Hoe je tot een keuze komt (en ik aan het komen ben)

Hoe ik mijn keus op 21 maart a.s. bepaal? Laat ik maar bij het eind beginnen: ik ben er nog niet uit. Maar wat ik doe, is een stip zetten aan de horizon met de best wat lange vraag:

“In wat voor wereld wil ik dat de kinderen van de kinderen van de kinderen van de kinderen van mijn kinderen leven?”

Vervolgens kijk ik wat er nù gedaan kan worden om dàt te bereiken, bijvoorbeeld: ‘Wat ga ik voor mijn kinds kinderen op 21 maart stemmen?

Dat ik wil gaan stemmen staat daarom vast. Wanneer ik niet ga stemmen gaat mijn stem naar de winnaar(s) in De Bilt en dat zal ik hoogstwaarschijnlijk geen goede zaak vinden. Vorige keer wonnen D66, VVD, Beter De Bilt en CDA. Ik zal ook niet blanco gaan stemmen, want er is volgens mij genoeg te kiezen, maar waarop uiteindelijk mijn keus valt, weet ik nog niet.

Nee, ik wens onze kinds kinderen een wereldvrede toe, zo één waar velen rond kerst over zingen. De PSP doet al sinds 1990 niet meer mee, terwijl die politieke partij nog steeds mijn voorkeur zou hebben; die was opgericht om pacifisme te bereiken; een wereldbeschouwing die duurzame vrede nastreeft en tegen geweld en oorlog is. Een vies woord volgens sommigen, maar sinds ik tijdens mijn militaire dienstplicht anderhalf jaar bij onze pantserinfanterie werkte is dàt mijn ideaal.

Bij gebrek aan PSP stem ik dus al bijna 3 decennia ‘strategisch’, want alle partijen hangen ons kapitalisme aan: alles moet wijken – tot en met de inkomsten voor uitkeringsgerechtigden, het minimumloon en voor velen hun inkomenszekerheid – voor het oprekken van ònze economische groei. Daarbij maakt het niets uit of bedrijven hier belastingen betalen, werkelijk vaste banen scheppen tegen respectvolle arbeidsvoorwaarden voor werknemers of wat voor troep ze produceren. Of het nou akelige financieel verpakte wangedrochten zijn, vleesproducten, ziekmakend voedsel (suiker, zout) of wapens, ze hoeven steeds minder belasting te betalen over hun winsten, voor zover ze die opgeven. Ons kapitalisme brengt wereldvrede volgens mij verder buiten bereik, omdat het ten koste gaat van mens en milieu; het buit arbeiders en de aarde uit, het brengt gelukkig voor velen hier welvaart en wakkert daarbij helaas hebzucht, een egocentrische onverschilligheid voor wat er in de wereld gaande is en oppervlakkigheid aan, verspilt grondstoffen, maakt de goegemeente tot schuldenaar en geeft feitelijk enkelen steeds meer geld en macht over èlk maatschappelijk debat. Kijk in Nederland naar de ‘discussie’ over de dividendbelasting.

Ik stem dus strategisch, waarbij ik geen partij meer ken die een stip aan de horizon zet, laat staan de mijne. Alle partijen willen iets binnen onze kapitalistische wereldorde verbeteren, zonder de schadelijke machtsstructuur aan te pakken. De Partij voor de Dieren (PvdD) – de partij van duurzaamheid, mededogen, persoonlijke verantwoordelijkheid en persoonlijke vrijheid – komt mij hierin nog het meest tegemoet door voor een ‘plan B’ te kiezen, tegen de extremen van ons kapitalisme.

Echter, in mijn gemeente doet de PvdD niet mee. Resteren GroenLinks, PvdA en SP, omdat zij drieën het verst gaan in hun kritiek op wat we allemaal normaal zijn gaan vinden, althans vergeleken met de andere De Biltse partijen.
Van geen van deze zou ik lid worden omdat ik zwaarwegende bezwaren heb tegen elk van deze partijen, maar één van deze drie gaat het wel worden. Welke, weet ik waarschijnlijk pas in het stemhokje, dat ik dus zeker zal gaan bezoeken. Immers, zonder de stem van degenen, die de politiek zo’n beetje hetzelfde als ik inschatten, wordt het niks volgens mij.

Een boekje open (voor wie tegen onrecht kan)

In een open brief van 21 februari 2018 aan alle leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat en alle regionale parlementen vragen 700 academici en kunstenaars, verenigd in de Belgische Campagne voor een Academische en Culturele Boycot van Israël (BACBI), om de vrijlating te eisen van Ahed Tamimi en honderden andere Palestijnse kinderen uit Israëlische gevangenissen.

Integrale overname (inclusief typefouten en voetnoten) van “Open Brief; 700 Belgische academici en kunstenaars aan parlement: “Eis vrijlating Ahed Tamimi”” door Herman De Ley, Perrine Humblet en BACBI op de website van DeWereldMorgen
______________________
zondag 25 februari 2018

Aan de leden van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Belgische Senaat en de regionale parlementen

Betreft: Vrijlating van de Palestijnse tiener Ahed Tamimi

Geachte Mevrouw, Geachte Heer,

Ondersteund door bijna zevenhonderd academici, publicisten en kunstenaars, ijvert BACBI (Belgische Campagne voor een Academische en Culturele Boycot van Israël) op een democratische en vreedzame manier voor de vrijheid en de grondrechten, met inbegrip van het recht op zelfbeschikking, van het Palestijnse volk: mannen en vrouwen en, niet op de laatste plaats, zijn kinderen.[1]

Honderden Palestijnse kinderen
Met deze gedocumenteerde brief durven wij u om uw aandacht en parlementaire steun vragen voor de vrijlating uit militaire gevangenschap van honderden Palestijnse minderjarigen. In strijd met het internationaal recht en, in het bijzonder, het Internationale Kinderrechtenverdrag,[2] worden Palestijnse jongens en meisjes tussen 12 en 17 jaar vervolgd en bloot gesteld aan de verschrikkingen van de Israëlische gevangenissen.

In het bijzonder vragen wij om uw betrokkenheid met de vervolgde tiener Ahed Tamimi. Eind vorig jaar, op 19 december, is zij in een nachtelijke razzia van de Israëlische Grenspolitie brutaal van haar bed gelicht, in de boeien geslagen, ontvoerd en opgesloten (haar moeder, Nariman Tamimi, die bij de politie om uitleg ging, is eveneens gevangen gezet en in beschuldiging gesteld).

Op 1 januari is Ahed geboeid voorgeleid voor een militaire rechter en in beschuldiging gesteld voor een lijst van niet minder dan 12 “inbreuken” (sommige van twee jaar terug), waaronder “ophitsing”, “deelname aan gewelddadige rellen”, provoceren op de sociale media en overtredingen bij vijf andere botsingen met Israëlische soldaten. Zij riskeert een gevangenisstraf van niet minder dan 12 jaar. De ervaring heeft geleerd dat Israëlische militaire rechtbanken een veroordelingsgraad hebben van 99,74 procent.

Binnen Israël wordt de publieke opinie tegen haar opgehitst vanuit regeringsmiddens (de Minister van Onderwijs sprak de wens uit dat zij “haar leven zou eindigen in de gevangenis”, en de ministers van Defensie en Cultuur willen dat zij als een “terroriste” zou worden vervolgd)[3] maar ook in de Israëlische pers,[4] en een academicus, een autoriteit in Israël op het vlak van ethiek, verkondigde dat Ahed moest opgesloten blijven omdat ze opnieuw een soldaat zou kunnen slaan.[5]

In afwachting van een vonnis, heeft de militaire rechter (een luitenant-kolonel) geweigerd haar op borgtocht vrij te laten; zijns inziens vormt zij een “duidelijk gevaar” voor de veiligheid van het Israëlische leger. Zij zal bijgevolg gedurende vele maanden voorhechtenis in een gevangenis in Israël opgesloten blijven, periode die niét zal worden afgetrokken van haar uiteindelijke gevangenisstraf.

Tijdens de openingszitting van het proces op 13 februari, tenslotte, heeft dezelfde rechter ondanks protest van Aheds advocate beslist dat het proces achter gesloten deuren zal gevoerd worden, dus zonder de aanwezigheid van diplomaten en journalisten. Verwacht wordt dat het proces maanden in beslag zal nemen. De volgende zitting is alvast onmiddellijk uitgesteld tot 11 maart.[6] Met de dreiging van een straf waarvan de strengheid buiten elke proportie staat tot de ernst van het veronderstelde misdrijf, ziet de toekomst van deze adolescente er bijzonder somber uit zonder krachtige tussenkomst van de internationale gemeenschap, en dus ook van ons allen.

Waarom Ahed Tamimi?
Om welke ware reden dan wordt deze tiener zo zwaar vervolgd? In de woorden van Israëls minister van Cultuur, Miri Regev: “Zij heeft de eer beschadigd van het leger en de Staat Israël”.[7]

Vier dagen voor haar nachtelijke ontvoering was Aheds neefje, Mohammed Tamimi, toen14 jaar oud en zoals zij woonachtig in het dorp Nabi Saleh (600 inwoners, in de buurt van Ramallah),[8] het slachtoffer van een zware aanslag door een soldaat. Tijdens een zoveelste raid tegen het dorp (in de laatste 3 maanden 80 tot 90 maal), toen de jongen uit nieuwsgierigheid het hoofd boven een muurtje stak, was hij van dichtbij in het hoofd geschoten. Met het linkerdeel van zijn schedel verbrijzeld en onder het bloed, was hij in een coma opgenomen in een Palestijns ziekenhuis (opname in een nabij Israëlisch hospitaal was door de soldaten belet).

Een uur na deze gewelddaad waren twee soldaten van dezelfde eenheid de binnenplaats van Aheds ouderlijke huis binnengedrongen. Nog erg geschokt door wat gebeurd was met haar neefje, heeft Ahed samen met haar nicht, Nour Tamimi,[9] geprobeerd de indringers van het erf te verdrijven, eerst met geroep en toen dat niet hielp, met enkele slagen en schoppen. Met succes: de twee soldaten (een van hen een officier) hebben zich inderdaad teruggetrokken (het leverde hen nadien in Israël het verwijt van “lafheid”op). De confrontatie werd gefilmd door Aheds moeder en verspreid via de sociale media. De video toont alvast de onvervaardheid van beide jonge vrouwen terwijl zij met blote handen twee zwaargewapende soldaten van het bezettingsleger te lijf gaan.[10]

Het is in deze context van belang te weten dat in het verleden reeds verschillende familieleden van Ahed het slachtoffer waren van Israëlisch geweld (voor drie ervan met dodelijke afloop). Haar vader Bissam werd reeds verscheidene keren opgesloten en is door Amnesty International geadopteerd als gewetensgevangene. Haar moeder werd in het been geschoten… Zoals andere kinderen in bezet Palestina kennen ook de Tamimi kinderen enkel een leven van gewapende bezetting en repressie, met gewelddadige invallen en nachtelijke razzia’s van eger en gendarmerie; honderden militaire controleposten en bewaakte versperringen verspreid over de Westelijke Jordaanoever en aan de overgangen tussen de Westelijkste Jordaanoever, Jeruzalem en de Gazastrook, die met hun willekeur en potentieel geweld elke vrije mobiliteit en tijdsplanning voor volwassenen en jongeren onmogelijk maken; de bureaucratische pesterijen van honderden pasjes en vergunningen; willekeurige arrestaties en opsluitingen; afbraak van woningen, structuren en scholen;[11] dagelijkse intimidaties en vernederingen, gratuit en vaak ook dodelijk geweld … Dàt is de “normaliteit” voor Palestijnse kinderen tijdens reeds 50 jaar van militaire bezetting,[12] vanaf ze enkele jaren oud zijn.[13]

Internationale druk
Een internationale tussenkomst is hier des te noodzakelijker omdat de vervolging van Ahed Tamimi geen alleenstaand geval is, wel integendeel: op het vlak van repressie en vervolging van Palestijnse jongeren hebben we duidelijk te maken met een systeem van staatsgeweld.

Aheds zaak staat model voor die van duizenden andere jonge Palestijnen tussen de leeftijd van 12 en 17. Geschat wordt dat sedert 2000 tot vandaag 8 tot 10.000 Palestijnse minderjarigen door Israëlische bezettingstroepen zijn opgepakt, voor een militaire rechtbank zijn gebracht en voor kortere of langere tijd opgesloten in een Israëlische gevangenis. Gemiddeld gaat het op elk ogenblik van het jaar om meer dan 200 jongeren. In december 2017 betrof het 352 minderjarigen.[14]

Circa 50 procent van die strafcentra zijn gevestigd in Israël, het land van de bezetter (Ahed bv. is opgesloten in de beruchte vrouwengevangenis van HaShalon)[15] – wat een zware schending is van de Vierde Conventie van Genève. (Art. 76).[16] Voor ouders en families die op de Westelijke Jordaanoever of in de Gazastrook leven, is het daardoor bijzonder moeilijk zo niet onmogelijk hun gevangen kind of verwante te bezoeken. Rechteloos en zonder wettelijke bescherming, worden de kinderen “onderworpen aan opsluiting in een isoleercel, wordt hen geweld aangedaan, worden ze hardhandig ondervraagd en menig maal gefolterd, tijdens sessies die 96 uur kunnen duren”. [17]

In deze context verdient de mishandeling van Palestijnse meisjes en vrouwen in Israëlische gevangenschap onze bijzondere aandacht. Het aantal vrouwelijke gevangenen is begrijpelijk een pak kleiner dan dat van jongens en mannen. Op het ogenblik van de Internationale Vrouwendag van 7 maart 2017, bijvoorbeeld, zaten 55 Palestijnse vrouwen opgesloten in een Israëlische gevangenis, waaronder 12 minderjarige meisjes.

Wat er met hen in gevangenschap kan gebeuren, blijkt uit de traumatische herinneringen van een activiste die nu 54 jaar oud is: “Ik herinner me dat hij zijn stoel dichterbij bracht, zijn benen opende en heel dicht bij mij zat. Het was heel akelig voor mij. Het gaf mij het gevoel dat hij probeerde mijn lichaam aan te randen,” aldus Khawla al-Azraq bij de herinnering aan de fysieke intimidatietactieken en seksuele pesterijen die Israëlische ondervragers hanteerden toen zij slechts een tiener was.[18]

Mishandelingen
Enkele vrouwen hebben verteld dat zij in Israëlische gevangenschap verkracht zijn – iets wat vanwege de heersende maatschappelijke taboes vele vrouwen grote moeite kost om ter sprake te brengen. Wat Ahed Tamimi betreft— een meisje dat met haar weelderige, blonde en gekrulde lokken en blauwe ogen vele Israëlische mannen “fascineert” —, werd door sommigen reeds openlijk gesuggereerd dat seksuele aanranding een niet meer dan faire prijs zou zijn voor haar “wandaden” (zie hoger).

Algemeen worden Palestijnse minderjarigen tijdens hun ondervragingen (regelmatig door agenten van de gevreesde Shin Bet of Veiligheidsdienst) geconfronteerd met een mengeling van intimidatie, bedreigingen (met geweld, met de dood, met verkrachting e.a.), chantage (om informaties te geven) en direct fysiek geweld zoals knuppelslagen – met het doel het kind een “bekentenis” (vaak in het Hebreeuws) te ondertekenen. Tijdens de duur van de ondervraging worden de minderjarigen fysiek in bedwang gehouden, bv. door hem vast te binden aan de stoel waarop ze zitten, wat na een tijdje gepaard gaat met pijn in handen, rug en benen, en dus een vorm van foltering is.[19]

Wanneer de ondervragingssessies afgelopen zijn (samen kunnen zij tot 90 dagen duren), wordt de minderjarige voorgeleid voor een militaire rechter. De instelling van zulke militaire rechtbanken in 1967 kaderde in de krijgswet die Israëlische uitvaardigde vrijwel onmiddellijk na de oorlog over de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook heeft afgekondigd.[20] Zij verleende aan de militaire bevelvoerder de volle wetgevende, uitvoerende én rechterlijke macht over de bezette gebieden. Let wel: het militair recht in de West Bank is enkel van toepassing op de onderworpen autochtone bevolking, en dus niet op de Joodse kolonisten die in hun kolonies of “settlements” hetzelfde territorium bewonen. De militaire rechtbanken vormen daarmee een essentieel instrument in de Israëlische bezettings- en apartheidspolitiek.

Militaire uitzonderingsrechtbanken
Voor de militaire berechting van Palestijnse minderjarigen (nogmaals: Joodse kinderen vallen er niét onder) werd in September 2009 een “juvenile military court” opgericht maar de scheidingslijn met de militaire rechtspraak voor volwassenen is betrekkelijk.[21] Deze rechtbanken vervolgen en veroordelen elk jaar tussen de 500 en 700 minderjarigen, sommige ervan amper 12 jaar oud.[22] De Israëlische Staat geniet met dat alles de kwalijke eer het enige (“beschaafde”) land ter wereld te zijn dat kinderen systematisch voor militaire rechtbanken daagt.[23]

De rechters, aanklagers en griffiers die in die rechtbanken de dienst uitmaken, zijn bijgevolg militairen in legeruniform; de jeugdige verdachten die worden voorgeleid, zijn geketend, al dan niet ook aan de voeten en in een kooi, en dragen een soort bruin uniform.[24] Rechters en aanklagers hier baseren zich per definitie niet op het Israëlische burgerlijk wetboek maar op de bijna 2500 “Militaire Orders“ die sedert 1967 op dictatoriale wijze tsot in details het leven dicteren van de Palestijnen – in principe van hen die leven in “zone C” van de Westelijke Jordaanoever (60% van het territorium), zone die in de Oslo Akkoorden van 1993 “voorlopig” onder volledige Israëlische controle was geplaatst.

Israëls structurele mishandeling van Palestijnse tieners – bij betogingen en protestacties, bij hun aanhouding, tijdens hun voorhechtenis en ondervraging en tenslotte tijdens hun maanden- of jarenlange gevangenschap in penibele omstandigheden – vormt al jaren een groot zorgpunt voor de internationale gemeenschap[25] en de civiele samenleving.[26] In 2013 heeft het ‘VN Comité voor de Rechten van het Kind’ aangeklaagd dat Palestijnse kinderen “systematisch onderworpen worden aan een mensonwaardige behandeling en dikwijls aan foltering, en dat Israël eerdere aanbevelingen om het internationaal recht na te leven ‘volledig genegeerd’ had.”[27]

Ondanks wijzigingen die de Israëlische Staat onder internationale druk in zijn militaire procedures aanbracht, bleef en blijft de dagelijkse praktijk van de ordediensten – dwz de nationale politie, de Grenspolitie, de binnenlandse veiligheidsdiensten (Shin Bet of Shabak), de Israel Defense Forces (IDF, in het Hebreeuws: de Tsahal) en de Israel Prison Service (IPS) – nagenoeg ongewijzigd. Opvolgingsrapporten van UNICEF en bekende mensenrechtenorganisaties – zoals van Defense for Children International-Palestine (DCI-P), Military Court Watch, Addameer, Human Rights Watch, B’Tselem (“Israëlisch Informatiecentrum voor de Rechten van de Mens in de Bezette Gebieden”), Amnesty International e.a. hebben die negatieve vaststellingen sedertdien meermaals herbevestigd.[28]

Dodelijke slachtoffers
Nóg zorgwekkender, natuurlijk, dan het mishandelen en misbruiken van jongeren binnen en buiten de gevangenis is het toenemende aantal minderjarige doden, niet enkel tijdens de protestmanifestaties naar aanleiding van Donald Trumps erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël. Van de 12 Palestijnse slachtoffers die sedert het begin van 2018 tot nu door het leger zijn gedood, werden minstens 5 minderjarigen van dichtbij met een kogel in het hoofd of in de nek om het leven gebracht.[29]

Er zijn gelukkig ook slachtoffers die zo’n aanslag overleven,[30] maar verontrustend genoeg lijkt zich een patroon af te tekenen waarin Palestijnse jongeren die stenen gooien, worden opgejaagd en in koelen bloede gericht in het hoofd of de nek worden geschoten.xxxi [31] Dat dodelijke geweld tegen kinderen, echter, reikt nog verder terug. Door een journalist is de Westelijke Jordaan daarom bestempeld als “één van de voor kinderen meest gevaarlijke plaatsen ter wereld waar in het voorbije jaar 14 Palestijnse kinderen gedood zijn en bijna 1000 andere kinderen tijdens confrontaties verwond zijn door Israëlische troepen.”[32]

Algemeen kan je stellen dat Palestijnse kinderen door Israëls gewapende ordetroepen en militaire rechtbanken (en zeker door de publieke opinie) beschouwd en behandeld worden als een vijand waartegen oorlog wordt gevoerd. Net zoals bij Palestijnse volwassenen wordt ook bij minderjarigen a priori uitgegaan van hun schuld tenzij hun onschuld uitzonderlijk alsnog zou worden bewezen. Zij beschikken hoe dan ook niet over wettelijke bescherming en zijn als het ware loslopend wild, waarop gejaagd kan/moet worden.[33]

Het koppige vasthouden door de opeenvolgende Israëlische regeringen aan het systeem van kinderrechtenschendingen ondanks de internationale kritiek en veroordelingen, versterkt het vermoeden dat hiermee een politiek doel wordt nagestreefd: via haar jeugd moet de geest van weerbaarheid en vasthoudendheid van het Palestijnse volk – zijn “soemoed” – gebroken worden om aldus het voortbestaan van de bezetting te verzekeren.[34]

Bescherming rechten van het kind
Op basis van het Kinderrechtenverdrag hebben alle kinderen die met het gerecht in aanraking komen, ongeacht schuld of onschuld, recht op bijzondere bescherming en op alle rechten die gewaarborgd worden door de internationale conventies. Ook Israël heeft de “Internationale Jeugdnormen” (“International Juvenile Standards”) ondertekend en geratificeerd.[35]

Die normen eisen dat kinderen enkel van hun vrijheid mogen worden beroofd indien alle andere juridische middelen uitgeput zijn. Ook is vastgelegd dat vrijheidsberoving niet wederrechtelijk of willekeurig mag gebeuren en zeker niet gepaard mag gaan met geweld, foltering of enige andere vorm van mensonwaardige of vernederende behandeling of straf.[36] De internationale rechten van de mens in het algemeen en die van het kind in het bijzonder zijn onvoorwaardelijk, zijn niet optioneel. Stopzetting van de schending ervan mag niet afhangen van te onderhandelen politieke keuzes.

Parlementaire actie
Geachte Mevrouw, Geachte Heer, wij hopen dat onze gedocumenteerde brief u heeft kunnen overtuigen dat een menswaardige oplossing voor het ondraaglijke lot van Palestijnse kinderen en adolescenten urgent is. Wij durven u daarom verzoeken:

1. parlementaire initiatieven te nemen (nationaal of regionaal) om van Israël de vrijlating te bekomen van de honderden opgesloten minderjarigen, in het bijzonder van de adolescente Ahed Tamimi die een icoon is geworden van de Palestijnse geweldloze verzet en daarom bedreigd wordt met een gevangenisstraf van 12 jaar;
2. contact te willen opnemen met de Ambassadrice van Israël om via haar de Israëlische overheid te trachten overtuigen dat de vervolging van Palestijnse adolescenten, waaronder Ahed Tamimi, en de grote verontwaardiging die ze overal wekt, de morele status van Israël in de wereld ernstig in het gedrang brengen;
3. gelet én op onze nauwe banden met de Staat Israël én op de centrale plaats van de mensenrechten in het Belgische internationale ontwikkelings- en samenwerkingsbeleid, strafmaatregelen in overweging te nemen die verder geweld tegen Palestijnse kinderen kunnen indijken. Israëls politiek van afbraak van Palestijnse schoolinfrastructuur (vaak ook door ons land mee gefinancierd) is een belangrijk onderdeel van Israëls belaging van de Palestijnse jeugd en dus van de toekomst van de Palestijnse samenleving.[37]

Geachte Mevrouw, Geachte Heer, wij zijn u bijzonder dankbaar dat u deze briefing hebt willen doornemen en dat u onze grote bezorgdheid hebt willen delen.

Met de meeste hoogachting,

Herman De Ley, Emeritus Universiteit Gent,

Perrine Humblet, Professeur de l’Université Libre de Bruxelles

Namens BACBI’s Stuurgroep: Prof. Marie-Christine Closon (UCL), Prof. Patrick Deboosere (VUB), Dr. Pascal Debruyne (UGent), Prof. Lieven De Cauter (KU Leuven), Em.Prof. Herman De Ley (UGent), Lieve Franssen (dirigent Brussels Brecht-Eislerkoor), Carl Gydé (directeur CAMPO), Prof. Madeline Lutjeharms (VUB), Prof. Perrine Humblet (ULB), Prof. Marc Jacquemain (Université de Liège), Raven Ruëll (regisseur), Prof. Christiane Schomblond (ULB), Dr. Nozomi Takahashi (UGent), Prof. Karin Verelst (VUB)
__________
Eindnoten:
[1] Voor de lijsten van ondertekenaars van het BACBI-platform: de “academische”: Om deze in te zien raadpleeg de website van DeWereldMorgen.be

[2] Verdrag inzake de Rechten van het Kind Aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 november 1989 (Officiële Nederlandse Vertaling, 19 blz.), in voege in 1990)

[3] Miri Regev: “She is not a little girl, she is a terrorist. It about time they will understand that people like her have to be in jail and not allowed to incite racism and subversion against the state of Israel” (geciteerd in: Richard Falk, Why the Experience of Ahed Tamimi Matters So Much Foreign Policy Journal, 14 Feb, 2018)

[4] Een krantenartikel van de bekende journalist Ben Caspit (hij rekent zichzelf tot het “vredeskamp”) wekte binnen en buiten Israël grote beroering. Hij schreef dat men meisjes als Tamimi “bij een andere gelegenheid de prijs moet doen betalen, in het donker, zonder getuigen of camera’s”. Vele commentatoren begrepen dit als een aansporing voor verkrachting. Caspit reageerde hierop heel verongelijkt als was hij het slachtoffer van een beschadigingscampagne: “Fighting a shaming campaign with the truth” (The Jerusalem Post, Dec 25). Zie echter Jonathan Ofir: “Israeli journalist who called for unspeakable acts against Ahed Tamimi tries, and fails, to backpedal” (Mondoweiss, Dec 26) en: “Writing about what should be done to girls in the dark is incitement to sexual assault — Shany Littman to Ben Caspit” (Mondoweiss, Dec 28)

[5] Professor Asa Kasher (schreef jaren geleden een “ethische code” voor het IDF), zie Jonathan Ofir, “Ahed Tamimi should stay in prison because she might slap again — Israeli ethicist” (Mondoweiss, Jan 15)

[6] Considering that the military prosecutor plans to summon 18 witnesses, mostly soldiers, Ahed’s trial could take months”, Human Rights Watch (Jan 14), “Israeli Prosecutors Throw Book at Palestinian Child Protestor”

[7] Zie het kritische editoriaal van de Israëlische krant, Haaretz, van 19 januari: “Hysteria in Military Court. This unacceptable proceeding doesn’t restore the honor of the IDF or the soldiers involved in the incident”

[8] In het verleden heeft de Israëlische bezetter zich het grootste deel van de grond van het dorp toegeëigend voor de bouw van de illegale Joodse kolonie Halamish. Het dorp staat al jaren vooraan in het vreedzame verzet tegen de bezetting. Sedert de kolonisten zich in 2010 bovendien hebben meester gemaakt van de waterbron van het dorp, werd elke vrijdag betoogd. Onder het excessieve wapengeweld van het leger (meer dan 350 dorpelingen raakten gewond en een 50-tal verminkt), het grote aantal arrestaties (waaronder de ouders van Ahed) en de hoge boetes die moesten betaald worden voor hun vrijlating, is in 2016 afgezien van verdere vrijdagdemonstraties. Toch is aan de legerraids tegen de dorpelingen geen einde gekomen. Over de militaire gewelddaden die er altijd mee gepaard gaan, zie: Lisa Goldman, “Nabi Saleh is where I lost my Zionism” (+972, Dec 24, 2017) : “Israeli army sharp-shooters regularly shoot unarmed demonstrators in Nabi Saleh with both rubber-coated steel bullets and live ammunition. They break into houses and drag people out, arresting them on the claim that they allowed demonstrators to hide in their garden”.

[9] Hoewel even “schuldig” als Ahed, werd Nour (21 jaar) door de militaire rechter wél voorwaardelijk in vrijheid gesteld.

[10] Zie de video op YouTube (start met Aheds nachtelijke ontvoering), die u onder meer kunt vinden via de website van DeWereldMorgen.be.

[11] De Belgische regering heeft afgelopen zomer formeel geprotesteerd tegen de afbraak van een door haar gefinancierd schooltje in Bethlehem. Zie nu het Januari-rapport van UN OCHA (Office for the Coordination of Human Affaires – Occupied Palestinian Territory), “West Bank demolitions and displacement | January 2018” (Feb 16)

[12] Zie Harriet Sherwood, “Palestinian 16-year-old Ahed Tamimi is the latest child victim of Israel’s occupation”(The Guardian, 2 Jan 2018). Bv. Amira Hass, “Israeli Soldiers Detained 6-year-old Palestinian Boy for Five Hours After He Threw Stones” (Haaretz, Dec 24, 2017)

[13] Drie weken geleden is nabij de Palestijnse stad Tubas tijdens een legeroefening een 3-jarig jongetje in het hoofd geschoten… Zie The Rights Forum (12 jan 2018). Het jongste Palestijnse kind dat vorig jaar in december opgepakt werd, was 6 jaar oud. Soldaten die zich achter zijn huis verscholen hadden, grepen hem vast, dwongen hem in een voertuig en voerden hem mee voor ondervraging (Palestine Solidarity Campaign, Feb 23).

[14] Zie de statistieken van Addameer – Prisoner Support and Human Rights Association

[15] “This prison is located South of the line extending between Tulkaram and Netanya on the old road leading to Hadera. Zie Addameers kaartje van alle gevangenissen en detentiecentra

[16] “Protected persons accused of offences shall be detained in the occupied country, and if convicted they shall serve their sentences therein”.

[17] « Farhan Haq, secrétaire-adjoint des Nations unies, a déclaré au cours d’une conférence de presse le 7 novembre au siège de l’organisation internationale à New-York : ‘500 enfants palestiniens sont actuellement détenus par Israël.’ L’Onu, qui a exprimé sa profonde préoccupation face à cette situation, confirme ainsi les nombreux rapports des associations des droits de l’homme israéliennes et palestiniennes qui dénoncent l’emprisonnement des enfants palestiniens » in Communiqué du Collectif national pour une paix juste et durable entre Palestiniens et Israéliens : «Libérer les enfants palestiniens des prisons israéliennes ! » naar aanleiding van de Internationale Dag van de Rechten van het Kind, op 20 november 2018.

[18] Zo Chloé Benoist, «Palestinian women haunted by abuse in Israeli jails», Middle East Eye, 2 feb 2018,

[19] Zie het verslag van Addameer – Prisoner Support and Human Rights Association, Dec 2017: “Imprisonment of Children”

[20] Zie daarover nu het boek van de Israëlische historicus, Ilan Pappé: “The Biggest Prison on Earth. A History of the Occupied Territories” (2017). NB: “Krijgswet”: “De krijgswet of staat van beleg is een noodtoestand die in werking treedt als het leger de rechtspleging overneemt van de burgerlijke autoriteiten. Tijdens de periode dat de krijgswet van kracht is, gelden vaak andere wetten dan normaal. Het leger houdt toezicht op naleving hiervan, en gerechtelijke vervolging vindt veelal plaats door de krijgsraad” (Wikipedia).

[21] UNICEF: “Children in Israeli Military detention. Observations and Recommendations” (Feb 2013) p. 6-7

[22] Vermeld in: “First-ever bill on Palestinian human rights introduced in Congress” (No Way to Treat a Child, 14 Nov 2017). De titel van het wetsvoorstel: “Promoting Human Rights by Ending Israeli Military Detention of Palestinian Children”.

[23] Zie bv. de rapporten en verslagen van de mensenrechtenorganisatie ‘Military Court Watch’. Ook het rapport van de Nederlandse kinderrechtenorganisatie Tadamun, “Most Wanted: Justice” (op basis vooral van de rapporten van Defense of Children International-Palestine).

[24] Addameer (July 2017), “The Israeli Military Court System”. Ook : “Juvenile Justice System” in: “ISRAEL: Children’s Rights in UN Treaty Body Reports”

[25] Recentelijk bv. voor de Europese Unie : “EU ‘Deeply Concerned’ Over Israel’s Arrest of Palestinian Minors in Wake of Ahed Tamimi Detention. Representatives of the organization in the region cautioned Israel against trampling children’s rights, calling on it to act responsibly with Palestinian minors as ‘the occupying power,’” door Noa Landau (Haaretz, Jan 14, 2018)

[26] Zie bv. de recente tribune in Le Monde (28 januari) van een collectief van Franse intellectuelen met een oproep gericht aan President Macron: “Il faut « exiger la fin des pratiques de détentions qui constituent une violation des droits des enfants » en Israël ». De president wordt opgeroepen « à agir pour inciter Israël à mettre fin à un système où des centaines d’enfants sont condamnés par des tribunaux militaires ».

[27] UN Committee on the Rights of the Child (CRC), “Concluding observations on the second to fourth periodic reports of Israel, adopted by the Committee at its sixty-third session” (May 27–June 14, 2013)” (June 14, 2013), OpenDocument , paras. 35, 36, 73. En het al geciteerde rapport van UNICEF.

[28] Zie onder meer: (a) “UNICEF report confirms ill-treatment of Palestinian child detainees remains systematic” (DCI-P, 21 feb 2015), (b) DCI-P, April 2016 (pdf, 84 blz.): “No Way to Treat A Child”, (c) “64% of Palestinian children abused during detention” (op basis van een nieuw rapport van Military Court Watch), in AURDIP, 31 december 2017

[29] Zie nogmaals The Rights Forum (31 januari 2018), “Israëlische militairen schieten Palestijnse tiener door het hoofd”, met citaat van de vader: “The soldiers killed him from a short range. They could have arrested him; they could have injured him; they could have shot his leg. But the soldier meant to kill him”). Zie ook: “Year-in-review: Worst abuses against Palestinian children in 2017” (DCI-P, 18 Jan, 2018). NB: Ook het hekken aan de Gazastrook vormt voor het leger een “opportuniteit”, zie bv.: “Without Posing Any Threat to Soldiers’ Life, Israeli Forces Kill Two Palestinian Children and Wound 2 Others in Southern Gaza Strip” (Palestinian Center for Human Rights, Feb 18). De ongewapende tieners, die geen enkele bedreiging vormden, werden op 17 februari beschoten met artilleriegranaten

[30] Het lot, echter, van tal van overlevenden is niet te benijden, zie hoger, Aheds neefje Mohammed die voorlopig verder moet leven met een zwaar verminkte schedel. Een andere 14-jarige jongen werd aan het Gazahek in het aangezicht getroffen met een traangasgranaat: hij “had een inwendige bloeding in zijn hersenen en artsen zagen zich verplicht zijn rechteroog te verwijderen”. Zie: Jacclyn Ashley, “Israeli abuse against Palestinian minors rises: report” (Al-Jazeera, Dec 23), op basis van een rapport van DCI-P

[31] Cf. het artikel van Gideon Levy, “Like a Safari: Israeli Troops in Jeeps Hunt a Palestinian Teen and Shoot Him in the Head” (Haaretz Feb. 9, 2018)

[32] Bernard Smith, “Palestine: One of most dangerous places for children” (Al-Jazeera, Feb 15, 2018)

[33] Zie bv. de recente brochure van B’Tselem en HaMoked: “Unprotected – Detention of Palestinian Teenagers in East Jerusalem” (Joint report by HaMoked and B’Tselem Oct 2017, 32 p.). Ook online beschikbaar (pdf, 33p.)

[34] In het reeds geciteerde verslag van Addameer , “Imprisonment of Children” (Dec 2017, wordt aandacht geschonken aan de traumatische psychologische effecten van gevangenschap voor het latere leven van de jongeren: “From scientific and developmental perspectives, experts in child trauma psychology believe that the arrest, interrogation, and humiliation experience is highly dangerous and traumatizing to a child. The trauma can alter the child’s behavior in what can be characterized with agitation, over reaction, rebellion, or indifference to surroundings. Traumatic experiences in the early stages of a child’s life (particularly during childhood and adolescence) increase the risk of psychological and behavioral disorders during adulthood.”

[35] Zie: “International Standards and Norms on Juvenile Justice and law reform” (Geneva 2011)

[36] Let wel: die grondrechten worden door de Israëlische Staat wél geëerbiedigd ten aanzien van kinderen in Israël én de West Bank kolonies). In tegenstelling tot de rechteloze Palestijnse kinderen, beschikken zij wél over rechten. Enkele voorbeelden van discriminatie tussen beiden: (a) een Israëlische tiener mag slechts gedurende 48 uur ondervraagd worden zonder toegang te hebben tot een advocaat; een Palestijnse wordt soms tot 90 dagen lang ondervraagd zonder juridische bijstand. (b) In Israël kan een kind niet ’s nachts opgepakt en ondervraagd worden, terwijl Palestijnse kinderen tussen middernacht en 5u ’s morgens uit hun bed ontvoerd en opgesloten worden. (c) In Israël kan een kind niet ondervraagd worden zonder de aanwezigheid van een ouder, etc.

Chileens voorbeeld

In Chili wonen ongeveer net zo veel mensen als in Nederland, maar net als in België zijn de Chilenen doorgaans katholiek. We kennen het land van Augusto Pinochet, die via een militaire staatsgreep in 1973 de socialistische president Salvador Allende afzette. En ik ken het land als een van de landen waar Europeanen, voor wie hier de grond te heet onder de voeten wordt, graag hun heil zoeken. Pas in 1990 keerde de democratie er terug. De Presidentiële republiek Chili kent net als de Koninkrijken België en Nederland een meerpartijenstelsel en hun staatshoofd heet momenteel Michelle Bachelet.

Nèt de regering van dìt land heeft Israël als eerste ter wereld openlijk opgeroepen Ahed Tamimi in afwachting van haar proces onverwijld vrij te laten en eist dat in haar proces de regels van correcte rechtsgang worden gerespecteerd.

Op vrijdag 17 februari jl. verspreidde het Chileense ministerie van buitenlandse zaken een officiële verklaring aan de ambassade van Israël in Chili. Daarin drukt de regering zijn “grote bezorgdheid” uit over de behandeling van de 17-jarige Ahed Tamimi, die voor het ogenblik in een militaire gevangenis in Israël op haar proces wacht voor een militaire bezettingsrechtbank.
“Gezien de ongelukkige situatie waarin deze minderjarig persoon zich bevindt, herhaalt de Chileense regering aan de vertegenwoordiging van Israël de noodzaak dat de rechten van deze Palestijnse minderjarige ten volle worden gerespecteerd.”
De regering van Israël moet van dit ministerie “garanties van correcte rechtsgang” geven en de rechtbank heeft de verantwoordelijkheid om “de omstandigheden en de spanningen ter plaatse” te evalueren, toen het incident plaatsgreep (een verwijzing naar de klap die de onbewapende Ahed Tamimi op 15 december 2017 gaf aan een zwaar bewapende Israëlische soldaat van de bezettingstroepen op de inrit van haar thuis).
De verklaring eindigt met te stellen dat de Chileense regering “de prompte vrijlating van Ahed Tamimi verwacht.”

Toen ik dit las, betreurde ik het heel eventjes dat de grond hier nooit te heet onder mijn voeten geworden is; vervolgens vroeg ik mij af:
Overduidelijk is, volgens mij, dat Israël tal van VN-verdragen aan haar laars lapt, waaronder de verplichtingen van het internationaal recht om kinderen te beschermen tegen te strenge criminele bestraffing. Waarom vraagt Chili Israël als eerste regering een correcte rechtsgang te garanderen? Ik leef toch ook in een beschaafd land?

Bron: “Chili eist als eerste staat ter wereld de vrijlating van Ahed Tamimi” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 19 februari 2018.

Alweer ‘fake news’ doorgeprikt

In april 2017 liet de president van de Verenigde Staten van Amerika (VS), Donald Trump, ter vergelding van een Syrische aanval met het uiterst giftige, kleur- en reukloze Sarin-gas tegen haar eigen bevolking een aanval met 59 kruisraketten uitvoeren op een Syrische luchtmachtbasis. Natuurlijk moest de grootste en zwaarste bom waarover de VS beschikten ook gebruikt worden.

Tot mijn ergernis kreeg Trump applaus en bijval van nagenoeg alle Westers-georiënteerde regeringen, inclusief die van Nederland. Mijn ergernis bestond er uit dat de Verenigde Naties (VN) nog aan het onderzoeken was of de berichten over die chemische aanval juist waren, welke middelen precies gebruikt waren en wie daarvoor verantwoordelijk was en ik ergerde me er aan dat ‘begrepen’ en toegejuicht werd dat een lid van de VN op eigen houtje voor rechter en beul speelt. Welke andere reden dan de meest gevaarlijke president op aarde te paaien kunnen Westerse regeringen hebben (gehad) voor hun bijval? En welke buitenrechtelijke onbeschofte wereld oogsten zij daarmee op de lange termijn?

Afgelopen vrijdag deelde Jim Mattis, de defensieminister (defensie ?) onder Trump, mee: “De VS beschikt over geen bewijzen die de berichten van hulporganisaties en anderen bevestigen dat de Syrische regering het dodelijke chemische Sarin tegen haar eigen bevolking heeft gebruikt.
Hij was niet duidelijk of hij enkel over het dodelijke incident in het plaatsje Khan Sheikhun sprak, waarbij 86 mensen zouden zijn omgekomen. Wel duidelijk is dat zo’n kruisraket $ 832.000 per stuk kost. Er is dus voor minstens $ 49.000.000 munitie afgeschoten louter op basis van een gerucht. De Raytheon Company, de Amerikaanse producent van kernwapens, heeft er dus een mooie cent aan verdiend (wat weer goed was voor het Amerikaanse bbp).

Irak was in 2003 al door toedoen van de VS met steun van andere landen, waaronder ‘politieke steun’ van Nederland, op basis van leugens en oorlogspropaganda in een eindeloze spiraal van geweld terecht gekomen.

Gelukkig maar dat bij de tientallen recente luchtaanvallen boven Irak en Syrië nog geen enkele dode is gevallen, voor wie het wil geloven.

Bron: “Pentagon: “Geen bewijs van Syrische gifgasaanval”” door Ludo De Brabander via DeWereldMorgen op 14 februari 2018.

De Chomsky papers

Amper een maand geleden op zijn zetel neergestreken sloot de nieuwe Zuid-Koreaanse president Moon Jae-In op 19 juni jl. de ‘Kori-1’, de oudste kernreactor van het land. Daar wil hij het niet bij laten. President Moon belooft alle voorbereidingen voor nieuwe kernreactoren te schrappen en wil de levensduur van de huidige reactoren niet verlengen. Hij bepleit investeringen in schone energiebronnen zoals wind- en zonne-energie.

Dat scheelt één aspect van de 2 huidige gigantische gevaren voor de gehele mensheid, als we Noam Chomsky mogen geloven. Chomsky verzamelde uit zijn werk van de afgelopen 4 jaren 23 essays. Zijn uitgever bracht deze uit onder de titel ‘The Chomsky Papers’. Chomsky stelt vast dat de Verenigde Staten van Amerika (VS) sinds Wereldoorlog II nog steeds de oppermachtige wereldleider is die de agenda bepaalt. Ook neemt hij de tendens waar dat de VS heel veel van zijn alleenheerschappij kwijt raakt. De opkomst van Azië, Brazilië, China, de Europese Unie, India, Rusland en Zuid-Afrika tast het economisch overwicht van de VS aan. Toch blijft de VS nog steeds de machtigste speler, onder meer omdat het land militair nog steeds oppermachtig is.

De burgers van de machtige en rijke staten genieten van een ongewone erfenis aan mogelijkheden, privileges en vrijheid. Juist zij staan nu voor levensbepalende keuzes over hoe zij zullen antwoorden op de huidige uitdagingen van groot menselijk belang.

Chomsky ziet 2 gevaren voor het voortbestaan van de mensheid.
Het ene is het sluipend gif van de klimaatcrisis dat dreigt acuut en catastrofaal te worden als niet snel en drastisch wordt ingegrepen.
Het andere is dat van een vernietigende kernoorlog. Dit 2de gevaar is sinds zijn eerste essay van 1967 nooit afgenomen, ook al verdween het na het einde van de (eerste) Koude Oorlog in 1989 een lange periode van de mediaradar.

Politieke dissidenten aan de overkant krijgen de omgekeerde waardering van de eigen dissidenten, stelt Chomsky. Overal worden degenen die netjes in lijn handelen ten dienste van de staat door de binnenlandse brede intellectuele gemeenschap geprezen, terwijl degenen die dat weigeren door hen worden afgestraft. En in ‘vijandige’ landen worden degenen die handelen in lijn van hun staat door de ‘vijandige’ brede intellectuele gemeenschap argwanend bekeken, terwijl degenen die dat in dat ‘vijandige buitenland’ weigeren door hen worden geprezen. Daarom, stelt Chomsky, is het hypocriet dat Westerse landen andere landen aanspreken op het naleven van mensenrechten. In het Westen worden deze ook niet nageleefd en dan gaat het nog niet eens om de betrokkenheid van de VS bij martelingen in Jemen of het buitenrechtelijk gevangen houden van ‘verdachten’ op Guantánamo Bay of de verderfelijke rol van de VS in Israël/Palestina. Chomsky veroordeelde ook vaak het misbruik van de term ‘socialisme’ door de Sovjets, omdat hun samenlevingen allesbehalve socialistisch waren. Zijn boeken waren daar dan ook verboden.

De principes van imperialistische VS-dominantie hebben volgens Chomsky enerzijds weinig fundamentele veranderingen ondergaan, terwijl anderzijds de VS-capaciteit om die dominantie effectief op te leggen er duidelijk op achteruit is gegaan. De machtsverdeling op aarde lijkt zich meer en meer uit te spreiden over een veranderende wereld. Dit heeft talloze gevolgen, waarvan de belangrijkste de dreigingen zijn die over de wereldorde hangen:
kernoorlog en
milieucatastrofe.
Beide gevaren bedreigen letterlijk het waardig overleven van de mensheid. Chomsky waarschuwt dat het erger is: “Deze beide dreigingen zijn onheilspellend en nemen toe.” De informatie [in dit boek; LV] en de bewustwording die er uit volgt zijn de eerste stap naar het formuleren van een alternatief. Die taak ligt volgens Chomsky in de eerste plaats bij ons hier: bij de burgers van de machtige en rijke staten “die genieten van een ongewone erfenis aan mogelijkheden, privileges en vrijheid dankzij de strijd van de generaties voor hen en die nu voor levensbepalende keuzes staan over hoe zij zullen antwoorden op deze uitdagingen van groot menselijk belang.

Bronnen: “Zuid-Korea stapt uit kernenergie” door Inter Press Service op 21 juni 2017 en “Noam Chomsky: ‘De echte baas van de wereld? Nog steeds de VS’, Boekrecensie van ‘De Chomsky Papers’” door Lode Vanoost op 19 juni 2017, beide via DeWereldMorgen en “Geheime martelgevangenissen in Jemen, VS betrokken” door de redactie Buitenland van de Nederlandse Omroep Stichting via de website van de NOS op 22 juni 2017.

“De Chomsky papers” door Noam Chomsky, in het Nederlands sinds mei 2017 via uitgeverij Epo in Antwerpen ISBN10 946267101X, ISBN13 9789462671010

Een echt heel lange dag

50 Jaar geleden in de Sinaï-woestijn: In de verte staat een Israëlische soldaat. Hij heeft geen wapen bij zich, staat een sigaretje te roken en kijkt op zijn gemakje wat rond.
Een Egyptisch peloton soldaten krijgt deze pauzerende soldaat in het vizier. Hun commandant stuurt zijn mannen op de soldaat af om hem uit te schakelen. Na uren komt een van de Egyptische soldaten kruipend en uitgeput terug bij de inmiddels ongeruste commandant. De soldaat zit onder het bloed en zijn kleding is gescheurd.
“Waar zijn jullie mee bezig?” schreeuwt de commandant, “Ik zie die vent daar nog steeds uit zijn neus vreten!”
“Luit”, antwoordt de soldaat met zijn laatste kracht, “Het is een valstrik. Het zijn er twee.”
Dergelijke verhalen deden net na de 6-daagse oorlog hier de ronde. Nadat Israël bedreigd was met totale vernietiging en Egypte bezig leek de daad bij het woord te voegen, sloeg Israël terug naar haar buurlanden met een nooit in de wereldgeschiedenis geëvenaarde overwinning. Binnen een paar uur was de hele luchtmacht van Egypte vernietigd. Een paar dagen later, nadat Jordanië en Syrië Israël ook hadden aangevallen, stonden de Israëlische soldaten in het hart van Jeruzalem en rukten op richting Amman, Caïro en Damascus. Binnen een week was Israël 3x zo groot geworden als het daarvoor was.

Het verhaal van de 6-daagse oorlog begint niet in 1967 op de ochtend van de eerste Israëlische tegenaanval, nadat Gama Abdel Nasser de Israëlische haven van Eilat afsloot door de Straat van Tiran te blokkeren; het begint bij de Suez-crisis in 1956 waaruit Nasser als een held van de Arabische Wereld tevoorschijn gekomen was en een van de populairste politici van de wereld was geworden.
Of het begint bij de Israëlisch-Arabische oorlog van 1948, waaruit Israël ontstond en waardoor minstens 700.000 Palestijnen van hun geboortegrond werden afgejaagd.
Of aan het eind van de 19de eeuw toen zionisten vanuit Europa zich in het ‘Land van de tora’ gingen vestigen.
Of pas daarna in de tijden na de Eerste of voor de Tweede Wereldoorlog toen tienduizenden Joden per jaar hun toevlucht bij de eerder neergestreken zionisten zochten.

Land kan niet tot slaaf gemaakt worden, of bevrijd”, schreef de Israëlische soldaat Amos Oz die in de Sinaï meegevochten had, “We hebben Hebron en Ramalla niet bevrijd, noch hun inwoners verlost. We hebben hen overwonnen en we zullen hen overheersen.

Het ging onverwacht verder dan dat. Een paar weken na de inname van de Golanhoogte en de Westoever van de Jordaan sloegen de eerste Israëlische mannen en vrouwen daar hun tenten op. De Israëlische regering en het Israëlische leger keken weg en tenten werden gebouwen. Israëlische regering na regering zouden blijven wegkijken als Israëliërs zich in bezet gebied vestigden. Momenteel leven en werken er zo’n 4.000.000 Israëliërs in de sinds 1967 door Israël bezette gebieden. Velen al hun leven lang.
Er is ook een eerste, tweede en derde generatie Israëliërs geweest die hun dienstplicht vervulden als bezettingsgendarmerie. Dat vormt hun visie op ‘vrijheid’.

Door de catastrofale nederlaag in 1967 werden radicale islamitische groepen actiever, avontuurlijker en consequent prominenter“, schreef Adeed Dawisha. De niet-religieuze en progressieve groeperingen, die tot 1967 steeds meer invloed kregen, raakten na de 6-daagse oorlog dramatisch verzwakt en zijn uiteindelijk ingestort. Momenteel komt het grootste gevaar voor Israëls democratie en toekomst van binnenuit, en niet meer van buitenaf, terwijl de internationale kritiek op Israël sinds de Jom Kippoeroorlog in 1973 immens geworden is. Die oorlog vestigde internationale aandacht op het Israëlische geweld tegen Palestijnen: de marteling van Palestijnen, de verdrijvingen van Palestijnen, de verwoestingen van Palestijnse bezittingen en de Israëlische wraakacties op familieleden van Palestijnse daders van aanslagen.

Vorige week zijn notulen van Israëlische kabinetsvergaderingen vrijgegeven. Geen enkele minister vroeg zich in 1967 af waarom de Israëlische bezetting goed was voor Israël. “Niemand stond daarbij stil”, zegt Tom Segev over zijn eigen land, “Israël lijkt gijzelaar geworden te zijn van haar existentiële ideologie; van de historische en religieuze betekenis die het land in de Israëlische mentaliteit gekregen heeft”. De 7de dag van de 6-daagse oorlog duurt inmiddels al 50 jaren.

Bron: “We leven nog steeds op de Zevende Dag; 50 jaar na de zesdaagse oorlog” door Rutger van der Hoeven in de Groene Amsterdammer van 31 mei 2017.

Hoe fijn het is Europeaan te zijn

Het is onveilig in de wereld. En dan heb ik het niet over aanslagen, die tegenwoordig altijd aangeduid worden als ‘een terreuraanslag’. De door George Bush ooit aangekondigde oorlog tegen het terrorisme is in volle gang door overal het woordje ‘terreur’ voor te zetten. Vroeger vonden er volgens mij net zo vaak gelijksoortige aanslagen plaats, maar toen waren het ‘de Rote Armee Fraktion’, ook wel ‘Baader-Meinhof-Groep’ genoemd, of ‘de Revolutionaire Anti-Racistische Actie’, afgekort tot ‘RaRa’. Volgens wikipedia begint de lijst met terroristische aanslagen overigens in 1856 met dodelijke aanvallen op slavenhouders.

Nee, ik heb het over de gemene mensen die buiten Europa wonen. De grenzeloos goedbedoelende en welvarende Europeanen worden door die mensen bedreigd. En zoals het spreekwoord zegt: Wanneer de nood het hoogst is, is de redding nabij. Met Donald Trump in de Verenigde Staten van Amerika aan het roer gaat het goed komen: de defensiebudgetten gaan flink omhoog.

Er lijkt een ‘maar’, want de Europese lidstaten hebben de afgelopen decennia drastisch bespaard op gezondheidszorg, justitie, onderwijs en sociale voorzieningen om de afgesproken EU-begrotingsnormen te halen zonder multinationals al te veel te belasten. Een leek zou dus denken dat het moeilijk zal zijn om geld voor nieuwe wapendragers en wapens te vinden, maar dat komt omdat een leek ‘een leek’ is. De Europese Commissie weet raad. Zij stelde woensdag jl. een aantal ideeën voor waardoor we ons te weer kunnen stellen tegen al die gemene mensen binnen en buiten Europa.
Zo stelt deze commissie voor om € 500.000.000 uit te geven aan militair onderzoek voor de periode 2019 – 2020.
Ook stelt ze voor om EU-fondsen, die nog niet begroot zijn, te gebruiken voor het oprichten van een ‘defensie-industrieel ontwikkelingsplan’. Het gaat om honderden miljoenen euro’s waarmee we dan die broodnodige wapens kunnen kopen en gebruiken.
Daarnaast stelt deze commissie voor – niet voor één gat te vangen – om financiële bijdragen voor gemeenschappelijke wapenaankopen door lidstaten aftrekbaar te maken van de begrotingstekorten. Wat voor het welzijn van Europese burgers 40 jaar niet kon, kan zo gelukkig wel om dit grote gevaar af te wenden.

Nee hoor, het is maar goed dat de wapenindustrie kind-aan-huis is bij de Europese Commissie, zodat wij tot in lengte van dagen door kunnen gaan met al onze goede bedoelingen en investeringen in een betere wereld. Het intensieve contact tussen de Europese Commissie en de lobby van de wapenindustrie blijkt overigens uit tientallen documenten.

Critici van dit alles ga ik nu ook even de wind uit de zeilen nemen. Degenen die hierbij denken: “Dat is allemaal geld voor wapens, maar niet voor conflictpreventie” zeg ik daarom dat we niet de hele wereld kunnen verbeteren. Overigens investeert de Europese Unie daarin € 6.000.000, wat wel glashelder maakt hoe goed we het allemaal bedoelen.

Lees voor de gein ook het verhaal eens achter deze link, waarin dieper ingegaan wordt op het hedendaags terrorisme.

Bron: “Lijst van terroristische aanslagen” op wikipedia op 9 juni 2017 en “Wapenindustrie is kind aan huis bij de Europese Commissie” door Bram Vranken via de website van DeWereldMorgen op 8 juni 2017.