Eerst maar over wat het is: de doctrine of opvatting dat mensen kunnen worden ingedeeld in rassen met min of meer duidelijke erfelijke eigenschappen. Op zich niet kwalijk, lijkt mij, maar dit gedachtegoed kan al snel leiden tot rassendiscriminatie, waarbij mensen op grond van hun vermeende afkomst, etniciteit, huidskleur of ras ongelijk worden behandeld, benadeeld of feitelijk worden uitgesloten van een gemeenschap. Het is nu eenmaal vaak zo dat sommige rassen bewust of onbewust als inherent superieur of inferieur aan andere rassen worden beschouwd. De term racisme heeft, ondanks haar in beginsel neutrale connotatie, een sterk negatieve lading, doordat bovenstaande denkbeelden historisch zijn gebruikt ter rechtvaardiging van onder meer apartheid, genocide, koloniale overheersing, de transatlantische slavernij en andersoortige vervolging. Zo is de term racisme geëvalueerd naar afwijzen of afgewezen worden; een immens probleem voor wie het ondergaat.
Dus, wanneer het iemand overkomt dat van haar of hem een racistisch karikatuur gemaakt wordt, dan wordt kortweg vastgesteld: hij, jij of zij maakt geen volwaardig deel uit van onze gemeenschap, want wij zijn wit en Germaans, en we hebben Hollandse gewoonten, een begrijpelijke achternaam, en blonde of rode haren. Het zou goed kunnen dat onze grootouders indertijd als kinderen met elkaar bevriend waren, of zelfs met elkaar hebben gespeeld en bij elkaar op bezoek kwamen, of samengewerkt hebben. Dat geldt niet voor haar, hem of jou, die wij niet altijd begrijpen en die wij eng vinden. Dus hij, jij of zij blijft voor ons een vreemde snuiter of snuitster. Ook wanneer de mens in kwestie hier geboren en getogen is, zijn of haar kinderen met de onze speelden, bij elkaar op bezoek kwamen en onze ouders met elkaar hebben samengewerkt. Ons kent ons, daar hoort de gediscrimineerde vanwege haar of zijn ras niet bij; die wordt hooguit gedoogd.
Maar wat nu wanneer iemand zonder racistische bedoelingen een racistische karikatuur van een ander mens maakt? Bijvoorbeeld wanneer iemand Aziaten beschrijft als inschikkelijke mensen, stil en goed in wiskunde. Dat oogt positief, maar duwt ons met elkaar net zo goed in een ingesleten patroon. Niet iedereen, die zo’n stereotype gebruikt, is bewust racistisch; ook al ontkent hij of zij de diversiteit onder de gekarakteriseerde minderheid. Het stereotype verdwijnt niet wanneer iemand zegt dat het onbedoeld was of een grap, en ook niet wanneer er excuses worden aangeboden. Racisme blijft, net als discriminatie, voortbestaan in gewoonten, maatschappelijke structuren en verwachtingen: een Afrikaan wordt dan toch op de keper wel beschouwd als achterlijk, crimineel of primitief met een goed gevoel voor ritme, atletisch en altijd vrolijk. Een arbeider met een dialect als dom, onderontwikkeld of ongemanierd. Een Aziaat als inschikkelijk, minzaam en gehoorzaam. Mensen uit Latijns Amerika zijn dan feestvierders, waarschijnlijk aan de drugs, crimineel en macho en altijd vol energie. Mensen uit volksbuurten worden dan sneller als criminelen gezien dan mensen, die in de goudkust wonen, en mensen zonder diploma’s worden dan intellectueel vaak niet slim genoeg geacht voor bestuursfuncties of de politiek.
Van vrouwen weten we dat die hier eeuwenlang economisch afhankelijk zijn gehouden, uitgesloten zijn van kerkelijke of politieke macht en werden voorgesteld als minder rationeel en minder geschikt voor leidinggevende functies dan de meeste mannen. Racisme is net zoiets. Het probleem is niet dat iedere ongelukkige uitspraak meteen een bewijs van individueel racisme vormt. Het ontstaat wanneer dezelfde groep steeds opnieuw tot dezelfde karikaturen wordt gereduceerd en het verergert wanneer vervolgens wordt beweerd dat dat onschuldig is, omdat ons ons kent.
De kernthese van de Duitse politiek-filosoof en rechtsgeleerde Carl Schmitt (1888-1985) is (zie hier in het hoofdstuk ‘Overdenkingen over de wereld waarin we leven’) dat wij mensen er als collectieven toe neigen ons van andere collectieven af te grenzen. Zo’n grens biedt ons kennelijk veiligheid en de vijand is in zijn vijandschap betrouwbaar. Dat zou wel eens de onderliggende drijfveer van racisme kunnen zijn. Dat we het maar weten.
Bij racisme speelt ook de specifieke historische lading een rol. Veel voorouders van kleurlingen zijn niet uit eigen beweging in westerse landen gaan wonen, maar omdat zij ons als inferieur ras veel zwaar werk laag of niet betaald uit handen konden nemen.
En wat tegenwoordig eveneens kwalijk is, is dat degenen die vermeend racisme aankaarten, op hun beurt eveneens buitengesloten worden. Onderzoek naar het Europees en Vlaams anti-woke-discours toont aan dat in veel cases de aandacht voor het racistisch gedrag verschuift naar degenen, die dat aankaarten. Racisme is dan niet meer het probleem dat onderzocht moet worden; het probleem is de zogenaamde ‘woke’-reactie erop. Mensenrechten verdedigen wordt als woke gezien. Al doende wordt wederom een vijandbeeld gecreëerd: aan de ene kant de gewone witte mensen – net als ik – en aan de andere kant een zogenoemde progressieve elite – waar ik eveneens toe behoor – die anderen zou willen opleggen wat ze moeten denken en mogen zeggen. Antiracisme, feminisme, LGBTQ+-rechten en migratie worden tegenwoordig als onderdelen van één ‘woke’-agenda voorgesteld.
Dit alles maakt onderdeel uit van een cultuurstrijd. En cultuurstrijd is voor extreemrechts geen randverschijnsel, maar een omvangrijk politiek instrument. Het is een strijd, die we ondanks artikel 1 in onze grondwet, moeten blijven strijden, want er zal, vanwege alle aanhang van extreemrechts gedachtegoed, ondanks de lage waterstanden nog veel water door de Rijn stromen voordat die papieren waarheid binnen onze samenleving werkelijkheid gaat worden.
Dit alles naar aanleiding van “Ching chang chong” (“ccc”), door ‘FabioW’ gebruikt om zijn muziek te reposten. FabioW is de artiestennaam van de 28-jarige Antwerpse Sebastiaan Van Thilborgh.
Lees hier het oorspronkelijke artikel, dat mij inspireerde voor bovenstaande, en klik hier voor zijn website.