Over een strijkstok en toeval

Voor mijn huis staat een indrukwekkend beeld van Ganesha, die vanuit mijn tuin bij mij naar binnen kijkt. In het pantheon van het hindoeïsme is hij de bijzondere en bovennatuurlijke gestalte met het olifantenhoofd. Hij zou de beschermheilige van reizigers zijn, de god van kennis en wijsheid en hij zou hindernissen wegnemen. Afgezien van sympathie voor de vele feestdagen heb ik niets met het hindoeïsme.

Op mijn boekenkast kijkt een zittend beeldje van Sergamon Borgani vriendelijk mijn woonkamer in. Ìn diezelfde boekenkast staan twee stenen boekensteunen met afbeeldingen van vrolijke, dikke Borgani’s. En onder mijn televisie staat een beeld van het hoofd van Borgani op ware grootte. Deze Borgani zou volgens overleveringen rond 500 voor Chr. ‘complete en volledige verlichting’ bereikt hebben. Hij wordt daarom in het Sanskriet herinnerd als Gotama Boeddha. Het lijkt mij een religie met mooie kanten, dat boeddhisme, maar het roept ook teveel weerstand bij mij op om me erdoor te laten grijpen.

En dan hangt er ook nog een ‘mati’ in mijn woonkamer, op zo’n manier dat hij heel de kamer overziet. Dat ‘blauwe oog’ zou bescherming bieden tegen het boze oog. Dat laatste is een vloek, die hoofdpijn of algemene “pech” zou veroorzaken bij wie die vloek heeft ontvangen. Ook dat lijkt mij maar een raar verhaal.

Nee, ik doe met enige regelmaat aan ‘sazen op basis van soto-zen’, wat niets anders inhoudt dan 3x 25 minuten stil zitten en wat mij dan een vakantie in mijn hoofd oplevert. Tegenover dat hoofd van Borgani saas ik, met waxinelichtjes aan weerszijden van dat hoofd en een brandend stokje wierook, en bij aanvang en afsluiten van elke sessie buig ik dankbaar voor die Boeddha. Dat dan allemaal weer wel. Verder aan mijn lijf en in mijn leven geen polonaise.

Elders op deze blogpagina motiveer ik waarom ik mijn religieuze zienswijze schaar onder het ‘agnostisch theïsme’: er gebeurt in het dagelijks leven veel waar geen verklaring voor lijkt te zijn, maar ik zal mij nooit achter een godsdienst, ideologie, inspirator of overtuiging van een ander verschuilen. Ik neem persoonlijke verantwoordelijkheid voor alles wat ik doe en nalaat*.

Maar toch, hè… Vanmorgen bleek het mechaniek van mijn strijkstok defect. Ik kon dus niet op mijn cello spelen. Ik berichtte degene, met wie ik later vandaag muziek zou maken, dat ik dat pas weer kan doen wanneer mijn strijkstok gemaakt is. Hij kwam toch op het afgesproken tijdstip met nota bene twee strijkstokken, die ik kon lenen. Was dit de kracht van een van de Boeddha’s? Van Ganesha? Van mati? Of was dit toeval (ik heb dan wel bijzonder vaak dergelijk geluk)?

* Zie ‘Over mij’ voor meer daarover.

Zijn wij goede voorouders?

In meer of mindere mate zijn veel mensen geïnteresseerd in de geschiedenis van het dorp of de stad waar zij wonen of van de regio waar zij tijdens een vakantie verblijven, en bij veel mensen boezemt de vondst van Neanderthaler-botten en bewaard gebleven lichamen van inmiddels duistere tijden hen (en mij) ontzag in. Toen ik me bijna 10 jaar geleden in Maartensdijk vestigde heb ik ook al snel “Maartensdijk; Geschiedenis en architectuur” (2000) door Michiel Kruidenier en Joost van der Spek gelezen. Daardoor denk ik een en ander te begrijpen van wat er in mijn woonomgeving te zien is. En op deze blogsite heb ik zelfs onlangs nog een verhaal geschreven naar aanleiding van de vondst van 10.000 jaar oude voetstap-afdrukken in de huidige staat Nieuw Mexico in de Verenigde Staten van Amerika. Dat was op 21 oktober jl..

Wij zijn hoe dan ook de erfgenamen van schenkingen uit het verleden. Denk maar aan de immense nalatenschap van onze voorouders: zij deden in de tijd dat die voetstap-afdrukken gemaakt werden al hun eerste wetenschappelijke ontdekkingen, onze voorouders leerden gebruiksvoorwerpen en vuur te maken, legden waterwegen aan, ontgonnen land, ontwikkelden ideeën over recht en onrecht, vonden een taal uit met abstracte begrippen, het schrift en de boekdrukkunst, waardoor reeds voor onze geboorte onze inzichten en kennis ongeëvenaarde proporties aannamen. Zij schiepen de grote kunstwerken waarvan sommige aan ons overgeleverd zijn, ze stichtten nogal eens de steden waar wij nu nog altijd wonen en zij strooiden de eerste zaden uit, eerst in Mesopotamië en later overal waar zij woonden.

Dit roept de vraag op hoe onze nakomelingen over 10.000 jaar mogelijk zullen terugkijken op ons doen en laten in wat wij nu de 20ste en 21ste eeuw noemen. Zijn wij goede voorouders?

(Inspiratie-)bron: “De vooruitkijkende Samaritaan; over de tirannie van het nu” door Roman Krznaric in De Groene Amsterdammer van 6 januari 2021.

Het verhaal van 10.000 geleden is gemakkelijk te vinden door hiernaast in de categoriewolk op “Proza en/of poëzie” te klikken. Het is dan het eerste verhaal dat verschijnt en heeft de titel: “Een wandeltocht van even geleden”.

Onder de indruk

Ik speel nog geen 3 jaar cello. Het is voor mij geen gemakkelijk muziekinstrument, dus ik heb nog steeds veel te leren. Het bespelen van mijn cello doe ik vooral omdat ik het leuk vind en in de toekomst zou ik graag samen met anderen muziek maken; ik op m’n cello.

Met mijn cellodocente heb ik het goed getroffen. Ik vind haar een voorbeeldige docent en zij is ruim voorzien van een aanstekelijk enthousiasme. Ja, ik ben blij dat juist zij mij overmorgen 2 jaar en 8 maanden geleden een gratis proefles gaf, nadat ik de avond daarvoor mijn cello in Amsterdam van een violiste gekocht had. Deze violiste kwam niet aan cellospelen toe, vertelde ze me. Nog nooit had ik daarvoor een strijkstok vastgehouden. En sindsdien geeft mijn docente mij celloles. Zij organiseert ook af en toe ‘voorspeeldagen’. 2 Keer eerder deed ik al mee aan zo’n voorspeelmiddag; beide keren met een andere leerling van haar. Gisteren was de derde keer en de tweede keer dat ik met – inmiddels – mijn cellovriend voorspeelde. Wij oefenen ons, sinds die eerste keer, elke 2 weken in het samen spelen. De laatste weken richtten we ons op deze muziekuitvoering. Wij zouden 3 stukjes ten gehore brengen. We hebben ook samen les genomen om ons in het samenspelen van de uitgezochte stukjes te bekwamen. Daarna hebben we verder geoefend en we hebben zelfs bij mij thuis een generale repetitie gehouden. Nu wordt wel eens gezegd dat een goede generale niet veel goeds belooft voor het optreden, dus erg blij was ik niet dat die goed ging.

Gisteren was dan de voorspeelmiddag ‘in coronatijden’. De sfeer was informeel en prettig. Veilig. We zaten dit ‘tijdslot’ met 7 mensen in een kring. Er was vanwege corona slechts één vrouw publiek; de partner van mijn cellovriend. Dan was er mijn cellodocente en 5 leerling-cellisten, waaronder mijn vriend en ik. Om beurten speelden we een stukje dat we ingestudeerd hadden. Dan was er volop aandacht voor het cellospel. Ik was onder de indruk van één leerling, die nog maar net cello speelt. Zij speelde gedecideerd en zuiver. De twee andere leerlingen speelden stukken, waar ik een puntje aan kan zuigen.

Mijn cellovriend en ik waren heel tevreden over onze 3 stukjes. Meer tevreden dan de vorige keer, toen we iets speelden dat de componist zo niet bedoeld had. We luisterden nu goed naar elkaar. We hielden ons aan de accenten, die we aan zouden brengen, en tijdens het spelen keken we elkaar zelfs af en toe aan, terwijl we op ons spel geconcentreerd bleven. Ik vond het zelfs overwegend mooi klinken, wat we ten gehore brachten.

Deze voorspeelmiddag was weer een bevestiging dat we op de goede weg zijn om met onze cello’s emoties op te wekken, zoals componisten het wel bedoeld hebben. Nu weer lekker verder met mijn oefeningen, waarvan ik soms bij aanvang denk: “Kunnen sommige mensen dat? Waauuuw, dat is knap!!!”

Hoezo ‘Begin bij jezelf’?

Er was een tijd dat ik geloofde. Het motto ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf‘ sprak mij aan als was het iets vanzelfsprekends. In de loop van de tijd ben ik van mijn geloof gevallen, want inmiddels vind ik het een achterhaald, verouderd gezegde.

Een betere wereld begint volgens mij helemaal niet meer bij mijzelf. Dat was misschien nog wel zo toen we nog heel ons leven in een dorp leefden.

In de grote mensenwereld van nu, de media-mensenwereld, geldt dit niet langer. Ik realiseer mij haast dagelijks dat door de Europese Unie en door de Nederlandse regering mede in mijn naam misdaden gepleegd worden tegen de aarde en tegen alles wat daar op leeft inclusief de menselijkheid en mensen. Tegelijk is ‘mijn’ overheid obsessief gericht op economische groei; een kapitalisme dat hand in hand gaat met consumentisme, onderdrukking, uitbuiting en vernietiging, en zij hangt de vrijheid aan voor iedereen om onbeperkt materiële rijkdom te vergaren, met een geweldig grote machts- en vermogenskloof tussen burgers als gevolg. Miljardairs, die meer geld en macht hebben dan menig land. ‘Mijn’ regering behandelt grootbedrijven fiscaal met ondoorzichtige egards en schafte onlangs nog voor bepaalde bedrijven de dividendbelasting af. Daarmee laat zij het onderhoud en het ontwikkelen van nutsvoorzieningen steeds meer over aan huishoudens, die het geld daarvoor bijeenbrengen via de BTW en inkomstenbelasting. Ze praat zoveel met vertegenwoordigers van grootbedrijven en grootbanken dat er sprake is van verwevenheid. Wanneer vooraanstaande politici na verloop van tijd meer dan de Balkenendenorm gaan verdienen bij een grootbedrijf, kijkt daar niemand meer van op. Met burgers of burgerbewegingen, of met haar eigen ambtenaren praat ze niet of nauwelijks; die mogen van ‘mijn’ overheden demonstreren en zich uitspreken, zolang ze maar geen invloed krijgen. Bovendien is ‘ons’ stelsel van progressieve belastingen sinds de 70-er jaren sterk afgevlakt, waardoor de druk meer en meer is komen te liggen op de mensen met de laagste inkomens. ‘Mijn’ regering schafte in de kabinetten sinds Lubbers’ minister-presidentschap allerlei vanzelfsprekende ondersteuning voor kwetsbare mensen af en privatiseert nutsvoorzieningen; ook als die van vitaal belang voor het functioneren van onze samenleving zijn, zodat in geval van nood de private partijen alsnog met belastinggeld ondersteund worden. Zo groeit het besteedbaar inkomen van mensen al decennia niet mee met de jaarlijkse economische groei, terwijl burgers meer en meer in de kou blijven staan; ook als ze kwetsbaar zijn of verward, en ondersteund zouden moeten worden. En ‘mijn’ regering is ook nog eens een notoire dwarsligger als het gaat om harmonisatie van belastingen in Europees verband, waardoor grootbedrijven en particulieren via mijn vaderland belastingen in andere landen kunnen blijven ontduiken en buitenlands èn Nederlands geld kunnen blijven wegsluizen naar weer andere belastingparadijzen. Het pensioenfonds ABP, waar mijn pensioen opgebouwd is, heeft met mijn geld veel geïnvesteerd in sectoren waartegen ik mij mijn leven lang verzet heb, zoals bruinkool-, olie- en steenkoolwinning en de wapenindustrie; en was het maar voltooid verleden tijd dat zij dat deed. Om maar wat voorbeelden te noemen van zaken, die de kwaliteit van de wereld bepalen, en waarom ik van mijn geloof gevallen ben.

Om mijn nietigheid verder met een voorbeeld te illustreren: ik ben al 45 jaar vegetariër, zonder dat dat enig effect heeft gesorteerd. Behalve dan – als bijvangst waar ik wel blij van word – een gezond lichaam en een zuiver geweten bijvoorbeeld op de vlakken van de intensieve veehouderij en overbevissing.

Tenslotte, om de nietigheid van ieder van ons te illustreren: wat te denken van de lege handen waarmee Greta Thunberg nog steeds staat? Zeg tegen haar eens: “Greta, een betere wereld begint bij jezelf.” Wat is haar invloed op het bereiken van een betere wereld?

Nee, het is een dooddoener. Maar uiteraard doet het er vast wèl toe wat ik en ieder van ons doet. Binnen mijn invloedssfeer doet het er wel toe dat ik voorbeeldig leef. Daarom sluit ik me liever aan bij degenen die zeggen:

Besef dat alles wat ieder van ons doet of nalaat politiek is

en

Handel vanuit liefde, heb mededogen, wees verdraagzaam, beoog altijd vrede

Oftewel, leef het hele jaar door naar je (mijn) eigen kerstwensen.

Een frisse wind? Was het maar zo…

3 Dagen achtereen maakte ik deze week flinke wandelingen. Rond Loenen (bij Apeldoorn), rond het Naardermeer en in ’t Twiske. Uit de frisse wind picknicken kon nog best, maar van al te lang stilzitten werd ik koud als de wolken voor de zon langstrokken. Dan kreeg ik al snel de aandrang om maar weer in de benen te gaan.

Dat was in september wel anders; wat een topmaand voor mij als wandelaar in deze regionen en wat een ernstige her-her-herbevestiging dat het ernstig mis is met het klimaat hier. Èn, wanneer ik me er een beetje in verdiep, dat het ernstig mis is over heel de wereld.

De voorbije maand september blijkt de warmste sinds het begin van de metingen in 1880. Daarmee zijn de records van september 2015 en 2017 gesneuveld. De 10 warmste septembermaanden ooit blijken bovendien allemaal gemeten te zijn na 2005. En de laatste 7 septembermaanden zijn ook nog eens de 7 warmste ooit. De gemeten temperaturen zijn gemiddelden voor het hele aardoppervlak.

In Europa was de afgelopen septembermaand maar liefst 2,33ºC warmer dan normaal. De periode vanaf januari tot nu is in Europa ook al de warmste sinds het begin van de metingen in 1880.

Nou ja, dit is maar een onbenullig voorbeeld van een tijdelijk individueel voordeel dat een ernstige-ontwikkeling-voor-ons-allemaal mij in september opleverde. Er is volgens mij een echt frisse wind nodig in de mondiale aanpak van de klimaatproblematiek. Bijvoorbeeld een antwoord op de vraag van Greta Thunberg aan onze wereldleiders bijeen op een top van de Verenigde Naties: “How dare you?” Liever toch maar geen ’s zomerse wandelingen van maart tot september (en graag weer een paar weken schaatsen hartje winter).

Bron: “September 2020 is warmste ooit gemeten” door Inter Press Service via DeWereldMorgen op 15 oktober 2020.

Hoe scheid ik Covid-19-kaf van -koren?

Voor het virus, het Covid-19-virus, zijn meningen volstrekt irrelevant.

Sinds ik er in maart mee geconfronteerd werd, neem ik het serieus, in die zin dat ik me alleen interesseer in mechanismen: via welk mechanisme kan ik besmet raken (en op mijn beurt anderen besmetten) en via welk mechanisme tast het het menselijk lichaam aan? Dat is wat voor mij telt en de rest kan me wel zo’n beetje gestolen worden.

Natuurlijk doet een VVD-minister-president het liefst wat des VVD’s is, zoals de andere kabinetsleden het liefst doen wat des CDA’s, CU’s, D66’s en VVD’s is en ik heb in geen van allen mijn vertrouwen gesteld. Wat dat betreft kan onze regering mij niet teleurstellen, al bevreemdt het mij dat zij de WHO-richtlijnen van meet af aan niet punctueel hebben opgevolgd.

Corona-doden en –ziekenhuis-opnames interesseren me niet, al zeggen de cijfers, nu er getest kan worden, meer dan in april, mei en juni. Wel valt me op dat velen naar deze getallen kijken als percentages van de bevolking om vervolgens de ernst van de ziekte te bagatelliseren. Zij maken volgens mij een denkfout. Immers, wanneer de samenleving 3 weken eerder op slot was gegaan, zouden de besmettingen, doden en ernstig zieken – op basis van wat bekend is – een factor 1.000 lager geweest zijn. Dat zou een fantastisch quasi-argument zijn geweest te veronderstellen dat het virus nagenoeg onschadelijk is. En wanneer de samenleving 3 weken later op slot zou zijn gegaan een factor 1.000 hoger met jammerklachten over falende bestuurders tot gevolg.

Discussies over de anderhalvemeter-samenleving, de gevolgen voor cultuur, evenementen en horeca, het nut van mondkapjes en thuis werken interesseren mij evenmin als de complottheorieën rondom corona. Ik doe het met wat ik weet of denk te weten en trek verder niet erg consequent mijn eigen plan. Het doel een groepsimmuniteit te ontwikkelen tegen een nagenoeg onbekend virus verwerp ik al zolang de inmiddels bekende mechanismen van aantasting van lichaamsfuncties en verspreiding zo zijn als algemeen door virologen en andere op dit vlak serieus te nemen artsen verondersteld. Het laatste degelijke artikel hierover las ik in De Morgen van 5 augustus jl.. Ik zou het fijn vinden wanneer er weer zo’n goed geschreven medisch artikel gepubliceerd zou worden met actuelere inzichten, maar helaas wijden onze media zich kennelijk liever aan discussies zonder doel en ander vermaak.

Het lijkt een beetje saai, en dat is het misschien ook wel. Dus tenslotte nog even dit. In landen als China en Japan worden volgens mij al veel langer mondkapjes gedragen wanneer iemand ziek is. Dan wordt ook lichamelijk contact met vreemden vermeden. Mij lijkt daar sowieso wel wat wijsheid in te zitten. Ik draag vooralsnog alleen een mondkapje als dat ergens verplicht is en ik registreer me alleen waar me dat gevraagd wordt. Echter, toen ik, vlak voordat ik een week naar Teschelling zou gaan, coronaverschijnselen begon te vertonen, deed ik vanwege alle gedoe met overvolle teststraten geen poging me laten testen. Ik ging er vanuit dat ik een gewoon koutje opgelopen had (ik meende te weten waar en wanneer), waardoor ik neusverkouden geworden was met een beetje verhoging, gevolgd door hoesten en snotteren. Ondanks de wijsheid der Chinezen en Japanners droeg ik ook toen geen mondkapje als ik op stap ging. Wel stelde ik degenen, met wie ik contact had, en met wie ik de dagen daarvoor intensiever contact gehad had, op de hoogte van mijn verkoudheid. Gelukkig wàs het een gewone verkoudheid die vanzelf over ging en voelde ik me na een paar dagen weer als vanouds.

Zo gaat dat dus bij mij. Nee, ik ben er niet trots op.

O, Terschelling? Het was er heerlijk: goed gezelschap, fijne huisvesting, mijn koutje beperkte me nergens in en vrijwel elke dag was het lekker wandelweer waarvan we goed gebruik maakten. Ik heb mijn spullen zojuist weer uitgepakt en een eerste was gedraaid. En, wat voor mij ook belangrijk is, van mijn huis werd ondertussen goed gebruik gemaakt door een andere vriendin.

Wir waren wieder zusammen (um Musik zu machen)

Toen het woensdagavond donker begon te worden, vertrok ik op de fiets met mijn cello in een koffer op de rug. Bij de Woudkapel in Bilthoven ontmoette ik enkele medemuzikanten. Buiten wachtten we totdat degenen, die al naar binnen gegaan waren, hun handen ontsmet en zichzelf geregistreerd hadden. Nadat ik dezelfde procedure gevolgd had, zocht ik in de kapel mijn plaats: twee stoelen met een briefje met mijn naam erop.

We waren weliswaar met 4 van de 5 cellisten, maar slechts met 3 fluitisten, even zoveel violisten, 2 klarinettisten, de pianist (v); kortom zo’n beetje de helft van de circa 30 muzikanten. Corona-angst, vakantie en daadwerkelijke ziekte waren er de oorzaak van dat we met zo weinig waren. Vanwege corona vervalt de in november geplande muziekuitvoering, werd ons verteld.

Na het stemmen van onze instrumenten begonnen we met de bewerking van een aria, die Johann Sebastian Bach in 1718 gecomponeerd heeft. “Bist du bei mir, geh ich mit Freuden Zum Sterben und zu meiner Ruh…” We moesten wennen aan het spelen in de kerkzaal van de Woudkapel. Normaal spelen we er in een zaal, waar we dicht op elkaar zitten. Nu hadden we stuk voor stuk alle ruimte, waardoor ik mijn eigen instrument beter hoorde dan anders, maar de aanwijzingen van onze dirigent (v) wat minder goed. Ik vond het een feestje om hier inmiddels na een half jaar weer samen met zoveel andere instrumenten en partituren muziek te maken.

In de pauze werd ons verzocht een voor een achter, aan een tafel, iets te drinken te halen wanneer niemand anders dat deed, en minstens anderhalve meter afstand van elkaar te houden.

Daarna vervolgden we met een bewerking van de Boléro, die Maurice Ravel in 1928 heeft gecomponeerd. Daaraan heb ik nog een bijzondere herinnering. Oververhit arriveerde ik ergens rond 1986 op weg naar Spanje na een flinke klim onder de brandende zon in Marlet, een laatste dorp in een dal dat in de Franse Pyreneeën ligt. Ik trad een donker etablissement binnen, toen juist die Boléro opgezet werd. Met het aanzwellen van de muziek ontwaarde ik steeds meer mensen in dat café. Aan het eind van het stuk voelde ik me weer de oude en zag ik weer normaal. Maar goed, dat was toen, en zo repeteerden we woensdagavond 6 muziekstukken van nog levende en overleden componisten om daarna, ik vrolijk en voldaan, weer op te breken. Op de terugweg was het nog even spannend in het pikkedonker met mijn cello op de rug over een hobbelig bospaadje om een slagboom heen te fietsen, maar de kop is eraf. We hebben weer gerepeteerd en dat we voorlopig geen uitvoering zullen geven, maakt mij niets uit.

Twijfels

Afgelopen maandagavond zou ik rond acht uur vertrekken naar de Dolomieten. Ik zou met mijn auto gegaan zijn. Naast mij een doos met cd’s en cassettebandjes om in de stilte van de nacht naar te luisteren. Achterin zou ik mijn rugzak gelegd hebben met alles om direct de bergen in te gaan. En een tafel en stoeltje voor als ik uit de bergen zou komen, want mijn gewoonte is, voor ik de terugreis aanvaard, eerst weer op krachten te komen op een gewone camping.

Twijfel over heel deze onderneming noopte mij om er nog even vanaf te zien. Ik ben op het moment te onevenwichtig voor zo’n reis, wat misschien samenhangt met de zevende neurofeedback-sessie van de maandag daarvoor. Ik kom er niet aan toe mijn plannen goed voor te bereiden en twijfel om ten zuidwesten van Bolzano de mij iets bekendere Dolomieten in te gaan, of juist naar een heel nieuw gebied ten oosten van Trento. Dat veel campings en hotels in Noord-Italië dicht zijn en er per regio andere regels gelden om Covid-19-besmetting tegen te gaan, doet mij afvragen hoe verantwoord het is om juist nu naar de Dolomieten te gaan en daarvoor ruim 1.000 km door Duitsland, Oostenrijk en Italië heen en weer te gaan rijden. Ik vraag me af wat te doen wanneer ik op de terugweg vanwege Corona-maatregels Oostenrijk of Duitsland niet meer in mag. En hoe groot is de kans achteraf verplicht enige tijd in quarantaine te moeten? Ik heb geen zin mijn spullen in te pakken en de warmte van de afgelopen dagen helpt me daar ook niet bij. De warmte maakt mij loom en moe, zeker als ik even niets hoef.

Maar misschien heb ik een onbewust voorgevoel dat het domweg onverstandig is om te gaan, om een of ander onheil te voorkomen, bijvoorbeeld een verkeersongeval.

Ik geef toe aan mijn onzekerheden. Dat heb ik altijd gedaan. Het is niet erg om plannen te laten varen. Door iets niet te doen, ontstaan mogelijkheden voor iets anders. Zal ik mijn huis gaan schilderen? Mijn garage, die ik als schuur gebruik, eens goed opruimen? Daar was ik al aan begonnen. Een vriendin heeft me onlangs zelfs geholpen foto’s te maken van wat anderen eventueel nog zouden kunnen gebruiken. Of, als het wat koeler is, mijn tweede zolder eindelijk eens goed opruimen? De eerste heb ik wel opgeruimd, maar in die tweede ligt nog allerlei spul onaangeroerd sinds ik negen jaar geleden hierheen verhuisd ben. Of zal ik toch maar een zwembad aanleggen in mijn tuin, want dat zal met de toekomstprognoses een uitstekende investering zijn, naast een airco voor mijn huis?

Weer thuis

Het voelt een rijkdom eigen domein te bezitten
Om zonder voorbespreking te kunnen doen en laten
Hoewel jammer weer muren te moeten witten
kan ik weer overal zijn waar zij steeds zaten

want m’n huisgenoten wonen nu elders in het land
Een uit elkaar geschroefd bed staat in de gang
Sopje hier en stapels wasgoed in een mand
Ze bleven ook dit keer mij nèt iets te lang

Mijn huis, ik blijk aan bijzonderheden zeer gehecht
Ik her-ontmoet het nu ik ’t leeg heb teruggevonden
Ik kijk geen tv, dus digitenne heb ik opgezegd,
Cello en stoelen terug naar waar ze eerder stonden

Het zal ze goed gaan, voorlopig verderop verblijven
Zo leven zij in hun wereldje van hop naar her
“Ik mis mijn familie, mijn land blijft mij beklijven
maar hier wil ik zijn, al is het ver, en veel te ver.
”

Hoewel jammer weer muren te moeten witten
kan ik weer overal zijn waar zij steeds zaten
Heerlijk mijn eigen wereldje zo te gaan bezitten
Thuis
……….Te kunnen doen en er geruisloos ook te laten

Nooit klaar komen

Zo langzamerhand begin ik het idee te krijgen dat er slechts weinig nieuws onder de zon verschijnt. Er gebeurt veel, maar er verandert uiteindelijk weinig; laat staan ten goede. Wat nu bepleit wordt aan verbeteringen, zoals de verkoop van repareerbare duurzame producten, was vroeger soms de norm. Niet dat alles beter was; vroeger had ik ook stevige kritiek op de hypocrisie van degenen met invloed op de loop der dingen. Maar toen had ik nog de hoop dat we met elkaar iets wezenlijks konden veranderen. Dàt is het verschil met nu. Nu zie ik dat we tot nu toe uiteindelijk met elkaar in de greep van egoïsme, hebzucht en zelfzucht zijn gebleven; ons kortzichtig consumentisme. En ik raak van ellende, zelfs als die door onze eigen overheden veroorzaakt wordt, steeds minder geschokt. Er treedt bij mij een zekere gewenning op.

Steeds vaker zie ik hedendaagse ontwikkelingen als oude wijn in nieuwe zakken. Steeds vaker zie ik bevestigd dat ons doen en laten, onze omgang met elkaar, ons hele staatsbestel niet gefundeerd is op principes als artikel 1 van onze grondwet en al evenmin op een andere wijze van ethisch denken. Het was “wij tegen zij”, waardoor per definitie ingegaan wordt tegen dat artikel. En het is “wij tegen zij” en dat zal het nog wel even blijven in een samenleving waar de overheid de zwakkeren niet tegen de sterkeren beschermd; een overheid die als zij niet in de macht is van, zich sterk laat beïnvloeden door grootbanken en grootbedrijven, een overheid die zelf zelfs de afdracht van vennootschapsbelastingen bij sommige van haar instituten ontwijkt.

Het cement in de voegen tussen de bakstenen, waaruit heel onze samenleving is opgebouwd, is verpulverd als het ooit al meer was dan droog zand.

Het zal de leeftijd wel zijn.

Nee, dit alles overziend blijkt volgens mij vooral dat we als mensen nooit klaar komen. Misschien wel in bed, maar net als de boer, die voort blijft ploegen, net als de hoogleraar, die zijn vakgebied altijd blijft bijhouden, net als een musicus, die altijd blijft studeren, zo is ook de mens met (andere) idealen nooit klaar.