Een goed nieuwjaar voor ieder

In 1974 ging ik regelmatig naar een schietbaan; meestal bij het Drentse Assen. Dat deed ik niet alleen omdat ik dat leuk vond. Ik had er zelfs weinig over te zeggen wanneer ik ging. Ik bracht mijn bezoekjes aan de schietbaan samen met een bataljon dienstplichtigen, waarvan ik er ook een was. Dat schieten ging me goed af. Totdat ik niet meer op een roos moest richten, maar op iets wat een mens moest voorstellen. Dan zorgde ik ervoor dat ik dat figuur niet raakte en richtte gewoon op iets in de achtergrond. Ik ‘vermenselijkte’ dat figuur en wilde ‘zijn’ ‘letsel’ niet op mijn geweten hebben.

‘Ontmenselijking’ is een term die we tegenwoordig regelmatig via media horen. Wanneer we goed luisteren. Dat is het tegenovergestelde van wat ik in Assen deed. Degenen die het in “Islamitische Staat” voor het zeggen hebben ‘ontmenselijken’ andersdenkenden waarna hun beulen hen gruwelijk kunnen behandelen wat ze naar verluid dan ook doen. Echter, wij ontmenselijken hier ook wanneer we iemand verwarren met zijn of haar ideeën, gewoonten of godsdienst. We zien dan niet meer de mens, maar een geminachte vreemde zonder onze ogen en oren te gebruiken. We zien die man of vrouw alleen zoals wij haar of hem kunnen en vooral willen zien. Helaas is dit geen nieuw verschijnsel in de geschiedenis van de mensheid. Wat wel nieuw is, is dat de wreedheden nu vaak online geëtaleerd en via media en sociale media eindeloos herhaald worden.

De Groene Amsterdammer behandelde ruim anderhalf jaar geleden in drie artikelen de Armeense genocide waarin bijna het gehele Armeense volk is uitgeroeid. Ik werd er misselijk van toen ik daarover las. Tijdens de Holocaust – ons iets beter bekend – werden tussen de 5 en 6.000.000 Joden vermoord, evenals ongeveer 5.000.000 Bulgaren, dissidenten, homoseksuelen, Jehova’s getuigen, gehandicapten, krijgsgevangenen, Polen, Tsjechen, Roma, Russen en verzetsstrijders. Er werden door de Duitsers en Japanners diverse methoden toegepast om de ‘untermenschen’ te vermoorden. De gaskamers en het zich dood laten werken zijn de twee meest bekende manieren. Echter, voor de ongekende wreedheden toegepast werden, werden hun slachtoffers eerst ontmenselijkt. De Bulgaar werd een onbetekenende niet-Duitser, de dissident werd een verachtelijke verrader, enzovoort.

Na de gruwel, die deze 11 tot 12.000.000 mensen aangedaan is, plus al degenen die weliswaar niet overleden zijn maar juist zonder hun dierbaren verder moesten leven ofwel getraumatiseerd uit de Tweede Wereldoorlog kwamen, was de tijd rijp de rechten van de mens internationaal te formuleren. Dat gebeurde uiteindelijk in 1948. Ze omvatten rechten waarop iedereen aanspraak kan maken, ongeacht geslacht, herkomst, nationaliteit, overtuiging, wettelijke status of andere kenmerken. Voorbeelden zijn ‘het recht op bescherming tegen marteling’, ‘het recht op leven’, ‘het recht op vrije meningsuiting’ en ‘het zelfbeschikkingsrecht’.

In deze wereld, waarin mensen zelfs opkomen voor dierenrechten, is het om moedeloos te worden van wat mensen elkaar tot op de dag van vandaag fysiek, sociaal en virtueel aandoen. Zo is het ook hoopgevend hoe mensen met elkaar samenwerken aan ethisch verantwoorde doelen. Laat ik dat hier direct erbij vermelden.

Met dat schieten van mij is het later overigens nooit meer goed gekomen. Ik heb zelfs in het leger geen prettige verhouding met geweld ontwikkeld. Al heb ik op een kermis nog wel eens een reuze grote beer voor mijn kinderen met een schot-in-de-roos gewonnen.

Voor wie interesse heeft, hier is een korte versie van die Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) te vinden, met een link naar de volledige. Ik wens u allen een gelukkig nieuw jaar.

Deze blog verscheen eerder op 12 juni 2015 via de voorloper van deze website.

Over de werkelijke wereld en die in ons hoofd

Natuurlijk wil ik weten wat er in de wereld gebeurd. Ik ben benieuwd naar de verhalen van mijn buren, familieleden en vrienden. Hun nieuws. En natuurlijk ben ik benieuwd naar mijn eigen verhaal en hoe dat verder gaat. In grote lijnen volg ik ook het regionale, nationale en wereldnieuws met een focus op wat er uit ‘mijn’ naam door de Nederlandse overheid in ònze samenleving, in Europa en in de wereld gezet wordt. Dat volg ik liefst lezend of luisterend, maar zelden via TV of internet. In massamedia wordt nieuws voorzien van voor mij oninteressante labels en wanneer ik luister of lees kan ik die kwalijke etiketjes beter buiten mij houden. Ik ben eigenlijk alleen geïnteresseerd in saai nieuws.

Ik ben dus ook weinig geïnteresseerd in speculaties en in meningen over het wereldgebeuren. Dààrvoor heb ik aan mijzelf en mensen met een echt mij-boeiende scherpzinnigheid genoeg. En ik heb een aversie ontwikkeld tegen half-nieuws, ondeugdelijk voorbereidde interviews en drogredeneringen, die niet ter plekke doorgeprikt worden. Media, die actualiteiten en nieuws pretenderen te brengen, maken zich er in mijn beleving continu schuldig aan.

Veel VIP’s en mediapersoonlijkheden zijn voor mij volstrekt oninteressante mensen. Dat zal er een gevolg van zijn dat ik geen TV kijk. Kwaliteit van wat zij te zeggen hebben lijkt ondergeschikt aan het aantal likes of ‘keren gedeeld’. Zo dansen we in dit land om ons gouden mediakalf, om op deze eerste kerstdag maar een bijbelse metafoor te gebruiken. Ik dans niet mee. Ik kijk ernaar en het stemt me droef, waarbij ik direkt weer vrolijk opveer als ik bedenk dat veel meer mensen als ik sommige aspecten van onze wereld de rug toekeren zonder jihadist te worden.

Toen onze koning vandaag sprak over onze worsteling met deze onzekere tijden en meer redelijkheid en verdraagzaamheid bepleitte, dacht ik dat hij zijn toespraak ook 10, 20, 30, 40 of 50 jaar geleden had kunnen houden. In de Tweede Wereldoorlog zou hij helemaal in de roos geschoten hebben met zijn analyse.

Ik doe niet veel op sociale media en ik kijk zelden TV en dat scheelt me een hoop ellende. Toen ik nog wel TV keek, zag ik elke dag minstens één iemand vermoord worden. Nu maak ik slechts zelden – en dan nog in een film – een moord mee. In werkelijkheid ben ik zo bevoorrecht dat me het meemaken van een moord vooralsnog bespaard is gebleven. Mijn wereld bestaat vooral uit wat ik zelf meemaak, wat ik geloof en waar ik over lees of van hoor.

Ik ben me ervan bewust dat wat ik via sociale media te weten krijg, bestaat uit wat die sociale media via geautomatiseerd datamanagement interpreteren dat ik interessant zal vinden. Ohhh, hij is op zoek naar haardhout, of naar wereldvrede; daarop stellen we – geautomatiseerd – zijn hits samen. Vervolgens krijg ik reclames te zien voor allesbranders en staan websites over droogte, honger, vegetarisme en wapens bovenaan de lijst van 2.600.000 treffers. Ik weet het en houd er rekening mee. En profielen, die op sociale media op mij reageren, blijken bij nadere beschouwing soms heel andere mensen dan in het profiel weergegeven of bots of trolls; ingekochte reacties waarmee niet-bestaande mensen, slechts louter profielen, het sociale verkeer op sociale media vervuilen. Voor € 6 kan ook ik 1.000 retweets van ze kopen.

Sommigen koesteren hun waanidee dat ze door te liken of te delen ideeën in de wereld zetten. En feitelijk is dat zo, maar de manier waarop zij dat doen is mij te karig, omdat het slechts een virtuele wereld betreft. Bovendien zal hun inbreng, net als bij wat ik vind als ik zoek, via algoritmes terecht komen bij gelijkgestemden.

Nu hebben mensen altijd al in verschillende werelden verkeerd. Uiteindelijk leeft ieder haar of zijn eigen leven in zijn of haar eigen werkelijkheid. Maar verbonden met internet is het handig voor mij te weten dat wat ik te zien krijg, samenhangt met over mij opgeslagen algoritmes op basis van mijn eerdere internetverkeer. Het nieuws dat ik te zien krijg en mijn hits op een bepaald zoekwoord zijn mijn profiel of computer-ID-specifiek. Een ander, die op dezelfde woorden als ik zoekt, vindt meestal ander nieuws en andere websites.

En ik houd er meestal rekening mee dat sommige overheidsdiensten en ander gajes mij in de gaten houdt. Niet mij specifiek, zoals vroeger, maar iedereen en mij vanuit een vermeend landsbelang. In het huidig staatsbestel kun je zo je wilt vertrouwen hebben, de informatie kan door iedereen gehackt worden en blijft ook aanwezig voor eventueel kwaadwillende opvolgers van onze overheden. Sterker nog, zodra ik mij op internet begeef worden mijn toetsaanslagen in milliseconden gevijld zodat de hoogste bieder ermee mag doen wat hij wil.

Ik weet het en doe er mijn voordeel mee. Vrijwillig verkerend in mijn eigen wereldje beleefde ik tot nu toe een vreedzame eerste kerstdag. Toen onze koning vandaag sprak over onze worsteling met deze onzekere tijden en meer redelijkheid en verdraagzaamheid bepleitte, dacht ik dat hij zijn toespraak ook 10, 20, 30, 40 of 50 jaar geleden had kunnen houden. In de Tweede Wereldoorlog zou hij helemaal in de roos geschoten hebben met zijn analyse. Maar goed, ook nu zal hij de spijker wel op z’n kop geslagen hebben, maar ik had thuis wel beters te doen dan naar hem te luisteren.

Bronnen: “De fake online helfies van N-VA” door Christophe Callewaert via http://www.dewereldmorgen.be op 23 december 2016 en “Willem-Alexander pleit in kersttoespraak voor redelijkheid” door NU.nl/Algemeen Nederlands Persbureau via http://www.nu.nl op 25 december 2016.

Wat te leren van de hond, die J. van Viegen heet?

Er zijn nog steeds mensen die, net als mijn ouders toen zij nog leefden, het ‘8 uur journaal’ niet willen missen. Ik ken er enkele. Zij motiveren dat met de stelling dat ze graag weten wat er in de wereld gebeurt.
Laatst werd mij in het Utrechtse centrum een gratis ‘NRC of Volkskrant’ aangeboden. Ik mocht kiezen. Toen ik liet weten daarin geen interesse te hebben, reageerde de belanghebbende abonnementen-verkoper met de vraag of ik niet geïnteresseerd ben in wat er in de wereld gebeurt.

Hoe kom je er achter wat er in de wereld gaande is? Maak eerst zelf eens iets mee; iets waaraan media aandacht schenken. En kijk eens daarna wat media over die gebeurtenis berichten… Of probeer, zoals ik hier gewoon ben te doen, eens een objectief stukje te schrijven over iets wat u heeft meegemaakt. Zoals in de vorige zin, moet ik er al over nadenken het formele ‘u’ of het informele ‘je’ op te schrijven. Wat is objectief en hoe stem ik op u en jou af?

Bij ‘nieuws’ wordt het navranter: In 1999 weigerde de Servisch president Slobodan Milošević de ‘Akkoorden van Rambouillet’ te ondertekenen. Volgens de mainstream Westerse media weigerde hij omdat hij de autonomie van Kosovo niet wilde aanvaarden. Nieuwsvolgers waren al snel op de hoogte van de ‘drammer’ Milošević.
Zelf verklaarde hij echter dat hij niet kon aanvaarden dat het akkoord de vrije toegang voor de NAVO in heel Servië inhield, dus ook buiten Kosovo, met inbegrip van het recht op de bouw van permanente basissen eveneens in heel Servië.
Later zei Henry Kissinger daarover in een interview in de Britse krant Daily Telegraph: “De tekst van Rambouillet, die Servië oplegde om NAVO-troepen in heel het land toe te laten, was een provocatie. Rambouillet was geen document dat een voorbeeldige Serviër kon aanvaarden. Het was een verschrikkelijk diplomatiek document dat nooit aan hen in die vorm had mogen worden voorgelegd.Het is slechts een voorbeeld van hoe we niet via maintream-media op de hoogte komen van wat er in de wereld gebeurt.

Met dat Oekraïneverdrag geldt hetzelfde: wat in onze media geframed wordt als ‘handelsovereenkomst’ is in dezen een verregaande EU-bemoeienis met nagenoeg alle beleidsterreinen die Oekraïne kent. Hoewel ik voor handel ben, stemde ik na lezing van de ‘overeenkomst’ met hart en ziel tegen dit verdrag.

Hoe komt ‘nieuws’ in de media? Het begint met een getuige, een persbericht, een verantwoordelijke of een woordvoerder. Die ontkomen geen van vieren aan ‘spinnen’. Het Engelse werkwoord ‘to spin’ betekent hetzelfde als het Nederlandse werkwoord ‘spinnen’ en verwijst wanneer het geen kat betreft naar ‘spinnen aan een weefgetouw’. Kort samengevat wordt de term ‘spin’ nu haast altijd gebruikt als omschrijving van een techniek om beelden, feiten, gebeurtenissen en woorden te becommentariëren en dusdanig in te kaderen dat het publiek – jij, u en ik – ze gaat interpreteren en lezen op een vooraf bedachte manier. ‘Nieuws’ op het 8 uur journaal, in kranten, op de radio, verder op TV en in sociale media licht daardoor niet meer dan een tipje van de sluier op: we krijgen slechts de rook te zien, maar blijven onwetend over welk vuur die rook veroorzaakt.

Ik wil er maar mee zeggen: maak u niet te druk om wat u door ‘het nieuws’ voorgeschoteld krijgt en dat geldt ook voor jou; volg uw en jouw eigen intuïtie en doe zelf onderzoek wanneer hetgeen we voorgeschoteld krijgen indruk maakt. We moeten ons vooral niet door onze media in de luren laten leggen: zoek zelf de bronnen op van wat ‘nieuws’ genoemd wordt. Dit advies en deze wijsheid is van alle tijden, dus sluit ik maar af met een oud gedichtje van Trijntje Fop, alias Cornelis Jan (Kees) Stip (1913 – 2001), met de titel ‘Op een hond‘:

Een hond wiens naam was J. van Viegen
zag vijf gevulde schotels vliegen.
De eerste schotel was gevuld
met zwezerik en zure zult.
De daaropvolgende bevatte
een portie Belgische patatten.

De derde schotel vloog voorbij
vol versgebakken balkenbrij.
De vierde schotel, de dichtbijste
was ook met brij, maar ditmaal rijste-.
En wat nu zoudt gij denken dat
er in de vijfde schotel zat?

Ach mensen, laat u niet bedriegen.
Een hond heet immers nooit Van Viegen.

Bronnen: “John Pilger over Clinton, Trump, propaganda, media en oorlog” door John Pilger en DeWereldMorgen Vertaaldesk via http://www.dewereldmorgen.be op 2 november 2016 en het gedicht “Op een hond” door Trijntje Fop (1955) uit ‘Ongerijmde rijmen’ (ongedateerd) samengesteld door Michel van der Plas, uitgeverij Het Spectrum n.v. in Utrecht en Antwerpen.

Klik hier voor het artikel van John Pilger, met onder meer deze alinea:

Datzelfde jaar (2003) filmde ik kort na de invasie (van Irak) in Washington Charles Lewis, een vermaarde Amerikaanse onderzoeksjournalist. Ik vroeg hem: “Wat zou er gebeurd zijn als de meest vrije media in de wereld op een ernstige manier zouden ingegaan zijn tegen deze later als rauwe propaganda ontmaskerde desinformatie?” Zijn antwoord was dat als de journalisten hun werk hadden gedaan: “Dan was er een zeer, zeer goede kans geweest dat we niet ten oorlog zouden zijn vertrokken naar Irak.”

De geschiedenis hoeft zich echt niet altijd te herhalen; maar daarvoor is algemeen politiek bewustzijn nodig

Dat mensen als u en ik nauwelijks een idee hebben van het internationaal verdragsrecht lijkt mij begrijpelijk. Onaanvaardbaar vind ik daarentegen de algemene onwetendheid over verdragen waarmee mainstream-media ons berichten. Daardoor krijgen u en ik geframede persberichten te horen en blijven onwetend over mogelijke en verwachte gevolgen en over wat er wel en niet gebeurd is bij de totstandkomen van verdragen. Zo krijgen degenen, die ons bij de opstelling, ondertekening en ratificering van verdragen vertegenwoordigen, volledig ‘vrij spel’ om te doen en te laten wat hen goed dunkt zonder de volgens de liberaal Thorbecke broodnodige ‘tegenmacht’.

Vanaf mensenheugenis tot het einde van de 19de eeuw zijn verdragen afgesloten zonder enige inspraak van de bevolking. De geleidelijke democratisering van de Europese natiestaten, die sindsdien in onze samenlevingen is ontwikkeld, heeft die inspraak beetje bij beetje mogelijk gemaakt. Zo is het parlementaire systeem – dat aan de democratie voorafging – geleidelijk onder invloed van de bevolking gebracht door uitbreidingen van het kiesrecht.

Toch zijn er 3 beleidsterreinen, die grotendeels aan de controle en inspraak van de bevolking ontsnappen:
buitenlandse zaken,
defensie en
de troon.
Zo komt het dat van onderhandelingen met buitenlandse mogendheden, waartoe ik hier ook de Europese Unie reken, de verdragen die daaruit voortkomen en de gevolgen van die afspraken inhoudelijk nagenoeg geheel aan de mainstream-media-aandacht ontsnappen. Hooguit wordt een ministerieel persbericht plichtsgetrouw samengevat voorgelezen.

Degenen die wél informatie over verdragsonderhandelingen vinden en wél te weten komen wat de inhoud en mogelijke impact van toekomstige verdragen is, komen vaak zeer bezorgd of uiterst ontstemd in beweging.

De neoliberale voorstanders van de actuele ‘verdragen ter bescherming van exclusieve rechten voor buitenlandse investeerders tegen elke mogelijke inmenging door maatschappelijke en openbare organisaties, overheden en parlementen’ – ik doel op CETA, TiSA en TTIP – deden er alles aan om gèèn media-aandacht te krijgen. Zij bereikten dat door 7 jaren strikte geheimhouding toe te passen en beraadslagingen te organiseren in hermetisch van de buitenwereld afgesloten ‘achterkamertjes’. Alleen door de – al dan niet zo bedoelde – actie van de Waalse gewestregering werd CETA door de mainstream-media en politici ‘ontdekt’; tot voor kort onbestaande media-aandacht zag even het licht. Ineens werden de ingenomen standpunten van de zo goed als passieve politici bekend en zichtbaar. Zelfs de grotendeels onwetende publieke opinie pikte wat informatie over CETA op.

Misschien heeft verzet tegen dit soort verdragen door deze aandacht nu een vaste plaats verworven in de media; ‘hoop’ is hier de vader van mijn gedachten. In elk geval was verzet – naast het als ‘belachelijk’ afdoen van het Belgisch staatsrecht* en hoe daarmee omgegaan is – voor velen even de toon: “Gaat het in CETA daarover!?! Dat klink niet best.

CETA is nu door Canada en alle EU-lidstaten ondertekend en moet nog geratificeerd worden. Wanneer minstens één EU-lidstaat CETA niet ratificeert, vervalt het gehele verdrag.

ACTA in 2007 en MIA in 2006 waren indertijd een zelfde lot beschoren. Om te bereiken dat minstens één lidstaat CETA niet ratificeert, is het nodig dat het maatschappelijk verzet ertegen onverminderd en zelfs geïntensiveerd doorgaat.

Ik hoop van harte dat de komende tijd voldoende maatschappelijk bewuste mensen effectief hun geluid zullen laten horen, want ik vrees na de EU-verdragen van Maastricht en Lissabon, die voor het alledaagse leven van heel veel EU-inwoners slecht uitpakken (waar mainstream-media en politici zelden of nooit aandacht aan schenken), dat CETA, TiSA en TTIP jarenlang een neoliberaal en pijnlijk litteken in ons maatschappelijk verkeer zullen veroorzaken. TiSA zelfs voor altijd, wat dat ook is.

Misschien is het zelfs nog erger: zoals het verdrag van Versailles (1919/1920) uiteindelijk 19 jaar later geleid heeft tot de Tweede Wereldoorlog (1939), zouden we momenteel met ‘Maastricht’, ‘Lissabon’, ‘Griekenland’, CETA en binnenkort TiSA en TTIP bezig kunnen zijn de geschiedenis, die in de eerste helft van de vorige eeuw plaatsvond, te herhalen**. Iets wat niemand indertijd wilde en iets wat niemand nu wil.

Laat het niet gebeuren!

Bron: “Verzet tegen CETA blijft ook na ondertekening even zinvol” en “Wallonië en CETA of de neoliberale nachtmerrie van democratische inspraak in de economie”; beide door Lode Vanoost van De Wereld Morgen via http://www.dewereldmorgen.be op respectievelijk 30 oktober 2016 op 21 oktober 2016.

* Lode Vanoost legt in zijn artikel van 30 oktober haarfijn uit hoe de ‘Conventie van Wenen over het verdragsrecht’ (1969) ertoe leidde dat uiteindelijk deelparlementen in België voor een hoop reuring over CETA zorgden. Klik hier voor dat artikel met een link naar de tekst van bedoelde Weense conventie. Een conventie die na de Tweede Wereldoorlog tot stand kwam om de mislukte vredesverdragen van na de Eerste Wereldoorlog voortaan te voorkomen. Want die mislukte verdragen zetten een reeks gebeurtenissen in gang met uiteindelijk de Duitse inval in Polen (1939) als gevolg.

** Zie voor deze waarschuwing mijn blog “Tegengif” van 7 oktober jl.. Daarin haal ik de gelauwerde Amerikaanse Nobelprijswinnaar econoom Joseph Stiglitz aan, die ons in zijn nieuwe boek “The Euro: How a Common Currency Threatens the Future of Europe” wijst op herhaling van een geschiedenis die niemand wil: Hier kunt u voor dat blog klikken om dan te scrollen naar 7 oktober 2016.

Aanvulling op het Nederlandse nieuws

Het is zaterdagavond 21 uur en pas een uur geleden nam ik de tijd me van het wereldgebeuren op de hoogte te stellen. Wederom las ik in de Nederlandse media niets over de grote dingen die op stapel staan; wel over allerlei kleinere en middelgrote zaken. Boeiend, fijn, erg, interessant, saai of tijdverspillend. Wederom vond ik pas bij onze zuiderburen artikelen met relevantie. Bijvoorbeeld wat er nu wel en niet door Ministre-Président de la Wallonie Bourgmestre de Charleroi Paul Magnette en de zijnen veranderd is aan CETA, dat volgens mij ten onrechte in alle media geframed wordt als een vrijhandelsverdrag.

In de eerste plaats is er niets veranderd aan de 1.598 pagina’s CETA-tekst. Voor het afstemmen van invoer- en uitvoertarieven zijn zoveel pagina’s echt niet nodig.

CETA gaat ook over zaken waar een weldenkend mens tegen kan zijn. Zaken als arbeidswetgeving, gezondheidszorg, kapitaalstromen, milieuzorg, patenten en een speciale rechtbank voor multinationals, waar zij het alleenrecht hebben om overheden aan te klagen terwijl in CETA is opgenomen dat nationale wetgeving dan niet telt. Én buiten nationale wetten om miljoenen, zelfs miljarden uit nationale schatkisten proberen te krijgen zodat hun winstverwachtingen linksom of rechtsom gehaald worden.

Het mag duidelijk zijn wie de lasten te dragen krijgt wanneer ExxonMobil, dat met – in goed Nederlands – Royal Dutch Shell een joint venture onder de naam Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) is aangegaan, 13 miljard claimt ter compensatie wanneer zij in de toekomst niet meer rond de Waddeneilanden mag boren.

De reeds bestaande ‘interpretatie’ aan CETA is de afgelopen dagen onder invloed van de Belgische ‘dwarsliggers’ verder uitgebreid. De juridische status van deze ‘interpretatie’ is onduidelijk. In elk geval zegt een jurist, die het Waalse deelparlement adviseerde: “Iedere keer [wanneer; GjH] de interpretatie in strijd zal zijn met het verdrag, zal het verdrag voorrang hebben.

Door het verzet van het Brusselse en het Waalse deelparlement werd in de ‘interpretatie’ opgenomen dat die rechtbanken, die zich bijvoorbeeld over de nog niet ingediende claim van Exxonmobil buigen omdat de NAM zijn gang nog mag gaan, anders samengesteld zullen worden: rechters zouden onafhankelijker worden en een ethische code opgelegd krijgen.

In CETA is opgenomen dat alle overheidsdiensten geliberaliseerd mogen worden, tenzij ze op een ‘zwarte lijst’ staan. De ‘interpretatie’, die daar nu aan is toegevoegd, is dat staten zelf mogen definiëren wat een openbare dienst is.

Er komt een nieuwe vorm van samenwerking tussen Canada en de Europese Unie waarin, buiten elke democratische controle om, speciale expert-groepen normen en standaarden voor voedselveiligheid zullen bepalen.

Zo’n 80% van de grootbedrijven in de Verenigde Staten van Amerika heeft een dochterbedrijf in Canada. Zo’n dochtertje van een Amerikaanse multinational krijgt via CETA toegang tot de Europese markt met alle daarbij behorende privileges. Magnette’s akkoord eist nu een ‘echte band met Canada’ van bedrijven om de CETA-privileges te krijgen.

Wat overigens 7 jaar lang niet kon, kon in oktober ’16 opeens wel: een breed debat waarin alle actoren, zelfs ik op het Museumplein in Amsterdam, hun stem konden laten horen. Dàt, eigenlijk alleen dàt is vooralsnog wat ik zie als winst van de Brusselse, Franstalige en Waalse opstelling.

Opeens hield het Europese establishment heel even wel (twee woorden) rekening met de bezwaren van consumenten- en milieuorganisaties, vakbonden en Belgische zorgverzekeringen. Tot op de Kaapverdische eilanden schreven kranten over de keerzijden van dit akkoord. In Amsterdam en Berlijn werd steun betuigd aan de Brusselse, Franstalige en Waalse opstelling. In Canada en Duitsland stapten burgers naar het Hooggerechtshof.

Maar de educatie was van korte duur. In Nederland is CETA geen nieuws meer; zojuist hoorde ik op de radio dat Max Verstappen weer een hot issue is. Hij heeft morgen op de Grand Prix in Mexico de derde startplek.

Bron: “Hoe nieuw is ‘Le nouveau CETA’?” door Line De Witte en Peter Mertens via http://www.dewereldmorgen.be op 28 oktober 2016.

Klik hier voor het artikel van Line De Witte en Peter Mertens.

Donald vs Hillary is geen entertainment

Vanmorgen ontving ik rond 7 uur tijdens mijn ontbijt, dat ik in alle stilte genoot, een push-bericht van de Nederlandse Omroepstichting, beter bekend als ‘NOS’. Ik las er 5 redenen om naar fragmenten te kijken van de derde en laatste televisieconfrontatie tussen de twee grootste kanshebbers voor het Amerikaanse presidentsschap. Alle vijf verleidden ze mij niet hiernaar te kijken. Ik ontbeet verder in stilte.

Ik bedacht al kauwend dat in plaats van een gedegen analyse of een waarheidsgetrouw beeld te geven van de Amerikaanse TV-uitzending, NOS zich verlaagt tot het Volkskrant-niveau van ‘Dit moet je weten over…”.

Op dit niveau kan iedereen iets van het ‘nieuws’ vinden. Misschien wordt zo’n item wel trending toppic, terwijl de kern van de ernst van deze vertoning onbelicht blijft. Iedereen blij en niemand gewaarschuwd.

Nee, dan het nieuws dat bijvoorbeeld ‘De Wereld Morgen’ brengt. Stuk voor stuk onderwerpen die ons in meerdere of mindere mate aangaan. Niet leuk, een entertainment-gehalte van niets, maar wel teksten waarvan ik wèl wijzer kan worden; ‘diepgang’. Terwijl ik dit schrijf, zijn dit de laatste 14 koppen op deze nieuwssite (in alfabetische volgorde):

· 1966-2016 Black Panther Party werd 50 jaar geleden opgericht
· 2016 warmste jaar sinds bestaan klimaatmetingen in 1880
· De zwarte kant van Bob Dylan: zijn steun aan Israël
· Dit beleid is niet eerlijk, niet doelmatig en niet geloofwaardig
· Driekwart vluchtelingen in Italië slachtoffer van misbruik
· Een miljard mensen hebben werk en zijn toch arm
· Greenpeace proces tegen Noorse olieboringen aan Noordpool
· Land Invest Group en voormalig kabinetschef De Wever willen Apache.be censureren
· Minister Reynders u bent toch niet tegen een kernwapenverbod?
· Monsanto Tribunaal: ecocide moet erkende misdaad worden
· Nick Srnicek: “Het kapitalisme creëert geen jobs meer. Dat is de crisis van vandaag.
· Shadow world: Oorlog is big business
· Zapatisten willen meedingen naar Mexicaans presidentschap
· Zonder einde van blokkade geen volwaardige VS-Cuba relaties

Heeft u sinds dinsdag jl. over een van deze onderwerpen iets via de Nederlandse nieuwszenders gehoord? Zonder enig ander belang dan zelf te willen weten wat er aan belangrijks in de wereld om mij heen gebeurt, raad ik iedereen aan om zelf ook internet af te zoeken naar wat er echt gebeurt dat u en mij aangaat. Ons ‘Journaal’ en ‘Het nieuws’ is dat allang niet meer toevertrouwd.

Klik hier voor de site van het Belgische ‘De Wereld Morgen’.

Belangrijke aanvulling bij het nieuws

Gisteren, vrijdag 15 oktober jl., werden we ’s avonds op het 8 uur journaal weer eens onjuist ingelicht, althans onvolledig. Het ging over het Waalse afwijzen van het voorliggende CETA-Verdrag. Nou is het voor Nederlanders, die gewend zijn door één parlement geregeerd te worden, ook wel wat veel gevraagd de staatsinrichting van onze zuiderburen te snappen. Toch had daar verteld moeten worden dat de Brusselse, Franstalige en Waalse deelparlementen zich verzetten tegen het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) tussen Canada en de Europese Unie (EU). Ook de voorgeschiedenis wordt nimmer juist verteld, alsof onze media-journalisten er baat bij zouden hebben een eenzijdig en onvolledig verhaal te vertellen.

‘Eufemisme’ is een manier van zeggen waarmee iets mooier, vriendelijker en/of minder onaangenaam wordt voorgesteld dan het in werkelijkheid is.

Onze TV-persoonlijkheden doen het steeds weer voorkomen alsof dit voorliggend verdrag alleen gaat over een minder ingewikkelde handel tussen gewone bedrijven in Canada en de lidstaten van de EU. Lode Vanoost daarentegen vult in ‘De wereld morgen’ het hiaat dat Nederlandse media zij aan zij willens en wetens niet vullen. Slechts in 4 A4-tjes legt hij uit hoe het zit. Ik vind dat zeer lezenswaard voor wie wil begrijpen wat zich in onze wereld afspeelt.

Vanoost legt veel uit in een kort bestek, en wat ik er het meest belangrijk aan vind – om het hier kort te houden – is het volgende:

Uiteindelijk gaan CETA, TiSA en TTIP over een keuze tussen twee modellen voor onze toekomst:
1. het behoud van een parlementaire democratie die de maatschappelijke keuzes vastlegt en het kader van de economie en de politiek bepaalt of
2. de economische en politieke macht overdragen aan een kleine groep mensen die grote bedrijven vertegenwoordigt.

Welke beslissing u ook neemt, we dringen er bij u op aan niet te bezwijken voor dezelfde tactieken die werden gebruikt om de Canadese bevolking te misleiden en af te schrikken, om zo onze democratie te ondermijnen ten voordele van buitenlandse investeerders”, schreven een aantal Canadese academici het deelparlement van Wallonië op 17 oktober jl.. Zij zeggen te beschikken over uitgebreide gemeenschappelijke expertise over de regeling van disputen tussen investeerders en staten (ISDS) en verwante aangelegenheden in handels- en investeringsakkoorden van Canada. Immers, Canada heeft met NAFTA, het North American Free Trade Agreement tussen Canada, Mexico en de Verenigde Staten van Amerika sinds 1994 al een geschiedenis met zo’n verdrag als CETA. Hun conclusie op basis van die ervaringen is dat CETA het overheidsbeleid onmogelijk zal maken op gebieden als arbeidsrecht, tarifering van geneesmiddelen, gezondheidszorg, landbouw, openbare aanbestedingen en openbare diensten.

Na een eventuele ondertekening van het CETA-verdrag op 21 oktober aanstaande blijft volgens mij verzet tegen deze eufemistisch aangeduide “vrijhandelsakkoorden” even zinvol als ervoor. Degenen die dit met mij eens zijn, zie ik graag op 22 oktober vanaf 13.00 uur op het Museumplein in Amsterdam.

Klik hier voor het artikel waarin Vanoost de staatsinrichting in België kort uitlegt en de voorgeschiedenis van CETA en TTIP overzichtelijk beschrijft, inclusief de context waarbinnen deze verdragen zijn opgesteld.

Klik hier voor het artikel van Vanoost over de brief van Canadese academici aan het deelparlement van Wallonië. Dit artikel bevat ook een link naar bedoelde brief van 2 A4-tjes met 3 A4-tjes aan bijlagen met namen, gegevens en verwijzingen naar andere documenten.

Klik hier of bijvoorbeeld hier voor meer informatie over het verzet tegen CETA, TiSA en TTIP op 22 oktober aanstaande.

En voor wie beter geïnformeerd wil worden dan volgens mij door Nederlandse media mogelijk is, probeer de Nederlandstalige ‘De wereld morgen’, ‘Knack’ of ‘Trends’ van onze zuiderburen eens…

Bronnen: “CETA-verdrag tegenhouden is TTIP-verdrag tegenhouden” en “Wallonië krijgt steun uit Canada tegen CETA” door Lode Vanoost via http://www.dewereldmorgen.be respectievelijk op 14 en 17 oktober 2016,

Nieuws van prinsjesdag dat er wel toe doet

Terwijl wij in Nederland de glazen koets, hoeden, jurken, kleding en het doen en laten van ons koningspaar, onze oud-vorstin en het troonrede-gezwets van huiskamercommentaar voorzagen – en de intellectuelen onder ons ook nog de miljoenennota over waar ons belastinggeld in gestoken gaat worden en de rituele parlementaire dans van de nieuwsmakers, politieke partijen en trendwatchers daaromheen becommentarieerden – was er ook echt nieuws. Niet in Nederlandse media, maar in Belgische: Het Trade in Services Agreement (TiSA) gaat regelrecht in tegen de besluiten van de klimaattop COP21 van Parijs.

Uit de analyse van de TiSA-documenten door Greenpeace Nederland/(notabene) blijkt:
– dat drinkwaterbedrijven, energiebedrijven en onderwijs-instellingen voor altijd winstbejagende ondernemingen moeten blijven,
– dat democratisch gekozen parlementen minder, en bedrijven meer invloed op de wetgevende macht krijgen,
– dat er geen onderscheid meer mag worden gemaakt tussen meer en minder schadelijke fossiele brandstoffen, waardoor beperking van het gebruik van de meest schadelijke brandstoffen, zoals bruinkool, schaliegas, steenkool en teerzandolie, onmogelijk wordt gemaakt,
– en dat last but not least deze regels en wetten niet meer veranderd mogen worden (‘stand still’).

Kortom, met TiSA vereeuwigt het kapitalisme met steun van conservatieven, liberalen en zelfs met steun van sociaal-democraten zijn greep op maatschappelijke keuzes. Hiermee eindigt de democratie. Terwijl tegelijkertijd de democratie met de onetische CETA- en TTIP-verdragen eveneens afgeschaft wordt, maar dat wisten we al; of konden we al weten…

Google en Facebook horen niet te beslissen over privacyrechten,
banken horen zichzelf niet te reguleren,
en de sector van de fossiele brandstoffen macht geven over het milieubeleid van overheden is net zo absurd als de tabaksindustrie het gezondheidsbeleid laten bepalen
”,
aldus ‘internationaal campagneleider TTIP’ Susan Cohen Jehoram over TiSA. En wie zou het niet met haar eens zijn? Antwoord: onze politiek verantwoordelijken die ruim baan krijgen van het electoraat, hun kiezers die zich alleen door amusementsprogramma’s als De wereld draait door, het Journaal of Pauw laten informeren, en die zich zwaar laten beïnvloeden door de lobbyïsten voor grootbedrijven zoals banken en multinationals.

Maar u bent gewaarschuwd: oriënteert u verder dan via Nederlandse media wanneer u wilt weten waar onze politiek verantwoordelijken echt mee bezig zijn.

Dat woord ‘onetische’ gebruik ik omdat door bedrijven, die op grote schaal belastingen ontduiken en dus niet naar behoren bijdragen aan het geld dat overheden te besteden hebben, miljardenboetes opgelegd kunnen worden wanneer parlementen wetten aannemen waardoor zij minder winsten maken dan verwacht; terwijl in CETA en TTIP overeengekomen wordt dat nationale bepalingen, regels en wetten op die claims geen enkele invloed hebben.

Klik hier voor het gehele artikel dat ik hierboven in eigen woorden samenvatte. En van waaruit ook ander aanverwant onappetijtelijk leesvoer uit betrouwbare bronnen genuttigd kan worden.

Bron: “Greenpeace Nederland lekt teksten TiSA vrijhandelsakkoord” door Lode Vanoost via http://www.dewereldmorgen.be/ op 20 september 2016.

Niet te missen films

Vorige week zag ik dat er in Utrecht 2 films draaiden die vanwege de regisseur mijn interesse hebben: “Café Society” van Woody Allen en “Julieta” van Pedro Almodóvar. Dit weekend bezocht ik ze beide.

Wat een verschillen en welk een overeenkomsten. Beide films gaan over ‘het gewone leven’, over familiegeheimen, over gebeurtenissen die ons allemaal zouden kunnen overkomen en – waarschijnlijk op een of andere manier – misschien wel overkomen zijn. Hoe om te gaan met een onbeantwoorde liefde. Helpt het een ander te trouwen? Hoe om te gaan met schaamte? Doen alsof er niets beschamends is gebeurd? Ben je werkelijk in staat om je reactie te kiezen? Wat kiezen we en wat overkomt ons?

Voor een oppervlakkige gezellige avond zou ik ‘Café Society’ adviseren. Ik vond het een echte Woody Allen-film. Een kijkspel met heerlijk druk gepraat. Contacten die geen contacten zijn, net als wij dagelijks meemaken. Wonderlijke en toch geloofwaardige wendingen. En uiteindelijk – haast zonder het te benadrukken – geeft Allen aan ons als kijkers mee dat we stuk voor stuk niet alleen zijn met onze onverteerbare gevoelens. Misschien maakt Café Society sentimenten los, waarvan we al niet meer wisten dat we ze vakkundig ooit weggestopt hadden. Het gewone leven met als hoofdvraag: “Wie zou ik nou toch eigenlijk zijn?” Of om het dichterbij te brengen zonder de clou weg te geven: wanneer u, lezer, in Elburg geboren en getogen zou zijn, zou u dan dezelfde ‘u’ zijn als wanneer u heel uw leven in Groningen of Amsterdam had doorgebracht?

‘Julieta’ heeft naar mijn idee het hoge niveau van Almodóvars ‘Hable con Ella’, ‘Tie Me Up! Tie Me Down’ en van zijn ‘Volver’

Met ‘Julieta’ voegt Pedro Almodóvar volgens mij een nieuw genre toe aan zijn prachtige, maar buitenissige oeuvre. Julieta is een gewoon mens zonder de theatrale grenzenloosheid in veel van zijn eerdere films. Dit keer is de hoofdrolspeelster niet iemand die in coma ligt, geen overledene, geen transseksueel en geen drugsverslaafde non. De emoties van Julieta zijn alleen zichtbaar in haar lichaamstaal; klein gehouden en zo overtuigend dat het benauwend voelt. Hoe – bovendien – een haast onbenullig toeval onze levensloop drastisch kan veranderen, wanneer we daardoor weer gaan voelen wat er te voelen valt. Hoe ‘hoop’ ons energie geeft en de moed om door te gaan. Natuurlijk zijn er buitenissige elementen in ‘Julieta’, maar nu slechts als garnering; het gaat Almodóvar er met deze film volgens mij om ‘herkenbaar te tonen hoe iemand kan omgaan met wat ondraaglijk is’ en wat de gevolgen zijn van hoe Julieta dat doet. Het gewone leven; Almodóvar brengt het overtuigend en dat voelt ongemakkelijk.

‘Julieta’ heeft naar mijn idee het hoge niveau van Almodóvars ‘Hable con Ella’ (2002), wat ik beschouw als een superieure film-uitwerking van al onze liefdesrelaties. Van ‘Tie Me Up! Tie Me Down’ (1989), wat de weg van een gewone man naar een beroemde vrouw laat zien; een weg die absoluut not done is maar waar ik toch sympathie opbreng als ik me in die man verplaats. En van zijn ‘Volver’ (2006), wat het onmogelijke en toch geloofwaardige verhaal vertelt van overdraagbare lotgevallen die grootmoeder, moeder en dochter overkomen. “Wij zijn niet gelukkig met de keuze van onze mannen”, zegt de grootmoeder al als ze in Volver de helft nog niet weet… Ook de familieverhalen in ‘Julieta’ zitten zo in elkaar dat bepaalde gebeurtenissen lijken te kleven aan opeenvolgende generaties binnen een en dezelfde familie. Mij spreekt deze invalshoek aan.

Nee, niet voor een ontspannen avond, maar wel voor als u open staat voor nieuwe overdenksels, zou ik u ‘Julieta’ aanraden. Als levensles zouden de 40-plussers onder u, omdat die inmiddels kunnen terugkijken op hun leven, deze film volgens mij echt niet mogen missen. En ‘Café Society’s’ humor met een boodschap ook niet.

Van ‘uit’ weer ‘thuis’

Vorige keer schreef ik erover wat voor mij vakantie is. Ik deed dat aan de hand van een beschrijving van mijn laatste volle dag dit jaar in Italiaanse hooggebergte. Dit keer schrijf ik over mijn terugkeer naar de bewoonde wereld na zo’n ‘weg uit de wereld’-vakantie:

Ik bevond mij 6 september jl. op 2.285 meter hoogte op het Italiaanse Corno Bianco di Pennes-massief. Vanwege pech met mijn schoenen (de zolen lieten los) had ik besloten mijn tocht via ‘Noodplan 2′ af te breken. Zo begon ik ’s ochtend de laatste afdaling. Op een zeker moment zag ik het dal waar mijn auto stond beneden mij liggen. Het dorpje, waarin ik mijn auto geparkeerd had, zag ik niet. Dat lag om een hoekje in dat dal. Ik zag alleen nog de laatste nederzettingen in dat dal dat er uit zag als een goed gelukt schaalmodel. Daar moest ik langs om mijn auto te bereiken.

Dat ik afdalend steeds dichter bij de huisjes kwam, merkte ik nauwelijks. Ik had al mijn aandacht nodig om nogmaals steil naar beneden te klauteren. Een kudde dwerggeitjes kwam op mij afgerend van hoog boven mij totdat zij met hun allen om me heen stonden te blèren. Ik liep over gladde bergalmen. Door het gras op de berghelling moest ik uitkijken niet uit te glijden. Ik mocht ook nog een stukje over een via ferrata; een rotswand waarover een stalen ketting en wat later een stalen kabel gespannen is om wandelaars als ik te helpen ervan af (of erop) te komen. Daar genoot ik volop van. En dan ineens zag ik weer naaldbomen. Schaduw. Om me heen kijkend bleken ze verderop ook al boven mij te staan. En verder en verder afdalend stonden dan plots de huizen en schuren, die ik eerst als kleine gebouwtjes van bovenaf gezien had, aan het eind van een alm. Geen schaalmodellen meer, maar gewone gebouwen. Bij de laatste alm realiseerde ik me: Alleen nog over deze alm en ik ben weer in de gewone bewoonde wereld. Gelukkig zat mijn wandeling er daarmee nog niet op; ik moest nog zeker 3 uur gewoon wandelen voordat ik bij mijn auto arriveerde. Het eerste stuk over een beboste berghelling, later langs bospaden en onverharde wegen en het laatste stukje langs een tweebaans autoweg. Daar kwam ik eindelijk weer mensen tegen.

Aangezien ik vooral behoefte had aan vers fruit en yoghurt, kocht ik dat voordat ik mijn spullen bij mijn auto neerzette. Die stond er gelukkig nog net zo zoals ik hem aan het begin van mijn tocht had achtergelaten. Het zat er op en ik was vooral blij dat ik weer heelhuids en met een hoop fijne ervaringen in de gewone wereld van u en mij was teruggekomen. Ik kon weer contact maken met andere mensen; mensen groeten die ik tegenkwam en bellen, chatten en sms-en met familie en vrienden ver weg.

Na verloop van tijd kwam ik zelfs toe aan het nieuws dat ik gemist had. En het kan toeval geweest zijn, maar het viel me weer op dat via Belgische nieuwsbrengers als ‘De Wereld Morgen’ en ‘Trends’ ik interessanter nieuws over Nederland en het wereldgebeuren vond dan via Nederlandse nieuwsbronnen. Hoogleraar financiële geografie en publicist professor Ewald Engelen is het ook opgevallen dat Nederlands nieuws gaat over meningen en andere items die slechts voor hoge kijkcijfers zorgen. Onaangenaam nieuws, dat het leven van u en mij diepgaand beïnvloedt, wordt als te ingewikkeld beschouwd en van informatie daarover blijven we “verschoond”.

Hoewel ik het liefst direct naar huis wilde, wist ik dat het niet verstandig was dat gevoel te volgen. Eerst nam ik 7 september nog een rustdag waarop ik Bressanone (of Brixen) verkende. Ik kon op een terras weer van een Italiaanse espresso genieten. Dat deed ik daarom ook. Deze rustdag kon ik ook op mijn gemak mijn spullen herschikken en voldoende energie opdoen om de benodigde kilometers ‘te vreten’ om thuis te komen. Op 8 september onderweg at ik als extraatje nog in de oude binnenstad van het Zuid Duitse Kempten. En vannacht om 4 uur was het dan zover. Toen zette ik mijn wasmachine aan. Het gewone leven neemt weer zijn aanvang. Gelukkig kan ik daarvan doorgaans ook genieten. Zeker na weer zo’n geweldige bergtocht gemaakt te hebben als waarover ik gisteren schreef.

Klik hier wanneer u het zeer lezenswaardig verhaal van Ewald Engelen tot u wilt nemen.