Toen Charles Darwin (1809–1882) in 1859 zijn ideeën ontvouwde over de herkomst en verwantschap tussen al wat leeft, bleek er onverwacht veel belangstelling voor zijn evolutietheorie. Tien jaar later werd door Johann Friedrich Miescher (1844-1895) DNA in de cellen van al wat leeft ontdekt. Inzichten, die daaruit voortkwamen, bevestigden het gedachtegoed van Darwin en scherpten Darwin’s evolutietheorie aan. En DNA bepaalt niet alleen onze persoonlijke eigenschappen, maar via DNA kunnen we inmiddels ook nagaan in hoeverre we voorouders hebben die tot dezelfde soort als wij behoren. Zo is inmiddels algemeen bekend dat Homo sapiens, waar wij in de biologie toe behoren, zich ook met neanderthalers en denisovamensen heeft voortgeplant. Homo sapiens ontstond ongeveer 300.000 jaar geleden in Afrika. De mensensoort neanderthaler leefde op het grondgebied van het huidige Europa en delen van Azië van omstreeks 400.000 tot circa 40.000 v.Chr. en is gedurende een periode van honderdduizenden jaren geleidelijk geëvolueerd vanuit de mensensoort Homo heidelbergensis. De denisovamens heeft zich circa 200.000 jaar geleden afgesplitst van de voorouders van de moderne mens en de neanderthaler, en zich verspreid over Zuidoost-Azië. Waarschijnlijk kwam het ca. 30.000 jaar geleden in Zuidoost-Azië weer tot een vermenging van beide soorten.
Volgens recent onderzoek blijken nog minstens twee andere mensachtigen hun sporen te hebben nagelaten in ons hedendaags DNA. Een eerste verwante voorouder zou met de Homo sapiens in contact zijn gekomen voor de migratie uit Afrika, zo’n 50.000 jaar geleden. De sporen van deze ontmoeting zijn terug te vinden in hedendaags genetisch materiaal van mensen uit zowel Afrika als daarbuiten, iets wat niet het geval is voor neanderthalers of denisovamensen. Wel gaat het om een menssoort die zich ongeveer op eenzelfde moment van onze evolutionaire stamboom afsplitste als deze twee gekende verwanten, namelijk zo’n 800.000 jaar geleden. Het DNA van de andere onbekende menssoort – in het onderzoek als ‘super-archaïsch’ bestempeld – kwam via de denisovamens onze genoom binnen. Het gaat om een soort mensachtige ontstaan uit een genetische lijn 1,8 miljoen jaar geleden. Die zou zich 200.000 jaar geleden ergens in het huidige Azië of Europa met denisovamensen hebben voortgeplant. Die laatste bracht op zijn beurt een heel kleine fractie van dit super-archaïsch DNA bij de moderne mens binnen.
Zo blijkt de menselijke evolutionaire geschiedenis steeds minder een stamboom, maar gaat het eerder om een web met complexe verbindingen.
Meer lezen kan hier.