Economische principes zijn bedenksels (die de machtigen machtig houden)

Gisteren lunchte ik met een van mijn twee zonen. Langs mijn neus weg poneerde ik ook voor mijzelf onverwacht de stelling dat het, voor zover het aan mensen ligt, wel goed met ons gaat. Mensen zijn vaak bijzonder vriendelijk en goedwillend naar elkaar, ook naar vreemden; maar helaas drukken teveel rijken en rijke ondernemingen hun stempel op de politiek en dat benadeelt iedereen; al onze ideeën over denken dat we in een democratie leven ten spijt.

De rationalisering van ongelijkheden

En ’s avonds las ik dat Thomas Piketty zijn nieuwste onderzoek gepubliceerd heeft. De verschijning in 2013 van “Le capital au XXIe siècle” sloeg in als een bom. Hij toonde aan hoe sinds 1990 een nieuw soort kapitalisme zorgde voor een spectaculair toegenomen ongelijkheid, waarbij grote fortuinen (verworven door industrieel initiatief of door erfenis, of door combinaties van beide) veel sneller groeiden dan elke andere vorm van inkomen. Onlangs combineerde hij in ‘Capital et Idéologie’ (nog niet vertaald) een zorgvuldige analyse met visionair denkwerk. Hij toont erin aan dat elk economisch systeem een ideologie uitvindt om zichzelf te rechtvaardigen. Dat geldt en gold voor de Romeinse samenleving tot de huidige neoliberale samenlevingen, voor postkoloniale samenlevingen zoals India en voor communistische en postcommunistische landen zoals China en Rusland, voor samenlevingen waarin slavernij wijdverspreid was, zoals Brazilië, Rusland en de Verenigde Staten van Amerika, en voor landen als Iran waar een deel van het sociale en economische leven door de Islam wordt geregeld.

Piketty bespreekt een reeks historische veranderingen in economische stelsels en de manier waarop dit leidde tot nieuwe vormen van economische organisatie en – onvermijdelijk!!! – de rationalisering van ongelijkheden.

In onze geglobaliseerde wereld wordt het ideologische debat over de grenzen waarbinnen bezit verdeeld kan worden steeds scherper

De eerste conclusie in Piketty’s nieuwste onderzoek is dat ongelijkheid effectief geglobaliseerd is en de vorm aanneemt (en aannam) van verschillende “ongelijkheidsregimes”. De tweede conclusie is dat echte vooruitgang nooit het effect is geweest van grote concentraties van rijkdom. Vooruitgang werd daarentegen telkens bereikt door een streven naar gelijkheid en naar toegankelijk onderwijs voor iedereen.

Piketty legt ongelijkheidsregimes uit als telkens weer gestoeld op twee ideologische pijlers: het ene regime voor de verdeling van bezit en een ander voor grenzen aan wie toegang heeft tot bezit en rechten. In de 20ste eeuw vielen oude ongelijkheidsregimes uiteen en werden ze, met name na de Tweede Wereldoorlog, vervangen door een regime waarin herverdeling centraal stond, en waarin de categorie van wie aanspraak kon maken op de vruchten van de vooruitgang verruimd werd. Denk hierbij aan de dekolonisaties, het kiesrecht voor vrouwen en de spectaculaire verbreding van de toegang tot het voortgezet onderwijs. Nu, in een geglobaliseerde wereld, wordt het ideologische debat over de grenzen waarbinnen bezit verdeeld kan worden steeds scherper, omdat in de huidige fase van globalisering, die sinds het einde van de Koude Oorlog en met behulp van het internet z’n gang gaat, het ideologische antwoord slechts een enkele vorm aanneemt: die van “hyperkapitalisme”. En dat zorgt zowat overal op de wereld voor problemen en instabiliteit, want het leidt tot de terugkeer van een samenlevingsmodel dat in de 20ste eeuw stilaan was vervangen: een samenleving waarin de vermogende klasse het voor het zeggen heeft en waarin we opnieuw een vorm van “hyperongelijkheid” kennen die veel van het bereikte in de voorafgaande periode ongedaan maakt.

Fiscaliteit is hèt centrale instrument dat de nodige herverdeling van rijkdom kan bewerkstelligen

Een voorbeeld dat Piketty herhaaldelijk uitwerkt is de Europese Unie met haar politieke antwoord op globalisering, dat noodzakelijk is, maar in feite enkel opereert als een zone van “veralgemeende concurrentie tussen gebieden en mensen en van het vrije verkeer van goederen, kapitaal en werkenden, zonder een poging om gemeenschappelijke instrumenten te ontwikkelen voor een verbeterde sociale en fiscale rechtvaardigheid” (p990). Het regime van bezit ligt vast. De EU is boven alles een vrijhandelszone en bevoordeelt de grote vermogens die de fiscale en sociale concurrentie tussen lidstaten kunnen uitspelen en groot genoeg zijn om correcties hiervan effectief tegen te werken. Goed beleid is binnen de EU beleid dat zich aan de Maastricht-norm voor begrotingstekorten houdt. Dat heeft besparingen en privatiseringen tot gevolg en beschermt en stimuleert fiscaal private ondernemingen en fortuinen.

Individuele EU-lidstaten hebben nauwelijks nog invloed op de belangrijkste economische hefbomen en dus blijft er maar één soort macht over: de macht over de grenzen met migratie, identiteitspolitiek en de morele orde van de samenleving als de drie belangrijkste brandpunten.

Piketty kijkt naar de combinatie van twee parameters: inkomensniveaus en opleidingsniveaus. Wat dat laatste betreft ziet hij een spectaculaire toename van hoger gediplomeerden als een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de periode tussen ruwweg 1950 en 1980 waarin herverdeling het politieke paradigma vormde. Hij onderscheidt ze in “la gauche brahmane” (hoogopgeleid links, de intellectuele en culturele elite) en ‘la droite marchande” (welgesteld rechts, de elite van het geld en het ondernemerschap). Wat die eersten betreft: de sociaaldemocratische partijen zijn de partijen van de “la gauche brahmane” geworden, niet langer die van de arbeiders. In de ruimte tussen de elitaire “gauche brahmane” en de even elitaire “droite marchande” ontstond nog een derde grote politieke macht: populisme, en dan vooral in z’n “sociaal-nativistische” gedaante waarin een xenofoob nationalisme en een agressieve identiteitspolitiek vermengd worden met een reeks sociaaleconomisch herverdelende programmapunten.

Piketty ziet geen heil in dit sociaal-nativisme, maar pleit voor aanpassing van het belastingstelsel. Fiscaliteit is volgens hem (en mij) het centrale instrument dat de nodige herverdeling van rijkdom kan bewerkstelligen door veel progressievere belastingen te heffen, juist ook over de grote fortuinen en het kapitaalverkeer, om op die manier de hyperkapitalistische opeenhoping van geld af te toppen.

De huidige ongelijkheden en het hyperkapitalisme dat daarmee geproduceerd wordt zijn geen wetmatigheden en evenmin een logisch gevolg van eerdere ontwikkelingen

Regeringen zijn de instanties met een programma voor machtsuitoefening. Piketty stelt: “van zodra men verklaart dat er geen geloofwaardig alternatief bestaat voor de huidige sociaaleconomische organisatie en voor de ongelijkheden tussen klassen, is het weinig verbazend dat de hoop op verandering zich richt op een ophemeling van de grenzen en van de identiteit” (p. 1.112). Oftewel: hoe kleiner de te verdelen koek, hoe kleiner men de ruimte maakt waarbinnen de koek verdeeld mag worden. Hij benadrukt voortdurend dat deze ongelijkheden en het hyperkapitalisme, dat daarmee geproduceerd wordt, géén wetmatigheden zijn en evenmin een logisch gevolg van eerdere ontwikkelingen. Het zijn louter ideologische fenomenen, die een economisch en politiek systeem rationaliseren dat de menselijke vooruitgang tegenhoudt. En daar voeg ik modieus – geheel op persoonlijke titel – de door klimaatverandering bedreiging van menselijk leven in veel regio’s op aarde aan toe; Après nous pour les riches, le déluge pour les pauvres.

Thomas Piketty, “Capital et idéologie.” Seuil, Paris, 2019. pp. 1198
ISBN 9782021338041.

Bron “Boekrecensie van Thomas Piketty: “Kapitalisme is een ideologie”” door Jan Blommaert via DeWereldMorgen op 23 december 2019.

Alweer een wolf in schaapskleren gesignaleerd

Het bekt lekker en klinkt geruststellend: Turkije en de Verenigde Staten van Amerika (VS) zijn een staakt-het-vuren overeengekomen. Maar de schijn bedriegt. Wat hiermee in Noord-Syrië gebeurt, is de zoveelste ondermijning van het internationaal recht. Machtige landen beslisten hier onder elkaar hoe ze een politiek probleem zo oplossen dat ze er alleen hun verschillende eigenbelangen mee dienen: gestationeerde kernwapens, het breken van de macht van de Koerden en olie. Daarmee keren Turkije en de VS zich af van het forum dat na de Tweede Wereldoorlog is gecreëerd om “de wereld van de gesel van de oorlog te bevrijden”.

Dit staakt-het-vuren komt er op neer dat Turkije gewoon krijgt wat het met zijn onrechtmatige militaire aanval probeerde te bereiken: een bufferzone en de terugtrekking van de Koerdische Syrian Democratic Forces (SDF) uit die zone.

De SDF zegt dat het daartoe bereid is, maar dan enkel voor een smaller stuk grensgebied tussen Tell Abyad (Gire spi) en Ras al Ayn (Serekaniye); geen 300 km breed, maar 100. Echter, in de zone waar Turkije op aast liggen nagenoeg alle belangrijke Koerdische steden, zoals Kobani en Qamishli. Kobani is maandenlang door de Islamitische Staat belegerd. Honderden Koerdische strijders zijn bij het heroveren van de IS-macht bij die stad omgekomen. Het is daarmee het symbool geworden van de offers, die de bevolking van Noord-Syrië heeft gebracht in de strijd tegen de Islamitische Staat. Ofwel, de aan Turkije beloofde bufferzone is een onmogelijke eis. Het legt een onvoorwaardelijke overgave op van de SDF, de voormalige VS-bondgenoot in de strijd tegen IS.

Ook opvallend aan dit staakt-het-vuren is dat er, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, afspraken zijn gemaakt over de bezetting van een gebied binnen een internationaal onbetwist soeverein land. En dan wordt Turkije ook nog eens voor zijn militaire aanval beloond in plaats van gesanctioneerd, hoewel het gaat om een inbreuk op het internationaal recht.

De enige juiste reactie vanuit dat internationaal recht zou zijn zowel de inhoud als de manier waarop het staakt-het-vuren tot stand is gekomen te verwerpen en het onmiddellijk te pareren met een initiatief van de VN-Veiligheidsraad. Dat zou bijvoorbeeld kunnen bestaan uit de installatie van een VN-macht in een gedemilitariseerde zone waarvoor idealiter werk gemaakt moet worden van een akkoord met alle betrokken partijen. Dus wanneer Turkije zich daar niet bij neerlegt, zou teruggegrepen moeten worden naar sancties, die Turkije treft (en andere partijen die niet meewerken). Ook zou sowieso een onderzoek ingesteld moeten worden naar de mogelijke oorlogsmisdaden, die zijn gepleegd: het bombarderen van burgerdoelen, de verschillende verontrustende berichten over standrechtelijke executies en het mogelijke gebruik van verboden wapens.

Echter, helaas, wie zitten er in die VN-Veiligheidsraad? België, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Polen. Landen dus, die geneigd zijn naar de pijpen van de VS te dansen en die het Syrische conflict in eerste instantie zien als terreurdreiging en vluchtelingenprobleemgebied; niet vanuit de noodzaak om snel werk te maken van een politieke oplossing. Hier trekken allemaal machtige partijen aan de touwtjes, die helemaal niet meer gecharmeerd zijn van het internationaal recht. Ga toch weg, is hun houding. Dat was een utopie uit de vorige eeuw en heeft niets te maken met realistische politiek volgens al deze democratisch gekozen machtshebbers.

Er zit – zo denkend – venijn in de staart van dit stukje, want wie hebben de grote jongens en dat meisje in hun politieke zadels geholpen?

Bron: “Staakt-het-vuren over Noord-Syrië is een miskleun” door Ludo De Brabander van Vrede vzw via DeWereldMorgen op 18 oktober 2019.

Prettig getimede schande

Ik zie het als een lot uit de loterij: kolenbedrijf Uniper gaat een claim indienen vanwege de vervroegde sluiting van kolencentrales. Uniper wil bijna € 1.000.000.000 uit onze schatkist. Ze maakt bij de claim gebruik van een handelsverdrag. Het Energy Charter Treaty; eentje speciaal voor energiebedrijven. Zij claimt bijna een miljard en wij kijken hoe we de dit en de dat ‘betaalbaar kunnen houden’.

Vanwaar dan dat lot uit de loterij?
Dat heeft met de timing te maken. Nederland is tot nu toe nooit via een handelsverdrag door een multinational aangeklaagd. Met al onze argeloosheid zien velen onheilsprofeten zoals ik als zwartkijkers. Maar nu kan iedereen met eigen ogen zien dat deze onheilsprofeten realisten zijn: juist het element dat multinationals er niet voor terugdeinzen claims tegen overheden voor te leggen bedreigt de rechtstaat. En het ondermijnt ook nog eens gezond ondernemerschap van grootbedrijven. Immers, hun winsten zijn met zulke “handelsverdragen” veiliggesteld.
Maken ze geen of minder winst uit onderneming door wetgeving die de burger, werknemers, dieren of het milieu beschermt dan dienen ze gewoon een claim in. Met – in goed Nederlands – het Investor-state Dispute Settlement (ISDS), investment court system (ICS) of de Investeerder-staatsarbitrage kunnen bedrijven al een tijdje landen aanklagen vanwege het mislopen van winsten uit investeringen.
Nu dat in Nederland gebeurt voordat CETA geratificeerd is komt deze claim van kolenbedrijf Uniper voor mij als geroepen. Eén miljard is immers slechts 2% van een aantal claims ter waarde van met elkaar – zoals elders in de wereld – vijftig maal zoveel…

Terwijl het boerenprotest dinsdag jl. op het Malieveld klonk, overhandigden Milieudefensie samen met een groep boeren aan Kamerleden een manifest voor eerlijke handel en tegen verdragen die het boeren moeilijker maken om te verduurzamen. Deze Uniper-claim laat precies zien waarom we geen nieuwe handelsverdragen moeten aangaan wanneer die verdragen multinationals nóg meer macht geven. Niet met Canada, niet met de Verenigde Staten van Amerika en via geen enkel ander zogenaamd-handelsverdrag, terwijl ik niets tegen werkelijke handelsverdragen heb.

Natuurlijk is nu in mijn ogen de Tweede Kamer aan zet om zo snel mogelijk een eind te maken aan het Energy Charter Treaty. Ja, de Tweede Kamer want de regering met CDA, D66 en VVD zal daartoe nooit bereid zijn. Weg met al die bommen onder ons beleid dat de wereld mooier zou maken.

Mocht u zich hier (deels) in vinden, ga dan snel eens naar de website van Milieudefensie en roep de Christenunie en PvdA op om tegen CETA te stemmen; dan ontstaat er misschien een nipte meerderheid tegen.

Bronnen: “Kolenbedrijf klaagt Nederland aan: dit is waarom we CETA moeten stoppen” door ‘Wij stoppen CETA van Milieudefensie en op 4 oktober 2019

Alleen met wind zou het al kunnen

Ik heb slecht nieuws voor de sterke lobby voor fossiele brandstoffen.

Britse onderzoekers van de universiteit van Sussex en Deense van de universiteit van Aarhus namen alle geschikte locaties voor onshore-windenergie onder de loep en stelden vast dat er nog 11.000.000 extra turbines in Europa kunnen worden geïnstalleerd; dat levert alles bij elkaar een vermogen van 497.000.000.000.000.000.000 Joule (497 EJ). Dat is ruim 100 keer de hoeveelheid windenergie, die momenteel in Europa geproduceerd wordt. De verwachte wereldwijde energievraag in 2050 is 430 EJ, dus vanuit Europa alleen al bestaat het theoretisch potentieel om tot 2050 de hele wereld van energie te voorzien.

Het grootste potentieel voor extra windturbines zien de onderzoekers in Noorwegen, Rusland en Turkije. Maar ook grote delen van West-Europa komen in aanmerking, omdat ze vlak zijn en de wind er voldoende waait.

De studie is geen blauwdruk voor ontwikkeling, maar een leidraad voor beleidsmakers, die aangeeft hoeveel meer kan worden gedaan en waar de beste kansen liggen”, zegt Benjamin Sovacool, hoogleraar energiebeleid aan de Universiteit van Sussex. Europese ambities voor een 100% hernieuwbaar energienet liggen in elk geval binnen ons bereik.

Critici zullen ongetwijfeld zeggen dat het van nature niet altijd toereikende aanbod van wind onshore-windenergie ongeschikt maakt om aan de wereldwijde vraag te voldoen”, zegt Peter Enevoldsen van het Centrum voor Energietechnologie van de Universiteit van Aarhus. “Maar zelfs zonder rekening te houden met ontwikkelingen in de windturbinetechnologie in de komende decennia, is onshore-windenergie de goedkoopste volwassen bron van hernieuwbare energie. Het gebruik maken van de verschillende windregio’s in Europa is de sleutel om te voldoen aan de vraag naar een 100% hernieuwbaar en CO2-vrij energiesysteem.

Hier zal de dure, sterke lobby van aardgas, bruinkolen, kernenergie, olie, schaliegas en steenkolen niet blij mee zijn. Echter, met wat desinformatie – ze is ervaren in het verspreiden daarvan want dat is al decennia met succes een van haar speerpunten – en met een leger aan trollen en niet te vergeten hun politieke vrienden zal zij ook deze – voor haar egocentrisch op financiële winst beluste achterban – onaangename waarheid wel weer het hoofd kunnen bieden.

Bron: “Europa heeft capaciteit om hele wereld van energie te voorzien” door Inter Press Service via DeWereldMorgen op 14 augustus 2019

Een eeuw lang het hoofd afwendend

Alle kritiek op de Israëlische apartheidspolitiek afdoen als antisemitisme blijkt een afdoend middel te zijn om velen van links activist, journalist, kerkelijke, moslimactivist tot politicus het zwijgen op te leggen, maar blijft aanhoudend geweld doen tegen de weerbarstige werkelijkheid. Het afdoen als antisemitisme van kritiek op Israël niet verbaal bestrijden zie ik daarentegen als heulen met Israëlische vijandigheid tegen humaniteit, medemenselijkheid, menselijkheid en wellevendheid. Ik zie dat als samenzweren tegen een menswaardige en rechtvaardige wereld voor iedereen in die regio.

Om het heden te kunnen begrijpen:
Israël is niet opgericht in 1948 door de Verenigde Naties, maar geboren uit oorlog. In de Verenigde Naties wordt in 1947 wel het verdeelplan van VN-resolutie 181 ontworpen: de bevolking in Palestina werd 1947/1948 geschat op 1.912.000 inwoners, van wie 1.303.887 Palestijnen (68% van de bevolking), die 93% van de grond bezaten. Dit verdelingsplan van de VN voorzag in 3 deelstaten en een economische unie:
1. een Arabische staat (44% van Palestina) met 725.000 Palestijnen en zo’n 10.000 Joden,
2. een Joodse staat (55% van Palestina) met een joodse meerderheid (498.000 Joden tegen 407.000 Arabieren). Hierbij ‘vergat’ de VN de aanwezige 105.000 Bedoeïenen, waardoor de Joodse meerderheid in de Joodse staat alleen op papier zou bestaan; niet in de praktijk,
3. Jeruzalem, met een kleine Palestijnse meerderheid (105.000 Palestijnen en 100.000 Joden) en Bethlehem, dat onder internationaal statuut zou komen en
4. het verdeelplan voorziet in een economische unie tussen de twee staten en de sector Jeruzalem-Bethlehem. Het is een aanbeveling van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties; geen beslissing. Het wordt nooit uitgevoerd, omdat zowel Joden als de Palestijnen het verwerpen.

Er is ook nooit een overdracht geweest van het Mandaat Palestina van Groot-Brittannië naar de VN; laat staan vervolgens van de VN naar de Joodse en Palestijnse staten. Een overdracht was in de zomer van 1948 wel voorzien, maar door de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 is het hier nooit van gekomen. Enkele uren voordat het Britse mandaat officieel afliep riep de Joodse gemeenschap onder leiding van David Ben-Gurion op 14 mei 1948 de onafhankelijke staat Israël uit. Vervolgens vielen troepen uit omringende Arabische landen Palestina binnen en bevochten de Israëlische troepen. Het Israëlische leger wist de Arabische troepen te verslaan, waarbij Israël 78% van het grondgebied veroverde, waaronder West-Jeruzalem; aanzienlijk meer dan in het verdelingsplan voor een Joodse staat was bedacht.

Israël ontstaat dus helemaal niet als gevolg van een VN-beslissing. Israël ontstaat als gevolg van een afgeslagen aanval op haar eigenrechtig uitgeroepen onafhankelijke staat gevolgd door een door Israëls regering geplande etnische zuivering die kort nadat Europese Joden door het Duitse Hitlerbewind van 1939 tot 1945 over de kling gejaagd waren tijdens de oorlog van 1948 werd uitgevoerd: 531 Palestijnse dorpen werden ontvolkt en verwoest plus 11 stadswijken en steden en er was een gedwongen ontheemding van honderdduizenden Palestijnen zonder enige militaire reden; ronduit een misdaad tegen de menselijkheid. Feiten; geen antisemitisme.

De Joodse staat Israël bestrijkt 78% van het grondgebied van Palestina; een veel groter gebied dan wat in het verdelingsplan van 1947 was voorzien. Grote delen van Galilea en de Negev, die waren toegewezen aan de Arabische staat, net als de steden Akka, Beersheba, Jaffa en Nazareth werden tot Israëlisch gebied verklaard. Kortom, Israël werd helemaal niet opgericht door een goedkeuring in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Israël is geen resultaat van een verdelingsplan. Israël kreeg geen onafhankelijkheid van de Britse mandaatmacht. Israël is uit oorlog geboren.
Het bestaat uit gestolen land: alle eigendommen van de gevluchte en verdreven Palestijnen werden in beslag genomen en de Palestijnen kregen er nooit een schadevergoeding voor, zoals overlevenden uit Duitse concentratiekampen bij terugkomst ook konden fluiten naar wat ze voor de Tweede Wereldoorlog opgebouwd hadden en in bezit hadden gehad.

Bovendien bestaat Israël pas sinds 1949 (en niet sinds 1948), toen het door de VN opgenomen werd als staat (zonder definitie van haar grenzen). In 1948, toen de zionisten eenzijdig de onafhankelijkheid uitriepen, hadden ze slechts 13% van het historische Palestina onder controle en dus zeker niet de 78% die nu als Israël geclaimd wordt.

Het gaat vandaag niet om de misdadige Holocaust die plaatsvond terwijl het bevriende staatshoofd Hitler niet tegen de schenen geschopt mocht worden, zoals nu bijna 80 jaar geleden gebeurde. Vandaag gaat het om de gelijksoortige Palestijnse tragedie, waarvoor het grote publiek het hoofd afwendt. Journalisten en politici kronkelen zich een slag in de rondte om dit zo weinig mogelijk in de aandacht te brengen, omdat Israël net als de Verenigde Staten van Amerika als een bevriende natie gezien wordt. Zo wenden we met elkaar al een eeuw het hoofd af om niet geconfronteerd te worden met feiten, waartegen we ons alleen kunnen verzetten door onze comfortzone te verlaten.

Bronnen: “De staat Israël is wel degelijk gestolen land” via DeWereldMorgen op 13 augustus 2019 en Wikipedia “Israël” op 15 augustus 2019.

‘Juridisch waterdicht’ is anders dan ‘Rechtvaardig’

Wat het Journaal vast niet haalde in de dagen daarna:

In het holst van de nacht verlaat een rubberboot de Libische hoofdstad Tripoli. Snel wordt de Middellandse Zee ruwer. De boot met zo’n 150 migranten aan boord maakt water. Via een satelliettelefoon smeken de opvarenden de Italiaanse kustwacht om hulp. Rond 6 uur ’s ochtends ontvangt Sea-Watch 3 een noodsignaal van de Italianen en verandert meteen van koers. Het schip van de Duitse ngo vaart onder Nederlandse vlag en onderneemt zoek- en reddingsacties in de Middellandse Zee. Met 7 breedbeeldcamera’s op de mast en het dek zal Sea-Watch de onthutsende gebeurtenissen in de ochtend van 6 november 2017 filmen.

Intussen slaat de rubberboot lek. Mensen vallen in het water. Een Portugees patrouillevliegtuig dat, net als een Frans oorlogsschip, in de buurt is, gooit om 8.45 uur reddingsvesten, een opblaasbaar vlot en rookpotten uit. Minstens 20 mensen sterven de verdrinkingsdood. Daarmee is het drama nog lang niet voorbij, blijkt uit de videoreconstructie van Forensic Architecture die met beelden, radioverkeer, getuigenissen en documenten is gemaakt.

De Italianen hebben ook hun samenwerkingspartner opgeroepen: de beruchte Libische kustwacht, door Europa en Italië met miljoenen euro’s betaald, getraind en geïnstrueerd om ‘illegale migratie’ tegen te houden. Het Libische kustwachtschip Ras Jadir maakt vaart. Op 6 november heeft het 13 mensen aan boord, van wie er 8 zijn opgeleid door de Europese militaire anti-mensensmokkeloperatie Eunavfor Med, oftewel Operatie Sophia. De Libiërs zijn het eerst bij de rampplek en eisen de reddingsoperatie op. Maar Sea-Watch gaat niet akkoord. “We hebben orders van de Italiaanse kustwacht. We gaan door met de redding“, zegt het ngo-schip via de radio.

Als Sea-Watch bij de migrantenboot arriveert, is de chaos compleet. In de deinende golven zijn hoofden van drenkelingen te zien. Er klinkt geschreeuw en gegil. Sea-Watch laat 2 bootjes met redders zakken die slachtoffers reddingsvesten toewerpen en in noodtempo mensen uit het water hijsen. De Libische kustwacht heeft geen reddingsbootjes mee en trekt tegen de protocollen in de zinkende rubberboot naar zich toe om migranten aan boord te nemen. Maar sommige mensen zijn zo bang voor de Libiërs dat ze in het water springen en proberen naar de Sea-Watch-bootjes te zwemmen. Zoveel drenkelingen hebben tegelijkertijd hulp nodig. Een redder reikt, maar is te laat. Handen verdwijnen in de zee.

Plotseling beginnen de Libiërs te dreigen en harde objecten naar de Sea-Watch-bootjes te gooien. De ngo-redders moeten zich terugtrekken. In een laatste poging aan de Libische kustwacht te ontkomen, springt een man van de rubberboot. De Libiërs gooien reddingsboeien, maar die bereiken hem net niet. Het slachtoffer verdrinkt voor ieders ogen. Op het dek van de Ras Jadir is te zien hoe de Libische kustwacht hardhandig een touw om de overlevenden legt en hen begint te slaan.

Opeens verlaat de Libische kustwacht op hoge snelheid de rampplek, zwarte rookpluimen achterlatend. Maar dan klinken via de radio waarschuwingen van een Italiaanse helikopter: “Mensen springen van uw schip. Dus stop de motoren.” Een migrant klampt zich vast aan het boordladdertje van de Ras Jadir. Sea-Watch roept via de radio naar de Libiërs: “Jullie vermoorden een persoon! Over.” Op de beelden is te zien hoe de helikopter naast de Libische boot vliegt en beveelt: “Stop uw motoren. U heeft een persoon aan de rechterzijde. Stop, alstublieft, stop! Stop! Stop! Stop! Stop!

20 mensen zijn voor en tijdens de reddingsoperatie omgekomen, stelt de videoreconstructie. Sea-Watch is erin geslaagd om 59 drenkelingen te redden en naar Europa te brengen. De Libische kustwacht pikte 47 migranten op en voerde hen terug naar Libië. Als ngo’s in april 2018 contact weten te leggen met overlevenden in Libië, blijkt dat ze bij aankomst een maand zijn vastgehouden in het detentiecentrum van Tajura, nabij Tripoli, waar ze met honderden in cellen zaten, nauwelijks water of voedsel kregen en door Libische bewakers werden afgeranseld. Enkele migranten keerden terug naar hun vaderland. Anderen werden doorverkocht aan een mensenhandelaar, die hen martelde om hun families te dwingen tot het betalen van losgeld.

Tot zover deze verhandeling over wat onlangs en wieweet ook vandaag weer in de vijver van onze achtertuin gebeurt op aansporing van de Europese Unie. Dit is slechts één verhaal – maar nu door een strategische aanpak van – in mijn ogen – helden zeer goed gedocumenteerd over wat een aantal van onze eigen politici in de Tweede Kamer onbeschaamd ‘gelukzoekers’ noemen.

Dit verhaal illustreert overigens de praktijk in een artikel waarin verteld wordt hoe een aantal – in mijn ogen – juridische helden in een 244 pagina’s tellend dossier individuele lidstaten en de Europese Unie aanklagen voor “Moord door nalatigheid” en voor “Verdrijven van ngo’s uit de Middellandse Zee en de intensivering van de samenwerking met de Libische kustwacht”, terwijl de VVD oppert om mensenredders, mijn helden, juridisch te gaan vervolgen, een maximale celstraf van 4 jaar te geven, plus boetes.

Lees voor het hele artikel de Groene Amsterdammer van 8 augustus zelf maar. Ik houd het er hierbij op te hopen dat het taboe nu eens doorbroken gaat worden dat geavanceerde democratieën zich schuldig maken aan misdrijven tegen de menselijkheid, want dat doen wij en andere Westerse democratieën (net als een hoop staten met andere staatsvormen) al decennia.

Bron: op de eerste en drie laatste alinea’s na een letterlijke overname van een deel van het artikel “Noodsignaal op zee; De juridische strijd tegen Fort Europa” door Tjitske Lingsma via DeGroeneAmsterdammer op 7 augustus 2019.

Alleen de PvdD nog en die ook niet…

Gisteren liet een vriend van mij de hond, waar hij wekelijks voor zorgt, uit in de bossen rondom Zeist. Ik vergezelde hem. We kennen elkaar al jaren; vanaf onze gesprekken over politiek in een rokerige ruimte aan de Utrechtse Oudegracht zittend aan de vergadertafels van de PSP.

We zijn het met elkaar eens dat de de Partij voor de Dieren nu misschien wel de enige politieke partij is die nog een beetje onze idealen van toen nastreeft. Maar net als Femke Merel van Kooten, Tweede Kamerlid voor die partij, vinden wij dat de focus van de PvdD te smal is. “Wanneer de PSP zich indertijd alléén op feminisme gericht had, had ik me daarin ook niet thuis gevoeld“, zei ik.

Of op pacifisme”, zei mijn vriend, maar daar was ik het niet mee eens. Pacifisme of wereldvrede vind ik een doel dat zo ambitieus is, dat dat een mondiaal broederschap, mondiaal dierenwelzijn, fairtrade, mondiale gelijkheid, mondiaal feminisme, mondiale gendergelijkheid, mondiale gezondheidszorg, klimaat (mondiaal), milieu (mondiaal), natuur (mondiaal), mondiale vrijheid en mondiaal welzijn (voor mensen) omvat. Èn dus socialisme.

De macht van de machtigen voor het bereiken van iedere vrede moet aan democratische banden gelegd moet worden. Dat kan onmogelijk op basis van het Amerikaanse kapitalisme waarbinnen per definitie het geld in plaats van het volk regeert. Wanneer iemand pacifisme nastreeft, streeft iemand volgens mij dit alles op mondiaal niveau na, sinds 1789 te vatten in de leus “Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap”.

Daarom zou wat mij betreft elk politiek besluit getoetst moeten worden aan haar bijdrage aan pacifisme (en niet genomen mogen worden indien daarmee op spanning staand). Daarmee zouden we met elkaar een juiste invulling geven aan het motto

Verbeter de wereld, begin bij jezelf

De PvdD versmalt eerder dan dat ze verbreedt en richt zich teveel op haar stokpaardjes, vindt Van Kooten. “In de strijd voor een leefbare aarde voor toekomstige generaties mogen de mensen die nu leven niet vergeten worden“, legt ze op Facebook uit. Dat is precies de reden waarom ik eerder dit jaar mijn lidmaatschap van de PvdD al na twee jaar opgezegd heb.

Het was overigens een heerlijke wandeling met die vriend en zijn gehoorzame leenhond die dan weer uit zicht was en ons dan weer voorbij kwam stormen.

Een op de honderd

Op moment van schrijven zijn er 7.715.575.538 mensen in leven. Eén op de honderd, te weten ruim 70.000.000 daarvan zijn op de vlucht.
84% van de vluchtelingen wordt in ontwikkelingslanden opgevangen, die zelf met grote (economische) problemen kampen.
1.440.000 vluchtelingen zouden snel hervestigd moeten worden. Die worden momenteel opgevangen in meer dan 60 landen maar lopen daar onaanvaardbare risico’s.

UNHCR-baas Filippo Grandi vroeg daarom onlangs in Genève, tijdens een jaarlijks congres over hervestiging, opnieuw een “rechtvaardiger verdeling” van de vluchtelingen – lees: meer inspanningen van de rijke landen om vluchtelingen te hervestigen. Bij hervestiging kunnen vluchtelingen naar een land waar ze zich permanent mogen vestigen. En we weten allemaal: “Vragen staat vrij, net als beleefd knikken en verder laten praten.” Vorig jaar lieten 25 landen 92.400 vluchtelingen toe voor hervestiging; een fractie van wat nodig was.

Ik zie een parallel met de strijd tegen klimaatverandering: de rijkste landen, die voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor de problemen, negeren de inhumane gevolgen van hun doen en laten uit angst er materieel op achteruit te gaan. Tegelijk blijven “wij” Trump te vriend houden, vanuit precies dezelfde angst.

Ondertussen blijft het aantal vluchtelingen toenemen. Vorige maand maakte Het Vluchtelingenagentschap bekend dat het aantal vluchtelingen wereldwijd in amper 20 jaar is verdubbeld tot meer dan 70 miljoen mensen. Nooit eerder telde deze organisatie zo’n hoog aantal.

O, nee, op heel de aarde leven inmiddels 7.715.577.206 mensen. Klik hier voor het nu-u-dit-leest-aantal. Bedenk daarbij dat naar verwachting wat hier staat het aantal vluchtelingen verhoudingsgewijs ongeveer net zo snel stijgt.

Bronnen: Huidige Wereldbevolking volgens Worldometers en “VN: Dringend hervestiging nodig van 1,5 miljoen vluchtelingen” door Inter Press Service via De WereldMorgen op 2 juli 2019.

De Brexit en het nieuws

Nee, ik heb helemaal niets op met de Britse politicus Alexander Boris de Pfeffel Johnson (19 juni 1964). Ik wil hier een heel ander punt maken.

Na maanden en maanden framing blijkt de werkelijkheid nu heel anders.

Alle maanden van onderhandelingen binnen het Britse Lagerhuis werd de indruk gewekt als zouden de Britten geschrokken zijn van de consequenties van hun met nipte meerderheid verkozen Brexit. De interne strijd in het Lagerhuis en binnen de Conservative Party over wel of niet uittreden, en zo ja onder welke afspraken met de Europese Unie zou blijk geven van spijt en besluiteloosheid. De boodschap was dat het beter is om in de EU te blijven als je er deel van uitmaakt.

Echter, op het moment dat de 27ste Conservatieve partijleider Theresa Mary Brasier May vervangen gaat worden, blijkt dat gedurende heel de voorverkiezingen de uitgesproken Brexiteer Boris Johnson ruime voorsprong heeft op alle andere genomineerden.

Hoe zit dat nu met die framing?
Hoe zit het met de deskundigheid van al onze nieuwsduiders en opiniemakers?
Ik had er al niet zo’n hoge pet van op, en zie de voorsprong van Boris Johnson op zijn rivalen inclusief de enig overgebleven rivaal Jeremy Richard Streynsham Hunt (1 november 1966) als ondersteuning van mijn opvatting over de wijze waarop in Nederland nieuws door de mainstream media gebracht wordt: hyperig, onevenwichtig en vooringenomen.

Mocht Boris Johnson toch aan Jeremy Hunt de eer moeten laten om de 28ste partijleider van de Conservative Party te worden, dan is dat niet vanwege zijn Brexit-ideologie, tenzij de Brexit-opvattingen van de partij en haar leden mijlenver uit elkaar liggen.

Concentratie van rijkdom zijn we gaan waarderen, in plaats van dat we er doodsbang voor zijn gebleven

Europa is een mengsel van mythe en werkelijkheid. Een van oudsher verdeeld continent dat steeds kleiner wordt in een wereld die steeds groter wordt. Pas iets meer dan een halve eeuw geleden vond Europa zijn bestemming in een model van sociale bescherming. En dat model, eigenlijk het enige identiteitskenmerk dat Europa wezenlijk onderscheidt van de rest van de wereld, is in rap tempo bezig te verdwijnen. Wat staat Europa te wachten? Eén ding lijkt zeker. Het verzet tegen de neoliberale afbraak van Europa komt uit het zuiden.

Ik [lees: Lex Rietman] spreek Boaventura de Sousa Santos in zijn werkkamer op de campus van de universiteit van Coimbra. De Portugese socioloog is een van de invloedrijkste hedendaagse denkers over globalisering en democratie. Hij wordt veel gevraagd voor lezingen over de hele wereld en overal trekt hij volle zalen. De helft van het jaar woont hij in Madison in de VS, waar hij doceert aan de universiteit van Wisconsin.

Eigenlijk heeft Europa nooit bestaan, zegt De Sousa. Eeuwenlang is het een samenraapsel geweest van landen zonder een gemeenschappelijk bewustzijn. Vanaf de vijftiende en zestiende eeuw begint daar verandering in te komen door de koloniale expansie van twee landen aan de rand van het continent, Portugal en Spanje. Vanaf dat moment ontstaat er zoiets als een continentale logica, gevoed door het opkomende handelskapitalisme. Een behoorlijk conflictueuze logica, dat wel, want de mate van economische ontwikkeling varieert sterk. Terwijl de nijverheid in het noorden – de Lage Landen, Engeland, Schotland – flink profiteert van de goud- en zilverstroom uit de Nieuwe Wereld, blijft de modernisering in Portugal en Spanje uit. Die kloof is tot op de dag van vandaag niet gedicht.

De twintigste eeuw trekt een nieuwe scheidslijn door het continent, nu tussen oost en west. De scheiding tussen het kapitalistische en het communistische Europa sluit een min of meer gemeenschappelijk zelfbeeld praktisch uit.

De Verenigde Staten willen laten zien dat het kapitalisme politiek en ethisch superieur is aan het communisme.

Twee gruwelijke oorlogen, vooral de Tweede, voeden volgens De Sousa het idee dat dit continent waarden herbergt die in ere hersteld moeten worden. Na 1945 legt dat de grondslag voor een nieuwe eenheid. Deze krijgt eerst gestalte in het kapitalistische Europa; na de val van het sovjetimperium breidt de unie zich uit met de oostelijke landen.

Zo ontstaat een sterk economisch blok dat zich beroept op zijn democratische en christelijke essentie. Boaventura de Sousa Santos heeft er bedenkingen bij. ‘De moslims waren zeven eeuwen hier. Vanaf de twaalfde eeuw stond Europa cultureel onder sterke invloed van de islam. Onze erfenis van de Griekse filosofie als een Europese verworvenheid is een mythe die halverwege de negentiende eeuw gecreëerd wordt. In werkelijkheid hebben we die erfenis te danken aan de Arabieren en de islam. Via Egypte, Perzië en Bagdad kwamen de teksten van de klassieken terecht in Toledo. Daar werden ze vertaald.’

Een andere mythe is de gedachte dat Europa bij uitstek het continent is van de democratie. ‘Dit idee ontstaat na een enorme democratische instabiliteit in een groot deel van Europa. En de zuidelijke landen, vooral Portugal, Spanje en Griekenland, hebben tot vrij recent lange periodes van dictatuur meegemaakt – Portugal 48 jaar. Na 1945 leidt het trauma van de oorlog tot de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, ook al om eens en voor altijd een einde te maken aan de rivaliteit tussen Frankrijk en Duitsland. We moeten ons er dus van bewust zijn dat we in het gewelddadigste continent ter wereld leven. In de twintigste eeuw hebben we 78 miljoen mensen gedood. De Dertigjarige Oorlog (1618-1648) kostte in die tijd al een miljoen mensenlevens. We hebben meer dan genoeg gedood. Je kunt pas sinds kort zeggen dat we een continent van de vrede zijn. Europa is een mengsel van mythe en realiteit.’

Ondanks alle tekortkomingen is er geen plek op aarde waar de mensenrechten en de liberale democratie beter functioneren dan Europa, erkent De Sousa. Tenminste, als we onze blik beperken tot de laatste zeventig jaar. En het is ook onmiskenbaar dat de liberale democratische theorie grotendeels in Europa is geboren, onder meer in Engeland, Frankrijk en Duitsland. Dat heeft een eenvoudige reden. ‘De democratie van Aristoteles was altijd verworpen als een demagogisch regime. Het idee zou nooit in de praktijk gebracht kunnen worden omdat de meeste mensen onwetend waren en niet in staat zouden zijn om te regeren. Pas in de negentiende eeuw, na de Franse Revolutie, wordt het idee serieus genomen dat de democratie verenigbaar kan zijn met de moderne samenleving. Het kapitalisme is in Europa het meest ontwikkeld: dat maakt het mogelijk dat het democratische gedachtegoed verspreid wordt.’

Tegelijk is Europa ook de plek waar een alternatief voor het kapitalisme bedacht wordt. Of eigenlijk twee alternatieven, na de breuk in de arbeidersbeweging tussen revolutionairen en reformisten. De eersten willen een radicale breuk met het kapitalisme forceren. De reformisten keren zich tegen de revolutie en streven naar een democratisch socialisme, later ook sociaaldemocratie genoemd. Het is een poging om kapitalisme en democratie met elkaar te verenigen. ‘Eigenlijk is het idee heel simpel’, zegt De Sousa. ‘De groei van de economische productiviteit moet op een gelijkwaardige manier ten goede komen aan het kapitaal en aan de arbeiders. Deze verdeling van de groeiende productiviteit en concurrentiekracht biedt ruimte voor sociale zekerheid. Je zou het een virtuoze combinatie tussen kapitalisme en sociale rechten kunnen noemen. En dit is tot nu toe het wezenlijke kenmerk geweest van het hedendaagse Europa.’

Hoe was dit mogelijk? Waarom toonde het kapitalisme zich genereuzer en menselijker in Europa dan elders in de wereld? Het antwoord is de Koude Oorlog, zegt De Sousa. ‘Het Marshallplan is geen vredesplan. Het is een Koude-Oorlogsplan, net zoals later in Zuid-Korea. De Verenigde Staten willen ermee bereiken dat het kapitalistische Europa, en West-Duitsland voorop, kan laten zien dat het kapitalisme politiek en ethisch superieur is aan het communisme. Het verschaft namelijk welvaart aan de arbeiders, en dat in vrijheid en democratie. Daarom accepteert het kapitalisme een aantal concessies die nu absoluut ondenkbaar zouden zijn: nationalisatie van de industrie en strategische grondstoffen, van water en elektriciteit, de mijnbouw. En ook een harde progressieve belastingpolitiek, waarbij de rijksten tot zo’n zeventig procent belasting betalen.’

Het neoliberalisme is heel erg goed in één ding: rijkdom van de armen naar de rijken overhevelen.

Dit project van de Koude Oorlog werkte goed zolang de Berlijnse Muur overeind stond. Maar toen de muur viel, stortte niet alleen het sovjetsocialisme in. Ook de sociaaldemocratie kwam ten val. Die was overbodig geworden, want het kapitalisme had geen rivalen meer. Vanaf 1980 duikt een nieuw begrip op: het neoliberalisme, een variant van het kapitalisme die het idee van een permanente crisis nodig heeft om te overleven. ‘Als een crisis sporadisch voorkomt – in de politiek of in ons dagelijkse leven – kan deze productief zijn. Het dwingt tot bezinning en de noodzaak om dingen te verbeteren. Maar als de crisis permanent is, behoeft zij geen uitleg. Zij is de uitleg. Worden de salarissen verlaagd? Dat komt door de crisis. Privatisering van de gezondheidszorg en het onderwijs? Door de crisis. De crisis verklaart alles. Het neoliberalisme heeft het nodig dat de mensen geloven dat er geen enkel alternatief is. Dat begint met Thatcher en Reagan.’

Het is niet langer het productieve kapitaal dat het grote geld oplevert, maar het financiële kapitaal. De financiële sector, een van de drijvende krachten achter het neoliberalisme, heeft het voor het zeggen. ‘Dat betekent een gevaar voor Europa’, zegt De Sousa. Het sociaaldemocratische model, het wezenskenmerk van Europa, is immers ondenkbaar in een neoliberaal systeem. Bedrijfswinsten gaan daarin voor een steeds groter deel naar de aandeelhouders, ten koste van de werknemers en investeringen. ‘Het neoliberalisme is niet goed om banen te scheppen en de economie te doen groeien’, zegt De Sousa. ‘Maar het is heel erg goed in één ding: rijkdom van de armen naar de rijken overhevelen.’

Dit is een onbewerkt deel van een artikel uit de Groene Amsterdammer. Mij spreekt het aan; zeker wanneer het (in grote lijnen) waar is. Lees jaargang 143, nummer 23 van de Groene Amsterdammer voor het gehele artikel, waarin De Sousa ook nog uitlegt wat er volgens hem momenteel in Europa gaande is.

Bron: “We moeten de kapitalistische overheersing ter discussie stellen” door Lex Rietman in de Groene Amsterdammer van 5 juni 2019