Voor wie van cijfers en natuur houdt

1.
Terwijl het voor onze ‘evolutionaire voorouders’ 542.000.000 jaar geleden begon, ging het ruim 25.000.000 jaar daarna ‘al’ mis. De helft van alle 588.000 levensvormen stierf toen in korte tijd uit.

2.
445.000.000 jaar geleden ging het weer flink mis toen plotsklaps 42% van alle 1.530.000 levensvormen uitstierf.

3.
380.000.000 jaar geleden ging het ‘geleidelijk’ flink mis toen in een periode van 15.000.000 jaar bijna de helft van alle 1.700.000 levensvormen uitstierf.

4.
325.000.000 jaar geleden stierf nog eens 40% van alle 1.600.000 levensvormen uit.

5.
250.000.000 jaar geleden ging het weer flink mis toen in zo’n 10.000.000 jaar in 3 sprongen ruim 70% van alle 1.235.000 levensvormen uitstierf.

6.
200.000.000 jaar geleden ging het weer flink mis toen in alweer in zo’n 10.000.000 jaar 25% van de 940.000 levensvormen uitstierf.

7.
140.000.000 jaar geleden stierf plots 20% van alle 1.530.000 levensvormen uit.

8.
66.000.000 jaar geleden stierf plots ruim eenderde van alle 3.000.000 levensvormen uit, waaronder de dinosaurussen en mammoets.

9.
36.000.000 jaar geleden stierf nog eens 4% van alle 4.000.000 levensvormen uit. Zo komt het dat we hier nu op de aarde zijn met ruim 5.000.000 levensvormen van algje tot walvis en van aardappel tot olifant.

10.
En mens natuurlijk, want de laatste 3.000.000 jaar zijn ook (oer-)mensen een levensvorm, die op aarde te vinden is. Deze soort heeft een veelzijdige taal, waarmee zij informatie kan doorgeven zelfs zonder bij elkaar te zijn, zelfs nog als ze dood zijn (zie laatste alinea) en zij kan abstract denken. Mensen kunnen zo snel ook informatie doorgeven dat wat aan de ene kant van de aarde gebeurt (een ijsplaat op Antarctica die loslaat) dezelfde dag nog overal op aarde nieuws voor hun soortgenoten kan zijn. Ze weet ook in een evolutionaire seconde beslissende invloed uit te oefenen op het voortbestaan van heel veel andere levensvormen, soms positief en vaak negatief. Om precies te zijn doet zij dat in 24 evolutionaire milliseconden (ongeveer 150 jaar).

Zo ontstond ooit door donder en bliksem een chemische verbinding op aarde, die we ‘gen’ noemen. Iets dat leeft en leven kan doorgeven door zich haast foutloos te delen en weer aan te groeien; een levensvorm met een ‘genoom’ dat door overerving eigenschappen aan een groep chemische verbindingen geeft tussen alle chemische verbindingen die dat zonder genoom doen, zoals helium, methaan, stikstof en water. Een levensvorm tussen de talloze chemische verbindingen van de 94 tot 100 chemische elementen die van oorsprong op aarde voorkwamen, want mensen kunnen ook chemische elementen maken en een enkeling naar de Maan en terug laten vliegen.

Door middel van die genen erft geeft een organisme erfelijke eigenschappen door en daarmee veel van de kenmerken van zijn ouder(s). Veranderingen in het genoom kunnen als gevolg hebben dat nieuwe eigenschappen ontstaan in de nakomelingen van een organisme. Als een nieuwe eigenschap een organisme voordeel biedt zal dit organisme een grotere kans op overleven en op nageslacht hebben. Een zelfde groep organismen heeft voor overleving sowieso baat bij onderling verschillende eigenschappen. Over veel generaties kan zo’n groep zoveel nieuwe eigenschappen verkrijgen dat er een nieuwe levensvorm ontstaat. Zo zijn er in de loop van miljoenen jaren miljoenen levensvormen ontstaan en uitgestorven. Zelfs de oermensen, die ons voorgingen, zijn uitgestorven, deels door toedoen van degenen die indertijd al ons genoom droegen.

11.
Echter, dat we met ruim 5.000.000 verschillende dier- en plantensoorten zijn duurt niet lang meer, wanneer we onze onderling gedeelde wetenschap moeten geloven. Momenteel lopen 41% van alle amfibieën en 26% van alle zoogdieren gevaar om uit te sterven, om maar wat te noemen. Nu is het geen botsing met een andere planeet, maar klimaatverandering, onderlinge concurrentie, overexploitatie, verlies van leefgebied en vervuiling wat het voortbestaan van levensvormen bedreigt. Alle 177 diersoorten, waarvoor gedetailleerde tellingen bestaan, blijken minstens 30% van hun leefgebied te verliezen. Hetzelfde lijkt te gelden voor nog eens 9.000 amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren, wanneer we het bij dieren houden. Voor 4 op de 10 diersoorten zelfs meer dan 80% van hun sinds mensenheugenis historisch leefgebied.

De levensvormen in de tropische regio’s lijken het hardst te worden getroffen. Alle grote zoogdieren daar, om maar een voorbeeld te geven, zijn al meer dan 80% van hun leefgebied kwijt geraakt aan de mens.

11u 59′ 59″
Voor degenen die zich dit huidig uitsterven aantrekken: wij moeten af van overconsumptie, waaronder die van energie en gadgets, en van overbevolking; we zouden er goed aan doen onze ‘ecologische voetafdruk’ te verkleinen. De hele mensenmaatschappij zou de fictie moeten afzweren dat onbegrensde bevolkings- en economische groei mogelijk is op een eindige planeet. Dat is overigens iets waarvoor Adam Smith (1723–1790) ons als grondlegger van het kapitalisme al vertelde en opschreef. Zo waarschuwt hij ons na zijn dood voor een te srekt geloof in wat voor velen werkt. Na je dood soortgenoten waarschuwen; daar kunnen brandnetels (waarschijnlijk) nog niet eens van dromen.

Bronnen: “Oermens Lucy stierf door val uit hoge boom” via NU.nl op 29 augustus 2016 en Wikipedia over ‘Adam Smith’, ‘evolutie (biologie)’, ‘kapitalisme’, ‘liberalisme’, ‘massa extinctie’, ‘periodiek systeem’ en ‘zonnenevel’ en “Zesde grote uitstervingsgolf is al ingezet” door Inter Press Service via DeWereldMorgen; laatste allemaal op 11 en 15 juli 2017.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s