Hokjesdenken

Als twee Nederlanders aanspoelen op een onbewoond eiland en zij weten daar in leven te blijven staan er na 5 jaar 2 huizen, 2 steigertjes met aan elk steigertje een bootje, 2 schuurtjes en 2 kerken. Dat was 50 jaar geleden een beeld dat buitenlanders van Nederlanders hadden. En terecht. Tegenwoordig zouden we zeggen 2 restaurants in plaats van kerken; verder is er niets veranderd.

Nederlanders zijn graag op zichzelf; zoeken in bus, metro, tram of trein een bankje voor zichzelf, en denken in hokjes. Zo zijn er politieke partijen voor staatkundig gereformeerden, voor orthodox-protestanten en voor overige conservatieven; voor dieren, voor gelijkheid en voor ouderen; voor socialisten, voor links-denkende mensen en voor mensen met ietsepietsie linkse ideeën. Er zijn er zelfs 2 voor democraten, 1 voor vrijheid en 1 voor vrijheid èn democratie.

Zit uw partij hier niet bij, dan zijn er nog een hoop aspirant-politieke partijen die nog geen zetel in onze Tweede Kamer verworven hebben. Helaas voor mij ontbreekt zelfs onder de aspiranten een partij voor pacifisme, vegetariërs of wandelaars; daar zou ik weer graag lid van worden. Wel allemaal hokjes, typisch Nederlands.

Respect voor het leven op aarde

In hoeverre zijn de hokjes echt hokjes? Bij de Partij voor de Dieren (PvdD) wordt op ledenbijeenkomsten vaak herhaald ‘voor dier, natuur en milieu’. Dat begint een beetje op groen en duurzaam te lijken, zoals het ‘groen’ waar Groenlinks zich volgens mij op richt. Bij de PvdD hoor ik ook ‘voor mens, dier en milieu’. Dat klinkt als heel de biosfeer te omvatten; zeker voor meer dan dieren alleen.
“Respect voor de lichamelijke en mentale integriteit van alle levensvormen op aarde vormt de basis voor een meer vreedzame wijze waarop mensen met elkaar, met de dieren en met de natuur in het algemeen kunnen omgaan”, lees ik in de beginselverklaring op hun website, en “Naarmate het menselijk belang minder noodzakelijk is en de gevolgen voor de dieren schadelijker zijn, vermindert de morele rechtvaardiging om hun welzijn te schaden”.
Uiteindelijk eindigt de beginselverklaring van de PvdD met de conclusie: “Een zorgvuldige, liefdevolle omgang met de natuur en de dieren houdt tenslotte ook in dat aan mensen respect voor hun lichamelijke en mentale integriteit in de ruimste zin des woords wordt betoond” en “Hierbij dient de mens wel rekening te houden met zijn medeschepselen. Zijn vrijheid houdt op waar die van de ander in het gedrang komt”. Vandaar ook, begrijp ik tijdens hun bijeenkomsten, dat zij economische groei niet als oplossing zien, maar als de kern van veel problemen waar we mee te maken hebben, zoals armoede, consumentisme, klimaatverandering, migratiestromen, uitbuiting, vervuiling en zichzelf verrijkende grootbedrijven, multinationals en rijken.
Uiteindelijk blijken, anders dan de naam doet vermoeden, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), de Verklaring van de Rechten van het Dier van de International League of Animal Rights (1977) en het Handvest van de Aarde (1987) via de United Nations World Commission on Environment and Development als beginsel uitgewerkt te zijn en steeds weer uitgewerkt te worden in hun Verkiezingsprogramma’s en voor hun politieke opstelling in actuele kwesties.

Het is een heel andere opstelling dan die andere Nederlandse politieke partijen kiezen, want die hebben stuk voor stuk ‘economische groei’ als speer- of uitgangspunt, maar het blijft een hokje. Het hokje van de PvdD met hun slogan “Voor plan B, omdat er geen planeet B is”, is dus feitelijk een ‘hok’; veel ruimer dan hun naam doet vermoeden. Over die naam zouden we het kunnen hebben, maar scherpzinniger is het ons af te vragen waarom onze andere politieke partijen niet òòk uitgaan van dierenrechten, het handvest voor de aarde en mensenrechten. Het zijn immers door Nederland ondertekende verdragen.
Of ons af te vragen waarom andere Nederlandse politieke partijen niet op zijn minst uitgaan van respect voor alle leven op aarde.
Of zelfs maar alleen uitgaan van respect voor alle mensen wereldwijd.
Of waarom zij stuk voor stuk alleen uitgaan voor de eigenbelangen op de korte termijn van enkelingen, in plaats van zelfs maar uit te gaan van het bereiken van welzijn voor iedereen.

Bronnen: de laatste twee PvdD-congressen, de uitreiking van ‘De kanarie in de kolenmijn’ door Marianne Thieme en Ewald Engelen in Utrecht en een Utrechtse afdelingsbijeenkomst van de Partij voor de Dieren en hun website op 21 november 2017.

Een kapitalistische democratie kan niet bestaan

Eerst even terugkijken, dan naar het nu om af te sluiten met een advies.

Na de lezing in 2014 vroeg een toeschouwer of kapitalisme en democratie verzoenbaar zijn. In 18 minuten gaf Amerikaans filosoof, mediacriticus, politiek activist en emeritus hoogleraar taalkunde Avram Noam Chomsky een overzicht van het ontstaan van het kapitalisme, besprak hij wat Adam Smith – een van de grondleggers van het klassieke liberalisme en ‘vader van de moderne economie’ – ècht dacht (en dat is resoluut anders dan hoe hij vaak geciteerd wordt) en legt hij uit waarom de Eerste en de Derde Wereld geworden zijn wat ze vandaag nog steeds zijn. Hij zei:
(…) Een kapitalistische democratie kan gewoon niet bestaan. De mensen die op een of andere manier echt in de vrije markt en het kapitalisme geloven, of minstens doen alsof, vragen helemaal geen democratie. (…)
Als je Milton Friedman leest, of andere apostels van het zogezegde libertaire denken, dan zie je dat wat ze eisen niet ‘democratie’ is maar ‘vrijheid’. (…) Het gaat over zijn ‘vrijheid’ om zich te onderwerpen aan een hogere autoriteit, dat noemen zij ‘vrijheid’. (…)
Deze heren zijn voorstander van private tirannieën, de ergste soort tirannie die er bestaat, door private concentraties van rijkdom die niet ter verantwoording kunnen worden geroepen. Wanneer deze mensen zeggen dat ze geen inmenging willen van de overheid in de markt is het dat wat ze ècht bedoelen. (…) Het soort overheidsinmenging in de markt, die zij daarentegen juist wel willen toepassen, is die die mogelijk maakt dat private tirannieën ‘vrij’ kunnen werken. Dat zijn de grote bedrijven, de multinationals. (…)
Zo is de opdeling tussen Eerste en Derde Wereld ontstaan. De landen die zich wél konden ontwikkelen, zijn de landen die de regels van de kapitalistische economie brutaal met voeten traden. Engeland, de VS, Duitsland, Frankrijk, de Benelux. Slechts één land in het Zuiden wist zich toch te ontwikkelen: Japan, net dat éne land dat niet was gekoloniseerd en dus dezelfde protectionistische koers kon varen als de rijke landen. (…)
Zowat 70 % van de Amerikaanse bevolking, de 70 % laagste inkomens, zijn letterlijk niet meer betrokken bij de politieke beleidsvorming. Hun opinies hebben geen enkele invloed op de beleidskeuzes van de overheid. Hun volksvertegenwoordigers besteden daar geen enkele aandacht aan. Dat is dan ook één van de voornaamste redenen waarom een groot deel van deze bevolkingsgroep de moeite niet meer doet om te gaan stemmen. Ze krijgen toch geen enkele aandacht van de volksvertegenwoordiging. (…)
Wanneer je hoger op de inkomensschaal gaat kijken, merk je dat de invloed op de politiek toch een beetje toeneemt. Kom je daarentegen bij de top – wat we sinds Occupy de ‘één procent’ noemen – dat cijfer is niet juist; het gaat (…) over de ‘ééntiende van één procent’ – dát is de top waar de massale concentratie van de rijkdom zich bevindt. Die bepalen gewoon het politiek beleid. Dit is geen democratie, dit is plutocratie.

De plutocraten breken het democratisch verzet met de shockdoctrine

Canadees activiste, journaliste en publiciste Naomi Klein valt Chomsky bij met de woorden:
Als je op de afgelopen halve eeuw terugkijkt, kun je zien hoe gericht en effectief de shockdoctrine door overheden is ingezet om het democratische verzet tegen buitengewoon schadelijk beleid te breken. Zo’n strategie om de democratie buiten spel te zetten is zeker nodig, omdat veel neoliberaal beleid zo impopulair is dat de bevolking er keer op keer nee tegen zegt; zowel op straat als in het stemhokje. (…) Daarom vinden de mensen die dit soort beleid willen doordrukken democratische vrijheden en waarborgen bepaald onwenselijk: die zijn alleen maar hinderlijk en vormen een bedreiging.
Uiteraard is niet al het neoliberale beleid impopulair. Mensen zijn wel in hun nopjes met lagere belastingen (mits die de middengroepen en lage inkomens ten goede komen, en niet de superrijken). En ook met snoeien in de bureaucratie van de overheid, in elk geval in theorie.
Maar door de bank genomen willen ze ook dat van hun belastinggeld voorzieningen worden betaald voor de gezondheidszorg, schoon water, goede openbare scholen, een veilige werkplek, pensioenen voor senioren en uitkeringen voor wie niet werken kan. Politici, die het mes willen zetten in dit soort essentiële voorzieningen, of die willen privatiseren, maken dat bij verkiezingen niet tot een speerpunt van hun campagne. Veel gebruikelijker is dat neoliberale politici bij hun campagne pleiten voor lagere belastingen en het behoud van dienstverlening, en tegen spilzucht van de overheid.
Daarna wordt een crisis aangegrepen – en als zij niet ernstig genoeg is, wordt zij opgeklopt – om te beweren, met schijnbare tegenzin en veel krokodillentranen dat er maar één mogelijkheid is: op de gezondheidszorg moet drastisch worden bezuinigd.

(…Donald Trump…) Zo heeft Besty De Vos, zijn minister van Onderwijs, haar leven gewijd aan het doordrijven van een particulier onderwijssysteem zoals dat na Katrina in New Orleans is opgezet.
Veel mensen in de kring van Trump zijn hartstochtelijk voorstander van het ontmantelen van de sociale zekerheid.
Sommigen hebben herhaaldelijk hun weerzin uitgesproken tegen een vrije pers, vakbonden en politieke protesten.
Trump zelf heeft het publiekelijk gehad over het inzetten van ‘de Feds’ om de misdaad in Chicago en andere steden aan te pakken, en
tijdens zijn campagne heeft hij beloofd om alle moslims, dus niet alleen uit de landen die op al die lijstjes van hem staan, de toegang tot de Verenigde Staten te ontzeggen.
Zijn minister van Justitie, Jeff Sessions, heeft scherpe kritiek geleverd op de ‘consent decrees’, een belangrijke voorziening die het Justitie en federale rechters mogelijk maakt om in te grijpen bij plaatselijke politiekorpsen als daar sprake is van wantoestanden (…)
De rijkste sponsors van Trumps campagne en in breder verband van extreemrechts – de multimiljardairs Charles en David Koch en de familie Mercer – willen dat alle beperkingen op het inzetten van geld in de politiek worden opgeheven en dat de wetten worden geschrapt die nu transparantie eisen over de manier waarop dat private geld wordt uitgegeven. (…)
waar het werkelijk om gaat is maatregelen invoeren die het voor mensen met een laag inkomen en voor leden van minderheden nog moeilijker zullen maken om te gaan stemmen.

Onder de huidige omstandigheden kunnen we ons geen voorstelling maken van de volledige reikwijdte van deze antidemocratische visie.

Zo zijn we er met elkaar getuige van dat democratie en kapitalisme niet samengaan in de VS. Echter, in de Europese Unie, met haar door lobbyisten gevormde beleidskijk op wat voor het bedrijfsleven belangrijk is, in plaats van hoe welzijn voor alle Europeanen te verwezenlijken, gebeurt precies hetzelfde. Zoals ook in Nederland, zoals recent bleek over de invloed van VNO-NCW en Shell op het kabinetsbeleid, met op kosten van de belastingbetaler een geweldige meevaller voor aandeelhouders, terwijl geen van de 4 regeringspartijen iets over verlaging van dividendbelasting in hun verkiezingsprogramma had opgenomen.

Maar dit is nog niet alles. Klein waarschuwt:
(…) Zoals Milton Friedman langgeleden heeft geschreven: ‘Alleen een crisis, echt of vermeend, brengt werkelijke veranderingen teweeg.’ Als die crisis er eenmaal is, hangt het optreden tegen die crisis af van wat er aan ideeën voorhanden is. (…)
Hoog tijd dat we ons voorbereiden op rampspoed.

En om dit verhaal positief af te sluiten nog even terug naar Chomsky, die 30 september 2014 aan het eind ook nog zei:
Het positieve (…) is dat dit systeem wel degelijk kan veranderd worden, het is niet op bruut geweld gebaseerd. Wat dat betreft, leven we vandaag in een zeer vrij land, dank zij vele overwinningen door de eeuwen heen. Het is niet meer mogelijk voor een groot bedrijf om te doen wat iemand als Andrew Carnegie nog kon doen in 1892. Dat geeft ons heel wat mogelijkheden. We moeten daar gebruik van maken.

Bronnen: “Noam Chomsky: “Kapitalisme en democratie zijn een contradictie”” door DeWereldMorgen Vertaaldesk (Lode Vanoost) via DeWereldMorgen op 1 januari 2015 en pagina 152, 153, 177, 178 en 179 in deel III van “Nee is niet genoeg tegen Trumps schockpolitiek voor de wereld die we nodig hebben” (2017) door Naomi Klein uit het Engels vertaald door Jan Willem Reitma en Pon Ruiter en in het Nederlands uitgegeven door De Geus in Amsterdam.

Klik hier voor het hele verhaal van Chomsky, en de video die daarvan gemaakt is, en ik adviseer: lees dat boek van Klein zelf helemaal!

Algemeen welzijn versus financieel eigenbelang; een recent voorbeeld

U en ik kunnen er op straat een mening over hebben. Of op een verjaardag.

Maar voor elke lobbyist, die bij de Europese Unie (EU) ijvert voor het algemeen belang, telt de EU 10 lobbyisten van de gasindustrie; 1.030 om 101. Voor elke vergadering die maatschappelijke organisaties over energie hadden met vertegenwoordigers van de EU-instellingen had de gaslobby 9 vergaderingen; 464 bijeenkomsten van vertegenwoordigers voor BP, ExxonMobil, General Electric en Shell met de hogere echelons van de Europese Commissie en het Europees Parlement in één jaar om 51 bijeenkomsten met maatschappelijke organisaties. De gasindustrie heeft in 2016 € 104.000.000 geïnvesteerd in het lobbyen bij EU-instellingen; maatschappelijke organisaties € 3.400.000.

Het gevolg is dat de EU, tegen alle officieel beleden klimaatdoelstellingen van het Europese beleid in, de komende 50 jaar(!) blijft investeren in fossiele brandstoffen, terwijl zelfs de mensen op straat inmiddels weten wat klimaatwetenschappers al meer dan 30 jaar weten: dat we de opwarming van de aarde moeten stoppen onder meer door af te zien van het gebruik van fossiele brandstoffen. Gebukt onder lobbyisten en vertegenwoordigd door een Europees Commissaris voor Klimaatbeleid en Energie en een Slovakijns lid van de Europese Commissie, die uit de olie komen, gaat de EU de komende decennia vrolijk onder andere investeren in een nieuwe generatie van gaspijplijnen, zoals de Euro-Caspian Mega-Pipeline vanuit Azerbeidzjan.

En welke plek in dit immense grote-geld-geweld heeft de burger, die af en toe op een politieke partij mag stemmen?

Bron: “Gaslobby drijft EU tot nog 50 jaar investeren in fossiele energie” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 31 oktober 2017

Klik hier om het rapport, waaruit al deze informatie komt, met eigen ogen te lezen.

Kame… eh… Vrienden, keer terug op uw schreden!

De paria zit in 2017 plots op de eretribune; hadden we zoiets niet al eens eerder meegemaakt? In 1992; met Nelson Mandela?

Tot voor kort bevond Jeremy Corbyn zich in de marge van de Britse sociaal-democratie. De tijden veranderen. Woensdag opende deze voorzitter van Labour met de keynote-speech de tweedaagse Europe Together-conferentie van de Europese sociaal-democraten. Hij was eregast. Op hetzelfde moment dat Corbyn zijn toespraak hield, kwam ook de Britse premier May aan in Brussel. Zij voor de Europese top. Met lede ogen moest zij toezien hoe haar rivaal ook nog ontmoetingen had met de eerste ministers van Italië, Portugal en Zweden en met de hoofdonderhandelaar van de EU, Michel Barnier. Onze media besteedden alleen aandacht aan de aankomst van May, Rutte en andere premiers. Vandaar deze aanvulling op ons nieuws:

Corbyn was niet mild voor zijn Europese collega-sociaal-democraten: “Veel te lang waren de meest vooraanstaande stemmen binnen onze beweging de weg kwijt. Te bereidwillig hebben ze de status quo en de gevestigde orde verdedigd in een wanhopige poging om het politieke midden te beschermen, om later te ontdekken dat het midden [naar rechts; GjH] verschoven was.

‘Zet het neoliberalisme bij het huisvuil en verlaat het politieke midden’, was zijn boodschap.

Over het migratie-vraagstuk zei Corbyn, die de inspanningen van anti-racistische bewegingen in Europa prees: “Die vluchtelingencrisis werd uitgebuit door de lelijkste elementen in ons politieke landschap. Mensen die vastberaden zijn om angst en verdeeldheid te zaaien in onze samenlevingen.” Corbyn zei dat er voor vluchtelingen legale manieren moeten komen om Europa te bereiken.

Volgens Corbyn wordt links niet langer ervaren als een beweging die voor verandering kan zorgen: “Voor velen die boos zijn, die achtergelaten werden en tegengehouden worden, klinken de stemmen van extreemrechts vaak radicaler dan die van links.

Verder bepleitte Corbyn:
Er moet een einde komen aan de lage belastingen voor de rijksten.
Socialistische partijen moeten ook de luidste stemmen zijn in de strijd tegen klimaatverandering.
De overheid moet de markt reguleren, maar ook ruimte bieden voor nieuwe coöperatieve, publieke en sociale ondernemingen.
Socialisten moeten er voor zorgen dat technologische vooruitgang ten goede komt aan iedereen en niet enkel aan een handje vol monopolisten als Deliveroo en Uber.
Alleen als links een ‘helder en radicaal alternatief’ biedt, kan de opmars van extreemrechts volgens hem gestuit worden.

Twee staande ovaties van de Fractie van de progressieve alliantie van socialisten en democraten in het Europees Parlement vielen Corbyn ten deel. Ik vraag me af waarom deze applaudisserende fractieleden de inzichten van Corbyn in de tijd dat ze sociaal-democraat werden niet zelf verworven hadden.

Bronnen: “De paria zit plots op de eretribune” door de redactie Buitenland van De Standaard op 18 oktober 2017 en “Corbyn niet mild voor Europese collega-socialisten: “Verlaat het midden”” door Christophe Callewaert via DeWereldMorgen op 19 oktober 2017.

Yes, we can, but only if we dare to feel

Op pagina 106 van “Nee is niet genoeg…” verwoordt Naomie Klein precies waarom ik op 8 november 2016 voor Donald Trump gestemd zou hebben als ik in de Verenigde Staten van Amerika stemrecht had gehad:
[Hillary; GjH] Clinton faalde niet vanwege haar boodschap, maar vanwege haar reputatie. Het kwam juist door de domme economie van het neoliberalisme die zij, haar man en het partij-establisment omarmden dat Clinton geen geloofwaardig verhaal kon vertellen aan blanke arbeiders die op [Barack Hussein; GjH] Obama hadden gestemd (tweemaal) en deze keer besloten op Trump te stemmen. Trumps plannen waren weliswaar ongeloofwaardig, maar ze waren in elk geval ánders.

De diversiteit, die Clinton zei te omarmen, heeft de afgelopen jaren historische symbolische overwinningen geboekt, zoals:
1 Afrikaans-Amerikaans presidentsgezin,
2 zwarte procureurs-generaal,
Een algehele stijging van het aantal vrouwen in bestuursfuncties,
Hollywood dat gedwongen werd om ook zwarte acteurs en regisseurs te erkennen,
Homo’s en lesbiennes, die daarover open zijn, als nieuwslezer voor Amerikaanse media en in de directie van Fortune 500-bedrijven en
Populaire Amerikaanse tv-series over transgender-personages.

Deze overwinningen voor diversiteit en insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige plichten en rechten zijn belangrijk. Ze veranderen levens en voegen invalshoeken toe die anders zouden ontbreken. Het is heel belangrijk dat er een generatie kinderen is opgegroeid terwijl Obama de machtigste baan ter wereld had. Toch zal deze top-downbenadering van verandering niet leiden tot echte gelijkheid, zolang ze niet gepaard gaat met een bottom-upbeleid dat structurele problemen als bouwvallige scholen en een tekort aan fatsoenlijke huisvesting aanpakt; bij lange na niet.

Tegenover genoemde overwinningen voor diversiteit en insluiting stond dat immigranten in groten getale werden gedeporteerd en de inkomenskloof tussen blanke en zwarte Amerikanen verder groeide. Tussen 2007 en 2010 daalde het gemiddeld inkomen voor blanke gezinnen met 11% en voor zwarte gezinnen met 31%. In dezelfde periode werden jonge zwarte mannen in een obsceen tempo door politieagenten beschoten en doodgeschoten. Er verkeren als gezegd meer Amerikaanse vrouwen in machtsposities, maar werkende Amerikaanse vrouwen met lage inkomens maken langere werkdagen, hebben vaak meerdere banen om het hoofd boven water te houden en verliezen steeds meer zekerheid over hun arbeidscontracten. In het jaarlijks klassement van de inkomensongelijkheid tussen mannen en vrouwen van het World Economic Forum tuimelde de Verenigde Staten van Amerika van de 28ste plaats in 2015 naar de 45ste plaats in 2016.

Precies bovenstaande zou mij ertoe verleid hebben een historische vergissing te begaan door op Trump te stemmen. Anderen, die zo’n beetje op dezelfde wijze als ik naar de wereld kijken, zouden gewoon thuisgebleven zijn. De tegenvallende opkomst van progressieve Amerikanen is de voornaamste reden dat Trump een nipte overwinning kon behalen (ook al verloor hij in absolute kiezersaantallen).

De grote opdracht, die voor hen die een eerlijke en rechtvaardige samenleving wensen, ligt niet om hun uiteenlopende problemen op een rij te rangschikken (economie tegen identiteit, gender tegen ras, … tegen …), maar hun grote opdracht is tot in hun botten te leren voelen hoe al bovenstaande vormen van onderdrukking door elkaar heenlopen en elkaar versterken; ónze bijdrage aan onderdrukking te durven voelen.

Bron: Deel II van “Nee is niet genoeg tegen Trumps schockpolitiek voor de wereld die we nodig hebben” (2017) door Naomie Klein uit het Engels vertaald door Jan Willem Reitma en Pon Ruiter en in het Nederlands uitgegeven door De Geus in Amsterdam.

“Alle dieren zijn gelijk!!! (echter, sommige dieren zijn meer gelijk dan andere dieren)”

Armoede
Nederland is een rijk land met weinig ongelijkheid, maar 700.000 Nederlandse huishoudens leven in armoede. Dat zijn er meer dan pakweg 10 jaar geleden. De participatiemaatschappij heeft haar tol geëist onder hen die niet goed mee kunnen komen. Tel hierbij nog op het verlies van voorzieningen waar vooral lage inkomens zwaarder op leunen. Rutte II werd het in 2012 eens over marktconforme huren en bezuinigingen op bibliotheken, op ‘passend’ onderwijs, op het persoonsgebonden budget en in de zorg. In 2014 kwamen daar nog eens (verlenging van) nullijnen voor ambtenaren en in de zorg bij, en bezuinigingen op het gemeente- en provinciefonds. Rutte III voegt daaraan onder meer toe een afschaffen van de arbeidskorting voor wie in de ziektewet zit en een verlaging van de zorgtoeslag.

Eerste levensbehoeften
Het btw-tarief voor eerste levensbehoeften neemt met de helft (!) toe, van 6 naar 9 %. Wie nu bijvoorbeeld een derde van zijn lage inkomen aan eerste levensbehoeften kwijt is, wordt dus vele malen harder geraakt dan een hoog-inkomen-huishouden waar de dagelijkse boodschappen een klein deel van het inkomen bedraagt.

Armoedebestrijding en gelijkelijk delen in de economische groei zijn wellicht nobel, maar leveren na dit kabinet onvoldoende stemmen op.

Inkomsten
Wie nu minder dan € 20.000 verdient, betaalt 36,55 % inkomstenbelasting; wie meer dan € 67.000 verdient, betaalt 52 %. In de toekomst betaalt ieder die minder dan € 68.000 verdient daar 36,9 % belasting over, daarboven wordt het 49,5 %. De begeleidende doorrekening van het Centraal Planbureau geeft aan dat de algemene inkomensongelijkheid zal dalen, vooral vanwege opstekers voor de middeninkomens, maar is weinig specifiek over de laagste inkomens. Terwijl die groep juist hard geraakt zijn door alle bezuinigingen en de crisis. Het gaat hier om een forse reductie voor de rijken en een stijging voor de allerlaagste inkomens; een serieuze herverdeling van de laagste inkomens naar midden- en hogere inkomens nu het economisch wat beter gaat.

Hypotheken
De hypotheekrenteaftrek, aanjager van onze torenhoge schulden, wordt versneld afgebouwd; ik had liever gezien dat dit alleen gold voor het deel van de hypotheek boven de € 250.000. Nu komen alweer degenen met de laagste inkomens in zwaarder weer dan degenen met midden- of hogere inkomens.

Vermogen
De vermogensbelasting gaat straks in bij een spaartegoed van meer dan € 30.000; de grens is nu € 25.000. Leuk voor mensen die vermogens hebben, geen voordeel voor de laagste inkomens, die alleen maar van € 30.000 kunnen dromen. Relatief worden de mensen met de laagste inkomens op achterstand gezet.

Kortom:
We gaan allemaal delen in de groei, maar niet de fysiek vaak hardst werkenden en alle minst-verdienenden inclusief degenen met flex-, nul-uren- en oproepcontracten. Hadden ze maar meer geluk moeten hebben.

De politieke logica is duidelijk: nu we aan de andere kant van de oceaan aan het einde van de beschaving zijn gekomen geldt ook hier dat armoedebestrijding en gelijkelijk delen in de groei, ook aan de onderkant van de inkomensverdeling, wellicht nobel zijn (geweest), maar onvoldoende stemmen opleveren nu de electorale concurrenten van de regeringspartijen in dezelfde vijver van middeninkomens vissen.

Dit kabinet had de kans om, zonder de flanken aan tafel, een visionaire stap voorwaarts te zetten. Een kans om te laten zien dat het een halt toe kon roepen aan inkomsten- en vermogensongelijkheid door het inkomen van de laagste en midden-inkomensgroepen te laten toenemen zonder de hoogste extra te bevoordelen.

Het had geschiedenis kunnen schrijven door van Nederland, een van de rijkere landen in de wereld, het eerste land te maken dat armoede zou gaan uitroeien.

Het had de kans van een gasland een gidsland te maken door meer dan welk land dan ook in te zetten op duurzame energie.

Het had een voorbeeld kunnen stellen door zich als eerste uit de greep van de multinationals te ontworstelen en aan de rest van de wereld te laten zien: zo doek je een belastingparadijs op.

Het had de kans nationale eenheid te kweken door een solidair beleid in plaats van de neoliberale strategie te blijven volgen met een museum en een volkslied.

Het had aan de Europese Unie voor kunnen doen: zo ziet werkelijke democratisering er in de 21ste eeuw uit.

Maar voor een van deze alternatieven was daadkracht, lef en visie nodig geweest. En vooral een werkelijk vertrouwen in de toekomst.

Bronnen: “Ruk naar rechts” door Dirk Bezemer in De Groene Amsterdammer van 11 oktober 2017 en “Het regeerakkoord van Rutte III is van alles niks en heel veel net-niet” door Rob Wijnberg in de Correspondent op 16 oktober 2017.

Geen schertsfiguur, maar een woedende reactie op wat we humaan noemen

Altijd heb ik gedacht dat ‘Democratie’ de minst slechte staatsvorm is, omdat iedereen tot op zekere hoogte kan meebeslissen. We zijn met de huidige Amerikaanse president Donald Trump echter in een nieuw tijdgewricht beland. Dat zet aan tot herbezinning.

In de jaren ’80 waarschuwde Fred van der Spek* er al voor: wat als democratisch de democratie wordt afgeschaft? Toen al noemde hij voorbeelden van regeringsvoorstellen die dat als gevolg hadden. Voorbeelden, die we nu kunnen aanduiden met ‘de terugtredende overheid’.

De regering Trump is de overtreffende trap van het afschaffen van elke gemeenschapszin, elke onderlinge verbondenheid en elk idee dat er een doel in ons leven is dat groter is dan onze individuele verlangens. Donald Trump is helemaal niet het verhaal van een schertsfiguur. Hij verwoordt een woedende reactie op de groeiende macht van elkaar overlappende politieke en sociale bewegingen die een rechtvaardiger en veiliger wereld eisen. In plaats van verdere vooruitgang waarbij winstverlies mogelijk is, bundelde de bende rondom Trump, bestaande uit roofzuchtige kredietverstrekkers, oorlogs- en ‘veiligheids’-profiteurs en vervuilers die de aarde willens en wetens al lang ontwrichten, hun krachten om de regering over te nemen en hun op misdadige wijze verworven rijkdom te beschermen en nog verder te vergroten. Na tientallen jaren toekijken hoe het publieke domein sinds Ronald Reagan vanaf 1981 stukje bij beetje werd geprivatiseerd, hoe deregulering te langzaam naar hun zin werd doorgevoerd (al was het snel genoeg om de wereld al in 2008 een mondiale crisis te bezorgen), hebben Trump en de zijnen nu de wereldmacht gegrepen. Hun overname is voltooid: de rijksten hebben alle touwtjes in handen.

Een pijnlijke waarheid voor iedereen die wil dat recht gedaan wordt

Dit had nooit kunnen gebeuren als de boodschap van Reagan, dat de overheid niet de oplossing is maar het probleem, niet was gevolgd door decennia vol neoliberale deregulering, die in wezen omkoperij rechtvaardigde, decennia waarin schunnig hoge bedragen van de industrie naar de politiek stroomden en waarin politici na afloop van hun politieke carrière topfuncties in grootbedrijven bekleden en topfunctionarissen van grootbedrijven die politicus worden. Decennia waarin verslaggeving in de media over inhoudelijke zaken plaats gemaakt heeft voor reality-tv over wie wat over wie heeft gezegd en wie waar aan de leiding gaat in welke peiling. Al met al werden volgens het Tyndall Report gedurende de hele laatste Amerikaanse verkiezingsperiode in de drie grootste Amerikaanse nieuwsprogramma’s slechts 32 minuten besteed aan analyse van specifiek beleid en het geven van uitleg welke consequenties de standpunten van de verschillende kandidaten over deregulering en gezondheidszorg hadden voor het leven van de kiezers. Dat krijg je ervan als alleen de hoogte van kijkcijfers telt voor wat op TV aangeboden wordt. Trump heeft het probleem, waar Westerse democratieën onder leiden, niet gecreëerd maar er slechts van geprofiteerd. Dat Bill en Hillary Clinton met hun Foundation de morele grenzen al tientallen jaren hebben opgerekt bood Trump de kans om nu alle morele grenzen weg te vagen.

Elke minuut dat Trump president is, stijgt de waarde van het merk ‘Trump’ en van zijn actieve bedrijven. Daardoor profiteert hij direct en significant van deze openbare functie. Precies wat hij voor ogen heeft met dit presidentschap en precies wat de regelgeving omtrent belangenverstrengeling probeert te verhinderen. In de wereld van Trump is straffeloosheid, meer nog dan bergen met goud, het ultieme teken van succes.

Dit alles gaat veel verder dan het begunstigen van eigen familieleden of vrienden door autoriteiten door hen opdrachten te gunnen of door hen in hoge functies te benoemen. Het is een familiebedrijf met regeringsmacht als winstoogmerk; een bedrijf dat niet meer en niet minder dan het merk ‘Trump’ te gelde maakt. En als hij er dan toch met zijn bende zit, dan ook maar zo snel en zoveel mogelijk humanitair recht om zeep helpen, als dat winstmarges beperkt; zelfs al koersen we met elkaar daarmee af op een aarde die 4 tot 6 ⁰C warmer wordt met onbekende maar zeker desastreuze gevolgen voor een substantieel deel van de mensheid, laat staan voor alles wat leeft.

Enkele maanden na het aantreden van de nieuwe regering Trump stond op het omslag van The New Yorker een tekening van Donald Trump, die golfballen tegen het Witte Huis mepte en het ene na het andere raam verbrijzelde. Deze tekening verbeeldt een pijnlijke waarheid voor iedereen die wil dat humaan recht gedaan wordt. Naast het concrete beleid, dat voorziet in afschaffen van veel beleidsregels, bombardementen met kruisraketten (waarover de regeringsleiders van de hele Westerse Wereld in elke taal de schendig van het Internationale Recht verzwegen) en ander onproportioneel binnen- en buitenlands geweld, verlagen van belastingen voor grootbedrijven en grootverdieners, tweedeling instellen voor immigranten, ziektekostenverzekeringen afschaffen en wat dies meer zij; met elke vermeende overschrijding van morele grenzen, met elk ‘alternatief feit’ dus onbeschaamde leugen en met elke gestoorde tweet besmeuren en vernielen deze Amerikaanse regeringsleiders de openbare sfeer waaraan zij altijd al maling hadden.

Bron: Deel I van “Nee is niet genoeg tegen Trumps schockpolitiek voor de wereld die we nodig hebben” (2017) door Naomie Klein uit het Engels vertaald door Jan Willem Reitma en Pon Ruiter en in het Nederlands uitgegeven door De Geus in Amsterdam.

* A.G. (Fred) van der Spek, geboren op 13 december 1923, is een voormalig Nederlands politicus. Hij was onder meer fractievoorzitter, lijsttrekker en in 1957 medeoprichter van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP), die zichzelf in 1991 ophief.

Ik wou dat ik er nog in geloofde…

Dit weekend moest ik wat tijd overbruggen bij het Spui in Amsterdam. Voor de Atheneum Boekhandel, waar ik vroeger altijd wel een boek kocht als ik in Amsterdam was, staan bankjes. Daar overbrugde ik mijn tijd met uitzicht op ‘Het Lieverdje’. Daar begon het allemaal in Nederland, herinnerde ik me. De politie wist er geen raad mee en de Amsterdamse burgemeester – kom, hoe heette die ook weer – werd naar huis gestuurd. In heel Europa was het overigens onrustig en 1968 staat voor de omslag.

De generatie jongeren van na de oorlog was 23 jaar of jonger en had geen trek meer in de hypocrisie waarin zo’n beetje alle verhoudingen met de generatie van hun ouders gedrenkt leek. Na de Tweede Wereldoorlog legde de Nederlandse regering eerst de focus op herstel van de koloniale verhoudingen in Indonesië, in plaats van – wat verteld werd – de wederopbouw. De Amerikanen, die ons hadden helpen bevrijden, probeerden nu Vietnam te annexeren. Nederland steunde het ‘appartheids-regime’ in Zuid-Afrika, waarheen familie geëmigreerd was, en Israël, waar land van Palestijnen wetteloos onteigend was. Speculanten lieten huizen leeg staan, terwijl er woningnood was. Zichzelf noemend ‘werkschuw tuig’ protesteerde tegen de vervaardiging van nog meer atoombommen. De Russen, die ons bevrijd hadden, werden als grootste vijand gezien. In de kringen, waarin ik verkeerde, werd zondags de preek uitvoerig bediscusieerd en of de slang in het Paradijs werkelijk gesproken had. En dat terwijl dit alles in de wereld gebeurde. Duitsland was lid van de NATO. Een muur van prikkeldraad en landmijnen lag tussen onze Russische bevrijders en de Duitse bezetters van weleer.

1968 fungeert voor conservatieven echter als kantelpunt tussen orde en chaos, tussen opbouw en verval.

En hier moet toch echt iets rechtgezet worden: in tegenstelling tot wat vanuit rechts-conservatieve hoek wordt beweerd, was 1968 helemaal geen homogeen links gebeuren, maar slechts een breuk tussen een ‘oud-links’ en een ‘nieuw links’. Hij maakte deel uit van een generatieconflict tussen vooroorlogse militanten en de na-oorlogse links-georiënteerde jongeren. Eerstgenoemden waren doorgaans Sovjet-getrouw, hadden een klassieke opvatting over het proletariaat en de revolutie en beschouwden de klassenstrijd als de kortste weg naar de totale emancipatie. De na-oorlogse generatie schoof naast die klassenstrijd andere thema’s naar voren: anti-autoritarisme, anti-imperialisme, anti-racisme, feminisme, pacifisme en verzet tegen de op Amerikaans denken gebaseerde consumptiesamenleving. Daarbij werden door de na-oorlogse jongeren directe actievormen verkozen boven het traditionele arsenaal van de arbeidersbeweging: confrontaties met de politie, sit-ins, vervreemdende rituele bijeenkomsten veelal onder invloed van drugs rondom Het Lieverdje en wilde stakingen. Deze breuk tekende zich overigens in vrijwel alle Westerse landen af.

De klassieke linkse stokpaardjes over de strijd tussen arbeid en kapitaal verdween 1968 niet, maar werd aangevuld met nieuwe vormen van strijd:
de strijd tegen autoritaire en logge Calvinistische structuren,
de strijd van minderheden – waaronder de 50% van de mensheid aan vrouwen – om erkenning en rechten en
de strijd om zelfbeschikking.
Een strijd ook om autonomie in de vele betekenissen van het woord, met als focussen het gezin, het lichaam en de maatschappelijke rolverdelingen,
en een strijd om authenticiteit en
om een leefbare aarde met als inzet natuur.
De een vond dit belangrijker en de ander dat. Hierdoor buitelden nieuwe sociale bewegingen vanaf de zeventiger jaren over elkaar heen.

Ikzelf ging halverwege die zeventiger jaren nog met idealen mijn militaire dienstplicht vervullen, en werd door een bijna-inzet bij de Amsterdamse Nieuwmarktrellen in vertwijfeling gebracht. Het bracht me later bij de Pacifistisch Socialistische Partij, die overigens ook streed voor feminisme, homo-rechten en natuur.

Het idee dat 1968 een breuklijn was tussen een harmonieuze ordentelijke samenleving daarvoor en een chaotische daarna is een historische fantasie. Een wensdenken van de categorie “Vroeger was alles veel beter”. Lees “Na de bevrijding: de loodzware jaren 1945 – 1950” (2014) van Ad van Liempt er eens op na; ISBN 9789460036927.

Ik heb de jaren voor 1968 ook zo niet beleefd. Wel waren er ineens De Beatles, die ervoor zorgden dat jongeren hun eigen muziek kregen. De periode van de zeventiger en tachtiger jaren zie ik achteraf juist wel als een ordelijke en zeer vreedzame waarin de verzorgingstaat vanuit al die sociale bewegingen opgetuigd werd. De Nederlandse welvaart werd die jaren verdeeld.

De afbraak daarna vanaf de tachtiger jaren tot op heden maakte ik er ook van mee. En hoogstwaarschijnlijk zal ook het komende kabinet verder gaan met Amerikaniseren door het in de kaart spelen van grootbanken, grootbedrijven, multinationals en andere private partijen ten koste van ons belastinggeld.

We hebben ze met elkaar aan een meerderheid geholpen en moeten het er maar weer mee doen. En wie weet hebben anderen na Rutte I en II nog wel hooggespannen verwachtingen van Rutte III. Ik wou dat ik er nog in geloofde.

Bron: “Links van links: over ‘identity politics’, 1968 en conservatisme” door Thomas Decreus via DeWereldMorgen op 15 september 2017.

Geen klimaatverandering zonder systeemverandering

Kommt erst dass Fressen und dann die Moral?, zoals ons lang is voorgehouden of Ist dass Fressen die Moral? Moeten we, als we de aarde voor 8.000.000.000.000 mensen bewoonbaar willen houden, en voor een veelvoud daarvan aan dieren en planten, niet net zo snel voor ons eten overstappen op kleinschalige, regionale akkerbouwgewassen, als dat we sinds 20 jaar de pijp, sigaar en sigaretten naar de buitenruimte hebben weten te verbannen?

Stellen we onverbloemd met Donald Trump en de zijnen dat als het er op aan komt minder kansrijken onder ons maar moeten verdrinken of verhongeren, of zijn we sinds de Tweede Wereldoorlog toch wat beschaafder geworden?

Hoe lang nog blijven we er genoegen mee nemen dat grootbedrijven, die het bruto binnenlandsproduct zo gunstig kunnen vergroten, normen over onze leefomgeving, lucht- en voedselkwaliteit kunnen oprekken; onze volksgezondheid op het spel zetten? En hoe zit dat met de normen waaronder aan andere kanten van de wereld hetgeen we hier consumeren geproduceerd wordt? En hoe lang nog accepteren we dat vervolgens eenmaal vastgestelde normen als streefcijfers worden gebruikt om bodem, lucht, voedsel en water te mogen verontreinigen?

We moeten de mensheid redden van een economie die uitsluitend de belangen van de kapitaalbezitters voor ogen heeft.

Lag sinds begin vorige week dinsdag “’Nee’ is niet genoeg, …” van Naomie Klein in de betere boekhandels, vandaag publiceert ook de Belgische schrijver Ludo De Witte geen opbeurende boek. Om toch positief te beginnen: De Witte looft de mensen die, zoals het spreekwoord zegt, bij zichzelf beginnen. Hij is positief over duurzame initiatieven. Tuurlijk, maar in een vlijmscherp betoog ziet hij geen enkele reden om te juichen. Wat hij ziet is dat we ‘slaapwandelend naar de afgrond’ gaan. Wat we tot nu toe deden, nu aan het doen zijn en binnenkort van plan zijn te gaan ondernemen is volgens hem niet meer dan ‘gerommel in de marge’. Al deze initiatieven moeten niet overgewaardeerd worden, want zij brengen ons volgens De Witte niets meer dan ‘een vertrekpunt; een uitvalsbasis’ om de broodnodige veranderingen teweeg te brengen.

De problemen zijn dan ook volgens hem ideologisch van aard. Alle oplossingen die wèl werken gaan in tegen de dogma’s van deze tijd: de ‘vrije markt’ en ze worden verdacht gemaakt als ‘contraproductief’, ‘marktverstorend’ of ‘protectionistisch’. “Alles waar het neoliberalisme voor staat, is een rem op structurele klimaatregelingen.” Overheidsingrepen zijn immers voor neoliberalisten als de bemanning van CDA, D66, PvdA en VVD taboe.

Vrijhandelsakkoorden als CETA en TTIP zullen daarenboven de klimaatcrisis verder verergeren, want ze stellen niets voor om de mens, het milieu en de natuur te beschermen. Bovendien verhinderen die verdragen dat landen nog klimaatbeschermende maatregelen nemen zonder miljardenboetes aan grootbedrijven, zoals multinationals, te riskeren. Daar gaat ons zuur met loonbelasting bijeengesprokkelde belastinggeld, waaraan de claimende multinationals nagenoeg niets hebben bijgedragen. Groen of rood kapitalisme bieden geen van beide ook maar een begin van een oplossing.

Terecht stelt de Partij voor de Dieren allerhande maatregels voor ‘omdat er geen planeet B is’. De items in de eerste alinea van dit stukje ontleende ik aan gedreven politici op gemeentelijk, landelijk en provinciaal niveau van deze politieke partij. Uitstekende en door mij gewaardeerde bijdragen. Echter, het alternatief dat De Witte voorstelt gaat vele malen in het verlengde van hun initiatieven verder: de oplossing is ‘System change, not climate change‘. De Witte noemt dat ‘Ecosocialisme’:
Het wordt tijd dat milieu-activisten en socialisten dat door de sociaal-democratie en het stalinisme besmeurde project als het hunne claimen en fier zeggen waar het voor staat: de mensheid redden van een economie die uitsluitend de belangen van de kapitaalbezitters voor ogen heeft”, aldus De Witte.

Bronnen: “Ludo De Witte schreef een sterk pleidooi voor ‘ecosocialisme’” door Thomas Decreus via DeWereldMorgen en “Plan B Symposium” door de Nicolaas G.Pierson Foundation, het wetenschappelijk bureau van de Partij voor de Dieren; beide op 10 september 2017.

Ludo De Witte “Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op – Het kapitalisme versus de aarde” (11 september 2017) Uitgeverij EPO in Antwerpen; 222 pagina’s (zonder voetnoten en literatuurlijst), ISBN 9789462671164, € 20,00

Geen nieuws is goed nieuws of verdacht…

Geen nieuws is goed nieuws, wordt gezegd. En dat geldt nu zeker voor nieuws uit Portugal.

Wat vooraf ging
Op 4 oktober 2015 werden in Portugal parlemensverkiezingen gehouden. Het was de eerste verkiezing in een ander Zuid-Europees land, kort nadat Syriza in Griekenland zich zonder rooskleurig toekomstperspectief volledig had onderworpen aan de orders van de Europese trojka van Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds. Sindsdien gaat Griekenland gebukt onder een moordend besparingsbeleid; een humanitaire ramp met vreselijke sociale gevolgen binnen een groot deel van de bevolking. Zouden de Portugezen met hun stem nu ook ‘neen’ zeggen aan de neoliberale dogma’s van de Europese instellingen? Zelfs onze media besteedden er even aandacht aan.

De twee Portugese regeringspartijen, de rechtse, extreem-liberale Sociaal-Democratische Partij PSD en de Christen-Democratische aartsconservatieve Volkspartij PSD verloren die 4de oktober samen 12% van hun stemmen. Met hun gemeenschappelijk kartel ‘Portugal Ahead’ behaalden ze 39%. Tweede partij werd de PS die 4% vooruitging en 32% van de stemmen haalde. Tot zover ons nieuws. Wellicht is er nog een berichtje – dat ik nu over het hoofd zie – aan besteed dat ‘over rechts’ geen regering gevormd kon worden en ‘over links’ wel. Hoe dan ook: in Portugal trad een minderheidsregering aan van de socialistische PS, met steun van de communistische PCP en de ecologische PEP. Verder blijft het stil bij ons.

Sindsdien voert deze Portugese regering een sociaal beleid dat volledig ingaat tegen alle dogma’s van de Europese trojka. Ondertussen zijn we 20 maanden verder en wat er in Portugal is gebeurd, is volledig onder de mediaradar verdwenen; net als de economische, humanitaire en materiële ellende waar Griekenland mee kampt.

Het niet-nieuws
Voor wie alles afmeet aan economische groei: de Portugese economie is aan een indrukwekkend herstel bezig. In amper 1 jaar is het land erin geslaagd de economie volledig op de rails te krijgen. Geschat wordt dat de economische groei dit trimester op bijna 3% zal uitkomen, het beste resultaat in 17 jaar.

Voor wie andere maatstaven dan groei belangrijk vindt: de Portugese regering bespaart niet langer op pensioenen en sociale uitkeringen en laat de lonen stijgen. Portugal keert zich daarmee volledig af van het dogma dat alleen lage lonen en overheidsbesparingen investeerders zouden aantrekken. Het resultaat is onmiskenbaar: in de eerste helft van 2017 stegen de investeringen met 10%, de export steeg met 9%. Dat zijn “percentages superieur aan die van Nederland en Duitsland” volgens de Nederlandse zakenwebsite ‘Express Business’.

Dat de linkse Portugese regering van de PS, met steun van de PCP en PEP geen media-aandacht krijgt in de rest van de Europese Unie vind ik* tekenend, zowel voor de eenvormigheid van het medialandschap als voor de politieke onwil om te erkennen dat het al decennia lang gevoerde Europese besparingsbeleid niet de enige mogelijke politieke weg naar een economisch en humaan gezondere samenleving is, èn niet de beste.

Het lijkt mij dat de Europese burgers erover geïnformeerd horen te worden dat er een EU-land is dat het helemaal anders aanpakt dan hun eigen regering onder de zelfverkozen knoet van de Europese Unie; inclusief de positieve (en eventueel negatieve) gevolgen van die aanpak. Het is immers alleen aan de hand van veelzijdige informatie dat zij (lees ‘wij’) kunnen oordelen of ze het gevoerde beleid van hun overheid juist vinden of niet.

Maar ja, zo zit de wereld niet in elkaar. Vandaar dat het woord in de media is aan de Duisenbergen, Junckers, Rutte’s en Tusken, die alle kwetsbare groepen met hun minachting begroeten: “We moeten een nieuwe auto kopen, of een nieuw huis. Dan kunnen we met elkaar het CPB verslaan.“**

Bronnen: “Rutte: koop nieuwe auto of nieuw huis”, Mark Rutte via de NOS op 11 april 2013, “Portugal: einde van besparingspolitiek leidde tot economisch mirakel” door Dominique Dewitte via ExpressBusiness op 5 september 2017 en “Waarom regering Portugal geen frontpaginanieuws is” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 8 september 2017.
_____________
* Lode Vanoost ventileerde deze mening eerder via de Belgische website DeWereldMorgen.
** Een uitspraak van de Nederlandse premier op 11 april 2013.