg avontuur

Vanmorgen liep ik door het natuurgebiedje “De Hoorneboegse Heide”. Die naam heb ik niet bedacht. Het natuurgebiedje zou vroeger “Hilveroord” of “Hornebok” genoemd zijn. Buitenplaats “De Hoorneboeg”, op het hoogste deel, is nu de naamgever van deze heide omzoomd door bossen. De naam is afgeleid van deze heuvel, die “Hoogenberg” of “Hoornboo” genoemd werd. Het is het hoogste punt en de heuvel heeft de vorm van een hoorn. Aan het eind van de achttiende eeuw ontstond de buitenplaats hier waarvan de naam later verbasterd zou zijn tot “Hoorneboeg”. Op de buitenplaats zijn onder andere twee herenhuizen te vinden waarin nu een conferentiecentrum van de Remonstrantse Broederschap is gevestigd. Daarvoor stonden vanmorgen veel geparkeerde auto’s, maar ik zag er niemand.

Ik was vroeg op, de zon scheen en ik bedacht even op de fiets te springen om daar, een kilometer of zes verderop, een wandeling te maken voor ik de dingen zou doen die ik vandaag van plan ben te doen. Het voelde een beetje als spijbelen, wat het niet was.

Net toen ik aan mijn wandeling begon, hoorde ik gerommel schuinboven mij. Daar was een grote bonte specht aan het hameren. Met zijn snavel maakte hij dat drumgeluid, dat je vaker in bossen hoort. Dat verbrak heel af en toe de stilte in het bos. En boven mij rommelde ook nog iets of iemand. Dit bleek een ander soort specht te zijn; de groene. Geen bijzondere waarneming voor vogelaars, maar wel voor mij. Een monter beestje met mooie groene veren en rood op zijn kopje. Het was kennelijk in de bast van een boom naar insecten aan het zoeken. Ja, het gaat er in de natuur voor prooidieren wreed aan toe.

Dit in dat stille bos mee te maken, maakte mijn hele dag zo vroeg in de morgen al goed. Hier waar niemand – behalve ik bij toeval – het merkt, gaat het leven door. Bovendien, de boom zal er niet veel last van ondervinden. De weggehapte insecten en spinnen des te meer. Wat zouden die ervan meekrijgen opgeschikt te worden door getimmer en gedrum alvorens evenplots opgegeten te worden? Beide spechten – denk ik – en ik beleefden er een mooie dag aan.

Misschien beleefden de inzittenden van de auto’s voor de buitenplaats “De Hoorneboeg” andere spannende avonturen. Bij gebrek aan gegevens kan ik daarover helaas niets zeggen.

Bron: http://www.ivn.nl, http://www.wikipedia.org, beide op 13 maart 2015, en “Straatnamenboek van Hilversum: Hilversums historie vanuit de straatnaam” door A. H. Meijer (1988) ISBN 90-6550-317-X

Dit blog publiceerde ik eerder op de ter ziele gegane website http://www.gerardus.blog.com, dus het eerste woord ‘vanmorgen’ vond ruim anderhalf jaar geleden plaats. Heel die dag op 13 maart 2015 bleef ik overigens van dit avontuur nagenieten…