Goed nieuws van afgelopen week

Nieuws van deze week, dat mij tot vandaag aan toe blij maakt. Dat is dat de Tweede Kamer het besluit over het afschaffen van de dividendbelasting voor buitenlandse investeerders opnieuw geagendeerd heeft, èn dat er een tuchtklacht ingediend is tegen de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), vanwege de beroerde kwaliteit van het onderzoek dat aan de basis ligt van dit kabinetsbesluit.

Niet dat ik vermoed dat het kabinet zal vallen. CDA, D66 en VVD hebben alle drie al te goed in de gaten dat nieuwe verkiezingen hen stuk voor stuk op dit moment (flinke) verliezen zou opleveren. Die blijven elkaar wel vasthouden, als drenkelingen op een te klein vlot in een grote oceaan.

Niet € 1,4 maar € 1.600.000.000 per jaar (!) minder belastinginkomsten om de aandeelhouders van grootbedrijven nog rijker te maken, terwijl de rijksbegroting (van de Europese Unie) kloppend moet blijven; een kabinetsbesluit dus dat noopt tot hogere loonbelastingen voor ons waar tegenover verminderde publieke dienstverlening staat.

Shell, Unilever en werkgeversorganisatie VNO-NCW lobbyen al jaren voor lastenverlichting. Voormalig VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes heeft in 2014 een speciale ‘Werkgroep Vestigingsklimaat’ ingesteld bij de exclusieve Dutch Trade and Investment Board (DTIB). De afschaffing van de dividendbelasting zou volgens DTIB noodzakelijk zijn om de hoofdkantoren van Akzo Nobel, Shell en Unilever in Nederland te houden en om andere multinational-hoofdkantoren aan te trekken. Dat zou vervolgens voor werkgelegenheid zorgen. Deze conclusies zijn echter gestoeld op een reeks aannames waarvoor elke cijfermatige onderbouwing ontbreekt.

In het partijstuk van onze premier Mark Rutte wordt het vestigingsklimaat-narratief kracht bijgezet met een verwijzing naar een ‘onderzoeksrapport “Wederzijds Profijt: de strategische waarde van de top 100 concernhoofdkantoren voor Nederland en van Nederland voor deze top 100” (2009) door Henk Volberda en zijn collega’s Marc Baaij, Frans van den Bosch en Tom Mom van de Rotterdam School of Management (RSM)’, een faculteit van de EUR. Dìt onderzoek verschaft de afschaffing van de dividendbelasting van wetenschappelijke legitimiteit; niet langer is het plan slechts een belastingwens van Shell, Unilever of VNO-NCW: ook ‘onafhankelijke wetenschappers’ van de vooraanstaande Erasmus Universiteit constateren hier dat de dividendbelasting een gezond vestigingsklimaat in de weg staat. De conclusies die Volberda trekt en als feiten presenteert, zijn gebaseerd op citaten (meningen) van enkele ondervraagde bestuurders. Op het onderzoeksrapport staat officieel vermeld dat het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van VNO-NCW. In werkelijkheid waren er naast VNO-NCW echter nog meer directe opdrachtgevers: AkzoNobel, DSM, Philips, Shell en Unilever, waarvan de topbestuurders geïnterviewd zijn.

Shell ontkende vorig jaar tegenover FollowTheMoney (FTM) mede-opdrachtgever van het onderzoek te zijn. Dit terwijl de opdrachtbevestiging (in handen van FTM) gedrukt is op Shell-briefpapier. Shell financierde ook het onderzoek: in drie etappes maakte het oliebedrijf ruim € 300.000 over aan RSM. Dat blijkt uit bonnetjes die naar boven kwamen uit het onderzoek dat milieuactivist en promovendus Vatan Hüzeir, met zijn duurzaamheidsdenktank ‘Changerism’ uitvoerde. Hij onderzocht de banden tussen RSM en de fossiele industrie. Het niet bij naam vermelden van opdrachtgevers en externe financiers is in tegenspraak met de Gedragscode Wetenschapsbeoefening.

Er loopt sinds november 2017 een tuchtklacht bij de EUR vanwege vermeende schending van de wetenschappelijke integriteit: die werd tegen Volberda ingediend door Hüzeir.

Bovendien stelt hoogleraar economie en overheidsfinanciën aan de Erasmus School of Economics Bas Jacobs: “Het is een gotspe dat beleidsmakers en politici de afschaffing van de dividendbelasting op basis van dit rapport durven te bepleiten. Het woord dividendbelasting valt slechts tweemaal, beide keren tussen haakjes. Het bevat geen enkele wetenschappelijke onderbouwing op basis van onderzoek naar de dividendbelasting. (…) Het economische uitgangspunt is bovendien volkomen verkeerd: dat overheidsbeleid gericht zou moeten zijn op het vergroten van de ‘strategische waarde van de top 100 concernhoofdkantoren’. Het gaat om de brede maatschappelijke welvaart. Hoofdkantoren zijn alleen nuttig als ze bijdragen aan de welvaart van mensen, als consument, als werknemer, als aandeelhouder of als belastingbetaler. Alle maatschappelijke kosten en baten van beleidsmaatregelen, voor alle mensen, moeten empirisch worden geschat om tot een uitspraak te komen of beleid zinvol is. Dat gebeurt nergens in het rapport. Het is daarom onmogelijk om op basis van het RSM-rapport ook maar iets te concluderen over de maatschappelijke wenselijkheid van afschaffing van de dividendbelasting.

Kijk, gedegen onderzoek van FollowTheMoney – waaruit ik hierboven selectief citeer – dat kan nog eens nieuws opleveren dat er voor mij toe doet. En dat mij blij maakt. Als gezegd, over wat ‘de politiek hiermee doet’ heb ik vanuit electoraal pragmatisme van CDA, D66 en VVD geen enkel vertrouwen, maar ook nog een tuchtklacht richting interviewer, uhhh, ik bedoel ‘hoofdonderzoeker’, dat zou een forse tik op de vingers van de Erasmus Universiteit opleveren en wellicht andere broddelwerk-afleverende-universiteiten doen schrikken; als het echt meezit doen afschrikken.

Bron: “Door Shell gefinancierd onderzoek stond aan de basis van afschaffing dividendbelasting” door Thomas Bollen via FollowTheMoney op 7 juni 2018.

Leven alsof je een glas koel water drinkt

Hoe te leven zodat je je energie het best gebruikt?

De roeping van de mensch is mensch te zijn

wist Multatuli, alias de Nederlands schrijver en ambtenaar Eduard Douwes Dekker (1820 – 1887), maar hoe doe je dat? Ik heb een antwoord op die vraag. En dat gaat zo:

Zo gestremd de tijd
ongeduld vermijdt
zo gezwind haast ze
naar vergetelheid

dichtte Meander op 3 juni jl. via haar website. En zo is het. Zoek maar eens bij gelegenheid op waar ‘stremmen’ zoal voor staat…

Is dat niet wat we met ons leven doen? We denken moment van moment er helemaal te zijn, we ervaren daarbij emoties van hoge alertheid tot aandachtsverslapping, en voor we het weten verdwijnen veruit de meeste van onze dagelijkse belevenissen in een dikke mist die kennelijk binnen in ons brein het vermogen heeft veel van onze herinneringen soms zelfs voor eeuwig toe te dekken.

Het is niet jij die de wereld een plaats geeft, maar het is de Ander, die jou aanspreekt, appelleert en jou een plaats geeft

schreef de Franse filosoof Emmanuel Levinas (1906 – 1995). Door de Ander centraal te stellen, zette Levinas zich af tegen een filosofische traditie die zich voornamelijk richt op het Ego. Volgens Levinas, die ik al een tijdje met veel moeite probeer te doorgronden, kunnen we het heden niet beleven. Ons lichaam kan dat wel, maar voordat de waarnemingen van ons lichaam onze hersenen bereiken, waar de bewustwording, het beleven plaatsvindt, is de tijd alweer een moment verder. Zo lopen we met ons beleven altijd achter de feiten aan, maar misschien voert dit voor de meesten van u wel wat ver, want het heden verandert nu ook weer niet zo snel dat dat momentje ertoe doet. Toch boeit mij zijn inzicht dat het ‘Nu’ al voor we er kennis van hebben tot het verleden behoort…

Waarom integreren? Laten we samenleven

noemde Sawitri Saharso haar lezing. Zij is onder meer hoogleraar Burgerschap en Morele Diversiteit aan de Universiteit voor Humanistiek. Haar specialismen zijn gender, migratie en waardenconflict. Een paar weken geleden besprak zij tijdens haar voordracht op 24 mei in Bilthoven onder meer ‘De participatieverklaring’ die nieuwkomers moeten ondertekenen. Die verklaring besluit met

Ik verklaar dat ik kennis heb genomen van bovengenoemde waarden van de Nederlandse samenleving, en dat ik ze graag zal helpen uitdragen. (…).

Het vreemde aan deze verklaring, stelde zij, is dat nieuwkomers onder dwang moeten verklaren ‘bovengenoemde waarden’ ‘graag te helpen uitdragen’. Alsof alle Nederlanders de vrijheid dat

iedereen een eigen geloof of leefstijl mag hebben

zoals de participatieverklaring in een van zijn ‘waardes’ stelt, onderschrijft en met graagte uitdragen. Ik dacht het niet als ik mijn oog laat vallen op Facebook, Twitter en andere websites, en wanneer ik mijn oor te luisteren leg in ons openbaar vervoer of op straat.

Nee, in de wetenschap dat de tijd vervliet, zou ik met mijn beste bedoelingen iedereen adviseren te leven vanuit passie & compassie: Besteed je energie gedreven met mededogen aan het vuur dat in je brandt. ‘Kritisch mededogen’ bedoel ik, geen ‘geitenwollensokken-mededogen’; ‘kritische compassie’. Wat dat is?
Gesprekken met elkaar aangaan, ruimte bieden; oprechte denk en communicatiewegen bewandelen. Elkaar zoeken om zowel jezelf als de ander te begrijpen, te respecteren en eventueel de ander respectvol aan te spreken daar waar blijk gegeven wordt van strijdige inzichten. Laat je niet koeioneren en koeioneer niet. Zonder enige intentie elkaar kwaad te doen, mag dat ‘elkaar aanspreken’ van mij best ‘op het scherpst van de snede’.

“Wat was het leven voor jou, opa?” vroeg ik een oude Kretenzer eens. Hij was 100 jaar, getekend door oude wonden en blind. Hij koesterde zichzelf in de zon, gehurkt in de deuropening van zijn hut. Hij was ‘trots van oor’, zoals we op Kreta zeggen: hij hoorde niet goed. Ik herhaalde mijn vraag voor hem. “Hoe was je lange leven, opa, je honderd jaren?”
“Als een glas koel water,” antwoordde hij.
“En heb je nog dorst?”
Bruusk hief hij zijn hand op. “Verdoemd zij die geen dorst meer hebben!” riep hij.

sprak op 6 mei 1955 Nikos Kazantzakis, een van de belangrijkste Griekse schrijvers van de 20e eeuw. Ik ben het hartstochtelijk eens met hem.

Ervaringen van de mensheid met macht weggeven

Door een toeval, een soort van toeval, ben ik de dvd-serie “I Clavdivs” aan het kijken. De serie gaat erover hoe een fysiek zwakke, mank lopende Romeinse man, die last heeft van gestotter en spasmes, die zijn motoriek maar niet onder controle krijgt, kortom die alles is wat men zich niet van een Romeins staatshoofd voorstelt, toch de 4de keizer van het oude Rome werd en tot zijn dood het Romeinse Rijk regeerde van 41 tot 54; het is een historische miniserie over Tiberivs Clavdivs Caesar Avgvstvs (geboren: 10 v.Chr. als Tiberivs Clavdivs Drvsvs).

Nu zit het ’m erin dat hij de 4de erfopvolgende keizer was; niet democratisch gekozen, maar benoemd.

Korte strekking: macht corrumpeert.

Macht leidt tot corruptie, verderf, verleiding en/of verwoesting. Macht brengt mensen ertoe normen voor eerlijkheid en fatsoen te vervangen door onfatsoenlijke… Dat blijkt toentertijd de omgeving van Clavdivs’ oudoom, keizer Augustus, voluit Gaivs Jvlivs Caesar, de 1ste Romeinse keizer, die in veel kerstverhalen aangehaald wordt, al gezien te hebben.

Zojuist luisterde ik naar het onderzoeksjournalistieke radioprogramma Argos. Dat ging over het duurzaamheidsgehalte van de multinationals Heineken, Shell en Unilever. Korte strekking: macht corrumpeert.

Maar hoe moet het dan wel? Op die vraag gaf mij, alweer een maand geleden, Ferdi De Ville (°1985) antwoord. Hij behaalde een licentiaatdiploma in 2007 en een doctorstitel in 2011. Nu is hij prof.dr. Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Zijn proefschrift handelde over de relatie tussen het internationale handelsregime en sociale, milieu- en consumentenbescherming in de Europese Unie.

Hij stelde in het Academiegebouw aan het Utrechtse Domplein dat handel en handelsakkoorden geen doel op zich moeten zijn. Laat die zin eens tot u doordringen totdat er een aha-glimlach op uw gezicht verschijnt:

Handel en handelsakkoorden moeten geen doel op zich zijn.

Inderdaad, de grootste zorgen onder jongeren zijn klimaat, oorlogen/conflicten en de toenemende ongelijkheid. We willen leven en genieten, maar handel en handelsakkoorden moeten geen doel op zich zijn. Ongelijkheid neemt over het geheel genomen toe. Binnen bedrijven wordt een ongelijkheidsfactor van 7.000 genoemd, terwijl – volgens mij – 60 het maximum zou moeten zijn voor een coöperatief samenleven. Aan voorwaarden van wenselijkheid van diensten of producten wordt vaak niet voldaan. Belasting innen van grootbedrijven wordt steeds moeilijker. Door hun immense macht gijzelen grote bedrijven onze volksvertegenwoordigers; onze politici. Het beste Nederlandse voorbeeld daarvan vind ik het afschaffen van dividendbelasting voor buitenlandse investeerders à € 1.400.000.000 per jaar door onze regering. Het stond in geen enkel verkiezingsprogramma. Het door de maatregel ontstane begrotingstekort gaat volgens het ministerie van Financiën opgehoest worden door ons als loonbelastingbetalers en zal voor de meest kwetsbare mensen voelbaar worden door afname van dienstverlening. Echter, vandaag verdedigde onze premier deze maatregel – ingegeven door de multinationals Shell en Unilever – nog steeds op zijn partijcongres als ‘volgens hem wel van belang voor het vestigingsklimaat in Nederland’, hetgeen ons ministerie van Financiën bestrijdt. Macht corrumpeert en daarbij maakt het kennelijk niets meer uit welke politieke partijen ons met de VVD regeren, omdat het grootbedrijfsleven de orders uitdeelt. Bovendien wordt het – zorgelijk en tegelijk lekker – merkbaar snel warmer.

En dat allemaal in een tijdgewricht dat bekend veronderstelt mag worden dat bij handel en vrijhandel:
1. verliezers zouden moeten worden gecompenseerd om maatschappelijke onrust te voorkomen,
2. negatieve externaliteiten aangepakt zouden moeten worden; dus dat we voorkomen dat een bedrijf, wat het hier vanwege arbeidsomstandigheden, mensenrechten, milieu, salariëring of om welke reden nog meer niet mag, ergens anders op aarde uitvoert waar handhavers corrupt zijn, wetgeving op die punten minder gehandhaafd wordt of domweg minder stringent is en
3. zolang machtsconcentratie wordt tegengegaan zodat bedrijven geen monopolies verwerven.

Kom er maar eens om in een land waar haast elke dienst uitgedrukt wordt in kostenbesparing en winstvergroting (in plaats van kwaliteit van leven) en waarin haast iedereen tegen beter weten in nog steeds geloofd dat vergroting van het bruto binnenlands product iedereen ten goed komt.

Bronnen: de BBC-productie “I Clavdivs” (1976) door Jack Pulman, uitgegeven door London films, Radio-uitzending Argos “Duurzame multinationals” op NPO Radio 1 en “Premier Rutte: mijn optreden rond dividendbelasting was gestuntel” via NOS; beide op 26 mei 2018 en de lezing “Handelsverdragen” van prof.dr. De Ville in het kader van Studium Generale Universiteit Utrecht op 25 april 2018.

Oogkleppen-welvaart

Ons Europees migratiebeleid is dodelijk. Dat hebben we – zolang we zeggen democratische landen te zijn, wat maar de vraag is – met elkaar toch maar mooi op ons geweten. En het is niet alleen dodelijk, het is ook nog eens een contraproductieve strategie. In Libië, Soedan en Turkije financiert de Europese Unie het ontstaan van vluchtelingenstromen. In politiek jargon heet dit ‘samenwerking’ of een ‘deal‘, zoals de term ‘hervormingen’ staat voor ‘uitkleding’. Dit is een anti-migratiebeleid dat niet kán werken, omdat het de oorzaken van migratie, te weten gewapende conflicten, militarisering en repressie, versterkt.

De toename aan fondsen voor grenscontrole komt voornamelijk de wapen- en veiligheidsindustrie ten goede. Ook al zo’n eufemistische term: ‘veiligheidsindustrie’. Prominente winnaars van grensbeveiligingscontracten zijn onder andere Airbus en Thales, belangrijke wapenexporteurs naar conflictgebieden, en Alsensan en Otokar, twee opvallende voorbeelden van Turkse wapenbedrijven die voor miljoenen euro’s aan bestellingen hebben ontvangen dankzij Europees geld.

Kwetsbare vluchtelingen zijn door ons gewetenloze Europese beleid verplicht om nòg gevaarlijker routes te nemen en worden daardoor in de armen van mensensmokkelaars gedreven. Degenen, die geld verdienen aan menselijk leed, en praktijken waar de Europese unie zelf schande van predikt. Gevolg: nog meer doden op de Middellandse Zee en in Noord-Afrika, maar onder de radar, want wie heeft er belang bij hierover een nieuws-item te maken?

Voor wie van statistiek houdt het volgende. Voor de 35 landen, die door de Europese Unie als ‘prioritair’ worden beschouwt, geldt:
– 100 % (35) van die landen vormt een extreem of groot risico voor de handhaving van mensenrechten.
– 51 % (18) van die landen vallen in de categorie “lage menselijke ontwikkeling”
– 48 % (17) van die landen hebben een autoritaire regering en
– 11 % (4) van die landen geldt als democratisch.

Grensdichting is een centrale doelstelling geworden van het Europees buitenlands beleid, inclusief (dus niet ‘naast’) haar handels- en ontwikkelingsbeleid. Deze maatregelen omvatten deportatie-instemmingsverdragen, donaties van helikopters, patrouilleschepen, surveillance-technologie en voertuigen, training van ordetroepen en de uitbouw van biometrische systemen.

In plaats van ons grensbeleid uit te besteden aan repressieve regimes, zouden we volgens mij respect voor mensenrechten en solidariteit met slachtoffers van geweld, oorlog en onderdrukking aan de dag moeten leggen. Pas dan doen we iets aan de oorzaken van wat we niet willen. Echter, in onze Europese staten gaat ònze welvaart voor ieders welzijn (en dat ‘ònze’ betreft lang niet alle Europeanen). Bovendien laten wij Europeanen – inclusief Belgen en Nederlanders – ons grosso modo weinig gelegen liggen aan misdadige gevolgen van onze beleidskeuzes zolang wij er binnen ons veilige landje enig gemak en niet teveel directe last van ondervinden. Nou, slaap lekker verder als u er aan toe bent.

Bron: het rapport “Expanding the Fortress” van Transnational Institute en Stop Wapenhandel, zoals besproken in “EU heeft migratiebeleid uitbesteed aan autoritaire regimes, toont nieuw rapport” door Vredesactie vzw via DeWereldMorgen op 16 mei 2018.

Priors vreemde opdracht

Het was een dag in juni dat de vrouw van de tuinman met betraande ogen het ontbijt voor haar kinderen klaarmaakte. Het laatste gewone ontbijt van deze week. Misschien van deze maand en wellicht van dit jaar of hun ganse leven. Het werk van haar man, een uitmuntende en oplettende tuinman zoals later dit verhaal zal blijken, was door het overlijden van zijn heer opgehouden. De beste man had nu geen bron van inkomsten meer en zat al dagen terneergeslagen op een stoel in zijn kleine huisje van leem. ’s Nachts verplaatste hij zich terneergeslagen naast zijn vrouw in de bedstee. Zijn begripvolle vrouw hield zielsveel van hem, begreep hem, liet hem, zoende hem soms tussen de bedrijven door, maar nu maakten de zorgen voor wat er van hun kinderen moest worden zich van haar meester. Zij bracht haar man een deel van het brood en onze tuinman zag haar tranen.

Dit echtpaar had geen woorden nodig. Dat was nog niet in die tijd. De man at slechts zijn brood en stelde voor zichzelf vast dat het zo niet langer kon. Hij verzaakte, en deed gebukt onder de naargeestige omstandigheden zijn door hem beminde vrouw verdriet. Zo boorde hij voorzichtig moed aan onder zijn hopeloosheid en zelfmedelijden. Hij ging wat rechter op zitten. Een glimlach verscheen op zijn gezicht. Dat was voor het eerst sinds zijn thuiskomst met de akelige tijding.

Hij stond op en liep naar zijn vrouw. Hij zoende haar en sprak:
Vanavond kom ik terug, met of zonder werk.
De tuinman vertrok en zijn vrouw putte hoop. Hij liep twee uur en durfde een beetje van de omgeving te genieten. Vooral van de bruisende beekjes, die vanaf de berghellingen naar onder stroomden. In de verte doemde de priorij op, die het doel van zijn tocht was. Nog even en hij zou zijn diensten daar aanbieden.

Aan de poort maakte hij alleen duidelijk dat hij de prior hoognodig had en dat hij, met begrip voor de drukke werkzaamheden van de prior eventueel de rest van de dag zou wachten totdat de prior slechts een klein deel van een uur tijd voor hem vrij zou kunnen maken. De dienstdoende monnik vroeg hem of hij onze tuinman ook zou kunnen helpen. De tuinman antwoordde:
Och kon dat maar, ik zou de hemel danken.” en hij wende zijn gezicht af.
Wacht hier’, reageerde de monnik en hij sloot het spreekluik in de poort.

Na enige tijd werd de poort geopend en de monnik nodigde de tuinman verder te komen. Zwijgend liepen ze naar de werkkamer van de prior.
Wat kan ik voor u doen?”, vroeg deze toen onze tuinman in de deuropening stond.
Mag ik ietsje binnenkomen en de deur sluiten?
Komt u ietsje verder.
Hoogeerwaarde heer en prior van deze prachtige priorij, aangesteld door God en de Paus, voor ik u mijn verzoek doe, zal ik kort uitleggen waarom ik de stoute schoenen aangetrokken heb en nu van uw tijd vraag.” En hij legde de omstandigheden uit waardoor hij geen werk meer had en over het genoegen dat hij altijd aan de uitoefening van zijn vakmanschap beleefde. Hier dacht de prior dat de tuinman slechts een aalmoes vragen ging. Hij werd in zijn vermoeden gesterkt, toen onze tuinman begon over de honger, die zijn vrouw en kinderen nu moesten doorstaan, maar de tuinman besloot met de vraag de tuin van de priorij te mogen onderhouden tegen voedsel voor zijn vrouw en kinderen.

De prior liet de consequenties van zijn antwoord tot zich doordringen, waardoor het een geruime tijdspanne stil bleef in de werkkamer.
Nadat hij een besluit genomen had, verwoorde hij zijn beslissing aldus:
U zegt een goede tuinman te zijn en wij kunnen wel een lekentuinman gebruiken, maar alleen als dat een bijzonder bekwame vakman is. Ik kan u daarom het volgende aanbod doen:
In de tuin van deze priorij wonen vijf broers, maar ik kan ze niet vinden. Zij moeten gemakkelijk te herkennen zijn, want zij lijken sprekend op elkaar. Echter, twee van hen hebben een baard, twee andere zijn kaalgeschoren en de resterende broer heeft een halve baard. Wanneer u deze broers vandaag vindt, kunt u hier als lekentuinman komen werken waarbij wij u normaal naar uw arbeid zullen belonen. Wanneer u de broers niet vindt, zullen wij u uit dankbaarheid voor uw resultaatloze hulp en vanuit mededogen wat brood voor de komende dagen meegegeven naar uw huis.
Wij lunchen op het middaguur en ik nodig u uit tegen die tijd deel te nemen aan onze maaltijd.

De tuinman verliet de werkkamer met de woorden:
Ik dank u voor uw hulpvaardigheid in mijn troosteloze toestand”, en verkende de tuin van de priorij. Daar bleek werk zat, maar nu moest hij eerst zoeken naar de onbekende vreemde broers. Zoekend verstreek de tijd en onze tuinman liet de lunch – ondanks zijn honger – aan hem voorbij gaan. Tegen drie uur die middag verscheen er alweer een glimlach op zijn gelaat. Opgelucht kwam hij overeind uit de bloemperken in de tuin. Hij ging op weg naar de werkkamer van de prior en klampte de eerste de beste monnik aan, die hij aantrof, met de woorden:
Ik heb verheugend nieuws voor uw prior. Zou ik hem in zijn drukke werk mogen storen?
De monnik vroeg de prior en begeleidde wat later de tuinman naar de werkkamer.

Hoogeerwaarde prior, ik heb de door u gezochte broers gevonden.
Dan loop ik met u mee, want ik ben zeer benieuwd ze te ontmoeten.
Onze tuinman begeleidde de prior naar een rozenperk en ongezien glimlachte de prior besmuikt. Hij sprak echter de woorden:
Ik zie geen broers, beste man.
Mag ik u verzoeken door de knieën te gaan en de groene bladeren rondom deze prachtige rozen te aanschouwen? Daar staan de door u gezochte vijf broers in een kring: twee met een baard, een met een halve baard en twee zonder baard.
De prior deed wat de tuinman vroeg en zag de vijf groene broers rond elke bloemkroon die hij in dit rozenperk bekeek.

Misschien zijn rozen door deze broers wel de ‘koninginnen onder de bloemen’ geworden, die we zelfs in onze jaren nog altijd geven bij gebeurtenissen, zoals diploma-uitreikingen, liefdesverklaringen, trouwerijen en verjaardagen. Gebeurtenissen, die verleden en toekomst in het nu aan elkaar verbinden.

$ 1.739.000.000.000; waar gaven we dat in 2017 aan uit?

Ons ministerie van Defensie heeft vandaag tientallen Black Hornets, mini-drones ter grootte van een libel, aangeschaft. Daarvoor was onder de huidige regering van CDA, CU, D66 en VVD eindelijk ‘ruimte’. De drones kosten namelijk € 35.000 per stuk en zijn reuze belangrijk om slagvelden te verkennen in een wereld van armoede, conflicten, honger en klimaatverandering waardoor miljoenen mensen op drift raken. De mensen, die op die slagvelden aangetroffen worden, kunnen dan gedood worden. Zolang in Europa geen oorlog is, kunnen de mensen, die tijdens “oefeningen met Black Hornets” in het Midden-Oosten op hun vlucht-door-woestijnen aangetroffen worden, naar detentiecentra (lees: “gewoon gevangenissen”) voor vluchtelingen gedirigeerd worden als ze tijdens hun risicovolle vlucht al niet op een andere manier ontmenselijkt zijn of worden.

Het hele verhaal is dat in 2017 de totale wereldwijde militaire uitgaven stegen tot $ 1.739.000.000.000; een gemiddelde stijging van 1,1 % vergeleken met 2016. En daar krijgen we volgens alle regeringswoordvoerders wereldwijd een heleboel vrede en veiligheid voor terug.

Terwijl Rusland gedurende 2017 20 % minder aan wapentuig uitgaf dan in 2016, zijn door China met een stijging van 13,0 %, Indonesië met een stijging van 5,5 % en Zuid-Korea met een stijging van 1,7 % de militaire uitgaven over 2017 in Azië het hoogst geweest.
Dat gegeven over Rusland staat overigens in contrast met de volkswijsheid dat Rusland een bedreiging vormt voor de Europese NAVO-lidstaten en de militaire opbouw, die sinds 2017 aan de oostgrenzen van het bondgenootschap plaatsvindt: in Centraal-Europa en Oost-Europa stegen de militaire uitgaven met respectievelijk 12,0 en 1,7 %.
Alle 29 NAVO-leden samen gaven in 2017 met $ 900.000.000.000 13,5 x meer aan bewapening uit dan Rusland. “Wie bedreigt wie?” zou een objectieveling zich afvragen, maar wij hoeven ons niets af te vragen omdat wij zonder feiten te kennen alles al weten.

De NAVO was in 2017 verantwoordelijk voor 52 % van het wereldtotaal; de Verenigde Staten van Amerika zijn in hun eentje ‘goed’ voor een derde van de wereldwijde militaire uitgaven.

Zeven van de 10 landen met de hoogste militaire uitgaven liggen in het Midden-Oosten

Volgens de Globale Campagne over Militaire Uitgaven (GCOMS), een internationaal netwerk van vredesorganisaties dat meer mijn taal spreekt, is de wapenproductie een lucratieve/winstgevende sector die goed is voor stijgingen van bruto binnenlandse producten en bij gebruik mensen doodt, terwijl de aankoop van wapentuig publieke middelen onttrekt aan uitgaven, die broodnodig zijn om menselijke noden te kunnen aanpakken.
De fondsen, die nu aan het militaire worden besteed, zijn dringend nodig om de ongelijkheid te verminderen, om de wereldwijde samenwerking te verbeteren, om de energie-onrechtvaardigheid aan te pakken, om de drijvende krachten achter de vluchtelingencrisis aan te kunnen, om op de mens georiënteerde reguleringen van de globale markt te kunnen uitvoeren en om een vreedzame wereld uit te bouwen”, zo luidt het in een verklaring van GCOMS.

In democratische landen, waar het volk in theorie invloed heeft op het politieke beleid, zouden mensen de toekomst van de hele mensheid in eigen handen kunnen nemen. Maar dat is misschien puur theorie, immers onze Nederlandse regering schaft ondanks een winst van 5 zetels voor D66 (van 12 naar 19) doodleuk de mogelijkheid op referenda af en voert een afschaffing van dividendbelasting in, waar in geen enkel verkiezingsprogramma voor gepleit werd, en waarvoor eveneens geldt dat het volk dat geslagen gat in de schatkist van € 1,400.000.000 per jaar via bezuinigingen op publieke uitgaven en/of verhogingen van loonbelasting moet ophoesten. En reken erop: volgende keer stemmen we met z’n allen weer voor de VVD, het CDA, en dat soort neo-liberale politieke partijen die zich hard maken voor grootbedrijven en grootbanken (en de echte doorzetters/volhouders stemmen natuurlijk weer op de neo-liberale voorbeeldpartij D66).

Klik hier voor het uitgebreide artikel over wereldwijde militaire uitgaven in 2017.

Bronnen: “Defensie koopt muisstille, bijna onzichtbare mini-drones” door Arnoud van der Struijk van het Algemeen Nederlands Persbureau via NOS en “Wereldwijde militaire uitgaven stijgen opnieuw” door Ludo De Brabander via DeWereldMorgen; beide op 2 mei 2018.

Wanneer ontwaken wij uit onze slaap?

Zo heb ik het begrepen: eerst waren er alleen dictators: hertogen, keizers, koningen en andere machtige lieden (altijd mannen) die over een regio met alle levende have heersten. Alleenheersers. In het oude Griekenland, dat wil zeggen ‘in de stadsstaat Athene’, werd geëxperimenteerd met enige zeggenschap van het volk; het mannelijke deel daarvan wanneer dat niet tot slaaf gemaakt was en – het uitsluiten van vreemdelingen is niet alleen van de moderne tijd – alleen de erkende Atheense mannen. ‘Democratie’ is echter in de geschiedenis van de mensheid maar weinig echt toegepast geweest. Pas sinds ongeveer een eeuw werd het aarzelend in een groeiend aantal landen als bestuursvorm aangenomen. Pas in de veel recentere geschiedenis ontstaat er iets van ‘democratie als staatsvorm’.

En wat houdt dat in? Wat ieder voor zich kan doen, doet ieder voor zich, maar wat je samen moet doen zoals het aanleggen van wegen en de zorg voor zieken, doe je samen. Toen ik in 1953 verwekt werd, werd op de weg tussen Utrecht en Maartensdijk nog tol geheven. In 1825 was die weg, de Soestdijkerstraatweg tussen Utrecht, Maartensdijk en Soestdijk, bestraat op gezag van jonkheer Jan de Rovere – of hij een chique rover geweest is heb ik niet kunnen achterhalen – de Rovere van Breugel. Daarom mochten zijn nazaten van het Rijk tol heffen, mits een deel van de tol aan de erven van Paulus Bonnet gegund werd, die grond aan de weg kwijtgeraakt was. Van tolwegen was bekend dat ze de handel tussen plaatsen en steden beperkten. Zonder tol te heffen was daarentegen de aanleg en het wegonderhoud onbetaalbaar. Als laatste Nederlandse private tolweg werd de tol over deze weg nog voor mijn geboorte in 1953, na een bestorming van het tolhuis door automobilisten, afgeschaft.

Ergens hebben de Fransen wel gelijk: privatisering is de hel

Wat ieder voor zich kan doen, doet ieder voor zich en wat je samen moet doen, doet de overheid in opdracht van onze democratisch gekozen regering: handhaving van het binnenlands gezag, infrastructuur, militaire verdediging, onderwijs, toezicht op naleving van alle uiteenlopende wetten en regelingen, welzijn en zorg. De Hollandse Spoorweg Maatschappij en de Staats Spoorwegen werden, nadat die eerder al andere spoorwegmaatschappijen “opgeslokt hadden”, de Nederlandse spoorwegen: dat bleek veel beter en veel goedkoper.

Inmiddels zijn we overal in Europa drie decennia overheidsdiensten aan het privatiseren. Immers, wanneer aandeelhouders geld onttrekken aan de dienstverlening zal het allemaal wel beter en efficiënter gaan. Concurreren om dienstverlening levert volgens het huidig adagium de beste service tegen de laagste prijs. En hoewel het leven voor burgers duurder en duurder wordt (en de aandeelhouders rijker en rijker), hoewel aan geprivatiseerde bedrijven gevraagd in plaats van opgelegd wordt iets aan – bijvoorbeeld – de CO2-uitstoot te doen, hoewel vitale diensten zelfs in dit rijke Nederland voor de minder bedeelden niet meer toegankelijk zijn, heeft de Europese Unie onlangs een opdracht gegeven aan – ik geloof PricewaterhouseCoopers – na te gaan wat aan overheidsdiensten nog meer geprivatiseerd kan worden. We kunnen ons volgens mij na het afschaffen van de dividendbelasting met recht afvragen of de lobby van het bedrijfsleven regeert of de door ons gekozen volksvertegenwoordigers in ons gezamenlijk belang.

Komende donderdag zal de ‘Algemene Centrale der Openbare Diensten’ van het ‘Algemeen Belgisch Vakverbond’ in Gent een studiedag organiseren over de toekomst van onze publieke dienstverlening. Onder andere

  • Cat Hobbs van de actiegroep ‘We own it’, die recent nog de Britse socialist Jeremy Corbyn adviseerde, komt daar spreken. Net als
  • Andrew Cumbers, auteur van ‘Reclaiming Public Ownership: Making Space for Economic Democracy’ en professor in politieke economie,
  • Satoko Kishimoto: coauteur van ‘Reclaiming Public Services’, klimaatactivist en onderzoeker van de Transnational Institute en
  • Sam Mason, klimaatadviseur voor de Britse vakbond voor de openbare diensten PCS.

De mainstreammedia hebben het gemist, maar het terugwinnen van publieke eigendommen gaat zo zachies aan wereldwijd. Volgens Hobbs zijn publieke diensten “het mooiste en meest geciviliseerde dat mensen ooit hebben gecreëerd” en dat is vooralsnog ook mijn overtuiging.

Wanneer zouden we in Nederland zo ver zijn, dat we ònze coöperatieve krachten weer gaan bundelen om echt invloed uit te gaan oefenen op onze regering, die zich in de luren laat leggen door grootbedrijven en die vindt dat ‘haast ongelimiteerd winst kunnen maken’ zaligmakend is voor ons allemaal, ook als die winsten feitelijk onttrokken worden aan de schatkist; een regering overigens die angstig is voor de mening van haar kiezers?

Bronnen: de website van de Utrechtse stichting voor het industrieel erfgoed inzake tolhuizen in de provincie Utrecht, “Maartensdijk, Geschiedenis en architectuur” door Michiel Kruidenier en Joost van der Spek, pagina 209 en “Ergens hebben de Fransen wel gelijk: privatisering is de hel” door Thomas Den Hert via DeWereldMorgen op 23 april 2018.

Een nieuw metier

Vanmorgen oefende ik met ‘eerste’ en ‘tweede vinger’ en onregelmatige tempi. Ik heb het maar getroffen met mijn buren, die vinden dat ‘als ik het nog moet leren, ik het maar moet leren‘. Mijn linkeroor zit nòg dichter bij het soms snerpend of krassend geluid wat niet om aan te horen is. Wat is het geval?

Op 23 maart jongstleden, nog geen maand terug in de tijd, ging ik met een vriendin naar het lunchpauzeconcert in TivoliVredenburg. ‘De menselijke stem van de cello’ stond op het programma; uitgevoerd door de celloklas van het Utrechts conservatorium HKU onder leiding van Timora Rosler. We hoorden eerst een uitvoering van de ‘Symfonie voor acht cello’s’ van Philip Glass (1937). In één woord: “Prachtig” (als je van Philip Glass’ stijl houdt). Toch 8 woorden. Daarna speelden Laia Terre en Angela Guillen de ‘Suite voor twee cello’s’ van David Popper (1843 – 1913) en toen gebeurde het. Ik fluisterde tijdens het welgemeend applaus mijn vriendin in het oor: “Ik ga cello spelen”. “Fagot is ook mooi”, fluisterde zij als eerste reactie. “Ja, maar het wordt cello”, volharde ik.

Daarna werden nog de ‘Libertango’ van Ástor Piazzolla (1921 – 1994) gespeeld, het ‘Requiem’ van David Popper en ‘Bachianas Brasilieras nr. 1 voor acht cello’s’ van Heitor Villa-Lobos (1887 – 1959). Vervolgens consumeerden we traditiegetrouw nog een koffie met gebak en ik bleef vastbesloten.

Nu had ik na deze afspraak nog met een vriend afgesproken. Ik deelde hem mee hoe mijn leven vanaf (toen) ‘vandaag gaat veranderen’. Hij vertelde nog een cello in bezit te hebben. Die stond nog bij iemand anders, maar zou ik in bruikleen kunnen krijgen.

Ik geniet ervan om aan iets te beginnen wat ik nog helemaal nooit gedaan heb.

’s Avonds vroeg ik via mijn ‘Nextdoor-App’ wie een goede cellodocent voor mij wist en prompt werd mij een docent in de buurt warm aanbevolen. Haar belde ik zaterdagochtend, nog geen etmaal na het concert, en we spraken een eerste proefles af voor woensdag.

De muzikaal leider Timora Rosler toonde zich via de mail verheugd over mijn enthousiasme voor de cello door het concert, net als de programmeurs van de lunchpauzeconcerten in TivoliVredenburg.

Dinsdag belde ik mijn vriend over zijn cello. Die liet nog even op zich wachten, dus via Markplaats zocht ik een geschikt instrument. Ik vond een

    ‘Excellent Cello 4/4 Warm sound, comes with bow and soft case; Bohemian instrument very easy to play and responsive warm, full and round sound for advanced amateurs or beginning conservatory.’

Daar bood ik op en ’s avonds haalde ik mijn nieuwe oude cello in Amsterdam op.

Woensdag werden mij zodoende de allereerste beginselen uitgelegd van het cellospelen, te beginnen met het zitten zonder cello.

En nu probeer ik dus geheim na geheim van mijn cello te ontdekken. Dat ik vroeger verdienstelijk schuiftrombone gespeeld heb, scheelt wel iets. Mijn cellodocente vond deze ontwikkeling wel bijzonder. Zij constateerde: “De cello is onder de strijkinstrumenten, wat de trombone onder de blaasinstrumenten is.” Het scheelt iets, maar hoe ik ook van mijn oefeningetjes geniet, hoeveel plezier ik er ook aan ontleen te tokkelen en te strijken en hoewel ik merk vorderingen te maken, ik bak er nog niet veel van.

Het valt ook niet mee, omdat ik nog geen maand geleden voor het eerst een strijkstok vasthield. Die moet overigens midden tussen de kam en de toets met de haren vlak op de snaren en voor elk van de vier snaren onder twee iets andere hoeken, waarbij de strijkstok losjes en toch ook stevig met de rechterhand vastgehouden dient te worden en met mijn linkerhand moet ik op gehoor mijn wijsvinger, wijs- en middelvinger, wijs-, middel en ringvinger of alle vier mijn vingers op de snaren zetten (terwijl ik nog geen halve tonen hoef te spelen), en terwijl ik de duim van mijn linkerhand tegenover mijn middelvinger tegen of onder de hals behoor te houden en tenzij mijn vingers de snaren niet mogen aanraken, waarbij de muziek aangeeft welke strijkbewegingen ik zou moeten maken van de componist, tenzij ik met mijn linker- of juist rechterhand respectievelijk hoog op de hals of onder aan de toets moet tokkelen.

Ik geniet ervan om aan iets te beginnen wat ik nog helemaal nooit gedaan heb. Al klinkt het soms venijnig scherp of krassend in mijn oren, als ik er al muziek uit krijg, want op de kam strijkend, heb ik gemerkt, komt er haast geen muziek uit ’t ‘very easy to play and responsive warm, full and round sounded Bohemian instrument’.

’t Valt tegen met onze feitenkennis

Dat spreekt toch aan: “Als we de wereld willen begrijpen, moeten we naar de feiten kijken”? Ik probeer dat te doen – dat begrijpen van de wereld of, zo u wilt, dat kijken naar feiten – door af te gaan op mijn eigen ervaringen. Afgaande op wat ik dagelijks ervaar, verloopt het wereldgebeuren redelijk vredig. Ik maak – haast dagelijks – wel wat onrecht mee, maar ook daar valt uitstekend mee te leven.

Nu woon ik ook in Nederland”, redeneer ik. “Dat scheelt”, denk ik. Mijn wereldbeeld over streken waar ik nooit geweest ben, is meestal minder geordend, rechtvaardig en vredig. Hans Rosling, voorheen een Zweedse arts, directeur van de Gapminder Foundation en professor Internationale Gezondheid, zou geschokt zijn over de onwetendheid, waarop ik mijn ideeën en meningen over de wereld baseer.

Het onlangs verschenen boek van hem, “Feitenkennis; de moderne wereld aan de hand van feiten en statistieken”, drukt me met mijn neus op zijn geschoktheid. Kijken of dit ook voor u geldt:
Wat is het juiste antwoord? A, B of C?

Hoeveel meisjes in alle lage-inkomenslanden ter wereld maken de basisschool af?
A: 20 procent
B: 40 procent
C: 60 procent

Nu moeten we weten dat 33 % van de chimpansees in onze dierentuinen deze vraag juist zou beantwoorden; gemiddeld kiest echter maar 7 % mensen het juiste antwoord:
C, 60 procent van de meisjes in lage-inkomenslanden maakt de basisschool af. Een meerderheid van de mensen ‘neemt aan’ dat het 20 % is. In uitzonderlijke streken zoals Afghanistan, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Zuid-Soedan, waar inderdaad minder dan 20 % van de meisjes de basisschool afmaakt, wonen percentueel niet veel van alle meisjes in alle lage-inkomenslanden.

De mega-misvatting dat we de wereld kunnen onderverdelen in twee vakken, ‘arm en rijk’, vertekent volgens Rosling in het hoofd van mensen alle wereldwijde verhoudingen. Hij bedacht er de term ‘kloofinstinct’ voor. Daarmee doelt hij op onze neiging om van alles in te delen in twee afzonderlijke en vaak tegengestelde groepen, met daartussen een imaginaire kloof – een diepe afgrond van onrechtvaardigheid: ‘laag inkomen – hoog inkomen’, ‘Noord – Zuid’, ‘het Westen – en de rest’ en andere varianten op ‘wij en zij’.

Bij gebrek aan kennis over recentere data, bepalen verouderde data vaak ons wereldbeeld. Zo hebben we volgens Rosling nog steeds het idee dat het gemiddeld aantal baby’s per vrouw in arme, op het Zuidelijk halfrond gelegen ‘rest’landen 5 tot 7 bedraagt en dat sterfte daar zo’n 25 % van de kinderen treft. Dat te denken is gebaseerd op inventarisaties uit 1965, terwijl in die landen het aantal baby’s inmiddels gemiddeld tussen de 2 en 5 per vrouw ligt; tegelijk is de kindersterfte daar in 33 jaar afgenomen van tussen de 30 en 10 % naar onder de 10 %. Van de gehele mensheid zit inmiddels al 85 % in het vak dat in 1965 nog ‘de ontwikkelde wereld’ werd genoemd. De overige 15 % zit grotendeels ergens tussen de ontwikkelende en ontwikkelde wereldvakken in. Slechts 13 landen, die samen 6 % van de wereldbevolking herbergen, bevinden zich nog steeds in het vak ‘ontwikkelend’.

Lage-inkomenslanden zijn daardoor veel ontwikkelder dan de meeste mensen denken èn er leven veel en veel minder mensen in die landen dan gedacht. Het idee van een verdeelde wereld met een meerderheid die in ellende en gebrek verkeert, blijkt volgens Rosling een illusie:
Nog maar 200 jaar geleden leefde 85 % van de wereldbevolking in extreme armoede en had minder dan $ 2 per dag te besteden. Nu leeft nog zo’n 15 % van de wereldbevolking nog op dat niveau:
1 miljard van de mensen leeft van minder dan 2 $ per dag
3 miljard van meer dan $ 2 en minder dan $ 8 per dag
2 miljard van meer dan $ 8 en minder dan $ 32 per dag
1 miljard van de mensen leeft van meer dan $ 32 per dag.

Wat volgens Rosling ons vertekende wereldbeeld in stand houdt, is de neiging te denken in ‘goed en slecht’. Journalisten brengen hun verhalen graag als een conflict tussen twee tegenover elkaar staande gezichtspunten, groepen of mensen. Ze vertellen liever verhalen over extreme armoede en over miljardairs dan over de bijzonder grote meerderheid van de mensen, die zich langzaam voortslepen naar een beter leven.

Veel ‘kloofverhalen’ zijn zodoende het gevolg van misleidende ‘dramatisering’. In de meeste gevallen is er helemaal geen duidelijke scheiding tussen tegenover elkaar staande groepen. Dat lijkt alleen zo door de presentatie van gemiddelden van verzamelde data en door de geschetste kenmerken van groepen. Op onze werkelijke medemensen, binnen de in onze media aangeduide groepen, zijn de geframede kenmerken vaak slechts maar voor een klein deel van toepassing. Verhalen over al die tegenstellingen bevorderen zelden een beter inzicht in de wereld en voeden wel de angst voor ons onbekende mensen.

Er zullen altijd ‘armsten en rijksten’ zijn en er zullen altijd ‘betere en slechtere regimes’ zijn, maar het feit dat er uitersten bestaan, vertelt ons niet veel. De grote meerderheden van de mensheid bevinden zich – net als de inkomens per dag van heel de mensheid – meestal ergens in het midden en vertellen een heel ander verhaal; een verhaal dat nog steeds het uwe had kunnen zijn wanneer uw wieg ergens anders had gestaan. Bovendien kunnen voor degenen met een hoger inkomen dan $ 32 per dag alle mensen op lagere inkomensniveaus even arm lijken. Tegelijk kan het begrip ‘arm’ zijn specifieke betekenis verliezen. Zelfs een persoon binnen dit inkomenssegment kan arm lijken, doordat de werkelijk arme medemensen zich ergens ver buiten ons beeld bevinden.

Feitenkennis is daarom het best gebaseerd op
1. herkennen wanneer een verhaal over een kloof gaat,
2. bedenken dat dit dus een beeld schetst van twee afzonderlijke groepen met een kloof ertussen en
3. herinneren dat de werkelijkheid vaak helemaal niet bestaat uit twee gescheiden groepen met elk hun eigen belevingswerelden. Meestal bevindt de meerderheid van de mensen zich juist in het midden, precies daar waar de kloof geacht werd te gapen.

Bron: “De wereld is totaal veranderd. En door deze denkfout viel dat niet zo op” door Sanne Blauw via De Correspondent op 11 april 2018 over het boek “Feitenkennis; de moderne wereld aan de hand van feiten en statistieken” (april 2018) van Hans Rosling e.a., ISBN 9789000351220, uitgegeven door Spectrum.

Herhaling van verkeerde zetten

En alwèèr gaat de Nederlandse regering ernstig in de fout. Onze defensieminister Anna Theodora Bernardina Bijleveld-Schouten van het CDA weet: “Als diplomatieke, economische en politieke maatregelen onvoldoende zijn, heeft Nederland begrip voor een proportionele militaire actie in Syrië.” Dat zei zij tenminste in Nieuwsuur en doelde daarmee op een eigengereide aanval door Donald Trump.

En alwèèr gaat de NOS ernstig in de fout. Het ontwerp in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties kreeg 12 stemmen voor, 2 tegen (Bolivia en Rusland) en 1 onthouding (China). Een negatieve stem van een van de vijf permanente leden – China, Frankrijk, Rusland, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika – blokkeert een resolutie. In de vergadering van gisteren blokkeerde Rusland door een tegenstem voor de 12de keer inzake Syrië een VN-voorstel. Ook een concurrerende ontwerp – geschreven door Rusland – waarin werd gepleit voor een onderzoek naar de gebeurtenissen in Douma zonder de schuldvraag centraal te stellen, werd evenmin aangenomen. De VS en zijn Westerse bondgenoten staan met Rusland in een patstelling, maar alleen de Russische tegenstem, per saldo een veto, wordt bekritiseerd.

Naar mijn mening zou die heel ingewikkelde kwestie, met 3 zones in en rond Syrië met levensbelangen voor de Syrische bevolking en voor de Koerden, in de VN moeten worden opgelost. Daar zit natuurlijk ieder land met een eigen handels- en politieke agenda. Zowel in Rusland en de Verenigde Staten leiden presidenten hun land eveneens met hun eigen handels-, persoonlijke en politieke agenda’s.

Echter, wederom wordt door onze defensie (= verdedigings-)minister gezegd dat de toon die de Amerikaanse president Donald Trump gebruikt, ‘niet haar woorden zouden zijn’, maar volgens haar is de inhoud oké. Ik zou haar aanraden Naomie Klein* toch nog maar eens te lezen, die uitlegt hoe hard Trump ontwrichting nodig heeft om zijn persoonlijke agenda en wil aan het Amerikaanse congres (het U.S. Congress met het Huis van Afgevaardigden en de senaat) tegen de wensen van datzelfde congres op te leggen. En om de olieprijzen omhoog te krijgen.

Mijn ‘wederom’ zal ik ook nog even uitleggen:
Het eerste moment dat Donald Trump wereldpresident was, was toen hij een onderzoek van de VN niet afwachtte en 59 raketten liet afvuren op een luchthaven nabij de stad Homs. De ijdele president zal zich nog wel herinneren dat zijn gebruikelijke tegenstanders in de mainstreammedia vol lof waren over die onrechtmatige aanval. Van Australië in beide richtingen over heel de wereld tot Nederland werden ‘begrip’ en waardering uitgesproken voor de doortastende president. “Ik denk dat Trump eindelijk de president van de VS werd”, zei CNN-host Fareed Zakaria toen. Nu Trump in een almaar moeilijker parket komt doordat de Amerikaanse federale politie FBI een inval heeft gedaan bij zijn persoonlijke advocaat maakt dat de situatie rond Syrië extra gevaarlijk. Immers, niets is beter dan een gemeenschappelijke vijand ver weg te creëren voor het onder de mat vegen van je eigen wangedrag. De Britse premier May staat al te trappelen om militair met de VS mee te doen; dat is ook logisch, toch?

Bronnen: “Minister Bijleveld: begrip voor militaire actie VS” via NOS en “’Onze raketten komen er aan” door Christophe Callewaert in DeWereldMorgen; beide op 11 april 2018 en “Security Council fails to adopt three resolutions on chemical weapons use in Syria” via UN News op 10 april 2018 en “VN-baas over Syrië: laat de situatie niet verder uit de hand lopen” via NOS op 12 april 2018.
_____________
* Naomie Klein, de paperback “Nee is niet genoeg tegen Trumps shockpolitiek, voor de wereld die we nodig hebben” (2017).