Een land met louter en alleen ondernemers

Gisteren besprak ik met een vriend zijn ongedurigheid over de beleidsregels rondom corona. We hadden het over de vermeende onlogica van de maatregels. Ik herken de tegenstrijdigheden wel, van meet af aan, maar wordt er niet onrustig van. Sinds de eerst bekende besmetting in Nederland verwachtte ik van een neoliberale regering neoliberale maatregels, en dus tegenstrijdige. Ik zou volksgezondheid op de eerste plaats zetten. Zo niet onze regering, die een balans gaat zoeken tussen optimale individuele vrijheid en de volksgezondheid. Volksgezondheid wordt tijdens de covid-19-pandemie ‘gemeten’ aan de hand van resterende capaciteit aan ziekenhuisbedden op de intensive care, in plaats van aan de gezondheid van de bevolking. Daar krijg je tegenstrijdig coronabeleid van.

Ik houd ervan beestjes bij hun namen te noemen en vind dat de overheid met een visie een duidelijke, betwistbare plaats zou moeten innemen. Ik zou maatregels nemen op basis van alle beschikbare kennis over – in dit geval – covid-19 en een daarbij passende, samenhangende strategie ontwikkelen. Dat doet onze overheid nou net niet en sinds lang nooit. Al decennia laat ze het ontwikkelen van visies over aan externe partijen en het bedenken van maatregels aan weer anderen. Dat lijkt mij typisch voor het neoliberalisme: met de individuele vrijheid voor iedereen (die hier volgens hen hoort) hoog in het vaandel (‘liberalisme’) hooguit ons gedrag sturen door te beprijzen of af te schrikken (‘neo’ in dit geval); of we dat nu willen of niet. De individuele vrijheid is sinds het ‘vallen’ van de Berlijnse muur in 1989 met name een vrijheid zichzelf onbeperkt te kunnen verrijken.

De hele maatschappij wordt in het neoliberalisme begrepen, gemodelleerd en geëvalueerd volgens het model van een doorsnee onderneming en ieder mens wordt tot individueel ondernemertje gebombardeerd

Mijn inzicht in het neoliberalisme ontleen ik via via aan de Franse filosoof Paul-Michel Foucault (1926 – 1984). Hij zag neoliberalisme in de eerste plaats als een vorm van managen: het sturen op maatschappelijke gedrag. Het neoliberale bestuur begrijpt het sociale altijd vanuit het financiële. Dus elke maatschappelijke omgeving (de cultuursector, de gezondheidszorg, het maatschappelijk middenveld, het onderwijs, de overheid of de sociale zekerheid) wordt binnen het neoliberalisme gestuurd volgens een marktlogica: kosten en baten & vraag en aanbod.

De hele maatschappij wordt in het neoliberalisme begrepen, gemodelleerd en geëvalueerd volgens het model van een doorsnee onderneming, vandaar ook dat tegenwoordig eigenlijk alleen ‘ondernemingen met een winstoogmerk en aangroeiende winsten’ als universeel deugdelijk worden beschouwd: van Ahold Delhaize / Albert Hein en Aegon via ING tot Schiphol en van Apple en Microsoft via Shell tot Unilever en Tata Steel, en alle andere grote jongens en meisjes, ongeacht hun toegevoegde waarde voor onze samenleving en de eventuele schade aan leefomgeving, mens en natuur die zij veroorzaken. Het wordt als niet passend gezien wanneer de overheid zich met ‘de inhoud’ bemoeit, of zelf uitvoerend werk doet, zoals cruciaal werk om vitale nutsvoorzieningen (cultuur, energie, onderwijs, openbaar vervoer, watervoorziening, welzijn, zorg) optimaal te laten functioneren.

Een tweede essentiële kenmerk van de neoliberale bestuursvorm is dat de mens gezien wordt als een ‘homo economicus’. Zich gedragen zoals je dat juist vindt, door bijvoorbeeld ethisch handelen na te streven, er principes op na te houden of door sober te leven, heeft in het neoliberalisme geen aanzien. “Als visie een blauwdruk voor de toekomst betekent, dan verzet alles wat liberaal is in mij zich daartegen”, vindt onze minister-president sinds 2010 bijvoorbeeld, en: “Bij het woord visie denk ik direct: ga naar de oogarts!”. Met idealistische denkbeelden plaats je jezelf buiten de samenleving (en daar is iedereen vrij in, maar vooral kopen – misschien om onnodige luxe te verwerven – wordt gestimuleerd. “Koop een nieuwe auto of een nieuw huis”, adviseert dezelfde minister-president). Op de onzichtbare markt zou iedereen materieel beter moeten worden vanwege het comfort of het geld waarmee hij of zij zich ten koste van een ander of de natuur verrijkt. Ieder individu is al doende in het neoliberalisme een gewetenloos onderneminkje gericht op de realisatie van eigenbelang.

Een neoliberalistisch bestuur dwingt zonder te bevelen

Het neoliberale bestuur vertrekt dus vanuit een specifiek mensbeeld en reproduceert dat mensbeeld ook door middel van zijn bestuur: gedrag wordt bijvoorbeeld aan- of ontmoedigd door middel van financiële prikkels, gemak of ongemak. Denk aan de manier waarop tabaksprijzen systematisch verhoogd worden met verplichte plaatjes en teksten op de verpakking: de bedoeling is prikkels te geven aan de tabaksconsument in de hoop dat die via een kosten-baten analyse de tabak laat voor wat die is, maar de overheid bemoeit zich niet rechtstreeks met de in- of verkoop van tabak en de koper is zogenaamd volledig vrij in haar of zijn keuze.

In dit tweede kenmerk zit eigenlijk ook een derde, specifiek kenmerk vervat dat belangrijk is om hier te noemen: het neoliberalisme als bestuursvorm gaat er vanuit dat de homo economicus beïnvloedbaar is. Haar of zijn maatschappelijke en sociale gedrag kan gemanaged worden door prikkels. Niet alleen wordt de mens dus tot een homo economicus gereduceerd, hij wordt tevens begrepen vanuit een behaviouristisch model (d.i. ‘ons zichtbare gedrag leren we onszelf door de omgeving aan en motivaties voor gedrag worden buiten beschouwing gelaten’), waarbij de juiste stimuli de gewenste burger zullen opleveren. Concreet betekent dit dat het neoliberale bestuur zelden directe bevelen geeft of verplichtingen oplegt, zoals ik als democratisch-socialist graag zou zien omdat je dan openlijk jouw ideeën ter discussie stelt. Daarentegen worden door een neoliberalistisch bestuur kaders, omgevingen of ruimtes gecreëerd die via bepaalde stimuli het gewenste gedrag voortbrengen. Denk hier opnieuw aan het reeds gegeven voorbeeld van roken: roken wordt niet verboden, het is nog steeds ieders vrijheid om te beginnen of door te gaan met roken. Alleen mogen van overheidswege de tabaksartikelen niet meer zichtbaar in de winkel liggen en mag op allerlei plekken niet meer gerookt worden. Zo wordt tegelijk een kader geschetst waarin rokers steeds meer ongemak ervaren en zelfs hier en daar gezien worden als asociaal.

Het neoliberalisme is zodoende een echt onzichtbare bestuursvorm, die dwingt zonder te bevelen. Concreet uit zich dat in een gevoel gestuurd te worden, terwijl er niemand is aan te wijzen die iets afdwingt. Daar kun je ongedurig van worden, en dat worden veel mensen, waaronder vrienden van mij, dan ook. Onder neoliberaal bestuur wordt al doende het onderscheid tussen dwang en vrijheid, tussen stimuleren en verplichten gaandeweg steeds vager.

We vergaren per land verschillende kennis over covid-19, en ondergaan andere maatregels ertegen en boeken andere resultaten

Of het bestuur wordt beleefd als vrijheid of als dwang hangt natuurlijk in hoge mate af van de subjectieve ervaringen en de maatschappelijke posities van de mensen. Steeds opnieuw wordt tot in den treuren toe en op de meest clichématige wijze bevestigt dat we vrij zijn, dat we ons leven zelf in handen hebben, over ons eigen lot (en ‘geluk’) beschikken en voor onszelf verantwoordelijk zijn. In het neoliberalisme wordt verzwegen dat we misschien ook een verantwoordelijkheid voor de zwakkeren onder ons hebben, en voor de minder bedeelden om ons heen, en die in landen waarmee we handel drijven of waarmee we op hoog niveau samenwerken. Maar die behoren niet tot ‘onze’ markt omdat ze niet in het model passen. En tegelijk worden we voortdurend gestuurd door het feit dat we met elkaar in de pas moeten lopen: “Alleen samen krijgen we het virus, dat we rond willen laten gaan onder gezonde, sterke mensen, onder controle” of “Samen tegen corona”.

Ook bij de maatregels om corona binnen de perken te houden, wordt voortdurend gestreefd naar maximale vrijheden en, omdat onze regering momenteel het vaccineren van iedereen vooralsnog als dé oplossing ziet, ongemakken voor mensen die zich niet laten vaccineren. Hier mag ieder doen en laten wat-i wil, mits u zich houdt aan onze democratisch vastgestelde spelregels! Maar dat spreekt vanzelf.

In het stevig op de hierboven geschetste manier onder de knoet gehouden ‘Vrije Westen’ hebben we nu per land verschillende kennis over covid-19. Wij luisteren naar het RIVM. Zo ondergaan we andere maatregels tegen dezelfde besmetting in andere landen, met daarvan afhankelijke resultaten. Al naar gelang welke subgroepen onze regering meer of minder vrijheid gunt, zien we ons geconfronteerd met inconsequente maatregels op basis van onvolledige en slordig gepresenteerde kennis.

Maar helaas, onze samenleving heeft zich heel anders ontwikkeld

Ik vind daarentegen welzijn veel belangrijker dan welvaart. In plaats van de vrijheid je onbeperkt te mogen verrijken zonder overheidsbeperkingen, vind ik de vrijheid van gebrek en vrees, zoals de regering Den Uyl die indertijd invulde, nastrevenswaardig (al miste ik toentertijd ook al de inspanning, zelfs het minste streven om wereldvrede te bereiken). Arbeid, allerlei diensten, geld, grondstoffen en land zouden wat mij betreft onder gezag moeten staan van onze democratisch gekozen regering in plaats van in bezit van private partijen / personen met een winstoogmerk. De opbrengsten uit de productie van diensten en goederen zouden volgens mij ook nog eens via de fiscus in belangrijke mate moeten terugvloeien naar de samenleving. Het is wat mij betreft prima dat ondernemers vruchten plukken van hun werk, maar adequaat gereguleerd opdat het bedrijfsleven recht begaat jegens burgers, hen adequaat voorlicht en (voor alle (!) ingezetenen) welzijn bevordert. Alle ondernemers zouden wat mij betreft volgens vergelijkbare belastingtarieven afdragen (in plaats van bij grootbedrijven ondoorzichtige afspraken te maken) opdat eerlijke concurrentie mogelijk wordt. Daarbij zou wat mij betreft percentueel meer afgedragen moeten worden naarmate meer inkomsten gegenereerd worden. Zo zouden de sterkste schouders weer de zwaarste lasten te dragen krijgen en wordt voorkomen dat personen zich buitenproportioneel kunnen verrijken. Ook het onderscheid in aangeboden faciliteiten en tegemoetkomingen voor het bedrijfsleven zouden voor alle bedrijven gelijkgeschakeld moeten worden. Onrecht tegen de publieke zaak zou wat mij betreft streng en rechtvaardig moeten worden beteugeld. Ik vind ten slotte dat we onze bestuurders steeds weer democratisch moeten kiezen op basis van hun prestaties in de voorliggende periode en – voor nieuwkomers – hun idealen.

Maar helaas, onze samenleving met een overheid, die zelf ongekend onrecht op meer vlakken dan alleen zo’n toeslagaffaire begaat en toch steeds weer door de kiezers in het zadel wordt geholpen, heeft zich heel anders ontwikkeld.

Bronnen: “Beste Stefan Hertmans, het heeft geen zin vaccinweigeraars egoïsten te noemen” door Thomas Decreus via DeWereldMorgen op 10 november 2021 en “Gewetensbezwaren” op de elpee Zand in je badpak door Don Quishocking in 1974.

Een verandering van niks

De wereld waarin wij leven, nou ja, waarin de mensheid moet zien te overleven: uit een analyse van de voorlopige deelnemerslijst blijkt dat de klimaattop in Glasgow mogelijk drukker wordt bezocht door lobbyisten, dan door afgevaardigden van overheden. Uit de analyse blijkt ook dat, wanneer de fossiele sector een land zou zijn, het de grootste landendelegatie zou zijn op heel COP26. De lobby van alleen de fossiele brandstoffen is zelfs groter dan het gecombineerde aantal aanwezigen van de 8 landen, die in de afgelopen 20 jaar het zwaarst werden getroffen door de klimaatverandering: de Bahama’s, Bangladesh, de Filipijnen, Haïti, Mozambique, Myanmar, Pakistan en Puerto Rico.

COP26, de klimaattop van 2021 in Glasgow, …

Dat wil zeggen dat de beïnvloeding door grote bedrijven op COP26 enorm is. Individuele burgers kregen decennialang aangepraat dat zij hun levensstijl moesten aanpassen. Maar bijvoorbeeld bij tijdelijke en uiteindelijke verpakkingen vallen de bespaarde (want betaalde) plastic tasjes in het niet. Bovendien kun je je auto pas wegdoen als er betaalbaar en goed openbaar vervoer is. En lang niet iedereen beschikt over voldoende middelen om biologisch producten te kopen of haar / zijn huis te isoleren. Het moraliserend benadrukken van de individuele invloed en verantwoordelijkheid was altijd niets dan een afleidingsmanoeuvre, waaraan ik me ergerde doordat ik met eigen ogen gezien had hoe het er in een distributiecentrum aan toeging. De ecologische, financiële en sociale crises zijn volgens mij louter en alleen het gevolg van de grote belangenverstrengeling tussen de economische en politieke elites.

Maar hoe zou de wereld er uitzien wanneer we justitie en politie zouden inzetten om de échte klimaat- en milieumisdadigers achter de tralies te stoppen? De CEO’s van grote vervuilende bedrijven bijvoorbeeld? Of hun legers lobbyisten? Zij, die het algemeen belang al die schade berokkenen waarvan we met elkaar getuigen zijn?

… en onze samenleving

Vooralsnog worden daarentegen de grote vervuilers eerder gesubsidieerd dan gearresteerd. Wat kerk en werkgevers deden, doen nu staat en media. Democratie is verworden tot mensen de volksvertegenwoordiging in helpen, opdat ze in overleg met lobbyisten beleid maken en via spindocters ons op de mouw spelden dat ze het best mogelijk, het hoogst haalbare voor elkaar gebokst hebben. En onze media verkopen dat als geruststellend nieuws. Zo worden we onwetend gehouden van de vele crises in eigen land en elders op de wereld waar onze overheden en wij dus ook medeverantwoordelijk voor zijn. Het komt voor de grote jongens met hun lobbyisten, die alleen winst op de korte termijn nastreven, goed uit wanneer de staat ons arm houd (vroeger een rol voor werkgevers) en als de media ons dom houden (wat de kerk vroeger als rol op zich nam). En dat heet ‘samenleving’.

Bronnen: “Honderden lobbyisten voor fossiele industrie aanwezig op COP26” door InterPressService en “‘Wij willen leven!’ Extinction Rebellion bezet de Wetstraat na eerste week COP26” door Extinction Rebellion Belgium; beide via DeWereldMorgen op 8 november 2021.

Chomsky (92) liet alwèèr van zich horen

De mogelijkheid van een rechtvaardige en duurzame toekomst is reëel”, zegt Noam Chomsky, “en we kunnen nog heel wat doen om haar te verwezenlijken voor het te laat is”. In de voorbije tientallen jaren was Amerikaans filosoof, mediacriticus, politiek activist en taalkundige Noam Chomsky een van de krachtigste en meest overtuigende stemmen tegen de door de mens veroorzaakte bedreiging van de beschaving en de planeet, ongelijkheid en onrechtvaardigheid. En hij heeft onlangs weer gesproken, dit keer met een zeker Amerikaans auteur en klimaatactivist Stan Cox mede naar aanleiding van zijn meest recente publicaties ‘Consequences of Capitalism: Manufacturing Discontent and Resistance’ in samenwerking met Marv Waterstone en ‘Climate Crisis and the Global Green New Deal: The Political Economy of Saving the Planet’ met Robert Pollin en C.J. Polychroniou.

Klik hier voor dit interessante Nederlandstalig artikel met de heldere inzichten van deze man.

Op het podium en achter de schermen

Dat staatshoofden en hun gevolg van over de hele wereld naar COP26 in Glasgow zijn gekomen, zal niemand ontgaan zijn. Ze zouden daar samen maatregelen gaan uitwerken om de opwarming van de aarde zeker onder de 2ºC en liefst onder de 1,5ºC te houden, zoals vastgelegd in het vorige klimaatakkoord; dat van Parijs in 2019.

De eerste ‘Conference of the parties’, COP1, was is 1995 in Berlijn; wat zijn we inmiddels opgeschoten?

Maar dat is natuurlijk wat voor de schermen gebeurt. Achter de schermen is het verhaal weer in en in triest. Enerzijds zijn er de grote, mooie verklaringen, die op dat soort bijeenkomsten te berde gebracht worden, en anderzijds ondervinden we de gevolgen van het gebrek aan waarmaken van die ambitieuze doelen: aanpak. Onze minister-president riep het letterlijk: actie, actie, actie*, terwijl hij niet met groenlinks en de PvdA een kabinet wil vormen; deze neoliberale politieke partijen links in het politieke spectrum zijn hem wat betreft klimaataanpak veel te radicaal. Echter, gelekte documenten van Unearthed, een groep van onderzoeksjournalisten verbonden aan Greenpeace, leren ons waar die kloof tussen woord en daad vandaan komt. Ze tonen ons hoe achter de schermen de machtigen op aarde, zeg maar Het grote geld, lobbyen om hun belangen boven alles veilig te stellen door de conclusies van het aankomende IPCC-rapport af te zwakken. Er schijnt zelfs een vooralsnog invloedrijke lobby te zijn van de financiële wereld om klimaatverandering aan hen over te laten. Zelfregulering is de kern van haar voorstellen. “Het is zelfs nog erger. Niet alleen werden deze voorstellen opgesteld door bedrijven als JP Morgan Chase, BlackRock, BNP Paribas en andere, die zwaar investeren in fossiele energie, maar een groot deel van deze bedrijven zal ook de leiding krijgen over de opvolging van de besluiten van de COP26”, stelt de Europese organisatie Corporate Observatory (CEO) die economische lobbygroepen rond EU-instellingen in de gaten houdt.

Stop maar niet met roken, want misschien wordt er wel een medicijn tegen longkanker ontwikkeld

Om de opwarming van de aarde tegen te gaan, moeten minstens 80% van de steenkoolreserves, 50% van de gasreserves en 30% van de oliereserves in de grond blijven. Australië en Japan pleiten er daarentegen voor om op grote schaal te rekenen op Carbon Capture and Storage (CCS), een techniek waarbij men een deel van de uitstoot opvangt en opslaat, opdat ons nageslacht niet vergeet hoe wij de aarde verziekt hebben, voeg ik daar cynisch aan toe. Vertegenwoordigers van Saudi-Arabië en andere olie-exporterende landen willen eveneens dat het IPCC deze conclusie schrapt uit haar rapport. “Dit is geen beleidsneutraal statement, aangezien bijvoorbeeld technologische vooruitgang een sleutelrol zou kunnen spelen”, zo becommentariëren ze deze conclusie van het IPCC.

Ze roepen actie! actie! actie! en gaan daarna weer aan het werk om de economische groei ten gunste van enkelingen te bevorderen

Naast de gas-, olie- en steenkoolindustrie is ook de vleesindustrie één van de grootste veroorzakers van de voor veel mensen gevaarlijke klimaatverandering. Een studie uit 2018 in het wetenschappelijk tijdschrift Science concludeerde dat de landbouwsector door een overstap naar een plantaardig voedselpatroon wereldwijd meer dan 3.000.000.000 ha minder grond in beslag zou nemen en bijna 50% minder broeikasgassen zou uitstoten. Uit de gelekte documenten van Unearthed/Greenpeace blijkt nu dat regeringsleden van Argentinië en Brazilië druk zetten om alle verwijzingen naar de impact van de vleesproductie te schrappen.

Het meest verbazingwekkend vind ik hoe weinig ophef deze lekkage veroorzaakte.

Natuurlijk, de grote klimaatboeven hebben financiële redenen om verwarring te zaaien. In totaal investeerden bedrijven en overheden de afgelopen twee eeuwen zo’n $ 25.000.000.000.000 in boorputten, elektriciteitscentrales, mijnen, olietankers, pijpleidingen en raffinaderijen. Hoe onethisch het de afgelopen decennia ook was om nog in deze sectoren te investeren; van een deel van die investeringen weglopen, wat om klimaatverandering binnen de perken te houden noodzakelijk is, zou kapitaalvernietiging betekenen. Zoiets is in het huidige economisch denkraam dan ook vrijwel ondenkbaar. In plaats van bindende maatregelen te nemen, gedragen overheden zich als verdedigers van hun multinationals. “De fossiele industrie is aan het winnen”, schrijft ook columnist en redacteur van de Financial Times Edward Luce over het beleid van de Amerikaanse president Joe Biden. “Als de VS – dat 70% meer uitstoot dan een gemiddeld rijk land – niet van steenkool kan afstappen”, gaat Luce verder, “hoe zou het dan China en India overtuigen?” De oorzaak zoekt Luce niet ver: “De kloof tussen beloftes en de realiteit wordt verklaard door de blijvende macht van grote lobbygroepen.

Eerst het hemd en eventueel een ander keertje de rok

Rijke landen zouden volgens mij het voortouw moeten nemen bij de aanpak van de klimaatcrisis, omdat zij daarvoor de grootste verantwoordelijkheid dragen. Dat hadden ze van mij al sinds het rapport “Grenzen aan de groei” (1972) van ‘De Club van Rome’ moeten doen. In 2009 heeft nog een groot aantal rijke landen, waaronder leden van de Europese Unie, toegezegd om tegen 2020 jaarlijks $ 100.000.000.000 aan klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden vrij te maken. Deze landen zouden op de klimaattop een solide en transparant plan moeten voorleggen hoe dat geld de komende vijf jaar elk jaar zal worden uitbetaald en hoe het zal worden besteed aan het omgaan met de gevolgen van de klimaatcrisis, aan de ontwikkeling van schone energiesystemen en aan de uitstap uit fossiele brandstoffen. Echter, ook deze belofte zijn die landen weer niet nagekomen.

Woorden, daden en gevolgen

Elk moment dat regeringen van rijke landen zich richten op winstcijfers van bedrijven in plaats van op het vinden van oplossingen voor de aanstaande klimaatcrisis kost mensenlevens. Ik vind het daarom schandelijk dat de huidige regeringsleiders, inclusief onze minister-president, zich vooralsnog alleen voor de bühne druk maken over de klimaatproblematiek, want ook in Nederland zouden we onze energiehonger moeten gaan beperken en laten wij kans na kans liggen om over te gaan op duurzame energie.

Bronnen: “Uitgelekte documenten onthullen hoe de grote vervuilers achter de schermen lobbyen tegen klimaatactie” door Seppe De Meulder, “COP26: Voer het klimaatakkoord van Parijs uit en stop het tijdperk van fossiele brandstoffen” door Greenpeace en “De G20 faalt over de aanpak van de klimaatcrisis” door Marc Vandepitte en “COP26 wordt grootste greenwash-event in de geschiedenis” door Lode Vanoost; alle vier via DeWereldMorgen op respectievelijk 26, 28 en 31 oktober 2021 en op 2 november 2021.

* Integraal hier het nagekomen artikel met de kop “Nederland tekent verklaring einde fossiele steun niet in Glasgow” door het Algemeen Nederlands Persbureau via Binnenlands nieuws van het Reformatorisch Dagblad op 3 november 2021 om 13:57uur (arceringen door GjH):

Op de klimaattop in Glasgow wordt donderdag naar verwachting een verklaring naar buiten gebracht waarin diverse landen beloven dat ze uiterlijk eind volgend jaar stoppen met overheidssteun aan fossiele brandstofprojecten. Een Nederlandse handtekening komt daar vooralsnog niet onder te staan, ook al riep demissionair premier Mark Rutte maandag in Glasgow nog op tot meer „actie en uitvoering” om de opwarming van de aarde tegen te gaan.

Het demissionaire kabinet laat besluiten over de steun aan fossiele industrie over aan het volgende kabinet, laat een woordvoerder van het ministerie van Financiën weten. Hij verwijst naar een stuk waarin het kabinet eerder dit jaar aangaf dat het „aan het volgende kabinet is om het ambitieniveau te bepalen”.

Rutte ging in Glasgow niet inhoudelijk in op vragen over de exportkredietverzekeringen en de verklaring. „Ik kan niet op alle onderdelen zeggen wat Nederland precies zal doen”, zei hij tijdens zijn bezoek. „In algemene zin geldt natuurlijk dat we heel positief kijken naar elke mogelijkheid om gezamenlijk tot iets te komen”, voegde Rutte eraan toe.

De verklaring is een initiatief van de Britse regering. Ook de Europese Investeringsbank, waar Nederland een paviljoen mee deelt op de top, is erbij betrokken. In een conceptversie die het ANP heeft ingezien wordt verwezen naar het doel om de opwarming binnen de 1,5 graad te houden. Daarom moet volgens de opstellers de steun voor projecten met steenkool, olie en gas snel worden afgebouwd. Zo’n 20 landen staan er welwillend tegenover.

Nederland helpt met zogeheten exportkredietverzekeringen bedrijven die willen meedoen aan grote projecten in het buitenland. Daar gaan miljarden euro’s per jaar in om. Als een groot project niet via commerciële bedrijven te verzekeren is, springt de overheid bij. De verzekeringen en garanties worden verleend door Atradius DSB, dat door Financiën wordt aangestuurd.

Fossiele brandstofprojecten vormen een aanzienlijk deel van alle exportsteun die Nederland verleent. Zo helpt Atradius DSB het maritieme bedrijf Van Oord bij een grootschalig aardgasproject voor de kust van Mozambique. De overheid stelde zich voor ruim 900 miljoen euro garant. In een document van Atradius wordt wel genoemd dat het project „significante” negatieve effecten op het milieu kan hebben, maar dat was geen reden om niet mee te werken.

Financiën wijst erop dat Nederland zich intussen wel inzet voor „het agenderen van en het maken van internationale afspraken over de vergroening van de exportkredietverzekeringen”. Eind deze maand houdt ons land daar zelfs een conferentie over. Niels Hazekamp van de organisatie Both Ends, die al jaren onderzoek doet naar fossiele exportsteun, noemt het niet tekenen van de verklaring „een gemiste kans”. Volgens hem gaat het gasproject in Mozambique meer CO2-uitstoot veroorzaken dan Tata Steel, de grootste uitstoter van Nederland. Hij wijst erop dat de Verenigde Staten de verklaring vermoedelijk wel gaan tekenen. „Nederland zegt bij de kopgroep te willen horen, maar voegt de daad niet bij het woord.

In tien stappen naar atoomenergiecentrales

1. We laten ‘de markt’ het werk doen opdat iedereen zo min mogelijk betaalt en het beste product krijgt. Dus worden alle (gemeentelijke) energiebedrijven geprivatiseerd, wat gemeenten zoveel geld opleverde dat ze niet wisten wat ze ermee moesten, maar dat geld is nu wel op.

2. Het is toch waar. Mensen beïnvloeden het klimaat op zo’n manier dat extreem weer voor rampen zorgt en de opwarming van het zeewater voor hogere zeeën.

3a. Waar ‘de markt’ het werk moet doen worden de mensen in rijke landen niet gevraagd of gesommeerd iets van hun materiële welvaart in te leveren. We zouden allemaal een elektrische fiets, tandenborstel en terrasverwarming willen. Dan moet toch atoomenergie* de mensheid maar redden, want die draagt niet bij aan opwarming van de aarde. Ons huidige economische regime is het enige goede en in elk geval het enig mogelijke**.

3b. Een fundamenteel probleem van onze wereld is dat de grote media zichzelf ook als ‘marktsegment’ verkopen. Hun voornaamste verkoopsargument is dat zij de bevolking neutraal, objectief en ongebonden zou informeren over wat er gaande is in de wereld, maar zij houden hun werkelijke agenda verborgen. Hun echte agenda behelst dat zij moeten entertainen om hun kijkers, lezers en luisteraars te boeien, want zij ontlenen hun bestaansrecht aan abonnementen, kliks, kijk- of luistercijfers; niet aan kwaliteit (hoe bepaal je die?), neutraliteit (wat is dat?) of objectiviteit (en wat zou dat zijn?).

3c. Bij een beetje commercie in ‘de markt’ hoort reclame. Vervaardig je een goed product waar niemand weet van heeft, dan ben je snel failliet. In het tijdsgewricht van de afgelopen decennia schuiven daarom allerlei lobbyisten bij politici aan tafel om producten te verkopen. Indien besluiten genomen gaan worden of regeerprogramma’s opgesteld neemt die lobbydruk exponentieel toe.

3d. De atoomergiesector beschikt over miljarden om zijn project door te duwen onder meer door te lobbyen bij EU-instellingen. Anders denkenden hebben die lobbymiddelen niet.

3e. Spindoctors fluisteren politici vervolgens in hoe hun door lobbyisten gesouffleerde beleid zo goed mogelijk te verkopen en iedereen, nou ja, bijna-iedereen tuint erin. De rol van de media hierin, die in ‘de markt’ prettig moet amuseren, besprak ik al in 3b. Dus denken we met ons allen dat we het in ons land goed getroffen hebben. Alleen ver weg zijn wolkjes aan de lucht.

4a. En plots moet, nu het water aan de lippen komt te staan, atoomenergie de wereld redden, nou ja, zeg, dat is slordig geformuleerd. Plots moet atoomenergie de energiehonger van de Westerse wereld stillen. Overigens zijn het niet de burgers, maar de bedrijven die steeds meer energie willen en zo goedkoop mogelijk. Alleen wordt de burgers gevraagd (nou ja, ‘gevraagd’) om de rekening daarvoor te betalen.

4b. Atoomenergie is altijd duur geweest. Het is daarom altijd zo geweest dat het alleen kan bestaan met massa’s belastinggeld. Het fundamentele onderzoek vooraf, de ontwikkeling en bouw van de huidige atoomcentrales, de beveiliging, de verzekeringskosten, de afbraakkosten, het atoomafval; voor al deze factoren kon de sector rekenen op gulle overheidssteun, want geen enkele private onderneming durfde deze torenhoge investeringen aan.

4c. Atoomenergie heeft nooit een oplossing gevonden voor het eindprobleem van het eigen afval. Bovendien heeft de sector kunnen bedingen dat ze niet zelf financieel verantwoordelijk gesteld wordt voor de schade van eventuele rampen met atoomcentrales. Ook daar draait de belastingbetaler voor op.

5. Atoomenergie is allerminst een ideaal en onproblematisch alternatief om de energiehonger in Westerse landen te stillen. Het risico op een ernstig ongeval is niet uitgesloten; klaarblijkelijk zelfs niet in de beste atoomcentrales. België en Nederland zijn in dit opzicht bijzonder kwetsbaar wegens de kenmerken van de betrokken locaties: te dicht bij grote steden en internationale verkeersaders, omdat bij een atoomramp een straal van 100 tot 200 kilometer de innercircle is.

6. Volgens de huidige stand van de kennis is er geen alternatief voor diepe geologische berging van atoomafval. Dit is uit ethisch oogpunt onaanvaardbaar, aangezien toekomstige generaties duizenden jaren lang met ons radioactieve afval worden opgezadeld. De alternatieven voor diepe geologische berging zijn nog slechter.

7. Ook kleinere SMR-reactoren (small modular reactor) zijn geen oplossing voor de huidige keuzes, die in de nabije toekomst gemaakt moeten worden om bosbranden, extreme droogte, klimaatvluchtelingen, overstromingen, windhozen en zeespiegelstijging te beteugelen. Vanuit ethisch, gezondheids- en milieuoogpunt kan niet worden bevestigd dat kernsplijtingsenergie, zoals die momenteel wordt gebruikt, aan de beginselen van duurzame ontwikkeling voldoet.

8. Bovendien moet de zware erfenis na een eventuele atoomenergie-‘redding’ beheerd worden.

9. Aan de lobbyisten nu de taak om bijvoorbeeld via framing hun financiële korte termijnbelangen te behartigen, want zoals de afgelopen decennia bewezen is, gaat de winst voor enkelen boven gemeenschappelijk belang.

10. En aan de media en de politiek is de uitdaging om alles bij het oude te houden, want voor wie aan de macht zijn geldt vaak: never change a winning team. Als het van de lobbyisten en vervolgens van de politiek, omarmd door de media afhangt, blijven de machtsverhoudingen bij het oude.

Terzijde en een beetje lastig om aan huidige jonge generaties uit te leggen: Als al het geld dat in onderzoek en ontwikkeling van atoomenergie werd gestoken en nog zal worden gestoken, 20, 30 jaar geleden al was ingezet voor de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen en voor energiebesparing, dan zouden bedrijven vandaag veel minder energie verbruiken en zouden honderdduizenden fabrieken, kantoren en woningen energie-arm zijn.

Bronnen: “Kernenergie zal nooit ‘de wereld redden’, alleen de sector beweert dat” en “My name is Atoom, Atoomenergie. En mijn afval is de kern van mijn probleem” (met een link naar het rapport van de Belgische Hoge Gezondheidsraad, dat inspiratiebron was voor dit blog), beide door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op respectievelijk 22 en 26 oktober 2021.

* Consequent gebruik ik hier de term ‘atoom-’. Tot in de jaren ’70 waren atoomafval, atoombommen, atoomcentrales, atoomduikboten, atoomenergie en atoomwapens geijkte termen. De atoomenergiesector ijverde met succes voor het gebruik van ‘kern-’, omdat dat clean klinkt. Bericht dan nog maar eens neutraal en objectief over atoomenergie, zou ik zeggen, welke term gebruik je dan?

** De Hoge Gezondheidsraad in België herinnerde er onlangs aan dat “het grootste deel van de CO2-uitstoot niet afkomstig is van de elektriciteitsproductie (amper 14% van het totaal), maar van het vervoer en het gebruik van fossiele brandstoffen in de zware industrie en de verwerkende industrie en de verwarming van gebouwen. En dat in juist die sectoren de nodige inspanningen zullen moeten worden geleverd en meer selectieve investeringen worden gedaan. Meer in het bijzonder, vervoer alleen al veroorzaakt bijna een kwart van de totale uitstoot van broeikasgassen. Ook landbouwpraktijken en de intensieve veeteelt (…) spelen een aanzienlijke rol bij de productie van broeikasgassen”. De Belgische federaal minister van Klimaat, Milieu en Duurzame Ontwikkeling Zakia Khattabi (Ecolo) sluit zich aan bij de conclusies van dit rapport, waarin benadrukt wordt dat energietransitie alleen mogelijk zal zijn “door, in een geest van kritische moderniteit en billijkheid, te aanvaarden dat het paradigma van onbeperkte groei ter discussie wordt gesteld; door op individueel en collectief niveau processen van innovatie in het beheer van het openbaar goed te ontwikkelen; en door na te denken over een nieuw economisch paradigma dat niet gekoppeld is aan consumptie, alsook over creatieve processen van sociaal billijke en positieve heruitvinding van levensstijlen”.

Een ramp van historische proporties

Er zijn genoeg [anti-covid-19; GjH] vaccins, maar die zijn allemaal opgekocht in het Westen”, zei Judith Sargentini, adjunct-directeur bij Artsen zonder Grenzen afgelopen donderdag tegen Nieuwsuur. “En om het nog erger te maken loopt het overdragen van vaccins naar Afrika enorme vertraging op, omdat er niks is geregeld rondom aansprakelijkheid.

Volgens sommigen blijft de Afrikanen daarmee een humanitaire ramp bespaard, omdat de vaccins een groter gevaar voor de volksgezondheid zijn dan covid-19. Anderen, zoals ik, maken een verschil tussen het ene en het andere vaccin. Dat geldt ook voor de betrokken vaccinproducenten. Uit dit citaat blijkt in elk geval dat regeringen van Westerse landen de aansprakelijkheid op zich genomen hebben om farmaceuten van de voortvarend op de markt gebrachte vaccins financieel te vrijwaren van hun verantwoordelijkheid.

Het is een morele ramp van historische proporties die toekomstige generaties zal schokken

Toen de eerste coronavaccins op de markt kwamen, hadden landen haast om zo snel mogelijk te beginnen met vaccineren. “Daarom hebben individuele lidstaten van de Europese Unie erin toegestemd de aansprakelijkheid van de vaccins, die ze aanschaften, over te nemen van de ontwikkelaars”, zegt Sargentini. Zo liepen de farmaceutische bedrijven minder risico als er iets fout zou gaan met iemand die het vaccin had gekregen. Dat levert nu problemen op. Want als de gevolgen van toediening van een vaccin, dat eerst van land A is geweest, in land B toch desastreus blijken, zou land A daar verantwoordelijk voor zijn.

In veel Westerse landen is het grootste deel van de bevolking al gevaccineerd, en er gaat heel weinig mis. Dat idee van die aansprakelijkheid is dus eigenlijk een beetje een gepasseerd station”, zegt Sargentini. “En nu moeten die verantwoordelijkheden van een land als Nederland overgedragen worden naar Covax [dat anti-coronavaccins voor de hele wereld toegankelijk moet maken; GjH], en van daar naar de landen in Afrika die een tekort aan vaccins hebben. En dat gebeurt niet.” (…) “Het is onduidelijk hoe Covax die aansprakelijkheid op zich kan nemen en dan weer door kan zetten naar een ander land. Dat is eenvoudig op te lossen, want de ontwikkelaars van de vaccins kunnen de aansprakelijkheid weer overnemen.” En dat gebeurt ook niet.

Bovendien zijn er maar een paar bedrijven die de anti-coronavaccins mogen produceren. “Westerse landen hebben die beperkte productie opgekocht, waardoor andere landen de kans niet kregen om te kopen”, vervolgt Sargentini. Als de patenten van de vaccins afgehaald zouden worden, zouden Afrikaanse landen de kans krijgen de vaccins zelf te produceren.

Volgens hulporganisatie Oxfam Novib is tot donderdag slechts 14% (260.000.000 doses) van de toegezegde 1.800.000.000 vaccindoses geleverd. Daardoor is nu pas 4% van de Afrikaanse bevolking gevaccineerd.

Volgens schattingen zal het Westen in december 600.000.000 doses ongebruikte vaccins in opslag hebben en in februari bijna 1.000.000.000. Als die vanaf vandaag naar het zuiden worden gevlogen, zou dat levens redden”, zegt WHO-ambassadeur en voormalig premier van het Verenigd Koninkrijk Gordon Brown, die vindt dat farmaceuten en rijke landen zich aan hun beloften moeten houden, “Dat de vaccins in de ene helft van de wereld beschikbaar zijn maar aan de andere helft worden ontzegd, is een enorme blunder van het internationale beleid. Het is een morele ramp van historische proporties die toekomstige generaties zal schokken.

Bron: “Artsen zonder Grenzen: ‘Er zijn genoeg vaccins, maar die zijn allemaal opgekocht in het Westen’” door   het Algemeen Nederlands Persbureau via NOS op 22 oktober 2010.

Nederland op 4

Gisteren zag ik na een prachtige wandeling een ekster op een gladgeschoren heg bij de Reeuwijkse Plassen in de weer met een rivierkreeft. Mocht het een van de Amerikaanse kreeften geweest zijn, dan zullen weinig deskundigen daar rouwig om zijn, maar ik vond het akelig hoe de ekster met zijn snavel hapjes uit het nog levende beest nam. Onaangenaam om te zien? Ja, maar vooral dat dat gebeurde. Dat het zo wreed in de natuur toe kan gaan.

Zo bemerk ik steeds gevoeliger te worden voor het leed van de ander. Waarom toch al dat lijden, zelfs als het – anders dan voor die onfortuinlijke rivierkreeft – voorkomen kan worden? Zeker in een rijk land als het onze, waarin volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek ruim 4% van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Gaat het om politiek dan schaam ik me Nederlander te zijn. Zoveel onrecht dat onze overheden burgers (en aspirant-burgers; lees ‘assielzoekers’) aandoet, naast de in mijn ogen goede dingen waar eveneens werk van gemaakt wordt. Volgens mij is die kindertoeslag-affaire werkelijk slechts een topje van de ijsberg; een ijsberg waarvan de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag ons overheidsbeleid voor de betreffende ouders kwalificeerde als ‘ongekend onrecht’.

Volgens mij worden op heel veel vlakken de minst financieel-draagkrachtigen op een weinig humane wijze blootgesteld aan het delirium van deze tijd: marktwerking. Terwijl de meest financieel-draagkrachtigen eventueel goede advocaten kunnen inhuren, zichzelf en hun kinderen naar believen kunnen scholen, hetzelfde percentage aan inkomstenbelasting moeten betalen als alle andere Nederlanders, niet bij voorbaat verdacht zijn, weinig belasting over hun vermogen betalen, terwijl het hen bovendien mogelijk gemaakt is om hun rijkdom ongezien in belastingparadijzen onder te brengen. Panama Papers, Pandora Papers, Paradise Papers… Pardon voor de minister; huisuitzetting voor de ouder. Inmiddels schijnen we met elkaar alle sociale onrecht als best practise te zien en stemmen bij verkiezingen goedgemutst de veroorzakers van al dat leed terug op het pluche.

En dan het leed dat onze overheden in het buitenland veroorzaakt, onder meer door het toe te staan hulp te bieden om geld via Nederland naar belastingparadijzen weg te sluizen waardoor elders belastinginkomsten misgelopen worden, door hulp aan de armsten ter wereld te weigeren en onze ogen te sluiten voor ons aandeel aan de oorzaken van hun achtergesteldheid, door mee te doen om arbeid in lage lonenlanden en milieuvervuiling in corrupte landen te laten plaatsvinden (op zo’n uitgebreide schaal dat we speciale Fair trade-winkels hebben waar dat voor hun producten niet geldt), door ons omwille van de handel steeds zonder enig ethisch besef als schoothond van de Verenigde Staten van Amerika te gedragen, door internationale wapenverkopen omwille van de daarop gemaakte winst toe te staan.

En dat brengt mij bij de oorsprong van mijn kritiek: de vervulling van mijn militaire dienstplicht. Van binnenuit ervoer ik in 1974/1975 tot mijn schrik en verbazing de waanzin van onze denkwijze; van onze ratio. We hebben naar mijn mening ons paradijs deels in eigen hand, maar laten ons met bangmakerij en goed uitge-spindoctorde mooie praatjes in de luren leggen. Zo verdampt veel onderlinge solidariteit en laten we ons tegen elkaar uitspelen en verharden.

Nee, ik ga maar een stukje cello spelen en aan de wandel, en laat het bekvechten aan jullie over. Gisteren genoot ik na de buien met mijn vriendin, stappend over het natte gras, van de heldere zon over het Hollandse landschap met prachtige herfstkleuren. Vanmorgen genoot ik van de muziek, die ik met mijn cello-vriend instudeer, vooral op de momenten dat ons duet harmonieus en op elkaar ingespeeld klonk. Laat ons ons maar bekwamen in beroeren van de cellosnaren en kom me er niet mee aan dat we inmiddels volgens het nieuws van vandaag het op drie na rijkste land ter wereld zijn, want dan vraag ik mij weer hopeloos verdrietig af: “Over wiens ruggen?” en “Wie profiteren wel van die hoge plaats?

Discussieer lekker verder, dan doen wij intussen ons ding

Zo langzaam maar zeker vraag ik mij af hoelang het geleden is dat ik ideeën had over wat juiste politiek zou zijn. Ik verwierp de Amerikaanse opvattingen net zo krachtig als de Russische (en ik zou de Chinese koers ook verworpen hebben, maar die hadden indertijd nauwelijks invloed op ons denken, dacht ik). Voor de ouderen onder ons; ik voelde (en voel) mij aangetrokken door de Derde weg. Nog steeds ben ik weinig argeloos als ik ‘het nieuws’ volg.

In het huidig tijdsgewricht moeten we – helaas – ook de wetenschap met korrels zout nemen. Sinds het begin van de Covid-19-pandemie heeft bijvoorbeeld de voormalige Amerikaanse President Donald Trump gesuggereerd dat het virus uit het laboratorium in het Chinese Wuhan kwam. De huidige Amerikaans President Joe Biden zette deze agressieve politiek voort. Mei jl. beval hij een onderzoek naar het laboratoriumscenario door de Amerikaanse veiligheidsdiensten.

De Chinese overheid heeft meerdere malen gevraagd om een laboratorium van de Amerikaanse militaire basis van Fort Detrick te onderzoeken. Volgens haar ontsnapte juist daaruit in 2019 een dodelijk virus. Chen Xu, China’s permanente vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties (VN), schreef een brief naar de directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om te eisen dat niet het laboratorium in Wuhan, maar dat van Fort Detrick onderzocht moest worden.

Zo koerst het feitenonderzoek van de WHO zich naar het middelpunt van een nieuwe Koude Oorlog tussen China en de Verenigde Staten van Amerika.

Het is onze (kijk op onze) historische situatie en het politieke nut van het verspreiden van dit soort theorieën, die natuurlijk de opkomst van complotdenken stimuleert. In tegenstelling tot de vele analyses, waarbij velen zeker zijn van hun eigen gelijk, is het niet de individuele psychologie van mensen aan de rand van de samenleving, maar juist zulke over en weer beschuldigingen inclusief de propaganda voor de eigen achterban die de deur open zetten voor het floreren van samenzweringstheorieën over alles rondom Covid-19.

Zo worden ook de maatregels om de verspreiding van Covid-19 gepolitiseerd. In de gaande Nederlandse begrotingsbehandelingen en bij demonstraties worden onderscheidingstekens uit de Tweede Wereldoorlog opgevoerd om uiting te geven aan de gevoelde onderdrukking. Nu niet door bezetters, maar door onze verkozen volksvertegenwoordigers. Die verklaren op hun beurt hun aanpak als benodigde maatregels om de besmetting van Covid-19 tegen te gaan, en ze laten daarbij na om de stand van de wetenschap te delen; het aantal vrije bedden op de intensive care-afdelingen in Nederlandse ziekenhuizen zijn leidend. Aan de volksgezondheid van anti-vaccins wordt niet (in het openbaar) getwijfeld en een coronapas wordt gepromoot. Zo wordt de complexe Covid-19-materie, zoals beperken van besmettingen met en het ontstaan van dat virus, herleid tot allerlei quasi-samenzweringen.

Het leid de aandacht lekker af van wat we van Covid-19 zouden kunnen, nee moeten leren over bijvoorbeeld onze agro-industrie, globalisering, klimaatverandering, samenwerking, volksgezondheid en vijandigheid, en de volgens mij beschamende regionale beschikbaarheid voor anti-vaccins om de aarde voor mensen leefbaar te houden en op te houden op dit vlak mensenrechten te schenden.

Bronnen: “‘De waarheid’ over Covid-19” door Alexander Aerts en Timon Ramboer en “Toonaangevende producenten van coronvaccins voeden ongekende mensenrechtencrisis” door Amnesty International Vlaanderen, beide via DeWereldMorgen op 22 september 2021 en “Rutte kritisch op ‘onnadenkend’ aanhalen Jodenvervolging door Baudet” door NOS Nieuws politiek op 23 september 2021.

Over de betaalbaarheid van… Pensioenen

Ik ben ‘met pensioen’ zoals dat heet. Voor mij en voor veel mensen maakt de duur van hun loopbaan en de hoogte van hun pensioen het verschil tussen lichamelijke gezondheid, ontspanningsmogelijkheden, psychisch welzijn en de mate van stress.

Een constante in het politieke debat over pensioenen is dat het vernauwd wordt tot de betaalbaarheid ervan. En wanneer politici het woord ‘betaalbaarheid’ laten vallen, spreken zij nooit over investeringen in megalomane projecten, infrastructuur en software, ons koningshuis, onze deelname aan militaire interventies of de rijkelijke subsidies voor ondernemingen. Nee, wanneer ze over betaalbaarheid spreken gaat het over de olie van onze samenleving: onze gezondheidszorg, de ondersteuning van daaraan behoeftigen, onderwijs, de politie of uitkeringen zoals pensioenen.

Wie onze geschiedenis kent, weet dat pensioenen nooit het onderwerp van louter debat zijn geweest, maar de inzet van een lang volgehouden politieke en sociale strijd. Toen de Duitse rijkskanselier Otto von Bismarck in 1889 het eerste wettelijke staatspensioenfonds op poten zette was dat niet uit liefdadigheid, maar om het oprukkende socialisme een halt toe te roepen.

Arbeidersbewegingen en mensen als Domela Nieuwenhuis ijverden voor een recht op onderwijs, een verbod op kinderarbeid, gegarandeerde vervangingsinkomens bij ziekte, een wettelijke beperking van het aantal arbeidsuren, en dus ook voor een degelijk pensioenstelsel. Dàt vonden zij beschaving. Die heel verschillende eisen vertrokken van een zelfde, gemeenschappelijke bezorgdheid, te weten het terugdringen van de marktwerking uit het leven van arbeiders en de minst bedeelden; kom er nog maar eens om. Een leven lang overgeleverd zijn aan de grillen van de arbeidsmarkt, werd ooit als niet verenigbaar geacht met de mogelijkheid om een levenswaardig, vrij en zelfstandig leven te leven. En wat mij betreft terecht natuurlijk.

De vraag naar pensioenen zou niet losgekoppeld mogen worden van de vraag naar welk leven we hier met elkaar willen leiden.

Al die betaalbaarheidsdiscussies zijn inclusief pensioenhervormingen niets anders dan aanvallen op de posities van werkenden, die afhankelijk zijn van loon. Des te meer loon-afhankelijken er zijn, des te lager kunnen de lonen en slechter de secondaire arbeidsvoorwaarden van werkenden. Dus wordt langer doorwerken gepropageerd. Ze treffen in de praktijk vooral vrouwen, die – op de een of andere manier – veelal opdraaien voor de zorg voor echtelieden, kinderen en mantelzorg voor familieleden en ouders, waar betaalde krachten – om die zorg voor het leeuwendeel te verrichten – laag betaald worden, als ze al niet wegbezuinigd zijn. Daardoor ontvangen vrouwen vaak na hun arbeidzame leven ook nog eens een zeer laag pensioen.

Eén van de belangrijkste misvattingen is het idee dat we steeds ouder worden. We verwarren hierbij het gemiddelde (de levensverwachting) met de biologische houdbaarheidsdatum van de menselijke soort. Pensioenfondsen stellen hun uitkeringen voor de uitbetaling van het opgebouwde pensioen in op het bereiken van de 90-jarige leeftijd. In de afgelopen anderhalve eeuw zijn we erin geslaagd om steeds meer vroegtijdige sterfte uit te schakelen, waardoor de gemiddelde leeftijd gestegen is. Echter, de levensverwachting van een negentigjarige nu verschilt nauwelijks van die van een negentigjarige 150 jaar geleden. De mensen van vandaag zijn biologisch niet verschillend van de mens 100 of 1.000 jaar geleden. De maatschappij is veranderd. Onze leef- en werkomstandigheden zorgen voor gezondere mensen en betere overlevingskansen, maar de biologisch haalbare leeftijd is dezelfde gebleven. Evolutionaire processen hebben veel langere periodes voor aanpassingen (zoals ‘veroudering’) nodig.

Bovendien komen pensioenen meteen opnieuw in de economie terecht. Bij de arts, de bakker, de boekhandel en de groentenwinkel. Dat is absoluut niet het geval met de € 172.000.000.000 (ongeveer 1/3 van het totale bruto binnenlands product) die in 2019 officieel vanuit België naar belastingparadijzen weggesluisd werd. Het Nederlands equivalent daarvan heb ik niet paraat, maar wanneer we het over onbetaalbaarheid hebben zou ik hier misschien wel het eerst aan denken. De Nederlandse politici niet, want die zijn al decennia een notoire dwarsligger in ‘Europa’ om dit aan te pakken.

Sommigen stellen het pensioendebat ook nog eens voor als een tegenstelling tussen wie met pensioen is en wie werkt, maar de meeste gepensioneerden hebben net als ik hun hele leven gewerkt, waarbij zij hun pensioen opbouwden, en de meeste werkenden gaan ook ooit met pensioen. Wie het voorstelt alsof de pensioenen onbetaalbaar worden, draait de mensen een rad voor de ogen.

Nee, de concentratie aan rijkdom neemt al ruim 40 jaren toe en de onderlinge ongelijkheid groeit al die tijd. Tot mijn al-die-tijd-aanhoudende-verbazing stemmen we daar met elkaar voor. CDA, D66, Groenlinks, PvdA, VVD; wat dit betreft is het één pot nat. Het taartdeel voor de minst vermogenden wordt zo steeds kleiner. Dat is een maatschappelijke evolutie; een politieke keuze die dwars door de generaties heen loopt. De geleidelijke afbraak van een progressief belastingstelsel heeft daar ook aan bijgedragen. Het verdwijnen van de hoogste belastingschijven is uiteraard alleen die inkomens ten goede gekomen, die zo hoog waren dat ze op dat niveau belasting moesten betalen. En zo is het ook met het bezuinigen op onderwijs, welzijn en zorg, en het privatiseren van energie- en andere nutsvoorzieningen zoals in de zorg. In dezelfde tijd ontvangen private grootbedrijven allerlei subsidies, die uiteindelijk ten goede komen aan de aandeelhouders en eigenaren, die – godbetert – hun opgebouwde vermogen onmogelijk gedurende de rest van hun leven kunnen opsouperen.

De discussie gaat dus volgens mij helemaal niet over ‘betaalbaarheid’, maar gewoon zoals altijd over politieke prioriteiten; conservatieve, (vanwege de PvdD diervriendelijke,) neoliberale, populistische of socialistische.

Ondertussen ben ik blij met mijn goed toereikend pensioen. Gisteren genoot ik nog in het Amsterdams Concertgebouw van een concert-uitvoering door het Groot Omroepkoor en het Radio Philharmonisch Orkest. Zij speelden met een aantal solisten onder leiding van de gedreven dirigent Giampaolo Bisanti “Fedora”; een opera die de Italiaan Umberto Giordano in 1898 schreef. “Het was een zee van klanken, emoties en vervoering”, appte ik naar een broer. Echter, dat neemt niet weg dat de strijd tegen al het onrecht dat de machtigen de meutes aandoet wat mij betreft gestreden moet blijven worden en – nog steeds – politieke welgebekten behoeft.

Bronnen: “Het pensioendebat verdient beter dan versleten oneliners” door Patrick Deboosere en “Langer werken dan 65 is absurd, irrationeel en destructief” door Thomas Decreus via DeWereldMorgen op respectievelijk 9 en 10 september 2021.

Jaarlijks € 97.000.000

Dat is het bedrag dat overblijft na het betalen van een aanzienlijk dividend aan aandeelhouders, onderhoud van systemen, onderzoeksgelden voor innovatie (lees: ‘het businessmodel in te stellen op meer inhaligheid’) en privé-ruimtereisjes voor eigenaars. En dat bedrag van € 97.000.000 wordt gebruikt om de scheve verdeling van welvaart in de wereld enigszins recht te trekken en ziektes in Afrika… O, nee, om beleid van de Europese Unie zo te beïnvloeden dat de aandeelhouders en eigenaren voorlopig volop aan hun trekken blijven komen.

Volgens Tommaso Valletti, professor Economie aan de Imperial College Business School in London, zijn de lobbytechnieken van Big Tech niet anders dan die van andere bedrijven, koepels en multinationals. Het enige verschil is dat zij veel grotere budgetten aanwenden dan de andere aan lobbyen besteden.

Een van de beproefde technieken is volgens hem ‘agnotology’. De techniek waarbij lobbyisten proberen de politiek ervan te overtuigen dat er nog onvoldoende informatie is over het thema; dat er eerst meer onderzoek nodig is. Een techniek om het hele beleidsproces te vertragen. Agnotology is overigens eerder met succes gebruikt door de tabaksindustrie. Zo wisten we reeds in de jaren ’60 dat roken kanker veroorzaakt. Maar ze slaagde erin de wetgeving daarover meer dan 20 jaar te vertragen. Hetzelfde geldt voor de fossiele industrie en de impact daarvan op het klimaat: 40 jaar vertraging. En deze beproefde methode hanteert de Big Tech-industrie nu dus ook. Vertraging van de broodnodige regulering in deze sector, waar alles hypersnel gaat, betekent dat de EU-wetgevers niets anders rest dan achter de feiten aan te blijven hollen.

Na E-privacy & GDPR is het tijd voor DSA & DMA, hoog tijd wat mij betreft

In 10 jaar tijd hebben de grote technologische bedrijven alle andere industrieën overtroffen met hun lobbybudgetten. Reeds bij de EU-plannen rond E-privacy en de General Data Protection Regulation (GDPR), dat eveneens onnodig door agnotology vertraagd werd, hebben deze bedrijven veel energie en geld gestoken in allerlei gelobby.

Ook nu is het dus alle hens aan dek bij de grote tech-bedrijven om de geplande Europese reguleringen voor online-platformen te beïnvloeden, omdat ‘Europa’ met de Digital Services Act (DSA) een juridisch kader wil scheppen voor e-commerce en online-activiteiten. De wet omvat verschillende onderdelen, waaronder het ter verantwoording kunnen roepen van tech-bedrijven bij frauduleuze, illegale en schadelijke content. Deze wet wil ook een juridisch kader scheppen om platformen als Airbnb en Uber beter te reguleren en nationale overheden er enige grip op te geven. Daarnaast wil de EU met deze wet de gerichte online-advertenties reguleren wanneer daarbij verzamelde gegevens van gebruikers ingezet worden. Dit naar aanleiding van – onder meer – spelletjes op Facebook die op de achtergrond gebruikersdata verzamelden om daarna door Cambridge Analytica gerichte advertenties tijdens de verkiezingen in de Verenigde Staten van Amerika te laten tonen.

Een andere geplande wet, en eveneens een doorn in het oog van de grote tech-bedrijven, is de Digital Markets Act (DMA). Deze gaat over het reguleren van eerlijke handelspraktijken op de Europese digitale markt en zou in principe de buitensporige marktmacht van Big Tech aan banden leggen om ook ruimte te bieden aan de talrijke kleinere digitale bedrijven op de Europese markt. Een van de geplande maatregelen is bijvoorbeeld het verbod dat een bedrijf als Google haar eigen producten bovenaan in de zoekopdrachten plaatst, omdat dat ons als consumenten oneerlijke en te weinig keuze geeft.

Verder bereid de EU een wet voor om de praktijk van bundeling van verschillende producten door één Tech-bedrijf te verbieden, zodat gebruikers zich voor verschillende diensten slechts één keer hoeven aan te melden. En deze wet wil ook marktonderzoeken houden naar eerlijke concurrentie op de digitale markt en bedrijven aanpakken die dat belemmeren.

Gebruikersdata is het nieuwe goud

Kortom, gebruikersdata is het nieuwe goud. Steeds meer bedrijven zien de handel in gebruikersdata als een lucratief businessmodel, terwijl wij alle cookies accepteren om te bekijken, te beluisteren en te vinden wat we op internet zoeken. Via apps, op sociale media, tijdens spelletjes en wat niet meer verzamelen Big Tech-bedrijven gebruikersdata van de nietsvermoedende gebruiker en naïeve surfer.

De bedoeling van de wetten is deze online-praktijken te reguleren. Maar omdat ‘onbeperkt geld verzamelen’ in onze manier van leven – ook in de ogen van de argeloze burgers – het hoogste goed is, wordt er idioot veel geld tegenaan gegooid om de reeds veroverde macht te handhaven. Geld waarmee we de wereld ook jaarlijks mooier hadden kunnen maken.

Bron: “Google, Facebook en andere Big Tech spenderen record lobbygeld om EU-beleid te manipuleren” door Keltoum Belorf via DeWereldMorgen op 2 september 2021.

By the way, multinationals wenden enorme budgetten aan om Europese beleidsmakers direct en indirect te beïnvloeden via een perfide systeem van denktanks, experts en lobbygroepen met de bedoeling wetgeving naar hun hand te zetten. Het ontbreekt aan denktanks, geld en grote organisaties die de belangen van ons, de Europese consumenten, in ‘Brussel’ verdedigen.

En als we het dan toch over Big Tech hebben, ik ken niemand in Ierland maar binnen een uur na publicatie van dit blog hadden 4 bezoekers uit Ierland dit verhaal geopend en een van hen had meerdere pagina’s van mij op deze website bezocht…