Alweer ‘fake news’ doorgeprikt

In april 2017 liet de president van de Verenigde Staten van Amerika (VS), Donald Trump, ter vergelding van een Syrische aanval met het uiterst giftige, kleur- en reukloze Sarin-gas tegen haar eigen bevolking een aanval met 59 kruisraketten uitvoeren op een Syrische luchtmachtbasis. Natuurlijk moest de grootste en zwaarste bom waarover de VS beschikten ook gebruikt worden.

Tot mijn ergernis kreeg Trump applaus en bijval van nagenoeg alle Westers-georiënteerde regeringen, inclusief die van Nederland. Mijn ergernis bestond er uit dat de Verenigde Naties (VN) nog aan het onderzoeken was of de berichten over die chemische aanval juist waren, welke middelen precies gebruikt waren en wie daarvoor verantwoordelijk was en ik ergerde me er aan dat ‘begrepen’ en toegejuicht werd dat een lid van de VN op eigen houtje voor rechter en beul speelt. Welke andere reden dan de meest gevaarlijke president op aarde te paaien kunnen Westerse regeringen hebben (gehad) voor hun bijval? En welke buitenrechtelijke onbeschofte wereld oogsten zij daarmee op de lange termijn?

Afgelopen vrijdag deelde Jim Mattis, de defensieminister (defensie ?) onder Trump, mee: “De VS beschikt over geen bewijzen die de berichten van hulporganisaties en anderen bevestigen dat de Syrische regering het dodelijke chemische Sarin tegen haar eigen bevolking heeft gebruikt.
Hij was niet duidelijk of hij enkel over het dodelijke incident in het plaatsje Khan Sheikhun sprak, waarbij 86 mensen zouden zijn omgekomen. Wel duidelijk is dat zo’n kruisraket $ 832.000 per stuk kost. Er is dus voor minstens $ 49.000.000 munitie afgeschoten louter op basis van een gerucht. De Raytheon Company, de Amerikaanse producent van kernwapens, heeft er dus een mooie cent aan verdiend (wat weer goed was voor het Amerikaanse bbp).

Irak was in 2003 al door toedoen van de VS met steun van andere landen, waaronder ‘politieke steun’ van Nederland, op basis van leugens en oorlogspropaganda in een eindeloze spiraal van geweld terecht gekomen.

Gelukkig maar dat bij de tientallen recente luchtaanvallen boven Irak en Syrië nog geen enkele dode is gevallen, voor wie het wil geloven.

Bron: “Pentagon: “Geen bewijs van Syrische gifgasaanval”” door Ludo De Brabander via DeWereldMorgen op 14 februari 2018.

De Chomsky papers

Amper een maand geleden op zijn zetel neergestreken sloot de nieuwe Zuid-Koreaanse president Moon Jae-In op 19 juni jl. de ‘Kori-1’, de oudste kernreactor van het land. Daar wil hij het niet bij laten. President Moon belooft alle voorbereidingen voor nieuwe kernreactoren te schrappen en wil de levensduur van de huidige reactoren niet verlengen. Hij bepleit investeringen in schone energiebronnen zoals wind- en zonne-energie.

Dat scheelt één aspect van de 2 huidige gigantische gevaren voor de gehele mensheid, als we Noam Chomsky mogen geloven. Chomsky verzamelde uit zijn werk van de afgelopen 4 jaren 23 essays. Zijn uitgever bracht deze uit onder de titel ‘The Chomsky Papers’. Chomsky stelt vast dat de Verenigde Staten van Amerika (VS) sinds Wereldoorlog II nog steeds de oppermachtige wereldleider is die de agenda bepaalt. Ook neemt hij de tendens waar dat de VS heel veel van zijn alleenheerschappij kwijt raakt. De opkomst van Azië, Brazilië, China, de Europese Unie, India, Rusland en Zuid-Afrika tast het economisch overwicht van de VS aan. Toch blijft de VS nog steeds de machtigste speler, onder meer omdat het land militair nog steeds oppermachtig is.

De burgers van de machtige en rijke staten genieten van een ongewone erfenis aan mogelijkheden, privileges en vrijheid. Juist zij staan nu voor levensbepalende keuzes over hoe zij zullen antwoorden op de huidige uitdagingen van groot menselijk belang.

Chomsky ziet 2 gevaren voor het voortbestaan van de mensheid.
Het ene is het sluipend gif van de klimaatcrisis dat dreigt acuut en catastrofaal te worden als niet snel en drastisch wordt ingegrepen.
Het andere is dat van een vernietigende kernoorlog. Dit 2de gevaar is sinds zijn eerste essay van 1967 nooit afgenomen, ook al verdween het na het einde van de (eerste) Koude Oorlog in 1989 een lange periode van de mediaradar.

Politieke dissidenten aan de overkant krijgen de omgekeerde waardering van de eigen dissidenten, stelt Chomsky. Overal worden degenen die netjes in lijn handelen ten dienste van de staat door de binnenlandse brede intellectuele gemeenschap geprezen, terwijl degenen die dat weigeren door hen worden afgestraft. En in ‘vijandige’ landen worden degenen die handelen in lijn van hun staat door de ‘vijandige’ brede intellectuele gemeenschap argwanend bekeken, terwijl degenen die dat in dat ‘vijandige buitenland’ weigeren door hen worden geprezen. Daarom, stelt Chomsky, is het hypocriet dat Westerse landen andere landen aanspreken op het naleven van mensenrechten. In het Westen worden deze ook niet nageleefd en dan gaat het nog niet eens om de betrokkenheid van de VS bij martelingen in Jemen of het buitenrechtelijk gevangen houden van ‘verdachten’ op Guantánamo Bay of de verderfelijke rol van de VS in Israël/Palestina. Chomsky veroordeelde ook vaak het misbruik van de term ‘socialisme’ door de Sovjets, omdat hun samenlevingen allesbehalve socialistisch waren. Zijn boeken waren daar dan ook verboden.

De principes van imperialistische VS-dominantie hebben volgens Chomsky enerzijds weinig fundamentele veranderingen ondergaan, terwijl anderzijds de VS-capaciteit om die dominantie effectief op te leggen er duidelijk op achteruit is gegaan. De machtsverdeling op aarde lijkt zich meer en meer uit te spreiden over een veranderende wereld. Dit heeft talloze gevolgen, waarvan de belangrijkste de dreigingen zijn die over de wereldorde hangen:
kernoorlog en
milieucatastrofe.
Beide gevaren bedreigen letterlijk het waardig overleven van de mensheid. Chomsky waarschuwt dat het erger is: “Deze beide dreigingen zijn onheilspellend en nemen toe.” De informatie [in dit boek; LV] en de bewustwording die er uit volgt zijn de eerste stap naar het formuleren van een alternatief. Die taak ligt volgens Chomsky in de eerste plaats bij ons hier: bij de burgers van de machtige en rijke staten “die genieten van een ongewone erfenis aan mogelijkheden, privileges en vrijheid dankzij de strijd van de generaties voor hen en die nu voor levensbepalende keuzes staan over hoe zij zullen antwoorden op deze uitdagingen van groot menselijk belang.

Bronnen: “Zuid-Korea stapt uit kernenergie” door Inter Press Service op 21 juni 2017 en “Noam Chomsky: ‘De echte baas van de wereld? Nog steeds de VS’, Boekrecensie van ‘De Chomsky Papers’” door Lode Vanoost op 19 juni 2017, beide via DeWereldMorgen en “Geheime martelgevangenissen in Jemen, VS betrokken” door de redactie Buitenland van de Nederlandse Omroep Stichting via de website van de NOS op 22 juni 2017.

“De Chomsky papers” door Noam Chomsky, in het Nederlands sinds mei 2017 via uitgeverij Epo in Antwerpen ISBN10 946267101X, ISBN13 9789462671010

Een echt heel lange dag

50 Jaar geleden in de Sinaï-woestijn: In de verte staat een Israëlische soldaat. Hij heeft geen wapen bij zich, staat een sigaretje te roken en kijkt op zijn gemakje wat rond.
Een Egyptisch peloton soldaten krijgt deze pauzerende soldaat in het vizier. Hun commandant stuurt zijn mannen op de soldaat af om hem uit te schakelen. Na uren komt een van de Egyptische soldaten kruipend en uitgeput terug bij de inmiddels ongeruste commandant. De soldaat zit onder het bloed en zijn kleding is gescheurd.
“Waar zijn jullie mee bezig?” schreeuwt de commandant, “Ik zie die vent daar nog steeds uit zijn neus vreten!”
“Luit”, antwoordt de soldaat met zijn laatste kracht, “Het is een valstrik. Het zijn er twee.”
Dergelijke verhalen deden net na de 6-daagse oorlog hier de ronde. Nadat Israël bedreigd was met totale vernietiging en Egypte bezig leek de daad bij het woord te voegen, sloeg Israël terug naar haar buurlanden met een nooit in de wereldgeschiedenis geëvenaarde overwinning. Binnen een paar uur was de hele luchtmacht van Egypte vernietigd. Een paar dagen later, nadat Jordanië en Syrië Israël ook hadden aangevallen, stonden de Israëlische soldaten in het hart van Jeruzalem en rukten op richting Amman, Caïro en Damascus. Binnen een week was Israël 3x zo groot geworden als het daarvoor was.

Het verhaal van de 6-daagse oorlog begint niet in 1967 op de ochtend van de eerste Israëlische tegenaanval, nadat Gama Abdel Nasser de Israëlische haven van Eilat afsloot door de Straat van Tiran te blokkeren; het begint bij de Suez-crisis in 1956 waaruit Nasser als een held van de Arabische Wereld tevoorschijn gekomen was en een van de populairste politici van de wereld was geworden.
Of het begint bij de Israëlisch-Arabische oorlog van 1948, waaruit Israël ontstond en waardoor minstens 700.000 Palestijnen van hun geboortegrond werden afgejaagd.
Of aan het eind van de 19de eeuw toen zionisten vanuit Europa zich in het ‘Land van de tora’ gingen vestigen.
Of pas daarna in de tijden na de Eerste of voor de Tweede Wereldoorlog toen tienduizenden Joden per jaar hun toevlucht bij de eerder neergestreken zionisten zochten.

Land kan niet tot slaaf gemaakt worden, of bevrijd”, schreef de Israëlische soldaat Amos Oz die in de Sinaï meegevochten had, “We hebben Hebron en Ramalla niet bevrijd, noch hun inwoners verlost. We hebben hen overwonnen en we zullen hen overheersen.

Het ging onverwacht verder dan dat. Een paar weken na de inname van de Golanhoogte en de Westoever van de Jordaan sloegen de eerste Israëlische mannen en vrouwen daar hun tenten op. De Israëlische regering en het Israëlische leger keken weg en tenten werden gebouwen. Israëlische regering na regering zouden blijven wegkijken als Israëliërs zich in bezet gebied vestigden. Momenteel leven en werken er zo’n 4.000.000 Israëliërs in de sinds 1967 door Israël bezette gebieden. Velen al hun leven lang.
Er is ook een eerste, tweede en derde generatie Israëliërs geweest die hun dienstplicht vervulden als bezettingsgendarmerie. Dat vormt hun visie op ‘vrijheid’.

Door de catastrofale nederlaag in 1967 werden radicale islamitische groepen actiever, avontuurlijker en consequent prominenter“, schreef Adeed Dawisha. De niet-religieuze en progressieve groeperingen, die tot 1967 steeds meer invloed kregen, raakten na de 6-daagse oorlog dramatisch verzwakt en zijn uiteindelijk ingestort. Momenteel komt het grootste gevaar voor Israëls democratie en toekomst van binnenuit, en niet meer van buitenaf, terwijl de internationale kritiek op Israël sinds de Jom Kippoeroorlog in 1973 immens geworden is. Die oorlog vestigde internationale aandacht op het Israëlische geweld tegen Palestijnen: de marteling van Palestijnen, de verdrijvingen van Palestijnen, de verwoestingen van Palestijnse bezittingen en de Israëlische wraakacties op familieleden van Palestijnse daders van aanslagen.

Vorige week zijn notulen van Israëlische kabinetsvergaderingen vrijgegeven. Geen enkele minister vroeg zich in 1967 af waarom de Israëlische bezetting goed was voor Israël. “Niemand stond daarbij stil”, zegt Tom Segev over zijn eigen land, “Israël lijkt gijzelaar geworden te zijn van haar existentiële ideologie; van de historische en religieuze betekenis die het land in de Israëlische mentaliteit gekregen heeft”. De 7de dag van de 6-daagse oorlog duurt inmiddels al 50 jaren.

Bron: “We leven nog steeds op de Zevende Dag; 50 jaar na de zesdaagse oorlog” door Rutger van der Hoeven in de Groene Amsterdammer van 31 mei 2017.

Hoe fijn het is Europeaan te zijn

Het is onveilig in de wereld. En dan heb ik het niet over aanslagen, die tegenwoordig altijd aangeduid worden als ‘een terreuraanslag’. De door George Bush ooit aangekondigde oorlog tegen het terrorisme is in volle gang door overal het woordje ‘terreur’ voor te zetten. Vroeger vonden er volgens mij net zo vaak gelijksoortige aanslagen plaats, maar toen waren het ‘de Rote Armee Fraktion’, ook wel ‘Baader-Meinhof-Groep’ genoemd, of ‘de Revolutionaire Anti-Racistische Actie’, afgekort tot ‘RaRa’. Volgens wikipedia begint de lijst met terroristische aanslagen overigens in 1856 met dodelijke aanvallen op slavenhouders.

Nee, ik heb het over de gemene mensen die buiten Europa wonen. De grenzeloos goedbedoelende en welvarende Europeanen worden door die mensen bedreigd. En zoals het spreekwoord zegt: Wanneer de nood het hoogst is, is de redding nabij. Met Donald Trump in de Verenigde Staten van Amerika aan het roer gaat het goed komen: de defensiebudgetten gaan flink omhoog.

Er lijkt een ‘maar’, want de Europese lidstaten hebben de afgelopen decennia drastisch bespaard op gezondheidszorg, justitie, onderwijs en sociale voorzieningen om de afgesproken EU-begrotingsnormen te halen zonder multinationals al te veel te belasten. Een leek zou dus denken dat het moeilijk zal zijn om geld voor nieuwe wapendragers en wapens te vinden, maar dat komt omdat een leek ‘een leek’ is. De Europese Commissie weet raad. Zij stelde woensdag jl. een aantal ideeën voor waardoor we ons te weer kunnen stellen tegen al die gemene mensen binnen en buiten Europa.
Zo stelt deze commissie voor om € 500.000.000 uit te geven aan militair onderzoek voor de periode 2019 – 2020.
Ook stelt ze voor om EU-fondsen, die nog niet begroot zijn, te gebruiken voor het oprichten van een ‘defensie-industrieel ontwikkelingsplan’. Het gaat om honderden miljoenen euro’s waarmee we dan die broodnodige wapens kunnen kopen en gebruiken.
Daarnaast stelt deze commissie voor – niet voor één gat te vangen – om financiële bijdragen voor gemeenschappelijke wapenaankopen door lidstaten aftrekbaar te maken van de begrotingstekorten. Wat voor het welzijn van Europese burgers 40 jaar niet kon, kan zo gelukkig wel om dit grote gevaar af te wenden.

Nee hoor, het is maar goed dat de wapenindustrie kind-aan-huis is bij de Europese Commissie, zodat wij tot in lengte van dagen door kunnen gaan met al onze goede bedoelingen en investeringen in een betere wereld. Het intensieve contact tussen de Europese Commissie en de lobby van de wapenindustrie blijkt overigens uit tientallen documenten.

Critici van dit alles ga ik nu ook even de wind uit de zeilen nemen. Degenen die hierbij denken: “Dat is allemaal geld voor wapens, maar niet voor conflictpreventie” zeg ik daarom dat we niet de hele wereld kunnen verbeteren. Overigens investeert de Europese Unie daarin € 6.000.000, wat wel glashelder maakt hoe goed we het allemaal bedoelen.

Lees voor de gein ook het verhaal eens achter deze link, waarin dieper ingegaan wordt op het hedendaags terrorisme.

Bron: “Lijst van terroristische aanslagen” op wikipedia op 9 juni 2017 en “Wapenindustrie is kind aan huis bij de Europese Commissie” door Bram Vranken via de website van DeWereldMorgen op 8 juni 2017.

Goed zo, grote broer!

De Australische premier Turnbull zegt dat de Amerikaanse aanval op de Syrische luchtmachtbasis ‘proportioneel’ is. De Britse regering steunt de Amerikaanse aanval: “Het is een passende reactie op de barbaarse chemische aanval.” De Duitse bondskanselier Merkel zegt dat de aanval ‘begrijpelijk’ is. Premier Netanyahu van Israël is ‘blij’ met het optreden van de Amerikanen in het buurland: “Het is goed dat de [Amerikaanse; GjH] president een krachtig signaal heeft afgegeven dat het gebruik van chemische wapens niet wordt getolereerd.” Alsof Jan Peter Balkenende nog premier is, heeft de Nederlandse regering bij monde van PvdA-minister Koenders ‘begrip voor de aanval’, het is ‘duidelijk een waarschuwing aan het regime van president Assad’, maar Balkenende, nee uh, Koenders wil niet spreken van ‘politieke steun van Nederland’. De Poolse regering stelt: “De Verenigde Staten garanderen wereldvrede en dan moet er soms worden ingegrepen.” De Syrische rebellen willen aanvallen op alle Syrische luchtmachtbases. De Turkse regering vindt de [Amerikaanse; GjH] aanval een ‘passende actie’ [geen ‘reactie’; GjH] en stelt ‘dat het Syrische regime moet worden gestraft in de “internationale arena”.’

Het doet mij denken aan het goedpraten van straf door ouders van ooit: Als je het niet gedaan hebt, was het een straf voor al die keren dat je straf verdiende maar niet kreeg.

In elk geval: Als de niet in toom te houden grote broer ingrijpt, is het ‘welgedaan’, zegt het zoveelste artikel uit de handelsbijbel. We zouden eens ruzie met de grote broer krijgen…

In de regels van de Verenigde Naties (VN) is zo’n aanval daarentegen alleen toegestaan als het uit zelfverdediging gebeurt of wanneer de VN-Veiligheidsraad het goedkeurt. Geen van beide is het geval. Zelfs zo’n gifgasaanval in de Syrische provincie Idlib is volgens de VN-regels geen geldige reden voor een raketaanval. Sterker nog, volgens de VN-regels pleegde de VS hiermee ‘agressie’ en dat wordt (of ‘werd’, ik kan het allemaal niet bijhouden) na de WOII ook wel de supreme crime above all crimes; het ernstigst denkbare misdrijf, genoemd.

De VN is opgericht om het tomeloos geweld tegen onschuldige burgers, dat in de Tweede Wereldoorlog (WOII) gebruikt is, in te tomen. Das war einmal. Vandaag geldt dat wie ook maar een beetje afhankelijk is van de VS – Frankrijk, Israël, Nederland, Polen, Syrische rebellen, Turkije, het Verenigd Koninkrijk – keurt de aanval van de VS goed of juicht hem zelfs toe.

Het is net als bij de nooit gevonden massavernietigingswapens.

Zolang landen, die in de VN vertegenwoordigd zijn, zelf VN-verdragen schenden zoals de VS nu gedaan heeft, of toejuichen dat andere landen VN-verdragen schenden, scheppen al(!) deze landen een precedent voor andere landen om hetzelfde te doen. Wat alle familieleden van ‘grote broer’ en grote broer zelf wel hadden mogen doen is bijvoorbeeld het instellen van economische sancties zodra onomstotelijk bewezen zou zijn dat Syrië de doden van die gifaanval op zijn geweten heeft. Nu is het: “Goed zo, grote broer” op de korte termijn en mondiale militaire chaos op de lange.

Als je de logica van genoemde landen doortrekt, zou Iran kunnen zeggen: Wij vinden het vreselijk dat Nederland abortus en euthanasie toestaat en gaan daarom op humanitaire gronden die arme Nederlanders met onze munitie tegen mensenrechtenschendingen beschermen. Ik heb het niet van mijzelf.

Terwijl de discussies in de VN-Veiligheidsraad nog in volle gang waren, heeft de VS zijn aanval op eigen houtje uitgevoerd. Een essentieel onderdeel van de politieke discussies binnen de VN is evenwel ‘het onderzoek naar de gifaanval dat moet bepalen wat er precies gebeurd is, welk soort chemische wapens zijn gebruikt en wie er voor verantwoordelijk is’. Het is weer als de nooit gevonden massavernietigingswapens, die het doorslaggevende argument waren voor de oorlog tegen Irak in 2003 met dezelfde reacties. Niets geleerd, dus.

Donald Trump heeft ook nog eens nagelaten om de goedkeuring te vragen van het VS-Congres zoals de Amerikaanse grondwet dat verlangt, maar onze zelfgenoegzame Westerse Wereld zal het allemaal een zorg zijn:
Goed zo, grote broer, het was ‘proportioneel’, ‘een passende reactie’, ‘begrijpelijk’, ‘een krachtig signaal’, ‘duidelijk een waarschuwing’ die zo’n 86 mensen van wie bijna 1/3 kinderen het leven kostte. Ga zo door, grote broer, al gaat het buiten elk binnenlands en internationaal recht om.
Dat jullie bombardement mogelijk bewijs vernietigd heeft dat de VN nodig heeft voor haar onderzoeken, geeft ook niet. Al gooi je er een zootje kernbommen op, van ons zul je geen kwaad woord horen. Wij hebben namelijk handelsbelangen, die belangrijker zijn dan welke wet ook.
En verder weten we ook van voren niet dat we van achteren leven.

Bronnen: “Rusland: Amerikaanse aanval schaadt relatie flink” door de Buitenlandredactie van de Nederlandse Omroepstichting (NOS) en Reuters en “Amerikaanse aanval mocht niet volgens regels Verenigde Naties”door de Buitenlandredactie van de NOS en AFP, beide via de website van de NOS en
“VS wacht VN-onderzoek niet af en trekt ten oorlog” door Ludo De Brabander Vrede via de website van De Wereld Morgen; alle drie op 7 april 2017.

Selectieve verontwaardiging

Tevoren waren pamfletten door vliegtuigen gedropt. Wa’ad Ahmad al-Tai was een van de velen die ze had gelezen. Hij had ook geluisterd naar de radioberichten van het Irakese leger: in zijn wijk, in het oosten van Mosoel (Oost-Mosul), moesten de mensen voor hun veiligheid in hun huizen blijven. Samen met het gezin van een van zijn broers ging hij met zijn gezin schuilen bij een andere broer. Ze gingen er vanuit dat ze in de kelders van zijn huis van 2 verdiepingen het veiligst zouden zijn. “We zaten met 3 gezinnen – 18 mensen – samen in 1 kleine kamer. Toen het huis naast ons werd gebombardeerd stortte ook ons huis volledig in net boven de kamer waar wij zaten. Mijn zoon Yusef van 9, mijn dochter Shahad van 3 overleefden de aanval niet, evenals mijn broer Mahmoud, zijn vrouw Manaya en hun 9-jarige zoon Aws. Ook mijn nicht Hanan kwam om het leven, haar 5 maanden oude baby, die op haar schoot lag, overleefde godzijdank.

Vooringenomenheid ondermijnt het morele gezag dat van elke beschuldiging kan uitgaan.

Zo zijn honderden burgers volgens Amnesty International (AI) omgekomen, aldus Amnesty’s senior crisis onderzoekster Donatella Rovera: op bevel van het Irakese leger ter plaatse waren ze in hun huizen gebleven in plaats van naar meer veilige delen van de stad te vluchten. Volgens Rovera/AI is dit ‘een flagrante schending van het internationaal humanitair recht’. “In sommige gevallen kunnen het oorlogsmisdaden zijn.

Dat we hierover niets in kranten of via de tv vernemen schijnt te maken te hebben met de coalitie die actie onderneemt om IS te verdrijven. Onze media waren er als de kippen bij toen het Syrische leger en de Russische luchtmacht in Aleppo exact dezelfde oorlogsmisdaden begingen. Dagelijks werden we toen wel op de hoogte gehouden van het beulswerk. Nu gaat het om door de Verenigde Staten van Amerika gecoördineerde oorlogsmisdaden met onder meer Belgische en Nederlandse vliegtuigen en dan blijft het stil.

Rusland reageerde indertijd op de terechte aantijgingen overigens met dezelfde argumenten die nu in Mosoel door de Westerse coalitie worden aangewend:
het gaat om foutieve communicatie,
het gaat om terroristen die burgers als levend schild gebruiken,
het gaat om vergissingen,

Zo’n ‘vergissing’ is dan ‘met mortieren schieten op bewoonde stadsdelen’. Amnesty International is er echter – volgens mij ‘gelukkig’ – duidelijk over: elke coalitie is volledig verantwoordelijk voor de gevolgen van de eigen beslissingen.

Vooringenomenheid is overigens niet onschuldig. Het ondermijnt het morele gezag dat van elke beschuldiging kan uitgaan en staat de ene of de andere partij zelfs toe door te gaan met zijn misdaden.

Bronnen: “VS-coalitie met België vermoorden burgers in Mosoel” door Lode Vanoost op de website van ‘De wereld morgen’ en “Irak: burgers in hun huizen gedood door luchtaanvallen terwijl hen opgedragen werd om niet te vluchten”, persbericht van Amnesty International; beide op 28 maart 2017 en “Anti-IS-coalitie groeit” door ANP op 25 september 2014.

Een actueel opiniestuk van 50 jaren oud

Moet Nederland mee blijven doen aan de vredesmissies in Bosnië (EUFOR en EUPM), Congo (EUSEC), Cyprus (UNFICYP), Egypte/Gaza (EUBAM), Israël/Egypte (UNTSO), Voormalig Joegoslavië (ECMM), Libanon (UNIFIL) en Mali (MINUSMA)?

Deze vraag zou aan de keuzehulpjes voor 15 maart toegevoegd kunnen worden. Ik had hem, net als een hoop andere vragen, in elk geval gemist. Echter, wat is het antwoord waard wanneer de argumenten, waarop het antwoord gebaseerd is, niet erbij geleverd kunnen worden?

Chomsky aanvaardde de zogenaamde nobele doelstellingen achter die oorlog niet.

Degenen, die op een stelling ‘ja’ en ‘nee’ stemmen, kunnen het hartgrondig eens zijn over een hoop argumenten en toch op een andere uitkomst komen. En degenen, die allebei ‘ja’ of juist ‘nee’ stemmen, kunnen het schromelijk oneens zijn over de motivatie voor hun stem.

Is dat erg? Ik vind van wel. Het is iets heel anders wanneer een volksvertegenwoordiger een standpunt inneemt omdat hij/zij het moreel een (on)juist standpunt vindt, dan wanneer hij of zij hetzelfde standpunt inneemt omdat het ‘te duur is’, ‘niet goed werkt’ of omdat ‘er belangrijker zaken zijn om je druk over te maken’. De eerste maakt een morele keuze en kan ik mijn stem niet of juist wel toevertrouwen. De tweede maakt een economische keuze en vertrouw ik sowieso niet, tenzij de stelling nu net over de Nederlandse economie gaat.

Van de potentiële volksvertegenwoordigers weet ik graag met wat voor bevlogenheid zij op jacht zijn naar een van de 150 zetels. Wanneer het gaat om eigenbelang of macht is het maar de vraag of wat ik belangrijk vind door hem of haar gediend gaat worden. Dient hij/zij de belangen van grootbedrijven die elders belasting afdragen. Die op een andere plek in de wereld vervuilen. En die weer ergens anders mensen onder erbarmelijke omstandigheden laten werken, of op andere manieren samenlevingen ontwrichten. In dat geval – ook al betreft het Nederland niet – moet hij of zij mij maar niet vertegenwoordigen in de Tweede Kamer. Heeft hij of zij nagenoeg soortgelijke uitgangspunten als ik heb, dan maakt die kandidaat een goede kans voor mijn stem.

Bij verkiezingsdebatten gaat het wat mij betreft te weinig erover welke kwaliteit van samenleving we wensen. Welke als het om oorlogvoering (vredesmissies in de volksmond) en echte vredesmissies gaat. Of over de AOW-leeftijd, de Europese Unie (EU), het buitenlands beleid, de handel, het milieu, de ontwikkelingshulp, het tegengaan van de opwarming van de aarde, de veiligheid, de zorg, en wat al niet meer.

50 Jaar geleden schreef Noam Chomsky op verzoek een artikel over de rol van intellectuelen in de Vietnam-oorlog, die indertijd gevoerd werd; een oorlog in Zuid-Vietnam tussen de door Noord-Vietnam gesteunde Vietcong en het door de Verenigde Staten (VS) gesteunde Zuid-Vietnamese bewind. In zijn artikel distantieerde hij zich van andere intellectuelen, ook als die zich eveneens uitspraken tegen deze oorlog. Chomsky aanvaardde de zogenaamde nobele doelstellingen achter die oorlog niet. Dat artikel kunt u vandaag herlezen als een boeiend tijdsdocument in zijn historische context.

U kunt het echter ook lezen als een actueel opiniestuk wanneer u ‘Vietnam’ vervangt door ‘Afghanistan’, ‘Irak’, ‘Libië’ en/of ‘Syrië’, en ‘de strijd tegen het communisme’ door ‘de strijd tegen terreur’. En lees dan ook de hedendaagse commentatoren en hun pseudo-neutrale analyses en opinies
over het Europees besparingsbeleid,
over de oorlogen die de EU en de VS voeren in het Midden-Oosten,
over de agressie van China en Rusland (welke beide niet hoeven te worden bewezen) waartegen ‘wij’ dan het hogere goed van het immer goedbedoelende Westen stellen (dat evenmin bewezen hoeft te worden)
en u ziet de mechanismen terug die Chomsky al op 23 februari 1967 beschreef. Voor de camera spuien alle politici hun beste plannen zonder dat doorgevraagd wordt naar hun mensbeeld, hun moraal, hun vijandbeeld, hun wereldbeeld of wat de burger volgens hen van de overheid vermag en hoe dat te bewerkstelligen.

Geen enkele Nederlandse politicus zal toename van armoede bepleiten, of afname van de controle door de fiscus op de belastingafdracht van bedrijven, vergroting van inkomstenverschillen, toename van vervuiling elders in de wereld voor producten die hier verkocht worden, oorlog, recessie, schending van onze privacy, sociale onrust, afname van de werkgelegenheid of een slechtere bereikbaarheid van de gezondheidszorg. Toch laten de gevolgen van ‘ons’ regeringsbeleid in de afgelopen periode dit soort fenomenen zonder dat er ooit voor gepleit is overduidelijk zien. Het gaat in de politieke mediadebatten allemaal nergens over, door gebrek aan diepgang, en dat is niets nieuws onder de zon.

Bronnen: “23 februari 1967, 50 jaar sinds Chomsky’s eerste politieke artikel” door Lode Vanoost via de website van De wereld morgen op 23 februari 2017 en Wikipedia op 24 februari 2017.

“The responsibility of Intellectuals” door Noam Chomsky, werd voor het eerst gepubliceerd op 23 februari 1967 in ‘The New York Review of Books’; een wekelijkse boekenbijlage bij de krant ‘The New York Times’. Het artikel werd in 1969 een van de 8 hoofdstukken van Chomsky’s allereerste politieke boek met de titel “American Power and the New Mandarins”. Daarin ontwikkelde hij verder zijn these dat de Amerikaanse intellectuele klasse in universiteiten en in de regering medeverantwoordelijk is voor de wreedheden die het Amerikaans leger in Vietnam heeft begaan. Dit boek werd in 2002 opnieuw uitgegeven.

In 2016 publiceerde uitgever Metropolitan Books een verzameling van Chomsky’s recente essays, opinies en samenvattingen van lezingen in het boek “Who Rules the World?”. In het eerste hoofdstuk “The Responsibility of Intellectuals, Redux” blikt Chomsky terug op dat eerste essay van 1967:
Zij die netjes in de rij gaan staan ten dienste van de staat worden typisch geprezen door de algemene intellectuele gemeenschap, terwijl zij die weigeren in dat lijntje te lopen worden afgestraft.

Klik hier voor het artikel van Vanoost (bron), dat dieper op Chomsky’s bijdrage aan het politieke debat ingaat.