Slimme meters zonder wetenschappelijk onderbouwd nut

Niet lang geleden ontving ik een voorbereidende brief over de slimme meter, die mij in de toekomst aangeboden gaat worden. Argwanende ik zit daarop helemaal niet te wachten. Thuis heb ik een systeem ontwikkeld om zo min mogelijk cookies geïnstalleerd te krijgen, ik beperk mijn Facebook- en Google-gebruik om zo min mogelijk sporen achter te laten, het digitaal gebruik van mijn medische gegevens heb ik zoveel mogelijk aan banden gelegd en zoveel als mogelijk reis ik op een anonieme OV-kaart. Gebruik van een slimme meter roept bij mij dus de vraag op voor wie die meter zo slim zal zijn.

U hoeft daar niet vanuit de onderbuik op te reageren, want onze zuiderburen hebben er onderzoek naar gedaan. De conclusie hiervan luidt:
Google en Facebook hebben een imperium gebouwd om data over ons te verzamelen en de Vlaamse overheid zit zich likkebaardend in de handen te wrijven tot ze ook data over iedereen kan gaan verzamelen; helaas wel ten koste van onze privacy en zelfs van de volksgezondheid, want alles wordt natuurlijk draadloos verstuurd.

Dan nu naar de Vlaamse cijfers en praktijk:
Er werd in 2014 geld vrijgemaakt om zo’n 9.000 slimme meters binnen een pilot te plaatsen, maar 8% van de huishoudens weigerde die plaatsing. De aanname dat energieverbruik afneemt, wanneer mensen hun verbruik kunnen raadplegen werd in de overige huishoudens gelogenstraft doordat weinig mensen hun detailgegevens raadpleegden en nog minder dat meermaals deden.
Daarop mochten 200 gezinnen meedoen aan een onderzoek, waar 10% afzag van participatie.
Vervolgens werden 4 groepen gedefinieerd om het onderzoek naar het enthousiasme voor de slimme meter op een andere manier wetenschappelijk aanvaardbaar te kunnen bepalen:
1. Advocates: van de voorstanders van slimme huishoudtoestellen mag een wasmachine zich bijvoorbeeld automatisch inschakelen als er niemand thuis is (36%)
2. Supporters: de supporters van slimme huishoudtoestellen stellen zich met wat meer vragen open voor slimme apparaten (27%)
3. Doubters: de twijfelaars zijn minder positief dan de eerste twee groepen (25%) en
4. Refusers: de weigeraars hebben geen intentie om slimme toestellen te gebruiken en geloven niet dat ze milieuvriendelijk zijn (12%)
De eerste groep kreeg van de 500 slimme meters 82%, de tweede groep 16%, de derde groep 2% en de laatste groep geen enkele. Bij dat wetenschappelijke kun je hier dus vraagtekens zetten vanwege de representativiteit voor ‘de Vlaamse energieconsument’. Niet doen, want het wordt nog leuker…
Na afloop van dit onderzoek ontstaat een nieuwe verdeling:
1. Advocates zakt van 82% naar 57% en zakt dus omgerekend voor heel de Vlaamse bevolking van 36 naar ergens rond de 20%,
2. Supporters stijgt van 16% naar 32%; het omgerekende percentage is vanwege het lage aanvangspercentage gissen
3. Doubters stijgt van 2% naar 9%; het omgerekende percentage is ook voor deze groep om dezelfde reden gissen en
4. Refusers stijgt van 0% naar 2% en stijgt dus omgerekend van 12 naar 15 tot 20% van de totale bevolking.

De Vlaamse overheid en netbeheerders zwijgen in alle talen over deze onderzoekscijfers omdat ze “niet zo bemoedigend” zijn. De Vlaamse overheid vertelt daarentegen dat de slimme meters ‘van Europa’ moeten worden geïnstalleerd. In Duitsland hoeven slimme meters echter niet ‘van Europa’ geïnstalleerd te worden, omdat de Europese Unie, die bedoeld wordt, bepaald heeft dat de mate van uitrol van slimme meters mag afhangen van een economische evaluatie. Vlaanderen zou hetzelfde als Duitsland kunnen doen als ze een onafhankelijke analyse zou laten uitvoeren die geen kosten en baten berekent over 20 jaar, terwijl de uitrol eigenlijk in 15 jaar zal plaatsvinden. Dat doet de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt namelijk.

Kortom, om aan data over de privacy van onze zuiderburen te komen, heeft de Vlaamse overheid het gebruik van slimme meters gewoon verplicht gesteld. Met ‘Europa’ en ‘milieu’ als smoes. Dat kun je volgens mij op basis van de drie vooronderzoeken en de PR van de Vlaamse overheid wel vaststellen. En onze overheid is volgens mij geen haar beter.

Bron: “Waarom de slimme meter moest verplicht worden” door Johan Janssens via DeWereldMorgen op 28 juni 2018.

Mensenrechten in de verdrukking

Het besluit van de Amerikanen om uit de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (VN) te stappen past in een patroon. De Amerikaanse regering onder leiding, nou ja ‘leiding’? Jazeker! De Amerikaanse regering onder ‘verkozen leiding’ van Donald Trump houdt niet van gezamenlijk ergens voor of tegen op te trekken op het wereldtoneel. Kijk naar handel, Iran, de felle verdediging van Israël, klimaat en Unesco. Dat zijn allemaal onderwerpen waarop de Amerikanen zich isoleren. Die ontwikkeling vormt een risico voor de wereldorde. Wellicht ook een kans, want ‘grote broer’ had altijd al akelige trekjes.

Hoewel Eleanor Roosevelt, de vrouw van voormalig Amerikaanse president Franklin Roosevelt, een drijvende kracht was achter de Universele Verklaring van de Rechten voor de Mens, en daarmee achter de VN – in mijn ogen een parel van waartoe de mensheid mondiaal in staat is – is de kogel nu door de liberale en tegelijk linkse kerk. De Amerikanen worstelen altijd met hun twee rollen op het wereldtoneel:
1. enerzijds die van bepleiter van democratie,
2. anderzijds die van dominante economische en militaire macht (waar dat akelige trekje uit voortkomt).
Het besluit de Mensenrechtenraad te verlaten heeft vast en zeker met die worsteling te maken. Hadden we anders mogen verwachten? Machtspolitiek heeft onder Trump de doorslag gegeven: Wijzen, laat staan ‘het leveren van gefundeerde kritiek’ wordt niet meer door grote broer getolereerd. Hij is nu onaanspreekbaar gebleken. Wellicht was dit niet te vermijden. Het was alleen slechts in het belang van de wereldorde uit te stellen door de VS met haar vetorecht een beetje te ontzien. Hoe dan ook, nu is het best lastig dat het veruit machtigste land van de wereld kiest voor eigenmachtig, geïsoleerd optreden waarbij America first – net als ‘eigen volk eerst’ hier te lande – het leidend principe is.

Ik ben benieuwd wie zo’n onafhankelijk denkende kanjer gaat opvolgen

Vier jaar geleden kon Zeid Ra’ad al-Hussein profiteren van een verrassingseffect binnen de Mensenrechtenraad. Hij was een Jordaanse carrièrediplomaat. Eenmaal hoge commissaris, schuwde hij de klare taal niet. Hij nam niet alleen evidente doelwitten zoals Noord-Korea, Iran en Rusland op de korrel, maar haalde regelmatig ook uit naar Europese landen en de VS. Zo noemde hij onlangs de vorming van de extreemrechtse regering in Oostenrijk een ‘gevaarlijke evolutie’. Ook zijn moederland spaarde hij niet.

Vorig weekend vroeg hij in zijn laatste grote toespraak nog waarom de VN zo stil blijft tegenover chauvinisme en nationalisme; “de meest destructieve krachten”, aldus al-Hussein. “Zonder verzet tegen die krachten is geen vrede mogelijk”, sprak hij. Volgens mij ‘de spijker op de kop’.

In een opiniestuk in de Washington Post toont al-Hussein zich ontegenzeggelijk scherp:
We keren terug naar een tijd toen racisten en xenofoben bewust haat en discriminatie aanwakkerden bij het publiek, terwijl ze zichzelf zorgvuldig verhulden achter de vermomming van democratie en rechtsstaat. Terug naar een tijd dat vrouwen hun eigen keuzes en hun lichaam niet mochten controleren, toen kritiek gecriminaliseerd werd en mensenrechtenactivisme je in de gevangenis bracht of erger. (…)
Zo worden oorlogen gemaakt: met het gegrom van oorlogszucht en de grijns van ontmenselijking; de zweep van onrecht en de toenemende erosie van oude en schijnbaar vermoeiende controlemechanismen. Het pad van het geweld wordt gebouwd op de onontgonnen gevolgen van banale, incidentele brutaliteit die in het politieke landschap sijpelt. (…)
Xenofoben en racisten treden uit de schaduw. Er is een terugkeer gaande tegen de vooruitgang van vrouwenrechten en vele andere rechten. De ruimte voor activisme wordt kleiner. De legitimiteit voor mensenrechten wordt aangevallen en de toepassing van mensenrechtennormen zit in de verdrukking.

Zelfs over zijn eigen opvolging wenst hij het risico niet te nemen dat hij – na de voorbije jaren – te weinig gezag heeft overgehouden om roerganger van de Mensenrechtenraad te blijven. Ik ben benieuwd wie zo’n onafhankelijk denkende kanjer daar over tweeënhalve maand gaat opvolgen.

Bronnen: “VS uit Mensenrechtenraad: ‘begrijpelijk, maar ook een risico’” door NOS- Buitenland via NOS op 20 juni 2018 en “Afscheid van de VN-diplomaat die niet bang was van Trump, Orban en co” door Christophe Callewaert via DeWereldMorgen op 19 juni 2018.

Leven alsof je een glas koel water drinkt

Hoe te leven zodat je je energie het best gebruikt?

De roeping van de mensch is mensch te zijn

wist Multatuli, alias de Nederlands schrijver en ambtenaar Eduard Douwes Dekker (1820 – 1887), maar hoe doe je dat? Ik heb een antwoord op die vraag. En dat gaat zo:

Zo gestremd de tijd
ongeduld vermijdt
zo gezwind haast ze
naar vergetelheid

dichtte Meander op 3 juni jl. via haar website. En zo is het. Zoek maar eens bij gelegenheid op waar ‘stremmen’ zoal voor staat…

Is dat niet wat we met ons leven doen? We denken moment van moment er helemaal te zijn, we ervaren daarbij emoties van hoge alertheid tot aandachtsverslapping, en voor we het weten verdwijnen veruit de meeste van onze dagelijkse belevenissen in een dikke mist die kennelijk binnen in ons brein het vermogen heeft veel van onze herinneringen soms zelfs voor eeuwig toe te dekken.

Het is niet jij die de wereld een plaats geeft, maar het is de Ander, die jou aanspreekt, appelleert en jou een plaats geeft

schreef de Franse filosoof Emmanuel Levinas (1906 – 1995). Door de Ander centraal te stellen, zette Levinas zich af tegen een filosofische traditie die zich voornamelijk richt op het Ego. Volgens Levinas, die ik al een tijdje met veel moeite probeer te doorgronden, kunnen we het heden niet beleven. Ons lichaam kan dat wel, maar voordat de waarnemingen van ons lichaam onze hersenen bereiken, waar de bewustwording, het beleven plaatsvindt, is de tijd alweer een moment verder. Zo lopen we met ons beleven altijd achter de feiten aan, maar misschien voert dit voor de meesten van u wel wat ver, want het heden verandert nu ook weer niet zo snel dat dat momentje ertoe doet. Toch boeit mij zijn inzicht dat het ‘Nu’ al voor we er kennis van hebben tot het verleden behoort…

Waarom integreren? Laten we samenleven

noemde Sawitri Saharso haar lezing. Zij is onder meer hoogleraar Burgerschap en Morele Diversiteit aan de Universiteit voor Humanistiek. Haar specialismen zijn gender, migratie en waardenconflict. Een paar weken geleden besprak zij tijdens haar voordracht op 24 mei in Bilthoven onder meer ‘De participatieverklaring’ die nieuwkomers moeten ondertekenen. Die verklaring besluit met

Ik verklaar dat ik kennis heb genomen van bovengenoemde waarden van de Nederlandse samenleving, en dat ik ze graag zal helpen uitdragen. (…).

Het vreemde aan deze verklaring, stelde zij, is dat nieuwkomers onder dwang moeten verklaren ‘bovengenoemde waarden’ ‘graag te helpen uitdragen’. Alsof alle Nederlanders de vrijheid dat

iedereen een eigen geloof of leefstijl mag hebben

zoals de participatieverklaring in een van zijn ‘waardes’ stelt, onderschrijft en met graagte uitdragen. Ik dacht het niet als ik mijn oog laat vallen op Facebook, Twitter en andere websites, en wanneer ik mijn oor te luisteren leg in ons openbaar vervoer of op straat.

Nee, in de wetenschap dat de tijd vervliet, zou ik met mijn beste bedoelingen iedereen adviseren te leven vanuit passie & compassie: Besteed je energie gedreven met mededogen aan het vuur dat in je brandt. ‘Kritisch mededogen’ bedoel ik, geen ‘geitenwollensokken-mededogen’; ‘kritische compassie’. Wat dat is?
Gesprekken met elkaar aangaan, ruimte bieden; oprechte denk en communicatiewegen bewandelen. Elkaar zoeken om zowel jezelf als de ander te begrijpen, te respecteren en eventueel de ander respectvol aan te spreken daar waar blijk gegeven wordt van strijdige inzichten. Laat je niet koeioneren en koeioneer niet. Zonder enige intentie elkaar kwaad te doen, mag dat ‘elkaar aanspreken’ van mij best ‘op het scherpst van de snede’.

“Wat was het leven voor jou, opa?” vroeg ik een oude Kretenzer eens. Hij was 100 jaar, getekend door oude wonden en blind. Hij koesterde zichzelf in de zon, gehurkt in de deuropening van zijn hut. Hij was ‘trots van oor’, zoals we op Kreta zeggen: hij hoorde niet goed. Ik herhaalde mijn vraag voor hem. “Hoe was je lange leven, opa, je honderd jaren?”
“Als een glas koel water,” antwoordde hij.
“En heb je nog dorst?”
Bruusk hief hij zijn hand op. “Verdoemd zij die geen dorst meer hebben!” riep hij.

sprak op 6 mei 1955 Nikos Kazantzakis, een van de belangrijkste Griekse schrijvers van de 20e eeuw. Ik ben het hartstochtelijk eens met hem.

Oogkleppen-welvaart

Ons Europees migratiebeleid is dodelijk. Dat hebben we – zolang we zeggen democratische landen te zijn, wat maar de vraag is – met elkaar toch maar mooi op ons geweten. En het is niet alleen dodelijk, het is ook nog eens een contraproductieve strategie. In Libië, Soedan en Turkije financiert de Europese Unie het ontstaan van vluchtelingenstromen. In politiek jargon heet dit ‘samenwerking’ of een ‘deal‘, zoals de term ‘hervormingen’ staat voor ‘uitkleding’. Dit is een anti-migratiebeleid dat niet kán werken, omdat het de oorzaken van migratie, te weten gewapende conflicten, militarisering en repressie, versterkt.

De toename aan fondsen voor grenscontrole komt voornamelijk de wapen- en veiligheidsindustrie ten goede. Ook al zo’n eufemistische term: ‘veiligheidsindustrie’. Prominente winnaars van grensbeveiligingscontracten zijn onder andere Airbus en Thales, belangrijke wapenexporteurs naar conflictgebieden, en Alsensan en Otokar, twee opvallende voorbeelden van Turkse wapenbedrijven die voor miljoenen euro’s aan bestellingen hebben ontvangen dankzij Europees geld.

Kwetsbare vluchtelingen zijn door ons gewetenloze Europese beleid verplicht om nòg gevaarlijker routes te nemen en worden daardoor in de armen van mensensmokkelaars gedreven. Degenen, die geld verdienen aan menselijk leed, en praktijken waar de Europese unie zelf schande van predikt. Gevolg: nog meer doden op de Middellandse Zee en in Noord-Afrika, maar onder de radar, want wie heeft er belang bij hierover een nieuws-item te maken?

Voor wie van statistiek houdt het volgende. Voor de 35 landen, die door de Europese Unie als ‘prioritair’ worden beschouwt, geldt:
– 100 % (35) van die landen vormt een extreem of groot risico voor de handhaving van mensenrechten.
– 51 % (18) van die landen vallen in de categorie “lage menselijke ontwikkeling”
– 48 % (17) van die landen hebben een autoritaire regering en
– 11 % (4) van die landen geldt als democratisch.

Grensdichting is een centrale doelstelling geworden van het Europees buitenlands beleid, inclusief (dus niet ‘naast’) haar handels- en ontwikkelingsbeleid. Deze maatregelen omvatten deportatie-instemmingsverdragen, donaties van helikopters, patrouilleschepen, surveillance-technologie en voertuigen, training van ordetroepen en de uitbouw van biometrische systemen.

In plaats van ons grensbeleid uit te besteden aan repressieve regimes, zouden we volgens mij respect voor mensenrechten en solidariteit met slachtoffers van geweld, oorlog en onderdrukking aan de dag moeten leggen. Pas dan doen we iets aan de oorzaken van wat we niet willen. Echter, in onze Europese staten gaat ònze welvaart voor ieders welzijn (en dat ‘ònze’ betreft lang niet alle Europeanen). Bovendien laten wij Europeanen – inclusief Belgen en Nederlanders – ons grosso modo weinig gelegen liggen aan misdadige gevolgen van onze beleidskeuzes zolang wij er binnen ons veilige landje enig gemak en niet teveel directe last van ondervinden. Nou, slaap lekker verder als u er aan toe bent.

Bron: het rapport “Expanding the Fortress” van Transnational Institute en Stop Wapenhandel, zoals besproken in “EU heeft migratiebeleid uitbesteed aan autoritaire regimes, toont nieuw rapport” door Vredesactie vzw via DeWereldMorgen op 16 mei 2018.

Priors vreemde opdracht

Het was een dag in juni dat de vrouw van de tuinman met betraande ogen het ontbijt voor haar kinderen klaarmaakte. Het laatste gewone ontbijt van deze week. Misschien van deze maand en wellicht van dit jaar of hun ganse leven. Het werk van haar man, een uitmuntende en oplettende tuinman zoals later dit verhaal zal blijken, was door het overlijden van zijn heer opgehouden. De beste man had nu geen bron van inkomsten meer en zat al dagen terneergeslagen op een stoel in zijn kleine huisje van leem. ’s Nachts verplaatste hij zich terneergeslagen naast zijn vrouw in de bedstee. Zijn begripvolle vrouw hield zielsveel van hem, begreep hem, liet hem, zoende hem soms tussen de bedrijven door, maar nu maakten de zorgen voor wat er van hun kinderen moest worden zich van haar meester. Zij bracht haar man een deel van het brood en onze tuinman zag haar tranen.

Dit echtpaar had geen woorden nodig. Dat was nog niet in die tijd. De man at slechts zijn brood en stelde voor zichzelf vast dat het zo niet langer kon. Hij verzaakte, en deed gebukt onder de naargeestige omstandigheden zijn door hem beminde vrouw verdriet. Zo boorde hij voorzichtig moed aan onder zijn hopeloosheid en zelfmedelijden. Hij ging wat rechter op zitten. Een glimlach verscheen op zijn gezicht. Dat was voor het eerst sinds zijn thuiskomst met de akelige tijding.

Hij stond op en liep naar zijn vrouw. Hij zoende haar en sprak:
Vanavond kom ik terug, met of zonder werk.
De tuinman vertrok en zijn vrouw putte hoop. Hij liep twee uur en durfde een beetje van de omgeving te genieten. Vooral van de bruisende beekjes, die vanaf de berghellingen naar onder stroomden. In de verte doemde de priorij op, die het doel van zijn tocht was. Nog even en hij zou zijn diensten daar aanbieden.

Aan de poort maakte hij alleen duidelijk dat hij de prior hoognodig had en dat hij, met begrip voor de drukke werkzaamheden van de prior eventueel de rest van de dag zou wachten totdat de prior slechts een klein deel van een uur tijd voor hem vrij zou kunnen maken. De dienstdoende monnik vroeg hem of hij onze tuinman ook zou kunnen helpen. De tuinman antwoordde:
Och kon dat maar, ik zou de hemel danken.” en hij wende zijn gezicht af.
Wacht hier’, reageerde de monnik en hij sloot het spreekluik in de poort.

Na enige tijd werd de poort geopend en de monnik nodigde de tuinman verder te komen. Zwijgend liepen ze naar de werkkamer van de prior.
Wat kan ik voor u doen?”, vroeg deze toen onze tuinman in de deuropening stond.
Mag ik ietsje binnenkomen en de deur sluiten?
Komt u ietsje verder.
Hoogeerwaarde heer en prior van deze prachtige priorij, aangesteld door God en de Paus, voor ik u mijn verzoek doe, zal ik kort uitleggen waarom ik de stoute schoenen aangetrokken heb en nu van uw tijd vraag.” En hij legde de omstandigheden uit waardoor hij geen werk meer had en over het genoegen dat hij altijd aan de uitoefening van zijn vakmanschap beleefde. Hier dacht de prior dat de tuinman slechts een aalmoes vragen ging. Hij werd in zijn vermoeden gesterkt, toen onze tuinman begon over de honger, die zijn vrouw en kinderen nu moesten doorstaan, maar de tuinman besloot met de vraag de tuin van de priorij te mogen onderhouden tegen voedsel voor zijn vrouw en kinderen.

De prior liet de consequenties van zijn antwoord tot zich doordringen, waardoor het een geruime tijdspanne stil bleef in de werkkamer.
Nadat hij een besluit genomen had, verwoorde hij zijn beslissing aldus:
U zegt een goede tuinman te zijn en wij kunnen wel een lekentuinman gebruiken, maar alleen als dat een bijzonder bekwame vakman is. Ik kan u daarom het volgende aanbod doen:
In de tuin van deze priorij wonen vijf broers, maar ik kan ze niet vinden. Zij moeten gemakkelijk te herkennen zijn, want zij lijken sprekend op elkaar. Echter, twee van hen hebben een baard, twee andere zijn kaalgeschoren en de resterende broer heeft een halve baard. Wanneer u deze broers vandaag vindt, kunt u hier als lekentuinman komen werken waarbij wij u normaal naar uw arbeid zullen belonen. Wanneer u de broers niet vindt, zullen wij u uit dankbaarheid voor uw resultaatloze hulp en vanuit mededogen wat brood voor de komende dagen meegegeven naar uw huis.
Wij lunchen op het middaguur en ik nodig u uit tegen die tijd deel te nemen aan onze maaltijd.

De tuinman verliet de werkkamer met de woorden:
Ik dank u voor uw hulpvaardigheid in mijn troosteloze toestand”, en verkende de tuin van de priorij. Daar bleek werk zat, maar nu moest hij eerst zoeken naar de onbekende vreemde broers. Zoekend verstreek de tijd en onze tuinman liet de lunch – ondanks zijn honger – aan hem voorbij gaan. Tegen drie uur die middag verscheen er alweer een glimlach op zijn gelaat. Opgelucht kwam hij overeind uit de bloemperken in de tuin. Hij ging op weg naar de werkkamer van de prior en klampte de eerste de beste monnik aan, die hij aantrof, met de woorden:
Ik heb verheugend nieuws voor uw prior. Zou ik hem in zijn drukke werk mogen storen?
De monnik vroeg de prior en begeleidde wat later de tuinman naar de werkkamer.

Hoogeerwaarde prior, ik heb de door u gezochte broers gevonden.
Dan loop ik met u mee, want ik ben zeer benieuwd ze te ontmoeten.
Onze tuinman begeleidde de prior naar een rozenperk en ongezien glimlachte de prior besmuikt. Hij sprak echter de woorden:
Ik zie geen broers, beste man.
Mag ik u verzoeken door de knieën te gaan en de groene bladeren rondom deze prachtige rozen te aanschouwen? Daar staan de door u gezochte vijf broers in een kring: twee met een baard, een met een halve baard en twee zonder baard.
De prior deed wat de tuinman vroeg en zag de vijf groene broers rond elke bloemkroon die hij in dit rozenperk bekeek.

Misschien zijn rozen door deze broers wel de ‘koninginnen onder de bloemen’ geworden, die we zelfs in onze jaren nog altijd geven bij gebeurtenissen, zoals diploma-uitreikingen, liefdesverklaringen, trouwerijen en verjaardagen. Gebeurtenissen, die verleden en toekomst in het nu aan elkaar verbinden.

$ 1.739.000.000.000; waar gaven we dat in 2017 aan uit?

Ons ministerie van Defensie heeft vandaag tientallen Black Hornets, mini-drones ter grootte van een libel, aangeschaft. Daarvoor was onder de huidige regering van CDA, CU, D66 en VVD eindelijk ‘ruimte’. De drones kosten namelijk € 35.000 per stuk en zijn reuze belangrijk om slagvelden te verkennen in een wereld van armoede, conflicten, honger en klimaatverandering waardoor miljoenen mensen op drift raken. De mensen, die op die slagvelden aangetroffen worden, kunnen dan gedood worden. Zolang in Europa geen oorlog is, kunnen de mensen, die tijdens “oefeningen met Black Hornets” in het Midden-Oosten op hun vlucht-door-woestijnen aangetroffen worden, naar detentiecentra (lees: “gewoon gevangenissen”) voor vluchtelingen gedirigeerd worden als ze tijdens hun risicovolle vlucht al niet op een andere manier ontmenselijkt zijn of worden.

Het hele verhaal is dat in 2017 de totale wereldwijde militaire uitgaven stegen tot $ 1.739.000.000.000; een gemiddelde stijging van 1,1 % vergeleken met 2016. En daar krijgen we volgens alle regeringswoordvoerders wereldwijd een heleboel vrede en veiligheid voor terug.

Terwijl Rusland gedurende 2017 20 % minder aan wapentuig uitgaf dan in 2016, zijn door China met een stijging van 13,0 %, Indonesië met een stijging van 5,5 % en Zuid-Korea met een stijging van 1,7 % de militaire uitgaven over 2017 in Azië het hoogst geweest.
Dat gegeven over Rusland staat overigens in contrast met de volkswijsheid dat Rusland een bedreiging vormt voor de Europese NAVO-lidstaten en de militaire opbouw, die sinds 2017 aan de oostgrenzen van het bondgenootschap plaatsvindt: in Centraal-Europa en Oost-Europa stegen de militaire uitgaven met respectievelijk 12,0 en 1,7 %.
Alle 29 NAVO-leden samen gaven in 2017 met $ 900.000.000.000 13,5 x meer aan bewapening uit dan Rusland. “Wie bedreigt wie?” zou een objectieveling zich afvragen, maar wij hoeven ons niets af te vragen omdat wij zonder feiten te kennen alles al weten.

De NAVO was in 2017 verantwoordelijk voor 52 % van het wereldtotaal; de Verenigde Staten van Amerika zijn in hun eentje ‘goed’ voor een derde van de wereldwijde militaire uitgaven.

Zeven van de 10 landen met de hoogste militaire uitgaven liggen in het Midden-Oosten

Volgens de Globale Campagne over Militaire Uitgaven (GCOMS), een internationaal netwerk van vredesorganisaties dat meer mijn taal spreekt, is de wapenproductie een lucratieve/winstgevende sector die goed is voor stijgingen van bruto binnenlandse producten en bij gebruik mensen doodt, terwijl de aankoop van wapentuig publieke middelen onttrekt aan uitgaven, die broodnodig zijn om menselijke noden te kunnen aanpakken.
De fondsen, die nu aan het militaire worden besteed, zijn dringend nodig om de ongelijkheid te verminderen, om de wereldwijde samenwerking te verbeteren, om de energie-onrechtvaardigheid aan te pakken, om de drijvende krachten achter de vluchtelingencrisis aan te kunnen, om op de mens georiënteerde reguleringen van de globale markt te kunnen uitvoeren en om een vreedzame wereld uit te bouwen”, zo luidt het in een verklaring van GCOMS.

In democratische landen, waar het volk in theorie invloed heeft op het politieke beleid, zouden mensen de toekomst van de hele mensheid in eigen handen kunnen nemen. Maar dat is misschien puur theorie, immers onze Nederlandse regering schaft ondanks een winst van 5 zetels voor D66 (van 12 naar 19) doodleuk de mogelijkheid op referenda af en voert een afschaffing van dividendbelasting in, waar in geen enkel verkiezingsprogramma voor gepleit werd, en waarvoor eveneens geldt dat het volk dat geslagen gat in de schatkist van € 1,400.000.000 per jaar via bezuinigingen op publieke uitgaven en/of verhogingen van loonbelasting moet ophoesten. En reken erop: volgende keer stemmen we met z’n allen weer voor de VVD, het CDA, en dat soort neo-liberale politieke partijen die zich hard maken voor grootbedrijven en grootbanken (en de echte doorzetters/volhouders stemmen natuurlijk weer op de neo-liberale voorbeeldpartij D66).

Klik hier voor het uitgebreide artikel over wereldwijde militaire uitgaven in 2017.

Bronnen: “Defensie koopt muisstille, bijna onzichtbare mini-drones” door Arnoud van der Struijk van het Algemeen Nederlands Persbureau via NOS en “Wereldwijde militaire uitgaven stijgen opnieuw” door Ludo De Brabander via DeWereldMorgen; beide op 2 mei 2018.

’t Valt tegen met onze feitenkennis

Dat spreekt toch aan: “Als we de wereld willen begrijpen, moeten we naar de feiten kijken”? Ik probeer dat te doen – dat begrijpen van de wereld of, zo u wilt, dat kijken naar feiten – door af te gaan op mijn eigen ervaringen. Afgaande op wat ik dagelijks ervaar, verloopt het wereldgebeuren redelijk vredig. Ik maak – haast dagelijks – wel wat onrecht mee, maar ook daar valt uitstekend mee te leven.

Nu woon ik ook in Nederland”, redeneer ik. “Dat scheelt”, denk ik. Mijn wereldbeeld over streken waar ik nooit geweest ben, is meestal minder geordend, rechtvaardig en vredig. Hans Rosling, voorheen een Zweedse arts, directeur van de Gapminder Foundation en professor Internationale Gezondheid, zou geschokt zijn over de onwetendheid, waarop ik mijn ideeën en meningen over de wereld baseer.

Het onlangs verschenen boek van hem, “Feitenkennis; de moderne wereld aan de hand van feiten en statistieken”, drukt me met mijn neus op zijn geschoktheid. Kijken of dit ook voor u geldt:
Wat is het juiste antwoord? A, B of C?

Hoeveel meisjes in alle lage-inkomenslanden ter wereld maken de basisschool af?
A: 20 procent
B: 40 procent
C: 60 procent

Nu moeten we weten dat 33 % van de chimpansees in onze dierentuinen deze vraag juist zou beantwoorden; gemiddeld kiest echter maar 7 % mensen het juiste antwoord:
C, 60 procent van de meisjes in lage-inkomenslanden maakt de basisschool af. Een meerderheid van de mensen ‘neemt aan’ dat het 20 % is. In uitzonderlijke streken zoals Afghanistan, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Zuid-Soedan, waar inderdaad minder dan 20 % van de meisjes de basisschool afmaakt, wonen percentueel niet veel van alle meisjes in alle lage-inkomenslanden.

De mega-misvatting dat we de wereld kunnen onderverdelen in twee vakken, ‘arm en rijk’, vertekent volgens Rosling in het hoofd van mensen alle wereldwijde verhoudingen. Hij bedacht er de term ‘kloofinstinct’ voor. Daarmee doelt hij op onze neiging om van alles in te delen in twee afzonderlijke en vaak tegengestelde groepen, met daartussen een imaginaire kloof – een diepe afgrond van onrechtvaardigheid: ‘laag inkomen – hoog inkomen’, ‘Noord – Zuid’, ‘het Westen – en de rest’ en andere varianten op ‘wij en zij’.

Bij gebrek aan kennis over recentere data, bepalen verouderde data vaak ons wereldbeeld. Zo hebben we volgens Rosling nog steeds het idee dat het gemiddeld aantal baby’s per vrouw in arme, op het Zuidelijk halfrond gelegen ‘rest’landen 5 tot 7 bedraagt en dat sterfte daar zo’n 25 % van de kinderen treft. Dat te denken is gebaseerd op inventarisaties uit 1965, terwijl in die landen het aantal baby’s inmiddels gemiddeld tussen de 2 en 5 per vrouw ligt; tegelijk is de kindersterfte daar in 33 jaar afgenomen van tussen de 30 en 10 % naar onder de 10 %. Van de gehele mensheid zit inmiddels al 85 % in het vak dat in 1965 nog ‘de ontwikkelde wereld’ werd genoemd. De overige 15 % zit grotendeels ergens tussen de ontwikkelende en ontwikkelde wereldvakken in. Slechts 13 landen, die samen 6 % van de wereldbevolking herbergen, bevinden zich nog steeds in het vak ‘ontwikkelend’.

Lage-inkomenslanden zijn daardoor veel ontwikkelder dan de meeste mensen denken èn er leven veel en veel minder mensen in die landen dan gedacht. Het idee van een verdeelde wereld met een meerderheid die in ellende en gebrek verkeert, blijkt volgens Rosling een illusie:
Nog maar 200 jaar geleden leefde 85 % van de wereldbevolking in extreme armoede en had minder dan $ 2 per dag te besteden. Nu leeft nog zo’n 15 % van de wereldbevolking nog op dat niveau:
1 miljard van de mensen leeft van minder dan 2 $ per dag
3 miljard van meer dan $ 2 en minder dan $ 8 per dag
2 miljard van meer dan $ 8 en minder dan $ 32 per dag
1 miljard van de mensen leeft van meer dan $ 32 per dag.

Wat volgens Rosling ons vertekende wereldbeeld in stand houdt, is de neiging te denken in ‘goed en slecht’. Journalisten brengen hun verhalen graag als een conflict tussen twee tegenover elkaar staande gezichtspunten, groepen of mensen. Ze vertellen liever verhalen over extreme armoede en over miljardairs dan over de bijzonder grote meerderheid van de mensen, die zich langzaam voortslepen naar een beter leven.

Veel ‘kloofverhalen’ zijn zodoende het gevolg van misleidende ‘dramatisering’. In de meeste gevallen is er helemaal geen duidelijke scheiding tussen tegenover elkaar staande groepen. Dat lijkt alleen zo door de presentatie van gemiddelden van verzamelde data en door de geschetste kenmerken van groepen. Op onze werkelijke medemensen, binnen de in onze media aangeduide groepen, zijn de geframede kenmerken vaak slechts maar voor een klein deel van toepassing. Verhalen over al die tegenstellingen bevorderen zelden een beter inzicht in de wereld en voeden wel de angst voor ons onbekende mensen.

Er zullen altijd ‘armsten en rijksten’ zijn en er zullen altijd ‘betere en slechtere regimes’ zijn, maar het feit dat er uitersten bestaan, vertelt ons niet veel. De grote meerderheden van de mensheid bevinden zich – net als de inkomens per dag van heel de mensheid – meestal ergens in het midden en vertellen een heel ander verhaal; een verhaal dat nog steeds het uwe had kunnen zijn wanneer uw wieg ergens anders had gestaan. Bovendien kunnen voor degenen met een hoger inkomen dan $ 32 per dag alle mensen op lagere inkomensniveaus even arm lijken. Tegelijk kan het begrip ‘arm’ zijn specifieke betekenis verliezen. Zelfs een persoon binnen dit inkomenssegment kan arm lijken, doordat de werkelijk arme medemensen zich ergens ver buiten ons beeld bevinden.

Feitenkennis is daarom het best gebaseerd op
1. herkennen wanneer een verhaal over een kloof gaat,
2. bedenken dat dit dus een beeld schetst van twee afzonderlijke groepen met een kloof ertussen en
3. herinneren dat de werkelijkheid vaak helemaal niet bestaat uit twee gescheiden groepen met elk hun eigen belevingswerelden. Meestal bevindt de meerderheid van de mensen zich juist in het midden, precies daar waar de kloof geacht werd te gapen.

Bron: “De wereld is totaal veranderd. En door deze denkfout viel dat niet zo op” door Sanne Blauw via De Correspondent op 11 april 2018 over het boek “Feitenkennis; de moderne wereld aan de hand van feiten en statistieken” (april 2018) van Hans Rosling e.a., ISBN 9789000351220, uitgegeven door Spectrum.

Herhaling van verkeerde zetten

En alwèèr gaat de Nederlandse regering ernstig in de fout. Onze defensieminister Anna Theodora Bernardina Bijleveld-Schouten van het CDA weet: “Als diplomatieke, economische en politieke maatregelen onvoldoende zijn, heeft Nederland begrip voor een proportionele militaire actie in Syrië.” Dat zei zij tenminste in Nieuwsuur en doelde daarmee op een eigengereide aanval door Donald Trump.

En alwèèr gaat de NOS ernstig in de fout. Het ontwerp in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties kreeg 12 stemmen voor, 2 tegen (Bolivia en Rusland) en 1 onthouding (China). Een negatieve stem van een van de vijf permanente leden – China, Frankrijk, Rusland, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika – blokkeert een resolutie. In de vergadering van gisteren blokkeerde Rusland door een tegenstem voor de 12de keer inzake Syrië een VN-voorstel. Ook een concurrerende ontwerp – geschreven door Rusland – waarin werd gepleit voor een onderzoek naar de gebeurtenissen in Douma zonder de schuldvraag centraal te stellen, werd evenmin aangenomen. De VS en zijn Westerse bondgenoten staan met Rusland in een patstelling, maar alleen de Russische tegenstem, per saldo een veto, wordt bekritiseerd.

Naar mijn mening zou die heel ingewikkelde kwestie, met 3 zones in en rond Syrië met levensbelangen voor de Syrische bevolking en voor de Koerden, in de VN moeten worden opgelost. Daar zit natuurlijk ieder land met een eigen handels- en politieke agenda. Zowel in Rusland en de Verenigde Staten leiden presidenten hun land eveneens met hun eigen handels-, persoonlijke en politieke agenda’s.

Echter, wederom wordt door onze defensie (= verdedigings-)minister gezegd dat de toon die de Amerikaanse president Donald Trump gebruikt, ‘niet haar woorden zouden zijn’, maar volgens haar is de inhoud oké. Ik zou haar aanraden Naomie Klein* toch nog maar eens te lezen, die uitlegt hoe hard Trump ontwrichting nodig heeft om zijn persoonlijke agenda en wil aan het Amerikaanse congres (het U.S. Congress met het Huis van Afgevaardigden en de senaat) tegen de wensen van datzelfde congres op te leggen. En om de olieprijzen omhoog te krijgen.

Mijn ‘wederom’ zal ik ook nog even uitleggen:
Het eerste moment dat Donald Trump wereldpresident was, was toen hij een onderzoek van de VN niet afwachtte en 59 raketten liet afvuren op een luchthaven nabij de stad Homs. De ijdele president zal zich nog wel herinneren dat zijn gebruikelijke tegenstanders in de mainstreammedia vol lof waren over die onrechtmatige aanval. Van Australië in beide richtingen over heel de wereld tot Nederland werden ‘begrip’ en waardering uitgesproken voor de doortastende president. “Ik denk dat Trump eindelijk de president van de VS werd”, zei CNN-host Fareed Zakaria toen. Nu Trump in een almaar moeilijker parket komt doordat de Amerikaanse federale politie FBI een inval heeft gedaan bij zijn persoonlijke advocaat maakt dat de situatie rond Syrië extra gevaarlijk. Immers, niets is beter dan een gemeenschappelijke vijand ver weg te creëren voor het onder de mat vegen van je eigen wangedrag. De Britse premier May staat al te trappelen om militair met de VS mee te doen; dat is ook logisch, toch?

Bronnen: “Minister Bijleveld: begrip voor militaire actie VS” via NOS en “’Onze raketten komen er aan” door Christophe Callewaert in DeWereldMorgen; beide op 11 april 2018 en “Security Council fails to adopt three resolutions on chemical weapons use in Syria” via UN News op 10 april 2018 en “VN-baas over Syrië: laat de situatie niet verder uit de hand lopen” via NOS op 12 april 2018.
_____________
* Naomie Klein, de paperback “Nee is niet genoeg tegen Trumps shockpolitiek, voor de wereld die we nodig hebben” (2017).

Tweede kerstdag in Israël

Voor iedereen die gelooft dat in Westerse landen ongelijkheid niet zo erg is – door god gegeven of maatschappelijk niet anders te organiseren – omdat in beschaafde landen machtigen mededogen hebben met de zwakkere medemens…

Voor iedereen die nog steeds blind achter Israël staat maar toch nog enig gevoel voor rechtvaardigheid niet helemaal verloren is. Of laat ik het houden bij ‘enig gevoel’.

En ook nog voor iedereen die niet wenst te leven in een wereld waarin waanzin wettelijk mogelijk gemaakt wordt: klik hier en bekijk een werkelijkheid in de wereld waarin wij leven.

Deze clip toont aan dat ook voor Ahed Tamimi, die door haar bijzondere haarbos in de december-media opviel, geen uitzondering wordt gemaakt. Haar treft hetzelfde lot als de honderden andere Palestijnse kinderen en de duizenden Palestijnen, waarover mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Right Watch al jarenlang negatief berichtten. Dat blijkt uit deze ondervraging in het politiebureau van Shaar Binyamin door een politieagent en een agent van de militaire inlichtingendienst op 26 december 2017, één week nadat Ahed Tamimi werd aangehouden (ze is dan nog altijd 16 jaar en zou volgens de Israëlische wet en door Israël ondertekende en geratificeerde internationale verdragen alleen ondervraagd mogen worden in aanwezigheid van een ouder of een advocaat; bovendien zou buitenproportioneel geweld bij wet niet tegen haar gebruikt mogen worden).

Bekijk hoe het Israëlisch gezag uitvoering geeft aan het bewaken van de rechtsstaat Israël. De agenten proberen Ahed tot antwoorden te bewegen wat zij consequent weigert. Ze roepen en schreeuwen naar haar, laten haar videobeelden zien van haar familieleden en dreigen deze familieleden aan te houden als ze blijft zwijgen. Dit is Israëls law and order tegenover Palestijnen. Deze ondervragingssessie duurde 2 uur en vond plaats nadat ze de dagen ervoor voortdurend in een onverwarmde cel had gezeten. Dit was de tweede kerstdag van Ahed Tamimi en van de twee agenten; wat deed u die dag?

Via de link kunt u overigens ook een meer uitgebreide versie van deze ondervraging in het Arabisch vinden (zonder ondertitels) en een uitgeschreven vertaling van een aantal fragmenten in het Engels.

Bron: “Zo ondervroeg Israël de 16-jarige Ahed Tamimi” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 9 april 2018.

Over ons voorland

Noam Chomsky (89 jaar) is een grondlegger binnen de theoretische taalkunde; de invloedrijkste taalwetenschapper van de 20e eeuw. Verder is hij een Amerikaans filosoof, mediacriticus, politiek activist en dus een emeritus hoogleraar taalkunde. Onlangs is hij weer eens geïnterviewd, en wel door de mij onbekende Lynn Parramore van het Institute for New Economic Thinking (INET). Chomsky deelde op haar verzoek zijn gedachten over Amerikaanse buitenlands beleid van nu, dissidentie in dit internettijdperk, klimaatverandering, openbaar onderwijs, roofzuchtige bedrijven, wie er nu echt rommelt met Amerikaanse verkiezingen en meer. Vijf punten, die mij interesseerde, haal ik eruit:

1. Gevraagd naar wat in de internationale en politieke betrekkingen steeds hetzelfde is gebleven, antwoordt Chomsky: Nou, de continuïteit is de boodschap van de Atheners aan Melos: “De machtigen doen wat ze willen en de zwakken lijden onder wat ze moeten“. In democratische staten vermomd in humanitaire termen blijft dit in alle veranderende situaties voor heel de mensheid een betrouwbare constante.

2. Gevraagd naar de veranderingen gedurende zijn arbeidzame leven, antwoordt Chomsky dat in de richting van het opleggen van beperkingen en grenzen aan staatsgeweld voorzichtige stappen gezet zijn. Deze veranderingen komen voor het grootste deel volgens hem steeds van binnenuit. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de Verenigde Staten van Amerika en het soort acties dat John F. Kennedy en Lyndon Johnson in Vietnam konden uitvoeren, waren ze toentertijd mogelijk vanwege een vrijwel volledig gebrek aan publieke aandacht.

3. Gevraagd naar de grootste bedreigingen voor de mens in de toekomst, antwoordt Chomsky “klimaatverandering en nucleaire oorlog.” En hij voegt er aan toe dat wat er nu gebeurt verbijsterend is: In serieuze kranten zouden deze gevaren elke dag op de frontpagina’s moeten staan en zouden actualiteitenprogramma’s hiermee steeds weer behoren te beginnen – dat het machtigste land van de geschiedenis, van plan is om het klimaat te vernietigen. In heel de geschiedenis van de mensheid is dit niet eerder voorgekomen.
Zelfs de nazi’s zijn nooit van plan geweest om alle georganiseerd menselijk leven in zijn geheel te vernietigen. Echter, in onze media komen deze bedreigingen nooit aan de orde. Als je bijvoorbeeld de verstandige zakelijke pers leest, Businessweek, de Financial Times, welke dan ook, als ze het hebben over de productie van fossiele brandstoffen, gaan de artikelen stuk voor stuk alleen over winstverwachtingen. Dat dit het georganiseerde menselijke leven gaat vernietigen staat hooguit in bedekte termen ergens in een voetnoot. Het is verbijsterend.

De race naar het putje is nog maar net begonnen

4. Gevraagd naar waar studenten in de Verenigde Staten van Amerika voor opgeleid worden in hun onderwijssysteem, antwoordt Chomsky “Studenten zullen worden gecontroleerd en gedisciplineerd.” Het Amerikaanse onderwijs laat geen enkele ruimte voor creatieve activiteit, voor interactie, voor leerkrachten om dingen alleen te doen, voor studenten om een manier te vinden om dingen samen te doen. Het is als het Korps Mariniers. Je doet wat je wordt gezegd. Geen vakbonden, geen verenigingen. Het is hèt onderwijssysteem voor het creëren van een vergaand autoritaire samenleving.

5. En last but not least: Gevraagd naar de bedrijfsagenda voor Amerikaanse scholen, antwoordt Chomsky “Weet je, massaal publiek onderwijs was – met al zijn tekortkomingen – een van de echte bijdragen aan de Amerikaanse democratie. Het liep op alle niveaus ver voor op andere landen. Europa begon dat na de Tweede Wereldoorlog te evenaren. Maar hier in de VS gebeurde het al aan het einde van de 19e eeuw.” Nu is er een gezamenlijke inspanning om het hele publieke onderwijssysteem te vernietigen; alles om te zetten in charter-scholen en vouchers. In feite heeft de VS nog nooit ook maar de eerste bepaling van de Internationale Arbeidsorganisatie, het recht van vereniging, geratificeerd. “Ik denk”, zegt Chomsky, “dat de VS daarin alleen staat, eerlijk gezegd. Het is echt een door het bedrijfsleven geleide samenleving.

En waarom ik deze onderwerpen hier benoem? Omdat het zolang ik leef de gewoonte is dat wat in de VS mode of wet wordt, zoals dat publieke onderwijs aan het eind van de 19de eeuw, even later ook hier als manieren van doen of praten of als wet ingevoerd wordt. Wat spookt onze Tweede Kamer allemaal uit zonder dat we daarover inhoudelijk geïnformeerd worden door onze media? De referenda over de Europese grondwet, het verdrag met Oekraïne en de uitbreiding van de wet op de inlichtingendiensten deden daarover een boekje open. Wat laten de media allemaal liggen? Zo’n boeiend interview als dit met Chomsky komt er niet in aan bod: te kritisch, te non-conformistisch, te uitdagend; voor de elite, het establishment, de machtspartijen en het pluche hebben onze media daarentegen een buitenproportionele belangstelling.

Maar hoe dan ook, we zijn met deze analyses van Chomsky volgens mij toch alvast gewaarschuwd over wat er aan zit te komen: de race naar het putje is nog maar net begonnen.

Geïnteresseerd in het hele interview? Open dan deze link voor dit interview in het Nederlands of deze voor het interview in het oorspronkelijk Engels.

Bron: “Noam Chomsky over populistische vloedgolf, Amerikaanse verkiezingen en toekomst van de mensheid” door Lynn Parramore, INET; vertaald door globalinfo.nl via DeWereldMorgen op 29 maart 2018 en “Propaganda” door Ewald Engelen in De Groene Amsterdammer van 28 maart 2018.