Hoe je tot een keuze komt (en ik aan het komen ben)

Hoe ik mijn keus op 21 maart a.s. bepaal? Laat ik maar bij het eind beginnen: ik ben er nog niet uit. Maar wat ik doe, is een stip zetten aan de horizon met de best wat lange vraag:

“In wat voor wereld wil ik dat de kinderen van de kinderen van de kinderen van de kinderen van mijn kinderen leven?”

Vervolgens kijk ik wat er nù gedaan kan worden om dàt te bereiken, bijvoorbeeld: ‘Wat ga ik voor mijn kinds kinderen op 21 maart stemmen?

Dat ik wil gaan stemmen staat daarom vast. Wanneer ik niet ga stemmen gaat mijn stem naar de winnaar(s) in De Bilt en dat zal ik hoogstwaarschijnlijk geen goede zaak vinden. Vorige keer wonnen D66, VVD, Beter De Bilt en CDA. Ik zal ook niet blanco gaan stemmen, want er is volgens mij genoeg te kiezen, maar waarop uiteindelijk mijn keus valt, weet ik nog niet.

Nee, ik wens onze kinds kinderen een wereldvrede toe, zo één waar velen rond kerst over zingen. De PSP doet al sinds 1990 niet meer mee, terwijl die politieke partij nog steeds mijn voorkeur zou hebben; die was opgericht om pacifisme te bereiken; een wereldbeschouwing die duurzame vrede nastreeft en tegen geweld en oorlog is. Een vies woord volgens sommigen, maar sinds ik tijdens mijn militaire dienstplicht anderhalf jaar bij onze pantserinfanterie werkte is dàt mijn ideaal.

Bij gebrek aan PSP stem ik dus al bijna 3 decennia ‘strategisch’, want alle partijen hangen ons kapitalisme aan: alles moet wijken – tot en met de inkomsten voor uitkeringsgerechtigden, het minimumloon en voor velen hun inkomenszekerheid – voor het oprekken van ònze economische groei. Daarbij maakt het niets uit of bedrijven hier belastingen betalen, werkelijk vaste banen scheppen tegen respectvolle arbeidsvoorwaarden voor werknemers of wat voor troep ze produceren. Of het nou akelige financieel verpakte wangedrochten zijn, vleesproducten, ziekmakend voedsel (suiker, zout) of wapens, ze hoeven steeds minder belasting te betalen over hun winsten, voor zover ze die opgeven. Ons kapitalisme brengt wereldvrede volgens mij verder buiten bereik, omdat het ten koste gaat van mens en milieu; het buit arbeiders en de aarde uit, het brengt gelukkig voor velen hier welvaart en wakkert daarbij helaas hebzucht, een egocentrische onverschilligheid voor wat er in de wereld gaande is en oppervlakkigheid aan, verspilt grondstoffen, maakt de goegemeente tot schuldenaar en geeft feitelijk enkelen steeds meer geld en macht over èlk maatschappelijk debat. Kijk in Nederland naar de ‘discussie’ over de dividendbelasting.

Ik stem dus strategisch, waarbij ik geen partij meer ken die een stip aan de horizon zet, laat staan de mijne. Alle partijen willen iets binnen onze kapitalistische wereldorde verbeteren, zonder de schadelijke machtsstructuur aan te pakken. De Partij voor de Dieren (PvdD) – de partij van duurzaamheid, mededogen, persoonlijke verantwoordelijkheid en persoonlijke vrijheid – komt mij hierin nog het meest tegemoet door voor een ‘plan B’ te kiezen, tegen de extremen van ons kapitalisme.

Echter, in mijn gemeente doet de PvdD niet mee. Resteren GroenLinks, PvdA en SP, omdat zij drieën het verst gaan in hun kritiek op wat we allemaal normaal zijn gaan vinden, althans vergeleken met de andere De Biltse partijen.
Van geen van deze zou ik lid worden omdat ik zwaarwegende bezwaren heb tegen elk van deze partijen, maar één van deze drie gaat het wel worden. Welke, weet ik waarschijnlijk pas in het stemhokje, dat ik dus zeker zal gaan bezoeken. Immers, zonder de stem van degenen, die de politiek zo’n beetje hetzelfde als ik inschatten, wordt het niks volgens mij.

Waarom ik ook dit keer ‘tegen’ ben

Waarom ik tegen de nieuwe bevoegdheden in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) ga stemmen; de “sleepwet”, waarover tijdens de komende gemeenteraadsverkiezingen ons laatste referendum wordt gehouden:
Eigenlijk gaat het mij maar om twee punten en een onderliggend gevoel.

Het eerste punt is dat een verdere verruiming van de Wiv nadien kan plaatsvinden door een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Als de AIVD in de toekomst bijvoorbeeld ook uiterlijke kenmerken uit verzameld DNA wil afleiden, hoeft de regering daarvoor alleen een AMvB af te kondigen, waarover onze Tweede Kamer niet stemt.

Het tweede punt waarom ik tegen de nieuwe bevoegdheden binnen de Wiv ga stemmen is dat de huidige Wiv al overtreden wordt aangaande het aftappen van dataverkeer en het eventueel via inbraak verzamelen en opslaan van DNA-profielen door onze eigen overheid; onze Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in het bijzonder. Overigens zit ik ook niet te wachten op zo’n bij wet gelegitimeerde inbraak door de AIVD, en volgens mij niemand. Met een overheid die zich nu al niet aan haar eigen wetten houdt, zou ik het dom vinden haar wettelijke bevoegdheden te verruimen, want dan doet ze wellicht straks alles buiten- en binnenwettelijk naar eigen goeddunken. De nieuwe bevoegdheden in de Wiv dienen slechts het huidige – onwettig – gedrag van de AIVD sinds 2015 met terugwerkende kracht te legaliseren. Ik zou het hek op de dam houden.

Mijn onderliggend gevoel is dat ik vanuit een mijns inziens ‘gezond wantrouwen’ in mijn leven sta. We moeten daarom volgens mij ons ‘zijn, hebben en houden’ niet aan een overheid toevertrouwen. Onze privacy aan haar blootgeven, schept volgens mij juist minder, in plaats van meer veiligheid. Het delen van afgetapte data en DNA-profielen met andere landen zit mij ook niet lekker. Bovendien, als het Witte Huis in de Verenigde Staten van Amerika gehackt kan worden, kan de AIVD dat ook.
Het opsporen van die enkele bijzonder gevaarlijke crimineel – die vrijwel altijd al in beeld was bij justitie en/of politie – is wat mij betreft de risico’s, die aan de nieuwe bevoegdheden van Wiv kleven, niet waard.
Laten we het maar lekker houden bij de databank die het Nederlands Forensisch Instituut beheert, met alleen de bewaarde profielen van veroordeelde Nederlanders en met de bevoegdheid om het DNA-profiel van verdachten te analyseren.

Bron: “De DNA-verzameldienst; Het referendum over de sleepwet” door Saskia Naafs en Emiel Woutersen via De Groene Amsterdammer op 28 februari 2018.

Oogsten na de storm

Tobias paste in zijn rijtjeshuis met zijn vrouw Godelinde, zijn twee kinderen en zijn hond. Nou ja, hond? Hondje! Zijn kinderen van 9 en 6 keken nog tegen hem op en zijn vrouw hield van hem en van zijn inkomen. Tobias was blij met zijn werk als directeur van een flinke basisschool. Afwisselend werk met kinderen, docenten, ouders, de gemeente, maatschappelijke instellingen en wat niet al. “Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst”, zei hij zelfs op ongepaste momenten. Hij was op alle vlakken onomstreden en de school lag in een wijk met jonge mensen, dus wat kon hem gebeuren?

Hij wilde wat meer doen voor de mensen in zijn omgeving. Zijn relatie met Godelinde was stabiel; “Een heerlijke sleur”, zei hij als mensen er naar vroegen. Grote delen van de weekenden reserveerde hij voor zijn twee dochters, en ook doordeweeks wilde hij meedoen in het huishouden als hij van school kwam. Hij realiseerde zich niet dat het gewone alledaagse leven plaats gemaakt had voor de stilte voor een storm.

Tobias besprak met Godelinde dat hij één avond in de week in hun huis mensen wilde gaan masseren. Hij had eerder met zijn vrouw een cursus daarvoor gedaan en “Zou het niet leuk zijn om het geleerde in de praktijk te gaan brengen?
Godelinde: “Je doet maar wat je niet laten kunt, als je aan mij-masseren niet genoeg hebt.
Tobias: “Maar ik wil het samen, tenminste jij zoveel avonden als je wilt en ik op donderdagavond.
Ik heb mijn vader ook nog, Tobbekop.
Ja, natuurlijk, mijn godje.
En als ik dit nu toch ga opzetten?
In de kleine voorkamer? Je doet maar. Maar ik ga de mensen niet ontvangen.

Tobias dacht zijn plannen goed uit en na verloop stond er een massagetafel in de kleine voorkamer. Via zijn school maakte hij bekend dat hij massages aan huis gaf. “Nee, het ging hem niet om het geld.
Nee, niet met een happy end.”

De eerste klanten kwamen voor € 10 per behandeling van zo’n drie kwartier en Tobias praktiseerde zich als een masseur op te stellen. Er volgden nog enkelen tot de tweelingzus van Godelinde vroeg – aan Godelinde – of zij zich ook mocht laten masseren door Tobias. “Je doet maar”, had haar zus gezegd, “als je er maar goed over praat met jouw Karel.
Ik wil geen gedoe in de familie.

Tobias’ schoonzus was drie maanden geleden bij Tobias geweest. Na het vertrek van haar zus – ze hadden achteraf nog even gedrieën een glas wijn gedronken – voelde Godelinde zich er toch niet zo lekker mee.
Hoe was het masseren vanavond, Tobbekop?
Ik heb haar borsten niet aangeraakt, hoor”, antwoordde Tobias, die gevaar rook.
Hoe was het?
Net als de anderen.
Hoe voelen die anderen?
Iedereen voelt anders en jij het fijnst van iedereen”, probeerde Tobias de situatie te redden.
Hoe was het?
En nu kreeg Tobias de ingeving, die een storm zou inluiden: “Lief godje van me, als ik voel, voel ik niet de huid van een ander, maar ik voel mijn eigen vingers. Niets meer en niets minder.
Hmmm”, reageerde Godelinde. Ze had het er verder bij gelaten.
Bij het uitlaten van het hondje voelde Tobias een ongekend chagrijn van zich meester maken.

Die nacht kon Tobias niet in slaap komen. “Als ik voel, voel ik niet de huid van een ander, maar ik voel mijn eigen vingers”, spookte door hem heen.
Als ik kijk, zie ik niet de ander, maar ik zie alleen wat ik zie van de ander”, varieerde hij.
Als ik hoor, hoor ik niet alle geluid, maar alleen de geluiden waarop ik focus; misschien alleen de woorden die ik begrijpen kan. Alleen de zinnen die ik aankan.
Als ik denk, denk ik binnen mijn eigen denkraam, zou Marten Toonder de dwerg Kwetal laten zeggen.

Zijn getob stortte Tobias in een poel van onzekerheid met levensvragen als Wat stel ik eigenlijk voor; eigenlijk? Feitelijk!?! Hij realiseerde zich dat zijn inzicht erger was dan in de bubble leven. Dat kon hij nog wel begrijpen. In een bubble leef je nog met andere, soortgelijke mensen; dit is een knellend, veel te klein luchtbelletje. Wat weet ik werkelijk? Van de werkelijkheid?

Voor het eerst in zijn leven voelde hij zich eenzaam. Voor het eerst vroeg hij Godelinde een paar keer om hem vast te houden. Voor het eerst liet hij zijn eten staan, maar voor zijn kinderen bleef hij de hen-toegewijde vader, die hij altijd voor hen geweest was. Godelinde begreep zijn uitleg voor zijn droevige gezicht niet. Adviseerde hem ‘hiermee op te houden’, en eiste tegen beter weten in meer aandacht. Hem liet het niet meer los alsof hij op de bodem van een oceaan in een eenpersoonsonderzeeboot zat met een uitgevallen motor: geen ontsnappen aan en blijven is ook geen optie.

Afgelopen weekend op een familiebezoek vroeg hij een tante van hem, toen hij haar naar de keuken gevolgd was, wat zij ervan vond; ‘de gevangenschap in zijn lijf’. Die tante reageerde enthousiast. Verbouwereerd hoorde hij haar vreugdekreten aan.
Jochie, wat mooi! Je hebt god gevonden.

Dit was wel het laatste wat hij van zijn atheïstische tante verwacht had.
Mij maakt het somber”, wierp hij tegen, “alleen Judith en Yara doen er nog toe voor mij.
Beste Tobias, er is niets om somber over te zijn. Jij weet iets wat niet veel mensen weten, maar wat voor iedereen geldt. Ook voor mij.
Hoezo heb ik god gevonden?
Willem Kloos zei: ‘Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten’. Die god van Willem Kloos heb jij gevonden.
Tobias keek haar verbaasd aan.

Of je bent goed onderweg.
Jouw inzicht, dat jij vergelijkt met een gevangenis, helpt jou bewust te maken van waar het echt om draait. Jouw inzicht gaat over ‘waarheid’.

Jezus, hoe moet ik het je uitleggen?
Jij…
Ieder kind wordt…
Nee, ik… Ik ben geboren met een open mind. Daarna werd me van alles aangeleerd en afgeleerd door jouw opa en oma: Foei!, Lief!, Stout!, Nee!, Afblijven!, Doe eens normaal!
Vervolgens werden er allemaal etiketjes op mij geplakt: ‘Je bent een egoïstisch meisje’, ‘Je kunt goed praten’, ‘Je bent wel scherpzinnig’. ‘Je bent niet te vertrouwen’. ‘Huilebalk’. ‘Als jij je zin maar krijgt’.

Pas toen ik op mijn achttiende het huis uit was, kon ik helemaal zelf bepalen met wie ik omging en met wie niet. Van mijn vriendenkring hoorde ik heel andere kenmerken van mij: ‘Je staat voor iedereen klaar’. ‘Bij jou kom ik tot rust’. ‘Jij kunt ook alles’. ‘Wat ben je snel’.

Weer veel en veel later kon ik veel van die etiketjes van me afschudden, mede dankzij Pim; oom Pim. Die is zo goed voor mij, zo vertrouwd. Alles wat ik met hem bespreek, is bij hem in goede handen.

Ik kreeg meer en meer zelfvertrouwen en waardering voor mijzelf. Mede door mijn werk natuurlijk. En wanneer ik nu emotioneel geraakt wordt, vandaag bij wijze van spreken, willen er oude of nieuwe beelden over mij nog wel eens terugkomen. Ik kan die dan vaak waarnemen op de manier waar jij het over had: ‘Ik ben het die voelt’; alsof ik het niet ben die boos of koppig is, maar dat de boosheid of koppigheid in mij de kop opsteekt.
Ik ben toch ook niet mijn boosheid? Ik ben toch niet mijn karakter? Ik ben ‘ik’, en kan allerlei emoties van mijzelf, en gedachten over mijzelf waarnemen. Alsof het oude vrienden zijn.

Juist daardoor kan ik vertrouwen. Juist daardoor kan ik liefde zijn. Juist daardoor kan ik zelfs mijzelf vertrouwen. Dàt is die god in mij: vertrouwen, liefde, zelfvertrouwen. Ik kan ook waarnemen! Bewust-zijn. Twee aan elkaar gekoppelde woorden. Begrijp je wat ik zeg?

Tobias was alleen naar zijn tante aan het luisteren en reageerde niet.

Tobias, juist daarom leg jij mij jouw probleem voor. Omdat ik jouw gevangenis-gevoel juist als iets moois zie; iets wat alleen mensen kunnen; dieren niet. Op de een of andere manier wist je dat je mij jouw probleem moest voorleggen.
Dat zou best kunnen”, antwoordde Tobias.
Jochie, jouw inzicht dat jij het bent die voelt wat hij voelt, die ziet wat hij ziet, die hoort wat hij hoort, is een inzicht waar mijn zus Godelinde heel veel aan zal hebben. Het is volgens mij”, zei zijn tante, “de eerste echte stap naar afpellen en werkelijk waarnemen. Het zal je nederig maken en trots. Het zal je duidelijk maken wat jouw toegevoegde waarde aan dit ondermaanse is, omdat je er achter gaat komen dat je niks meer en niets minder dan jouw ‘ik’ bent met dezelfde open mind die je had, toen je werd geboren. Geniet hier maar van en wees maar tevreden met jezelf; je bent het zelf die voelt; je bent goed bezig om vanuit jouw ‘ware natuur’ te gaan leven!

Jouw gevangenis-gevoel gaat je misschien in staat stellen om je met tomeloze liefde en vertrouwen te verbinden met Judith, met Yara, met Godelinde, met jezelf en met iedereen.

Zelfs met mij”, grapte ze er achteraan.

Waarom iedereen treuzelt met effectief klimaatbeleid

Wat een grappige titel van de bron voor dit stukje: ‘Voor een prikkie naar de Filistijnen’. Daar zou ik het bij kunnen laten, maar deze zin vraagt toch wat toelichting. Daar gaat-i:

Op het kantoor van actiegroep Transport & Environment blijken nog 6 olifantenpakken te liggen. Dat vertelt Bill Hemmings van die actiegroep. Het zijn restanten van een campagne op de klimaattop COP21 in Parijs. De luchtvaartsector was daar de elephant in the room; dat onwelgevallige onderwerp waar niemand zijn vingers aan wil branden. Regeringsleiders jubelden, zoals bijna altijd na een top, over ‘een doorbraak’. Deze top zou het einde van het fossiele tijdperk gaan inluiden, maar de olifant in de kamer bleef onbesproken, net als de op stookolie vooruit gedreven scheepvaart. Alleen de Europese Unie besloot om het vliegverkeer op te nemen in haar klimaatdoelen waarvoor hulde; de rest van de wereld blijft vol hoop afwachten of de sector zelf nog bijtijds met oplossingen komt.

De Nederlandse regering van CDA, CU, D66 en VVD ziet de tomeloze groei van Schiphol ook niet als een ecologisch probleem, maar juist als een economische kans. Het idee dat ‘Nederland achteruit vliegt als Schiphol stilstaat’, zoals de baas van het vliegveld het onlangs verwoordde, is diepgeworteld in onze polder. Dat hebben we ervan als we op zulke partijen stemmen.

Er zijn echter geen gemakkelijke oplossingen. Stiekem, gelooft Hemmings, zijn politici dankbaar dat er organisaties als International Civil Aviation Organization bestaan, de organisatie die inmiddels onder de vlag van de Verenigde Naties hangt en daar de taak heeft om de burgerluchtvaart in goede banen te leiden. Door haar bestaan kunnen politici de heikele kwesties rondom de toenemende burgerluchtvaart en de opwarming van de aarde en klimaatverandering op zo’n ICAO afschuiven en hoeven ze zelf geen moeilijke beslissingen te nemen. Nou ja, ‘moeilijk’ in de zin van het tonen van leiderschap bij het aanpakken van iets wat al decennia geleden hoognodig was en waarvan we steeds vaker zien – vandaag kijkend naar Groenland of de Noordpool – dat er direct iets gedaan moet worden omdat het al te laat is.

Daar komt bij dat de Europese Unie een traumaatje heeft opgelopen van een gestrande poging om wél serieuze actie te ondernemen: al het vliegverkeer had vanaf 2012 onder het emissiehandelssysteem (ETS) moeten vallen, wat zou betekenen dat luchtvaartmaatschappijen rechten moeten kopen voor hun CO2-uitstoot in het Europese luchtruim. Dat goedbedoelde maar falende plan om uitstoot van CO2 te verminderen. Maar zelfs dat plan stuitte op hevige weerstand uit het buitenland. China dreigde met een handelsoorlog en het Congres in de Verenigde Staten van Amerika nam hautain een wet aan die Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen verbood om emissierechten te betalen. Toen dan ook nog de luchtvaartlobby – met KLM en Schiphol voorop – de druk opvoerde, koos Brussel uiteindelijk ervoor enkel het vliegverkeer binnen Europa onder het ETS te laten vallen (al merkt de reiziger daar met de huidige koolstofprijs weinig van).

Zo blijven topconferenties en regeringen gevangen in de houdgreep van de luchtvaartsector, die zo kenmerkend is voor alle klimaatbeleid. De consument kan van alles opgelegd worden, maar bronnen van klimaatverandering en opwarming van de aarde aanpakken? Iedere natie treuzelt, omdat niemand te ver voor de troepen uit wil lopen. Niet de leefbaarheid van de aarde, maar nationale economische groei blijft de heilige graal. Dus hebben we het nog niet gehad over de productie van duurzame apparaten, waardoor ons grondstoffengebruik geminimaliseerd zou worden. Of snelheidsbeperkingen op snelwegen om de uitstoot van auto’s te verminderen. Aan banden leggen van transport via auto- en vaarwegen, of het rendabel maken meer energie via zonnecellen op te wekken dan alleen voor eigen gebruik. Of de vleesconsumtie…

Nou ik stop maar snel en zet snel mijn computer uit om wat minder stroom te gebruiken; vooralsnog worden immers nog steeds kolencentrales, olie, uranium en lang niet alleen water, wind en zon gebuikt om elektriciteit op te wekken. Maar niet na nog even te wijzen op de grappige en toepasselijke titel van mijn bron!

Bron: “Voor een prikkie naar de Filistijnen, De toekomst van het vliegen” door Jaap Tielbeke via De Groene Amsterdammer op 21 februari 2018.

Kinderleed in Israël

De 15-jarige Muhammad Tamimi heeft bekend dat hij geen kogelwond heeft, maar gewoon “zwaar is gevallen op zijn fiets”. Hij was net voor een roemrucht incident 20 kilometer noordwest van Ramallah neergeschoten door een Israëlisch bezettingssoldaat. Dat ‘in zijn hoofd schieten’ was de aanleiding voor een klap die zijn nichtje van 16 in het gezicht van een bezettingssoldaat op de oprit van haar huis gaf. Haar moeder (?) heeft dit alles gefilmd en dat filmpje is wereldwijd door bijzonder veel mensen bekeken; zelfs door mij. Ahed Tamimi probeerde met haar ongewapende actie succesvol de Israëlische indringer van hun oprit te verjagen.

Echter, voor haar buitenproportionele geweld tegen een zwaarbewapende militair zit zij inmiddels meer dan 2 maanden in eenzame gevangenschap en mag natuurlijk geen bezoek ontvangen. Tot nu weigert Ahed elke medewerking aan de militaire bezettingsrechtbank. Haar advocaat weigert zelfs de juridische geldigheid van deze rechtbank te erkennen en weigert dus ook consequent een pleidooi over schuld/onschuld te voeren tegen de door deze uitzonderingsrechtbank geuite beschuldigingen. Het zal allemaal weinig uitmaken, want haar straf zonder aftrek van voorarrest zal idioot lang zijn en daarna zal zij – zo gaat dat in deze contreien – een paar jaar later als ‘humanitaire geste’ worden vrijgelaten en het land uitgezet.

Het is hoog tijd voor internationale verontwaardiging tegen Israëls apartheidsbeleid

Om voor een eerlijke rechtspraak gericht onderzoek te kunnen doen, zijn onlangs nog eens 10 Palestijnse minderjarigen in het dorpje Nabi Saleh opgepakt en naar gevangenissen buiten de bezette gebieden afgevoerd. Daaronder was het neefje Muhammad van Ahed Tamimi. Het is een vast onderdeel van de methodiek waarmee de Israëlische bezetter de bevolking onder druk zet om haar verzet tegen de bezetting op te geven. Zo kan Ahed zogenaamd invloed uitoefenen op het genezingsproces van haar neefje. Immers, zijn medische toestand maakt gevangenschap bijzonder problematisch. Om zijn genezing van de schotwond te vergemakkelijken werd – overigens niet in een nabij gelegen ziekenhuis maar een eind verderop – een deel van zijn schedelbeen verwijderd, om later na genezing van zijn inwendige verwondingen in zijn gelaat en zijn hersenen te worden hersteld. Zonder twijfel is Ahed geconfronteerd met het dilemma: meewerken of geen medische verzorging voor haar neefje.

Uit duizenden getuigenissen van voormalige minderjarige gevangenen blijkt dat de Israëlische regering geen enkel psychisch drukmiddel tegen Palestijnen mijdt. Slaat een kolonist een Israëlische soldaat, dan krijgt hij of zij na verhoor hooguit een geldboete, zelfs als hij of zij dat meermaals gedaan heeft, maar in Israël gelden voor Palestijnen andere wetten. Israël doet met Ahed Tamimi niets anders dan wat het ook eerder met Palestijnen in de bezette gebieden doet sinds de bezetting in 1967 begon.

Aan een vriend vertelde Muhammad na zijn bekentenis dat hij werd bedreigd met een lange gevangenisstraf als hij niet zou ‘bekennen’ gewoon met zijn fiets zwaar gevallen te zijn.

Ahed Tamimi is voor mij een symbool van ongewapend verzet door een volk dat enkel en alleen haar recht op zelfbeschikking opeist tegen een onmenselijk handelende bezetter. Elke nuancering of begrip voor ‘de andere kant’ vind ik bij het structureel op grote schaal aan de laars lappen van door Israël ondertekende en geratificeerde VN-verdragen misplaatst en feitelijk een steun aan de misdaden die door het laatste koloniale regime ter wereld worden gepleegd.

Internationale verontwaardiging tegen Israëls apartheidsbeleid vind ik daarentegen onontbeerlijk.

Bron: “Aanhouding familie wil Ahed Tamimi tot ‘medewerking’ dwingen” door Lode Vanoost plus dossier ‘Bezetting en kolonisatie Palestina’ via DeWereldMorgen.be op 27 februari 2018.

Overdenkingen bij een ree

Vandaag fietste ik van Soest naar Maartensdijk. In de bossen bij het landgoed de Paltz schoot ineens een ree links naast mij uit de berm, rende naast mijn fiets, haalde me in en vluchtte met een wijde boog voor mijn fiets uit de bossen in; aan de andere kant van de weg was een hek; vandaar dat het niet dìe andere kant op vluchtte.

Dat beest toch. Onnodige hartkloppingen, zinloze angst. Hij (of zij ?) zou mij moeten kennen… Dàn was het gewoon weer gaan slapen, maar ja, dat wist het beestje niet.

Zal wel veel vaker gebeuren: dat we bang zijn voor wie we helemaal geen angst hoeven te hebben. Als we elkaar maar kenden…

Een boekje open (voor wie tegen onrecht kan)

In een open brief van 21 februari 2018 aan alle leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat en alle regionale parlementen vragen 700 academici en kunstenaars, verenigd in de Belgische Campagne voor een Academische en Culturele Boycot van Israël (BACBI), om de vrijlating te eisen van Ahed Tamimi en honderden andere Palestijnse kinderen uit Israëlische gevangenissen.

Integrale overname (inclusief typefouten en voetnoten) van “Open Brief; 700 Belgische academici en kunstenaars aan parlement: “Eis vrijlating Ahed Tamimi”” door Herman De Ley, Perrine Humblet en BACBI op de website van DeWereldMorgen
______________________
zondag 25 februari 2018

Aan de leden van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Belgische Senaat en de regionale parlementen

Betreft: Vrijlating van de Palestijnse tiener Ahed Tamimi

Geachte Mevrouw, Geachte Heer,

Ondersteund door bijna zevenhonderd academici, publicisten en kunstenaars, ijvert BACBI (Belgische Campagne voor een Academische en Culturele Boycot van Israël) op een democratische en vreedzame manier voor de vrijheid en de grondrechten, met inbegrip van het recht op zelfbeschikking, van het Palestijnse volk: mannen en vrouwen en, niet op de laatste plaats, zijn kinderen.[1]

Honderden Palestijnse kinderen
Met deze gedocumenteerde brief durven wij u om uw aandacht en parlementaire steun vragen voor de vrijlating uit militaire gevangenschap van honderden Palestijnse minderjarigen. In strijd met het internationaal recht en, in het bijzonder, het Internationale Kinderrechtenverdrag,[2] worden Palestijnse jongens en meisjes tussen 12 en 17 jaar vervolgd en bloot gesteld aan de verschrikkingen van de Israëlische gevangenissen.

In het bijzonder vragen wij om uw betrokkenheid met de vervolgde tiener Ahed Tamimi. Eind vorig jaar, op 19 december, is zij in een nachtelijke razzia van de Israëlische Grenspolitie brutaal van haar bed gelicht, in de boeien geslagen, ontvoerd en opgesloten (haar moeder, Nariman Tamimi, die bij de politie om uitleg ging, is eveneens gevangen gezet en in beschuldiging gesteld).

Op 1 januari is Ahed geboeid voorgeleid voor een militaire rechter en in beschuldiging gesteld voor een lijst van niet minder dan 12 “inbreuken” (sommige van twee jaar terug), waaronder “ophitsing”, “deelname aan gewelddadige rellen”, provoceren op de sociale media en overtredingen bij vijf andere botsingen met Israëlische soldaten. Zij riskeert een gevangenisstraf van niet minder dan 12 jaar. De ervaring heeft geleerd dat Israëlische militaire rechtbanken een veroordelingsgraad hebben van 99,74 procent.

Binnen Israël wordt de publieke opinie tegen haar opgehitst vanuit regeringsmiddens (de Minister van Onderwijs sprak de wens uit dat zij “haar leven zou eindigen in de gevangenis”, en de ministers van Defensie en Cultuur willen dat zij als een “terroriste” zou worden vervolgd)[3] maar ook in de Israëlische pers,[4] en een academicus, een autoriteit in Israël op het vlak van ethiek, verkondigde dat Ahed moest opgesloten blijven omdat ze opnieuw een soldaat zou kunnen slaan.[5]

In afwachting van een vonnis, heeft de militaire rechter (een luitenant-kolonel) geweigerd haar op borgtocht vrij te laten; zijns inziens vormt zij een “duidelijk gevaar” voor de veiligheid van het Israëlische leger. Zij zal bijgevolg gedurende vele maanden voorhechtenis in een gevangenis in Israël opgesloten blijven, periode die niét zal worden afgetrokken van haar uiteindelijke gevangenisstraf.

Tijdens de openingszitting van het proces op 13 februari, tenslotte, heeft dezelfde rechter ondanks protest van Aheds advocate beslist dat het proces achter gesloten deuren zal gevoerd worden, dus zonder de aanwezigheid van diplomaten en journalisten. Verwacht wordt dat het proces maanden in beslag zal nemen. De volgende zitting is alvast onmiddellijk uitgesteld tot 11 maart.[6] Met de dreiging van een straf waarvan de strengheid buiten elke proportie staat tot de ernst van het veronderstelde misdrijf, ziet de toekomst van deze adolescente er bijzonder somber uit zonder krachtige tussenkomst van de internationale gemeenschap, en dus ook van ons allen.

Waarom Ahed Tamimi?
Om welke ware reden dan wordt deze tiener zo zwaar vervolgd? In de woorden van Israëls minister van Cultuur, Miri Regev: “Zij heeft de eer beschadigd van het leger en de Staat Israël”.[7]

Vier dagen voor haar nachtelijke ontvoering was Aheds neefje, Mohammed Tamimi, toen14 jaar oud en zoals zij woonachtig in het dorp Nabi Saleh (600 inwoners, in de buurt van Ramallah),[8] het slachtoffer van een zware aanslag door een soldaat. Tijdens een zoveelste raid tegen het dorp (in de laatste 3 maanden 80 tot 90 maal), toen de jongen uit nieuwsgierigheid het hoofd boven een muurtje stak, was hij van dichtbij in het hoofd geschoten. Met het linkerdeel van zijn schedel verbrijzeld en onder het bloed, was hij in een coma opgenomen in een Palestijns ziekenhuis (opname in een nabij Israëlisch hospitaal was door de soldaten belet).

Een uur na deze gewelddaad waren twee soldaten van dezelfde eenheid de binnenplaats van Aheds ouderlijke huis binnengedrongen. Nog erg geschokt door wat gebeurd was met haar neefje, heeft Ahed samen met haar nicht, Nour Tamimi,[9] geprobeerd de indringers van het erf te verdrijven, eerst met geroep en toen dat niet hielp, met enkele slagen en schoppen. Met succes: de twee soldaten (een van hen een officier) hebben zich inderdaad teruggetrokken (het leverde hen nadien in Israël het verwijt van “lafheid”op). De confrontatie werd gefilmd door Aheds moeder en verspreid via de sociale media. De video toont alvast de onvervaardheid van beide jonge vrouwen terwijl zij met blote handen twee zwaargewapende soldaten van het bezettingsleger te lijf gaan.[10]

Het is in deze context van belang te weten dat in het verleden reeds verschillende familieleden van Ahed het slachtoffer waren van Israëlisch geweld (voor drie ervan met dodelijke afloop). Haar vader Bissam werd reeds verscheidene keren opgesloten en is door Amnesty International geadopteerd als gewetensgevangene. Haar moeder werd in het been geschoten… Zoals andere kinderen in bezet Palestina kennen ook de Tamimi kinderen enkel een leven van gewapende bezetting en repressie, met gewelddadige invallen en nachtelijke razzia’s van eger en gendarmerie; honderden militaire controleposten en bewaakte versperringen verspreid over de Westelijke Jordaanoever en aan de overgangen tussen de Westelijkste Jordaanoever, Jeruzalem en de Gazastrook, die met hun willekeur en potentieel geweld elke vrije mobiliteit en tijdsplanning voor volwassenen en jongeren onmogelijk maken; de bureaucratische pesterijen van honderden pasjes en vergunningen; willekeurige arrestaties en opsluitingen; afbraak van woningen, structuren en scholen;[11] dagelijkse intimidaties en vernederingen, gratuit en vaak ook dodelijk geweld … Dàt is de “normaliteit” voor Palestijnse kinderen tijdens reeds 50 jaar van militaire bezetting,[12] vanaf ze enkele jaren oud zijn.[13]

Internationale druk
Een internationale tussenkomst is hier des te noodzakelijker omdat de vervolging van Ahed Tamimi geen alleenstaand geval is, wel integendeel: op het vlak van repressie en vervolging van Palestijnse jongeren hebben we duidelijk te maken met een systeem van staatsgeweld.

Aheds zaak staat model voor die van duizenden andere jonge Palestijnen tussen de leeftijd van 12 en 17. Geschat wordt dat sedert 2000 tot vandaag 8 tot 10.000 Palestijnse minderjarigen door Israëlische bezettingstroepen zijn opgepakt, voor een militaire rechtbank zijn gebracht en voor kortere of langere tijd opgesloten in een Israëlische gevangenis. Gemiddeld gaat het op elk ogenblik van het jaar om meer dan 200 jongeren. In december 2017 betrof het 352 minderjarigen.[14]

Circa 50 procent van die strafcentra zijn gevestigd in Israël, het land van de bezetter (Ahed bv. is opgesloten in de beruchte vrouwengevangenis van HaShalon)[15] – wat een zware schending is van de Vierde Conventie van Genève. (Art. 76).[16] Voor ouders en families die op de Westelijke Jordaanoever of in de Gazastrook leven, is het daardoor bijzonder moeilijk zo niet onmogelijk hun gevangen kind of verwante te bezoeken. Rechteloos en zonder wettelijke bescherming, worden de kinderen “onderworpen aan opsluiting in een isoleercel, wordt hen geweld aangedaan, worden ze hardhandig ondervraagd en menig maal gefolterd, tijdens sessies die 96 uur kunnen duren”. [17]

In deze context verdient de mishandeling van Palestijnse meisjes en vrouwen in Israëlische gevangenschap onze bijzondere aandacht. Het aantal vrouwelijke gevangenen is begrijpelijk een pak kleiner dan dat van jongens en mannen. Op het ogenblik van de Internationale Vrouwendag van 7 maart 2017, bijvoorbeeld, zaten 55 Palestijnse vrouwen opgesloten in een Israëlische gevangenis, waaronder 12 minderjarige meisjes.

Wat er met hen in gevangenschap kan gebeuren, blijkt uit de traumatische herinneringen van een activiste die nu 54 jaar oud is: “Ik herinner me dat hij zijn stoel dichterbij bracht, zijn benen opende en heel dicht bij mij zat. Het was heel akelig voor mij. Het gaf mij het gevoel dat hij probeerde mijn lichaam aan te randen,” aldus Khawla al-Azraq bij de herinnering aan de fysieke intimidatietactieken en seksuele pesterijen die Israëlische ondervragers hanteerden toen zij slechts een tiener was.[18]

Mishandelingen
Enkele vrouwen hebben verteld dat zij in Israëlische gevangenschap verkracht zijn – iets wat vanwege de heersende maatschappelijke taboes vele vrouwen grote moeite kost om ter sprake te brengen. Wat Ahed Tamimi betreft— een meisje dat met haar weelderige, blonde en gekrulde lokken en blauwe ogen vele Israëlische mannen “fascineert” —, werd door sommigen reeds openlijk gesuggereerd dat seksuele aanranding een niet meer dan faire prijs zou zijn voor haar “wandaden” (zie hoger).

Algemeen worden Palestijnse minderjarigen tijdens hun ondervragingen (regelmatig door agenten van de gevreesde Shin Bet of Veiligheidsdienst) geconfronteerd met een mengeling van intimidatie, bedreigingen (met geweld, met de dood, met verkrachting e.a.), chantage (om informaties te geven) en direct fysiek geweld zoals knuppelslagen – met het doel het kind een “bekentenis” (vaak in het Hebreeuws) te ondertekenen. Tijdens de duur van de ondervraging worden de minderjarigen fysiek in bedwang gehouden, bv. door hem vast te binden aan de stoel waarop ze zitten, wat na een tijdje gepaard gaat met pijn in handen, rug en benen, en dus een vorm van foltering is.[19]

Wanneer de ondervragingssessies afgelopen zijn (samen kunnen zij tot 90 dagen duren), wordt de minderjarige voorgeleid voor een militaire rechter. De instelling van zulke militaire rechtbanken in 1967 kaderde in de krijgswet die Israëlische uitvaardigde vrijwel onmiddellijk na de oorlog over de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook heeft afgekondigd.[20] Zij verleende aan de militaire bevelvoerder de volle wetgevende, uitvoerende én rechterlijke macht over de bezette gebieden. Let wel: het militair recht in de West Bank is enkel van toepassing op de onderworpen autochtone bevolking, en dus niet op de Joodse kolonisten die in hun kolonies of “settlements” hetzelfde territorium bewonen. De militaire rechtbanken vormen daarmee een essentieel instrument in de Israëlische bezettings- en apartheidspolitiek.

Militaire uitzonderingsrechtbanken
Voor de militaire berechting van Palestijnse minderjarigen (nogmaals: Joodse kinderen vallen er niét onder) werd in September 2009 een “juvenile military court” opgericht maar de scheidingslijn met de militaire rechtspraak voor volwassenen is betrekkelijk.[21] Deze rechtbanken vervolgen en veroordelen elk jaar tussen de 500 en 700 minderjarigen, sommige ervan amper 12 jaar oud.[22] De Israëlische Staat geniet met dat alles de kwalijke eer het enige (“beschaafde”) land ter wereld te zijn dat kinderen systematisch voor militaire rechtbanken daagt.[23]

De rechters, aanklagers en griffiers die in die rechtbanken de dienst uitmaken, zijn bijgevolg militairen in legeruniform; de jeugdige verdachten die worden voorgeleid, zijn geketend, al dan niet ook aan de voeten en in een kooi, en dragen een soort bruin uniform.[24] Rechters en aanklagers hier baseren zich per definitie niet op het Israëlische burgerlijk wetboek maar op de bijna 2500 “Militaire Orders“ die sedert 1967 op dictatoriale wijze tsot in details het leven dicteren van de Palestijnen – in principe van hen die leven in “zone C” van de Westelijke Jordaanoever (60% van het territorium), zone die in de Oslo Akkoorden van 1993 “voorlopig” onder volledige Israëlische controle was geplaatst.

Israëls structurele mishandeling van Palestijnse tieners – bij betogingen en protestacties, bij hun aanhouding, tijdens hun voorhechtenis en ondervraging en tenslotte tijdens hun maanden- of jarenlange gevangenschap in penibele omstandigheden – vormt al jaren een groot zorgpunt voor de internationale gemeenschap[25] en de civiele samenleving.[26] In 2013 heeft het ‘VN Comité voor de Rechten van het Kind’ aangeklaagd dat Palestijnse kinderen “systematisch onderworpen worden aan een mensonwaardige behandeling en dikwijls aan foltering, en dat Israël eerdere aanbevelingen om het internationaal recht na te leven ‘volledig genegeerd’ had.”[27]

Ondanks wijzigingen die de Israëlische Staat onder internationale druk in zijn militaire procedures aanbracht, bleef en blijft de dagelijkse praktijk van de ordediensten – dwz de nationale politie, de Grenspolitie, de binnenlandse veiligheidsdiensten (Shin Bet of Shabak), de Israel Defense Forces (IDF, in het Hebreeuws: de Tsahal) en de Israel Prison Service (IPS) – nagenoeg ongewijzigd. Opvolgingsrapporten van UNICEF en bekende mensenrechtenorganisaties – zoals van Defense for Children International-Palestine (DCI-P), Military Court Watch, Addameer, Human Rights Watch, B’Tselem (“Israëlisch Informatiecentrum voor de Rechten van de Mens in de Bezette Gebieden”), Amnesty International e.a. hebben die negatieve vaststellingen sedertdien meermaals herbevestigd.[28]

Dodelijke slachtoffers
Nóg zorgwekkender, natuurlijk, dan het mishandelen en misbruiken van jongeren binnen en buiten de gevangenis is het toenemende aantal minderjarige doden, niet enkel tijdens de protestmanifestaties naar aanleiding van Donald Trumps erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël. Van de 12 Palestijnse slachtoffers die sedert het begin van 2018 tot nu door het leger zijn gedood, werden minstens 5 minderjarigen van dichtbij met een kogel in het hoofd of in de nek om het leven gebracht.[29]

Er zijn gelukkig ook slachtoffers die zo’n aanslag overleven,[30] maar verontrustend genoeg lijkt zich een patroon af te tekenen waarin Palestijnse jongeren die stenen gooien, worden opgejaagd en in koelen bloede gericht in het hoofd of de nek worden geschoten.xxxi [31] Dat dodelijke geweld tegen kinderen, echter, reikt nog verder terug. Door een journalist is de Westelijke Jordaan daarom bestempeld als “één van de voor kinderen meest gevaarlijke plaatsen ter wereld waar in het voorbije jaar 14 Palestijnse kinderen gedood zijn en bijna 1000 andere kinderen tijdens confrontaties verwond zijn door Israëlische troepen.”[32]

Algemeen kan je stellen dat Palestijnse kinderen door Israëls gewapende ordetroepen en militaire rechtbanken (en zeker door de publieke opinie) beschouwd en behandeld worden als een vijand waartegen oorlog wordt gevoerd. Net zoals bij Palestijnse volwassenen wordt ook bij minderjarigen a priori uitgegaan van hun schuld tenzij hun onschuld uitzonderlijk alsnog zou worden bewezen. Zij beschikken hoe dan ook niet over wettelijke bescherming en zijn als het ware loslopend wild, waarop gejaagd kan/moet worden.[33]

Het koppige vasthouden door de opeenvolgende Israëlische regeringen aan het systeem van kinderrechtenschendingen ondanks de internationale kritiek en veroordelingen, versterkt het vermoeden dat hiermee een politiek doel wordt nagestreefd: via haar jeugd moet de geest van weerbaarheid en vasthoudendheid van het Palestijnse volk – zijn “soemoed” – gebroken worden om aldus het voortbestaan van de bezetting te verzekeren.[34]

Bescherming rechten van het kind
Op basis van het Kinderrechtenverdrag hebben alle kinderen die met het gerecht in aanraking komen, ongeacht schuld of onschuld, recht op bijzondere bescherming en op alle rechten die gewaarborgd worden door de internationale conventies. Ook Israël heeft de “Internationale Jeugdnormen” (“International Juvenile Standards”) ondertekend en geratificeerd.[35]

Die normen eisen dat kinderen enkel van hun vrijheid mogen worden beroofd indien alle andere juridische middelen uitgeput zijn. Ook is vastgelegd dat vrijheidsberoving niet wederrechtelijk of willekeurig mag gebeuren en zeker niet gepaard mag gaan met geweld, foltering of enige andere vorm van mensonwaardige of vernederende behandeling of straf.[36] De internationale rechten van de mens in het algemeen en die van het kind in het bijzonder zijn onvoorwaardelijk, zijn niet optioneel. Stopzetting van de schending ervan mag niet afhangen van te onderhandelen politieke keuzes.

Parlementaire actie
Geachte Mevrouw, Geachte Heer, wij hopen dat onze gedocumenteerde brief u heeft kunnen overtuigen dat een menswaardige oplossing voor het ondraaglijke lot van Palestijnse kinderen en adolescenten urgent is. Wij durven u daarom verzoeken:

1. parlementaire initiatieven te nemen (nationaal of regionaal) om van Israël de vrijlating te bekomen van de honderden opgesloten minderjarigen, in het bijzonder van de adolescente Ahed Tamimi die een icoon is geworden van de Palestijnse geweldloze verzet en daarom bedreigd wordt met een gevangenisstraf van 12 jaar;
2. contact te willen opnemen met de Ambassadrice van Israël om via haar de Israëlische overheid te trachten overtuigen dat de vervolging van Palestijnse adolescenten, waaronder Ahed Tamimi, en de grote verontwaardiging die ze overal wekt, de morele status van Israël in de wereld ernstig in het gedrang brengen;
3. gelet én op onze nauwe banden met de Staat Israël én op de centrale plaats van de mensenrechten in het Belgische internationale ontwikkelings- en samenwerkingsbeleid, strafmaatregelen in overweging te nemen die verder geweld tegen Palestijnse kinderen kunnen indijken. Israëls politiek van afbraak van Palestijnse schoolinfrastructuur (vaak ook door ons land mee gefinancierd) is een belangrijk onderdeel van Israëls belaging van de Palestijnse jeugd en dus van de toekomst van de Palestijnse samenleving.[37]

Geachte Mevrouw, Geachte Heer, wij zijn u bijzonder dankbaar dat u deze briefing hebt willen doornemen en dat u onze grote bezorgdheid hebt willen delen.

Met de meeste hoogachting,

Herman De Ley, Emeritus Universiteit Gent,

Perrine Humblet, Professeur de l’Université Libre de Bruxelles

Namens BACBI’s Stuurgroep: Prof. Marie-Christine Closon (UCL), Prof. Patrick Deboosere (VUB), Dr. Pascal Debruyne (UGent), Prof. Lieven De Cauter (KU Leuven), Em.Prof. Herman De Ley (UGent), Lieve Franssen (dirigent Brussels Brecht-Eislerkoor), Carl Gydé (directeur CAMPO), Prof. Madeline Lutjeharms (VUB), Prof. Perrine Humblet (ULB), Prof. Marc Jacquemain (Université de Liège), Raven Ruëll (regisseur), Prof. Christiane Schomblond (ULB), Dr. Nozomi Takahashi (UGent), Prof. Karin Verelst (VUB)
__________
Eindnoten:
[1] Voor de lijsten van ondertekenaars van het BACBI-platform: de “academische”: Om deze in te zien raadpleeg de website van DeWereldMorgen.be

[2] Verdrag inzake de Rechten van het Kind Aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 november 1989 (Officiële Nederlandse Vertaling, 19 blz.), in voege in 1990)

[3] Miri Regev: “She is not a little girl, she is a terrorist. It about time they will understand that people like her have to be in jail and not allowed to incite racism and subversion against the state of Israel” (geciteerd in: Richard Falk, Why the Experience of Ahed Tamimi Matters So Much Foreign Policy Journal, 14 Feb, 2018)

[4] Een krantenartikel van de bekende journalist Ben Caspit (hij rekent zichzelf tot het “vredeskamp”) wekte binnen en buiten Israël grote beroering. Hij schreef dat men meisjes als Tamimi “bij een andere gelegenheid de prijs moet doen betalen, in het donker, zonder getuigen of camera’s”. Vele commentatoren begrepen dit als een aansporing voor verkrachting. Caspit reageerde hierop heel verongelijkt als was hij het slachtoffer van een beschadigingscampagne: “Fighting a shaming campaign with the truth” (The Jerusalem Post, Dec 25). Zie echter Jonathan Ofir: “Israeli journalist who called for unspeakable acts against Ahed Tamimi tries, and fails, to backpedal” (Mondoweiss, Dec 26) en: “Writing about what should be done to girls in the dark is incitement to sexual assault — Shany Littman to Ben Caspit” (Mondoweiss, Dec 28)

[5] Professor Asa Kasher (schreef jaren geleden een “ethische code” voor het IDF), zie Jonathan Ofir, “Ahed Tamimi should stay in prison because she might slap again — Israeli ethicist” (Mondoweiss, Jan 15)

[6] Considering that the military prosecutor plans to summon 18 witnesses, mostly soldiers, Ahed’s trial could take months”, Human Rights Watch (Jan 14), “Israeli Prosecutors Throw Book at Palestinian Child Protestor”

[7] Zie het kritische editoriaal van de Israëlische krant, Haaretz, van 19 januari: “Hysteria in Military Court. This unacceptable proceeding doesn’t restore the honor of the IDF or the soldiers involved in the incident”

[8] In het verleden heeft de Israëlische bezetter zich het grootste deel van de grond van het dorp toegeëigend voor de bouw van de illegale Joodse kolonie Halamish. Het dorp staat al jaren vooraan in het vreedzame verzet tegen de bezetting. Sedert de kolonisten zich in 2010 bovendien hebben meester gemaakt van de waterbron van het dorp, werd elke vrijdag betoogd. Onder het excessieve wapengeweld van het leger (meer dan 350 dorpelingen raakten gewond en een 50-tal verminkt), het grote aantal arrestaties (waaronder de ouders van Ahed) en de hoge boetes die moesten betaald worden voor hun vrijlating, is in 2016 afgezien van verdere vrijdagdemonstraties. Toch is aan de legerraids tegen de dorpelingen geen einde gekomen. Over de militaire gewelddaden die er altijd mee gepaard gaan, zie: Lisa Goldman, “Nabi Saleh is where I lost my Zionism” (+972, Dec 24, 2017) : “Israeli army sharp-shooters regularly shoot unarmed demonstrators in Nabi Saleh with both rubber-coated steel bullets and live ammunition. They break into houses and drag people out, arresting them on the claim that they allowed demonstrators to hide in their garden”.

[9] Hoewel even “schuldig” als Ahed, werd Nour (21 jaar) door de militaire rechter wél voorwaardelijk in vrijheid gesteld.

[10] Zie de video op YouTube (start met Aheds nachtelijke ontvoering), die u onder meer kunt vinden via de website van DeWereldMorgen.be.

[11] De Belgische regering heeft afgelopen zomer formeel geprotesteerd tegen de afbraak van een door haar gefinancierd schooltje in Bethlehem. Zie nu het Januari-rapport van UN OCHA (Office for the Coordination of Human Affaires – Occupied Palestinian Territory), “West Bank demolitions and displacement | January 2018” (Feb 16)

[12] Zie Harriet Sherwood, “Palestinian 16-year-old Ahed Tamimi is the latest child victim of Israel’s occupation”(The Guardian, 2 Jan 2018). Bv. Amira Hass, “Israeli Soldiers Detained 6-year-old Palestinian Boy for Five Hours After He Threw Stones” (Haaretz, Dec 24, 2017)

[13] Drie weken geleden is nabij de Palestijnse stad Tubas tijdens een legeroefening een 3-jarig jongetje in het hoofd geschoten… Zie The Rights Forum (12 jan 2018). Het jongste Palestijnse kind dat vorig jaar in december opgepakt werd, was 6 jaar oud. Soldaten die zich achter zijn huis verscholen hadden, grepen hem vast, dwongen hem in een voertuig en voerden hem mee voor ondervraging (Palestine Solidarity Campaign, Feb 23).

[14] Zie de statistieken van Addameer – Prisoner Support and Human Rights Association

[15] “This prison is located South of the line extending between Tulkaram and Netanya on the old road leading to Hadera. Zie Addameers kaartje van alle gevangenissen en detentiecentra

[16] “Protected persons accused of offences shall be detained in the occupied country, and if convicted they shall serve their sentences therein”.

[17] « Farhan Haq, secrétaire-adjoint des Nations unies, a déclaré au cours d’une conférence de presse le 7 novembre au siège de l’organisation internationale à New-York : ‘500 enfants palestiniens sont actuellement détenus par Israël.’ L’Onu, qui a exprimé sa profonde préoccupation face à cette situation, confirme ainsi les nombreux rapports des associations des droits de l’homme israéliennes et palestiniennes qui dénoncent l’emprisonnement des enfants palestiniens » in Communiqué du Collectif national pour une paix juste et durable entre Palestiniens et Israéliens : «Libérer les enfants palestiniens des prisons israéliennes ! » naar aanleiding van de Internationale Dag van de Rechten van het Kind, op 20 november 2018.

[18] Zo Chloé Benoist, «Palestinian women haunted by abuse in Israeli jails», Middle East Eye, 2 feb 2018,

[19] Zie het verslag van Addameer – Prisoner Support and Human Rights Association, Dec 2017: “Imprisonment of Children”

[20] Zie daarover nu het boek van de Israëlische historicus, Ilan Pappé: “The Biggest Prison on Earth. A History of the Occupied Territories” (2017). NB: “Krijgswet”: “De krijgswet of staat van beleg is een noodtoestand die in werking treedt als het leger de rechtspleging overneemt van de burgerlijke autoriteiten. Tijdens de periode dat de krijgswet van kracht is, gelden vaak andere wetten dan normaal. Het leger houdt toezicht op naleving hiervan, en gerechtelijke vervolging vindt veelal plaats door de krijgsraad” (Wikipedia).

[21] UNICEF: “Children in Israeli Military detention. Observations and Recommendations” (Feb 2013) p. 6-7

[22] Vermeld in: “First-ever bill on Palestinian human rights introduced in Congress” (No Way to Treat a Child, 14 Nov 2017). De titel van het wetsvoorstel: “Promoting Human Rights by Ending Israeli Military Detention of Palestinian Children”.

[23] Zie bv. de rapporten en verslagen van de mensenrechtenorganisatie ‘Military Court Watch’. Ook het rapport van de Nederlandse kinderrechtenorganisatie Tadamun, “Most Wanted: Justice” (op basis vooral van de rapporten van Defense of Children International-Palestine).

[24] Addameer (July 2017), “The Israeli Military Court System”. Ook : “Juvenile Justice System” in: “ISRAEL: Children’s Rights in UN Treaty Body Reports”

[25] Recentelijk bv. voor de Europese Unie : “EU ‘Deeply Concerned’ Over Israel’s Arrest of Palestinian Minors in Wake of Ahed Tamimi Detention. Representatives of the organization in the region cautioned Israel against trampling children’s rights, calling on it to act responsibly with Palestinian minors as ‘the occupying power,’” door Noa Landau (Haaretz, Jan 14, 2018)

[26] Zie bv. de recente tribune in Le Monde (28 januari) van een collectief van Franse intellectuelen met een oproep gericht aan President Macron: “Il faut « exiger la fin des pratiques de détentions qui constituent une violation des droits des enfants » en Israël ». De president wordt opgeroepen « à agir pour inciter Israël à mettre fin à un système où des centaines d’enfants sont condamnés par des tribunaux militaires ».

[27] UN Committee on the Rights of the Child (CRC), “Concluding observations on the second to fourth periodic reports of Israel, adopted by the Committee at its sixty-third session” (May 27–June 14, 2013)” (June 14, 2013), OpenDocument , paras. 35, 36, 73. En het al geciteerde rapport van UNICEF.

[28] Zie onder meer: (a) “UNICEF report confirms ill-treatment of Palestinian child detainees remains systematic” (DCI-P, 21 feb 2015), (b) DCI-P, April 2016 (pdf, 84 blz.): “No Way to Treat A Child”, (c) “64% of Palestinian children abused during detention” (op basis van een nieuw rapport van Military Court Watch), in AURDIP, 31 december 2017

[29] Zie nogmaals The Rights Forum (31 januari 2018), “Israëlische militairen schieten Palestijnse tiener door het hoofd”, met citaat van de vader: “The soldiers killed him from a short range. They could have arrested him; they could have injured him; they could have shot his leg. But the soldier meant to kill him”). Zie ook: “Year-in-review: Worst abuses against Palestinian children in 2017” (DCI-P, 18 Jan, 2018). NB: Ook het hekken aan de Gazastrook vormt voor het leger een “opportuniteit”, zie bv.: “Without Posing Any Threat to Soldiers’ Life, Israeli Forces Kill Two Palestinian Children and Wound 2 Others in Southern Gaza Strip” (Palestinian Center for Human Rights, Feb 18). De ongewapende tieners, die geen enkele bedreiging vormden, werden op 17 februari beschoten met artilleriegranaten

[30] Het lot, echter, van tal van overlevenden is niet te benijden, zie hoger, Aheds neefje Mohammed die voorlopig verder moet leven met een zwaar verminkte schedel. Een andere 14-jarige jongen werd aan het Gazahek in het aangezicht getroffen met een traangasgranaat: hij “had een inwendige bloeding in zijn hersenen en artsen zagen zich verplicht zijn rechteroog te verwijderen”. Zie: Jacclyn Ashley, “Israeli abuse against Palestinian minors rises: report” (Al-Jazeera, Dec 23), op basis van een rapport van DCI-P

[31] Cf. het artikel van Gideon Levy, “Like a Safari: Israeli Troops in Jeeps Hunt a Palestinian Teen and Shoot Him in the Head” (Haaretz Feb. 9, 2018)

[32] Bernard Smith, “Palestine: One of most dangerous places for children” (Al-Jazeera, Feb 15, 2018)

[33] Zie bv. de recente brochure van B’Tselem en HaMoked: “Unprotected – Detention of Palestinian Teenagers in East Jerusalem” (Joint report by HaMoked and B’Tselem Oct 2017, 32 p.). Ook online beschikbaar (pdf, 33p.)

[34] In het reeds geciteerde verslag van Addameer , “Imprisonment of Children” (Dec 2017, wordt aandacht geschonken aan de traumatische psychologische effecten van gevangenschap voor het latere leven van de jongeren: “From scientific and developmental perspectives, experts in child trauma psychology believe that the arrest, interrogation, and humiliation experience is highly dangerous and traumatizing to a child. The trauma can alter the child’s behavior in what can be characterized with agitation, over reaction, rebellion, or indifference to surroundings. Traumatic experiences in the early stages of a child’s life (particularly during childhood and adolescence) increase the risk of psychological and behavioral disorders during adulthood.”

[35] Zie: “International Standards and Norms on Juvenile Justice and law reform” (Geneva 2011)

[36] Let wel: die grondrechten worden door de Israëlische Staat wél geëerbiedigd ten aanzien van kinderen in Israël én de West Bank kolonies). In tegenstelling tot de rechteloze Palestijnse kinderen, beschikken zij wél over rechten. Enkele voorbeelden van discriminatie tussen beiden: (a) een Israëlische tiener mag slechts gedurende 48 uur ondervraagd worden zonder toegang te hebben tot een advocaat; een Palestijnse wordt soms tot 90 dagen lang ondervraagd zonder juridische bijstand. (b) In Israël kan een kind niet ’s nachts opgepakt en ondervraagd worden, terwijl Palestijnse kinderen tussen middernacht en 5u ’s morgens uit hun bed ontvoerd en opgesloten worden. (c) In Israël kan een kind niet ondervraagd worden zonder de aanwezigheid van een ouder, etc.

Objectieve journalistiek is wartaal

Terwijl de term ‘nepnieuws’ zijn intrede gedaan heeft, lukt het mij al decennia niet om ons niet-nepnieuws zonder meer te geloven. Lode Vanoost verwoordt uitmuntend waar mijn ontevredenheid over ons nieuws vandaan komt. Daarom houd ik het vandaag kort.

Klik hier voor zijn lezenswaardige pleitrede voor ‘benoemde subjectiviteit’.
In dit betoog is een link naar de levensgevaarlijke pseudo-objectieve VRT-documentaire opgenomen, die hij – pars pro toto* – van zijn kritiek voorziet.

En voor wie zich dieper wil verdiepen in de beeldvorming, ons wijsgemaakt door (de spindoctors en pr-managers van) onze politici, kan hier klikken. Dan opent een net zo ter zake doend artikel van Marcel ten Hooven over het belang van de bevindingen van Hannah Arendt in onze tijd van ‘zwendeltaal en pr-middelen in de politiek’.

Ik heb er niets aan toe te voegen…

_____________
* Pars pro toto: de kritiek op deze ene VRT-documentaire geldt voor heel veel, nagenoeg alle ‘objectieve’ documentaires (dit deel staat voor een geheel).

Chileens voorbeeld

In Chili wonen ongeveer net zo veel mensen als in Nederland, maar net als in België zijn de Chilenen doorgaans katholiek. We kennen het land van Augusto Pinochet, die via een militaire staatsgreep in 1973 de socialistische president Salvador Allende afzette. En ik ken het land als een van de landen waar Europeanen, voor wie hier de grond te heet onder de voeten wordt, graag hun heil zoeken. Pas in 1990 keerde de democratie er terug. De Presidentiële republiek Chili kent net als de Koninkrijken België en Nederland een meerpartijenstelsel en hun staatshoofd heet momenteel Michelle Bachelet.

Nèt de regering van dìt land heeft Israël als eerste ter wereld openlijk opgeroepen Ahed Tamimi in afwachting van haar proces onverwijld vrij te laten en eist dat in haar proces de regels van correcte rechtsgang worden gerespecteerd.

Op vrijdag 17 februari jl. verspreidde het Chileense ministerie van buitenlandse zaken een officiële verklaring aan de ambassade van Israël in Chili. Daarin drukt de regering zijn “grote bezorgdheid” uit over de behandeling van de 17-jarige Ahed Tamimi, die voor het ogenblik in een militaire gevangenis in Israël op haar proces wacht voor een militaire bezettingsrechtbank.
“Gezien de ongelukkige situatie waarin deze minderjarig persoon zich bevindt, herhaalt de Chileense regering aan de vertegenwoordiging van Israël de noodzaak dat de rechten van deze Palestijnse minderjarige ten volle worden gerespecteerd.”
De regering van Israël moet van dit ministerie “garanties van correcte rechtsgang” geven en de rechtbank heeft de verantwoordelijkheid om “de omstandigheden en de spanningen ter plaatse” te evalueren, toen het incident plaatsgreep (een verwijzing naar de klap die de onbewapende Ahed Tamimi op 15 december 2017 gaf aan een zwaar bewapende Israëlische soldaat van de bezettingstroepen op de inrit van haar thuis).
De verklaring eindigt met te stellen dat de Chileense regering “de prompte vrijlating van Ahed Tamimi verwacht.”

Toen ik dit las, betreurde ik het heel eventjes dat de grond hier nooit te heet onder mijn voeten geworden is; vervolgens vroeg ik mij af:
Overduidelijk is, volgens mij, dat Israël tal van VN-verdragen aan haar laars lapt, waaronder de verplichtingen van het internationaal recht om kinderen te beschermen tegen te strenge criminele bestraffing. Waarom vraagt Chili Israël als eerste regering een correcte rechtsgang te garanderen? Ik leef toch ook in een beschaafd land?

Bron: “Chili eist als eerste staat ter wereld de vrijlating van Ahed Tamimi” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 19 februari 2018.

Het gaat om ‘wat’

Gisterenavond kwam ik na het avondeten thuis. Bij een vriend had ik tofu, op zijn Chinees klaargemaakt, met groenten en bami gegeten. Ik besloot nog even een haardvuur te maken. Slecht voor het milieu, ik weet het, maar ik deed het toch. Al snel knapperde het vuurtje in mijn woonkamer. Ik zette me op een stoel er tegenover.

Mijn gedachten gingen naar de afgelopen dag. Op de fiets naar Utrecht had ik herinneringen gehad aan mijn jammerlijke gedachten over een gesprek, ooit met een vriendin. In Utrecht sprak ik een andere vriendin onder meer over mijn gedachten over dat gesprek met die eerste. Daarna was ik naar een vriend gegaan, waarmee ik allerlei gesprekken had gevoerd, waaronder… Juist. En toen die tofu met groenten en bami.

Kijkend in het vuur gingen mijn gedachten naar de afgelopen week. Gesprekken en informatie. Indrukken en stilte. Waken, stilzitten en slapen. Mooi woord eigenlijk: ‘indrukken’. Alsof je een versteende voetafdruk van een dinosaurus vindt, zo vind ik herinneringen terug die ‘indruk’ op mij gemaakt hebben.

Wat is nu echt belangrijk? mijmerde ik bij mezelf.
Wat, van wat ik deze week heb meegemaakt, doet er toe? preciseerde ik.
Kan ik dat nu al weten, of weten we dat altijd pas langer achteraf?

Ik deed een blok hout op mijn vuurtje om het aan te houden en liep naar de koelkast voor een glas wijn.
Waarom alcohol? Mijn vriend-van-de-tofu doet mee om 40 dagen geen alcohol te drinken. Omdat hij eerder begonnen is dan na carnaval, is hij nu al op de helft. Hij merkt positieve verschillen.
De druivensap in mijn koelkast is waarschijnlijk niet goed meer. Net als de bosvruchtensap. In de cassis heb ik geen zin.
Met een glas water zet ik mij weer voor het vuur.

Hoe zou ik deze tijd omschrijven? Trump? Rutte? Nee, niet die van Halbe Zijlstra of Thierrie Baudet.
De tijd waarin heel de wereld zich niets aantrok van het lot van de Palestijnen? En van de Grieken, Rohingya, Tibetanen, de nog overgebleven Indianen; van alle Vreemden; de tijd waarin wij-en-zij-denken na de Tweede Wereldoorlog weer mode werd?
De tijd waarin we de klimaatproblemen begonnen te onderkennen maar niet bereid waren iets aan onze levensstijl te veranderen?
Toen had ik geen gedachten meer; keek enkel naar het vuur dat mij verwarmde.
Ik nam nog maar eens een slok water.
Geknesper.
Vlammetjes en één heel lange, sierlijk van onder naar hoog.
Ik wil weten hoe het met een familielid van mij gaat; morgenochtend bellen. Niet nu.
Het is alsof een miniwind door de vlammen raast.

Zo zat ik misschien wel vijf minuten. Misschien een kwartier. Tijdloos en stil zoals het geluid van de golven op het strand me aan stilte kan doen denken. In het geluid van golven aan het strand kan ik alles horen; stilte, maar ook vage gesprekken of muziekstukken.
Het geknesper in mijn vuurtje deed me ineens denken aan bigbandmuziek. Onlangs gehoord in TivoliVredenburg. De klankkleur herinnerde mij aan de tijd dat ik speelde in het Utrechts Jazzorkest en bij Jubal waar ik trombone leerde spelen. Indrukken.
Hi, hi.

Dat is het! Wat er echt toe doet is wat ik deed en doe.
Of ik nu samen muziek maak, gedachten uitwissel, stilzit, slaap of mijn werk uitmuntend doe. Het gaat om ‘wat’: ‘Ik heb een steen verlegd,

in een rivier op aarde.
Het water gaat er anders dan voorheen.
De stroom van een rivier, hou je niet tegen
het water vindt er altijd wel een weg omheen.
Misschien eens gevuld, door sneeuw en regen,
neemt de rivier m’n kiezel met zich mee.
Om hem, dan glad en rond gesleten,
te laten rusten in de luwte van de zee.

Ik heb een steen verlegd,
in een rivier op aarde.
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.
Ik leverde bewijs van mijn bestaan.
Omdat, door het verleggen van die ene steen,
de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan’, zong Bram Vermeulen ooit. Dat is wat er voor mij toe doet: de steentjes, die ìk heb verlegd. Vandaag, gisteren en daarvoor.

Het vuur liet ik uitbranden tot het gloeide; tot het hier en daar nog gloeide. Ik schonk mezelf een glas witte wijn in, poetste mijn tanden na gerag en geflos, waste mijn nek en ik ging naar bed. Het glas wijn plaatste ik naast mijn bed.

Vanmorgen stond het er nog, net zo vol als ik het gisteren had ingeschonken.
Na opstaan, wassen, ontbijten en bellen dacht ik bij mijzelf: Welk steentje ga ik vandaag in welke rivier verleggen? Wat voor moois ga ik vandaag bijdragen aan de wereld inclusief mijn familie, vrienden en aan mijzelf?
“Wat voor moois nog meer? preciseerde ik.
Hi, hi.