Maken politieke beloften ook schuld?

‘Centrum’ en ‘Rechts’ zijn in hun politieke betekenis synoniem geworden voor ‘uitzichtloze crisis’.

De ruggengraat van rechtse denkers is het kapitalisme zoals we dat in dit land nu al zo’n 40 jaar concretiseren. Alle centrumpartijen hebben dit kapitalisme omarmd. Er is in Nederland haast geen politieke partij met een alternatief voor dit rechts-kapitalisme. Op de zonderling na, die Hoog Cartharijne een heerlijk winkelcentrum vindt, zal niemand nu nog beweren dat onze kapitalistische economie de garantie vormt voor de hoogste welvaart voor iedereen.

Integendeel, steeds meer mensen komen tot het inzicht dat het kapitalisme van vandaag een economisch model is dat massale armoede produceert ten voordele van de weergaloze fortuinen voor een handjevol mensen: de aandeelhouders, de directeuren en de bestuurlijke top van grootbanken en grootbedrijven met hun machtige politieke lobby-apparaat. Bedrijven, die eerder soms staatsbedrijven waren, waarvan deze mensen nu jaarlijks en soms zelfs maandelijks tonnen euro’s bijgeschreven krijgen.

Als antwoord op de decennia lang beleden economische godsdienst “There Is No Alternative!” kunnen in dit tijdgewricht extreemlinks en extreemrechts laten zien dat er wel een alternatief is.

Dit volksinzicht groeit doordat de armoede ook toeslaat in de zogenaamde “centrumgebieden” van het kapitalisme: het ooit zo rijke Westen waar velen eraan gewend waren weg te kijken voor humanitaire rampen elders. Het komt nu zo dichtbij dat wegkijken haast niet meer lukt. Buiten een handjevol rijke lui heerst dan ook bij menigeen de overtuiging dat de hele zaak niet deugt. Slechts over wat ‘de hele zaak’ is, is discussie. Als antwoord op toenemende verarming stelt Rechts een nog snellere en veralgemeende verarming voor: op toenemende werkloosheid stelt ze een nog-verdere flexibilisering van de arbeidsduur-verlenging voor, een nog-verdere verarming van degenen die geen betaald werk hebben en een nog-verdere verzwakking van het ontslagrecht.

Ik heb me bij dit kapitalisme als een zo onbetwist vereerd gouden kalf nooit thuis gevoeld. Politiek moet volgens mij in de eerste plaats gaan om de kwaliteit van ons bestaan, en niet om geld. Geld is slechts een handig ruilmiddel. Over wie ‘ons’ is ben ik zeer ruimdenkend, maar ik weet dat veel mensen geen enkele andere boodschap hebben aan knechting, slavernij en uitbuiting van mensen elders dan een “Och, och, zou dan nou zo zijn? Daar zouden ze toch iets aan moeten doen.

Op vernieuwingen binnen de samenleving reageert Rechts, en ook de centrumpartijen, met fascisme, nationalisme, racisme en/of vreemdelingenhaat. Conflicten en milieurampen elders in de wereld – een zeer belangrijke oorzaak voor migratie en dus voor toenemende diversiteit binnen onze samenleving – beantwoorden rechtse en centrumpartijen met uitheemse detentiecentra, oorlog en terreur. Gevraagd naar het hoe en het waarom van dit alles produceert Rechts kindertaal: “America / Britain is the world’s greatest country”, “Dat is nu eenmaal zo”,“It’s gonna be great, it’s gonna be huge”, “Geen moskee in mijn dorp / straat / stad”, “Dit is knettergek”, “Dit is een nepparlement / neprechter”, “Doe eens normaal, man”, “Wat is daar nu verkeerd aan?”, “Wir schaffen das”. Het zijn woorden van mensen die volgens mij beseffen dat ze inhoudelijk niets meer te vertellen hebben.

Kapitalisme als bron van creativiteit, sociale dynamiek en vernieuwing heeft eveneens opgehouden te bestaan. We worden nu warm gemaakt voor verfijningen en minieme veranderingen aan oude technologieën. De basistechnologie van de auto is ruim een eeuw oud, die van straalmotoren 70 jaar en die van de computer eveneens al enkele decennia. Bedrijven voeren geen marketing meer voor revolutionair vernieuwende dingen; ze voeren alleen nog enorme campagnes over de adjectieven die we aan die dingen moeten hechten: een stijlvolle Mercedes, een sexy paar laarzen, een coole iPhone.

De ‘blanke boze burger’ is volgens mij helemaal niet boos, maar hecht geen waarde meer aan de jarenlange stroom van mooie beloften en lelijke bedreigingen. De politieke vernieuwing komt nu uit de marges van het politieke spectrum die in onze mainstream-media altijd met “extreem” werden aangeduid: ‘extreemlinks’ of ‘extreemrechts’.

De nieuwe massabewegingen van kritische burgers zullen hun nieuwe verhalen wikken en wegen. Wanneer die verhalen niets anders blijken te zijn dan een geslaagde marketingcampagne voor precies dezelfde uitverkoop van wat ooit rechten waren, dan kan dat nog enkele verkiezingsoverwinningen opleveren. Maar vroeg of laat zullen we – zoals het er nu volgens mij naar uitziet – ons vertrouwen in Rechts en in alle centrumpartijen en masse verliezen. Volgens de eerste debatten wordt door de grootste kanshebbers ingezet op samenwerking zonder voor de oorzaken van het weglopen van kiezers bij rechtse en centrumpartijen een alternatief te bieden.

Als antwoord op de decennia lang beleden economische godsdienst “There Is No Alternative!” kunnen in dit tijdgewricht extreemlinks en extreemrechts laten zien dat er wel een alternatief is. Komende verkiezingen maken de Nederlandse politieke partijen, die haast allemaal stuk voor stuk het rechts-kapitalisme omarmen, nog een flinke kans op succes. De vraag voor mij is alleen nog of de meerderheid na hun teleurstelling volgend op dit succes zal gaan kiezen voor Trumpisme. Inmiddels zijn generaties gewend aan een zekere orde en stabiliteit, waardoor teveel mensen zich niet meer voor kunnen stellen dat met moeite tot stand gekomen instituten afgeschaft kunnen worden. Inclusief elke vorm van democratie of inspraak.

Of zou gekozen worden voor een koers die juist alle mensen spaart, inclusief de aarde en het klimaat voor zover dat nog mogelijk is?

Of een koers die weer alleen gericht is op het welzijn van de ogenschijnlijk brave Nederlanders met een BSN-nummer?

En ik zie u in gedachten al denken: “Och, och, zou dan nou zo zijn?

Bron: Dit blog is sterk geënt op “Wat met de toekomst van rechts” door Jan Blommaert* via https://www.dewereldmorgen.be op 4 februari 2017.
_______________
* Jan Blommaert (1961) is volgens Wikipedia-nl een Belgisch sociolinguïst en taalkundig antropoloog en werkzaam aan de Tilburg University als hoogleraar taal, cultuur en globalisering en directeur van het Babylon Centrum voor de studie van superdiversiteit.

Een man met Korsakov*

De eerste keer dat ik hem in oktober uitgebreider sprak, vroeg hij of ik interesse had in zijn ondernemingsplan. Daarop liet hij mij 3 velletjes zien met een vet, minstens driemaal groter lettertype dan gebruikelijk. Op elk velletje las ik 2 à 3 regels. Hij ging Jaquars verhuren met of zonder hem als chauffeur. Hij had alleen nog geldschieters en klanten nodig. De eersten om 3 verschillende Jaquars te kopen en de laatsten om inkomsten te genereren. Zijn droom zou volgende week al in vervulling kunnen gaan, want de banken toonden interesse in zijn plan.

De volgende keer had hij een paard gekocht en een nieuw businessplan ontwikkeld: Hij zou hele dagen vanuit huis gaan telefoneren, waarmee hij flink geld zou gaan verdienen. Die keer vertelde hij ook in 3 huizen te wonen. Dus dat geld was hard nodig. Hoewel, de was zou zijn moeder blijven doen. Last but not least zou zijn accountant hem binnenkort trakteren op een diner.

Daarna, het was inmiddels half november, zou hij komend voorjaar een vriend gaan helpen met de verhuur van zomerhuisjes. Hij was wat zakelijker dan die vriend, legde hij mij uit, dus die vriend had zijn hulp hard nodig. Hij zou zijn diensten aanbieden tegen een vriendenprijs, te weten reiskosten, kost en inwoning.

Na enige tijd kreeg ik een enthousiast telefoontje van hem. Hij had een nieuwe keuken gekocht, waardoor zijn ‘voor de helft onder water staande huis’ nog slechts voor 10% ‘onder water zou staan’. En dat was niet het enige goede nieuws. Hij had ook een Peugeot gekocht en zou voor Uber gaan rijden.

Pak me dan, als je kan, je kan me toch niet krijgen

Weer wat later kreeg ik de vraag hem bijna € 600 voor te schieten voor een 4de huis. Het leek mij geen verantwoorde investering van mijn geld en ik werkte aan dat nieuwe project niet mee.

Weer later kreeg ik een sms-je dat hij ergens in Frankrijk met honger naast zijn Peugeot stond. Het was avond en hij had heel de dag slechts één broodje gegeten. En dat kwam allemaal doordat ik niet meewerkte.

Vervolgens kondigde hij begin december aan terstond uit mijn leven te verdwijnen, omdat hij toch niets aan mij had. Hij had duidelijk teveel gedronken en hij was woedend op me. Als in een slecht toneelstuk zei hij nooit meer met mij te willen praten; en ging vervolgens nog zeker een half uur door met tegen me aan te praten. Nou ja, praten? Hij nam geen afscheid en trok de deur zachtjes achter zich dicht.

Daarna bedreigde hij mij een keer. Nu hij toch “nooit meer” met mij wilde praten heb ik hem toen direct maar geblokkeerd. Het waren overigens geen enge bedreigingen, want ik ken hem deze 10 weken als een goed-bedoelende man met een vriendelijk karakter. Nee, het waren kinderlijke intimidaties en uitdagingen van het niveau ‘Pak me dan, als je kan, je kan me toch niet krijgen’. In mijn beleving niet passend bij zijn 54 jaar.

Overigens ontmoette ik deze man als privé-persoon en niet vanuit mijn coachingbureau.

___________________________
* Het Syndroom van Korsakov is een ziektebeeld met een combinatie van ziekten in de spijsverteringsorganen van mond tot lever en alvleesklier en psychische problemen, zoals een specifiek geheugenverlies en gedragsstoornissen. Veelal zitten mensen ‘met Korsakov’ tot hun nek in maatschappelijke en sociale problemen. Het syndroom wordt veroorzaakt door alcoholmisbruik en een tekort aan vitamine B1, hetgeen met alcoholmisbruik kan samenhangen. Over het algemeen zijn de toekomstperspectieven voor een Korsakovpatiënt weinig rooskleurig, hetgeen vaak leidt tot ontkenning van hun problemen en weer nieuwe psychische problemen.

Bron: “Het syndroom van Korsakov” (2004) door Klaas Arts, uitgegeven door De Gelderse roos in Wolfheze.

Keurig geklede mensen, maar gevaarlijk als wat

Ook mijn vakantie zit erop. Daarom heb ik vanmorgen 34 documenten gescand en 35 documenten ge-upload. Eén bestand stond er al op mijn computer. De correspondentie met de juristen, die mij helpen het mijne te krijgen, is daarmee na zo’n 3 uur computeren weer up to date. In de tijd dat nog niemand ervan wist heb ik met het geld, dat ik op dat moment niet nodig had, een paar woekerpolissen afgesloten. Van ‘Stad Rotterdam Verzekeringen’ wisten we toen alleen dat het de oudste Europese verzekeringsmaatschappij op het vasteland van Europa was. De naam van het oorspronkelijke bedrijf was “Maatschappij ter discontering ende beleening der Stad Rotterdam anno 1720”. Dat wekt toch wel vertrouwen. Ten onrechte dus. Door – de rechter mag te harer of zijner tijd zeggen of zij ‘vals’ waren – voorwendselen blijft de waarde van de polissen achter op mijn verwachtingen.

Voor mijn vakantie was ik aan dat scannen en uploaden niet toegekomen. Nu ik eerder van mijn bergtocht terug ben dan gepland, is er volop tijd dit soort van dingen op mijn gemakje te doen.

Vannacht had ik ook “De kleine Piketty” uitgelezen. Dat gaat zo’n beetje over hetzelfde: binnenwettelijk verplaatst geld zich van overheden en privé-personen naar enkele rijken. Naar van die mensen die om het hardst (laten) roepen dat vrije handel nodig is en dat belastingen op arbeid en vermogen not done zijn, omdat het juist voor mensen als u en ik nodig zou zijn dat geld vrij besteed kan worden; dat we een kleine overheid nodig hebben, nòg verdere versoepeling van het ontslagrecht, zo min mogelijk regels en dat alleen vrijhandelsverdragen als CETA, TTIP en regelingen als TiSA antwoorden bieden op economisch opkomende landen zoals China. Door de sinds 1980 tot stand gebrachte deregulering zijn er nu al mensen, die rijker zijn dan landen, maar dergelijke gigarupsen Nooitgenoeg zijn nog lang niet uitgegeten. Zij gebruiken hun mogelijkheden het maatschappelijk debat – voor zover dat niet over Moslims, Rusland of het uitsluiten van vluchtelingen gaat – over de meest bedreigende kapitalistische en liberale ontwikkelingen van deze tijd naar hun hand te zetten. Deze gigarupsen zijn niet rijk geworden door de arbeid die zij verricht hebben, maar – volgens De kleine Piketty – doordat kapitaal nu eenmaal harder groeit naarmate men er meer van heeft. Mensen zoals u en ik – ik kom als het ware ook in De Kleine Piketty voor – die geld voor ‘later’ wegzetten, hebben een grote kans dat hun geld nauwelijks nog wat waard is wanneer zij het gaan aanspreken. Bijvoorbeeld door woekerpolissen.

Voor de ingewijden: uit Piketty’s onderzoek blijkt: r > g, ofwel rijk wordt je alleen van bezit en vermogen; met werken kun je jezelf hopelijk van levensonderhoud voorzien; uitzend- en oproepkrachten misschien nèt. Dat komt mede doordat we steeds meer moeten betalen aan allerlei diensten, voorzieningen en zorg. Pas wanneer je met verdiend geld relatief risicoloos kunt gaan beleggen kun je rijk worden. Echt rijke mensen kunnen risico’s spreiden en dure juristen betalen voor advies of gewoon om haar of zijn zin te krijgen.

Voor de niet ingewijden: ‘r’ staat voor ‘rendement op vermogen’, ‘g’ voor ‘groei van het nationaal inkomen’ en ‘>’ voor ‘is groter dan’, ofwel van werken wordt men niet rijk en relatief steeds armer naarmate de tijd vordert… Bij werken vergroot men weliswaar het nationaal inkomen, maar door rendement uit eigendom oogst men veel meer profijt.

Ja, de vakantie zit erop; bij gebrek aan steenrijke ouders, ga ik toch maar weer eens aan het werk… om in mijn levensonderhoud te voorzien, dus.

Bronnen: “De kleine Piketty” (2014) door Wouter van Bergen en Martin Visser en uitgegeven door Uitgeverij Business Contact in Amsterdam en Antwerpen, en “Stad Rotterdam Verzekeringen” via https://en.wikipedia.org op 12 september 2016.

Breken en bouwen

Begin juli kreeg ik het boek “Breken met banken” dat door auteur, biograaf, co-auteur, copywriter, ghostwriter en lifewriter Siebe Huizinga geschreven is. Afgelopen nacht las ik het uit.

Ik heb dat vaker met boeken, en dit keer weer, dat ik naarmate ik dichter bij het eind kom moeilijker kan stoppen met lezen. Het wordt steeds spannender. “Breken met banken” gaat over de start-up ‘Project X’ die eindigt in de nieuwe Nederlandse bunq-bank. De start-up start in het boek op 19 juli 2012 aan een tafeltje in een restaurant. Het eindigt op 25 november 2015 met – binnen een week – de aanmelding van de 10.000ste klant.

Wanneer ik snel doorschrijf ben ik nog bij publicatie van dit blog de laatste nieuwe klant, want zojuist meldde ik mij aan. Wat me van deze app-bank aanspreekt, is dat deze bank aan haar service tracht te verdienen. De bank bestaat dan ook voornamelijk uit een app en een server. De bank belegt geen geld, wil met mijn geld geen geld maken, heeft geen ‘top’ die bonussen ontvangt, laat staan giga-bonussen, en handelt transparant. Eigenlijk dus zoals het volgens mij altijd zou moeten zijn als we iets kopen: gericht op dienstverlening.

Na Joris Luyendijks‘ boek “Dit kan niet waar zijn; onder bankiers” uit februari 2015 biedt deze app-bank mij een oplossing voor de door hem aangeroerde problemen met banken. Bijkomstig en prettig voor mijn portemonnee is dat de dienstverlening voor niet-zakelijke rekeninghouders deels gratis is. Te weten zo lang het om betalingen van en naar andere Europese rekeninghouders gaat. Verdiend wordt er door de bank aan pinbetalingen per transactie en pinpas.

Wanneer u wilt weten waar de naam ‘bunq’ vandaan komt: de founding father vindt ‘beeld’ belangrijker dan ‘klank’. ‘Bright Bank’ viel na verloop van tijd af vanwege het ordinaire en al meer gebruikte ‘bright’, dat vertaald kan worden naar ‘fel, helder, pienter en vrolijk’. De alliteratie werd alom gewaardeerd en de eerste helft spiegelt de tweede: bu/nq. Wie over dit alles nog meer wil weten kan hier klikken voor het boek of hier voor de bank.

Er is genoeg geld, als het maar betaald werd

Soms lijkt het op straat, net als in een voetbalstadion, dat bepaalde overtredingen ‘toelaatbaar’ zijn.

Een jaar of 5 geleden stond ik voor de strafrechter in Utrecht een cliënt bij wiens zoon was doodgereden. Ik vond dat tijdens de zittingen opmerkelijk veel tijd besteed werd aan de vraag met hoeveel kilometer per uur de veroorzaker van het verkeersongeluk de maximum snelheidslimiet had overtreden. Reed hij waar hij 80 km/u mocht 120, 110 of, zoals veroorzaker stelde, “slechts 10 km/u te hard”? Volgens mij moet een bestuurder volgens de verkeerswet zijn snelheid aanpassen aan de omstandigheden. De vraag welke snelheid de wegbeheerder maximaal aanvaardbaar acht en met hoeveel snelheid iemand harder reed, leek mij weinig relevant. Ik ben duidelijk geen jurist. Deze cowboy reed ‘gewoon’ en nog wel op zijn cruise control onverantwoord hard, nòg sneller dan toegestaan en had daardoor de dood van een ander mens op zijn geweten. De overledene had zich volgens getuigenverklaringen gedragen zoals van elke verkeersdeelnemer verwacht mag worden.

Wangedrag lijkt getolereerd te worden wanneer door de wetgever vastgestelde regels niet overtreden zijn. Het lijkt mij een dwaling van ons. Niet wij, ons individuele geweten of dat van de mensen die ons dierbaar zijn bepalen wat rechtmatig is. Voor zover we nog toetsen wat mag, zoals na een ernstig verkeersongeluk (wat niemand met opzet veroorzaakt), laten we de omlijning van wat mag over aan onbekenden: ministers, gedeputeerden en wethouders. Wanneer ik me dit bedenk, overvalt mij een gevoel van ledige mensenlevens, die hun denken uitbesteed hebben aan degenen die op enig niveau de dienst uitmaken.

Zo is het volgens mij ook met het wegsluizen van geld naar belastingparadijzen. Volgens – soms in ruil voor leningen afgedwongen – contracten met overheden mag het, volgens de wettelijke macht is het discreet en in de praktijk gaat het om ontduiking van de plicht om belastingafdracht te doen. Lees: om bijvoorbeeld 1% over de gemaakte winsten aan de Nederlandse fiscus te betalen in plaats van 13 tot 40% in een land waar de winst gemaakt is. Met wetten en contracten als denkraam. Keurig èn gewetenloos.

In België lijkt men op dat vlak net iets kritischer op zichzelf dan in Nederland. In elk geval weet ik door hun openheid dat wanneer de Belgische fiscus over winsten gewoon belasting zou innen hun overheid in 2014 minstens € 35.750.000.000 meer aan belastinggeld geïnd zou hebben dan nu, nu winsten zijn weggesluisd.

In deze berekening wordt niet uitgegaan van de normale 40% die In België fiscaal over winsten afgedragen zou moeten worden, maar over de slechts 13%, die overblijft na het toepassen van allerlei fiscale constructies die kennelijk ook al ‘geoorloofd’ zijn, door ‘ons’ denken uit te besteden om te kunnen doen wat nodig geacht wordt.

We schrijven dit in een periode dat de Belgische overheid op zoek is naar een minder dan 1/5 van de misgelopen belastinggelden: € 8.000.000.000.

En dan hebben we het alleen over de in 2014 naar belastingparadijzen weggesluisde € 275.000.000.000 waarvan we door een transparantiewet uit 2010 wéten dat het weggesluisd is: bedrijven, die meer dan € 100.000 overschrijven naar een belastingparadijs, moeten dat in België melden aan de fiscus. Ik ben erg benieuwd om welk fiscaal misgelopen bedrag het in Nederland zou gaan. En wat we met kennis over dat misgelopen bedrag aan discussies zouden krijgen over het betaalbaar houden van dit of van dat.

Ik stel vast dat het wrang is dat mensen als u en ik in ontwikkelingslanden, waar honger onder substantiële delen van de bevolking heerst, waar geen geld is voor schoon drinkwater, waar onvoldoende geld is voor onderwijs en er onvoldoende middelen zijn voor een adequate gezondheidszorg, met lede ogen aan moeten zien dat door multinationals die ook in België en Nederland ondernemen jaarlijks zeker zo’n € 100.000.000.000 legaal niet aan hun overheden wordt afgedragen. Dat is om en nabij de € 3.170,98 per seconde als u de snelheid van geldverdamping wilt weten.

Welke Belgische en welke Nederlandse politieke partij wil aan deze geldverdamping, die net als de klimaatproblematiek een mondiale welvaartsziekte is, na 40 jaar gepraat eens verandering brengen. Hoe kunnen we anders onszelf veroorloven ons denken aan wethouders, gedeputeerden en ministers uit te besteden?

Bron: “Belgisch geld op ‘legale wijze’ naar belastingparadijzen” door Guido Deckers via http://www.dewereldmorgen.be op 19 juli 2016 en “Belastingontwijking” via http://www.oxfamnovib.nl op 20 juli 2016.

Dit blog verscheen eerder op mijn website http://www.gerardus.blog.com. Waarbij ik er nu graag aan toevoeg: wie van ons zou op een partij stemmen die van belastingontwijking en belastingontduiking een speerpunt zou maken?

Is er een betrouwbare ‘trust’?

Hoewel ‘trust’ geassocieerd wordt met ‘vertrouwen’, worden ‘trustkantoren’ meestal geassocieerd met louche praktijken. Dat komt doordat een ‘trust’ weliswaar met ‘vertrouwen’ vertaald kan worden, maar ook een Angelsaksische rechtsvorm is: wie vermogen in een ‘trust’ stopt, vertrouwt dat geld toe aan derden. Deze derden zullen volgens overeengekomen voorwaarden moeten handelen. Daarnaast kan een ‘beschermer’ worden aangesteld die deze derden controleert.

Hoewel dit een mooie basis legt voor een misdaadfilm, waarin een doortastende ijzervreter alle boeven overwint, werkt een ‘trust’ net als onze banken: ons inkomen gaat naar een bank, die wij ons ‘vertrouwen’ geven. Die bank beheert ons geld en doet er allerlei akelige dingen mee zoals investeren in de bruinkoolindustrie, gentechnologie, kernenergie, kinderarbeid, olie-industrie, tabaksindustrie, slavernij, steenkolenindustrie en de wapenindustrie. Wanneer ik iemand met een oranje betaalpas zie pinnen, denk ik: “Die heeft sinds het opheffen van de Postbank nooit meer nagedacht.” Wanneer banken openbaar maken waarin zij investeren, zijn dat doorgaans maatschappelijk verantwoorde projecten. Hoe dan ook, wanneer wij een bank ons geld toevertrouwen is dat een ‘trust’.

Vandaag meldt NRC Weekend weer Nederlandse betrokkenheid bij corruptie: 2 Spaanse politici van regeringspartij Partido Popular worden verdacht van het omkopen van ambtenaren in Algerije met
€ 1.600.000 toen ze werkten als lobbyist voor een bouwconcern. De bedoeling was 2 bouwopdrachten binnen te halen. Om het omkopen gedaan te krijgen stortten zij naar verluidt geld via een Nederlandse BV, waar trustkantoor IMFC eigenaar van was, naar Algerije. De Spaanse onderzoeksrechtbank in Madrid beweert dat zeker een deel van het smeergeld via het Nederlandse Castelino BV naar Curaçao werd doorgesluisd en vervolgens als cash in Algerije terechtkwam.

Los ervan dat dit Castelino BV in de wereld van het grote geld geen naam mag hebben – immers met 1,6 miljoen aan corruptie maakt niemand in die wereld indruk – ga ik me toch maar eens oriënteren op een bank die helemaal niet investeert, maar geld verdient door geld te vragen voor zijn dienstverlening.

Bronnen: “Corruptie Spaanse politici via Nederlands trustkantoor” door de redactie ‘Economie & Politiek’ van Het Financieele Dagblad via http://fd.nl en “Nederlands trustkantoor faciliteerde Spaanse corruptie” door NRC Handelsblad via http://www.nu.nl en https://nl.wikipedia.org; alle drie op 13 augustus 2016 en “Bunq: ‘WhatsApp voor banken’” Wouter van Noort van NRC Handelsblad via https://www.nrc.nl op 25 november 2015.