Over Navi Pillay, die onlangs de Nobelprijs voor de Vrede toegekend kreeg

Het vuur van de Zuid-Afrikaanse Navanethem (Navi) Pillay (* 1941) brandt hard: geen haardrooster of water houdt het in toom. Ze groeide op onder een apartheidsregime, met ongeschoolde Indiase Tamil-ouders, die er alles, maar dan ook alles aan deden om hun dochters naar school te laten gaan. Leerkrachten zagen haar intellectuele vermogens. Een hele gemeenschap spaarde geld bijeen om haar te laten studeren. In 1967 richtte ze haar eigen advocatenkantoor op in de voormalige Zuid-Afrikaanse provincie Natal. Ze was daar de eerste vrouw, die advocaat was, en tevens de eerste niet-blanke vrouw, omdat geen enkel ‘wit’ advocatenkantoor haar wilde aannemen vanwege haar huidskleur. In die praktijk verdedigde ze activisten, die tegen de apartheid streden. Later zette ze haar studie voort aan de Harvard-universiteit, waar ze in 1982 een masterdiploma en in 1988 een doctoraat in de rechtswetenschappen behaalde. Ze was vanaf 1995 ook de eerste vrouw van kleur in het Hooggerechtshof, rechter in het Rwandatribunaal van het Internationaal Strafhof en voorzitter van de VN-Onderzoekscommissie voor de bezette Palestijnse gebieden en Israël. Ze is nu 85 en haar vuur is nog steeds niet gedoofd.

De rechtsstaat is wat een samenleving menselijk, stabiel en wijs houdt; nationaal èn internationaal

Deze Zuid-Afrikaanse juriste en mensenrechtenactiviste kreeg dit jaar de Nobelprijs voor de Vrede. Veel teveel media-aandacht ging daarbij naar de sneer, die het Nobelprijscomité daarmee zou hebben uitgedeeld aan de venijnige, verongelijkte ‘vredespresident’ Donald Trump, die de keel wil dichtknijpen van hetzelfde Strafhof waar Pillay het proces inleidde tegen de rebellen, die van het Congolese Bogoro een bloedbad maakten. Veel te weinig aandacht ging naar wat deze laureaat verpersoonlijkt, te weten het recht en de rechtsstaat; in plaats van een brute macht.

Het Nobelprijscomité prijst Pillay om haar toewijding aan universele rechtsprincipes en haar stevige moreel kompas. “Internationaal recht is niet langer een bijkomstigheid (…), maar een absolute noodzaak”, zei het Nobelprijscomité. Dit is een boodschap tegen het wijdverbreide onrecht (de genocidale terreur, het seksueel geweld in Oost-Congo, Oekraïne, Palestina en Soedan en op de slagvelden), waar wij veilig thuis naar kijken om dan bij het – elektrisch – haardvuur te kruipen met een kop warme chocomelk. Het gaat hier om wat het recht voor elk van ons kan betekenen, te weten een wapen tegen misbruik en uitsluiting, en een opstap naar een leven van betekenis. “De rechtsstaat is wat een samenleving menselijk, stabiel en wijs houdt”, zei het comité nog, “nationaal èn internationaal”.

Dat morele kompas van Pillay is verwoord in constitutionele principes. Het zijn morele waarden, die door een hele gemeenschap zijn gedragen en in recht zijn gegoten om ze afdwingbaar en onwrikbaar te maken. Een leidraad en een rem voor ministers, presidenten en wetgevers. Dat wordt wel eens uit het oog verloren, wanneer zij de toegang tot de rechter dichttimmeren, schouderwapens bestellen om boze betogers in te tomen, onze huizen willen binnenvallen om ergens mee schoon schip te maken en zichzelf een vrijbrief willen geven om verenigingen, die hen in de weg staan, lam te leggen. Verder lezen kan hier of hier.

In een andere context zegt een voormalig gedetineerde in zijn ervaringsverhaal over het abominabele Egyptische rechtssysteem: “Ik ben het niet eens met hoe deze wereld in elkaar zit, maar misschien is dat ook een goede zaak. Iedereen zou dagelijks bij zichzelf moeten nagaan of hij of zij wel genoeg ghurba* voelt. Wanneer je je op de keper beschouwd thuis voelt in jouw maatschappij, dan ben je er [immers; GjH] medeplichtig aan” (lees hier zijn hele verhaal). Deze gedachte is mij op het lijf geschreven: ik ben het al heel lang elke dag niet eens met de keuzes, die onze Nederlandse en de westerse wereld, die wij vormgeven, maakt. Als pacifist en socialist voel ik mij – naar Annie M.G. Schmidt in “Pluk van de Petteflet” zelfs een ‘uitgestorven vogel’. Dat is natuurlijk onzin, want er zijn ook hier meer mensen, die redeneren zoals ik. Zo iemand als Navi Pillay lijkt mij een van hen, voor mij zelfs een voorbeeld, want aan haar vuur kan ik niet tippen, dus wat geweldig fijn om over haar gedachtegoed en memoires te lezen.

* ‘Ghurba’ is Arabisch en betekent zowel ‘ver van je thuisland zijn’ als ‘verbanning’ of ‘vervreemding’.

Geef een reactie