Gelegaliseerde belastingontwijking op basis van een foute ideologie

Wie het heeft over een ‘fiscaal paradijs’, denkt aan exotische oorden als de Bahama’s, Bermuda of de Kaaimaneilanden, maar ook EU-lidstaten België en Nederland zijn voor multinationals belastingparadijzen. Dat komt door de enorme mazen in hun wetgeving omtrent de vennootschapsbelastingen.

Hoe werkt dat: een multinational schrijft mee aan (voorbereidende) wetgeving conform de richtlijnen van het OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) om belastingontwijking tegen te gaan. Regeringen implementeren die wetgeving in hun fiscaal systeem. Daaruit blijkt dan vervolgens al jaren dat bijvoorbeeld het Brits-Nederlandse Shell in België en Nederland nagenoeg geen winst maakt, omdat de ‘kosten’ daar hoger zijn dan de ‘opbrengsten’. Maar in de Bahama’s, waar geen winstbelasting wordt geheven, weten 37 Shell-medewerkers tussen 2018 en 2023 een winst van $ 6,2 miljard te genereren. De feitelijke – maar boekhoudkundig weggewerkte – winst van Shell in Nederland wordt daarentegen geschat op € 1.1 miljard. En dat gaat nog alleen over de multinational Shell; volgens Deepseek zijn in Nederland 20.200 buitenlandse multinationals actief en 11.300 Nederlandse, en Nederland is niet alleen voor Shell fiscaal zeer tolerant.

Echter, het probleem is niet dat multinationals als Shell de OESO-regels weet te omzeilen. De fundamentele kwestie zijn de regels zelf die dit toelaten. Het doel van een multinational is om winst te maximaliseren en dat een dochteronderneming (zoals die van Shell op de Bahama’s) uitsluitend worden opgericht om belastingen legaal te ontwijken. Het veronachtzame doel van onze regering is eerlijk en naar redelijkheid belasting te heffen om het binnen geharkte gemeenschapsgeld aan nutsvoorzieningen te kunnen besteden. Nu is juist dáár altijd te weinig geld voor, waardoor we al decennia te maken hebben met sociale inleveringen voor de gewone huishoudens (huishoudens waarbij inkomen uit arbeid geworven wordt). In de volksmond heten deze sociale inleveringen ‘hervormingen’.

De huidige Nederlandse regering onder leiding van liberaal Rob Jetten (D66) is – net als de Belgische federale regering met rechtsliberalen (NVA en MR), christen-democraten (CD&V en Les Engagés) en de Vlaams sociaal-democraten (Vooruit) – niet van plan om deze regels aan te passen. Erger nog, zij verdedigen het huidige systeem van vennootschapsbelastingen. Dat een Nederlandse minderheidscoalitie van centrumliberalen (D66), rechtsliberalen (VVD) en conservatieve christen-democraten (CDA) deze wantoestand blijft tolereren, valt ideologisch nog te vatten, maar ook vorige coalities met de sociaal-democratische PvdA als coalitiepartner hebben dit nooit aangepakt. Jeroen Dijsselbloem was als laatste PvdA-minister van financiën (2012-2017) eveneens een openlijk voorstander van deze wanpraktijk. Zo moeten we ons afvragen wat nog sociaal-democratisch is aan de PvdA en Vooruit.

Met unitaire belastingheffing zouden de betrokken landen eindelijk hun eerlijke deel van de belasting kunnen krijgen. SOMO, de Nederlandse Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen die 200.000 vertrouwelijke documenten van oliegigant Shell heeft geanalyseerd en daarover heeft gerapporteerd, schrijft dat de OESO-regels nu niet meer dan een rookgordijn zijn en besluit: “Het enige wat nu nog nodig is, is politieke wil”. Daar is voorlopig met de huidige regeringen geen sprake van. Dit systeem dat grote bedrijven toelaat massaal belastingen te ontwijken, is niet het gevolg van een of andere economische logica. Het is een ideologische keuze. Wanneer er politieke wil zou bestaan om deze praktijk aan te pakken, is een handleiding reeds voorhanden. Er bestaat immers al een internationaal kader dat kan worden overgenomen: de ‘UN Framework Convention on International Tax Cooperation van 2024’.

Het oorspronkelijke artikel lezen kan hier.