Op zoek naar nieuwe dromen en verhalen

Als u een baby op straat ziet liggen, heeft u echt geen moreel dilemma meer, zoals vroeger. Toen moest u verzinnen of u de baby wilde oppakken, en daarmee voor weken verantwoordelijk was voor de zorg, voordat u een opvangplek had gevonden. Misschien wel voor de rest van uw leven. Dat is nu anders. U belt gewoon 112 en u weet dat er voor de baby gezorgd gaat worden.

Onze autoriteiten functioneren daarmee voor ons als een ‘moreel exoskelet’. Dit exoskelet werkt echter alleen op nationaal niveau. Het programma voor de komende generatie is hoe we dit morele exoskelet kunnen uitbreiden naar het hele continent, naar de hele planeet. Hoe we kunnen stoppen met discrimineren op basis van kleur – of op basis van paspoort. Het is de enige weg, want het alternatief voor dit vooruitzicht is de logica van de muur, van ‘ieder voor zich’.

Aan het woord is de Tsjechische econoom en denker Tomáš Sedlácek, schrijver van onder andere ‘De economie van goed en kwaad’, die zegt:
We moeten op zoek naar nieuwe dromen en verhalen.

Er zijn volgens hem 3 opties voor de huidige leiders; voor degenen met macht, voor heel de elite:
1. Niets doen, dus doorgaan op dezelfde weg en geen verhaal vertellen waar je mensen in meeneemt. Dit zaait tweedracht, loopt vast door het economisch geweld dat ermee gepaard gaat en is op de keper beschouwd volstrekt irrelevant.
2. Teruggaan naar vroeger, ieder land voor zich met een muur eromheen, de nationalistische route. Dit sluit mensen en de wereld buiten en loopt vast door politioneel en militair geweld dat uiteindelijk nooit toereikend zal blijken in onze wereld die steeds sneller verandert.
3. Boven het nationale eigenbelang durven kijken en het Europese verhaal vertellen. Dit is de enige optie die gaat werken, want de problemen waar we mee kampen, of dat nu de Griekse financiën, het milieu of de vluchtelingen is: het heeft geen enkele zin om dit nationaal aan te pakken.

We zien vandaag de dag de geboorteweeën van de overgang van het tijdperk van nationale oriëntatie naar een planetaire oriëntatie.

Mensen zijn nu boos, omdat de elite volgens hen niet naar hen luistert, dus optie 1. moet echt snel verlaten worden. We moeten mensen meenemen om te kunnen gaan meedoen aan bovennationale verkiezingen, want alleen door democratische verkiezingen wordt macht gelegitimeerd. Sedlácek is voorstander van mondiale referenda. “Neem nu de Brexit”, zegt hij, “dat gaat iedereen aan, niet alleen de Britten. Als iedereen had mogen meestemmen over de Brexit zou de uitslag heel anders zijn geweest.” Ik voeg daaraan toe dat ik het toch ook wel raar vind dat een wereldleider als Donald Trump alleen door ingezetenen van de Verenigde Staten van Amerika gekozen kan worden. Of een Barack Obama, een George Bush en een Bill Clinton, maar ook een Vladimir Poetin. Alsof deze mensen geen invloed uitoefenen op ons denken en op ons beleid.

De boze mensen moeten gaan inzien dat die Syrische vluchteling de vijand niet is. Sedlácek vraagt zich af waarom we voor Syrië de VN niet hebben ingeschakeld. Die kunnen oplossingen verzinnen die boven de nationale belangen uitstijgen.
Mensen moeten gaan inzien dat staten niet tegen elkaar moeten concurreren om het vestigingsklimaat van grootbedrijven zo gunstig mogelijk te maken ten koste van nationale algemene nutsvoorzieningen als gezondheidszorg, onderwijs en sociale voorzieningen.

Linksom of rechtsom moeten we echt collectief gaan besluiten om tot rationele vergezichten te komen. We moeten weer groot gaan dromen; geen muren bouwen, maar mensen meenemen in onze visie dat we een nieuw tijdperk ingaan of we dat willen of niet. “Als je chocola wilt verkopen, heeft het geen zin om uit te leggen waarom drop vies is. Dan moet je uitleggen waarom chocola zo goed is“, zegt Sedlácek.

Het is de Europese leiders eerder gelukt om mensen ervan te overtuigen dat we moesten gaan handelen in plaats van oorlog voeren. Daar is de Europese Gemeenschap letterlijk op gebaseerd.

Conflicten beheersen door materiële groei… dat lukt zolang de groei duurt. En dat is exact waar we nu staan. We hebben onze dromen vervuld, maar onze verlangens niet. Verlangens zijn nooit te stillen. En zo komt Sedlácek uit bij de nieuwe economie:
We moeten de maatschappij klaarmaken voor de digitale toekomst, want daarin is ruimte om onze verlangens immaterieel te gaan vervullen. We moeten virtuele manieren gaan bedenken en toepassen om mensen te helpen zich te ontplooien, om allemaal deel te worden van de elite. Daar is nog heel veel in te ontwikkelen” [vet-gedrukte door GjH]. We moeten naar een wereld van amusement en likes, maar ook van kennis, kunst en onderwijs. Een alternatief is er niet; het menselijk verlangen is nu eenmaal onstilbaar. Zolang we ons verlangen niet kunnen beperken, is een mondiaal democratisch geregeerde wereld onze enige hoop.

Naar “‘Onze dromen zijn vervuld, maar onze verlangens niet’; De verantwoordelijkheid van de elite” door Frank Mulder in De Groene Amsterdammer van 22 november 2017.

Geen schertsfiguur, maar een woedende reactie op wat we humaan noemen

Altijd heb ik gedacht dat ‘Democratie’ de minst slechte staatsvorm is, omdat iedereen tot op zekere hoogte kan meebeslissen. We zijn met de huidige Amerikaanse president Donald Trump echter in een nieuw tijdgewricht beland. Dat zet aan tot herbezinning.

In de jaren ’80 waarschuwde Fred van der Spek* er al voor: wat als democratisch de democratie wordt afgeschaft? Toen al noemde hij voorbeelden van regeringsvoorstellen die dat als gevolg hadden. Voorbeelden, die we nu kunnen aanduiden met ‘de terugtredende overheid’.

De regering Trump is de overtreffende trap van het afschaffen van elke gemeenschapszin, elke onderlinge verbondenheid en elk idee dat er een doel in ons leven is dat groter is dan onze individuele verlangens. Donald Trump is helemaal niet het verhaal van een schertsfiguur. Hij verwoordt een woedende reactie op de groeiende macht van elkaar overlappende politieke en sociale bewegingen die een rechtvaardiger en veiliger wereld eisen. In plaats van verdere vooruitgang waarbij winstverlies mogelijk is, bundelde de bende rondom Trump, bestaande uit roofzuchtige kredietverstrekkers, oorlogs- en ‘veiligheids’-profiteurs en vervuilers die de aarde willens en wetens al lang ontwrichten, hun krachten om de regering over te nemen en hun op misdadige wijze verworven rijkdom te beschermen en nog verder te vergroten. Na tientallen jaren toekijken hoe het publieke domein sinds Ronald Reagan vanaf 1981 stukje bij beetje werd geprivatiseerd, hoe deregulering te langzaam naar hun zin werd doorgevoerd (al was het snel genoeg om de wereld al in 2008 een mondiale crisis te bezorgen), hebben Trump en de zijnen nu de wereldmacht gegrepen. Hun overname is voltooid: de rijksten hebben alle touwtjes in handen.

Een pijnlijke waarheid voor iedereen die wil dat recht gedaan wordt

Dit had nooit kunnen gebeuren als de boodschap van Reagan, dat de overheid niet de oplossing is maar het probleem, niet was gevolgd door decennia vol neoliberale deregulering, die in wezen omkoperij rechtvaardigde, decennia waarin schunnig hoge bedragen van de industrie naar de politiek stroomden en waarin politici na afloop van hun politieke carrière topfuncties in grootbedrijven bekleden en topfunctionarissen van grootbedrijven die politicus worden. Decennia waarin verslaggeving in de media over inhoudelijke zaken plaats gemaakt heeft voor reality-tv over wie wat over wie heeft gezegd en wie waar aan de leiding gaat in welke peiling. Al met al werden volgens het Tyndall Report gedurende de hele laatste Amerikaanse verkiezingsperiode in de drie grootste Amerikaanse nieuwsprogramma’s slechts 32 minuten besteed aan analyse van specifiek beleid en het geven van uitleg welke consequenties de standpunten van de verschillende kandidaten over deregulering en gezondheidszorg hadden voor het leven van de kiezers. Dat krijg je ervan als alleen de hoogte van kijkcijfers telt voor wat op TV aangeboden wordt. Trump heeft het probleem, waar Westerse democratieën onder leiden, niet gecreëerd maar er slechts van geprofiteerd. Dat Bill en Hillary Clinton met hun Foundation de morele grenzen al tientallen jaren hebben opgerekt bood Trump de kans om nu alle morele grenzen weg te vagen.

Elke minuut dat Trump president is, stijgt de waarde van het merk ‘Trump’ en van zijn actieve bedrijven. Daardoor profiteert hij direct en significant van deze openbare functie. Precies wat hij voor ogen heeft met dit presidentschap en precies wat de regelgeving omtrent belangenverstrengeling probeert te verhinderen. In de wereld van Trump is straffeloosheid, meer nog dan bergen met goud, het ultieme teken van succes.

Dit alles gaat veel verder dan het begunstigen van eigen familieleden of vrienden door autoriteiten door hen opdrachten te gunnen of door hen in hoge functies te benoemen. Het is een familiebedrijf met regeringsmacht als winstoogmerk; een bedrijf dat niet meer en niet minder dan het merk ‘Trump’ te gelde maakt. En als hij er dan toch met zijn bende zit, dan ook maar zo snel en zoveel mogelijk humanitair recht om zeep helpen, als dat winstmarges beperkt; zelfs al koersen we met elkaar daarmee af op een aarde die 4 tot 6 ⁰C warmer wordt met onbekende maar zeker desastreuze gevolgen voor een substantieel deel van de mensheid, laat staan voor alles wat leeft.

Enkele maanden na het aantreden van de nieuwe regering Trump stond op het omslag van The New Yorker een tekening van Donald Trump, die golfballen tegen het Witte Huis mepte en het ene na het andere raam verbrijzelde. Deze tekening verbeeldt een pijnlijke waarheid voor iedereen die wil dat humaan recht gedaan wordt. Naast het concrete beleid, dat voorziet in afschaffen van veel beleidsregels, bombardementen met kruisraketten (waarover de regeringsleiders van de hele Westerse Wereld in elke taal de schendig van het Internationale Recht verzwegen) en ander onproportioneel binnen- en buitenlands geweld, verlagen van belastingen voor grootbedrijven en grootverdieners, tweedeling instellen voor immigranten, ziektekostenverzekeringen afschaffen en wat dies meer zij; met elke vermeende overschrijding van morele grenzen, met elk ‘alternatief feit’ dus onbeschaamde leugen en met elke gestoorde tweet besmeuren en vernielen deze Amerikaanse regeringsleiders de openbare sfeer waaraan zij altijd al maling hadden.

Bron: Deel I van “Nee is niet genoeg tegen Trumps schockpolitiek voor de wereld die we nodig hebben” (2017) door Naomie Klein uit het Engels vertaald door Jan Willem Reitma en Pon Ruiter en in het Nederlands uitgegeven door De Geus in Amsterdam.

* A.G. (Fred) van der Spek, geboren op 13 december 1923, is een voormalig Nederlands politicus. Hij was onder meer fractievoorzitter, lijsttrekker en in 1957 medeoprichter van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP), die zichzelf in 1991 ophief.

De eerste familiereünie

De Bruine Vloot, dat leek mij leuk. Heel de familie in Harlingen aan boord. Stukje varen over de Waddenzee. Stukje droogliggen met een picknick op het wad. En weer terugvaren naar Harlingen. Dus nam ik contact op met De Bruine Vloot. Maar dat ging mij niet makkelijk af. Uiteindelijk was zo de zomer voorbij zonder dat ik iets georganiseerd had.

Met een nichtje van me had ik het er op een verjaardag over gehad dat een familiereünie een goed idee zou zijn. Wellicht dan iets waarvoor we minder van het weer afhankelijk zijn. En zo passeerde de winter zonder dat ik iets georganiseerd had. Het voorjaar brak alweer aan voor ik er erg in had. Dan toch De Bruine Vloot?

Elke 12 weken eet ik met mijn broers en deze familiereünie gaat uiteindelijk nog maar om ons drieën, onze partners en eventueel onze ex-partners, onze kinderen, hun partners, en onze kleinkinderen, die gezien hun jonge leeftijd naar verwachting nog geen vaste partners zullen hebben. Alles bij elkaar een stuk of 20 mensen in leeftijd variërend van 9 maanden tot 72 jaar. Ik legde eind april aan mijn broers de mij-tegenvallende voortgang uit van mijn organiseren van een familiereünie. De ene broer zei “Zo, zo” en de andere “Als we nou naar het Nationaal Park De Hoge Veluwe gaan en daar rond een uur of 12 koffie drinken? Dan kunnen we daarna fietsen of wandelen! Ik kan een rondleiding geven. Tussen zeg 4 en 5 kan ieder doen wat-i wil in museum, op terras, alsnog wandelen of juist fietsen. En om 5 uur kunnen we dan net buiten het park de dag afsluiten met pannekoeken. Op weg naar dat pannekoekenhuis kan ik nog iets vertellen over het Dennen Scheren en misschien kunnen we nog getuigen zijn van het burlen van Edelherten.

Verbaasd over hoe broers van dezelfde ouders kunnen verschillen vroeg ik laatste broer of hij een en ander ook wilde organiseren en dat wilde hij.

Zo werden mijn andere broer en ik afgelopen zondag door mijn organiserende broer en zijn vrouw welkom geheten bij Het Parkrestaurant van nationaal park De Hoge Veluwe. Wegens afspraken, gedoe des levens en ziekte waren we dankzij een stand-inn toch nog met 18 mensen bijna compleet. Mijn organiserende broer organiseerde en in de nabijheid werd zelfs door De Overlopers, een Jachthoornblazers-ensemble, een demonstratie jachtmuziek gegeven. We werden door mijn organiserende broer rondgeleid. Hij vertelde verhalen over de locatie waar we waren in vroeger ijstijden en rond 1930 en wat op deze plek daartussen zoals gebeurde; zelfs over het nu en binnenkort. We bezochten een natuur-observatiepost zonder uitzicht op wilde dieren, het bezoekerscentrum annex geologisch en natuurmuseum Museonder, een terras en zagen Edelherten en kuddes hindes grazen (zoekend naar neergelegde appeltjes). De mannetjes burlden af en toe. En we sloten net buiten het park af met pannekoeken. Mijn organiserende broer organiseerde tot op het laatst door, zodat het afrekenen zo eenvoudig mogelijk zou gaan en ik bedankte publiekelijk mijn nichtje voor haar reünie-idee en mijn organiserende broer voor zijn georganiseer.

Sinds nu hebben we een groepsWhatsApp en ontvangen daar leuke foto’s van onze eerste en zeer geslaagde familiereünie op.

Ik wou dat ik er nog in geloofde…

Dit weekend moest ik wat tijd overbruggen bij het Spui in Amsterdam. Voor de Atheneum Boekhandel, waar ik vroeger altijd wel een boek kocht als ik in Amsterdam was, staan bankjes. Daar overbrugde ik mijn tijd met uitzicht op ‘Het Lieverdje’. Daar begon het allemaal in Nederland, herinnerde ik me. De politie wist er geen raad mee en de Amsterdamse burgemeester – kom, hoe heette die ook weer – werd naar huis gestuurd. In heel Europa was het overigens onrustig en 1968 staat voor de omslag.

De generatie jongeren van na de oorlog was 23 jaar of jonger en had geen trek meer in de hypocrisie waarin zo’n beetje alle verhoudingen met de generatie van hun ouders gedrenkt leek. Na de Tweede Wereldoorlog legde de Nederlandse regering eerst de focus op herstel van de koloniale verhoudingen in Indonesië, in plaats van – wat verteld werd – de wederopbouw. De Amerikanen, die ons hadden helpen bevrijden, probeerden nu Vietnam te annexeren. Nederland steunde het ‘appartheids-regime’ in Zuid-Afrika, waarheen familie geëmigreerd was, en Israël, waar land van Palestijnen wetteloos onteigend was. Speculanten lieten huizen leeg staan, terwijl er woningnood was. Zichzelf noemend ‘werkschuw tuig’ protesteerde tegen de vervaardiging van nog meer atoombommen. De Russen, die ons bevrijd hadden, werden als grootste vijand gezien. In de kringen, waarin ik verkeerde, werd zondags de preek uitvoerig bediscusieerd en of de slang in het Paradijs werkelijk gesproken had. En dat terwijl dit alles in de wereld gebeurde. Duitsland was lid van de NATO. Een muur van prikkeldraad en landmijnen lag tussen onze Russische bevrijders en de Duitse bezetters van weleer.

1968 fungeert voor conservatieven echter als kantelpunt tussen orde en chaos, tussen opbouw en verval.

En hier moet toch echt iets rechtgezet worden: in tegenstelling tot wat vanuit rechts-conservatieve hoek wordt beweerd, was 1968 helemaal geen homogeen links gebeuren, maar slechts een breuk tussen een ‘oud-links’ en een ‘nieuw links’. Hij maakte deel uit van een generatieconflict tussen vooroorlogse militanten en de na-oorlogse links-georiënteerde jongeren. Eerstgenoemden waren doorgaans Sovjet-getrouw, hadden een klassieke opvatting over het proletariaat en de revolutie en beschouwden de klassenstrijd als de kortste weg naar de totale emancipatie. De na-oorlogse generatie schoof naast die klassenstrijd andere thema’s naar voren: anti-autoritarisme, anti-imperialisme, anti-racisme, feminisme, pacifisme en verzet tegen de op Amerikaans denken gebaseerde consumptiesamenleving. Daarbij werden door de na-oorlogse jongeren directe actievormen verkozen boven het traditionele arsenaal van de arbeidersbeweging: confrontaties met de politie, sit-ins, vervreemdende rituele bijeenkomsten veelal onder invloed van drugs rondom Het Lieverdje en wilde stakingen. Deze breuk tekende zich overigens in vrijwel alle Westerse landen af.

De klassieke linkse stokpaardjes over de strijd tussen arbeid en kapitaal verdween 1968 niet, maar werd aangevuld met nieuwe vormen van strijd:
de strijd tegen autoritaire en logge Calvinistische structuren,
de strijd van minderheden – waaronder de 50% van de mensheid aan vrouwen – om erkenning en rechten en
de strijd om zelfbeschikking.
Een strijd ook om autonomie in de vele betekenissen van het woord, met als focussen het gezin, het lichaam en de maatschappelijke rolverdelingen,
en een strijd om authenticiteit en
om een leefbare aarde met als inzet natuur.
De een vond dit belangrijker en de ander dat. Hierdoor buitelden nieuwe sociale bewegingen vanaf de zeventiger jaren over elkaar heen.

Ikzelf ging halverwege die zeventiger jaren nog met idealen mijn militaire dienstplicht vervullen, en werd door een bijna-inzet bij de Amsterdamse Nieuwmarktrellen in vertwijfeling gebracht. Het bracht me later bij de Pacifistisch Socialistische Partij, die overigens ook streed voor feminisme, homo-rechten en natuur.

Het idee dat 1968 een breuklijn was tussen een harmonieuze ordentelijke samenleving daarvoor en een chaotische daarna is een historische fantasie. Een wensdenken van de categorie “Vroeger was alles veel beter”. Lees “Na de bevrijding: de loodzware jaren 1945 – 1950” (2014) van Ad van Liempt er eens op na; ISBN 9789460036927.

Ik heb de jaren voor 1968 ook zo niet beleefd. Wel waren er ineens De Beatles, die ervoor zorgden dat jongeren hun eigen muziek kregen. De periode van de zeventiger en tachtiger jaren zie ik achteraf juist wel als een ordelijke en zeer vreedzame waarin de verzorgingstaat vanuit al die sociale bewegingen opgetuigd werd. De Nederlandse welvaart werd die jaren verdeeld.

De afbraak daarna vanaf de tachtiger jaren tot op heden maakte ik er ook van mee. En hoogstwaarschijnlijk zal ook het komende kabinet verder gaan met Amerikaniseren door het in de kaart spelen van grootbanken, grootbedrijven, multinationals en andere private partijen ten koste van ons belastinggeld.

We hebben ze met elkaar aan een meerderheid geholpen en moeten het er maar weer mee doen. En wie weet hebben anderen na Rutte I en II nog wel hooggespannen verwachtingen van Rutte III. Ik wou dat ik er nog in geloofde.

Bron: “Links van links: over ‘identity politics’, 1968 en conservatisme” door Thomas Decreus via DeWereldMorgen op 15 september 2017.

Herstelbetalingen

Wat de WIC is weet haast geen enkele Nederlander, maar de Amsterdamse ‘Geoctroyeerde West-Indische Compagnie’, kortweg ‘West-Indische Compagnie’, was de eerste multinational. In 1649 wist de WIC in het Afrikaanse koninkrijk Accra het monopolie op de inkoop van goud en slaven te verkrijgen; mensen die de WIC toentertijd tussen de 2 en 6 jaren oud 100, tussen 6 en 15 133 en voor hen, die tussen 15 en 36 jaren oud waren, 200 gulden per persoon opleverden. En het koninkrijk Accra lag toen waar nu Ghana ligt. De hoofdstad Accra is nog steeds het economisch en politiek centrum van Ghana, dat vooral chemicaliën, hout, kleding, multiplex, textiel en voedingsmiddelen exporteert naar de rest van de wereld.

Terwijl slavernij sinds 1981 wereldwijd verboden is in onze wereld, waarin vandaag toch nog steeds 30 tot 100.000.000 mensen wel in slavernij leven, is de positie van Afrika als door het Westen verplicht gestelde leverancier van economisch gewin aan de rest van de wereld onveranderd.

Het financiële rapport over het ‘Afrika van 2015’ is sinds mei klaar.
Afrikaanse landen ontvingen in 2015 € 144.300.000.000.000, voornamelijk aan financiële hulp, geldovermakingen door familieleden in het buitenland en leningen.
In 2015 werd er ook € 181.300.000.000.000 uit Afrika weggesluisd. Deze bedragen zijn inclusief de gelden die op buitenlandse spaarrekeningen werden gezet, de export van illegale houtkap en visserij en de verboden handel in planten en wilde dieren en gecorrigeerd voor multinationals, die met opzet de waarde van hun export en import verkeerd aangeven om minder belastingen te hoeven betalen. Zo steeg in 2015 de schuldenlast in Afrika met € 29.300.000.000.000, terwijl het dat jaar tegelijkertijd per saldo een kredietverstrekker van (181,3 – 144,3 =) € 37.000.000.000.000 was.

Multinationals zijn alleen al verantwoordelijk voor 60% van alle door Afrikaanse landen misgelopen belastinginkomsten door belastingen over hun export, grondstoffenwinning èn import niet naar behoren af te dragen. Daarnaast sluiten zij zg. wurgcontracten. Mondiaal, vanuit de Europese Unie en vanuit Nederland wordt veel te weinig gedaan om ook deze belastingontduiking en -ontwijking tegen te gaan. Eerlijker nog kan ik stellen dat Nederland veel te veel doet om belastingontduiking en -ontwijking voor binnen de Europese Unie en met name Nederland actieve multinationals mogelijk te houden. Sterker nog, door met name de bijdragen aan politieke debatten van bijvoorbeeld de Partij voor de Vrijheid is het idee van Nederlanders dat ontwikkelingsprogramma’s hen geld kost. Wellicht zou het daarom beter zijn om ‘ontwikkelingshulp’ voortaan aan te duiden met de term ‘herstelbetalingen voor de aanhoudende extractie van rijkdom en andere schade, die aangericht wordt door organisaties die (mede) in rijke landen werkzaam zijn.’

En net als toen, nadat de afgedwongen handel tussen Afrika en Europa begon, zien we nu hetzelfde patroon:
1. Huidige Afrikaanse multilaterale bedrijven genereren rijkdom op dezelfde uitbuitende manier als hun tegenhangers bij ons sinds 1649.
2. Het aantal ‘extreem arme’ mensen in Afrika is gestegen van 284.000.000 (56% van de totale Afrikaanse bevolking) in 1990 tot 388.000.000 (43%) vandaag. ‘Extreem arm’ is dan ‘levend van maximaal $ 1.90 per dag’. Zou die grens bepaald zijn op $ 3.10 per dag dan leefden ineens 670.000.000 mensen in Afrika in extreme armoede; bij $ 4 per dag 800.000.000 (bijna 89%).
3. Er wonen nu 165.000 miljonairs in Afrika, gelijk aan nog geen 0,02% van alle mensen op dit continent, en (in 2016) 24 miljardairs. In 2014 verborgen deze rijke Afrikanen omgerekend € 377.250.000.000.000 in belastingparadijzen. Dat is gelijk aan 30% van Afrika’s totale financiële vermogen.

Het risico dat geld voor hulpprogramma’s in de handen komt van elites is bekend. Dus wanneer de PVV dat zou zeggen had ze daar wel gelijk in met hun ‘bodemloze put’. Dat dit kan resulteren in een netto verlies voor de economie van een ‘ontwikkelingsland’ werd ook al in 2006 beschreven in onderzoek van de Universiteit van Glasgow en in 2003 in een studie van de Wereldbank. Maar de praktijk gaat gewoon door. Werken met elites is deels opzettelijk beleid. Als donor wil je invloed hebben op partnerlanden. Of het nu gaat om het matigen van migratie naar Europa of om het terugdringen van China of IS, hoe hoger je partners zitten, hoe beter. Bovendien is het eenvoudiger om grote bedragen op topniveau te geven. Dat scheelt een hoop administratie en verantwoordelijkheid. Dat zulke hulp een negatief effect kan hebben op het leven van de armen wordt dan ‘op de koop toegenomen’. Wanneer de immigratiestroom maar ‘opdroogt’ of de invloed van China en IS afneemt.

Bij het exporteren van grondstoffen door multinationals uit Afrikaanse landen ontvangen de regeringen van deze landen daarvoor bitter weinig belastingen. En Afrikaanse overheden hebben bij buitenlandse investeringen op hun continent meestal geen aandelenparticipatie. Wanneer ze die toch wel hebben, dan vaak hooguit op 5 tot 20% van de aandelen. De meerderheid van de Afrikanen hebben aan de export van grondstoffen geen enkel voordeel en de huidige manier van ontginnen leidt daarenboven tot verarming.

Nee, herstelbetalingen voor de aanhoudende extractie van rijkdom en andere schade, die aangericht wordt door organisaties die (mede) in rijke landen werkzaam zijn, kan de arme Afrikanen alleen ten goed komen wanneer die losgekoppeld gaan worden van zowel Afrikaanse als Westerse bedrijfsbelangen en gebaseerd gaan worden op de reële noden op het continent. Pas dan is sprake van ‘hulp’ en nog niet eens van ‘ontwikkelingshulp’.

En hoe het die eens als slaaf overgebrachte families in de Verenigde Staten van Amerika nu vergaat? Tussen 2008 en 2016 hadden zij 2x meer extreemrechts gemotiveerde aanslagen te verdragen dan de het hele land Islamistisch geïnspireerde aanslagen.
En dat het juist zou zijn investeringen van gemeenschapsgeld in nuts- en zorgvoorzieningen los te koppelen van private belangen speelt volgens mij ook in Noord-Europa, maar dat is een heel ander verhaal.

Bronnen: “Hoe de wereld profiteert van Afrika’s rijkdom” door Soetkin Van Muylem via DeWereldMorgen op 10 augustus 2017, “Als de multinationals hun belastingen zouden betalen, zou Afrika geen hulp nodig hebben” door Euractiv via Yoo.rs op 10 mei 2016, “De terreur in Charlottesville komt niet uit de lucht gevallen, ze heeft een lange geschiedenis” door Thomas Decreus in DeWereldMorgen van 14 augustus 2017, “Dit is hoe hulpprojecten in Afrika de rijken rijker maken” door Selay Kouassi et al./African Investigative Publishing Collective op 15 augustus 2017 en Wikipedia op 12 augustus 2017.

Is god almachtig en de mens barmhartig?

In de lieve Belgische stad Gent worden momenteel de Gentse feesten gevierd. Eric Goeman, een van de coördinatoren/moderatoren, is er alles aan gelegen de gelegenheid te baat te nemen om met de feestvierders een nieuwe linkse vuist te smeden. Hij organiseert daartoe de Gentse Feestendebatten 2017.

In de 70-er jaren zag ik een akelige wereld van het communisme, vertegenwoordigd door de Sovjet-Unie, en China, en Cuba, waar dwang gelijk was aan beleid. En een akelige wereld van het liberalisme, vertegenwoordigd door de Verenigde Staten van Amerika, waar vrijheid gepredikt werd maar geld regeerde. Ik wilde een politiek bestuur dat nog nergens vormgegeven was. Ik wilde, wijs geworden door vervulling van mijn militaire dienstplicht, een democratische socialistische wereld waarin militaire legers wereldwijd overbodig werden.

Met de val van de muur, nu 28 jaar geleden, hebben we ons hier in Europa met elkaar – enkele diehards daargelaten – overgegeven aan de denkbeelden in de VS over economie, heerschappij en vrijheid. Omdat ik vrijheid en vrijheid van meningsuiting altijd al een groot goed vind, vervulde ik mijn militaire dienstplicht zonder een beroep te doen op vrijstelling wegens een verzonnen gebrek. Nooit ben ik voorstander geweest van een vrijheid zonder morele grenzen. Mensen zijn volgens mij het meest coöperatief wanneer de machtsverschillen overbrugbaar zijn. Daarom ben ik altijd al, net als Goeman, voor een links socialistische overheid. Overigens wel een die democratische gekozen wordt. Alleen dan worden de sterken niet te sterk en kan onze overheid de zwakkeren tegen de sterken beschermen.

Nu zijn er politieke partijen die niet meer aan links of rechts ‘doen’. Die bepleiten bijvoorbeeld, zoals de Partij voor de Dieren, gewoon een betere wereld door zich tegen elke onderdrukking te verzetten, inclusief die van dieren. Achterliggende gedachte is, als ik het goed heb begrepen, dat wanneer we goed voor dieren zijn, we vanzelfsprekend ook goed voor mensen zullen zijn.

Ik noem mijzelf zelfs nu, in dit tijdspanne waarin in heel Europa iedereen alles in geld uitdrukt, in verdienmodellen en in winst, nog steeds een socialist. Bij mij in huis is weliswaar een nieuwe liberale partij ontstaan. Een partij die, volgens de partijleider Yohan Bird, goed zal zijn voor alle mensen. Echter, hoewel ik deze Bird en hetgeen hij over zijn partij vertelt een warm hart toedraag, zal ik er geen lid van worden. Ik zit niet te wachten op iets tussen D66 en VVD in, maar op een partij die haar politiek over een heel andere boeg gooit; een plan B. Of C.

Wat, immers, is het verschil tussen mijn voorgestane links en het rechts van D66 of de VVD; tussen ‘echt’ socialistisch en het wijdverbreide (neo-)liberaal?
Wijlen Belgisch socialistisch en vrijzinnig moraalfilosoof Jaap Kruithof zei: “Links staat voor meer sociale gelijkheid, dus meer sociale rechtvaardigheid. Rechts voor meer sociale ongelijkheid, dus minder sociale rechtvaardigheid.
Voor rechts is echter alles simpel, voor links is alles complex.
Rechts hoeft alleen maar de historische sociale verwezenlijkingen af te breken. Links moet de sociale verwezenlijkingen, zoals de verzorgingsstaat en de sociale zekerheid verdedigen, tenminste proberen te behouden en nieuwe sociale beschermingen opbouwen en uitbreiden, ook Europees en mondiaal.
Door de neoliberale globalisering is rechts in de aanval en is links in het defensief gedrukt.
Links heeft gelijk, maar gelijk hebben en gelijk krijgen zijn twee verschillende dingen.

“Waarom dat defensief?”, vraag ik mij af. De Nederlands filosoof, politiek denker en wiskundige Baruch Spinoza, beter bekend als ‘Spinoza’, stelde dat de 2 belangrijkste passies van de mens ‘hoop’ en ‘vrees’ zijn. Rechts populisme speelt meestal in op de ‘vrees’. Links op ‘hoop’.

Zou het niet mooi zijn wanneer mensen ondanks de afgelopen decennia,
waarin wij geconfronteerd zijn met falend arbeidsbeleid, opeenvolgende besparingen op overheidsuitgaven, onrechtvaardige fiscaliteit, migratie, afbraak van sociale zekerheid, en geconfronteerd worden met huidige regeringen die nog steeds willen snoeien in de sociale zekerheid, de arbeid neoliberaliseren (Macron) of flexibiliseren (D66, VVD), de werkende mensen laten opdraaien voor de belastingen die multinationals en de vermogenden niet betalen, de armen en migranten bestrijden in plaats van de oorzaken van armoede en/of migratie aan te pakken,
ondanks dit alles juist meer ‘hoop’ ontwikkelden? Hoop dat we de samenleving wèl ingrijpend kunnen veranderen. Hoop dat we een rechtvaardiger samenleving kunnen opbouwen; hoop op een rechtvaardig ingerichte wereldmaatschappij? Is dàt niet juist de taak van ‘de’ politiek, en zeker van links? Zo u wilt van een links populisme?

In België leven momenteel 1.750.000 van de 12.000.000 mensen in armoede; dat is 15% van de bevolking. In Nederland leeft volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 10% van de bevolking in armoede. Dat wil zeggen dat het benodigde consumptieniveau om maatschappelijk te participeren niet bereikt wordt. In VVD-beleid wordt gek genoeg over een participatie-samenleving gesproken. Verderop in de wereld betekent armoede overigens honger, ziekte of dood. In deze 2 rijke landen, waar geld genoeg is maar onrechtvaardig is verdeeld, is het tijd om Albert Camus maar weer eens te herlezen. Deze Franse filosoof, journalist en schrijver zei immers “Als de mens er niet in slaagt gerechtigheid en vrijheid te verzoenen, dan slaagt hij nergens in.

Volgens mij heeft Goeman gelijk en ik hoop dat hij erin slaagt er aan bij te dragen om links weer een gezicht te geven.

Bron: “Gentse Feestendebatten: Is God almachtig en de mens barmhartig?” door Eric Goeman via DeWereldMorgen op 25 juli 2017 en het Centraal bureau voor de Statistiek op 18 augustus 2016.

Onverwachte grootheid

Zou het er dan toch van komen … dat de vervuiler betaalt? De 45ste Amerikaanse president Donald John Trump zal er niet aan beginnen; dat zou winstmarges aantasten en America in zijn ogen small in plaats van Great again maken. En hier in het Westen, ten oosten van de Verenigde Staten van Amerika, hebben we al helemaal geen politieke zwaargewichten die een andere koers durven aan te houden dan de Amerikaanse president gebiedt. Voor Amerika komen de wijzen niet uit het oosten, maar van binnenuit. We moeten het immers kennelijk weer hebben van Amerikaanse instituties om de generositeit van Trump te stoppen en de strijd aan te gaan met grootbedrijven. Eerder waren het Amerikaanse rechters, die zelfs van het presidentieel beleid eisen dat het voldoet aan grondrechten, afgesloten VN-verdragen en bestaande Amerikaanse wetgeving. Nu zijn het Amerikaanse lokale overheden die het voor burgers en ingezetenen opnemen.

De districten Marin en San Mateo, en de stad Imperial Beach hebben tegen tientallen gas-, olie-, en steenkoolbedrijven, waaronder BP, Chevron, Exxon Mobil, Shell en Total, afzonderlijke rechtszaken aangespannen. Deze 3 Californische lokale overheden eisen dat dit soort vervuilers opdraaien voor kosten die zeespiegelstijging veroorzaakt. Ze stellen dat hun activiteiten willens en wetens particuliere en openbare bezittingen in gevaar brengen en het recht van de inwoners van Californië op gezondheid, veiligheid en vrede aantast.

Volgens Sophie Marjanac, jurist bij de Londense milieuorganisatie ClientEarth, worden wereldwijd dergelijke zaken aangespannen tegen bedrijven en regeringen die verantwoordelijk zijn voor CO2-uitstoot: “Dit is een moment zonder precedent als het gaat om procesvoering op het gebied van klimaat.

Het gaat de lokale overheden onder meer om wegen, die overstromen, en schade aan huizen. Ze doen een beroep op de wetgeving over nalatigheid, overlast en – voor het eerst – ook over productaansprakelijkheid. Deze wetten beschermen consumenten tegen producten die gevaarlijk zijn. Ze stellen daarbij dat deze tientallen bedrijven al jarenlang wisten van de gevaren van hun producten, maar niets ondernamen, hun productie zelfs uitbreidden en bestaande regelgeving ondermijnden.

In mijn ogen maken zulke overheden en rechters Amerika Great. Misschien moeten we het in West-Europa ook van dergelijke instituties hebben, want welke machtspoliticus zich in Europa – laat staan in Nederland – hard maakt voor echt-duurzame politiek, is mij een vraag. Of zie ik iemand over het hoofd?

Bron: “Oliebedrijven voor rechter om zeespiegelstijging” door Inter Press Service via DeWereldMorgen op 20 juli 2017.

Inlegkunde

Negen ooievaren zwevend in de lucht. Alsof ze niets anders te doen hebben, of dat de oudere hun juvenielen vliegles geven. Glijdend boven geboomte ver weg van ons; ver weg ook van Ankeveen, ’s Graveland en Kortenhoef, de dorpen die hier het dichtstbij liggen. Zwarte vogels als we ze van onder zien. Als lichtgevende lampjes wanneer we ze van boven bekijken. Soms fladderend, maar meest stil hangend en toch gaand. Statig.

De uitgestrekte weilanden liggen erbij alsof de hitte van de zon aan de onbewolkte hemel hun niets doet. De slootjes alsof hier nooit iets zal veranderen.

Mijn vriendin wil dat ze boven ons komen vliegen en nodigt hen uit. Een stuk of drie schijnen het gehoord te hebben. Of begrepen. Komen in elk geval van boven het verre boomgewas langzaamaan rondjes cirkelend onze kant op totdat zij recht boven ons vliegen.

Een reiger in het gras, wellicht aan een voor ons onzichtbare waterkant waar ze vaak staan te wachten op voorbijkomende prooi. “Zet in de Kosmos wat je wenst”, zegt zij tegen mij, “het wordt zò vààk verhoord…

De vin van een snoek komt even boven het water uit. Het riet ritselt door de wind die er doorheen waait. Even verderop zwemmen dribbelend vier kuikens, die bescherming zoeken bij de ene zwaan. Terwijl de andere, tussen de kuikens en ons in, ons loom in de gaten houdt en doet alsof we er niet zijn.

Een kudde schapen. De meeste met al flink gegroeide lammeren. De ooien nog steeds met grote uiers, waaruit de uit de kluiten gewassen lammeren soms even drinken. Het ene ooi heeft drie lammeren. Het andere ook. Dan is er een met twee. Het ene zwarte ooi blijkt moeder van twee pikzwarte lammeren. Hoewel, hun vacht weerspiegelt ook een bruine waas. ’t Is warm en ze ademen in en uit alsof ze kortademig zijn. Eén schaap blaat klagelijk aan een stuk door alsof ze een lam kwijt is.

Een uitgebreide picknick van een groep jonge mensen, zo uitgebreid en Italiaans aandoend dat we graag een fotootje van en voor hen schieten.

De rododendrons tonen hun paarse en lila bloemen. De een nog groter dan de ander. De andere daarentegen wat kleiner dan de een. De stank van een dode rottende vis verraadt een zwarte dag.

Door de vele fietsers op het smalle pad even verderop, de meesten fietsend in lange groepen of in tweetallen, moeten we een stukje van onze route telkens uitwijken naar de smalle berm tussen twee grote, stille plassen, die lijken te wachten op de eenden en futen die vanavond terug zullen komen.

Natte jongens op een steiger. Meisjes zonnend op dierlijk uitgemonsterde luchtkussens in het water. Zo zien we vandaag ook nog een eenhoorn. Met een flinke plons springt een van de jongens het water in. Een andere haalt nog een bal van zijn fiets.

In de schaduw van hun huis zit een ouder echtpaar. Staren ze naar de groepjes mensen die zich wortelloos op ons pad voor hen van links naar rechts en van rechts naar links bewegen?

Met verrekijkers wordt het water tevergeefs afgetuurd of er op de plas nog een eend, fuut of zwaan te bekennen is. Kraaien kraaien hoorbaar in de verte.

Toch een futengezin. De ene heeft een kuiken op haar rug. De andere twee kuikens en een volwassen fuut zwemmen dichtbij het tweetal. Ze hebben ons gezien en het is alsof zij willen zeggen: Zo brengen wij hemelvaartsdag door, net als andere dagen.

De schapen hebben inmiddels de schaduw opgezocht.

Dit zijn zomaar wat waarnemingen in de tijd dat vandaag een vlinderstruik van een Utrechtse tuin in de mijne belandde. ’s Ochtends hingen haar blaadjes er slap en suffig bij. Bij thuiskomst blijkt de struik zich met water te hebben volgezogen. Ze ziet er nu stevig en vitaal uit. Het lijkt mij toe alsof ze eraan denkt binnenkort eens aan het formeren van bloemen te beginnen. Maar dat zal wel mijn inlegkunde zijn.

Het zal je maar overkomen…

Damasak, Damasak in Nigeria. Het zegt u waarschijnlijk niets. We horen er ook nooit iets over, maar november 2014 werden meer dan 500 kinderen door Boko Haram ontvoerd uit de stad Damasak in Borno, Nigeria. Voor de Nigeriaanse regering is hun ontvoering niet meer dan een levensgebeurtenis. Dat kan een mens overkomen, dus ook een kind. Zelfs de internationale pers had er geen aandacht voor.

Hoewel het onduidelijk is hoeveel mensen door Boko Haram ontvoerd zijn, heeft Amnesty International sinds het begin van 2014 minstens 41 gevallen van massa-ontvoering in Nigeria gedocumenteerd. Veruit de meeste vonden plaats zonder internationale aandacht te trekken. Veel ontvoerden krijgen te maken met misbruik zoals gedwongen zelfmoordmissies, mishandeling, uithuwelijking en verkrachting. In een recent VN-rapport is geverifieerd dat 90 kinderen, in de meeste gevallen meisjes, zijn ingezet voor zelfmoordaanslagen in Kameroen, Niger, Nigeria en Tsjaad. Ook werden 217 gevallen van seksueel geweld tegen kinderen, gepleegd tussen 2013 en 2016, bevestigd. Er wordt echter geschat dat duizenden Nigeriaanse meisjes en vrouwen slachtoffer van misbruik door leden van Boko Haram zijn.

In april 2014 werden 276 meisjes door Boko Haram ontvoerd uit hun school in Chibok in hetzelfde Nigeriaanse Borno, als waarin de stad Damasak ligt. Die actie leidde wel tot internationale verontwaardiging en woede. Onlangs zijn 80 van die schoolmeisjes door Boko Haram vrijgelaten. In totaal zijn daarmee 161 van die 276 meisjes ontsnapt of vrijgelaten. Niet- (of non-)gouvernementele mensenrechtenorganisaties uitten onlangs ook voor deze vrijgelaten meisjes hun bezorgdheid. Hen wacht een loodzware toekomst. 

Kort na de laatste groep van 80 vrijgelaten meisjes publiceerde de regering van Nigeria de namen van de meisjes in diverse media, inclusief Twitter. Dit alleen al is een kwalijke schending van de privacy van de meisjes. En dat terwijl hun familieleden niet van hun vrijlating op de hoogte gesteld werden. 

Ook zijn er zorgen over de wettelijke status van de meisjes. Bij een eerdere overeenkomst tussen Boko Haram en de Nigeriaanse regering in oktober 2016 werden 21 meisjes vrijgelaten. Deze meisjes mochten tot op heden echter niet terug naar hun dorp of familie en worden elders, maar niet meer door Boko Haram gevangen gehouden.

En wanneer ze wel terug zouden mogen naar hun dorpen en families; wat staat hen dan te wachten? Vast geen adequate psychologische hulp en steun en ook geen ondersteuning aan de gemeenschappen waarin zij thuis horen om hun leven weer op te pakken en te herintegreren in de gemeenschap. 

Het zal je maar overkomen, en kon je er – voordat je geboren werd – maar iets over zeggen of je als man of als vrouw ter wereld gaat komen en in wat voor ‘rechtstaat’ waar op de wereld. De duizenden hier bedoelde meisjes en vrouwen in Nigeria, en een veelvoud daarvan in heel veel andere regio’s in de wereld, hebben ‘gewoon’ domme pech. En ook wij kijken daarvan weg; richting boezems van OG3NE wel te verstaan.

Bron: “Bevrijde Nigeriaanse meisjes wacht loodzware toekomst” door Tharanga Yakupitiyage/Inter Press Service via de website van De Wereld Morgen op 11 mei 2017.

Duitse successen

Terwijl ik mij zaterdagochtend 29 april op het dak van NEMO in Amsterdam aansloot bij de – in goed Nederlands – ‘People’s Climate March’, werd in Duitsland de daad bij het woord van onze roep gevoegd. Tijdens het lange weekend van zaterdag 29 april tot en met maandag 1 mei, daar de (feest-)Dag van de Arbeid, haalde Duitsland 85% van zijn totale elektriciteitsverbruik uit hernieuwbare bronnen zoals biomassa, waterkracht, wind en zon. Dat is een nieuw nationaal record. De Duitse kerncentrales draaiden 30 april op een laag pitje en de meeste steenkoolcentrales lagen stil.

In de hele maand maart van dit jaar haalde Duitsland al meer dan 40% van zijn elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Duitsland loopt ook voorop in energie-efficiëntie; het heeft wat betreft energieproductie en -verbruik de zuinigste economie ter wereld. Allemaal recente Duitse successen na 2016; mondiaal het heetste jaar, het jaar met het minste ijs en de hoogste zeespiegel.

Daar kunnen wij in Nederland niet tegenop. Bij ons halen burgers hun investeringen in zonnecellen er niet eens uit, wanneer zij gaan terugleveren; meer energie opwekken dan zelf verbruiken. Zo zijn onze regels.

Overigens gaat ook de helft (€ 3.200.000.000) van de € 6.300.000.000 EU-subsidies om de steenkolensector te ondersteunen naar deze prestigieuze oosterbuur. En dat terwijl Nederland die sector met 10% (€ 639.000.000) van dat totaalbedrag steunt. Raar toch, dat zelfs in ons laaggelegen land nog met belastinggeld een zwaar vervuilende CO2-producerende industrie overeind gehouden wordt, die onder meer de zeespiegel helpt stijgen.

Bronnen: “Climate Breaks All Records: Hottest Year, Lowest Ice, Highest Sea Level” door IPS World Desk via Inter Press Service op 22 maart 2017 en “Duitsland breekt record gebruik hernieuwbare energie” en “EU-lidstaten geven 6 miljard subsidies aan steenkool”, beide door Inter Press Service via de website van De Wereld Morgen op 9 mei 2017.