Bewustwording

De wereld wordt allengs kleiner en onze knagende vragen worden in gelijke tred groter. Vragen over energietransitie, klimaatcatastrofes, migratie, milieuvervuiling, mensenrechten, onderdrukking, ongelijkheid, de oorlog in Oekraïne en al die andere woedende oorlogen die we al jaren veronachtzamen, zoals in Irak, Jemen, Nagorno-Karabach, Oost-Oekraïne en Syrië, het uitsterven van soorten of onze knagende vragen over verduurzaming. Vragen die, wanneer we er over nadenken, alles te maken hebben met bewustwording van de mensheid. Tegen die achtergrond ben ik optimistisch over de toekomst: het mooiste gaat nog komen.

Om dat optimisme van mij te verklaren, moet ik eerst onze plek in het geheel duidelijk maken: onze betekenis na de oerknal, want verder terugkijken durven of kunnen we niet. Onder alle levensvormen is er slechts eentje, die terugkijkt het heelal in. Die zichzelf in staat stelde door het schrift en later via celluloid en de digitale wereld collectief van elkaar te leren, zelfs wanneer de docent al eeuwen geleden overleden is. Een soort, die met zijn abstracte denken een ruimer bewustzijn ontwikkelde dan wie ook. Onze plek is ons bewustzijn. Onze betekenis de ontwikkeling daarvan.

Met de oerknal ontstond een geheel waar alles om elkaar draait. De knal had de precieze heftigheid dat atomen ontstonden, waarin om de kern elektronen draaien. Atomen konden zo verbindingen met andere atomen aangaan waardoor alle materie ontstond; ons decor en later ook wijzelf. Maar het duurde nog lang voordat er van iets levends sprake was. De aarde draaide jaar na jaar om de zon en de zon hoogstwaarschijnlijk rondom een superzwaar zwart gat, Sagittarius A*. En zo lijkt het ontstane universum vol van sterrenstelsels waarin alles om elkaar heen draait. Na verloop van tijd ontstond er dus leven op aarde. En onder alle nieuwe en al weer uitgestorven levensvormen zijn de nu levende soorten stuk voor stuk winnaars volgens de Darwinistische evolutietheorie; inmiddels gebaseerd op natuurlijke èn onnatuurlijke selectie.

Nu denken wij een stip op de cirkel boven het hoofd van de Vitruvian Man, die Leonardo da Vinci circa 1490 tekende; hij staat boven dit stukje afgebeeld. Zijn lichaam verbindt van boven naar beneden als het ware het geestelijke (het niet materialistische) met het materialistische; de aarde. En hij verbindt met zijn rechterarm het publieke met het private aan zijn linkerarm. En tussen deze zien wij rechtsboven religie, rechtsonder rationaliteit en zakelijkheid, linksonder hedonisme en zintuiglijkheid, en linksboven kunst en spiritualiteit.

En we stellen vast dat deze soort zijn bewustzijn begon met een natuurgodsdienst; gesymboliseerd door de stip op de cirkel boven het hoofd van de Vitruvian Man. Met hun natuurgodsdienst hielden de mensen grip op hun probleem met verandering. Volgen wij de weg van bewustwording van de mensheid, dan draaien we over de cirkel tegen de klok in en zien in het Westerse denken de dominantie van de kerk ontstaan. Maar nadat de kerk zoveel macht kreeg dat zij afdwong de absolute waarheid te verkondigen en menig criticaster op een brandstapel de dood in joeg, werd de tijd rijp voor de verlichting, want bij een teveel van het een, rijpt telkens de tijd voor een vervolgstap. Dat leert de ervaring. De aarde werd niet meer gezien als het middelpunt van alles, maar als een van de draaiende planeten om de zon. Misstanden door kerkelijke leiders werden langzaamaan niet langer getolereerd. Schisma’s en afvalligen volgden. Ons gemeenschappelijk bewustzijn opende zich stap voor stap voor het collectieve, objectieve, publieke, uniforme en het universele.

En er ontstond een nieuwe dominantie van de machtigen en horigheid aan hen lokte verzet uit. Nee, de adel staat niet boven het volk. We moeten gaan leven in vrijheid, gelijkheid en broederschap. Ja, we zijn al bij de Franse Revolutie. Daarna werd de tijd rijp voor een rationeel bewustzijn. Waarmee helaas de weg vrij gemaakt werd naar een volgend teveel aan op rationaliteit en zakelijkheid gebaseerde macht; het streven naar ein Volk, ein Reich, ein Führer. Nadat das Reich und die Führer verslagen waren, ontstond in ons deel van Europa ruimte voor een nieuw bewustzijn: het materialisme, waarmee we aangeland zijn op een stip op de cirkel onder de voeten van Leonardo da Vinci’s Vitruvian Man. Bezit en geld werden doelen op zich, in plaats van middelen om comfortabel te leven. Er volgde een tijd gericht op individueel genot en lust. Nadat in 1989 de muur viel, is dat materialisme in een stroomversnelling geraakt. Alle nutsvoorzieningen moesten geprivatiseerd worden, en de kloof tussen degenen met en zonder bezit nam weer schrikbarend toe. Het einde van de geschiedenis, riep Francis Fukuyama, in de tijd van het diverse, individuele, private, singuliere en het subjectieve. Maar helaas levert het kopen van bijvoorbeeld landbouwgrond of regimeverandering in andere delen van de wereld afgunst, haat en een overmatig gevoel van buitensluiting, in plaats van stabiliteit en vrede, evenals een overal toenemende kloof tussen arm en rijk en een te grote dominantie op het wereldgebeuren van het hyperkapitalistische Amerika.

En daar staan we nu op de cirkel van bewustwording. We weten iets van ons gemeenschappelijk verleden en velen hebben zorgen over de toekomst. Wanneer we ons proces van bewustwording voltooien, waar het toch eigenlijk allemaal om draait, belooft het laatste nieuwe stukje van de cirkel een toekomst met hoofdrollen voor feminisme, kunst, spiritualiteit en voelen. Het meest urgent lijkt me het opnieuw tot stand brengen van een voldoende gedeeld moreel kader; het is de nu ontbrekende kiel die het schip in de storm overeind moet houden.

Overigens gaat het in die cirkel om een genoeg aan het geestelijke en aan het materiële, en een genoeg aan het publieke en aan het private opdat we in broederschap, hetschap, liefde, vriendschap en zusterschap kunnen leven: de balans die iedereen recht doet.

Verder verwijs ik u graag naar de lezing van hoogleraar Geowetenschappen aan de Universiteit Utrecht Klaas van Egmond over ‘Het morele kader van een duurzame samenleving’, op wiens betoog van maandag 14 maart jl. voor de Bilthovense Kring ik mij grotendeels baseerde. U kunt die lezing hier terugzien (na 11 minuten wordt de lezing goed verstaanbaar). Of naar zijn boek “Homo Universalis; moreel kompas voor een nieuwe Europese renaissance” (2019) uitgegeven bij De Geus.

Alles verandert

Alles verandert. ’t Is me wat.

Stond ik als kind snel met mijn zelfgemaakte affiche bij de voordeur wanneer er gebeld werd; om voor het Wereld Natuur Fonds te collecteren. Nu zou dat not done zijn. Ik herinner me van toen dat de vrienden van mijn oudste broer en zus veel gaven, soms àl hun kleingeld, en mijn familie weinig, als ze al wat gaven. Maar wellicht waren het vooral de vrienden van mijn zus, die bij haar een goede beurt wilde maken, die veel gaven. Want sommige dingen veranderen ook weer niet.

Nu lees ik dat gewaarschuwd wordt voor het World Wide Fund for Nature, dat in die tijd World Wildlife Fund Inc. heette. Het zou een strategisch partnerschap hebben ondertekend met de European Landowners Association (ELO), de lobby van Europese grootgrondbezitters, en het Forum for the Future of Agriculture (FFA), dat op haar beurt wordt georganiseerd door de multinational van pesticiden Syngenta. Vandaar dat het voor mij not done zou zijn daarvoor te collecteren. WWF zou ook deelnemen aan allerlei privé-initiatieven, zoals de Roundtable on Responsible Soy (RTRS), de Roundtable on Sustainable Development and Biomaterials (RSB) en de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO). Tenslotte zou WWF ook betrokken zijn bij lobby-organisaties als de Global Alliance for Climate-Smart Agriculture (GACSA) en de International Coalition for Sustainable Aviation (ICSA). WWF incasseert, zo stel ik me dat voor, en grote multinationals stellen zich al doende voor als de nieuwe oplossingen voor duurzame ontwikkeling, hetgeen zij op hun beurt als ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ voorstellen. Zij staan privé-bedrijven en hun aandeelhouders met dit soort partnerschappen toe hun onbegrensde financiële groei te bevorderen zonder rekening te houden met de draagbaarheidsgrenzen van onze planeet. In feite zijn deze activiteiten volgens het EZLN niet bedoeld, en niet in staat iets van een eind te maken aan milieurampen en schendingen van mensenrechten. Het WWF helpt het grote geld alleen met greenwashing.

Het EZLN heeft een traditie van actie tegen lobby-organisaties als ECPA en FEBIAC, tegen multinationals als Bayer-Monsanto en Volkswagen en tegen het neoliberale handelsbeleid van veel Europese Unie-instellingen. Het openbaarde dus afgelopen week dat WWF de natuur beweert te vertegenwoordigen met de afbeelding van een pandabeer en tegelijkertijd bedrijven steunt, die de leefruimte van kwetsbare dieren vernietigen. Tijd voor een nieuw logo, aldus de creatieve geesten bij EZLN, bijvoorbeeld in plaats van die panda een hand die zojuist een zak euro’s ontving.

Zo wordt het ons steeds moeilijker gemaakt om ogenschijnlijk idealistische organisaties een warm hart toe te dragen. We moeten zo langzaam maar zeker eerst financiële jaarverslagen doorpluizen voordat we iets van ons geld overmaken.

Ooo, of ik dat collectegeld werkelijk aan WWF gegeven heb? Jazeker. Het duurde even maar ik verdubbeld het opgehaalde geld met mijn eigen spaarcentjes. Ik ga het ook niet aan WWF terugvragen, in de hoop dat het 50 jaar geleden nog wel deugde.

Bron: EZLN: “WWF belangrijke bondgenoot van de multinationals” door Ensemble Zoologique de Libération de la Nature ofwel het Zoölogisch Ensemble ter Bevrijding van de Natuur / EZLN via DeWereldMorgen op 11 maart 2022.

EZLN nodigt overigens iedereen uit, die wil strijden tegen de verdere onderwerping van de resterende natuur, zich aan te sluiten bij de boerenbewegingen tijdens de manifestatie tegen Forum for the Future of Agriculture op woensdag 15 maart 2022 vanaf 12:30u op de Kunstberg in Brussel.

Amerongen of ons ja-woord

Afgelopen weekend was het eindelijk zover. We wilden die kamer met dat bad, dus we moesten nog een paar weken wachten totdat we er dit weekend terecht konden. Vrijdag meldden we ons rond 10 uur in de verder nog rustige gelagkamer. Onder de koffie werd het plan om de Holle Boomwandeling te gaan doen concreet. Eerst zouden we dan De Eenzame Eik bezoeken, voordat we de Amerongse berg zouden ‘beklimmen’. Voor we aan de wandel gingen, dansten we samen in de verlaten ontbijtruimte op prachtige muziek.

Onderweg zagen we dat huize De Kolibrie aan de Holleweg al een tijdje onbewoond is. Wat een prachtig huis met de naar binnen gegroeide klimop als muurdecoratie en wat een mooi uitzicht vanuit het huis. Het Berghuis, waar we vanwege personeelsgebrek besloten niet op een tweede kop koffie te wachten, lieten we voor wat het was. We liepen via Het Venster op de Betuwe naar De Eenzame Eik, waar we van onze toverdrank proefden met een boterham met kaas. Vanaf de top van de Amerongse Berg wandelden we naar het Egelsmeer om dat grote, verstilde ven van veel kanten te bekijken. Op de zandvlakte met De Boom met de Drie Stammen verlieten we ongewild de route. We hadden geen idee waar we het bos in moesten om ‘het kruispunt met de paarse paal’ te vinden. We kwamen op een terrein met vakantiehuisjes en besloten verbodsboordjes te negeren om over weiden naar het Boshotel Overberg te wandelen. Daar genoten we van het zonnig terras. We moesten lachen om het bordje ‘Natuurwandeling De Holle Boom’ zonder enige aanwijzing waar die wandeling te volgen was. Dus liepen we in een rechte lijn via een doorgesneden grafheuvel terug naar onze kamer met bad. Het was een prachtige, zonnige dag geweest en heel de wandeling leken wij zo’n beetje de enigen die op pad waren, met uitzondering van het gezelschap dat in en rond De Boom met de Drie Stammen hing.

We dineerden in ons hotel en namen een douche voordat we in de nabijgelegen Andrieskerk een mooi en steeds mooier wordend concert opluisterden van De Dwarsfluitklas van het Utrechts Conservatorium. Het zou me niets verbazen wanneer we van dwarsfluitiste Julia Prieto Orti meer gaan horen. Voordat we naar bed gingen genoten we van het ligbad.

De volgende ochtend namen we ruim de tijd voor ons ontbijt. Het beloofde wederom een stralende dag te worden. Waren we gisteren door de uitgestrekte bossen, over heidevelden en weiden gewandeld, vandaag viel de eer te beurt aan de Amerongse Bovenpolder. We begonnen met een bezichtiging vanaf het platform, waar een jong stel eveneens van het uitzicht over het water en de watervogels genoot. We lieten ons bij de Tabaksschuur informeren over de tabaksgeschiedenis van de buurt en namen, alsof we genodigden waren, plaats op het terras van het Kasteel in plaats van de voor ons bedoelde theetuin. We genoten van een bosvruchtengebakje-zoals-een-bosvruchtengebakje-hoort-te-zijn. En omdat we er toch waren, bezichtigden we de Kasteeltuin. Vervolgens maakten we een andere dan de geplande rondwandeling door de Amerongse uiterwaarden af. Omdat we naar de oever van de rivier wilden, moesten we weer over een hek klimmen. We lunchten op een krib met uitzicht over de rivier. We genoten wederom van de vele watervogels en de eerst bloeiende planten. Eenmaal terug op onze kamer besloten we bij het plaatselijke Chinees-Indisch restaurant onze avondmaaltijd op te halen. Die schoven we op een tafeltje tegen het bad aan, om heel de avond van het bad te genieten.

Inmiddels waren we er achter gekomen dat er in de Betuwe twee plaatsen zijn, die met ‘Elst’ aangeduid worden. Het ene, twee kilometer verderop, had wat winkels. Het andere, veertig kilometer verderop, had een Theater dat De Kik heette, en daar zouden we na ons uitgebreid ontbijt het “Literair Café; Montere weemoed II” bezoeken. In dat Elst maakten de prestigieuze beuk op de begraafplaats indruk, net als de consumpties in Het Wapen van Elst. De columnist en schrijver Thomas Verbogt vertelde grappig over zijn hersenspinsels en liedjesschrijver en zangeres Beatrice van der Poel zong met haar warme stem haar licht filosofische liedjes. Teksten, die vaak aanstipten waarover wij dit weekend gesproken hadden, of leek dat nu maar zo? Doordat ik mijn laptop op onze kamer had laten liggen, dineerden we onverwacht nogmaals in dorpshotel Buitenlust. Daar gaven we elkaar, wachtend op ons eten, ons ja-woord. We hadden overigens als avondmaaltijd precies het omgekeerde besteld als de eerste avond. Halverwege de avond kwamen we thuis na een weekend, dat een week aan indrukken achter liet, en waarvan we niet konden bedenken wat we beter anders hadden kunnen doen.

Het huis was koud geworden door onze afwezigheid, maar in bed was al snel warm.

Oorlogspropaganda of genuanceerde nieuwsverstrekking

Als kind werd mij op de Lagere School niets over geopolitiek uitgelegd. Daarom verwonderde ik me erover dat in 1949 de NAVO werd opgericht mèt Duitsland. Dat november 1943 Franklin Roosevelt, Jozef Stalin en Winston Churchill in Teheran afspraken gemaakt hadden hoe de invloedsferen in Europa nà de Tweede Wereldoorlog te verdelen, kon ik niet bedenken. Dat de Russische geallieerden direct na de Tweede Wereldoorlog onze vijand waren, snapte ik evenmin. Kennelijk woonde ik in de invloedsfeer van de Verenigde Staten van Amerika en dat zou de rest van mijn leven mijn denken en mijn levensloop bepalen. Dát begon ik te begrijpen. Dat het Warschaupact zes jaar na de NAVO opgericht werd, viel me op. Net zo goed als dat het na ‘de val van de muur’ in 1991 werd ontbonden, terwijl de NAVO zich uitbreidde tot ver naar het oosten, en in mijn ogen een instrument van de VS bleef en blijft.

Ik was en ben voor een onafhankelijke politieke koers. Hier kan ik dat rustig zeggen; in Rusland zou ik Aleksej Navalny mogen vergezellen, in de VS zou ik nog meer in de gaten gehouden worden. En zodra ik invloed kreeg, zou ik het lot van Julian Assange te delen krijgen.

En nu is Rusland met een enorme legermacht Oekraïne binnen gevallen. En hoewel “in elke oorlog iedereen die voorzichtig is, die naar de argumenten van beide partijen luistert alvorens een standpunt te vormen, of die officiële informatie in twijfel trekt, onmiddellijk wordt beschouwd als medeplichtig aan de vijand”, aldus de Belgische historica Anne Morelli, blijf ik die onafhankelijke meningsvorming nastreven. Ook nu blijft het immers zaak om het juiste te doen. Daarbij helpt het niet Vladimir Poetin te demoniseren, maar juist zoveel als mogelijk in zijn hoofd te kruipen.

Wat ik bijvoorbeeld mis in alle overweldigende eendimensionale propaganda in de Westerse Wereld zijn de eisen, die Poetin ingewilligd wilde zien. De Russische voorstellen waren voor hij die oorlog begon:

  • De NAVO garandeert dat het geen raketten zal stationeren in landen die aan Rusland grenzen (die zijn ondertussen al van Roemenië tot Slovenië opgesteld en in Polen staan ze gepland).
  • De NAVO stopt met militaire en vlootoefeningen in landen en zeeën grenzend aan Rusland.
  • Oekraïne wordt geen lid van de NAVO.
  • Het Westen en Rusland tekenen een bindend Oost-West veiligheidspact.
  • Het historische verdrag tussen de VS en Rusland over atoomwapens voor de middellange afstand wordt in ere hersteld. Dat verdrag heeft de VS onder Donald Trump in 2019 opgeblazen.

Wat mij hierin opvalt, is dat het allemaal gaat om waarborgen van de veiligheid van Rusland. Waarom zouden dat oneigenlijke verlangens zijn en waarom vernemen we hierover niets? De laatste jaren onder Trump is de Koude Oorlog losgetrokken en al snel op stoom geraakt. Alle NAVO landen hebben – ongeacht of zij die verplichting nagekomen zijn – afgesproken 2% van hun bruto binnenlands product aan defensie c.q. oorlogsvoorbereiding te besteden. Kijk naar de kaart van Europa en vul de Westerse horizon van Rusland in: wanneer ik dat doe, zie ik daar een enorme legermacht die braaf naar de pijpen van de VS danst, ook als daar een Trump aan de macht is.

In strijd met het non-proliferatieverdrag van 1968 worden dit jaar de atoomwapens op het Europese vaste land gemoderniseerd. In Volkel zouden dit jaar de nieuwe atoomwapens gestationeerd worden. In het Groot-Brittannië van Boris Johnson wordt de Britse atoommacht dit jaar uitgebreid. Niets verneem ik over deze oorlogsvoorbereidingen, die mijns inziens bijgedragen hebben aan het ontketenen van de afkeurenswaardige oorlog in Oekraïne.

Tenslotte heeft de NAVO in juni van het afgelopen jaar een concept-strategische visie ondertekend, waarin China en Rusland verklaarde vijanden zijn; ‘systemische vijanden’. Dit jaar staat in juni deze conceptvisie ter vastlegging geagendeerd. Kortom, sinds 1945 is er in de Oost-West-verhouding aan onze kant niets veranderd.

De vredesvoorbereiding heeft mede door ons toedoen gefaald, maar over onze rol geen woord in de media.

Voor de minder goede verstaander: uiteraard veroordeel ik als rechtgeaarde pacifist de militaire invasie van Rusland in Oekraïne, maar ik hecht geen enkele waarde aan zwart-wit versies van de actualiteit. Ook niet over deze oorlog. De geopolitieke situatie is buitengewoon complex en veel daarvan haalt ons nieuws niet. Ik vind het altijd al kwalijk dat in de mainstreammedia veel akeligs wordt verzwegen of onderbelicht en dat lijkt vooral voor het akeligs te gelden dat onze bondgenoten of wij zelf plegen. En juist van een verklaarde vijand is het nodig de context te begrijpen met of zonder begrip om ons niet voor het ene of het andere karretje te laten spannen. Oef, wat falen onze media met hun opgegraven strijdbijl hierin.

En wat naar dat dit bijvoorbeeld onze aandacht afleidt van het op 28 februari jl. verschenen zeer verontrustende rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change. En van veel meer onrecht (andere oorlogen, honger, klimaatverandering, andere mensenrechtenschendingen, ongelijkheid) waar we onze handen voor in eigen boezem zouden kunnen steken en vol aan zouden hebben om de gevolgen ervan eindelijk eens recht te zetten. En waarover we zouden kunnen weten wanneer we onze vrijheid zouden gebruiken door er zelf actief naar te zoeken. Dan zijn we veel minder afhankelijk van onze media, die meer aan klantenbinding moeten doen dan aan objectiviteit, voor onze meningsvorming.

Bronnen: “Invasie in Oekraïne: Westerse democratieën zijn gemuteerd tot oorlogs- en conflictpropagandisten” door John Pilger via Jan Reyniers van de vertaaldesk van DeWereldMorgen op 3 maart 2022 en diverse hier eerder verschenen blogs.

Wèèr mislukt

Gewone mensen als u en ik willen geen oorlog. Toch zijn er heel wat oorlogen gaande in de wereld plus, sinds vandaag, die ene in Oekraïne. Het zijn dus niet de gewone mensen, die bepalen wat er gebeurt.

Die andere oorlogen halen het nieuws nauwelijks, terwijl deze op handen zijnde het nieuws al maanden domineert. Precies als andere mensenrechtenschendingen. Er is haast geen aandacht voor behalve natuurlijk wanneer ze begaan worden tot wie al eerder als vijand gezien werd. In China en Rusland is het allemaal heel erg. Dààr worden we wel van doordrongen.

Wat Rusland ertoe bracht Oekraïne nu wel binnen te vallen, zullen we pas veel later te weten komen. Het zal daar bekend zijn dat Westerse landen nu naar het sanctiemiddel zullen grijpen. Daar zijn Alexander De Croo en Mark Rutte duidelijk over geweest. En we mogen hopen dat het bij economische straffen blijft; of juist niet. Wat meer sancties dan waar Rusland aan gewend is na de annexatie van De Krim; een ongekend pakket aan. Dus er is een belang dat Rusland groter acht, dan de gevreesde boycot…

Er moet ook een motief zijn waarom Rusland Oekraïne niet veel eerder binnenviel. Waarom zou Rusland gewacht hebben tot de NAVO troepenversterkingen naar de regio gestuurd had, Westerse landen hun afkeuring en eventuele reacties afgestemd hadden en wapenleveranties aan Oekraïne verstrekt? Of zou de afstemming van Rusland met Belarus en China zo lang geduurd hebben?

Mijn verstand gaat het te boven, en niet alleen door gebrek aan veel informatie om de puzzel te leggen. Wat ik wel meen te mogen constateren is dat we er met elkaar weer niet in geslaagd zijn om ons voor te bereiden op de vrede. Want dat hebben alle mensenrechtenschendingen en oorlogen met elkaar gemeen: ze beschadigen en polariseren, terwijl we ons erop zouden moeten voorbereiden dat we op de aarde vergaand samenwerken om heel de mensheid te voorzien in hun basisbehoeften, waaronder de drie V’s: veiligheid, voedsel en vrede.

Eén dag nadat ik dit blog publiceerde, publiceerde Lode Vanoost via DeWereldMorgen een artikel met gedetailleerde achtergronden bij de uitgebroken oorlog in Oekraïne, die in onze media niet of verwrongen aan bod komen. Dat lezenswaardig artikel van hem is hier te openen.

Jake Sullivan voorziet uitgebreide sancties tegen Rusland voor zijn weigering om Oekraïne op schema binnen te vallen

Net als dat we tijdens de Olympische Spelen met een haast onbespreekbare vanzelfsprekendheid gedwongen worden te focussen op de prestaties van Oranje, worden we op het wereldtoneel haast gedwongen te kiezen voor Nederland en haar bondgenoten. Wat de afgelopen 55 jaar veranderd is, is het raffinement waarmee ons een bepaalde zienswijze opgedrongen wordt. Die 55 jaar baseer ik op Hans van Mierlo, die in 1967 als D66-voorman van zijn PR-team op z’n kop kreeg omdat hij vlak voor een tv-debat naar de kapper geweest was. Daardoor leek hij minder op de D66-voorman op de verkiezingsaffiches. Er is sindsdien veel geleerd hoe ons te beïnvloeden.

Bekend is het nepnieuws van 4 augustus 1964. Op die dag zou de Amerikaanse torpedobootjager USS Maddox op volle zee door vijf Noord-Vietnamese torpedoboten aangevallen zijn. De Verenigde Staten van Amerika wilde de Vietnamoorlog al uitbreiden en dit niet-gebeurde incident werd gebruikt om daarvoor draagvlak te creëren. Wat begon met een vergissing mondde, toen het misverstand inmiddels lang en breed opgehelderd was, uit in een mandaat voor de Amerikaanse president Lyndon Johnson om zonder inspraak van het congres in Vietnam te mogen huishouden. Bekend is ook het verhaal van de couveuses, die door Iraakse soldaten uit Koeweitse ziekenhuizen meegenomen werden, nadat ze de erin liggende baby’s op de grond gegooid hadden. Het 15-jarig meisje Nayirah, dat later ontmaskerd werd als de dochter van de Koeweitse ambassadeur in de VS die tijdens de Iraakse bezetting helemaal niet in Koeweit was, dat dat indrukwekkende verhaal aan het Amerikaanse Congres met alle bijbehorende emoties vertelde, was wekenlang door een Amerikaans PR-bureau getraind. Net als een aantal andere valse getuigen die haar verhaal bevestigden, zodat zelfs Amnesty International er instonk. Met dat verhaal maakte zij de publieke opinie rijp voor de operatie Desert Storm om Koeweit te bevrijden van de Iraakse bezetting. En bekend is het nepnieuws van Colin Powell over de verborgen massavernietigingswapens in Irak, die zo goed verborgen bleken dat ze tot op de dag van vandaag niet gevonden zijn. Maar die met dat verhaal de publieke opinie rijp gemaakt heeft voor de inval in Irak. Minder bekend is het Amerikaanse nepnieuws van gisteren en de afgelopen maanden van secretaris-generaal van de NAVO Jens Stoltenberg, die het risico van een grootscheepse Russische aanval op Oekraïne “zeer, zeer groot” acht. Tegen de Duitse publieke zender ARD zei de NAVO-topman dat alles erop wijst dat zo’n militair offensief ophanden is. Wat dat aangaat kunnen Joe Biden, Alexander De Croo, Boris Johnson en Mark Rutte een koortje oprichten.

Ik zou zeggen: “Wantrouw al wie zich ‘expert’ noemt en ga er vanuit dat zelfs de officiële versie één vertekende kant van het verhaal schetst met weglating van elk element dat dat verhaal enigszins in twijfel zou kunnen trekken”. Vraag jezelf altijd af wat of wie belang zou kunnen hebben bij de strekking van een bericht. Vertrouw alleen genuanceerde berichten met bronvermeldingen, wanneer die bronnen het vertrouwen waard zijn. Het is anders een beetje vermoeiend elke keer naderhand toe te moeten geven dat hele leugens en halve onwaarheden ons rijp gemaakt hebben in te stemmen met het volgende onrecht.

Net als hun Amerikaanse collega’s blijken Belgische en Nederlandse media een aantal basisprincipes van journalistiek niet te kennen of vergeten te zijn. In beide gevallen produceren zij propaganda in plaats van een naar alle kanten kritisch journalistiek bericht. Die principes zijn:

  1.  check elke verklaring;
  2.  verklaringen van ‘anonieme bronnen’ zijn geen bewijs;
  3.  zeggen dat er onweerlegbare bewijzen zijn is geen bewijs;
  4.  zeggen dat onderzoeksrapporten bewijzen leveren is geen bewijs, het is zelfs geen bewijs dat die rapporten bestaan; en
  5.  zeggen dat rapporten vrijgegeven zijn zonder die rapporten te leveren is geen bewijs.

Zoals docent, historica en schrijver Pien van der Hoeven ons op het hart drukt: overheden hebben een lerend vermogen, omdat na elke gebeurtenis de methodiek om met de pers om te gaan geactualiseerd wordt, maar het journaille mist dat lerend vermogen en tuint er elke keer weer in door met de meest invloedrijke winden mee te waaien (vaak om zo snel mogelijk belangrijk of vermakelijk nieuws te brengen).

Bronnen: “‘Russische propaganda’ is alles wat niet 100 procent de NAVO volgt – zoals dit artikel dus” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 18 februari (hier met veel meer interessants over ‘Oekraïne’ te lezen) en “Strategisch Nepnieuws”, Pien van der Hoeven, schrijver van “Spoken. Hoe het kapitalisme ons tot oorlog drijft” in OVT (VPRO) geïnterviewd op 13 februari 2022 en hier te bekijken.

Wat we weten en wat we – laat me niet lachen – denken te weten

Dit stukje gaat over journalistieke verantwoordelijkheid; een heikel onderwerp. Maar wat het nog spannender maakt, zou Rutte zeggen, is dat het feitelijk gaat over het inzicht dat we hebben in de wereld waarin wij leven en waarop we invloed hebben.

Toen de ene na de andere delegatie niet naar de Olympische Winterspelen in Peking zou afreizen vroeg ik mij af of een boycot zou bijdragen aan een vrediger wereld. Zou het ook niet wat laat zijn om pas nadat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) jaren geleden bepaald heeft waar de spelen dit keer plaats vinden en de voorbereidingen getroffen zijn om nu nog onze neuzen voor de spelen op te halen? Is er tussen het IOC-besluit en de spelen iets wezenlijks in China veranderd?

Wat weten wij over …

Ik ben nooit in China geweest, maar las ooit in Vrij Nederland een Terzijde-opmerking van Wubbe: Stel je toch eens voor dat in China geen Chinezen, maar allemaal Duitsers wonen. Ik deed dat en het leek mij beter voor de wereld dat er Chinezen wonen, terwijl ik niets meer tegen Duitsers heb dan tegen de gemiddelde Nederlander. Dit is – zeg maar – een beeld dat ik heb van de werkelijkheid. Zo hebben we allemaal beelden van de werkelijkheid; beelden die veelal gebaseerd zijn op informatie die niet belangeloos aan ons verstrekt is.

Wat weten wij bijvoorbeeld over het racistische pogrom-karakter in het Chinese Urumqi in 2010 (197 doden), de gewelddadige aanslagen in Kunming (40 doden) en op het Tiananmenplein in Beijing? Wat weten wij van het ‘1 miljoen verhaal’? Weten wij dat dat verhaal verzonnen is door het ‘Network of Chinese Human Rights Defenders’, een Chinese oppositiegroep in de Verenigde Staten van Amerika, die met miljoenen dollars van de VS-overheid werkt en in 2018 een rapport opstelde op basis van niet meer dan 8 interviews met Oeigoeren? Weten wij dat de luchtfoto’s van zogenaamde ‘kampen’ gewone appartementscompounds en andere civiele gebouwen blijken te zijn? Weten wij dat de meest iconische foto van het ‘Oeigoerse concentratiekampen narratief’ een foto van een gewone Chinese gevangenis is, die door de Chinese overheid zelf verspreid is? Wat weten wij over de erkenning van de Oeigoerse East Turkestan Islamic Movement (ETIM) als terroristische organisatie; een organisatie die notabene in 2004 door de VS op de lijst van de VN-veiligheidsraad (Sanctiecomité van Al-Qaeda) is geplaatst en in 2020 door president Donald Trump in allerijl van de landelijke lijst is afgehaald. Wat weten wij over de rol van Xinjiang als propagandaluik in de ‘Nieuwe Koude Oorlog’, die onder diezelfde president losgetrokken is? Wat weten wij van het gewelddadige karakter van de radicaal-jihadistische en separatistische groepen in Xinjiang? Wat weten wij van de rol van radicale Oeigoeren bij Al Qaeda in Afghanistan en IS in Irak en Syrië? Weten wij dat de Europese Unie in 2012 ETIM ook op de lijst van terroristische organisaties plaatste? Wat weten wij over de ‘verplichte en vrijwillige programma’s’, die China in 2015 heeft opgezet met een lening van de Wereldbank ($ 50.000.000)? Weten wij dat een inspectiecommissie van de Wereldbank onder druk van de Amerikaanse anti-China-lobby in augustus 2019 aan ‘factfinding’ deed en nadien rapporteerde: “Het onderzoek heeft de aantijgingen niet bevestigd”?

Wij hebben geen inzicht in wat er in de wereld gaande is

Wanneer noemen we terroristische aanslagen ‘verzet’ en de overheidsreactie daarop ‘moorden’? Hoe benoemden wij dat ook weer bij de treinkaping bij De Punt? Was die actie in onze media ook ‘een daad van verzet’? Betrof de daarop volgende beschieting door de Bijzondere Bijstandseenheid (BBE) Krijgsmacht, gevolgd door een bestorming door de BBE Mariniers, gesteund door de Koninklijke Luchtmacht volgens onze media achtvoudige ‘moord’?

Vooral Westerse VS-bondgenoten nemen het ‘genocidediscours’ over en krijgen mede dankzij de welwillende hulp van het World Uyghur Congress (WUC) hun parlementen zover dat er resoluties en zelfs wetten worden goedgekeurd waarin China veroordeeld wordt en sancties opgelegd krijgt. Australië, Canada, Groot-Brittanië, Japan, de VS en Zweden gingen daarin voorop, dankzij het werk van de Inter-Parlementary Alliance on China (IPAC) waarvan de doelstellingen samen te vatten zijn tot ‘inperking van China’, meer in het bijzonder van de Chinese communistische partij.

Nee, veel kwaliteitsmedia ten spijt, wij hebben geen inzicht in wat er in de wereld gaande is en we worden keer op keer misleid vanwege belangen, die op gespannen voet staan met een belangeloze weergave van feiten. Bijvoorbeeld in dit geval dat de NAVO China (en Rusland) juni jl. de oorlog verklaard heeft door deze landen als vijanden, ‘systemische vijanden’, aan te merken. Wellicht ten faveure van het altijd al invloedrijke militair-industrieel complex. Wie gaat mij vertellen waar en door wie de winsten van al dat gedonder worden opgestreken?

Bron: “De helft van de waarheid over de Oeigoeren, is dat journalistiek verantwoord?” door Sauw Tjhoi via DeWereldMorgen op 14 februari 2022.

De wrede afloop weten en toch alles op z’n beloop laten

Guido Gezelle, Eugène Huzar, Mary Shelley & William Wordsworth

Al in 1818 riep de Engelse schrijfster Mary Shelley in ‘Frankenstein, or The Modern Prometheus’ een beeld op van een wereld waarin de mens de controle over zijn eigen creatie zou verliezen. De romantische Engelse dichter William Wordsworth sprak in diezelfde tijd over de industriële revolutie als een ‘misdaad tegen de natuur’, die hierdoor gedwongen werd ‘haar geschonden eer te wreken’. Dichter bij huis waarschuwde de Vlaamse dichter, priester en taalwetenschapper Guido Gezelle halverwege de 19de eeuw voor de ‘ontembare kracht’ van het ‘dampgedrochte’ – de stoomtrein – die ‘blindelings vooruitgeboord / in de zwarte toekomst’ reed. De Parijse advocaat Eugène Huzar, zijn Franse tijdgenoot, benadrukte dat de moderne wetenschap zich nauwelijks of geen rekenschap gaf van de impact van haar uitvindingen. Hij voorzag dat het wel eens slecht zou kunnen aflopen: “Over honderd of tweehonderd jaar, wanneer de wereld doorkruist zal worden met spoorwegen en stoomboten en bedekt zal zijn met fabrieken, zullen we biljoenen kubieke meter koolzuur en koolstofmonoxide uitstoten en aangezien tegen [die tijd; GjH] dan ook de bossen vernietigd zullen zijn, is de kans niet klein dat die honderden biljoenen kubieke meters koolzuur en koolstofmonoxide de harmonie van de wereld zullen verstoren.

Carl Fraas, Justus von Liebig & George Perkins Marsh

Niet alleen apocalyptisch aangelegde dichters, juristen en schrijvers maakten zich zorgen. Diplomaten en wetenschappers, die veel reisden, zagen op steeds meer plekken dat de rampen zich al volop aan het voltrekken waren. De Duitse botanicus en landbouwwetenschapper Carl Fraas stelde in 1847 dat het een illusie was om te denken dat de ecologische schade, die aangericht was door bossen te kappen, ooit hersteld zou kunnen worden, zelfs niet puur economisch. “Op een gerooide plek is het klimaat dusdanig aangetast dat er nooit meer een even rijke vegetatie kan bloeien”, redeneerde hij. Voortbouwend op onder meer Fraas’ werk wees de Amerikaanse diplomaat, politicus en taalkundige George Perkins Marsh in zijn baanbrekende ‘Man and Nature’ (1864) op de onderlinge afhankelijkheid en samenhang van alle levensvormen. Dat was wat we vandaag ‘uitgebalanceerde ecosystemen’ noemen. De mens verstoort die evenwichten systematisch: “Waar hij ook zijn voet zet, verandert hij de harmonieën van de natuur in wanklanken.” Inheemse dieren en groenten roeit hij uit, waarna hij ze vervangt door exoten die voor verstoringen zorgen. Er ontstaat een wanorde, die de mens nauwelijks kan overzien; laat staan terugdraaien. Het was overigens de Duitse chemicus, pionier op het gebied van de toegepaste scheikunde en uitvinder van het kunstmest Justus von Liebig die in die tijd de term ‘roofbouw’ lanceerde, hetgeen uiteraard onder landbouwers opschudding veroorzaakte.

Svante Arrhenius

Aan het begin van de 20ste eeuw dook in Engelse kranten het woord ‘smog’ op, een mengsel van mist en rook dat de steden in donkerte hulde waardoor microben er vrij spel kregen. Ziekten van de luchtwegen werden een kwelling en volgens de medische correspondent van The Observer zat er maar één ding op: ‘stoppen steenkool te gebruiken’. Steeds onomstotelijker kwam vast te staan dat de aarde gevaarlijk aan het opwarmen is en dat dit het gevolg is van de uitstoot van broeikasgassen, zoals dat eind 19de eeuw was begrepen en berekend door de Zweedse natuur- en scheikundige Svante Arrhenius.

Mahatma Gandhi

Een van de grondleggers van de moderne staat India, jurist, politicus en voorstander van actieve geweldloosheid als middel voor revolutie Mahatma Gandhi stelde in 1928 met kenmerkende scherpte: “God verhoede dat India ooit zou gaan industrialiseren zoals het Westen. Als alle driehonderd miljoen inwoners op dezelfde manier zouden overgaan tot economische exploitatie, het zou de wereld kaalvreten zoals sprinkhanen.

De Club van Rome & Rachel Carson

Tot dusver waren het enkelingen die, door wie er in de wereld van economie, politiek en wetenschap wel toe deed, vaak werden weggezet als achterlijk, reactionair of erger en die voor de rest van de mensheid roependen in de woestijn bleven. Dat begon te veranderen in de jaren ’60 toen – onder meer beïnvloed door het opzienbarende boek ‘Silent Spring’ van Rachel Carson (1962) – stilaan ook in krochten van de macht vragen gesteld werden bij de nu blijkbaar niet meer te loochenen vormen van uitputting, vervreemding en vervuiling die de moderne wereld met zich meebracht. Toen in 1972 het rapport ‘De grenzen aan de groei’ werd gepresenteerd had deze beweging eindelijk haar aansprekende stelling te pakken: ‘het sprookje van de immer durende groei waarop de vooruitgangsidee was gestoeld was precies dat: een sprookje. Met dit keer een alternatief slot: en ze leefden nog maar kort en ongelukkig’. Niets minder dan het voortbestaan van de menselijke beschaving bleek immers op het spel te staan.

De Club van Rome

Volgens ‘The Limits to Growth’, zoals de oorspronkelijke versie van het rapport heette, zou de wereld bij ongewijzigd gedrag, ergens in de 21ste eeuw op hardhandige wijze met die grenzen aan de groei geconfronteerd worden: een gebrek aan deugdelijk, onvervuild bouwland, gezonde meren, grondstoffen en gezonde oceanen zou het steeds moeilijker en op termijn zelfs onmogelijk maken om voor de immer toenemende wereldbevolking betaalbaar voedsel en water te verbouwen en vinden; laat staan voor basisdiensten en andere noodzakelijke producten. Een dramatische krimp van de levensstandaard van de overlevende mensen zou het gevolg zijn. Hoewel het rapport vaak als ‘doemdenken’ is weggezet, benadrukten de auteurs meermaals dat de mensheid zichzelf wel degelijk kon redden, wanneer ‘niet langer economische groei, maar evenwicht’ als centraal doel werd. Dàn zouden ingrijpende crisissen en de uiteindelijke ineenstorting van de menselijke samenleving kunnen worden voorkomen. Maar dan moest het roer wel snel om: ‘een duidelijke ombuiging (naar evenwicht) moet gedurende de jaren ’70 worden bereikt’, heette het in de conclusie.

De Club van Rome & Wout Woltz

Dat deze boodschap niet kwam van dichters, langharige hippies of schrijvers maar van gerespecteerde ingewijde burgers en wetenschappers met kennis van zaken*, die samen de zogenaamde ‘Club van Rome’ vormden naar de eerste stad waar zij bijeenkwamen, leek ze onontkoombaar te maken. ‘Het denken van economen, industriëlen, planologen en politici zal zó revolutionair gaan veranderen dat men de verschijning van het officiële rapport van de Club van Rome zonder overdrijving als een klimaatscheiding kan beschouwen’, opperde de Nederlandse journalist Wout Woltz, die in 1972 adjunct-hoofdredacteur van NRC Handelsblad was, ‘Er zullen dan twee soorten opvattingen zijn te onderscheiden: het vóór-Romeinse en het ná-Romeinse denken.’ Nu, 50 jaar later, dringt zich de vraag op in welke van deze tijdsrekeningen we vandaag leven.

Greta Thunberg

In haar geruchtmakende toespraak voor de Verenigde Naties in september 2019 (‘Hoe durven jullie! Jullie hebben mijn dromen en mijn jeugd gestolen met jullie lege woorden’) wees Arrhenius’ achternicht de Zweedse klimaatactiviste en scholier Greta Thunberg erop dat het voor de wetenschap ‘al dertig jaar’ glashelder was dat de opwarming van de aarde volop aan de gang is. Tijdens de klimaatconferentie van Glasgow 2021 (COP26) bleek echter dat weten al zo lang deze klimaatconferenties gehouden worden èèn is, en handelen naar weten iets volstrekt anders. In elk geval wanneer de winstverwachtingen van enkele machtigen naar beneden bijgesteld zouden moeten worden. ‘Dan liever de lucht in met die CO2’ dachten de politieke leiders van de wereld in navolging van de Nederlandse kanonneerbootcommandant Jan van Speijk, die ook zoiets op 5 februari 1831 gezegd zou hebben.

Geert Buelens

Het is een van de wreedste ironieën uit de geschiedenis van de mensheid, schrijft de Vlaamse columnist, dichter, essayist en hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht in zijn nieuwste boek ‘Wat we toen al wisten: de vergeten groene geschiedenis van 1972’: een beschaving, gedreven door geloof in vooruitgang, bleek een permanent gehavende wereld voort te brengen waarin het voortbestaan van sommige soorten – waaronder de mens zelf – in groten getale het loodje leggen en gaan leggen. Hoogmoed pakte in de geschiedenis wel eens vaker rampzalig uit, maar tot nu toe trof het onheil vrijwel altijd tijdgenoten. Dit keer zal ze alle volgende generaties treffen. De koolstofdioxide (CO2) waarmee wij gisteren, vandaag en morgen – door fossiele brandstoffen te delven en als energiebron te gebruiken – de lucht vervuilen zal nog 100.000 jaar in de atmosfeer blijven hangen voor ze weer is opgenomen door gesteenten en sediment.

Bron: “De mens verandert de harmonieën van de natuur in wanklanken; vijftig jaar na het rapport van de Club van Rome” door Geert Buelens via DeGroeneAmsterdammer op 26 januari 2022.

* Wie inzicht wil hebben in de leden van de Club van Rome kan die informatie hier vinden.

Een onverwachte en verbluffende uitval

De Belgische regering heeft vrijdag jl. besloten om het begrotingsbudget voor de militaire uitgaven tegen 2030 te verhogen naar 1,54% van het bbp. De minister van Defensie, Ludivine Dedonder, lid van de Socialistische partij ‘PS’, noemt dat “een historische stap voorwaarts”. Wat daar ‘socialistisch’ aan is, is voor mij een raadsel. Of beter: dat is niet het socialisme dat ik voorsta, want dat staat in het teken van pacifisme. De Nederlandse regering had al een soortgelijk voornemen onder de titel ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ opgenomen. Volgens mij misleidt deze vlag, want het akkoord lezend vroeg ik mij af waarom naar zoveel groepen mensen niet omgezien wordt. Wie valt wel en wie niet onder ‘elkaar’? Doe me een lol, lezer, en lees het zelf ook eens. Het is onder meer te vinden op Rijksoverheid.nl.

Ja, wat moet je doen wanneer er zich net over de grens een legermacht verzamelt? Een defensieve macht op de been houden, lijkt mij altijd belangrijk. In deze wereld blijkt het al te vaak zo te zijn, dat wie zich niet kan verdedigen – enkelen tegen velen, de kleintjes tegen de groten, minderheden tegen meerderheden, zwakken tegen sterken – die loopt de kans onder de voet gelopen te worden. Tom Poes, die volgens heer Ollie B. Bommel bedreven is in het bedenken van listen, zou volgens mij zeggen: “Ga in gesprek! Dat had u al 20 jaar geleden moeten doen, maar nu zeg ik het weer”.

Momenteel worden we allemaal warm gemaakt om de NAVO een warm hart toe te dragen, want het zou duidelijk zijn dat de agressieve krokodil Rusland wakker geworden is en zich voorbereid om zijn stempel op de geschiedenis te gaan drukken. Na het vallen van de muur in 1989 is het Warschaupact ontbonden. De NAVO bleef intact en breidde zich uit met Albanië, Bulgarije, Estland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Noord Macedonië, Montenegro, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. Al deze uitbreidingen zijn in ‘onze’ ogen natuurlijke gevolgen van democratische besluiten van autonome staten. Verder lappen het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Naties van Amerika met het moderniseren en uitbreiden van hun atoomwapen-arsenaal het Non-proliferatieverdrag van 1970 aan hun laarzen. Daar is allemaal niets mis mee, denken wij. Het ontbinden van het Warschaupact is in ‘onze’ geschiedenis niet meer dan een voetnoot. Rusland annexeerde De Krim. Zie hier wie de agressor is.

Tot mijn welkome verrassing deed de Oekraïense president Volodymyr Zelensky deze week een onverwachte en verbluffende uitval, toen hij zei dat de huidige problemen van zijn land uit het Westen komen in plaats van uit het Oosten. De angst voor een dreigende oorlog is gebaseerd op nieuwsberichten dat Rusland troepen heeft aan de grens die het met het land deelt. “Maar”, zei Zelensky tegen het bijeengekomen journaille, “dit is niet ongebruikelijk. Een jaar geleden is er een soortgelijke concentratie van soldaten geweest. De werkelijkheid is dat het dreigingsniveau niet is veranderd. Bovendien is de echte bedreiging voor Oekraïne niet Rusland, maar de ‘destabilisatie van de situatie in het land’. De oorzaak van alle paniek is de pers zelf”. Correspondenten op de persconferentie waren met stomheid geslagen. Sarah Rainsford van de BBC noemde het gebeuren ‘een enigszins surrealistische ontmoeting’.

Wie na het lezen van ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ nog wat tijd heeft, adviseer ik in elk geval de eerste bronvermelding er ook eens op na te slaan. Tenminste, voor wie – gebaseerd op verifieerbare bronnen – wil weten wat er gaande is. Immers, de vragen moeten zijn wat de plannen zijn van de NAVO en Rusland (volgens een ook al lezenswaard in juni jl. verschenen rapport ‘NATO’s next Strategic Concept for the summit in 2022’ en in Rusland door ons daar eens buiten de stemming makende mainsteammedia om in te verdiepen), en welke troepen zich waar aan de grenzen tussen Oost en West verzameld hebben? Van de NAVO weten we dat het Rusland (en China) beschouwd als ‘systemische vijand’. Dat is iets anders dan een in de gaten te houden goede buur, handelspartner of vriend. Wie bedreigt wie, waar en waarmee?

En onze premier is ondertussen met zijn minister van Buitenlandse Zaken en stoere taal wel in Oekraïne, maar zij reizen niet door naar Rusland… De zoveelste gemiste kans. Bedreigingen, herbewapening, wellicht een nieuwe wapenwedloop, en verklaard vijandschap zijn tot het (net niet) fout gaat zijn ons deel. Wat waren onze kerst- en nieuwjaarswensen een maand geleden ook alweer?

Bronnen: “Pers verbijsterd omdat Oekraïense president met de vinger naar het Westen wijst” door Nury Vittachi en “Regering beslist om militaire uitgaven op te trekken met 14 miljard” door Ludo De Brabander; beide via DeWereldMorgen op 2 februari 2022 (2.2.22).

Zelfinzicht

Er is hier veel veranderd. Het uitzicht bijvoorbeeld. Vroeger was hier heide met jeneverbessen en hier en daar een boom. Nu is het hier zo te zien een bos geworden. De wind lijkt mij vaker zwoel dan vroeger. En overdag is het veel drukker dan in mijn beginjaren. Overdag geniet ik van het lawaai en andere reuring. Ik geniet ervan als mijn stam gebruikt wordt als rugleuning of als plaspaal. Uit sommige blikken van bewondering maak ik op dat er weinig zijn zoals ik. Door de bomen om me heen heb ik van de wind nog maar weinig te duchten, terwijl de stormen me vroeger soms deden kraken en ik blij was met mijn gezonde wortelstelsel, al stelde dat toen achteraf niet veel voor. Ja, je wilt niet weten wat ik allemaal al meegemaakt heb. Dat ga ik ook niet memoreren, want dat zou een saai verhaal zijn, dat iedereen die op deze plek leeft zou kunnen vertellen. Ik ga met u het gewichtige delen welke inzichten ik opdeed.

Ik ben mijn wortels. Zij zijn helemaal een met de aarde, die afgezien van het voorjaar na 147 winters geleden nooit beroerd is. Ik weet niet wat die mensen toen bezielde, maar fijn was het niet. Ik heb, zover ik zien kan, de meest robuuste wortels van iedereen hier. Ik ben dan ook een van de oudste. Of die andere twee eiken verderop nog op hun plek staan, kan ik door alle bomen om me heen niet goed meer zien. Die vierde is inmiddels 106 winters weg, dat heb ik nog gezien. Grappig, ooit, toen het hier nog heide was, waren wij de jongste en ik de jongste van ons. Of in elk geval de kleinste. We werden niet gezien en later gedoogd, maar niet bewonderd. We waren, of laat ik voor mezelf spreken: ik was. Niets meer en niets minder. Toch een uiterst bijzondere kwaliteit. Af en toe bewonderd worden kwam pas de latere jaren, ruim nadat ik begon de winters te tellen. En nu zijn wij hier, of ik in elk geval, een van de oudste. Ik ben in elk geval 352 winters oud. Ik schat mijzelf op zo’n 400 winters, maar het kunnen er ook 450 zijn. Daarvoor is inwendig onderzoek nodig; dat kan ik zelf niet, maar u kunt het in een mum van een tijd zien wanneer ouderdom mij eens vloert. Ik ben mijn wortels. Mijn levenservaring, mijn opgedane kennis en zo langzaam maar zeker ook mijn ontwikkelde wijsheid. Mijn geïncarneerde dierbaren, mijn lucht, mijn voeding, mijn water. Ik ben.

Ik ben ‘mij’ met mijn stam en kruin. Het zichtbare deel van mij in de wereld. Het meest kwetsbaar ook, met name mijn schors rond mijn stam. Naarmate dichter bij de bodem, neemt die kwetsbaarheid toe. Dagelijks vecht ik tegen parasieten; zeker daar. Ik vrees juist daar beschadiging door kettingzagen, kapmessen, klauwen of klievende tanden. Tegen dergelijk geweld ben ik weerloos. In al die jaren is er nooit veel misgegaan. Maar daar waar u mij zonder van de grond te komen kunt aanraken zit mijn meest zwakke plek, terwijl mijn takken een veel dunner schors hebben. Echter, van eekhoorns en vlaamse gaaien word ik blij, net als van bosmuizen. Die zorgen voor mijn nageslacht. Wat daarvan in al die tijd is terecht gekomen, geen idee. Daarvoor gebruik ik mijn fantasie. Ook andere knaagdieren en vogels zijn welkom in mijn kruin, want ik ben ‘mij’ pas in relatie met anderen.

Ik ben natuurlijk pas totaal ik, wanneer ik mij ervaar met mijn ouders. Mijn ouders, in wie heel mijn evolutionaire geschiedenis besloten lag. Ja, mijn ouders. Wat zal ik vertellen? Mijn vader beschermde me niet, maar het was een lieve schat, die het ook niet wist. Of zijn wortels in goede grond stonden, zoals de mijne bij toeval wel, dat betwijfel ik. In mijn lange leven heb ik altijd begrepen dat ik voor bescherming afhankelijk ben van mijzelf en het toeval. En van anderen om mij heen en dan vooral degenen die kunnen wat ik niet kan. Zij die gevaren zien aankomen, die ik niet zie, en zij die me aansporen alvast een tegenmaatregel te nemen voor als ik wat te duchten krijg. Mijn moeder, die me toen het er op aankwam voorzag van alles wat ik nodig had, en mij later neurotisch wilde steunen, maar zelf ondertussen helemaal de weg kwijt was. Zij was om te overleven meer met haar eigen angsten in de weer dan met mijn problemen. Probleempjes, bij nader inzien. Met alle respect voor mijn ouders, zij mogen mij mijn gang laten gaan en zich nu met hun eigen interesses bezig houden. Ik ben duidelijk een kind van mijn ouders, want ik heb ook dat lieve, veel begrip – soms zoveel dat het me verward en ik om uit te waaien naar een flinke wind ga verlangen – en ik heb dat zorgzame van mijn ouders. Een verschil met mijn goede ouders is dat ik een andere weg gegaan ben, maar ik sta dan ook in de beste grond, die ik mij denken kan. Misschien heb ik mijn beide ouders wel overtroffen. En mocht dat zo zijn, dan is dat niet mijn prestatie, maar een verdienste van mijn mogelijkheden, die zij mij grotendeels meegegeven hebben; kansen die ik gegrepen heb. Dat dan weer wel.

Waar ik kan, adviseer ik of help ik uit dromen. Of ik sta wat van mijn voedselrijke wortelsappen af. Het maakt mij sinds 126 winters nog maar weinig uit wat ze met mijn bemoeienis doen. Waar ik bijkan, ben ik graag behulpzaam, maar nu ik wat ouder ben, en getekend door de tijd, zorg ik vooral altijd goed voor mijzelf. Ik wil genieten en waar mogelijk bijdragen aan het genieten van anderen, zelfs van herten en reeën wanneer die zich aan mijn bast willen schuren; zolang ze mijn schors maar niet gaan opeten.

En het laatst wat zo’n belangrijk inzicht voor mij geweest is, ik laat me geen rad meer voor ogen draaien. Nou ja, dat probeer ik. Door de woorden en het doen van anderen en mijzelf, leg ik mijn oor te luister naar mijn en hun noden. Die staan nog wel eens op gespannen voet met elkaar. De ander mag mij kennen via mijn openhartigheid. Ik wens de ander te kennen door haar of zijn onomwonden relaas. Dat dat niet altijd, zoals mijn vader dat wenste, in harmonie kan, begrijp ik al sinds 185 winters al te goed. Maar ieder met goede bedoelingen, moet in het volle licht kunnen staan en mededelen wat van belang is. Communiceren is een kunde.

Dus wanneer u mij iets te zeggen heeft, kom, klop mij wakker en ik luister als geen ander. Ook naar wat u niet vertellen kunt, maar feitelijk aan mij kwijt wilt, zal ik luisteren. En alles blijft onder ons. Meestal, zo leert mijn ervaring, is dat liefde. En liefde heeft veel gedaanten, tot haat en wraakzucht aan toe.

Genoeg gesproken. Dit lijkt mij wel zo’n beetje mijn verhaal. Ik verenig mij zo direct weer met mijn wortels, want alles om me heen lijkt veilig. Heerlijk, de geborgenheid van mijn omgeving te koesteren, zodat ik met volle aandacht kan doen wat ik zo ongelooflijk graag doe: leven.

Zonder woorden kon ik u dit meest intieme van mij niet vertellen, maar – toch nog èèn inzicht – het gaat niet om de zo zorgvuldig mogelijk gekozen woorden. Woorden verduidelijken, maar kunnen ook bedriegen. Het gaat erom wie ik ben en wie u bent. Dat lukt soms een klein beetje met woorden. U zou mij een plezier doen me nu hartstochtelijk te omhelzen, vanuit uw liefde. Vervolg daarna de weg, die de uwe is. Ik blijf hier. Fijn, wanneer u iets met mijn verhaal kunt en zo niet, laat dan wat ik met u deelde los. Er is tijd in overvloed. Ik maak mij alweer klaar voor de komende lente. Mijn takken gaan dan in het frisse groen. Mmmm, heerlijk.