Over zon en regen

Binnen een week is het zover. Dan wordt Donald Trump officieel wereldleider. Zo heeft de bevolking van de Verenigde Staten van Amerika bepaald, geholpen door hun kieswet. Eindelijk wordt deze 45ste Amerikaanse president geen traditionele president, die het fundamentele leidende principe van het Amerikaans presidentschap trouw zal uitvoeren: in standhouden van de economische en militaire overmacht over de rest van de wereld en het vrijwaren van de overmacht van grote bedrijven op de economie in eigen land. Eindelijk een ‘ongeleid projectiel’.

Van een Bernie Sanders had ik een goede invloed op de wereld en de burgers van de Verenigde Staten van Amerika verwacht, en ik ben er nog steeds niet rouwig om dat Hillary Clinton niet als Amerikaans president verkozen is. Met haar op die plek zou het op een andere manier ernstig fout gegaan zijn in de wereld, is mijn inschatting. Haar kijk op de wereld, het bekende beleid dat ooit door Ronald Reagan als 40ste Amerikaanse president ingezet werd, heeft genoeg slachtoffers gemaakt. Ook in Europese landen holt dat beleid al 4 decennia onze samenlevingen sociaal uit, waarbij overheden hun belangrijkste plicht verzaken: kwetsbaren beschermen tegen degenen met macht.

De jaren ’30 en ’40 hebben op Europese bodem de maatschappelijke wetten, die nu procesmatig dominant worden, blootgelegd. Dus, zou ik tot een minderheid behoren èn in de Verenigde Staten van Amerika wonen, dan werd het nu tijd om naar een buitenland te emigreren. Ook al zou ik tot een minderheid behoren die kwantitatief een meerderheid vormt.

Op orde volgt chaos en op chaos volgt orde. Misschien heeft de wereld een Trumpiaanse president nodig om de bevolking weer politiek bewust te krijgen en zich een beetje inzicht te verschaffen op de misdrijven die overal op de wereld in hun en onze politieke naam gepleegd worden. Tussen de jaren ’50 en ’80 bleek ook dat na complete chaos eventjes 3 ordelijke decennia aanbraken.

Na regen komt zonneschijn en na zonneschijn… juist.

Een goed nieuwjaar voor ieder

In 1974 ging ik regelmatig naar een schietbaan; meestal bij het Drentse Assen. Dat deed ik niet alleen omdat ik dat leuk vond. Ik had er zelfs weinig over te zeggen wanneer ik ging. Ik bracht mijn bezoekjes aan de schietbaan samen met een bataljon dienstplichtigen, waarvan ik er ook een was. Dat schieten ging me goed af. Totdat ik niet meer op een roos moest richten, maar op iets wat een mens moest voorstellen. Dan zorgde ik ervoor dat ik dat figuur niet raakte en richtte gewoon op iets in de achtergrond. Ik ‘vermenselijkte’ dat figuur en wilde ‘zijn’ ‘letsel’ niet op mijn geweten hebben.

‘Ontmenselijking’ is een term die we tegenwoordig regelmatig via media horen. Wanneer we goed luisteren. Dat is het tegenovergestelde van wat ik in Assen deed. Degenen die het in “Islamitische Staat” voor het zeggen hebben ‘ontmenselijken’ andersdenkenden waarna hun beulen hen gruwelijk kunnen behandelen wat ze naar verluid dan ook doen. Echter, wij ontmenselijken hier ook wanneer we iemand verwarren met zijn of haar ideeën, gewoonten of godsdienst. We zien dan niet meer de mens, maar een geminachte vreemde zonder onze ogen en oren te gebruiken. We zien die man of vrouw alleen zoals wij haar of hem kunnen en vooral willen zien. Helaas is dit geen nieuw verschijnsel in de geschiedenis van de mensheid. Wat wel nieuw is, is dat de wreedheden nu vaak online geëtaleerd en via media en sociale media eindeloos herhaald worden.

De Groene Amsterdammer behandelde ruim anderhalf jaar geleden in drie artikelen de Armeense genocide waarin bijna het gehele Armeense volk is uitgeroeid. Ik werd er misselijk van toen ik daarover las. Tijdens de Holocaust – ons iets beter bekend – werden tussen de 5 en 6.000.000 Joden vermoord, evenals ongeveer 5.000.000 Bulgaren, dissidenten, homoseksuelen, Jehova’s getuigen, gehandicapten, krijgsgevangenen, Polen, Tsjechen, Roma, Russen en verzetsstrijders. Er werden door de Duitsers en Japanners diverse methoden toegepast om de ‘untermenschen’ te vermoorden. De gaskamers en het zich dood laten werken zijn de twee meest bekende manieren. Echter, voor de ongekende wreedheden toegepast werden, werden hun slachtoffers eerst ontmenselijkt. De Bulgaar werd een onbetekenende niet-Duitser, de dissident werd een verachtelijke verrader, enzovoort.

Na de gruwel, die deze 11 tot 12.000.000 mensen aangedaan is, plus al degenen die weliswaar niet overleden zijn maar juist zonder hun dierbaren verder moesten leven ofwel getraumatiseerd uit de Tweede Wereldoorlog kwamen, was de tijd rijp de rechten van de mens internationaal te formuleren. Dat gebeurde uiteindelijk in 1948. Ze omvatten rechten waarop iedereen aanspraak kan maken, ongeacht geslacht, herkomst, nationaliteit, overtuiging, wettelijke status of andere kenmerken. Voorbeelden zijn ‘het recht op bescherming tegen marteling’, ‘het recht op leven’, ‘het recht op vrije meningsuiting’ en ‘het zelfbeschikkingsrecht’.

In deze wereld, waarin mensen zelfs opkomen voor dierenrechten, is het om moedeloos te worden van wat mensen elkaar tot op de dag van vandaag fysiek, sociaal en virtueel aandoen. Zo is het ook hoopgevend hoe mensen met elkaar samenwerken aan ethisch verantwoorde doelen. Laat ik dat hier direct erbij vermelden.

Met dat schieten van mij is het later overigens nooit meer goed gekomen. Ik heb zelfs in het leger geen prettige verhouding met geweld ontwikkeld. Al heb ik op een kermis nog wel eens een reuze grote beer voor mijn kinderen met een schot-in-de-roos gewonnen.

Voor wie interesse heeft, hier is een korte versie van die Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) te vinden, met een link naar de volledige. Ik wens u allen een gelukkig nieuw jaar.

Deze blog verscheen eerder op 12 juni 2015 via de voorloper van deze website.

De burger heeft behoefte aan ideologie, ook al weet-i dat niet

Pensioengerechtigden worden gekort op hun pensioen, waarop bovendien pas op latere leeftijd recht bestaat dan eerst. Werknemers hebben steeds minder te besteden. Werkzoekenden worden gekort op hun uitkering. En voor iedereen, met een inkomen onder een zekere inkomensgrens, lopen de schulden op, terwijl aandeelhouders en miljardairs ongegeneerd binnenlopen. Dit is mijn economische karikatuur van onze samenleving.

‘De burger’ is door de ontwikkelingen binnen onze samenleving ontevreden. En hoe uit hij als ‘electoraat’ zijn frustraties hierover: door een tegenstem en angstvallig vast te houden aan de zwartheid van Piet. India zegde in augustus jl. 57 handelsverdragen op uit frustratie over de arbitragehoven waar bedrijven steeds exotischer claims aanhangig maakten. Vorige maand leek Wallonië even op het Gallische dorpje uit Asterix en Obelix, dat dapper weerstand bood aan het grootkapitaal toen de socialistische regering weigerde het CETA-verdrag met Canada te ondertekenen. Het TTIP-verdrag tussen Europa en de Verenigde Staten stond al op losse schroeven en lijkt met de in januari a.s. te installeren Amerikaanse president Trump definitief van de baan. Handelsbeleid lijkt niet langer een onderonsje tussen technocraten, maar een zaak waar de burger zich mee wenst te bemoeien. Zo koos de Nederlandse burger ooit tegen de Europese Grondwet, en onlangs tegen het Oekraïneverdrag, de Engelse tegen een Bremain en de Amerikaanse tegen Hillary Clinton. Of voor Donald Trump, wie zal het zeggen?

En wanneer CETA geratificeerd wordt, hoeven Amerikaanse bedrijven alleen maar een vestiging in Canada te openen – als ze die daar al niet hebben – om met CETA conform TTIP in de watten gelegd te worden.

Zoals ik de Nederlandse politiek volg, lijkt bovenstaand besef bij onze politici nog nauwelijks doorgedrongen. Daardoor voorzie ik dezelfde reacties na 15 maart 2017, wanneer de PVV een historische verkiezingswinst haalt, als waar we in de media na 8 november jl. na de Amerikaanse presidentsverkiezing getuigen van mochten zijn.

Het ligt dan ook in de aard van mensen om als de oplossing van een probleem niet werkt, meer van dezelfde oplossing aan te bieden in plaats van nieuwe oplossingsrichtingen te zoeken. Tijdens de campagnes worden we ineens allemaal toegesproken als ‘hardwerkende Nederlanders’ waarnaar geluisterd moet worden en die respect verdienen. En na de verkiezingsuitslag moet ons ontslagrecht nòg verder afgebouwd worden en mogen we misschien wel 150 km/uur op snelwegen gaan rijden. Het eerste is vrijwel zeker, het laatste ongewis; wie zal het zeggen?

De zogenoemde ‘vrijhandelsakkoorden’ tussen staten (CETA, NAFTA, TTIP en TTP) zijn in werkelijkheid protectionistische bedrijfsovereenkomsten om de privileges van investeerders tegen de inmenging van democratische overheden te verhinderen. Ik heb hier al eerder betoogd dat het doorgaan met onderhandelen, nadat ISDS op tafel kwam, in mijn ogen verraad is aan ons; aan onze democratie. Maar, terwijl de zwartheid van Piet emotionele gevoelens opwekt, bespeur ik over dit werkelijke verraad van onze gedeelde waarden nagenoeg geen ophef. Vandaar dat ik geen enkele positieve verwachting heb van de Nederlandse mainstream-politieke partijen, die CETA en TTIP blijven framen als ‘vrijhandelsakkoorden; goed voor banengroei en de economie’.

Ik geloof er niets van dat de heer Wilders in deze problematiek uitkomst biedt.

Het zijn geen ‘akkoorden’ en ze gaan nauwelijks over ‘handel’. Ze zijn (CETA) en worden (TTIP) in het grootste geheim onderhandeld tussen juridische adviseurs van de financiële sector, die van grootbedrijven/multinationals en vertegenwoordigers van de betrokken staten en gaan over de bescherming van privileges en rechten van investeerders. Deze verdragen beogen een verzekering voor grote investeerders tegen elk risico op overheidsinmenging voor zaken zoals
> de bescherming van de consument,
> het behoud van culturele rechten,
> de bescherming van de kleine en middelgrote ondernemingen,
> de bescherming van kleine zelfstandigen,
> de bescherming van zelfstandige landbouwers,
> de bescherming van het leefmilieu,
> sociale bescherming en
> de bescherming van voedselveiligheid.
Dat zijn immers allemaal zaken die de investeringen van deze bedrijven kunnen schaden en hun winsten kunnen doen afromen.

Dat deze bedrijven stuk voor stuk te groot worden om failliet te gaan en dus in geval van nood staatssteun nodig hebben, dat de werknemers het met steeds minder rechten moeten doen, dat de werkzoekenden vrolijk kunnen blijven zoeken, dat de zelfstandige ondernemer naast de multinational op deze manier weggeconcurreerd wordt; dit alles blijft in alle politieke beschouwingen onbesproken. Het is gebeurd, het gebeurt. En wanneer iemand dit zegt, wordt hij een pessimist genoemd die de economie niet begrijpt (maar die de gevolgen van ons economisch beleid wel maandelijks ervaart bij het moeten rondkomen). “Goed voor de multinational is goed voor iedereen”, zeggen de mainstream-economen en politici hier al jaren terwijl de realiteit voor de burgers een heel andere is.

Voor de ernst van TiSA heb ik in dit stukje geen tijd, maar dat is zo mogelijk nog gevaarlijker vanwege het niet kunnen terugdraaien van TiSA-besluiten.

Wat mij betreft zou de campagne voor onze Tweede Kamerverkiezingen dus meer over inhoud moeten gaan. De humanitaire ramp, welke zich momenteel in Griekenland afspeelt, laat het werkelijke gezicht van de Europese Unie en haar geldschieters ECB en IMF zien. Hoewel we niet diezelfde kant op willen, lijken we door de blindheid van de mainstream-politieke partijen hard op weg om de toekomst voor de generaties na ons er een te maken naar EU-Grieks-model van “kop houden, doe wat je opgedragen wordt in de tijd die je krijgt en anders hang je.” En ik vraag me sterk af of de PVV hier nu wel het juiste antwoord op heeft. En ik vind dat zij op de ontevredenheid van de burger niet een juist antwoord geeft, omdat er in dit tijdgewricht volgens mij juist snel iets echt constructiefs nodig is.
Ik bedoel: Ik geloof er niets van dat de heer Wilders in bovenstaande problematiek uitkomst biedt. Maar CDA, D’66, PvdA en VVD ook niet. Dat is volgens mij hetzelfde probleem als waar veel Amerikaanse kiezers zich 8 november voor geplaatst zagen. Zij kozen liever voor een verderfelijke ideologie dan zich te blijven voegen naar het steeds ongeloofwaardiger praatje dat wat goed is voor de economie, goed is voor iedereen.

Bronnen: “Eerst m’n baan terug! Vrijhandel, het heilige neoklassieke huisje” door Jaap Tielbeke in De Groene Amsterdammer via http://www.groene.nl op 23 november 2016 en “TPP-TTIP out? Leve TiSA-CETA!” door Lode Vanoost in De Wereld Morgen via http://www.dewereldmorgen.be op 25 november 2016.

Dit, overigens, is mijn 50ste blog op deze website.

Trump – Wereld: 1 – 1

De – waarschijnlijk – meest onvoorspelbare president van de Verenigde Staten van Amerika (Amerika) ooit heeft aangekondigd op zijn eerste presidentiële werkdag het Trans-Pacifisch Partnerschap (TTP) op te zeggen. Dat kan omdat het Amerikaanse Congres TTP wel ondertekend, maar nog niet geratificeerd heeft.

Wat nu eenmaal al jaren in alle politieke besluitvorming mist is de vraag wat voor ons welbevinden noodzakelijk is en wat de gehele mensheid nodig heeft…

Anders dan Trumps eerdere aankondiging over het stopzetten van het gevolg geven aan het bereikte op de Klimaatveranderingconferentie COP21 in Parijs (en onlangs bij COP22 in Marrakesh), juich ik dit besluit over TTP toe. Dit soort verdragen, die eufemistisch aangeduid worden als ‘handelsverdragen’ en ‘vrijhandelsverdragen’, dienen volgens mij alleen de belangen van multinationals en hebben niets te maken met alle moois dat er omheen geframed wordt. Ze verzekeren de winsten van grootbedrijven, want wat niet als winst verworven wordt, kan als greep in de schatkisten van deelnemende landen opgeëist worden indien nationale wetten dieren, mensen, milieu, natuur of rechten behartigen die ondernemers iets gaan kosten. Zo draait altijd de burger (in verkiezingstijd strelend aangeduid als ‘de hardwerkende Nederlander, Belg, etc.’, die met overeenkomsten als CETA en TTIP en alle neoliberaal beleid, waaronder loonmatiging en steeds verdere afbouw van het ontslagrecht, even meedogenloos in de steek gelaten wordt) op voor alle kosten die van ‘algemeen nut’ zijn. Want – als bekend – gaan grootbedrijven alleen voor optimale winsten en dragen multinationals nagenoeg geen belastingen af. Daar zijn ze multinational voor; net als om in dat land te vervuilen waar milieuwetgeving het ruimst is en daar de arbeidsintensieve processen te laten plaatsvinden waar arbeiders de minste rechten hebben om vervolgens goedkoop onze handelsmarkt te verzieken met eieren, energie, gadgets, geld, granen, groenten, olie, steenkolen, vlees en wat dies meer zij.

Australië, Nieuw-Zeeland en Japan zouden zijn geschrokken van deze aankondiging, alsof landen kunnen schrikken. Hoe erg zou het zijn voor de mensen daar als u en ik wanneer de belangen van grootbedrijven in die landen geschaad worden, vraag ik me dan af. Wat nu eenmaal al jaren in alle politieke besluitvorming mist is de vraag wat voor ons welbevinden noodzakelijk is en wat de gehele mensheid nodig heeft en hoe hetgeen er is en gemaakt kan worden op een ethisch verantwoorde manier te verdelen.

Bron: “Partners VS schrikken van torpederen handelsverdrag” door de redactie Buitenland van de Nederlandse Omroepstichting via http://nos.nl op 22 november 2016.

Noam Chomsky

Dat we na de aanslagen op 11 september 2001, naar de Amerikaanse datumnotatie (maand/dag) vaak aangeduid als ‘9/11’; in de volksmond nain i’levn, onlangs op 11/8 weer iets bijzonders hebben meegemaakt, is tot veel mensen wel doorgedrongen. Slechts het toekomstige verloop van de wereldgeschiedenis zal duiding kunnen geven aan de verkiezing van Donald Trump als 45ste president van de Verenigde Staten van Amerika; hier verder kortweg ‘Amerika’. Trump werd op i’levn eit door het Amerikaanse volk gekozen. Hij zou wel eens de meest onvoorspelbare Amerikaanse president ooit kunnen worden; wellicht was zijn onvoorspelbaarheid in de Republikeinse voorverkiezingen en Amerikaanse presidentsverkiezingen zelfs zijn unique selling point.

4 tot 8 jaar Hillary Clinton als Amerikaanse president leek me ook geen goede optie, zoals ik hier eerder al had laten weten. Ik gun haar, na haar indrukwekkende politieke carrière, haar rust.

Wat de verkiezing van Trump gaat betekenen gaan we meemaken. Er zijn mondiale problemen genoeg, zoals armoede, droogte, honger, toenemend militarisme, opwarming van de Aarde, onaanvaardbaar sterk toegenomen inkomensverschillen, intensivering van noodweer, koopkracht die voor veel mensen achterblijft bij inflatie, onomkeerbare vernietiging van biodiversiteit en oerwouden, verspilling, vervuiling, wateroverlast en een wereldvrede die achter onze horizon dreigt te verdwijnen. Over een paar jaar weten we wat Trump er zich van aantrekt en vooral: hoe hij ermee omgaat.

De wereldberoemde filosoof, politiek activist en taalkundige Noam Chomsky is op 9 november jl., toen de tellingen in Amerika nog bezig waren, uitgebreid geïnterviewd door het Amerikaanse progressieve magazine ‘Truthout’, een non-profit organisatie die zich zonder reclame-inkomsten en/of zakelijke sponsers toelegt op het verspreiden van onafhankelijk nieuws en commentaren op de actualiteit. Chomsky is 87 en heeft nog altijd idealen. En wel die, welke hij als tiener ook al had. Hij moet wel, vindt hijzelf, want idealen vindt hij aan de rand van de vernietiging van de mensheid broodnodig. Hij vraagt: “Als ik het niet doe, wie doet het dan wel?

Dat interview is onlangs in het Nederlands vertaald en volgens mij voor velen zeer de moeite van 5 tot 10 leesminuten waard. Klik hier voor bedoeld artikel. Daarin leest u ook wat er nog meer aan wetenswaardigheden plaats vond op 11/8.

Bron: “Noam Chomsky, geen spat veranderd” door Mirthe Berentsen in Vrij Nederland via http://www.vn.nl op 3 maart 2016 en http://www.truth-out.org op 19 november 2016.

Ik niet

Israël is een mooi land en vanuit Maartensdijk worden er door mensen, die ik ken, wel reizen naar toe gemaakt. Die kennissen komen terug met enthousiaste verhalen over de indruk, die dat bijbelse, heilige land op hen gemaakt heeft. Zij beperken zich hooguit tot één zin, zoals “Je voelt je wel soms bedreigd door al die militairen met geweren in de aanslag”, aan het Israëlisch beleid dat zij ervaren hebben.
Het uitmoorden van Joden in de Tweede Wereldoorlog heeft de Westerse opinie lang monddood gemaakt om zich tegen Israëlisch beleid te keren.
Israël wordt door Nederland, de Europese Unie en een hoop andere landen financieel en politiek gesteund ongeacht wat het uitvreet.

Vreemd eigenlijk, dat een braaf land als Nederland voor de EU en de Verenigde Staten van Amerika nauwelijks meetelt, terwijl Israël, dat de hele wereld schoffeert, altijd kan rekenen op onvoorwaardelijke steun. ‘Een brutaal mens heeft de halve wereld’, zal ik hier als uitleg maar schrijven.

Een voorbeeld van dat schofferen: “Ahmad Manasra”.
Op 12 oktober 2015 bevond deze toentertijd 13 jarige Palestijnse jongen zich met zijn neef Hasan Manasra in Oost-Jeruzalem. Dat is een gedeelte van Jeruzalem dat door de Verenigde Naties en wat genoemd wordt ‘de internationale gemeenschap’ niet wordt erkend als deel van de staat Israël. Op een locatie, die was onteigend van Palestijnse eigenaars en toegewezen aan Joodse kolonisten, raakten Ahmad en Hasan betrokken bij een gevecht met een Israëlische tiener en een Israëlische man.

Deze methodiek om bekentenissen af te dwingen van kinderen is volgens Brad Parker “wijdverbreid en systematisch”.

Hasan werd onmiddellijk door de Israëlische politie ter plaatse doodgeschoten. Ahmad vluchtte en werd daarbij door een auto overreden. Een Israëlische voorbijganger filmde hoe Ahmad zwaargewond op grond lag, terwijl omstaande Israëli’s obsceniteiten naar hem schreeuwden.

Israël onderwierp Ahmad aan de rechtspraak van een militaire rechtbank. Dit is een overduidelijke overtreding van de Conventies van Genève (1949), die verbieden om zelfs burgers in bezette gebieden te berechten volgens de wetgeving van het bezettende land. Laat staan burgers in niet als ‘bezette gebieden’ erkende locaties.

Daarnaast wachtte de rechtbank 3 maanden tot hij 14 was geworden om hem strafrechterlijk te vervolgen volgens het volwassenen recht. Daarbij overtreedt Israël een basisprincipe van de rechtspraak, te weten dat een verdachte moet worden berecht op basis van de geldende wetgeving op de dag van de feiten.

Een maand na zijn aanhouding – hij was toen nog 13 jaar oud – werd een video-opname naar de media gelekt waarin te zien is hoe Ahmad wordt aangevraagd. De video toont de laatste 10 minuten van een ondervraging die wellicht uren of dagen heeft geduurd. Daarin is te horen hoe de wenende jongen een bekentenis mompelt. Brad Parker, advocaat en lid van de organisatie ‘Defense of Children International – Palestina’, verklaarde dat deze ondervraging gezien de jonge leeftijd van de betrokkene “neerkomt op foltering”. Deze methodiek om bekentenissen af te dwingen van kinderen is volgens hem “wijdverbreid en systematisch”. Later trok Ahmad zijn bekentenis in.

In mei 2016 werd Ahmad veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf.
Op 7 november 2016 werd de straf in beroep herleid tot 12 jaar gevangenisstraf.
Volgens Lea Tsemel, zijn Israëlische advocate, was de straf die werd uitgesproken “verrassend, onevenwichtig en problematisch”.

Voor Nederland, de EU en de rest van ‘de internationale gemeenschap’ is dit voorbeeld hooguit ‘een uitzondering’. Het land kan blijven rekenen op financiële en politieke steun.

Ik vraag mij af of er één mens op de wereld is, die gelooft dat Ahmad van zijn straf een beter mens wordt. Ik ben op basis van wat ik ervan weet die ene mens in elk geval niet; Israël mag een indrukwekkend en mooi land zijn, er wonen mensen (noem ze met Friedrich Nietzsche en later de nazi’s ‘übermenschen’) die een regelrecht gevaar zijn voor andere mensen, te weten de ‘untermenschen’.

Bron: “Bezetter Israël veroordeelt Palestijnse jongen van 14 tot 12 jaar” door Lode Vanoost in De Wereld Morgen via http://www.dewereldmorgen.be op 8 november 2016 en wikipedia op 16 november 2016.

What’s in the name…

Het gebeurt niet vaak dat ik overdag een boek lees. Overdag is bij mij meer om ‘te doen’. Met het boek “De kanarie in de kolenmijn” van Ewald Engelen en Marianne Thieme ging dat anders. Afgelopen week las ik beide boeken met dezelfde titel overdag uit.

Het ministerschap in Nederland zou je kunnen zien als een stage om na afloop bij een grootbedrijf ver boven de Balkenende norm te kunnen incasseren.

Ik had het boek pas geleden gekocht tijdens een presentatie van de schrijvers in Utrecht. Thieme hield ons die avond voor dat een planeetbrede aanpak nodig is om de problemen, die veroorzaakt worden door te massale oogsten, uitputting van de aarde en omgevingsvervuiling, het hoofd te bieden. Zij vertelde erbij dat we daarvoor fundamenteel anders moeten gaan denken. Zo moeten we volgens Thieme bijvoorbeeld af van korte termijndoelen zoals groeicijfers, kwartaalcijfers en ad hoc overheids- en regeringsbeleid.

Terwijl ik deze week haar bijdrage aan ‘De kanarie’ las, werd het onderzoek van het RIVM gepresenteerd over de effecten van het verhogen van de maximum snelheid op Nederlandse snelwegen. Slechts 5,5% van de onderzochte trajecten, waar nu 130 km/u gereden mag worden, was vuiler dan in 2010, en op de overige 94,5% van de trajecten was de lucht schoner. Tot hier goed nieuws, zou je denken. In de toelichting viel het masker van minister Melanie Schultz van Haegen (VVD), die ook de baas van het RIVM is: doordat auto’s schoner zijn gaan rijden wordt het meer vervuilende effect door harder te rijden ‘onder de streep’ meer dan gecompenseerd. Doel is bij deze minister niet er ‘alles aan te doen wat we kunnen’ om de afspraken van de klimaattop COP21 in Parijs na te komen. Bovendien staan naar mijn mening tegenover de extra vervuiling door het verhogen van de maximumsnelheid alleen de winst dat Nederlandse automobilisten hooguit 5 minuten eerder op hun bestemming zijn: tijdwinst, ook zo’n korte termijndoel.

Engelen besprak in zijn bijdrage aan de avond de huidige politieke schizofrenie van aan de ene kant en in het klein goede en leuke initiatieven stimuleren en aan de andere kant in het groot meer van hetzelfde nastreven. Daaruit blijkt volgens hem (en mij) dat politici geen zicht hebben op de oorzaak van de problemen waarmee we kampen: het grote geld regeert, waardoor juist de grote problemen zoals verspilling en vervuiling niet aangepakt worden, maar ieder wel een waterbesparende douchekop wordt aangepraat. Politiek is te ver van burgers af komen te staan. Het ministerschap in Nederland zou je kunnen zien als een stage om daarna bij een grootbedrijf ver boven de Balkenende norm te kunnen incasseren. Zo zei Engelen het niet, maar zo begreep ik hem wel. Van ‘democratie’ zijn we in een ‘corpocratie’ terecht gekomen. Dat zei hij wel. En nog veel meer interessants.

‘De kanarie’ is een boek voor iedereen, die durft na te denken wat voor ons nageslacht juist is vandaag te doen.

Terwijl ik deze week zijn bijdrage aan ‘De kanarie’ las, werd Donald Trump gekozen tot 45ste president van de Verenigde Staten van Amerika (hier verder met ‘Amerika’ aangeduid). Achteraf logisch. Had Barack Obama 8 jaar geleden zijn presidentschap niet verworven met de belofte “Yes, we can”? Die droom is voor veel Amerikanen niet uitgekomen:
· 1 op de 6 Amerikanen, bijna 50.000.000 in totaal, leeft op of onder de armoedegrens van krap $ 500 per maand,
· Ruim 45.000.000 Amerikanen zijn in hun levensonderhoud afhankelijk van voedselbonnen,
· 1 op de 100 volwassen Amerikanen – een wereldrecord – zit in de gevangenis,
· 46 van de 50 Amerikaanse staten balanceren op het randje van faillissement,
· Amerika heeft met 17% van het bruto binnenlands product (bbp) het duurste zorgstelsel per hoofd van de bevolking,
· Amerikanen hebben samen ongeveer $ 1.800.000.000.000 aan studie- en creditcardschulden; de hoogste schuldenlast ter wereld,
· Amerika is economisch het meest ongelijke land van de Westerse wereld; de kloof tussen rijk en arm is zo groot dat de rijkste 1% 40% van de welvaart bezit,
· Amerika is met $ 900.000.000.000 dollar per jaar nummer 1 in wapenexport,
· Amerika telt meer wapens dan inwoners: 112 wapens per 100 inwoners,
· Het defensiebudget van Amerika is met $ 700.000.000.000 per jaar hoger dan dat van Afrika, Europa en het Midden-Oosten bij elkaar en
· Amerika is volgens de Wereldgezondheidsorganisatie nummer 33 in levensverwachting.
Is het dan vreemd dat mensen, die verandering zeggen te brengen, zoals Bernie Sanders* en Donald Trump, hoger scoren** dan mensen die meer van hetzelfde zullen brengen zoals Hillary Clinton? En dat geldt ook voor de dagelijks groeiende groep ontevredenen in de Europese Unie en in Nederland.

Ik bedoel hiermee te zeggen dat na 40 jaren gepropageerd neo-liberaal beleid door conservatieve, door linkse en door rechtse politieke partijen ook in Nederland het geduld opraakt. Terwijl voor multinationals, die hier actief zijn, al 40 jaren de wegen vrijgemaakt worden om onbelast en vrijelijk hun gang te gaan worden voor mensen als u en ik het leven duurder, perspectieven steeds onzekerder en de schulden hoger: hogere lasten en – zoals mij laatst vanwege het ‘eigen risico’ deed besluiten – verminderde toegang tot de gezondheidszorg. Uiteraard wensen steeds meer mensen een radicaal ander beleid. Hierin schuilt volgens mij het bij referenda afwijzen van de Europese grondwet, het afwijzen van het verdrag met Oekraïne en de Brexit. En bij verkiezingen: de winst van de polariserende Trump en de winst voor Wilders met zijn eenmanspartij.

Ik adviseer iedereen, die durft na te denken wat voor ons nageslacht juist is vandaag te doen, ‘De kanarie’ te lezen. Ik verklap er graag over dat wat mij bij het lezen ervan duidelijk werd, is dat – vrij naar Engelen in dat boek – de Partij voor de Dieren van Marianne Thieme en de haren geen single-issue-partij is, maar de largest-issue-partij die je maar kunt bedenken. Dat is anders dan de partijnaam doet vermoeden.

Bronnen: “Lezing Ewald Engelen + Marianne Thieme – Kanarie in de kolenmijn” op 27 oktober 2016 in ‘Molen de Ster’ te Utrecht, “De kanarie in de kolenmijn” door Ewald Engelen en “De kanarie in de kolenmijn” door Marianne Thieme, beide in 2016 als één boek uitgegeven door Prometheus in Amsterdam en “De status quo heeft gisterennacht grandioos de Amerikaanse verkiezingen verloren” door Rob Wijnberg in De Correspondent via https://decorrespondent.nl op 9 november 2016.

Klik hier voor meer informatie over het boek.

* Bernie Sanders is naar verluid tijdens het campagnevoeren zowel door zijn Democratische Partij als door de mainstream-media tegengewerkt. By the way degenen die dat deden zullen zich nu wel afvragen hoe goed zij daaraan gedaan hebben, maar als hadden komt is hebben te laat. Dat geldt ook ons. Nu!
** Ik besef dat dit ‘kort door de bocht’ is. Feitelijker is de formulering: Clinton verwierf meer stemmen en Trump behaalde meer kiesmannen aan zijn zij. Lees het dus als ‘hoger scoren voor wat betreft het aantal kiesmannen, hoewel beiden nagenoeg evenveel stemmen haalde; Clinton nèt iets meer.’ De gevolgde redenering, die er op neerkomt dat ‘wie wind zaait storm zal oogsten’, gaat hier wèl onverminderd op.

De geschiedenis hoeft zich echt niet altijd te herhalen; maar daarvoor is algemeen politiek bewustzijn nodig

Dat mensen als u en ik nauwelijks een idee hebben van het internationaal verdragsrecht lijkt mij begrijpelijk. Onaanvaardbaar vind ik daarentegen de algemene onwetendheid over verdragen waarmee mainstream-media ons berichten. Daardoor krijgen u en ik geframede persberichten te horen en blijven onwetend over mogelijke en verwachte gevolgen en over wat er wel en niet gebeurd is bij de totstandkomen van verdragen. Zo krijgen degenen, die ons bij de opstelling, ondertekening en ratificering van verdragen vertegenwoordigen, volledig ‘vrij spel’ om te doen en te laten wat hen goed dunkt zonder de volgens de liberaal Thorbecke broodnodige ‘tegenmacht’.

Vanaf mensenheugenis tot het einde van de 19de eeuw zijn verdragen afgesloten zonder enige inspraak van de bevolking. De geleidelijke democratisering van de Europese natiestaten, die sindsdien in onze samenlevingen is ontwikkeld, heeft die inspraak beetje bij beetje mogelijk gemaakt. Zo is het parlementaire systeem – dat aan de democratie voorafging – geleidelijk onder invloed van de bevolking gebracht door uitbreidingen van het kiesrecht.

Toch zijn er 3 beleidsterreinen, die grotendeels aan de controle en inspraak van de bevolking ontsnappen:
buitenlandse zaken,
defensie en
de troon.
Zo komt het dat van onderhandelingen met buitenlandse mogendheden, waartoe ik hier ook de Europese Unie reken, de verdragen die daaruit voortkomen en de gevolgen van die afspraken inhoudelijk nagenoeg geheel aan de mainstream-media-aandacht ontsnappen. Hooguit wordt een ministerieel persbericht plichtsgetrouw samengevat voorgelezen.

Degenen die wél informatie over verdragsonderhandelingen vinden en wél te weten komen wat de inhoud en mogelijke impact van toekomstige verdragen is, komen vaak zeer bezorgd of uiterst ontstemd in beweging.

De neoliberale voorstanders van de actuele ‘verdragen ter bescherming van exclusieve rechten voor buitenlandse investeerders tegen elke mogelijke inmenging door maatschappelijke en openbare organisaties, overheden en parlementen’ – ik doel op CETA, TiSA en TTIP – deden er alles aan om gèèn media-aandacht te krijgen. Zij bereikten dat door 7 jaren strikte geheimhouding toe te passen en beraadslagingen te organiseren in hermetisch van de buitenwereld afgesloten ‘achterkamertjes’. Alleen door de – al dan niet zo bedoelde – actie van de Waalse gewestregering werd CETA door de mainstream-media en politici ‘ontdekt’; tot voor kort onbestaande media-aandacht zag even het licht. Ineens werden de ingenomen standpunten van de zo goed als passieve politici bekend en zichtbaar. Zelfs de grotendeels onwetende publieke opinie pikte wat informatie over CETA op.

Misschien heeft verzet tegen dit soort verdragen door deze aandacht nu een vaste plaats verworven in de media; ‘hoop’ is hier de vader van mijn gedachten. In elk geval was verzet – naast het als ‘belachelijk’ afdoen van het Belgisch staatsrecht* en hoe daarmee omgegaan is – voor velen even de toon: “Gaat het in CETA daarover!?! Dat klink niet best.

CETA is nu door Canada en alle EU-lidstaten ondertekend en moet nog geratificeerd worden. Wanneer minstens één EU-lidstaat CETA niet ratificeert, vervalt het gehele verdrag.

ACTA in 2007 en MIA in 2006 waren indertijd een zelfde lot beschoren. Om te bereiken dat minstens één lidstaat CETA niet ratificeert, is het nodig dat het maatschappelijk verzet ertegen onverminderd en zelfs geïntensiveerd doorgaat.

Ik hoop van harte dat de komende tijd voldoende maatschappelijk bewuste mensen effectief hun geluid zullen laten horen, want ik vrees na de EU-verdragen van Maastricht en Lissabon, die voor het alledaagse leven van heel veel EU-inwoners slecht uitpakken (waar mainstream-media en politici zelden of nooit aandacht aan schenken), dat CETA, TiSA en TTIP jarenlang een neoliberaal en pijnlijk litteken in ons maatschappelijk verkeer zullen veroorzaken. TiSA zelfs voor altijd, wat dat ook is.

Misschien is het zelfs nog erger: zoals het verdrag van Versailles (1919/1920) uiteindelijk 19 jaar later geleid heeft tot de Tweede Wereldoorlog (1939), zouden we momenteel met ‘Maastricht’, ‘Lissabon’, ‘Griekenland’, CETA en binnenkort TiSA en TTIP bezig kunnen zijn de geschiedenis, die in de eerste helft van de vorige eeuw plaatsvond, te herhalen**. Iets wat niemand indertijd wilde en iets wat niemand nu wil.

Laat het niet gebeuren!

Bron: “Verzet tegen CETA blijft ook na ondertekening even zinvol” en “Wallonië en CETA of de neoliberale nachtmerrie van democratische inspraak in de economie”; beide door Lode Vanoost van De Wereld Morgen via http://www.dewereldmorgen.be op respectievelijk 30 oktober 2016 op 21 oktober 2016.

* Lode Vanoost legt in zijn artikel van 30 oktober haarfijn uit hoe de ‘Conventie van Wenen over het verdragsrecht’ (1969) ertoe leidde dat uiteindelijk deelparlementen in België voor een hoop reuring over CETA zorgden. Klik hier voor dat artikel met een link naar de tekst van bedoelde Weense conventie. Een conventie die na de Tweede Wereldoorlog tot stand kwam om de mislukte vredesverdragen van na de Eerste Wereldoorlog voortaan te voorkomen. Want die mislukte verdragen zetten een reeks gebeurtenissen in gang met uiteindelijk de Duitse inval in Polen (1939) als gevolg.

** Zie voor deze waarschuwing mijn blog “Tegengif” van 7 oktober jl.. Daarin haal ik de gelauwerde Amerikaanse Nobelprijswinnaar econoom Joseph Stiglitz aan, die ons in zijn nieuwe boek “The Euro: How a Common Currency Threatens the Future of Europe” wijst op herhaling van een geschiedenis die niemand wil: Hier kunt u voor dat blog klikken om dan te scrollen naar 7 oktober 2016.

Het einde van de wetenschap

In een discussie, die ik in De Groene Amsterdammer van deze week las, werd geopperd dat ‘ons dieet’ onze nieuwe religie is. Trends volgen elkaar daarbij in hoog tempo op. De teneur, die ik uit dat artikel haalde, was dat nieuwe diëten te weinig wetenschappelijk onderbouwd zijn. Maar wat is wetenschap nog, vraag ik me dan af.

Sinds 32 jaar is er veel veranderd aan de Nederlandse universiteiten. In die tijd zijn universiteiten in plaats van ‘onafhankelijk onderzoek’ steeds meer ‘Derde geldstroom-onderzoek’ gaan doen. Bedrijven bepalen daardoor de richting van onderzoek, wat wel en niet gepubliceerd wordt en in welke bewoordingen gerapporteerd wordt.

Uit onderzoek van het – in goed Nederlands – “Teaching Lab” van de Onderzoeksredactie van de Groene Amsterdammer blijken verontrustende cijfers. Zo heeft 83% van de hoogleraren nevenfuncties. Van 25% is de lijst van nevenfuncties niet kompleet en 21% van die hoogleraren vermeldt niets over hun werk voor bedrijven. De werkgevende universiteit weet dus niet welke petten hun hoogleraren op hebben. Slechts 30% van de hoogleraren met nevenfuncties zegt onderscheid te maken tussen universitair werk en nevenwerk. Zeker 17% van de hoogleraren met nevenfuncties verdient aan hun bedrijfsactiviteiten meer dan € 25.000 per jaar.

Wanneer wij horen of lezen, zoals in het ‘dieet-artikel bepleit wordt, dat ‘de wetenschap’ iets heeft uitgewezen hebben we geen idee meer of we een wetenschapper horen of een hoogleraar in haar of zijn functie van woordvoerder voor een bedrijf. Die hoogleraar kan dan best in zijn of haar vrije tijd aan een universiteit werken; voor de boodschap betekent het dat die besmet is. De kans blijkt in elk geval groot dat een universitair onderzoeker, die in de media iets vertelt, geldelijk belang heeft bij een bepaalde beeldvorming en/of onderzoeksresultaten. “Wij van Dentaid adviseren Dentaid”.

Melk is inderdaad goed voor elk“, luidde een persbericht dat de Universiteit Wageningen in 2008 de wereld inzond. De onderzoeker, bijzonder hoogleraar zuivelkunde Toon van Hooijdonk, bleek tevens directeur van melkfabrikant Campina.

Academici blijken vaak de uitvoerders te zijn van andermans vragen. De verzakelijking is mede het gevolg van Nederlands overheidsbeleid, dat nadrukkelijk streeft naar sterkere banden tussen het bedrijfsleven en universiteiten. Toegejuicht wordt dat met innovatiesubsidies (ons belastinggeld) de Utrechtse universiteit bijvoorbeeld het private Danone sponsort om patenten te verwerven, zodat andere zuivelfabrikanten de universitair onderzochte methodes niet kunnen gebruiken. Met name het universitair onderzoek moet meer en meer zichzelf financieren door hun resultaten te gelde te maken. Tussen 2000 en 2010 is de eerste geldstroom van de universiteiten – het deel voor onderzoek en onderwijs dat door universiteiten vrij te besteden is – gekrompen van 52 naar 45% van hun budget. Tegelijkertijd groeide de onderzoeksfinanciering door bedrijven, de ‘derde geldstroom’, en bepaalde het rijk dat ook de ‘tweede geldstroom’ – de publieke financiering van onderzoeksprojecten via de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) – voor bijna de helft (rond € 275.000.000 per jaar) moet worden besteed in zogenoemde topsectoren; samenwerkingsverbanden tussen bedrijven, de overheid en universiteiten. Minister van Onderwijs en Wetenschap Jet Bussemaker (PvdA) liet deze kabinetsperiode weten aan te sturen op ‘nog sterkere interactie tussen ­universiteiten en samenleving’. In een brief aan de Tweede Kamer noemde ze het grote aantal nevenwerkzaamheden een uiting van het succes van dit beleid. De richtlijn waarin is opgenomen dat hoogleraren hun werkzaamheden op hun persoonlijke profielpagina’s vermelden, vond ze voldoende. Méér transparantie was voor haar niet nodig…

Het toont volgens mij aan dat het Nederlandse politieke beleid sterk beïnvloed wordt door lobbyisten en dat de overheid geenszins meer zichzelf tot doel stelt om de zwakkeren in de samenleving, degenen die zich bijvoorbeeld afvragen wat wel of niet gegeten kan of moet worden, tegen bedrijfspropaganda te beschermen. Sterker nog, het lijkt mij zo langzaam maar zeker raadzaam zogenaamde wetenschappelijke adviezen in de wind te slaan.

Bron: “Ons dagelijks brood, maar dan wel glutenvrij graag!; Dieet als religie voor ongelovigen” door Sanne Bloemink, “De juiste yoghurt; Onderzoek Danone en de ondernemende overheid” door Karlijn Kuijpers & Casper Thomas en “Ondernemende professoren; Nevenfuncties van hoogleraren leiden tot belangenverstrengeling” door Marcel Metze, Nanouk van Gennip, Adriana Homolova, Sjors Koevoets, Karlijn Kuijpers, Casper Thomas, Betto van Waarden; alle drie in De Groene Amsterdammer van respectievelijk 26 oktober 2016, 2 maart 2016 en 26 november 2014.

Aanvulling op het Nederlandse nieuws

Het is zaterdagavond 21 uur en pas een uur geleden nam ik de tijd me van het wereldgebeuren op de hoogte te stellen. Wederom las ik in de Nederlandse media niets over de grote dingen die op stapel staan; wel over allerlei kleinere en middelgrote zaken. Boeiend, fijn, erg, interessant, saai of tijdverspillend. Wederom vond ik pas bij onze zuiderburen artikelen met relevantie. Bijvoorbeeld wat er nu wel en niet door Ministre-Président de la Wallonie Bourgmestre de Charleroi Paul Magnette en de zijnen veranderd is aan CETA, dat volgens mij ten onrechte in alle media geframed wordt als een vrijhandelsverdrag.

In de eerste plaats is er niets veranderd aan de 1.598 pagina’s CETA-tekst. Voor het afstemmen van invoer- en uitvoertarieven zijn zoveel pagina’s echt niet nodig.

CETA gaat ook over zaken waar een weldenkend mens tegen kan zijn. Zaken als arbeidswetgeving, gezondheidszorg, kapitaalstromen, milieuzorg, patenten en een speciale rechtbank voor multinationals, waar zij het alleenrecht hebben om overheden aan te klagen terwijl in CETA is opgenomen dat nationale wetgeving dan niet telt. Én buiten nationale wetten om miljoenen, zelfs miljarden uit nationale schatkisten proberen te krijgen zodat hun winstverwachtingen linksom of rechtsom gehaald worden.

Het mag duidelijk zijn wie de lasten te dragen krijgt wanneer ExxonMobil, dat met – in goed Nederlands – Royal Dutch Shell een joint venture onder de naam Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) is aangegaan, 13 miljard claimt ter compensatie wanneer zij in de toekomst niet meer rond de Waddeneilanden mag boren.

De reeds bestaande ‘interpretatie’ aan CETA is de afgelopen dagen onder invloed van de Belgische ‘dwarsliggers’ verder uitgebreid. De juridische status van deze ‘interpretatie’ is onduidelijk. In elk geval zegt een jurist, die het Waalse deelparlement adviseerde: “Iedere keer [wanneer; GjH] de interpretatie in strijd zal zijn met het verdrag, zal het verdrag voorrang hebben.

Door het verzet van het Brusselse en het Waalse deelparlement werd in de ‘interpretatie’ opgenomen dat die rechtbanken, die zich bijvoorbeeld over de nog niet ingediende claim van Exxonmobil buigen omdat de NAM zijn gang nog mag gaan, anders samengesteld zullen worden: rechters zouden onafhankelijker worden en een ethische code opgelegd krijgen.

In CETA is opgenomen dat alle overheidsdiensten geliberaliseerd mogen worden, tenzij ze op een ‘zwarte lijst’ staan. De ‘interpretatie’, die daar nu aan is toegevoegd, is dat staten zelf mogen definiëren wat een openbare dienst is.

Er komt een nieuwe vorm van samenwerking tussen Canada en de Europese Unie waarin, buiten elke democratische controle om, speciale expert-groepen normen en standaarden voor voedselveiligheid zullen bepalen.

Zo’n 80% van de grootbedrijven in de Verenigde Staten van Amerika heeft een dochterbedrijf in Canada. Zo’n dochtertje van een Amerikaanse multinational krijgt via CETA toegang tot de Europese markt met alle daarbij behorende privileges. Magnette’s akkoord eist nu een ‘echte band met Canada’ van bedrijven om de CETA-privileges te krijgen.

Wat overigens 7 jaar lang niet kon, kon in oktober ’16 opeens wel: een breed debat waarin alle actoren, zelfs ik op het Museumplein in Amsterdam, hun stem konden laten horen. Dàt, eigenlijk alleen dàt is vooralsnog wat ik zie als winst van de Brusselse, Franstalige en Waalse opstelling.

Opeens hield het Europese establishment heel even wel (twee woorden) rekening met de bezwaren van consumenten- en milieuorganisaties, vakbonden en Belgische zorgverzekeringen. Tot op de Kaapverdische eilanden schreven kranten over de keerzijden van dit akkoord. In Amsterdam en Berlijn werd steun betuigd aan de Brusselse, Franstalige en Waalse opstelling. In Canada en Duitsland stapten burgers naar het Hooggerechtshof.

Maar de educatie was van korte duur. In Nederland is CETA geen nieuws meer; zojuist hoorde ik op de radio dat Max Verstappen weer een hot issue is. Hij heeft morgen op de Grand Prix in Mexico de derde startplek.

Bron: “Hoe nieuw is ‘Le nouveau CETA’?” door Line De Witte en Peter Mertens via http://www.dewereldmorgen.be op 28 oktober 2016.

Klik hier voor het artikel van Line De Witte en Peter Mertens.