Over zon en regen

Binnen een week is het zover. Dan wordt Donald Trump officieel wereldleider. Zo heeft de bevolking van de Verenigde Staten van Amerika bepaald, geholpen door hun kieswet. Eindelijk wordt deze 45ste Amerikaanse president geen traditionele president, die het fundamentele leidende principe van het Amerikaans presidentschap trouw zal uitvoeren: in standhouden van de economische en militaire overmacht over de rest van de wereld en het vrijwaren van de overmacht van grote bedrijven op de economie in eigen land. Eindelijk een ‘ongeleid projectiel’.

Van een Bernie Sanders had ik een goede invloed op de wereld en de burgers van de Verenigde Staten van Amerika verwacht, en ik ben er nog steeds niet rouwig om dat Hillary Clinton niet als Amerikaans president verkozen is. Met haar op die plek zou het op een andere manier ernstig fout gegaan zijn in de wereld, is mijn inschatting. Haar kijk op de wereld, het bekende beleid dat ooit door Ronald Reagan als 40ste Amerikaanse president ingezet werd, heeft genoeg slachtoffers gemaakt. Ook in Europese landen holt dat beleid al 4 decennia onze samenlevingen sociaal uit, waarbij overheden hun belangrijkste plicht verzaken: kwetsbaren beschermen tegen degenen met macht.

De jaren ’30 en ’40 hebben op Europese bodem de maatschappelijke wetten, die nu procesmatig dominant worden, blootgelegd. Dus, zou ik tot een minderheid behoren èn in de Verenigde Staten van Amerika wonen, dan werd het nu tijd om naar een buitenland te emigreren. Ook al zou ik tot een minderheid behoren die kwantitatief een meerderheid vormt.

Op orde volgt chaos en op chaos volgt orde. Misschien heeft de wereld een Trumpiaanse president nodig om de bevolking weer politiek bewust te krijgen en zich een beetje inzicht te verschaffen op de misdrijven die overal op de wereld in hun en onze politieke naam gepleegd worden. Tussen de jaren ’50 en ’80 bleek ook dat na complete chaos eventjes 3 ordelijke decennia aanbraken.

Na regen komt zonneschijn en na zonneschijn… juist.

Een man met Korsakov*

De eerste keer dat ik hem in oktober uitgebreider sprak, vroeg hij of ik interesse had in zijn ondernemingsplan. Daarop liet hij mij 3 velletjes zien met een vet, minstens driemaal groter lettertype dan gebruikelijk. Op elk velletje las ik 2 à 3 regels. Hij ging Jaquars verhuren met of zonder hem als chauffeur. Hij had alleen nog geldschieters en klanten nodig. De eersten om 3 verschillende Jaquars te kopen en de laatsten om inkomsten te genereren. Zijn droom zou volgende week al in vervulling kunnen gaan, want de banken toonden interesse in zijn plan.

De volgende keer had hij een paard gekocht en een nieuw businessplan ontwikkeld: Hij zou hele dagen vanuit huis gaan telefoneren, waarmee hij flink geld zou gaan verdienen. Die keer vertelde hij ook in 3 huizen te wonen. Dus dat geld was hard nodig. Hoewel, de was zou zijn moeder blijven doen. Last but not least zou zijn accountant hem binnenkort trakteren op een diner.

Daarna, het was inmiddels half november, zou hij komend voorjaar een vriend gaan helpen met de verhuur van zomerhuisjes. Hij was wat zakelijker dan die vriend, legde hij mij uit, dus die vriend had zijn hulp hard nodig. Hij zou zijn diensten aanbieden tegen een vriendenprijs, te weten reiskosten, kost en inwoning.

Na enige tijd kreeg ik een enthousiast telefoontje van hem. Hij had een nieuwe keuken gekocht, waardoor zijn ‘voor de helft onder water staande huis’ nog slechts voor 10% ‘onder water zou staan’. En dat was niet het enige goede nieuws. Hij had ook een Peugeot gekocht en zou voor Uber gaan rijden.

Pak me dan, als je kan, je kan me toch niet krijgen

Weer wat later kreeg ik de vraag hem bijna € 600 voor te schieten voor een 4de huis. Het leek mij geen verantwoorde investering van mijn geld en ik werkte aan dat nieuwe project niet mee.

Weer later kreeg ik een sms-je dat hij ergens in Frankrijk met honger naast zijn Peugeot stond. Het was avond en hij had heel de dag slechts één broodje gegeten. En dat kwam allemaal doordat ik niet meewerkte.

Vervolgens kondigde hij begin december aan terstond uit mijn leven te verdwijnen, omdat hij toch niets aan mij had. Hij had duidelijk teveel gedronken en hij was woedend op me. Als in een slecht toneelstuk zei hij nooit meer met mij te willen praten; en ging vervolgens nog zeker een half uur door met tegen me aan te praten. Nou ja, praten? Hij nam geen afscheid en trok de deur zachtjes achter zich dicht.

Daarna bedreigde hij mij een keer. Nu hij toch “nooit meer” met mij wilde praten heb ik hem toen direct maar geblokkeerd. Het waren overigens geen enge bedreigingen, want ik ken hem deze 10 weken als een goed-bedoelende man met een vriendelijk karakter. Nee, het waren kinderlijke intimidaties en uitdagingen van het niveau ‘Pak me dan, als je kan, je kan me toch niet krijgen’. In mijn beleving niet passend bij zijn 54 jaar.

Overigens ontmoette ik deze man als privé-persoon en niet vanuit mijn coachingbureau.

___________________________
* Het Syndroom van Korsakov is een ziektebeeld met een combinatie van ziekten in de spijsverteringsorganen van mond tot lever en alvleesklier en psychische problemen, zoals een specifiek geheugenverlies en gedragsstoornissen. Veelal zitten mensen ‘met Korsakov’ tot hun nek in maatschappelijke en sociale problemen. Het syndroom wordt veroorzaakt door alcoholmisbruik en een tekort aan vitamine B1, hetgeen met alcoholmisbruik kan samenhangen. Over het algemeen zijn de toekomstperspectieven voor een Korsakovpatiënt weinig rooskleurig, hetgeen vaak leidt tot ontkenning van hun problemen en weer nieuwe psychische problemen.

Bron: “Het syndroom van Korsakov” (2004) door Klaas Arts, uitgegeven door De Gelderse roos in Wolfheze.

Een goed nieuwjaar voor ieder

In 1974 ging ik regelmatig naar een schietbaan; meestal bij het Drentse Assen. Dat deed ik niet alleen omdat ik dat leuk vond. Ik had er zelfs weinig over te zeggen wanneer ik ging. Ik bracht mijn bezoekjes aan de schietbaan samen met een bataljon dienstplichtigen, waarvan ik er ook een was. Dat schieten ging me goed af. Totdat ik niet meer op een roos moest richten, maar op iets wat een mens moest voorstellen. Dan zorgde ik ervoor dat ik dat figuur niet raakte en richtte gewoon op iets in de achtergrond. Ik ‘vermenselijkte’ dat figuur en wilde ‘zijn’ ‘letsel’ niet op mijn geweten hebben.

‘Ontmenselijking’ is een term die we tegenwoordig regelmatig via media horen. Wanneer we goed luisteren. Dat is het tegenovergestelde van wat ik in Assen deed. Degenen die het in “Islamitische Staat” voor het zeggen hebben ‘ontmenselijken’ andersdenkenden waarna hun beulen hen gruwelijk kunnen behandelen wat ze naar verluid dan ook doen. Echter, wij ontmenselijken hier ook wanneer we iemand verwarren met zijn of haar ideeën, gewoonten of godsdienst. We zien dan niet meer de mens, maar een geminachte vreemde zonder onze ogen en oren te gebruiken. We zien die man of vrouw alleen zoals wij haar of hem kunnen en vooral willen zien. Helaas is dit geen nieuw verschijnsel in de geschiedenis van de mensheid. Wat wel nieuw is, is dat de wreedheden nu vaak online geëtaleerd en via media en sociale media eindeloos herhaald worden.

De Groene Amsterdammer behandelde ruim anderhalf jaar geleden in drie artikelen de Armeense genocide waarin bijna het gehele Armeense volk is uitgeroeid. Ik werd er misselijk van toen ik daarover las. Tijdens de Holocaust – ons iets beter bekend – werden tussen de 5 en 6.000.000 Joden vermoord, evenals ongeveer 5.000.000 Bulgaren, dissidenten, homoseksuelen, Jehova’s getuigen, gehandicapten, krijgsgevangenen, Polen, Tsjechen, Roma, Russen en verzetsstrijders. Er werden door de Duitsers en Japanners diverse methoden toegepast om de ‘untermenschen’ te vermoorden. De gaskamers en het zich dood laten werken zijn de twee meest bekende manieren. Echter, voor de ongekende wreedheden toegepast werden, werden hun slachtoffers eerst ontmenselijkt. De Bulgaar werd een onbetekenende niet-Duitser, de dissident werd een verachtelijke verrader, enzovoort.

Na de gruwel, die deze 11 tot 12.000.000 mensen aangedaan is, plus al degenen die weliswaar niet overleden zijn maar juist zonder hun dierbaren verder moesten leven ofwel getraumatiseerd uit de Tweede Wereldoorlog kwamen, was de tijd rijp de rechten van de mens internationaal te formuleren. Dat gebeurde uiteindelijk in 1948. Ze omvatten rechten waarop iedereen aanspraak kan maken, ongeacht geslacht, herkomst, nationaliteit, overtuiging, wettelijke status of andere kenmerken. Voorbeelden zijn ‘het recht op bescherming tegen marteling’, ‘het recht op leven’, ‘het recht op vrije meningsuiting’ en ‘het zelfbeschikkingsrecht’.

In deze wereld, waarin mensen zelfs opkomen voor dierenrechten, is het om moedeloos te worden van wat mensen elkaar tot op de dag van vandaag fysiek, sociaal en virtueel aandoen. Zo is het ook hoopgevend hoe mensen met elkaar samenwerken aan ethisch verantwoorde doelen. Laat ik dat hier direct erbij vermelden.

Met dat schieten van mij is het later overigens nooit meer goed gekomen. Ik heb zelfs in het leger geen prettige verhouding met geweld ontwikkeld. Al heb ik op een kermis nog wel eens een reuze grote beer voor mijn kinderen met een schot-in-de-roos gewonnen.

Voor wie interesse heeft, hier is een korte versie van die Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) te vinden, met een link naar de volledige. Ik wens u allen een gelukkig nieuw jaar.

Deze blog verscheen eerder op 12 juni 2015 via de voorloper van deze website.

Kaartje

Vandaag vond ik een klein kaartje in mijn brievenbus. Het kan er al een tijdje in gelegen hebben. Zo klein was het. Het kwam van een zoon van me en zijn huisgenote. Er stond een wens op, die ik graag met al mijn lezers en niet-lezers deel:

MERRY EVERYTHING AND A HAPPY ALWAYS

Twee heren op leeftijd

Er zijn veel mooiere plekken in Utrecht, maar regelmatig wandel ik rond 8 uur vanaf het Vreeburg, tegenwoordig Vredenburgplein, Hoog Catharijne binnen. En wanneer men iets op vaste tijden doet, ontdekt men andere mensen die daar ook op dat moment zijn. Twee oudere heren, daarover gaat dit stukje. De een bedrijvig en morsig, de ander bebrild, lang en vriendelijk ogend.

Zij waren rond die tijd steeds in druk gesprek aan tafels in het Godebaldkwartier of stonden daar, de een druk gebarend, of waren onderweg richting Vredenburg; tegenwoordig Vredenburgplein. Altijd in druk gesprek. Ik begon hen te groeten en zij mij. Ik houd wel van zulke mannen en moet mij inhouden hier niet ‘mannetjes’ te schrijven.

Altijd waren ze daar, zoals de schoonmaker en de hooggehakte dame. Eerder dit jaar was er slechts de een. Soms alleen en soms geanimeerd in gesprek met andere vaste bezoekers. Ik vroeg hem naar de ander.
Die is 2 weken op vakantie in Spanje met zijn zus.
Of hij die ander miste?
Welnee. En de tijd vliegt.

Daarna zag ik ze steeds weer samen in druk gesprek in het Godebaldkwartier of onderweg richting Vredenburg. Of Vredenburgplein. En we groetten elkaar weer als vanouds.

Op een gegeven moment kwam de ander op mij af. Ik weet niet waar vandaan. De een was overleden. Een hartstilstand.
Hij had niet naar mij geluisterd”, vertelde hij vriendelijk. “Hij had naar de dokter moeten gaan, maar heeft dat niet gedaan.
Of hij die ene mistte?
Welnee.
Verbaasd legde ik hem voor dat ze altijd geanimeerd in druk gesprek waren.
Nee hoor, hij was in gesprek, maar ik niet. Ik hoorde hem aan. Bovendien vertelde hij altijd hetzelfde. Hij hield nooit op. Nee, ik mis hem niet en heb vanmorgen mijn krantje gehaald, de Metro op het Centraal Station, en mijn kopje koffie gedaan bij dat cafetaria vlakbij het Centraal. En zo direct ga ik naar de koffiekring. Nee hoor, daar heb ik hem allemaal niet bij nodig.

Over de werkelijke wereld en die in ons hoofd

Natuurlijk wil ik weten wat er in de wereld gebeurd. Ik ben benieuwd naar de verhalen van mijn buren, familieleden en vrienden. Hun nieuws. En natuurlijk ben ik benieuwd naar mijn eigen verhaal en hoe dat verder gaat. In grote lijnen volg ik ook het regionale, nationale en wereldnieuws met een focus op wat er uit ‘mijn’ naam door de Nederlandse overheid in ònze samenleving, in Europa en in de wereld gezet wordt. Dat volg ik liefst lezend of luisterend, maar zelden via TV of internet. In massamedia wordt nieuws voorzien van voor mij oninteressante labels en wanneer ik luister of lees kan ik die kwalijke etiketjes beter buiten mij houden. Ik ben eigenlijk alleen geïnteresseerd in saai nieuws.

Ik ben dus ook weinig geïnteresseerd in speculaties en in meningen over het wereldgebeuren. Dààrvoor heb ik aan mijzelf en mensen met een echt mij-boeiende scherpzinnigheid genoeg. En ik heb een aversie ontwikkeld tegen half-nieuws, ondeugdelijk voorbereidde interviews en drogredeneringen, die niet ter plekke doorgeprikt worden. Media, die actualiteiten en nieuws pretenderen te brengen, maken zich er in mijn beleving continu schuldig aan.

Veel VIP’s en mediapersoonlijkheden zijn voor mij volstrekt oninteressante mensen. Dat zal er een gevolg van zijn dat ik geen TV kijk. Kwaliteit van wat zij te zeggen hebben lijkt ondergeschikt aan het aantal likes of ‘keren gedeeld’. Zo dansen we in dit land om ons gouden mediakalf, om op deze eerste kerstdag maar een bijbelse metafoor te gebruiken. Ik dans niet mee. Ik kijk ernaar en het stemt me droef, waarbij ik direkt weer vrolijk opveer als ik bedenk dat veel meer mensen als ik sommige aspecten van onze wereld de rug toekeren zonder jihadist te worden.

Toen onze koning vandaag sprak over onze worsteling met deze onzekere tijden en meer redelijkheid en verdraagzaamheid bepleitte, dacht ik dat hij zijn toespraak ook 10, 20, 30, 40 of 50 jaar geleden had kunnen houden. In de Tweede Wereldoorlog zou hij helemaal in de roos geschoten hebben met zijn analyse.

Ik doe niet veel op sociale media en ik kijk zelden TV en dat scheelt me een hoop ellende. Toen ik nog wel TV keek, zag ik elke dag minstens één iemand vermoord worden. Nu maak ik slechts zelden – en dan nog in een film – een moord mee. In werkelijkheid ben ik zo bevoorrecht dat me het meemaken van een moord vooralsnog bespaard is gebleven. Mijn wereld bestaat vooral uit wat ik zelf meemaak, wat ik geloof en waar ik over lees of van hoor.

Ik ben me ervan bewust dat wat ik via sociale media te weten krijg, bestaat uit wat die sociale media via geautomatiseerd datamanagement interpreteren dat ik interessant zal vinden. Ohhh, hij is op zoek naar haardhout, of naar wereldvrede; daarop stellen we – geautomatiseerd – zijn hits samen. Vervolgens krijg ik reclames te zien voor allesbranders en staan websites over droogte, honger, vegetarisme en wapens bovenaan de lijst van 2.600.000 treffers. Ik weet het en houd er rekening mee. En profielen, die op sociale media op mij reageren, blijken bij nadere beschouwing soms heel andere mensen dan in het profiel weergegeven of bots of trolls; ingekochte reacties waarmee niet-bestaande mensen, slechts louter profielen, het sociale verkeer op sociale media vervuilen. Voor € 6 kan ook ik 1.000 retweets van ze kopen.

Sommigen koesteren hun waanidee dat ze door te liken of te delen ideeën in de wereld zetten. En feitelijk is dat zo, maar de manier waarop zij dat doen is mij te karig, omdat het slechts een virtuele wereld betreft. Bovendien zal hun inbreng, net als bij wat ik vind als ik zoek, via algoritmes terecht komen bij gelijkgestemden.

Nu hebben mensen altijd al in verschillende werelden verkeerd. Uiteindelijk leeft ieder haar of zijn eigen leven in zijn of haar eigen werkelijkheid. Maar verbonden met internet is het handig voor mij te weten dat wat ik te zien krijg, samenhangt met over mij opgeslagen algoritmes op basis van mijn eerdere internetverkeer. Het nieuws dat ik te zien krijg en mijn hits op een bepaald zoekwoord zijn mijn profiel of computer-ID-specifiek. Een ander, die op dezelfde woorden als ik zoekt, vindt meestal ander nieuws en andere websites.

En ik houd er meestal rekening mee dat sommige overheidsdiensten en ander gajes mij in de gaten houdt. Niet mij specifiek, zoals vroeger, maar iedereen en mij vanuit een vermeend landsbelang. In het huidig staatsbestel kun je zo je wilt vertrouwen hebben, de informatie kan door iedereen gehackt worden en blijft ook aanwezig voor eventueel kwaadwillende opvolgers van onze overheden. Sterker nog, zodra ik mij op internet begeef worden mijn toetsaanslagen in milliseconden gevijld zodat de hoogste bieder ermee mag doen wat hij wil.

Ik weet het en doe er mijn voordeel mee. Vrijwillig verkerend in mijn eigen wereldje beleefde ik tot nu toe een vreedzame eerste kerstdag. Toen onze koning vandaag sprak over onze worsteling met deze onzekere tijden en meer redelijkheid en verdraagzaamheid bepleitte, dacht ik dat hij zijn toespraak ook 10, 20, 30, 40 of 50 jaar geleden had kunnen houden. In de Tweede Wereldoorlog zou hij helemaal in de roos geschoten hebben met zijn analyse. Maar goed, ook nu zal hij de spijker wel op z’n kop geslagen hebben, maar ik had thuis wel beters te doen dan naar hem te luisteren.

Bronnen: “De fake online helfies van N-VA” door Christophe Callewaert via http://www.dewereldmorgen.be op 23 december 2016 en “Willem-Alexander pleit in kersttoespraak voor redelijkheid” door NU.nl/Algemeen Nederlands Persbureau via http://www.nu.nl op 25 december 2016.

Racisme

“Wat kijk jij vrolijk”, was zijn openingszin. We raakten aan de praat. Ik was blij verrast weer eens met het uitdrukkelijk ‘jij’ aangesproken te worden. Dat was lang geleden. En het gebeurt me niet vaak dat iemand zo straight ingaat op wat hij van mij denkt te zien.

Wij wisselden onze leeftijden uit. Dat kwam ter sprake omdat hij dacht even oud als ik te zijn, terwijl ik hem 20 jaar jonger schatte. Hij bleek 10 jaar jonger.

Wat hem dwars zat was racisme. Hij traint al meer dan 33 jaar voetbaljeugd. Vanuit die ervaring vroeg hij mij: “Waarom zijn kinderen helemaal niet racistisch, maar worden mensen dat haast allemaal wel als zij de puberteit bereiken?” Als ervaringsdeskundige kon ik hem over racisme wel iets vertellen; immers, ik ben ook racistisch al probeer ik daar weerstand tegen te bieden. Wanneer ik iemand tegenkom, scan ik razendsnel: man of vrouw? En bijzondere kenmerken neem ik ook direct op: leeftijd, postuur, uitstraling. Ik herken me in die zin in Don Tillman, de hoofdpersoon in de roman “Het Rosie Project” van Graeme Simsion, die bij iedere kennismaking BMI, geslacht en leeftijd schat. Uiteraard zijn gezicht, haardracht, huidskleur, kleding, lichaamslengte, mobiliteit en uitstraling ook van die opvallende kenmerken, wanneer iemand in die opzichten geen grijze muis is.

Het zou mij niets verwonderen wanneer iedereen dat doet.

Het is zoals het is, dat we geneigd zijn elkaar te bestrijden op basis van verschillende ethiek, normen, rituelen, tradities, uiterlijke kenmerken, waarden en wetten, en niet zoals het ethisch beter verantwoord zou zijn. Ook al zijn mensen voor ethisch handelen volgens mij intelligent genoeg.

Racisme. In de Nederlandse media worden mensen vaak benoemd en gediskwalificeerd alsof zij ingezetenen zijn van hun land van herkomst of dat van hun ouders of grootouders (Marokkanen) of alsof zij vertegenwoordigers zijn van een religie (Moslims). Die framing ergert mij. En met de steeds herhaalde standpunten over de zwartheid van de knechten van Sint Nicolaas juist achter ons, meestal zonder op sociale media een oor te hebben voor andere opvattingen, dacht ik natuurlijk de afgelopen tijd ook wel na over racisme. Mengde me zelfs even in de pietendiscussie op Facebook.
Vanuit de biologie meende ik hem wel iets over racisme te kunnen zeggen:
Ik denk dat kinderen fluïde zijn in hun gedrag. Zolang iemand afhankelijk is van anderen, is het voor de overleving van belang om meegaand te zijn en geen weerstanden in stand te houden of op te bouwen. Daarom kan er zo intens van kinderen gehouden worden, denk ik.
Eenmaal op de leeftijd van en in staat tot voortplanting wordt een ander evolutionair mechanisme in werking gezet, te weten het ontwikkelen van sympathie voor de individuen van sommige groepen mensen, terwijl andere groepen mensen ‘vreemden’ blijven.

Ik geloof niet dat er een andere diersoort is, die zich zo kwaadaardig tegen zijn soortgenoten gedraagt als mensen. We weten van enkele huidige conflictgebieden en van genociden in de laatste eeuw, maar dat mensen al sinds mensenheugenis percentages van de gehele mensheid aan hun erbarmelijk lot overlieten, uitbuitten of uitroeiden is, hoewel minder bekend, wel de geschiedenis van de mensheid. Wat racisme betreft is er niets nieuws onder de zon. Helaas.

Ik verklaar dergelijke misdragingen van mensen tegen mensen vanuit een ‘rationeel overlevingsprincipe’ dat met de op Charles Darwins’ veronderstelde evolutieleer samenhangt: de instandhouding van de soort gaat boven de instandhouding van de individu. Hoewel mensen biologisch allemaal tot dezelfde soort behoren, gedragen mensen zich rationeel als soortgroepen. Wij zijn sterk geneigd in ‘wij’ en ‘zij’ te denken. In een wereld waarin ‘de natuur’ en ‘de elementen’ het grootste overlevingsgevaar vormden zou dat onpraktisch zijn. Maar mensen hebben het meest met mensen te winnen en van mensen te duchten. Primair zullen mensen voor hun overleving waarschijnlijk meer gediend zijn geweest met een ongebreidelde menging van herkomsten, ideeën en rassen dan het denken in ubermenschen en untermenschen. Echter, de praktijk is dat eerder op aarde rondlopende mensensoorten, zoals de homo erectus, homo heidelbergensis, homo neanderthalensis en nog zo een stuk of elf, verdwenen zijn. Het is niet denkbeeldig dat de huidige mensensoort, homo sapiens, daarin een hand gehad heeft. Zoals de evolutie zich tot nu toe voltrokken heeft tot de dag van vandaag zullen de evolutionaire mechanismen nog tienduizenden jaren blijven werken. Het is zoals het is, dat we geneigd zijn elkaar te bestrijden op basis van verschillende ethiek, normen, rituelen, tradities, uiterlijke kenmerken, waarden en wetten, en niet zoals het ethisch beter verantwoord zou zijn te handelen zoals vastgelegd in een stuk of 15 verdragen van de Verenigde Naties. Ook al zijn mensen voor ethisch handelen volgens mij intelligent genoeg.
Hij was niet blij met mijn verhaal. Ik ook niet.

Over wat te doen tegen racisme verschilden we van mening. Hij bepleitte een maatschappelijke stage, zodat mensen uit verschillende bevolkingsgroepen meer met elkaar in contact zouden komen. Vanuit mijn militaire diensttijd heb ik zo’n hoopvolle ervaring allang laten varen. Alleen voor werkgevers is een maatschappelijke stage interessant: nòg goedkopere arbeid zonder tegenprestatie of verplichtingen. Ik geloof dat racisme het best bestreden wordt door onze perspectieven beter te verdelen; verdeel allereerst betaald werk en inkomens (koopkracht) beter, zodat we allemaal gelijkere kansen op een goede kwaliteit van leven krijgen. Pas dan hebben mensen minder van elkaar te duchten dan nu het geval is.
En stop ermee de ogen te sluiten voor wat mensen buiten ‘ons’ gezichtsveld aan vreselijks elkaar aandoen.
Stop met vooroordelen tegen hele bevolkingsgroepen te blijven rondbazuinen.
Besef wat we heel goed weten: dat elk mens uniek is en in essentie hetzelfde nastreeft.

Hoewel dat misschien al wel wat veel gevraagd is, was er nog een opmerkelijk verschil tussen hem en mij. Hij had het over Nederland; ik heb het over een mondiale kwestie die wat mij betreft heel snel om actie vraagt en ik vind zo’n verdeling van rijkdom snel nodig zodat ieder nu levend mens op aarde perspectief krijgt op een goed leven.

De burger heeft behoefte aan ideologie, ook al weet-i dat niet

Pensioengerechtigden worden gekort op hun pensioen, waarop bovendien pas op latere leeftijd recht bestaat dan eerst. Werknemers hebben steeds minder te besteden. Werkzoekenden worden gekort op hun uitkering. En voor iedereen, met een inkomen onder een zekere inkomensgrens, lopen de schulden op, terwijl aandeelhouders en miljardairs ongegeneerd binnenlopen. Dit is mijn economische karikatuur van onze samenleving.

‘De burger’ is door de ontwikkelingen binnen onze samenleving ontevreden. En hoe uit hij als ‘electoraat’ zijn frustraties hierover: door een tegenstem en angstvallig vast te houden aan de zwartheid van Piet. India zegde in augustus jl. 57 handelsverdragen op uit frustratie over de arbitragehoven waar bedrijven steeds exotischer claims aanhangig maakten. Vorige maand leek Wallonië even op het Gallische dorpje uit Asterix en Obelix, dat dapper weerstand bood aan het grootkapitaal toen de socialistische regering weigerde het CETA-verdrag met Canada te ondertekenen. Het TTIP-verdrag tussen Europa en de Verenigde Staten stond al op losse schroeven en lijkt met de in januari a.s. te installeren Amerikaanse president Trump definitief van de baan. Handelsbeleid lijkt niet langer een onderonsje tussen technocraten, maar een zaak waar de burger zich mee wenst te bemoeien. Zo koos de Nederlandse burger ooit tegen de Europese Grondwet, en onlangs tegen het Oekraïneverdrag, de Engelse tegen een Bremain en de Amerikaanse tegen Hillary Clinton. Of voor Donald Trump, wie zal het zeggen?

En wanneer CETA geratificeerd wordt, hoeven Amerikaanse bedrijven alleen maar een vestiging in Canada te openen – als ze die daar al niet hebben – om met CETA conform TTIP in de watten gelegd te worden.

Zoals ik de Nederlandse politiek volg, lijkt bovenstaand besef bij onze politici nog nauwelijks doorgedrongen. Daardoor voorzie ik dezelfde reacties na 15 maart 2017, wanneer de PVV een historische verkiezingswinst haalt, als waar we in de media na 8 november jl. na de Amerikaanse presidentsverkiezing getuigen van mochten zijn.

Het ligt dan ook in de aard van mensen om als de oplossing van een probleem niet werkt, meer van dezelfde oplossing aan te bieden in plaats van nieuwe oplossingsrichtingen te zoeken. Tijdens de campagnes worden we ineens allemaal toegesproken als ‘hardwerkende Nederlanders’ waarnaar geluisterd moet worden en die respect verdienen. En na de verkiezingsuitslag moet ons ontslagrecht nòg verder afgebouwd worden en mogen we misschien wel 150 km/uur op snelwegen gaan rijden. Het eerste is vrijwel zeker, het laatste ongewis; wie zal het zeggen?

De zogenoemde ‘vrijhandelsakkoorden’ tussen staten (CETA, NAFTA, TTIP en TTP) zijn in werkelijkheid protectionistische bedrijfsovereenkomsten om de privileges van investeerders tegen de inmenging van democratische overheden te verhinderen. Ik heb hier al eerder betoogd dat het doorgaan met onderhandelen, nadat ISDS op tafel kwam, in mijn ogen verraad is aan ons; aan onze democratie. Maar, terwijl de zwartheid van Piet emotionele gevoelens opwekt, bespeur ik over dit werkelijke verraad van onze gedeelde waarden nagenoeg geen ophef. Vandaar dat ik geen enkele positieve verwachting heb van de Nederlandse mainstream-politieke partijen, die CETA en TTIP blijven framen als ‘vrijhandelsakkoorden; goed voor banengroei en de economie’.

Ik geloof er niets van dat de heer Wilders in deze problematiek uitkomst biedt.

Het zijn geen ‘akkoorden’ en ze gaan nauwelijks over ‘handel’. Ze zijn (CETA) en worden (TTIP) in het grootste geheim onderhandeld tussen juridische adviseurs van de financiële sector, die van grootbedrijven/multinationals en vertegenwoordigers van de betrokken staten en gaan over de bescherming van privileges en rechten van investeerders. Deze verdragen beogen een verzekering voor grote investeerders tegen elk risico op overheidsinmenging voor zaken zoals
> de bescherming van de consument,
> het behoud van culturele rechten,
> de bescherming van de kleine en middelgrote ondernemingen,
> de bescherming van kleine zelfstandigen,
> de bescherming van zelfstandige landbouwers,
> de bescherming van het leefmilieu,
> sociale bescherming en
> de bescherming van voedselveiligheid.
Dat zijn immers allemaal zaken die de investeringen van deze bedrijven kunnen schaden en hun winsten kunnen doen afromen.

Dat deze bedrijven stuk voor stuk te groot worden om failliet te gaan en dus in geval van nood staatssteun nodig hebben, dat de werknemers het met steeds minder rechten moeten doen, dat de werkzoekenden vrolijk kunnen blijven zoeken, dat de zelfstandige ondernemer naast de multinational op deze manier weggeconcurreerd wordt; dit alles blijft in alle politieke beschouwingen onbesproken. Het is gebeurd, het gebeurt. En wanneer iemand dit zegt, wordt hij een pessimist genoemd die de economie niet begrijpt (maar die de gevolgen van ons economisch beleid wel maandelijks ervaart bij het moeten rondkomen). “Goed voor de multinational is goed voor iedereen”, zeggen de mainstream-economen en politici hier al jaren terwijl de realiteit voor de burgers een heel andere is.

Voor de ernst van TiSA heb ik in dit stukje geen tijd, maar dat is zo mogelijk nog gevaarlijker vanwege het niet kunnen terugdraaien van TiSA-besluiten.

Wat mij betreft zou de campagne voor onze Tweede Kamerverkiezingen dus meer over inhoud moeten gaan. De humanitaire ramp, welke zich momenteel in Griekenland afspeelt, laat het werkelijke gezicht van de Europese Unie en haar geldschieters ECB en IMF zien. Hoewel we niet diezelfde kant op willen, lijken we door de blindheid van de mainstream-politieke partijen hard op weg om de toekomst voor de generaties na ons er een te maken naar EU-Grieks-model van “kop houden, doe wat je opgedragen wordt in de tijd die je krijgt en anders hang je.” En ik vraag me sterk af of de PVV hier nu wel het juiste antwoord op heeft. En ik vind dat zij op de ontevredenheid van de burger niet een juist antwoord geeft, omdat er in dit tijdgewricht volgens mij juist snel iets echt constructiefs nodig is.
Ik bedoel: Ik geloof er niets van dat de heer Wilders in bovenstaande problematiek uitkomst biedt. Maar CDA, D’66, PvdA en VVD ook niet. Dat is volgens mij hetzelfde probleem als waar veel Amerikaanse kiezers zich 8 november voor geplaatst zagen. Zij kozen liever voor een verderfelijke ideologie dan zich te blijven voegen naar het steeds ongeloofwaardiger praatje dat wat goed is voor de economie, goed is voor iedereen.

Bronnen: “Eerst m’n baan terug! Vrijhandel, het heilige neoklassieke huisje” door Jaap Tielbeke in De Groene Amsterdammer via http://www.groene.nl op 23 november 2016 en “TPP-TTIP out? Leve TiSA-CETA!” door Lode Vanoost in De Wereld Morgen via http://www.dewereldmorgen.be op 25 november 2016.

Dit, overigens, is mijn 50ste blog op deze website.

De start van Mind

Van ‘Volksgezondheid, Welzijn en Sport’-minister Edith Schippers (VVD) kan ik me herinneren dat ze blij was laarzen aangetrokken te hebben met een lage hak en dat ze het initiatief “Mind” toejuichte. Verder was de lancering van ‘wijzijnmind.nl’ op de publieksdag van het Fonds Psychische Gezondheid een zeer geslaagde dag.

Met zo’n 1.400 mensen werd ik in Utrecht geconfronteerd met allerlei aspecten aan de ‘stemmingsstoornis depressie’ en ‘psychische gevolgen van seksueel misbruik in de tienerjaren’. In het middag-keuze-programma koos ik voor verdere verdieping in de ‘persoonlijkheidsstoornis borderline’ en het ‘cliëntenperspectief over de kracht van het delen van ervaringen’. Daardoor miste ik de verdieping over het ‘meeleefgezin’, de ‘Mind young academy’ en ‘zelfregulatie’. Mind, Mind blue, Ming Young; het moet anno 2016 natuurlijk allemaal wel in het Engels.

‘Mind’ met zijn vertakkingen, probeert een koepel te zijn voor cliënten en mensen uit het netwerk van cliënten binnen de psychische gezondheidszorg. Een plaats op internet waar mensen relevante informatie kunnen vinden en elkaar virtueel kunnen ontmoeten en een plaats in uiteindelijk elke Nederlandse regio waar mensen elkaar in de ogen kunnen kijken bij hun ontmoetingen.

Voor meer informatie over dit initiatief kunt u hier klikken. En dat is zeker de moeite waard; dat ben ik dan wel weer met Schippers eens.

Trump – Wereld: 1 – 1

De – waarschijnlijk – meest onvoorspelbare president van de Verenigde Staten van Amerika (Amerika) ooit heeft aangekondigd op zijn eerste presidentiële werkdag het Trans-Pacifisch Partnerschap (TTP) op te zeggen. Dat kan omdat het Amerikaanse Congres TTP wel ondertekend, maar nog niet geratificeerd heeft.

Wat nu eenmaal al jaren in alle politieke besluitvorming mist is de vraag wat voor ons welbevinden noodzakelijk is en wat de gehele mensheid nodig heeft…

Anders dan Trumps eerdere aankondiging over het stopzetten van het gevolg geven aan het bereikte op de Klimaatveranderingconferentie COP21 in Parijs (en onlangs bij COP22 in Marrakesh), juich ik dit besluit over TTP toe. Dit soort verdragen, die eufemistisch aangeduid worden als ‘handelsverdragen’ en ‘vrijhandelsverdragen’, dienen volgens mij alleen de belangen van multinationals en hebben niets te maken met alle moois dat er omheen geframed wordt. Ze verzekeren de winsten van grootbedrijven, want wat niet als winst verworven wordt, kan als greep in de schatkisten van deelnemende landen opgeëist worden indien nationale wetten dieren, mensen, milieu, natuur of rechten behartigen die ondernemers iets gaan kosten. Zo draait altijd de burger (in verkiezingstijd strelend aangeduid als ‘de hardwerkende Nederlander, Belg, etc.’, die met overeenkomsten als CETA en TTIP en alle neoliberaal beleid, waaronder loonmatiging en steeds verdere afbouw van het ontslagrecht, even meedogenloos in de steek gelaten wordt) op voor alle kosten die van ‘algemeen nut’ zijn. Want – als bekend – gaan grootbedrijven alleen voor optimale winsten en dragen multinationals nagenoeg geen belastingen af. Daar zijn ze multinational voor; net als om in dat land te vervuilen waar milieuwetgeving het ruimst is en daar de arbeidsintensieve processen te laten plaatsvinden waar arbeiders de minste rechten hebben om vervolgens goedkoop onze handelsmarkt te verzieken met eieren, energie, gadgets, geld, granen, groenten, olie, steenkolen, vlees en wat dies meer zij.

Australië, Nieuw-Zeeland en Japan zouden zijn geschrokken van deze aankondiging, alsof landen kunnen schrikken. Hoe erg zou het zijn voor de mensen daar als u en ik wanneer de belangen van grootbedrijven in die landen geschaad worden, vraag ik me dan af. Wat nu eenmaal al jaren in alle politieke besluitvorming mist is de vraag wat voor ons welbevinden noodzakelijk is en wat de gehele mensheid nodig heeft en hoe hetgeen er is en gemaakt kan worden op een ethisch verantwoorde manier te verdelen.

Bron: “Partners VS schrikken van torpederen handelsverdrag” door de redactie Buitenland van de Nederlandse Omroepstichting via http://nos.nl op 22 november 2016.