“China verspilt zijn geld niet aan oorlogen, zoals wij”

Of het Europees Parlement afgelopen donderdag voor of tegen het Europees Defensiefonds gestemd heeft, kan ik niet achterhalen. Wel meen ik te weten dat meer dan 1.000 academici, onderzoekers en wetenschappers uit 25 Europese landen vooraf het Europees Parlement opgeroepen hebben tegen dit militair onderzoeksprogramma van € 13.000.000.000 te stemmen.

Dit militaire fonds is namelijk een precedent. Steun voor wapenonderzoek was tot donderdag jl. expliciet uitgesloten van Europese fondsen. De 1.000 onderzoekers waarschuwden voor de gevolgen van deze beslissing: “EU-fondsen investeren in militair onderzoek zal niet alleen financiële steun aan meer vreedzame onderzoeksgebieden onttrekken, maar kan ook wapenwedlopen stimuleren, wat de veiligheid in Europa en elders ondermijnt“. “De investeringen in militair onderzoek zullen vrede en veiligheid niet doen toenemen, in tegendeel, globale spanningen zullen enkel toenemen. Ondertussen wordt wetenschappelijk onderzoek, dat effectief kan bijdragen tot conflictpreventie, verwaarloosd“, zegt Stuart Parkinson, Executive Director bij Scientists for Global Responsibility.
Het is schaamteloos dat op een moment dat Europa medeplichtig is aan het bevoorraden van één van de ergste conflicten ter wereld, er miljarden euro’s worden voorzien voor de wapenindustrie met het doel de wereldwijde competitiviteit van die sector te vergroten”, zegt Bram Vranken van de vredesorganisatie Vredesactie.
De EU maakt [bovendien; GjH] een prioriteit van de ontwikkeling van uiterst controversiële wapens. Dit zal niet alleen leiden tot een wapenwedloop in die wapens, de kans bestaat ook dat deze wapens terecht komen in de handen van repressieve regimes”, waarschuwt dr. Parkinson.

En dat allemaal terwijl aan de andere kant van de Grote Oceaan volgens voormalig president van de Verenigde Staten van Amerika Jimmy Carter (94) de enorme groei van de Chinese economie een gevolg is van verstandige investeringen, die worden geholpen door vrede. “Hoe dikwijls is China sinds 1979 (het jaar dat Carter de betrekkingen tussen China en de VS normaliseerde) in oorlog geweest met wie dan ook? Met niemand!” Hij stelt vast dat ‘wij’, de VS, die tijd voortdurend oorlogen hebben gevoerd.

Carter, onlangs in de Maranatha Baptist Church in Plains, Georgia: “De VS hebben exact 16 jaar in hun 242-jarige geschiedenis géén oorlog gevoerd… dat maakt ons de meest oorlogszuchtige natie in de geschiedenis van de wereld”. Ondertussen zijn de economische voordelen van vrede overduidelijk. “Terwijl China ongeveer 18.000 mijl (ongeveer 29.000 km) [aan infrastructuur voor; GjH] hogesnelheidstreinen heeft aangelegd, hebben de VS ongeveer $ 3.000.000.000.000 verspild aan militaire uitgaven… Als je dat geld in onze infrastructuur had gestoken, dan zouden we nog 2.000 miljard overhouden, terwijl we hogesnelheidstreinen zouden hebben, geen bruggen meer die instorten, goed onderhouden wegen, degelijk onderwijs…”

Bronnen: “1000 wetenschappers roepen Europees Parlement op tegen militair onderzoeksprogramma te stemmen” door Vredesactie vzw en ‘Voormalig VS-president Carter: ‘China steekt ons voorbij omdat zij niet investeren in oorlog’” door Lode Vanoost; beide via DeWereldMorgen op 17 april 2019.

Het kan (wel)!

Jongeren uit bevoorrechte sociale milieus blijken meer tevreden over hun leven dan jongeren die in armoede opgroeien. Maar ook blijkt dat de mate van ontevredenheid van deze laatste groep bepaald wordt door het onderwijssysteem in hun respectievelijke land. In landen die bijvoorbeeld kinderen meer tijd geven om hun talenten te ontwikkelen en ze niet – zoals in Bulgarije, Duitsland, Groot-Brittannië en Hongarije – al op jonge leeftijd op basis van hun mogelijkheden door te verwijzen naar bepaalde richtingen/ schoolsystemen, blijkt de algemene tevredenheid tussen de verschillende sociale klassen verwaarloosbaar. “De leeftijd om kinderen uit de middenklasse te laten doorstromen, heeft geen effect op hun welzijn, maar voor kinderen uit lagere sociale klassen blijkt dat pas doorstromen op latere leeftijd hun geluk enorm bevordert”, zegt Björn Högberg van Universiteit Umeå.

Veel Poolse leerkrachten beseften, na een succesvolle ‘staking’ binnen de Poolse politie, dat het nu hun beurt was en – ondanks dat de examens net zouden beginnen – legden duizenden Poolse leerkrachten en ander onderwijspersoneel vanaf 8 april jl. het werk voor onbepaalde duur neer. Ook in Polen leidt aanhoudende economische groei – soms tot boven de 5 % – kennelijk niet tot eerlijke lonen. Volgens de World Inequality Database is Polen het meest ongelijke land van de Europese Unie. Zelfs in heel Europa is de ongelijkheid alleen in Rusland en Turkije groter. Het nettoloon binnen het Poolse onderwijs varieert van 1.800 tot 3.000 złoty per maand, dat is van 420 tot 700 euro. “Wij staan 18 uur per week voor de klas en worden alleen daarvoor betaald”, aldus Fabian Szóstkiewicz; een stakende leraar Engels in het Poolse Olecko, “De rest van ons werk, zoals testen verbeteren, contact met de ouders, schooluitstappen, lesvoorbereidingen, personeelsvergaderingen enzovoort, is vrijwilligerswerk. Net daarom hebben wij zo’n laag loon.

Wanneer de Belgische politiek ook in Polen toepasbaar is, zou dat allemaal veel beter kunnen door een heroriëntatie en herverdeling van fiscale uitgaven en een rechtvaardige fiscaliteit. In België, waar de armoedecijfers met 19% ontstellend hoog blijven, zou men zelfs binnen de huidige budgetten de armoede kunnen halveren. Dat is namelijk de boodschap van Decenniumdoelen vzw in hun campagne #Komafmetarmoede, een campagne om politieke partijen te overtuigen over te gaan tot een effectief armoedebeleid. Het gaat louter en alleen om een politieke keuze. Waarom zou dat in Polen anders zijn? Waarom zou dat in Nederland anders zijn?

Volgens Decenniumdoelen vzw moeten bijstandsuitkeringen en vervangingsinkomens boven de Europese armoedegrens gaan uitkomen. Er moeten meer betaalbare en kwalitatief goede woningen komen en een duurzaam en eerlijk energiebeleid. Ook is een eerlijke fiscaliteit nodig en er moet een sterke solidaire verplichte ziekteverzekering zijn, die iedereen een brede bescherming biedt.

Decenniumdoelen vzw verwijst naar het ‘Mattheus-principe’ wat in deze dagen voor pasen wel mooi lijkt, maar niet mooi is

Om deze vier prioriteiten voor een armoedebeleid te realiseren, heeft Decenniumdoelen vzw 28 voorstellen opgesteld. “28 voorstellen waarvan we weten dat ze armoede kunnen halveren”, aldus de campagne. Door € 16.000.000.000 fiscale uitgaven anders te verdelen zijn deze voorstellen haalbaar.

Grote uitgaven van de federale en Vlaamse regeringen gaan naar bedrijfswagens, dienstencheques, taxshift, pensioensparen, een tweede woning en de woonbonus. Hier vergeten we nog de vele fiscale uitgaven voor energiebesparing, klimaat, etc. Met deze uitgaven beloont, stimuleert of ontziet de overheid burgers fiscaal, maar deze uitgaven hebben een keerzijde: ze steunen sommige groepen meer dan andere. Decenniumdoelen vzw verwijst naar het ‘Mattheus-principe’ wat in deze dagen voor pasen wel mooi lijkt, maar niet mooi is: “Want een iegelijk, die heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van dengene, die niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.” Mattheüs 25:29 in de Bijbel.

We hoeven met ons allen alleen te stoppen met blijven geloven dat ‘Trickle down’ ons ooit gaat overkomen

De keuze voor een dure taxshift maakt duidelijk dat er – indien er politieke wil is – middelen te vinden zijn. (…) Nu beloont de taxshift vanaf het derde inkomensdeciel, terwijl deze op de midden en hogere inkomensdecielen amper een positief werk-effect heeft. Het positief werk-effect zit in de lagere decielen. Een heroriëntering van de taxshift naar de lagere inkomensgroepen, kan voor een financiële ruimte zorgen van € 8.700.000.000, die richting de sociale minima en minimumlonen kan gaan.

De premies voor elektrische auto’s liggen sowieso niet in het direct bereik van een modaal gezin. “Zou het systeem van bedrijfswagens worden afgeschaft, dan zou dat € 1.900.000.000 beschikbaar maken voor een ander mobiliteitsbeleid.

Federale middelen voor een tweede woning gaan in essentie naar gezinnen die al een woning hebben. Is een dergelijke ondersteuning dan wel nodig? vraagt Decenniumdoelen vzw zich af.

De sociale minima en minimumlonen zouden al verhoogd moeten zijn. “Het stond in het federaal regeerakkoord maar de regering heeft deze belofte gebroken, terwijl het een voorwaarde is om iedereen de kans te geven op een menswaardig leven. Dixit Yves Leterme in 2007. Het is bovendien geen onbetaalbare belofte. Volgens het Belgisch Planbureau kost het optrekken van de sociale minima tot aan de armoedegrens € 1.200.000.000.

De woonbonus subsidieert de woonkeuzes van vooral de midden- en hogere klasse ten koste van de lagere inkomensgroepen”, legt Decenniumdoelen vzw uit. “De afschaffing van de woonbonus in 10 jaar levert honderden miljoenen euro op, waarmee huurtoelagen en sociale woningen gesubsidieerd kunnen worden. Er blijven daarmee zelfs middelen over voor een klimaattoelage gericht op het klimaatneutraal maken van de minder goede huurwoningen en de goedkopere eigen woningen. Zo kunnen er in 10 jaar 100.000 sociale woningen bijkomen. Dat betekent dat 100.000 gezinnen nog een maximale huur van gemiddeld € 400 per maand betalen in plaats van ongeveer € 650 nu. Dat vermindert voor deze gezinnen hun armoederisico en de armoede daalt daarmee met minstens 2%.

En zo maar door. We hoeven met ons allen alleen te stoppen met blijven geloven dat ‘Trickle down’ ons ooit gaat overkomen; overal ter wereld zal maatschappelijk en politiek hard gestreden moeten worden tegen de werking van het Mattheus-principe en voor een redelijke sociale rechtvaardigheid waardoor de regionale kloven van levensgeluk tussen sociaal bepaalde groepen geslecht worden.

Bronnen: “Landen die inzetten op inclusief onderwijs hebben later gelukkigere burgers” door Inter Press Service, “Armoede halveren is haalbaar en betaalbaar als we stoppen met rijken te subsidiëren” door Helenka Spanjer en “Onderwijsstaking Polen: ‘Na de politie beseften veel leerkrachten dat het nu onze beurt was’” door Wim Benda; alledrie via DeWereldMorgen op 12 april 2019.

Polarisering is de laatste decennia helemaal niet toegenomen

Is de polarisering in onze samenleving gedurende de laatste decennia toegenomen? Ja, dat wil zeggen, we hebben wel de indruk dat meningen verscherpen en dat mensen van verschillende ideologische kampen steeds minder met elkaar in dialoog treden. Maar is het waar?

Als het over polarisering gaat, wordt vaak gewezen op de bepalende rol van ‘de media’ en in het bijzonder de sociale media. Platformen als Facebook en Twitter zouden ervoor zorgen dat mensen enkel nog geconfronteerd worden met meningen en mensen in hun bubbles, die hun overtuigingen bevestigen. Maar is dat waar?

Amerikaanse wetenschappers zochten het uit aan de hand van een immense analyse van datastromen in de periode voor en na verkiezing van Donald Trump en bundelden hun bevindingen in het boek “Network Propaganda: Manipulation, Disinformation, and Radicalizaion in American Politics”.

Als we aan maatschappelijke en politieke polarisering denken, dan gaan we vaak uit van twee of meer groepen, die elk in tegengestelde richting van een denkbeeldig centrum afdrijven. Polarisering wordt daarmee altijd gezien als een proces waar minstens twee partijen evenveel aandeel in hebben. Maar juist dit denkbeeld is wat de auteurs van “Network Propaganda” ontkrachten: als het Amerikaanse medialandschap onder de loep wordt genomen, dan kan volgens hen niet anders vastgesteld worden dan dat vooral de rechterzijde een heel eigen media-ecosysteem heeft uitgebouwd van Breitbart, Fox News, New York Post of Washington Examiner omgeven door een netwerk van kleinere kranten, radiostations, televisiekanalen, vloggers en websites, en dat dit geen gelijke kent aan de linkerzijde van het politieke spectrum. Waarvan akte.

Binnen deze rechtse bubbel wordt journalistiek bedreven die zich bedient van beledigingen, sterke hyperbolen en heftige taal gericht op het creëren van sterke emoties zoals angst, haat of woede. De linkse media zijn pluralistischer en de gebruikers ervan komen wèl in aanraking met veel verschillende standpunten; heel anders dan gebruikers die zich bevinden in de rechtse media-bubbel: “De prominente spelers aan de linkerzijde en in het centrum vertonen eenvoudigweg geen zelfde parallelle structuur en niet dezelfde inhoud of heftige verontwaardiging die we aan de rechterzijde waarnemen.

Radicalisering is een gevolg van politieke initiatieven en door politiek aangedreven institutionele wijzigingen

De wortels voor de polarisering in het mediapolitieke landschap moeten gezocht worden in de politiek, zo wordt in “Network Propaganda” aangetoond. Er vond in de eerste plaats een radicalisering plaats onder politici; niet onder de bevolking! Rechtse radicalisering is geenszins een uiting van een sociaal proces dat zich vervolgens politiek vertaalt; het is andersom, volgens “Network Propaganda”.

Het lijkt vandaag haast ondenkbaar, maar in de jaren ’60 en ’70 kenmerkten Amerikaanse media zich door degelijkheid, ook ter rechterzijde. Dat begon te veranderen onder de liberalisering toen een deregulering in het uitreiken van medialicenties plaatsvond in de jaren ’70. In de jaren ’70, ’80 en ’90 viel een steile opgang waar te nemen van ultraconservatie en rechtse radiozenders en van ‘televangelisme’. Daar bleek een grote markt voor. De Amerikaanse publieke sfeer was dus al gepolariseerd vóór de komst van sociale media. De rechtse bubbel is een gevolg van een mediatieke en politiek-institutionele evolutie die veel ouder is dan Facebook en Twitter.

De Democraten en de linkerzijde zijn er nooit in geslaagd om een mediapolitiek ecosysteem uit te bouwen, dat even homogeen en krachtig was als dat aan de rechterzijde.

“Network Propaganda” biedt ook ons enkele belangrijke handvatten om tot een kritische en minder simplistische analyse van het mediapolitieke landschap in onze contreien te kijken: de observatie dat polarisering bijvoorbeeld een strikt eenzijdig proces kàn zijn, is belangrijk. Een andere belangrijke les, die “Network Propaganda” ons zou kunnen leren, is dat we de oorzaak van polarisering en radicalisering niet eenvoudig kunnen toeschrijven aan de introductie van nieuwe communicatietechnologieën. Radicalisering is een gevolg van politieke initiatieven en door politiek aangedreven institutionele wijzigingen. Het ontstaan van bubbels en radicaliseringsprocessen op sociale media blijken daarmee eerder een symptomatisch gevolg van politiek maatschappelijke ontwikkelingen, dan de oorzaak daarvan.

Lastig hè…

Bron: “Als het over polarisering gaat, zijn sociale media niet de hoofdschuldige” door Thomas Decreus via DeWereldMorgen op 10 april 2019.

Mijn complimenten voor het Britse parlement, en veel Zwitsers begrijpen mij

Groot-Brittannië
Ik snap alle denigrerende opmerkingen van Nederlandse politici en zogenaamde opiniemakers over het Britse parlement niet. Mij lijkt een en ander een uitstekende weerspiegeling van hoe democratie zou behoren te werken, met hier en daar een (ernstige) verkeerde strategische inschatting. Het blijft ook in Groot-Brittannië mensenwerk.

In juni 2016 werd een referendum gehouden. Iets meer Britten bleken de machtsverhoudingen tussen hun landen en de Europese Unie te scheef te vinden om in de Europese Unie te blijven. Vervolgens werd van uittreding wet gemaakt. De conservatieve regering heeft 31 maanden achter gesloten deuren met de vertegenwoordigers van de Europese Unie onderhandeld over een uittredingsakkoord op hoofdlijnen. Zowel de andere Britse partijen, als de Britten en de burgers van de Europese Unie mochten al die tijd niets weten omtrent het inhoudelijke verloop van die onderhandelingen. Slechts 2 maanden voor uittreding kwam de regering met slechts één optie, die met verve verdedigd werd door premier Theresa May. ‘Slikken of stikken’ was de bewuste keuze die zij en de Europese Unie het Britse parlement voorlegden.

Dat er een geweldige weerstand bestaat tegen dat ene akkoord in een verdeeld land over de mening of het juist is de Europese Unie te verlaten en een op dat vlak even verdeeld parlement, bewijst alleen maar dat het Britse parlement een mooie afspiegeling is van het volksgevoel. Echter, ‘slikken of stikken’ werd niet geapprecieerd. Het was niet de bedoeling om alleen het stemrecht in te leveren, maar verder wel met handen en voeten aan de EU-regels gebonden te blijven. Een substantieel deel van het Britse parlement schrikt zelfs niet terug voor de optie de EU zonder overeenkomst te verlaten. Het parlement eiste een andere benadering van zowel de Britse regering als de Europese Unie. En dat allemaal in – voor wat ik ervan zag – keurig verlopende discussies vanaf de plek waar de parlementariërs zitten. Men staat op, neemt pas het woord als het woord gegeven wordt en luistert naar het antwoord op een vraag. Naarstig wordt nog gezocht naar piketpaaltjes, zoals het verwerpen van een no deal. Zelfs wordt de Britse regering buiten spel gezet om het parlementaire draagvlak voor allerlei opties, inclusief ‘blijven’ en ‘zonder akkoord vertrekken’, te onderzoeken. Wanneer de Britse conservatieve regering daar nou mee begonnen was, 33 maanden geleden, had ze misschien een principieel andere strategie gekozen dan haar huidige ramkoers. De komende maanden zal het parlement, in blessuretijd, nog zoeken naar alternatieven die een (minimale) meerderheid behalen, om een no deal Brexit op 31 oktober aanstaande te voorkomen.

Zwitserland
De Europese Unie is ook in onderhandeling met de Zwitserse Volkspartij. Daar eist de EU (ook) dat de strenge regels voor internationale arbeiders versoepeld worden. Een deel van het EU-recht zou in Zwitserland toegepast moeten worden en de Zwitserse regering zou arbitrage door het Europees Hof van Justitie moeten erkennen. “Opheffen van de soevereiniteit van Zwitserland”, zou ik dit samenvatten.

Onacceptabel, zeggen linkse partijen in Zwitserland, want daarmee komt er een neerwaartse druk op lonen en andere arbeidsvoorwaarden. Rechtse partijen wijzen erop dat de Zwitsers met hun unieke vergaande vorm van directe democratie geen macht kunnen afstaan omdat die met dit eisenpakket bij de bevolking wordt weggehaald.

De topman van farmaciegigant Roche verklaarde onlangs in een interview dat het bedrijfsleven toegang tot de EU nodig heeft. Een parlementslid van de Socialistische partij zegt in reactie daarop dat dat precies het probleem is met Europa: “Het is een unie van de bedrijven en het kapitaal. Wij zijn er om te waken voor de belangen van de arbeiders. De Zwitserse èn de Europese.

Een bestuurder van de rechts-conservatieve Zwitserse Volkspartij (SVP) zegt “dat het bedrijfsleven zich juist zo succesvol kon ontwikkelen in Zwitserland, doordat [ons; GjH] land geen regels hoeft te accepteren van anderen.

Een EU-ultimatum, een einde aan de gelijkschakeling van de Zwitserse aandelenbeurs, werd al meerdere malen uitgesteld. De Europese Unie stelt tegelijkertijd, net als in de kwestie met Groot-Brittannië, dat er niet meer verder onderhandeld kan worden. Het is ook ‘slikken of stikken’ voor de Zwitsers, waar de oppositie dus zowel van links als van rechts komt.

Zwitserland en Groot-Brittanië zijn appels en peren. Maar als fruit niet zo verschillend, want beide zijn momenteel met de EU in handels-onderhandeling. Vanuit Zwitserland klinkt begrip voor de Britten, die ook hun ervaringen hebben met EU-onderhandelaars. Het sterkt veel Zwitsers in de overtuiging Brussel buiten de deur te houden. “Vroeger wilde 40% van de Zwitserse bevolking toetreden tot de EU. Nu is dat nog maar 10%“, zegt een SVP-politicus.

Maar als er een akkoord komt, mag de Zwitserse bevolking zich er – vanwege de directe democratie – nog in een referendum bindend over uitspreken. Iets wat de Nederlandse regering nog nooit heeft aangedurft.

Bron: “Zwitsers verzuchten over gesprekken met EU: ‘We moeten gehoorzamen en stil zijn’” door de Buitenlandredactie van NOS op 30 maart 2019.

Terzijde: precies dat ‘opheffen van soevereiniteit‘ was voor mij in 2016 hèt motief om tegen de Associatie-overeenkomst tussen de EU en Oekraïene te stemmen. Die overeenkomst ontneemt de Oekraïners hun soevereiniteit.

De meest geciteerde levende academicus ter wereld

Noam Chomsky (1928 – heden) is de meest geciteerde levende academicus ter wereld. Hij is bekend als scherpzinnig analist van het politieke bestel, het buitenlands beleid en de massamedia van de Verenigde Staten van Amerika. Nog steeds is hij een moreel baken van gezond verstand, die de beweerde mythes van mainstream media en machthebbers doorprikt.

Zijn grootste verdienste is wel dat hij aanzet tot kritisch nadenken over de media, over de politiek en over de wereld; niet alleen in de VS, maar overal ter wereld. Ook al zijn andere landen minder machtig dan de VS; dezelfde mechanismen werken ook daar en zelfs hier te lande: media met eenzijdige berichtgeving, politici die niet worden aangesproken op de onloochenbare tegenstellingen tussen hun beslissingen en uitspraken, een bevolking die grotendeels wordt gedesinformeerd of helemaal niet wordt geïnformeerd over de werkelijke gang van zaken. Chomsky lezen en beluisteren, nu meer op sociale media, maar ook nog steeds in zijn artikelen, boeken en lezingen is inspirerend. Hij is niet de man met een of andere kant en klare oplossing; hij is de man die analyse en inzicht biedt. Hij zegt: “Mensen moeten doorgronden wat er echt gebeurt en waarom, alvorens in actie te schieten. Dat zie ik als mijn taak.

Wie met ons is, kan overal mee wegkomen;
wie tegen ons is, zal het voelen.

In 1957 publiceerde hij zijn doctoraatsthesis “Syntactic Structures”, waarin hij zocht naar een gemeenschappelijke basisstructuur van alle talen. Het werd het begin van zijn wetenschappelijke faam. Als jonggehuwde twintiger was Chomsky een overtuigd links zionist, maar aanvankelijk hield hij zich ver van de politiek. Hun verblijf in een kibboets in Israël (1958-1959, nog voor de bezetting van geheel Palestina) bleek een ontnuchterende ervaring en minder dan een jaar later keerde hij met zijn vrouw terug naar de VS. Het contrast tussen de beweerde socialistische idealen van het zionisme en de discriminerende, vernederende manier waarop het Palestijnse personeel werd uitgebuit, stootte hen tegen de borst. Zijn eerste politieke essay “The Responsibility of Intellectuals” schreef hij op 39-jarige leeftijd, wat hem onmiddellijk banvloeken van intelligentsia en media opleverde. In 1969 verscheen van zijn hand “Peace in the Middle East?”, een verzameling essays die wat betreft de werkelijke drijfveren van het beleid van de VS nog steeds actueel is; wat Israël en de VS het ‘vredesproces’ noemen, is in werkelijkheid de bestendiging van de bezetting, de repressie van het verzet tegen die bezetting en de uitbreiding van de koloniale nederzettingen.

In 1983 schreef hij zijn voornaamste boek over Palestina “The Fateful Triangle – The United States, Israel and the Palestinians”. Daarin beschrijft hij het zogenaamde vredesproces aan de hand van officiële overheidsdocumenten en publicaties van de Amerikaanse massamedia in een zeer gedetailleerd en lijvig relaas. Hij vergelijkt de voorstellen die de Palestijnen doen, met het antwoord dat Israël en de VS daarop geven en hij toont de systematische verdraaiing aan die de Palestijnse voorstellen in de massamedia krijgen. Het is een actueel, onmisbaar historisch naslagwerk over het Midden-Oosten. De VS zijn namelijk nooit bemiddelaars in het Midden-Oosten geweest. Hun doelstelling is al evenmin het verwezenlijken van een éénstaat- of tweestatenoplossing. Wat Israël en de VS willen, is de derde optie; die van het status quo van apartheid, bezetting, blokkade en kolonisatie en last but not least de controle over de rest van het Midden-Oosten. Er is volgens Chomsky in dit alles geen sprake van een tweeslachtige morele standaard. Integendeel, dit is ‘consistent beleid’: wie met ons is, kan overal mee wegkomen; wie tegen ons is, zal het voelen.

Dit is de gevaarlijkste organisatie op aarde.

Of het betrokken land democratisch is, structureel mensenrechten schendt – zoals Bahrein, Qatar, Saoedi-Arabië en de Verenigde Emiraten – of niet, is daarbij van geen enkel belang. Chomsky wijst er op dat de machthebbers in Washington geen principiële tegenstanders zijn van democratie. Democratie stelt hen echter voor een praktisch probleem, te weten dat democratisch verkozen leiders de neiging hebben de belangen van de eigen bevolking een hogere prioriteit te geven dan de economische/ militaire/ politieke belangen van de VS, zoals toegang tot grondstoffen en spotgoedkope arbeid. “Het kleinste kind dat een beetje om zich heen kijkt kan de schijnheiligheid van de beweerde principes doorprikken. Intellectuelen, commentatoren en politici kunnen dat niet. Die hebben te lang gestudeerd om dat te kunnen. Principes zijn echter universeel. Wie ze selectief inzet, past geen principes toe.

Chomsky ziet in het buitenlands beleid van Donald Trump vooral continuïteit met alle voorafgaand beleid. Het gaat nog steeds om hetzelfde: controle over de oliestaten, geopolitieke belangen, onvoorwaardelijke steun voor Israël en militaire dominantie. Waar Trump het verschil maakt, is slechts de stijl en de retoriek. Barack Obama deed inhoudelijk precies hetzelfde, maar zei het met veel mooiere woorden. Obama zou bijvoorbeeld nooit Jeruzalem als hoofdstad van Israël hebben erkend, maar tekende wel even grote defensietoelagen en wapencontracten voor Israël. Trump is daarom voor de massamedia en de traditionele machthebbers vervelend, omdat hij het Amerikaanse beleid te openlijk en ongenuanceerd verdedigt. De mainstream media, die hem nu verguizen, hebben hem gemaakt. Tijdens de voorverkiezingen kreeg Trump meer zendtijd dan alle andere Republikeinse en Democratische kandidaten samen – gratis – want Trump garandeerde kijkcijfers met zijn belachelijke uitspraken en idiote maniertjes. Een groot verschil met Trumps voorgangers zit hem ook nog in de hardnekkigheid waarmee het traditionele beleid nu wordt voortgezet. De Republikeinse entourage rond Trump is zo radicaal fanatiek dat een kernoorlog volgens Chomsky weer tot de mogelijkheden hoort. De huidige Republikeinse Partij is een gevaar voor de mensheid, ook vanwege haar rabiate verwerping van enig degelijk klimaatbeleid. “Dit is de gevaarlijkste organisatie op aarde.

Bron: “Noam Chomsky zet je aan tot kritisch nadenken” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 15 maart 2019.

Mediakritiek

Ik ken mensen, zelfs in mijn vriendenkring, die zo mogelijk altijd naar het Journaal kijken om ‘op de hoogte te blijven van het wereldgebeuren’. Ik heb dat altijd wat bevreemdend gevonden. Als er één nieuwsmedium is, waar we niet wijzer van worden, is het dat Journaal, vind ik.

Mijn redenering daarbij is dat wanneer we het wereldgebeuren van vandaag met al haar achtergronden eens op een stapel zouden kunnen zetten, wat wordt ons daarvan dan in het Journaal voorgeschoteld? En hoe (vooringenomen)? Voor gisteren doen we hetzelfde: Wat was er allemaal en waar werd in het Journaal gewag van gemaakt? En hoe? “Bedroevend”, vind ik het al vanaf mijn studententijd, toen ik mijn TV wegdeed, omdat ik het niveau ook in 1976 al jammerlijk vond.

Dat kan ik vinden en u kunt het daarmee eens en niet eens zijn, maar vandaag kwamen vanuit de Verenigde Staten van Amerika wat cijfers boven drijven; koren op de molen van mijn mediakritiek. U moet hiervoor weten dat de oorlog in Jemen sinds begin vorig jaar door de Verenigde Naties èn door onafhankelijke hulporganisaties – met zo’n 360.000 kinderen die op dit moment aan extreme ondervoeding lijden, met 20.000.000 Jemenieten die niet in staat zijn zichzelf en hun gezin te voeden en met bijna 10.000.000 mensen die op de rand van honger staan – de “ergste humanitaire ramp in de wereld” wordt genoemd. Deze oorlog kreeg in de VS in totaal gedurende heel 2018 slechts 20 minuten aandacht in het bij elkaar opgetelde avondnieuws van de TV-zenders ABC, CBS en NBC. Daarvan gingen 13 minuten over de dood van Washington Post-columnist Jamal Khashoggi in het Saoedische consulaat in Istanboel. In een jaar tijd werden nog geen 10 minuten ingeruimd voor de penibele toestand van bijna de helft van de bevolking van het armste Arabische land.

Diezelfde zenders besteedden samen op weekdagen in totaal 100 minuten aan de redding van een twaalftal jonge voetballers, die vastzaten in een Thaise grot, en 71 aan de Britse koninklijke bruiloft. Zò worden meer dan 22.000.000 huishoudens ‘s-avonds op de hoogte gehouden van het wereldgebeuren.

Ook voor dè internationale crisis waar de hele wereld mee te maken heeft, ik heb het over klimaatverandering, was weinig aandacht. Symptomen daarvan als natuurbranden en orkanen kwamen wel prominent in het nieuws, maar dan ging het alleen om deze fenomenen in de VS, en niet over de wereldwijde gevolgen van klimaatverandering.

Ook Israël bleef min of meer in de schaduw. Ondanks honderden Palestijnse slachtoffers door Israëlische kogels in de Gazastrook, daalde de aandacht voor de Israëlisch-Palestijnse kwestie vorig jaar, van ABC, CBS en NBC samen opgeteld, van 42 minuten in 2017 (toen al een laagterecord) naar 29 minuten in 2018.

Zuid-Amerika en Afrika ten zuiden van de Sahara – samen goed voor 2.000.000.000 inwoners – kwamen niet in beeld. Aandacht voor de opkomst van autoritaire bewegingen in Europa ontbrak eveneens, net als Zuid- en Zuidoost-Azië; los van de redding uit de grot. En ondanks de miljarden die de VS in de afgelopen 20 jaar besteedde aan haar militaire ingrijpen in het Midden-Oosten, was ook deze regio – met uitzondering van het staartje van de campagne tegen de Islamitische Staat – amper terug te zien bij de grote netwerken. Irak, waarheen de VS sinds de invasie in 2003 meer dan een 1.000.000 militairen stuurde, kwam niet eens voor in de top 30 van nieuwsverhalen in 2018.

En dan zie ik in mijn gedachten dat u denkt dan het Journaal niet te vergelijken is met ABC, CBS en NBC. Daarin geef ik u natuurlijk gelijk. Echter, wat het Journaal gemeen heeft met deze zenders is dat het nieuws altijd zo gebracht moet worden dat het veel kijkers trekt. Kijkcijfers (kwantiteit) tellen wel, en inhoud (kwaliteit) telt niet bij de beoordeling. Ik meen dat te zien wanneer ik per ongeluk eens een Journaal zie. Ga maar lekker slapen want van het Spaanse ‘verpleeghuis’, dat een ‘horrorverpleeghuis’ mag worden genoemd, zijn 6 van de 15 verdachten aangehouden, waaronder Markus en Estrella zelf.

Bron “Koninklijk huwelijk kreeg drie keer meer zendtijd dan Jemen in 2018” door Jim Lobe via DeWereldMorgen en “Geraffineerd en gewetenloos: het verhaal achter het Spaanse horrorverpleeghuis” door Online redacteur Etienne Verschuren van NOS; beide op 8 maart 2019

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst

Wie kent de uitspraak in de titel van dit stukje niet? In de crèche, in de dans- en muziekklas, op school, aan het sportveld, zelfs in het kinderziekenhuis kom je hem tegen. Niet gehinderd door ons gebrek aan kennis denken veel Nederlanders dat het een typisch Nederlands spreekwoord is. Ik schreef hem toe aan Golda Meir, die van 1969 tot 1974, premier van Israël was. Inmiddels weet ik dat dit een pijnlijke vergissing was.

Weinigen zullen weten dat de uitspraak een geestelijke vader heeft van geheel niet-onbesproken gedrag. Letterlijk zei deze ijzervreter: “Alleen wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Mijn lessen zullen hard zijn. Zwakheid zal eruit geslagen worden. Een agressief actieve, dominerende, harde jeugd, daar ben ik op uit!”. Was getekend, Adolf Hitler.

Maar goed, dezer dagen worden we dankzij de Zweedse Greta Thunberg geconfronteerd met een geheel nieuwe, pijnklijke, want ons onwelgevallige inhoud van dit gezegde voor degenen die de 40-jarige leeftijd gepasseerd zijn. Klik hier voor haar laatste ons-confronterende actie in het openbaar tot nu toe. En wanneer u de 25-jarige leeftijd allang gepasseerd bent en zich durft te laten confronteren met een nog pijnlijker zelfinzicht, klik dan hier voor de motieven een nationale noodtoestand uit te roepen.

Bronnen: “Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst” door Daily Pam via Humanistische alliantie op 12 juni 2014, “Greta Thunberg bij Youth for Climate in Brussel: ‘Ik zou de waarheid zeggen over de ernst van de situatie’” door Helenka Spanjer en Elena Parton en “Klimaat: Afkondiging van ‘nationale noodtoestand’?” door Pol Dhuyvetter, beide via DeWereldMorgen op 22 februari 2019.