De formatie kan beginnen, net als een diepgravende herbezinning op normen en waarden

Zo. Het zit er weer op. Voor voorlopig dan. VVD, D66, CDA en CU kunnen zachies aan beginnen met formeren. Daar zullen ze wel uitkomen, want op de keper beschouwd zijn er nauwelijks verschillen. Stuk voor stuk omarmen ze de mondiale en Nederlandse status quo.

Wat ik aan deze uitslag zorgelijk vind, is dat daarmee het staatsgevaarlijke CETA zonder hindernissen geratificeerd gaat worden. Ook zal deze coalitie het zo mogelijk nog gevaarlijker TiSA accepteren. Wat deze bedreigingen voor respectievelijk onze democratie en vrijheid betreft zijn we nu voorlopig volledig aangewezen op ontwikkelingen in andere landen van de Europese Unie.

Als winst van deze uitslag zie ik de mogelijkheid voor PvdA en GL om zich vanuit de oppositiestoelen te bezinnen op wat van ons kapitalisme fnuikend is voor principes als gelijkheid, het mondiale milieu, natuurbehoud, sociale rechtvaardigheid, solidariteit en vrede. Voor zover dit nog relevante thema’s zijn voor deze partijen.

Verder viel mij op dat in Limburg veel en langs de Duitse grens enkele gemeenten in meerderheid voor PVV kozen, dat GL de meeste stemmen kreeg in de Noordelijke helften van het Friese en Groningse vasteland, terwijl Oost Groningse gemeenten de meeste stemmen aan SP toevertrouwden. Dat de Nederlandse kaart verder nagenoeg helemaal VVD-blauw kleurt had volgens mij in de vorige eeuw niemand als vooruitzicht over nu kunnen bedenken. Dit keer krijg ik er geen buikpijn meer van al bevreemdt het mij dat men zelfs op de door mij geliefde Waddeneilanden in meerderheid voor VVD stemde.

Bron: “VVD 33 zetels, PVV voorlopig tweede partij” door de redactie Politiek van de NOS op 16 maart 2017”

Een feestje over de ‘liefde’

Het is alweer even geleden dat Apollodorus het verhaal vertelde dat hij van Aristodemus hoorde over een symposium, een drinkgelag of feestmaal. Het werd indertijd ter ere van de tragedieschrijver Agathon gehouden. Socrates is bij die gelegenheid te laat gekomen, doordat hij in gedachten verzonken ergens in de stad tijdens gesprekken alle besef van tijd was kwijtgeraakt. Nadat ze klaar zijn met eten, herinnert Eryximachus iedereen aan Phaedrus‘ suggestie dat iedere aanwezige op zijn beurt een spreekbeurt zou geven: een verhaal ter ere van de god van de liefde.

Phaedrus steekt van wal en vertelt dat Liefde (Eros) een van de oudste goden is. Deze god bevordert volgens hem het best de deugd van mensen.

Pausanias volgt hem als spreker op. Hij maakt een onderscheid tussen ‘Gewone Liefde’, die draait om begeren, en ‘Hemelse Liefde’, die plaatsvindt tussen een man en een jongen. In het geval van de Hemelse Liefde verleent de geliefde, de jongen dus, seksueel genot aan de oudere man in ruil voor een intellectuele en morele opvoeding.

Eryximachus, de geneesheer, wijst erop dat ‘goede liefde’ aanzet tot matigheid (wijsheid) en orde. Ook zegt hij dat liefde zich niet beperkt tot relaties tussen mensen, maar net zo goed gevonden kan worden in geneeskunde, muziek en tal van andere zaken.

Aristophanes is de volgende spreker. Hij vertelt een mythe over hoe we als mensen eens als èèn tweeslachtig wezen op aarde rondliepen. Alle mensen waren ‘bolmensen’. Wegens de arrogantie en overmoed van onze voorouders werden ze bij wijze van straf door Zeus in tweeën verdeeld. Geslachtsdelen plaatste Zeus daarna van achter naar voren, zodat we in plaats van bolmensen mannen en vrouwen werden. Sindsdien zwerven mensen als gehalveerd bolmens over de aarde. Op straffe van Zeus voortdurend zoekend naar onze wederhelft, waar we ons mee willen verenigen om weer heel te zijn.

Agathon volgt Aristophanes op en geeft een retorisch uitgewerkte speech ten beste waarin Liefde voorgesteld wordt als gevoelig, jong, mooi en wijs. Hij schurkt aan tegen de opvatting van Phaedrus: Liefde is volgens hem verantwoordelijk voor de aanwezigheid van alle deugden in ons.

Socrates, die zich dus later bij dit gezelschap voegde, stelt een en ander op zijn eigen wijze in vragen [het Socratisch gesprek; GjH]. Hij vindt dat Agathons’ redevoering niet over de Liefde ging, maar over de objecten van de liefde.
Socrates vertelt vervolgens het verhaal van de wijze vrouw Diotima. Volgens haar was Liefde helemaal geen god, maar eerder een geest die bemiddelt tussen mensen en het object van hun begeren. Liefde zelf is noch mooi, noch wijs. Liefde is eerder het verlangen naar schoonheid en wijsheid. Liefde kan zich volgens Socrates op twee manieren uitdrukken: door de lichamelijke aspecten van seks, voortplanting en zwangerschap of door het delen en voortbrengen van ideeën.
De grootste wijsheid van al, vertrouwt Socrates de anderen toe, is ‘Kennis van de Vorm van Schoonheid’. Dat is dat we allen volgens hem zouden moeten nastreven.
Socrates beëindigt zijn toespraak met het inzicht dat het hoogste doel van de liefde ‘de liefde voor wijsheid’ is. Als het echt om de liefde zou gaan, zou iedereen volgens Socrates filosoof worden.

Aan het eind van Socrates’ toespraak komt een dronken Alcibiades naar voren, die op de grond valt. Hij prijst Socrates luidruchtig om zijn wijsheid. Ondanks Alcibiades’ pogingen om ook Socrates te laten proeven van zinnelijke geneugten, slaagt hij daar niet in. Socrates is helemaal niet geïnteresseerd in zinnelijk genot.

Het feest eindigt in chaos en een drinkpartij, waarbij Aristodemus in slaap valt. Als hij de volgende morgen wakker wordt, ziet hij hoe Socrates nog steeds energiek zit te discussiëren met Agathon en Aristophanes. Als uiteindelijk iedereen in slaap is gevallen, staat Socrates op en begint aan zijn nieuwe dag. Hij wandelt naar het Lykeion, een van de drie grote gymnasia buiten de stadsmuren van het oude Athene. Socrates brengt de rest van de dag door op zijn gewone manier, zonder te gaan slapen voor het donker wordt.

Het ‘Symposium’, waarin dit alles beschreven is, is een dialoog geschreven na 385 v.Chr. door de Griekse filosoof Plato. Het verschaft inzichten over de manier van leven van de Atheense intellectuele kringen uit die tijd en wellicht een antwoord op uw vraag wat liefde is.

Bronnen: “Symposium” via Wikipedia.org, Tros Nieuwsshow Radio 1, “Symposium” via Scheltema.nl en “Iedereen was er” via Bol.com; alle vier op 7 november 2015.

De strekking van dit blog verscheen eerder als blog 247 op een voorloper van deze website.

Treurnis

In de laatste campagnedagen kan de beslissende winst gehaald of verloren worden. Het spant er om vertellen de media ons: VVD en PVV zouden in een nek-aan-nekrace verwikkeld zijn. D66 hoopt als ‘derde hond’- naast ‘de twee erom vechtende’ er met ‘het been’ vandoor te gaan. Groenlinks draagt uit de grootste te kunnen worden. “En wat dan nog?”, vraag ik mij af. “Dan zitten ze 4 tot 2 jaar ìn de regering en hoe wordt de wereld daar beter van? Voor wie wordt het dan beter?

Verdwijnt dan de noodzaak van Nederlandse voedselbanken als één van die partijen regeringsmacht heeft?
Hoe zit het straks dankzij hun regeringsmacht met de mensen die op allerlei vlakken al jaren het nakijken hebben?
Welke partijen zullen er daadwerkelijk zorg voor dragen dat bedrijven aan de Nederlandse fiscus gaan afdragen wat volgens wet- en regelgeving zou moeten? Dit in plaats van – zoals nu – op basis van ondoorzichtige afspraken en met gulle giften aan door ons verzameld belastinggeld inclusief commerciële voordelen zoals het privaat patenteren van wat met publiek geld als wetenschappelijke subsidies is onderzocht? Gaan de voor ons duistere afspraken tussen grootbedrijven en de Nedelandse belastingdienst transparant worden? Die afspraken, waarvan het nakomen door de Nederlandse belastingdienst al jaren nog eens niet gecontroleerd wordt ook? Nou ja, eens in de 30 (!) jaar. Dat weten we weer wèl. Gaat dat door deze partijen in een kabinet normaal worden?

Welke partij staat een economie voor, die de onrechtvaardige verdeling en steeds onrechtvaardiger verdeling van bestaansmiddelen niet terugdringt maar echt fundamenteel aanpakt zodat we volgens hun programma na hun regeerperiode op een verdeling kunnen hopen die we dan ‘rechtvaardig’ kunnen gaan noemen?
Welke partij belooft dat de rijken niet rijker worden terwijl de armen in dit relatief rijke land niet nog armer en rechtelozer worden?

En hoe zat het ook weer met ons aandeel in klimaatverandering, milieuverontreiniging en natuurbehoud op aarde door wat wij hier consumeren en uitvreten?
En hoe met de productie en productieomstandigheden van wat hier verkocht wordt?

Terwijl deze dagen politieke partijen in ‘wij’ en ‘zij’- termen zich op de borst kloppen het meest te doen aan dit en tegen dat, waarschuwde de Verenigde Naties vanmorgen vroeg bij monde van de coördinator noodhulp, Stephen O’Brien dat in 4 landen alleen al 20.000.000 mensen dreigen te verhongeren. Het dreigt de grootste humanitaire crisis te worden sinds de oprichting van de VN in 1945. De Europese Unie komt daarbij niet verder dan de mensen in die landen gevangen te houden en degenen die op de vlucht geslagen zijn onderweg op te sporen en in detentiecentra gevangen te zetten. En degenen die ondanks dat alles toch Europese bodem bereiken omdat ze niet verdronken zijn terug te sturen naar Turkije of Libië. Onze minister-president gaf hen – toen hij dacht namens alle Nederlanders te spreken – de boodschap vooral thuis te blijven.

Voor de preciezen onder u: de Verenigde Naties spreken van voedselgebrek als meer dan 30% van de kinderen tot 5 jaar lijdt aan ondervoeding en het sterftecijfer dagelijks hoger ligt dan 2 per 10.000 mensen.

Bouw een muur om vreemden tegen te houden!
De economie moet groeien want dan – hoewel de laatste 40 jaar nimmer aangetoond (sssst!) – krijgen we het allemaal beter en met ons programma groeit-i het hardst!
Laat kinderen het Wilhelmus zingen!
We hebben een Europees leger nodig!
Geen geld meer naar dit of dat…
…maar meer geld naar zus en zo! Over welke kwaliteit van samenleven beoogd wordt, wordt niet gesproken. Er zijn slechts twee vage argumenten: het is goed of de kiezer zou het willen. Maar wel fluisterend achter de hand: “Zolang het electoraat dat er toe doet maar terrasjes kan blijven pakken. Sssst!”

De kieswijzers moeten de politiek-verdwaalde Nederlanders, die de afgelopen 4 jaar niet verder keken dan het Nederlandse entertainment-nieuws, helpen aan de hand van 30 of 40 – volgens mij willekeurige – nagenoeg niet-essentiële stellingen om hun keus te bepalen. En op basis van de televisiedebatten die alleen over mannetjesmakerij gaan. Nog steeds letterlijk in 2017(!!!), maar ik bedoel het overdrachtelijk.

Ik vermoed dat geen enkel weldenkend èn welvoelend mens ergens ter wereld in spanning volgt wat er hier op 15 maart uit gaat komen. Wat een dom Nedercentrisme voor de korte termijn. Zeker degenen die ver uit ons zicht uitgebuit en geknecht worden door hier actieve multinationals zal het koud laten wat onze verkiezingsuitslag wordt. Zo ook de mensen die in slavernij onze producten helpen maken en degenen die verweest de wereld doorkruisen en zij die op sterven na dood zijn van armoede, honger, oorlog en ziekte waaronder die 20.000.000.

Weekblad De Groene Amsterdammer van 9 maart jl., dat deze week nagenoeg alleen over de achtergronden van de Nederlandse verkiezingscampagnes gaat, noemt het ‘Stemmen met de rug naar de toekomst’ en legt in ruim 100 pagina’s uit wat daarmee bedoeld wordt.

Wat wij hier politiek aan het doen zijn – een enkeling daargelaten – acht ik de beschaving voorbij. Er is een woord voor. Dat is ‘treurnis’.

Bron: “VN waarschuwt voor ‘grootste humanitaire crisis sinds 1945′” door ANP via de website van NU.nl en “VN: grootste humanitaire crisis sinds 1945 dreigt” via de website van NOS.nl; beide op 11 maart 2017.

Onze politiek; een gelopen race

Een buurman van mij spreekt het aan dat het CDA wil dat het Wilhelmus op scholen gezongen gaat worden. Ik verdiep me niet in politiek, vertelt-i er bij, hij heeft het druk zat. Een collega gaat gewoontegetrouw D’66 stemmen. Hij weet niet veel van politiek, zegt-i er bij, maar hij stemt altijd op die partij. Dat PVV en VVD erom strijden welke partij op 15 maart de grootste gaat worden; is volgens mij vergelijkbaar met de strijd tussen Clinton en Trump; een strijd zonder mogelijk goede afloop. En zo heeft 74% van de Nederlanders een goede reden het bij de vertrouwde politiek te houden, die ons steeds meer op schulden jaagt, die de verzorgingsstaat afgebroken heeft en die tot steeds meer onderlinge spanningen en voedselbanken lijdt.

Ik vind de verkiezingsuitslag op 15 maart aanstaande nu al niet meer spannend.

Dat heeft zeker ook met onze media* te maken, die in ‘verkiezingstijd’ weinig of geen aandacht schenkt aan het stemgedrag op cruciale dossiers van die vertrouwde politici gedurende de afgelopen 4 jaar. Laat staan de afgelopen 40 jaar. Het heeft ook te maken met telkens weer dat onberedeneerbare maar heilige geloof in verkiezingsprogramma’s. En met het ontbreken van aandacht voor de gelegaliseerde misdrijven tegen onze rechtstaat, zoals belastingontwijking, het opheffen van onze democratie achter de bühne, en het ontbreken van fiscale wetshandhaving voor grootbedrijven.

Nederland is de afgelopen 4 jaar een belastingparadijs gebleven voor multinationale ondernemingen. Op de lijst van belastingparadijzen die Oxfam Novib in december 2016 publiceerde staat Nederland – na Bermuda en de Kaaiman Eilanden – op de 3de plaats. De cafetaria bij u op de hoek moet het volle pond aan belasting betalen, maar McDonald’s hoeft aan de Nederlandse fiscus slechts een fractie daarvan af te dragen. En dat wordt nog eens niet gecontroleerd ook. Nou ja, naar verluid eens in de 30 jaar. In plaats van dat zij er op let dat belastingregels nageleefd worden streeft de Nederlandse fiscus naar een prettige samenwerking met bedrijven die zich op ons grondgebied vestigen. In plaats van dat zij er op let dat belastingregels nageleefd worden. Nagenoeg heel de Tweede Kamer knijpt telkens weer een oogje dicht als het om ondernemen van grootbedrijven gaat. De lobby van die bedrijven is te invloedrijk en het werken voor zo’n bedrijf is vaak het voorland voor veel spraakmakende politici nadat zij het in politiek ‘Den Haag’ gedwongen of vrijwillig voor gezien houden.

Terwijl veel mensen vinden dat Nederlandse uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking best omlaag mogen – onze bijdragen aan de NAVO mogen best omhoog – verliezen ontwikkelingslanden mede dankzij Nederlandse regelgeving ook nog eens naar schatting jaarlijks $ 100.000.000.000 aan belastinginkomsten. Vergeleken met dat bedrag valt het mee dat de Nederlandse fiscus multinationals minimaal € 4.000.000.000 aan voordeeltjes gunt en dat in Nederland werkzame multinationals ook nog eens voor € 1.500.000.000 zelf de Nederlandse fiscus ontwijken. Met deze (bekende) bedragen loopt onze schatkist immers jaarlijks slechts 5,5 % mis van wat ontwikkelingslanden samen mislopen. Dat alles wèl met toestemming van haast al de vertrouwde politici in de Tweede Kamer. De Nederlandse constructies – ten nadele van de wel-belastingbetaler(s) en degenen die afhankelijk zijn van overheidsuitgaven aan welzijn en zorg – zijn zelfs in andere landen van de Europese Unie gepropageerd door onze PvdA-minister Bert Koenders.

Van de Nederlanders zal volgens de ‘Ipsos-politieke barometer’ 58 % stemmen op een partij die met CETA de democratie wil afschaffen ten gunste van multinationals uit Canada en de Europese Unie. Om nog maar niet te spreken van de rampen die ons met TiSA te wachten staan.

Met CETA worden winstverwachtingen van multinationale en andere grootbedrijven veilig gesteld mochten we ooit op het idee komen milieuregels aan te scherpen, het minimumloon flink te verhogen, de volksgezondheid te laten prevaleren boven patenten en E-nummers of wat dies meer zij als dat ten koste kan gaan van de verwachte winsten voor die bedrijven (die nergens ter wereld een gerechtvaardigde belasting betalen).

Natuurlijk zijn er mensen overtuigd van het CDA, CU, D66, GL, PvdA, PVV, SGP of VVD-ideeëngoed, maar ik vermoed dat veruit de meeste kiezers – als ze al gaan stemmen – stemmen op een partij waarvan zij de werkelijke achtergrond niet of nauwelijks kennen. Gezien de verschillende peilingen vind ik de verkiezingsuitslag op 15 maart aanstaande nu al niet meer spannend: We gaan het verkeerde pad, dat we rond de regering Ronald Reagan (1981 – 1989) in de Verenigde Staten van Amerika ingeslagen zijn, ook de komende 4 tot 2 jaar verder bewandelen.
________________________
* Gunstige uitzondering op het analyseren van verkiezingsbeloften en stemgedrag levert De correpondent, bijvoorbeeld te vinden via deze link.

Een keerzijde van ons verstand

Wanneer leiders naar kennis streven, maar hun ethische opvattingen vergeten, raken allen die hen volgen verstrikt in verwarring. Hoe kan ik zeggen dat dit het geval is?

Veel kennis wordt toegepast voor het exploiteren van wat in de natuur is. Maar alles wat in de natuur is wordt erdoor verstoord.
Veel kennis wordt toegepast om winst te maken, maar de mensen moeten zich dan het schompus werken met weinig rechten en veel plichten en hebben steeds meer geld nodig om al die winsten voor enkelingen bij elkaar te schrapen.
Veel kennis wordt gebruikt om verzet van mensen te breken en om vreemde mensen te beletten naar hier of naar daar te komen, maar de levens van deze weerbarstige en wanhopige mensen worden er nog meer door verstoord dan ze al zijn.

Mensen eren hetgeen binnen het bereik van hun kennis ligt, maar beseffen niet hoe afhankelijk ze zijn van wat er buiten ligt.

Naarmate de kennis steeds knapper, veelzijdiger en ingenieuzer wordt, worden de mensen er alom door verstoord en geschaad. Dan proberen zij verwoed te begrijpen wat zij niet weten, maar doen geen poging te begrijpen wat ze al wel weten. Ze veroordelen de misvattingen van anderen, maar veroordelen de hunne niet. Daaruit ontstaat nog meer verwarring.

Als de zon en de maan hun licht verloren, de bergen en rivieren verloren hun levenskracht en de vier seizoenen kwamen tot stilstand, dan zou geen insect en geen plant zijn ware aard behouden. Toch is dat de toestand die wordt voortgebracht door mensen die geobsedeerd zijn door kennis. Eerlijkheid en eenvoud worden over het hoofd gezien en rusteloosheid oogst bewondering. Het kalme, moeiteloze handelen wordt vergeten en er weerklinken luide woordenwisselingen. Zo is de aard van de honger naar kennis. Het kabaal ervan stort de wereld in een chaos.

(…)

Mensen eren hetgeen binnen het bereik van hun kennis ligt, maar beseffen niet hoe afhankelijk ze zijn van wat er buiten ligt.

Dit is geen reactie op iets dat vandaag de dag speelt. Tsoeang-tse schreef woorden van gelijke strekking* 2.500 jaar geleden in de “Tao Te Tsjing”. Ik kwam bovenstaande fragmenten tegen in het boek “Teh van Knorretje”. In dat boek worden aspecten aan het Taoïsme luchtig uitgelegd aan de hand van de oorspronkelijke verhalen van Winnie de Poeh en de personages die in die 2 boeken opgevoerd worden.

Bron: “Teh van Knorretje” (1992) door Benjamin Hoff in het Nederlands vertaald door Hilde Bervoets, Uitgeverij Sirius en Siderius te Den Haag, ISBN 906441100X.

______________________________________
* In plaats van ‘ethische opvattingen’ schreef Tsoeang-tse ‘De weg’ en in plaats van mijn 2de alinea schreef hij:
Veel kennis wordt toegepast voor het maken van bogen, kruisbogen, pijlen en katapulten, maar de vogels in de lucht worden erdoor verstoord en gewond.
Veel kennis wordt gebruikt voor het maken van haken, netten en dergelijke, maar de vissen in het water worden erdoor verstoord en gewond.
Veel kennis wordt aangewend voor het maken en plaatsen van vallen, netten en klemmen, maar de schepselen van de grond worden erdoor verstoord en gewond.

Een actueel opiniestuk van 50 jaren oud

Moet Nederland mee blijven doen aan de vredesmissies in Bosnië (EUFOR en EUPM), Congo (EUSEC), Cyprus (UNFICYP), Egypte/Gaza (EUBAM), Israël/Egypte (UNTSO), Voormalig Joegoslavië (ECMM), Libanon (UNIFIL) en Mali (MINUSMA)?

Deze vraag zou aan de keuzehulpjes voor 15 maart toegevoegd kunnen worden. Ik had hem, net als een hoop andere vragen, in elk geval gemist. Echter, wat is het antwoord waard wanneer de argumenten, waarop het antwoord gebaseerd is, niet erbij geleverd kunnen worden?

Chomsky aanvaardde de zogenaamde nobele doelstellingen achter die oorlog niet.

Degenen, die op een stelling ‘ja’ en ‘nee’ stemmen, kunnen het hartgrondig eens zijn over een hoop argumenten en toch op een andere uitkomst komen. En degenen, die allebei ‘ja’ of juist ‘nee’ stemmen, kunnen het schromelijk oneens zijn over de motivatie voor hun stem.

Is dat erg? Ik vind van wel. Het is iets heel anders wanneer een volksvertegenwoordiger een standpunt inneemt omdat hij/zij het moreel een (on)juist standpunt vindt, dan wanneer hij of zij hetzelfde standpunt inneemt omdat het ‘te duur is’, ‘niet goed werkt’ of omdat ‘er belangrijker zaken zijn om je druk over te maken’. De eerste maakt een morele keuze en kan ik mijn stem niet of juist wel toevertrouwen. De tweede maakt een economische keuze en vertrouw ik sowieso niet, tenzij de stelling nu net over de Nederlandse economie gaat.

Van de potentiële volksvertegenwoordigers weet ik graag met wat voor bevlogenheid zij op jacht zijn naar een van de 150 zetels. Wanneer het gaat om eigenbelang of macht is het maar de vraag of wat ik belangrijk vind door hem of haar gediend gaat worden. Dient hij/zij de belangen van grootbedrijven die elders belasting afdragen. Die op een andere plek in de wereld vervuilen. En die weer ergens anders mensen onder erbarmelijke omstandigheden laten werken, of op andere manieren samenlevingen ontwrichten. In dat geval – ook al betreft het Nederland niet – moet hij of zij mij maar niet vertegenwoordigen in de Tweede Kamer. Heeft hij of zij nagenoeg soortgelijke uitgangspunten als ik heb, dan maakt die kandidaat een goede kans voor mijn stem.

Bij verkiezingsdebatten gaat het wat mij betreft te weinig erover welke kwaliteit van samenleving we wensen. Welke als het om oorlogvoering (vredesmissies in de volksmond) en echte vredesmissies gaat. Of over de AOW-leeftijd, de Europese Unie (EU), het buitenlands beleid, de handel, het milieu, de ontwikkelingshulp, het tegengaan van de opwarming van de aarde, de veiligheid, de zorg, en wat al niet meer.

50 Jaar geleden schreef Noam Chomsky op verzoek een artikel over de rol van intellectuelen in de Vietnam-oorlog, die indertijd gevoerd werd; een oorlog in Zuid-Vietnam tussen de door Noord-Vietnam gesteunde Vietcong en het door de Verenigde Staten (VS) gesteunde Zuid-Vietnamese bewind. In zijn artikel distantieerde hij zich van andere intellectuelen, ook als die zich eveneens uitspraken tegen deze oorlog. Chomsky aanvaardde de zogenaamde nobele doelstellingen achter die oorlog niet. Dat artikel kunt u vandaag herlezen als een boeiend tijdsdocument in zijn historische context.

U kunt het echter ook lezen als een actueel opiniestuk wanneer u ‘Vietnam’ vervangt door ‘Afghanistan’, ‘Irak’, ‘Libië’ en/of ‘Syrië’, en ‘de strijd tegen het communisme’ door ‘de strijd tegen terreur’. En lees dan ook de hedendaagse commentatoren en hun pseudo-neutrale analyses en opinies
over het Europees besparingsbeleid,
over de oorlogen die de EU en de VS voeren in het Midden-Oosten,
over de agressie van China en Rusland (welke beide niet hoeven te worden bewezen) waartegen ‘wij’ dan het hogere goed van het immer goedbedoelende Westen stellen (dat evenmin bewezen hoeft te worden)
en u ziet de mechanismen terug die Chomsky al op 23 februari 1967 beschreef. Voor de camera spuien alle politici hun beste plannen zonder dat doorgevraagd wordt naar hun mensbeeld, hun moraal, hun vijandbeeld, hun wereldbeeld of wat de burger volgens hen van de overheid vermag en hoe dat te bewerkstelligen.

Geen enkele Nederlandse politicus zal toename van armoede bepleiten, of afname van de controle door de fiscus op de belastingafdracht van bedrijven, vergroting van inkomstenverschillen, toename van vervuiling elders in de wereld voor producten die hier verkocht worden, oorlog, recessie, schending van onze privacy, sociale onrust, afname van de werkgelegenheid of een slechtere bereikbaarheid van de gezondheidszorg. Toch laten de gevolgen van ‘ons’ regeringsbeleid in de afgelopen periode dit soort fenomenen zonder dat er ooit voor gepleit is overduidelijk zien. Het gaat in de politieke mediadebatten allemaal nergens over, door gebrek aan diepgang, en dat is niets nieuws onder de zon.

Bronnen: “23 februari 1967, 50 jaar sinds Chomsky’s eerste politieke artikel” door Lode Vanoost via de website van De wereld morgen op 23 februari 2017 en Wikipedia op 24 februari 2017.

“The responsibility of Intellectuals” door Noam Chomsky, werd voor het eerst gepubliceerd op 23 februari 1967 in ‘The New York Review of Books’; een wekelijkse boekenbijlage bij de krant ‘The New York Times’. Het artikel werd in 1969 een van de 8 hoofdstukken van Chomsky’s allereerste politieke boek met de titel “American Power and the New Mandarins”. Daarin ontwikkelde hij verder zijn these dat de Amerikaanse intellectuele klasse in universiteiten en in de regering medeverantwoordelijk is voor de wreedheden die het Amerikaans leger in Vietnam heeft begaan. Dit boek werd in 2002 opnieuw uitgegeven.

In 2016 publiceerde uitgever Metropolitan Books een verzameling van Chomsky’s recente essays, opinies en samenvattingen van lezingen in het boek “Who Rules the World?”. In het eerste hoofdstuk “The Responsibility of Intellectuals, Redux” blikt Chomsky terug op dat eerste essay van 1967:
Zij die netjes in de rij gaan staan ten dienste van de staat worden typisch geprezen door de algemene intellectuele gemeenschap, terwijl zij die weigeren in dat lijntje te lopen worden afgestraft.

Klik hier voor het artikel van Vanoost (bron), dat dieper op Chomsky’s bijdrage aan het politieke debat ingaat.

Slecht nieuws voor nieuwsvolgers m/v

Wanneer ik op straat of in een bos gesprekken opvang, denk ik wel eens met een lach: “Oh, ja, daar heb ik het ook ooit over gehad; zelfde toon, zelfde boodschap.” Maar wanneer die gesprekken gaan over het nieuws wordt ik een enkele keer bevangen door een gevoel over sommige zaken beduidend meer te weten dan de prater. Hetzelfde gevoel wanneer ik iemand met een ING-pinpas zie betalen: “Die heeft sinds de Giro en de Postbank nooit meer een krant gelezen.” Onzin natuurlijk, maar dat gevoel heb ik wel, doordat ik weet – of denk te weten – hoeveel slechts ING (bijvoorbeeld) met ons geld in de wereld uitvreet en me niet kan voorstellen dat de pinpas-houder er achter zal staan dat zijn of haar geld voor dergelijke praktijken gebruikt wordt.

Onze onwetendheid is gevaarlijk, want ze is de basis waarop we in actie schieten.

Echter, voor degenen die het nieuws wel actief bijhouden heb ik slecht nieuws en een advies. Eerst het slechte nieuws: In het opinie-artikel ‘The media are misleading the public on Syria’ in de krant ‘Boston Globe’ van 18 februari jl. geeft Stephen Kinzer* zijn mening over de vooringenomenheid van de berichtgeving in de Amerikaanse mainstreammedia.

Kinzer ziet een verontrustend patroon in de selectieve manier waarop de Amerikaanse (en in hun kielzog de Westerse) media berichten over Syrië. De berichtgeving over oorlogsmisdaden blijkt volgens hem te worden bepaald door de kant die de journalisten hebben gekozen: de ‘onze’ of de ‘andere’, in plaats van door de ingewikkeld te duiden feiten. Zijn conclusies luiden: “De media misleiden het publiek over Syrië” en “De berichtgeving over de oorlog in Syrië zal worden herinnerd als een van de meest beschamende episodes in de geschiedenis van de Amerikaanse pers.

De meeste Amerikaanse media berichten volgens Kinzer het omgekeerde van wat er werkelijk aan het gebeuren is. ‘Gematigde rebellen’ blijken in werkelijkheid fanatieke wreedaards te zijn, die de bevolking terroriseren op een zo niets ontziende manier dat zij de soldaten van president Assad als ‘bevrijders’ verwelkomden.

Kinzer: “Die journalisten schrijven vanuit Washington dat ‘al Nusra’ een machtige groep is bestaande uit ‘rebellen’ en ‘gematigden’. Ze schrijven niet dat deze groep banden heeft met en voortkomt uit ‘al Qaïda’. Zij schrijven dat Saoedi-Arabië ‘vrijheidsstrijders’ steunt, terwijl het de hoofdsponsor is van IS (…) En alles wat Rusland en Iran in Syrië doen wordt beschreven als destabiliserend en negatief, omdat dat de officiële lijn is.

Kinzer: “De meeste Amerikaanse kranten en weekbladen hebben geen buitenlandse correspondenten meer (…) Berichten worden geschreven in de redactielokalen in Washington. Journalisten, die over Syrië schrijven, halen hun informatie bij het Pentagon, het ministerie van buitenlandse zaken, het Witte Huis en ‘experts’ van denktanken (…) Deze vorm van stenografie produceert het slappe infotainment dat doorgaat voor ‘Nieuws uit Syrië’.

Veel Amerikanen – en veel journalisten – zijn tevreden met het officiële verhaal: ‘Bestrijd Assad, Iran en Rusland! Vecht samen met onze Koerdische, Saoedische en Turkse vrienden om de vrede te bewerkstelligen!’ Dit is echter een weerzinwekkende omkering en vereenvoudiging van de uitermate complexe realiteit in en rond Syrië. Deze verzinsels zullen de oorlog daar onnodig verlengen en nog meer Syriërs veroordelen tot lijden en dood.

Volgens alternatieve Amerikaanse media is de vervormde berichtgeving niet de afwijking maar de norm; zeker in de grote commerciële mainsteammedia, ook als het over Syrië gaat. Echter, dat een man met de reputatie van Stephen Kinzer* dit schrijft, wijst op een dieper liggend probleem: zelfs de mainstreammedia beginnen aan te voelen dat het zo niet langer kan. De kloof tussen de waarheid en de berichtgeving erover wordt kennelijk te groot. Bovendien werken deze media zo de facto mee aan de verergering van de situatie in het Midden-Oosten.

Kinzer: “Men zegt dat Amerikanen onwetend zijn over de wereld. Dat is zo, maar dat zijn we niet meer dan in andere landen. Als de mensen in Bhutan of Bolivië een verkeerd idee hebben van wat in Syrië gebeurt heeft dat echter geen enkele consequentie. Onze onwetendheid daarentegen is gevaarlijk, want ze is de basis waarop we in actie schieten.

Mijn advies: Denk maar niet de waarheid via de mainstreammedia te vinden en behoud altijd een beetje achterdocht door u bij elk nieuwtje af te vragen: Welk belang wordt hiermee gediend?

Bronnen: “The media are misleading the public on Syria” door Stephen Kinzer in Boston Globe op 18 februari 2017, “De media misleiden het publiek over Syrië” door Lode Vanoost via de website van De wereld morgen en websites onder wikipedia (org), beide op 20 februari 2017.

________________
* Stephen Kinzer (1951) is een Amerikaans auteur en journalist, die onder andere op cruciale momenten in de wereldgeschiedenis correspondent was bij de New York Times en schrijft voor allerlei kranten en nieuwsagentschappen. Hij schreef onder veel meer The Brothers: John Foster Dulles, Allen Dulles, and Their Secret World War, Times Books, 2013. ISBN 978-0-8050-9497-8, Reset ook gepubliceerd onder de titel Reset Middle East: Old Friends and New Alliances: Saudi Arabia, Israel, Turkey, Iran, I.B. Tauris, 2010, ISBN 978-1-84885-765-0 en All the Shah’s Men: An American Coup and the Roots of Middle East Terror, John Wiley & Sons, 2003, ISBN 0-471-26517-9. Momenteel werkt hij als senior medewerker in het ‘Watson Institute for International Studies’ van de Amerikaanse Brown-universiteit te Providence, Rhode Island.

Klik hier voor het opinie-artikel van Stephen Kinzer.

Staatgevaarlijk politici

Op 15 februari zal het Europees parlement (EU-parlement) naar verwachting akkoord gaan met CETA, het Comprehensive Economic and Trade Agreement; de handelsovereenkomst tussen het fatsoenlijke Canada en EU om de vereisten aan producten en de omstandigheden waarin zij vervaardigd worden op elkaars wetgevingen af te stemmen en vooral om de in Canada en EU gevestigde grootbedrijven tegen nationale parlementen te beschermen.

Gedurende een eeuw zwaar bevochten wet- en regelgeving betreffende
arbeidsomstandigheden,
dierenwelzijn,
fysieke veiligheid,
milieuwetgeving,
voedselveiligheid en
volksgezondheid
worden omwille van winstvergroting van multinationale ondernemingen zonder inhoudelijke inspraak te grabbel gegooid. De betrokken parlementen kunnen CETA alleen afkeuren of goedkeuren.

De ironie wil dat deze bedrijven, die zo min mogelijk belasting aan nationale parlementen afstaan, via CETA wèl de mogelijkheid krijgen een miljoenen- of miljardenclaim bij nationale parlementen te leggen wanneer nieuwe wetgeving hen iets kost. Hun investeringskosten, iets waar een beetje ondernemer altijd risico’s loopt, worden zodoende met CETA veilig gesteld: komt het niet uit de handel dan komt het bij nieuwe wet- en regelgeving wel uit de pot die u en ik via inkomsten- en alle andere belastingen bij elkaar hebben gespaard om te besteden aan het algemeen nut.

Ik heb mij altijd al op het standpunt gesteld dat degenen die EU vertegenwoordigden bij de CETA- en TTIP-onderhandelingen niet competent daartoe bleken. Anders hadden zij, op het moment dat ISDS, het Investor-state dispute settlement, geagendeerd werd de onderhandelingen wel direct opgeschort. ISDS is inmiddels vervangen door het even kwalijke ICS; het investment court system.
Nu stel ik mij op het standpunt dat ieder parlementslid dat woensdag 15 februari 2017 vòòr CETA stemt staatsgevaarlijk is.

Twee dagen na het verschijnen van dit blog heeft Lode Vanoost in ‘De wereld morgen’ een – volgens mij – heel duidelijke uitleg gegeven over CETA met onder die uitleg allerlei doorverwijzingen voor degenen die zich nog meer willen verdiepen in de materie van wat ‘vrijhandelsverdragen’ genoemd wordt. Voor degenen die deze uitleg over CETA willen lezen: klik hier.

Maken politieke beloften ook schuld?

‘Centrum’ en ‘Rechts’ zijn in hun politieke betekenis synoniem geworden voor ‘uitzichtloze crisis’.

De ruggengraat van rechtse denkers is het kapitalisme zoals we dat in dit land nu al zo’n 40 jaar concretiseren. Alle centrumpartijen hebben dit kapitalisme omarmd. Er is in Nederland haast geen politieke partij met een alternatief voor dit rechts-kapitalisme. Op de zonderling na, die Hoog Cartharijne een heerlijk winkelcentrum vindt, zal niemand nu nog beweren dat onze kapitalistische economie de garantie vormt voor de hoogste welvaart voor iedereen.

Integendeel, steeds meer mensen komen tot het inzicht dat het kapitalisme van vandaag een economisch model is dat massale armoede produceert ten voordele van de weergaloze fortuinen voor een handjevol mensen: de aandeelhouders, de directeuren en de bestuurlijke top van grootbanken en grootbedrijven met hun machtige politieke lobby-apparaat. Bedrijven, die eerder soms staatsbedrijven waren, waarvan deze mensen nu jaarlijks en soms zelfs maandelijks tonnen euro’s bijgeschreven krijgen.

Als antwoord op de decennia lang beleden economische godsdienst “There Is No Alternative!” kunnen in dit tijdgewricht extreemlinks en extreemrechts laten zien dat er wel een alternatief is.

Dit volksinzicht groeit doordat de armoede ook toeslaat in de zogenaamde “centrumgebieden” van het kapitalisme: het ooit zo rijke Westen waar velen eraan gewend waren weg te kijken voor humanitaire rampen elders. Het komt nu zo dichtbij dat wegkijken haast niet meer lukt. Buiten een handjevol rijke lui heerst dan ook bij menigeen de overtuiging dat de hele zaak niet deugt. Slechts over wat ‘de hele zaak’ is, is discussie. Als antwoord op toenemende verarming stelt Rechts een nog snellere en veralgemeende verarming voor: op toenemende werkloosheid stelt ze een nog-verdere flexibilisering van de arbeidsduur-verlenging voor, een nog-verdere verarming van degenen die geen betaald werk hebben en een nog-verdere verzwakking van het ontslagrecht.

Ik heb me bij dit kapitalisme als een zo onbetwist vereerd gouden kalf nooit thuis gevoeld. Politiek moet volgens mij in de eerste plaats gaan om de kwaliteit van ons bestaan, en niet om geld. Geld is slechts een handig ruilmiddel. Over wie ‘ons’ is ben ik zeer ruimdenkend, maar ik weet dat veel mensen geen enkele andere boodschap hebben aan knechting, slavernij en uitbuiting van mensen elders dan een “Och, och, zou dan nou zo zijn? Daar zouden ze toch iets aan moeten doen.

Op vernieuwingen binnen de samenleving reageert Rechts, en ook de centrumpartijen, met fascisme, nationalisme, racisme en/of vreemdelingenhaat. Conflicten en milieurampen elders in de wereld – een zeer belangrijke oorzaak voor migratie en dus voor toenemende diversiteit binnen onze samenleving – beantwoorden rechtse en centrumpartijen met uitheemse detentiecentra, oorlog en terreur. Gevraagd naar het hoe en het waarom van dit alles produceert Rechts kindertaal: “America / Britain is the world’s greatest country”, “Dat is nu eenmaal zo”,“It’s gonna be great, it’s gonna be huge”, “Geen moskee in mijn dorp / straat / stad”, “Dit is knettergek”, “Dit is een nepparlement / neprechter”, “Doe eens normaal, man”, “Wat is daar nu verkeerd aan?”, “Wir schaffen das”. Het zijn woorden van mensen die volgens mij beseffen dat ze inhoudelijk niets meer te vertellen hebben.

Kapitalisme als bron van creativiteit, sociale dynamiek en vernieuwing heeft eveneens opgehouden te bestaan. We worden nu warm gemaakt voor verfijningen en minieme veranderingen aan oude technologieën. De basistechnologie van de auto is ruim een eeuw oud, die van straalmotoren 70 jaar en die van de computer eveneens al enkele decennia. Bedrijven voeren geen marketing meer voor revolutionair vernieuwende dingen; ze voeren alleen nog enorme campagnes over de adjectieven die we aan die dingen moeten hechten: een stijlvolle Mercedes, een sexy paar laarzen, een coole iPhone.

De ‘blanke boze burger’ is volgens mij helemaal niet boos, maar hecht geen waarde meer aan de jarenlange stroom van mooie beloften en lelijke bedreigingen. De politieke vernieuwing komt nu uit de marges van het politieke spectrum die in onze mainstream-media altijd met “extreem” werden aangeduid: ‘extreemlinks’ of ‘extreemrechts’.

De nieuwe massabewegingen van kritische burgers zullen hun nieuwe verhalen wikken en wegen. Wanneer die verhalen niets anders blijken te zijn dan een geslaagde marketingcampagne voor precies dezelfde uitverkoop van wat ooit rechten waren, dan kan dat nog enkele verkiezingsoverwinningen opleveren. Maar vroeg of laat zullen we – zoals het er nu volgens mij naar uitziet – ons vertrouwen in Rechts en in alle centrumpartijen en masse verliezen. Volgens de eerste debatten wordt door de grootste kanshebbers ingezet op samenwerking zonder voor de oorzaken van het weglopen van kiezers bij rechtse en centrumpartijen een alternatief te bieden.

Als antwoord op de decennia lang beleden economische godsdienst “There Is No Alternative!” kunnen in dit tijdgewricht extreemlinks en extreemrechts laten zien dat er wel een alternatief is. Komende verkiezingen maken de Nederlandse politieke partijen, die haast allemaal stuk voor stuk het rechts-kapitalisme omarmen, nog een flinke kans op succes. De vraag voor mij is alleen nog of de meerderheid na hun teleurstelling volgend op dit succes zal gaan kiezen voor Trumpisme. Inmiddels zijn generaties gewend aan een zekere orde en stabiliteit, waardoor teveel mensen zich niet meer voor kunnen stellen dat met moeite tot stand gekomen instituten afgeschaft kunnen worden. Inclusief elke vorm van democratie of inspraak.

Of zou gekozen worden voor een koers die juist alle mensen spaart, inclusief de aarde en het klimaat voor zover dat nog mogelijk is?

Of een koers die weer alleen gericht is op het welzijn van de ogenschijnlijk brave Nederlanders met een BSN-nummer?

En ik zie u in gedachten al denken: “Och, och, zou dan nou zo zijn?

Bron: Dit blog is sterk geënt op “Wat met de toekomst van rechts” door Jan Blommaert* via https://www.dewereldmorgen.be op 4 februari 2017.
_______________
* Jan Blommaert (1961) is volgens Wikipedia-nl een Belgisch sociolinguïst en taalkundig antropoloog en werkzaam aan de Tilburg University als hoogleraar taal, cultuur en globalisering en directeur van het Babylon Centrum voor de studie van superdiversiteit.

Een NKBV-winterweekend

Vrijdag passeerde ik rond 16 uur bij Visé de grens tussen Nederland en België. De nieuwe tunnel onder Maastricht vond ik wat tegenvallen, maar in dat stukje langs de Maas richting Luik waan ik me direct in een bergachtig buitenland. Dat gevoel werd bij Verviers nog sterker. Wat vind ik dit Belgische heuvellandschap mooi. Bij La Reid, tussen Spa, Remourchamps en Theux, vond ik met wat hulp van de plaatselijke bevolking de auberge Gervova, waar ik de rest van de groep NKBV-ers zou treffen. NKBV staat voor de Nederlandse klim- en bergsportvereniging. Twee van hen waren mij voor. En zij hadden magnetronmaaltijden meegenomen, dus in mijn uppie ging ik uit eten in een van de twee plaatselijke café-restaurants. Ik voelde me echt op vakantie.

Bij terugkomst druppelden nog 6 deelnemers binnen. Ik ging vrij vroeg naar bed om de volgende ochtend lekker vroeg op te staan. Tijdens ons ontbijt arriveerden de laatste 2 deelnemers, zodat we nog voor 10 uur konden vertrekken.

We wandelden over gladde, kleiige paden door de bossen ten noorden van La Reid tot we een eerste riviertje langs ons pad vonden: de Chefna, een echte rivier met watergeruis en watervallen. Die rivier staken we zo’n acht keer over over een recht of scheef liggende halve boomstam. Wanneer de boomstam te scheef lag, gingen we over droogliggende stenen of legden ons er bij neer dat het niet anders kon dan door de rivier heen te stappen waar het (net) niet te diep was voor onze schoenen. Ik zag huizen in deze onherbergzame omgeving waarin ik graag mijn kinderen grootgebracht had. Het lijkt mij heerlijk om kinderen zo diep verscholen in de natuur groot te brengen. Het is er niet van gekomen. En wij kwamen daarna langs de Amblève te lopen, een brede rivier, tot we een café vonden waar we, voordat het zou gaan regenen, verse koffie, warme chocolademelk of bier konden drinken met door een magnetron opgewarmde apfelstrudel.

’s Avonds zette een van ons zich aan de voorbereiding van een pasta-tomatensoep en een ander aan de voorbereiding van een boerenkoolmaaltijd. Met alle geklets over bergtochten, materialen, wat de groepsleider vermag en wat verder ter tafel kwam werd het voor mij laat. En de volgende ochtend vertrokken we om 8.12 uur voor een volgende tocht ten zuiden van La Reid. Dat kwam doordat we volgens het programma om 9 uur zouden vertrekken en omdat 8 van de 10 deelnemers om 8 uur wilde vertrekken en 2 aan 9 uur wilden vasthouden, kwamen we samen uit op: 2/10 van 60 minuten is 12 minuten.

Deze zuidelijke tocht leidde ons met name over asfalt- en holle wegen door het heuvellandschap. Ik genoot van de uitzichten en de ontmoeting met een lynx in wat een safaripark genoemd werd. Na een consumptie in het overvolle plaatselijke café van La Reid arriveerden we rond 14 uur bij onze auberge. Daar aten en dronken we nog wat, kleedden we ons om en schoonden gebroederlijk alle gebruikte auberge-lokalen om tegen 15 uur weer op weg te gaan naar onze respectievelijke woningen in Nederland. We waren stuk voor stuk een NKBV-winterweekend-ervaring rijker en gingen zo de zesde week van dit jaar tegemoet. Wat gaat die ons brengen?