De denker des vaderlands aan het woord

Zondagavond, voordat ik maandag met een vriend zou gaan wandelen, ontving ik een WhatsApp-je van hem: “Eet je wel of geen zalm?” Daaruit maakte ik op dat hij verwachtte dat ik bij hem zou blijven eten. Ik kon me niet herinneren dat ik dat met hem afgesproken had, maar mijn ervaring leert dat dat niet wilde zeggen dat we geen eetafspraak hadden.

Feit was dat we zouden gaan wandelen en dat hij mij deze vraag stelde. De rest was interpretatie. Het is belangrijk om dat onderscheid te maken, hield filosoof Paul van Tongeren, onze huidige ‘Denker des vaderlands’, zijn publiek diezelfde maandagavond voor. Hij stelde voor eens een willekeurig interessant krantenartikel en een zwarte stift bij de hand te nemen. Onderscheid in dat artikel feiten van interpretaties en streep de interpretaties met de zwarte stift door. Streep vervolgens met de zwarte stift alle woorden door die behoren bij de interpretaties. Wanneer u dat doet, zult u slechts enkele leesbare woorden in dat artikel overhouden. En dat is iets waarvan we ons altijd bewust zouden moeten zijn: wij, mensen, geven betekenis aan wat we horen, lezen, proeven, ruiken, voelen en zien. Haast alles wat in ons omgaat is interpretatie, is mening, is opvatting.

We doen ’s ochtends de gordijnen open en de zon schijnt naar binnen: “Mooi weer” interpreteren we wat we zien. En precies zo gaan we om met de muziek die we horen, het nieuws dat we vernemen, de omgeving die we zien, en de woorden die we horen. Aan alles wat we waarnemen, geven we betekenis; of we het willen of niet.

Van Tongeren waarschuwde zijn publiek ook voor bedreigingen van dit onderscheidingsvermogen, waardoor we feiten en onze interpretaties daarvan onvoldoende uit elkaar houden. Hij noemde als eerste wat hij aanduidde met ‘sciëntisme’; de wijsgerig-wetenschappelijke stelling, die stelt dat wetenschap de enige route is om tot valide kennis te komen. Wanneer we vernemen dat “onderzoek uitgewezen heeft…” zijn we geneigd daar meer belang aan te hechten dan aan een mening, terwijl we vaak nalaten ons af te vragen welke belangen het aangehaalde onderzoek diende; zijn het wel valide onderzoeksresultaten? In de wetenschap dat haast alles interpretatie is, zijn dat uiterst relevante vragen. Bovendien, in hoeverre zijn die onderzoeksresultaten voor mij belangrijk? Welk deel van de werkelijkheid is met dit onderzoek blootgelegd? Welk deel is nog onzichtbaar? Sciëntisme kan onze menselijkheid aantasten en leiden tot vervreemding, wanneer bijvoorbeeld hetgeen we vanuit onszelf zouden voelen onbewust gedomineerd wordt door zogenaamde kennis over wat we waarnemen.

Een andere bedreiging voor het maken van onderscheid tussen feiten en de interpretaties daarvan is gelegen in ‘het subjectivisme’; de opvatting dat kritische opvattingen geen eenduidige aanspraak op ons gedachtengoed kunnen maken waar grosso modo iedereen het eens is, omdat ze in wezen subjectief zijn. Ook dat doet onze menselijkheid tekort. Het doet er wel degelijk toe welke betekenissen we stuk voor stuk geven aan wat van invloed op ons is en aan de door ons beleefde wereld.

Wauw, we zijn postmoderne mensen

Feiten kunnen vastgesteld worden. Betekenis daaraan waarnemen (“het is mooi weer”) vereist erkennen van onzekerheid en een blijvend zoeken naar ‘waarheid’. Nu ik het buiten aangenaam vind, ìs het daarmee natuurlijk nog geen mooi weer voor iedereen hier en wat is dat eigenlijk, mooi weer? Het vraagt ons te streven naar consensus en het borgen van dissensus; we moeten ervoor zorgen met elkaar in gesprek te blijven of de consensus over de feiten werkelijk dichtbij ‘de waarheid’ komt.

We hebben vaak het idee moderne, verlichte mensen te zijn, maar – wat we ons haast nooit bewust zijn – we zijn tegelijkertijd ook nog altijd de premoderne mensen van voor de door Benedictus de Spinoza ingezette verlichting. We voelen ons individuen in een gemeenschap, maar ontlenen onze identiteit – net als vòòr de Gouden Eeuw waarin de rationalisten van de vroeg-moderne filosofie een nieuwe kijk op de wereldorde te berde brachten – nog altijd aan de gemeenschappen waartoe we behoren (familie, gezin, lotsverbondenen, samenwerkingsverbanden, status, vereniging, werk). “Kijk maar hoe we ons in een voorstelrondje presenteren”, zegt Van Tongeren. En we hebben er veel aan gedaan om de natuur naar onze hand te zetten, maar worden ons steeds indringender bewust dat we niet meer dan een onderdeel blijven van de natuur en haar verschijnselen. “Nee”, zei Van Tongeren gisteravond, “we leven inmiddels in een ‘postmoderne tijd’; een tijd waarin we ons bewust zijn geworden zowel moderne als premoderne mensen te zijn”.

O ja, de wandeling was weer een fijne manier van samen onze gedachten delen en te genieten van de omgeving van Amerongen, dit keer. Overigens had die vriend helemaal niet op mij gerekend met het avondeten. Zijn vraag kwam eruit voort dat hij zalmwraps had, en zich afvroeg die op onze wandeling mee te nemen. Dus maakte ik me na de wandeling klaar om naar de Bilthovense Woudkapel af te reizen. Zo werd het voor mij na de wandeling met die vriend ook een bijzonder boeiende avond door wat Van Tongeren ons daar te vertellen had. Zijn verhaal sprak mij aan. Ja, zoals u begrijpt maakte ik deel uit van zijn publiek, dat hem na afloop een enthousiast applaus gaf.

Een heden en verleden in Sittard en omgeving

We zagen veel moois in en rond Sittard, zoals De Limbourg met zijn verrukkelijke vlaaien, de prachtige Sint-Petrus’ Stoel in Antiochië, oftewel de Sint Petruskerk en de inmiddels verharde zandjwaeg ‘Kollenberg’, die naar de Sint Rosakapel en daarachter de prachtige gerst- en roggevelden in het glooiende landschap leidt. Rosa van Lima is sinds 1669 de plaatselijke patroonheilige.

En we waren hier in Sittard na een fijn en gastvrij onthaal bij een neef van mij en de traktatie op twee eenakters in plat Sittards. Die maakten we onverwacht mee toen we kasteel Limbricht even bezochten, waar een jaar voor de bouw van de Sint Rosakapel op Nederlandse bodem het laatste heksenproces heeft plaatsgevonden. Toentertijd moest* de mond van de kordate Entgen Luijten gesnoerd worden. Haar proces, waarvan de stukken bewaard gebleven zijn, vond hier plaats om de kritiek op de hoge belastingheffing door kasteelheer Herman Winand van Breyll voor eens en altijd de kop in te drukken. Dat gebeurde op basis van de pauselijke inquisitie (van het Latijn inquisitio = onderzoek); een folterende rechtbank van de Katholieke Kerk, die over deze praktijken tot op de dag van vandaag vergeten is excuses te maken aan met name besluitvaardige, doortastende, zelfstandige vrouwen van weleer, die hun leven meestal eindigden op brandstapels waarbij hun bezit toebedeeld werd aan de Katholieke kerk. Ook dat machtsmisbruik houdt verband met de pracht en praal, die we nu nog zien in de Sint Petruskerk en de Sint Rosakapel. En dan hebben we het nog niet eens gehad over ons heerlijke verblijf boven het fijne restaurant ‘Het koperen keteltje’ in Nieuwstadt. Maar laat ik dat nu maar eens voor mijzelf houden.

Gedachten en herinneringen bij het graf van Rietje en Toon

De tweede dag wandelden we via de VVV naar de begraafplaats van Rietje en Toon Hermans. Op het rode bankje rond de rode beuk met uitzicht op dat graf en andere graven zaten we met onze eigen gedachten, waarvan we elkaar deelgenoot maakten.

Ik herinner me dat hij voor mij een idool, nou ja, eerder mij een houvast bood in mijn moeilijke puberale jaren, zoals veel pubers die meemaken. Natuurlijk was hij in die tijd een podiumkunst-vernieuwer als geen ander met bijvoorbeeld de door hem uitgevonden ‘one manshow’, en natuurlijk maakte hij volstrekt onschuldige grappen zoals na het neerzetten van een aantal rake imitaties van bekende Nederlanders te vragen of de mensen weten wie dit is om vervolgens gewoon rond te lopen. En het was dan de heer Slobhuizen uit Enschede, die niemand kende. En natuurlijk, het lukte hem soms zijn publiek een half uur achter elkaar te laten schuddebuiken van het lachen om niets, zoals de stoel waarop zijn zus gezeten had of het uitsteeksel waar zijn microfoonsnoer achter was blijven haken. Maar, hoewel dat allemaal niet onbelangrijk was, raakte Toon Hermans mij door bijvoorbeeld aan het eind van een voorstelling zijn publiek te vragen om straks, voor het slapen gaan, eens naar je eigen handen te kijken. En wanneer je daarnaar kijkt om er even bij stil te staan dat ze bewegen als jij dat wilt. Kijk, ze bewegen, omdat ik dat wil. Is dat geen wonder, mensen? Mijn vingers bewegen als ik dat wil. Doe me een plezier mensen en kijk straks voor het slapen gaan naar dat grote wonder in jezelf.

Dergelijke wellicht aan het taoïsme verwante aandacht voor het gewone van Toon Hermans, raakte me toentertijd al en sindsdien. En, als gezegd, bood het mij lange tijd een houvast voor mijn bewustwording hoe uitverkoren ik ben om mijn leven op aarde te mogen meemaken. En daar lag hij nu te vergaan, met ‘zijn’ Rietje Weytboer onder dezelfde grote witte zerk. Zijn geboortehuis blijkt te zijn afgebroken, maar zijn inmiddels gerenoveerde woonhuis staat er nog met – helaas – een beeld van ‘de komiek Toon’ ervoor. In dat huis was op elf-jarige leeftijd van Toon, die toen nog door iedereen ‘Teun’ genoemd werd, zijn vader overleden. Daarmee brak voor de familie Hermans-Dullens een periode van armoede aan. Het zou deze armoede zijn, waarom Toon zijn vak koos: de mensen in hun kommervolle bestaan een zorgeloze avond bezorgen.

En daar kwamen de volgende bezoekers voor Toons graf; voor ons tijd om op te stappen.

_________________

* De belangstelling voor Entgen Luijten, die in oktober 1674 tijdens het heksenproces onder verdachte omstandigheden in haar kerker op kasteel Limbricht overleed, is in 2021 nieuw leven ingeblazen. Er zijn toen opnamen gemaakt voor een korte film “De beul van Entgen Luijten” van regisseur Gideon van Eeden. En Entgen kreeg zelfs landelijke bekendheid door de bestseller “De heks van Limbricht”; een roman die Susan Smit over haar en haar proces dat jaar publiceerde. Een volledige detailanalyse van het procesdossier van Entgen, dat bewaard wordt in Archief De Domijnen in Sittard, is echter nooit gedaan en nooit gepubliceerd. Momenteel wordt daarom breder archiefonderzoek uitgevoerd om dit proces in een historisch correct kader te kunnen plaatsen.

Rond november 2022 zal naar verwachting in de reeks Monografieën, het boek “Dossier Entgen Luijten – ‘De heks van Limbricht?’” verschijnen. Belangstellenden kunnen daarover meer lezen door deze link aan te klikken.

Een welbestede dag

Er was een tijd dat ik mijn aandacht verdeelde tussen mijn kinderen, mijn partner en mijn werk. Maar dat is verleden tijd. Nu moet ik zelf bedenken hoe ik mijn dagen vul, en dat blijkt een mooi voorrecht. Zo stonden mien leafke en ik zondag een uurtje na zonsopkomst op om ons zo efficiënt mogelijk klaar te maken om naar dorpshuis ‘De hoeksteen’ in Noordlaren af te reizen. Daar kwamen we achter een kopje koffie bij van de reis. We hadden een enveloppe gekregen met kaartjes en de locaties, die meedoen aan het huiskamerconcertfestival 2022 ‘Achter de veurdeur’. We spraken Noordlaarders, zoals de voorzitter van een stichting, die probeert Noordlaarders een keer of zes per jaar in de kerk te krijgen, voor een concert. Er heerste een gezellige ons-kent-onssfeer, waarbij het warme, zonnige weer meehielp.

Het eerste concert, dat we bezochten, was direct raak. Pianist Dimitar Dimitrov en celliste Mare Keja speelden bij Suzanne van der Land en Alex Scheper de eerste cellosonate van Johannes Brahms in e-klein. En alsof dat niet genoeg was, speelde eerste nog de Drie Klavierstücke van Franz Schubert. Het was prachtig en de kop was eraf.

Bij ‘De hoeksteen’ waren allemaal tafels op straat gezet voor de lunch van de bezoekers, degenen die hun huis hadden opengesteld en de musici. Wederom een moment om met anderen over de eerste ervaringen te praten en kennis te maken, zoals de man uit Glimmen die deze entourage uitgezocht had om zijn 65ste verjaardag te vieren.

In de tuin bij de familie Van Dijk luisterden we naar Iris Kroes. Zij zong bij haar harpspel en leidde haar liedjes in. Ik kon mijn tranen niet bedwingen, als ik dat had gewild.

Last but not least luisterden we bij Ronald Bijkerk en Andrea Drost naar hobokwartet Driekwartplus. Esther Damsma-in ’t Groen (viool), Irma Haverkamp (altviool), Winde Reijnders (cello) en Noor van de Wetering (hobo) speelden werken van Johann Sebastiaan Bach, Ernö Dohnányi en Allan Stephenson, waarbij mijn cellodocente in het eerste ten gehore gebrachte ‘Concert voor hobo d’amore en strijkers’ bedreven als altijd alle niet violisten harmonieus op haar cello vertolkte; van zo hoog tot zo laag als de cello kan, strijkend en tokkelend om samen met de violisten de poëtische hobopartij te ondersteunen.

Achteraf namen we de gelegenheid te baat om bij ‘De hoeksteen’ nog na te praten met andere gasten. Wanneer je met anderen doorpraat kan blijken dat je gemeenschappelijke kennissen hebt. Dat gebeurde met een vrouw, die in Almere bleek te wonen. We dachten dat deze zondag 22 mei 2022 zijn aangename verrassingen wel prijsgegeven had, toen we uiteindelijk richting hotel in Paterswolde reden, maar dat hadden we verkeerd. Alle vragen van de receptionist moesten we beantwoorden met “Dat weten we nog niet”; of voor het diner een tafel gereserveerd moest worden, of we een ontbijt wilden, of we van de sauna gebruik wilden maken…

Op onze rustig gelegen kamer maakte ik aanstalten om te gaan bijkomen van alle mooie indrukken, maar mien leafke vroeg of we nog even aan de wandel zouden gaan. Dat leek me een beter idee dan het mijne; bekomen kan later vanavond nog. In onze uitgaanskleding liepen we naar het Paterswoldsemeer. En vandaar, we moesten immers nog ergens gaan eten, wandelden we richting Paterswolde. Maar eerst belandden we bij toeval in ‘Het Friesche Veen’, waar we genoten van een grazend ree, de stilte, af en toe verbroken door het gekwaak van een kikker of koekoeksgeroep in de verte, en waterhoentjes, die voor hun kroost zorgden. Een uitgelezen plekje om zover oog en oor reikten in de natuur te bekomen van alle indrukken eerder op de dag; veel beter dan op onze weinig artistieke, maar comfortabele kamer.

In het dorp vonden we bij toeval de drukbezochte Italiaanse ‘Pizzeria da Gianni’. Wij namen bij een flesje Italiaans bier, een pizza en ravioli, en daarna bij de koffie of thee een cannoncini. Daarna wilden we niet langs de autoweg, maar avontuurlijker terugwandelen naar ons hotel. Dat lukte. Op de gok kwamen we op het landgoed ‘De Braak’, maar daar strandden we met het uitzicht op weer andere grazende reeën. We probeerden het wat verderop en hoopten, wanneer we over een hek zouden klimmen, een doorgang te vinden. Dan moesten we toch nog een hek met schrikdraad passeren. En over een slootje springen; mien leafke op haar laarsjes met een hakje. Hier werd het vochtig geworden gras wel wat hoog, maar er lagen duikers over de sloten, dus dat trof. Tot een hindernis met een hogere moeilijkheidsgraad genomen moest worden: een echte sloot met aan de overkant een afrastering. Daarna liepen we goedgemutst af op het laatst te nemen hek, voordat we de openbare weg weer bereikten. Daar aangekomen liepen we richting hoofdweg om erachter te komen dat we precies bij ons hotel uitkwamen. De zon ging juist onder en wij trokken ons terug op onze kamer voor een nacht. Wat daar gebeurde laat zich raden.

De volgende dag doorkruisten we de kop van Drenthe, waar we pauzeerden bij het 10.000 jaar oude vennetje met veenpluis in het Mensingebos bij Roden en bezochten familie, die een rijkgevulde salade voor ons klaargezet had. Wanneer je ook op maandag niet naar je werk hoeft, kan dat zomaar. Fijn toch?

Laat je inspireren door anderen, die raad met je weten

Het zit er op voor mij; mijn symbolische vuurdoop. Een vuurdoop waarvan ik al weken wist dat hij gisteravond rond 21:30u achter de rug zou zijn. Een uur eerder zou namelijk mijn eerste concert voor publiek aanvangen, waarbij ik mijn cello zou bespelen. Ik heb er van genoten om in mijn 5de leerjaar een aandeel te mogen leveren aan dit concert. We speelden een uur lang arrangementen van Johannes Bach (Bist du bei mir?), Wiliam Boyce (Symphony I), John Bratton (The Teddybears picknick), Edward Elgar (Salut d’amour), Albert Ketèlbey (In a Persian market), Louis Lefébure-Wély (Bolero de concert), Gioacchiino Rossini (The barber of Seville) en Bedrich Smetana (The Moldau). En het aardige van zo’n optreden is dat het er altijd op aankomt op precies dat ene moment de juiste rust niet of noot juist wèl te spelen.

Onder het geëerd publiek waren ‘mien leafke’ en 3 vriend(inn)en, die de moeite hadden genomen om mijn primeur op te luisteren. Ik was daar blij mee en dit optreden leverde me veel nieuwe inzichten. Bijvoorbeeld dat ik al best iets op mijn cello kan, hoe fijn de spanning is om op het vlak van een vrij verkozen hobby te mogen ‘moeten’ presteren en hoe leuk ik het vind om met anderen muziek voor publiek te maken.

Maar de belangrijkste inzichten waren voor mij wel dat intensief studeren, om tijdens dit gebeuren het voor mij best mogelijke ten gehore te brengen, me veel behendigheid opgeleverd heeft, dat – nieuw noch opzienbarend – mijn onzekerheid over mijn kunnen contraproductief werkt en dat de voorbereidingen me meer (gezonde) stress opleverden dan het uiteindelijke concert, waarvan ik – net als tijdens de repetities van dit amateurorkest, dat Samuze heet (een verhaspeling van muze, muziek maken en samen) – intens genoot.

Natuurlijk – ere wie ere toekomt – was mijn bereidheid om mee te spelen afhankelijk geweest van onze innemende en kundige dirigent Noortje Braat. Ik kan me voor mij, in deze fase van mijn cello-amateurisme, geen betere dirigent voorstellen en ik heb in een vorig leven als muzikant verschillende prettige dirigenten en orkestleiders meegemaakt.

Ik vind het ook fijn dat dit eerste cello-optreden er voor mij nu op zit. Met mijn inzichten kan ik verder zodra ik weer wat minder opgewonden ben dan de afgelopen avond, nacht en ochtend. Had ik om ongeveer 12:48u op 23 maart 4 jaar geleden uit het niets besloten om me een goede cello aan te schaffen en daarop met de hulp van privé-lessen te leren spelen, terwijl ik tot dat moment nog nooit een strijkstok had vastgehouden; en had ik een jaar later tijdens een door Francis Hartman begeleid zelfonderzoek – om me op mijn toekomst te oriënteren – bedacht dat ik stappen kan gaan zetten om samen met anderen muziek te gaan maken, waar ik direct werk van maakte; ik kwam er allengs achter dat ik gekozen had voor een voor mij frustrerende weg van vaardigheden leren, die ik me haast niet eigen kan maken. En nu zit dus mijn cello-debuut er op. Ik ben er dik tevreden mee en ik smulde er van.

Maar alles goed en wel, voorlopig ga ik weer verder met samen spelen zonder publiek en mijn techniek-oefeningen onder de ook weer bezielende leiding van mijn cellodocent Winde Reijnders. Ja, ik kan het iedereen aanbevelen: ga iets doen wat je nog niet kunt en laat je inspireren dat te leren door mensen die raad met je weten.

In wat voor wereld wil jij leven?

Terugblikkend op mijn leven heb ik het goed getroffen. Ik ben gezond geboren in Nederland en mijn voorouders kwamen ook hier vandaan. Ik ben handig en slim genoeg om me waar ik ook kom te handhaven, en sommige plekken en situaties mijd ik. Mijn ouders waren blij met mij als ‘nakomertje’. Ik werd in de watten gelegd, totdat mij hetzelfde lot ten deel viel als mijn broers en zus: ik noem het maar ‘de generatiekloof’. Thuis was het voor mij met zulke ouders als de mijne niet aangenaam meer, en zo leerde ik om te gaan met een scala aan mensen, vriendschappen te onderhouden en te sluiten. Een tante en oom adopteerde ik als plaatsvervangende ouders. Omdat het mij het beste leek, ging ik na de nodige dwaalwegen naar een universiteit om daar als landschapsecoloog af te studeren. Ik hopte vervolgens van baan naar baan, want ik kon geen vast werk krijgen. Werkgevers waren personeel al als kostenpost gaan zien. Maar ik kon me met mijn achtergrond en bijzonderheden goed redden. Nu ben ik begonnen om cello te leren spelen en ik ben al even met pensioen. Ik geniet van culturele evenementen en dagwandelingen, van de wonderen in bossen en op de hei, van klompenpaden en de zee.

Hier betoog ik nog wel eens dat onze voorouders en mijn generatie er een potje van gemaakt hebben. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de perspectieven voor mijn kinderen wanneer ik die vergelijk met mijn perspectieven op hun leeftijd. Toentertijd hadden onze ouders in Nederland een ‘verzorgingsstaat’ opgetuigd; iets dat mijn kinderen zich niet voor kunnen stellen: iets voor niets kunnen krijgen.

Het doorgeschoten marktdenken heeft veel kapot gemaakt, maar “in wat voor wereld zou ik dan wel willen leven?’ vraag ik me wel eens af. Gisteravond kreeg ik onverwacht een antwoord: in een cultuur waar welgemeende aandacht, belangeloze compassie en instinctieve zorg voor elkaar gewoon zijn. Waar mensen niet over één kam geschoren worden, waar vertrouwen een relationele basis is en waar vreemden gezien worden als gewone medemensen.

Ik ga hier overigens niet beweren dat alles vroeger beter was, want ook op Den Uyl, die ik nu als laatste PvdA-er op handen draag, had en heb ik kritiek, omdat de PvdA toen niet ver genoeg ging en er waren ook toen allerhande misstanden. Ook toen had ik mazzel met een Nederlandse achternaam, mijn gezondheid en met mijn witte huid. Maar met de markteconomie is het cement steeds meer uit onze samenleving verdwenen, zijn we elkaars dagelijkse concurrenten geworden en staan we langzaam maar zeker oog in oog met verschillende manieren waarop we het leven op aarde kunnen vernietigen.

Schaf de feestdagen in mei maar af

Bevrijdingsdag, Dodenherdenking, Koningsdag, ze kunnen mij alledrie gestolen worden. Wat betreft Bevrijdingsdag op 5 mei, omdat op 4 mei 1945 de Canadese generaal Charles Foulkes de Duitse generaal Johannes Blaskowitz om 16u in het Wageningse hotel ‘De Wereld’ ontboden had om de zeven artikelen van het “Orders to German Commanders on Surrender” te ondertekenen. Blaskowitz kwam en tekende ze – zoals vereist – ‘onmiddellijk en zonder enig commentaar’ om 16.30u; binnen een half uur. Dat is voor mij wel het herdenken waard (op 4 mei).

Maar doordat onze (voor-)ouders en wij er daarna op de vlakken van democratie, mensenrechten en vrijheid een potje van gemaakt hebben, is ons bevrijdingsfeest wat mij betreft niet meer gerechtvaardigd. In Indonesië deden we direct na onze bevrijding wat de Duitse bezetter ons 5 jaar geflikt had. Door ons vervolgens snel met de voormalige bezetter aan te sluiten bij de NAVO, die in feite onder gezag staat van de Verenigde Staten van Amerika, deden we mee aan deze nieuwe machtsstrijd; nu tegen het voormalig geallieerde Rusland, dat Hitler-Duitsland feitelijk versloeg. Niets blijken ‘we’ daarna van de Tweede Wereldoorlog geleerd te hebben. En inmiddels hebben grootbedrijven en privé-personen een ongebreidelde macht over ons denken en onze media. Ze mochten dan ook vermogender worden dan bijvoorbeeld de Nederlandse Staat en worden al decennia door onze fiscus en andere overheden in de watten gelegd, terwijl ‘huishoudens’ met hun inkomstenbelastingen de schatkist moeten vullen. Het streven naar welzijn verruilden we al snel voor welvaartsbevrediging. Het financieren van regime-veranderingen in een buitenland wordt niet eens moreel afgekeurd. Hoezo democratie; daar zou demos in moeten zitten. Dat we onze neoliberale politieke partijen mogen kiezen maakt ons naar mijn maatstaven nog geen democratie. Het maakt ons hooguit in de schijn vrij.

Schendingen van mensenrechten door als zodanig aangemerkte vijanden worden gelukkig aan de orde gesteld en afgekeurd, maar die, welke onder regie van onze eigen overheden en die van onze bondgenoten gepleegd worden, mogen geen naam hebben, worden genegeerd of door de vingers gezien. Bij ‘vijanden’ zijn het ‘systeemfouten’; bij ons, onze bondgenoten en handelspartners zijn het hooguit uit de hand gelopen incidenten van zogenaamd goed willende, zich ontwikkelende of de vrijheid dienende overheden, die volgens mij te vaak aan de verkeerde kant van de geschiedenis van de mensheid staan. De koopman bepaalt en de dominee dient te zwijgen.

Wat mij betreft is het volkomen juist dat dit jaar eindelijk ook de Indonesische slachtoffers officieel herdacht werden van wat toentertijd heel lang eufemistisch aangeduid werd met ‘politionele acties’ alsof het een binnenlandse aangelegenheid betrof. Maar wat mij betreft is dat bij lange na niet genoeg. Overal waar mensenrechten geschonden worden, overal waar het leven onleefbaar is of wordt, zouden we onze stem moeten verheffen, wanneer we onze vrijheid waard zouden zijn. Maar we verheffen onze stem niet.

En wat betreft het koningshuis acht ik het niet humaan iemand bij geboorte al een metier toe te dichten. Daar kan ik kort over zijn.

In de wereld waarin ik wil leven is ‘het streven naar wereldvrede’ in plaats van economische groei, materieel eigenbelang, vijand- en wij-en-zij-denken eerste, tweede en derde prioriteit.

Willen wij het ooit bereiken

Dan moet het met iedereen

Wie zijn makkers in de steek laat

Laat alleen zichzelf alleen

.

Voorwaarts en niet vergeten

Wat maakt ons zo sterk in de strijd

Bij honger en bij eten

Voorwaarts en niet vergeten

De solidariteit

.

Laat ons leven in vertrouwen

Links gericht en eensgezind

Want je kunt geen wereld bouwen

Op een Rooms en rechts bewind

.

Voorwaarts en niet vergeten

Wij eisen nu klare taal

Voorwaarts en niet vergeten

Kies je enkel voor jezelf

Of kies je voor ons allemaal

Overigens, dit gezegd en gezongen hebbende, laat ik het op De dag van de Arbeid ook afweten, want wat moet ik nog met vakbonden, die lonen zien als kostenpost voor bedrijven en overheden, die decennia de nullijn predikten en werkgevers hielpen secondaire arbeidsvoorwaarden uit te kleden?

Geraadpleegde bronnen: “Capitulaties van Duitse troepen in 1945” door Jan Brouwer via Historiek en “Het solidariteitslied”, zoals Don Quishocking dat in 1979 naar Bertold Brecht zong, via Muzikum; beide op 5 mei 2022.

Dodenherdenking in oorlogstijd

Een mooi onderwerp voor onze dodenherdenking op 4 mei: onze eerste zorg zou volgens mijn bescheiden mening moeten zijn ‘zorgvuldig na te denken over wat we kunnen doen om de misdadige Russische invasie snel te beëindigen en de Oekraïense slachtoffers te behoeden voor nog meer gruwelen’. Helaas zijn er velen, die heroïsche uitspraken bevredigender vinden dan precies déze zorg te verlenen.

Zoals altijd zouden we de hoofdzaak (volgens mij ‘zoveel als mogelijk beperken van lijden’) duidelijk voor ogen moeten houden en overeenkomstig handelen

Er zijn in principe twee manieren om deze oorlog te beëindigen:

1. een diplomatieke regeling via onderhandelingen of

2. de vernietiging van de ene of de andere partij; hetzij snel, hetzij gedurende een langdurige lijdensweg. En het staat buiten kijf dat Rusland in staat is Oekraïne uit te roeien dus het zal niet Rusland zijn dat vernietigd wordt. Als de Russische president Vladimir Poetin en de zijnen zich tot het uiterste gedreven weten, zou dit het resultaat van hun wanhoopsdaad kunnen zijn. Dat is hoogstwaarschijnlijk wat die mensen verwachten, die Poetin nu afschilderen als een ‘gek’, die verzonken is in waanideeën van romantisch nationalisme en wilde wereldwijde aspiraties. Zij wagen een gok, die geen enkel weldenkend mens zou wagen; althans niemand met hart voor de Oekraïnse bevolking. Deze laatste nuancering is helaas noodzakelijk, want vielen ‘hart’ en ‘weldenkend’ wellicht ooit min of meer samen; inmiddels zijn het twee heel verschillende entiteiten.

Er zijn gerespecteerde stemmen in de mainstreammedia, die tegelijk twee standpunten huldigen:

  1. Poetin is een ‘gestoorde gek’, die tot alles in staat is en wild om zich heen kan slaan als hij in het nauw gedreven wordt.
  2. de enige aanvaardbare uitkomst is dat Oekraïne wint. En we kunnen Oekraïne helpen Rusland te verslaan, zeggen zij, door geavanceerd of zwaar militair materieel en training aan Oekraïners te leveren.

Deze twee standpunten kunnen alleen tegelijk worden ingenomen door mensen die dermate weinig geven om het lot van de Oekraïners, dat zij bereid zijn een experiment uit te voeren om te zien of hun ‘gestoorde gek’ zijn overweldigende kracht, waaronder atoomwapens, zal gebruiken om Oekraïne van de kaart te vegen of zelf verslagen zal worden. De voorstanders van deze aanpak zijn momenteel aan de winnende hand. Als Poetin rustig zijn nederlaag accepteert, hebben zij gewonnen. Als hij Oekraïne wegvaagt, winnen zij ook in die zin dat zij hun vijandschap jegens Rusland verder zullen opvoeren en nog veel hardere maatregelen om ‘Rusland’ te straffen zullen rechtvaardigen. Het valt op dat dergelijke bereidheid om te spelen met het leven en het lot van Oekraïners veel lof oogst en zelfs tegen beter weten in wordt beschouwd als een moedige en nobele houding.

Is er iemand die zich afvraagt waarom de VS zich met dit Europese probleem bemoeit?

Serieuze diplomatieke inspanningen leveren om het conflict te beëindigen, zou deze oorlog snel kunnen beëindigen zonder nog meer bloed vergieten, zonder experiment en zonder mogelijke catastrofale uitkomst voor het leven in (Oost-) Europa. Natuurlijk is dat niet het verkozen antwoord voor degenen wier voornaamste doel is ‘Rusland te straffen’; “Rusland tot de laatste Oekraïner te bestrijden”, zoals voormalig VS-ambassadeur Chas Freeman het huidige beleid van de Verenigde Staten van Amerika omschrijft.

De basis voor een diplomatieke regeling is allang duidelijk en werd herhaaldelijk geciteerd door de Oekraïense president Volodymyr Zelensky:

  1. een neutrale positie voor Oekraïne, waardoor het een status krijgt als Mexico of Oostenrijk;
  2. uitstel van de kwestie van de Krim;
  3. een hoge mate van autonomie voorzien voor de Donbass-regio, eventueel binnen een federaal kader, bij voorkeur te regelen via een soort internationaal gecoördineerd referendum.

De VS blijft dit alles afwijzen. Hoge regeringsfunctionarissen geven niet alleen toe dat “voorafgaand aan de Russische invasie in Oekraïne, de VS geen moeite heeft gedaan om rekening te houden met ook maar één van Vladimir Poetins grootste veiligheidszorgen, namelijk de mogelijkheid dat Oekraïne lid wordt van de NAVO”, ze kloppen zich ook nog op de borst voor hun halsstarrige vijandigheid, die wellicht een doorslaggevende rol heeft gespeeld in Poetins beslissing over te gaan tot deze misdadige agressie. De VS blijven hun afwijzend standpunt handhaven en staan daarmee een door onderhandelingen tot stand gekomen regeling in de weg, wat de gevolgen voor Europeanen en vooralsnog met name de Oekraïners ook mogen zijn. Laten we vandaag de doden, die vallen door voor ‘afrekenen’ te kiezen, ook maar vast herdenken.

Is er iemand die inziet dat juist de VS het land is met gevaarlijk-wilde wereldwijde aspiraties?

Bron: “Chomsky: onze prioriteit moet redden Oekraïense levens zijn, niet straffen van Rusland” door C.J. Polychroniou in Truthout vertaald door Ann Dejaeghere voor en via DeWereldMorgen op 27 april 2022.

Cello

Het is vanavond precies vier jaar geleden dat ik in het bezit kwam van mijn cello. Vier dagen daarvoor had ik uit het niets besloten om cello te gaan spelen. Dat was tijdens een lunchpauzeconcert op 23 maart 2018 in TivoliVredenburg, dat ik met de moeder van mijn kinderen bezocht. Met stukken van Philip Glass, Ástor Piazolla, David Popper en Heitor Villa-Lobos liet de celloklas van het Utrechts concervatorium onder leiding van Timora Rosler haar kunnen horen. En toen was ik verkocht.

Ik ga cello spelen, fluisterde ik.

Fagot is ook mooi, antwoordde zij.

Maar het wordt cello, besloot ik.

De volgende dag had ik een afspraak gemaakt voor mijn eerste celloles, en precies vier jaar geleden kocht ik dus – via Marktplaats – mijn cello. Het was er één van de hand van Josef Joachim Vedral, dus de kwaliteit was verzekerd, begreep ik later. Een cello, die gezien het nummer 92 op de kam waarschijnlijk een tijd dienst gedaan had als leencello. De violiste, waarvan ik mijn nieuwe tweedehands muziekinstrument kocht, liet me horen hoe warm de klanken klonken. Zij wees me ook op wat achterstallig onderhoud, dat na aanschaf gedaan moest worden. Zij was er de acht jaar, dat zij haar thuis had gehad, nooit aan toe gekomen zich op de cello toe te leggen.

En morgen is het precies vier jaar geleden dat ik mijn eerste celloles had. Met mijn docente, die ik via Nextdoor gevonden had, klikte het. Voor het eerst hield ik toen een strijkstok vast. Veel eigenaardigs aan het vast houden van een strijkstok, het strijken en het half of geheel indrukken van de vier snaren heb ik inmiddels geleerd. Ik speel mee in een amateur-orkest en ik maak met verschillende mensen samen een-op-een muziek. Gisteren was er weer een voorspeelmiddag, die mijn docente af en toe organiseert. Met mijn cello-vriend, een andere leerling van dezelfde docent, speelde ik ‘Das vierte leichte Violoncelli-Duette’ van Joseph Reinagele opus 2.

Het valt me niet mee om cello te leren spelen. Het is incasseren. Steeds weer doe ik wat ik niet moest of wilde doen. Sommige bewegingen gaan best al goed, en blijven vaak toch voor verbetering vatbaar. Echt beheerst, kan ik het nog niet, maar wel steeds beter. En ik wil soms veel sneller dan ik zelf kan bijbenen. Ik heb me er bij neergelegd dat dit de houding van muzikanten zoals ik zal moeten zijn: ik kan beter, dus ik oefen (bijna) dagelijks stug door. Wanneer het lekker gaat, geniet ik ervan. Wanneer het niet lekker gaat, zoek ik uit hoe ik me kan verbeteren. En in beide gevallen leg ik mijn ‘prestasties’ voor aan mijn docente.

Zo vlak voor mijn pensionering heeft het besluit om cello te gaan spelen voor mij ongelooflijk goed uitgepakt. Dit leerproject vraagt immers om een beetje discipline, ik ben nooit klaar en het levert me veel muziek-plezier. En voortdurend zitten er melodietjes in mijn hoofd; vaak oefenstof. Bovendien geniet ik weer veel meer van de concerten, die ik bijwoon, en van de muziek die via versterkers mijn huiskamer binnenkomt.

Wat een hobby. 

Alles verandert

Alles verandert. ’t Is me wat.

Stond ik als kind snel met mijn zelfgemaakte affiche bij de voordeur wanneer er gebeld werd; om voor het Wereld Natuur Fonds te collecteren. Nu zou dat not done zijn. Ik herinner me van toen dat de vrienden van mijn oudste broer en zus veel gaven, soms àl hun kleingeld, en mijn familie weinig, als ze al wat gaven. Maar wellicht waren het vooral de vrienden van mijn zus, die bij haar een goede beurt wilde maken, die veel gaven. Want sommige dingen veranderen ook weer niet.

Nu lees ik dat gewaarschuwd wordt voor het World Wide Fund for Nature, dat in die tijd World Wildlife Fund Inc. heette. Het zou een strategisch partnerschap hebben ondertekend met de European Landowners Association (ELO), de lobby van Europese grootgrondbezitters, en het Forum for the Future of Agriculture (FFA), dat op haar beurt wordt georganiseerd door de multinational van pesticiden Syngenta. Vandaar dat het voor mij not done zou zijn daarvoor te collecteren. WWF zou ook deelnemen aan allerlei privé-initiatieven, zoals de Roundtable on Responsible Soy (RTRS), de Roundtable on Sustainable Development and Biomaterials (RSB) en de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO). Tenslotte zou WWF ook betrokken zijn bij lobby-organisaties als de Global Alliance for Climate-Smart Agriculture (GACSA) en de International Coalition for Sustainable Aviation (ICSA). WWF incasseert, zo stel ik me dat voor, en grote multinationals stellen zich al doende voor als de nieuwe oplossingen voor duurzame ontwikkeling, hetgeen zij op hun beurt als ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ voorstellen. Zij staan privé-bedrijven en hun aandeelhouders met dit soort partnerschappen toe hun onbegrensde financiële groei te bevorderen zonder rekening te houden met de draagbaarheidsgrenzen van onze planeet. In feite zijn deze activiteiten volgens het EZLN niet bedoeld, en niet in staat iets van een eind te maken aan milieurampen en schendingen van mensenrechten. Het WWF helpt het grote geld alleen met greenwashing.

Het EZLN heeft een traditie van actie tegen lobby-organisaties als ECPA en FEBIAC, tegen multinationals als Bayer-Monsanto en Volkswagen en tegen het neoliberale handelsbeleid van veel Europese Unie-instellingen. Het openbaarde dus afgelopen week dat WWF de natuur beweert te vertegenwoordigen met de afbeelding van een pandabeer en tegelijkertijd bedrijven steunt, die de leefruimte van kwetsbare dieren vernietigen. Tijd voor een nieuw logo, aldus de creatieve geesten bij EZLN, bijvoorbeeld in plaats van die panda een hand die zojuist een zak euro’s ontving.

Zo wordt het ons steeds moeilijker gemaakt om ogenschijnlijk idealistische organisaties een warm hart toe te dragen. We moeten zo langzaam maar zeker eerst financiële jaarverslagen doorpluizen voordat we iets van ons geld overmaken.

Ooo, of ik dat collectegeld werkelijk aan WWF gegeven heb? Jazeker. Het duurde even maar ik verdubbeld het opgehaalde geld met mijn eigen spaarcentjes. Ik ga het ook niet aan WWF terugvragen, in de hoop dat het 50 jaar geleden nog wel deugde.

Bron: EZLN: “WWF belangrijke bondgenoot van de multinationals” door Ensemble Zoologique de Libération de la Nature ofwel het Zoölogisch Ensemble ter Bevrijding van de Natuur / EZLN via DeWereldMorgen op 11 maart 2022.

EZLN nodigt overigens iedereen uit, die wil strijden tegen de verdere onderwerping van de resterende natuur, zich aan te sluiten bij de boerenbewegingen tijdens de manifestatie tegen Forum for the Future of Agriculture op woensdag 15 maart 2022 vanaf 12:30u op de Kunstberg in Brussel.

Amerongen of ons ja-woord

Afgelopen weekend was het eindelijk zover. We wilden die kamer met dat bad, dus we moesten nog een paar weken wachten totdat we er dit weekend terecht konden. Vrijdag meldden we ons rond 10 uur in de verder nog rustige gelagkamer. Onder de koffie werd het plan om de Holle Boomwandeling te gaan doen concreet. Eerst zouden we dan De Eenzame Eik bezoeken, voordat we de Amerongse berg zouden ‘beklimmen’. Voor we aan de wandel gingen, dansten we samen in de verlaten ontbijtruimte op prachtige muziek.

Onderweg zagen we dat huize De Kolibrie aan de Holleweg al een tijdje onbewoond is. Wat een prachtig huis met de naar binnen gegroeide klimop als muurdecoratie en wat een mooi uitzicht vanuit het huis. Het Berghuis, waar we vanwege personeelsgebrek besloten niet op een tweede kop koffie te wachten, lieten we voor wat het was. We liepen via Het Venster op de Betuwe naar De Eenzame Eik, waar we van onze toverdrank proefden met een boterham met kaas. Vanaf de top van de Amerongse Berg wandelden we naar het Egelsmeer om dat grote, verstilde ven van veel kanten te bekijken. Op de zandvlakte met De Boom met de Drie Stammen verlieten we ongewild de route. We hadden geen idee waar we het bos in moesten om ‘het kruispunt met de paarse paal’ te vinden. We kwamen op een terrein met vakantiehuisjes en besloten verbodsboordjes te negeren om over weiden naar het Boshotel Overberg te wandelen. Daar genoten we van het zonnig terras. We moesten lachen om het bordje ‘Natuurwandeling De Holle Boom’ zonder enige aanwijzing waar die wandeling te volgen was. Dus liepen we in een rechte lijn via een doorgesneden grafheuvel terug naar onze kamer met bad. Het was een prachtige, zonnige dag geweest en heel de wandeling leken wij zo’n beetje de enigen die op pad waren, met uitzondering van het gezelschap dat in en rond De Boom met de Drie Stammen hing.

We dineerden in ons hotel en namen een douche voordat we in de nabijgelegen Andrieskerk een mooi en steeds mooier wordend concert opluisterden van De Dwarsfluitklas van het Utrechts Conservatorium. Het zou me niets verbazen wanneer we van dwarsfluitiste Julia Prieto Orti meer gaan horen. Voordat we naar bed gingen genoten we van het ligbad.

De volgende ochtend namen we ruim de tijd voor ons ontbijt. Het beloofde wederom een stralende dag te worden. Waren we gisteren door de uitgestrekte bossen, over heidevelden en weiden gewandeld, vandaag viel de eer te beurt aan de Amerongse Bovenpolder. We begonnen met een bezichtiging vanaf het platform, waar een jong stel eveneens van het uitzicht over het water en de watervogels genoot. We lieten ons bij de Tabaksschuur informeren over de tabaksgeschiedenis van de buurt en namen, alsof we genodigden waren, plaats op het terras van het Kasteel in plaats van de voor ons bedoelde theetuin. We genoten van een bosvruchtengebakje-zoals-een-bosvruchtengebakje-hoort-te-zijn. En omdat we er toch waren, bezichtigden we de Kasteeltuin. Vervolgens maakten we een andere dan de geplande rondwandeling door de Amerongse uiterwaarden af. Omdat we naar de oever van de rivier wilden, moesten we weer over een hek klimmen. We lunchten op een krib met uitzicht over de rivier. We genoten wederom van de vele watervogels en de eerst bloeiende planten. Eenmaal terug op onze kamer besloten we bij het plaatselijke Chinees-Indisch restaurant onze avondmaaltijd op te halen. Die schoven we op een tafeltje tegen het bad aan, om heel de avond van het bad te genieten.

Inmiddels waren we er achter gekomen dat er in de Betuwe twee plaatsen zijn, die met ‘Elst’ aangeduid worden. Het ene, twee kilometer verderop, had wat winkels. Het andere, veertig kilometer verderop, had een Theater dat De Kik heette, en daar zouden we na ons uitgebreid ontbijt het “Literair Café; Montere weemoed II” bezoeken. In dat Elst maakten de prestigieuze beuk op de begraafplaats indruk, net als de consumpties in Het Wapen van Elst. De columnist en schrijver Thomas Verbogt vertelde grappig over zijn hersenspinsels en liedjesschrijver en zangeres Beatrice van der Poel zong met haar warme stem haar licht filosofische liedjes. Teksten, die vaak aanstipten waarover wij dit weekend gesproken hadden, of leek dat nu maar zo? Doordat ik mijn laptop op onze kamer had laten liggen, dineerden we onverwacht nogmaals in dorpshotel Buitenlust. Daar gaven we elkaar, wachtend op ons eten, ons ja-woord. We hadden overigens als avondmaaltijd precies het omgekeerde besteld als de eerste avond. Halverwege de avond kwamen we thuis na een weekend, dat een week aan indrukken achter liet, en waarvan we niet konden bedenken wat we beter anders hadden kunnen doen.

Het huis was koud geworden door onze afwezigheid, maar in bed was al snel warm.