Alweer een Scandinavisch land winnaar

Even iets anders dan de gevolgen van het nieuwe Coronavirus-uitbraak. In het World Hapiness Report is Finland voor het derde jaar op rij uitgeroepen tot het land met de gelukkigste inwoners ter wereld. Dit is gebaseerd op peilingen van zes variabelen, te weten
1. afwezigheid van corruptie,
2. bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking,
3. gezonde levensverwachting,
4. sociale steun,
5. vrijgevigheid en
6. vrijheid

Sinds het begin in 2012 hebben slechts vier landen de koppositie veroverd. Denemarken in 2012, 2013 en 2016, Zwitserland in 2015, Noorwegen in 2017 en Finland in 2018, 2019 en 2020. Nu mis ik de winnaar van 2014, maar van dat jaar ontbreekt een rapport.
Het mondiaal geluksrapport wordt uitgebracht door het Sustainable Development Solutions Network (SDSN-UN) van de Verenigde Naties. De tien eerste plekken in 2020 zijn:

1. Finland
2. Denemarken
3. Zwitserland
4. IJsland
5. Noorwegen
6. Nederland
7. Zweden
8. Nieuw-Zeeland
9. Oostenrijk
10. Luxemburg

Dus Nederland doet het met een zesde plaats ook goed. Toch staan sinds aanvang de vijf Noordse landen – Denemarken, Finland, Noorwegen, IJsland en Zweden – allemaal steeds in de top tien van de jaarlijkse lijst. Dat valt op.

Hoe kouder hoe beter? Nee, volgens het verslag hebben de gelukkigste landen vaak een hoog niveau van de variabelen die het welzijn ondersteunen.
> gezonde levensverwachting,
> hebben van iemand om op te rekenen,
> voldoende inkomen en
> vrijheid.
In de enquête van dit jaar werd bij het bepalen van iemands gelukstoestand ook gekeken naar omgevingsfactoren, waarbij gegevens over klimaat, temperatuur en vervuiling gebruikt werden. Ook de gevolgen van ongelijkheid werden meegewogen, en hoe de sociale omgeving de gevolgen van ongelijkheid kan helpen verzachten. Dit suggereert het geheim van het Scandinavische geluk: de verzorgingsstaat, die relatief genereuze voordelen mogelijk maakt, en een regulering van de arbeidsmarkt om uitbuiting te voorkomen.
De kwaliteit van de overheid en overheidsinstellingen zijn belangrijk voor de nationale tevredenheid. Bovendien blijkt een relatief hoog inkomensniveau ook nog eens samen op te gaan met goed functionerende democratieën en – uiteraard – een groter gevoel van autonomie en vrijheid in de best scorende landen, terwijl de sociale cohesie ook een sterke indicator van geluk in een land blijkt te zijn. Daarom bezetten Scandinavische landen waarschijnlijk steeds de topplaatsen op dit gebied.

De tien landen met de minst gelukkige inwoners zijn volgens het SDSN-UN in 2020:
India
Malawi
Yemen
Botswana
Tanzania
De Centraal Afrikaanse Republiek
Rwanda
Zimbabwe
Zuid-Soedan
Afghanistan

Fijn toch, dat we nog negen volle maanden kunnen genieten van deze zesde plaats; wat er ook gebeurt.

Bron: “World Happiness: Finland takes top ranking for third year in a row 8¨ door Luke Hurst via Euronews op 20 maart 2020

En voor wie dit stukje wat te zoetsappig vindt, breng ik hier graag een link onder uw aandacht, die een ander politiek inzicht biedt. Dit inzicht is wel gebaseerd op de politieke reacties op het Covid-19-virus dat onder ons is.

Bij 2 Corona Extra gratis 1 Mort Subite

Vandaag zal blijken wat de werkelijke agenda van onze regering is: in goed Nederlands Bailout the people of Bailout the banks and the multinationals. Je kunt als overheid beslissen om enkele maanden de huur en de facturen voor nutsvoorzieningen te betalen van mensen die door de crisis minder inkomen en meer uitgaven hebben. Of je kunt als overheid beslissen om elk bedrijf, ook het meest belasting-ontwijkende en meest vervuilende overeind te houden. Om maar wat uitersten te noemen.

Het Coronavirus veroorzaakt een acute crisis die door al die steunpaketten ongetwijfeld ook in een economische crisis zal ontaarden. De Europese Unie heeft immers duidelijke regels voor begrotingstekorten en overheidsschulden bedacht (ook al staat de rente op schulden historisch laag). We ontdekken dat besparingen van de voorbije decennia in alle overheidssectoren niet de beste voorbereiding waren op een gezondheidscrisis van deze omvang, maar deze wetenschap houden we nog even onder de pet.

De acute Coronacrisis komt op een moment dat we met elkaar ook een bedreiging van de wereld als leefwereld voor nu levende mensen (dieren en planten) het hoofd moet bieden: klimaatverandering. Nu al vragen verschillende bedrijfstakken (met de reeds flink gesubsidieerde en klimaatverandering bevorderende luchtvaartindustrie voorop) om financiële steun van overheden. Even zijn we (lees ‘ze’) vergeten dat overheidsbemoeienis voor de vrije markt volgens de invloedrijke predikers van de afgelopen 40 jaar uit den boze is; zoals steeds weer wanneer er bij overheden wat te halen valt.

Volgens dr. Fatih Birol, de baas van het International Energy Agency, kan Corona naast bedreiging ook een kans zijn in die fundamentele transitie van onze economie en onze energiesystemen. De bedreiging zit ‘m in met name
– onderbroken aanvoerlijnen vanuit China, waar de meeste duurzame energie-technieken vandaan komen,
– dalende olieprijzen, die energie-efficiency minder financieel aantrekkelijk maken en
– overvraagde politici, die zo druk zijn met Corona dat ze andere bedreigingen, zoals armoede, klimaatverandering en gebrek aan toekomstperspectief, uit het oog verliezen.
Kansen zitten hem vooral in de steunmaatregelen, die overheden nu voorbereiden om de economie op gang te houden. Het belastinggeld dat nu wordt uitgetrokken om sectoren te steunen, die het door maatregels om Coronabesmetting tegen te gaan zwaar hebben, zou wat mij betreft gekoppeld moeten worden aan duurzame doelen. Daarmee houden we ook volgens Birol niet alleen nu de economie op gang, maar bouwen we direct aan de economie van de toekomst.

Frankrijk legt 10% van het bruto binnenlands product (BNP) op tafel als garantie voor banken, die geld geleend hebben aan bedrijven die nu dreigen ten onder te gaan. Nieuw-Zeeland maakt 4% van het BNP vrij om bedrijven en werknemers te ondersteunen. De Verenigde Staten van Amerika vergoeden in elk geval de schade, die heel de luchtvaartindustrie lijdt, voor 100%.

Vanavond, wanneer het Nederlandse pakket aan steunmaatregels bekend gemaakt wordt, wordt zo de lakmoesproef afgenomen:
– gaan we geld uitgeven om fossiele sectoren in het zadel te houden of geven we geld uit om hen op een koolstofarme toekomst voor te bereiden?
– Krijgen de aarde, de gezondheidszorg en mensen prioriteit of de economie, waaraan binnen ons hijgere kapitalisme alle welvaart en welzijn voor gewone mensen* uiteindelijk ondergeschikt zijn?

Ik heb er weinig vertrouwen in met een regering, die eerder al plaatsen waar meer dan 100 mensen samenkomen sloot, maar scholen open wilde houden. Niet omdat het onderwijs zo belangrijk is, maar omdat anders kinderen elders opgevangen moesten worden.

Bronnen: “Waarom we nu een volmachtenregering hebben (en dat is niet voor onze gezondheid)” door Christophe Callewaert via DeWereldMorgen op 17 maart 2020 en “Energieagentschap: ‘Gebruik coronavirus om energietransitie te versnellen’” door Ties Joosten via FollowTheMonney op 16 maart 2020.

* In verkiezingstijd worden deze mensen, voor zover ingezetenen, aangeduid met de term ‘Hardwerkende Nederlanders’. Overigens verwijs ik voor de achtergrond van deze zin naar wat ik enkele jaren heb bijgehouden over wat mensen vermag. Dat is hier te vinden onder het kopje “Over mensen”.

Niet begrepen worden (en daarmee om moeten gaan)

“Wer nur der liebe Adorno lässt walten,
der wird den Kapitalismus ein Leben lang behalten”
ofwel “Wie die aardige Adorno gewoon zijn gang laat gaan,
behoudt het kapitalisme zijn leven lang
”.

Deze tekst hadden enkele studenten van de Frankfurter Schule in 1969 op het bord geschreven, waar Adorno college zou gaan geven. Adorno, moet u weten, is de vader van de ‘kritische theorie’ (door Nederlandse bewonderaars toentertijd vaak als ‘kritiese theorie’ geschreven). De kritische theorie was de specialiteit van het Frankfurter Institut für Sozialforschung; de Frankfurter Schule dus. Het instituut was in 1923 opgericht als een marxistische ‘thinktank’, in de verwachting dat de Russische revolutie elk moment kon overslaan naar Duitsland en andere industriestaten. Het was een tijd waarin we nog niet veramerikaniseerd waren en ‘kritiek’ hoger stond aangeschreven dan ‘succes’ of ‘veel cashen‘. Toen die verwachting niet uitkwam, werd het instituut een wereldwijd bekend platform voor linkse economen, psychologen en sociologen. Zij betoogden dat de ideeën van de achttiende-eeuwse Verlichting in hun tegendeel zijn ontaard. Het primaat van het verstand zou immers de Verlichte mens bevrijden van de knechting van religie en ander magisch denken. Ons verstand zou ons waardigheid en kritisch zelfbewustzijn schenken. Echter, omdat aan de uitkomsten van techniek en wetenschap niet mag worden getwijfeld, zijn wij zelf nieuwe mythen geworden. We dragen al doende zelfs bij aan de moorddadigheid en nietsontziende uitbuiting van het kapitalistische systeem.

Het is een uitgangspunt waarvan de inhoud mij heel mijn leven al aanspreekt. Net als de oneliner van Adorno, die op de gevelsteen van het huis waar hij zijn leven lang gewoond heeft (met uitzondering van de tijd dat Adolf Hitler aan de macht was) gebeiteld staat: “Es gibt kein richtiges Leben im Falschen” ofwel “In een wereld zonder moraal is het maken van juiste keuzes onmogelijk”. De maatschappelijke voorwaarden voor het fascisme bestaan immers nog, meende hij, zoals de ‘concentratietendens’ bij het kapitaal, en het maatschappelijk-economisch afglijden van groeperingen die zichzelf nog zien als ‘burgerlijk’ (middenklasse, zou je nu misschien zeggen). Die richten hun frustratie niet tegen het kapitaal, maar tegen groeperingen die kritisch staan tegenover het systeem waarin ze zelf eens ‘status’ bezaten.

Als theoreticus ging Adorno voor in het verzet tegen de kapitalistische consumptiemaatschappij, waarin het streven naar winst alle andere menselijke strevingen overschaduwt. Zijn hoorcolleges waren zo populair dat de toehoorders ook de trappen van de collegezaal en de ruimte rond het spreekgestoelte vulden.

Maar ja, toen kwamen de roerige jaren ’60. De subtiele denker Adorno zag met lede ogen aan hoe ‘zijn’ activistische studenten radicaliseerden en overgingen tot daden. Hij koos welbewust niet voor actie voeren, maar wilde het vermaledijde kapitalisme met het verstand, met de ratio bevechten. ‘Zijn’ studenten namen hem zijn gerichtheid op goed doordenken kwalijk. Toen hij in april 1969 achter het spreekgestoelte had plaatsgenomen, omringden de drie vrouwelijke studenten van de boordtekst aan het begin van dit stukje hem, ontblootten hun borsten en wierpen rozenblaadjes over zijn hoofd. Geschokt door deze ludiek bedoelde actie probeerde Adorno de ‘aanval’ af te weren met zijn aktetas en beende vervolgens de gehoorzaal uit. Hij keerde er nimmer terug. Een half jaar later overleed hij tijdens een wandeling in de bergen van Zwitserland, waarbij hij te veel van zijn hart had gevergd.

Och ja, ik voel me ook wel eens niet begrepen. Laatst nog… Nou, ja, dat hoort hier niet.

Frankfurt am Main kan nu gekarakteriseerd worden door indrukwekkend glanzende glazen banktorens, overvloed voor the have’s en torenhoge huizenprijzen. Het is vermoedelijk een van de weinige plaatsen ter wereld waarin een monument voor geld staat: een 14 meter hoog, blauw euroteken met twaalf gele sterren. Op de AfD stemden er de laatste verkiezingen 9% van de stemgerechtigden.

Bronnen: “Flessenpost uit Duitsland” Profiel van Theodor W. Adorno door Raymond van den Boogaard in de Groene Amsterdammer van 4 maart 2020 en de website van ‘AfD-Fraktion im Frankfurter Römer’ op 11 maart 2020.

Sommige elementen van Adorno’s analyses zijn door de tijd ingehaald. Zo meende hij dat de opkomst van de NPD, De Nationaldemokratische Partei Deutschlands, mede werd veroorzaakt door angst voor het Oostblok, en dat de Duitsers nooit echt hebben gebroken met de ‘identificatie’ met het fascisme, terwijl dat in Italië zo prachtig gelukt zou zijn. Ook zag hij ‘anti-Amerikanisme’ als een belangrijke voedingsbodem voor rechts-radicale gevoelens en hij meende dat de EEG, de voorloper van de Europese Unie, een list was van het kapitaal om de broodnodige collectivisering van de Duitse landbouw tegen te houden. Hij blijkt een broertje dood gehad te hebben aan het Franse ‘existentialisme’, dat mij zo aanspreekt. Het zou het intellectuele klimaat volgens hem hebben vergiftigd en zo de weg vrij gemaakt hebben naar rechts-radicale aanvallen op echte ‘dragers van de geest’, en naar anti-intellectualisme. Jean-Paul Sartre moet ervan hebben opgekeken.

Hoewel de gedachte dat de Europese Unie een list is, mij wel aanspreekt. Ik zou zeggen: zich ontwikkeld heeft tot een list alsof de keuze bestaat uit
of géén enkele samenwerking (of zelfs oorlog)
of een onderlinge samenwerking zoals de aandeelhouders van multinationals, grootbanken en andere grootbedrijven die graag ingevuld zien (met voor de bühne wat ‘linkse’ regelgeving).

Verrassend veel van Adorno’s ideeën laat zich echter nog steeds lezen als commentaar op onze huidige wereld. Zo signaleerde hij dat de rechts-radicalen weliswaar de mond vol hebben van ‘de natie’, maar donders goed weten dat het nationalistische repertoire anachronistisch en versleten is. Adorno wees ook op het door rechts-radicalen met graagte opgeroepen beeld van een soort eindtijd van ‘sociale catastrofe’. Typerend voor rechts-radicalisme was volgens Adorno verder de pretentie dat men spreekt uit naam van een grote aanhang, zo niet namens iedereen, terwijl het in werkelijkheid gaat om een minderheid, of zelfs een verzameling ‘Einzelgänger’, eenlingen. Het rechts-radicalisme, meende Adorno, is geen richting met een werkelijk maatschappelijk programma, maar slechts ‘geniale propaganda’. Zo is er de gewoonte om suggestief te refereren aan ‘dingen die je niet mag zeggen’. Voor de ‘goede verstaander’ is dan bijvoorbeeld duidelijk dat de spreker vindt dat de jodenvervolging onder Hitler sterk wordt overdreven. Adorno heeft vanwege zijn katholieke vader, die van Joodse origine was, onder Hitler de wijk moeten nemen, nadat werken hem onmogelijk gemaakt was. In het verlengde daarvan ligt de gedachte bij rechts-radicalisten dat Duitsland moet ophouden steeds maar excuses aan te bieden voor het verleden en zich daarvoor te schamen. Dit is een wens die de AfD met de NPD gemeen heeft. Wat verder als hedendaagse kritiek op rechts-radicalisme op gaat: met feiten staat het volgens Adorno op gespannen voet. De beweging streeft naar wat hij ‘konkretisme’ noemde: een alternatief geheel van verzonnen, oncontroleerbare stellingen, die als feiten gepresenteerd worden. Het heeft daarom volgens hem weinig zin om het rechts-radicalisme met feitelijke argumenten te bestrijden, en ook moraliseren is vruchteloos, meende hij. Je zou de rechts-radicaal hoogstens kunnen bereiken door hem op zijn concrete belangen te wijzen. Daar zouden we wellicht nog steeds van kunnen leren.

Heeft u ook zo’n wens om te weten?

Degenen die mij een beetje kennen weten wel dat ik ons nieuws ervaar als gemankeerd entertainment. Maar van het wereldnieuws dat ik wèl graag verneem wordt ik vaak ook niet blij.

In zoveel landen blijken zogenaamde minderheden (vrouwen worden ook vaak als een minderheid gezien) rechteloos te worden geknecht of zelfs te worden gemarteld, van huis en land verdreven, verkracht en vermoord.
Tussen zoveel landen worden conflicten met geweld uitgevochten, waarbij moorden en verkrachtingen gewoon zijn.
Dit gaat ook over landen waar wij – met degenen die het er voor het zeggen hebben – handel drijven. Sterker, we hebben een financieel belang bij de knechting van mensen; zouden zij humane arbeidsvoorwaarden krijgen en een eerlijk loon dan zouden de prijzen hier flink stijgen.
Zo gaat het altijd over macht; macht van de ene sociaal-culturele groep mensen over een andere. Macht om de macht te verstevigen of macht ter zelfverrijking of beide.
Net als bij het biologische principe “survival of the fittist” zijn mijns inziens volgens een mondiaal en regionaal geldend sociologisch principe de kwetsbaarste groepen mensen telkens weer het haasje. Overigens, wat betreft zelfverrijking stopt het niet bij het steeds maar weer versterken van de macht over groepen mensen; ook dieren, planten, land en zee moeten er aan geloven wanneer dat voor sommige mensen pecunia of een redeloos prettig gevoel oplevert; naar Hannah Arendt: de banaliteit van het kwaad ongeacht de gevolgen.

Heeft u dat ook?

Het is op mijn zesenzestigste mooi om hier geleefd te hebben. Ik heb gezien hoe onze overzichtelijk gefragmenteerde samenleving, die vol van zat van hypocrisie en taboes, na de vijftiger jaren aan inclusiviteit ging doen; hoe allerlei groepen mensen in Noord-Europa geëmancipeerd raakten; hoe ieder mens hier recht op rechten kreeg. Hoe we daar met elkaar aan wenden, totdat we ons een andere realiteit niet meer konden indenken; de geleerde lessen uit de Tweede Wereldoorlog vergaten. En ik heb gezien hoe daarna het ene na het andere recht aan de meest kwetsbare mensen ontnomen werden; meestal met smoezen.
Nu staan we zelfs op het punt multinationale ondernemingen, die de laatste decennia van onze politici hun macht ongebreideld mochten uitbreiden, met CETA altijd hun verwachte winsten uit te keren; is het niet door omzet, dan wel door een claim op belastinggeld in te dienen. Dit onder de dekmantel van ‘vrije handel’. Een levensstijl die ons welzijn niet of nauwelijks bevordert en waaronder het welzijn van mondiaal de meest kwetsbare mensen teniet doet. En wanneer de claim door een boven de nationale en Europese wetgeving geplaatst Hof toegekend wordt, zullen de kwetsbaarste mensen hier, die zich dagelijks niets vermoedend een mening vormen over alles wat hun televisie hen aanbiedt, zoals altijd de rekening daarvan gepresenteerd krijgen.

En dan nog hebben we het hier goed, vergeleken met de volstrekte rechteloosheid in oorlogsgebieden en daar waar vandaag al dan niet op basis van democratisch gekozen regeringen bevolkingsgroepen planmatig en systematisch uitgeroeid worden. Hier wordt ieder mens door onze overheden meestal nog wel met enig respect behandeld.

We zijn tot het ergst en het mooist denkbare in staat

We hebben het hier relatief goed zonder (goed) geïnformeerd te worden over allerlei werkelijke tendensen over wat mensen elkaar akelig dichtbij en verder weg aan geïnstitutionaliseerd onrecht aandoen. En ik ben nu op een punt aanbeland dat ik misschien begin te begrijpen waarom we tevreden zijn met de weinige informatie die we voorgeschoteld krijgen. Veel mensen zijn immers – net als ik – wars van onrecht; al helemaal van onrecht dat ‘in naam der wet’ gepleegd wordt. Het weten over dit doodgezwegen hedendaags onrecht, over die miljoenen achterblijvers die nergens verhaal kunnen halen, over de miljoenen door overheidsgeweld verminkte geesten die in angst verder moeten leven of zich van het eigen leven moeten beroven, over de miljoenen hongerenden en over de miljoenen vluchtelingen in combinatie met er niets tegen te kunnen beginnen verlamd mij ook wel eens.
Toch weet ik liever dan dat ik onwetend blijf; ook al is dergelijke wetenschap haast niet te hanteren.

Heeft u ook zo’n wens om te weten op het gevaar af er een machteloos gevoel aan over te houden? De wens liever een nutteloze toeschouwer te zijn dan onwetend te blijven over wat er in de wereld gebeurt?

Of bent u bang daar depressief van te worden. Dat zou ik goed begrijpen. Eigenlijk snap ik van mezelf niet goed dat ik ondanks veel van al die nare tendensen te weten ook van zoveel moois om mij heen en tussen mensen kan blijven genieten. We zijn kennelijk tot het ergst denkbare en tot het mooist denkbare in staat.
Is dàt niet van belang om dagelijks te beseffen?

Nieuw in het nieuws

Ons nieuws gaat – naast oranjevrouwen en voetbal – al een tijdje over de brexit, het coronavirus, de grandslam in Australië waar ook buitengewoon veel natuurbranden woeden, hitte heerst en noodweer onder meer overstromingen veroorzaakt, impeachment, Kobe Bryant, vuurwerk en Nederlandse warmterecords. Allemaal natuurlijk belangrijk, hoewel het me niet allemaal interesseert. Maar ik heb steeds het gevoel belangrijker nieuws, dat me ook interesseerd, te missen en kijk dus ook elders; bijvoorbeeld op internet. En soms vind ik wat:

Wist u bijvoorbeeld dat in 2018 in Armenië een geweldloze revolutie heeft plaatsgevonden? Ik niet. Ik las het pas deze week. Geïnspireerd door wat Mahatma Gandhi met zijn zoutmars in India teweeg gebracht had, is Nikol Pashinyan dat jaar ook van huis op stap gegaan. Uiteindelijk heeft hij zo’n beetje in zijn eentje een kwart van de inwoners van de Armeense hoofdstad Jerevan op de been gebracht. Hij eiste met zijn aanzwellende achterban het vertrek van de onrechtmatig aanblijvende president Serzj Sarkisan, uiteindelijk met succes en een democratische verkiezing bracht hem en zijn Alliance-partij op 9 december 2018 met 70% van de stemmen aan de regeringsmacht.

In Burkina Faso, Burundi, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Eritrea, Ethiopië, Noord-Korea, Kenia, Madagaskar en Zambia en rond het Tsjaadmeer (Kameroen, Niger en Nigeria en Tsjaad) zijn bij elkaar ruim 40.000.000 mensen dagelijks in ernstige nood. Zij lijden aan chronische honger, die bij jonge kinderen vaak een groeiachterstand tot gevolg heeft. De oorzaken zijn net als in Australië rampen als droogte, hitte of overstromingen, maar ook nog escalerend of voortdurend oorlogsgeweld en/of ziektes. Of ze zijn op de vlucht geslagen voor dit soort ellende. Geen van deze problemen in genoemde landen krijgt aandacht in onze media. Zij vormen tezamen een toptien van gemist nieuws, las ik.

Mijn vraag is dan waarom we Auschwitz herdenken, maar de hulpelozen van nu negeren? We worden over hun omstandigheden niet eens ingelicht. Zij hebben er toch ook niets aan, net zo min als de Joden, homo’s, krijgsgevangenen, politieke gevangenen, Roma, Sinti en verzetsstrijders van toen, wanneer over 75 jaar hun namen plechtig tijdens een gepaste ceremonie uitgesproken worden?

Bronnen: “Stap voor stap; Revolutie in Armenië” op 8 februari te zien in de Balie (Amsterdam) tijdens het Human Rights Weekend; een bijdrage van Diederik Baazil aan de GroeneAmsterdammer op 29 januari 2020 en “Deze tien crisissen halen de krantenkoppen niet” door Inter Press Service via DeWereldMorgen op 30 januari 2020.

Is er sinds de slag om Troje iets nieuws onder de zon?

Onze samenleving heeft zijn wortels in de oude Griekse beschaving. Dat zijn we wel met elkaar eens. Met die oud-Griekse beschaving zijn we minder bekend, terwijl we er haast alles over zouden kunnen weten.

Neem Odysseus, een belangrijk personage in de Ilias van Homerus; in Homerus’ Odyssee zelfs de hoofdpersoon. Ook andere klassieke dichters, zoals Sophokles, schreven over hem. Odysseus is de koning van het eiland Ithaka, een listige Griekse legeraanvoerder, zelfs de bedenker van de list met het houten paard waardoor na tien jaar de oorlog tegen Troje wordt gewonnen. Daarna zwerft hij voor hij thuiskeert nog eens tien jaar rond over de Middellandse Zee.

Filosofen grepen graag terug op Odysseus, die zij als toonbeeld van doorzettingsvermogen en vernuft zagen. De veelheid aan moorden op baby’s en jonge kinderen in de Odyssee werden vaak verzwegen, net als de vele verkrachtingen die hij pleegde. Dat lieten Lola Bogaert, Sara Haeck en Yinka Kuitenbrouwer hun publiek in het Utrechtse theater Kikker afgelopen dins- en woensdag weten. Zij deden dat in de voorstelling “Drie Griekse verhalen door drie vrouwen in (min of meer) drie kwartier”. Zo zou Odysseus’ vrouw Penelope, voor velen het toonbeeld van geduld en huwelijkstrouw, eerst door hem verkracht zijn, waarna hij haar eerste baby gedood heeft. Van Odysseus wordt zij weer zwanger en schenkt Telemachos het leven. Omdat Odysseus twintig jaar van huis is, voedt zij haar zoon alleen op, terwijl zij list na list bedenkt om andere mannen van het lijf te houden. Odysseus vult zijn huwelijkstrouw aan Penelope anders in: tijdens zijn reizen verkracht hij kinderen en vrouwen en leeft samen met godinnen en vrouwen, waarbij hij met Circe, een tovenares en dochter van de zon, nog drie kinderen krijgt.

Is er iets nieuws onder de zon?” vraag ik mij af, “Kijken we nu anders aan tegen die dubbele moraal voor mannen en vrouwen dan toentertijd? Zijn de verhoudingen tussen mannen en vrouwen inmiddels gelijkwaardig? Laat staan de verhoudingen tussen heteroseksuele mannen en biseksuelen, homo’s, lesbiennes en transgenders?

De boeiende, vernieuwende voorstelling van Lola, Sara en Yinka gaat erover wat er zou gebeuren als de vrouwen uit de oude Griekse verhalen niet langer tevreden zijn met hun bijrol als oorlogsbuit of onderdanige weefster? Wat als ze niet langer machteloos toekijken hoe hun kinderen worden geofferd voor een gunstige wind of van een muurtje worden gegooid? Wat als ze uit hun slachtofferrol kruipen en opkomen voor hun eigen behoeften, verlangens en wensen? Sterker nog: wat als de vrouwen het verloop van het stuk bepalen?

Zelf zou ik het wel weten en u vast ook. Hoe komt het toch dat we er zelden bij stilstaan of de loop van een verhaal voor de anderen dan de hoofdpersonen wel te verkroppen is? Volgens mij is het hoog tijd dat we, en dan met name de niet-mannen met steun van geëmancipeerde wel-mannen, allemaal onze vrijheid vorm gaan geven in onze persoonlijke levens. Hoe zou de samenleving er uit gaan zien wanneer we en masse zouden opkomen voor onze dromen, drijfveren en wensen? Hoe leefbaar zou de wereld voor iedereen worden? Of hoe gewelddadig?

Nou, ja, voordat we over beschaving praten moet eerst die dubbele moraal maar eens om zeep geholpen worden, lijkt me.

Een preciese (met een ‘s’) milieuactivist

Ik ben op pagina 279, bijna aan het eind van Paul Kingsnorth’s “Bekentenissen van een afvallig milieuactivist; een radicaal andere kijk op natuurbescherming”. Ik ben benieuwd naar de laatste twee essays. Een van mijn gedachten, die zich al lezend bij mij ontvouwt, is dat we maar een jaartal in de toekomst moeten kiezen: 2025, 2050, 2075, 2100; de toename van het mensdom in dat jaartal bepalen en onszelf vervolgens opleggen dat we (: de Westerse mens) vanaf dat jaartal alleen nog mogen consumeren op een manier dat onze ecologische voetafdruk gelijk kan zijn met alle andere dan levende mensen. Alleen op die manier, vermoed ik, kunnen we wat we doen ‘beschaving’ blijven noemen; ergens is een grens aan de groei, omdat de aarde niet met ons meegroeit. En als voorhoede van het vergaren en beschermen van geneugten stoppen we daar dus op zeker moment mee en geven de rest van het mensenrijk de gelegenheid om op dezelfde schaal als wij te gaan leven. Dan vervalt het ongelijkheidsmotief om onderling strijd te leveren. Het zal er wel op neerkomen dat we dan direct al moeten consuminderen, maar dat lijkt ons allemaal de toekomst van onze (kinds) kinderen wel waard, toch?

Ik vermoed dat Kingsnorth aan het slot van zijn boeiende bundel een andere kant opgaat.

Overigens herken ik tot nu toe deze van zijn visies op het leven:
· de flexibiliteit, macht en zelfs wijsheid van ongerepte natuur,
· de uiteindelijk onbeduidende rol van mensen op dit alles (niet omdat het onbeduidend is wat we aan chaos en disbalans teweegbrengen, maar gezien de grootsheid van het ondermaanse waar we onze levens slijten; laat staan onze onbeduidende rol binnen het universum),
· de doodlopende kapitalistische weg, die we met ons allen ingeslagen zijn, terwijl we elkaar op de keper beschouwd domweg op de mouw spelden dat we er wel bij varen, want ons welzijn zit in veel minder dan de vergaarde materiële zaken en
· de waanzin van de milieubeweging(en) zich te richten op duurzame energie-opwekking ten koste van ongerepte natuur, waardoor intrinsieke waarden van wat niet-menselijk is over het hoofd gezien worden.
Dit alles is misschien in één zin samen te vatten: ik herken me in zijn opvatting dat we nooit onze wortels moeten verlaten, hoe verleidelijk het luilekkerland, dat we ervoor terug zouden krijgen, ook lijkt.

De man kan schrijven (en zijn vertalers konden het mooi naar makkelijk leesbaar Nederlands omzetten). Naar mijn idee heeft hij als roepende in de woestijn ook wel iets interessants te melden; ik zou iedereen willen aanraden dit boek ook te lezen. Zelf kreeg ik het van een vriendin. Ze wil het van me lenen als ik het uit heb, omdat zij eveneens in de inhoud geïnteresseerd is. Dat lijkt me een goed plan, dus ik lees nu nog even door hoe Kingsnorth zelf zijn essaybundel eindigt.

Maar eerst nog even dit: er zijn altijd Preciesen en Rekkelijken. Kingsnorth beschouw ik als een van de Preciesen binnen de milieu- en natuurbescherming. Vandaar zijn ogenschijnlijke afvalligheid en de ogenschijnlijke spelfout in de titel boven dit stukje.

Hedendaags socialisme

Ook vandaag gaan de debatten voor de goedkeuring van de nieuwe regering van de sociaal-democraten (PSOE) met Unidas Podemos (het samengaan van Podemos met andere linkse partijen) in het Spaanse parlement door. Hieronder staat een deel van de toespraak van Pablo Iglesias, leider van Podemos. Wat mij hierin aanspreekt is hoe hij samenvat hoe een echt sociaal regeringsprogramma eruit kan zien. Ook dat gebeurt vandaag de dag (en zal nergens het mainstream-nieuws halen):

Ik heb een boodschap voor U, mijnheer Casado [voorzitter van de Conservatieve Partij; LV], en voor U, mijnheer Abascal [voorzitter van de extreemrechtse partij Vox; LV], die me zonjuist werd toegezonden op mijn gsm door Rosa Lluch, dochter van Ernest Lluch [Spaans politicus, op 21 november 2000 werd vermoord door de Baskische separatistische organisatie ETA; LV]: “Praat niet in naam van de slachtoffers van het terrorisme. Velen hebben geijverd voor dialoog en verzoening, niet voor haat. Stop er mee onze pijn te gebruiken in uw voordeel.”

Ten eerste een waardering. Als U verlangt de monarchie te verdedigen, vermijdt dan dat de monarchie zich identificeert met U, want als er iets was dat Juan Carlos I weet [de Spaanse koning die door fascistisch dictator Franco kort voor zijn dood werd aangeduid als staatshoofd; LV], waar hij ook vandaan gekomen mag zijn en koning werd door wat hem tot koning maakte, dan is het dat de instelling [van de monarchie; LV] enkel kan overleven door zich van rechts te distantiëren. Wie weet heeft U zich paradoxaal genoeg omgevormd tot de grootste bedreiging voor de monarchie in Spanje. Dat is iets om goed over na te denken.

…dat u tevens de grootste democratische standvastigheid volhoudt

Ik wens een boodschap te zenden aan de mensen die ons beluisteren:

een boodschap aan de vrouwen: de volgende regering zal alle sociale verworvenheden van vrouwen garanderen en ijveren voor nieuwe overwinningen;

een boodschap ook aan de homo’s, lesbiennes, aan heel het collectief van de LGTBQ: de volgende regering zal er voor zorgen dat u vrij kunt beminnen wie u verkiest en dat u uw families kunt organiseren zoals u dat wenst;

ik wens ook een boodschap te zenden aan de migranten: de volgende regering zal de mensenrechten en de waardigheid verdedigen van alle mensen die armoede en oorlogen ontvluchten en gekomen zijn om met ons samen te werken;

een boodschap ook aan onze landgenoten die zich genoodzaakt zagen om economische redenen naar het buitenland te vertrekken: de volgende regering zal ervoor ijveren dat zij die dat wensen naar Spanje kunnen terugkeren;

een boodschap ook aan onze landgenoten, Catalanen, Basken, Andaloesiërs, bewoners van de Canarische eilanden, waar ze ook zijn, dat zij hun territoriale identiteit in vrijheid zullen beleven: de volgende regering zal uw talen, uw instellingen en uw vrijheid verdedigen zodat u zich verbonden kunt voelen met de symbolen van uw keuze;

en tenslotte een boodschap, hooggeachte dames en heren, voor de werkende mensen: de volgende regering zal de materiële voorwaarden voor vrijheid verdedigen. Want, hooggeachte collega’s,
er is géén vrijheid als je het einde van de maand niet haalt,
er is geen vrijheid zonder een systeem van openbare gezondheidszorg, die de basiszorgen en het beste zorgpersoneel verzekert waarvan iedereen gebruik lan maken, zonder beperking door de plaats waar men geboren is;
want er is geen vrijheid zonder openbaar onderwijs en zonder openbare universiteiten, die ervoor zorgen dat iedereen kan studeren zonder beperking door de plaats waar men geboren is.

Pedro [Sánchez, voorzitter van de sociaal-democratische partij PSOE en nieuwe eerste minister; LV], ze gaan ons niet aanvallen voor wat we doen, ze gaan ons aanvallen voor wat we zijn.

Ik vraag u als voorzitter [de regeringsleider wordt als ‘presidente’ aangesproken; LV] twee zaken:
Ten eerste dat u tegenover de onverdraagzamen en de provocateurs die Spanje naar het verleden terug willen sturen een goede toon zal aanhouden.
Ten tweede, dat u tevens de grootste democratische standvastigheid volhoudt.

Dank u.

“Politieke boodschap Pablo Iglesias (Podemos) voor nieuwe Spaanse linkse coalitieregering” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 8 januari 2020

Economische principes zijn bedenksels (die de machtigen machtig houden)

Gisteren lunchte ik met een van mijn twee zonen. Langs mijn neus weg poneerde ik ook voor mijzelf onverwacht de stelling dat het, voor zover het aan mensen ligt, wel goed met ons gaat. Mensen zijn vaak bijzonder vriendelijk en goedwillend naar elkaar, ook naar vreemden; maar helaas drukken teveel rijken en rijke ondernemingen hun stempel op de politiek en dat benadeelt iedereen; al onze ideeën over denken dat we in een democratie leven ten spijt.

De rationalisering van ongelijkheden

En ’s avonds las ik dat Thomas Piketty zijn nieuwste onderzoek gepubliceerd heeft. De verschijning in 2013 van “Le capital au XXIe siècle” sloeg in als een bom. Hij toonde aan hoe sinds 1990 een nieuw soort kapitalisme zorgde voor een spectaculair toegenomen ongelijkheid, waarbij grote fortuinen (verworven door industrieel initiatief of door erfenis, of door combinaties van beide) veel sneller groeiden dan elke andere vorm van inkomen. Onlangs combineerde hij in ‘Capital et Idéologie’ (nog niet vertaald) een zorgvuldige analyse met visionair denkwerk. Hij toont erin aan dat elk economisch systeem een ideologie uitvindt om zichzelf te rechtvaardigen. Dat geldt en gold voor de Romeinse samenleving tot de huidige neoliberale samenlevingen, voor postkoloniale samenlevingen zoals India en voor communistische en postcommunistische landen zoals China en Rusland, voor samenlevingen waarin slavernij wijdverspreid was, zoals Brazilië, Rusland en de Verenigde Staten van Amerika, en voor landen als Iran waar een deel van het sociale en economische leven door de Islam wordt geregeld.

Piketty bespreekt een reeks historische veranderingen in economische stelsels en de manier waarop dit leidde tot nieuwe vormen van economische organisatie en – onvermijdelijk!!! – de rationalisering van ongelijkheden.

In onze geglobaliseerde wereld wordt het ideologische debat over de grenzen waarbinnen bezit verdeeld kan worden steeds scherper

De eerste conclusie in Piketty’s nieuwste onderzoek is dat ongelijkheid effectief geglobaliseerd is en de vorm aanneemt (en aannam) van verschillende “ongelijkheidsregimes”. De tweede conclusie is dat echte vooruitgang nooit het effect is geweest van grote concentraties van rijkdom. Vooruitgang werd daarentegen telkens bereikt door een streven naar gelijkheid en naar toegankelijk onderwijs voor iedereen.

Piketty legt ongelijkheidsregimes uit als telkens weer gestoeld op twee ideologische pijlers: het ene regime voor de verdeling van bezit en een ander voor grenzen aan wie toegang heeft tot bezit en rechten. In de 20ste eeuw vielen oude ongelijkheidsregimes uiteen en werden ze, met name na de Tweede Wereldoorlog, vervangen door een regime waarin herverdeling centraal stond, en waarin de categorie van wie aanspraak kon maken op de vruchten van de vooruitgang verruimd werd. Denk hierbij aan de dekolonisaties, het kiesrecht voor vrouwen en de spectaculaire verbreding van de toegang tot het voortgezet onderwijs. Nu, in een geglobaliseerde wereld, wordt het ideologische debat over de grenzen waarbinnen bezit verdeeld kan worden steeds scherper, omdat in de huidige fase van globalisering, die sinds het einde van de Koude Oorlog en met behulp van het internet z’n gang gaat, het ideologische antwoord slechts een enkele vorm aanneemt: die van “hyperkapitalisme”. En dat zorgt zowat overal op de wereld voor problemen en instabiliteit, want het leidt tot de terugkeer van een samenlevingsmodel dat in de 20ste eeuw stilaan was vervangen: een samenleving waarin de vermogende klasse het voor het zeggen heeft en waarin we opnieuw een vorm van “hyperongelijkheid” kennen die veel van het bereikte in de voorafgaande periode ongedaan maakt.

Fiscaliteit is hèt centrale instrument dat de nodige herverdeling van rijkdom kan bewerkstelligen

Een voorbeeld dat Piketty herhaaldelijk uitwerkt is de Europese Unie met haar politieke antwoord op globalisering, dat noodzakelijk is, maar in feite enkel opereert als een zone van “veralgemeende concurrentie tussen gebieden en mensen en van het vrije verkeer van goederen, kapitaal en werkenden, zonder een poging om gemeenschappelijke instrumenten te ontwikkelen voor een verbeterde sociale en fiscale rechtvaardigheid” (p990). Het regime van bezit ligt vast. De EU is boven alles een vrijhandelszone en bevoordeelt de grote vermogens die de fiscale en sociale concurrentie tussen lidstaten kunnen uitspelen en groot genoeg zijn om correcties hiervan effectief tegen te werken. Goed beleid is binnen de EU beleid dat zich aan de Maastricht-norm voor begrotingstekorten houdt. Dat heeft besparingen en privatiseringen tot gevolg en beschermt en stimuleert fiscaal private ondernemingen en fortuinen.

Individuele EU-lidstaten hebben nauwelijks nog invloed op de belangrijkste economische hefbomen en dus blijft er maar één soort macht over: de macht over de grenzen met migratie, identiteitspolitiek en de morele orde van de samenleving als de drie belangrijkste brandpunten.

Piketty kijkt naar de combinatie van twee parameters: inkomensniveaus en opleidingsniveaus. Wat dat laatste betreft ziet hij een spectaculaire toename van hoger gediplomeerden als een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de periode tussen ruwweg 1950 en 1980 waarin herverdeling het politieke paradigma vormde. Hij onderscheidt ze in “la gauche brahmane” (hoogopgeleid links, de intellectuele en culturele elite) en ‘la droite marchande” (welgesteld rechts, de elite van het geld en het ondernemerschap). Wat die eersten betreft: de sociaaldemocratische partijen zijn de partijen van de “la gauche brahmane” geworden, niet langer die van de arbeiders. In de ruimte tussen de elitaire “gauche brahmane” en de even elitaire “droite marchande” ontstond nog een derde grote politieke macht: populisme, en dan vooral in z’n “sociaal-nativistische” gedaante waarin een xenofoob nationalisme en een agressieve identiteitspolitiek vermengd worden met een reeks sociaaleconomisch herverdelende programmapunten.

Piketty ziet geen heil in dit sociaal-nativisme, maar pleit voor aanpassing van het belastingstelsel. Fiscaliteit is volgens hem (en mij) het centrale instrument dat de nodige herverdeling van rijkdom kan bewerkstelligen door veel progressievere belastingen te heffen, juist ook over de grote fortuinen en het kapitaalverkeer, om op die manier de hyperkapitalistische opeenhoping van geld af te toppen.

De huidige ongelijkheden en het hyperkapitalisme dat daarmee geproduceerd wordt zijn geen wetmatigheden en evenmin een logisch gevolg van eerdere ontwikkelingen

Regeringen zijn de instanties met een programma voor machtsuitoefening. Piketty stelt: “van zodra men verklaart dat er geen geloofwaardig alternatief bestaat voor de huidige sociaaleconomische organisatie en voor de ongelijkheden tussen klassen, is het weinig verbazend dat de hoop op verandering zich richt op een ophemeling van de grenzen en van de identiteit” (p. 1.112). Oftewel: hoe kleiner de te verdelen koek, hoe kleiner men de ruimte maakt waarbinnen de koek verdeeld mag worden. Hij benadrukt voortdurend dat deze ongelijkheden en het hyperkapitalisme, dat daarmee geproduceerd wordt, géén wetmatigheden zijn en evenmin een logisch gevolg van eerdere ontwikkelingen. Het zijn louter ideologische fenomenen, die een economisch en politiek systeem rationaliseren dat de menselijke vooruitgang tegenhoudt. En daar voeg ik modieus – geheel op persoonlijke titel – de door klimaatverandering bedreiging van menselijk leven in veel regio’s op aarde aan toe; Après nous pour les riches, le déluge pour les pauvres.

Thomas Piketty, “Capital et idéologie.” Seuil, Paris, 2019. pp. 1198
ISBN 9782021338041.

Bron “Boekrecensie van Thomas Piketty: “Kapitalisme is een ideologie”” door Jan Blommaert via DeWereldMorgen op 23 december 2019.

Alweer een wolf in schaapskleren gesignaleerd

Het bekt lekker en klinkt geruststellend: Turkije en de Verenigde Staten van Amerika (VS) zijn een staakt-het-vuren overeengekomen. Maar de schijn bedriegt. Wat hiermee in Noord-Syrië gebeurt, is de zoveelste ondermijning van het internationaal recht. Machtige landen beslisten hier onder elkaar hoe ze een politiek probleem zo oplossen dat ze er alleen hun verschillende eigenbelangen mee dienen: gestationeerde kernwapens, het breken van de macht van de Koerden en olie. Daarmee keren Turkije en de VS zich af van het forum dat na de Tweede Wereldoorlog is gecreëerd om “de wereld van de gesel van de oorlog te bevrijden”.

Dit staakt-het-vuren komt er op neer dat Turkije gewoon krijgt wat het met zijn onrechtmatige militaire aanval probeerde te bereiken: een bufferzone en de terugtrekking van de Koerdische Syrian Democratic Forces (SDF) uit die zone.

De SDF zegt dat het daartoe bereid is, maar dan enkel voor een smaller stuk grensgebied tussen Tell Abyad (Gire spi) en Ras al Ayn (Serekaniye); geen 300 km breed, maar 100. Echter, in de zone waar Turkije op aast liggen nagenoeg alle belangrijke Koerdische steden, zoals Kobani en Qamishli. Kobani is maandenlang door de Islamitische Staat belegerd. Honderden Koerdische strijders zijn bij het heroveren van de IS-macht bij die stad omgekomen. Het is daarmee het symbool geworden van de offers, die de bevolking van Noord-Syrië heeft gebracht in de strijd tegen de Islamitische Staat. Ofwel, de aan Turkije beloofde bufferzone is een onmogelijke eis. Het legt een onvoorwaardelijke overgave op van de SDF, de voormalige VS-bondgenoot in de strijd tegen IS.

Ook opvallend aan dit staakt-het-vuren is dat er, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, afspraken zijn gemaakt over de bezetting van een gebied binnen een internationaal onbetwist soeverein land. En dan wordt Turkije ook nog eens voor zijn militaire aanval beloond in plaats van gesanctioneerd, hoewel het gaat om een inbreuk op het internationaal recht.

De enige juiste reactie vanuit dat internationaal recht zou zijn zowel de inhoud als de manier waarop het staakt-het-vuren tot stand is gekomen te verwerpen en het onmiddellijk te pareren met een initiatief van de VN-Veiligheidsraad. Dat zou bijvoorbeeld kunnen bestaan uit de installatie van een VN-macht in een gedemilitariseerde zone waarvoor idealiter werk gemaakt moet worden van een akkoord met alle betrokken partijen. Dus wanneer Turkije zich daar niet bij neerlegt, zou teruggegrepen moeten worden naar sancties, die Turkije treft (en andere partijen die niet meewerken). Ook zou sowieso een onderzoek ingesteld moeten worden naar de mogelijke oorlogsmisdaden, die zijn gepleegd: het bombarderen van burgerdoelen, de verschillende verontrustende berichten over standrechtelijke executies en het mogelijke gebruik van verboden wapens.

Echter, helaas, wie zitten er in die VN-Veiligheidsraad? België, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Polen. Landen dus, die geneigd zijn naar de pijpen van de VS te dansen en die het Syrische conflict in eerste instantie zien als terreurdreiging en vluchtelingenprobleemgebied; niet vanuit de noodzaak om snel werk te maken van een politieke oplossing. Hier trekken allemaal machtige partijen aan de touwtjes, die helemaal niet meer gecharmeerd zijn van het internationaal recht. Ga toch weg, is hun houding. Dat was een utopie uit de vorige eeuw en heeft niets te maken met realistische politiek volgens al deze democratisch gekozen machtshebbers.

Er zit – zo denkend – venijn in de staart van dit stukje, want wie hebben de grote jongens en dat meisje in hun politieke zadels geholpen?

Bron: “Staakt-het-vuren over Noord-Syrië is een miskleun” door Ludo De Brabander van Vrede vzw via DeWereldMorgen op 18 oktober 2019.