Wat verder weg is dan het Journaal bestaat niet

Een stijging van de temperatuur op aarde met 2°C behoorde vroeger tot de rampscenario’s. We zijn het collectief vergeten, maar maken ons liever druk over andere Journaal-items, zoals Bloedluis, een gasexplosie, Iuventa, Kanye West, de oranje leeuwinnen, president Trump, Verstappen jr. enzo.

In Parijs, tijdens COP21, is stijging van de temperatuur op aarde met 2°C in 2015 van rampscenarium een doelstelling geworden. Een geslaagde top, volgens het Journaal van destijds.

Tot nu toe steeg de temperatuur door menselijke activiteiten met 1°C. Dat leidde al tot het afscheuren van gigantische ijsbergen en ijsvlakten en heel veel extreme weerfenomenen. Verbanden legt het Journaal niet, maar afzonderlijke spectaculaire filmpjes worden wèl regelmatig vertoond. Niet getreurd en niet zeuren, het kan nog erger. We kunnen altijd nog verbanden ontkennen of gewoon ontkennen dat er iets zorgelijks gebeurt of, als de kijkcijfers dalen, vertellen we dat we er iets of juist niets aan kunnen veranderen.

Het is makkelijker om de Parijse beloftes te breken dan om multinationals in hun portefeuille te raken.

De wetenschappers, die niet geneigd zijn de gevolgen van menselijk handelen af te wachten, hebben de afgelopen decennia informatie verzameld en hun bevindingen kenbaar gemaakt. Ze zijn daarbij tegengewerkt door onder andere olieproducenten, die klimaat-veranderingontkenners inzetten en hen voor hun bereikte successen rijkelijk beloonden. Die wetenschappers kwamen nog niet eens zo lang geleden in Parijs bij elkaar om wereldwijd hun bevindingen te delen. Vooraf was afgesproken of bedongen dat de prijs van kerosine (luchtvaart) en stookolie (scheepvaart) tijdens de top onbelast zouden blijven. Maar de naties, die achter het daar bereikte klimaatakkoord stonden, deden plechtige zelf-ingevulde beloften.

Deze naties, ook die welke achter het klimaatakkoord zijn blijven staan, maken hun beloften tot nu toe niet waar. In Nederland zijn we lekker stoer 130 km per uur gaan rijden op snelwegen, of door gebrek aan handhaving nog harder. Wat maakt het uit? En heel de Europese Unie, India, Japan, het Verenigde Staten van Amerika van vòòr Donald Trump en haast(?) alle andere mooie beloften-landen komen hun beloften vooralsnog niet na. Japan lijkt in plaats van 26% CO2-uitstoot-vermindering in 2020 hooguit 17% te halen en de VS tijdens Barack Obama 15 tot 19% in plaats van de beloofde 26 tot 28%. Oorzaak? Het is makkelijker om de Parijse beloftes te breken dan om multinationals in hun portefeuille te raken.

Ondertussen stijgt het aantal zichzelf door klimaatverandering dodende boeren in India. De teller staat nu op (meer dan) 59.000 in de afgelopen 30 jaar. Het totaal aantal zelfdodingen onder arme Indiase boeren is overigens sinds 1980 verdubbeld tot 130.000 per jaar. Mislukte oogsten duwen niet alleen arme boeren in diepe armoede, maar leiden ook tot hogere voedselprijzen en treft dus heel veel meer arme Indiërs. En daar zijn er nogal wat van.

Centraal-Amerika blijkt overigens een van de meest kwetsbare regio’s ter wereld voor klimaatverandering. In de Global Climate Risk Index 2017 van German Watch staan Guatemala, Honduras en Nicaragua in de top 10. Door die landen loopt de zogenoemde ‘Droge Corridor’. Honduras voert die rangschikking aan. In de Droge Corridor wonen ruim 10.000.000 mensen, waarvan 60% in armoede. Hiervan leven 3.500.000 mensen in voedselonzekerheid en hebben 2.800.000 mensen voedselhulp nodig.

Gelukkig – voor ons – is de ellende allemaal ver weg en kunnen we hier gewoon roepen dat ze het er allemaal zelf naar gemaakt hebben. En hoezo ‘rampscenarium’? ’t Is toch best lekker dat we niet op vakantie hoeven voor een tropisch zonnetje en tropische buien? En die 130? ’t Is toch harstikke lekker om 25 km lang 130 te mogen, dan weer 100, dan weer 120, dan weer 130 en zo tussen Utrecht en Maastricht 4 minuten eerder onze bestemming te bereiken dan wanneer we heel die 180 km lange weg allemaal 100 km/u zouden rijden?

Bronnen: “Klimaatakkoord van Parijs: mooie beloftes, weinig kans dat ze gehaald worden” door Christophe Callewaert, “Klimaat doet aantal zelfdodingen in India sterk toenemen” door Inter Press Service en “Centraal-Amerika kan droogte in landbouw preciezer voorspellen” eveneens door Inter Press Service; alle drie via DeWereldMorgen op 2 augustus 2017 en “Global Climate Risk Index 2017; Who Suffers Most From Extreme Weather Events? Weather-related Loss Events in 2015 and 1996 to 2015 door Sönke Kreft, David Eckstein and Inga Melchior via German Watch in november 2016.

Voor wie van cijfers en natuur houdt

1.
Terwijl het voor onze ‘evolutionaire voorouders’ 542.000.000 jaar geleden begon, ging het ruim 25.000.000 jaar daarna ‘al’ mis. De helft van alle 588.000 levensvormen stierf toen in korte tijd uit.

2.
445.000.000 jaar geleden ging het weer flink mis toen plotsklaps 42% van alle 1.530.000 levensvormen uitstierf.

3.
380.000.000 jaar geleden ging het ‘geleidelijk’ flink mis toen in een periode van 15.000.000 jaar bijna de helft van alle 1.700.000 levensvormen uitstierf.

4.
325.000.000 jaar geleden stierf nog eens 40% van alle 1.600.000 levensvormen uit.

5.
250.000.000 jaar geleden ging het weer flink mis toen in zo’n 10.000.000 jaar in 3 sprongen ruim 70% van alle 1.235.000 levensvormen uitstierf.

6.
200.000.000 jaar geleden ging het weer flink mis toen in alweer in zo’n 10.000.000 jaar 25% van de 940.000 levensvormen uitstierf.

7.
140.000.000 jaar geleden stierf plots 20% van alle 1.530.000 levensvormen uit.

8.
66.000.000 jaar geleden stierf plots ruim eenderde van alle 3.000.000 levensvormen uit, waaronder de dinosaurussen en mammoets.

9.
36.000.000 jaar geleden stierf nog eens 4% van alle 4.000.000 levensvormen uit. Zo komt het dat we hier nu op de aarde zijn met ruim 5.000.000 levensvormen van algje tot walvis en van aardappel tot olifant.

10.
En mens natuurlijk, want de laatste 3.000.000 jaar zijn ook (oer-)mensen een levensvorm, die op aarde te vinden is. Deze soort heeft een veelzijdige taal, waarmee zij informatie kan doorgeven zelfs zonder bij elkaar te zijn, zelfs nog als ze dood zijn (zie laatste alinea) en zij kan abstract denken. Mensen kunnen zo snel ook informatie doorgeven dat wat aan de ene kant van de aarde gebeurt (een ijsplaat op Antarctica die loslaat) dezelfde dag nog overal op aarde nieuws voor hun soortgenoten kan zijn. Ze weet ook in een evolutionaire seconde beslissende invloed uit te oefenen op het voortbestaan van heel veel andere levensvormen, soms positief en vaak negatief. Om precies te zijn doet zij dat in 24 evolutionaire milliseconden (ongeveer 150 jaar).

Zo ontstond ooit door donder en bliksem een chemische verbinding op aarde, die we ‘gen’ noemen. Iets dat leeft en leven kan doorgeven door zich haast foutloos te delen en weer aan te groeien; een levensvorm met een ‘genoom’ dat door overerving eigenschappen aan een groep chemische verbindingen geeft tussen alle chemische verbindingen die dat zonder genoom doen, zoals helium, methaan, stikstof en water. Een levensvorm tussen de talloze chemische verbindingen van de 94 tot 100 chemische elementen die van oorsprong op aarde voorkwamen, want mensen kunnen ook chemische elementen maken en een enkeling naar de Maan en terug laten vliegen.

Door middel van die genen erft geeft een organisme erfelijke eigenschappen door en daarmee veel van de kenmerken van zijn ouder(s). Veranderingen in het genoom kunnen als gevolg hebben dat nieuwe eigenschappen ontstaan in de nakomelingen van een organisme. Als een nieuwe eigenschap een organisme voordeel biedt zal dit organisme een grotere kans op overleven en op nageslacht hebben. Een zelfde groep organismen heeft voor overleving sowieso baat bij onderling verschillende eigenschappen. Over veel generaties kan zo’n groep zoveel nieuwe eigenschappen verkrijgen dat er een nieuwe levensvorm ontstaat. Zo zijn er in de loop van miljoenen jaren miljoenen levensvormen ontstaan en uitgestorven. Zelfs de oermensen, die ons voorgingen, zijn uitgestorven, deels door toedoen van degenen die indertijd al ons genoom droegen.

11.
Echter, dat we met ruim 5.000.000 verschillende dier- en plantensoorten zijn duurt niet lang meer, wanneer we onze onderling gedeelde wetenschap moeten geloven. Momenteel lopen 41% van alle amfibieën en 26% van alle zoogdieren gevaar om uit te sterven, om maar wat te noemen. Nu is het geen botsing met een andere planeet, maar klimaatverandering, onderlinge concurrentie, overexploitatie, verlies van leefgebied en vervuiling wat het voortbestaan van levensvormen bedreigt. Alle 177 diersoorten, waarvoor gedetailleerde tellingen bestaan, blijken minstens 30% van hun leefgebied te verliezen. Hetzelfde lijkt te gelden voor nog eens 9.000 amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren, wanneer we het bij dieren houden. Voor 4 op de 10 diersoorten zelfs meer dan 80% van hun sinds mensenheugenis historisch leefgebied.

De levensvormen in de tropische regio’s lijken het hardst te worden getroffen. Alle grote zoogdieren daar, om maar een voorbeeld te geven, zijn al meer dan 80% van hun leefgebied kwijt geraakt aan de mens.

11u 59′ 59″
Voor degenen die zich dit huidig uitsterven aantrekken: wij moeten af van overconsumptie, waaronder die van energie en gadgets, en van overbevolking; we zouden er goed aan doen onze ‘ecologische voetafdruk’ te verkleinen. De hele mensenmaatschappij zou de fictie moeten afzweren dat onbegrensde bevolkings- en economische groei mogelijk is op een eindige planeet. Dat is overigens iets waarvoor Adam Smith (1723–1790) ons als grondlegger van het kapitalisme al vertelde en opschreef. Zo waarschuwt hij ons na zijn dood voor een te srekt geloof in wat voor velen werkt. Na je dood soortgenoten waarschuwen; daar kunnen brandnetels (waarschijnlijk) nog niet eens van dromen.

Bronnen: “Oermens Lucy stierf door val uit hoge boom” via NU.nl op 29 augustus 2016 en Wikipedia over ‘Adam Smith’, ‘evolutie (biologie)’, ‘kapitalisme’, ‘liberalisme’, ‘massa extinctie’, ‘periodiek systeem’ en ‘zonnenevel’ en “Zesde grote uitstervingsgolf is al ingezet” door Inter Press Service via DeWereldMorgen; laatste allemaal op 11 en 15 juli 2017.

Het einde van de wetenschap

In een discussie, die ik in De Groene Amsterdammer van deze week las, werd geopperd dat ‘ons dieet’ onze nieuwe religie is. Trends volgen elkaar daarbij in hoog tempo op. De teneur, die ik uit dat artikel haalde, was dat nieuwe diëten te weinig wetenschappelijk onderbouwd zijn. Maar wat is wetenschap nog, vraag ik me dan af.

Sinds 32 jaar is er veel veranderd aan de Nederlandse universiteiten. In die tijd zijn universiteiten in plaats van ‘onafhankelijk onderzoek’ steeds meer ‘Derde geldstroom-onderzoek’ gaan doen. Bedrijven bepalen daardoor de richting van onderzoek, wat wel en niet gepubliceerd wordt en in welke bewoordingen gerapporteerd wordt.

Uit onderzoek van het – in goed Nederlands – “Teaching Lab” van de Onderzoeksredactie van de Groene Amsterdammer blijken verontrustende cijfers. Zo heeft 83% van de hoogleraren nevenfuncties. Van 25% is de lijst van nevenfuncties niet kompleet en 21% van die hoogleraren vermeldt niets over hun werk voor bedrijven. De werkgevende universiteit weet dus niet welke petten hun hoogleraren op hebben. Slechts 30% van de hoogleraren met nevenfuncties zegt onderscheid te maken tussen universitair werk en nevenwerk. Zeker 17% van de hoogleraren met nevenfuncties verdient aan hun bedrijfsactiviteiten meer dan € 25.000 per jaar.

Wanneer wij horen of lezen, zoals in het ‘dieet-artikel bepleit wordt, dat ‘de wetenschap’ iets heeft uitgewezen hebben we geen idee meer of we een wetenschapper horen of een hoogleraar in haar of zijn functie van woordvoerder voor een bedrijf. Die hoogleraar kan dan best in zijn of haar vrije tijd aan een universiteit werken; voor de boodschap betekent het dat die besmet is. De kans blijkt in elk geval groot dat een universitair onderzoeker, die in de media iets vertelt, geldelijk belang heeft bij een bepaalde beeldvorming en/of onderzoeksresultaten. “Wij van Dentaid adviseren Dentaid”.

Melk is inderdaad goed voor elk“, luidde een persbericht dat de Universiteit Wageningen in 2008 de wereld inzond. De onderzoeker, bijzonder hoogleraar zuivelkunde Toon van Hooijdonk, bleek tevens directeur van melkfabrikant Campina.

Academici blijken vaak de uitvoerders te zijn van andermans vragen. De verzakelijking is mede het gevolg van Nederlands overheidsbeleid, dat nadrukkelijk streeft naar sterkere banden tussen het bedrijfsleven en universiteiten. Toegejuicht wordt dat met innovatiesubsidies (ons belastinggeld) de Utrechtse universiteit bijvoorbeeld het private Danone sponsort om patenten te verwerven, zodat andere zuivelfabrikanten de universitair onderzochte methodes niet kunnen gebruiken. Met name het universitair onderzoek moet meer en meer zichzelf financieren door hun resultaten te gelde te maken. Tussen 2000 en 2010 is de eerste geldstroom van de universiteiten – het deel voor onderzoek en onderwijs dat door universiteiten vrij te besteden is – gekrompen van 52 naar 45% van hun budget. Tegelijkertijd groeide de onderzoeksfinanciering door bedrijven, de ‘derde geldstroom’, en bepaalde het rijk dat ook de ‘tweede geldstroom’ – de publieke financiering van onderzoeksprojecten via de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) – voor bijna de helft (rond € 275.000.000 per jaar) moet worden besteed in zogenoemde topsectoren; samenwerkingsverbanden tussen bedrijven, de overheid en universiteiten. Minister van Onderwijs en Wetenschap Jet Bussemaker (PvdA) liet deze kabinetsperiode weten aan te sturen op ‘nog sterkere interactie tussen ­universiteiten en samenleving’. In een brief aan de Tweede Kamer noemde ze het grote aantal nevenwerkzaamheden een uiting van het succes van dit beleid. De richtlijn waarin is opgenomen dat hoogleraren hun werkzaamheden op hun persoonlijke profielpagina’s vermelden, vond ze voldoende. Méér transparantie was voor haar niet nodig…

Het toont volgens mij aan dat het Nederlandse politieke beleid sterk beïnvloed wordt door lobbyisten en dat de overheid geenszins meer zichzelf tot doel stelt om de zwakkeren in de samenleving, degenen die zich bijvoorbeeld afvragen wat wel of niet gegeten kan of moet worden, tegen bedrijfspropaganda te beschermen. Sterker nog, het lijkt mij zo langzaam maar zeker raadzaam zogenaamde wetenschappelijke adviezen in de wind te slaan.

Bron: “Ons dagelijks brood, maar dan wel glutenvrij graag!; Dieet als religie voor ongelovigen” door Sanne Bloemink, “De juiste yoghurt; Onderzoek Danone en de ondernemende overheid” door Karlijn Kuijpers & Casper Thomas en “Ondernemende professoren; Nevenfuncties van hoogleraren leiden tot belangenverstrengeling” door Marcel Metze, Nanouk van Gennip, Adriana Homolova, Sjors Koevoets, Karlijn Kuijpers, Casper Thomas, Betto van Waarden; alle drie in De Groene Amsterdammer van respectievelijk 26 oktober 2016, 2 maart 2016 en 26 november 2014.