Racisme

“Wat kijk jij vrolijk”, was zijn openingszin. We raakten aan de praat. Ik was blij verrast weer eens met het uitdrukkelijk ‘jij’ aangesproken te worden. Dat was lang geleden. En het gebeurt me niet vaak dat iemand zo straight ingaat op wat hij van mij denkt te zien.

Wij wisselden onze leeftijden uit. Dat kwam ter sprake omdat hij dacht even oud als ik te zijn, terwijl ik hem 20 jaar jonger schatte. Hij bleek 10 jaar jonger.

Wat hem dwars zat was racisme. Hij traint al meer dan 33 jaar voetbaljeugd. Vanuit die ervaring vroeg hij mij: “Waarom zijn kinderen helemaal niet racistisch, maar worden mensen dat haast allemaal wel als zij de puberteit bereiken?” Als ervaringsdeskundige kon ik hem over racisme wel iets vertellen; immers, ik ben ook racistisch al probeer ik daar weerstand tegen te bieden. Wanneer ik iemand tegenkom, scan ik razendsnel: man of vrouw? En bijzondere kenmerken neem ik ook direct op: leeftijd, postuur, uitstraling. Ik herken me in die zin in Don Tillman, de hoofdpersoon in de roman “Het Rosie Project” van Graeme Simsion, die bij iedere kennismaking BMI, geslacht en leeftijd schat. Uiteraard zijn gezicht, haardracht, huidskleur, kleding, lichaamslengte, mobiliteit en uitstraling ook van die opvallende kenmerken, wanneer iemand in die opzichten geen grijze muis is.

Het zou mij niets verwonderen wanneer iedereen dat doet.

Het is zoals het is, dat we geneigd zijn elkaar te bestrijden op basis van verschillende ethiek, normen, rituelen, tradities, uiterlijke kenmerken, waarden en wetten, en niet zoals het ethisch beter verantwoord zou zijn. Ook al zijn mensen voor ethisch handelen volgens mij intelligent genoeg.

Racisme. In de Nederlandse media worden mensen vaak benoemd en gediskwalificeerd alsof zij ingezetenen zijn van hun land van herkomst of dat van hun ouders of grootouders (Marokkanen) of alsof zij vertegenwoordigers zijn van een religie (Moslims). Die framing ergert mij. En met de steeds herhaalde standpunten over de zwartheid van de knechten van Sint Nicolaas juist achter ons, meestal zonder op sociale media een oor te hebben voor andere opvattingen, dacht ik natuurlijk de afgelopen tijd ook wel na over racisme. Mengde me zelfs even in de pietendiscussie op Facebook.
Vanuit de biologie meende ik hem wel iets over racisme te kunnen zeggen:
Ik denk dat kinderen fluïde zijn in hun gedrag. Zolang iemand afhankelijk is van anderen, is het voor de overleving van belang om meegaand te zijn en geen weerstanden in stand te houden of op te bouwen. Daarom kan er zo intens van kinderen gehouden worden, denk ik.
Eenmaal op de leeftijd van en in staat tot voortplanting wordt een ander evolutionair mechanisme in werking gezet, te weten het ontwikkelen van sympathie voor de individuen van sommige groepen mensen, terwijl andere groepen mensen ‘vreemden’ blijven.

Ik geloof niet dat er een andere diersoort is, die zich zo kwaadaardig tegen zijn soortgenoten gedraagt als mensen. We weten van enkele huidige conflictgebieden en van genociden in de laatste eeuw, maar dat mensen al sinds mensenheugenis percentages van de gehele mensheid aan hun erbarmelijk lot overlieten, uitbuitten of uitroeiden is, hoewel minder bekend, wel de geschiedenis van de mensheid. Wat racisme betreft is er niets nieuws onder de zon. Helaas.

Ik verklaar dergelijke misdragingen van mensen tegen mensen vanuit een ‘rationeel overlevingsprincipe’ dat met de op Charles Darwins’ veronderstelde evolutieleer samenhangt: de instandhouding van de soort gaat boven de instandhouding van de individu. Hoewel mensen biologisch allemaal tot dezelfde soort behoren, gedragen mensen zich rationeel als soortgroepen. Wij zijn sterk geneigd in ‘wij’ en ‘zij’ te denken. In een wereld waarin ‘de natuur’ en ‘de elementen’ het grootste overlevingsgevaar vormden zou dat onpraktisch zijn. Maar mensen hebben het meest met mensen te winnen en van mensen te duchten. Primair zullen mensen voor hun overleving waarschijnlijk meer gediend zijn geweest met een ongebreidelde menging van herkomsten, ideeën en rassen dan het denken in ubermenschen en untermenschen. Echter, de praktijk is dat eerder op aarde rondlopende mensensoorten, zoals de homo erectus, homo heidelbergensis, homo neanderthalensis en nog zo een stuk of elf, verdwenen zijn. Het is niet denkbeeldig dat de huidige mensensoort, homo sapiens, daarin een hand gehad heeft. Zoals de evolutie zich tot nu toe voltrokken heeft tot de dag van vandaag zullen de evolutionaire mechanismen nog tienduizenden jaren blijven werken. Het is zoals het is, dat we geneigd zijn elkaar te bestrijden op basis van verschillende ethiek, normen, rituelen, tradities, uiterlijke kenmerken, waarden en wetten, en niet zoals het ethisch beter verantwoord zou zijn te handelen zoals vastgelegd in een stuk of 15 verdragen van de Verenigde Naties. Ook al zijn mensen voor ethisch handelen volgens mij intelligent genoeg.
Hij was niet blij met mijn verhaal. Ik ook niet.

Over wat te doen tegen racisme verschilden we van mening. Hij bepleitte een maatschappelijke stage, zodat mensen uit verschillende bevolkingsgroepen meer met elkaar in contact zouden komen. Vanuit mijn militaire diensttijd heb ik zo’n hoopvolle ervaring allang laten varen. Alleen voor werkgevers is een maatschappelijke stage interessant: nòg goedkopere arbeid zonder tegenprestatie of verplichtingen. Ik geloof dat racisme het best bestreden wordt door onze perspectieven beter te verdelen; verdeel allereerst betaald werk en inkomens (koopkracht) beter, zodat we allemaal gelijkere kansen op een goede kwaliteit van leven krijgen. Pas dan hebben mensen minder van elkaar te duchten dan nu het geval is.
En stop ermee de ogen te sluiten voor wat mensen buiten ‘ons’ gezichtsveld aan vreselijks elkaar aandoen.
Stop met vooroordelen tegen hele bevolkingsgroepen te blijven rondbazuinen.
Besef wat we heel goed weten: dat elk mens uniek is en in essentie hetzelfde nastreeft.

Hoewel dat misschien al wel wat veel gevraagd is, was er nog een opmerkelijk verschil tussen hem en mij. Hij had het over Nederland; ik heb het over een mondiale kwestie die wat mij betreft heel snel om actie vraagt en ik vind zo’n verdeling van rijkdom snel nodig zodat ieder nu levend mens op aarde perspectief krijgt op een goed leven.

De burger heeft behoefte aan ideologie, ook al weet-i dat niet

Pensioengerechtigden worden gekort op hun pensioen, waarop bovendien pas op latere leeftijd recht bestaat dan eerst. Werknemers hebben steeds minder te besteden. Werkzoekenden worden gekort op hun uitkering. En voor iedereen, met een inkomen onder een zekere inkomensgrens, lopen de schulden op, terwijl aandeelhouders en miljardairs ongegeneerd binnenlopen. Dit is mijn economische karikatuur van onze samenleving.

‘De burger’ is door de ontwikkelingen binnen onze samenleving ontevreden. En hoe uit hij als ‘electoraat’ zijn frustraties hierover: door een tegenstem en angstvallig vast te houden aan de zwartheid van Piet. India zegde in augustus jl. 57 handelsverdragen op uit frustratie over de arbitragehoven waar bedrijven steeds exotischer claims aanhangig maakten. Vorige maand leek Wallonië even op het Gallische dorpje uit Asterix en Obelix, dat dapper weerstand bood aan het grootkapitaal toen de socialistische regering weigerde het CETA-verdrag met Canada te ondertekenen. Het TTIP-verdrag tussen Europa en de Verenigde Staten stond al op losse schroeven en lijkt met de in januari a.s. te installeren Amerikaanse president Trump definitief van de baan. Handelsbeleid lijkt niet langer een onderonsje tussen technocraten, maar een zaak waar de burger zich mee wenst te bemoeien. Zo koos de Nederlandse burger ooit tegen de Europese Grondwet, en onlangs tegen het Oekraïneverdrag, de Engelse tegen een Bremain en de Amerikaanse tegen Hillary Clinton. Of voor Donald Trump, wie zal het zeggen?

En wanneer CETA geratificeerd wordt, hoeven Amerikaanse bedrijven alleen maar een vestiging in Canada te openen – als ze die daar al niet hebben – om met CETA conform TTIP in de watten gelegd te worden.

Zoals ik de Nederlandse politiek volg, lijkt bovenstaand besef bij onze politici nog nauwelijks doorgedrongen. Daardoor voorzie ik dezelfde reacties na 15 maart 2017, wanneer de PVV een historische verkiezingswinst haalt, als waar we in de media na 8 november jl. na de Amerikaanse presidentsverkiezing getuigen van mochten zijn.

Het ligt dan ook in de aard van mensen om als de oplossing van een probleem niet werkt, meer van dezelfde oplossing aan te bieden in plaats van nieuwe oplossingsrichtingen te zoeken. Tijdens de campagnes worden we ineens allemaal toegesproken als ‘hardwerkende Nederlanders’ waarnaar geluisterd moet worden en die respect verdienen. En na de verkiezingsuitslag moet ons ontslagrecht nòg verder afgebouwd worden en mogen we misschien wel 150 km/uur op snelwegen gaan rijden. Het eerste is vrijwel zeker, het laatste ongewis; wie zal het zeggen?

De zogenoemde ‘vrijhandelsakkoorden’ tussen staten (CETA, NAFTA, TTIP en TTP) zijn in werkelijkheid protectionistische bedrijfsovereenkomsten om de privileges van investeerders tegen de inmenging van democratische overheden te verhinderen. Ik heb hier al eerder betoogd dat het doorgaan met onderhandelen, nadat ISDS op tafel kwam, in mijn ogen verraad is aan ons; aan onze democratie. Maar, terwijl de zwartheid van Piet emotionele gevoelens opwekt, bespeur ik over dit werkelijke verraad van onze gedeelde waarden nagenoeg geen ophef. Vandaar dat ik geen enkele positieve verwachting heb van de Nederlandse mainstream-politieke partijen, die CETA en TTIP blijven framen als ‘vrijhandelsakkoorden; goed voor banengroei en de economie’.

Ik geloof er niets van dat de heer Wilders in deze problematiek uitkomst biedt.

Het zijn geen ‘akkoorden’ en ze gaan nauwelijks over ‘handel’. Ze zijn (CETA) en worden (TTIP) in het grootste geheim onderhandeld tussen juridische adviseurs van de financiële sector, die van grootbedrijven/multinationals en vertegenwoordigers van de betrokken staten en gaan over de bescherming van privileges en rechten van investeerders. Deze verdragen beogen een verzekering voor grote investeerders tegen elk risico op overheidsinmenging voor zaken zoals
> de bescherming van de consument,
> het behoud van culturele rechten,
> de bescherming van de kleine en middelgrote ondernemingen,
> de bescherming van kleine zelfstandigen,
> de bescherming van zelfstandige landbouwers,
> de bescherming van het leefmilieu,
> sociale bescherming en
> de bescherming van voedselveiligheid.
Dat zijn immers allemaal zaken die de investeringen van deze bedrijven kunnen schaden en hun winsten kunnen doen afromen.

Dat deze bedrijven stuk voor stuk te groot worden om failliet te gaan en dus in geval van nood staatssteun nodig hebben, dat de werknemers het met steeds minder rechten moeten doen, dat de werkzoekenden vrolijk kunnen blijven zoeken, dat de zelfstandige ondernemer naast de multinational op deze manier weggeconcurreerd wordt; dit alles blijft in alle politieke beschouwingen onbesproken. Het is gebeurd, het gebeurt. En wanneer iemand dit zegt, wordt hij een pessimist genoemd die de economie niet begrijpt (maar die de gevolgen van ons economisch beleid wel maandelijks ervaart bij het moeten rondkomen). “Goed voor de multinational is goed voor iedereen”, zeggen de mainstream-economen en politici hier al jaren terwijl de realiteit voor de burgers een heel andere is.

Voor de ernst van TiSA heb ik in dit stukje geen tijd, maar dat is zo mogelijk nog gevaarlijker vanwege het niet kunnen terugdraaien van TiSA-besluiten.

Wat mij betreft zou de campagne voor onze Tweede Kamerverkiezingen dus meer over inhoud moeten gaan. De humanitaire ramp, welke zich momenteel in Griekenland afspeelt, laat het werkelijke gezicht van de Europese Unie en haar geldschieters ECB en IMF zien. Hoewel we niet diezelfde kant op willen, lijken we door de blindheid van de mainstream-politieke partijen hard op weg om de toekomst voor de generaties na ons er een te maken naar EU-Grieks-model van “kop houden, doe wat je opgedragen wordt in de tijd die je krijgt en anders hang je.” En ik vraag me sterk af of de PVV hier nu wel het juiste antwoord op heeft. En ik vind dat zij op de ontevredenheid van de burger niet een juist antwoord geeft, omdat er in dit tijdgewricht volgens mij juist snel iets echt constructiefs nodig is.
Ik bedoel: Ik geloof er niets van dat de heer Wilders in bovenstaande problematiek uitkomst biedt. Maar CDA, D’66, PvdA en VVD ook niet. Dat is volgens mij hetzelfde probleem als waar veel Amerikaanse kiezers zich 8 november voor geplaatst zagen. Zij kozen liever voor een verderfelijke ideologie dan zich te blijven voegen naar het steeds ongeloofwaardiger praatje dat wat goed is voor de economie, goed is voor iedereen.

Bronnen: “Eerst m’n baan terug! Vrijhandel, het heilige neoklassieke huisje” door Jaap Tielbeke in De Groene Amsterdammer via http://www.groene.nl op 23 november 2016 en “TPP-TTIP out? Leve TiSA-CETA!” door Lode Vanoost in De Wereld Morgen via http://www.dewereldmorgen.be op 25 november 2016.

Dit, overigens, is mijn 50ste blog op deze website.

Trump – Wereld: 1 – 1

De – waarschijnlijk – meest onvoorspelbare president van de Verenigde Staten van Amerika (Amerika) ooit heeft aangekondigd op zijn eerste presidentiële werkdag het Trans-Pacifisch Partnerschap (TTP) op te zeggen. Dat kan omdat het Amerikaanse Congres TTP wel ondertekend, maar nog niet geratificeerd heeft.

Wat nu eenmaal al jaren in alle politieke besluitvorming mist is de vraag wat voor ons welbevinden noodzakelijk is en wat de gehele mensheid nodig heeft…

Anders dan Trumps eerdere aankondiging over het stopzetten van het gevolg geven aan het bereikte op de Klimaatveranderingconferentie COP21 in Parijs (en onlangs bij COP22 in Marrakesh), juich ik dit besluit over TTP toe. Dit soort verdragen, die eufemistisch aangeduid worden als ‘handelsverdragen’ en ‘vrijhandelsverdragen’, dienen volgens mij alleen de belangen van multinationals en hebben niets te maken met alle moois dat er omheen geframed wordt. Ze verzekeren de winsten van grootbedrijven, want wat niet als winst verworven wordt, kan als greep in de schatkisten van deelnemende landen opgeëist worden indien nationale wetten dieren, mensen, milieu, natuur of rechten behartigen die ondernemers iets gaan kosten. Zo draait altijd de burger (in verkiezingstijd strelend aangeduid als ‘de hardwerkende Nederlander, Belg, etc.’, die met overeenkomsten als CETA en TTIP en alle neoliberaal beleid, waaronder loonmatiging en steeds verdere afbouw van het ontslagrecht, even meedogenloos in de steek gelaten wordt) op voor alle kosten die van ‘algemeen nut’ zijn. Want – als bekend – gaan grootbedrijven alleen voor optimale winsten en dragen multinationals nagenoeg geen belastingen af. Daar zijn ze multinational voor; net als om in dat land te vervuilen waar milieuwetgeving het ruimst is en daar de arbeidsintensieve processen te laten plaatsvinden waar arbeiders de minste rechten hebben om vervolgens goedkoop onze handelsmarkt te verzieken met eieren, energie, gadgets, geld, granen, groenten, olie, steenkolen, vlees en wat dies meer zij.

Australië, Nieuw-Zeeland en Japan zouden zijn geschrokken van deze aankondiging, alsof landen kunnen schrikken. Hoe erg zou het zijn voor de mensen daar als u en ik wanneer de belangen van grootbedrijven in die landen geschaad worden, vraag ik me dan af. Wat nu eenmaal al jaren in alle politieke besluitvorming mist is de vraag wat voor ons welbevinden noodzakelijk is en wat de gehele mensheid nodig heeft en hoe hetgeen er is en gemaakt kan worden op een ethisch verantwoorde manier te verdelen.

Bron: “Partners VS schrikken van torpederen handelsverdrag” door de redactie Buitenland van de Nederlandse Omroepstichting via http://nos.nl op 22 november 2016.

What’s in the name…

Het gebeurt niet vaak dat ik overdag een boek lees. Overdag is bij mij meer om ‘te doen’. Met het boek “De kanarie in de kolenmijn” van Ewald Engelen en Marianne Thieme ging dat anders. Afgelopen week las ik beide boeken met dezelfde titel overdag uit.

Het ministerschap in Nederland zou je kunnen zien als een stage om na afloop bij een grootbedrijf ver boven de Balkenende norm te kunnen incasseren.

Ik had het boek pas geleden gekocht tijdens een presentatie van de schrijvers in Utrecht. Thieme hield ons die avond voor dat een planeetbrede aanpak nodig is om de problemen, die veroorzaakt worden door te massale oogsten, uitputting van de aarde en omgevingsvervuiling, het hoofd te bieden. Zij vertelde erbij dat we daarvoor fundamenteel anders moeten gaan denken. Zo moeten we volgens Thieme bijvoorbeeld af van korte termijndoelen zoals groeicijfers, kwartaalcijfers en ad hoc overheids- en regeringsbeleid.

Terwijl ik deze week haar bijdrage aan ‘De kanarie’ las, werd het onderzoek van het RIVM gepresenteerd over de effecten van het verhogen van de maximum snelheid op Nederlandse snelwegen. Slechts 5,5% van de onderzochte trajecten, waar nu 130 km/u gereden mag worden, was vuiler dan in 2010, en op de overige 94,5% van de trajecten was de lucht schoner. Tot hier goed nieuws, zou je denken. In de toelichting viel het masker van minister Melanie Schultz van Haegen (VVD), die ook de baas van het RIVM is: doordat auto’s schoner zijn gaan rijden wordt het meer vervuilende effect door harder te rijden ‘onder de streep’ meer dan gecompenseerd. Doel is bij deze minister niet er ‘alles aan te doen wat we kunnen’ om de afspraken van de klimaattop COP21 in Parijs na te komen. Bovendien staan naar mijn mening tegenover de extra vervuiling door het verhogen van de maximumsnelheid alleen de winst dat Nederlandse automobilisten hooguit 5 minuten eerder op hun bestemming zijn: tijdwinst, ook zo’n korte termijndoel.

Engelen besprak in zijn bijdrage aan de avond de huidige politieke schizofrenie van aan de ene kant en in het klein goede en leuke initiatieven stimuleren en aan de andere kant in het groot meer van hetzelfde nastreven. Daaruit blijkt volgens hem (en mij) dat politici geen zicht hebben op de oorzaak van de problemen waarmee we kampen: het grote geld regeert, waardoor juist de grote problemen zoals verspilling en vervuiling niet aangepakt worden, maar ieder wel een waterbesparende douchekop wordt aangepraat. Politiek is te ver van burgers af komen te staan. Het ministerschap in Nederland zou je kunnen zien als een stage om daarna bij een grootbedrijf ver boven de Balkenende norm te kunnen incasseren. Zo zei Engelen het niet, maar zo begreep ik hem wel. Van ‘democratie’ zijn we in een ‘corpocratie’ terecht gekomen. Dat zei hij wel. En nog veel meer interessants.

‘De kanarie’ is een boek voor iedereen, die durft na te denken wat voor ons nageslacht juist is vandaag te doen.

Terwijl ik deze week zijn bijdrage aan ‘De kanarie’ las, werd Donald Trump gekozen tot 45ste president van de Verenigde Staten van Amerika (hier verder met ‘Amerika’ aangeduid). Achteraf logisch. Had Barack Obama 8 jaar geleden zijn presidentschap niet verworven met de belofte “Yes, we can”? Die droom is voor veel Amerikanen niet uitgekomen:
· 1 op de 6 Amerikanen, bijna 50.000.000 in totaal, leeft op of onder de armoedegrens van krap $ 500 per maand,
· Ruim 45.000.000 Amerikanen zijn in hun levensonderhoud afhankelijk van voedselbonnen,
· 1 op de 100 volwassen Amerikanen – een wereldrecord – zit in de gevangenis,
· 46 van de 50 Amerikaanse staten balanceren op het randje van faillissement,
· Amerika heeft met 17% van het bruto binnenlands product (bbp) het duurste zorgstelsel per hoofd van de bevolking,
· Amerikanen hebben samen ongeveer $ 1.800.000.000.000 aan studie- en creditcardschulden; de hoogste schuldenlast ter wereld,
· Amerika is economisch het meest ongelijke land van de Westerse wereld; de kloof tussen rijk en arm is zo groot dat de rijkste 1% 40% van de welvaart bezit,
· Amerika is met $ 900.000.000.000 dollar per jaar nummer 1 in wapenexport,
· Amerika telt meer wapens dan inwoners: 112 wapens per 100 inwoners,
· Het defensiebudget van Amerika is met $ 700.000.000.000 per jaar hoger dan dat van Afrika, Europa en het Midden-Oosten bij elkaar en
· Amerika is volgens de Wereldgezondheidsorganisatie nummer 33 in levensverwachting.
Is het dan vreemd dat mensen, die verandering zeggen te brengen, zoals Bernie Sanders* en Donald Trump, hoger scoren** dan mensen die meer van hetzelfde zullen brengen zoals Hillary Clinton? En dat geldt ook voor de dagelijks groeiende groep ontevredenen in de Europese Unie en in Nederland.

Ik bedoel hiermee te zeggen dat na 40 jaren gepropageerd neo-liberaal beleid door conservatieve, door linkse en door rechtse politieke partijen ook in Nederland het geduld opraakt. Terwijl voor multinationals, die hier actief zijn, al 40 jaren de wegen vrijgemaakt worden om onbelast en vrijelijk hun gang te gaan worden voor mensen als u en ik het leven duurder, perspectieven steeds onzekerder en de schulden hoger: hogere lasten en – zoals mij laatst vanwege het ‘eigen risico’ deed besluiten – verminderde toegang tot de gezondheidszorg. Uiteraard wensen steeds meer mensen een radicaal ander beleid. Hierin schuilt volgens mij het bij referenda afwijzen van de Europese grondwet, het afwijzen van het verdrag met Oekraïne en de Brexit. En bij verkiezingen: de winst van de polariserende Trump en de winst voor Wilders met zijn eenmanspartij.

Ik adviseer iedereen, die durft na te denken wat voor ons nageslacht juist is vandaag te doen, ‘De kanarie’ te lezen. Ik verklap er graag over dat wat mij bij het lezen ervan duidelijk werd, is dat – vrij naar Engelen in dat boek – de Partij voor de Dieren van Marianne Thieme en de haren geen single-issue-partij is, maar de largest-issue-partij die je maar kunt bedenken. Dat is anders dan de partijnaam doet vermoeden.

Bronnen: “Lezing Ewald Engelen + Marianne Thieme – Kanarie in de kolenmijn” op 27 oktober 2016 in ‘Molen de Ster’ te Utrecht, “De kanarie in de kolenmijn” door Ewald Engelen en “De kanarie in de kolenmijn” door Marianne Thieme, beide in 2016 als één boek uitgegeven door Prometheus in Amsterdam en “De status quo heeft gisterennacht grandioos de Amerikaanse verkiezingen verloren” door Rob Wijnberg in De Correspondent via https://decorrespondent.nl op 9 november 2016.

Klik hier voor meer informatie over het boek.

* Bernie Sanders is naar verluid tijdens het campagnevoeren zowel door zijn Democratische Partij als door de mainstream-media tegengewerkt. By the way degenen die dat deden zullen zich nu wel afvragen hoe goed zij daaraan gedaan hebben, maar als hadden komt is hebben te laat. Dat geldt ook ons. Nu!
** Ik besef dat dit ‘kort door de bocht’ is. Feitelijker is de formulering: Clinton verwierf meer stemmen en Trump behaalde meer kiesmannen aan zijn zij. Lees het dus als ‘hoger scoren voor wat betreft het aantal kiesmannen, hoewel beiden nagenoeg evenveel stemmen haalde; Clinton nèt iets meer.’ De gevolgde redenering, die er op neerkomt dat ‘wie wind zaait storm zal oogsten’, gaat hier wèl onverminderd op.

De geschiedenis hoeft zich echt niet altijd te herhalen; maar daarvoor is algemeen politiek bewustzijn nodig

Dat mensen als u en ik nauwelijks een idee hebben van het internationaal verdragsrecht lijkt mij begrijpelijk. Onaanvaardbaar vind ik daarentegen de algemene onwetendheid over verdragen waarmee mainstream-media ons berichten. Daardoor krijgen u en ik geframede persberichten te horen en blijven onwetend over mogelijke en verwachte gevolgen en over wat er wel en niet gebeurd is bij de totstandkomen van verdragen. Zo krijgen degenen, die ons bij de opstelling, ondertekening en ratificering van verdragen vertegenwoordigen, volledig ‘vrij spel’ om te doen en te laten wat hen goed dunkt zonder de volgens de liberaal Thorbecke broodnodige ‘tegenmacht’.

Vanaf mensenheugenis tot het einde van de 19de eeuw zijn verdragen afgesloten zonder enige inspraak van de bevolking. De geleidelijke democratisering van de Europese natiestaten, die sindsdien in onze samenlevingen is ontwikkeld, heeft die inspraak beetje bij beetje mogelijk gemaakt. Zo is het parlementaire systeem – dat aan de democratie voorafging – geleidelijk onder invloed van de bevolking gebracht door uitbreidingen van het kiesrecht.

Toch zijn er 3 beleidsterreinen, die grotendeels aan de controle en inspraak van de bevolking ontsnappen:
buitenlandse zaken,
defensie en
de troon.
Zo komt het dat van onderhandelingen met buitenlandse mogendheden, waartoe ik hier ook de Europese Unie reken, de verdragen die daaruit voortkomen en de gevolgen van die afspraken inhoudelijk nagenoeg geheel aan de mainstream-media-aandacht ontsnappen. Hooguit wordt een ministerieel persbericht plichtsgetrouw samengevat voorgelezen.

Degenen die wél informatie over verdragsonderhandelingen vinden en wél te weten komen wat de inhoud en mogelijke impact van toekomstige verdragen is, komen vaak zeer bezorgd of uiterst ontstemd in beweging.

De neoliberale voorstanders van de actuele ‘verdragen ter bescherming van exclusieve rechten voor buitenlandse investeerders tegen elke mogelijke inmenging door maatschappelijke en openbare organisaties, overheden en parlementen’ – ik doel op CETA, TiSA en TTIP – deden er alles aan om gèèn media-aandacht te krijgen. Zij bereikten dat door 7 jaren strikte geheimhouding toe te passen en beraadslagingen te organiseren in hermetisch van de buitenwereld afgesloten ‘achterkamertjes’. Alleen door de – al dan niet zo bedoelde – actie van de Waalse gewestregering werd CETA door de mainstream-media en politici ‘ontdekt’; tot voor kort onbestaande media-aandacht zag even het licht. Ineens werden de ingenomen standpunten van de zo goed als passieve politici bekend en zichtbaar. Zelfs de grotendeels onwetende publieke opinie pikte wat informatie over CETA op.

Misschien heeft verzet tegen dit soort verdragen door deze aandacht nu een vaste plaats verworven in de media; ‘hoop’ is hier de vader van mijn gedachten. In elk geval was verzet – naast het als ‘belachelijk’ afdoen van het Belgisch staatsrecht* en hoe daarmee omgegaan is – voor velen even de toon: “Gaat het in CETA daarover!?! Dat klink niet best.

CETA is nu door Canada en alle EU-lidstaten ondertekend en moet nog geratificeerd worden. Wanneer minstens één EU-lidstaat CETA niet ratificeert, vervalt het gehele verdrag.

ACTA in 2007 en MIA in 2006 waren indertijd een zelfde lot beschoren. Om te bereiken dat minstens één lidstaat CETA niet ratificeert, is het nodig dat het maatschappelijk verzet ertegen onverminderd en zelfs geïntensiveerd doorgaat.

Ik hoop van harte dat de komende tijd voldoende maatschappelijk bewuste mensen effectief hun geluid zullen laten horen, want ik vrees na de EU-verdragen van Maastricht en Lissabon, die voor het alledaagse leven van heel veel EU-inwoners slecht uitpakken (waar mainstream-media en politici zelden of nooit aandacht aan schenken), dat CETA, TiSA en TTIP jarenlang een neoliberaal en pijnlijk litteken in ons maatschappelijk verkeer zullen veroorzaken. TiSA zelfs voor altijd, wat dat ook is.

Misschien is het zelfs nog erger: zoals het verdrag van Versailles (1919/1920) uiteindelijk 19 jaar later geleid heeft tot de Tweede Wereldoorlog (1939), zouden we momenteel met ‘Maastricht’, ‘Lissabon’, ‘Griekenland’, CETA en binnenkort TiSA en TTIP bezig kunnen zijn de geschiedenis, die in de eerste helft van de vorige eeuw plaatsvond, te herhalen**. Iets wat niemand indertijd wilde en iets wat niemand nu wil.

Laat het niet gebeuren!

Bron: “Verzet tegen CETA blijft ook na ondertekening even zinvol” en “Wallonië en CETA of de neoliberale nachtmerrie van democratische inspraak in de economie”; beide door Lode Vanoost van De Wereld Morgen via http://www.dewereldmorgen.be op respectievelijk 30 oktober 2016 op 21 oktober 2016.

* Lode Vanoost legt in zijn artikel van 30 oktober haarfijn uit hoe de ‘Conventie van Wenen over het verdragsrecht’ (1969) ertoe leidde dat uiteindelijk deelparlementen in België voor een hoop reuring over CETA zorgden. Klik hier voor dat artikel met een link naar de tekst van bedoelde Weense conventie. Een conventie die na de Tweede Wereldoorlog tot stand kwam om de mislukte vredesverdragen van na de Eerste Wereldoorlog voortaan te voorkomen. Want die mislukte verdragen zetten een reeks gebeurtenissen in gang met uiteindelijk de Duitse inval in Polen (1939) als gevolg.

** Zie voor deze waarschuwing mijn blog “Tegengif” van 7 oktober jl.. Daarin haal ik de gelauwerde Amerikaanse Nobelprijswinnaar econoom Joseph Stiglitz aan, die ons in zijn nieuwe boek “The Euro: How a Common Currency Threatens the Future of Europe” wijst op herhaling van een geschiedenis die niemand wil: Hier kunt u voor dat blog klikken om dan te scrollen naar 7 oktober 2016.

Aanvulling op het Nederlandse nieuws

Het is zaterdagavond 21 uur en pas een uur geleden nam ik de tijd me van het wereldgebeuren op de hoogte te stellen. Wederom las ik in de Nederlandse media niets over de grote dingen die op stapel staan; wel over allerlei kleinere en middelgrote zaken. Boeiend, fijn, erg, interessant, saai of tijdverspillend. Wederom vond ik pas bij onze zuiderburen artikelen met relevantie. Bijvoorbeeld wat er nu wel en niet door Ministre-Président de la Wallonie Bourgmestre de Charleroi Paul Magnette en de zijnen veranderd is aan CETA, dat volgens mij ten onrechte in alle media geframed wordt als een vrijhandelsverdrag.

In de eerste plaats is er niets veranderd aan de 1.598 pagina’s CETA-tekst. Voor het afstemmen van invoer- en uitvoertarieven zijn zoveel pagina’s echt niet nodig.

CETA gaat ook over zaken waar een weldenkend mens tegen kan zijn. Zaken als arbeidswetgeving, gezondheidszorg, kapitaalstromen, milieuzorg, patenten en een speciale rechtbank voor multinationals, waar zij het alleenrecht hebben om overheden aan te klagen terwijl in CETA is opgenomen dat nationale wetgeving dan niet telt. Én buiten nationale wetten om miljoenen, zelfs miljarden uit nationale schatkisten proberen te krijgen zodat hun winstverwachtingen linksom of rechtsom gehaald worden.

Het mag duidelijk zijn wie de lasten te dragen krijgt wanneer ExxonMobil, dat met – in goed Nederlands – Royal Dutch Shell een joint venture onder de naam Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) is aangegaan, 13 miljard claimt ter compensatie wanneer zij in de toekomst niet meer rond de Waddeneilanden mag boren.

De reeds bestaande ‘interpretatie’ aan CETA is de afgelopen dagen onder invloed van de Belgische ‘dwarsliggers’ verder uitgebreid. De juridische status van deze ‘interpretatie’ is onduidelijk. In elk geval zegt een jurist, die het Waalse deelparlement adviseerde: “Iedere keer [wanneer; GjH] de interpretatie in strijd zal zijn met het verdrag, zal het verdrag voorrang hebben.

Door het verzet van het Brusselse en het Waalse deelparlement werd in de ‘interpretatie’ opgenomen dat die rechtbanken, die zich bijvoorbeeld over de nog niet ingediende claim van Exxonmobil buigen omdat de NAM zijn gang nog mag gaan, anders samengesteld zullen worden: rechters zouden onafhankelijker worden en een ethische code opgelegd krijgen.

In CETA is opgenomen dat alle overheidsdiensten geliberaliseerd mogen worden, tenzij ze op een ‘zwarte lijst’ staan. De ‘interpretatie’, die daar nu aan is toegevoegd, is dat staten zelf mogen definiëren wat een openbare dienst is.

Er komt een nieuwe vorm van samenwerking tussen Canada en de Europese Unie waarin, buiten elke democratische controle om, speciale expert-groepen normen en standaarden voor voedselveiligheid zullen bepalen.

Zo’n 80% van de grootbedrijven in de Verenigde Staten van Amerika heeft een dochterbedrijf in Canada. Zo’n dochtertje van een Amerikaanse multinational krijgt via CETA toegang tot de Europese markt met alle daarbij behorende privileges. Magnette’s akkoord eist nu een ‘echte band met Canada’ van bedrijven om de CETA-privileges te krijgen.

Wat overigens 7 jaar lang niet kon, kon in oktober ’16 opeens wel: een breed debat waarin alle actoren, zelfs ik op het Museumplein in Amsterdam, hun stem konden laten horen. Dàt, eigenlijk alleen dàt is vooralsnog wat ik zie als winst van de Brusselse, Franstalige en Waalse opstelling.

Opeens hield het Europese establishment heel even wel (twee woorden) rekening met de bezwaren van consumenten- en milieuorganisaties, vakbonden en Belgische zorgverzekeringen. Tot op de Kaapverdische eilanden schreven kranten over de keerzijden van dit akkoord. In Amsterdam en Berlijn werd steun betuigd aan de Brusselse, Franstalige en Waalse opstelling. In Canada en Duitsland stapten burgers naar het Hooggerechtshof.

Maar de educatie was van korte duur. In Nederland is CETA geen nieuws meer; zojuist hoorde ik op de radio dat Max Verstappen weer een hot issue is. Hij heeft morgen op de Grand Prix in Mexico de derde startplek.

Bron: “Hoe nieuw is ‘Le nouveau CETA’?” door Line De Witte en Peter Mertens via http://www.dewereldmorgen.be op 28 oktober 2016.

Klik hier voor het artikel van Line De Witte en Peter Mertens.

Zo lang de zon schijnt…

Op 22 oktober jl. bevond ik mij op het Museumplein in Amsterdam om met 6 tot 8.000 anderen te tonen tegen ondertekening van ‘het vrijhandelsverdrag CETA’ te zijn. Een demonstratie heet zoiets. Tevoren had ik nog even met een vriend in de Van Baerlestraat koffie gedronken. Het Museumplein oplopend was overduidelijk dat de Socialistische Partij aanwezig was; dichterbij de massa bleek het een gemêleerd gezelschap van ex-Auschwitz/Birkenau-gevangenen, Foodwatch, Greenpeace, Milieudefensie en vakbonden en van Groenlinks, enkele vertegenwoordigers van de Partij van de Arbeid, de Partij voor de Dieren, als vermeld de Socialistische Partij en enkele politieke partijen die nog niet in de Tweede kamer zitten. En mensen zoals ik die namens zichzelf daar ‘protesteerden’.

Wat doen die oud-Auschwitz/Birkenau-gevangenen daar?” vraagt u zich misschien af. Zij waarschuwden voor mogelijk kwalijke uitwassen van marktdenken en kapitalisme door er op te wijzen dat het I.G. Farben-industriecomplex Buna indertijd achter de dwangarbeid van de gevangenen zat: tegen de laagst mogelijke kosten, te weten fysiek net in leven gehouden worden en overgeleverd aan volstrekte rechteloosheid en willekeur, leverden de gevangen hun arbeid voor dit bedrijf en andere bedrijven. Deze ex-gevangen zien parallellen met CETA en TTIP, waarin eveneens arbeidsrechten (beloning, ontslagrecht en uitkeringen) omwille van ongebreidelde winsten voor multinationals ingeperkt worden.

Lode Vanoost hekelt de term ‘vrijhandelsverdrag’ voor CETA en TTIP. Een meer accurate omschrijving vindt hij: ‘Verdragen ter bescherming van exclusieve rechten van buitenlandse investeerders tegen elke mogelijke inmenging door openbare overheden, parlementen en maatschappelijke organisaties’.

Dit vast redactielid van De wereld Morgen vindt het ook wel wat lang, maar zo’n titel dekt de lading van de 1.598 pagina’s tekst juister dan een term die riekt naar gemakkelijker handel.

Ik vrees dominantie van grootbedrijven over economie en politiek, doordat overheden hun mogelijkheden opzeggen om arbeiders, dieren, gewone mensen, klimaat, milieu, (tarieven voor medicijnen en binnen de -) gezondheidszorg en de zwakkere mensen in de samenleving tegen knechting, misleiding en uitbuiting te beschermen. Sterker, onder dreiging van miljardenboetes door grootbedrijven, die zelf nauwelijks belasting afdragen, beschermen die bedrijven zich met CETA, TiSA en TTIP tegen wat zij ‘onbetrouwbare overheden’ noemen; maar wat overheden zijn die het – wellicht op basis van voortschrijdend inzicht – opnemen voor wat van ‘algemeen belang’ is. Wanneer die boetes betaald worden, resteert nòg minder geld voor het algemeen belang dan nu al onder het Verdrag van Maastricht mogelijk is.

Veel mensen hebben geen idee over wat CETA, TiSA en TTIP inhouden en laten zich leiden door de misleidende naam die naar vrijhandel verwijst en door de schamele mededelingen over dit soort verdragen via onze media. Net zo min hebben zij een idee erover hoe ons dagelijks leven beïnvloed wordt door het Verdrag van Maastricht (1992) en het Verdrag van Lissabon (2007). Zolang de zon schijnt, smaakt een biertje buiten in de tuin of op het terras lekker.

Ik maak mij zorgen, ondermeer over dit soort onethische verdragen. Ik maak mij zorgen, omdat kennelijk zelfs zulke maatregels door onze volksvertegenwoordigers niet resoluut van de onderhandelingstafel geveegd zijn.

Voor mij is het dus geruststellend dat de Franstalige deelparlementen de afgelopen dagen dwars zijn blijven liggen. Het is de vraag of zij dat tot donderdag, de dag dat het verdrag door ‘Canada’ en ‘de EU’ ondertekend zou worden, volhouden. Steekhoudend leek mij de opmerking van de minister-president van het Franstalige deel van Wallonië Paul Magnette, die het ondemocratisch vindt om zijn regering zo onder druk te zetten. In de ogen van ‘zijn’ minister van Energie, Huisvesting, Lokale Besturen en Steden Paul Furlan is een deadline geen manier van onderhandelen. En het fijne weet ik er natuurlijk ook niet van, maar voor degen die denken dat ‘de Walen’ dan eerder aan de bel hadden moeten trekken: de socialistische regeringspartij PS zegt dat hun vragen over het verdrag al twee jaar onbeantwoord blijven.

Bronnen: “Wallonië en CETA of de neoliberale nachtmerrie van democratische inspraak in de economie” door Lode Vanoost via http://www.dewereldmorgen.be op 21 oktober 2016 en “Walen blijven bij hun ‘nee’ tegen vrijhandelsverdrag” door de buitenlandredactie van de Nederlandse Omroepstichting via de app van http://www.nos.nl op 24 oktober 2016.

Belangrijke aanvulling bij het nieuws

Gisteren, vrijdag 15 oktober jl., werden we ’s avonds op het 8 uur journaal weer eens onjuist ingelicht, althans onvolledig. Het ging over het Waalse afwijzen van het voorliggende CETA-Verdrag. Nou is het voor Nederlanders, die gewend zijn door één parlement geregeerd te worden, ook wel wat veel gevraagd de staatsinrichting van onze zuiderburen te snappen. Toch had daar verteld moeten worden dat de Brusselse, Franstalige en Waalse deelparlementen zich verzetten tegen het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) tussen Canada en de Europese Unie (EU). Ook de voorgeschiedenis wordt nimmer juist verteld, alsof onze media-journalisten er baat bij zouden hebben een eenzijdig en onvolledig verhaal te vertellen.

‘Eufemisme’ is een manier van zeggen waarmee iets mooier, vriendelijker en/of minder onaangenaam wordt voorgesteld dan het in werkelijkheid is.

Onze TV-persoonlijkheden doen het steeds weer voorkomen alsof dit voorliggend verdrag alleen gaat over een minder ingewikkelde handel tussen gewone bedrijven in Canada en de lidstaten van de EU. Lode Vanoost daarentegen vult in ‘De wereld morgen’ het hiaat dat Nederlandse media zij aan zij willens en wetens niet vullen. Slechts in 4 A4-tjes legt hij uit hoe het zit. Ik vind dat zeer lezenswaard voor wie wil begrijpen wat zich in onze wereld afspeelt.

Vanoost legt veel uit in een kort bestek, en wat ik er het meest belangrijk aan vind – om het hier kort te houden – is het volgende:

Uiteindelijk gaan CETA, TiSA en TTIP over een keuze tussen twee modellen voor onze toekomst:
1. het behoud van een parlementaire democratie die de maatschappelijke keuzes vastlegt en het kader van de economie en de politiek bepaalt of
2. de economische en politieke macht overdragen aan een kleine groep mensen die grote bedrijven vertegenwoordigt.

Welke beslissing u ook neemt, we dringen er bij u op aan niet te bezwijken voor dezelfde tactieken die werden gebruikt om de Canadese bevolking te misleiden en af te schrikken, om zo onze democratie te ondermijnen ten voordele van buitenlandse investeerders”, schreven een aantal Canadese academici het deelparlement van Wallonië op 17 oktober jl.. Zij zeggen te beschikken over uitgebreide gemeenschappelijke expertise over de regeling van disputen tussen investeerders en staten (ISDS) en verwante aangelegenheden in handels- en investeringsakkoorden van Canada. Immers, Canada heeft met NAFTA, het North American Free Trade Agreement tussen Canada, Mexico en de Verenigde Staten van Amerika sinds 1994 al een geschiedenis met zo’n verdrag als CETA. Hun conclusie op basis van die ervaringen is dat CETA het overheidsbeleid onmogelijk zal maken op gebieden als arbeidsrecht, tarifering van geneesmiddelen, gezondheidszorg, landbouw, openbare aanbestedingen en openbare diensten.

Na een eventuele ondertekening van het CETA-verdrag op 21 oktober aanstaande blijft volgens mij verzet tegen deze eufemistisch aangeduide “vrijhandelsakkoorden” even zinvol als ervoor. Degenen die dit met mij eens zijn, zie ik graag op 22 oktober vanaf 13.00 uur op het Museumplein in Amsterdam.

Klik hier voor het artikel waarin Vanoost de staatsinrichting in België kort uitlegt en de voorgeschiedenis van CETA en TTIP overzichtelijk beschrijft, inclusief de context waarbinnen deze verdragen zijn opgesteld.

Klik hier voor het artikel van Vanoost over de brief van Canadese academici aan het deelparlement van Wallonië. Dit artikel bevat ook een link naar bedoelde brief van 2 A4-tjes met 3 A4-tjes aan bijlagen met namen, gegevens en verwijzingen naar andere documenten.

Klik hier of bijvoorbeeld hier voor meer informatie over het verzet tegen CETA, TiSA en TTIP op 22 oktober aanstaande.

En voor wie beter geïnformeerd wil worden dan volgens mij door Nederlandse media mogelijk is, probeer de Nederlandstalige ‘De wereld morgen’, ‘Knack’ of ‘Trends’ van onze zuiderburen eens…

Bronnen: “CETA-verdrag tegenhouden is TTIP-verdrag tegenhouden” en “Wallonië krijgt steun uit Canada tegen CETA” door Lode Vanoost via http://www.dewereldmorgen.be respectievelijk op 14 en 17 oktober 2016,

Nederland ontwikkelingsland

De politiek gaat bij ons weer even tot discussies leiden. Hebben we 3½ jaar politiek beleefd als amusement waarvan we weliswaar iets kunnen vinden, maar waar niets aan te doen valt, de politici zoeken zo langzamerhand de burger weer op. Immers er moet (overdrachtelijk) gevochten worden om de kiezersgunst. Degenen die in 15 maart 2017 de moeite gaan nemen om hun stem uit te brengen moeten verleid worden door
1.    stoere taal die niets te maken heeft met afgesloten internationale verdragen zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (1954), het Verdrag betreffende de status van staatlozen (1954), het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (1966), het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (1966), het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (1966), het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (1979), het Verdrag inzake de rechten van het Kind (1989) of het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (2006),
2.    harde maatregels tegen vermeend onrecht ook al is dat niet in lijn met het eerste artikel van onze grondwet, met wat een overheid vermag of de fundamenten van onze rechtsstaat,
3.    goede ideeën waar politici kennelijk een tijdlang niet opgekomen zijn waaronder het terugdraaien van eerdere wetgeving en
4.    meelevende retoriek.

Wanneer een politicus met een plan komt, wordt zijn of haar integriteit en persoonlijkheid in een kwaad daglicht gesteld in plaats van het gesprek aan te gaan wat voor wie juist zou zijn. We kopiëren de Amerikaanse omgangsvormen, kun je zeggen.

En ondertussen komen steeds meer mensen – ook in Nederland – in de problemen. Nederland telt volgens de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek 421.000 kinderen in gezinnen met een laag inkomen. Dat is 1 op de 8 kinderen. Van hen groeien 131.000 kinderen op in een gezin waarin het inkomen langdurig laag blijft. Dat is 1 op de 25 kinderen. Ze lopen het risico dat ze onvoldoende eten en kleding krijgen, sociaal buitengesloten worden en een toekomst waarin zij altijd een laag inkomen zullen hebben. Armoede is dus het toekomstperspectief voor 4% van onze bevolking.

We zouden een politieke debat moeten voeren over wat er mis is in de politiek waardoor echte misstanden soms het resultaat zijn van ons overheidsbeleid.

Geen kind verdient het om aan de zijlijn te staan”, reageert Jetta Klijnsma; onze PvdA-staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het kabinet trekt jaarlijks € 100.000.000 extra uit voor de bestrijding van armoede onder kinderen, bleek op Prinsjesdag. “Zo kunnen die kinderen ook mee op schoolreisje en kunnen ze meedoen met sport en muziekles”, voegt Klijnsma toe. Geen woord erover dat dit niets nieuws is en dat het gevoerde beleid klaarblijkelijk dit gevolg heeft. Maar ja, ze reageert tenminste nog.

Ik vind het beschamend dat in een land met veel geld, zoals Nederland, kinderrechtenorganisaties als ‘Defence for Children’ en ‘Save the Children’ zich genoodzaakt voelen een oproep aan onze regering te doen voor concrete maatregelen om armoede van honderdduizenden Nederlandse kinderen te bestrijden. In plaats van extra geld ‘beschikbaar’ te stellen, zouden we het politieke debat moeten voeren over wat er mis is in de politiek waardoor dit de praktijk van ons overheidsbeleid is. Kom er maar eens om op TV of in een zaaltje…

Bron: “Concrete maatregelen nodig tegen armoede bij kinderen in Nederland” door het Algemeen Nederlands persbureau via http://www.nu.nl/binnenland, en https://mensenrechten.nl/internationale-verdragen; beide op 11 oktober 2016.

Tegengif

De nieuwe Engelen* is uit en ik las gisterenavond met rode oortjes dat CDA-minister van Financiën Onno Ruding in 1992 op de vooravond van het Verdrag van Maastricht zei: “Als we een economische en monetaire unie hebben, kan een land als Nederland niet meer vrijelijk de begrotingstekorten naar eigen genoegen opfokken (sic!). Brussel gaat opleggen wat kan en niet kan. Sommigen betreuren dat je die vrijheid kwijtraakt. Ik niet, ik juich dat toe. Natuurlijk versterkt dat de positie van de minister van Financiën. Je kunt Brussel gebruiken om ministers en parlement in het begrotingsgareel te houden.” Ofwel concurrentieverschillen kunnen in een Europese muntunie niet langer worden opgevangen door de munt te devalueren, maar vereisen verlaging van de arbeidskosten door de arbeidsmarkten te flexibiliseren, de rechts­bescherming van werknemers te ontmantelen en de verzorgingsstaat af te breken.

Het doel van de euro lijkt een geheime agenda te zijn waarin een kleinere overheid met een geringere rol in de economie is opgenomen. Dit althans is de analyse van de gelauwerde Amerikaanse Nobelprijswinnaar econoom Joseph Stiglitz.

Hoewel de Britse econoom John Maynard Keynes in zijn magnum opus uit 1936, ‘The General Theory of Employment, Interest and Money’, al omstandig had uitgelegd dat salarissen, uitkeringen en zekerheid niet alleen een kostenpost zijn, maar ook koopkracht en dus consumptie en groei, lijkt ‘Europa’ dat vergeten. Stiglitz schrijft in zijn meest recente boek ‘De euro’: “De grondleggers van de euro werden geleid door ideeën over hoe economieën functioneren die weliswaar in de mode maar desalniettemin overduidelijk verkeerd waren. Zij geloofden heilig in de heilzame werking van markten maar hadden geen benul van hun beperkingen en wat er nodig is om markten goed te laten functioneren.” Waarbij ‘goed’ verwijst naar ‘goed voor iedereen’, in plaats van naar ‘goed voor het grootbedrijf’.

In 1919 zette het desastreuze Verdrag van Versailles een kettingreactie in gang die in 1933 leidde tot de machtsovername door de nazi’s en in 1939 tot de inval in Polen.

In twee woedende hoofdstukken laat Stiglitz in ‘De euro’ geen spaan heel van de 3 programma’s die de trojka Griekenland sinds mei 2010 heeft opgelegd. Volgens Stiglitz heeft de trojka zo ongeveer alles fout gedaan wat ze maar fout kon doen: procyclische bezuinigingen, verkeerd ontworpen lastenverzwaringen, noodfinanciering die in het Noorden werd geframed als steun voor ‘luie’ Grieken maar die in werkelijkheid terechtkwam bij ‘verwende’ Duitse en Franse bankiers, potsierlijke privatiseringsprogramma’s die de staat kostbare inkomsten scheelden, wel snijden in pensioenen en niet in de aanschaf van peperdure Duitse duikboten en te late en te geringe schuldafwaardering. “Doormodderen” is volgens Stiglitz “een uiterst gevaarlijk scenario waar hoge kosten aan zijn verbonden, zowel economisch, politiek als sociaal. In ‘De euro’ waarschuwt hij op het eind: “Ik heb een hervormingsagenda geformuleerd voor de structuur van de eurozone en voor het economische beleid dat de eurozone dient te volgen zodra een van haar leden in crisis verkeert. Deze hervormingen zijn economisch niet ingewikkeld; noch zijn ze institutioneel lastig te realiseren. Maar zij vereisen wel een modicum [lees: ‘een klein beetje’; GjH] aan Europese solidariteit – het soort solidariteit dat fundamenteel anders is dan het zelfmoordpact waar sommige Europese leiders om roepen.

Stiglitz is een kleinkind van de “Grote Depressie” in de jaren ’30 van de 20e eeuw. Daardoor is het zijn angst voor populistische fragmentatie, waarmee de dwingende kracht van de omstandigheden is omgeven, die hem heeft ingefluisterd met zijn ‘De euro’ een laatste poging te wagen Europese politici als PvdA-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem op te roepen te luisteren naar hun betere zelf voor het te laat is.

We weten nu dat de roep van John Maynard Keynes in 1919 en 1936 vergeefs was. Het is een open vraag of dat nu anders zal zijn.

En dan nog wat tegengif voor economisch optimisme: uit de nieuwe editie van de jaarlijkse Global Competitiveness Index door het World Economic Forum (WEF) uit Davos blijkt dat Nederland de beste economie heeft van de Europese Unie en wereldwijd de 4de plaats inneemt. Dat lijkt voor iedereen goed nieuws maar is het niet. Het WEF meet slechts de gastvrijheid van landen voor multinationals. Gekeken wordt naar de kwaliteit van het onderwijs, de infrastructuur en het rechtsstelsel; hetgeen belastingbetalers mogelijk maken. Het kijkt naar de flexibiliteit van de arbeidsmarkt, want u en ik moeten gemakkelijk ontslagen en opgeroepen kunnen worden en de laagst mogelijke lonen moeten afgedwongen kunnen worden. Het kijkt naar de competitiviteit van het belastingstelsel, want slecht een ééncijferig percentage aan belastingen willen multinationals aan de fiscus afdragen. En het kijkt naar de omvang van het innovatiebeleid, hetgeen gaat over subsidiemogelijkheden die u en ik weer als belastingbetalers bijeen brengen.

Wanneer er een economisch vergelijkend rapport verschijnt over de stand van zaken in verschillende landen met als variabelen armoede, private schulden, de hoogte van salarissen, de leefbaarheid van uitkeringen, afhankelijkheid van voedselbanken, de kwaliteit en kwantiteit van werk en werkloosheid, het relatief aantal zelfmoorden en toegankelijkheid van de zorg scoort Nederland vast en zeker een stuk slechter. En dit zijn de variabelen waar u en ik dagelijks mee te maken hebben, tenzij lezers van dit blog leven van de aandelen in multinationale ondernemingen.

Bronnen: “Overal vingerafdrukken van het grootbedrijf, Joseph Stiglitz’ antiserum tegen het neoliberalisme” en “Tijdgeest, de economiecolumn”, beide door Ewald Engelen in De groene amsterdammer van 5 oktober 2016. Klik hier voor het artikel of hier voor de column van Engelen.

Klik hier om het deel van de TV-uitzending “Buitenhof” van 2 oktober jl. terug te kijken waarin Pieter Jan Hagens spreekt met Joseph Stiglitz.

_____________________
* Vanwege de voor mij kwalitatief substantiële bijdrage aan De Groene van deze week door Ewald Engelen noem ik hem dit keer ‘De Engelen’.