Goed nieuws van afgelopen week

Nieuws van deze week, dat mij tot vandaag aan toe blij maakt. Dat is dat de Tweede Kamer het besluit over het afschaffen van de dividendbelasting voor buitenlandse investeerders opnieuw geagendeerd heeft, èn dat er een tuchtklacht ingediend is tegen de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), vanwege de beroerde kwaliteit van het onderzoek dat aan de basis ligt van dit kabinetsbesluit.

Niet dat ik vermoed dat het kabinet zal vallen. CDA, D66 en VVD hebben alle drie al te goed in de gaten dat nieuwe verkiezingen hen stuk voor stuk op dit moment (flinke) verliezen zou opleveren. Die blijven elkaar wel vasthouden, als drenkelingen op een te klein vlot in een grote oceaan.

Niet € 1,4 maar € 1.600.000.000 per jaar (!) minder belastinginkomsten om de aandeelhouders van grootbedrijven nog rijker te maken, terwijl de rijksbegroting (van de Europese Unie) kloppend moet blijven; een kabinetsbesluit dus dat noopt tot hogere loonbelastingen voor ons waar tegenover verminderde publieke dienstverlening staat.

Shell, Unilever en werkgeversorganisatie VNO-NCW lobbyen al jaren voor lastenverlichting. Voormalig VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes heeft in 2014 een speciale ‘Werkgroep Vestigingsklimaat’ ingesteld bij de exclusieve Dutch Trade and Investment Board (DTIB). De afschaffing van de dividendbelasting zou volgens DTIB noodzakelijk zijn om de hoofdkantoren van Akzo Nobel, Shell en Unilever in Nederland te houden en om andere multinational-hoofdkantoren aan te trekken. Dat zou vervolgens voor werkgelegenheid zorgen. Deze conclusies zijn echter gestoeld op een reeks aannames waarvoor elke cijfermatige onderbouwing ontbreekt.

In het partijstuk van onze premier Mark Rutte wordt het vestigingsklimaat-narratief kracht bijgezet met een verwijzing naar een ‘onderzoeksrapport “Wederzijds Profijt: de strategische waarde van de top 100 concernhoofdkantoren voor Nederland en van Nederland voor deze top 100” (2009) door Henk Volberda en zijn collega’s Marc Baaij, Frans van den Bosch en Tom Mom van de Rotterdam School of Management (RSM)’, een faculteit van de EUR. Dìt onderzoek verschaft de afschaffing van de dividendbelasting van wetenschappelijke legitimiteit; niet langer is het plan slechts een belastingwens van Shell, Unilever of VNO-NCW: ook ‘onafhankelijke wetenschappers’ van de vooraanstaande Erasmus Universiteit constateren hier dat de dividendbelasting een gezond vestigingsklimaat in de weg staat. De conclusies die Volberda trekt en als feiten presenteert, zijn gebaseerd op citaten (meningen) van enkele ondervraagde bestuurders. Op het onderzoeksrapport staat officieel vermeld dat het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van VNO-NCW. In werkelijkheid waren er naast VNO-NCW echter nog meer directe opdrachtgevers: AkzoNobel, DSM, Philips, Shell en Unilever, waarvan de topbestuurders geïnterviewd zijn.

Shell ontkende vorig jaar tegenover FollowTheMoney (FTM) mede-opdrachtgever van het onderzoek te zijn. Dit terwijl de opdrachtbevestiging (in handen van FTM) gedrukt is op Shell-briefpapier. Shell financierde ook het onderzoek: in drie etappes maakte het oliebedrijf ruim € 300.000 over aan RSM. Dat blijkt uit bonnetjes die naar boven kwamen uit het onderzoek dat milieuactivist en promovendus Vatan Hüzeir, met zijn duurzaamheidsdenktank ‘Changerism’ uitvoerde. Hij onderzocht de banden tussen RSM en de fossiele industrie. Het niet bij naam vermelden van opdrachtgevers en externe financiers is in tegenspraak met de Gedragscode Wetenschapsbeoefening.

Er loopt sinds november 2017 een tuchtklacht bij de EUR vanwege vermeende schending van de wetenschappelijke integriteit: die werd tegen Volberda ingediend door Hüzeir.

Bovendien stelt hoogleraar economie en overheidsfinanciën aan de Erasmus School of Economics Bas Jacobs: “Het is een gotspe dat beleidsmakers en politici de afschaffing van de dividendbelasting op basis van dit rapport durven te bepleiten. Het woord dividendbelasting valt slechts tweemaal, beide keren tussen haakjes. Het bevat geen enkele wetenschappelijke onderbouwing op basis van onderzoek naar de dividendbelasting. (…) Het economische uitgangspunt is bovendien volkomen verkeerd: dat overheidsbeleid gericht zou moeten zijn op het vergroten van de ‘strategische waarde van de top 100 concernhoofdkantoren’. Het gaat om de brede maatschappelijke welvaart. Hoofdkantoren zijn alleen nuttig als ze bijdragen aan de welvaart van mensen, als consument, als werknemer, als aandeelhouder of als belastingbetaler. Alle maatschappelijke kosten en baten van beleidsmaatregelen, voor alle mensen, moeten empirisch worden geschat om tot een uitspraak te komen of beleid zinvol is. Dat gebeurt nergens in het rapport. Het is daarom onmogelijk om op basis van het RSM-rapport ook maar iets te concluderen over de maatschappelijke wenselijkheid van afschaffing van de dividendbelasting.

Kijk, gedegen onderzoek van FollowTheMoney – waaruit ik hierboven selectief citeer – dat kan nog eens nieuws opleveren dat er voor mij toe doet. En dat mij blij maakt. Als gezegd, over wat ‘de politiek hiermee doet’ heb ik vanuit electoraal pragmatisme van CDA, D66 en VVD geen enkel vertrouwen, maar ook nog een tuchtklacht richting interviewer, uhhh, ik bedoel ‘hoofdonderzoeker’, dat zou een forse tik op de vingers van de Erasmus Universiteit opleveren en wellicht andere broddelwerk-afleverende-universiteiten doen schrikken; als het echt meezit doen afschrikken.

Bron: “Door Shell gefinancierd onderzoek stond aan de basis van afschaffing dividendbelasting” door Thomas Bollen via FollowTheMoney op 7 juni 2018.

Ervaringen van de mensheid met macht weggeven

Door een toeval, een soort van toeval, ben ik de dvd-serie “I Clavdivs” aan het kijken. De serie gaat erover hoe een fysiek zwakke, mank lopende Romeinse man, die last heeft van gestotter en spasmes, die zijn motoriek maar niet onder controle krijgt, kortom die alles is wat men zich niet van een Romeins staatshoofd voorstelt, toch de 4de keizer van het oude Rome werd en tot zijn dood het Romeinse Rijk regeerde van 41 tot 54; het is een historische miniserie over Tiberivs Clavdivs Caesar Avgvstvs (geboren: 10 v.Chr. als Tiberivs Clavdivs Drvsvs).

Nu zit het ’m erin dat hij de 4de erfopvolgende keizer was; niet democratisch gekozen, maar benoemd.

Korte strekking: macht corrumpeert.

Macht leidt tot corruptie, verderf, verleiding en/of verwoesting. Macht brengt mensen ertoe normen voor eerlijkheid en fatsoen te vervangen door onfatsoenlijke… Dat blijkt toentertijd de omgeving van Clavdivs’ oudoom, keizer Augustus, voluit Gaivs Jvlivs Caesar, de 1ste Romeinse keizer, die in veel kerstverhalen aangehaald wordt, al gezien te hebben.

Zojuist luisterde ik naar het onderzoeksjournalistieke radioprogramma Argos. Dat ging over het duurzaamheidsgehalte van de multinationals Heineken, Shell en Unilever. Korte strekking: macht corrumpeert.

Maar hoe moet het dan wel? Op die vraag gaf mij, alweer een maand geleden, Ferdi De Ville (°1985) antwoord. Hij behaalde een licentiaatdiploma in 2007 en een doctorstitel in 2011. Nu is hij prof.dr. Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Zijn proefschrift handelde over de relatie tussen het internationale handelsregime en sociale, milieu- en consumentenbescherming in de Europese Unie.

Hij stelde in het Academiegebouw aan het Utrechtse Domplein dat handel en handelsakkoorden geen doel op zich moeten zijn. Laat die zin eens tot u doordringen totdat er een aha-glimlach op uw gezicht verschijnt:

Handel en handelsakkoorden moeten geen doel op zich zijn.

Inderdaad, de grootste zorgen onder jongeren zijn klimaat, oorlogen/conflicten en de toenemende ongelijkheid. We willen leven en genieten, maar handel en handelsakkoorden moeten geen doel op zich zijn. Ongelijkheid neemt over het geheel genomen toe. Binnen bedrijven wordt een ongelijkheidsfactor van 7.000 genoemd, terwijl – volgens mij – 60 het maximum zou moeten zijn voor een coöperatief samenleven. Aan voorwaarden van wenselijkheid van diensten of producten wordt vaak niet voldaan. Belasting innen van grootbedrijven wordt steeds moeilijker. Door hun immense macht gijzelen grote bedrijven onze volksvertegenwoordigers; onze politici. Het beste Nederlandse voorbeeld daarvan vind ik het afschaffen van dividendbelasting voor buitenlandse investeerders à € 1.400.000.000 per jaar door onze regering. Het stond in geen enkel verkiezingsprogramma. Het door de maatregel ontstane begrotingstekort gaat volgens het ministerie van Financiën opgehoest worden door ons als loonbelastingbetalers en zal voor de meest kwetsbare mensen voelbaar worden door afname van dienstverlening. Echter, vandaag verdedigde onze premier deze maatregel – ingegeven door de multinationals Shell en Unilever – nog steeds op zijn partijcongres als ‘volgens hem wel van belang voor het vestigingsklimaat in Nederland’, hetgeen ons ministerie van Financiën bestrijdt. Macht corrumpeert en daarbij maakt het kennelijk niets meer uit welke politieke partijen ons met de VVD regeren, omdat het grootbedrijfsleven de orders uitdeelt. Bovendien wordt het – zorgelijk en tegelijk lekker – merkbaar snel warmer.

En dat allemaal in een tijdgewricht dat bekend veronderstelt mag worden dat bij handel en vrijhandel:
1. verliezers zouden moeten worden gecompenseerd om maatschappelijke onrust te voorkomen,
2. negatieve externaliteiten aangepakt zouden moeten worden; dus dat we voorkomen dat een bedrijf, wat het hier vanwege arbeidsomstandigheden, mensenrechten, milieu, salariëring of om welke reden nog meer niet mag, ergens anders op aarde uitvoert waar handhavers corrupt zijn, wetgeving op die punten minder gehandhaafd wordt of domweg minder stringent is en
3. zolang machtsconcentratie wordt tegengegaan zodat bedrijven geen monopolies verwerven.

Kom er maar eens om in een land waar haast elke dienst uitgedrukt wordt in kostenbesparing en winstvergroting (in plaats van kwaliteit van leven) en waarin haast iedereen tegen beter weten in nog steeds geloofd dat vergroting van het bruto binnenlands product iedereen ten goed komt.

Bronnen: de BBC-productie “I Clavdivs” (1976) door Jack Pulman, uitgegeven door London films, Radio-uitzending Argos “Duurzame multinationals” op NPO Radio 1 en “Premier Rutte: mijn optreden rond dividendbelasting was gestuntel” via NOS; beide op 26 mei 2018 en de lezing “Handelsverdragen” van prof.dr. De Ville in het kader van Studium Generale Universiteit Utrecht op 25 april 2018.

’t Valt tegen met onze feitenkennis

Dat spreekt toch aan: “Als we de wereld willen begrijpen, moeten we naar de feiten kijken”? Ik probeer dat te doen – dat begrijpen van de wereld of, zo u wilt, dat kijken naar feiten – door af te gaan op mijn eigen ervaringen. Afgaande op wat ik dagelijks ervaar, verloopt het wereldgebeuren redelijk vredig. Ik maak – haast dagelijks – wel wat onrecht mee, maar ook daar valt uitstekend mee te leven.

Nu woon ik ook in Nederland”, redeneer ik. “Dat scheelt”, denk ik. Mijn wereldbeeld over streken waar ik nooit geweest ben, is meestal minder geordend, rechtvaardig en vredig. Hans Rosling, voorheen een Zweedse arts, directeur van de Gapminder Foundation en professor Internationale Gezondheid, zou geschokt zijn over de onwetendheid, waarop ik mijn ideeën en meningen over de wereld baseer.

Het onlangs verschenen boek van hem, “Feitenkennis; de moderne wereld aan de hand van feiten en statistieken”, drukt me met mijn neus op zijn geschoktheid. Kijken of dit ook voor u geldt:
Wat is het juiste antwoord? A, B of C?

Hoeveel meisjes in alle lage-inkomenslanden ter wereld maken de basisschool af?
A: 20 procent
B: 40 procent
C: 60 procent

Nu moeten we weten dat 33 % van de chimpansees in onze dierentuinen deze vraag juist zou beantwoorden; gemiddeld kiest echter maar 7 % mensen het juiste antwoord:
C, 60 procent van de meisjes in lage-inkomenslanden maakt de basisschool af. Een meerderheid van de mensen ‘neemt aan’ dat het 20 % is. In uitzonderlijke streken zoals Afghanistan, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Zuid-Soedan, waar inderdaad minder dan 20 % van de meisjes de basisschool afmaakt, wonen percentueel niet veel van alle meisjes in alle lage-inkomenslanden.

De mega-misvatting dat we de wereld kunnen onderverdelen in twee vakken, ‘arm en rijk’, vertekent volgens Rosling in het hoofd van mensen alle wereldwijde verhoudingen. Hij bedacht er de term ‘kloofinstinct’ voor. Daarmee doelt hij op onze neiging om van alles in te delen in twee afzonderlijke en vaak tegengestelde groepen, met daartussen een imaginaire kloof – een diepe afgrond van onrechtvaardigheid: ‘laag inkomen – hoog inkomen’, ‘Noord – Zuid’, ‘het Westen – en de rest’ en andere varianten op ‘wij en zij’.

Bij gebrek aan kennis over recentere data, bepalen verouderde data vaak ons wereldbeeld. Zo hebben we volgens Rosling nog steeds het idee dat het gemiddeld aantal baby’s per vrouw in arme, op het Zuidelijk halfrond gelegen ‘rest’landen 5 tot 7 bedraagt en dat sterfte daar zo’n 25 % van de kinderen treft. Dat te denken is gebaseerd op inventarisaties uit 1965, terwijl in die landen het aantal baby’s inmiddels gemiddeld tussen de 2 en 5 per vrouw ligt; tegelijk is de kindersterfte daar in 33 jaar afgenomen van tussen de 30 en 10 % naar onder de 10 %. Van de gehele mensheid zit inmiddels al 85 % in het vak dat in 1965 nog ‘de ontwikkelde wereld’ werd genoemd. De overige 15 % zit grotendeels ergens tussen de ontwikkelende en ontwikkelde wereldvakken in. Slechts 13 landen, die samen 6 % van de wereldbevolking herbergen, bevinden zich nog steeds in het vak ‘ontwikkelend’.

Lage-inkomenslanden zijn daardoor veel ontwikkelder dan de meeste mensen denken èn er leven veel en veel minder mensen in die landen dan gedacht. Het idee van een verdeelde wereld met een meerderheid die in ellende en gebrek verkeert, blijkt volgens Rosling een illusie:
Nog maar 200 jaar geleden leefde 85 % van de wereldbevolking in extreme armoede en had minder dan $ 2 per dag te besteden. Nu leeft nog zo’n 15 % van de wereldbevolking nog op dat niveau:
1 miljard van de mensen leeft van minder dan 2 $ per dag
3 miljard van meer dan $ 2 en minder dan $ 8 per dag
2 miljard van meer dan $ 8 en minder dan $ 32 per dag
1 miljard van de mensen leeft van meer dan $ 32 per dag.

Wat volgens Rosling ons vertekende wereldbeeld in stand houdt, is de neiging te denken in ‘goed en slecht’. Journalisten brengen hun verhalen graag als een conflict tussen twee tegenover elkaar staande gezichtspunten, groepen of mensen. Ze vertellen liever verhalen over extreme armoede en over miljardairs dan over de bijzonder grote meerderheid van de mensen, die zich langzaam voortslepen naar een beter leven.

Veel ‘kloofverhalen’ zijn zodoende het gevolg van misleidende ‘dramatisering’. In de meeste gevallen is er helemaal geen duidelijke scheiding tussen tegenover elkaar staande groepen. Dat lijkt alleen zo door de presentatie van gemiddelden van verzamelde data en door de geschetste kenmerken van groepen. Op onze werkelijke medemensen, binnen de in onze media aangeduide groepen, zijn de geframede kenmerken vaak slechts maar voor een klein deel van toepassing. Verhalen over al die tegenstellingen bevorderen zelden een beter inzicht in de wereld en voeden wel de angst voor ons onbekende mensen.

Er zullen altijd ‘armsten en rijksten’ zijn en er zullen altijd ‘betere en slechtere regimes’ zijn, maar het feit dat er uitersten bestaan, vertelt ons niet veel. De grote meerderheden van de mensheid bevinden zich – net als de inkomens per dag van heel de mensheid – meestal ergens in het midden en vertellen een heel ander verhaal; een verhaal dat nog steeds het uwe had kunnen zijn wanneer uw wieg ergens anders had gestaan. Bovendien kunnen voor degenen met een hoger inkomen dan $ 32 per dag alle mensen op lagere inkomensniveaus even arm lijken. Tegelijk kan het begrip ‘arm’ zijn specifieke betekenis verliezen. Zelfs een persoon binnen dit inkomenssegment kan arm lijken, doordat de werkelijk arme medemensen zich ergens ver buiten ons beeld bevinden.

Feitenkennis is daarom het best gebaseerd op
1. herkennen wanneer een verhaal over een kloof gaat,
2. bedenken dat dit dus een beeld schetst van twee afzonderlijke groepen met een kloof ertussen en
3. herinneren dat de werkelijkheid vaak helemaal niet bestaat uit twee gescheiden groepen met elk hun eigen belevingswerelden. Meestal bevindt de meerderheid van de mensen zich juist in het midden, precies daar waar de kloof geacht werd te gapen.

Bron: “De wereld is totaal veranderd. En door deze denkfout viel dat niet zo op” door Sanne Blauw via De Correspondent op 11 april 2018 over het boek “Feitenkennis; de moderne wereld aan de hand van feiten en statistieken” (april 2018) van Hans Rosling e.a., ISBN 9789000351220, uitgegeven door Spectrum.

Hoewel we allemaal deelgenoot zijn, weten we niets van wat gaande is

In mijn beleving zijn de Nederlandse aandachtstrekkers, die op de TV aan de verschillende stamtafels zitten, een monocultuurtje geworden. Zo drukte een hovenier het laatst uit. Hun TV-discussies voeden enkel emoties, zonder dat het ergens over gaat. Ja, het zal tegen het zere been zijn, zo’n uitspraak. Maar echt, wat ‘wij’ doen, vinden we allemaal schrikbarend normaal. Pseudo-objectief denken ‘we’ dat het het meest juiste is om te doen:
allemaal moeten we ons ergens aan aanpassen,
de arbeid moet flexibeler,
de economie (van het land) moet groeien,
‘kritiek uiten’ noemen we demoniseren,
we moeten normaal doen,
met minder ontslagrechten tevreden zijn,
schulden maken om een diploma te krijgen,
schulden maken om te wonen en
ook moeten vreemdelingen zover mogelijk achter onze horizon zichzelf maar bedruipen,
zodat wij onbekommerd naar De Luizenmoeder kunnen kijken.

We denken daarbij niet vervuld te zijn van dogma’s, een ideologie of een religie. Sterker nog, we kunnen gewoon niet op het idee komen dat we ons jarenlang eenzijdig geïnformeerd hebben en inmiddels doordrenkt zijn van dezelfde leerstelling. Ik zou het een geloofsovertuiging noemen. Misschien kunnen we daar niet eens zoveel aan doen. Sinds van-oudsher-linkse-politieke partijen verregaand het neoliberalisme omarmd hebben, kreeg links in de politieke arena de rol van kwakkelende anesthesist. Een narcotiseur, die steeds weer faalt om de pijn van hervormingen (lees: ‘bezuinigingen op bezuinigingen’) weg te nemen. Wat resteert is door links en rechts gebezigde retoriek;
geblabla dat het idee behelst dat Nederland ooit multiculturalistisch was,
dat linkse politiek daar debet aan was,
dat dat een politieke correctheid met zich meebracht waarbij niet gezegd werd wat wel werd gedacht en
dat het geheel een vooringenomenheid met ‘identiteitspolitiek’ geweest is.
Stuk voor stuk gevolgtrekkingen waarop veel is af te dingen, maar in ons monocultuurtje is dàt het onzinverhaal wat we van de recente geschiedenis denken te weten. Omdat iedereen dat elkaar napraat moet het wel waar zijn, net als ooit – naar verluid – toen iedereen geloofde dat de aarde plat was.

Wie kiest voor deze deelname van bezit in ruil voor participatie-aan-onderdrukking zou kunnen beseffen dat hij met lege handen staat wanneer kapitaal dit akkoord weer eenzijdig intrekt.

Wat ons stuk voor stuk ontgaat, is dat iedereen in de politieke arena met de ‘gewone hardwerkende Nederlander’ alleen maar de witte Nederlandse man bedoelt, die zich niet met antiracisme inlaat, niet met gendergedoe, niet met vrouwenrechten en die in de eerste plaats zijn materiele ‘witte’ restanten van de ooit verworven rechten wenst te bewaken tegen immigranten en vluchtelingen. En niemand anders dan dat manvolk.

Alleen voor diegenen die mannelijke witheid kunnen claimen vallen ‘private cultuur’ en ‘publieke economie’ samen. Vanaf het begin van de Europese kolonisatie binnen de ‘Nieuwe Wereld’ was van belang een verhaal te hebben dat verklaarde waarom de toen ontluikende liberale ideeën over gelijkheid en menselijke waardigheid niet golden voor oorspronkelijke bewoners en tot slaaf gemaakte medemensen. Dat verhaal kwam er en er wordt tot op de dag van vandaag in geloofd. Ons neoliberale kapitalisme heeft van het begin af aan geprofiteerd van een exploitatie van onbetaalde arbeid. En dat doet het nog steeds! Denk aan de ‘lage lonenlanden (en denk even na over die term)’, aan mantelzorg, aan de vrijwilligers die musea, ziekenhuizen en de zorg draaiende houden, net als de taakverdelingen in veel huishoudens. Wanneer iedereen zijn onbetaalde arbeid een week niet zou uitvoeren: hoe desastreus zouden daarvan de gevolgen zijn? Laat staan wanneer iedereen met onderbetaalde banen of met slechte secondaire arbeidsvoorwaarden ook nog in staking zou gaan. Toch maakt al dit vrijwilligerswerk in en de slechte arbeidsvoorwaarden van wat ‘de vrije markt’ genoemd wordt een onlosmakelijk onderdeel uit van ons geheel onbewuste, neoliberale kapitalistisch gedachtegoed. En dat terwijl wij ons voor de TV vergapen aan discussies over detail-onderwerpen die verbleken bij de ongemakkelijke waarheid van wat gaande is en nagenoeg iedereen raakt.

Zonder enige adequate kritiek op onze eigen kijk op de wereld zappen we van TV-stamtafel naar TV-stamtafel. Daarbij gaan we voorbij aan zowel de historische als huidige effecten van het tegelijk exploiteren en ‘uitvlakken’ van allerlei vormen van onmisbare onbetaalde en onderbetaalde arbeid; maar ook aan misbare milieuverontreiniging en ongewenste klimaatverandering, zonder welke de kapitalistische orde – ook op dit moment – volledig zou instorten. Antiracisme, feminisme, politieke ecologie en politieke economie hebben gedeelde grond. Echter, door wat ooit links was en wat altijd al conservatief of rechts was, worden al deze onderwerpen weggezet alsof ze ondergeschikt zijn; mooie onhaalbare idealen voor hobbyisten. En dat zijn ze voor de zorgvuldig gebrainwashte witte Nederlandse man.

De meeste antiracisten, feministen en klimaatactivisten vechten tegen een ‘systeem van dominantie’. Een bedachte ordening dat integraal onderdeel is van een grote, kapitalistische ‘machine voor de exploitatie van hiërarchische verschillen en productie’. De conservatieven zijn de eigenaren en ontwerpers van deze machine, de rechtsen de aandeelhouders ervan en de linksen de machinisten. Wie zijn kapitaal vergroot, doet dat ten koste van iedereen die als ‘de ander’ wordt gedefinieerd en dat zijn:
de aarde zelf,
de dieren,
de niet-witte mensen,
zelfs de helft van de mensheid: nagenoeg alle vrouwen en
alle ‘werkvolk op de vloer’.

Deelname aan wat rest van de ‘verzorgingsstaat’ is geleidelijk omgebouwd tot een collectieve schuldplicht. Een afhankelijkheid, die op ieder moment kan worden ingezet om de nieuwste ronde van ‘hervormingen (lees: ‘wederom bezuinigingen’)’ af te dwingen.

Wie kiest voor deze deelname van bezit in ruil voor participatie-aan-onderdrukking zou kunnen beseffen dat hij met lege handen staat wanneer kapitaal dit akkoord weer eenzijdig intrekt. Dat is eerder gebeurd. Echter, daar gaat het aan de TV-stamtafels niet over dus weten ‘we’ hier allemaal niets van. En de ooit ‘linkse partijen’ blijven hun kwakkelend anesthesistische machinistenwerk doen. Het is de situatie waarin we ons nu bevinden en met de debatten tijdens de gemeenteraadsverkiezingen onlangs werd me dit weer duidelijker.

Er is bij mijn weten nog geen politieke partij in Nederland die het aandurft om bovenstaand sociaal-economisch verhaal te vertellen.

Bron: “Wat links nu te doen staat, Essay: Wie klassenstrijd wil, moet racisme en seksisme bestrijden” door Rogier van Reekum en Willem Schinkel in DeGroeneAmsterdammer van 14 maart 2018.

Goed geregeld (op papier)

Begaan met het Tropisch Regenwoud hebben we de houtimport in België en Nederland goed op orde. Wat zeg ik; in Europa! Voordat hout gekapt mag worden, moet er een bosbeheerplan zijn. Wanneer kap binnen dat beheerplan verantwoord is, mag er pas gekapt worden en naar de Europese Unie geëxporteerd; en dus ook naar België en Nederland.

In zo’n beheerplan wordt het volume aan verschillende boomsoorten opgenomen. In de staat Pará in het Braziliaanse Amazonewoud worden de volumes van ipé, een commercieel waardevolle boomsoort waardoor het winstgevend is om voor het ‘winnen’ van die boom diep in het regenwoud door te dringen, nou, de volumes van ipé worden in de bosbeheerplannen structureel vèèl te hoog geschat. Daarvan kunnen dus heel wat bomen gekapt worden, want dan blijven er nog genoeg andere over. Vervolgens wordt het overbodig volume aan zogenaamde spookbomen gekapt. Dat heeft grote, nadelige gevolgen voor het hele Tropisch Amazonewoud en de daar levende lokale gemeenschappen. Daarna kan iedereen met een gerust hart gaan slapen:
De Braziliaanse overheid, want een ‘iets te hoge inschatting behoort tot de bedrijfsrisico’s. Je kunt onmogelijk heel exact de volumes gaan meten’.
De illegale houtkapper, want hij heeft op papier heel wat ipé’s laten staan.
De Belgische en Nederlandse overheden, omdat zij er alles aan doen om illegale kap te voorkomen.
En u, want u gebruikt alleen gecertificeerd hout.

Greenpeace roept nationale overheden binnen de EU echter op om de bewijzen voor de in bosbeheerplannen opgegeven volumes te gaan controleren, omdat waarschijnlijk tweederde van de houtkap illegaal uitgevoerd wordt.

Tweederde… Geld gaat voor alles, denk ik dan berustend en een beetje boos.

Bron: “Greenpeace: import van hout uit Amazone boordevol fraude” door Inter Press Service via DeWereldMorgen op 20 maart 2018.

Hoe je tot een keuze komt (en ik aan het komen ben)

Hoe ik mijn keus op 21 maart a.s. bepaal? Laat ik maar bij het eind beginnen: ik ben er nog niet uit. Maar wat ik doe, is een stip zetten aan de horizon met de best wat lange vraag:

“In wat voor wereld wil ik dat de kinderen van de kinderen van de kinderen van de kinderen van mijn kinderen leven?”

Vervolgens kijk ik wat er nù gedaan kan worden om dàt te bereiken, bijvoorbeeld: ‘Wat ga ik voor mijn kinds kinderen op 21 maart stemmen?

Dat ik wil gaan stemmen staat daarom vast. Wanneer ik niet ga stemmen gaat mijn stem naar de winnaar(s) in De Bilt en dat zal ik hoogstwaarschijnlijk geen goede zaak vinden. Vorige keer wonnen D66, VVD, Beter De Bilt en CDA. Ik zal ook niet blanco gaan stemmen, want er is volgens mij genoeg te kiezen, maar waarop uiteindelijk mijn keus valt, weet ik nog niet.

Nee, ik wens onze kinds kinderen een wereldvrede toe, zo één waar velen rond kerst over zingen. De PSP doet al sinds 1990 niet meer mee, terwijl die politieke partij nog steeds mijn voorkeur zou hebben; die was opgericht om pacifisme te bereiken; een wereldbeschouwing die duurzame vrede nastreeft en tegen geweld en oorlog is. Een vies woord volgens sommigen, maar sinds ik tijdens mijn militaire dienstplicht anderhalf jaar bij onze pantserinfanterie werkte is dàt mijn ideaal.

Bij gebrek aan PSP stem ik dus al bijna 3 decennia ‘strategisch’, want alle partijen hangen ons kapitalisme aan: alles moet wijken – tot en met de inkomsten voor uitkeringsgerechtigden, het minimumloon en voor velen hun inkomenszekerheid – voor het oprekken van ònze economische groei. Daarbij maakt het niets uit of bedrijven hier belastingen betalen, werkelijk vaste banen scheppen tegen respectvolle arbeidsvoorwaarden voor werknemers of wat voor troep ze produceren. Of het nou akelige financieel verpakte wangedrochten zijn, vleesproducten, ziekmakend voedsel (suiker, zout) of wapens, ze hoeven steeds minder belasting te betalen over hun winsten, voor zover ze die opgeven. Ons kapitalisme brengt wereldvrede volgens mij verder buiten bereik, omdat het ten koste gaat van mens en milieu; het buit arbeiders en de aarde uit, het brengt gelukkig voor velen hier welvaart en wakkert daarbij helaas hebzucht, een egocentrische onverschilligheid voor wat er in de wereld gaande is en oppervlakkigheid aan, verspilt grondstoffen, maakt de goegemeente tot schuldenaar en geeft feitelijk enkelen steeds meer geld en macht over èlk maatschappelijk debat. Kijk in Nederland naar de ‘discussie’ over de dividendbelasting.

Ik stem dus strategisch, waarbij ik geen partij meer ken die een stip aan de horizon zet, laat staan de mijne. Alle partijen willen iets binnen onze kapitalistische wereldorde verbeteren, zonder de schadelijke machtsstructuur aan te pakken. De Partij voor de Dieren (PvdD) – de partij van duurzaamheid, mededogen, persoonlijke verantwoordelijkheid en persoonlijke vrijheid – komt mij hierin nog het meest tegemoet door voor een ‘plan B’ te kiezen, tegen de extremen van ons kapitalisme.

Echter, in mijn gemeente doet de PvdD niet mee. Resteren GroenLinks, PvdA en SP, omdat zij drieën het verst gaan in hun kritiek op wat we allemaal normaal zijn gaan vinden, althans vergeleken met de andere De Biltse partijen.
Van geen van deze zou ik lid worden omdat ik zwaarwegende bezwaren heb tegen elk van deze partijen, maar één van deze drie gaat het wel worden. Welke, weet ik waarschijnlijk pas in het stemhokje, dat ik dus zeker zal gaan bezoeken. Immers, zonder de stem van degenen, die de politiek zo’n beetje hetzelfde als ik inschatten, wordt het niks volgens mij.

Waarom iedereen treuzelt met effectief klimaatbeleid

Wat een grappige titel van de bron voor dit stukje: ‘Voor een prikkie naar de Filistijnen’. Daar zou ik het bij kunnen laten, maar deze zin vraagt toch wat toelichting. Daar gaat-i:

Op het kantoor van actiegroep Transport & Environment blijken nog 6 olifantenpakken te liggen. Dat vertelt Bill Hemmings van die actiegroep. Het zijn restanten van een campagne op de klimaattop COP21 in Parijs. De luchtvaartsector was daar de elephant in the room; dat onwelgevallige onderwerp waar niemand zijn vingers aan wil branden. Regeringsleiders jubelden, zoals bijna altijd na een top, over ‘een doorbraak’. Deze top zou het einde van het fossiele tijdperk gaan inluiden, maar de olifant in de kamer bleef onbesproken, net als de op stookolie vooruit gedreven scheepvaart. Alleen de Europese Unie besloot om het vliegverkeer op te nemen in haar klimaatdoelen waarvoor hulde; de rest van de wereld blijft vol hoop afwachten of de sector zelf nog bijtijds met oplossingen komt.

De Nederlandse regering van CDA, CU, D66 en VVD ziet de tomeloze groei van Schiphol ook niet als een ecologisch probleem, maar juist als een economische kans. Het idee dat ‘Nederland achteruit vliegt als Schiphol stilstaat’, zoals de baas van het vliegveld het onlangs verwoordde, is diepgeworteld in onze polder. Dat hebben we ervan als we op zulke partijen stemmen.

Er zijn echter geen gemakkelijke oplossingen. Stiekem, gelooft Hemmings, zijn politici dankbaar dat er organisaties als International Civil Aviation Organization bestaan, de organisatie die inmiddels onder de vlag van de Verenigde Naties hangt en daar de taak heeft om de burgerluchtvaart in goede banen te leiden. Door haar bestaan kunnen politici de heikele kwesties rondom de toenemende burgerluchtvaart en de opwarming van de aarde en klimaatverandering op zo’n ICAO afschuiven en hoeven ze zelf geen moeilijke beslissingen te nemen. Nou ja, ‘moeilijk’ in de zin van het tonen van leiderschap bij het aanpakken van iets wat al decennia geleden hoognodig was en waarvan we steeds vaker zien – vandaag kijkend naar Groenland of de Noordpool – dat er direct iets gedaan moet worden omdat het al te laat is.

Daar komt bij dat de Europese Unie een traumaatje heeft opgelopen van een gestrande poging om wél serieuze actie te ondernemen: al het vliegverkeer had vanaf 2012 onder het emissiehandelssysteem (ETS) moeten vallen, wat zou betekenen dat luchtvaartmaatschappijen rechten moeten kopen voor hun CO2-uitstoot in het Europese luchtruim. Dat goedbedoelde maar falende plan om uitstoot van CO2 te verminderen. Maar zelfs dat plan stuitte op hevige weerstand uit het buitenland. China dreigde met een handelsoorlog en het Congres in de Verenigde Staten van Amerika nam hautain een wet aan die Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen verbood om emissierechten te betalen. Toen dan ook nog de luchtvaartlobby – met KLM en Schiphol voorop – de druk opvoerde, koos Brussel uiteindelijk ervoor enkel het vliegverkeer binnen Europa onder het ETS te laten vallen (al merkt de reiziger daar met de huidige koolstofprijs weinig van).

Zo blijven topconferenties en regeringen gevangen in de houdgreep van de luchtvaartsector, die zo kenmerkend is voor alle klimaatbeleid. De consument kan van alles opgelegd worden, maar bronnen van klimaatverandering en opwarming van de aarde aanpakken? Iedere natie treuzelt, omdat niemand te ver voor de troepen uit wil lopen. Niet de leefbaarheid van de aarde, maar nationale economische groei blijft de heilige graal. Dus hebben we het nog niet gehad over de productie van duurzame apparaten, waardoor ons grondstoffengebruik geminimaliseerd zou worden. Of snelheidsbeperkingen op snelwegen om de uitstoot van auto’s te verminderen. Aan banden leggen van transport via auto- en vaarwegen, of het rendabel maken meer energie via zonnecellen op te wekken dan alleen voor eigen gebruik. Of de vleesconsumtie…

Nou ik stop maar snel en zet snel mijn computer uit om wat minder stroom te gebruiken; vooralsnog worden immers nog steeds kolencentrales, olie, uranium en lang niet alleen water, wind en zon gebuikt om elektriciteit op te wekken. Maar niet na nog even te wijzen op de grappige en toepasselijke titel van mijn bron!

Bron: “Voor een prikkie naar de Filistijnen, De toekomst van het vliegen” door Jaap Tielbeke via De Groene Amsterdammer op 21 februari 2018.